Vandaag verkeren de Christelijke Gereformeerde Kerken in een crisis. Twee groepen bestrijden elkaar als het gaat om wie de ware voortzetting van de CGK is. Elk met een eigen, tamelijk ingewikkelde poster om het eigen gelijk aan te tonen.
Hoe leg je aan een buitenstaander uit waar het eigenlijk om gaat? Vier jaar geleden zijn we verhuisd van Assen naar Balkbrug. Ik bracht toen heel wat spullen naar de kringloop. Ook een paar brochures over ’50 jaar Vrijmaking in Assen’. De man bij de inname zei toen: “Wat leuk, mag ik van allebei eentje? Ik vroeg me altijd al af waarom jullie vrijgemaakt heten.” Ik heb hem toen de gang van zaken rond de Vrijmaking uitgelegd in Jip-en-Janneke-taal. Klik hier
Ik stel me zo voor dat de man van de kringloopwinkel in Assen me nu zou vragen, als ik weer eens zou binnenlopen: “Vertel mee eens, hoe zit dat nou precies met die ruzie binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken? Kun je me dat even snel en begrijpelijk uitleggen?”
Ik denk dat ik het zo zou zeggen:
“De ruzie in de christelijke gereformeerde kerken kun je een beetje vergelijken met de discussie binnen de KNVB over elftallen die op zondag voetballen en elftallen die op zaterdag voetballen.
Stel je voor dat er volgens de statuten van de KNVB alleen op zaterdag gevoetbald mag worden. Alle clubs houden zich aan die afspraak. En dat gaat lang goed. Maar op een dag vragen 10 van de 180 clubs of ze ook op zondag hun wedstrijden mogen spelen. Het hoofdbestuur van de KNVB zegt dan: ‘Nee, dat staan we niet toe.’ Toch besluiten een aantal clubs om in de competitie op zondag te gaan spelen, maar alleen tegen andere clubs die inmiddels ook al op zondag speelden. En uiteindelijk zijn er rond de 30 van de 180 clubs die hun thuiswedstrijden op zondag spelen tegen een club die daar ook geen bezwaar tegen heeft.
Veel andere clubs vinden dat maar niets. Ze vragen de KNVB om de clubs die op zondag voetbalden, hierop aan te spreken. Een aantal van hen stelt zelfs voor om die zondagclubs uit de competitie te halen. Dat eerste doet het hoofdbestuur jarenlang, maar dat laatste vindt men toch telkens te ver gaan. Het regent, om het in voetbaltermen te zeggen, gele kaarten tegen de zondagclubs, maar er wordt nooit een rode kaart getrokken.
Na de zoveelste discussie op de landelijke vergadering treedt heel het hoofdbestuur van de KNVB af. Maar ze benoemen, in strijd met hun eigen reglement, geen commissie om een nieuw bestuur te vinden. Er komt alleen een raad van advies om de lopende zaken af te handelen. In die raad van advies zitten alle leden van het afgetreden bestuur.
Ondertussen gaan de competities gewoon door. Maar hoe moet het verder met de KNVB nu het landelijk bestuur is afgetreden en er geen vervanging geregeld is? De meeste voetbalclubs vragen aan de raad van advies: ‘Willen jullie het voortouw nemen om een nieuw landelijk bestuur te krijgen?’ Maar de raad van advies zegt telkens: ‘Nee, dat gaan wij niet doen, want de vorming van een nieuw hoofdbestuur staat niet in onze opdracht.’
Dus stapt op een gegeven moment een plaatselijke voetbalclub naar de rechter. Die spreekt uit, dat het voormalige bestuur ten onrechte geen commissie benoemd had om een nieuw hoofdbestuur te vinden. Die fout moet de raad van advies van hem herstellen. En zo gebeurt het ook. De raad van advies stelt een commissie aan die een landelijke vergadering gaat uitschrijven waarvoor alle voetbalclubs uitgenodigd worden.
De meeste zaterdagclubs zijn blij dat er een nieuw landelijk bestuur komt met maar één opdracht: moeten we als KNVB accepteren dat sommige clubs op zondag spelen zonder dat andere clubs daartoe verplicht worden? Of handhaven we onverkort het voetballen op zaterdag en royeren we de clubs die tegen de afspraken in op zondag blijven voetballen? En als de verschillen onoverbrugbaar zijn, kies dan niet langer voor pappen en nathouden, maar hak knopen door.
Ondertussen hebben 33 van de 180 plaatselijke clubs de koppen al bij elkaar gestoken en gezegd: er is geen hoofdbestuur meer, dus wij gaan nu als echte zaterdagclubs samen verder. Ze trekken hun teams terug uit de reguliere KNVB-competities, omdat daar nog steeds tegen de regels in door sommige andere clubs ook op zondag wedstrijden gespeeld werden. En ze beginnen alvast met het op poten zetten van een eigen landelijke competitie voor het volgende seizoen.
Het lijkt er dus op, dat er volgend seizoen twee competities van start gaan, georganiseerd door twee afzonderlijke landelijke voetbalbonden.
Zo is het nu ook binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken: 33 plaatselijke kerken hebben het initiatief genomen om een nieuw landelijk kerkverband te stichten, omdat ze het niet eens zijn met de koers van het oude kerkverband. En dan gaat het niet om voetballen op zaterdag of zondag natuurlijk (hoewel: dat is in christelijk Nederland ook nog wel een dingetje 😊), maar om de vraag of je als plaatselijke kerk ook vrouwen in je kerkbestuur mag benoemen. Officieel is al 30 jaar geleden besloten dat dat niet mag, maar sinds een jaar of 10 gebeurt het steeds vaker. Het landelijk bestuur vermaande die kerken wel elke keer, maar heeft ze nooit uit het kerkverband willen zetten. Men tolereerde dus deze afwijking van de landelijke afspraken.
Omdat de kwestie in 2025 muurvast zat, heeft het landelijk bestuur besloten om af te treden en geen nieuwe landelijke vergadering uit te schrijven. Dat laatste was in strijd met de eigen statuten. De commissie die de lopende zaken moest afwikkelen, wilde deze fout niet herstellen, totdat de rechter hen daartoe opriep. Toen hebben ze dat alsnog gedaan. Maar ondertussen waren 33 kerken al bezig om een eigen organisatie op te zetten, met nog 22 andere kerken die er als waarnemer bij betrokken zijn.”
Dit verhaal zou ik bij de kringloop vertellen om de crisis in de CGK in Jip-en-Janneke-taal uit te leggen. Mijn gesprekspartner zou dan zeggen: “Dat is een duidelijk verhaal. Maar waarom lopen die 33 zo op de zaken vooruit? Want die komende landelijke vergadering zal nu toch wel eindelijk spijkers met koppen slaan?
Dan zou ik antwoorden: “Dat snap ik ook niet zo goed. Het komt, denk ik, omdat deze 33 kerken de oproep van de commissie om nog één keer als 180 kerken bij elkaar te komen, niet erkent. Dus zeggen ze: er is geen landelijke organisatie meer. Daarom zetten wij die nu opnieuw op. En iedereen die alleen op zaterdag wil voetballen (om bij het voorbeeld te blijven) – dus elke kerk die geen vrouwelijke bestuurders heeft aangesteld, mag zich bij ons aansluiten.”
De man bij de kringloop zou dan zeggen: “Dat is jammer, want geduld is een schone zaak. En samen netjes uit elkaar gaan ook. Maar eh … mag ik je nog één ding vragen: hoe is het trouwens met die commissie afgelopen, toen ze alsnog een nieuwe landelijke vergadering hebben uitgeschreven?”
Daarop zou mijn reaktie zijn: “Nou, je gelooft het niet, maar die commissie is op één persoon na opgestapt, want ze wilden niet verantwoordelijk zijn voor de organisatie van een nieuwe landelijke vergadering. Maar het gekke is: de andere vier zijn meteen overgestapt naar de club van 33 kerken en helpen daar nu aktief mee om dat andere kerkverband op te richten.”
“Da’s inderdaad raar,” zou mijn gesprekspartner zeggen, “dan hadden ze toch al eerder moeten opstappen? Nu hebben ze zelf een nieuwe landelijke vergadering uitgeschreven en piepen er voortijdig tussen uit zonder bezwaar te maken bij de vergadering waar ze zelf verantwoordelijk voor zijn dat die er komt. Da’s niet zo netjes.”

