Van Oranje Overalls naar Witte Gewaden – een indrukwekkende tekening en een indrukwekkende blog n.a.v. de onthoofding van 21 Koptische christenen door ISIS.
Christen zijn
Rikko nog aan toe, krijg nou de Heek-rambam – vloeken mag en is normaal
Een maand of twee geleden haalde Rikko Voorberg, theoloog, theatermaker, schrijver en columnist aldus Wikipedia, de landelijke pers, omdat hij in NRC Next geschreven had, dat vloeken mag. Het mag als uiting van absolute onmacht over iets heel ergs waarvan je “met heel je hart gelooft dat iets echt niet de bedoeling was en universele verdoemenis behoeft.” Als je er eerst maar echt kapot en stil van geweest bent. Als je er ook maar bij zegt wat er vervloekt moet worden. En als je maar niet een persoon vervloekt, want “het oordeel over het hart van de ander ligt in handen van een ander, de Universele Ander.”
Op 11 november schreef David Heek, theoloog, evangelist en KNVB-scheidsrechter volgens het Nederlands Dagblad, in het Nederlands Dagblad, dat hij “het geheven wijsvingertje van menig gelovige vervloekt” die iets zegt van gevloek, “terwijl in een gvd en in een Jezuskreet Gods naam niet eens zit.” Want een christen die andere mensen vraagt of stimuleert om uit respekt voor zijn of haar geloof niet of minder te vloeken, doet dat “vanuit een verheven moralistische en ten diepste egocentrische houding”, laat de vloeker “aan zijn religieuze lot over” en voelt zich “met zijn goede gedrag de baas” over hem of haar.
Ik heb begrip voor Rikko’s standpunt. Hij schrijft voor niet-christenen. En hij kaart een thema aan dat echt speelt: er gebeurt zoveel onrecht in de wereld (hij noemt zelf MH17, ISIS, Gaza), dat zelfs wie volstrekt niet in God gelooft, haast zou gaan wensen dat er toch ergens iemand zou moeten zijn in dit universum die dit absolute kwaad kan vergelden. Ik vond en vind dat dit door Rikko op een goede manier werd aangekaart in dé krant voor sekulier Nederland. De oproep om weer “zuiver, rechtgeaard en hartgrondig te leren vloeken” was, denk ik, aan de andere kant ook maar een soort proefballon en in dat opzicht ook wat onrijp en naief. Dat bleek ook meteen wel uit alle media-aandacht die voor de ludieke kant op ging: ‘Meneer Voorberg, zullen we dit interview dan maar afsluiten door samen welgemeend gvd te zeggen?’ Waar Rikko vervolgens niet aan mee deed.

Foto: Bond tegen het vloeken
Maar van David z’n verhaal snap ik helemaal niets. Nou ja, akkoord, als je op een wildvreemde plaats tegen een wildvreemd persoon die vloekt alleen maar zegt: ‘dat hoort niet zo’, loop je het risiko dat ze tegen jou zeggen: “Jullie zitten zeker elke zondag vooraan in de rij in de kerk?” (lees de column ‘Blijde boodschap’ van Kees van Egmond hierover op zijn weblog). Maar daar is bij David geen sprake van. Bij hem geeft een trainer voor de wedstrijd aan, dat zijn team in de wedstrijd niet zal vloeken, omdat hij zijn spelers verteld heeft, dat de scheids ook dominee is. Wat een mooie gelegenheid om daar iets positiefs over te zeggen, zonder geheven wijsvinger, in de trant van: “Bedankt voor het respekt, en ik hoop dat ze het niet alleen voor mij laten.” Maar David zei iets anders tegen de trainer. “Zolang mensen nog niks met God hebben, kan ik begrijpen dat er gevloekt wordt. Ik denk dat iemand zich alleen op grond van een goede levensovertuiging anders dan normaal gaat gedragen.” En de trainer staarde hem “een aantal sekonden verbaasd aan.”
Ik ben net zo verbaasd. Het is zelfs na 24 uur nog niet over. Ik snap het echt niet. Natuurlijk hoef je van mensen die niet in God of Jezus geloven niet te verwachten, dat ze vloeken erg vinden. Maar om het meteen heel normaal te vinden dat mensen die niet gelovig zijn bij elke gemiste kans gefrustreerd gvd roepen en te onpas aan Jezus te laten weten waar ze enorm van balen, dat gaat er bij mij niet in. In het publieke Twittergesprek tussen Kees van Egmond (@KeesvE) en David Heek (@DavidHeek) zegt de laatste, dat het in het derde gebod niet gaat om vloeken, maar om het misbruik van Gods naam door gelovigen die zijn naam kennen en toch God voor hun karretje willen spannen. Dus staat David voor de tien geboden in de kerk, maar niet-gelovigen behandelt hij anders. Kees van Egmond vroeg zich af wat dan het verschil is tussen stelen en vloeken door een niet-christen. En ik zou nog wel eentje kunnen noemen: vreemdgaan. Van alle drie kun je verwachten dat iemand die niet de christelijke normen en waarden deelt, er geen probleem mee heeft. Ik wil ze alle drie uitwerken aan de hand konkrete voorbeelden.
Stelen is normaal: op scholen met veel jongeren van allochtone afkomst heerst de opvatting: “Je jat niet van vrienden, maar van een vreemde mag het wel”. Als je een telefoon gejat hebt, is de moraal: “Dat heb je handig gedaan” en: “Je bent dom al je bent gepakt”. En als je betrapt wordt geldt: “Als de camera er niet op heeft gestaan, is het gewoon niet waar.” De leerkracht of de medeleerling is vooringenomen. “Eerlijkheid blijft een lastig artikel. Op een gegeven moment zien wij diefstal als diefstal.” Maar als je het niet kunt bewijzen, is het voor een allochtone jongere niet waar. “Dat is toch wel een bepaald cultuurprobleem hoor.” (citaten uit Hoop voor moslimjongeren – hoofdstuk Een krachtmeting van twee kanten – interview met drie directeuren van ‘gekleurde’ scholen – Buijten & Schipperheijn, 2005). Moet je dan tegen zo’n jongere zeggen: ‘Ik begrijp dat je van vreemden steelt, want je hebt nu eenmaal een andere opvatting over mijn en dijn, dus ik ga niet boven je staan door er iets van te zeggen.’
Vreemdgaan is normaal: op de werkvloer ontstaan regelmatig romantische verhoudingen tussen collega’s. Het eindigt vaak in een overspelige relatie en leidt tot echtscheiding. Want, constateerde het sekuliere Dagblad van het Noorden een jaar of vijf geleden al: mensen gaan voor hun eigen geluk en daar dient de partner in belangrijke mate aan bij te dragen. Dus als de klik er niet meer is, is er ook niets meer wat je aan elkaar bindt. En dus is er ook niets meer wat je ervan hoeft te weerhouden om een relatie op de werkvloer aan te gaan. Moet je dan tegen je collega zeggen: ‘Ik begrijp dat je vreemd gaat, want je hebt niks meer met je man of vrouw, dus ik ben de laatste die er iets van zal vinden.’
Vloeken is normaal: in de vier jaren dat ik grensrechter bij het meisjesvoetbal in Nijmegen en Assen ben geweest, wisten de trainers en de ouders en de meiden heel goed dat ik dominee was. In Nijmegen vonden ze het zelfs raar dat ik getrouwd was en vier kinderen had. Maar ze vonden het allemaal heel vanzelfsprekend dat ik het niet prettig vond dat er soms stevig gevloekt werd. De meesten gebruikten ‘God’ en ‘Jezus te’ pas en te onpas als stopwoord. Dat was dus wel behoorlijk ingesleten. Maar bijna iedereen vond het gebruik van de woorden ‘God’ en ‘Jezus’ als gefrusteerde krachtterm en dus meestal vergezeld met de toevoeging ‘Allemachtig’ en ‘Christus’ toch echt te ver gaan. Moest ik dan zeggen: ‘Nou, ik verbaas me er niet over hoor, want alleen als je in God en Jezus gelooft vind je het normaal om niet te vloeken, dus mij hoor je er niet over.’
In alle drie de situaties geldt volgens mij, dat niet-christenen vanuit hun moraal deze drie geboden van God heel anders interpreteren. Verwacht van een niet-christen geen christelijke levensstijl, las ik bij Tim Keller. Maar dat is toch wat anders, dan dat je je op voorhand neerlegt bij iets wat een ander niet als stelen, vreemdgaan of misbruik van Gods naam ziet? Waarom zou je altijd bang moeten zijn dat een ander jou als weer zo’n arrogante, zelfverzekerde christen ziet? Volgens neemt dan bij niet-christenen de verwarring alleen maar toe en het respekt voor christenen evenredig af. Want ze geloven wel in God en in de Tien Geboden en binnen hun kerk spreken ze elkaar er flink op aan als er gevloekt, gestolen of vreemdgegaan wordt, maar daarbuiten vinden ze het allemaal heel begrijpelijk en normaal. Rare jongens, die christenen!
Volgens mij hoort het bij de levenshouding van een christen om altijd te zoeken naar de beste manier om Gods naam (inclusief die van Jezus) hoog te houden. Daar hoort ook bij, “dat wij ons ook niet door zwijgen of toelaten aan zulke gruwelijke zonden mee schuldig maken” (Zondag 36 HC). In de prekenserie Tot 10 tellen in geloof heb ik daarover gezegd (zie Stap 03), dat ik te vaak de pijn niet voel en te vaak bang ben voor negatieve reakties. Daarom heb ik Gods Geest hard nodig voor wijsheid en vrijmoedigheid om op een goede, positieve manier het misbruik van Gods naam aan te kaarten.
Toen Jezus aan het kruis gespijkerd werd, zei Hij luid en duidelijk: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen.’ Het hielp weinig, het spotten ging van alle kanten gewoon door. Op twee (Misdadiger 2 en Centurio) of drie (Simon van Cyrene) na. Zou mijn eerste reaktie dan moeten zijn als ik de mogelijkheid heb om iets van vloeken te zeggen: ‘Ach, het geeft niet, want ze weten niet wat ze doen.’Waar ben ik dan echt bang voor?
Tot 10 tellen in geloof – over discipelschap en leerling van Jezus zijn
Het motto van een echte christen zou je als volgt onder woorden kunnen brengen:
GOD HEB IK LIEF!
Daarom wil ik als kind van God
1. gehoorzaam zijn aan al zijn geboden,
2. in alle omstandigheden op Hem vertrouwen en
3. in alle situaties Jezus volgen.
Maar hoe doe je dat? Op mijn weblog heb ik de pagina ‘Tot 10 tellen in geloof’ toegevoegd. Dat is de titel van een projekt met als ondertitel: samen oefenen om leerling van Jezus te zijn. Onder dit thema ben ik in de zomer van 2014 begonnen aan een langere serie preken over het volgen van Jezus aan de hand van de Tien Geboden. Veel christenen vinden het volgens mij namelijk best moeilijk om in de praktijk vorm te geven aan hun geloof. Je bent lid van de kerk en voor de rest hang je maar wat achterover. Dat is niet wat Jezus van je wil! Daarom wil ik samen met mijn gemeenteleden in Assen-Peelo tot 10 tellen in geloof. Zo willen we samen oefenen om op tien hele konkrete manieren leerling van Jezus te zijn in het leven van elke dag. Want Jezus roept in de Bijbel niemand op om een goede kerkganger te zijn. Hij roept de mensen die in Hem geloven op om een leerling van Hem te worden en Hem te volgen. Hij is Zelf het voorbeeld en zegt tegen ons: ‘Leer het van Mij en leer het aan elkaar.’ Dat kan heel mooi aan de hand van de Tien Geboden.
Ik kom er eerlijk voor uit, dat ik mij voor dit projekt heb laten inspireren door Sake Stoppels en Jos Douma. Zij schreven allebei een artikel over discipelschap en leerlingen van Jezus zijn in het blad ‘Dienst’ van ‘lente 2014’ (Stoppels) en ‘zomer 2014’ (Douma). Van Sake Stoppels komt de opmerking “Jezus roept leerlingen, geen kerkmensen.” En Jos Douma doet de suggestie om aandacht voor discipelschap te koppelen aan Gods Tien Woorden. Hij bracht mij op het idee om dit projekt ‘Tot 10 tellen in geloof’ te noemen. Zelf is Jos Douma in Zwolle ook begonnen dit uit te werken. Hij heeft er zelfs een speciale blog-site voor opgestart onder de naam http://ikteltottien.wordpress.com/. En bijgaand plaatje dat ik regelmatig gebruik is de omslag van een boekje van A.F. Troost over ‘de Tien Geboden toen en nu’ met deze titel.
Voor het overige heb ik helemaal mijn eigen spoor getrokken in het opzetten van dit projekt. Op de projektpagina staan thema-preken, kindmomenten, leesroosters, gespreksvragen en ander materiaal. Laat iedereen zich vrij voelen om er naar believen gebruik van te maken. Reakties en aanvullingen zijn uiteraard zeer welkom, evenals een gezonde diskussie voor wie de insteek minder geslaagd vindt.
Op de site van Jos Douma vind je ook een definitie van discipelschap. Volgens hem is het kenmerk van een leerling van Jezus kort gezegd: Jezus vertrouwen en volgen. Hij werkt dat uit in een hele lange en een minder lange definitie van discipelschap. Ik heb die definitie nog wat verder ingekort. En ik heb er ook een kernachtige motivatie boven gezet, ontleend aan Psalm 116. Die ‘definitie van een christen’ heb ik de afgelopen maanden steeds in de preken gebruikt. Maar ik stap nu van het woord ‘definitie’ af. Het is me te kil en teveel vanaf de buitenkant geredeneerd. Als je echt leerling en volgeling van Jezus Christus wilt zijn, zul je deze ‘definitie’ eerder als statement en slogan gebruiken. Daarmee breng je je verlangen onder woorden. Het is dus geen definitie van een echte christen, maar eerder het motto waarmee je in het leven staat:
GOD HEB IK LIEF!
Daarom wil ik als kind van God
1. gehoorzaam zijn aan al zijn geboden,
2. in alle omstandigheden op Hem vertrouwen en
3. in alle situaties Jezus volgen.