650 dagen opgesloten zitten in een kerk – hoe humaan is dat?
Vandaag precies 650 dagen geleden opende een kerk in Kampen zijn deuren om een familie kerkasiel te verlenen. Ik ben al verschillende keren gevraagd: heb jij je al aangemeld voor de doorlopende kerkdienst om zo de overheid te bewegen aan deze familie asiel te verlenen? Ik heb dat altijd afgehouden. Want ik had vanaf het begin al zo mijn aarzelingen. Nu staat deze familie en het hele kerkasiel alweer enkele maanden in de belangstelling. En ik begin me steeds ongemakkelijker te voelen. Vanwege deze ene zaak, maar ook omdat ik bang ben dat dit voorbeeld in Kampen zich tegen het fenomeen ‘kerkasiel’ zal richten. In (ik meen) het Nederlands Dagblad van 27 juni 2026 werd het verloop van de asielaanvraag sinds 2014 weergegeven. Hoe triest het ook is voor de familie in kwestie, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het niet om een schrijnende situatie gaat, maar om het bewust traineren van herhaalde overduidelijke beslissingen.
Even de feiten op een rijtje:
# Er is geen sprake van geloofsvervolging, begrijp ik.
# Eerste aanvraag in maart 2014 – afgewezen in september 2014.
# In beroep (eind 2014/begin 2015)- afgewezen in juli 2016.
# Twee nieuwe aanvragen in 2017 – beiden binnen één en twee maanden afgewezen.
# Nieuwe aanvraag in 2019 – afgewezen (in 2020).
# In beroep (in 2020) – afgewezen in 2021.
# Vierde asielaanvraag in juni 2022 – afgewezen in maart 2023.
# In beroep bij rechter en Raad van State – afgewezen in april 2023 en september 2023.
# Vijfde asielaanvraag juli 2024 – twee keer afgewezen in augustus 2024 en oktober 2024.
# November 2024 – hals over kop kerkasiel gezocht in Kampen om uitzetting te voorkomen.
# Nu al 650 dagen de kinderen opgesloten in een kerkgebouw.
Nu hoor ik vaak zeggen: het hele overheidssysteem faalt en we kennen in Nederland nou eenmaal het recht van vaker in beroep gaan tegen rechterlijke uitspraken. Bovendien: wie wordt het kind van de rekening? Precies: de kinderen van deze familie.
Dat ontken ik ook niet. Maar hier gaat het ook om een familie die VIJF asielaanvragen gedaan heeft die allemaal afgewezen zijn en VIER keer zonder resultaat in beroep gegaan is. Met als laatste strategische zet om een verblijfsvergunning af te dwingen: overgaan tot kerkasiel.
Alle mensen die dit kerkasiel organiseren en in stand houden zouden zich m.i. moeten afvragen of het wel verstandig is geweest om er in november 2024 aan te beginnen en of het nu, 650 dagen later in september 2026, wel humaan is om dit gezin nog langer vast te laten zitten in een kansloze situatie.
Ik vraag me zelfs af of het houden van een eredienst van inmiddels 15.600 uur niet te typeren valt als misbruik maken van het recht op vrije godsdienstuitoefening. Hoe langer het duurt, hoe eerder de overheid zal overwegen om hier regelgeving op te gaan maken. Dan moeten christenen niet klagen dat de overheid bezig is de godsdienstvrijheid in te perken. Met dit soort ondoordachte akties roepen kerken het dan wel een beetje over zichzelf heen.
Ooit zei ik in een preek: “Een kind heeft meer recht op z’n beide ouders dan beide ouders op werk.” Dat werd me niet door iedereen in dank afgenomen. Ooit was zo’n 25 jaar geleden en was een andere tijd. Vandaag de dag speelt een andere diskussie: heeft ieder kind het recht om te weten wie zijn of haar donorvader (of, donormoeder) is? Sinds 2004 is anonieme eicel- of zaadceldonatie in ons land verboden. Je kunt je afvragen: waarom toen pas? Het antwoord is, toen ik het op me liet inwerken, nogal onthutsend: omdat er tegenwoordig honderden, misschien wel duizenden 20-ers en 30-ers rondlopen die niet weten wie hun biologische vader is. Op televisie hoor je hun verhalen. De kern ervan is heel vaak: ik snap dat mijn ouders graag een kind wilden terwijl ze die zelf niet konden krijgen, maar ze hebben mij het recht ontnomen om bij mijn eigen vader op te groeien. Eén donorkind hoorde ik het op televisie heel scherp zeggen: ‘Ook al was ik echt een gewenst kind, ten diepste gingen mijn ouders voor hun eigen geluk toen ze naar de spermabank gingen.’
Die opmerking zou voor veel mensen een eye-opener moeten zijn. Als je kinderen neemt via een donor, ontneem je zo’n kind het recht om z’n echte ouders te leren kennen. Terwijl je weet dat die wens heel diep zit – kijk maar naar al die programma’s waarin geadopteerde kinderen op zoek gaan naar hun biologische ouders.
KUNSTMATIGE INSEMINATIE
In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd er in christelijke kringen al aandacht besteed aan kunstmatige inseminatie (KI). De mogelijkheid van ‘KI-D’ (Donor) werd per definitie afgewezen. De mogelijkheid van ‘KI-E’ (Echtgenoot) werd onder voorwaarden toegejuicht. Maar als christenen hebben we denk ik nooit beseft, hoeveel mensen al in die tijd gebruikt maakten van anoniem donorzaad om als kinderloos echtpaar of als bewust-ongehuwd-moeder toch de kinderwens te vervullen. En toen begin deze eeuw het homohuwelijk gelegaliseerd werd, volgden heel veel homo-echtparen. Die namen vaak twee kinderen: de beide moeders allebei een keer negen maanden zwanger; de beide vader allebei via een draagmoeder. En soms via dezelfde donor of moeder, want dan was het een echt halfbroertje of halfzusje dat er als tweede kind bij kwam.
KINDEREN voor je eigen GELUK
Het nemen van kinderen als je ze zelf niet kunt krijgen wordt in onze moderne tijd als een legitieme mogelijkheid gezien waar je als partners recht op hebt. Ik vraag mij af of dat terecht is. Volgens mij schuilt er achter deze stelling een houding van egoïsme. De kinderwens is vooral gericht op het eigen geluk. En gaat dus ten koste van het belang van het kind. De praktijk van donorkinderen uit de jaren ’80 en ’90 die nu op zoek zijn naar hun biologische vader ondersteunt dat. Toch zal er niet veel veranderen, denk ik. Alleen worden potentiële donoren nu afgeschrikt omdat ze niet meer anoniem hun sperma kunnen afleveren. Maar ik heb nog geen enkele niet-christelijke partij horen pleiten voor het opheffen van alle spermabanken. En het draagmoederschap wordt in sommige kringen bejubeld als de ultieme daad van menslievendheid. Het individuele geluk van een volwassene staat in onze samenleving zo hoog in het vaandel, dat het mogelijk moet blijven om, desnoods via gekunstelde wegen, kinderen te krijgen die niet echt van beide ouders zijn.
Gun ik twee partners dan niet het geluk van het ouderschap? Jazeker wel! Maar ik heb moeite met de absolute voorrang die gegeven wordt aan het eigen geluk in het hier en nu. Daar moeten donorkinderen over 20 jaar maar mee leren leven. Net als kinderen van gescheiden ouders vaak met de gevolgen zitten van de scheiding als ze zelf volwassen zijn (zie hier). En als het om abortus gaat, is het in Nederland al meer dan 50 jaar zo, dat het ongeboren leven geen enkel recht heeft om te mogen bestaan als de moeder die dat leven in zich draagt, daar anders over denkt.
LEENTJE-BUUR SPELEN in de BIJBEL
Vroeger bestond de mogelijkheid om een donorkind te nemen niet. In de Bijbel zie je andere oplossingen. Leen je slavin uit aan je man en zet het kind op jouw naam (Sara liet het Abraham een aantal nachtjes met Hagar proberen). Geef je man een bijvrouw kado (Lea en Rachel deden dat allebei in een wedstrijdje ‘wie produceert de meeste kinderen bij manlief Jakob’). Of trouw een tweede vrouw als je eerste vrouw geen kinderen kan krijgen (Elkana hield van Hanna, ook al kon ze geen kinderen krijgen, maar had vanwege zijn kinderwens als tweede vrouw Peninna erbij genomen). Je ziet aan alle kanten hoe het met zulke kunstgrepen mis gaat in de onderlinge relaties. Zou dat vandaag anders zijn? Ik denk van niet. Volgens mij zijn er ook andere mogelijkheden, zoals het adopteren van kinderen of het bieden van pleegzorg. In beide gevallen is voor iedereen duidelijk dat de wettelijke ouders of verzorgers niet de biologische ouders zijn. In de Bijbel kom je een verhaal tegen dat je hier wel een beetje mee kunt vergelijken. Als koning Saul en zijn zonen in de oorlog met de Filistijnen omkomen, adopteert de nieuwe koning David Mefiboset, de zoon van kroonprins Jonathan. Jonathan was ook Davids beste vriend. Mefiboset wordt door David in de koninklijke familie opgenomen ‘en behandeld als een van de koningszonen.’ (2 Samuel 9:1-13).
KINDERRECHTEN
Vandaag zou ik wel voor de stelling willen gaan: “Een kind heeft meer recht op twee biologische ouders dan twee partners op een donorkind.”
In deze open brief doen wij een oproep aan Deputaten Kerk en Israel (CGK), stichting Yachad (NGK), stichting Steun Messiasbelijdende Joden, stichting Israel en de Bijbel, Near East Ministry en Christenen voor Israel (allen interkerkelijk)om publiek afstand te nemen van de gebedspunten die het Israelplatform in haar Israel-weekbrief van 10 juli formuleert, namelijk: * gebed om herverkiezing Netanyahu en annexatie van de hele Westbank; * gebed om een nieuwe Jesse die op zal staan naast Jezus; * gebed of God de gelovigen wil bestraffen die weigeren te geloven het joodse Israel nog steeds Gods uitverkoren volk is.
Noot: In de open brief stonden zeven organisaties genoemd, maar het Evangelisch Werkverband heeft bij monde van directeur Sandra Kooij-van Roekel en voorzitter Hans Schaap dringend verzocht het EW in de open brief niet te noemen, omdat het Israelplatform niet namens hen spreekt. Uit respekt voor het EW heb ik op mijn weblog hun verzoek gehonoreerd.
Deze week namen we kennis van de 28e Israël-weekbrief van het Israelplatform. Het Israelplatform is naar eigen zeggen “een initiatief van diverse christelijke organisaties in Nederland, die op een of andere manier betrokken zijn bij Israël en het Joodse volk.” Deze organisaties financiëren de activiteiten van het platform.
We verbaasden ons nogal over de gebedspunten die we in de weekbrief tegenkwamen. Volgens ons gaan ze in tegen de Bijbel als het gezaghebbende Woord van God en spannen ze God voor het politieke karretje van de regering van Netanyahu. Onze vraag aan de organisaties Christenen voor Israel, Near East Ministry, Israel en de Bijbel, Steun Messiasbelijdende Joden, Yachad en Deputaten Kerk en Israel is dan ook: kunt u zich vinden in de gebedspunten die uw eigen platform verstuurt en wilt u dat hierom gebeden wordt in uw kerkelijke achterban? We geven een aantal citaten:
Regering, maatschappij en Gaza
“Israël bevindt zich in de verkiezingsstemming en de partijen die tegen premier Bibi Netanyahu zijn, geven hem de schuld van alle problemen waarmee Israël kampt. Veel hiervan gebeurt door verdraaiing van de feiten, daarom bidden we om bescherming voor de Israëlische kiezers tegen manipulatie door leugens, insinuaties, halve waarheden, enz.”
“We vragen U, God, opnieuw om Jesaja 1:25-27 te vervullen en rechtvaardig te handelen met de arrogante rechters van het Hooggerechtshof in Israël, die zich gedragen alsof zij – en niet de gekozen functionarissen – het land besturen.”
“Als er ergens een zoon van Jesse verborgen is die U op een bepaald moment in de nabije toekomst tot leider van Israël wilt maken, openbaar hem dan aan ons, Heer Jesjoea, zodat we voor hem kunnen gaan bidden (Amos 3:7).”
“God, aangezien U oorlogen doet ophouden en de vijand ontwapent, verbied dan ook dat deze oorlog ophoudt totdat Hamas en alle andere terroristische groeperingen in Gaza volledig ontwapend zijn.”
“Heer, weerhoud Israël ervan zich terug te trekken uit de Gazastrook die onder hun controle staat, want dat zou gevaarlijk zijn, en belangrijker nog, dat gebied behoort tot het erfdeel van de stam Juda.”
Interne en externe veiligheid
“God heeft onze gebeden voor Israël om zijn soevereiniteit uit te breiden over het gehele land ten westen van de Jordaan nog niet volledig verhoord, maar de stappen die de Israëli’s en de huidige coalitie hebben gezet, zijn zeer bemoedigend. De timing hiervoor is van Hem, maar Hij roept ons op om volhardend te bidden dat dit, wat duidelijk Zijn uitgesproken wil is, zal gebeuren.”
“Abba Vader, geef Israël een goddelijke strategie over de volgende stappen die nodig zijn om hun soevereiniteit over heel hun land in deze tijd uit te breiden.”
“Abba Vader, bespoedig de vervulling van Israëls plannen om meer nederzettingen en IDF-bases te bouwen langs de hele Jordaanvallei.”
“Barmhartige God, wat betreft de moslims in Israël, handel met hen zoals beschreven in Jeremia 12:14-17 en behoud er zoveel mogelijk, en verwijder vervolgens allen die valse goden aanbidden zoals Allah.”
“Here God, dank U dat Israël bufferzones aan zijn grenzen heeft ingesteld. God, schik de omstandigheden alstublieft zo dat zij voorgoed deel gaan uitmaken van Israël.”
Kerk als lichaam van de Messias
“Messias Heer, schenk Uw Lichaam meer oudsten die het hele Woord onderwijzen en verkondigen (Hand. 20:27), en die ook Uw eeuwige liefde voor en verbond met Israël belijden (Deut. 7:6-8; Jer. 31:35-37).”
“Heer, bestraf de gelovigen die weigeren te geloven wat Mozes en de profeten gezegd hebben (Lc. 24:25).”
Bestraf wie het niet met ons eens zijn?
Tot zover wat voorbeelden van het gebed waartoe wordt opgeroepen. Is dit wat uw organisaties en kerken voorstaan? We willen het niet geloven, maar hoe rijmt u dit dan met meedoen aan zo’n platform?
Meent u serieus, dat kerken, voorgangers en heel uw christelijke achterban in hun gebed zo concreet de politiek van de regering Netanyahu in alles moeten steunen en dat God iedereen die dat in de weg staat (kiezers, rechters, arabische burgers) de ogen moet openen of uit Israel moet verwijderen?
Erger nog: gelooft u werkelijk dat we Jezus moeten vragen om de komst van een nieuwe zoon van Isaï die als een zoon Davidische koning over het land Israel zal regeren? Iemand die dus per definitie een ander is dan Jezus Zelf? Dit is toch een vorm van sektarisch bidden – naast Jezus iemand anders hebben of verzinnen waarop een mens zijn vertrouwen stelt?
En wilt u echt dat we God moeten bidden of Hij wedergeboren christenen die anders denken over de joodse staat Israel moet bestraffen?
Neem publiek afstand van deze onbijbelse gebedspunten
Onze oproep aan u als betrokken kerkelijke organisaties is: neem uw verantwoording voor wat namens jullie platform als gebedspunten wordt verspreid. Het gaat om zeer uitgesproken politieke en theologische thema’s die wat ons betreft zo ‘beyond the pale’ zijn dat we menen dat u zelf al vindt dat u hiervan afstand wilt nemen. Want als u dat niet doet, hoe kan dit dan een open en eerlijk gesprek in onze kerken helpen? Als dit uw mening weergeeft over de unieke positie van onze Heer Jezus Christus en u toestaat dat andersdenkende gelovigen gebrandmerkt worden, dan hebt u alle bruggen al verbrand.
Zes jaar lang ben ik parttime studentenpastor geweest. Dat was in de tijd dat ik dominee van de GKV van Nijmegen was. Ongeveer 20% van onze gemeente bestond uit studenten. De meesten van hen waren vooral actief binnen de VGSN-tq (toen zeker en nu nog steeds een van de leukste christelijke studentenverenigingen van Nederland). Zo’n grote populatie studenten in een kerkelijke gemeente is ontzettend waardevol. Wederzijds. Maar dan moet je de verwachtingen wel goed op elkaar afstemmen.
De studententijd als zoektocht
Niet alle christelijke studenten zijn lid van een kerkelijke gemeente in hun studentenstad. Dat vind ik echt jammer. Allereerst omdat het studentenleven een hele hektische periode is. Als je gaat studeren, krijg je 4 tot 7 jaar de tijd om van alles te ontdekken. In sneltreinvaart leer je jezelf een eigen mening te vormen en op eigen benen te staan. Ook op het gebied van geloof en kerk krijg je alle ruimte om je eigen overtuiging te ontwikkelen. Daarbij is kerk waarin je bent opgegroeid aan de ene kant de thuishaven waarin je als jongere bent opgegroeid en de HERE hebt leren kennen en als christen gevormd bent. Dat kan een gevoel geven van stabiliteit en rust, want je hoeft niet alles wat met het geloof te maken heeft, zelf te ontdekken: de ‘basic’ heeft de HERE je al lang geleden bijgebracht dankzij een christelijke opvoeding in een gereformeerd milieu, en bij het doen van je belijdenis heb je ook van harte Jezus Christus (want Hij is die ‘basic’) persoonlijk aanvaard. Anderzijds is kerk een kritische tegeninstantie waaraan je als student jezelf spiegelt en waaraan je nieuwe geestelijke inzichten toetst. En dat allemaal op een hele kritische manier – studenten eigen. Dan gaat het om vragen als: is alles wat ik in de kerk van mijn ouders geleerd heb, wel in overeenstemming met de Bijbel? Hebben andere christenen en andere geloven het allemaal bij het verkeerde eind? En als onze kerkelijke papieren (binnen de NGK: de gereformeerde belijdenisgeschriften) inderdaad het beste de bijbelse leer weergeven, hoe funktioneert dat dan in de praktijk? Waarom is er soms zo’n grote kloof tussen leer en leven?
Wederzijdse stimulans
Ik heb ook gemerkt dat studenten vooral positief-kritisch betrokken zijn en blijven op geloof en kerk, als ze in hun eerste jaar een goede band opbouwen met de kerkelijke gemeente in hun studentenstad. Wat dat betreft is het heel goed om pas in je studententijd belijdenis van je geloof te doen. Dan kun je in je studentenstad nog een jaar catechisatie volgen, vaak met medestudenten die dezelfde vragen over het christelijke geloof hebben. Dat kan heel
vormend zijn voor het persoonlijke geloof. Bovendien raak je zo betrokken bij je nieuwe kerkelijke gemeente. Veel studenten zijn graag bereid om een bijdrage te leveren aan konkrete, meer kleinschalige aktiviteiten van de gemeente. Rond de eredienst, bij diakonale hulp, bij het vertalen van preken, bij het clubwerk met kinderen en jongeren. En studenten zorgen er vaak ook voor, dat de leden van een christelijke kerk betrokken raken bij allerlei projekten in de stad, zowel op evangelisatiegebied (AiA) als op diakonaal gebied (Happetaria).
Als het om ‘student en kerk gaat’, zijn er dus drie dingen belangrijk.
Allereerst is de houding van de student van groot belang: hoeveel krediet heeft de kerk van je jeugd en het geloof van je ouders bij je?
Daarnaast heeft ook de sfeer binnen een christelijke studentenvereniging veel invloed: hoe wordt er tegen het instituut ‘kerk’ in het algemeen en tegen de plaatselijke kerk(en) in de stad aangekeken?
Tenslotte speelt tenslotte de houding van die plaatselijke kerk(en) een grote rol: hoe betrokken en aktief is men als kerk bij alles wat studenten op geloofsgebied bezig houdt?
Een alternatieve gemeenschap der heiligen
De dynamiek tussen student en gemeente zit ‘m ook in het feit dat de eerste kring waarbinnen studenten zich bewegen meestal niet de kerkelijke gemeente is (ook al ben je er lid van), maar de christelijke studentenvereniging. Daar doe je samen aan bijbelstudie, daar bezoek je de thema-avonden, daar krijgt je sociale leven vorm. Zo funktioneert een studentenvereniging in de praktijk als een parallelle ‘gemeenschap der heiligen’. En dat vind ik echt prima. Want dat is nu juist de bedoeling van de ‘gemeenschap der heiligen’, dat je vooral in eigen kring elkaar ondersteunt en help en vormt. Tegelijk beseft bijna iedereen, dat een studentenvereniging geen kerkelijke gemeente is en het ook niet wil zijn. En dus blijft ook de kerkelijke gemeente een belangrijke rol spelen, al was het alleen maar, omdat studenten regelmatig bezoek krijgen van een ouderling, een diaken of een (studenten)pastor. Daarmee heb je meteen een spanningsveld te pakken. Principieel gezien is de kerkelijke gemeente in je studentenstad het belangrijkste, terwijl je als student in de praktijk de meeste tijd en inzet binnen je christelijke studentenvereniging spendeert. Zie dat maar eens, zowel van de kant van de student als van de kant van de kerkelijke gemeente een goede balans in te krijgen!
Spannend & Uitdagend
De dynamiek tussen student en gemeente kent volgens mij ook z’n eigen problematiek. Zowel praktisch als principieel. Praktisch lijkt er vaak zo weinig struktureels van de grond te komen als het om de plaats van de studenten in de kerkelijk gemeente gaat. Het blijft allemaal zo ‘hap-snap’ lijkt het wel. Een vlot doorstromende stadskerk en een nog vlotter doorstromende studentengemeenschap zijn daar vaak mede de oorzaak van. Toch zit het probleem volgens mij wel wat dieper: in heel de samenleving zie je dat mensen zich niet meer gebonden voelen aan instituten waar ze niks meer mee hebben. Dat geldt ook voor student en gemeente: wat voor toegevoegde waarde hebben we tegenover elkaar? Als de kerkelijke gemeente denkt het zonder studenten ook wel te kunnen en de studenten denken dat de vereniging hen wel genoeg te bieden heeft, blijven de kontakten op het ‘hap-snap’-nivo steken. Een gemiste kans!
Bewust kiezen voor elkaar
Problematischer vind ik de ontwikkeling, dat in de studententijd zomaar afstand genomen kan worden van het geloof in Jezus Christus en van zijn gemeente. Sommige studenten maken zich los van elke vorm van gezamenlijk geloven. Andere studenten maken de overstap naar hippe evangelisch-georiënteerde gemeentes. In beide gevallen lijkt het erop, dat de persoonlijke ervaring de doorslag geeft bij de keuzes die men maakt. Dat vind ik een goede ontwikkeling, want het geloof moet ook een persoonlijke keus zijn van iedere individuele gelovige. Maar ik vind het erg jammer als men bij de keuzes die men maakt niet meer aanspreekbaar is op wat we sámen geloven en op wat men eens ook zélf geloofd heeft. Het is mij dan te gemakkelijk om te zeggen: ‘daar denk ik nu anders over en daar kijk ik nu anders tegenaan.’ Juist binnen de kerkelijke gemeente ben je aan elkaar gegeven om ook samen God te dienen en Jezus te volgen. En om elkaar voor uitglijders en eenzijdigheden te behoeden. Ook de christelijke studentenvereniging als parellel-gemeenschap der heiligen zou zo’n plaats moeten zijn, waar je elkaar stimuleert én probeert te bewaren bij het christelijke, gereformeerde geloof. Ik denk dat zowel de plaatselijke kerk als de studentenvereniging daar niet altijd even goed in is. De kerk niet, omdat die soms te weinig inlevingsvermogen heeft en te massief of kritische vragen van studenten reageer. De studentenvereniging niet, omdat iedereen daar elkaars gelijke is, dus is het al snel ‘not-done’ om je een oordeel aan te matigen over wat je toch echt als een zorgelijke ontwikkeling in iemands geloofsleven ziet. Maar misschien denk ik wel teveel dat we elkaars geloofsontwikkeling als mensen kunnen beheersen en bijsturen. En is het van veel meer belang om ieder op z’n plaats gewoon christen te zijn en het voor de rest maar gelovig aan de Geest van Christus over te laten, hoe studenten zich in deze mooie periode van hun leven als christen ontwikkelen. Als schapen van de Herder komen ze na de nodige omzwervingen wel weer op hun pootjes in de kudde van Christus terecht.
‘The best place to be’
Toen ik in Nijmegen begon als predikant, had ik het volgende ideaal voor wat betreft de plaats van studenten in de gemeente: laat onze gemeente aan het eind van de studie ´the best place to be´ geweest zijn voor elke student. Zo van: ik heb als student in de afgelopen zes jaar veel heen en weer gependeld tussen mijn studentenkamer, mijn ouderlijk huis, dat van mijn vriend(in) en nog vele andere plaatsen in het weekend, maar uiteindelijk voelde ik me in Nijmegen het meeste thuis, ook wat betreft de kerkelijke gemeente, geloofsgroei en geestelijke ontwikkeling. Ik geloof nog steeds dat het in de praktijk ook zo werkt. Uiteraard geldt dat niet voor iedereen. En dat geeft ook niet. Maar ik ben er nog steeds van overtuigd, dat het goed voor iedere student, dat ´ie een geestelijke uitvalsbasis heeft om als kind van God in het wereldje van Universiteit, HBO en studentikositeit te funktioneren.
Novitiaat: ontdek ook je kerk!
Het liefst zou ik zien, dat christelijke studentenverenigingen zich meer verbinden aan de plaatselijke gemeentes in hun stad. Als je jezelf als club ‘gereformeerd’ of ‘christelijk’ of ‘evangelisch’ of ‘reformatorisch’ noemt, zweef je niet ergens in het luchtledige rond in je stad. Bij een christen hoort een gemeente. Bij een christenstudent ook. Ik zou dus graag willen dat iedere student die lid wordt van een studentenvereniging ook een geestelijke thuisbasis vindt in een kerkelijke gemeente. Uiteraard is dat de keus van iedere student zelf, maar gezien haar grondslag en doelstelling zou iedere christelijke studentenvereniging die persoonlijke betrokkenheid bij een kerkelijke gemeente moeten stimuleren i.p.v. zich daarin neutraal op te stellen uit angst voor – ja, voor wat eigenlijk? Heel konkreet pleit ik er dan ook voor, dat tijdens het novitiaat alle eerstejaars ook minstens twee bezoekjes afleggen bij leden van een plaatselijke gemeente. Voor gereformeerde studenten dus bij leden van een NGK of CGK in hun nieuwe stad, voor evangelische studenten bij een evangelische of baptistengemeente, voor protestantse studenten bij leden van de PKN.
Onder de titel Opnieuw … de landbelofteschreef dr. Jos Strengholt op zijn site een korte blog over de landbelofte. Met zijn toestemming mag ik het ook hier plaatsen. Zijn slotconclusie heb ik in de kop van deze herplaatsing gezet, want was het niet de HERE Zelf die in Jesaja 49:6 over de grote Zoon van Abraham zegt: “Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.” Maar nu geef ik de digitale pen snel door aan dr. Jos Strengholt:
Mij werd vandaag gevraagd een paar honderd woorden te schrijven over de Landbelofte aan Abraham. Ach, dan doe je dat hè?
God deed aan Abraham een prachtige belofte van de erfenis van een stuk land voor Abrahams nageslacht, voor eeuwig. Wie dit vandaag als onvoorwaardelijke belofte voor alle nageslacht van Abraham ziet, en dat die dus ‘voor eeuwig’ recht zouden hebben op wat nu Israel is (of nog een groter stuk land in het Midden Oosten), heeft wel wat uit te leggen.
Ten eerste: als dat recht ‘voor eeuwig’ letterlijk moet worden genomen, heeft God zich niet aan zijn belofte gehouden. Het grootste deel van de geschiedenis sinds Abraham had zijn nageslacht immers niet dat land in bezit. Wat is dat voor belofte dan?
Ten tweede: het is in het Oude Testament duidelijk dat God zowel Israel als Juda uit dat land liet verjagen omdat ze zich niet aan de verbondsafspraken hielden. Gods beloften waren dus niet onvoorwaardelijk. Gods beloften gelden alleen voor de rest van Israel – zij die Jezus volgen.
Ten derde: als christen heb je het Nieuwe Testament, en we kunnen het Oude Testament niet lezen en begrijpen zonder te zien hoe de schrijvers van het Nieuwe Testament het Oude Testament uitlegden. Ik moet nu summier zijn:
Paulus zegt aan de heidense gelovigen in Jezus in Galatië: “Want gij zijt allen zonen van God door het geloof in Jezus Christus… hierbij is geen sprake van Jood of Griek… indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” Paulus zegt dus dat wij allen die in Jezus geloven, erfgenamen zijn van de landbelofte die God aan Abraham deed. Cool!
In de Hebreeënbrief lezen we een interessante ‘herinterpretatie’ van die beloften aan Abraham: “[Abraham is] een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Ontwerper en Bouwer is. […] Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren. […] Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt.” (Hebr. 11:9 – 16)
Dat is de vervulling van de belofte aan Abraham. Een hemels vaderland, een hemelse stad, voor elke Jood en heiden die in Jezus gelooft.
De schrijver van de Hebreeenbrief eindigt dat 11de hoofdstuk, waarin hij talloze geloofshelden uit het Oude Testament de revue laat passeren, met: “Deze allen hebben, hoewel ze door het geloof een goed getuigenis van God gekregen hebben, de vervulling van de belofte niet verkregen, daar God met het oog op ons iets beters voorzien had, opdat zij zonder ons niet tot de volmaaktheid zouden komen.” Dus de landbelofte had geen één Jood verkregen voordat Christus kwam. Dat zet het wonen van de twaalf stammen van Israel in dat land, wel in een bijzonder perspectief.
Tenslotte, de hele constructie dat God aan Joden een land belooft en aan christenen iets anders, is wel erg problematisch. Geldt de landbelofte dus niet voor Joden die in Jezus als hun messias geloven? Joden krijgen een land op aarde, christenen zien uit naar een hemels vaderland? En als je meent dat die landbelofte in wezen wordt waargemaakt in een 1000-jarig rijk, dan houdt de belofte daarna dus ook weer op. Wat is dan nog de betekenis van ‘eeuwig’?
In het Nieuwe Testament komt de fysieke landbelofte aan Abraham nooit meer terug als iets waar de Joden of volgelingen van Jezus op wachten. God belooft veel grotere dingen, die Abraham en de profeten van het Oude Testament niet konden bevroeden: dat we als gelovigen de hele aarde zullen beërven, een wereld die vernieuwd wordt omdat de hemel op aarde neerdaalt. Dat is het hemelse Jeruzalem dat Abraham zal ontvangen. Dat toekomstbeeld is zoveel groter en rijker dan te denken dat Joden vanwege hun Jood-zijn recht hebben op een kleine stukje van onze wereld.
Een aantal jaren geleden kwam ik een oude bekende tegen. Hij was jarenlang vrijgemaakt geweest, maar ergerde zich aan de lauwheid in onze inmiddels NGK kerken. Uiteindelijk werd hij, samen met zijn vrouw, baptist. Maar ook daar liep hij tegen hetzelfde aan. Dus is hij nu zelfbenoemd voorganger van zijn eigen huisgemeente. Want daar werkt de Geest wel volop.
Misschien is dit een extreem voorbeeld. Maar ik vind het wel herkenbaar. Er leeft bij veel christenen een sterk verlangen naar meer. We mogen van de Geest van Christus veel verwachten en daar moeten we ons ook naar uitstrekken. Want je mag nooit te klein van God denken. Met groot enthousiasme wordt iedere christen daarom opgeroepen zich helemaal open te stellen voor de werking van de Heilige Geest. Hij geeft je een volheid van nieuwe krachten. Regelmatig hoor ik dan uitdrukkingen als: ‘Ga staan in de overwinning van Christus!’ En: ‘De Heer wil je meer geven dan je tot nu toe van Hem ontvangen hebt’.
Als gevolg daarvan wordt de levensheiliging een heel belangrijk criterium waaraan wordt afgemeten of iemand echt ‘in de Heer’ is. Jezus Christus wil je immers MEER geven! Dan moet je dat ook in geloof aanpakken en oppakken. Dit is een hele optimistisch benadering van het leven als christen. Maar tegelijk stelt het ook hele hoge eisen aan je. Je hoeft immers niet meer te zondigen als je echt door de Heilige Geest Jezus als Redder en Heer aanvaard hebt.
In de Bijbel tref ik een heel andere toon aan. Een christen moet je niet beoordelen op zijn daden, maar op zijn motivatie. God kijkt niet naar hoe perfect jij bent, maar kijkt naar je hart. Want wat je voor God bent (een totaal nieuw mens dankzij het bloed van Jezus) zul je in dit leven steeds meer worden (een groeiend christen dankzij de Geest van Jezus).
Je wordt als christen in dit leven ‘hoe langer hoe meer’ wat je in de ogen van God al bent.
Die woorden staan verschillende keren in de Heidelberge Catechismus. Ik wil ze graag even noemen:
Zd. 26:70 ‘Wij zijn door de Heilige Geest vernieuwd en tot leden van Christus geheiligd, zodat wij hoe langer hoe meer van de zonde afsterven en godvrezend leven en onberispelijk leven.’
Zd. 30:81 ‘Het avondmaal van de Here is ingesteld voor hen die ook begeren hoe langer hoe meer hun geloof te versterken en hun leven te beteren.’
Zd. 32:89 ‘Het afsterven van de oude mens houdt ook in dat wij onze zonden hoe langer hoe meer haten en ontvluchten.
En ook in het avondmaalsformulier dat we in onze NGK-kerken gebruiken komen deze woorden voor:
Form. 1 H.A. ‘Geef ons door uw Heilige Geest dat wij ons hoe langer hoe meer vol vertrouwen aan uw Zoon Jezus Christus overgeven. (…) Laat ons steeds meer groeien in het nieuwe verbond in Christus’ bloed.
Hierin zie ik een hele realistische benadering van het leven als christen.
Ook in andere passages kom je heel duidelijk tegen, dat de HERE ons niet beoordeelt op de invulling van ons geloofsleven, maar op de geloofshouding waarmee wij in het leven staan. Ik noem er nog een paar:
Zd 1:1 ’Door zijn Heilige Geest maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven.’
Zd 44:115 ‘Wij bidden God om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken.’
D.L. III/IV 16 ‘Nu begint door de Geest een gewillige en oprechte gehoorzaamheid de overhand te krijgen.’
D.L. V 10 ‘De gelovigen leggen zich met heilige ernst toe op een goed geweten en goede werken..’
N.G.B. 24 ‘Het geloof, dat door de liefde werkt, beweegt de mens ertoe, zich te oefenen in de werken die God in zijn Woord geboden heeft.’
Form. Doop Volwassenen ‘Verklaart u, dat u van harte begeert altijd godvrezend te leven en te breken met de wereldse begeerten, zoals het leden van Christus en zijn gemeente past?’
Form. Geloofs-Belijdenis ‘Verklaart u, dat u van harte begeert God de Here lief te hebben en te dienen naar zijn Woord, te breken met de wereldse begeerten, uw oude natuur te doden en godvrezend te leven?’
Form. H.A. ‘De zelfbeproeving eist, dat ieder zichzelf afvraagt of hij gezind is voortaan uit dankbaarheid met heel zijn leven God de Here te dienen en of hij zich ernstig voorneemt, voortaan in liefde en vrede met zijn naaste te leven.’
Form. H.A. ‘Wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven.’
De grote reformator Maarten Luther zei eens: ‘Ongelovigen lopen achter de zonde aan en gelovigen worden door de zonde achterna gezeten. En soms zie je amper het verschil.’
Niet wat ik ervan maak geeft in dit leven de doorslag. God kijkt naar mijn verlangen: om van Jezus Christus te zijn, voor Jezus Christus te leven en straks bij Jezus Christus te zijn. Deze gereformeerde visie op het christelijke leven krijgt van J.I. Packer (1926-2020), een van de meest bekende bijbelgetrouwe theologen van onze tijd, in zijn boek ‘Wandelen door de Geest’ het positieve kenmerk mee van ‘realisme’.
Het is een benadering die rust geeft. Ik hoef mijzelf als christen niet te beoordelen op mijn eigen geloofsprestaties. Ik mag rust vinden bij wat ik bij Paulus op verschillende plaatsen lees, dat God een goed werk bij en in mij begonnen is. En dat zal Hij ook af maken, zodat ik op de dag van de terugkomst van Jezus zuiver, onberispelijk en helemaal vol van Christus zal zijn (Fil. 1:6-11). En dat geloof deel ik met mijn broers en zussen, zodat we samen, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, volledig toegroeien naar Hem die ons Hoofd is: Christus. Zo bouwen we elkaar op door de liefde (Ef. 4:15-16).
Geloven is allereerst: bij Jezus tot rust komen. ‘Kom bij Mij als je vermoeid bent en onder lasten gebukt gaat. Dan zal Ik je rust geven, werkelijk rust voor je ziel.’ (Mat. 11:28-30)
Rust. Daar begint het mee. Die rust geeft kracht. Kracht om hoe langer hoe meer als christen te leven.
Vandaag verkeren de Christelijke Gereformeerde Kerken in een crisis. Twee groepen bestrijden elkaar als het gaat om wie de ware voortzetting van de CGK is. Elk met een eigen, tamelijk ingewikkelde poster om het eigen gelijk aan te tonen.
Hoe leg je aan een buitenstaander uit waar het eigenlijk om gaat? Vier jaar geleden zijn we verhuisd van Assen naar Balkbrug. Ik bracht toen heel wat spullen naar de kringloop. Ook een paar brochures over ’50 jaar Vrijmaking in Assen’. De man bij de inname zei toen: “Wat leuk, mag ik van allebei eentje? Ik vroeg me altijd al af waarom jullie vrijgemaakt heten.” Ik heb hem toen de gang van zaken rond de Vrijmaking uitgelegd in Jip-en-Janneke-taal. Klik hier
Ik stel me zo voor dat de man van de kringloopwinkel in Assen me nu zou vragen, als ik weer eens zou binnenlopen: “Vertel mee eens, hoe zit dat nou precies met die ruzie binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken? Kun je me dat even snel en begrijpelijk uitleggen?”
Ik denk dat ik het zo zou zeggen:
“De ruzie in de christelijke gereformeerde kerken kun je een beetje vergelijken met de discussie binnen de KNVB over elftallen die op zondag voetballen en elftallen die op zaterdag voetballen.
Stel je voor dat er volgens de statuten van de KNVB alleen op zaterdag gevoetbald mag worden. Alle clubs houden zich aan die afspraak. En dat gaat lang goed. Maar op een dag vragen 10 van de 180 clubs of ze ook op zondag hun wedstrijden mogen spelen. Het hoofdbestuur van de KNVB zegt dan: ‘Nee, dat staan we niet toe.’ Toch besluiten een aantal clubs om in de competitie op zondag te gaan spelen, maar alleen tegen andere clubs die inmiddels ook al op zondag speelden. En uiteindelijk zijn er rond de 30 van de 180 clubs die hun thuiswedstrijden op zondag spelen tegen een club die daar ook geen bezwaar tegen heeft.
Veel andere clubs vinden dat maar niets. Ze vragen de KNVB om de clubs die op zondag voetbalden, hierop aan te spreken. Een aantal van hen stelt zelfs voor om die zondagclubs uit de competitie te halen. Dat eerste doet het hoofdbestuur jarenlang, maar dat laatste vindt men toch telkens te ver gaan. Het regent, om het in voetbaltermen te zeggen, gele kaarten tegen de zondagclubs, maar er wordt nooit een rode kaart getrokken.
Na de zoveelste discussie op de landelijke vergadering treedt heel het hoofdbestuur van de KNVB af. Maar ze benoemen, in strijd met hun eigen reglement, geen commissie om een nieuw bestuur te vinden. Er komt alleen een raad van advies om de lopende zaken af te handelen. In die raad van advies zitten alle leden van het afgetreden bestuur.
Ondertussen gaan de competities gewoon door. Maar hoe moet het verder met de KNVB nu het landelijk bestuur is afgetreden en er geen vervanging geregeld is? De meeste voetbalclubs vragen aan de raad van advies: ‘Willen jullie het voortouw nemen om een nieuw landelijk bestuur te krijgen?’ Maar de raad van advies zegt telkens: ‘Nee, dat gaan wij niet doen, want de vorming van een nieuw hoofdbestuur staat niet in onze opdracht.’
Dus stapt op een gegeven moment een plaatselijke voetbalclub naar de rechter. Die spreekt uit, dat het voormalige bestuur ten onrechte geen commissie benoemd had om een nieuw hoofdbestuur te vinden. Die fout moet de raad van advies van hem herstellen. En zo gebeurt het ook. De raad van advies stelt een commissie aan die een landelijke vergadering gaat uitschrijven waarvoor alle voetbalclubs uitgenodigd worden.
De meeste zaterdagclubs zijn blij dat er een nieuw landelijk bestuur komt met maar één opdracht: moeten we als KNVB accepteren dat sommige clubs op zondag spelen zonder dat andere clubs daartoe verplicht worden? Of handhaven we onverkort het voetballen op zaterdag en royeren we de clubs die tegen de afspraken in op zondag blijven voetballen? En als de verschillen onoverbrugbaar zijn, kies dan niet langer voor pappen en nathouden, maar hak knopen door.
Ondertussen hebben 33 van de 180 plaatselijke clubs de koppen al bij elkaar gestoken en gezegd: er is geen hoofdbestuur meer, dus wij gaan nu als echte zaterdagclubs samen verder. Ze trekken hun teams terug uit de reguliere KNVB-competities, omdat daar nog steeds tegen de regels in door sommige andere clubs ook op zondag wedstrijden gespeeld werden. En ze beginnen alvast met het op poten zetten van een eigen landelijke competitie voor het volgende seizoen.
Het lijkt er dus op, dat er volgend seizoen twee competities van start gaan, georganiseerd door twee afzonderlijke landelijke voetbalbonden.
Zo is het nu ook binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken: 33 plaatselijke kerken hebben het initiatief genomen om een nieuw landelijk kerkverband te stichten, omdat ze het niet eens zijn met de koers van het oude kerkverband. En dan gaat het niet om voetballen op zaterdag of zondag natuurlijk (hoewel: dat is in christelijk Nederland ook nog wel een dingetje 😊), maar om de vraag of je als plaatselijke kerk ook vrouwen in je kerkbestuur mag benoemen. Officieel is al 30 jaar geleden besloten dat dat niet mag, maar sinds een jaar of 10 gebeurt het steeds vaker. Het landelijk bestuur vermaande die kerken wel elke keer, maar heeft ze nooit uit het kerkverband willen zetten. Men tolereerde dus deze afwijking van de landelijke afspraken.
Omdat de kwestie in 2025 muurvast zat, heeft het landelijk bestuur besloten om af te treden en geen nieuwe landelijke vergadering uit te schrijven. Dat laatste was in strijd met de eigen statuten. De commissie die de lopende zaken moest afwikkelen, wilde deze fout niet herstellen, totdat de rechter hen daartoe opriep. Toen hebben ze dat alsnog gedaan. Maar ondertussen waren 33 kerken al bezig om een eigen organisatie op te zetten, met nog 22 andere kerken die er als waarnemer bij betrokken zijn.”
Dit verhaal zou ik bij de kringloop vertellen om de crisis in de CGK in Jip-en-Janneke-taal uit te leggen. Mijn gesprekspartner zou dan zeggen: “Dat is een duidelijk verhaal. Maar waarom lopen die 33 zo op de zaken vooruit? Want die komende landelijke vergadering zal nu toch wel eindelijk spijkers met koppen slaan?
Dan zou ik antwoorden: “Dat snap ik ook niet zo goed. Het komt, denk ik, omdat deze 33 kerken de oproep van de commissie om nog één keer als 180 kerken bij elkaar te komen, niet erkent. Dus zeggen ze: er is geen landelijke organisatie meer. Daarom zetten wij die nu opnieuw op. En iedereen die alleen op zaterdag wil voetballen (om bij het voorbeeld te blijven) – dus elke kerk die geen vrouwelijke bestuurders heeft aangesteld, mag zich bij ons aansluiten.”
De man bij de kringloop zou dan zeggen: “Dat is jammer, want geduld is een schone zaak. En samen netjes uit elkaar gaan ook. Maar eh … mag ik je nog één ding vragen: hoe is het trouwens met die commissie afgelopen, toen ze alsnog een nieuwe landelijke vergadering hebben uitgeschreven?”
Daarop zou mijn reaktie zijn: “Nou, je gelooft het niet, maar die commissie is op één persoon na opgestapt, want ze wilden niet verantwoordelijk zijn voor de organisatie van een nieuwe landelijke vergadering. Maar het gekke is: de andere vier zijn meteen overgestapt naar de club van 33 kerken en helpen daar nu aktief mee om dat andere kerkverband op te richten.”
“Da’s inderdaad raar,” zou mijn gesprekspartner zeggen, “dan hadden ze toch al eerder moeten opstappen? Nu hebben ze zelf een nieuwe landelijke vergadering uitgeschreven en piepen er voortijdig tussen uit zonder bezwaar te maken bij de vergadering waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn dat die er komt. Da’s niet zo netjes.”
De bijdrage van Alwin te Rietstap namens de ChristenUnie Hardenberg in het debat over de verkiezingsuitslag en de vorming van een nieuw college zonder de ChristenUnie
In de gemeente Hardenberg keert de ChristenUnie als meest stabiele partij niet terug in het college van B&W. De ChristenUnie leverde de afgelopen 60 jaar onafgebroken vier ervaren wethouders (Wolter Berenst 1966-1982, Arie Pouwels 1982-2006, Jannes Janssen 2006-2018 en Alwin te Rietstap 2018-2026). Toch is de ChristenUnie gepasseerd door de nieuwe lokale partij DOEN’22 en de plaatselijke VVD, omdat de verkiezingsuitslag zou laten zien dat er sprake was van “een ruk naar rechts” en dat betekende volgens hen dat ‘de ChristenUnie vanwege haar politieke profiel minder zou passen bij een centrumrechtse coalitie’ Ook werd openlijk getwijfeld aan de bereidheid van Alwin te Rietstap om de nieuwe termijn van vier jaar als wethouder vol te maken. De ChristenUnie zou daarom een risico vormen voor de zo nodige continuïteit en stabiliteit, aldus nieuwkomer DOEN’22.
Beide ‘gelegenheidsargumenten’ werden door Alwin te Rietstap naar het rijk der fabelen verwezen. Hieronder volgt zijn bijdrage, die hier met zijn toestemming geplaatst mag worden (en luister hier naar zijn indrukwekkende afsluitende woorden).
Dankbetuiging en teleurstelling over coalitievorming
Voorzitter,
Graag beginnen wij onze bijdrage vanavond met een woord van dank aan de verkenner. Dank voor zijn inzet en de inzichten die hij heeft gegeven in de verslagen van de diverse fracties. Het laat zich raden dat wij graag nog iets meer willen zeggen dan dat, want ondanks onze erkentelijkheid richting de heer van Hijum, hebben we een aantal kanttekeningen en observaties.
Iedereen die onze bijdrage in het duidingsdebat van 1 april heeft gehoord, zal begrijpen dat wij het jammer vinden dat de drie partijen die gaan formeren, DOEN’22, de VVD en zelfs het CDA, hebben besloten dat zonder de ChristenUnie te doen. We hebben twee weken geleden al uitgelegd dat wij onszelf beschouwen als een stabiele derde partij in Hardenberg, breed gedragen binnen de gemeenschap en een passende, betrouwbare partner binnen een toekomstige coalitie.
Maar wij erkennen dat een politieke keuze op deze manier ingevuld kan en mag worden. Wij wensen de betrokken partijen dan ook het allerbeste toe bij de verdere onderhandelingen.
Reactie op berichtgeving en misvattingen
Foto: Wim de Jonge – Omroep NOOS
Voorzitter, vanwege de berichtgeving in diverse media, voelen wij ons toch genoodzaakt kort in te gaan op het beeld dat is geschetst aangaande de vermeende onzekere beschikbaarheid van de ChristenUnie kandidaat-wethouder. Want in dat beeld herkennen wij niet onze partij noch onze kandidaat-wethouder. Tijdens ons gesprek met de verkenner hebben we duidelijk uitgesproken zeer bereid te zijn de volledige raadsperiode in het college te volbrengen. Tegelijkertijd hebben we aangegeven dat niemand hierover absolute uitspraken kan doen; het leven, ieders leven, is immers onzeker. De afgelopen acht jaar hebben ons laten zien dat bestuurders door ziekte, niet functioneren, een andere baan of het burgemeesterschap, ervoor hebben gekozen te vertrekken. In het geval van deze kandidaat-wethouder betekent dit, dat het antwoord op een eventueel verzoek om vertrek naar Den Haag op dit moment, nou ja, voordat de ChristenUnie was buitengesloten.. 😉, zou zijn dat hij had aangegeven niet weg te kunnen uit Hardenberg. Er zijn echter momenten geweest dat het wel zou kunnen, en zelfs werd gesteund door de raad, omdat dit goed zou zijn voor Hardenberg. Dit zou een overweging kunnen zijn om het op zo’n moment wel te doen. Of te wel, en dat hebben wij aangegeven bij de verkenner. Het hangt altijd af van de factoren die er op dat moment spelen.
En voorzitter, nu we hier toch staan, brengen we twee zaken uit het verslag onder de aandacht, omdat wij daar moeite mee hebben. Ten eerste staat er dat zowel DOEN’22 als de VVD van mening zijn dat wij een tussentijds vertrek openlaten. Dit verbaast ons, want wij hebben hierover met hen niet gesproken, en die voorstelling van zaken is onjuist. Ten tweede is dit onderwerp, afgaand op de gespreksverslagen die de raad van de verkenner heeft ontvangen, met de andere kandidaten überhaupt niet besproken en is hen niet om een toezegging van vier jaar gevraagd. Wij interpreteren het daarom als een gelegenheidsargument om de partij met de enige stabiele en lokaal gewortelde kandidaat-wethouder van de laatste acht jaar niet mee te nemen in coalitie-onderhandelingen.
De berichtgeving en het inkleuren van commitment raken ons in onze waarde en voelen onrechtvaardig.
Inhoudelijke reactie advies
Inhoudelijk willen wij niet te diep op het verslag ingaan en zullen het advies steunen, aangezien wij daarin een “nieuwe bestuursstijl” menen te lezen waar wij ons niet in thuisvoelen. Zoals het advies om te kiezen voor een zogenaamde “centrumrechtse coalitie”; dat is een politiek geladen term die gericht is op onderscheid, waarbij de ChristenUnie het juist belangrijk vindt dat coalities oog hebben voor inhoud, opgaven en verbinding, ongeacht links of rechts. Bovendien is het inhoudelijk bijna niet te duiden op lokaal niveau, zeker niet in Hardenberg.
Hiermee wordt Haagse vocabulaire geïntroduceerd als basis voor samenwerking en wij denken dat dit niet past bij hoe de Hardenbergse samenleving en haar bestuur tot dusver gegroeid zijn door en gebloeid hebben op onderlinge samenwerking. Het gaat wat ons betreft niet over links, rechts of centrumrechts, maar over de Hardenbergse gemeenschap waarin iedereen zich betrokken voelt. Wij zijn als gemeente groot geworden door verbondenheid en blijven de verbinding zoeken. Dat is waar de ChristenUnie voor (op)staat.
Persoonlijke noot en historische context
Voorzitter, ik sluit af. De ChristenUnie of een van haar voorgangers, het GPV, nam zestig jaar geleden voor het eerst en daarna onafgebroken deel aan een college in deze of de voormalige gemeente Hardenberg. In die zestig jaar heeft onze huidige wethouder maar drie voorgangers gehad. Over stabiliteit gesproken… 😉
Zestig jaar geleden begon Wolter Berenst als wethouder. Hij was een verzetsman, die tegelijk met mijn opa in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers werd opgepakt. Mijn opa en anderen uit hun verzetsgroep Bergentheim e.o., twaalf dappere mannen, zijn helaas gefusilleerd. Gelukkig mocht Berenst het overleven en bleef hij zich inzetten voor de gemeenschap, onder andere als wethouder. Het voelt bijzonder en zelfs een beetje melancholisch dat ik als kleinzoon van een verzetsmakker van Berenst deze onafgebroken periode namens mijn partij en de fractie van de ChristenUnie lijk te moeten afsluiten.
Toch doet de ChristenUnie dit in vertrouwen. Het duidingsdebat tijdens de stille week hebben wij afgesloten met een verwijzing naar de betekenis van Pasen en dat we met mildheid naar elkaar mogen blijven kijken. Soms is dat hard werken en kan het moeilijk zijn om de juiste toon te vinden. Maar juist als het moeilijk wordt zullen wij onze blik op het kruis richten. Wij zullen blijven opstaan voor het goede, niet in rancune of in termen van links of rechts. Niet in harde of populaire taal, maar op inhoud, groei en bloei van onze gemeente, en op zoek naar recht en rechtvaardigheid. Wij verlaten met opgeheven hoofd voor nu het college en zijn dankbaar dat wij op die manier zo lang de gemeenschap mochten dienen. Dat zullen wij blijven doen vanuit de gemeenteraad en oppositie als dat moet. Ons rest nu niets anders dan de betrokkenen in het vervolgproces wijsheid en zegen toe te wensen.
Alwin te Rietstap – fractievoorzitter ChristenUnie Hardenberg
Het christelijk gemengd koor Soli Deo Gloria zingt al jarenlang klassieke geestelijke liederen. Vaak meerstemmig, soms met een solist, altijd begeleid door orgel, dwarsfluit, trompet en andere klassieke muziekinstrumenten. Maar sinds enige tijd wil een kwart van de zanglustige leden graag meer eigentijdse liederen onder begeleiding van gitaar en drumstel. Dat zorgt voor zoveel onrust dat het bestuur opstapt en een commissie aanwijst om de lopende zaken af te handelen. Die commissie besluit als eerste om de wekelijkse repetities door te laten gaan. Ook houdt ze een enquête onder de leden. En als blijkt dat 75% van de leden de klassieke geestelijke liederen wil blijven zingen, schrijft ze nieuwe bestuursverkiezingen uit. De andere 25% wil toch graag de populaire richting inslaan en richt gospelkoor Praise the Lord op. Omdat niemand uit is op scheve gezichten, krijgen ze een kwart van de verenigingskas mee en blijven ze gewoon in hetzelfde gebouw oefenen – uiteraard wel op een andere avond.
Duidelijkheid en eerlijkheid gaan hier samen.
Binnen de CGK is nu ook duidelijkheid. Ongeveer een kwart van de kerken kan zich niet langer verenigingen met de koers van de meerderheid. De Rijnsburggroep heeft zich op 21 maart jl. officieel afgesplitst van het CGK-kerkverband. Dat geeft duidelijkheid. Naar alle kanten toe. In de verslagen van het RD en het ND is te lezen dat de Rijsburg-kerken verdrietig zijn over de breuk, maar dat het hen ook rust en hoop en perspectief geeft.
Wat mij echter verbaasd heeft is, dat de broeders van ‘Rijnsburg’ niet eerlijk zijn over het feit dat zij uit de CGK stappen. Ze durven zelfs te stellen dat de synode van Hoogeveen, die door het oud-moderamen van de vorige synode is uitgeschreven, “kerkrechtelijk en inhoudelijk gezien (…) geen wettige vergadering is”, om het met de woorden van ds. H.C. Bezemer te zeggen.
Ik snap niet hoe men dit met droge ogen kan beweren. Alle kerkrechtdeskundigen én de wereldlijke rechter hebben duidelijk gemaakt dat de vorige synode in strijd met de eigen kerkorde geen opvolger heeft aangewezen. Daartegen in appèl gaan was niet mogelijk, want dat kan kerkrechtelijk alleen maar bij een volgende synode. Dus moest, gedwongen door de wereldlijke rechter, het oud-moderamen een nieuwe synode bijeenroepen. Dat heeft men in september 2025 ook gedaan door de kerk van Hoogeveen aan te wijzen als samenroepende kerk voor de volgende synode. Meteen daarna besloten vier van de vijf leden, de predikanten P.D.J. Buijs, A.D. Fokkema, W.J. van Gent en A. van der Zwan, om af te treden.
Alle vier deze predikanten zijn nu, heb ik begrepen, aktief binnen de Rijnsburggroep. Hoe kan het bestaan dat ze eerst als leden van het oud-moderamen de verantwoordelijkheid genomen hebben om een nieuwe synode bijeen te roepen, en nog geen half jaar later hun eigen besluit als ‘onwettig’ bestempelen?
Eerlijk is dat niet. Wel dubbel. Namelijk schaken op twee borden. Het was eerlijk geweest om de kerkelijke weg te gaan door op de door henzelf uitgeschreven synode een bezwaarschrift in te dienen
Net zo dubbel is het optreden van de kerk van Urk Eben-Haëzer binnen de classis Zwolle. Die weigerde als samenroepende kerk consequent een nieuwe classisvergadering uit te schrijven, ook al vroegen volgens de eigen classikale regeling drie kerken daar om. Pas toen de Partikuliere Synode van het Noorden daar om vroeg, werd de classis op 19 maart jl. door Urk-EH bijeengeroepen. Maar na de opening en de verkiezing van het moderamen verlieten de afgevaardigden van Urk-EH de classis, omdat ze de classis als niet-wettig beschouwden.
Alweer geen eerlijke manier van handelen. Zuiverder was het geweest om ook hier de kerkelijke weg te volgen door op de classis die Urk-EH zelf uitgeschreven had, een voorstel in te dienen om zich aan te sluiten bij ‘Rijnsburg’. Of om al veel eerder de opdracht om een classis samen te roepen van een kerkverband dat in de ogen van Urk-EH niet meer bestond over te dragen aan een andere kerk die wel loyaal CGK wilde blijven.
Maar zowel de vier oud-moderamenleden van de vorige synode als de samenroepende kerk van Urk-EH namen een andere beslissing. Namelijk om het gereformeerd kerkrecht te buigen naar eigen inzicht en interpretatie. Zo probeerde men zo lang mogelijk invloed uit te oefenen binnen het geheel van de CGK. Tegelijk trok men een eigen spoor door een parallel kerkverband op te richten. En nu dat in de steigers staat, verklaart men de aanstaande synode van Hoogeveen, die men zelf bijeengeroepen hebt, onwettig. En verlaat men demonstratief de classis, die men zelf bijeengeroepen heeft, omdat men die niet als CGK-vergadering erkent.
Ik word hier erg verdrietig van. En ook verontwaardigd. Want het gaat er niet om wie principieel gezien gelijk heeft. Dat twee groeperingen binnen de CGK niet meer met elkaar door één deur kunnen, is overduidelijk. En hoe jammer het ook is dat men elkaar niet meer kan vasthouden, het is goed dat die duidelijkheid nu ook echt gegeven wordt: 33 CGK-gemeentes willen niet verder met de andere 148, 22 andere gemeentes denken er serieus over na om ook het kerkverband te verlaten en nog eens 10 kerken sympathiseren met ‘Rijnsburg’.
Maar zeg dan niet dat het kerkverband niet meer bestaat en dat nog volstrekt onduidelijk is wie van de twee de wettige voortzetting van de Christelijke Gereformeerde Kerken is. Zelfs de hoogleraar kerkrecht aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn heeft overtuigend aangetoond dat wie zichzelf als minderheid afsplitst van de meerderheid, volgens het gereformeerd kerkrecht geen deel meer uitmaakt van het kerkverband. Dat zegt een kerkrechtdeskundige die zelf predikant binnen de Gereformeerde Gemeenten is en dus inhoudelijk het volledig eens is met de verontruste Rijnsburggroep!
Duidelijkheid én eerlijkheid.
Het zou fijn zijn wanneer ‘Rijnsburg’ ook dat laatste betracht in plaats van een mistgordijn op te trekken over wie nu de ware CGK is. Zeg eerlijk: wij stappen eruit, want we kunnen het tegenover de HERE en omwille van ons geweten meer verantwoorden langer lid te blijven van een kerkgenootschap dat zaken tolereert die in onze ogen volstrekt onbijbels, zondig en tuchtwaardig zijn. En zet daarna naar interne pretentie de Christelijke Gereformeerde Kerken voort onder een andere naam. Zo’n 80 jaar geleden deden de vrijgemaakte kerken hetzelfde. Handel naar eer en geweten.
Wie kent dat liedje over ‘de dominee van Amersfoort’ nog? Boudewijn de Groot bezong hem in 1977. Het was niet zo’n beste man, want hij versleet eerst drie vrouwen en na zijn dood ging nummer vier van tierelierelier met de voorzitter van het kerkbestier.
Een dominee in de gemeenteraad?
Amersfoort is ook de plaats waar van 2014-20218 Ron van der Spoel als protestants-gereformeerd predikant vier jaar lang namens de ChristenUnie in de gemeenteraad zat. Nu, met nieuwe gemeenteraadsverkiezingen voor de deur, laait de diskussie weer op of dat wel kan: predikanten die politiek aktief zijn voor één bepaalde partij. Nogal uitgesproken was de hoofdredacteur van het Nederlands Dagblad, Nico de Fijter. Hij verkondigde in het ND van 14 maart 2026 vanaf de journalistieke kansel heel stellig: Een dominee op de kandidatenlijst maakt van de preekstoel een politieke plek.
Afgezien van het feit dat De Fijter dit niet als persoonlijke opvatting, maar als de mening van heel het Nederlands Dagblad aan de lezers meegaf, valt er nogal wat af te dingen op deze stelling. George Harinck, hoogleraar kerkgeschiedenis aan de Theologische Universiteit Utrecht, wees er in het ND van 13 maart 2026 terecht op, dat in de neocalvinistische tak van het gereformeerd protestantisme heel sterk de gedachte leeft dat je als christen in de breedte van de samenleving aktief hoort te zijn. Er is ‘geen duimbreed’ (aldus Abraham Kuyper die zowel dominee als kamerlid als de eerste gereformeerde minister-president was) waarop Jezus Christus via zijn volgelingen geen invloed hoeft te hebben. En ook de bevindelijk-gereformeerde traditie kent sinds de oprichting van de SGP in 1918 door dominee én kamerlid Henri Kersten veel politiek aktieve predikanten.
Zelf sta ik sinds 2002 elke vier jaar (behalve in 2006, toen ik net verhuisd was) als één van de lijstduwers op de plaatselijke ChristenUnie-lijst – één keer in Nijmegen, vier keer in Assen en nu in Hardenberg.
Indertijd gaf Ron van der Spoel in een interview met het ND aan, dat hij door de week graag in de praktijk wilde brengen wat hij op zondag preekte. In de Bijbel staat immers dat je als christen niet alleen voor de samenleving moet bidden, maar je er ook aktief voor moet inzetten. Die opdracht gaf Jeremia namens God al aan de gelovigen in Babel: “Bid tot de HEER voor de stad en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.”
Christen ben je altijd en overal
Voor mij is dat ook een belangrijke reden om de lijst van de ChristenUnie in Hardenberg een duwtje te geven. Want ik draag de christelijke politiek een warm hart toe en wil me daar op eigen plaats en manier graag voor inzetten. Een symbolische plaats op de lijst van de ChristenUnie past daar wel goed bij. Iemand noemde mij één van de ‘hekkensluiters’ van de lijst. Met die typering ben ik niet zo blij. Ik hoop juist, dat mijn bescheiden plaats op de ChristenUnie-lijst (#28) voor mensen niet het hek dicht doet om op de ChristenUnie te stemmen, maar juist een stimulans kan zijn om dat juist wel te doen.
Bovendien: als dominee word ik niet politiek aktief. Ik blijft me voor de volle 100% op mijn roeping als predikant concentreren. Maar als burger van Hardenberg en als inwoner van Balkbrug wil ik wel graag aktief betrokken zijn op wat er in onze gemeente en in ons dorp speelt. Mijn manier om daar uiting aan te geven is o.a. door politiek betrokken te zijn. Want kerk en samenleving zijn geen twee gescheiden circuits. De aanwezigheid van één of enkele predikanten op de lijst van de ChristenUnie geeft dat juist aan. Misschien dat dat sommige kiezers het laatste duwtje kan geven om bij de komende gemeenteraadsverkiezingen op de ChristenUnie te stemmen.
Geen stemadvies vanaf de kansel …
En of ik dan zondags in de kerk voor de ChristenUnie bid? Nee, dat doe ik niet. Op de preekstoel is partijpolitiek uit de boze. Wel bid ik in de weken voor deze verkiezingen voor christenen die als een Daniël of Daniëlla in de plaatselijke politiek aktief zijn en roep ik iedereen op: breng als christen je stem uit. En ik durf ook wel te zeggen: geef je geloof een stem door op een medechristen te stemmen. Want als dat niet meer gebeurt, waar wordt dan in de politiek nog gehoord en getoond dat Gods adviezen goed zijn voor alle mensen, ook in jouw burgerlijke gemeente?
… maar wel vanaf hier!
Vanaf deze plek zeg ik er uit volle overtuiging bij: doe dat door in Hardenberg op de ChristenUnie te stemmen. Dat is een partij die er al jaren openlijk voor uitkomt én het ook waar maakt met zeven raadsleden en één wethouder, dat we opstaan voor het goede. Daar geef ik op 18 maart graag mijn stem aan. In de hoop dat velen dat met mij doen, zodat de ChristenUnie straks weer met 7 of misschien zelfs wel 8 heel geschikte én gelovige mensen in de gemeenteraad van onze prachtige gemeente tussen Reest en Vecht zit.