Bedrijfsopvolging bij boer en profeet

In VERBINDING, het magazine van de christenagrariërs van CCA en GMV, schreef ik dit artikel over een boerenzoon die zijn vader niet opvolgde; hij maakte een opmerkelijke carrière-switch.

(Foto voorpagina: Karla Leeftink Natuurfotografie)

Bedrijfsopvolging of carrière-switch?

-over hoe Elisa profeet werd- (1 Koningen 19:19-21 en 2 Koningen 2:7-14)

Familiebedrijven hebben iets romantisch. Tot 2013 was touwfabriek Van der Lee het oudste familiebedrijf in Nederland. Vanaf 1545 tot 2013 stond er altijd een Van der Lee aan het roer. Eind 2013 werd het na 468 jaar en 13 generaties overgenomen door een staalfabrikant. In 2023 bestaat de modezaak Van Westen Mannen uit Zaamslag in Zeeuws-Vlaanderen precies 100 jaar. Inmiddels staat de vierde generatie klaar.

Bij ons koningshuis loopt er een direkte (vrouwelijke) lijn van Willem van Oranje naar Willem-Alexander. Het huis van Oranje regeert dus, op twee stadhouderloze tijdperken en wat jaren Franse en Duitse bezetting na, al bijna 450 jaar over ons land.

Toch zijn dit uitzonderingen. In slechts een kwart van de gevallen gaat een bedrijf over van ouder op kind. Nog een generatie verder heeft in nog maar 10% van de gevallen een familielid de lei­ding. De kans dat een familiebedrijf het langer dan 50 jaar uithoudt, is dus niet zo groot. Je kunt beter een goede direkteur of mana­ger van buiten aantrekken dan de zaak overdragen aan je zoon of dochter.

BOODSCHAP

In de tijd dat Elia leefde, geloofde bijna niemand meer in God. Als profeet van de HEER had Elia het niet gemakkelijk met de boodschap die hij moest overbrengen: “Keer je af van je eigen gekozen afgoden en ga weer geloven in onze God, die hemel en aarde gemaakt heeft, de God van Abraham, Isaak en Jakob, de God die ons uit Egypte bevrijd heeft en via Mozes zijn heilzame geboden aan ons gegeven heeft.”

Onvermoeibaar was Elia geweest. Hij had in de wedstrijd ‘wie kan vuur uit de hemel laten regenen’ de macht van HEER laten zien. Toen hadden de Israëlieten gejuicht: “De HEER is God, de HEER is God!” Maar meteen na die glorieuze overwinning moet Elia maken dat hij wegkomt. Izebel is woedend op hem en wil hem binnen 24 uur dood in handen hebben.

Elia slaat op de vlucht en ziet het niet meer zitten. In de woestijn zegt hij tegen God: “HEER, het heeft geen zin meer. De Israelieten hebben het verbond dat U met hen gesloten had, naast zich neer gelegd. Ze trekken zich niets meer van U aan. Ik heb me volledig ingezet, maar ben alleen overge­ble­ven. Ik heb er genoeg van, HEER, laat mij hier sterven.” Maar God zelf overtuigt Elia om verder te gaan en Elisa te zalven als opvolger.

Maar met welk perspektief? Zullen er wel gelovigen overblijven? Of was het aanbidden van de HEER iets voor de liefhebber, was het lezen uit de wetten van Mozes net zoiets als een familiebedrijf, dat ook wel over 50 jaar verdwenen zou zijn? Zorgelijke tijden dus. Wil je laatste gelovige het licht uit doen?

Dat scenario was toen heel reëel. Net als vandaag. Denk jij ook wel eens: het christelijk geloof hangt in Nederland aan een zijden draadje? Is het binnenkort afgelopen met de kerk in Nederland, omdat iedereen wel op internet z’n geestelijke voedsel kan halen?

FAMILIEBEDRIJF

Elia mag het stokje overdragen aan Elisa. De zaak van God blijft bestaan. Maar voor Elisa betekent het wel een carrière-switch. Hij laat het familiebedrijf van zijn ouders achter. Van landbouwer wordt hij profeet. Eerst profeet in opleiding bij Elia, daarna zijn opvolger.

Elisa kiest er bewust voor om in het spoor van Elia verder te gaan. Om die reden had hij gevraagd om een dubbel aandeel in de geest van Elia. Want hij was er diep van doordrongen dat je niet uit eigen kracht profeet kunt zijn. Geloven doet een mens niet uit zichzelf. Daar heb je de Heilige Geest voor nodig.

God verhoort Elisa’s wens. Hij is getuige van de hemelvaart van Elia. Zo wijst de HEER hem Zelf aan als opvolger. Alleen Elia’s harige profetenmantel blijft achter, dezelfde mantel die Elia hem bij zijn roeping toege­worpen had. Die mantel is nu zijn ambtskleed. Daarmee maakt God hem duidelijk: ‘Jij, Elisa, zult optreden in de lijn van Elia. Bij je taak als pro­feet zul je, net als hij, kracht van mijn Geest krijgen.’ Dat blijkt direkt: als Elisa alleen bij de Jordaan terugkomt, her­haalt hij met de opgerolde mantel het teken van Elia. Zo kan Elisa als profeet beginnen en zo gaat het Woord van de HEER verder.

Dat Woord blijft bekend in Israel. En als Elisa sterft, krijgt hij net als Elia de eretitel: ‘Strijdwagens en ruiterij van Israel!: hij heeft voor Israel meer betekend dan Israels leger. Dat was in die dagen in een felle strijd gewikkeld met de Arameeërs uit Damaskus. De zelfstandigheid van het tienstammenrijk stond op het spel. Maar Elia en Elisa gingen voorop in het gevecht tegen een veel gevaarlijker vijand: de Baäldienst. Als zij er niet geweest waren, zou mense­lijkerwijs gesproken het geloof in de HEER uit Israel verdwenen zijn en was Israel geestelijk vernietigd. Maar door de tomeloze inzet van Elia waren er nog 7.000 gelovigen overgebleven. Van de prediking van Elisa ging nog meer wervingskracht uit. Zo zorgde God er zelf voor dat zijn Woord bekend bleef in Israel. Dat Woord houdt eeuwig stand.

ROEPING

Vandaag is er ook veel in beweging. We leven in onzekere tijden. Bedrijfsopvolging is verre van vanzelfsprekend. Dat bepaalt ons bij onze roeping. Waar wil God dat we ons inzetten voor Hem en onze medemens. En in welke voetsporen wil je vooral dat je kinderen gaan?

Elisa zou de het landbouwbedrijf van zijn vader overnemen. Het liep anders, hij werd geen boer, maar profeet, en nam de taak van Elia over. Iemand anders werd boer in zijn plaats. Beiden zetten het werk van hun voorganger voort. Daarin zie ik Gods leiding. Hij zorgt steeds voor aflossing van de wacht. Ook in zware tijden, zowel ekonomisch als qua geloof.

En of je een belangrijke positie hebt als ‘strijdwagens en ruiters van Israel’ of je doet gewoon je werk, Jezus roept ieder van ons op om als christen eerlijk de kost te verdienen en goede, opbouwende woorden te spreken (Efeziërs 4:28-29). Of je nu in de startblokken staat als bedrijfsopvolger of wanneer je een carrière-switch gaat maken.

Ds. Ernst Leeftink is predikant van NGK “De Lichtbron” in Balkbrug en NGK ‘De Hooge Eschkerk’ in Oosterwolde (Fr.)

Twaalf manieren om van uw afdwalende kind te houden

In de afgelopen tijd hebben we in onze gemeente aandacht besteed aan het onderwerp ‘Als kinderen andere wegen gaan’.  Hoe ga je daar als ouders en als gemeente mee om? Daar hebben we op een gemeenteavond over doorgesproken en ik heb er ook een preek over gehouden (klik hier).

Ooit heeft het blad Opbouw een dik themanummer gewijd aan kerk- en geloofsverlating. Ik kwam daarin de volgende twaalf tips tegen van Abraham Piper.  Piper AbrahamHij is de zoon van de bekende predikant en schrijver John Piper (vader Piper is redacteur van de website www.desiringGod.org). Abraham werd als kind gelovig opgevoed, maar brak met het christelijk geloof toen hij 19 jaar was. Hij raakte aan lager wal, werd alcoholverslaafd, maar kwam na een aantal jaren tot geloof toen een vriendin hem vroeg om één klein stukje uit Romeinen te lezen. Hij werd er zo door geraakt dat hij de hele Romeinenbrief in één ruk uitlas. Toen besefte hij: ik moet terug naar huis, terug naar God, net als de verloren zoon. Hij besefte ook hoe moeilijk zijn ouders het hadden toen hij een leven zonder God leidde.  Dus ging hij nadenken over de vraag hoe ouders het beste kunnen omgaan met kinderen die afhaken als het om kerk en geloof en God gaat. Onderstaande tips heeft hij geschreven.

Twaalf manieren om van uw afdwalende kind te houden

“Jarenlang kende ik Jezus niet zoals hij is. God heeft het mogelijk gemaakt dat ik van Jezus ging houden en mij zo gered. God kan ook andere zonen en dochters redden. Ouders kunnen dat niet. Wat ze wel kunnen, is van hun kinderen blijven houden en die liefde in praktijk brengen.

Veel ouders zijn geschokt en verdrietig door het ongeloof van hun zoon of dochter. Ze begrijpen niet hoe het kind dat zij zo goed hebben opgevoed zulke vreselijke keuzes kan maken. Ik heb nooit in de schoenen van die ouders gestaan, maar ik was wel een van die zoons. Terugkijkend doe ik  suggesties over hoe u contact kunt houden met uw afdwalende kind.

1.Wijs hen op Christus

Het werkelijke probleem van uw opstandige kinderen bestaat niet uit drugs, drank en sigaretten, seks en pornografie, luiheid of misdaad of slordigheid of homoseksualiteit of het spelen in een punkband. Hun probleem is, dat ze geen duidelijk beeld hebben van Jezus. Het beste wat u kunt doen – en de enige reden om ook de volgende suggesties op te volgen – is hun Christus laten zien. Dat is niet eenvoudig en dat kost tijd, maar de zonden in hun leven zullen langzaam verdwijnen als zij zien wie Jezus werkelijk is.

2. Bid

Alleen God kan uw zoon of dochter redden, dus blijf vragen of hij zich aan hen laat zien. En wel zodanig, dat zij hem in hun leven moeten toelaten.

3. Benoem het probleem

Als uw dochter Jezus afwijst, doe dan niet net alsof er niets aan de hand is. Ieder ongelovig kind is een geval apart. Dus verdient ieder kind een eigen aanpak. Niets doen is geen optie, dus negeer de ongelovigheid van uw kind niet. Misschien wel prettiger voor de sfeer nu, maar niet voor de eeuwigheid.

4. Verwacht niet dat ze op Christus lijken

Als uw zoon geen christen is, dan zal hij zich ook niet zo gedragen. U weet dat hij het geloof heeft losgelaten, dus verwacht niet dat hij leeft vanuit de opvoeding die u hem gaf. U zou bijvoorbeeld in de verleiding kunnen komen om te zeggen: ‘Ik weet dat je het moeilijk vindt in Jezus te geloven, maar je beseft toch wel dat het zonde is dat je elke dag dronken bent?’ Als hij moeite doet om in Jezus te geloven, dan helpt erkenning van het foute van dronkenschap hem niet echt verder. Uiteraard, u wilt hem beschermen. Maar zijn ongeloof is het grootste probleem – niet zijn drankgebruik. Hoe het ongeloof van uw kind ook tot uiting komt in zijn gedrag, richt u vooral op de ziekte van zijn hart in plaats van op de symptomen ervan.

5. Houd uw deur voor ze open

Omdat het gaat om innerlijke problemen en niet om gedrag, moet u niet te veel eisen stellen bij het thuiskomen. Als hij behoefte heeft aan uw gezelschap, dan geeft God u een kans om hem met liefde terug te brengen bij Jezus. Uiteraard zijn soms ultimatums nodig: ‘Je hoeft niet te komen als je…’ Maar dat zijn uitzonderingen. Stoot uw kind niet af door te veel regels en eisen. Ruikt uw dochter naar marihuana of als een asbak, spuit dan een lekker geurtje op haar jas en verschoon het bed na haar vertrek, maar laat ze zich welkom voelen. Merkt u dat ze in verwachting is, vraag dan of ze misselijk is, ga mee wanneer een echo wordt gemaakt en laat ze zich vooral welkom voelen. Is uw zoon platzak en heeft hij het van u geleende geld uitgegeven aan leuke vriendinnen en dure drankjes, scheldt hem die schuld dan kwijt zoals uw schuld is vergeven, leen hem niet opnieuw en laat hij zich welkom  voelen. Hebt u hem anderhalve week niet gezien omdat hij bij zijn vriendin – of vriend – zat, raadt hem af om terug te gaan en laat hem thuiskomen.

6. Advies is beter dan verwijt

Geef niet te veel blijk van uw teleurstelling. Uw grootste zorg is dat uw dochter voor een doodlopende weg kiest, niet dat zij zich niet aan de regels houdt. Laat dat blijken uit uw gedrag. Zeker als ze christelijk is opgevoed, beseft ze drommels goed dat ze verkeerde dingen doet. En ze weet al  helemaal, dat u ze verkeerd vindt. Dat behoeft dus geen uitleg. Ze moet wel zien hoe u reageert op haar fouten. Uw mildheid en bezorgde hoop laten haar zien, dat u echt op Jezus vertrouwt. Haar geweten kan haar zelf aanklagen. Ouders moeten vriendelijk en duidelijk zijn, levend in de hoop die zij hun kinderen ook toewensen.

7. Breng hen in contact met gelovigen die hen beter kunnen bereiken

Geografische afstand en een verstoorde relatie kunnen het contact bemoeilijken. Woont uw afdwalende zoon ver weg, probeer dan een gelovige te vinden en vraag hem contact te leggen met uw zoon. Misschien vindt uw zoon dat bemoeizuchtig en stom en schaamt hij zich ervoor, maar het is de moeite waard – zeker als die persoon ook emotioneel in contact kan komen met uw zoon op een manier die voor u onhaalbaar is. Verwijdering in de relatie is een neveneffect van de geloofskeus van uw kind. De relatie vervaagt, maar moet in stand worden gehouden. Waarschuwende woorden blijven noodzakelijk. Juist op dit punt kan een andere gelovige, die uw zoon emotioneel kan bereiken, van groot belang zijn. Vertrouwt uw zoon hem en stelt hij zijn gezelschap op prijs, dan heeft die persoon de kans uw zoon te vertellen, dat hij een idioot is. En dat op een manier, waar uw zoon wellicht nog naar luistert ook. Dat mag bot klinken, maar ieder moet wel eens in de spiegel kijken. Mensen die we vertrouwen kunnen pijnlijke kritiek zo verpakken, dat we het als een geschenk ervaren. Veel opstandige kinderen zou het goed doen te horen dat ze zich stom gedragen, maar hun ouders zijn zelden de geschikte personen om die boodschap te brengen. Probeer dus andere christenen een plaats te geven in het leven van uw kinderen.

8. Respecteer hun vrienden

Uw kinderen gaan misschien om met types met wie u nooit zou praten, maar het zijn wel hun vrienden. Respecteer dat – ook al berusten die vriendschappen op zonde. Die vrienden zijn slecht voor uw zoon, inderdaad.  Maar hij is ook slecht voor hen. Dat hij weet dat u niets met zijn vrienden hebt, lost niets op. Verschijnt uw zoon met een andere vriendin op een familiefeestje – iemand die u nog nooit hebt gezien en waarschijnlijk ook nooit meer zult zien – wees dan gastvrij. Zij is het dwalende kind van andere ouders en heeft Jezus ook nodig.

9. E-mail ze

God zij gedankt voor technologie, die u zo makkelijk toegang geeft tot de levens van uw kinderen! Leest u iets bemoedigends in de Bijbel, of iets dat u helpt meer van Jezus te houden, zet het in een e-mail en stuur het naar uw kind. Positieve voorbeelden van Christus’ vreugde in uw eigen leven zijn de beste aansporing voor hen. Verwacht niet gelijk wonderen van die mailtjes. Stuur ze gewoon regelmatig en laat uw blijdschap met God zich opstapelen in de inbox van uw kind. Gods woorden hebben altijd kracht.

10. Ga met ze uit eten

Volsta niet met elektronische contacten. Probeer fysiek in contact te komen. Dat vindt u misschien spannend en ongemakkelijk, maar geloof me, uw kind heeft het moeilijker. Hij ervaart dezelfde spanning, maar voelt bovendien schuld. Dus wil hij samen met u iets gaan eten, prijs God en grijp die kans. Het voelt misschien wat dubbel om over zijn dagelijkse leven te praten, terwijl u zich juist zorgen maakt over zijn eeuwige leven, maar probeer het toch. Hij moet weten dat u interesse hebt in alles wat hem bezighoudt. En vraag de Here ondertussen of hij de kans wil geven naar innerlijke zaken te vragen. De reactie is onvoorspelbaar. Vindt hij het een stomme vraag? Wordt hij boos en loopt hij van tafel? Of heeft God iets met hem gedaan sinds uw laatste gesprek? U weet het pas als u er naar durft te vragen. (Een suggestie voor ouders van jongere kinderen: Ga regelmatig met uw kinderen uit eten. Dat is sowieso goed, maar vormt ook een traditie waarop u kunt teruggrijpen als zij ooit in een opstandige fase terechtkomen).

11. Toon interesse voor hun idealen

Het is zeer waarschijnlijk dat de tijdsbesteding van uw ongelovige dochter u teleurstelt. Zoek echter naar het waardevolle in haar interesses en bemoedig haar zo mogelijk. U was erbij toen ze afzwom en haar verkeersdiploma haalde; hoe kunt u uw oprechte interesse tonen nu ze twintig is? Jezus trok tijd uit voor corrupte belastingambtenaren en prostituees, ook al had hij geen relatie met hen. Volg zijn voorbeeld door een paar oordopjes in uw zak te steken en te gaan kijken in de zeer luidruchtige kroeg, waar uw dochter meezingt in de band. Steun haar en blijf bidden dat ze haar talenten ooit in dienst van Jezus zal willen stellen.

12. Wijs hen op Christus

Dit kan ik niet genoeg benadrukken. Hier draait alles om. Hoe u uw zoon of dochter ook wilt bereiken, als u hen niet helpt Jezus te leren kennen, dan is geen blijvend effect te verwachten. Uw zonen en dochters worden misschien nooit meer keurige kinderen; zullen misschien niet naar de kapper of vaker onder de douche gaan; ze worden niet opeens enthousiast voor klassieke muziek; ze zullen ook niet plots op een christelijke partij stemmen; misschien ligt u nog steeds wakker, ook al weet u dat ze niet naar de hel gaan. De enige reden om voor hen te bidden, hen te verwelkomen, hen te waarschuwen, hen te e-mailen, met hen te eten en interesse te tonen in hun interesses is, dat hun ogen opengaan voor Christus. Hij is niet alleen de enige reden – hij is ook de enige hoop. Beseffen zij het wonder dat Jezus is, dan krijgt tevredenheid een andere inhoud. Hij vervangt de zielige geldzucht, de bewondering voor topmensen, de bevrediging door drugs of het orgasme waar zij zich nu op blindstaren. Alleen zijn genade kan hen wegtrekken bij die gevaarlijke interesses en hen veilig aan zichzelf binden – gebonden, maar tevreden. Hij wil en zal dat voor velen doen. Geloof en geef niet op.”

Overgenomen uit het magazine Opbouw 53/20, 9 oktober 2009