Het christelijk gemengd koor Soli Deo Gloria zingt al jarenlang klassieke geestelijke liederen. Vaak meerstemmig, soms met een solist, altijd begeleid door orgel, dwarsfluit, trompet en andere klassieke muziekinstrumenten. Maar sinds enige tijd wil een kwart van de zanglustige leden graag meer eigentijdse liederen onder begeleiding van gitaar en drumstel. Dat zorgt voor zoveel onrust dat het bestuur opstapt en een commissie aanwijst om de lopende zaken af te handelen. Die commissie besluit als eerste om de wekelijkse repetities door te laten gaan. Ook houdt ze een enquête onder de leden. En als blijkt dat 75% van de leden de klassieke geestelijke liederen wil blijven zingen, schrijft ze nieuwe bestuursverkiezingen uit. De andere 25% wil toch graag de populaire richting inslaan en richt gospelkoor Praise the Lord op. Omdat niemand uit is op scheve gezichten, krijgen ze een kwart van de verenigingskas mee en blijven ze gewoon in hetzelfde gebouw oefenen – uiteraard wel op een andere avond.
Duidelijkheid en eerlijkheid gaan hier samen.
Binnen de CGK is nu ook duidelijkheid. Ongeveer een kwart van de kerken kan zich niet langer verenigingen met de koers van de meerderheid. De Rijnsburggroep heeft zich op 21 maart jl. officieel afgesplitst van het CGK-kerkverband. Dat geeft duidelijkheid. Naar alle kanten toe. In de verslagen van het RD en het ND is te lezen dat de Rijsburg-kerken verdrietig zijn over de breuk, maar dat het hen ook rust en hoop en perspectief geeft.
Wat mij echter verbaasd heeft is, dat de broeders van ‘Rijnsburg’ niet eerlijk zijn over het feit dat zij uit de CGK stappen. Ze durven zelfs te stellen dat de synode van Hoogeveen, die door het oud-moderamen van de vorige synode is uitgeschreven, “kerkrechtelijk en inhoudelijk gezien (…) geen wettige vergadering is”, om het met de woorden van ds. H.C. Bezemer te zeggen.
Ik snap niet hoe men dit met droge ogen kan beweren. Alle kerkrechtdeskundigen én de wereldlijke rechter hebben duidelijk gemaakt dat de vorige synode in strijd met de eigen kerkorde geen opvolger heeft aangewezen. Daartegen in appèl gaan was niet mogelijk, want dat kan kerkrechtelijk alleen maar bij een volgende synode. Dus moest, gedwongen door de wereldlijke rechter, het oud-moderamen een nieuwe synode bijeenroepen. Dat heeft men in september 2025 ook gedaan door de kerk van Hoogeveen aan te wijzen als samenroepende kerk voor de volgende synode. Meteen daarna besloten vier van de vijf leden, de predikanten P.D.J. Buijs, A.D. Fokkema, W.J. van Gent en A. van der Zwan, om af te treden.
Alle vier deze predikanten zijn nu, heb ik begrepen, aktief binnen de Rijnsburggroep. Hoe kan het bestaan dat ze eerst als leden van het oud-moderamen de verantwoordelijkheid genomen hebben om een nieuwe synode bijeen te roepen, en nog geen half jaar later hun eigen besluit als ‘onwettig’ bestempelen?
Eerlijk is dat niet. Wel dubbel. Namelijk schaken op twee borden. Het was eerlijk geweest om de kerkelijke weg te gaan door op de door henzelf uitgeschreven synode een bezwaarschrift in te dienen
Net zo dubbel is het optreden van de kerk van Urk Eben-Haëzer binnen de classis Zwolle. Die weigerde als samenroepende kerk consequent een nieuwe classisvergadering uit te schrijven, ook al vroegen volgens de eigen classikale regeling drie kerken daar om. Pas toen de Partikuliere Synode van het Noorden daar om vroeg, werd de classis op 19 maart jl. door Urk-EH bijeengeroepen. Maar na de opening en de verkiezing van het moderamen verlieten de afgevaardigden van Urk-EH de classis, omdat ze de classis als niet-wettig beschouwden.
Alweer geen eerlijke manier van handelen. Zuiverder was het geweest om ook hier de kerkelijke weg te volgen door op de classis die Urk-EH zelf uitgeschreven had, een voorstel in te dienen om zich aan te sluiten bij ‘Rijnsburg’. Of om al veel eerder de opdracht om een classis samen te roepen van een kerkverband dat in de ogen van Urk-EH niet meer bestond over te dragen aan een andere kerk die wel loyaal CGK wilde blijven.
Maar zowel de vier oud-moderamenleden van de vorige synode als de samenroepende kerk van Urk-EH namen een andere beslissing. Namelijk om het gereformeerd kerkrecht te buigen naar eigen inzicht en interpretatie. Zo probeerde men zo lang mogelijk invloed uit te oefenen binnen het geheel van de CGK. Tegelijk trok men een eigen spoor door een parallel kerkverband op te richten. En nu dat in de steigers staat, verklaart men de aanstaande synode van Hoogeveen, die men zelf bijeengeroepen hebt, onwettig. En verlaat men demonstratief de classis, die men zelf bijeengeroepen heeft, omdat men die niet als CGK-vergadering erkent.
Ik word hier erg verdrietig van. En ook verontwaardigd. Want het gaat er niet om wie principieel gezien gelijk heeft. Dat twee groeperingen binnen de CGK niet meer met elkaar door één deur kunnen, is overduidelijk. En hoe jammer het ook is dat men elkaar niet meer kan vasthouden, het is goed dat die duidelijkheid nu ook echt gegeven wordt: 33 CGK-gemeentes willen niet verder met de andere 148, 22 andere gemeentes denken er serieus over na om ook het kerkverband te verlaten en nog eens 10 kerken sympathiseren met ‘Rijnsburg’.
Maar zeg dan niet dat het kerkverband niet meer bestaat en dat nog volstrekt onduidelijk is wie van de twee de wettige voortzetting van de Christelijke Gereformeerde Kerken is. Zelfs de hoogleraar kerkrecht aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn heeft overtuigend aangetoond dat wie zichzelf als minderheid afsplitst van de meerderheid, volgens het gereformeerd kerkrecht geen deel meer uitmaakt van het kerkverband. Dat zegt een kerkrechtdeskundige die zelf predikant binnen de Gereformeerde Gemeenten is en dus inhoudelijk het volledig eens is met de verontruste Rijnsburggroep!
Duidelijkheid én eerlijkheid.
Het zou fijn zijn wanneer ‘Rijnsburg’ ook dat laatste betracht in plaats van een mistgordijn op te trekken over wie nu de ware CGK is. Zeg eerlijk: wij stappen eruit, want we kunnen het tegenover de HERE en omwille van ons geweten meer verantwoorden langer lid te blijven van een kerkgenootschap dat zaken tolereert die in onze ogen volstrekt onbijbels, zondig en tuchtwaardig zijn. En zet daarna naar interne pretentie de Christelijke Gereformeerde Kerken voort onder een andere naam. Zo’n 80 jaar geleden deden de vrijgemaakte kerken hetzelfde. Handel naar eer en geweten.




Het was wat frisjes, maar iedereen stond stralend op de groepsfoto zaterdagmiddag 8 februari. Vanaf vrijdagmorgen hadden we als leden van de Landelijke Vergadering van de NGK en van de Generale Synode van de GKV met elkaar kennisgemaakt. Aan het begin werd symbolisch de eenheidskaars aangestoken. Die zal vanaf nu op alle gezamenlijke vergaderingen branden. De twee dagen waren voor mij een bijzonder positieve geestelijke ervaring. Het unanieme besluit om “voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap” vond ik prachtig passen bij wat Paulus schrijft: “Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is (…), maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.” (Fil. 2:1+2). En na deze stap op landelijk niveau dacht ik meteen ook aan die andere woorden uit dezelfde brief: “In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan.” (Fil.3:16).Op de website
Het ‘koersbesluit’ luidt als volgt: we besluiten om voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap met de Nederlands Gereformeerde Kerken/Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt); dit nemen we als uitgangspunt voor alle overige besluiten van deze generale synode/landelijke vergadering.
De circa 70 afgevaardigden naar de gezamenlijke vergadering kwamen op 7 en 8 februari voor het eerst bij elkaar. Een belangrijk doel van deze besloten bijeenkomst was kennismaking en bezinning. Onder leiding van begeleiders van het Praktijkcentrum en de NGT is in kleine groepen doorgesproken over het document ‘Verlangen naar een nieuwe kerk.’Er was in het programma veel tijd ingeruimd voor Bijbellezing, gezamenlijk gebed en aanbidding. Na het unaniem genomen koersbesluit werd bijvoorbeeld Psalm 150 gezongen: ‘Looft De HEER, uw God, alom.’ Het lied ‘U leert ons lopen over water’ (Opwekking 789) gaf woorden aan wat sommigen ervaren bij het proces van eenwording. Zo werden er tijdens deze dagen meer dan eens, al dan niet gepland, door middel van liederen woorden gegeven aan wat er leefde en speelde.Uit alles bleek dat door deze gesprekken van hart tot hart het onderlinge vertrouwen gegroeid is. In een evaluatie na afloop van de kennismakingsdagen werd gesproken over vertrouwen om samen door te gaan op de ingeslagen weg: ‘We zitten op de goede toonhoogte.’ Gerefereerd werd aan wat Paulus schrijft in zijn brief aan de Filippenzen: laten we op de ingeslagen weg voortgaan (3:16) vanuit grote verbondenheid met de Geest, eensgezindheid en eenheid in liefde (2:1,2).
Voorafgaand aan de bespreking van het koersbesluit maakte regiegroepvoorzitter Ad de Boer duidelijk dat het koersbesluit niet gaat over wat kerken nu plaatselijk al dan niet moeten gaan doen. ‘Het koersbesluit is een vertrekpunt voor de beide vergaderingen. Het zegt niets over het tempo van het vervolgtraject; het is zeker geen mal waar alles doorheen geperst moet worden.’ Oosterhuis benadrukte dat nogmaals in het genoemde interview. Hij weersprak met klem de vrees van plaatselijke kerken: moeten wij nu stante pede gaan fuseren terwijl we daar nog helemaal niet klaar voor zijn? Oosterhuis: ‘Laten de kerken zich daar geen zorgen over maken. Ook als we één kerk worden, kun je nog heel lang plaatselijk naast elkaar een van oorsprong Nederlands Gereformeerde en een van oorsprong vrijgemaakte kerk hebben, die samen deel uitmaken van dat ene nieuwe kerkverband. Er is geen sprake van iets wat als dwang gevoeld moet worden naar aanleiding van dit koersbesluit.’In het vervolgproces komen nog tal van onderwerpen aan de orde. Schippers noemde er bij de bespreking van het koersbesluit twee: de vraag welke ruimte de nieuwe kerkorde biedt voor verschillen tussen plaatselijke gemeenten, en de uitdaging om zo belijdende kerk te zijn dat je voortbouwt op de kerk van het verleden, en tegelijk rekening houdt met veranderde tijden.
Na afloop van de bespreking van het koersbesluit is door alle aanwezigen gezamenlijk het heilig avondmaal gevierd onder verantwoordelijkheid van NGKv De Brug uit Nunspeet. In zijn preek over Psalm 133 wees ds. Kees de Groot erop dat het Gods Geest is die de eenwording bewerkt en niet de regiegroep. In de liederen klonk de lof op Vader, Zoon en heilige Geest. ‘Het was een hele fijne, feestelijke viering,’ aldus Schippers, ‘want we hebben ervaren dat we dit ontvangen hebben van God. We weten dat dit niet vanuit menselijke kracht is. We weten, en hebben de afgelopen dagen ervaren, dat God dit in ons werkt. We zijn gedreven door de liefde van Christus. Die gedrevenheid, die verbondenheid, die hebben we met elkaar gevierd in het avondmaal. Dat was fantastisch.’ LV en GS trekken vanaf nu veel samen op. Het koersbesluit vormt de basis om over al die onderwerpen die met de eenwording te maken hebben, gezamenlijk te vergaderen. Het
ik daarin veel van de Here gekregen heb. En open naar al mijn medechristenen en andere christelijke gemeentes toe, omdat Christus ons aan elkaar geeft en ons wil laten delen in elkaars zegeningen. Die houding hebben we als vrijgemaakten niet altijd gehad. Dus misschien moeten de 75 Vrijmaking maar niet al te uitbundig vieren. Maar ik ben wel blij dat we al 75 jaar samen een bijbelgetrouw gereformeerd verband van plaatselijke kerken vormen. Dat vind ik al veel langer. In 1995, bij de 50-jarige herdenking van de Vrijmaking in mijn toenmalige gemeente Zaamslag, schreef ik onderstaand stukje in de herdenkingsbrochure. Ik heb de tekst een heel kleine beetje aangepast.