God belooft niet één volkje één stukje land, maar alle gelovigen heel de aarde

Onder de titel Opnieuw … de landbelofte schreef dr. Jos Strengholt op zijn site een korte blog over de landbelofte. Met zijn toestemming mag ik het ook hier plaatsen. Zijn slotconclusie heb ik in de kop van deze herplaatsing gezet, want was het niet de HERE Zelf die in Jesaja 49:6 over de grote Zoon van Abraham zegt: “Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde.” Maar nu geef ik de digitale pen snel door aan dr. Jos Strengholt:

Mij werd vandaag gevraagd een paar honderd woorden te schrijven over de Landbelofte aan Abraham. Ach, dan doe je dat hè? 

God deed aan Abraham een prachtige belofte van de erfenis van een stuk land voor Abrahams nageslacht, voor eeuwig.  Wie dit vandaag als onvoorwaardelijke belofte voor alle nageslacht van Abraham ziet, en dat die dus ‘voor eeuwig’ recht zouden hebben op wat nu Israel is (of nog een groter stuk land in het Midden Oosten), heeft wel wat uit te leggen. 

Ten eerste: als dat recht ‘voor eeuwig’ letterlijk moet worden genomen, heeft God zich niet aan zijn belofte gehouden. Het grootste deel van de geschiedenis sinds Abraham had zijn nageslacht immers niet dat land in bezit. Wat is dat voor belofte dan?

Ten tweede: het is in het Oude Testament duidelijk dat God zowel Israel als Juda uit dat land liet verjagen omdat ze zich niet aan de verbondsafspraken hielden. Gods beloften waren dus niet onvoorwaardelijk. Gods beloften gelden alleen voor de rest van Israel – zij die Jezus volgen. 

Ten derde: als christen heb je het Nieuwe Testament, en we kunnen het Oude Testament niet lezen en begrijpen zonder te zien hoe de schrijvers van het Nieuwe Testament het Oude Testament uitlegden. Ik moet nu summier zijn: 

Paulus zegt aan de heidense gelovigen in Jezus in Galatië: “Want gij zijt allen zonen van God door het geloof in Jezus Christus… hierbij is geen sprake van Jood of Griek… indien gij nu van Christus zijt, dan zijt gij zaad van Abraham, en naar de belofte erfgenamen.” Paulus zegt dus dat wij allen die in Jezus geloven, erfgenamen zijn van de landbelofte die God aan Abraham deed. Cool!

In de Hebreeënbrief lezen we een interessante ‘herinterpretatie’ van die beloften aan Abraham: “[Abraham is] een inwoner geweest in het land van de belofte als in een vreemd land en heeft in tenten gewoond, met Izak en Jakob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte. Want hij verwachtte de stad die fundamenten heeft, waarvan God de Ontwerper en Bouwer is. […] Deze allen zijn in het geloof gestorven. Zij hebben de vervulling van de beloften niet verkregen, maar hebben die vanuit de verte gezien en geloofd en begroet, en zij hebben beleden dat zij vreemdelingen en bijwoners op de aarde waren. […] Maar nu verlangen zij naar een beter, dat is naar een hemels vaderland. Daarom schaamt God Zich niet voor hen om hun God genoemd te worden. Want Hij had voor hen een stad gereedgemaakt.” (Hebr. 11:9 – 16)

Dat is de vervulling van de belofte aan Abraham. Een hemels vaderland, een hemelse stad, voor elke Jood en heiden die in Jezus gelooft.

De schrijver van de Hebreeenbrief eindigt dat 11de hoofdstuk, waarin hij talloze geloofshelden uit het Oude Testament de revue laat passeren, met: “Deze allen hebben, hoewel ze door het geloof een goed getuigenis van God gekregen hebben, de vervulling van de belofte niet verkregen, daar God met het oog op ons iets beters voorzien had, opdat zij zonder ons niet tot de volmaaktheid zouden komen.” Dus de landbelofte had geen één Jood verkregen voordat Christus kwam. Dat zet het wonen van de twaalf stammen van Israel in dat land, wel in een bijzonder perspectief.

Tenslotte, de hele constructie dat God aan Joden een land belooft en aan christenen iets anders, is wel erg problematisch. Geldt de landbelofte dus niet voor Joden die in Jezus als hun messias geloven? Joden krijgen een land op aarde, christenen zien uit naar een hemels vaderland? En als je meent dat die landbelofte in wezen wordt waargemaakt in een 1000-jarig rijk, dan houdt de belofte daarna dus ook weer op. Wat is dan nog de betekenis van ‘eeuwig’?

In het Nieuwe Testament komt de fysieke landbelofte aan Abraham nooit meer terug als iets waar de Joden of volgelingen van Jezus op wachten. God belooft veel grotere dingen, die Abraham en de profeten van het Oude Testament niet konden bevroeden: dat we als gelovigen de hele aarde zullen beërven, een wereld die vernieuwd wordt omdat de hemel op aarde neerdaalt. Dat is het hemelse Jeruzalem dat Abraham zal ontvangen. Dat toekomstbeeld is zoveel groter en rijker dan te denken dat Joden vanwege hun Jood-zijn recht hebben op een kleine stukje van onze wereld.

Plaats een reactie