De crisis in de CGK uitgelegd in Jip-en-Janneke-taal

Vandaag verkeren de Christelijke Gereformeerde Kerken in een crisis. Twee groepen bestrijden elkaar als het gaat om wie de ware voortzetting van de CGK is. Elk met een eigen, tamelijk ingewikkelde poster om het eigen gelijk aan te tonen.

Hoe leg je aan een buitenstaander uit waar het eigenlijk om gaat? Vier jaar geleden zijn we verhuisd van Assen naar Balkbrug. Ik bracht toen heel wat spullen naar de kringloop. Ook een paar brochures over ’50 jaar Vrijmaking in Assen’. De man bij de inname zei toen: “Wat leuk, mag ik van allebei eentje? Ik vroeg me altijd al af waarom jullie vrijgemaakt heten.” Ik heb hem toen de gang van zaken rond de Vrijmaking uitgelegd in Jip-en-Janneke-taal. Klik hier

Ik stel me zo voor dat de man van de kringloopwinkel in Assen me nu zou vragen, als ik weer eens zou binnenlopen: “Vertel mee eens, hoe zit dat nou precies met die ruzie binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken? Kun je me dat even snel en begrijpelijk uitleggen?”

Ik denk dat ik het zo zou zeggen:

“De ruzie in de christelijke gereformeerde kerken kun je een beetje vergelijken met de discussie binnen de KNVB over elftallen die op zondag voetballen en elftallen die op zaterdag voetballen.

Stel je voor dat er volgens de statuten van de KNVB alleen op zaterdag gevoetbald mag worden. Alle clubs houden zich aan die afspraak. En dat gaat lang goed. Maar op een dag vragen 10 van de 180 clubs of ze ook op zondag hun wedstrijden mogen spelen. Het hoofdbestuur van de KNVB zegt dan: ‘Nee, dat staan we niet toe.’ Toch besluiten een aantal clubs om in de competitie op zondag te gaan spelen, maar alleen tegen andere clubs die inmiddels ook al op zondag speelden. En uiteindelijk zijn er rond de 30 van de 180 clubs die hun thuiswedstrijden op zondag spelen tegen een club die daar ook geen bezwaar tegen heeft.

Veel andere clubs vinden dat maar niets. Ze vragen de KNVB om de clubs die op zondag voetbalden, hierop aan te spreken. Een aantal van hen stelt zelfs voor om die zondagclubs uit de competitie te halen. Dat eerste doet het hoofdbestuur jarenlang, maar dat laatste vindt men toch telkens te ver gaan. Het regent, om het in voetbaltermen te zeggen, gele kaarten tegen de zondagclubs, maar er wordt nooit een rode kaart getrokken.

Na de zoveelste discussie op de landelijke vergadering treedt heel het hoofdbestuur van de KNVB af. Maar ze benoemen, in strijd met hun eigen reglement, geen commissie om een nieuw bestuur te vinden. Er komt alleen een raad van advies om de lopende zaken af te handelen. In die raad van advies zitten alle leden van het afgetreden bestuur.

Ondertussen gaan de competities gewoon door. Maar hoe moet het verder met de KNVB nu het landelijk bestuur is afgetreden en er geen vervanging geregeld is? De meeste voetbalclubs vragen aan de raad van advies: ‘Willen jullie het voortouw nemen om een nieuw landelijk bestuur te krijgen?’ Maar de raad van advies zegt telkens: ‘Nee, dat gaan wij niet doen, want de vorming van een nieuw hoofdbestuur staat niet in onze opdracht.’

Dus stapt op een gegeven moment een plaatselijke voetbalclub naar de rechter. Die spreekt uit, dat het voormalige bestuur ten onrechte geen commissie benoemd had om een nieuw hoofdbestuur te vinden. Die fout moet de raad van advies van hem herstellen.  En zo gebeurt het ook. De raad van advies stelt een commissie aan die een landelijke vergadering gaat uitschrijven waarvoor alle voetbalclubs uitgenodigd worden.  

De meeste zaterdagclubs zijn blij dat er een nieuw landelijk bestuur komt met maar één opdracht: moeten we als KNVB accepteren dat sommige clubs op zondag spelen zonder dat andere clubs daartoe verplicht worden? Of handhaven we onverkort het voetballen op zaterdag en royeren we de clubs die tegen de afspraken in op zondag blijven voetballen? En als de verschillen onoverbrugbaar zijn, kies dan niet langer voor pappen en nathouden, maar hak knopen door.

Ondertussen hebben 33 van de 180 plaatselijke clubs de koppen al bij elkaar gestoken en gezegd: er is geen hoofdbestuur meer, dus wij gaan nu als echte zaterdagclubs samen verder. Ze trekken hun teams terug uit de reguliere KNVB-competities, omdat daar nog steeds tegen de regels in door sommige andere clubs ook op zondag wedstrijden gespeeld werden. En ze beginnen alvast met het op poten zetten van een eigen landelijke competitie voor het volgende seizoen.

Het lijkt er dus op, dat er volgend seizoen twee competities van start gaan, georganiseerd door twee afzonderlijke landelijke voetbalbonden.

Zo is het nu ook binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken: 33 plaatselijke kerken hebben het initiatief genomen om een nieuw landelijk kerkverband te stichten, omdat ze het niet eens zijn met de koers van het oude kerkverband. En dan gaat het niet om voetballen op zaterdag of zondag natuurlijk (hoewel: dat is in christelijk Nederland ook nog wel een dingetje 😊), maar om de vraag of je als plaatselijke kerk ook vrouwen in je kerkbestuur mag benoemen.  Officieel is al 30 jaar geleden besloten dat dat niet mag, maar sinds een jaar of 10  gebeurt het steeds vaker. Het landelijk bestuur vermaande die kerken wel elke keer, maar heeft ze nooit uit het kerkverband willen zetten. Men tolereerde dus deze afwijking van de landelijke afspraken.

Omdat de kwestie in 2025 muurvast zat, heeft het landelijk bestuur besloten om af te treden en geen nieuwe landelijke vergadering uit te schrijven. Dat laatste was in strijd met de eigen statuten. De commissie die de lopende zaken moest afwikkelen, wilde deze fout niet herstellen, totdat de rechter hen daartoe opriep. Toen hebben ze dat alsnog gedaan. Maar ondertussen waren 33 kerken al bezig om een eigen organisatie op te zetten, met nog 22 andere kerken die er als waarnemer bij betrokken zijn.”

Dit verhaal zou ik bij de kringloop vertellen om de crisis in de CGK in Jip-en-Janneke-taal uit te leggen. Mijn gesprekspartner zou dan zeggen: “Dat is een duidelijk verhaal. Maar waarom lopen die 33 zo op de zaken vooruit? Want die komende landelijke vergadering zal nu toch wel eindelijk spijkers met koppen slaan?

Dan zou ik antwoorden: “Dat snap ik ook niet zo goed. Het komt, denk ik, omdat deze 33 kerken de oproep van de commissie om nog één keer als 180 kerken bij elkaar te komen, niet erkent. Dus zeggen ze: er is geen landelijke organisatie meer. Daarom zetten wij die nu opnieuw op. En iedereen die alleen op zaterdag wil voetballen (om bij het voorbeeld te blijven) – dus elke kerk die geen vrouwelijke bestuurders heeft aangesteld, mag zich bij ons aansluiten.”

De man bij de kringloop zou dan zeggen: “Dat is jammer, want geduld is een schone zaak. En samen netjes uit elkaar gaan ook. Maar eh … mag ik je nog één ding vragen: hoe is het trouwens met die commissie afgelopen, toen ze alsnog een nieuwe landelijke vergadering hebben uitgeschreven?”

Daarop zou mijn reaktie zijn: “Nou, je gelooft het niet, maar die commissie is op één persoon na opgestapt, want ze wilden niet verantwoordelijk zijn voor de organisatie van een nieuwe landelijke vergadering. Maar het gekke is: de andere vier zijn meteen overgestapt naar de club van 33 kerken en helpen daar nu aktief mee om dat andere kerkverband op te richten.”

“Da’s inderdaad raar,” zou mijn gesprekspartner zeggen, “dan hadden ze toch al eerder moeten opstappen? Nu hebben ze zelf een nieuwe landelijke vergadering uitgeschreven en piepen er voortijdig tussen uit zonder bezwaar te maken bij de vergadering waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn dat die er komt. Da’s niet zo netjes.”

Duidelijkheid én eerlijkheid gewenst bij breuk CGK

Het christelijk gemengd koor Soli Deo Gloria zingt al jarenlang klassieke geestelijke liederen. Vaak meerstemmig, soms met een solist, altijd begeleid door orgel, dwarsfluit, trompet en andere klassieke muziekinstrumenten. Maar sinds enige tijd wil een kwart van de zanglustige leden graag meer eigentijdse liederen onder begeleiding van gitaar en drumstel. Dat zorgt voor zoveel onrust dat het bestuur opstapt en een commissie aanwijst om de lopende zaken af te handelen. Die commissie besluit als eerste om de wekelijkse repetities door te laten gaan. Ook houdt ze een enquête onder de leden. En als blijkt dat 75% van de leden de klassieke geestelijke liederen wil blijven zingen, schrijft ze nieuwe bestuursverkiezingen uit. De andere 25% wil toch graag de populaire richting inslaan en richt gospelkoor Praise the Lord op. Omdat niemand uit is op scheve gezichten, krijgen ze een kwart van de verenigingskas mee en blijven ze gewoon in hetzelfde gebouw oefenen – uiteraard wel op een andere avond.

Duidelijkheid en eerlijkheid gaan hier samen.

Binnen de CGK is nu ook duidelijkheid. Ongeveer een kwart van de kerken kan zich niet langer verenigingen met de koers van de meerderheid. De Rijnsburggroep heeft zich op 21 maart jl. officieel afgesplitst van het CGK-kerkverband. Dat geeft duidelijkheid. Naar alle kanten toe. In de verslagen van het RD en het ND is te lezen dat de Rijsburg-kerken verdrietig zijn over de breuk, maar dat het hen ook rust en hoop en perspectief geeft.

Wat mij echter verbaasd heeft is, dat de broeders van ‘Rijnsburg’ niet eerlijk zijn over het feit dat zij uit de CGK stappen. Ze durven zelfs te stellen dat de synode van Hoogeveen, die door het oud-moderamen van de vorige synode is uitgeschreven, “kerkrechtelijk en inhoudelijk gezien (…) geen wettige vergadering is”, om het met de woorden van ds. H.C. Bezemer te zeggen.

Ik snap niet hoe men dit met droge ogen kan beweren. Alle kerkrechtdeskundigen én de wereldlijke rechter hebben duidelijk gemaakt dat de vorige synode in strijd met de eigen kerkorde geen opvolger heeft aangewezen. Daartegen in appèl gaan was niet mogelijk, want dat kan kerkrechtelijk alleen maar bij een volgende synode. Dus moest, gedwongen door de wereldlijke rechter, het oud-moderamen een nieuwe synode bijeenroepen. Dat heeft men in september 2025 ook gedaan door de kerk van Hoogeveen aan te wijzen als samenroepende kerk voor de volgende synode. Meteen daarna besloten vier van de vijf leden, de predikanten P.D.J. Buijs, A.D. Fokkema, W.J. van Gent en A. van der Zwan, om af te treden.

Alle vier deze predikanten zijn nu, heb ik begrepen, aktief binnen de Rijnsburggroep. Hoe kan het bestaan dat ze eerst als leden van het oud-moderamen de verantwoordelijkheid genomen hebben om een nieuwe synode bijeen te roepen, en nog geen half jaar later hun eigen besluit als ‘onwettig’ bestempelen?

Eerlijk is dat niet. Wel dubbel. Namelijk schaken op twee borden. Het was eerlijk geweest om de kerkelijke weg te gaan door op de door henzelf uitgeschreven synode een bezwaarschrift in te dienen

Net zo dubbel is het optreden van de kerk van Urk Eben-Haëzer binnen de classis Zwolle. Die weigerde als samenroepende kerk consequent een nieuwe classisvergadering uit te schrijven, ook al vroegen volgens de eigen classikale regeling drie kerken daar om. Pas toen de Partikuliere Synode van het Noorden daar om vroeg, werd de classis op 19 maart jl. door Urk-EH bijeengeroepen. Maar na de opening en de verkiezing van het moderamen verlieten de afgevaardigden van Urk-EH de classis, omdat ze de classis als niet-wettig beschouwden.

Alweer geen eerlijke manier van handelen. Zuiverder was het geweest om ook hier de kerkelijke weg te volgen door op de classis die Urk-EH zelf uitgeschreven had, een voorstel in te dienen om zich aan te sluiten bij ‘Rijnsburg’. Of om al veel eerder de opdracht om een classis samen te roepen van een kerkverband dat in de ogen van Urk-EH niet meer bestond over te dragen aan een andere kerk die wel loyaal CGK wilde blijven.

Maar zowel de vier oud-moderamenleden van de vorige synode als de samenroepende kerk van Urk-EH namen een andere beslissing. Namelijk om het gereformeerd kerkrecht te buigen naar eigen inzicht en interpretatie. Zo probeerde men zo lang mogelijk invloed uit te oefenen binnen het geheel van de CGK. Tegelijk trok men een eigen spoor door een parallel kerkverband op te richten. En nu dat in de steigers staat, verklaart men de aanstaande synode van Hoogeveen, die men zelf bijeengeroepen hebt, onwettig. En verlaat men demonstratief de classis, die men zelf bijeengeroepen heeft, omdat men die niet als CGK-vergadering erkent.

Ik word hier erg verdrietig van. En ook verontwaardigd. Want het gaat er niet om wie principieel gezien gelijk heeft. Dat twee groeperingen binnen de CGK niet meer met elkaar door één deur kunnen, is overduidelijk. En hoe jammer het ook is dat men elkaar niet meer kan vasthouden, het is goed dat die duidelijkheid nu ook echt gegeven wordt: 33 CGK-gemeentes willen niet verder met de andere 148, 22 andere gemeentes denken er serieus over na om ook het kerkverband te verlaten en nog eens 10 kerken sympathiseren met ‘Rijnsburg’.

Maar zeg dan niet dat het kerkverband niet meer bestaat en dat nog volstrekt onduidelijk is wie van de twee de wettige voortzetting van de Christelijke Gereformeerde Kerken is. Zelfs de hoogleraar kerkrecht aan de Theologische Universiteit van Apeldoorn heeft overtuigend aangetoond dat wie zichzelf als minderheid afsplitst van de meerderheid, volgens het gereformeerd kerkrecht geen deel meer uitmaakt van het kerkverband. Dat zegt een kerkrechtdeskundige die zelf predikant binnen de Gereformeerde Gemeenten is en dus inhoudelijk het volledig eens is met de verontruste Rijnsburggroep!

Duidelijkheid én eerlijkheid.

Het zou fijn zijn wanneer ‘Rijnsburg’ ook dat laatste betracht in plaats van een mistgordijn op te trekken over wie nu de ware CGK is. Zeg eerlijk: wij stappen eruit, want we kunnen het tegenover de HERE en omwille van ons geweten meer verantwoorden langer lid te blijven van een kerkgenootschap dat zaken tolereert die in onze ogen volstrekt onbijbels, zondig en tuchtwaardig zijn. En zet daarna naar interne pretentie de Christelijke Gereformeerde Kerken voort onder een andere naam. Zo’n 80 jaar geleden deden de vrijgemaakte kerken hetzelfde. Handel naar eer en geweten.

De breuk in de CGK: de Rijnsburggroep begint een nieuw top-down-kerkverband

Een kerk die de drieslag ‘Schrift, belijdenis, kerkorde’ uitbreidt met een vierde element: strikte binding aan alle synodebesluiten totdat op een volgende synode het tegendeel blijkt, heeft de zelfstandigheid van plaatselijke gereformeerde kerken ingewisseld voor het ideaal van één landelijke hervormde kerk met plaatselijke afdelingen.

Binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken kiezen de ongeveer 70 kerken van de Rijnsburggroep voor deze manier van kerk-zijn. Dat is hun goed recht, maar daarmee breken ze met de CGK en beginnen een nieuw kerkverband. Daarin zijn ze eerlijk: ze vinden dat er geen basis meer is om samen met een ander deel van de 181 CGK-kerken door één bijbelgetrouwe deur te kunnen.

Helaas doet de Rijnsburggroep dat met slaande deuren. Alle oproepen om het op een kerkrechtelijk zuivere manier te doen slaat men in de wind.

Unaniem adviseerden alle hoogleraren ruim een jaar geleden: wijs een nieuwe synode aan, want anders ga je tegen je eigen kerkrecht in. Maar de meerderheid van de synode sloeg die waarschuwing in de wind en sloot zich na sluiting van de synode bij ‘Rijnsburg’ aan.

Twee kerkrechtdeskundigen die binnen de CGK hoog in aanzien staan gaven in opdracht van de Theologische Universiteit van Apeldoorn aan: “Het staat plaatselijke kerken in beginsel vrij om zich aan de bestaande vergaderstructuur te onttrekken en eigen vergaderstructuren te organiseren. Maar als zij besluiten dat te doen, maken zij zich daarmee los van het bestaande landelijk kerkverband van de CGK.” Toch was dit voor ‘Rijnsburg’ geen reden om op de ingeslagen weg voort te gaan.

Na sluiting van de synode ging het oud-moderamen verder als ‘deputaatschap vertegenwoordiging’ om, zoals gebruikelijk, in alle lopende zaken de CGK van advies te dienen of te vertegenwoordigen tot aan een nieuwe synode. Alle vijf de leden van het oud-moderamen aanvaardden die benoeming en zagen zichzelf nog steeds als wettige vertegenwoordigers van de hele CGK. Op nadrukkelijk verzoek van de wereldlijke rechter wezen ze toch de CGK Hoogeveen aan als samenroepende kerk voor een nieuwe synode. Maar meteen daarna stapten vier van de vijf oud-moderamenleden op. Alle andere taken die hen waren toevertrouwd, vonden ze minder belangrijk dan de moeite die ze hadden met het terugdraaien van een kerkrechtelijke dwaling door één kerk te laten doen wat ze zelf niet hoefden organiseren. Als ik het zo inschat, stonden zeker drie van hen al achter de door ‘Rijnsburg’ ingeslagen weg toen ze nog wel deputaat waren.

Op donderdag 30 oktober deed het inmiddels weer voltallige deputaatschap vertegenwoordiging een oproep aan de Rijnsburggroep om een broederlijk gesprek over de ontstane situatie. “De bereidheid tot een gesprek is er wederzijds”, was de in het Reformatorisch Dagblad uitgesproken verwachting. Maar nog geen tien dagen later, op zaterdag 8 november, nodigde ‘Rijnsburg’ de 70 CGK-kerken die in Veenendaal aanwezig waren op het verontrusten-convent uit voor een volgende bijeenkomst op 29 november. De insteek daarvan zal zijn om een “roepende kerk” aan te wijzen om “algemene vergadering die hetzelfde gezag heeft als een synode” voor te bereiden. Die algemene vergadering heeft dan als doel “om te komen tot het herstel van de synodale structuur, inclusief een classicale herindeling.” (citaten uit RD 10 november).

Hier kondigt zich de geboorte van een nieuw kerkverband aan. En dat snap ik. Een meerderheid binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken wil van de visie op de vrouw in het ambt geen breekpunt maken. Al 1998 is door de generale synode uitgesproken dat wie op bijbelse gronden vóór vrouwelijke ambtsdragers is, ten volle ambtsdrager kan blijven binnen de CGK. Ter wille van de eenheid is toen ook besloten om er landelijk geen ruimte voor te geven. Dat besluit wordt door steeds meer plaatselijke CGK-gemeentes genegeerd, omdat men binnen de eigen gemeente die ruimte wel ziet én een kwart eeuw later ook neemt. Daarmee brengen die kerken de rechterflank in gewetensnood, die zich nooit heeft kunnen vinden in de tolerantie van 1998, maar elke visie die vóór de vrouw in het ambt is, als onschriftuurlijk en niet gereformeerd beschouwt. Nu die visie ook door zo’n 30 CGK-gemeentes gepraktiseerd wordt, is de grens bereikt. De meerderheid van de 181 CGK-kerken gemeentes wil echter de vrouw-in-het-ambt-gemeentes niet uit het kerkverband zetten. Dus stapt de Rijnsburggroep er nu zelf uit.

De manier waarop men dat doet verdient echter geen schoonheidsprijs. Aan alle kanten roept ‘Rijnsburg’ (vooral bij monde van het CGBeraad) dat er geen kerkverband meer is en dat alles van onderaf moet worden opgebouwd. Dat lijkt mij volstrekt onjuist. Er is nog wel een kerkverband, maar een (grote) minderheid wil niet meer verder met de meerderheid. Sterker nog: men geeft sinds 8 november openlijk aan, van onderop een parallel kerkverband te willen opbouwen.

Een parellel kerkverband is, als het oude kerkverband nog funktioneert, een nieuw kerkverband. Zo ging dat ten tijde van de Afscheiding van 1834, de Doleantie van 1886 en de Vrijmaking van 1944. Het zou de Rijnsbruggroep sieren om in deze zelfde lijn ook een oproep tot wederkeer te doen uitgaan aan de in hun ogen dwalende meerderheid. Maar dat doet men niet. Men beweert in grote bewoordingen dat er geen CGK meer is en dat hun groepering van 70 met de wederopbouw van de CGK gaat beginnen.

Naar interne pretentie mag men zichzelf zien als de voortzetting van het afgedwaalde kerkverband, maar men is dat niet. De bovengenoemde kerkjuristen schreven in hun notitie dat je het vergelijken kunt met mannenkoor Asaf dat 100 leden telt. Als daarvan 40 leden op een andere avond gaan zingen en beweren: ‘Wij zijn Asaf en die andere groep is dat niet’, is dat onjuist. Want in een vereniging -en een gereformeerd kerkverband is een vereniging van zelfstandige plaatselijke kerken- bepaalt de meerderheid de koers. De opmerking van een andere jurist die het opneemt voor de Rijnsburggroep, dat als 40 van de 100 leden van mannenkoor Asaf zich afsplitsen, er geen ‘Asaf’ meer is, maar dat de meerderheid zich dan maar ‘Ethan’ en de minderheid zich ‘Jeduthun’ moet noemen, raakt echt kant noch wal.

Eén ding is nog opmerkelijk bij de stichting van dit nieuwe kerkverband: men noemt zich gereformeerd, maar als eerste kerkverband dat uit de Afscheiding van 1834 en de Doleantie van 1886 ontstaan is, voegt men aan de drieslag ‘Schrift – belijdenis – kerkorde’ een vierde criterium toe, nl. ‘synodebesluiten’. Oftewel: als de landelijke synode gesproken heeft, moeten alle kerken zich daar onverkort aan houden. Daarmee wordt het gereformeerd kerkrecht de nek omgedraaid. Want binnen het gereformeerde kerkrecht is een synode niet het hoogste orgaan, maar blijft dat altijd de plaatselijke kerk. Dus mag volgens gereformeerd kerkrecht de ene kerk niet over een andere heersen en houden plaatselijke kerken zich in alles aan synodebesluiten tenzij bewezen wordt dat zij in strijd zijn met Gods Woord, de belijdenis en de aangenomen kerkorde.

‘Tenzij’ betekent hier: wanneer een plaatselijke kerk dat zelf goed onderbouwd kan doen. Dan is er binnen het gereformeerde kerkrecht een ruimte mate van christelijke vrijheid, in het vertrouwen dat een plaatselijke kerk daar geen misbruik van maakt door independentistisch z’n eigen gang te gaan.

‘Tenzij’ betekent niet: totdat een volgende synode een besluit terugdraait. Dat laatste is kenmerkend voor een top-down-kerk zoals de PKN en de HHK. Die heten landelijk ook niet voor niet ‘Protestantse KERK’ en ‘Hersteld Hervormde KERK’, want de landelijke organisatie is de kerk en de plaatselijke gemeentes zijn afdelingen. Die kant wil de Rijnsburggroep nu ook op. Daarmee wordt, zoals ik zei ooit in een diskussie met ds. P. van Gurp, de predikant die mij doopte en in het ambt bevestigde, naast Schrift en belijdenis ook de traditie bindend van bovenaf opgelegd.

Wat ik dan niet snap van de bezwaarde broeders die nu de CGK verlaten en bezig zijn een eigen, nieuw kerkverband op te richten: waarom niet meteen aansluiting bij de HHK gezocht als je toch de gereformeerde drieslag uitbreidt met een vierde element? Aan de andere kant: als je eerst zelf een redelijk stabiel nieuw kerkverband gevormd hebt, kun je ook beter en op gelijkwaardige basis het gesprek aangaan met een kerkverband dat dicht tegen jouw kerkvisie aanligt. Want, om positief af te sluiten: in de afgelopen twee jaar is niet alleen de CGK uit elkaar gevallen, maar hebben er ook twee kerkenfusies plaatsgevonden (NGK+GKV in 2023, DGK+GKN in 2024). ‘Opdat zij allen één zijn’ en als mannenkoor Asaf Psalm 133 zingen kan dus wel.