Uit het leven van een van de stichters van het volleybalspel: Johann Sebastian (Volley) Bach (1685-1750). Een volleybalsprookje uit NETNIEUWS – de krant waarbij je nooit achter het net vist (18e PVT – 1985)
U ziet het reeds. Dit jaar geen traditioneel sprookje. In het kader van de herdenking van 300 Bach willen wij in deze krant aandacht schenken aan deze muzikant en sportliefhebber, J.S.B. Toen Johan 300 jaar geleden geboren werd, vermoedde niemand hoeveel invloed deze man in de wereldgeschiedenis zou hebben. De muzikale kant is reeds in vele bladen belicht zodat wij daar niet veel aandacht aan willen besteden. Zijn minder bekende, sportieve kant is ons van meer belang.
Al op 7-jarige leeftijd waren er twee dingen in Johanns leven van belang. De volleybal en het orgel. Vader Bach was zeer gecharmeerd door het orgelspel van Johann en vond dat dit voor Johann de toekomst was. Johann zelf wou veel liever volleyballen en hij en de volleybal waren dan ook onafscheidelijk. Elke middag na school moest Johann in de grote kerk oefenen op het orgel. Johann schrijft hierover in zijn overigens niet erg bekende dagboek: ‘Door het spelen op het orgel staalde ik de spieren van mijn vingers. Alleen zo kon ik trainen om topspeler te worden.’
’s Avonds was Johann altijd te vinden in de kaatsbaan waar hij met de jeugd aan het volleyballen was. Door zijn orgelspel waren zijn vingerspieren zo gestaald dat hij dé vedette was. Hierdoor ontving hij zijn bijnaam ‘Volleybach’.
In 1703 trad Johann in het huwelijk met een van zijn mede-volleybalsters: Anne Tenne. Het was een kort maar gelukkig huwelijk (tot 1705). De liefde van Johann blijkt heden ten dage nog uit het feit dat de naam Anne Tenne uit het volleybalspel niet meer weg te denken is. Na haar dood werd Johann depressief en begon door Duitsland te trekken. Dit duurde tot 1723. Toen kwam hij in Leipzig. Hier kreeg hij een baan als organist in de Thomaskerk. Deze baan kreeg hij slechts op voorwaarde dat hij zich van volleyballen zou onthouden. Omdat Johann toch al 38 was stemde hij toe. In zijn dagboek schrijft hij: ‘7-4-1723. De baan in de Thomaskerk heb ik gekregen. Maar ik moet stoppen met volleybal, moet zelfs mijn volleybalconcert vernietigen. Maar de wereld zal weten dat ik van volleybal hou en zal blijven houden.’
De bekende Duitse muziekspecialist Walter T. Fuga schrijft hierover: ‘Diepgaand onderzoek heeft uitgewezen dat de bekende afkorting op elk muziekstuk van Bach B.W.V. niet betekent Bachs Werke Verzeignis, maar slaat op de noodkreet uit zijn dagboek. Zeer waarschijnlijk moeten we hier lezen Bach Wil Volleybal. De ware betekenis hiervan zal wel onduidelijk blijven.’
Door twee gelukkige zaken kon Bach zijn volleybal toch voortzetten. Ten eerste werd het gezin Bach in de loop van de jaren uitgebreid met 16 kleine Bachjes. De oplettende lezer weet genoeg. Precies twee teams en elk team twee reserves.
Het tweede kwam door een intensieve briefwisseling met een ander sluimerend volleybal-enthousiast: Georg Friedrich Händel (spreek uit: hendel) (1685-1750). Deze leeftijdgenoot van Bach was ook in zijn jeugd in aanraking gekomen met het volleybalspel. Toen Bach hem schreef dat hij zijn volleybal moest staken in opdracht van de kerkmeester von Lär, reageerde Händel hierop door het bekende werk van Largo te schrijven. Vaak wordt gedacht aan de muziekterm Largo, wat ‘groot’ betekent. Toch is het beter dit te zien in het licht van Händels Engelse periode. Dan wordt het Lar-Go, of te wel: Heer von Lär, ga toch weg. Händel zag heel goed dat volleybal en muziek eigenlijk bij elkaar horen als de linker en de rechter pijp van een broek. Gesterkt door de wetenschap dat Händel achter hem stond ging Bach door met het illegaal trainen van zijn kinderen. Het resultaat is bekend. Vier zoons zijn door het volleybal befaamde componisten geworden. Door hun rugnummers zijn zij bekend als Bach One [1], Bach Two, Bach Three en Bach Four. Dat dit Engels werd was een dankbetoon aan Händel.
Door de zijdelingse betrokkenheid van Bach bij het volleybalspel werd zijn weerstand tegen de besluiten van von Lär groter. Steeds openlijker liet Johann blijken dat he volleybal niet uit zijn leven wilde bannen. Dit begon met het schrijven van het scheidsrechter-fluit-concert in C groot. Dit accepteerde von Lär nog. De spannende rondedans voor supporters was echter de druppel die de emmer deed overlopen. Vooral het nu nog veel gezongen Olé ole … enz. vond von Lär zo afschuwelijk, dat hij Bach op 65-jarige leeftijd ontsloeg.
De lezer kan nu denken dat het nu alleen nog maar goed af kan lopen met Bach, maar niets is minder waar. Al snel raakte Johann aan lager wal. Door de anti-propaganda van von Lär kon hij zijn muziekstukken alleen voor zeer lage bedragen kwijt. De Spaanse rondedans (BWV 291 bis) bracht 7 schilling op; andere werken van hem werden ne zo geboycot. Zo kreeg hij voor de volgende muziekstukken slechts ƒ 75,– (omgerekend in hedendaagse munt): * Canon voor 3 koren (BWV 302), beter bekend als het Na na na – lied; * Sonate in F (BWV 309) en * zijn Canon in C ‘Sie läufen niemals allein’. Dit is altijd onbekend gebleven. Veel bekender is Händels cover ‘You never walk alone’. Dit hoort men heden ten dage nog in stadion en volleybalzaal.
Zo stierf Bach in 1750 in grote armoede. Een man van karakter die voor zijn mening durfde uit te komen, ook al was dit ten koste van hemzelf. Laat ons dat in het jaar van de muziek en het jaar van de jeugd tot nadenken stemmen. Wanneer men Bach op de draaitafel legt, herinner u wat hij voor het volleybal in het prilste stadium betekend heeft.
SESAM
[1] Bach-One spreekt men wel uit als ‘Bach Wan’, maar hij dient niet verward te worden met Baghwan




















Ik kwam afgelopen week opnieuw de twee bekende uitdrukkingen uit de titel van deze blog tegen. Dat was in het boek ‘Een kerk die kan’. Daarin beschrijven Rudolf Setz en Marten van der Meulen hoe Assen Zoekt is ontstaan en vanuit welke visie ze werken. Assen Zoekt is bij ons in Assen het missionaire zusje dat officieel bij de Christelijke Gereformeerde Kerk hoort en waarvan Gert van den Bos de parttime-voorganger is. In hun boek gebruiken ze ook deze uitdrukkingen Boven – Binnen – Buiten en Bewegen rond de Bron.
Met ‘centrered’ bedoelen ze een kerk die weinig grenzen stelt, maar wel heel duidelijk de bron van het christelijk geloof centraal stelt: Jezus Zelf en de waarden die Hij o.a. in de Bergrede noemt. Vergelijk het met de manier waarop men in Australië schapen houdt: je laat ze vrij rondlopen, maar zorgt voor een bron met schoon water waar het vee uit kan drinken. Zo zien veel missionaire kerken eruit. Men vertrouwt erop dat het evangelie zo kostbaar is dat mensen daar wel in de buurt willen blijven. Zolang ze zich bewegen naar de bron, hoef je je minder zorgen te maken over de grenzen. En als je echt aandacht blijft besteden aan de bron, blijf je ook scherp op wat niet past bij de christelijke kerk en het Koninkrijk zoals Jezus dat voor ogen heeft. (blz 128-131).
Eén gemeente heb ik nog niet genoemd. Dat is de ‘Oase’-gemeente Assen e.o. van de voortgezette Gereformeerde Kerken in Nederland (vGKN). Deze gemeente heeft bijna 70 leden, komt elke zondag in de MaasStee in Pittelo bij elkaar en heeft in ds. A. van Harten-Tip een eigen parttime predikant.
We hebben dus veel overeenkomsten. Tot in het logo toe ;-). Vandaar dat we wederzijds besloten hebben om de predikanten voor te laten gaan in elkaars kerkdiensten. We willen daarmee beginnen op zondag 24 maart. Dan zal ds. Van Harten-Tip ’s morgens bij ons ‘Het Noorderlicht’ preken en mag ik voorgaan in de ‘Oase’. Daarna kunnen de preekvoorzieners van beide kerken ook een beroep op ons doen.