Beginnen bij jou zelf – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 06)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 06

Beginnen bij jou zelf

de Almachtige (2) – Gisteren zagen we dat het een hele geruststelling is dat we mogen geloven in een Almach­tige Vader. En toch… Toch kan dat ook heel moeilijk zijn: als God almachtig is, hoe kan het dan dat mensen elkaar nog zoveel kwaad doen? Waarom doet God daar niets aan?

Op televisie zag ik eens een programma waarin tieners over deze vraag discussieerden. Er was toen een jongen die een heel raak antwoord gaf: ‘God doet écht wel wat aan het kwaad. Kijk maar naar mij. Vroeger was ik echt een rotjochie, maar God heeft mij veranderd…’

Zoiets bedoelt Petrus ook in het gedeelte van vandaag. Hij zegt: vergis je niet, God doet heus wel wat aan het kwaad. Op de allerlaatste dag, als Jezus terugkomt, zal Hij het zelfs helemaal uit­roeien. Dan worden Zijn beloften over de toekomst werkelijkheid, ook al denken veel mensen dat het nooit beter zal worden en dat Jezus nooit zal ingrijpen.

Wees maar blij, zegt Petrus, dat God dat nu nog niet doet. Want hoe zou jij er dan voor staan…? God stelt het expres uit, om jou de gelegenheid te geven je te bekeren. Moet God wat aan het kwaad doen? Laat Hem beginnen bij jou zelf…

Lezen: 2 Petrus 3:3-9

Wat zou je over dit gedeelte aan je beste vriend(in) willen vertellen? Bedenk dat je in ieder geval voor hem of haar kunt bidden!

Wie bidt, ontvangt – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 05)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 05

Wie bidt, ontvangt

de Almachtige (1) – Soms lijkt het of alles tegenzit. Op school gaat het niet lekker, je raakt misschien je zaterdagbaantje kwijt; en alsof dat niet ge­noeg is, is je oma óók nog ziek geworden. En kon je er nu maar iets aan veranderen, maar vaak voel je je zo mach­te­loos.

Alhoewel, soms kan het helpen als je goede contacten hebt. Stel bijvoorbeeld dat je oom bevriend is met de afde­lingschef van je zaterdagbaantje, en dat hij wel een goed woordje voor je wil doen… Dát zou na­tuurlijk fantastisch zijn, want die chef gáát er ten­slotte over.

Als je het zó bekijkt, kun je zeggen dat we er eigenlijk heel goed voor staan. Want welk probleem we ook hebben, we hebben altijd een adres waar we terecht kunnen: de Here God. Over Hem geloven we dat Hij de Almachtige is die echt over alles gaat. Hij heeft bovendien beloofd dat Hij als een Vader voor ons zal zor­gen en dat Hij luistert naar elk gebed. Betere contac­ten kun je toch niet hebben?

Dat is een hele geruststelling, óók als God de situa­tie niet verandert. Want wie bidt, ontvangt altijd. Mis­schien is het niet wat je wilde, maar ook dán zorgt God voor je. Vraag me niet hoe het dan zit als je tóch dat baantje verliest. Ik weet alleen zeker dat ook dan waar is wat in het bijbelgedeelte van vandaag staat.

Lezen: Lukas 11:9-13

Jezus zegt niet dat als je om een vis vraagt, je ook een vis krijgt. Let er bij het lezen op wat Hij wél belooft! 

Hij houdt van je! – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 04)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 04

Hij houdt van je!

de Vader – Prins Charles van Groot-Brittannië heeft een hele rij officiële en indrukwekkende titels: Prins van Wales, Hertog van weer-wat-anders, Graaf enz. En misschien wordt hij ook nog eens Koning. Wie hem te­gen­komt, zegt dus altijd heel beleefd: ‘Zijne konink­lijke hoog­heid’. Behalve natuur­lijk als je toevallig prins William of prins Harry bent. Dan zeg je gewoon: ‘Hi, dad…’

Laten we dit voorbeeld nu eens toepassen op God. God is natuurlijk oneindig veel groter en indrukwekkender dan prins Charles. Zó indrukwekkend dat je Hem alleen maar met trillende knieën onder ogen kunt komen. Stel het je voor: je zou diep buigen, Hem niet eens aan durven kijken en… hoor je het goed? Wat zegt God daar? ‘Marja, Johan, kom eens dichterbij. Ik vind het fijn als je Me gewoon ‘Va­der’ noemt.’

Onbegrijpelijk toch? Daar kun je met je verstand niet bij – dat die ontzettend grote en machtige God jouw Vader wil zijn! Hij wil niet dat je Hem ziet als een politieman, of als een afstandelijke president, maar als Vader. Hij houdt van je!! Misschien kun je het je niet eens voorstellen, als je eerlijk naar jezelf kijkt. Toch mag je het echt geloven – zeker weten!

Lezen: Psalm 103:8-13

Liefdevol, genadig, geduldig, trouw, vergevingsgezind – zó is God de Vader voor jou. Vertel Hem eens wat je daarvan vindt!

De eerste plaats – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 03)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 03

De eerste plaats

in God – Het verhaal maakte op mij grote indruk. Toen ik voor m’n werk een keer in India was, vertelde een 18-jarige jongen me dat hij vier jaar geleden tot geloof in Jezus was gekomen. Sinds die tijd had hij het thuis erg moeilijk. ‘Mijn ouders willen dat ik het geloof in Jezus opgeef. Ik kan krijgen wat ik wil, als ik Jezus maar verlaat. Maar dan zeg ik: ‘Jezus is alles voor me. Als jul­lie me wegsturen, zal ik gaan, maar ik geef Jezus niet op.”

Waarom wilde deze jongen niet doen wat zijn ouders van hem vroegen? Omdat hij geloofde in God. Dat wil zeggen: de God van Israël die heeft ge­zegd: ‘Vereer naast Mij geen andere goden’ (Ex. 20:3). Meedoen met de afgoden van zijn ouders, dat wílde deze tiener dus niet meer. Zelfs niet als hij daardoor alles zou kwijtraken…

Gelukkig is het voor ons makkelijker om in God te geloven. Alhoewel…, soms moet jij óók kiezen. Waarschijnlijk niet tussen je ouders en God.  Maar misschien wél tussen je vrienden en God, of je pleziertjes en God. En voor wie kies je dan?

‘Ik geloof in God’ betekent: ik geloof niet in mijn muziek, of in mijn vrien­den, of in me­zelf, en zelfs niet in mijn ouders, maar alléén in God. Want er kan er maar één op de eerste plaats staan!

Lezen: Mattheüs 10:32-37

Die jongen uit India hield ontzettend veel van zijn ouders. Wat zou hij van dit bijbelgedeelte gevonden hebben? Wat vind jij ervan?

Is het wel echt waar? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 02)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 02

Is het wel echt waar?

Ik geloof (2) – ‘En als het nu eens allemaal níet waar is, wat er in de Bijbel staat?’ Misschien schiet die gedachte bij jou óók wel eens door je hoofd. ‘Waarom zouden alleen wíj gelijk hebben?’ En: ‘Soms klinkt het zo onwaarschijnlijk…’ Dan kun je het eigenlijk niet geloven. Je twijfelt.

Nu komen twijfels bij de meeste christenen voor; bij mij in ieder geval wél. Zelfs heel sterke gelovigen kunnen opeens gaan twijfe­len. Eigenlijk is dat niet eens zo vreemd, want dat wil de duivel natuurlijk. Zo is zijn tactiek: hij probeert altijd mensen van het geloof af te houden. Als je dat weet, hoef je er dus niet eens meer zo van te schrikken als je twijfelt.

Het heeft er ook mee te maken dat geloven iets is wat je moet leren. Je kunt nooit zeggen: ‘Ik geloof, en nu ben ik daarmee klaar.’ Het geloof moet altijd groeien, ster­ker worden.

Daarvoor heeft de Here God verschil­lende middelen gegeven. Bijvoorbeeld een Boek vól met bewijzen voor het ge­loof. En ook dat je contact kunt hebben met andere christe­nen, en naar de kerk kunt gaan. Op die manier is zelfs Tomas zijn twijfels kwijtgeraakt…

Lezen: Johannes 20:24-31

Stel je voor dat jij bij deze gebeurtenis aanwezig was geweest. Hoe zou jíj gereageerd hebben?

 

Onbegrijpelijk … – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 01)

ZO IS DAT!

Veel jonge christenen doen tussen Pasen en Pinksteren belijdenis van hun geloof in Jezus Christus. Ze zeggen ‘JA’ tegen de drie-enige God van hun doop en stemmen in met de kernstukken van het christelijk geloof zoals de hele christelijke kerk die al eeuwen verwoord in de Apostolische Geloofsbelijdenis (ook wel de Twaalf Artikelen genoemd).

Herman van Wijngaarden - Zo is datAl een tijdje geleden kwam ik het piepkleine boekje ‘Zo is dat! tegen (12 bij 14 cm). Daarin legt Herman van Wijngaarden aan jongeren in 30 korte stukjes uit waar het in de Twaalf Artikelen om gaat, incl. een bijbelgedeelte en een nadenkertje. Met zijn toestemming mag ik de komende weken deze stukjes publiceren.

Ik hoop dat je het waardeert, of je nu belijdenis gaat doen, net gedaan hebt of je nog steeds na al die jaren als belijdend lid van Christus’ kerk graag opnieuw laat verrassen door een nieuwe, frisse kijk op de Twaalf Artikelen.

Dag 1

Onbegrijpelijk…
  
Ik geloof (1) – De eerste woorden van de Apostolische Geloofsbelijdenis zijn direct al heel belangrijk. Er staat: ‘Ik geloof‘. En niet bijvoorbeeld: ‘Ik begrijp‘. Veel mensen zeggen: ‘Ik kan niet geloven, want ik begrijp niet waarom…’ Of: ‘Ik begrijp niet hoe…’ Maar door zo te denken, maken ze een grote fout. God vraagt niet dat we Hem begrijpen; dat kán ook helemaal niet. We hoeven alleen maar tegeloven. Als Hij het zegt, ís het zo.

Er staat óók niet: ‘Ik weet‘. Bijvoorbeeld: ‘Ik weet dat God bestaat’. Want wat heb je daaraan? Kijk, mis­schien weet ik dat de dokter me beter kan maken. Maar als ik niet naar hem toe ga, word ik echt niet beter. Ik moet hem vertrouwen en doen wat hij zegt, ook al begrijp ik hem niet. Met gelo­ven is het precies zo. Dat is niet alleen dat je iets weet over God, het is ook dat je Hem ver­trouwt – wat Hij ook tegen je zegt of van je vraagt.

Wil je weten wat geloven is? Op water gaan lopen, als Jezus zegt dat je dat kunt. Het is: tóch bidden als het niet verder lijkt te komen dan het plafond. Geloven is: de Here God danken dat Hij álles van je weet (ook dat ene…) en tóch van je houdt. Inderdaad onbegrijpelijk – en toch is het zo!

Lezen: Matteüs 14:22-33

Wat denk je dat God je vandaag door dit bijbelgedeelte wil zeggen? 
Wat zou je Hem zelf erover willen zeggen of vragen?

Wat beloven bruid en bruidegom elkaar als ze trouwen in de kerk?

Binnenkort mag ik als dominee weer een trouwdienst leiden. Dat vind ik altijd prachtig. Iedereen is blij met het bruidspaar. De trouwdienst zelf is voor hen vaak het hoogtepunt van de dag. Want in de kerk herhalen ze hun beloftes aan elkaar en ontvangen ze Gods onmisbare zegen over hun huwelijk.

trouwkaart algemeenNet als bij een doopbediening en bij viering van het avondmaal kun je tegenwoordig kiezen welk formulier je wilt gebruiken voor de kerkelijke inzegening / bevestiging van je huwelijk. Het zijn twee korte formulieren, de één uit 1999 en de ander uit 2014. Allebei even sprankelend qua taalgebruik. De keus laat ik graag aan het stel dat trouwt.

Ik kwam wel een probleempje tegen. Namelijk: wat beloven bruid en bruidegom elkaar nu precies als ze in de kerk hun JA-woord herhalen? Tot 2014 was dat geen probleem.

Aan de bruidegom werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die naar Gods wil zijn?

En aan de bruid werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?

En aan beiden werd vervolgens gevraagd: Zul je heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk overeenkomstig het evangelie te leven?

2009-03 badeendjesOp de synode van 2014 komt daar verandering in. De deputaten die over de liturgische formulieren gaan constateren: “Tegen de huidige tekst van de huwelijksvragen en –beloften bestaat een vrij grote weerstand.” Als reden noemen zij “de ongelijkheid in de belofte van bruidegom en bruid.” Volgens de deputaten berust deze formulering op een omstreden uitleg van Efeze 5 die niet algemeen gedeeld wordt in onze kerken. Daarom stellen ze voor om bij de eerste vragen de “elementen die al te zeer voor discussie vatbaar zijn” weg te laten en voor een eenvoudiger belofte te kiezen waarbij “in ieder geval liefde, trouw en zorg benoemd worden” en die voor bruidegom en bruid gelijk is:

Bruidegom/bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw/man te zorgen?

Maar in hetzelfde deputatenrapport stond ook het nieuwe tweede huwelijksformulier. En daarin waren de beloften weer verschillend:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?

Volgens de synodeverslagen is die laatste versie aangenomen. Vanaf 2014 waren dit dus de vastgestelde trouwbeloften (incl. het vervolg dat voor bruid en bruidegom gelijk gebleven is). Niet helemaal consequent, vond ik. Waarom zou je als bruid meer moeten beloven dan als bruidegom? Dus heb ik me altijd maar gehouden aan de formuleringen die tot 2014 afgesproken waren. Want ik ben het heel erg eens met de opmerking van de deputaten, dat bij alle liturgische formulieren de vragen die gesteld worden, gelijk dienen te zijn.

Toen kwam eind 2017 het nieuwe Gereformeerde Kerkboek uit. De teksten van de liturgische formulieren waren al vastgesteld in 2011, maar de deputaten hebben nog wat kleine taalkundige correcties toegepast.

Maar wat is er tot mijn stomme verbazing nu met de beloften van bruidegom en bruid gebeurd? Precies het omgekeerde! Nu belooft de bruid minder dan de bruidegom:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen?

Ik snap het niet meer. Het is volgens mij van tweeën één.

Of bruidegom en bruid beloven alleen maar dat ze in liefde voor elkaar zullen zorgen. Dan haal je alle moderne gevoeligheden uit de trouwbelofte en beperk je je tot de kern.

Of bruidegom en bruid beloven elkaar, dat hij haar in liefde voor zal gaan en dat zij hem in liefde zal volgen en helpen. Dan hou je je meer aan de globale invulling die je ook in de Bijbel leest.

Persoonlijk heeft het laatste mijn voorkeur. Als kerk hoeven we niet alle verschil tussen man en vrouw weg te poetsen als we in een trouwdienst een stukje bijbels onderwijs over het huwelijk geven.

Dus wat mij betreft voegen we beide varianten 2014 en 2017 samen door zowel aan de bruidegom als aan de bruid elk gewoon de toegespitste, bijbels gefundeerde vraag te stellen:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Zullen jullie heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk vanuit het evangelie te leven?

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de valkuilen

Hoofd hart handen ingelijstDank, dank nu allen God, met hoofd en harten en handen. Met een variatie op een bekend gezang zou je kunnen zeggen dat dit de drie basic-manieren waarmee je als christen uiting geeft aan je geloof. Dat geloof is en geschenk van de Heilige Geest. Als Hij mij niet voortdurend motiveert en in vlam zet om als christen voor God, mijn hemelse Vader, en voor Jezus, mijn Redder en Heer te leven, wordt het bij mij al heel snel een vorm- en regeltjesgeloof, omdat het van God of de omgeving moet. Maar helaas … veel christenen (ikzelf niet uitgezonderd) zien dat altijd veel scherper bij een ander dan bij zichzelf. Daarom wil ik hier de valkuilen benoemen van alle drie de geloofstypes. Want overal waar het zaad van het Evangelie gezaaid wordt, vertelt onze Heer in een gelijkenis, is de duivel er als de kippen bij om het opkomende geloof de nek om te draaien. Dat geldt ook voor de tritst Hoofd – Hart – Handen. Welk type je ook bent, in alle drie de gevallen probeert de duivel het geloof weg en eruit te drukken. Daarvoor heeft hij drie verschillende taktieken, denk ik wel eens.

Hoofd hart handen 2Valkuil 1: veel weten = eigenwijs

Voor ‘HOOFD-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Je kennis maakt je eigenwijs. Je ziet neer op andere christenen, die niet zo serieus de Bijbel bestuderen. Die zijn dan al snel in jouw ogen ‘minder principieel’. Als gereformeerde kerken zijn we lange tijd heel sterk geweest in bijbelkennis en het doordenken van wat de HERE God op grond van zijn Woord vandaag van ons vraagt. Maar daardoor hebben we ook de naam gekregen, het allemaal wel heel erg goed te weten. Op christenen uit andere kerken keken we neer – die zaten in de foute kerk, dus mochten ze niet deelnemen aan, lid worden van of werken bij het gereformeerd onderwijs, de gereformeerde politiek en allerlei andere organisaties. Als GKV-kerken hebben we daarmee een slechte naam opgebouwd. Gelukkig ligt die tijd nu wel echt achter ons. Maar die betweterige houding kom ik nog steeds wel tegen: kerkleden die heel goed weten wat er in de Bijbel staat en hoe het hoort en daar anderen mee om de oren slaan. Dat is niet goed.

Aan de andere kant: wanneer je door de Heilige Geest gezegend bent met een goed inzicht in de Bijbel en een goed kunnen doordenken wat dat betekent voor vandaag, ben je niet een ‘mindere’ christen dan een Hart- of Hand-type. Integendeel: je moet wel weten wat je gelooft en waarom je gelooft. Zonder kennis over Mij gaat het volk te gronde, zegt God in Hosea 4. En om Mij echt te kennen, moet je de Bijbel bestuderen, zegt de Here Jezus in Johannes 5.

Hoofd hart handenValkuil 2: heel enthousiast = zelfingenomen

Voor ‘HART-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Met ‘zelfingenomen’ bedoel ik dan, dat jouw invulling van het geloof de maat wordt waarmee je de ander meet. Je hart staat in vuur en vlam voor Christus en dat blijkt uit de manier waarop je zingt, leest, bidt en heel je leven op zondag en van maandag tot zaterdag invult en vorm geeft. Maar voor je het weet, veroordeel je je broer of zus in het geloof, die niet op dezelfde manier zijn of haar geloof beleeft of in praktijk brengt. Je vergeet dan, dat de Heilige Geest niet van iedere gelovige een ‘HART-christen’ gemaakt heeft. En je vergeet ook heel gemakkelijk, dat God niet kijkt naar de mate waarin mensen zich voor Hem inzetten, maar naar het hart: hoe zit het met jouw liefde voor Hem en voor je naaste? Laatst zat ik met wat mensen hierover door te praten. Iemand vond dat er in onze gemeente enthousiaster gezongen zou moeten worden met de handen omhoog en dat er ook veel meer leden aktief mee zouden kunnen in gebedskringen.  Iemand anders zei toen: ik vind het persoonlijke gebed voor mijzelf heel belangrijk en haal vaak heel veel troost en bemoediging uit een bekende psalm of een mooi gezang bij het orgel. Een derde vond het mooi dat het in onze kerkelijke gemeente allemaal mogelijk is. Dat vind ik ook, en ik gebruik deze reaktie hier om te onderstrepen, dat we op die manier ook aan elkaar gegeven zijn in de gemeente: niet om mijn manier van geloofsbeleving boven die van de ander te stellen, maar om elkaar aan te vullen en aan te vuren.

Aan de andere kant: het hart is wel dé plek bij uitstek waar de Heilige Geest ons wil raken. In de psalmen wordt (ik heb het niet precies geteld) wel 100x opgeroepen om de HERE te loven met heel ons hart. En ook Petrus schrijft: “Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart.” En waar het hart vol van is, loopt de mond van over, zeggen we allemaal. Dus als er weinig enthousiasme voor de Heer zichtbaar is in een gemeente, is dat een slecht teken. Dan moeten we juist meer ruimte voor beleving toelaten, in de kerkdiensten én als opdracht voor onszelf.

Hoofd hart handen engelsValkuil 3: lekker praktisch = laat maar zitten

Voor ‘HANDEN-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Bij een bekende voetbalclub zingt men ‘geen woorden maar daden’. En natuurlijk is het waar, dat geloof zonder daden een dood geloof is, zoals Jakobus schrijft. Levend geloof = de handen uit de mouwen voor je naaste en een bemoedigend woord voor iedereen. Maar juist als de meeste gemeenteleden in een gemeente meer praktisch ingesteld zijn, loop je het risiko om alles wat met ‘Hoofd’ en ‘Hart’ te maken heeft, maar aan anderen over te laten. Dus schiet bijbelstudie er gemakkelijk in. Als de bijbel open moet bij bijzondere gebeurtenissen of bij moeilijke vragen, daar heb je de dominee en de ouderling voor. En samen zingen, samen bidden of samen evangeliseren, dat laat je maar liever aan die enthousiaste of zweverige types over. Zelf hou je je maar liever wat op de achtergrond.

Op die manier maken vele handen geen licht werk, maar komt 3/4 van het werk op de schouders van een paar mensen neer. En dat is nog niet het ergste. Als bijna niemand meer zegt waarom we de handen uit de mouwen steken voor elkaar en voor anderen, wordt de naam van onze Heer Jezus Christus niet meer genoemd. Dan wordt geloven een vorm en snappen je kinderen niet meer, om Wie het echt gaat. Of de kerk wordt een gezellige club mensen. Met dat laatste is niets mis, want waar liefde woont, gebiedt de HEER zijn zegen. Maar besef, dat we wel wat meer zijn: de plek waar God mensen bij elkaar brengt die uit de duisternis gered zijn en nu in het licht van zijn liefde mogen leven, op weg naar een schitterende toekomst! Als je daar echt van overtuigd bent geraakt, dan mag je dat, vanuit een dankbaar hart, met woorden én daden laten zien. En je hoeft niet eens bang te zijn dat je het niet zo goed kunt verwoorden, want de Heilige Geest zal, als het zo eens ter sprake komt, je de woorden wel in de mond leggen, heeft Jezus al zijn volgelingen beloofd.

Aan de andere kant: één gebaar zegt meer dan 100 woorden. Dus als ‘omzien naar elkaar’ de sterke kant is van jouw gemeente, moet je daar niet negatief over doen, maar juist enorm blij mee zijn. In de kleine en gewone dingen trouw zijn, zonder meteen af te haken bij tegenslag – dat is een mooie eigenschap van een christen. En ook van een echte ‘HAND-gemeente’. Maar laat het geen excuus zijn om voor de rest zelf maar wat achterover te hangen. De meeste leerlingen van Jezus waren ook niet van die praters. Toch wisten ze in woord én daad het Evangelie heel goed over te brengen.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de praktijk

Hoofd hart handen engelsDe trits HOOFD – HART – HANDEN kun je goed gebruiken om te ontdekken wat voor type christen je bent. Dus kun je het ook als thermometer gebruiken om het functioneren van de plaatselijke kerk gaat. In een fijne gemeente bestaat er een goede wisselwerking tussen deze drie onderdelen.  In mijn vorige blog verwees ik naar de eerste christengemeente in Jeruzalem. Die bloeide en groeide volgens de beschrijving in Handelingen 2:41-47 . De bloei was te danken aan de manier waarop ze samen gemeente waren, nl. met hoofd (vers 42a, 43) en hart (vers 42d, 47a) en handen (vers 42b, 44, 45, 46). De groei gaf Christus Zelf (vers 47).

Hoe vul je dat praktisch in?

Als het erom gaat dat je gemeente en christen bent met je HOOFD is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe kun je elkaar stimuleren om meer werk te maken van het leren kennen van God als je hemelse Vader en Jezus Christus als je Redder en Heer, en hoe je Hen dient en volgt in je dagelijks leven? Want geloven met je HOOFD betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HART is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe word je persoonlijk en samen steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via onze Heer Jezus Christus en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je HART is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Dat kan niet zonder beleving en ervaring.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HANDEN is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe verbind je het ‘doen’ met je geloof? Geloven met je HANDEN betekent dat je ook praktisch naar elkaar omkijkt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten.  Dit onderdeel van het geloof krijgt in Handelingen 2:41-47 de meeste aandacht, maar staat wel in goed verband met de andere twee aspekten.

Een goede mix

Een goede mix tussen alle drie de aspekten is niet vanzelfsprekend. Voor je het weet zoeken gelijkgezinde christenen elkaar op. En dus krijg je ook bepaalde types kerkgemeenschappen. Gereformeerden worden vaak getypeerd als hoofd-christenen. Evangelischen lijken vooral hart-christenen te zijn. Bij het Leger des Heils kom je vooral christenen met de handen tegen. Ook legt elke tijdsperiode z’n eigen accenten. Als ik het zo inschat, vonden we in de GKV-kerken de bijbelse leer lange tijd erg belangrijk (hoofd), stond in de afgelopen twintig jaar het gevoel en de beleving behoorlijk centraal (hart) en verschuift de aandacht nu meer naar het praktisch christen zijn (handen).

Hoofd hart handenHou krijg en behoud je een goede balans binnen de gemeente? Misschien helpt het om bewust werk van de trits ‘Hoofd-Hart-Handen’ te maken op de volgende drie gebieden:

*A*  Op zondag. In de kerkdienst krijgen zowel bijbellezing en bijbeluitleg als zingen en bidden evenveel aandacht, terwijl rondom de kerkdienst de onderlinge ontmoeting  er ook echt bij hoort

*B*  De taak van ambtsdragers. Zij krijgen van Jezus Christus de opdracht om ervoor te zorgen dat zijn gemeente ook echt als een geestelijk lichaam functioneert (Ef. 4:11-16). Hoe geef je als kerkenraad en diakonie aandacht aan en stimuleer je bijbelstudie (hoofd)  en gebed (hart) en het omzien naar elkaar (handen)?

*C* Als gemeente / wijk / kring. Welke activiteiten organiseer je als gemeente en onderneem je als wijk of kring? Zit er voldoende evenwicht in?

Heel praktisch is dit tweede deel niet geworden. Dat kan ook niet echt, denk ik, want elke gelovige heeft zijn of haar eigen gaven van de Heer gekregen en iedere gemeente van Christus is uniek qua samenstelling. Ik hoop wel dat alles wat hierboven staat kan helpen om het christen-zijn met Hoofd & Hart & Handen vorm te geven, persoonlijk en als kerkgemeenschap.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de theorie

Hoofd hart handen ingelijstWat is de ideale kerk? En hoe kunnen wij dat vandaag zijn? Daarvoor moeten we terug naar de Bijbel. Twee omschrijvingen die ikzelf erg waardevol vind, komen van Jezus Zelf. Hij zegt op een gegeven moment tegen zijn twaalf de leerlingen, dat de gelovigen samen een gemeente vormen., want “waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben Ik in hun midden.” (Matteüs 18 vers 20). Op een heel ander moment zegt Jezus tegen een halve heiden (de Samaritaanse vrouw), dat je sinds zijn komst overal God kunt aanbidden, namelijk wanneer men “de Vader echt aanbidt, in Geest en waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie Hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.” (Johannes 4 vers 23 en 24). Een christelijke gemeente is dus een verzameling van gelovigen die in de naam van Jezus en één van Geest samenkomen om God de Vader te aanbidden. Maar dat klinkt nogal theoretisch. Wat gebeurt er allemaal in een gemeente, waar God de Vader, Jezus de Verlosser en de Heilige Geest centraal staan? Dat staat heel mooi beschreven in Handelingen 2:41-47. Meteen na de uitstorting van de Heilige Geest op Pinksteren ontstaat er in Jeruzalem een grote christelijke gemeenschap van meer dan 3.000 leden. Het leven van de eerste gemeente ziet er zo uit:

41 Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. 43 De vele tekenen en wonderen die de apostelen verrichtten, vervulden iedereen met ontzag. 44 Allen die het geloof hadden aanvaard, bleven bijeen en hadden alles gemeenschappelijk. 45 Ze verkochten al hun bezittingen en verdeelden de opbrengst onder degenen die iets nodig hadden. 46 Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. 47 Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.

Als je deze omschrijving op je laat inwerken, denk je al gauw: ‘Wow, wat een fijne gemeente!’ Toch schetst Lukas, de schrijver van het bijbelboek Handelingen, niet alleen maar een ideaal. Nee, het was écht zo goed daar, in die begintijd. En zo gaat dat wereldwijd en overal, dat er fijne gemeentes van Jezus Christus zijn, waar je graag bij wilt horen. En waar dan de duivel ook als de kippen bij is om onenigheid te veroorzaken. In beide gevallen, in goede tijden en in slechte tijden, mag je je dan weer spiegelen aan het leven van de eerste gemeente. Met als onderliggende gedachte, dat je pas echt gemeente van Christus bent, als je oprecht samenkomt in zijn Naam, in Geest en waarheid, om God de Vader te ontmoeten.

Boven binnen buitenOp grond van deze bijbelse lijnen is vaak gezegd, dat een ideale gemeente drie speerpunten kent, namelijk de drie B’s van

  • BOVEN
  • BINNEN
  • BUITEN

Voor een bijbelse visie op kerk-zijn is dat een hele goeie drieslag.

Maar als het erom gaat, hoe we samen een aansprekende, attractieve gemeente van Christus willen zijn, vind ik een andere indeling nog aansprekender, nl. die vanHoofd hart handen 2

  • HOOFD
  • HART
  • HANDEN

Hoofd en Hart en Handen: in Handelingen 2:41-47 kom je in de eerste christelijke gemeente van Jeruzalem deze drie aspekten van gemeente-zijn allemaal duidelijk tegen. Check het zelf en je zult zien dat ze alle drie een ruime voldoende scoren. De gevolgen blijven dan ook niet uit: De Heer (Jezus Zelf, door zijn Geest) breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden. Er kwamen dus elke dag (!!) nieuwe mensen tot geloof die lid werden van de gemeente van Jezus Christus in Jeruzalem.

BOVEN – BINNEN – BUITEN gaat meer over de gerichtheid en de struktuur van elke kerk. Binnen die drie deelgebieden kunnen gemeenteleden zich met hun gaven inzetten.

HOOFD – HART – HANDEN gaat meer over manier waarop in elke kerk het geloof in God en Jezus vorm krijgt. Zonder een goede wisselwerking tussen deze drie kun je als mens niet goed funktioneren. Ook in de gemeente van Christus heb je deze drie aspekten nodig om samen een fijne kerk te vormen en zelf in je geloofsleven opgebouwd te worden:

  • HOOFD   Hoe kunnen we elkaar in de gemeente stimuleren om werk te maken van het leren kennen van de HERE en zijn wil voor het dagelijks leven, en hoe hou je het persoonlijke kontakt met God levend? Want geloven met je hoofd betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.
  • HART   Hoe worden we in de gemeente steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via Jezus onze Heer en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je hart is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf.
  • HANDEN   Hoe verbinden we als gemeente het ‘doen’ met het geloof? Want het geloof in Christus niet kompleet als het niet doorwerkt in praktisch handelen en in  betrokkenheid op elkaar en op de mensen om ons heen Geloven met je handen betekent dat je als gemeenschap elkaar ontmoet en er voor elkaar bent.

Ik denk dat het voor een plaatselijke kerk belangrijk is, dat deze drie aspekten alle drie een plek krijgen in het gemeenteleven. Zowel op zondag als door-de-week. Vooral, omdat het volgens mij de drie belangrijkste manieren zijn waarop de Heilige Geest het geloof van ieder gemeentelid vormt en voedt. Ga maar bij jezelf na op welke manier het geloof bij jou het beste binnenkomt en wat je in je eigen gemeente het meeste waardeert.

Over de praktische invulling van elk van de drie geloofstypes valt ook nog wel een en ander te zeggen. Evenals over de valkuilen die elke type met zich mee brengt. Daarover gaan de volgende twee blogs.

Eerder schreef ik een korte blog over hoe je met de gaven van ‘Hoofd – Hart – Handen’ kunt meewerken om Gods gave gemeente nog gaver te maken.