Overal vind je christenen – ook op vakantie (in de Alpen bv.)

Als je op vakantie naar het buitenland gaat, laat je je christen-zijn niet thuis. Integendeel, het biedt je de kans om medechristenen te ontmoeten.  Christenen in dat land – vaak zijn het kleine kerkjes, maar het geloof van de kerkleden is omgekeerd evenredig groot.  Christenen uit Nederland die in dezelfde regio op vakantie zijn – mooie gesprekken kan dat opleveren.  Allebei die ontmoetingen zijn goed en stimulerend voor je eigen geloof.

In de Alpen

In Oostenrijk en Zwitserland zijn vijf kleine kerkjes van de Evangelisch-Reformierte Kirche (officieel: ERKWB). Ze houden elke zondag één kerkdienst. In het Duits, dus voor de meesten redelijk goed te volgen. De ERKWB van Rankweil belegt sinds dit jaar ook kerkdiensten in Bludenz (zondag) en in Innsbruck (1x per maand). En omdat Rankweil in het meest toeristische gedeelte van Oostenrijk ligt, vlak  tegen de grens van Zwitserland, dicht bij de Bodensee en ook niet zover verwijderd van Zuid-Duitsland, is er deze zomer ook nog twee keer een Nederlandstalige kerkdienst. Voor hen die het anders niet zo goed volgen kunnen en ook graag op vakantie mede-gelovigen uit Nederland wil ontmoeten.

Kerkdiensten in het Duits in Oostenrijk

Wenen (ds. Brad Hunter) – elke zondag om 16:00 uur (tweetalig: Duits en Engels). Adres: Wiedner Haupstrasse 45-47, 1040 Wien

Neuhofen (vakant) –  elke zondag om 9:30 uur. Adres: Steyerstrasse 35, A-4501, Neuhofen an der Krems

Rankweil (ds. Reinhard Mayer) – elke zondag om 10:00 uur. Adres: ‘Gebouw A14’ (meteen naast de afrit 36 van de A14), Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil

Bludenz (ds. Reinhard Mayer) 10  juli t/m 28 augustus elke zondag om 17:30 uur. Adres: ‘im Stellwerk’, Hermann Sanderstrasse 8, A-6700 Bludenz  (aan het spoor, vlak naast het station, 1½ uur gratis parkeren met blauwe kaart)

Innsbruck (ds. Reinhard Mayer) – 1x per maand op zondag 17 juli en op zondag 21 augustus om 17:00. Speciaal met het oog op Nederlandse gasten beide keren op het volgende adres: ‘im NOVUM’, Josef-Wilbergerstrasse 9, A-6020 Innsbruck

Kerkdiensten in het Nederlands in Oostenrijk

In Rankweil wordt op zondag 24 juli en op zondag 14 augustus om 17:00 uur een Nederlandse kerkdienst gehouden voor vakantiegasten uit Zwitserland, Liechtenstein, Vorarlberg en Zuid-Duitsland. Adres: ‘Gebouw A14’ (meteen naast de afrit 36 van de A14), Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil

ERKWB Schweiz gipfelkreuz.jpgKerkdiensten in het Duits in Zwitserland

Basel (ds. Kurt Vetterli) elke zondag om 11:00 uur. Adres: C.F. Spittler-Haus, Socinstrasse 13, 4051 Basel

Winterthur (ds. Thomas Reiner) elke zondag om 10.00 uur. Adres: Schlachthofstrasse 19, 8406 Winterthur

Dat de kerkdeuren van deze kleine gemeentes elke zondag openstaan, is het werk van de Heilige Geest. Als vakantiegasten uit Nederland de Duitstalige kerkdiensten bezoeken is dat een enorme bemoediging voor de broeders en zussen in Oostenrijk en Zwitserland. Meer informatie is te vinden op www.erkwb.ch (Zwitserland), www.reformiert.at (Oostenrijk) en www.newcitywien.at (Wenen).

De kerken van de ERKWB in Oostenrijk en Zwitserland hebben een zusterkerkrelatie met de GKV-kerken in Nederland en onderhouden persoonlijke contacten met de CGK, de NGK, de HHK en de PKN (Geref. Bond). De Stichting Steun Reformatie Oostenrijk ondersteunt de kerken geestelijk en financieel. Meer informatie is te vinden op de website www.sssro.nl. ssro-logoDaar is ook het Oostenrijkbulletin te lezen, het kwartaalblad van de SSRO. Je vindt er nog meer informatie en verhalen over hoe het Evangelie van Jezus Christus ook in de Alpen mensen raakt. Je kunt je ook abonneren en donateur van de SSRO worden. De broers en zussen in Oostenrijk en Zwitserland stellen belangstelling, gebed en steun uit Nederland zeer op prijs.

Overal vind je christenen

Voor iedereen die op vakantie gaat naar het buitenland geldt: zoek daar de broers en zussen in het geloof op! Vaak zijn het kleine kerkjes en zijn ze heel erg blij met Nederlandse gasten. Als de diensten in het Duits of Engels zijn, hoeft de taal niet eens het grootste probleem te zijn. Maar ook al zou je maar een klein gedeelte verstaan, dan nog proef je de geloofsverbondenheid! Zoek dus even lekker op internet voordat je weggaat zou ik zeggen. Iets met ‘kerk’ en ‘gereformeerd’ en ‘evangelisch’ in de taal van dat land, en je vindt vast wel wat in een straal van 50 kilometer. Dat zijn geen afstanden in de vakantie – voor een pretpark maak je hetzelfde ritje ook😉.

GAAF om met je GAVEN Gods gemeente nog GAVER te maken

In onze kerkelijke gemeente (GKV “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo) draaien we twee weken lang het projekt GAAV! Voor een christen is het vooral GAAF om bij God te mogen horen. Paulus heeft dat ontdekt in Romeinen 12. God is zo goed en zo barmhartig voor ons is. En dus zegt hij:  Denk niet van jezelf dat je geweldig bent. Nee, wees verstandig en bedenk dat er voor God maar één ding belangrijk is: dat je gelooft in Jezus Christus. (Rom. 12:3 – Bijbel in Gewone Taal). Het gaat dus allereerst om je houding en je motivatie. Wat voor christen wil jij zijn? Eentje die zichzelf geweldig vindt? Of eentje die heel erg blij is met God als Vader en Jezus als Redder en Vriend?Gewoon Doen 01

Vervolgens mag je dat ook laten zien. Hoe kun je dat? Nou, zegt Paulus: gewoon doen! In beide opzichten. Doe maar gewóón! En dóe maar gewoon!  Gewoon doen waar je goed in bent vanuit je geloof Jezus Christus. Zonder hoge pretenties de gaven die je van God gekregen hebt inzetten. Zo ontdek je vanzelf je plekje in de kerk, in het lichaam van Christus. Want iedereen kan en mag meedoen. Met hoofd en hart en handen.

Mensen die met hun handen werken hebben die gave van God gekregen. Neem Besaleël, een goudsmit, en Oholiab, een tapijtenwever. Dat waren in de tijd van Mozes twee vaklieden die alle voorwerpen in de tabernakel, de tentkleden, de priesterkleding en alle versieringen mochten ontwerpen en uitvoeren. Want God had hun uitzonderlijke talenten op dit vakgebied geschonken, zodat ze al die technieken beheersten. Naast deze twee begaafde personen waren er nog meer vakmensen aan wie de HERE de wijsheid en het inzicht gegeven heeft die hiervoor nodig zijn. Ook die waren graag bereid om mee te bouwen aan een huis voor God. Heel het volk werd er enthousiast van, ze brachten zoveel geschenken en materiaal voor de bouw van het heiligdom, dat ze binnen de kortste keren genoeg hadden. (Lees het na in Exodus 35:30 – 36:7). Merk je hoe waardevol jij bent als je goed met je handen kunt werken? Laat maar gewoon je handen wapperen in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

Ook mensen met een goed verstand hebben die gave van God gekregen. Neem koning Salomo. Hij mocht vragen wat hij maar wilde toen hij vrij jong al zijn vader David moest opvolgen. En wat koos hij? Geen roem, geen rijkdom, geen lang leven. Hij ging voor wijsheid. Wijsheid om Gods volk zo goed mogelijk te kunnen besturen. En God gaf hem dat ook. Zelfs de moeilijkste kwesties, zoals met die twee vrouwen – wie van hen was de echte moeder van het  nog levende kind? (Lees het na in 2 Koningen 3:1-28). Zie je dat jouw gave om goed leiding te kunnen geven net zo waardevol is in de ogen van God? Gebruik maar gewoon je hoofd in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

En dan heb je ook nog mensen die vooral hun hart volgen. Ook dat is een grote gave van God. Neem de arme weduwe die in de tempel kwam. Jezus zag wat ze deed: ze gooide een  paar muntjes  in de offerkist. Twee keer 20 eurocent zeg maar. Het stelde niet zoveel voor in vergelijking met de briefjes van 20 en 50 die veel andere tempelgangers er in stopten. Maar in de ogen van Jezus was deze gift het meest waardevol. Want ze gaf blijmoedig van haar armoede alles wat ze had. Zoveel hield ze van God en van zijn huis, de tempel. (Lees het na in Markus 12:41-44). Voel je hoe blij Jezus is als jij vandaag vanuit je hart je inzet voor God en mensen? Laat maar gewoon je hart spreken in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.Gewoon Doen 02

‘Maar waar moet ik beginnen?’ Nou, zou ik zeggen: begin maar gewoon, gewoon doen, elke dag een stukje beter. Ieder op z’n eigen plek. Ieder in z’n eigen functie. Maar allemaal met dezelfde motivatie: dat je gelooft in Jezus Christus. Dan is het GAAF om je GAVEN in te zetten om Gods gemeente nog GAVER te maken.

STAPPEN met JEZUS op een prachtig BELIJDENISKAMP

‘Hoe was het belijdeniskamp dit jaar?’ Veel mensen vroegen me dat afgelopen week. Nou, eigenlijk moet je dat mij niet vragen, maar aan de 22 jongeren uit Assen-Peelo, Assen-West en Hooghalen die dit jaar van vrijdagavond 2 oktober tot zondagmiddag 4 oktober op kampeerboerderij ‘De Vistrap’ vlak bij Dalfsen. Maar ik vertel graag wat we gedaan hebben en hoe de meesten het ervaren hebben.

Het belijdeniskamp van de vier kerken (ook Beilen doet mee, maar dit jaar leverde Beilen geen deelnemers) bestaat al minsten 15 jaar. En de opzet is al jarenlang ongeveer hetzelfde – een echte succesformule. Vrijdagavond t/m halverwege de zaterdagmiddag inhoudelijk, daarna sport en spel en bonte avond, op zondag een kampdienst en/of kerkdienst met verwerking.

Belijdeniskamp 2015 ballonvaartDit jaar zorgde Peter Wierenga van het Bureau Kerkwerk voor de inhoud. Hij maakte er echt een heel mooi geheel van. Op vrijdagavond begonnen we met een Belachelijke Ballonvaart. Je kunt het leven vergelijken met een reis. Je mag 39 dingen (personen, spullen, hobby’s, gewoonten enz.) meenemen. Maar onderweg moet je in 3x etappes 10 dingen overboord gooien. Welke 9 dingen vind je uiteindelijk in jouw leven dan het meest belangrijk?

Tijdens het tweede deel van de vrijdagavond konden we daar met elkaar over doorpraten in groepjes van 2 of 3 tijdens de belijdeniswandeling. Daarin vroegen we ook aan elkaar waarom en wanneer we belijdenis wilden doen.

Belijdeniskamp 2015 voetstapOp zaterdagmorgen ging Peter verder met ons en vroeg iedereen om op een heel groot vel papier De reis van je leven uit te tekenen. Vanaf je geboorte tot aan de dag van vandaag. Met vier onderdelen: * Gidsen (= belangrijke personen) en * Richtingwijzers (= belangrijke ervaringen) en * Mijlpalen + * Hindernissen (de tops en de downs in je leven). Dat was best pittig om te doen. Het maakte bij sommige kampgangers veel los.

De zaterdagmiddag ging over Jezelf (weg)geven, vanuit Romeinen 12:1-8. Als kind van God mag je alles van jezelf bij God brengen. Hij neemt al het zondige weg en Hij vult je met alles wat Hij je geven wilt. Niet om het voor jezelf te houden, maar om je te laten overlopen. Peter maakte dat duidelijk met het voorbeeld van gevulde glazen. Daarna liet hij ons nadenken over de volgende drie vragen: *1* Waarom zou ik mijzelf aan God en Jezus toevertrouwen? *2* Wat wil ik Hem allemaal geven en wat hou ik liever zelf? *3* Hoe geef ik op dit moment al goede dingen van God door?

Daarna volgde op zaterdagmiddag de zeskamp – net als vorig jaar met enorm veel liefde en enthousiasme door kampleider JP georganiseerd (incl. sjekkie achter z’n oren). Team Leeftink was het meest sportief: wij lieten alle andere teams boven ons eindigen. En ‘s avonds eerst de voorbereiding op en daarna de uitvoering van de bonte avond. Die was zo leuk, dat wie er niet bij was, zich er geen voorstelling van kan maken als ik zeg, dat het oerend hard ging met paard en al.

Belijdeniskamp bureau kerkwerkOp zondag ’s morgens hielden we onze kampdienst. De Muziekvrienden van Assen-West kwamen ons begeleiden – top! Peter Wierenga leidde de dienst. Hij haalde drie verschillende discipelen van Jezus voor het voetlicht. Natanael is degene die onder de boom veel van Jezus verwacht. Petrus is degene die uit de boot stapt omdat hij helemaal op Jezus vertrouwt. En Andreas is degene die anderen verwijst naar Jezus, bv. met vijf broden en twee vissen. Ondertussen is de Here Jezus Zelf degene die alles van zijn Vader verwacht, helemaal op zijn Vader vertrouwt en altijd naar zijn Vader verwijst. In de verwerking op zondagmiddag werd de vraag gesteld: welke type gelovige ben jij? En wat heb je van dit kamp geleerd, waar kun je God voor bedanken en welke stappen ga je na dit kamp in geloof met Jezus zetten?

Tussendoor … was er de geweldige goede zorg van de kamp-mama’s Thea, Grietje en Hettie. Eten en drinken en waar nodig een persoonlijk gesprekje … de kamp-mama’s waren dit jaar alweer geweldig!

Tot zover dit domineesverslag van het belijdeniskamp 2015. Wie vult dit verslag aan met zijn of haar reaktie? En voor wie nog eens over belijdenis-doen na wil denken: lees het blog over WAAROM ZOU IK BELIJDENIS DOEN?

 

 

Het ‘wij-gevoel’ bij de opening van “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo

Openingsceremonie Het Noorderlicht-002Assen-Peelo is een kerkgebouw rijker. Of, beter gezegd: eindelijk heeft ook Assen-Peelo een kerkgebouw in de wijk. Tot voor kort had iedereen het over “de oude bieb”. Nu staat in Assen-Peelo “Het Noorderlicht”.  Officieel geopend op vrijdag 4 september 2015, open huis op zaterdag 5 september 2015 en de eerste diensten op zondag 6 september 2015. In één van de preken heb ik gezegd, dat je de gedaantewisseling van de oude bibliotheek in Peelo naar het nieuwe kerkgebouw Het Noorderlicht met recht “een ware metamorfose” kunt noemen. 

Die metamorfose van bieb tot kerk is een mooi beeld van hoe het met mensen gaat die God en Jezus hebben leren kennen. Die maken ook een ware gedaantewisseling door. Maar dan meer van binnen. Want als je God echt hebt leren kennen als je hemelse Vader, dankzij alles wat Jezus voor jou gedaan heeft, dan is geloven geen theorie of een zondags kunstje. Dan word je een ander mens. Dan voel je je herboren. En hoe dichter je je met God en Jezus verbonden voelt, hoe duidelijker die metamorfose wordt. In de Bijbel kom je minstens twee keer tegen, hoe zo’n verandering ook echt zichtbaar wordt. In het Oude Testament lees je in over Mozes die in de Sinaï-woestijn op de berg Horeb van God de Tien Geboden ontvangt en ook de komplete instruktie over de bouw van de tabernakel en de hele offerdienst. Elke keer als hij Glow in the dark gezichtterugkomt, heeft zijn gezicht zo’n stralende glans, dat hij een doek voor zijn gezicht moet doen omdat de Israelieten er niet tegen kunnen. Het verhaal is te lezen in Exodus 34:29-35. In het Nieuwe Testament lees je over Jezus die op weg is naar Jeruzalem. Als enige weet Hij wat Hem daar wacht. Hij zal er sterven aan het kruis om zo de straf voor de zonden van alle mensen op zich te nemen. Geen makkelijke weg dus, integendeel. Daarom krijgt Hij op een hele bijzondere manier een geweldige bemoediging. Hij ontmoet op een berg Mozes en Elia. Daarbij ondergaat Jezus een ware metamorfose. Zijn gezicht verandert en zijn kleren worden zo wit als het helderste licht. Het verhaal is te lezen in Markus 9:2-8. Het Grieks gebruikt voor deze gedaanteverwisseling van Jezus het woord ‘metamorfose’ . Verder komt het woord ‘metamorfose’ nog twee keer voor in het Nieuwe Testament. In Romeinen 12:2 en in 2 Korintiërs 3:18. In die tweede brief van Paulus aan de christelijke gemeenschap in Korinte verwijst hij  naar de hemelse glans op het gezicht van Mozes. Die verdween op een gegeven moment weer, zegt Paulus. En de hemelse lichtshow met Jezus, Mozes en Elia op de berg was, nadat God gesproken had, ook zomaar weer verdwenen. Die buitenkant, zegt Paulus, daar gaat het niet om. Maar als je tot geloof komt, ja, telkens als iemand gaat geloven in Jezus Christus de Heer, dan komt er een hemelse glans in je leven. En die glans, die met Christus gekomen is, zit van binnen. Dat is het werk van Gods Heilige Geest. Dan voel je je vrij. Niet meer onzeker – zou God wel bestaan? Niet meer angstig – heb ik wel goed genoeg geleefd? Nee, dan voel je je vrij! Omdat je weet: ik mag bij God horen! Jezus Christus heeft mij gered en mij in de vrijheid gezet! Ik geloof! Als Paulus dat aan de christenen in Korinte verteld heeft, zegt hij:

Wij christenen zijn dus vrij. Wij hebben geen doek voor ons gezicht. Onze gezichten laten iets zien van de hemelse glans van de Heer. Want wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de Heilige Geest voor.

Paulus zegt hier, dat christenen mensen zijn die iets hebben wat andere mensen missen. Maar niet omdat ze uit zichzelf zulke geweldige mensen zijn. Integendeel. Christenen kun je vergelijken met een reflector. Die geven uit zichzelf helemaal geen licht. Ze geven alleen maar de glans van ander licht door. En zo mag iedere christen iets laten van de hemelse glans van de Heer Jezus Christus. Je mag de glorie van Christus reflecteren. Want als je in Jezus gelooft, dan zie je iets in Hem. Hij is de Zoon van God. Hij is het! Mensen komen onder de indruk van Hem. Ik wel tenminste. Hij heeft mij te pakken met zijn liefde. Daarmee neemt Hij mijn angst en schuld en schaamte weg. Hij pakt mij ook in met zijn waarheid. Tegenover Hem hoef ik mij niet langer beter voor te doen dan ik ben en mijn Locatie het noorderlicht-002maskers op te houden. En Hij pakt mij vast met kracht. Want door Hem krijgt mijn leven weer zin en openen zich geweldige perspektieven. Liefde – waarheid – kracht. Dat mogen christenen samen reflecteren. Waarom? Nou, zodat andere mensen het merken, dat een leven met God en Jezus zin heeft. God Zelf kunnen we niet zien. En Jezus is teruggekeerd naar de hemel. Maar op aarde lopen wel volgelingen van Christus rond. Ook hier in Peelo heb je honderden christenen. De vraag is: wat zien andere mensen daar van? Wat zien ze aan mij? Zien ze iets van de glans van God? Merken ze iets van die metamorfose, waar Jezus zorgt? Komen ze erachter, dat die mensen van de kerk iets hebben wat toch wel heel bijzonder is?

Die metamorfose, zegt Paulus, is een proces. Christenen zijn nog steeds geen volmaakte mensen. En de hemel op aarde … dat zal pas gebeuren als Jezus terugkomt op de wolken.  En die metamorfose is niet een prestatie die je als christen uit jezelf haalt. Iemand anders, Jezus Zelf, is onze motivatie. Met en door zijn Geest wil Hij ons telkens weer inspireren. Daarvoor komen christenen ook bij elkaar. Paulus zegt niet: ‘ik weerspiegel de glorie van de Heer.’ Hij heeft het over: ‘wij christenen’. Mensen moeten het kunnen zien dat christenen op een fijne manier met elkaar omgaan. Juist in onze tijd, waarin er zoveel Dikke-Ikke’s  zijn, hebben we dat wij-gevoel zo nodig. Daar hunkeren mensen naar: een gemeenschap van mensen die omzien naar elkaar en openstaan voor iedereen. Als dat lukt, zegt Paulus in een andere brief, aan de christenen van Filippi, hoofdstuk 2:15

Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen als sterren die schitteren in de nacht.

Dat is een mooie en tegelijk ook pittige opdracht. Een christelijke gemeenschap die in een ‘Dikke-Ikke-tijd’ gaat voor het ‘wij-gevoel’ door steeds meer te gaan lijken op Jezus, onze Heer in de hemel. Bij de opening van ons nieuwe kerkgebouw “Het Noorderlicht” en in de bijna twee jaar ervoor heb ik dat geestelijke ‘wij-gevoel’ duidelijk ervaren. Glow in the darkEn ik niet alleen. Heel de wijk Peelo heeft het opgemerkt. De kunst is nu, om dat gevoel vast te houden. Om ook met een eigen kerkgebouw iets te laten van de hemelse glans van onze Heer. Als kinderen van één Vader. Met hoofd en hart en handen. Door te blijven vragen of de Heilige Geest op ons wil blijven inwerken.

 

De collagefoto’s ‘Opening Noorderlicht’ en ‘van bieb tot kerk’ zijn van de hand van Philip Roorda

STUDENT en KERK – wil dat nog een beetje mixen?

LEOZes jaar lang ben ik parttime studentenpastor geweest. Dat was in de tijd dat ik dominee van de GKV van Nijmegen was. Ongeveer 20% van onze gemeente bestond uit studenten. De meesten van hen waren vooral actief binnen de VGSN-tq (toen zeker en nu nog steeds een van de leukste christelijke studentenverenigingen van Nederland). Zo’n grote populatie studenten in een kerkelijke gemeente is ontzettend waardevol. Wederzijds. Maar dan moet je de verwachtingen wel goed op elkaar afstemmen.

De studententijd als zoektocht

Niet alle christelijke studenten zijn lid van een kerkelijke gemeente in hun studentenstad. Dat vind ik echt jammer. Allereerst omdat het studentenleven een hele hektische periode is. Als je gaat studeren, krijg je 4 tot 7 jaar de tijd om van alles te ontdekken. In sneltreinvaart leer je jezelf een eigen mening te vormen en op eigen benen te staan. Ook op het gebied van geloof en kerk krijg je alle ruimte om je eigen overtuiging te ontwikkelen. Daarbij is kerk waarin je bent opgegroeid aan de ene kant de thuishaven waarin je als jongere bent opgegroeid en de HERE hebt leren kennen VGS landelijken als christen gevormd bent. Dat kan een gevoel geven van stabiliteit en rust, want je hoeft niet alles wat met het geloof te maken heeft, zelf te ontdekken: de ‘basic’ heeft de HERE je al lang geleden bijgebracht dankzij een christelijke opvoeding in een gereformeerd milieu, en bij het doen van je belijdenis heb je ook van harte Jezus Christus (want Hij is die ‘basic’) persoonlijk aanvaard. Anderzijds is kerk een kritische tegeninstantie waaraan je als student jezelf spiegelt en waaraan je nieuwe geestelijke inzichten toetst. En dat allemaal op een hele kritische manier – studenten eigen. Dan gaat het om vragen als: is alles wat ik in de kerk van mijn ouders geleerd heb, wel in overeenstemming met de Bijbel? Hebben andere christenen en andere geloven het allemaal bij het verkeerde eind? En als onze kerkelijke papieren (binnen de NGK: de gereformeerde belijdenisgeschriften) inderdaad het beste de bijbelse leer weergeven, hoe funktioneert dat dan in de praktijk? Waarom is er soms zo’n  grote kloof tussen leer en leven?

Wederzijdse stimulans

Ik heb ook gemerkt dat studenten  vooral positief-kritisch betrokken zijn en blijven op geloof en kerk, als ze in hun eerste jaar een goede band opbouwen met de kerkelijke gemeente in hun studentenstad. Wat dat betreft is het heel goed om pas in je studententijd belijdenis van je geloof te doen. Dan kun je in je studentenstad nog een jaar Student en kerkcatechisatie volgen, vaak met medestudenten die dezelfde vragen over het christelijke geloof hebben. Dat kan heel
vormend zijn voor het persoonlijke geloof. Bovendien raak je zo betrokken bij je nieuwe kerkelijke gemeente. Veel studenten zijn graag bereid om een bijdrage te leveren aan konkrete, meer kleinschalige aktiviteiten van de gemeente. Rond de eredienst, bij diakonale hulp, bij het vertalen van preken, bij het clubwerk met kinderen en jongeren. En studenten zorgen er vaak ook voor, dat de leden van een christelijke kerk betrokken raken bij allerlei projekten in de stad, zowel op evangelisatiegebied (AiA) als op diakonaal gebied (Happetaria).

Als het om ‘student en kerk gaat’, zijn er dus drie dingen belangrijk.

  • Allereerst is de houding van de student van groot belang: hoeveel krediet heeft de kerk van je jeugd en het geloof van je ouders bij je?
  • Daarnaast heeft ook de sfeer binnen een christelijke studentenvereniging veel invloed: hoe wordt er tegen het instituut ‘kerk’ in het algemeen en tegen de plaatselijke kerk(en) in de stad aangekeken?
  • Tenslotte speelt tenslotte de houding van die plaatselijke kerk(en) een grote rol: hoe betrokken en aktief is men als kerk bij alles wat studenten op geloofsgebied bezig houdt?

Een alternatieve gemeenschap der heiligen

De dynamiek tussen student en gemeente zit ‘m ook in het feit dat de eerste kring waarbinnen studenten zich bewegen meestal niet de kerkelijke gemeente is (ook al ben je er lid van), maar de christelijke studentenvereniging. Daar doe je samen aan bijbelstudie, daar bezoek je de thema-avonden, daar krijgt je sociale leven vorm. Zo VGST lezingfunktioneert een studentenvereniging in de praktijk als een parallelle ‘gemeenschap der heiligen’. En dat vind ik echt prima. Want dat is nu juist de bedoeling van de ‘gemeenschap der heiligen’, dat je vooral in eigen kring elkaar ondersteunt en help en vormt. Tegelijk beseft bijna iedereen, dat een studentenvereniging geen kerkelijke gemeente is en het ook niet wil zijn. En dus blijft ook de kerkelijke gemeente een belangrijke rol spelen, al was het alleen maar, omdat studenten regelmatig bezoek krijgen van een ouderling, een diaken of een (studenten)pastor. Daarmee heb je meteen een spanningsveld te pakken. Principieel gezien is de kerkelijke gemeente in je studentenstad het belangrijkste, terwijl je als student in de praktijk de meeste tijd en inzet binnen je christelijke studentenvereniging spendeert. Zie dat maar eens, zowel van de kant van de student als van de kant van de kerkelijke gemeente een goede balans in te krijgen!

Spannend & Uitdagend

De dynamiek tussen student en gemeente kent volgens mij ook z’n eigen  problematiek. Zowel praktisch als principieel.  Praktisch lijkt er vaak zo weinig struktureels van de grond te komen als het om de plaats van de studenten in de kerkelijk gemeente gaat. Het blijft allemaal zo ‘hap-snap’ lijkt het wel. Een vlot doorstromende stadskerk en een nog vlotter doorstromende studentengemeenschap zijn daar vaak mede de oorzaak van. Toch zit het probleem volgens mij wel wat dieper: in heel de samenleving zie je dat mensen zich niet meer gebonden voelen aan instituten waar ze niks meer mee hebben. Dat geldt ook voor student en gemeente: wat voor toegevoegde waarde hebben we tegenover elkaar? Als de kerkelijke gemeente denkt het zonder studenten ook wel te kunnen en de studenten denken dat de vereniging hen wel genoeg te bieden heeft, blijven de kontakten op het ‘hap-snap’-nivo steken. Een gemiste kans!

Bewust kiezen voor elkaar

Problematischer vind ik de ontwikkeling, dat in de studententijd zomaar afstand genomen kan worden van het geloof in Jezus Christus en van zijn gemeente. Sommige studenten maken zich los van elke vorm van gezamenlijk geloven. Andere studenten maken de overstap naar hippe evangelisch-georiënteerde gemeentes. In beide gevallen lijkt het erop, dat de persoonlijke ervaring de doorslag geeft bij de keuzes die men maakt. Dat vind ik een goede ontwikkeling, want het geloof moet ook een persoonlijke keus zijn van iedere individuele gelovige. Maar ik vind het erg jammer als GSV ATV soosmen bij de keuzes die men maakt niet meer aanspreekbaar is op wat we sámen geloven en op wat men eens ook zélf geloofd heeft. Het is mij dan te gemakkelijk om te zeggen: ‘daar denk ik nu anders over en daar kijk ik nu anders tegenaan.’ Juist binnen de kerkelijke gemeente ben je aan elkaar gegeven om ook samen God te dienen en Jezus te volgen. En om elkaar voor uitglijders en eenzijdigheden te behoeden. Ook de christelijke studentenvereniging als parellel-gemeenschap der heiligen zou zo’n plaats moeten zijn, waar je elkaar stimuleert én probeert te bewaren bij het christelijke, gereformeerde geloof. Ik denk dat zowel de plaatselijke kerk als de studentenvereniging daar niet altijd even goed in is. De kerk niet, omdat die soms te weinig inlevingsvermogen heeft en te massief of kritische vragen van studenten reageer. De studentenvereniging niet, omdat iedereen daar elkaars gelijke is, dus is het al snel ‘not-done’ om je een oordeel aan te matigen over wat je toch echt als een zorgelijke ontwikkeling in iemands geloofsleven ziet. Maar misschien denk ik wel teveel dat we elkaars geloofsontwikkeling als mensen kunnen beheersen en bijsturen. En is het van veel meer belang om ieder op z’n plaats gewoon christen te zijn en het voor de rest maar gelovig aan de Geest van Christus over te laten, hoe studenten zich in deze mooie periode van hun  leven als christen ontwikkelen. Als schapen van de Herder komen ze na de nodige omzwervingen wel weer op hun pootjes in de kudde van Christus terecht.

‘The best place to be’

VGSN-tqToen ik in Nijmegen begon als predikant, had ik het volgende ideaal voor wat betreft de plaats van studenten in de gemeente: laat onze gemeente  aan het eind van de studie ´the best place to be´ geweest zijn voor elke student. Zo van: ik heb als student in de afgelopen zes jaar veel heen en weer gependeld tussen mijn studentenkamer, mijn ouderlijk huis, dat van mijn vriend(in) en nog vele andere plaatsen in het weekend, maar uiteindelijk voelde ik me in Nijmegen het meeste thuis, ook wat betreft de kerkelijke gemeente,  geloofsgroei en geestelijke ontwikkeling. Ik geloof nog steeds dat het in de praktijk ook zo werkt. Uiteraard geldt dat niet voor iedereen. En dat geeft ook niet. Maar ik ben er nog steeds van overtuigd, dat het goed voor iedere student, dat ´ie een geestelijke uitvalsbasis heeft om als kind van God in het wereldje van Universiteit, HBO en studentikositeit te funktioneren.

Novitiaat: ontdek ook je kerk!

Het liefst zou ik zien, dat christelijke studentenverenigingen zich meer verbinden aan de plaatselijke gemeentes in hun stad. Als je jezelf als club ‘gereformeerd’ of ‘christelijk’ of ‘evangelisch’ of ‘reformatorisch’ noemt, zweef je niet ergens in het luchtledige rond in je stad. Bij een christen hoort een gemeente. Bij een christenstudent ook. Ik zou dus graag willen dat iedere student die lid wordt van een studentenvereniging ook een geestelijke thuisbasis vindt in een kerkelijke gemeente. Uiteraard is dat de keus van iedere student zelf, maar gezien haar grondslag en doelstelling zou iedere christelijke studentenvereniging die persoonlijke betrokkenheid bij een kerkelijke gemeente moeten  stimuleren i.p.v. zich daarin neutraal op te stellen uit angst voor – ja, voor wat eigenlijk? Heel konkreet pleit ik er LEOdan ook voor, dat tijdens het novitiaat alle eerstejaars ook minstens twee bezoekjes afleggen bij leden van een plaatselijke gemeente. Voor gereformeerde studenten dus bij leden van een GKV of CGK of NGK in hun nieuwe stad, voor evangelische studenten bij een evangelische of baptistengemeente, voor protestantse studenten bij leden van de PKN.

‘De leeuw heeft gebruld’

Een ELFTAL, een GEZIN of een ENERGIEBEDRIJF – over kerkelijk overstappen

Kerkgrenzen vervagen. Het komt de laatste jaren steeds vaker voor, dat leden van onze gemeente in de wijk Peelo blijven wonen, maar lid willen worden van een andere kerkelijke gemeente. Hoe ga je daar mee om? En met wat voor gevoel laat je als kerk je medebroers- en zussen gaan?

Soms vindt iemand elders gewoon een plek

De ene keer is het pastoraal te begrijpen waarom iemand vraagt om elders lid te worden. Vaak heeft dat te maken met de persoonlijke situatie. Soms zie je ook dat een gemeentelid al echt een plek in die andere gemeente heeft ingenomen. Dan heb ik er helemaal geen moeite mee om deze broer of zus in het geloof te laten gaan (op deze blog geef ik mijn persoonlijke mening, maar we nemen hier natuurlijk altijd als kerkeraad een beslissing over).

Soms vertrekt iemand te gemakkelijk

In andere gevallen kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat een overstap te gemakkelijk gemaakt wordt. Dan krijg je als argument te horen dat de diensten elders meer aanspreken. Of dat men teveel heeft meegemaakt in onze kerk om nog positief lid te kunnen blijven. Of dat men bij een andere gemeente veel hartelijker welkom geheten Favier - zo groen als graswordt. Of dat prediking of liturgie in de GKV Assen-Peelo nog wel bijbels is, maar toch minder goed aansluit bij de eigen beleving. Oftewel: als je het in je eigen kerkelijke gemeente maar magertjes vindt, is het gras bij de buren altijd groener en lijkt overstappen de makkelijkste weg. Ik vraag me dan af of iemand niet wegloopt voor z’n eigen teleurstellingen. En of men, ook als het voor het gevoel niet ‘dik’ maar ‘dun’ is, zich juist niet met des te meer trouw moet blijven inzetten in de eigen gemeente. De redenen die dan gegeven worden om over te stappen een gemeente “die beter bij mij past” zijn dan naar mijn mening vaak niet overtuigend. Ik lees in de Bijbel nergens dat gelovigen op zoek moeten gaan naar hun ideale gemeente. Ik lees in de Bijbel wel de oproep om trouw te blijven op de plek waar God je een concrete taak gegeven heeft. werkplek.

Je neemt jezelf mee

Wie uit onvrede of teleurstelling vertrekt, neem meestal zichzelf mee naar een nieuwe gemeente. De overstap naar een nieuwe gemeente zegt vaak net zoveel over wie vertrekt dan over de gemeente waar men uit vertrekt. Je loopt, als je langer meedraait in je nieuwe gemeente, ook tegen dingen aan die tegenvallen. Ook in die nieuwe weide blijkt het gras lang niet zo groen te zijn als toen je er van een afstandje naar zat te kijken. En als er zich dan iets voordoet, reageren mensen meestal net zo als in hun vorige gemeente.

Je zet jezelf op afstand

Wie vertrekt maakt het zichzelf vaak moeilijker dan men in eerste instantie denkt. Immers: als je lid wordt van een andere kerkelijke gemeente buiten je eigen woonplaats, zul je na verloop van tijd merken, dat je toch steeds een beetje een buitenbeentje blijft. In die zin namelijk, dat je buiten het grondgebied van je nieuwe gemeente woont en er dus zelf meer aan moet doen om echt opgenomen te worden in die andere gemeente. De wijk of de kring waar je in zit komt minder snel naar jou toe als je buiten het grondgebied van je nieuwe kerk woont. Dat is niet mijn negatieve gedachte, dat is de werkelijkheid die ik van meerderen gehoord heb. En het is de vraag of mensen die te gemakkelijk overstappen, zich dat voldoende realiseren.

Beleving centraal

We leven in een tijd waarin het heel belangrijk is hoe je de dingen beleeft. Als je er maar een goed gevoel bij hebt, maakt het verder eigenlijk niet meer uit wat de voors en tegens zijn. Als het om het geloof in God en Jezus gaat, zie je dat er veel wordt opgehangen aan de sfeer van een kerkdienst. Dat is een riskante zaak. Want daarmee lijkt de invulling van een kerkdienst het belangrijkste te zijn voor iemands geloofsopbouw. Maar dat is niet zo.

De christelijke gemeente: elftal of gezin?

De kern van het geloof is niet in de eerste plaats een fijne kerkdienst op zondag. Dan zie je geloven namelijk als bijtanken. Elke week even de batterij weer opladen. En voor de rest van de week kun je er weer tegen.

De kern van het geloof is veel meer de gemeenschap der heiligen. Dat je met elkaar je op God en Jezus richt en dat je met elkaar werk maakt van de onderlinge band. Alweer een aantal jaren geleden werd dat door collega Bas Luiten zo onder woorden gebracht: SPAN JE IN VOOR EEN FIJN GEZIN! In elk gezin is wel eens wat. Maar voor je bij je oom en tante gaat wonen, moet er wel heel wat mis zijn.

In onze tijd zien we de plaatselijke gemeente van Jezus Christus niet meer als een gezin. We denken eerder: alle christenen samen horen bij dezelfde club. En je mag zelf uitzoeken in welk elftal je speelt. Ik denk dat dat tot eenzijdigheden leidt. Want dan zoekt iedereen z’n eigen smaak uit. Als het maar een echte christelijke gemeente is. Maar die keus wordt dan op het gevoel gemaakt. Wat krijg je dan? Eenzijdige kerken. Want soort zoekt soort. Maar de gemeente van Christus is een veelkleurig geheel. Daarin hebben oog + hand en hoofd + voeten elkaar nodig, zegt Paulus in 1 Kor. 12.

Hoofd Hart HandenWe vullen elkaar aan

Zelf gebruik ik al een tijdlang de driedeling HOOFD – HART – HANDEN. Alle drie types gelovigen hebben elkaar nodig. Maar wat ik zie is, dat steeds meer HART-christen zich aansluiten bij een kerk waar het gevoel centraal staat. En dat HOOFD-christenen vooral met het verstand benadrukken dat we trouw moeten blijven aan de waarheid. En de HANDEN-christenen zitten een beetje klem tussen die twee, want die zijn vooral door de week de stille krachten in de gemeente die gewoon lekker praktisch bezig willen zijn – vaak gezellig, vaak diakonaal en soms ook pastoraal.

Meer van hetzelfde

Op zoek gaan naar een kerk waar jij je beter bij thuis voelt heeft ook nog een ander risiko. Namelijk dat je op termijn nog meer teleurgesteld raakt in jezelf. Ik heb het verschillende keren gezien, dat gemeenteleden overstappen naar een andere kerk omdat ze denken dat ze daar meer in hun geloof gevormd worden. Maar de diepere oorzaak van hun overstap was, dat ze zelf niet geaccepteerd hadden dat ze een andere type christen waren dan ze graag wilden.

Als iedereen je vertelt dat je bij een kerkdienst en bij het geloof in z’n algemeen vooral een goed gevoel moet hebben, denk je al snel: ik moet een HART-christen zijn. Als je daar niet zoveel van merkt bij jezelf kun je tot de konklusie komen: dat komt omdat in onze kerk daar te weinig aandacht voor is. En bij een andere gemeente binnen of buiten de GKV ervaar ik wel dat ze alle accent op het HART-zijn leggen. Dus ga je daar heen, in de hoop dat ook jij ook meer en meer een HART-christen wordt. Want dat is immers de kern van het christen-zijn?

Nee dus. Er is niet één kleur die bij elke christen past. En misschien bij jij wel meer een christen met HOOFD of HANDEN. Je hebt het alleen zelf nog niet ontdekt of geaccepteerd. Als je dán overgaat naar een gemeente waar het geloof vooral meer beleefd wordt, kom je erachter dat ‘HART’ niet jouw geloofstaal is en wel die van je nieuwe gemeente. Dat kan op een nog grotere teleurstelling uitdraaien.

De kerk is geen energiebedrijf

Het doet mij elke keer verdriet als gemeenteleden naar een andere gemeente binnen of buiten de GKV vertrekken terwijl ze in onze wek van Assen-Peelo blijven wonen. Gelukkig raken ze niet hun geloof kwijt. Maar ze zeggen wel de onderlinge band op. Dat is meestal niet goed. Niet voor henzelf. Niet voor thuiswonende kinderen en jongeren die vaak juist wél hun eigen plekje en vrienden in onze gemeente hadden en dat nu weer helemaal opnieuw moeten opbouwen. Het is niet goed voor zowel de oude als de nieuwe gemeente – zeker niet als vooral één type gemeenteleden vertrekt. Het is ook niet goed voor de kerk van Christus in het algemeen, zoveel verschillende kerken en zoveel christenen die soms haast net zo gemakkelijk overstappen van kerk als van energiebedrijf.

Zaten we maar met z’n allen in in Filippi

In de brief aan de Filippenzen staat hoe het anders kan als het in de eigen kerkelijke gemeente tegenvalt. Daar zijn twee zusters die elkaar niet zo liggen. Ze waren allebei afzonderlijk van grote waarde geweest voor de verspreiding van het evangelie. Maar nu kunnen ze niet meer goed met elkaar door één deur. Paulus adviseert ze niet naar een andere gemeente te gaan. Nee, zegt hij: ik dring er bij jullie op aan eensgezind te zijn, want jullie zijn één met de Heer. En als je dat zelf of samen niet goed lukt, zegt Paulus, heb je elkaar. Heb je je predikant, je ouderling, je diaken, je kringleider, je mede-broeder of –zuster. ‘Laat die twee zusters maar lopen en gaan’ is niet de houding van de kerkenraad en de gemeente in Filippi. Nee, schrijft Paulus: en u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen, want ook hun namen staan in het boek van het leven.

Elkaar helpen en vasthouden – omdat we samen één zijn in Jezus Christus en samen deel uitmaken van Gods gezin – niet als neven en nichten, maar als broers en zussen. Door dik en dun. In voor- en tegenspoed. Als je je prima thuisvoelt in de gemeente en als je even niet zo lekker in je vel zit. Maar vooral samen. Span je samen in voor een fijn gezin – het kerkgezin van de gemeente waarbinnen God jou een plaats gegeven heeft.

(Over een soortgelijk onderwerp, nl. ‘kerkverlating’ hield ik een preek – zie 2 Tim. 4:9-11.

Pastorale problemen en een verschuivende geloofsleer

Je loopt als gelovige ergens tegen aan. De praktijk botst met wat je altijd zo geleerd hebt. En je vraagt je af: klopt de bijbelse leer wel? Je denkt er over na en je gaat studie maken van het onderwerp dat je zo bezig houdt. Aan het eind kom je tot de konklusie: in zijn Woord spreekt de HERE er anders over dan ik altijd gedacht heb. Onze gereformeerde leer zoals we die in de belijdenisgeschriften geformuleerd hebben, komt niet helemaal overeen met wat de Bijbel erover zegt.Vervolgens schrijf je een boek of een artikel om anderen te laten delen in je nieuwe visie op dit onderwerp. Of je draagt het uit bij een inleiding op de bijbelstudievereniging of, als je predikant bent, vanaf de kansel.

DENKPROCES

Niets mis mee, zou je zeggen. Zo moet dat toch? Bestudeer de Bijbel, want zo wil de Heilige Geest je wijsheid geven. (Johannes 5:39 en 2 Timoteüs 3:15). En dan is het toch prima als je samen tot nieuwe konklusies komt? Het Woord van onze God moet immers in alle tijden een aktuele toepassing krijgen? Toch vraag ik mij af of het denkproces wat hier plaats vindt wel juist is. Wat mij al een tijd lang opvalt is, is het volgende. Vanuit de praktijk wordt de theorie geherformuleerd. Maar dan wel op een wijze, die volgens mij te weinig recht doet aan de bijbelse fundering van dat specifieke stukje geloofsleer waar men tegen aan loopt.  Deze manier van denken vind ik te kort door de bocht.  Dat zal ik straks uitleggen. Eerst een aantal voorbeelden.

1) GEREFORMEERD MAAKT DEPRESSIEF

Veel gereformeerde mensen staan niet echt blij in het leven. Integendeel, ze hebben een negatief zelfbeeld en zijn daarom sneller depressief. De oorzaak is ook bekend: in de Heidelbergse Catechismus staat het zinnetje: ‘Wij zijn zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad.’ Zie je wel, dat de gereformeerde leer depressieve mensen maakt? En daarom kom je vanuit de liefde van God tot een positiever mensbeeld.

2) WIE LIJDT ER HET MEEST?

Als christen kom je om je heen en in je eigen leven soms zoveel leed tegen, dat het bijna niet te dragen is. Hoe kun je daar pastoraal mee omgaan, als je tegelijk in de kerk hoort, dat de Here Jezus gelukkig het ergste lijden voor ons aan het kruis gedragen heeft? Daarmee suggereer je tegenover mensen in grote nood: je eigen moeiten en verdriet kunnen nog zo erg zijn, maar vergeleken met het lijden van Jezus Christus valt het daarbij in het niet. Vanuit je pastorale bewogenheid kom je vervolgens tot de theorie, dat de Here Jezus juist met ons kan meevoelen, omdat Hij als mens precies hetzelfde lijden heeft doorgemaakt als wij.

3) IN LIEFDE TROUW ZIJN

Je kent persoonlijk een paar medechristenen met een homoseksuele geaardheid. Je wilt graag pastoraal naast deze broeders en zusters gaan staan. Want je merkt, hoe oprecht en gelovig velen van hen verlangen naar een man of vrouw om het leven mee te delen. Vanuit je grote bewogenheid met hen kom je na diepgaande studie tot de conclusie, dat in de Bijbel het grote gebod van de liefde, gepaard met levenslange trouw aan de HERE en de naaste, centraal staat. En die nuance vind je ook bij Paulus terug, als hij zegt: ‘Alles is toegestaan, maar niet alles is goed.’ (1 Korintiërs 6:12 en 10:23)

4) MEER VAN DE GEEST

Je ervaart bij jezelf en in de Gereformeerde Kerken een gebrek aan geloofsbeleving. Het lijkt wel, alsof er geen verlangen naar de doorwerking van de Heilige Geest is. Hoe is dat zo gekomen? Na onderzoek in de Bijbel trek je de conclusie dat de gereformeerde belijdenisgeschriften vooral rationalistisch en verstandelijk over het werk van Christus vóór ons spreken en dat er te weinig aandacht is voor het werk van de Geest van Christus ín ons. Tegelijk lees je in deze Bijbel dat daar veel meer ruimte geboden wordt voor (bijzondere) ervaringen van de Geest dan in onze gereformeerde kerken altijd geleerd is.

5) JE MOET DANKBAAR ZIJN

In gesprekken met mede-kerkgangers signaleer je dat velen van hen de verlossing uit de macht van de zonde als een genade-werk van Jezus Christus bestempelen. Maar als je doorvraagt wat dat voor hen betekent, krijg je van diezelfde gereformeerden vervolgens te horen, dat ze nu graag aan God willen laten zien dat ze Hem daar erg dankbaar voor zijn. En je ziet dat ze dat proberen te doen door zelf uit eigen kracht een perfekt gereformeerd leven te leiden. Je komt tot de conclusie, dat de Heidelbergse Catechismus daar mede aanleiding toe geeft door te spreken van Ellende –  Verlossing – Dankbaarheid. Want jezelf verlossen kun je niet, maar je kunt wel zelf laten zien hoe dankbaar je bent. En dat is niet bijbels: ook je heiliging en je christelijke leven is iets wat de Heilige Geest in jou bewerkt en dus een genadegeschenk van God.

6) BLIJVEN STEKEN BIJ DE ZONDE

Tegelijk constateer je in diezelfde gesprekken, dat veel gereformeerde broeders en zusters blijven steken in het ‘ik-ellendig-mens-geloof’ van Romeinen 7. Ze hebben een ‘ja-maar’ geloof en komen maar niet toe aan een nieuwe christelijke levensstijl door de kracht van de Geest, zoals Romeinen 8 daar over spreekt. Als je daar wat dieper over nadenkt, zie je opeens de relatie met de wekelijkse voorlezing van de Tien Geboden en de vele zondagen van de Catechismus over de Wet. Daardoor krijg je als christen ook gemakkelijk een schuldgevoel aangepraat. Want je moet dankbaar zijn, maar wat brengen je ervan terecht? En dus ga je nog beter je best doen met het leven onder de wet. Zet daar de Bijbel eens tegenover! Die heeft toch duidelijk ook oog voor die andere insteek, nl. de roeping om vrij te zijn en het ‘ik-vermag-alle-dingen-door-Hem-die-mij-kracht-geeft-geloof’.

7) MET DE KINDERDOOP DE GENADE OP ZAK

Je ergert je aan zoveel lauwheid bij al die gereformeerde gelovigen. Tegelijk zeggen ze allemaal wel, dat ze kind van God zijn en bij het verbond horen. Net alsof je dan automatisch ‘binnen’ bent! En plotseling besef je, dat de kinderdoop daar een belangrijke oorzaak van is. Dat wekt de indruk dat je Gods genade altijd paraat hebt. Maar in de Bijbel lees je, dat mensen zich bewust tot God bekeren moeten, want ‘wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden’ (Markus  16:16). Zie je wel? Door al die nadruk op het verbond en de kinderdoop kweek je gemakzuchtige gelovigen.

LANGE HALEN – SNEL THUIS

Ik herken heel vaak de pastorale problemen in bovenstaande situaties. Maar naar mijn bescheiden mening wordt er bij de oplossingsrichting een denkfout gemaakt. We signaleren een pastoraal probleem en we denken dat het aan de gereformeerde leer ligt. En dus doen we ons best om aan te wijzen waar de gereformeerde manier van omgaan met de Bijbel niet klopt. Of waar de gereformeerde belijdenisgeschriften het aan het verkeerde eind hebben. Die analyse is, denk ik, meestal niet terecht. Met als gevolg, dat de oplossing ook niet deugt.

In de meeste gevallen is er wat anders aan de hand. Niet de gereformeerde leer is de oorzaak van persoonlijke moeiten of een gezamenlijke eenzijdigheid. Nee, het zijn de kloven tussen geloof en ervaring en tussen leer en leven die ons vaak parten spelen. Dan is het mij te gemakkelijk om te zeggen, dat de gereformeerde leer de oorzaak van alle ellende is.

Het is volgens mij niet moeilijk om bij elk van de zeven genoemde voorbeelden vanuit de Bijbel, maar zeker ook vanuit de gereformeerde belijdenisgeschriften aan te tonen, dat de geschetste problematiek vooral z’n oorzaak vindt in onze eenzijdigheid.

1) De gereformeerde leer maakt mensen niet depressief, want er wordt een reële uitweg uit de ellende aangewezen.

2) De gereformeerde leer erkent de diepte van het lijden en ziet reikhalzend uit naar de verlossing van geest, ziel, lichaam en schepping.

3) De gereformeerde leer ontkent niet dat iedere christen tegenover God zichzelf mag zijn, maar wil graag dat we onze individuele keuzes op die van Jezus onze Heer afstemmen.

4) De gereformeerde belijdenis staat vol van ervaringen door de Geest, waardoor we Jezus leren omhelzen en van binnen volstrekt bovennatuurlijk, liefdevol en wonderbaar worden aangeraakt.

5) De gereformeerde belijdenis leert ons juist om niet naar onze prestaties te kijken, maar naar onze motivatie.

6) De gereformeerde belijdenis zelf geeft duidelijk aan dat Christus ons door zijn Heilige Geest vernieuwen wil.

7) En de gereformeerde belijdenis neemt juist duidelijk afstand van de gedachte dat als God in de doop met jou zijn verbond sluit, je vanzelf automatisch de hemel binnen komt.

DE ‘BASICS’ WEER VAN ZOLDER HALEN

De gepresenteerde oplossingen gaan allemaal teveel uit van de praktijk. Om die kloppend te maken bij pastorale nood of om te vormen naar de eigen wenselijkheid, wordt de oorzaak bij de gereformeerde theologie gezocht. Die moet dan worden aangepast.

Het is veel moeilijker om eerst zelf als gereformeerd christen en zelf als gereformeerde kerken kritisch voor de spiegel van Gods Woord te gaan staan. En om daarna te constateren, dat we op een bepaald gebied scheefgegroeid zijn, terwijl onze papieren (de Bijbel én onze belijdenissen) heel evenwichtig zijn en daarom heel goed in staat zijn onze geloofsleer en ons geloofsleven prima in balans te houden.

Vervolgens is het nog moeilijker om te belijden, dat het dus onze eigen persoonlijke en collectieve schuld is, dat we in bepaalde eenzijdigheden zijn vervallen, en dat we daarom terug moeten keren naar de weg die God Zelf ons allang in de Bijbel heeft aangewezen en waar onze voorvaders in de gereformeerde belijdenissen allang oog voor gehad hebben.

Voor mij ligt de uitdaging hem hierin, om weer persoonlijk en gezamenlijk te gaan beleven, wat we allang als geloofskennis in onze bijbel en in onze belijdenisgeschriften hebben staan. Dan schuiven we de oorzaak van allerlei moeiten en ontwikkelingen niet langer op onze gereformeerde geloofsleer, maar maken we ons, door de Geest geleid, weer eigen wat we in Christus al lang op papier hebben staan.

Gods Geest werkt overal: wees er op vakantie getuige van!

Bijbelgetrouwe kerken heb je in Nederland in meervoud. In de rest van de wereld moet je ze vaak met een zaklantaarntje zoeken. Toch zijn ze er wel. De vakantietijd is de ideale gelegenheid om kennis te maken met andere christenen die ook in de Naam van de Heer samenkomen.

Gods Geest werkt in de Alpen

SSRO kruis en logoHier in Nederland kunnen we het ons haast niet voorstellen, maar in heel Oostenrijk en Zwitserland zijn er vijf kleine  Evangelisch-Reformierte Kirchen die samen het kerkverband van de ERKWB vormen. Het jaar 2015 is om twee redenen een bijzonder jaar voor de kleine gereformeerde kerken in de Alpen.

Begin dit jaar meldde zich een zesde kerk aan. Namelijk de ‘Living Spring’-gemeente  uit Zürich. Deze gemeente bestaat uit ethnische Chinezen. Ze willen graag een bijbelgetrouwe gemeente zijn en doordat ze in contact kwamen met ds. Kurt Vetterli uit Basel willen ze zich nu graag aansluiten bij de ERKWB. Tijdens de jaarlijkse synode die op 7 en 8 mei in Wenen gehouden werd, hebben ze zich voorgesteld en is de toelating tot het kerkverband in gang gezet. Deze gemeente houdt kerkdiensten in het Mandarijn-Chinees + één keer in de maand een Duitstalige kerkdienst. De kerkdiensten in het Mandarijn worden via internet ook gevolgd door vele christenen in China. Ook hier geeft de Geest van Christus onverwachtse mogelijkheden en worden deuren  geopend!

Mayer Reinhard und BernadetteNa de zomer zullen er ook wekelijks kerkdiensten gehouden worden in Bludenz. Deze stad ligt zo’n 30 km. ten zuiden van Rankweil. Ds. Reinhard Mayer heeft er contacten opgebouwd met christenen. Nu biedt zich de mogelijkheid aan om na de zomervakantie wekelijks kerkdiensten te gaan houden in het gebouw(tje) van de YMCA in Bludenz. De gemeente in Rankweil is erg blij met die mogelijkheid en ziet daar het werk van Gods Geest in. Christus Zelf opent deuren – van gebouwen en van mensenharten.

Duitstalige kerkdiensten

Deze kerken houden, uiteraard in het Duits, op de volgende tijden hun kerkdiensten.

  1. In Basel komt de Evangelisch-Reformierte Kirche tot en met eind juli 2015 elke zondag om 10.00 uur samen in het CVJM-Haus Riehen, Kornfeldstrasse 83, 4125 Riehen. Voor augustus zie www.erkwb.ch.
  2. In Winterthur komt de Evangelisch-Reformierte Kirche elke zondag om 10.00 uur samen aan de Schlachthofstrasse 19, 8406 Winterthur.
  3. In Wenen komt de ‘New City Wien’-gemeente elke zondag om 16:00 uur samen in de Wiedner Haupstrasse 45-47, 1040 Wien. Zie verder www.newcitywien.at.
  4. In Neuhofen an der Krems komt de Evangelisch-Reformierte Kirche elke zondag om 9:30 uur samen aan de Steyerstrasse 35, A-4501, Neuhofen an der Krems. Maar deze kleine gemeente houdt begin juli haar gemeente-weekend aan de Wolfgangsee. Daar houden ze op zondag 5 juli om 10:30 uur een kerkdienst in de Evangelische Kirche van St. Wolfgang. Dit kerkje staat pal aan het meer aan het eind van van Robert-Stolz-Straße, 5360 St. Wolfgang im Salzkammergut.
  5. In Rankweil komt de Evangelisch-Reformierte Kirche elke zondag om 10:00 uur samen in ‘Gebouw A14’, Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil. Dit gebouw bevindt pal naast afrit 36 (Feldkirch Nord) van de A14 van Bregenz naar Bludenz.

Zie voor meer informatie de sites www.erkwb.ch en  www.reformiert.at.

Nederlandstalige kerkdiensten in Oostenrijk – Vorarlberg

In Rankweil worden tijdens de zomervakantie voor vakantiegasten uit Zwitserland, Liechtenstein, Vorarlberg en Zuid-Duitsland op drie zondagen Nederlandse kerkdiensten gehouden, namelijk op:

  • Zondag 12 juli – voorgang br. C. Catsburg
  • Zondag 26 juli – voorganger ds. L.E. Leeftink
  • Zondag 2 augustus – voorganger br. Cees Catsburg

Deze diensten worden belegd door de Evangelish-Reformierte Kirche van Rankweil en beginnen om 17.00 uur in ‘Gebouw A14’, Feldkreuzweg 13, A-6830 Rankweil.

De Geest opent deuren en harten

Dat de kerkdeuren van deze kleine gemeentes elke zondag openstaan, is het werk van de Heilige Geest. Elke keer als vakantiegasten uit Nederland de Duitstalige kerkdiensten bezoeken, is dat een enorme bemoediging voor de broeders en zussen in Oostenrijk en Zwitserland.

De kerken in Oostenrijk en Zwitserland hebben een zusterkerkrelatie met de GKV-kerken in Nederland en onderhouden ook persoonlijke contacten met de CGK, de NKG en de HHK. De Stichting Steun Reformatie Oostenrijk ondersteunt de kerken geestelijk en financieel. Meer informatie kun je vinden op de website www.sssro.nl. Daar is ook het Oostenrijkbulletin te lezen, het kwartaalblad van de SSRO. Je vindt er nog meer informatie en verhalen over hoe het Evangelie van Jezus Christus ook in de Alpen mensen raakt. Je kunt je ook abonneren en donateur van de SSRO worden. De broers en zussen in Oostenrijk en Zwitserland stellen belangstelling, gebed en steun uit Nederland zeer op prijs.

Overal vind je christenen – ook op vakantie

Maar voor iedereen die op vakantie gaat naar het buitenland geldt: zoek daar de broers en zussen in het geloof op! Vaak zijn het kleine kerkjes en zijn ze heel erg blij met Nederlandse gasten. Als de diensten in het Duits of Engels zijn, hoeft de taal niet eens het grootste probleem te zijn. Maar ook al zou je maar een klein gedeelte verstaan, dan nog proef je de geloofsverbondenheid! Zoek dus even lekker op internet voordat je weggaat, zou ik zeggen. Iets met ‘kerk’ en ‘gereformeerd’ en ‘evangelisch’ in de taal van dat land, en je vindt vast wel wat in een straal van 50 kilometer. Dat zijn geen afstanden in de vakantie – voor een pretpark maak je hetzelfde ritje ook ;-).

Een trouwdienst is geen bruidsboeket – over de wens om toch ‘in de kerk’ te trouwen

Wanneer mag je ‘in de kerk’ trouwen?  Binnen de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt was het antwoord lange tijd heel duidelijk: als bruidegom en bruid allebei (belijdend) lid zijn van de kerk. Maar het komt steeds vaker voor dat een gelovig kerklid gaat trouwen met een vrouw of man die niet gelooft of nog niet gelooft. Toch bestaat bij beiden de wens om de trouwdag ook een christelijke invulling te geven. Steeds vaker vraagt zo’n stel of de kerk op één of andere manier daaraan kan meewerken. Hetzelfde geldt voor gelovige kerkleden die gescheiden zijn en opnieuw gaan trouwen. Hoe ga je als kerk met zulke verzoeken om?

Als kerk aanwezig op de trouwdag

In nagenoeg alle kerken binnen de GKV wordt een huwelijk van een gemeentelid met een niet-christelijke partner niet kerkelijk bevestigd. Dat gebeurt in principe ook niet bij een tweede huwelijk na echtscheiding (tenzij er sprake was van overspel door de ex-partner).  Toen we hierover met elkaar doorspraken in de ouderlingenraad van Assen-Peelo  kwamen we tot het volgende standpunt:

Ook als een volledige kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, willen we als kerk wel royaal tegemoet komen aan de oprechte wens van een aanstaand echtpaar om op hun trouwdag Gods Woord te laten horen en in een gebed om zijn zegen over hun huwelijk te vragen.

Mag het toch iets meer zijn?

huwelijk bruidsboeket kerkWaarom kan er geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden als het om echtparen gaat waarvan de ene partner wel gelooft en de andere (nog) niet?  Is dat niet in strijd met de afspraak die in art. 70 van de oude kerkorde staat: De kerkeraad zal erop toezien dat de huwelijken kerkelijk bevestigd worden, waarbij het daarvoor vastgestelde formulier dient te worden gebruikt.

Vóór de oorlog werd in de ongedeelde Gereformeerde Kerk op grond van dit artikel bijna elk huwelijk kerkelijk bevestigd. Ook als het om één dooplid met een ongelovige ging. Maar na de Vrijmaking is bijna zonder diskussie gekozen voor een andere lijn: je kunt alleen oprecht je JA-woord in de kerk herhalen en Gods zegen over je huwelijk vragen, als je dat allebei ook echt  gelooft. Meestal (niet altijd) werd daarbij ook de voorwaarde gesteld, dat je allebei belijdenis moest hebben gedaan voor  je in de kerk kon trouwen.

Ik denk dat dit nog steeds een terechte wijziging is geweest. Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging is de situatie anders dan bij de doop van een kind van één gelovige en één niet-gelovige ouder. Daar wordt de doop bediend aan het kind en kan de ongelovige ouder aanwezig zijn, het kind bij de doop vasthouden en eventueel een aangepaste doopvraag beantwoorden.

Huwelijk kerk twee stoelenBij het trouwen gaat het om het bruidspaar zelf. Zij herhalen in de kerk hun beloften die ze op het stadhuis gegeven hebben nogmaals tegenover elkaar voor God en zijn gemeente. En ze ontvangen daarna de zegen van de HERE over hun huwelijk. Hierbij kun je geen onderscheid maken tussen de gelovige man/vrouw en de niet-christelijke wederhelft.

Als er bij één van de huwelijkspartners geen of onvoldoende geloof gevonden wordt, kan er dus geen kerkelijke huwelijksbevestiging plaatsvinden.  Maar betekent dat, dat er dan helemaal niets kan plaatsvinden op de trouwdag zelf? En dat we als kerk hoogstens de zondag erna in de eredienst de HERE om een zegen over dit huwelijk kunnen vragen? Vaak is dat ook nog een zorgelijk zegentje, omdat één van de twee (nog) niet gelooft.

Naar mijn mening kunnen we hierin veel royaler zijn. Zeker, omdat deze situatie vaker voor gaat komen en er konkreet om gevraagd wordt door gemeenteleden. Het is in eerste instantie bijzonder te waarderen dat die vraag komt! Zeker als duidelijk wordt, dat de wens om een kerkelijke samenkomst wel ietsje dieper gaat dan de wens om samen een prachtig bruidsboeket of een mooie trouwauto uit te zoeken.

Drie ijkpunten

Waaraan kun je als kerkenraad beoordelen of een aanstaand bruidspaar vanuit een oprechte wens en, als het om de gelovige gaat, een gelovig verlangen graag een soort kerkdienst op hun trouwdag wil houden? Als kerkenraad van Assen-Peelo hebben we samen drie konkrete ijkpunten gevonden.

1/ Oprecht geloof

Allereerst moet er bij de kerkelijke helft van het aanstaande bruidspaar een levend geloof gevonden worden, zowel in woorden als in daden. Te denken valt aan kerkgang, aan deelname aan het gemeentelijke leven en aan de indrukken van de ambtsdragers tijdens huisbezoek en andere gesprekken die gevoerd zijn. Ook bij de niet-kerkelijke wederhelft moet een welwillende houding zijn tegenover de gelovige partner en tegenover de kerkelijke gemeenschap, ook al gelooft hij/zij zelf (nog) niet.

2/ Geen ‘trouwdienstje spelen’

Bij een kerkelijke huwelijksbevestiging worden de huwelijksbeloften tegenover God en zijn gemeente herhaald. Wanneer één van de twee geliefden daar niet oprecht antwoord op kan geven, moet ook de schijn vermeden worden. Dat betekent a) dat het huwelijksformulier niet gelezen wordt; b) het ja-woord ook niet op een andere manier tegenover God en zijn  gemeente herhaald wordt; c) er niet op de knielbank geknield wordt om een persoonlijke zegen van de HERE te ontvangen; d) er geen officiële trouwdienst belegd wordt, maar een gewone kerkdienst op verzoek van het bruidspaar.

3/ Wel als kerk Gods Woord laten klinken op de trouwdag

Huwelijk trouwbijbel ringenHet was altijd al gebruikelijk om ook Gods zegen te vragen over gemengde huwelijken, gedwongen huwelijken, huwelijken na samenwonen of echtscheiding, en in andere situaties, bijvoorbeeld als iemand om psychische redenen niet voor in de kerk durfde te zitten. Bijna altijd werd dan de zondag erop in de kerkdienst voor het pasgetrouwde echtpaar gebeden. Als dit op de zondag erna kan, is er geen principieel bezwaar om dit ook op de trouwdag zelf te doen. Als kerk wil je graag op de hoogtepunten en dieptepunten van het leven met het Woord van de HERE bij de mensen zijn. Ook als het geen trouwdienst kan zijn, is er nog veel mogelijk. Zo doen we dat in onze kerken ook bij het overlijden van gemeenteleden: dan wordt er geen kerkdienst gehouden. Maar we beleggen wel een samenkomst  waarin een dominee voorgaat. Dat is een samenkomst die de familie belegt, maar die toch ook heel duidelijk vanuit de kerkelijke gemeente gehouden wordt. Vanuit dat oogpunt kan een kerkenraad ook vrijmoedig zijn medewerking verlenen aan een kerkelijke samenkomst op de trouwdag van een huwelijk dat niet kerkelijk bevestigd kan worden. Met de twee voorwaarden die hierboven genoemd zijn er de volgende mogelijkheden:

  1. Een kerkdienst of samenkomst beleggen en die, net als bij een trouwdienst, ook afkondigen.
  2. Een ‘orde van dienst’ volgen met een aantal vaste elementen van een kerkdienst, zoals ook tijdens begrafenissen of doordeweekse diensten zoals biddag, dankdag en oudjaar gebeurt.
  3. De trouwbijbel overhandigen met bijbehorende toespraak.
  4. Dit huwelijk en dit echtpaar in gebed aan de HERE opdragen.

Beloning van verkeerde keuzes?

Je kunt je natuurlijk afvragen, of we als kerk hiermee niet onwenselijke situaties goedkeuren. Wanneer de dominee vanaf de preekstoel vanuit Gods Woord verkondigt, dat de HERE relaties tussen een gelovige en een ongelovige afkeurt en echtscheidingen verafschuwt , haal je de scherpte van die oproep niet onderuit door op gemengde of tweede huwelijken toch een kerkdienst of samenkomst te beleggen?
Het lijkt me belangrijk om dan vooral dit goed voor ogen te houden: als kerk hebben we van de Here Jezus de opdracht om zijn Evangelie te laten klinken. Dat geldt in alle situaties van het leven. Dus mag dat ook tijdens de samenkomst op de trouwdag van een stel dat niet officieel in de kerk kan trouwen.  Als maar duidelijk is, wat de motivatie van het echtpaar is. En als maar wel helder is, hoe de invulling  van de samenkomst er uit ziet. De wezenlijke elementen die bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen, vind je in zo’n dienst van Woord en gebed niet terug. Het wordt dus geen ‘trouwdienst–light’.  Maar we willen wel graag Gods Woord laten horen, juist op zo’n bijzondere dag! Voor de gelovige helft. Voor de (nog) niet gelovige wederhelft. Voor alle familie en vrienden die om het echtpaar heen staan. Zo doen we dat ook op begrafenissen en zelfs op crematies. Ook als de familie dan in meerderheid niet-kerkelijk of niet meer gelovig is, grijpen we toch de kans om te vertellen wie God is en wil zijn met beide handen aan. Bovendien – wat de één een beetje als een beloning van een verkeerde keus ziet, zal een ander misschien ervaren als behoorlijk minimalistisch, omdat er in vergelijking met trouwdiensten in andere kerken meer niet mag dan wel.

Royaal gereformeerd zijn

In onze kerken willen we graag royaal én goed gereformeerd zijn. Dat betekent: geef elkaar de ruimte die de Bijbel ons biedt en handhaaf samen de grenzen de Bijbel ons aangeeft. Wanneer er geloof gevonden wordt, mogen we samen vooruit kijken. Dat  doet Jezus onze Heer ook. Zonder de zonde goed te praten (integendeel!) zegt Hij tegen gelovige mensen: “Ga heen en zondig vanaf nu niet meer.” In zijn voetspoor moet het mogelijk zijn om als plaatselijke kerk bij gemengde huwelijken en bij een tweede huwelijk na echtscheiding het volgende uit te spreken:

Wanneer een kerkelijke huwelijksbevestiging niet mogelijk is, maar er wordt wel oprecht geloof gevonden bij één of beide partners, zal de kerkenraad, als daarom gevraagd wordt, ruimhartig meewerken aan een kerkelijke samenkomst. Tijdens zo’n dienst zullen de onderdelen die duidelijk bij een kerkelijke huwelijksbevestiging horen (formulier, beloften + jawoord, persoonlijke zegen op knielbank) niet voorkomen.

Kinderen horen erbij – in de kerkdienst of in de kindernevendienst?

ZwemlesZwemles – er zullen veel kinderen zijn daar niet altijd zin aan hadden. Als ik tenminste kijk hoe graag mijn kinderen naar zwemles gingen: bij de één duurde het maanden voor die onder water door het gat durfde zwemmen. En de ander was met geen stok te bewegen om ook nog voor diploma C te gaan. Maar zwemmen kunnen ze inmiddels alle vier!

Geloven – ook daar krijg je les in. Van je ouders. Op school. En, niet te vergeten, in de kerk. Maar hoe betrek je de kinderen erbij in de kerk? Moet je ze vooral meenemen naar de kerkdienst of is de kindernevendienst de beste manier?

Kindernevendienst weer in diskussie

In het Nederlands Dagblad van 21 november 2014 (klik hier) liet theoloog Kees van der Kooi weten dat hij de kindernevendienst het liefst wil opdoeken. Hij  doet een paar stevige uitspraken. “Ik haat het als kinderen naar de kindernevendienst gaan. Ophouden ermee. In plaats daarvan moeten kerken generaties met elkaar verbinden.” Een dag later wijdde het ND er zelfs het redaktioneel hoofdcommentaar aan (klik hier). De kindernevendienst is een verlegenheidsoplossing volgens Wim Houtman. In de Bijbel “is duidelijk dat kinderen gewoon bij het volk horen”, maar voor de plek van kinderen in de kerkdiensten geldt: “daarin is veel vrijheid voor christenen.” Toch heeft Houtman de kinderen liever in de kerkdienst zitten dan in de kindernevendienst. “Het is niet zó moeilijk om in een dienst, zelfs in een preek, kinderen een plek te geven. Door erbij te zijn kan een kind eraan wennen dat het in een gemeenschap hoort en er –hopelijk- een plek vinden.”

Drie persoonlijke ervaringen over de kindernevendienst

In alle drie de plaatsen waar ik dominee was en ben, kwam het onderwerp ‘kindernevendienst’ voorbij.

In mijn eerste gemeente, het liefelijke Zaamslag in Zeeuws-Vlaanderen, had ik goede kontakten met de hervormde dominee. Die was niet blij met de kindernevendienst in zijn kerk. Want, zei hij, we hebben maar één kerkdienst per zondag en daar komen alleen de volwassenen. De kinderen van de basisschool gaan al vóór de kerkdienst naar de kindernevendienst en aan het eind van groep 8 gaan ze een aantal keren mee naar de kerk, zodat ze vanaf de brugklas elke zondag mee kunnen komen. Maar dat gebeurt nagenoeg niet, want ze zijn het niet gewend en hebben als puber geen zin om mee te gaan.

In mijn tweede gemeente, het prachtige Nijmegen, waren we met de CGK op weg naar eenwording. De CGK had als beleid: ‘s morgens zitten jong en oud in de kerkdienst om samen het geloof te vieren en ’s middags gaan de kinderen naar de kindernevendienst om op hun niveau het geloof te leren en is er in de kerkdienst een leerdienst.

Nu sta ik in Assen en sprak een paar jaar geleden een voorganger van de baptistengemeente. Die zei tegen mij: wij hebben minstens net zoveel moeite om onze eigen jongeren vast te houden als jullie. En dat komt, omdat we een fantastisch kinderprogramma hebben voor alle groepen van de basisschool. Maar als ze naar de middelbare school gaan, moeten ze instromen in de kerkdienst en dat gebeurt bijna niet. Want dat zijn ze nooit zo gewend geweest, een dienst van ½ à 2 uur met veel Opwekking en een preek van ruim een half uur.

Waarom neem je je kind mee naar de kerk?

Op grond van deze ervaringen ben ik er steeds meer van overtuigd geraakt, dat het veel beter is om kinderen een vaste plek in de kerkdienst te geven, dan dat je ze naar de kindernevendienst laat gaan. Want waarom neem je als gelovige ouders je kinderen mee naar de kerk? Als het goed is, heeft dat twee redenen:

  1. de kinderen van de gemeente vinden het fijn om in de kerk te komen.
  2. de kinderen van de gemeente leren waar het in de kerkdienst om gaat: samen God ontmoeten, naar zijn Woord luisteren en Hem eren en loven.
Het kindmoment en de bijbelclub

Daarom hebben we in onze gemeente van Assen-Peelo een paar jaar geleden besloten, om in de morgendienst de kinderen vanaf groep 3 t/m groep 8 er niet uit te laten gaan tijdens de hele dienst of tijdens de preek. Want het tweede doel vinden we minstens net zo belangrijk als het eerste. Maar we hebben wel besloten, dat de kinderen dan ook echt aandacht moeten krijgen in de kerkdienst. Dus hebben we elke zondag een uitgebreid kindmoment. Dat wordt de ene keer door mijzelf als predikant verzorgd en de andere keer door een team van vrijwilligers. Ook op andere momenten in de kerkdienst en, als het enigszins kan, tijdens de preek worden de kinderen bewust aangesproken.

Tegelijk hebben we besloten om in de middagdienst een kindernevendienst te beginnen. Vooralsnog voor de kinderen van groep 7 en van groep 8. Die verlaten dan meteen na het eerste lied de kerkzaal en hebben dan hun ‘bijbelclub’. Ze komen ook niet meer terug in de kerkdienst.

Ik vind dit een bijzonder goeie mix. Kinderen leren zo van jongs af wat het is om de kerkdienst mee te maken. Dat voorkomt een ‘trendbreuk’ rond hun 12e als ze plotseling niet meer naar de kindernevendienst mogen en mee moeten naar de gewone kerkdienst. Met als triest resultaat (vooral in kerken waar men maar één keer per zondag dienst heeft, zoals in de PKN en bij de baptisten) dat veel jongeren rond hun 13e al niet meer mee willen naar de kerk. Een tweede pluspunt vind ik, dat kinderen ‘onderwijs op niveau’ krijgen in de middagdienst. Van mij hoeven ze dan niet eens een deel van de kerkdienst mee te maken, want in de morgendienst waren we ze er al helemaal bij. Besteed dan liever het volle uur aan geloofsoverdracht op een manier die goed bij kinderen aansluit!

10 minuten vermaak, 50 minuten niks te doen? 

Toch hoor ik ook wel eens kritiek op ons kindmoment. Niet alleen van conservativo´s, maar ook van ouders die zeggen: ‘Die 10 minuten zijn leuk, maar dan heeft mijn kind nog 50 minuten oningevulde tijd.’ En als men dan eens bij de baptisten shopt, komt zoon- of dochterlief na 1½ uur enthousiast met een werkje en een lied naar buiten. Tsja, denk ik dan, dat is een keus. Kies je ervoor dat je kind het altijd vooral leuk en naar de zin wil hebben? En ben je stiekem blij, dat jij als ouder heerlijk zonder jengelende kinderen de kerkdienst kunt beleven? Of ben je bereid te investeren in de geloofsgroei van je kinderen, door ze er langzaam aan te laten wennen, dat een kerkdienst vast wel saaier, maar voor de lange termijn net zo belangrijk is voor de geloofsgroei van je kind?

Een enkele keer werd er zelfs tegen mij gezegd: de baptisten maken met hun kindernevendienst meer werk van de geloofsopvoeding dan dat wij als gereformeerde kerk met ons 10 minuten-moment. Kijk, dat vind ik nou een valse tegenstelling. In de eerste plaats vergeet je dan, dat de geloofsopvoeding twee doelen heeft: niet alleen leuk voor nu, maar ook nuttig voor de lange termijn (zie hierboven). En in de tweede plaats moet je niet vergeten, dat in de christelijke kerk de geloofsopvoeding al eeuwenlang een samenwerking is tussen ouders, kerk en school. Dat vloeit voort uit de belofte die ouders bij de doop afleggen om hun kinderen “zo goed mogelijk te onderwijzen en te laten onderwijzen” in de leer van de Bijbel en de betekenis van de doop. De eerste taak ligt bij de ouders: zelf onderwijzen. Geloofsopvoeding kun je niet uitbesteden. Maar je staat er niet alleen voor als ouders. Samen in de kerk kunnen we elkaar helpen en in ons land hebben we de mogelijkheid van positief christelijk onderwijs. Die twee vallen allebei onder het ‘laten onderwijzen’. Ook het onderwijs! Gereformeerde scholen zijn geen vrijgemaakte specialiteit, want al sinds de tijd van de Reformatie (1574!) hebben de protestants-gereformeerde kerken zich daarvoor ingezet op grond van de doopbelofte. Gelukkig bestaat die mogelijkheid nog steeds in de meeste regio’s van ons land. Op zondag kun je als kerk niet tippen aan wat een gereformeerde school doorlopend elke week vijf dagen lang kan bieden. Uiteindelijk kunnen school en kerk niet opvangen wat ouders zelf laten liggen. Want de belangrijkste geloofsopvoeding vindt thuis plaats.

’s Morgens in de kerkdienst, ’s middags op eigen niveau

Ik ben er dus geen voorstander van om de kinderen uit de kerkdienst te halen tijdens de morgendienst. Zeker niet als je in een regio woont, zoals bij ons in Assen, waar bijna alle kinderen gereformeerd onderwijs ontvangen. Waarom zou je ze dan weer een uur lang klassikaal ‘school’ geven tijdens de kindernevendienst? Betrek ze dan liever bij de gezamenlijke ontmoeting die we als gemeente met onze grote God hebben. Die extra aandacht hoeft helemaal niet zoveel moeite te kosten is in de afgelopen jaren bij ons in Assen-Peelo gebleken. We kunnen het ook prima, kijk maar eens naar de aangepaste erediensten voor verstandelijk gehandikap­ten. Daar gaat het er vaak heel ongedwongen aan toe. Geen wonder dat zulke diensten ook veel kinderen trekken.

Net zo belangrijk vind ik de les van andere kerken. Op grond van ervaringen elders (PKN en baptisten) zeg ik: als kind geleerd is als jongere gedaan. De kinderen vroeg meenemen naar de kerkdienst zelf is het behoud van de jongeren als het gaat om kerkgang en groeien in geloof.

En wat je dan ’s middags doet? Hou dan maar vrolijk een kindernevendienst. Want voor kinderen is de tweede kerkdienst altijd meer van het zelfde. Dus die hebben ’s morgens hun portie al gehad en mogen ’s middags best een uur lang op hun eigen niveau de zondag als feestdag ervaren.