Geen protesten – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 11)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 11

Geen protesten

onze Heer – Leraren kunnen soms erg onrede­lijk zijn. Neem nu die docent die bergen huiswerk opgeeft, ter­wijl je ook al een opdracht voor een ander vak hebt. Dat kan ‘ie toch niet maken? Begrijpelijk dat er in zo’n geval een heftig protest losbarst.

Zulke protesten komen er óók nogal eens als de Heer Jezus zíjn ‘huiswerk’ opgeeft. Zo’n huiswerkopdracht is bijvoorbeeld: iemand die je onrecht heeft aangedaan, niet met gelijke munt terug­betalen… (‘Dat is toch onredelijk?’) Of er iets van zeggen als een vriend vloekt (”k Zal me daar gek zijn’). En: God ook door je muziek eren (‘Je mag ook nooit wat’).

Vreemd, want we mogen er toch van uit gaan dat Jezus nóóit onredelijke opdrachten geeft. Bovendien geloven we dat Hij onze Heer is, dat wil zeggen: degene die het voor het zeggen heeft. Op een andere manier kun je met Jezus niet omgaan. Hij is je Heer, of Hij is niks voor je.

Tollenaar Levi begreep dat. Toen Jezus voorbij­kwam en tegen hem zei ‘Volg Mij’, stelde Levi geen vragen. Nog minder kwam hij met protesten. Hij stond op en volgde. Dat was trouwens niet omdat hij zo goed bekend stond. Jezus wil juist de Heer van zondaars zijn.

Lezen: Markus 2:14-17

Direct na deze gebeurtenis vraag je aan Levi waarom hij direct besloot om Jezus te gaan volgen. Wat zou hij antwoorden, denk je?

 

Onbegrijpelijk goed – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 10)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 10

Onbegrijpelijk goed

Zijn eniggeboren Zoon – Iedere zondagmiddag kun je het zien op een hoek van Hyde Park in Londen. Op keuken­trapjes staan her en der mensen in de open lucht te preken. De één praat voor de islam, de ander voor het christendom, en een derde tegen rassendiscrimina­tie.

Vaak zijn er moslimjongeren die bij ieder christelijk ‘keukentrapje’ de spreker in de rede vallen. Ze willen discussiëren over maar één ding: ‘Is Jezus God?‘ Ja, wij geloven dat Jezus God is. ‘Hoe kom je daar bij? Dat heeft Jezus Zelf nooit beweerd.’ Jawel hoor, lees maar in Johannes 5:18 en in Matteüs 26. Het was zelfs de reden waarom Hij ter dood werd ver­oordeeld: Hij stelde Zich gelijk met God. ‘Gelo­ven jullie dan dat er meer dan één God is?‘ Nee, wij geloven dat God de Vader, samen met de Zoon en de Heilige Geest één God is.

En daar eindigt het gesprek dan, want wat wij de drie­-eenheid noemen, is voor de moslims onaanvaardbaar, net zoals voor de Jehova’s Getuigen. Toch houden wij eraan vast, want hier gaat het juist om. Toen Jezus geboren werd, was het God Zelf (en niet maar een mens) die naar ons toe kwam om ons te redden. Inderdaad niet te begrijpen, maar zo onbegrijpelijk goed is God nu.

Lezen: Matteüs 26:63-66

De Bijbel laat zien wat we geloven en waaróm (belangrijk dus om die te blijven lezen). Breng voor jezelf eens onder woorden waarom we geloven dat Jezus de Zoon van God is.

Het maakt wél uit! – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 09)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 09

Het maakt wél uit!

En in Jezus Christus – Vandaag beginnen we met het tweede deel van de Apostolische Geloofsbelijdenis: over de Here Jezus. Het eerste deel ging over God de Va­der. En verderop komen we toe aan het derde deel, over de Heilige Geest. Het deel over de Here Jezus is het grootst. Daaruit blijkt wel hoe belang­rijk dat is. Als je érgens kunt zien dat het héél veel uit­maakt wat je gelooft, dan is het hier. Let daar bij de volgende stukjes maar op.

Hopelijk zul je dan ook begrijpen waarom Jezus al voor miljoenen mensen echt álles is geweest en nog is. Hij is er nota bene speciaal voor hen: voor mensen die aan  alles gebrek hebben, en nergens meer bijhoren; voor jon­geren die kapot gaan van verdriet. Maar ook voor tieners die gevangen zitten in hun gokverslaving; voor gehandicapten, en iedereen die vastgelopen is. Lees het straks maar na in Lukas 4.

Jezus zei dat God Hem hiervoor speciaal had gezalfd. Dat betekent dat Hij de Christus, de Messias, was naar wie de mensen in Nazaret al zo lang hadden uitgekeken. Maar moet je zien wat deze mensen uiteindelijk deden: ze gooiden Jezus de stad uit (vers 29)! Kun je nagaan hoe belangrijk het is dat je ogen voor Hem geopend worden. Bid daarom! 

Lezen: Lukas 4:16-22

Zie je jezelf al zitten in de synagoge? Hoe reageer jij op Jezus? En op de andere mensen in de synagoge?

Niet toevallig – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 08)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 08

Niet toevallig

Schepper van hemel en aarde (2) – Martin ligt te pie­keren op zijn bed. Gek, de laatste tijd heeft hij dat wel vaker. Dan staat hij voor de spiegel, en denkt hij: ‘Dat ben ik. Maar… wíe ben ik eigenlijk? Stel nou ’s dat ik er níet was, had dat óók gekund? En wat zullen de jon­gens op school van me vinden? Ik wou dat ik wat stoerder was. Er beter uitzag ook, want moet je dat piekerige haar zien…!’

Waarschijnlijk zullen Martins vragen op den duur van­zelf voorbij gaan. Hopelijk weet hij dan ook dat het belangrijkste antwoord dít is: het is maar niet toe­vallig dat jij er bent. God heeft je gemaakt. Mét je piekerige haar, maar ook met je mooie ogen. Mét je zwakke punten, maar ook met je sterke. Hij had er, als Schepper van hemel en aarde, plezier in jou geboren te laten worden. Een heel verschil, als je jezelf zo mag bekijken!

Dat betekent trouwens ook dat je niet van jezelf bent. Wij zeggen wel eens: ”t Is toch míjn leven!’ Maar eigenlijk is dat niet waar. Je leven is eigendom van de Maker, van God dus, en je mag Hem ermee dienen. Dat is echt om blij van te worden.

Lezen: Psalm 100

God heeft mij gemaakt, ik ben van Hem (vers 3)! Zet een kruisje op je hand, als teken om je de hele dag te herinneren aan dit feit!

Een groot Kunstenaar – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 07)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 07

Een groot Kunstenaar

Schepper van hemel en aarde (1) – ‘Moet je eens zien, wat een prachtige kleuren! En zie je hoe mooi hij dat hondje heeft geschilderd?’ Mensen die in een museum kij­ken naar de schilde­rijen van Rembrandt, zijn er soms helemaal vol van. Als Rembrandt had kunnen horen hoe ze van zijn werk genieten, zou hij zich erg vereerd voelen.

Vandaag willen we het hebben over een ander museum waarin de kunstwerken van een groot Kunstenaar zijn uitgestald: de schepping. Heb je daar eigenlijk wel eens goed naar gekeken? Op vakantie misschien, toen je zo genoot van de bergen in Zwitserland of de bossen in Duitsland? Maar ook op de fiets op weg naar school: heb je wel eens echt gezien hoe mooi bloemen, vlin­ders en bomen kunnen zijn? Wie er oog voor heeft, kan er ontzettend van genieten.

Als je héél goed kijkt, krijg je natuurlijk ook meer oog voor de Kunstenaar achter al dat moois. We geloven niet dat dit zomaar toevallig is ontstaan, als resultaat van een ontzettend lang evolu­tieproces. Nee, het is alleen Gods werk! We mogen Hém ervoor loven – door er zorgvuldig mee om te gaan en door er volop van te genieten! Loof de HERE!

 

Lezen: Psalm 104:1-4 en 24-26

 

Laat je door deze Psalm inspireren om God iets te vertellen over wat je vandaag in Zijn schepping hebt gezien!

Psalm 87 gaat over Pinksteren (niet over Jeruzalem of Israël)

Ieder in z’n eigen taal – dat is Pinksteren. Want de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt. Ieder hoort in z’n eigen taal over Gods grote daden – dat is Pinksteren. Ja, de Geest van Christus gaat wereldwijd.

In Psalm 87 wordt dat al aangekondigd. Er komt een tijd, dat uit alle volken de mensen graag bij de God van Israel willen horen. En dat ze graag deel willen uitmaken van dat volk van God. Ja, dat ze er trots op zijn, dat ze in de stad van God, in Sion, hun plek gevonden hebben.

Van de Korachieten, een psalm, een lied.

Boven alle steden van Jakob heeft de HEER de poorten van Sion lief, zijn vesting op de heilige bergen. Van u wordt met lof gesproken, stad van God. ‘Ik noem Rahab en Babel mijn getrouwen. Filistea, Tyrus en Nubië zijn alle hier geboren.’ Met recht kan men van Sion zeggen: ‘Welk volk ook, het is hier geboren, de Allerhoogste houdt Sion in stand.’ Bij de namen van de volken schrijft de HEER: ‘Dit volk is hier geboren.’ En dansend zingen zij: ‘Mijn bronnen zijn alleen in u.’

Psalm 87 gaat over Jeruzalem, zeggen veel mensen. Maar je kunt beter zeggen: Psalm 87 gaat over Pinksteren. Pinksteren verbroedert mensen uit allerlei volken en culturen. Zoals we zingen in Psalm 122 en in Psalm 133 en in een lied als ‘U maakt ons een, U brengt ons tezamen, wij loven en aanbidden U.’

Pinksteren verbroedert. Dat is heel bijzonder. De Heilige Geest maakt mensen één: samen in de naam van Jezus. Hoe bijzonder dat is, laat Psalm 87 al horen: want op Nubië na zijn de andere vier volken niet bepaald de beste vriendjes geweest van Israel. Tyrus, om het rijtje verder van achteren naar voren af te werken, was in de tijd van David en Salomo een bondgenoot, maar wordt in de profetieën van Jesaja en Jeremia nadrukkelijk als vijand genoemd. Neem verder de Filistijnen, wat hebben die het de Israelieten jarenlang lastig gemaakt na de intocht tot ver in de tijd van David en Salomo. Denk ook eens aan Babel – was het niet Nebukadnessar die de tempel verwoestte en heel de bevolking naar Babel deporteerde? Vergeet tenslotte Egypte niet, hier met Rahab aangeduid. Nou, daar hebben de Israelieten in de vier eeuwen tussen Jozef en Mozes in geen prettige tijd gehad! Als zelfs je aartsvijanden zich thuis gaan voelen in jouw stad en bij jouw volk, wat is er dan aan de hand? Dan is er dit aan de hand: ze zijn zich thuis gaan voelen bij jouw God!

Dát gebeurt vanaf Pinksteren. Uit allerlei volken en talen voelen mensen zich thuis bij de God van Jakob. Bij de Allerhoogste. Ja, de HERE schrijft alle volken persoonlijk in als bewoners van zijn stad, van Sion. Psalm 87 brengt in poëzie dezelfde boodschap als Jesaja in zijn profetie (Jes. 19:23-25). Ook daar zie je hetzelfde: er komt een tijd, dat God Zelf mensen bij elkaar brengt, die normaal tegenover elkaar staan:

Op die dag zal er een weg lopen van Egypte naar Assyrië. Dan zullen de Assyriërs naar Egypte komen en de Egyptenaren naar Assyrië, en samen zullen zij de HERE dienen. Op die dag zal Israel zich als derde bij Egypte en Assyrië voegen, tot zegen voor de hele wereld. Want de HEER van de hemelse machten zal hen zegenen met de woorden: ‘Gezegend is Egypte, mijn volk, en Assyrië, werk van mijn handen, en Israel, mijn bezit.’

Wij zeggen wel eens: sport verbroedert – en dat zal bij de Olympische Spelen ook best wel zo zijn. Maar je kunt beter zeggen: de Heilige Geest verbroedert. Hij maakt mensen één met Jezus en zo één met elkaar. Dan herken je elkaar als medechristen. Of je nu blank bent of bruin. Waar je ook vandaan komt. Dat wil Psalm 87 zeggen. Jeruzalem wordt Sion genoemd. Het gaat niet langer om die stad en dat lapje grond aan de Middellandse Zee op zich. Het gaat om de plaats waar God woont.

Vanaf Pinksteren woont God overal waar twee of drie mensen in de naam van Jezus samenkomen. Daar komt dan Gods volk bij elkaar. Daar wordt Gods lof bezongen. Daar wordt erkend dat God de Allerhoogste is, die aan de wereld zijn Zoon Jezus Christus gegeven heeft als diepste bron van blijdschap. Van Hem gaat het hart zingen en gaan de voeten dansen. En iedereen die in Hem gelooft, hoort bij die mensen uit ‘welk volk ook’, zoals Psalm 87 zegt, die ‘hier geboren’ zijn. Waar is ‘hier’? ‘Hier’ is overal waar Jezus Christus zijn gemeente bouwt, het nieuwe Jeruzalem. ‘Hier’ is overal waar de Heilige Geest aan mensen in hun eigen taal vertelt, wie God is en wie Jezus Christus is en hoe die Twee hebben laten zien, hoe lief ze de hele wereld hebben.

Dat mooie bericht gaat vanaf Pinksteren wereldwijd. Vóór die tijd, ook in Psalm 87, dacht iedereen nog: als die tijd komt, zullen uit heel de wereld de gelovigen zich in Jeruzalem verzamelen. Allemaal naar één plek toe dus. De pijlen naar binnen gericht. Zelfs de apostelen dachten dat nog, vlak voor de Hemelvaart: Heer, gaat U binnenkort het koningschap over Israel herstellen? Maar Jezus zei toen al: Nee, maar wanneer de Heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van Mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ Voel je, wat hier gebeurt? Met Pinksteren wordt de richting omgekeerd! De apostelen mogen niet meer denken: bij het nationale volk Israel moet iedereen zijn, want híer bij ons woont God. Nee, zegt Jezus, het is juist omgekeerd: jullie moeten erop uit, want overal waar mensen tot geloof komen, dáár woont God. De pijlen naar buiten gericht dus. Zo leert Jezus de apostelen ‘om te denken’ om het eens modern te zeggen. Er is niet meer één volk en er is niet meer één land, maar dankzij Jezus Christus hebben wij door de Geest toegang tot de Vader en zijn we allemaal burgers en huisgenoten van God (Ef. 2:18+19). Vanaf Pinksteren is de belofte: ‘Dan wordt u gezegend met een lang leven in het land dat de HERE, uw God, u geven zal’ (Ex. 20:12b) uitgebreid tot ‘Dan zul het u goed gaan en zult u lang leven op aarde’ (Ef. 6:2).

Met Pinksteren gaan de deuren open. De tijd van afzondering is voorbij. Gods Geest gaat wereldwijd. Gods Woord gaat internationaal. De eerste echte buitenlander die Jezus in geloof als Redder en Heer aanneemt … komt uit Nubië! De kamerling uit Morenland. En daarna volgen er nog velen, want tot aan de uiteinden van de aarde moet iedereen in zijn eigen taal het goede nieuwe over Jezus Christus horen. Zijn Geest maakt onze tongen los: “Prijs de Heer, de weg ligt open tot de Vader, tot elkaar!”

Beginnen bij jou zelf – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 06)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 06

Beginnen bij jou zelf

de Almachtige (2) – Gisteren zagen we dat het een hele geruststelling is dat we mogen geloven in een Almach­tige Vader. En toch… Toch kan dat ook heel moeilijk zijn: als God almachtig is, hoe kan het dan dat mensen elkaar nog zoveel kwaad doen? Waarom doet God daar niets aan?

Op televisie zag ik eens een programma waarin tieners over deze vraag discussieerden. Er was toen een jongen die een heel raak antwoord gaf: ‘God doet écht wel wat aan het kwaad. Kijk maar naar mij. Vroeger was ik echt een rotjochie, maar God heeft mij veranderd…’

Zoiets bedoelt Petrus ook in het gedeelte van vandaag. Hij zegt: vergis je niet, God doet heus wel wat aan het kwaad. Op de allerlaatste dag, als Jezus terugkomt, zal Hij het zelfs helemaal uit­roeien. Dan worden Zijn beloften over de toekomst werkelijkheid, ook al denken veel mensen dat het nooit beter zal worden en dat Jezus nooit zal ingrijpen.

Wees maar blij, zegt Petrus, dat God dat nu nog niet doet. Want hoe zou jij er dan voor staan…? God stelt het expres uit, om jou de gelegenheid te geven je te bekeren. Moet God wat aan het kwaad doen? Laat Hem beginnen bij jou zelf…

Lezen: 2 Petrus 3:3-9

Wat zou je over dit gedeelte aan je beste vriend(in) willen vertellen? Bedenk dat je in ieder geval voor hem of haar kunt bidden!

Wie bidt, ontvangt – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 05)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 05

Wie bidt, ontvangt

de Almachtige (1) – Soms lijkt het of alles tegenzit. Op school gaat het niet lekker, je raakt misschien je zaterdagbaantje kwijt; en alsof dat niet ge­noeg is, is je oma óók nog ziek geworden. En kon je er nu maar iets aan veranderen, maar vaak voel je je zo mach­te­loos.

Alhoewel, soms kan het helpen als je goede contacten hebt. Stel bijvoorbeeld dat je oom bevriend is met de afde­lingschef van je zaterdagbaantje, en dat hij wel een goed woordje voor je wil doen… Dát zou na­tuurlijk fantastisch zijn, want die chef gáát er ten­slotte over.

Als je het zó bekijkt, kun je zeggen dat we er eigenlijk heel goed voor staan. Want welk probleem we ook hebben, we hebben altijd een adres waar we terecht kunnen: de Here God. Over Hem geloven we dat Hij de Almachtige is die echt over alles gaat. Hij heeft bovendien beloofd dat Hij als een Vader voor ons zal zor­gen en dat Hij luistert naar elk gebed. Betere contac­ten kun je toch niet hebben?

Dat is een hele geruststelling, óók als God de situa­tie niet verandert. Want wie bidt, ontvangt altijd. Mis­schien is het niet wat je wilde, maar ook dán zorgt God voor je. Vraag me niet hoe het dan zit als je tóch dat baantje verliest. Ik weet alleen zeker dat ook dan waar is wat in het bijbelgedeelte van vandaag staat.

Lezen: Lukas 11:9-13

Jezus zegt niet dat als je om een vis vraagt, je ook een vis krijgt. Let er bij het lezen op wat Hij wél belooft! 

Hij houdt van je! – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 04)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 04

Hij houdt van je!

de Vader – Prins Charles van Groot-Brittannië heeft een hele rij officiële en indrukwekkende titels: Prins van Wales, Hertog van weer-wat-anders, Graaf enz. En misschien wordt hij ook nog eens Koning. Wie hem te­gen­komt, zegt dus altijd heel beleefd: ‘Zijne konink­lijke hoog­heid’. Behalve natuur­lijk als je toevallig prins William of prins Harry bent. Dan zeg je gewoon: ‘Hi, dad…’

Laten we dit voorbeeld nu eens toepassen op God. God is natuurlijk oneindig veel groter en indrukwekkender dan prins Charles. Zó indrukwekkend dat je Hem alleen maar met trillende knieën onder ogen kunt komen. Stel het je voor: je zou diep buigen, Hem niet eens aan durven kijken en… hoor je het goed? Wat zegt God daar? ‘Marja, Johan, kom eens dichterbij. Ik vind het fijn als je Me gewoon ‘Va­der’ noemt.’

Onbegrijpelijk toch? Daar kun je met je verstand niet bij – dat die ontzettend grote en machtige God jouw Vader wil zijn! Hij wil niet dat je Hem ziet als een politieman, of als een afstandelijke president, maar als Vader. Hij houdt van je!! Misschien kun je het je niet eens voorstellen, als je eerlijk naar jezelf kijkt. Toch mag je het echt geloven – zeker weten!

Lezen: Psalm 103:8-13

Liefdevol, genadig, geduldig, trouw, vergevingsgezind – zó is God de Vader voor jou. Vertel Hem eens wat je daarvan vindt!

De eerste plaats – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 03)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 03

De eerste plaats

in God – Het verhaal maakte op mij grote indruk. Toen ik voor m’n werk een keer in India was, vertelde een 18-jarige jongen me dat hij vier jaar geleden tot geloof in Jezus was gekomen. Sinds die tijd had hij het thuis erg moeilijk. ‘Mijn ouders willen dat ik het geloof in Jezus opgeef. Ik kan krijgen wat ik wil, als ik Jezus maar verlaat. Maar dan zeg ik: ‘Jezus is alles voor me. Als jul­lie me wegsturen, zal ik gaan, maar ik geef Jezus niet op.”

Waarom wilde deze jongen niet doen wat zijn ouders van hem vroegen? Omdat hij geloofde in God. Dat wil zeggen: de God van Israël die heeft ge­zegd: ‘Vereer naast Mij geen andere goden’ (Ex. 20:3). Meedoen met de afgoden van zijn ouders, dat wílde deze tiener dus niet meer. Zelfs niet als hij daardoor alles zou kwijtraken…

Gelukkig is het voor ons makkelijker om in God te geloven. Alhoewel…, soms moet jij óók kiezen. Waarschijnlijk niet tussen je ouders en God.  Maar misschien wél tussen je vrienden en God, of je pleziertjes en God. En voor wie kies je dan?

‘Ik geloof in God’ betekent: ik geloof niet in mijn muziek, of in mijn vrien­den, of in me­zelf, en zelfs niet in mijn ouders, maar alléén in God. Want er kan er maar één op de eerste plaats staan!

Lezen: Mattheüs 10:32-37

Die jongen uit India hield ontzettend veel van zijn ouders. Wat zou hij van dit bijbelgedeelte gevonden hebben? Wat vind jij ervan?