Oranje Boven – 75 jaar vrijheid

Een speciale WeekBreek n.a.v. 75 jaar vrijheid. Voor wie graag leest: de tekst staat hieronder. Wie liever kijkt én het gebed wil horen én wil genieten van foto’s met een glimpje (gemaakt door Karla Leeftink):

‘Oranje boven, Oranje boven – leve de koningin!’ Dat lied was in de oorlog erg populair, ook al werd het fluisterend gezongen. Op straat bemoedigden de mensen elkaar met de duim omhoog en zeiden ‘O Zo!’ – Oranje Zal Overwinnen’.

Na vijf bange, lange jaren was het zover: 75 jaar geleden, op 5 mei 1945, gaf het Duitse leger zich in Nederland zich over. Heel Nederland was bevrijd. Alleen op een paar Waddeneilanden duurde het wat langer. Het Zuiden van ons land was al in 1944 bevrijd. Het Oosten en het Noorden in maart en april 1945.

Wat een feest zal dat geweest voor de mensen. Eindelijk de bevrijding!

Vlaggen wapperen. Mensen gaan de straat op. Ze lachen. Ze vallen elkaar om de hals. Vrouwen en meisjes omhelzen de bestofte soldaten. Kinderen gluren nieuwsgierig naar al die tanks, jeeps en pantserwagens.

 

Zo zou het gegaan kunnen zijn, 75 jaar geleden.

Eindelijk vrijheid! Na vijf verschrikkelijke jaren. Het is, denk ik, niet voor te stellen hoe donker en onzeker die periode voor onze ouders en grootouders geweest is. Soldaten en verzetsmensen die zonder vorm van proces werden doodgeschoten. Uit Nederland alleen al 100.000 Joden en duizenden Roma en Sinti die nooit zijn teruggekomen.

 

Als je als land dan weer vrij bent … wat een opluchting!

En tegelijk … vrij zijn … hoe onwerkelijk.

En voor heel veel mensen tegelijk ook heel verdrietig. Zoveel lege plekken. Zoveel trauma’s.

 

Wanneer waardeer je vrijheid het meest? Ik denk: wanneer je het verschil weet met daarvoor. Zelf heb ik de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. Voor mij is onze vrijheid dus heel normaal. Maar dat geldt niet voor iedereen. Je merkt het als je een tijdlang zelf in een land woont waar geen vrijheid van meningsuiting heerst. En hoor maar eens de verhalen van vluchtelingen uit Syrië of Eritrea.

Wanneer waardeer je vrijheid het meest?

Als ik de verhalen hoor over de oorlog, valt mij altijd op, dat je mensen heel vaak hoort zeggen: ‘Ik ben mijn geloof in God verloren. Want waar was God in Auschwitz?’

Het gekke is: ik lees in oorlogsverhalen bijna net zo vaak dat mensen zeggen: ‘Mijn geloof in God heeft mij de kracht gegeven om het vol te houden. En ik geloof dat wat mensen elkaar in Auschwitz aangedaan hebben, eens door God zal worden rechtgezet.’

Kennelijk is het belangrijk dat je weet wie jou er doorheen geholpen heeft.

 

Op wie kun je vertrouw als het moeilijk wordt?

En wie bedank je als het weer beter gaat?

 

In de Bijbel kwam ik een merkwaardig verhaal tegen. Het is niet zo bekend en staat in het bijbelboek 2 Kronieken, hoofdstuk 20. Moab en Ammon hebben Jeruzalem en heel Juda de oorlog verklaard. Ze zijn al bij de grens en willen met een groot leger de Jordaan oversteken.

De schrik slaat koning Josafat om het hart. Wat moet hij doen? Nou, hij roept een dag van nationaal gebed uit. Met duizenden mensen gaan ze naar de tempel. Daar bidt Josafat: ‘HEER, U bent onze God. U heerst vanuit de hemel over alle koninkrijken op aarde. Niemand is zo machtig als U. Wij zijn niet opgewassen tegen deze oprukkende legermacht. We weten niet wat we moeten doen. Maar U bent onze God. Onze hoop is op U gevestigd.’

Josafat krijgt ook antwoord. De Geest van de HEER werkt krachtig in op Jachaziël, een Leviet. Die bemoedigt de koning en het volk hen door te profeteren: ‘Majesteit! Wees niet bang, maar trek morgen op tegen de vijand, want de HEER staat aan uw kant.’

De volgende dag trekt Josafat meteen met heel het leger op naar de Jordaan. Maar weet je hoe hij dat doet? Hij houdt eerst nog een korte toespraak: ‘Bewoners van Jeruzalem en Juda, luister! Vertrouw op de HERE, uw God, en u zult sterk staan. Vertrouw op het woord van zijn profeten, en u zult slagen.’

En daarna … nou komt het merkwaardige … daarna laat hij de zangers en musici van de tempel in feestgewaden vóór het leger uitgaan, op weg naar het slagveld. Ze zingen: ‘Loof de HEER,  want eeuwig duurt zijn liefde.’

Wat volgt, is een glorieuze overwinning. Na vier dagen is de oorlog voorbij. En wat doet Josafat dan? Hij houdt op het slagveld een herdenkingssamenkomst en brengt hulde aan God. Vanaf dat moment heeft die plek ‘Emek-Beracha’ – Dal van de Hulde. Daarna, als ze terug zijn in Jeruzalem, houden ze daar een bevrijdingsfeest in de tempel. En in de jaren erna is er rust, vrede en veiligheid in heel het land.

 

Een bijzonder verhaal. Welke generaal zou in oorlogstijd de Koninklijke Militiaire Kapel ‘Johan Willem Friso’ voor het leger uit het slagveld op laten gaan?

Maar ik vind het ook een bemoedigend verhaal.

 

Het geloof in God levert uiteindelijk vrijheid, vrede en vreugde op!

Vrij van angst: met de Heer durf ik de strijd aan.

Vrede in het land en vrede in het hart.

Vreugde om het goede wat God geeft.

 

We leven nu alweer 75 jaar in een vrij land. Geen angst meer om zomaar doodgeschoten of op transport gezet te worden.

Tegelijk wordt onze vrijheid vandaag op een andere manier bedreigd en ingeperkt. Wat zullen we opgelucht zijn als er straks een vaccin beschikbaar is waardoor we weer gewoon de straat op kunnen gaan en elkaar ontmoeten.

 

Bevrijd van de angst in oorlogstijd.

Bevrijd van de angst om besmet te raken.

 

Daaronder zit nog een diepere laag van vrijheid.

Dat is de vrijheid die Jezus voor mij verdiend heeft door de oorzaak van alle ellende aan te pakken.

Hij versloeg Gods grote tegenstander, de duivel. En gaf zo mij mijn vrijheid als kind van God terug.

Dat geeft een vrede die verder reikt dan 75 jaar – de hemel staat nu weer voor mij open.

En de vreugde die dat geeft –  dat voel ik vaak beter dan ik het onder woorden kan brengen. Maar ik voel het wel.

Dus ben ik op 5 mei dubbel blij: als Nederlander en als christen.