De kerk van Christus – een veelkleurig mozaiek

In Veenendaal heb je Mozaiek0318. Het is een evangelische megakerk, een jaar of zes geleden opgericht door Kees Kraayenoord. Er komen per zondag duizenden kerkgangers de kerkdienst van 9:30 of 11:45. Het zijn er nu zoveel, ook uit de regio Amersfoort, dat de Mozaiek-kerk binnenkort in Bunschoten-Spakenburg een dochtergemeente begint: Mozaiek033. Zo stond het in het Nederlands Dagblad van 8 mei 2018. En in november 2019 kwam het nieuws naar buiten, dat men onderzoekt of er nog dichterbij, in Apeldoorn, een Mozaiek055-gemeente kan worden gestart.

Mozaiek 0318 limerickOp diezelfde 8 mei 2018 zag ik een limerick van Kees van Egmond. Die heb ik via Twitter gedeeld. Want ook al zoek ik graag de breedte als het om samenwerking tussen christenen en kerken gaat, tegelijk heb ik wel wat moeite met de pretenties van sommige evangelische gemeentes. Vooral, omdat ze volgens mij regelmatig het ‘ware geloof’ claimen. Vroeger claimden wij als vrijgemaakten dat we de ‘ware kerk’ waren als GKV. Daar zijn we eindelijk vanaf. Maar bij een aantal evangelische christenen kom ik nu tegen dat ze mij wel accepteren als bijbelgetrouwe predikant, maar tegelijk vinden dat in de traditionele kerken geen levend geloof gevonden wordt. Wanneer één van mijn gemeenteleden lid van hun gemeente wordt, is het Gods leiding geweest dat zo iemand door de contacten met evangelische christenen niet meer in de duisternis ronddwaalt maar eindelijk Christus heeft aangenomen als Heer. Heel de gelovige opvoeding door ouders en de kerkelijke betrokkenheid incl. geloofsbelijdenis telde niet mee. Bovendien moeten katholieken, protestanten en gereformeerden die naar een evangelische gemeente overstappen, zich bijna altijd opnieuw laten dopen. Ze kunnen geen lid van de gemeente worden, maar worden als ‘vriend van de gemeente’ ingeschreven. Soms houdt dat in dat ze niet eens mogen meezingen in de band bv. Dat vind ik extreem exlusief, meer nog dan ons GKV-exclusivisme van vroeger, want wij erkenden andere christenen wel als oprechte gelovigen, al zaten die volgens ons dan in verkeerde kerken.

Verder vind ik het altijd een beetje irritant dat alle beslissingen zo expliciet als ‘leiding van de Geest’ worden betiteld. Een extreem voorbeeld is een andere  megakerk, die van ‘De Doorbrekers’, zo’n 15 jaar geleden. De moederkerk in Voorthuizen (‘Het Kruispunt’ – nu ‘Christengemeente Life’) had het verlangen om een tweede gemeente te stichten. Daar werd intensief voor gebeden, want de Heer moest duidelijk maken in welk deel van Nederland Hij met zijn Geest na Voorthuizen verder wilde doorbreken. En dus werd het in 2005 …. Barneveld, 5 kilometer verderop. Ik denk dan (met de woorden ‘wees nuchter’ van Paulus als voorbeeld): zeg gewoon dat je uit je jasje gegroeid bent en gaat splitsen, en dat je de Heer daar voor dankt.

Hetzelfde heb ik nu een beetje met de Mozaiek-kerk van Kees Kraayenoord in Veenendaal. Ik retweette de limerick omdat er nogal nadrukkelijk sprake was van de Heilige Geest die duidelijk had gemaakt dat het Bunschoten-Spakenburg moest worden. In het ND-bericht staat als letterlijk citaat: Zo “hebben we twee beelden ontvangen die wij ervaren als door God gegeven.” Maar uit de rest van het artikel kreeg ik vooral de indruk: er komen zoveel mensen vanuit de regio Amersfoort, waaronder minstens 80 personen uit Bunschoten-Spakenburg, die elke zondag naar Veenendaal rijden, dat Mozaiek0318 liever een tweede plaats van samenkomst willen zoeken dan een derde dienst in Veenendaal gaan houden. Zeg dan, als je die plek gevonden hebt: ‘We danken God dat we in Spakenburg een mooie lokatie gevonden hebben’ i.p.v. zo nadrukkelijk te zeggen: ‘De Geest heeft ons dit duidelijk en nu gaan we in geloof deze stap zetten’.

Toch heb ik een beetje spijt van mijn snelle retweet. Want op 12 mei 2018 stond er een goed artikel van Miranda Klaver in hetzelfde Nederlands Dagblad met als kop: “Kerkstichting – er is meer dan concurrentie”.  Zij geeft aan, dat evangelische kerken minder in geografische kaders denken dan traditionele kerken. Evangelische kerken gaan veel meer uit van dynamische netwerken waar mensen op basis van een bewuste keuze bij aansluiten. Volgens Miranda Klaver willen dit soort kerken vooral een kerk zijn voor nieuwe gelovigen en willen ze ook een thuis bieden aan gedesillusioneerde gelovigen uit andere kerken.

Als ik het zo inschat, willen veel evangelische megakerken vooral het eerste (nieuwe gelovigen trekken), maar gebeurt vooral het tweede (christenen stappen over). Een kennis van mij die op het Greijdanuscollege lesgeeft  en een keer een dienst van de VEZ in Zwolle bijwoonde zei tegen mij: ‘Ik zie hier allemaal leerlingen met hun ouders die vijf jaar geleden nog lid van een GKV in Zwolle en omstreken waren.’ En ook bij ons in Assen trekt de City Life Church vooral leden die eerst lid van een andere kerk waren (bv. GKV).

Ik heb daar niet zoveel problemen mee. Als mensen overstappen naar een andere kerk omdat men het in de eigen gemeente echt niet vinden kan en ze ervaren daar dat hun geloofsleven weer opbloeit, is dat in principe positief. Wij kondigen in onze kerk zulke overstappen ook niet meer af als een kerkelijke onttrekking, maar geven aan iedereen die lid wordt van welke andere kerk dan ook (van Rooms-Katholiek tot aan de Doorbrekers toe) een kerkelijke attestatie mee.

Mozaiek 0318 foto.jpgWat ik me wel soms wel afvraag is, of een overstap niet meer op grond van emoties genomen wordt i.p.v. uit geloof. En waar ik me echt wel zorgen over maak is het effect op de kinderen van gezinnen die overstappen. Want als je overstapt omdat het in de ene kerk niet meer lukt, is de stap naar een volgende gemeente ook meteen een stuk lager. Een collega vertelde me eens, dat zijn kinderen op een gereformeerde basisschool zaten waarvan meer dan 50% van de leerlingen niet uit de GKV kwam. Dus stond in de adressenlijst achter elk kind ook de kerkelijke gemeente vermeld. Toen zijn oudste kind in groep 8 zat, vergeleek hij de huidige adreslijst met die van groep 1 toen. Hij vond het opvallend dat bijna alle kinderen die toen GKV of CGK achter hun naam hadden staan, dat in groep 8 nog steeds hadden. Maar de helft van de evangelische kinderen zat nu in een andere evangelische gemeente. Als ouders van kerk switchen, stappen kinderen nog makkelijker over. Vaak stappen ze ook uit.

Dat laatste vind ik erg riskant, want het is niet goed dat de mens alleen is, ook niet als gelovige. Als met Pinksteren de Heilige Geest wordt uitgestort, ontstaat er in Jeruzalem een bloeiende gemeente. Die heeft een grote aantrekkingskracht, want de Heer, Jezus Zelf, voegde dagelijks mensen toe aan de kring van hen die behouden wilden worden (vertaling NV51)). Zonder kring van gelovigen gaat het niet. En als mensen telkens overstappen naar die kring die zij het prettigste vinden, vraag ik me wel eens af hoe het zit met de trouw die het ook volhoudt in tijden van moeite. ‘Door dik en dun’ hoor je niet meer zoveel in onze maatschappij, of het nu om huwelijkstrouw of blijvend lid van dezelfde gemeente gaat.

Persoonlijk gaat mijn voorkeur daarom toch uit naar een geografische gemeente. Want dan geef je samen vorm aan het christen-zijn in jouw dorp of stad(swijk). Dat lijkt me beter dan het zoeken van een gemeente waar ik mij het beste thuis voel onder christenen die op dezelfde manier hun geloof beleven. Dat leidt alleen maar tot eenzijdigheden. Naar beide kanten. Dat vind ik jammer. Want we zijn juist allemaal door onze God zo verschillend gemaakt en met verschillende gaven begeesterd, zodat we ons aan elkaar kunnen opscherpen (Spreuken 27:17), ook in het geloof.

Dit waren zomaar wat gedachten n.a.v. het bericht dat Mozaiek0318 een tweede gemeente start met de naam Mozaiek033. Fijn dat ze zo gegroeid zijn en dat die mogelijkheid er is. Er blijven wel wat vragen over. Dat mag. Maar tegelijk zingen we ook in onze kerkdiensten de liederen van Kees Kraayenoord. We zijn immers geen concurrenten van elkaar. We geloven in dezelfde Heer en willen Hem dienen en volgen.

Beginnen bij jou zelf – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 06)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 06

Beginnen bij jou zelf

de Almachtige (2) – Gisteren zagen we dat het een hele geruststelling is dat we mogen geloven in een Almach­tige Vader. En toch… Toch kan dat ook heel moeilijk zijn: als God almachtig is, hoe kan het dan dat mensen elkaar nog zoveel kwaad doen? Waarom doet God daar niets aan?

Op televisie zag ik eens een programma waarin tieners over deze vraag discussieerden. Er was toen een jongen die een heel raak antwoord gaf: ‘God doet écht wel wat aan het kwaad. Kijk maar naar mij. Vroeger was ik echt een rotjochie, maar God heeft mij veranderd…’

Zoiets bedoelt Petrus ook in het gedeelte van vandaag. Hij zegt: vergis je niet, God doet heus wel wat aan het kwaad. Op de allerlaatste dag, als Jezus terugkomt, zal Hij het zelfs helemaal uit­roeien. Dan worden Zijn beloften over de toekomst werkelijkheid, ook al denken veel mensen dat het nooit beter zal worden en dat Jezus nooit zal ingrijpen.

Wees maar blij, zegt Petrus, dat God dat nu nog niet doet. Want hoe zou jij er dan voor staan…? God stelt het expres uit, om jou de gelegenheid te geven je te bekeren. Moet God wat aan het kwaad doen? Laat Hem beginnen bij jou zelf…

Lezen: 2 Petrus 3:3-9

Wat zou je over dit gedeelte aan je beste vriend(in) willen vertellen? Bedenk dat je in ieder geval voor hem of haar kunt bidden!

Wie bidt, ontvangt – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 05)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 05

Wie bidt, ontvangt

de Almachtige (1) – Soms lijkt het of alles tegenzit. Op school gaat het niet lekker, je raakt misschien je zaterdagbaantje kwijt; en alsof dat niet ge­noeg is, is je oma óók nog ziek geworden. En kon je er nu maar iets aan veranderen, maar vaak voel je je zo mach­te­loos.

Alhoewel, soms kan het helpen als je goede contacten hebt. Stel bijvoorbeeld dat je oom bevriend is met de afde­lingschef van je zaterdagbaantje, en dat hij wel een goed woordje voor je wil doen… Dát zou na­tuurlijk fantastisch zijn, want die chef gáát er ten­slotte over.

Als je het zó bekijkt, kun je zeggen dat we er eigenlijk heel goed voor staan. Want welk probleem we ook hebben, we hebben altijd een adres waar we terecht kunnen: de Here God. Over Hem geloven we dat Hij de Almachtige is die echt over alles gaat. Hij heeft bovendien beloofd dat Hij als een Vader voor ons zal zor­gen en dat Hij luistert naar elk gebed. Betere contac­ten kun je toch niet hebben?

Dat is een hele geruststelling, óók als God de situa­tie niet verandert. Want wie bidt, ontvangt altijd. Mis­schien is het niet wat je wilde, maar ook dán zorgt God voor je. Vraag me niet hoe het dan zit als je tóch dat baantje verliest. Ik weet alleen zeker dat ook dan waar is wat in het bijbelgedeelte van vandaag staat.

Lezen: Lukas 11:9-13

Jezus zegt niet dat als je om een vis vraagt, je ook een vis krijgt. Let er bij het lezen op wat Hij wél belooft! 

Hij houdt van je! – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 04)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 04

Hij houdt van je!

de Vader – Prins Charles van Groot-Brittannië heeft een hele rij officiële en indrukwekkende titels: Prins van Wales, Hertog van weer-wat-anders, Graaf enz. En misschien wordt hij ook nog eens Koning. Wie hem te­gen­komt, zegt dus altijd heel beleefd: ‘Zijne konink­lijke hoog­heid’. Behalve natuur­lijk als je toevallig prins William of prins Harry bent. Dan zeg je gewoon: ‘Hi, dad…’

Laten we dit voorbeeld nu eens toepassen op God. God is natuurlijk oneindig veel groter en indrukwekkender dan prins Charles. Zó indrukwekkend dat je Hem alleen maar met trillende knieën onder ogen kunt komen. Stel het je voor: je zou diep buigen, Hem niet eens aan durven kijken en… hoor je het goed? Wat zegt God daar? ‘Marja, Johan, kom eens dichterbij. Ik vind het fijn als je Me gewoon ‘Va­der’ noemt.’

Onbegrijpelijk toch? Daar kun je met je verstand niet bij – dat die ontzettend grote en machtige God jouw Vader wil zijn! Hij wil niet dat je Hem ziet als een politieman, of als een afstandelijke president, maar als Vader. Hij houdt van je!! Misschien kun je het je niet eens voorstellen, als je eerlijk naar jezelf kijkt. Toch mag je het echt geloven – zeker weten!

Lezen: Psalm 103:8-13

Liefdevol, genadig, geduldig, trouw, vergevingsgezind – zó is God de Vader voor jou. Vertel Hem eens wat je daarvan vindt!

De eerste plaats – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 03)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 03

De eerste plaats

in God – Het verhaal maakte op mij grote indruk. Toen ik voor m’n werk een keer in India was, vertelde een 18-jarige jongen me dat hij vier jaar geleden tot geloof in Jezus was gekomen. Sinds die tijd had hij het thuis erg moeilijk. ‘Mijn ouders willen dat ik het geloof in Jezus opgeef. Ik kan krijgen wat ik wil, als ik Jezus maar verlaat. Maar dan zeg ik: ‘Jezus is alles voor me. Als jul­lie me wegsturen, zal ik gaan, maar ik geef Jezus niet op.”

Waarom wilde deze jongen niet doen wat zijn ouders van hem vroegen? Omdat hij geloofde in God. Dat wil zeggen: de God van Israël die heeft ge­zegd: ‘Vereer naast Mij geen andere goden’ (Ex. 20:3). Meedoen met de afgoden van zijn ouders, dat wílde deze tiener dus niet meer. Zelfs niet als hij daardoor alles zou kwijtraken…

Gelukkig is het voor ons makkelijker om in God te geloven. Alhoewel…, soms moet jij óók kiezen. Waarschijnlijk niet tussen je ouders en God.  Maar misschien wél tussen je vrienden en God, of je pleziertjes en God. En voor wie kies je dan?

‘Ik geloof in God’ betekent: ik geloof niet in mijn muziek, of in mijn vrien­den, of in me­zelf, en zelfs niet in mijn ouders, maar alléén in God. Want er kan er maar één op de eerste plaats staan!

Lezen: Mattheüs 10:32-37

Die jongen uit India hield ontzettend veel van zijn ouders. Wat zou hij van dit bijbelgedeelte gevonden hebben? Wat vind jij ervan?

Is het wel echt waar? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 02)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 02

Is het wel echt waar?

Ik geloof (2) – ‘En als het nu eens allemaal níet waar is, wat er in de Bijbel staat?’ Misschien schiet die gedachte bij jou óók wel eens door je hoofd. ‘Waarom zouden alleen wíj gelijk hebben?’ En: ‘Soms klinkt het zo onwaarschijnlijk…’ Dan kun je het eigenlijk niet geloven. Je twijfelt.

Nu komen twijfels bij de meeste christenen voor; bij mij in ieder geval wél. Zelfs heel sterke gelovigen kunnen opeens gaan twijfe­len. Eigenlijk is dat niet eens zo vreemd, want dat wil de duivel natuurlijk. Zo is zijn tactiek: hij probeert altijd mensen van het geloof af te houden. Als je dat weet, hoef je er dus niet eens meer zo van te schrikken als je twijfelt.

Het heeft er ook mee te maken dat geloven iets is wat je moet leren. Je kunt nooit zeggen: ‘Ik geloof, en nu ben ik daarmee klaar.’ Het geloof moet altijd groeien, ster­ker worden.

Daarvoor heeft de Here God verschil­lende middelen gegeven. Bijvoorbeeld een Boek vól met bewijzen voor het ge­loof. En ook dat je contact kunt hebben met andere christe­nen, en naar de kerk kunt gaan. Op die manier is zelfs Tomas zijn twijfels kwijtgeraakt…

Lezen: Johannes 20:24-31

Stel je voor dat jij bij deze gebeurtenis aanwezig was geweest. Hoe zou jíj gereageerd hebben?

 

Onbegrijpelijk … – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 01)

ZO IS DAT!

Veel jonge christenen doen tussen Pasen en Pinksteren belijdenis van hun geloof in Jezus Christus. Ze zeggen ‘JA’ tegen de drie-enige God van hun doop en stemmen in met de kernstukken van het christelijk geloof zoals de hele christelijke kerk die al eeuwen verwoord in de Apostolische Geloofsbelijdenis (ook wel de Twaalf Artikelen genoemd).

Herman van Wijngaarden - Zo is datAl een tijdje geleden kwam ik het piepkleine boekje ‘Zo is dat! tegen (12 bij 14 cm). Daarin legt Herman van Wijngaarden aan jongeren in 30 korte stukjes uit waar het in de Twaalf Artikelen om gaat, incl. een bijbelgedeelte en een nadenkertje. Met zijn toestemming mag ik de komende weken deze stukjes publiceren.

Ik hoop dat je het waardeert, of je nu belijdenis gaat doen, net gedaan hebt of je nog steeds na al die jaren als belijdend lid van Christus’ kerk graag opnieuw laat verrassen door een nieuwe, frisse kijk op de Twaalf Artikelen.

Dag 1

Onbegrijpelijk…
  
Ik geloof (1) – De eerste woorden van de Apostolische Geloofsbelijdenis zijn direct al heel belangrijk. Er staat: ‘Ik geloof‘. En niet bijvoorbeeld: ‘Ik begrijp‘. Veel mensen zeggen: ‘Ik kan niet geloven, want ik begrijp niet waarom…’ Of: ‘Ik begrijp niet hoe…’ Maar door zo te denken, maken ze een grote fout. God vraagt niet dat we Hem begrijpen; dat kán ook helemaal niet. We hoeven alleen maar tegeloven. Als Hij het zegt, ís het zo.

Er staat óók niet: ‘Ik weet‘. Bijvoorbeeld: ‘Ik weet dat God bestaat’. Want wat heb je daaraan? Kijk, mis­schien weet ik dat de dokter me beter kan maken. Maar als ik niet naar hem toe ga, word ik echt niet beter. Ik moet hem vertrouwen en doen wat hij zegt, ook al begrijp ik hem niet. Met gelo­ven is het precies zo. Dat is niet alleen dat je iets weet over God, het is ook dat je Hem ver­trouwt – wat Hij ook tegen je zegt of van je vraagt.

Wil je weten wat geloven is? Op water gaan lopen, als Jezus zegt dat je dat kunt. Het is: tóch bidden als het niet verder lijkt te komen dan het plafond. Geloven is: de Here God danken dat Hij álles van je weet (ook dat ene…) en tóch van je houdt. Inderdaad onbegrijpelijk – en toch is het zo!

Lezen: Matteüs 14:22-33

Wat denk je dat God je vandaag door dit bijbelgedeelte wil zeggen? 
Wat zou je Hem zelf erover willen zeggen of vragen?

Wat beloven bruid en bruidegom elkaar als ze trouwen in de kerk?

Binnenkort mag ik als dominee weer een trouwdienst leiden. Dat vind ik altijd prachtig. Iedereen is blij met het bruidspaar. De trouwdienst zelf is voor hen vaak het hoogtepunt van de dag. Want in de kerk herhalen ze hun beloftes aan elkaar en ontvangen ze Gods onmisbare zegen over hun huwelijk.

trouwkaart algemeenNet als bij een doopbediening en bij viering van het avondmaal kun je tegenwoordig kiezen welk formulier je wilt gebruiken voor de kerkelijke inzegening / bevestiging van je huwelijk. Het zijn twee korte formulieren, de één uit 1999 en de ander uit 2014. Allebei even sprankelend qua taalgebruik. De keus laat ik graag aan het stel dat trouwt.

Ik kwam wel een probleempje tegen. Namelijk: wat beloven bruid en bruidegom elkaar nu precies als ze in de kerk hun JA-woord herhalen? Tot 2014 was dat geen probleem.

Aan de bruidegom werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die naar Gods wil zijn?

En aan de bruid werd gevraagd: Beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?

En aan beiden werd vervolgens gevraagd: Zul je heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk overeenkomstig het evangelie te leven?

2009-03 badeendjesOp de synode van 2014 komt daar verandering in. De deputaten die over de liturgische formulieren gaan constateren: “Tegen de huidige tekst van de huwelijksvragen en –beloften bestaat een vrij grote weerstand.” Als reden noemen zij “de ongelijkheid in de belofte van bruidegom en bruid.” Volgens de deputaten berust deze formulering op een omstreden uitleg van Efeze 5 die niet algemeen gedeeld wordt in onze kerken. Daarom stellen ze voor om bij de eerste vragen de “elementen die al te zeer voor discussie vatbaar zijn” weg te laten en voor een eenvoudiger belofte te kiezen waarbij “in ieder geval liefde, trouw en zorg benoemd worden” en die voor bruidegom en bruid gelijk is:

Bruidegom/bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw/man te zorgen?

Maar in hetzelfde deputatenrapport stond ook het nieuwe tweede huwelijksformulier. En daarin waren de beloften weer verschillend:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw te zorgen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen, in alle dingen die naar Gods wil zijn?

Volgens de synodeverslagen is die laatste versie aangenomen. Vanaf 2014 waren dit dus de vastgestelde trouwbeloften (incl. het vervolg dat voor bruid en bruidegom gelijk gebleven is). Niet helemaal consequent, vond ik. Waarom zou je als bruid meer moeten beloven dan als bruidegom? Dus heb ik me altijd maar gehouden aan de formuleringen die tot 2014 afgesproken waren. Want ik ben het heel erg eens met de opmerking van de deputaten, dat bij alle liturgische formulieren de vragen die gesteld worden, gelijk dienen te zijn.

Toen kwam eind 2017 het nieuwe Gereformeerde Kerkboek uit. De teksten van de liturgische formulieren waren al vastgesteld in 2011, maar de deputaten hebben nog wat kleine taalkundige correcties toegepast.

Maar wat is er tot mijn stomme verbazing nu met de beloften van bruidegom en bruid gebeurd? Precies het omgekeerde! Nu belooft de bruid minder dan de bruidegom:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen?

Ik snap het niet meer. Het is volgens mij van tweeën één.

Of bruidegom en bruid beloven alleen maar dat ze in liefde voor elkaar zullen zorgen. Dan haal je alle moderne gevoeligheden uit de trouwbelofte en beperk je je tot de kern.

Of bruidegom en bruid beloven elkaar, dat hij haar in liefde voor zal gaan en dat zij hem in liefde zal volgen en helpen. Dan hou je je meer aan de globale invulling die je ook in de Bijbel leest.

Persoonlijk heeft het laatste mijn voorkeur. Als kerk hoeven we niet alle verschil tussen man en vrouw weg te poetsen als we in een trouwdienst een stukje bijbels onderwijs over het huwelijk geven.

Dus wat mij betreft voegen we beide varianten 2014 en 2017 samen door zowel aan de bruidegom als aan de bruid elk gewoon de toegespitste, bijbels gefundeerde vraag te stellen:

Bruidegom, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je vrouw, te zorgen? Beloof je haar voor te gaan in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Bruid, beloof je hier voor God en zijn gemeente, in liefde voor je man, te zorgen? Beloof je hem te helpen en hem te volgen in alle dingen die goed zijn in Gods ogen?

Zullen jullie heilig met elkaar leven, elkaar nooit verlaten, maar elkaar trouw blijven in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in gezondheid en ziekte, totdat Christus terugkomt of de dood jullie zal scheiden? Beloof je in je huwelijk vanuit het evangelie te leven?

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de valkuilen

Hoofd hart handen ingelijstDank, dank nu allen God, met hoofd en harten en handen. Met een variatie op een bekend gezang zou je kunnen zeggen dat dit de drie basic-manieren waarmee je als christen uiting geeft aan je geloof. Dat geloof is en geschenk van de Heilige Geest. Als Hij mij niet voortdurend motiveert en in vlam zet om als christen voor God, mijn hemelse Vader, en voor Jezus, mijn Redder en Heer te leven, wordt het bij mij al heel snel een vorm- en regeltjesgeloof, omdat het van God of de omgeving moet. Maar helaas … veel christenen (ikzelf niet uitgezonderd) zien dat altijd veel scherper bij een ander dan bij zichzelf. Daarom wil ik hier de valkuilen benoemen van alle drie de geloofstypes. Want overal waar het zaad van het Evangelie gezaaid wordt, vertelt onze Heer in een gelijkenis, is de duivel er als de kippen bij om het opkomende geloof de nek om te draaien. Dat geldt ook voor de tritst Hoofd – Hart – Handen. Welk type je ook bent, in alle drie de gevallen probeert de duivel het geloof weg en eruit te drukken. Daarvoor heeft hij drie verschillende taktieken, denk ik wel eens.

Hoofd hart handen 2Valkuil 1: veel weten = eigenwijs

Voor ‘HOOFD-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Je kennis maakt je eigenwijs. Je ziet neer op andere christenen, die niet zo serieus de Bijbel bestuderen. Die zijn dan al snel in jouw ogen ‘minder principieel’. Als gereformeerde kerken zijn we lange tijd heel sterk geweest in bijbelkennis en het doordenken van wat de HERE God op grond van zijn Woord vandaag van ons vraagt. Maar daardoor hebben we ook de naam gekregen, het allemaal wel heel erg goed te weten. Op christenen uit andere kerken keken we neer – die zaten in de foute kerk, dus mochten ze niet deelnemen aan, lid worden van of werken bij het gereformeerd onderwijs, de gereformeerde politiek en allerlei andere organisaties. Als GKV-kerken hebben we daarmee een slechte naam opgebouwd. Gelukkig ligt die tijd nu wel echt achter ons. Maar die betweterige houding kom ik nog steeds wel tegen: kerkleden die heel goed weten wat er in de Bijbel staat en hoe het hoort en daar anderen mee om de oren slaan. Dat is niet goed.

Aan de andere kant: wanneer je door de Heilige Geest gezegend bent met een goed inzicht in de Bijbel en een goed kunnen doordenken wat dat betekent voor vandaag, ben je niet een ‘mindere’ christen dan een Hart- of Hand-type. Integendeel: je moet wel weten wat je gelooft en waarom je gelooft. Zonder kennis over Mij gaat het volk te gronde, zegt God in Hosea 4. En om Mij echt te kennen, moet je de Bijbel bestuderen, zegt de Here Jezus in Johannes 5.

Hoofd hart handenValkuil 2: heel enthousiast = zelfingenomen

Voor ‘HART-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Met ‘zelfingenomen’ bedoel ik dan, dat jouw invulling van het geloof de maat wordt waarmee je de ander meet. Je hart staat in vuur en vlam voor Christus en dat blijkt uit de manier waarop je zingt, leest, bidt en heel je leven op zondag en van maandag tot zaterdag invult en vorm geeft. Maar voor je het weet, veroordeel je je broer of zus in het geloof, die niet op dezelfde manier zijn of haar geloof beleeft of in praktijk brengt. Je vergeet dan, dat de Heilige Geest niet van iedere gelovige een ‘HART-christen’ gemaakt heeft. En je vergeet ook heel gemakkelijk, dat God niet kijkt naar de mate waarin mensen zich voor Hem inzetten, maar naar het hart: hoe zit het met jouw liefde voor Hem en voor je naaste? Laatst zat ik met wat mensen hierover door te praten. Iemand vond dat er in onze gemeente enthousiaster gezongen zou moeten worden met de handen omhoog en dat er ook veel meer leden aktief mee zouden kunnen in gebedskringen.  Iemand anders zei toen: ik vind het persoonlijke gebed voor mijzelf heel belangrijk en haal vaak heel veel troost en bemoediging uit een bekende psalm of een mooi gezang bij het orgel. Een derde vond het mooi dat het in onze kerkelijke gemeente allemaal mogelijk is. Dat vind ik ook, en ik gebruik deze reaktie hier om te onderstrepen, dat we op die manier ook aan elkaar gegeven zijn in de gemeente: niet om mijn manier van geloofsbeleving boven die van de ander te stellen, maar om elkaar aan te vullen en aan te vuren.

Aan de andere kant: het hart is wel dé plek bij uitstek waar de Heilige Geest ons wil raken. In de psalmen wordt (ik heb het niet precies geteld) wel 100x opgeroepen om de HERE te loven met heel ons hart. En ook Petrus schrijft: “Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart.” En waar het hart vol van is, loopt de mond van over, zeggen we allemaal. Dus als er weinig enthousiasme voor de Heer zichtbaar is in een gemeente, is dat een slecht teken. Dan moeten we juist meer ruimte voor beleving toelaten, in de kerkdiensten én als opdracht voor onszelf.

Hoofd hart handen engelsValkuil 3: lekker praktisch = laat maar zitten

Voor ‘HANDEN-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Bij een bekende voetbalclub zingt men ‘geen woorden maar daden’. En natuurlijk is het waar, dat geloof zonder daden een dood geloof is, zoals Jakobus schrijft. Levend geloof = de handen uit de mouwen voor je naaste en een bemoedigend woord voor iedereen. Maar juist als de meeste gemeenteleden in een gemeente meer praktisch ingesteld zijn, loop je het risiko om alles wat met ‘Hoofd’ en ‘Hart’ te maken heeft, maar aan anderen over te laten. Dus schiet bijbelstudie er gemakkelijk in. Als de bijbel open moet bij bijzondere gebeurtenissen of bij moeilijke vragen, daar heb je de dominee en de ouderling voor. En samen zingen, samen bidden of samen evangeliseren, dat laat je maar liever aan die enthousiaste of zweverige types over. Zelf hou je je maar liever wat op de achtergrond.

Op die manier maken vele handen geen licht werk, maar komt 3/4 van het werk op de schouders van een paar mensen neer. En dat is nog niet het ergste. Als bijna niemand meer zegt waarom we de handen uit de mouwen steken voor elkaar en voor anderen, wordt de naam van onze Heer Jezus Christus niet meer genoemd. Dan wordt geloven een vorm en snappen je kinderen niet meer, om Wie het echt gaat. Of de kerk wordt een gezellige club mensen. Met dat laatste is niets mis, want waar liefde woont, gebiedt de HEER zijn zegen. Maar besef, dat we wel wat meer zijn: de plek waar God mensen bij elkaar brengt die uit de duisternis gered zijn en nu in het licht van zijn liefde mogen leven, op weg naar een schitterende toekomst! Als je daar echt van overtuigd bent geraakt, dan mag je dat, vanuit een dankbaar hart, met woorden én daden laten zien. En je hoeft niet eens bang te zijn dat je het niet zo goed kunt verwoorden, want de Heilige Geest zal, als het zo eens ter sprake komt, je de woorden wel in de mond leggen, heeft Jezus al zijn volgelingen beloofd.

Aan de andere kant: één gebaar zegt meer dan 100 woorden. Dus als ‘omzien naar elkaar’ de sterke kant is van jouw gemeente, moet je daar niet negatief over doen, maar juist enorm blij mee zijn. In de kleine en gewone dingen trouw zijn, zonder meteen af te haken bij tegenslag – dat is een mooie eigenschap van een christen. En ook van een echte ‘HAND-gemeente’. Maar laat het geen excuus zijn om voor de rest zelf maar wat achterover te hangen. De meeste leerlingen van Jezus waren ook niet van die praters. Toch wisten ze in woord én daad het Evangelie heel goed over te brengen.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de praktijk

Hoofd hart handen engelsDe trits HOOFD – HART – HANDEN kun je goed gebruiken om te ontdekken wat voor type christen je bent. Dus kun je het ook als thermometer gebruiken om het functioneren van de plaatselijke kerk gaat. In een fijne gemeente bestaat er een goede wisselwerking tussen deze drie onderdelen.  In mijn vorige blog verwees ik naar de eerste christengemeente in Jeruzalem. Die bloeide en groeide volgens de beschrijving in Handelingen 2:41-47 . De bloei was te danken aan de manier waarop ze samen gemeente waren, nl. met hoofd (vers 42a, 43) en hart (vers 42d, 47a) en handen (vers 42b, 44, 45, 46). De groei gaf Christus Zelf (vers 47).

Hoe vul je dat praktisch in?

Als het erom gaat dat je gemeente en christen bent met je HOOFD is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe kun je elkaar stimuleren om meer werk te maken van het leren kennen van God als je hemelse Vader en Jezus Christus als je Redder en Heer, en hoe je Hen dient en volgt in je dagelijks leven? Want geloven met je HOOFD betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HART is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe word je persoonlijk en samen steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via onze Heer Jezus Christus en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je HART is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Dat kan niet zonder beleving en ervaring.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HANDEN is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe verbind je het ‘doen’ met je geloof? Geloven met je HANDEN betekent dat je ook praktisch naar elkaar omkijkt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten.  Dit onderdeel van het geloof krijgt in Handelingen 2:41-47 de meeste aandacht, maar staat wel in goed verband met de andere twee aspekten.

Een goede mix

Een goede mix tussen alle drie de aspekten is niet vanzelfsprekend. Voor je het weet zoeken gelijkgezinde christenen elkaar op. En dus krijg je ook bepaalde types kerkgemeenschappen. Gereformeerden worden vaak getypeerd als hoofd-christenen. Evangelischen lijken vooral hart-christenen te zijn. Bij het Leger des Heils kom je vooral christenen met de handen tegen. Ook legt elke tijdsperiode z’n eigen accenten. Als ik het zo inschat, vonden we in de GKV-kerken de bijbelse leer lange tijd erg belangrijk (hoofd), stond in de afgelopen twintig jaar het gevoel en de beleving behoorlijk centraal (hart) en verschuift de aandacht nu meer naar het praktisch christen zijn (handen).

Hoofd hart handenHou krijg en behoud je een goede balans binnen de gemeente? Misschien helpt het om bewust werk van de trits ‘Hoofd-Hart-Handen’ te maken op de volgende drie gebieden:

*A*  Op zondag. In de kerkdienst krijgen zowel bijbellezing en bijbeluitleg als zingen en bidden evenveel aandacht, terwijl rondom de kerkdienst de onderlinge ontmoeting  er ook echt bij hoort

*B*  De taak van ambtsdragers. Zij krijgen van Jezus Christus de opdracht om ervoor te zorgen dat zijn gemeente ook echt als een geestelijk lichaam functioneert (Ef. 4:11-16). Hoe geef je als kerkenraad en diakonie aandacht aan en stimuleer je bijbelstudie (hoofd)  en gebed (hart) en het omzien naar elkaar (handen)?

*C* Als gemeente / wijk / kring. Welke activiteiten organiseer je als gemeente en onderneem je als wijk of kring? Zit er voldoende evenwicht in?

Heel praktisch is dit tweede deel niet geworden. Dat kan ook niet echt, denk ik, want elke gelovige heeft zijn of haar eigen gaven van de Heer gekregen en iedere gemeente van Christus is uniek qua samenstelling. Ik hoop wel dat alles wat hierboven staat kan helpen om het christen-zijn met Hoofd & Hart & Handen vorm te geven, persoonlijk en als kerkgemeenschap.