Welke G/geest is er uit de fles? – enkele gedachten bij de diskussie over vrouw & ambt

Rond het millennium, zo’n 15 jaar geleden, hoefde je geen profeet te zijn om aan te voelen dat er in het orthodox- bijbelgetrouwe deel van Nederland de komende 25 jaar de items ‘vrouwen en ambten’ en ‘homoseksualiteit’ de twee meest gevoelige onderwerpen zouden worden, waarop we ons als kerken en christenen flink zouden moeten gaan bezinnen. Tenminste, ik voelde me 15 jaar geleden, vlak voor we het jaar 2000 instapten, geen profeet toen ik dit zo hier en daar liet vallen.

DEPUTATEN M/V IN DE KERK

Inmiddels zijn we 15 jaar verder en is binnen de GKV het onderwerp ‘vrouwen en ambten’ een hot item. Drie jaar geleden benoemde de Generale Synode van Harderwijk een deputaatschap M/V in de kerk met de opdracht na te gaan of het op grond van de Schrift geoorloofd is om naast broeders ook zusters in het ambt van diaken en/of ouderling + predikant te benoemen. Het deputaatschap schreef een kort rapport met als conclusie: “de visie dat naast mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen past binnen de bandbreedte van wat als schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld.” (blz. 33 van hun rapport). Ze doen dit omdat ze van mening zijn, dat in elke cultuur de hoofdzaak voor de kerk van Christus is en blijft: de verspreiding van het evangelie. “Voor ons als 21e eeuwse bijbellezers zijn niet alleen de voorschriften van Paulus richtinggevend, maar ook de manier waarop Paulus met zijn context omging, en de gerichtheid op het volgen van Christus.”(blz. 21 van hun rapport). Dat betekent konkreet: “Christenen in onze tijd zijn geroepen om het evangelie met kracht te verkondigen en onnodige belemmeringen moeten vermeden worden.” (blz. 32 van hun rapport).

EN TOEN GING HET OPEENS OM DE VISIE OP HET AMBT

Tsja, je kon er natuurlijk op wachten, op al die stevige reakties ter linker- en ter rechterzijde. Het lijkt wel, alsof het op de landelijke synode van de GKV bijna nergens anders meer over gaat. De geest is duidelijk uit de fles. En die zal er ook niet in terug geduwd kunnen worden. In de diskussie zie je nu, dat de vraag of vrouwen ook ouderling of predikant mogen worden, verschuift naar de vraag hoe we in de gereformeerde traditie omgaan met de ambten. Met als teneur: onze driedeling (predikant, ouderling, diaken) is wel heel erg star als je het vergelijkt met de vele gaven, funkties en ambten in het Nieuwe Testament. En met als tweede teneur: als we dan toch vinden dat het regeerambt alleen voor mannen is weggelegd, laten we dan een kleine raad van oudsten (alleen mannen) instellen en daaronder alle verkondigende, evangeliserende, pastorale en diakonale taken hangen, die allemaal door mannen en vrouwen uitgevoerd mogen worden.

Dat vind ik een afleidingsmanoeuvre in de discussie over de vraag of de vrouw in het ambt mag, en een geforceerde oplossing om het gezag van de man over de vrouw formeel veilig te stellen. Mijn nieuwe profetie is dat we op deze manier over drie of zes of negen jaar geen stap verder zijn gekomen. Het wordt, via een andere insteek, gewoon een herhaling van zetten.

VANDAAG DE DAG: EEN TOTAAL ANDERE TIJD

Laten we eerlijk erkennen dat onze cultuur op veel punten totaal anders is geworden dan Romeins-Griekse-Joodse cultuur van 2000 jaar geleden. Soms past onze tijd gewoon op geen enkele manier meer in de kaders van toen. En dus geef ik deputaten helemaal gelijk als ze zeggen, dat we naast exegese (Schriftuitleg – wat zegt Paulus in die context) ook hermeneutiek (Schrifttoepassing – hoe gaat Paulus met zijn context om) nodig hebben. En daarna moet je de vertaalslag naar vandaag durven maken.

Dat laatste vind ik een zo spannende exercitie, dat ik haast vanzelf in de conservatieve houding verval. Het is veel veiliger om bijbelse voorschriften één op één over te zetten naar vandaag toe. Maar daarmee sluit ik niet alleen mijn ogen voor deze tijd, maar sluit ik ook de kerk van Christus op in de verleden tijd en in een eigen subcultuur. En dat noem ik dan ‘opkomen voor het gezag van Gods Woord tegenover de geest van deze tijd’, maar in feite durf ik niet op de Geest te vertrouwen. En dat komt waarschijnlijk omdat we niet genoeg geloof hebben én te weinig bidden om wijsheid.

DE INHOUD VAN HET EVANGELIE

Na deze persoonlijk, wat filosofisch-psychologisch-theologische gekleurde ontboezeming denk ik vooral na over de vraag: wat hoort tot de vormen van het Evangelie van Jezus Christus en wat behoort tot de inhoud? Ik schreef daar al eerder iets over in mijn blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/08/09/de-koffie-en-het-glas-over-winkelen-op-zondag/. Als het gaat om de verkondiging van Jezus Christus als de enige Naam op aarde die de mensen redding biedt (Hand. 4:12), vind ik het belangrijker dat dat Evangelie verkondigd wordt dan de vraag wie dat Evangelie verkondigt. Ik herinner mij een uitspraak van mijn vader, toen 30 jaar geleden in mijn geboorteplaats de toenmalige behoudende synodaal-gereformeerde kerk een vrouwelijke predikant kregen: ‘Ze hebben liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man die in Amsterdam bij Kuitert in de leer geweest is.’ Het was toen vrij gebruikelijk dat sommige vrouwen aan de Theologisch Universiteit van de CGK studeerden om daarna bijbelgetrouw predikant te worden in de voorlopers van de PKN. En dat was, als je het principeel bekeek, zoals mijn vader zei, uit twee kwaden toch duidelijk de minst slechte kiezen. Beter een Truus op de kansel die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt.

Ik vond dat een terechte opmerking van mijn vader. En ik heb lange tijd gedacht: als noodsituatie is het niet verkeerd. In noodsituaties kwamen ook Debora en Chulda bovendrijven. Maar nu ben ik van mening, dat we het niet over een noodsituatie hebben. Het gaat niet om twee kwaden. Het gaat om vorm en inhoud.

DE POPPETJES EN DE INHOUD

Er worden verschillende argumenten aangedragen die voor of tegen vrouwen in het ambt van ouderling en predikant pleiten. Het zou geweldig zijn als we het erover eens kunnen worden, dat geen van beide standpunten onschriftuurlijk is. Die gezamenlijkheid is namelijk een voornaam kenmerk van de Geest. Als dat vertrouwen er is, kunnen we ook van elkaar verdragen, dat we in deze tijd een verwijzing naar de schepping minder zwaar laten wegen dan de impact die het in onze samenleving heeft op de voortgang en de acceptatie van het Evangelie om geen vrouwen toe te laten tot de ambten.

GODS GEEST SCHRIJFT WEGEN EN DOET WEGEN

Ik weet dan al wat de critici zullen zeggen: dan pas je je aan de moderne tijd en laat je de huidige cultuur heersen over het Schriftgezag. Daarmee is de geest uit de fles. Ik denk daar nu anders over. De poppetjes horen in onze westerse cultuur niet meer bij de inhoud. Ook voor ons niet, op geen enkel terrein. Behalve in de kerk. Dat werkt vervreemdend en werpt onnodige barrières op. Daarom heb ik geen bezwaar tegen een predikant m/v – als hij of zij Christus maar publiek verkondigt. En ik heb geen bezwaar tegen een ouderling m/v – als hij of zij Christus maar bij de mensen thuisbrengt. Jezus Christus, onze gekruisigde en opgestane Heer, Hij is de inhoud van ons geloof. Die inhoud moeten we vasthouden, bewaren en uitdragen. Als we elkaar daarop vinden, is in heel de discussie over ‘vrouw en ambt’ de Geest uit de fles. Hem hebben we nodig. Want alleen de Geest leidt ons in Gods waarheid. Alleen de Geest wijst ons op grond van Gods Woord Gods wegen aan in deze tijd. En alleen de Geest geeft wijsheid om vanuit Gods Woord te wegen wat onze Heer daarmee vandaag tegen ons wil zeggen.

Lees ook mijn twee volgende blogs: Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt en Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt.

Over krekeltjes, korenbloemen en zwart-witte koeien

Een paar gedachten bij de start van de GKV-synode in Ede

De drie kleine kleutertjes op het hek spraken over krekeltjes en korenbloemen blauw. En in het weiland zagen ze vast en zeker wat zwart-witte koeien lopen.Korenbloem

In Ede ging op 31 januari 2014 de Generale Synode van onze vrijgemaakte kerken van start met een bidstond. De volgende dag, zaterdag 1 februari 2014, werd de vergadering officieel geopend en het moderamen gekozen. Via www.synode.gkv.nl is alles goed te volgen. Misschien dat de 36 synodeleden ook nog wel toe komen aan krekeltjes en korenbloemen blauw, als ze bv. een Ginkelse hei-sessie houden. Maar de meeste tijd zal toch wel opgaan aan andere onderwerpen.

In dit artikel wil ik een paar dingen noemen, die volgens mij zeker met belangstelling gevolgd zullen worden. En daarna nog kort ingaan op de zwart-witte koeien die ik in de nabijheid van Ede ook ontwaar.

Waarover spreken zij? Over vrouwen in de ambten

Het onderwerp dat volgens mij met de meeste interesse gevolgd gaat worden, is het studierapport ‘Mannen en vrouwen in dienst van het evangelie’. Daarin geven deputaten ‘M/V in de kerk’ hun visie op de bijbelse (on)mogelijkheid om vrouwen toe te laten tot de ambten van predikant, ouderling en diaken. Ze komen er samen niet uit, dus liggen er twee verschillende voorstellen op de synode.

In de pers is er al door heel veel mensen heel verschillend op gereageerd, dus ik voel me niet geroepen om bij dezen nog een duit in het overvolle zakje te stoppen. Het zijn ook nog maar voorstellen van een studiedeputaatschap. Nadat de synode met een uitspraak is gekomen, is er alle gelegenheid voor de plaatselijke kerken om te zeggen wat ze hiervan vinden.

Waarover spreken zij? Over Liedboek en Kerkboek

Verder denk ik, dat ook de bespreking van het rapport van deputaten liturgie en kerkmuziek voor de nodige discussie zal zorgen. Deze deputaten stellen namelijk voor om het complete nieuwe Liedboek 2013 in te voeren en om daarnaast een nieuw Gereformeerd Kerkboek uit te geven met daarin 102 psalmen, alle overige gezangen die niet in het Liedboek staan en daarachter de belijdenisgeschriften, de ordes van dienst en de taalkundig geheel vernieuwde liturgische formulieren en gebeden.

Krekel 1Misschien denkt iemand nu: hoezo 102 psalmen?

Nou, zeggen deputaten: van onze 150 psalmen komen er 48 uit het oude Liedboek. Het nieuwe Liedboek heeft alle 150 Psalmen van het oude Liedboek ongewijzigd overgenomen, dus hoeven we die niet meer in ons nieuwe Gereformeerde Kerkboek op te nemen. Dat scheelt al gauw 100 pagina’s, en dat is mooi meegenomen, vinden deputaten.

Dit lijkt mij beslist niet verstandig. Wie wil er nou een nieuw incompleet Gereformeerd Kerkboek invoeren? Bovendien zadel je een aantal kerken met een dubbel dilemma op.

Dilemma 1: we hebben jaren geleden gekozen voor 150 psalmberijmingen waarvan een groot deel niet uit het Liedboek kwam. Soms vanwege de betere kwalititeit van een andere berijming. Soms ook omdat een Liedboek-berijming bijbels-theologisch echt niet deugde. Dan kun je nu toch niet zonder enige argumentatie voorstellen: “het Liedboek 2013, inclusief de psalmen, vrij te geven voor gebruik in de gemeenten”? Bovendien ging de opdracht van de vorige synodes toch duidelijk over het invoeren van al de gezangen van het compleet herziene Liedboek. Dat staat niet expliciet in de opdracht, maar daar is het wel altijd over gegaan. Deputaten smokkelen daar nu plotseling 150 zeer gedateerde, meer dan 50 jaar oude psalmen bij in, die door het Liedboek op geen enkele manier herzien zijn. Zie ook mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/15/nieuwe-liedboek-nu-al-met-psalmen-en-al-overnemen/

Dilemma 2: deputaten geven in hun voorstellen nadrukkelijk aan, dat “gemeenten zelf [mogen] kiezen welke liederen ze zingen, op basis van het eigenmuziekprofiel”. Tegelijk stellen ze doodleuk voor om in het nieuwe Gerormeerd Kerkboek alleen “de psalmen uit het Gereformeerd Kerkboek 1986 die niet uit de IKB geselecteerd zijn”  op te nemen.

Wat is het gevolg van dit voorstel?

Ik denk dat er kerken zullen zijn die straks zeggen: wij willen in de toekomst graag vooral uit het Gereformeerd Kerkboek zingen en voor andere liederen (bv. kinderliederen en Opwekkingsliederen) we gebruiken de beamer; ook weten we nog niet of we veel gebruik zullen maken van het nieuwe Liedboek, dus die voeren we voorlopig nog niet in.

Als het aan deputaten ligt, kunnen zulke gemeentes maar 102 van de 150 Psalmen zingen uit het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. En waarom? Omdat het 100 bladzijdes scheelt! Want dat is het enige argument. Deputaten schrijven namelijk in hun rapport: De praktijk in onze kerken is momenteel dat de meeste de psalmen uit de kerkboek-selectie zingen, maar dat vooral in samenwerkingssituaties de psalmen in de liedboekberijming gezongen worden. Om beide versies beschikbaar te hebben moet de nieuwe uitgave het Gereformeerd Kerkboek in ieder geval de 102 niet-IKB-psalmen bevatten. De andere 48 kunnen in het Liedboek 2013 gevonden worden. Door deze niet in het kerkboek op te nemen van het boek ongeveer honderd pagina’s dunner worden.”

Deputaten vinden dus dat beide versies van de 48 psalmen beschikbaar moeten zijn. Terecht! Maar wees dan ook consequent! Stel die gemeentes die niet meteen het nieuwe Liedboek in zullen voeren, eveneens in de gelegenheid om alle 150 Psalmen te kunnen zingen, ook  als ze het nieuwe Gereformeerd Kerkboek willen gaan gebruiken.

Ik hoop van harte, dat op de synode besloten wordt, om onze eigen 150 psalmen uit de eerste en de tweede versie van het Gereformeerd Kerkboek gewoon allemaal op te nemen in deze derde editie. Dan hebben we niet alleen een actueel, maar ook een compleet Gereformeerd Kerkboek.

Waarover spreken zij? Over wat echt een huwelijk is

Ik denk dat er nog een derde onderwerp is, dat de tongen op de synode los zou kunnen maken. Het zit wat verscholen in de synoderapporten, dus het is nog bijna niemand opgevallen. Ik werd erop geattendeerd doordat ik aan de Theologische Universiteit in Kampen de PEP-cursus ‘In de ban van de ring’ volg. Die gaat over de vraag hoe we als kerken aankijken en omgaan met alle vormen van relaties die tegenwoordig in onze samenleving mogelijk zijn. Tijdens de tweede studiemorgen moesten we als voorbereiding o.a. het rapport ‘Huwelijk en Samenlevingsvormen’ lezen. Dat is een studie die is opgesteld door een denktank van Deputaten Relatie Kerk en Overheid en Deputaten Huwelijk en Echtscheiding. Deze denktank kreeg in 2011 de opdracht “om een advies uit te brengen over twee vragen: a. hoe je als kerken omgaat met de verschillende samenlevingsvormen van man en vrouw die publiek en juridisch zijn vastgelegd, en b. of en hoe die samenlevingsvormen kunnen voldoen aan wat iroos huwelijkn de Bijbel staat over het huwelijk”.

De meerderheid van deze deputaten is van mening, dat we in onze kerken een nieuwe, eigen omschrijving moeten geven van wat een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is. Want het burgerlijk huwelijk is tegenwoordig zo opgerekt en zo vrijblijvend geworden, dat het niet meer per definitie bijbels is. Daartegenover staat het geregistreerd partnerschap nagenoeg gelijk aan het burgerlijk huwelijk. En sommige mensen die gaan samenwonen beloven elkaar meer oprecht levenslange trouw dan vele anderen die wel officieel trouwen.

Daarom vinden de meeste deputaten, dat de gang naar het stadhuis wél gemaakt moet worden, maar dat de christelijk kerk er daarnaast zelfstandig op toe moet zien, dat elke wettige relatie ook kerkelijk erkend wordt als een ‘huwelijk in bijbelse zin’. En wat is dat dan? Lees de volgende definitie: “Een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is een levensverband waarin één man en één vrouw in antwoord op Gods leiding van hun leven voor de duur van hun aardse bestaan hun levens aan elkaar verbinden tot een nieuwe eenheid, die wederzijds verplichtend is en die een publiek erkend karakter heeft.”

Ik vind dat dit rapport meer aandacht verdient dan het tot nu toe gekregen heeft. Want hier wordt gezegd, dat bij elke relatie die twee mensen met elkaar aangaan (of het nu ongehuwd samenwonen is, of notarieel samenwonen, of een geregistreerd partnerschap, of een homo-huwelijk, of een huwelijk tussen man en vrouw) de kerk moet toetsen en uitspreken of het ook een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is.

Dat is een geweldige switch in denken. Want sinds de tijd van Napoleon zit het al 200 jaar tussen onze oren: alleen het burgerlijk huwelijk is een bijbels huwelijk. En als kerk volgen we daarin de overheid.

Maar vandaag de dag is het burgerlijk huwelijk geen bijbels huwelijk meer. En dus moeten we als kerk antwoord geven op de vraag: moeten we het initatief weer naar onszelf toetrekken en alleen die relaties erkennen, waarvan we als kerk zeggen: dat is een ‘huwelijk in bijbelse zin’ zoals God het bedoelt? Dat is een veel belangrijkere vraag dan de discussie over wat we zingen in de kerkdiensten. Ook, vind ik, belangrijker dan de vraag naar vrouwen in de ambten.  Want het huwelijk zoals God het bedoeld heeft, kom je al in het paradijs tegen. Zo’n bijbels huwelijk moeten we “in alle omstandigheden in ere houden”, staat er in Hebreeën 13 vers 8. Dat is een geweldige uitdaging in onze tijd.  En dus ook voor de komende synode in Ede.

Ja, het gaat daar op de synode over meer dan krekeltjes en korenbloemen blauw. Laten we als kerkleden bidden voor ‘onze’ mannen daar en meeleven met wat daar besproken en besloten wordt.

Waarover spreken zij? Misschien ook over zwart-witte koeien

Tenslotte zal er op de synode ook aandacht besteed worden aan een ‘Appel op de Generale Synode 2014’.  Dat is een initiatief van zeven predikanten die samen de website http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/ in de lucht houden. In een ‘Brief GS Ede 2014’ brengen ze hun zorgen onder woorden en roepen de Generale Synode op, door duidelijke uitspraken hun zorgen weg te nemen. De initiatiefnemers hebben kerkleden en kerkeraden uitgenodigd om dit dringende appel mee te ondertekenen. Dat is gebeurd door 2 kerkenraden en 1541 kerkleden.
Ik heb het appel gelezen en besloten het niet te ondertekenen.

Allereerst niet, omdat ik erop vertrouw, dat alle afgevaardigden op de synode niet alleen naar eer en geweten, maar ook vanuit hartelijke verbondenheid aan de Bijbel en het gereformeerd belijden hun werk zullen doen.

Verder vind ik de zorgpunten die het appel aan de orde stelt, wel wat zwart-wit geformuleerd en ook een tikkeltje eenzijdig. Het is ‘een verkeerd appel’, schreef ds. Henk Folkers in het Nederlands Dagblad van 25januari 2014 (zie http://www.nd.nl/artikelen/2014/januari/25/een-verkeerd-appel).

Het viel mij op, dat het appel zich concentreert op zes onderwerpen, namelijk:

  1. Binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften
  2. Het gezag van de Heilige Schriften
  3. De vrouw in het ambt
  4. Visie op de kerk van Jezus Christus
  5. Kerkdiensten en catechismusprediking
  6. Is binnen het christelijk leven een homoseksuele relatie mogelijk

Als ik lees waar het dan over gaat, kom ik bij 1) een verwijzing naar ds. W. van der Schee tegen en de gang van zaken bij de missionaire gemeente Stroom in Amsterdam. Dan denk ik: moet je daar een synode mee lastig vallen? Sinds wanneer reageren we als kerken op elke (on)zinnige opmerking op internet? En sinds wanneer leggen we een prachtig missionair project op voorhand langs de meetlat van de gang van zaken in een traditonele plattelandsgemeente? Wat mij betreft verdienen projekten zoals Stroom alle credits en vooral heel veel gebed – zonder het kritische gesprek te schuwen overigens. Zie mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/31/saul-en-david-jongerendag-en-landelijke-dag-gkbnb/

Als het om 2) gaat: waarom moeten opnieuw de opvattingen van Stefan Paas uit 2008 en Koert van Bekkum uit 2010 weer uit de sloot gehaald worden? Dat is toch echt een grijsgedraaide plaat geworden.

Over de punten 4) en 5) valt hetzelfde op te merken: kontakten met andere kerken en deelname aan de Nationale Synode worden tegenover de belijdenis van de ware en valse kerk gezet en de terugloop van de tweede kerkdienst en de catechismuspreek kan alleen maar worden tegengegaan als de synode van Ede 2014 uit zou spreken dat de catechismuspreek “een verplichting blijft voor de kerken” – met als minimale afwijking: plaatselijk mag wel af en toe thematisch uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Dordtse Leerregels gepreekt worden.

homo in de kerkEn dan punt 6): alle zorgen over de verwereldlijking van de christelijke levensstijl en het gebrek aan tucht daarover worden samengebald in “één zaak .. die wij exemplarisch mogen noemen voor de huidige situatie”, namelijk hoe we als kerken omgaan met homoseksualiteit. Wat vind ik dit een eenzijdige versmalling van de terechte zorgen die er op dit punt leven. Alsof een homoseksuele relatie de meest zichbare uiting en dus het topje van de ijsberg van onchristelijk gedrag zou zijn! Laat ik er maar niet meer over zeggen dan collega Henk Folkers deed. Behalve dit: volgens mij staat dit onderwerp niet eens op de agenda van deze synode – behalve een brief van één kerk die vraagt om een duidelijke koers van de website www.homoindekerk.nl. Achteraf kun je het betreuren dat in 2005 de generale synode het voorstel heeft afgewezen om juist over dit gevoelige onderwerp een studiedeputaatschap in te stellen. Maar dat is niet wat de indieners van het appel van de synode vragen. Zij gebruiken één van de meest gecompliceerde vraagstukken over christelijke levensstijl als kop van jut om alle ontwikkelingen op het gebied van relaties aan te kaarten. En vergeten te vermelden, hoe we als kerken de laatste 12 jaar ons enorm hebben ingezet op bijbels onderwijs en catechese als het om huwelijk en echtscheiding gaat.koeien zwart wit

Kortom: ik vind het een teleurstellend appel wat betreft toonzetting en argumentatie.  Tegelijk hoop ik niet, dat de synode er gauw klaar mee is. Hoe zwart-wit de toonzetting ook is en welke oude koeien er ook weer van stal gehaald worden – het zijn wel signalen van oprechte zorg vanuit een diepe verbondenheid met de vrijgemaakte kerken. Daar hebben we wel rekening mee te houden – net als met kerkleden die steeds minder overweg kunnen met het gereformeerde gedachtengoed binnen onze kerken.

Nieuwe Liedboek nu al met Psalmen en al overnemen?

Op zaterdag 25 mei wordt het nieuwe Liedboek gepresenteerd. Het heeft als ondertitel meegekregen: zingen en bidden in huis en kerk. Wat gaan onze kerken (de GKV) met deze bundel doen? Ik hoor al om me heen het pleidooi om het hele nieuwe Liedboek, inclusief de psalmen, meteen na 25 mei in te voeren. Dan zeg ik: liever niet.

Als GKV-predikanten hebben we in november 2012 een introductie op het nieuwe Liedboek gekregen door Pieter Endedijk. Hij is kerkmusicus en predikant in de PKN, maar de afgelopen jaren voor zover ik begrepen heb fulltime aangesteld als coördinator voor het nieuwe Liedboek. Zijn presentatie maakte mij, door wat hij ervan vertelde én liet horen, enthousiast voor het nieuwe Liedboek.

Het blad ‘De Reformatie’ (www.dereformatie.nl) heeft op  2 mei jl. een themanummer aan het nieuwe Liedboek gewijd. Daarin schrijft Jetze Baas een informatie artikel over het nieuwe Liedboek. Lees het, zou ik zeggen, en je bent goed op de hoogte van alle ins, outs en achtergronden.

Aan het eind van zijn artikel geeft Jetze Baas een dubbele uitsmijter aan de lezer mee. Hij schrijft namelijk, dat hij het achter zeer te betreuren vindt, dat wij als GKV sinds 1984 een eigen kerkboek met psalmen en gezangen hebben, omdat we toen, 40 jaar terug, tegen het Liedboek waren.  En daarom komt hij tot het voorstel:  “Ik zou ervoor willen pleiten, vooruitlopend op de synode van 2014, om dit Liedboek in  zijn geheel te aanvaarden.”

Over deze dubbelklapper wil ik graag mijn mening kwijt, zeker omdat De Reformatie van dit item z’n ‘Stelling van de week’ gemaakt heeft: Laat plaatselijke kerken zelf beoordelen of ze het Liedboek gaan gebruiken in de eredienst of niet.  Iedereen wordt opgeroepen daarop te reageren.

1a  Vooruitlopend op de synode van 2014 het nieuwe Liedboek gaan gebruiken?

Wat mij betreft: nee, liever niet.  Waar hebben we het namelijk over? Over een periode van 9 maanden! Want dat is de tijd tussen de feestelijke presentatie van het Liedboek (eind mei 2013) en de start van de Generale Synode van Ede (februari 2014).

De landelijke Deputaten Liturgie en Kerkmuziek hebben de opdracht gekregen om met een doordacht voorstel te komen over het gebruik van het nieuwe Liedboek. We zijn weliswaar al jaren als GKV waarnemer bij het nieuwe Liedboek, de indrukken zijn overwegend positief en de tendens is aanvaarding van de bundel.  Maar deputaten hebben ook de opdracht gekregen om te kijken of er wellicht nog een aanvulling nodig is omdat een aantal gezangen uit onze gereformeerde traditie of een aantal kinderliederen en opwekkingsliederen die de afgelopen jaren furore hebben gemaakt, niet in het nieuwe Liedboek staan.

Laten we de afwegingen en de voorstellen van deputaten rustig afwachten. Als her en der kerken gewoon hun gang gaan, ontstaat er nog meer liturgische verwarring. Het is veel verstandiger om na een officieel landelijk besluit plaatselijk het Liedboek in te voeren. Zo is dat met de Nieuwe Bijbelvertaling en het nieuwe Gereformeerde Kerkboek in 2005 ook gegaan.

1b  Het nieuwe Liedboek met Psalmen en al aanvaarden?

Wat mij betreft: ik zou haast zeggen, zijn we nu helemaal gek geworden? De psalmen van het Liedboek zijn nog gedateerder dan de psalmen van ons Gereformeerd Kerkboek! De psalmen in het nieuwe Liedboek zijn allemaal ongewijzigd uit het oude Liedboek overgenomen. Ze dateren dus allemaal van de jaren ’50 en’60 van de vorige eeuw.

In de jaren ’80 kregen wij toestemming van het Liedboek om een selectie van hun psalmen in ons Gereformeerd Kerkboek op te nemen. Door deputaten en de synode is toen besloten om op kwaliteit te selecteren. Gevolg: 48 van de 150 psalmen in ons kerkboek komen uit het Liedboek. Die waren dus beter dan de berijmingen van andere, goede psalmendichters.  Maar bij de andere 102 psalmen is voor een betere en mooiere berijming gekozen.  En dat is, ook al valt over smaak te twisten, vaak terecht geweest. Bij begrafenissen en samenkomsten vergelijk altijd de verschillende versies met elkaar en meestal kom ik bij het Gereformeerd Kerkboek uit. Ik ga hier niet met voorbeelden strooien, maar noem slechts Psalm 33, Psalm 87 en Psalm 100.

We willen toch niet, omdat er een nieuw  Liedboek met prachtige gezangen komt, ook weer die  archaïsche psalmen van het Liedboek die in de jaren ’80 van de vorige eeuw al als ouderwets beschouwd werden, opeens in 2014 gaan invoeren? Dat is, als het om de psalmen gaat, pas echt terug naar de jaren vijftig en zestig!

Daar komt nog iets bij: we hebben nu 40 jaar lang de psalmen uit het Gereformeerd Kerkboek gezongen. Die zijn als psalm van de week op school door iedereen in de leeftijd tussen de 4 en 40 geleerd. Als we nu teruggaan naar een achterhaalde berijming, wordt er over 10 jaar óf geen psalm meer gezongen óf komt er alsnog een roep om een nieuwe psalmberijming.  Dat laatste lijkt me beslist geen verkeerd idee. Maar dan moet het niet zo gaan als in de jaren ’70 van de vorige eeuw. Toen moest er 10 jaar lang uit een ‘proefbundel’ gezongen worden die uiteindelijk grotendeels niet werd ingevoerd. Daardoor kan een hele generatie gelovigen (die van mijn leeftijd) geen enkele psalm uit z’n hoofd zingen zonder drie verschillende versies door elkaar te halen.

Bovendien zou ik graag een vernieuwd Gereformeerd Kerkboek willen uitgeven. Er is zeker behoefte aan een aktueel kerkboek waarin, naast de psalmen en de gezangen die niet in het nieuwe Liedboek staan, ook de belijdenisgeschriften en de nieuwe liturgische formulieren een plaats krijgen.  Wat mij betreft neemt de Generale Synode van 2014 dus een dubbelbesluit: voor de gezangen nemen we het nieuwe Liedboek en we werken aan een nieuw Gereformeerd Kerkboek met de bestaande psalmen, een aantal aanvullende gezangen en een compleet overzicht van alle belijdenisgeschriften en liturgische formulieren.

Tenslotte, en dat is mijn laatste argument om niet de psalmen van het Liedboek over te nemen: we hebben sinds we als kerken meedoen met het nieuwe Liedboek, het altijd alleen maar over het aanvaarden van de gezangen gehad. Er is dus niet eens een opdracht om ook de psalmen eventueel over te nemen. Als dat nu wel gebeurt, voorzie ik ook op het punt van de psalmen een lichte chaos ontstaan. Dan zingen we straks twee berijmingen door elkaar. Leuk hoor, die plaatselijke vrijheid, maar mag het ook nog een beetje helder zijn voor iedereen dat je in een andere vrijgemaakte kerk ongeveer nog hetzelfde zingt?

De Reformatie heeft in zijn themanummer op de voorkant staan: Zing voor de Heer een nieuw lied. Precies! Ik wil graag alle gezangen van het nieuwe Liedboek, maar zonder al die verouderde psalmen.