Binnenkort mag ik als dominee weer een trouwdienst leiden. Dat vind ik altijd prachtig. Iedereen is blij met het bruidspaar. De trouwdienst zelf is voor hen vaak het hoogtepunt van de dag. Want in de kerk herhalen ze hun beloftes aan elkaar en ontvangen ze Gods onmisbare zegen over hun huwelijk.
Net als bij een doopbediening en bij viering van het avondmaal kun je tegenwoordig kiezen welk formulier je wilt gebruiken voor de kerkelijke inzegening / bevestiging van je huwelijk. Het zijn twee korte formulieren, de één uit 1999 en de ander uit 2014. Allebei even sprankelend qua taalgebruik. De keus laat ik graag aan het stel dat trouwt.
Ik kwam wel een probleempje tegen. Namelijk: wat beloven bruid en bruidegom elkaar nu precies als ze in de kerk hun JA-woord herhalen? Tot 2014 was dat geen probleem.
Aan de bruidegom werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die naar Gods wil zijn?
En aan de bruid werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?
En aan beiden werd vervolgens gevraagd: Zul je heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk overeenkomstig het evangelie te leven?
Op de synode van 2014 komt daar verandering in. De deputaten die over de liturgische formulieren gaan constateren: “Tegen de huidige tekst van de huwelijksvragen en –beloften bestaat een vrij grote weerstand.” Als reden noemen zij “de ongelijkheid in de belofte van bruidegom en bruid.” Volgens de deputaten berust deze formulering op een omstreden uitleg van Efeze 5 die niet algemeen gedeeld wordt in onze kerken. Daarom stellen ze voor om bij de eerste vragen de “elementen die al te zeer voor discussie vatbaar zijn” weg te laten en voor een eenvoudiger belofte te kiezen waarbij “in ieder geval liefde, trouw en zorg benoemd worden” en die voor bruidegom en bruid gelijk is:
Bruidegom/bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw/man te zorgen?
Maar in hetzelfde deputatenrapport stond ook het nieuwe tweede huwelijksformulier. En daarin waren de beloften weer verschillend:
Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen?
Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?
Volgens de synodeverslagen is die laatste versie aangenomen. Vanaf 2014 waren dit dus de vastgestelde trouwbeloften (incl. het vervolg dat voor bruid en bruidegom gelijk gebleven is). Niet helemaal consequent, vond ik. Waarom zou je als bruid meer moeten beloven dan als bruidegom? Dus heb ik me altijd maar gehouden aan de formuleringen die tot 2014 afgesproken waren. Want ik ben het heel erg eens met de opmerking van de deputaten, dat bij alle liturgische formulieren de vragen die gesteld worden, gelijk dienen te zijn.
Toen kwam eind 2017 het nieuwe Gereformeerde Kerkboek uit. De teksten van de liturgische formulieren waren al vastgesteld in 2011, maar de deputaten hebben nog wat kleine taalkundige correcties toegepast.
Maar wat is er tot mijn stomme verbazing nu met de beloften van bruidegom en bruid gebeurd? Precies het omgekeerde! Nu belooft de bruid minder dan de bruidegom:
Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?
Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen?
Ik snap het niet meer. Het is volgens mij van tweeën één.
Of bruidegom en bruid beloven alleen maar dat ze in liefde voor elkaar zullen zorgen. Dan haal je alle moderne gevoeligheden uit de trouwbelofte en beperk je je tot de kern.
Of bruidegom en bruid beloven elkaar, dat hij haar in liefde voor zal gaan en dat zij hem in liefde zal volgen en helpen. Dan hou je je meer aan de globale invulling die je ook in de Bijbel leest.
Persoonlijk heeft het laatste mijn voorkeur. Als kerk hoeven we niet alle verschil tussen man en vrouw weg te poetsen als we in een trouwdienst een stukje bijbels onderwijs over het huwelijk geven.
Dus wat mij betreft voegen we beide varianten 2014 en 2017 samen door zowel aan de bruidegom als aan de bruid elk gewoon de toegespitste, bijbels gefundeerde vraag te stellen:
Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?
Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?
Zullen jullie heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk vanuit het evangelie te leven?