OP BERGEN EN IN DALEN – JA OVERAL IS GOD!

We zijn weer terug op de basis. Twee weken lang heerlijk ontspannen in Wallis – Zwitserland, vlak bij de indrukwekkende Aletschgletsjer. Voor de geïnteresseerde lezer: we zaten in het skidorp Bel-Alp, op dik 2000 meter hoogte in één van de twee 6-persoons-chalets van www.huisjeindealpen.nl.

Vaak is mij Psalm 121 door de gedachten geschoten: Ik sla mijn ogen op naar de bergen, van waar komt mijn hulp? Mijn hulp is van de HERE die hemel en aarde gemaakt heeft. 

Met die eerste woorden kun je twee Aletschgletscherkanten op. Volgens sommigen zingen de pelgrims naar Jeruzalem deze Psalm als blijk van hun vertrouwen op God. De bergen zijn gevaarlijke bergen, omdat daar het gevaar op de loer ligt: brutale roversbenden die de pelgrims kunnen overvallen of vijandelijke legers die Israel onder de voet willen lopen. Dan heb het wel nodig om je vertrouwen op de HERE, je God, te stellen! Anderen zeggen dat de pelgrims onderweg onder de indruk komen van de grootheid van Gods schepping. Zie je die prachtige bergen? En in de verte (het hangt er maar vanaf aan welke flank je loopt) aan de ene kant de Middellandse Zee en aan de andere kant de Jordaanvallei? Prachtig! Dat is het werk van de HERE die hemel en aarde gemaakt heeft. Wat ben ik blij dat ik Hem mag kennen als mijn Helper!

Ik denk dat de eerste uitleg wel het meest voor de hand ligt.

Maar op vakantie – waar je ook zit, maar zeker als je in de bergen rondbanjert, komen de gedachten aan Gods majesteit en pracht in de schepping heel sterk naar voren.  In de bergen ervaar je Gods grootheid en ook een stukje van zijn ontoegankelijkheid. En je leert jezelf kennen als een klein mensje. Daarmee leert de HERE mij weer een extra stuk bescheidenheid. We denken dat we als mensen zoveel kunnen. En dat is ook zo. De creatieve water-omleidingen uit de 13e eeuw én de enorme stuwmeren uit de 20e eeuw vormen het bewijs.

alpenmarmotMaar aan de andere kant is de natuur in de bergen zo OER – daarin verschijn je als klein mensje maar even als een stipje op de helling of op de top of, hangend aan je paraglider, in de lucht. Dan is de mens écht niet iemand om van onder de indruk te raken! De hoge bergtoppen, de immense gletsjers en de kolkende riviertjes in de dalen wijzen ons echt op de grote Schepper van alle dingen: God, onze Vader. Hij is, zegt Psalm 121, je wachter en de schaduw aan je rechterhand. En Hij waakt over je leven en houdt de wacht over je gaan en je komen, van nu tot in eeuwigheid.

Dat is een kwestie van geloof. En ik verbaas me er steeds weer over, dat zoveel mensen dat niet willen inzien en erkennen. Akkoord, dat er Iets is dat groter en meeromvattend is dan wij zijn, een scheppende macht, willen veel mensen nog wel geloven. Maar dat er Iemand is die Hoogstpersoonlijk in mensen en dus ook in jou en mij geïnteresseerd is, daar kun je toch amper in geloven vandaag de dag? De wetenschap kan zoveel verklaren en wat er voor de rest aan onverklaarbaars gebeurt in de schepping door middel van natuurgeweld en ziektes, is zo willekeurig, dat je daar toch zeker niet de hand van een zorgende God in kunt zien?

Al deze vragen kwamen ook aan de orde in een boek dat ik opnieuw gelezen heb in de afgelopen weken. Het is geschreven door Frank Westerman en heet ‘Ararat’. Het eerste hoofdstuk beschrijft dat hij als 11-jarig jongetje in –hoe toevallig!– precies hetzelfde riviertje als waar wij de voorgaande jaren in Oostenrijk zaten (de Ill), meters is meegesleurd omdat bovenaan bij het stuwmeer iemand overdag de sluizen had opengezet om flink wat overtollig smeltwater te lozen. Ternauwernood is hij aan de dood ontsnapt.

Daarna verloor hij zijn geloof. Toen hij in 40 was, ging hij op zoek naar de oorzaak waarom hij zijn geloof in de God van de Bijbel is kwijtgeraakt. Daarom gaat hij de berg Ararat beklimmen. In zijn reisverslag komen allemaal flash-backs terug én gaat hij praten met mensen uit zijn jeugd en tienerjaren. Erg interessant, omdat –alweer: hoe toevallig! – hij zijn jeugd en jonge jaren doorgebracht heeft in Assen. Zijn vader werkte bij de NAM en heeft zijn kinderen eind november 1965 de boortoren ’t Haantje laten zien, die een paar dagen later volledig in de grond verdwenen is. Een ‘geweldige bewaring’ noemt de vrijgemaakte collega van zijn vader het, dat daar geen doden bij gevallen zijn.

Afgrond suonenEn Frank Westerman zat op de Christelijke Scholengemeenschap Assen (nu het Vincent) waar leraren en leerlingen eind jaren ’70 worstelden met de evolutietheorie. Maar geleidelijk aan heeft het ‘geloven in kennis en wetenschap’ het geloof in God helemaal verdrongen. Zijn beklimming van de Ararat, samen met een aantal zoekers naar de ark van Noach, doet hem beseffen, dat hij het kinderlijke geloof en vertrouwen is kwijtgeraakt – maar dat hij er niet zeker van is of hij dat ook echt jammer vindt.

Ik haal dit boek erbij, omdat ik het zo geweldig triest vind, dat hier iemand aan het woord is, die als veertiger (hij is net als ik van 1964) aangeeft dat ál zijn kennissen en vrienden het christelijk geloof volledig zijn kwijtgeraakt. Als hij zijn doopkaart ziet, schrijft hij dat zijn eerste indruk is: ‘een curiosum uit de tijd waar ik nog net het staartje van heb meegemaakt. Ik kende niemand van mijn generatie die zijn kinderen nog liet dopen.’ En als op die doopkaart de tekst uit Jes. 43:1-2 staat (vers 2b: ‘gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen’) denkt hij meteen terug aan Oostenrijk 1976, toen hij bijna in de Ill was weggespoeld door het losgelaten stuwwater. Is er toch “de Voorzienigheid” om in te geloven? Nee, schrijft hij meteen, dat ‘had toch echt alleen met toeval te maken’ en ‘mijn verstand kon me geruststellen dat Jesaja 43:1-2 een veelgebruikte dooptekst was’, en bij de Titanic waren ook veel gedoopte drenkelingen.

Tegenover zo’n erg interessant en lezenswaardig boek, dat mij ten diepste triest en verdrietig maakt, staat voor ons de mooie ervaring van de zondagse kerkdiensten in de kleine “Evangelisch Reformierte Kirche” – de vorige jaren in Rankweil en de afgelopen weken in Brig. Belalp kerkjeIn de ene plaats (Rankweil – Oostenrijk, zie www.reformiert.at en ook www.ssro.nl) groeit heel langzaam een gemeente met mensen die het houvast voor hun leven bij God hun Schepper en Vader en Jezus hun Redder en Vriend zoeken. In de andere plaats, Brig – Zwitserland, klinkt in een reformierte volkskerk (1000 leden, 25 kerkgangers) nog steeds het Evangelie van Jezus Christus. Zo merk ik op vakantie inderdaad, dat God niet allen op de bergen en in de dalen, maar overal is. Ook in de harten van mensen!

Achter natuur en wetenschap God zien als de Ontwerper en als de Verlosser  – dat maakt het leven waardevol en geeft het leven zin! Dat herinnert me aan de uitdrukking die ik al in Kampen als 1e-jaars uit m’n hoofd moest leren van enkele ouderejaars-studenten:

NATUUR EN GENADE DIE TWEE LIJDEN SCHADE WANNEER MEN DE EENHEID NIET ZIET

In de hemel is de Heer – en Colton heeft Jezus daar gezien

Eens komt Jezus terug op de wolken. Dat hebben de engelen bij zijn Hemelvaart aan ons beloofd. En dus ligt er nog een hele toekomst voor ons open. Ook als hier op aarde het leven afloopt. Het leven gaat door. Hierboven en straks als Jezus terug komt.

Over het leven hierboven in de hemel las ik een bijzonder boek. Burpo Jongen hemelHet heeft als titel De jongen die in de hemel was. Een goede kennis leende me dit boek en zei: ‘Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt.’ Ik las eerst de achterflap. Daar stond, dat Todd Burpo in dit boek beschrijft wat de vierjarige Colton allemaal in de hemel gezien en gehoord heeft tijdens een te laat ontdekte blindedarmoperatie waarbij hij bijna het leven liet.  Zijn vader heeft het allemaal gecheckt aan de hand van wat er in de Bijbel over de hemel staat, en komt gaandeweg tot de konklusie dat Colton echt in de hemel moet zijn geweest. Daarna heb ik het boek gelezen en ik moet zeggen: het heeft me echt geraakt. De manier waarop een kleuter van vier/vijf jaar onder woorden brengt wat hij gezien heeft stemt echt tot nadenken (in het najaar van 2014 kwam de film uit – lees voor een kritische reaktie mijn blog Heaven is for Real – een oppervlakkige film).

Dat vond ook Todd, de vader van Colton. Hij is een parttime dominee (voor de andere helft heeft hij een montagebedrijf in garagedeuren). Hij checkte alles wat zijn zoontje zei aan de Bijbel, en kon er niet onderuit: tijdens die operatie is zijn zoon echt een tijdje in de hemel geweest. Het eerste wat Colton een paar weken na de operatie vertelt is: ‘Jezus heeft stiften.’ En als zijn vader doorvraagt, bedoelt hij daarmee, dat Jezus volgens hem niet al te netjes met rode stiften gekleurd had, omdat er nog rode vlekken op zijn handpalmen en op de bovenkant van zijn voeten zaten. Ook vertelt Colton dat hij zijn overgrootvader, die 20 jaar voor zijn geboorte overleden was, ontmoet heeft. Die overleed op z’n 61e, maar in de hemel zag hij eruit als een kwieke dertiger, zonder bril en met vleugels, want ‘in de hemel ziet iedereen eruit als een engel, papa. Iedereen heeft vleugels en alle mensen hebben een licht boven hun hoofd.’ En als zijn vader hem vraagt bij wie hij ’s nachts logeerde, zegt Colton, dat het in de hemel nooit donker wordt, maar altijd licht is, omdat God en Jezus de hemel verlichten. Verder zegt hij, dat ‘God eigenlijk drie dingen is’ en dat hij bij de Heilige Geest gezeten heeft. Ook vertelt Colton dat alleen mensen die Jezus in hun hart dragen, in de hemel komen, en herinnert hij zijn vader en moeder er steeds weer aan, dat Jezus echt heel veel van kinderen houdt. Voor zijn ouders is dat aanleiding om het kinderJesus Akiane Kramarikwerk in hun gemeente nog meer te stimuleren. Want als Jezus  ‘de kinderen zo liefhad dat hij zelfs vond dat volwassenen meer als kinderen zouden moeten zijn, dan konden wij ook wel wat meer tijd aan die kinderen besteden’, aldus Coltons vader, Todd Burpo. Hij vertelt ook, dat hij elke keer bij een tekening van Jezus in een kinderbijbel aan Colton vroeg, of dit plaatje ook echt op Jezus leek. Maar ze klopten nooit. Totdat op CNN het verhaal van Akiane Kramarik werd uitgezonden. Die begon als kind van vier jaar ook over de hemel te vertellen en kon toen ze twaalf was, heel goed schilderen. Toen Colton haar portret van Jezus (Prince of Peace: The Resurrection) zag, zei hij: ‘Pap, dat is hem.’

Aan het eind van het boek vertelt vader Burpo, dat ze niet om deze verhalen uit de hemel gevraagd hebben. En de aanleiding ervoor, dat ze hun zoon onder hun handen bijna hadden zien sterven, is voor altijd de keerzijde van deze ervaring. Daar willen ze liever nooit weer doorheen gaan. De hele periode is vooral een aanslag op hun leven geweest. Wel zegt Todd Burpo dat hij nog vrijmoediger geworden om over zijn geloof te praten ‘in een tijd waarin mensen vraagtekens bij het bestaan van God zetten’.

In de laatste regels van het boek vraagt Todd zijn zoon, op het moment dat hij 10 is en het boek bijna af: ‘Colton, wat wil je dat de mensen van jouw verhaal opsteken?’ Zonder aarzelen zegt Colton dan: ‘Ik wil dat ze weten dat ik echt in de hemel was.’

Wat moet je nu met zo’n boek? Het heeft mij aan het denken gezet. Het maakt de hemel voor mij een stuk levensechter. Is dat goed? Of ga ik dan met fantasieën van een kleuter aan de haal? Ik denk dat ervaringen zoals Colton Burpo en ook Akiane Kramarik bevestigen, dat wat God en Jezus in de Bijbel over Zichzelf vertellen, echt de waarheid is. En tegelijk – deze aanvullende ervaringen zullen niemand overtuigen die het niet geloven  wil. Maar ik geloof wel dat Jezus onze Heer werkelijk in de hemel is. En zo’n boek als De jongen die in de hemel was onderstreept dat voor mij.

Ik kwam over Colton en Akiane nog twee informatieve artikelen tegen op een engelstalige weblog:

http://blog.godreports.com/2012/01/for-child-art-prodigy-akiane-jesus-is-for-real/

http://blog.godreports.com/2011/11/for-the-burpo-family-%e2%80%98heaven-is-for-real%e2%80%99/