Registratie Orgaandonatie in de lift

orgaandonatie-teletekstOp 13 september nam de Tweede Kamer een nieuwe orgaandonatiewet aan. Wie de moeite niet wil nemen om zich te laten registreren, wordt onder deze nieuwe wet genoteerd als iemand die ´geen bezwaar´ heeft tegen het doneren van zijn of haar organen na overlijden. Vandaag meldden het dagblad Trouw  en het NOS-journaal dat in de drie-en-halve week na dit besluit al zo’n 100.000 Nederlanders zich hebben laten registreren in donorregister.
De meesten hebben ‘nee’ laten noteren, ruim 90.000. En iets minder dan 10.000 mensen hebben ‘ja’ ingevuld. Daarnaast zijn waren er in de eerste dagen na het besluit bijna 4.500 Nederlanders die zich hebben laten uitschrijven, maar waren er ook zo’n 2.650 personen die van ‘nee’ naar ‘ja’ zijn geswitcht. Volgens dagblad Trouw en het NOS-journaal zijn er inmiddels 22.000 Nederlanders die zich hebben laten uitschrijven.

Hoe je het ook wendt of keert, alleen al het feit dat het voorstel om tot een Aktief Donor-Registratie Systeem over te gaan, het met 75-74 gehaald heeft in de Tweede Kamer, heeft tot beduidend  meer registraties geleid.En dat alleen al vind ik winst.

Orgaandonatie OverheidEven voor de duidelijkheid wat cijfertjes.

In januari 2014 waren zo’n 5,7 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Daarvan zeiden bijna 3,5 miljoen ‘ja’ met of zonder beperkingen, zeiden zo’n 1,6 miljoen ‘nee’ en lieten 0,6 miljoen de keus aan de familie. In december 2015 waren ruim 5,8 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Het ‘ja’-aantal steeg licht (+ 53.000), het ‘nee’-aantal daalde licht (- 8.000) en het aantal dat de familie liet beslissen steeg het hardst (+ 92.000).

En nu naar 2016. Volgens http://www.donorregister.nl stonden op 31 augustus 2016 precies 5.910.425 Nederlanders geregistreerd, waarvan bijna 3,65 miljoen ‘ja’ hadden ingevuld, ruim 1,55 miljoen ‘nee’ en de overige 0,7 miljoen liet het aan de familie over. Wat is er na 13 september veranderd? Nou, er hebben zich bijna 73.000 Nederlanders meer laten registreren. Wel daalde het ‘ja’-aantal’ naar 3,64 miljoen en steeg het ‘nee’-aantal naar 1,64. Het aantal dat voor ‘de familie beslist’ koos, bleef nagenoeg gelijk met iets meer dan 0,7 miljoen.

Orgaandonatie ja of neeZonder de 22.000 Nederlanders die in mijn optiek allemaal Dik heten en samen de familie Ego vormen, en die als Dikke Ego’s allemaal hun eigen autonome keus belangrijker vinden dan de lange wachtlijsten die er nog steeds zijn, zou het aantal registraties net boven de 6 miljoen zijn uitgekomen.

Ik ben blij met deze cijfers. Het gaat er mij namelijk niet om of mensen voor of tegen orgaandonatie zijn. Ook al vind ik het voor mijzelf een christenplicht om na mijn leven mijn naaste te mogen dienen met mijn organen als dat kan. Maar de afweging van iemand anders dat het lichaam door God aan iemand persoonlijk gegeven is en dat je daar na je dood niet in wilt laten snijden vind ik ook een begrijpelijk standpunt. Het is echt geen gebrek aan naastenliefde als iemand ‘nee’ zegt. Maar geef het in elk geval aan. Of laat weten dat je die keus t.z.t. aan je familie over laat. Met dit nieuwe registratiesysteem word je door de overheid nergens toe verplicht. Behalve dat de overheid wil dat je aangeeft wat je zelf wil. Niet willen kiezen is namelijk een vorm van egoïsme of laksheid. Dat stoort mij vooral omdat 90% van de Nederlanders wél graag een orgaan ontvangen wil als de nood aan de man/vrouw komt. Terwijl het aantal Nederlanders dat nu vrijwillig zijn keus kenbaar maakt, al jaren op 40% zit. Dus van elke 100 Nederlanders vertikken 60 personen het om zich te laten registeren, maar van die 60 willen er 50 wel graag een orgaan ontvangen als de nood aan de man of vrouw komt. Dat vind ik, even scherp gezegd, hypokriet. Orgaandonatie - hartjeDus ben ik blij met dit besluit van de Tweede Kamer. Wie niks laat weten, geeft aan ‘geen bezwaar’ te hebben. Dat is wat anders dan ‘ja’, maar het is voor de nabestaanden een teken dat iemand tijdens zijn leven geen grote moeite met orgaandonatie had, anders had hij/zij wel ‘nee’ laten registreren. Dat hebben binnen een maand na 13 september al bijna 100.000 Nederlanders gedaan. Dat vind ik dus een goede zaak. Beter eerlijk ‘NEE’ dan de zaak op z’n beloop laten.

En nu maar hopen dat de ChristenUnie in de Eerste Kamer niet gaat zeggen: zie je wel, het aantal registraties neemt de laatste maanden heel erg toe. Het is al erg genoeg dat christenen de naam hebben in ethische zaken overal tegen te zijn. Terwijl het stimuleren van orgaandonatie toch echt heel iets anders is dan het legaliseren van abortus of euthanasie.
 
 
 

ORGAANDONATIE – zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts?  

Komt er een nieuw donorregistratiesysteem? Het zal erom spannen deze week in de Den Haag. Vóór de zomervakantie diende D66 een voorstel in een ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren. Dat betekent in de praktijk, dat iedereen vanaf 18 jaar nadrukkelijk gevraagd wordt om een keus te maken: ‘Ik wil wel of geen donor worden.’ Wie ondanks herhaalde oproepen geen keus wil maken, wordt automatisch geregistreerd als donor. In juni 2016 lieten o.a. CDA en ChristenUnie en VVD weten dit voorstel niet te zullen steunen. Volgens mij ten onrechte, zoals ik in mijn blog van 7 juni 2016 onderbouwde (klik hier), want al meer dan 20 jaar geeft maar 40% van de Nederlanders, alle overheidscampagnes ten spijt laat, aan of men wel of geen donor wil zijn. Tegelijk wil 90% van de Nederlanders wel graag een orgaan te willen ontvangen als de nood aan de man (of de vrouw) komt. Er moet dus echt wat veranderen. Vandaar het voorstel van D66. Begin deze maand liet D66 weten, het voorstel nog verder te hebben aangepast om aan de bezwaren van o.a. de christelijke partijen tegemoet te komen. Of het helpt, valt nog te bezien. Maar het zou mij zwaar tegenvallen van het CDA en van de ChristenUnie als ze op 8 september nog steeds blijven vasthouden aan een vrijblijvend systeem waardoor 60% van de Nederlanders gewoon z’n verantwoordelijkheid niet neemt.

 Wat zijn de aanpassingen?

In Nederland geldt nu een toestemmingssysteem. De overheid roept alle burgers nadrukkelijk op om zich te laten registeren en te kiezen uit de volgende opties: 1 = JA / 2 = NEE / 3 = ik laat mijn nabestaanden of één specifieke persoon beslissen. D66 stelde in juni 2016 voor om alle Nederlanders vanaf hun 18e actief te benaderen met deze vraag én er heel erg duidelijk bij te zeggen: als je na herhaalde herinneringen niet reageert, word je automatisch geregistreerd als donor.

Toch bleven er een aantal bezwaren bestaan. Vooral over het feit dat wie zich bewust als donor laat registreren en wie de moeite niet neemt om te reageren, allebei als ‘JA – ik ben donor’ worden geregistreerd. Verder was er kritiek op het feit dat mensen vanaf hun 18e een aantal keren opgeroepen worden om een keus te maken, maar daar dan voor de rest van hun leven aan vast zitten. En de vraag kwam naar voren hoe het zit met laaggeletterden en wilsonbekwamen: worden die zonder het te weten opeens tot donor verklaard? Op de site van de Nierpatiënten Vereniging Nederland wordt duidelijk vermeld hoe D66 aan deze bewaren is tegemoetgekomen.

Allereerst is ervoor gekozen om duidelijk onderscheid te maken tussen wie zich wel heeft laten registeren als donor en wie domweg niet gereageerd heeft. Voor deze tweede groep (de lakse Nederlanders) worden niet meer geregistreerd onder de categorie ‘JA’, maar onder een nieuwe categorie ‘GEEN BEZWAAR’.

Ook wordt nu zwart op wit vastgelegd dat alle Nederlanders vanaf hun 18e elke 10 jaar opnieuw een persoonlijke herinnering krijgen m.b.t. hun registratie. Men kan die dan ook wijzigen. Zo is de actuele wens van iedere Nederlander  bekend.

Verder zijn er extra waarborgen opgenomen voor ‘wilsonbekwamen’. In elke acute situatie moet een arts zich ervan vergewissen dat de persoon in kwestie wilsbekwaam was toen hij toestemming verleende voor orgaandonatie. Als blijkt dat een persoon wilsonbekwaam was, kan alleen met instemming van de wettelijk vertegenwoordiger of van de nabestaanden besloten worden tot orgaandonatie. Kunnen zij niet op tijd bereikt worden, dan is zo’n wilsonbekwaam géén donor.

Tenslotte wordt de nieuwe manier van registreren pas ingevoerd nadat er eerst een periode van goede voorlichting is gegeven aan alle Nederlanders, zodat iedereen er van op de hoogte is dat als je je keus niet wilt laten vastleggen, de overheid er van uit gaat dat je geen bezwaar hebt tegen orgaandonatie.

Durven CDA en ChristenUnie nu wel een stap te zetten?

Wat het CDA betreft ben ik bang dat men ondanks deze aanpassingen vast blijft houden aan de bezwaren tegen een actieve donorregistratie. Want er is nog één onderliggend argument waarom het CDA (en de VVD) niet verder willen gaan dan een vrijblijvende registratie op www.donorregister.nl. Dat standpunt werd op zaterdag 5 september op Radio 1 verwoord door de voorzitter van het CDJA, Julius Terpstra. Hij is tegen het voorstel van D66 omdat het een aantasting is van de integriteit van iemands lichaam. Dus heeft een overheid geen recht op de organen van wie dan ook als iemand zich daar niet zelf over uitgesproken heeft. Het voorstel van D66 zou zelfs tegen de grondwet ingaan volgens het CDJA. Ik vind de argumentatie uitermate zwak. En dat het tegen de grondwet ingaat, is echt onzin. Want er is een groot verschil tussen ‘je niet kunnen uitspreken’ en ‘je niet willen uitspreken’. Wie zich niet kan uitspreken, wordt geen donor. Wie gewoon geen zin heeft om zich te laten registreren, heeft er ook geen principiële bezwaren tegen om donor te zijn. Dus tast de overheid niemands integriteit aan, maar respecteert juist volledig ieders keus en beschermt de wilsonbekwame burgers tegen de aantasting van hun lichaam.

Wat betreft de ChristenUnie heb ik meer hoop dat deze aanpassingen wel voldoende zijn om de fractie over de streep te trekken. In 2005 wilde de ChristenUnie namelijk graag als extra optie bij donorregistratie opnemen: “Ik maak nog geen keuze, stel mij de vraag later opnieuw”.  Dat is nu expliciet in dit voorstel opgenomen, want elke Nederlander krijgt elke 10 jaar een herinnering en kan dan opnieuw de afweging maken om wel of geen donor te willen blijven of alsnog te worden. En in juni 2016 liet Carola Schouten nog weten tegen de vermenging van een ‘aktief JA’ en een ‘passief JA’ te zijn. Ook dat bezwaar geldt nu niet meer. Maar of de ChristenUnie echt een stap voorwaarts durft te zetten? Tijdens de eerste bespreking van dit wetsvoorstel op 27 maart 2014 vond de ChristenUnie nog, dat de keus om wel of geen donor te willen zijn, “een zaak is van mensen zelf. Mensen zijn geen eigendom van de staat.” Daarom was het voor de fractie “de vraag of een dwingende keuze, opgelegd van overheidswege, wel wenselijk is.” Ik hoop dat bij de ChristenUnie er inmiddels van overtuigd is, dat de overheid in het aangepaste voorstel van D66 niets dwingend oplegt, maar alle burgers indringend op ieders verantwoordelijkheid wijst en daarbij duidelijk aangeeft welke conclusies we als samenleving trekken als iemand laksheid en ongeïnteresseerdheid niet wil reageren, namelijk:

‘Wie bewust blijft zwijgen, stemt toe.’ 

Op weg naar de hemel – met Christus de dood onder ogen zien (Mark Ashton – 6)

Ashton Mark fotoDe dood – een verwoestende barrière

Er kan geen twijfel bestaan over de wreedheid van de dood op dit punt. Er is in een mensenleven geen barrière die zo verwoestend en destruktief is als de grens tussen leven en dood. Valse profeten sussen mensen in slaap met hun mooie praatjes en wishfull thinking over de dood (onze geliefde is een kamer verderop; hij kijkt van boven altijd op ons neer; zij zal onzichtbaar aanwezig zijn bij elke familiebijeenkomst). Het zijn gemene praatjes omdat het tegen alle menselijke ervaring ingaat. Bovendien heeft het geen basis in het woord van God.

Dat is onze enige hoop op eeuwig leven.

De Bijbel is er duidelijk over dat ‘mensen eens moeten sterven en daarna volgt het oordeel.’ (Hebreeën 9:27). Ieder van ons zal eens tegenover God komen te staan en rekenschap over zijn leven moeten afleggen. Dan zal iedereen van ons vol schaamte het hoofd buigen en erkennen dat we veroordeeld zouden moeten worden voor de manier waarop we in Gods wereld geleefd hebben, namelijk alsof het onze eigen wereld was. Maar op het moment dat mijn veroordeling uitgesproken wordt, zal mijn Verlosser tenslotte opstaan (Job 19:25) en zal Jezus het onomstotelijke bewijs leveren dat mijn straf volledig door Hem gedragen is toen Hij voor mij in de plaats stierf aan het kruis. Het is mijn relatie met Hem dat mij door de dood heen kan helpen. Dat is onze enige hoop op eeuwig leven. Hij alleen zorgt voor de totale vernietiging van de dood.

De enige relatie

Ashton Mark On my way to heavenAl is de menselijke liefde nog zo sterk (Hooglied 8:12), zij kan de dood niet vernietigen. Er is maar één relatie die dat kan. En dat is de relatie achter alle andere relaties. In alles wat ik tijdens mijn ziekte heb meegemaakt heb ik zo veel kracht gekregen dankzij de relatie met mijn vrouw (Gods grootste geschenk aan mij na Jezus, en een geschenk dat steeds maar beter werd ondanks mijn zonden) en dankzij de relatie met mijn drie kinderen (en drie prachtige aangetrouwde kinderen).

Er is maar één relatie die de dood kan vernietigen.

Zij waren de steunpilaren die mij geestelijke kracht gaven en ik ben enorm blij dat ik mag zien dat mijn kinderen nog meer geloof hebben dan ik. Hun geloof (en dat van hun moeder) is hun grootste geschenk aan mij. Maar ik realiseer mij heel goed, dat het eigenlijk niet hun geschenk aan mij is, maar Gods geschenk aan hen en zo zijn geschenk aan mij via hen. Hij is de relatie achter alle relaties.

Om mijn dood te begrijpen moet ik die dus in verband met Hem brengen. Jezus zal altijd Dezelfde zijn – inderdaad, Hij zal meer dan ooit te voren echt en betrouwbaar zijn. Het zal zijn stem zijn die me roepen zal om voor altijd bij Hem te zijn in zijn aanwezigheid (1 Tess. 4:16-17 en Joh. 14:13). Hij is de eerste en de laatste (Openb. 1:17-18), het begin en het einde (Openb. 21:6). Men zegt dat voor een gelovige het einde van de wereld niet zozeer een gebeurtenis, maar vooral een Persoon is. Dat is zeker zo als het gaat om het einde van het leven.

Het einde van de wereld is niet zozeer een gebeurtenis, maar vooral een Persoon.

Mijn dood is wel een gebeurtenis waarbij er een eind komt aan mijn lichamelijke leven op aarde, maar het zal ook het moment zijn dat mijn relatie met Jezus volmaakt wordt. Die relatie is het enige wat mijn leven op aarde zin gaf en bij mijn dood zal het alles zijn.

 

Church Of St Andrew The Great

Foto: Magnus Manske via Wikimedia Commons 

Dit is de zesde aflevering van mijn Nederlandse weergave van het boekje On my way to Heaven Facing death with Christ, geschreven door Mark Ashton, predikant van St. Andrews the Great in Cambridge, nadat hij op zijn 60e te horen gekregen had dat hij een ongeneeslijke vorm van kanker had.

Lees ook Aflevering 1 en Aflevering 2 en Aflevering 3 en Aflevering 4 en Aflevering 5.

ORGAANDONATIE – wie niet reageert wordt donor

Je bent ernstig nierpatiënt. Je staat al een tijdlang op de wachtlijst voor een nieuwe nier. Maar er zijn  te weinig mensen die zich als orgaandonor hebben geregistreerd. Ondanks alle campagnes in de afgelopen jaren. De hoogste tijd om het ‘toestemmingssysteem’ te vervangen door een ‘geen-bezwaar-systeem’.  Tenminste, dat vindt bijna de helft van de Tweede Kamer. Deze week stemt Den Haag over een voorstel van D66 om een ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren. Het is 50/50. De fractie van het CDA gaat de doorslag geven.

Orgaandonatie ja of neeIk hoop van harte dat het voorstel van D66 het haalt. Het haalt de vrijblijvendheid eruit om je wel of niet te laten registreren als orgaandonor. Dat is het grote bezwaar tegen het huidige systeem namelijk. Nu roepen overheid en organisaties zoals de artsenvereniging KNMG alle Nederlanders op zich te registreren als donor. Maar in de praktijk heeft maar iets meer dan 40% dat tot nu toe gedaan. Dat percentage stijgt de laatste jaren wel iets, maar, schrijft de KNMG in maart 2016, “toch blijft het tekort aan donororganen groot en overlijden jaarlijks mensen terwijl zij wachten op een orgaan. Een van de problemen die artsen zien, is dat nabestaanden van een overledene die niet weten wat de overledene wilde, twijfelen en er dan vaak voor kiezen om donatie af te wijzen, terwijl de overledene mogelijk wel zijn organen had willen afstaan.” (lees hier meer)

Vrijwillige registratie te vrijblijvend

Als je je nu laat registreren als donor, kun je kiezen uit vier opties. 1 = JA / 2 = NEE / 3 = mijn nabestaanden beslissen / 4 = een specifieke persoon beslist. Als je voor ‘JA’ kiest, kun je ook nog aangeven welke organen je wel of niet beschikbaar stelt voor transplantatie. D66 stelt nu voor over te gaan tot een systeem van actieve donorregistratie. Dat houdt in dat alle Nederlanders vanaf hun 18e actief benaderd worden met de vraag of ze donor willen worden. Ze krijgen precies dezelfde vier vragen gesteld als bij de vrijwillige donorregistratie. Maar in de brief wordt er ook bij gezegd: als je na herhaalde herinneringen niet reageert, word je automatisch geregistreerd als donor.

Actieve registratie : niet automatisch donor

Orgaandonatie PasDit voorstel is een gulden middenweg tussen ons huidige, vrijblijvende systeem en het ‘geen-bezwaar-systeem’ zoals dat in bv. België en Spanje geldt. Daar ben je automatisch donor, tenzij je een ‘ik-wil-geen-donor-zijn-verklaring’ invult. Volgens mij moeten we in Nederland echt een stap vooruit zetten. We zijn er, ondanks  alle promotie in de afgelopen 30 (!) jaren, niet in geslaagd om voldoende orgaandonoren te krijgen. Dus sterven er jaarlijks tientallen tot honderden mensen terwijl ze op de wachtlijst staan, omdat 60% van de Nederlandse bevolking niet de moeite wil nemen om z’n mening kenbaar te maken over orgaandonatie. Die laksheid vind ik onchristelijk. Want uit onderzoeken blijkt dat bijna 100% van de Nederlanders wel zelf graag een nier of long of hart wil ontvangen als dat akuut nodig blijkt te zijn. Dus waarom zou je dan niet zelf na je leven iemand anders daarmee willen helpen? Volgens mij moeten christenen in deze diskussie de woorden van Jezus onze Heer uit Matteüs 7:12 en Lukas 6:31 zwaar laten wegen: Behandel anderen steeds zoals je wilt dat ze jullie behandelen (NBV) / Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo (NV’51).

Orgaandonatie HartjeChristenUnie tegen actieve registratie

Helaas wil de ChristenUnie het systeem niet veranderen. In 2008 (klik hier) schreef de ChristenUnie in een notitie, dat orgaandonatie een zaak is en moet blijven van burgers onderling. De overheid mag die keus niet dwingend opleggen. Wel moet er meer aan voorlichting gedaan worden om burgers te doordringen van het belang van orgaandonatie. Oftewel: “Orgaandonatie, een zaak van mensen onderling. Geen keuzedwang, wel keuzedrang.” En zelfs als iemand zich wel heeft laten registreren als orgaandonor, is het volgens de ChristenUnie ondenkbaar om de mening van de nabestaanden te negeren. Als zij alsnog geen toestemming willen geven, gaat de orgaandonatie niet door. Er is nog een belangrijke reden waarom de ChristenUnie tegen het systeem van actieve donorregistratie is. Het sluit de mogelijkheid niet uit, dat iemand tegen zijn wil in als Orgaandonatie Wachtlijstdonor behandeld zou worden. Daarom diende de ChristenUnie in 2005 samen met o.a. de SP een motie in om alle Nederlanders vanaf hun 18e actief te registreren met dezelfde vier vragen als hierboven en met een vijfde keuzemogelijkheid. 5 = ik maak nog geen keuze, stel mij de vraag later opnieuw. Wie deze vijfde mogelijkheid invulde, zou later, bij een nieuw paspoort bv., opnieuw de vraag voorgelegd krijgen of hij/zij wel of niet donor zou willen worden. Die motie haalde het niet en dus stemde een krappe meerderheid van de Tweede Kamer in 2005 tegen het actieve donorregistratie-systeem en bleef het ‘toestemmingssysteem’ van kracht. Met de unanieme wens van heel de Tweede Kamer aan de regering om alle Nederlanders te stimuleren zich te laten registreren in het donorregister. Dat laatste heeft de overheid ter harte genomen. Op www.donorregister.nl kan iedereen invullen of men wel of geen orgaandonor wil zijn. Maar het heeft onvoldoende geholpen. Na tien jaar neemt bijna 60% van de Nederlanders nog steeds niet z’n verantwoordelijkheid. Dus komt D66 nu opnieuw met een voorstel om over te gaan tot actieve registratie van alle Nederlanders boven de 18 jaar. En wie dan na herhaaldelijke herinneringen niet reageert, wordt automatisch donor. Dat laatste is winst en wordt zelfs door ChristenUnie genoemd tijdens de allereerste bespreking van dit voorstel in 2014 (lees hier meer).

Durf een stap te zetten!

Orgaandonatie LoesjeDus waarom blijft de ChristenUnie dan vasthouden aan haar oude standpunt? Daarmee stimuleert ze laksheid en ongeïnteresseerdheid. En bevordert ze gebrek aan naastenliefde. Volgens mij is er geen sprake van keuzedwang als iemand een aantal keren nadrukkelijk gevraagd wordt om duidelijk aan te geven of men wel of geen donor wil worden. Want in die keus is iedereen volkomen vrij. Maar als iemand gewoon de moeite niet neemt om na herhaalde oproepen het donorregistratieformulier in te vullen, is het een hele logische stap om te zeggen: ‘Wie zwijgt, stemt toe’.

 

Blijf stappen zetten op de ladder van het geloof!

Belijdenis jpeg1-001Vandaag, op zondag 5 juni, doen in GKV “Het Noorderlicht”  te Assen-Peelo zeven jongeren belijdenis van hun geloof. Tegen Brenda, Dennis, Harmen, Henrik, Henry, Ruben en Wouter zeg ik, net als Paulus: “Jullie geloven in Christus en jullie horen bij Hem. Daarom mogen jullie God nu alles vragen. Jullie kunnen erop vertrouwen dat Hij jullie zal helpen.” (Efeziërs 3:12 BGT).

Wat ik hen en mij en iedereen vandaag wil meegeven is de les van Efeziërs 3:14-21. Daar is Paulus zó blij met christenen die hun geloof belijden, dat hij meteen zelf gaat doen, waar hij iedereen oproept. Namelijk: vraag maar raak aan God. En wat vraagt Paulus dan? Dit:

Blijf stappen zetten op de ladder van het geloof!

En dan noemt Paulus zeven stappen. Hier komen ze:

Ladder tekst1/ Bid altijd met vertrouwen. Dat is vers 14+15. Je gelooft toch dat God je machtige, hemelse Vader is? Hij regeert over alles in de hemel en op de aarde.  Denk dus altijd groot van Hem!

2/ Bid altijd om kracht . Dat is vers 16. Want als God machtig is (en dat is Hij), wil Hij ook jouw geloof diep van binnen steeds sterker maken. Dat doet Hij door zijn Heilige Geest.

3/ Bid altijd om groei. Dat is vers 17a. Jezus Christus wil namelijk graag altijd in jullie aanwezig zijn. Hij wil geen in bijrol spelen in je leven, bv. alleen op zondag of op bijzondere momenten. Hij wil echt gaan wonen in je hart! Je hart –  de motor van alle onderdelen van je leven. Waar Hij woont, regeert Hij met liefde. En Hij wil graag dat jij daar bewust voor blijft kiezen – door je geloof.

4/ Bid daarom ook altijd om liefde. Dat is vers 17b. Dat Gods liefde in jou blijft en dat jij van God blijft houden en van je naaste. In de liefde moet je al gelovige ‘geworteld en gegrondvest’ blijven, zoals een plant in vaste grond en zoals een gebouw op een stevig fundament. Liefde is de basis van jouw bestaan als christen en ons bestaan als gemeente van Christus.

PHR_3664_15/ Bid daarnaast ook altijd om kennis. Dat is vers 18. Nee, daarbij gaat het niet om bijbelteksten of dogmatische theorieën, maar om het kennen en begrijpen van Gods eeuwenoude reddingsplan waarmee Hij jou en mij en alle andere christenen  weer bij Zich terug wil brengen. De diepte van dat plan (Jezus gaf zijn leven) en de omvang van dat plan (heel de wereld) zijn zo geweldig, dat je daar samen niet over uitgedacht en uitgepraat raakt.

6/ Bid als zesde ook om volheid. Dat is vers 19. Namelijk dat je je steeds weer laat vullen met Gods aanwezigheid in jouw leven. Dankzij Jezus heb je allerlei gaven gekregen om als christen te groeien naar geestelijke volwassenheid. Maar verlang daar ook naar en streef er ook naar!

7/ Tenslotte, zegt Paulus, blijf altijd God bedanken. Dat is vers 20+21. Want Hij heeft alle macht (zoals Michelle Williams zingt: There’s no limit to what You can do, You’re almighty and all powerful).  Dus komt Hem alle eer toe. Altijd via Jezus, vergeet dat niet. En doe het persoonlijk – God bedanken. Maar ook altijd samen met medechristenen. Want ‘onze zeven’ van vandaag, Brenda, Dennis, Harmen, Henrik, Henry, Ruben en Wouter, zijn niet de eersten die tot geloof gekomen zijn. Nee, ze staan in een lange rij van christenen die allemaal tijdens hun leven op God vertrouwden en in Jezus geloofden. Voor ieder van ons vandaag geldt: blijf net als al die andere christenen altijd stappen zetten op de ladder van het geloof.

Efeziërs 3 vers 14 t/m 21   –   Bijbel in Gewone Taal

14 Ik kniel en bid tot God, de Vader. 15 God heerst over alle engelen in de hemel en over alle volken op aarde. 16 Gods macht is groot. Daarom bid ik dat God jullie diep van binnen kracht wil geven door zijn Geest. 17 Ik bid dat hij jullie geloof zo groot maakt dat Christus altijd in jullie aanwezig is. En ik bid dat God door de liefde van Christus de kerk sterk wil maken en wil laten groeien. 18 Ik bid dat hij jullie en alle andere christenen wil leren hoe groot en diep die liefde is. 19 Dan zullen jullie begrijpen dat die liefde groter is dan een mens zich kan voorstellen. Ja, ik bid dat God zelf volledig in jullie aanwezig wil zijn. 20 Gods macht is oneindig groot. Hij kan alles doen wat wij hem vragen, of waar wij aan denken, en zelfs nog veel meer. Zijn macht is nu al in ons aan het werk. 21 Alle eer aan God, in heel de kerk, die bestaat dankzij Jezus Christus. Alle eer aan God, voor altijd en eeuwig! Amen.

 

DURF TE GEVEN – maar hoeveel en waar aan?

Geld en BijbelRegelmatig moet ik met mijn Opel Astra naar de garage. Meestal word ik geholpen door Rob. Altijd vriendelijk. Altijd in voor een praatje. Laatst kregen we het over geven van giften. ‘Dat is best lastig, dominee. Als christen moet je vrijgevig zijn. Maar waar leg je  de grens? Want er komt geen eind aan al die goede doelen. Voor je het weet heb je geen rooie cent meer over.’ Ik denk dat er een goede vuistregel  uit de Bijbel is af te leiden. Twee vuistregels zelfs. En een uitdaging.

Vuistregel 1:  GEEF 10%

In het Oude Testament kom je regelmatig de oproep tegen om de tienden te geven. En in het Nieuwe Testament roept Paulus ons op om de volgende woorden van Jezus  onze Heer niet te vergeten: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen”.

Een duidelijke bijbelse richtlijn is dus volgens mij, dat je 10% van je inkomen durft weg te geven. Dat is veel te veel, hoor ik christenen regelmatig zeggen. En dan komen de tegenargumenten. Het hoeft niet persé 10% te zijn, want in de Bijbelse tijd betaalde men geen belasting. Je moet eerst je belasting van je bruto inkomen aftrekken. En daarna de huur of de hypotheek. En dan ook nog de andere vaste  lasten van een woning. En de kosten voor de auto. En het kleedgeld. En het levensonderhoud. Je kunt van alles Geven - uitspraak Jezusbedenken. Maar wie zo redeneert, is ver verwijderd van de richtlijn van 10% die God zijn kinderen voorhoudt. Wie telkens redenen bedenkt om zo weinig mogelijk giften te hoeven geven is ook ver verwijderd van de levenshouding die Jezus zijn volgelingen voorhoudt: ‘Niet wie heeft, maar wie geeft is pas rijk.’

Het gaat mij er niet om dat we iedereen langs dezelfde meetlat leggen. Maar persoonlijk vind ik dat er niets mis is met de gedachte dat je 10% van wat er elke maand netto binnenkomt aan goede doelen kunt besteden. Netto is dan, wat je op je rekening gestort van je werkgever (hij houdt jouw premies al in namelijk) of wat je overhoudt nadat je zelf je premies hebt afgedragen.

 Vuistregel 2:  GEEF 2/3 kerkelijk, 1/3 algemeen

Er zijn zoveel goede doelen. En je kunt je 10% maar één keer uitgeven. In Deuteronomium 14:22-29  kom ik een praktische verdeling tegen die ook vandaag nog goed te hanteren is. Daar staat namelijk dat de gelovigen de tienden twee jaar lang naar de tempel moeten brengen en daar aan offers en feestmaaltijden moeten besteden uit dankbaarheid voor alles wat God gegeven heeft. In die feestvreugde mogen de priesters en hun gezinnen delen.  Maar elk derde jaar krijgen de tienden een ander doel. Dan moet het verdeeld worden onder de Levieten, de vreemdelingen, de wezen en de weduwen in de stad. Dat is zelfs zo’n belangrijk voorschrift, dat Mozes voorschrijft: “Dan moet u tegenover de HERE, uw God, verklaren: ‘Ik heb niets van de gaven die de HERE toekomen achtergehouden. Ik heb alles aan de Levieten, vreemdelingen, weduwen en wezen gegeven, geheel overeenkomstig de geboden die U mij opgelegd hebt. Ik ben in niets nalatig geweest.” (Deuteronomium 26:13).

Ook dit is volgens mij een duidelijke bijbelse richtlijn: besteed 2/3 van je giften aan kerkelijke doelen. Daar mag je zelf ook profijt van hebben, bv. van een eigen predikant, een eigen kerkgebouw en de aktiviteiten die in de eigen gemeente ook voor jou gehouden worden. Maar vergeet de mensen die het echt moeilijk hebben niet, dus geef ook aan algemene doelen, zowel christelijke doelen (de Leviet, de weduwe, de wees) als niet-christelijke doelen (de vreemdeling).  Besteed daar 1/3 van je giften aan.

Gul Geven 3.jpgMet deze tweede vuistregel hoef je je ook niet schuldig te voelen wanneer je niet aan elk goed doel iets geeft. Als christen is je eerste opdracht om je kerkelijke gemeente in stand te houden. Dat is vandaag de plaats waar je God hebt leren kennen en waar je Hem vereert.  Dus mag je daar ook royaal aan geven, in de kollekte, via de VVB, aan de zending en voor de diakonie. Uit al die andere algemene goede doelen  mag je kiezen wat jou het meeste aanspreekt. Dat heeft vaak te maken met wat je meemaakt in je familie of in je omgeving. Maar je hoeft je niet schuldig te voelen wanneer het maar om kleine bedragen gaat. Wie niet christen is kan veel aan algemene doelen geven. Wie wel christen is heeft al een doel gevonden voor 2/3 van zijn of haar 10%.

De uitdaging: GEEF nog royaler!

Goed, mijn stelregel is dus om 10% weg te durven geven. Daarvan probeer i k 2/3 aan kerkelijke doelen te geven en 1/3 aan algemene doelen (al dan niet christelijk). Dat lukt me alleen maar als ik steeds weer besef, dat al mijn rijkdom uiteindelijk een geschenk van God is. Sterker nog: als christen besef ik nog beter dan de gelovigen in het Oude Testament hoeveel het God gekost heeft om mij weer met Zichzelf te verzoenen en hoe diep Jezus Christus gegaan is om te redden van de eeuwige ondergang – niet met gevaar voor eigen leven, maar ten koste van zijn eigen leven.

De gelovigen in het Oude Testament konden dat nog niet allemaal weten. Voor hen was ‘geven’ vooral een uiting van vertrouwen. Ze wisten dat ze wel 10% van hun inkomen konden missen: God blijft immers zorgen?

Geven - uitspraak tegeltje.pngWij leven na Goede Vrijdag . Wij weten veel meer. Voor christenen  is ‘geven’ vooral een uiting van dankbaarheid. Als je weet dat Jezus alle gegeven heeft, waarom zou je dan nog moeite hebben om 10% van je inkomen terug te geven aan de Heer en aan je naasten in nood? Tim Keller slaat de spijker op z’n kop als hij schrijft: “We moeten daarom niet denken dat Gods maatstaf voor vrijgevigheid bij nieuwtestamentische christenen lager zou zijn dan bij de oudtestamentische gelovigen.” Integendeel: “Nog anders gezegd, tienden geven is voor christenen een minimumeis van vrijgevigheid en recht doen.”  ( Tim Keller, Ruim baan voor gerechtigheid, blz. 205, noot 35)

Aan het geefgedrag van een christen kun je afmeten hoe het gesteld is met de dankbaarheid tegenover God en het vertrouwen op God.

STAPPEN met JEZUS op een prachtig BELIJDENISKAMP

‘Hoe was het belijdeniskamp dit jaar?’ Veel mensen vroegen me dat afgelopen week. Nou, eigenlijk moet je dat mij niet vragen, maar aan de 22 jongeren uit Assen-Peelo, Assen-West en Hooghalen die dit jaar van vrijdagavond 2 oktober tot zondagmiddag 4 oktober op kampeerboerderij ‘De Vistrap’ vlak bij Dalfsen. Maar ik vertel graag wat we gedaan hebben en hoe de meesten het ervaren hebben.

Het belijdeniskamp van de vier kerken (ook Beilen doet mee, maar dit jaar leverde Beilen geen deelnemers) bestaat al minsten 15 jaar. En de opzet is al jarenlang ongeveer hetzelfde – een echte succesformule. Vrijdagavond t/m halverwege de zaterdagmiddag inhoudelijk, daarna sport en spel en bonte avond, op zondag een kampdienst en/of kerkdienst met verwerking.

Belijdeniskamp 2015 ballonvaartDit jaar zorgde Peter Wierenga van het Bureau Kerkwerk voor de inhoud. Hij maakte er echt een heel mooi geheel van. Op vrijdagavond begonnen we met een Belachelijke Ballonvaart. Je kunt het leven vergelijken met een reis. Je mag 39 dingen (personen, spullen, hobby’s, gewoonten enz.) meenemen. Maar onderweg moet je in 3x etappes 10 dingen overboord gooien. Welke 9 dingen vind je uiteindelijk in jouw leven dan het meest belangrijk?

Tijdens het tweede deel van de vrijdagavond konden we daar met elkaar over doorpraten in groepjes van 2 of 3 tijdens de belijdeniswandeling. Daarin vroegen we ook aan elkaar waarom en wanneer we belijdenis wilden doen.

Belijdeniskamp 2015 voetstapOp zaterdagmorgen ging Peter verder met ons en vroeg iedereen om op een heel groot vel papier De reis van je leven uit te tekenen. Vanaf je geboorte tot aan de dag van vandaag. Met vier onderdelen: * Gidsen (= belangrijke personen) en * Richtingwijzers (= belangrijke ervaringen) en * Mijlpalen + * Hindernissen (de tops en de downs in je leven). Dat was best pittig om te doen. Het maakte bij sommige kampgangers veel los.

De zaterdagmiddag ging over Jezelf (weg)geven, vanuit Romeinen 12:1-8. Als kind van God mag je alles van jezelf bij God brengen. Hij neemt al het zondige weg en Hij vult je met alles wat Hij je geven wilt. Niet om het voor jezelf te houden, maar om je te laten overlopen. Peter maakte dat duidelijk met het voorbeeld van gevulde glazen. Daarna liet hij ons nadenken over de volgende drie vragen: *1* Waarom zou ik mijzelf aan God en Jezus toevertrouwen? *2* Wat wil ik Hem allemaal geven en wat hou ik liever zelf? *3* Hoe geef ik op dit moment al goede dingen van God door?

Daarna volgde op zaterdagmiddag de zeskamp – net als vorig jaar met enorm veel liefde en enthousiasme door kampleider JP georganiseerd (incl. sjekkie achter z’n oren). Team Leeftink was het meest sportief: wij lieten alle andere teams boven ons eindigen. En ‘s avonds eerst de voorbereiding op en daarna de uitvoering van de bonte avond. Die was zo leuk, dat wie er niet bij was, zich er geen voorstelling van kan maken als ik zeg, dat het oerend hard ging met paard en al.

Belijdeniskamp bureau kerkwerkOp zondag ’s morgens hielden we onze kampdienst. De Muziekvrienden van Assen-West kwamen ons begeleiden – top! Peter Wierenga leidde de dienst. Hij haalde drie verschillende discipelen van Jezus voor het voetlicht. Natanael is degene die onder de boom veel van Jezus verwacht. Petrus is degene die uit de boot stapt omdat hij helemaal op Jezus vertrouwt. En Andreas is degene die anderen verwijst naar Jezus, bv. met vijf broden en twee vissen. Ondertussen is de Here Jezus Zelf degene die alles van zijn Vader verwacht, helemaal op zijn Vader vertrouwt en altijd naar zijn Vader verwijst. In de verwerking op zondagmiddag werd de vraag gesteld: welke type gelovige ben jij? En wat heb je van dit kamp geleerd, waar kun je God voor bedanken en welke stappen ga je na dit kamp in geloof met Jezus zetten?

Tussendoor … was er de geweldige goede zorg van de kamp-mama’s Thea, Grietje en Hettie. Eten en drinken en waar nodig een persoonlijk gesprekje … de kamp-mama’s waren dit jaar alweer geweldig!

Tot zover dit domineesverslag van het belijdeniskamp 2015. Wie vult dit verslag aan met zijn of haar reaktie? En voor wie nog eens over belijdenis-doen na wil denken: lees het blog over WAAROM ZOU IK BELIJDENIS DOEN?

 

 

Het ‘wij-gevoel’ bij de opening van “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo

Openingsceremonie Het Noorderlicht-002Assen-Peelo is een kerkgebouw rijker. Of, beter gezegd: eindelijk heeft ook Assen-Peelo een kerkgebouw in de wijk. Tot voor kort had iedereen het over “de oude bieb”. Nu staat in Assen-Peelo “Het Noorderlicht”.  Officieel geopend op vrijdag 4 september 2015, open huis op zaterdag 5 september 2015 en de eerste diensten op zondag 6 september 2015. In één van de preken heb ik gezegd, dat je de gedaantewisseling van de oude bibliotheek in Peelo naar het nieuwe kerkgebouw Het Noorderlicht met recht “een ware metamorfose” kunt noemen. 

Die metamorfose van bieb tot kerk is een mooi beeld van hoe het met mensen gaat die God en Jezus hebben leren kennen. Die maken ook een ware gedaantewisseling door. Maar dan meer van binnen. Want als je God echt hebt leren kennen als je hemelse Vader, dankzij alles wat Jezus voor jou gedaan heeft, dan is geloven geen theorie of een zondags kunstje. Dan word je een ander mens. Dan voel je je herboren. En hoe dichter je je met God en Jezus verbonden voelt, hoe duidelijker die metamorfose wordt. In de Bijbel kom je minstens twee keer tegen, hoe zo’n verandering ook echt zichtbaar wordt. In het Oude Testament lees je in over Mozes die in de Sinaï-woestijn op de berg Horeb van God de Tien Geboden ontvangt en ook de komplete instruktie over de bouw van de tabernakel en de hele offerdienst. Elke keer als hij Glow in the dark gezichtterugkomt, heeft zijn gezicht zo’n stralende glans, dat hij een doek voor zijn gezicht moet doen omdat de Israelieten er niet tegen kunnen. Het verhaal is te lezen in Exodus 34:29-35. In het Nieuwe Testament lees je over Jezus die op weg is naar Jeruzalem. Als enige weet Hij wat Hem daar wacht. Hij zal er sterven aan het kruis om zo de straf voor de zonden van alle mensen op zich te nemen. Geen makkelijke weg dus, integendeel. Daarom krijgt Hij op een hele bijzondere manier een geweldige bemoediging. Hij ontmoet op een berg Mozes en Elia. Daarbij ondergaat Jezus een ware metamorfose. Zijn gezicht verandert en zijn kleren worden zo wit als het helderste licht. Het verhaal is te lezen in Markus 9:2-8. Het Grieks gebruikt voor deze gedaanteverwisseling van Jezus het woord ‘metamorfose’ . Verder komt het woord ‘metamorfose’ nog twee keer voor in het Nieuwe Testament. In Romeinen 12:2 en in 2 Korintiërs 3:18. In die tweede brief van Paulus aan de christelijke gemeenschap in Korinte verwijst hij  naar de hemelse glans op het gezicht van Mozes. Die verdween op een gegeven moment weer, zegt Paulus. En de hemelse lichtshow met Jezus, Mozes en Elia op de berg was, nadat God gesproken had, ook zomaar weer verdwenen. Die buitenkant, zegt Paulus, daar gaat het niet om. Maar als je tot geloof komt, ja, telkens als iemand gaat geloven in Jezus Christus de Heer, dan komt er een hemelse glans in je leven. En die glans, die met Christus gekomen is, zit van binnen. Dat is het werk van Gods Heilige Geest. Dan voel je je vrij. Niet meer onzeker – zou God wel bestaan? Niet meer angstig – heb ik wel goed genoeg geleefd? Nee, dan voel je je vrij! Omdat je weet: ik mag bij God horen! Jezus Christus heeft mij gered en mij in de vrijheid gezet! Ik geloof! Als Paulus dat aan de christenen in Korinte verteld heeft, zegt hij:

Wij christenen zijn dus vrij. Wij hebben geen doek voor ons gezicht. Onze gezichten laten iets zien van de hemelse glans van de Heer. Want wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de Heilige Geest voor.

Paulus zegt hier, dat christenen mensen zijn die iets hebben wat andere mensen missen. Maar niet omdat ze uit zichzelf zulke geweldige mensen zijn. Integendeel. Christenen kun je vergelijken met een reflector. Die geven uit zichzelf helemaal geen licht. Ze geven alleen maar de glans van ander licht door. En zo mag iedere christen iets laten van de hemelse glans van de Heer Jezus Christus. Je mag de glorie van Christus reflecteren. Want als je in Jezus gelooft, dan zie je iets in Hem. Hij is de Zoon van God. Hij is het! Mensen komen onder de indruk van Hem. Ik wel tenminste. Hij heeft mij te pakken met zijn liefde. Daarmee neemt Hij mijn angst en schuld en schaamte weg. Hij pakt mij ook in met zijn waarheid. Tegenover Hem hoef ik mij niet langer beter voor te doen dan ik ben en mijn Locatie het noorderlicht-002maskers op te houden. En Hij pakt mij vast met kracht. Want door Hem krijgt mijn leven weer zin en openen zich geweldige perspektieven. Liefde – waarheid – kracht. Dat mogen christenen samen reflecteren. Waarom? Nou, zodat andere mensen het merken, dat een leven met God en Jezus zin heeft. God Zelf kunnen we niet zien. En Jezus is teruggekeerd naar de hemel. Maar op aarde lopen wel volgelingen van Christus rond. Ook hier in Peelo heb je honderden christenen. De vraag is: wat zien andere mensen daar van? Wat zien ze aan mij? Zien ze iets van de glans van God? Merken ze iets van die metamorfose, waar Jezus zorgt? Komen ze erachter, dat die mensen van de kerk iets hebben wat toch wel heel bijzonder is?

Die metamorfose, zegt Paulus, is een proces. Christenen zijn nog steeds geen volmaakte mensen. En de hemel op aarde … dat zal pas gebeuren als Jezus terugkomt op de wolken.  En die metamorfose is niet een prestatie die je als christen uit jezelf haalt. Iemand anders, Jezus Zelf, is onze motivatie. Met en door zijn Geest wil Hij ons telkens weer inspireren. Daarvoor komen christenen ook bij elkaar. Paulus zegt niet: ‘ik weerspiegel de glorie van de Heer.’ Hij heeft het over: ‘wij christenen’. Mensen moeten het kunnen zien dat christenen op een fijne manier met elkaar omgaan. Juist in onze tijd, waarin er zoveel Dikke-Ikke’s  zijn, hebben we dat wij-gevoel zo nodig. Daar hunkeren mensen naar: een gemeenschap van mensen die omzien naar elkaar en openstaan voor iedereen. Als dat lukt, zegt Paulus in een andere brief, aan de christenen van Filippi, hoofdstuk 2:15

Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen als sterren die schitteren in de nacht.

Dat is een mooie en tegelijk ook pittige opdracht. Een christelijke gemeenschap die in een ‘Dikke-Ikke-tijd’ gaat voor het ‘wij-gevoel’ door steeds meer te gaan lijken op Jezus, onze Heer in de hemel. Bij de opening van ons nieuwe kerkgebouw “Het Noorderlicht” en in de bijna twee jaar ervoor heb ik dat geestelijke ‘wij-gevoel’ duidelijk ervaren. Glow in the darkEn ik niet alleen. Heel de wijk Peelo heeft het opgemerkt. De kunst is nu, om dat gevoel vast te houden. Om ook met een eigen kerkgebouw iets te laten van de hemelse glans van onze Heer. Als kinderen van één Vader. Met hoofd en hart en handen. Door te blijven vragen of de Heilige Geest op ons wil blijven inwerken.

 

De collagefoto’s ‘Opening Noorderlicht’ en ‘van bieb tot kerk’ zijn van de hand van Philip Roorda

KOM ERBIJ, JE BENT WELKOM! – nog een keer over gemengde verkering

prikkeldraad‘Gemengde verkering’ schuurt als prikkeldraad was de titel van mijn vorige blog. Het artikel zelf zorgde ook wel voor wat jeuk bij sommige lezers (zie de reaktie van een gewaardeerde Asser PKN-collega). Vooral, omdat ik na het citeren van een aantal bijbelteksten met een tamelijk korte konklusie eindig over hoe je vandaag de dag met “hij gelooft, zij niet” moet omgaan. Namelijk: zij komt tot geloof of hij verbreekt de relatie. Is zo’n advies in onze cultuur van vandaag de dag nog wel realistisch? Moet je niet eerder pastoraal met ‘gemengde relaties’ omgaan dan er met Bijbelteksten bovenop te zitten?

In deze vervolgblog wil ik wat meer de pastorale insteek kiezen. Maar dan wel met twee opmerkingen vooraf.

Eerlijk bijbellezen

Allereerst hangt het er maar vanaf op welke manier je bijbelteksten citeert. Ik dacht dat ik een vrij compleet totaalbeeld gegeven heb van hoe gelovigen in het jaar 2000 voor Christus (Abraham en Isaak), 1500 jaar voor Christus (Mozes en Jozua), 1000 jaar voor Christus (Salomo), 500 jaar voor Christus (Ezra en Nehemia) en 50 na Christus (Paulus) gehandeld en gesproken hebben over ‘gemengde relaties’. Volgens mij kun je geen andere conclusie trekken, dan dat men door de eeuwen heen in totaal verschillende culturele omstandigheden altijd van mening was, dat iemand die echt in God en Jezus (de komende en gekomen Messias), geen relatie aan mag gaan met iemand die dat niet gelooft. Zou onze westerse samenleving dan opeens op geen enkele manier te vergelijken zijn met al die verschillende culturele situaties in de Bijbel, zodat we geen duidelijke conclusies voor vandaag meer kunnen trekken als het om dit onderwerp gaat? Dat geloof ik niet.

Elkaar respectvol behandelen

In de tweede plaats is het een gave om iemand de indruk te geven dat je hem of haar als persoon volledig accepteert, terwijl je het met zijn of haar standpunten volstrekt oneens bent. Veel vaker leidt een verschil van mening ook tot een breuk in de vriendschap. Iemand die ergens fundamenteel anders over denkt dan ik, deugt ook als persoon al snel niet in mijn ogen. Iemand die altijd de persoon bleef accepteren, ook al was Hij het helemaal niet eens met iemands keuzes of levensstijl was Jezus. Het is echt onvoorstelbaar hoe bijna iedereen zich bij Hem zich als persoon gewaardeerd voelde. En dat, terwijl Jezus nergens om heen draaide.

Wij zijn Jezus niet

Als het om ‘gemengde verkering’ gaat, vind ik dit vaak een pittig pastoraal probleem. Want als je met de Bijbel open hierover iemand een advies geeft, maak je met je ene hand een stopteken: NIET AAN BEGINNEN. Dat is de inhoudelijke kant van het onderwerp: je bent niet blij met het feit dat iemand niet gelooft. Maar met je andere hand wenk je iemand om dichterbij te komen: JE BENT WELKOM. Dat is de persoonlijke benadering: je wil iemand graag vertellen waarom het geloof in God zo waardevol is en waarom je het hem of haar ook gunt. Dat komt nogal tegenstrijdig over. Bij de gelovige die een niet-christelijke vriend(in) krijgt:

Iedereen is blij met ons, alleen mijn ouders en de kerkenraad doen moeilijk.

En bij de niet-gelovige die tegenstrijdige signalen opvangt:

Ze zeggen wel dat ze niets tegen mij persoonlijk hebben, maar waarom reageren ze dan zo kritisch op onze relatie?

En steeds maar weer blijkt, dat wij nog lang niet zover als Jezus zijn.

Een pastorale benadering

Gemengde verkeringen komen steeds opnieuw voor. Hoe ga je daar in de praktijk mee om? Hoe kun je liefdevol reageren en toch Gods duidelijke adviezen serieus nemen? Ik denk dat je toch moet beginnen met het eerlijk op tafel leggen van je bezorgdheid. Wie een gemengde relatie aangaat, verkeert geestelijk in een crisis-situatie. Dat is echt zo, ook al besef en ervaar je dat zelf misschien helemaal niet. Want wat is er nou mooier? Toch is het echt waar: de duivel trekt heel hard aan iemand om het geloof in de Here Jezus maar op te geven of vrijblijvender op te vatten. En dat is een ongelijke strijd die de duivel gemakkelijk wint. Want niemand van ons is uit zichzelf gelovig aangelegd. Dus het geloof verwatert heel gemakkelijk, zowel bij de gelovige partner als bij de kinderen – als Gods Geest niet heel hard aan het werk gaat.

Aan de andere kant biedt een gemengde relatie ook grote kansen om iemand bekend te maken met het reddende Evangelie van Jezus Christus. Als er sprake is van oprechte liefde en wederzijds respekt heeft een positief-gelovig christen als het goed is ook een groot verlangen om de niet-gelovige vriend(in) te interesseren en te informeren over de boodschap van de Bijbel. De Bijbel kent ook voorbeelden van mensen die tot geloof komen door middel van een gemengd huwelijk. Denk aan Ruth die door haar huwelijk de God van Israel leerde kennen. Denk aan Timoteüs die ondanks zijn waarschijnlijk afwerende Griekse vader toch van jongs af aan door zijn oma en moeder gelovig is opgevoed.

Er zijn veel manieren om iemand te helpen God te leren kennen. Een hartelijke ontvangst in de familie en een hartelijk welkom in de kerkelijke gemeente en zeker binnen de jongerengroep doet altijd goed.  “Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn” schrijft Paulus aan de christenen in Filippi. Ook zijn er veel mogelijkheden om iemand meer te laten weten over het christelijk geloof.  Dat begint bij jezelf uiteraard: praat vrijmoedig over je geloof met je vriend of vriendin, zonder te preken. En pak bijvoorbeeld de Bijbel in Gewone Taal als je iets uit wilt leggen of, als ouders, wanneer je aan tafel uit de Bijbel leest. Of vraag aan je ouders of de dominee, of die de grote lijnen van Gods verhaal eens op papier willen zetten. En schakel ook anderen in. Volg samen een Alphacursus of Christianity Explored. Vraag iemand die je één op één kan begeleiden als je rustig in je eigen tempo over de Bijbel en het geloof wilt doorpraten. Draai samen mee met een kring of een gesprekskring in de gemeente. Bezoek aansprekende kerkdiensten. Enzovoort. Er is zoveel mogelijk. Als de gelovige helft zelf maar echt gemotiveerd is. En vergeet het belangrijkste niet: het gebed. Bid veel voor iedereen die nog niet gelooft. Doe het als partner, als echtgenoot, maar ook als ouders en als vrienden en als gemeente. Bid of de Heilige Geest ervoor wil zorgen dat iemand persoonlijk God als Vader en Jezus als Verlosser leert kennen. Om het met een variatie op een bekende uitdrukking te zeggen:

Praat veel met je ongelovige vriend(in) / partner God, maar praat nog meer met God over je ongelovige vriend(in) / partner

Tegen de stroom in samen God zoeken 

In onze maatschappij zegt iedereen: “Geloof is een privézaak, daar moet je elkaar vrij in laten.” En wat doen wij in de kerk? We leggen, zo lijkt het wel, elkaar op het punt van relatievorming het vuur na aan de schenen. Wat een beGods grootste wens - roodmoeizucht, hoor je sommige mensen wel eens zeggen. Maar zo is het, als het goed is, niet bedoeld. Het is vooral een kwestie van oprechte belangstelling en welgemeende aandacht. Want waar gaat het uiteindelijk om? Om het Gods verlangen is dat mensen hun hart aan Hem geven en in hun relatie ervaren hoe goed en fijn het is om samen de HERE te dienen, in Jezus te geloven en voor Hem te leven.

‘Gemengde verkering’ schuurt als prikkeldraad

Verliefd koppel‘Verliefd worden’ – dat heb je meestal niet in de hand. Het gebeurt gewoon. Je voelt vlinders in je buik. En de spanning … zou hij mij ook zien zitten? Of ziet zij mij elemaal niet staan? En als het wel klikt … heerlijk! Je hebt verkering. Je bent helemaal weg van elkaar. Verliefd zijn overkomt je. Daarom is het niet vreemd dat christelijke jongeren verliefd worden op iemand die helemaal niets van God af weet en de Here Jezus niet kent. Maar als het ‘aan’ raakt, is het niet gemakkelijk. Waarom moeten je ouders meteen als eerste vragen: ‘Gelooft hij ook in Jezus?’ Of, iets luchtiger maar dus wel met een serieuze ondertoon: ‘Is zij ook van de club?’ In de kerk volgen na verloop van tijd soms moeilijke gesprekken met ambtsdragers. Of je voelt de afkeuring van sommige gemeenteleden. En alsof dat nog niet alles is  – ook met je niet-gelovige vriend of vriendin moet je het er wel over hebben. Want echt geloven als christen – daar horen een flink aantal DO’s en DON’T’s bij die die ander niet kent en nog niet begrijpt. Dus is het niet gek dat je, als je serieus gelooft, je afvraagt: ‘Het voelt wel  helemaal geweldig, maar wat vraagt God van mij? Wat staat er in de Bijbel over het aangaan van relaties met iemand die helemaal niet gelooft?’

God in het Oude Testament over gemengde relaties

2Kor06-14 2-15 vraag gemengde verkeringDe Bijbel is het boek waarin God Zichzelf bekend maakt aan jou en mij. Hij laat weten: Ik wil graag een relatie met jou aangaan! Ik zal er altijd helemaal voor jou zijn. Zorgend, vergevend en bevrijdend. Omgekeerd vraagt God van jou en mij hetzelfde. “Hou van de Heer, je God, met je hele hart, met je hele ziel, en met al je kracht” (Deuteronomium 6:5). Die relatie vergelijkt God in de Bijbel regelmatig met een huwelijk. Israel in het O.T. is ‘Gods bruid’. En voor christenen in het N.T. is Jezus ‘onze Bruidegom’. Die geloofsrelatie is zo allesomvattend … daar mag niet iets tussen komen. Daarom waarschuwt God in heel de Bijbel zo scherp tegen het aangaan van een relatie met een niet-gelovige of anders-gelovige. Het staat jouw toewijding om de HERE te vereren met heel je hart en uit volle overtuiging in de weg. Dat blijkt wel uit de volgende voorbeelden:

  • In Genesis 24 doet Abraham er veel moeite voor om voor zijn zoon Isaak een gelovige vrouw te zoeken. Hij stuurt zijn knecht Eliëzer helemaal naar Mesopotamië toe. Daar woont zijn familie en die kennen God nog. Later vinden Isaak en Rebekka het vreselijk dat Ezau met twee ongelovige vrouwen uit Kanaän trouwt. Isaak stuurt Jakob naar zijn familie om daar met een vrouw te trouwen die wel in God gelooft (Genesis 26:35, 27:46+47, 28:1+2)
  • In Exodus 34:12-17 en in Deuteronomium 7:1-11 verbiedt de HERE zijn volk nadrukkelijk om een huwelijkspartner te zoeken bij de andere volken in het land Kanaän. Want dan gaan jullie zonen die afgoden ook vereren.” Als dat wel gebeurt, “is iemand ontrouw aan de Heer en zal hij gestraft worden.”
  • In Rechters 3:6-8 kun je lezen dat de Israelieten midden tussen de Kanaänieten zijn gaan wonen en goede kontakten met hen onderhielden. “Veel Israelieten lieten hun kinderen trouwen met de kinderen van die andere volken. Ze gingen de afgoden Baäl en Asjera vereren, en ze dachten niet meer aan de Heer, hun God.”
  • In 1 Koningen 11:1-13 wordt verteld, hoe koning Salomo verslaafd raakte aan vrouwen. Hij trouwde er honliefhad. “Door al die vrouwen dacht Salomo steeds minder aan de Heer. Salomo begon ook andere goden te vereren. Hij liet offerplaatsen maken voor al zijn buitenlandse vrouwen, zodat ze offers konden brengen aan hun goden. Salomo was niet langer trouw aan de Heer, de God van Israel.”
  • In Ezra 9+10 en in Nehemia 13 lezen we, dat veel Judeeërs na de terugkeer uit de ballingschap opnieuw gemengde huwelijken sluiten. Daarvan zegt Nehemia: Jullie maken precies dezelfde fout als koning Salomo maakte: hij koos vrouwen uit andere volken. Maar door zijn buitenlandse vrouwen ging hij dingen doen die God niet wilde. En nu maken jullie dezelfde fout als Salomo! Dat betekent dat jullie ontrouw zijn aan onze God!” Samen met Ezra herinnert hij de mensen aan wat God in Deuteronomium 7 heeft laten opschrijven. Gelukkig komen de meeste Judeeërs tot inkeer. Ze erkennen hun schuld: “Wij zijn ontrouw geworden aan God. Want we zijn getrouwd met vrouwen uit dit land, vrouwen die bij andere volken horen.”

Jezus in het Nieuwe Testament over gemengde relaties

Hart voor JezusIn het Nieuwe Testament kom je precies hetzelfde verhaal tegen. Jezus onze Heer herhaalt de oproep uit het Oude Testament: “Luister goed, Israelieten! De Heer, onze God, is de enige God. Je moet van Hem met je hele hart, met je hele ziel, met je hele verstand en met al je kracht.” (Markus 12:29-30). Paulus vergelijkt de eenheid in het huwelijk met de eenheid die er is tussen Christus en zijn gemeente (Efeziërs 5.22-33). Daarom is zijn boodschap aan alle christenen: “Je bent vrij om te trouwen met wie je wil, mits het een huwelijk is in verbondenheid met de Heer.” (1 Korintiërs 7:39 – NBV). Van God houden en Jezus volgen vraagt alles van je. Net als het houden van je man of vrouw in het huwelijk. Die twee kunnen maar heel moeilijk goed samengaan. Dat legt Paulus in zijn tweede brief aan de Korintiërs verder uit. Daar schrijft hij: “Jullie mogen je leven niet delen met ongelovigen, want jullie passen niet bij elkaar. Net zoals licht niets te maken heeft met donker. Christus lijkt toch ook niet op Satan? Dan past een gelovige toch ook niet bij een ongelovige?” (2 Korintiërs 6:14-15). Dat is een pittige uitspraak. Paulus bedoelt daarmee: Als jij vol overtuiging “JA” zegt tegen God en Jezus, kun je als christen niet tegelijk heel intensief optrekken met iemand die keihard “NEE” zegt tegen God. Dan vorm je een ongelijk span. Dan ben je, als het om geloven gaat, geen gelijkwaardig koppel. Dan gaat er van alles scheef. Want je heb geen gemeenschappelijke basis. Over de zin, het doel en de afloop van het leven denken christenen en niet-gelovigen zo fundamenteel anders, dat God het aangaan van hele nauwe betrekkingen met ongelovigen verbiedt.

Een advies dat schuurt als prikkeldraad

prikkeldraadVeel mensen zullen dit een typisch voorbeeld van achterhaalde bijbelse standpunten vinden. Heel de maatschappij roept dat geloven een privé-zaak is waarin je elkaar volstrekt vrij in moet laten. En wat doen wij in de kerk? We leggen, zo lijkt het wel, elkaar op het punt van relatievorming het vuur na aan de schenen door jongeren en ouderen aan te sporen geen vaste relatie op te bouwen en niet te trouwen met iemand die niet in God als Vader en Jezus als Redder gelooft. Wat een bemoeizucht! Maar niets is minder waar. Het gaat om iets heel anders! Waar het God en Jezus om gaat is dit:  als christen hoor jij bij God en bij Jezus. God, die jou gemaakt heeft. Jezus die jou verlost heeft. En samen willen Zij jou niet kwijt! Dat risiko is, laat heel de Bijbel zien, het grootst als je een levenspartner kiest die niet in God gelooft en geen kind van Hem wil zijn. Soms is het geloof dan in één keer weg, soms sijpelt het er heel sluipenderwijs uit en je ziet ook heel vaak dat de kinderen uit een gemengd huwelijk niet tot geloof komen. Door de keus voor een ongelovige partner komt de volle aandacht en toewijding die God van zijn kinderen vraagt, onder druk te staan.

Nu is verkeringstijd een ´proeftijd´. Je leert elkaar steeds beter kennen. Dat geldt ook als het gaat om de vraag of je niet-gelovige vriend(in) open staat voor het geloof in God en Jezus. Maar als je echt overtuigd christen bent en kind van God wilt zijn, weet je, dat er ooit een moment komt, waarop de HERE om een radikale keus vraagt, die twee kanten op kan:

OF de niet-gelovige partner komt tot geloof in Jezus Christus. Dat is mooi, als dat gebeurt!

OF de gelovige partner wordt opgeroepen de relatie te verbreken. Dat is moeilijk, als de liefde voor de HERE zo frontaal botst met de liefde voor je vriend of vriendin!

‘GEMENGDE VERKERING” – wat staat er precies in 2 Korintiërs 6:14?

Vorm geen ongelijk span met ongelovigen  – Nieuwe Vertaling 1951 / Willibrordvertaling / Herziene Statenvertaling

Loop niet met ongelovigen in hetzelfde gareel – Groot Nieuws Bijbel

Verbind u niet aan mensen die niet van de Here houden. – Het Boek

Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen – Nieuwe Bijbelvertaling 2004

Jullie mogen je leven niet delen met ongelovigen, want jullie passen niet bij elkaar – Bijbel in Gewone Taal