Zijn de meeste corona-vaccins ethisch onverantwoord?

“Laat jij je ook inenten tegen corona?” Ik antwoord dan altijd: “Nee, liever niet, want ik kan niet tegen prikken en ik weet nu al dat ik flauw val.” Toch heb ik de prik wel gehaald toen ik in mei en juni 2021 eindelijk aan de beurt was. Liggend … dat wel.

Er zijn ook christenen die principiële kritiek hebben als het gaat om de vraag of je je met een corona-vaccin mag laten inenten. Want bij de ontwikkeling van de vaccins is gebruik gemaakt van geaborteerde foetussen. En abortus is zo ongeveer het grootste kwaad sinds de Tweede Wereldoorlog en zeker de grootste genocide van 20e en 21e eeuw (44 miljoen per jaar volgens Wikipedia). Hoe kun je het dan voor God verantwoorden wanneer je je met zo’n vaccin laat inenten?

Dat is een terechte vraag. Logisch dat deze kennis veel christenen zwaar op de maag ligt. Vaccineren of niet wordt zo een gewetenskwestie. Vandaar dat zowel in Nederland door politici (ND 15-02-2021) als in Australië door kerken (ND 17-02-2021) aan de regering gevraagd is om keuzevrijheid met betrekking tot het corona-vaccin. Want niet bij alle soorten vaccins zijn menselijke cellijnen, afkomstig uit foetaal weefsel, gebruikt. In Nederland is dat verzoek van ChristenUnie en SGP door de minister niet gehonoreerd (ND 18-02-2021).

Toch zijn er ook veel christenen die het gebruik van coronavaccins niet afwijzen. Eén van hen is arts en medicus Alie Hoek-van Kooten. In november 2020 noemde zij op het CIP (Christelijke Informatie Platform) de mogelijkheid tot vaccinatie “een cadeau van God”. In januari 2021 volgde daarop een briefwisseling met technisch literatuur-onderzoeker Hendrikus de Jager, die uitgesproken kritisch staat tegenover de corona-crisis en ook ernstig bezwaar maakt tegen alle vaccins die op de markt komen. Eén van zijn argumenten is, dat er bij de ontwikkeling van het vaccin gebruik gemaakt is van foetaal weefsel.

Dat wordt door Alie Hoek-van Kooten niet ontkend. Ze schrijft, dat er in 1973 eenmalig niercellen van een al geaborteerde foetus gebruikt zijn om zo menselijke cellijnen te kweken. De foetus was niet voor dit doel geaborteerd en daarna zijn er ook geen nieuwe foetussen geaborteerd om vaccins door te ontwikkelen. Ook zitten er geen foetale cellen in de vaccins. Het is te betreuren dat dat het om een foetus ging van een vrouw die haar zwangerschap bewust liet afbreken. Het vaccin had ook ontwikkeld kunnen worden via de cellijn van een spontane miskraam of stamcellen uit een navelstreng. Dat zou veel verantwoorder geweest zijn, aldus Alie Hoek-van Kooten. Maar dit eenmalige gebruik van foetaal weefsel moet je volgens haar niet zo sterk uitvergroten dat je daarom elke vorm van vaccinatie (niet alleen tegen corona, maar ook tegen kinderziektes als rode hond, bof en mazelen, want die vaccins zijn ook met behulp van embryonaal weefsel ontwikkeld – misschien ook wel van die ene foetus uit 1973) afraadt. Als je dat wel doet, ben je mede verantwoordelijk voor de mensen die komen te overlijden aan corona.

Datzelfde argument las ik ook op de website van de Katholieke Stichting Medische Ethiek. Als je je kind niet wilt laten inenten tegen mazelen, omdat bij dit vaccin abortief weefsel gebruikt is, kan jouw “niet-gevaccineerd kind zelf gezond blijven, maar wel de oorzaak zijn dat een zwangere vrouw een kind met ernstige afwijkingen krijgt.”

Maar wat als er nog geen veilig alternatief is voor een vaccin uit abortief weefsel? De Academie voor het Leven benadrukt dat we hier weer een aantal stappen verder zijn in de schakel van gebeurtenissen vanaf de abortus. We gebruiken die niet direct en hebben er ook niet zondermeer mee ingestemd.

Het vermijden ervan is nog steeds wenselijk, maar er kunnen zwaarwegende reden zijn om dit vermijden niet als een morele plicht op te vatten. Bij de mazelen bijvoorbeeld, kan een niet-gevaccineerd kind zelf gezond blijven, maar wel de oorzaak zijn dat een zwangere vrouw een kind met ernstige afwijkingen krijgt. 

Een andere overtuigde pro-life ethicus is celbioloog en medisch-ethicus Henk Jochemsen. Hij heeft er ook moeite mee, dat er bijna vijftig jaar geleden één enkele foetus gebruikt is voor het maken van de cellijn waarop nu het ‘Oxford-vaccin’ gebaseerd is. “Natuurlijk, dit blijft wringen vanwege de abortusachtergrond. Maar ik vind het nogal wat om een vaccin om deze reden af te wijzen. Vooral omdat er gebruik wordt gemaakt van een bestaande cellijn. De ontwikkeling van een vaccin is niet afhankelijk van nieuwe geaborteerde foetussen.” (ND 26-06-2020)

Inmiddels is bekend dat bij het corona-vaccin dat door Janssens wordt ontwikkeld, ook gebruikgemaakt gemaakt is van foetaal materiaal, namelijk van netvliescellen van een geaborteerde embryo uit 1985 (ND 26-06-2020) of 1995 (ND 17-02-2021).

Fout in het ontstaan, goed in het voortbestaan

In mijn studententijd in Kampen leerde ik van professor Douma, dat er situaties in het leven zijn die voorkomen hadden moeten worden, maar die je niet meer ongedaan kunt maken en die achteraf soms zelfs hele positieve gevolgen hebben.

Ik hoorde ook eens iemand tegen zijn zoon van 14, die vroeg hoe het kon dat zijn vader nog maar 33 en zijn moeder nog maar 32 was: “Het was niet goed hoe jij er gekomen bent, maar je bent vanaf het eerste moment heel erg geliefd en dus altijd welkom geweest.”

En ik las ergens dat bij in de eerste testfase van het vaccin tegen de pokken (ergens rond 1800) de eerste vijftig proefpersonen er zo doodziek van werden dat ze er allemaal overleden zijn.

Voor mijzelf zijn dit voorbeelden die laten zien, dat je niet alles tot in lengte van jaren moet beoordelen op het foute begin. Dus voel ik mij vrij om het corona-vaccin dat de overheid mij aanbiedt, te gaan halen – zelfs al ga ik flauwvallen.

Tegelijk is het wel goed om hier persoonlijk en samen bewuster over na te denken. Net als over kinderarbeid als het om koffie, chocola, kleding en niet te vergeten het kobalt in onze mobieltjes gaat. In hetzelfde artikel uit het ND van 26-06-2020 zegt Diederik van Dijk, directeur van de NPV (Nederlandse Patiënten Vereniging), dat christenen in andere landen veel meer bezig zijn met het zoeken van moreel verantwoorde alternatieven als het om de bescherming van onze gezondheid gaat.

Of je je wel of niet wilt laten inenten tegen het corona-virus denken christenen verschillend. Dat geldt ook voor de vraag hoe zwaar je het gebruik van foetaal weefsel bij de allereerste ontwikkelfase van diverse vaccins moet laten wegen. Biddend en onderzoekend zal iedereen daar zijn of haar eigen keus in moeten maken. Tegenover je God. Tegenover je eigen geweten. En tegenover je naasten.

Vaccineren in coronatijd – uit de NPV-brochure van januari 2021

De NPV is een christelijke organisatie die advies en hulp geeft op het gebied van medisch-ethische onderwerpen, zowel in theorie over diverse thema’s als ook praktisch als er (mantel)zorg verleend moet worden. In januari 2021 heeft de NPV de brochure Wel of niet vaccineren – voorzienigheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid’ uitgegeven. Deze brochure is via de NPV-site gratis te downloaden of op papier aan te vragen (klik hier).  Het telt 9 hoofdstukken waarin het nadenken over vaccinatie (hoofdstuk 1), de noodzaak, werking en ontwikkeling van vaccins (hoofdstuk 2-4), omgaan met gezondheid en ziekte in het licht van zowel de Bijbel als Gods voorzienigheid (hoofdstuk 5+6) en ieders persoonlijk verantwoordelijkheid (hoofdstuk 7) aan de orde komen. Hoofdstuk 8 gaat in op de HPV-vaccinatie (tegen baarmoederhalskanker) en hoofdstuk 9 gaat over vaccineren in coronatijd. Dat hoofdstuk geef ik hieronder in z’n geheel weer, incl. de laatste twee kopjes uit het ‘Tot slot’.

Vaccineren in coronatijd

In dit hoofdstuk worden de verschillende vaccins tegen corona besproken. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag waarom de ontwikkeling van coronavaccins zo snel kan gaan. De coronacrisis stelt ons niet voor volledig nieuwe vragen rondom vaccinatie. Wel kunnen sommige van de overwegingen die in deze brochure worden besproken meer gewicht krijgen dan anders.

Waarom kunnen coronavaccins zo snel worden ontwikkeld?

Binnen een jaar na de uitbraak van het coronavirus werden de eerste vaccins tegen corona goedgekeurd voor gebruik. In hoofdstuk 4 werd duidelijk dat het ontwikkelen van een nieuw vaccin normaal gesproken veel langer duurt. Waarom kunnen vaccins tegen corona dan zo snel worden ontwikkeld?

De coronacrisis is een wereldwijde epidemie (pandemie) geworden. De gevolgen voor de samenleving door het hoge aantal ziekenhuisopnames, de vele doden en de beperkende maatregelen zijn groot. Dierbaren overlijden, mensen verliezen hun baan of zien hun bedrijf instorten. Dit alles zorgt ervoor dat er een hoge urgentie is om snel tot een vaccin te komen. Hierdoor stellen overheden en investeerders veel meer financiële en praktische middelen beschikbaar voor vaccinontwikkeling.

Daarnaast wordt er bij de ontwikkeling van COVID-19-vaccins gebruik gemaakt van bestaande kennis van het SARS- en MERS-virus. Dit zijn ook coronavirussen. Daarbij heeft de snelle uitwisseling van informatie enorm geholpen. Zo was de genetische informatie van het SARS-CoV-2 virus dat COVID-19 veroorzaakt, binnen enkele weken beschikbaar voor alle onderzoekers en farmaceuten.

Nog een andere factor is de ontwikkeling van de zogenoemde vectoren mRNA-vaccins. Met name de ontwikkeling van mRNA-vaccins is veel korter dan die van traditionele vaccins. Tenslotte is er door de grote internationale afstemming de mogelijkheid om een aantal fases van vaccinontwikkeling gelijktijdig te laten verlopen. Dit betekent niet dat er stappen zijn overgeslagen of er een loopje is genomen met de veiligheid.

Welke soorten vaccins tegen COVID-19 zijn er?

Wereldwijd wordt er hard gewerkt aan het ontwikkelen en produceren van vaccins tegen COVID-19. Er zijn honderden vaccins in ontwikkeling. Al die verschillende vaccins zijn te verdelen in 4 soorten.

Levend verzwakte virusvaccins

Deze vaccins zijn gebaseerd op een levend verzwakte versie van het coronavirus. Het virus is in een laboratorium verzwakt en minder ziekmakend gemaakt. Dit zorgt ervoor dat het zich slecht kan vermeerderen in ons lichaam. Zo heeft ons immuunsysteem voldoende tijd om te reageren op de nieuwe ziekteverwekker.

mRNA-vaccins

Deze soort vaccins geeft de cellen in het lichaam waarin het vaccin wordt opgenomen, instructies. De cellen gaan dan de uitsteeksels (spikeeiwit) waarmee het coronavirus aan onze cellen plakt en binnendringt aanmaken. Ons afweersysteem reageert door antistoffen aan te maken tegen dit eiwit. Raken we besmet met het echte coronavirus, dan herkent het immuunsysteem dit al en kan het snel reageren.

Hoewel mRNA-vaccins een betrekkelijk nieuwe vaccintechniek kennen, betekent dit niet dat het onveilig is. Al onze cellen maken zelf ook mRNA. Dit is een soort boodschapper die instructies geeft om in een cel een specifiek eiwit te maken. In ons lichaam speelt mRNA een hele belangrijke rol. Een mRNA-vaccin maakt dus gebruik van bestaande structuren in ons lichaam om eiwitten te maken en aan het afweersysteem te laten zien. mRNA kan ons DNA niet veranderen, omdat het niet in de celkern kan komen waar het DNA is. Wat de veiligheid van mRNA-vaccins verhoogt, is dat het mRNA binnen enkele dagen door het lichaam wordt afgebroken.

Vector-vaccins

Net zoals de mRNA-vaccins maakt deze soort vaccins ook gebruik van het eiwit waarmee het coronavirus aan onze cellen plakt. De specifieke stukjes eiwit worden vastgemaakt aan een onschuldig virus zoals een verkoudheidsvirus. Zo wordt het lichaam niet ziek, maar kan het immuunsysteem wel de eiwitten van het coronavirus leren herkennen.

Eiwit-vaccins

Ook eiwit-vaccins maken gebruik van de uitsteeksels van het coronavirus. Deze uitsteeksels kunnen geen infectie veroorzaken, maar het afweersysteem herkent wel dat ze afkomstig zijn van een indringer. In deze vaccins zitten heel veel echte of nagemaakte uitsteeksels. Deze worden door het immuunsysteem herkend en dat gaat vervolgens antistoffen aanmaken tegen deze eiwitten.

Welke vaccins worden in Nederland gebruikt?

De Europese Unie heeft gezamenlijk grote hoeveelheden vaccins ingekocht. Deze worden op basis van beschikbaarheid verdeeld over de lidstaten. Voor de Nederlandse context zijn op dit moment alleen mRNA-, vector- en eiwitvaccins aan de orde, omdat deze soorten door de EU zijn ingekocht.

In hoofdstuk 4 heeft u kunnen lezen dat bij de productie van sommige vaccins gebruik wordt gemaakt van foetale cellijnen. Dit geldt ook voor verschillende vaccins tegen COVID-19. Bijvoorbeeld bij de vectorvaccins die in Nederland beschikbaar zullen komen. Bij de productie van de mRNA- en eiwitvaccins die in Nederland beschikbaar zullen komen, is geen gebruik gemaakt van menselijke cellijnen op basis van foetaal weefsel. Op npvzorg.nl/vaccinatie kunt u een overzicht vinden van de vaccins die waarschijnlijk in Nederland beschikbaar komen en of daarbij gebruik gemaakt is van menselijke cellijnen op basis van foetaal weefsel.

Ethische overwegingen rond het gebruik van vaccins die foetale cellijnen gebruiken in de productie vindt u in hoofdstuk 4.

Welke afwegingen zijn van belang?

Met de uitbraak van het coronavirus staat de discussie rondom vaccinatie in een ander licht dan eerst. Het gaat om een nieuw virus waartegen weinig mensen immuniteit hebben opgebouwd. Iedereen zal op enig moment voor zichzelf de vraag moeten beantwoorden: wil ik mij laten vaccineren tegen corona of niet? De discussie raakt dus iedereen. In tijden van een pandemie is de verantwoordelijkheid richting de kwetsbaren in de samenleving nog groter dan anders. De overwegingen vanuit hoofdstuk 7 zijn het daarom waard om nog eens rustig door te nemen met het oog op de bovenstaande vraag.

Daarnaast stonden we in hoofdstuk 4 stil bij het punt dat het afzien van bepaalde vaccins vanwege het gebruik van foetale cellijnen in de productie ervan, betekent dat je niet ‘kiest’ voor het bestrijden van leed dat zich in het heden kan voordoen. In de coronacrisis gaat het niet om leed dat zich kán voordoen, maar om daadwerkelijk leed op grote schaal. Vaccinatie is een belangrijk hulpmiddel om dat leed te beperken. Daarmee is de vaccinatievraag nu indringender dan ooit.

Spreek met mensen uit uw omgeving

Het kan helpend zijn om met mensen in uw omgeving over uw persoonlijke afwegingen te spreken, zoals uw man/vrouw, andere gezinsleden, vrienden of uw predikant of wijkouderling. Vaccineren gaat tenslotte niet alleen over u zelf, maar vindt ook plaats met het oog op de (kwetsbare) ander. En elke ouder staat tenslotte voor dezelfde keuze om kinderen te laten vaccineren. Tijdens de coronacrisis zullen velen dezelfde behoefte aan gesprek hebben als u, waar het gaat om het coronavaccin. Samen doorspreken betekent niet dat de ander verantwoordelijk wordt voor uw keuze. Ook maakt het u niet verantwoordelijk voor de keuze van de ander. Dit laatste is goed om te realiseren als verschillen in visie spanning geven in het onderlinge contact.

Neem de tijd om keuzes biddend te overwegen

Het lijkt wellicht tegenstrijdig om dit punt als laatste te noemen. Toch is dat een bewuste keuze, al zal het gebed bij de voorgaande stappen niet ontbreken. Maar ook na het zorgvuldig overwegen van alles wat u krijgt aangereikt, gaat het uiteindelijk om een bewuste keuze die u voor Gods aangezicht zal mogen maken. Hij belooft wijsheid aan wie wijsheid te kort komt (Jak. 1:5).

Vaccineren of niet?

door Bert & Christine Grootenhuis-Vuijk, huisartsen te Donkerbroek

De komende maanden komt er in Nederland steeds meer vaccin tegen Covid-19 beschikbaar. De meerderheid van de bevolking wil zich waarschijnlijk wel laten vaccineren. Toch heerst er ook twijfel.

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 15 januari 2021, haalt de hoofdredacteur, die zichzelf atheïst noemt, de beroemde filosoof-theoloog G.K. Chesterton aan: “When men choose not to believe in God…they become capable of believing in anything.” (“Als mensen ervoor kiezen niet in God te geloven … staan ze er open voor om overal in te geloven.”)  Hij denkt dus dat desinformatie en complotdenken in een gelovige samenleving minder kans maakt.  Prachtig, zou je zeggen als christen, wat fijn dat een atheïst dit zo ziet. Maar klopt het? Wij zingen dan wel uit volle borst: “Je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm te keer, leg maar gewoon je hand in die van onze Heer”, maar toch zijn er ook christenen die erg wantrouwig staan tegenover het coronavaccin. Het zou te snel ontwikkeld zijn en niet veilig.                                                                                   

Over de vaccins

De vaccins van Pfizer en Moderna die nu al op de markt zijn gekomen, zijn mRNA vaccins. Het gaat hier om een klein stukje eiwit, een kenmerkende code uit een uitsteeksel van het corona virus, dat in een vetbolletje is gezet. Zo kan het de spiercel binnenkomen, waardoor onze eigen afweer leert om het coronavirus te vernietigen. Het mRNA wordt snel afgebroken en komt niet in de kern van de cel waar ons DNA ligt. Het is een zeer effectieve methode en geeft, na een tweede prik, een ongekend hoge bescherming, ook bij ouderen. Die protectie duurt in ieder geval een aantal maanden maar misschien wel één of twee jaar. Sinds 29 januari is ook het Astra- Zeneca/Oxford-vaccin vrijgegeven. Bij dit vaccin ligt het mRNA verpakt in een geïnactiveerd verkoudheidsvirus. Het werkingsprincipe is vergelijkbaar met de eerste twee vaccins. De beschermingsgraad is wel iets lager, waarschijnlijk rond de 60%, maar het beschermt bijna 100% tegen  ziekenhuisopname en overlijden ten gevolge van Covid-19. Overal op de wereld wordt nauwkeurig bijgehouden of er toch onverwachte bijwerkingen worden gezien. Dit zal dan meteen publiek worden gemaakt om te voorkomen dat er mensen onnodig ziek worden. De snelle ontwikkeling van de vaccins was mogelijk door een unieke samenwerking tussen wetenschappers, fabrikanten en versnelde en tussentijdse controles door het Europees Geneesmiddelenbureau en het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

Over corona en de griep

Maar, wordt er gezegd, is corona niet gewoon een soort heftige griep ? Zoveel meer mensen zijn toch niet gestorven en de overledenen waren toch al heel oud? Volgens het CBS zijn in 2020 in Nederland 162.000 inwoners overleden, ruim 15.000 meer dan werd verwacht. Sinds de Tweede Wereldoorlog is een dergelijke stijging niet meer waargenomen. Kijk ook eens naar de volgende RIVM grafiek. Heel duidelijk is te zien dat er na de eerste besmettingsgolf in het voorjaar van 2020 een abnormaal hoge piek optrad. Gevolgd door een tweede fase met steeds hogere pieken. Het gaat dus om een duidelijke oversterfte want normaal moet de curve tussen de golvende lijntjes blijven.

Covid-19 is geen onschuldig virus. Vorig jaar was het een drama in met name Italië en Spanje, waar veel doden niet op tijd konden worden begraven. Nu komt de nog besmettelijker Britse variant hierheen. Het liep helemaal uit de hand in Engeland en Ierland. Ook wordt al gewaarschuwd voor een Zuid-Afrikaanse en een Braziliaanse variant en er zullen meer mutaties gaan komen. Gelukkig kan het vaccin binnen zes weken worden aangepast wanneer dat nodig is.  Wij mogen dus dolblij zijn met dit vaccin. Zo kunnen we onze naasten blijven ontmoeten. Je zou toch maar per ongeluk je oude buurvrouw besmetten als je haar een bezoekje komt brengen.

Zijn er dan geen gewone medicijnen om het virus te bestrijden, zoals Ivermectine of hydroxychloroquine? Want zo’n tablet is toch minder gevaarlijk dan een spuit in je lijf, denkt u misschien. Maar Ivermectine is een antiwormmiddel. In het Parool schreef Jop van Kempen (18 januari 2021): “Het is relatief goedkoop, veilig en zou een ernstig ziektebeloop van Covid-19 voorkomen. Maar Ivermectine is nog niet goed genoeg onderzocht voor groot gebruik, zegt internist-infectioloog Joost Wiersinga (Amsterdam UMC). ‘De wens dat het helpt is groot, net als eerder bij hydroxycholoroquine.’ Dat middel bleek niet effectief.”  Wormen zijn geen bacteriën en zeker geen virussen.

We leven in een geweldig rijk land met een ongekende vrijheid. Een land dat overvloeit van melk, bier en wijn. De Nederlanders zijn zelfs zo goed doorvoed dat meer dan de helft te zwaar is geworden. Ons land behoort tot de top van de wereld wat betreft gezondheidszorg. Maar nu dreigen onze ziekenhuizen overbelast te raken en kan het IC-personeel het niet meer aan. Gelukkig zijn er betrouwbare sites met Covid-19 informatie zoals die van het RIVM en Thuisarts.nl en ook topwetenschappers in het OMT die ons goed kunnen uitleggen wat er moet gebeuren. De adviezen van deze mensen kunnen we gerust vertrouwen.

Laten we nuchter zijn en een niet al te sterke mening hebben over zaken waar we niet voor hebben geleerd. “Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten? Maar gedraag je ook niet al te onrechtvaardig en wees niet overmatig dwaas. Waarom zou je sterven voor je tijd?” (Prediker 7:16-17). Als christenen hoeven we ons niet bang te laten maken door mensen die geloven in een complot, want wij geloven in God.

Bij dezen de oproep: laat je zo snel mogelijk inenten met het zeer effectieve en veilige coronavaccin. Zo beschermen je jezelf en daardoor ook je kwetsbare naaste.

Oog voor detail – januari 2021

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 3:1 + 5b-6 + 13-15

In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Juda. De mensen stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Maar Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’ Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in.

Drie details:

1/ Wanneer heb jij voor het laatste tegenover iemand je ongelijk erkend?

2/ Wanneer en waarom was jij het oneens met wat Jezus van je wilde?

3/ Hoe kun jij vandaag meewerken aan ‘Gods gerechtigheid’?

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – vrijdag

Lukas 3:21b-22

Toen ook Jezus was gedoopt en Hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.’

Drie details:

1/ Waar zou Jezus om gebeden hebben, denk je? Wat betekent dat voor jouw persoonlijke gebed?

2/ Wat merk jij vandaag van de Heilige Geest?

3/ Hoe geliefd voel jij je als kind van God?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – dinsdag

Markus 1:12-13

Meteen nadat Jezus gedoopt was dreef de Geest Hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar Hij door Satan op de proef gesteld werd. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor Hem.

Twee details:

1/ Welke ‘woestijn-ervaringen’ heb jij in je leven meegemaakt en welke plek hadden God en Satan daarin?

2/ Hoe stel jij het je voor dat God zijn engelen stuurt om voor jou te zorgen?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – vrijdag

Johannes 1:35-37 + 40-41

De volgende dag stond Johannes weer bij de Jordaan met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Eén van hen was Andreas, de broer van Simon Petrus. Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden (dat is Christus, ‘gezalfde’).

Twee details:

1/ Waar denk jij aan als Johannes Jezus ‘het lam van God’ noemt?

2/ Wie zou jij, net als Andreas, graag bij Jezus willen brengen?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – dinsdag

Lukas 3:7-8a + 10-14

Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: ‘Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn.’ De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’ Hij antwoordde: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.’ Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’ Ook soldaten kwamen hem vragen: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’

Twee details:

1/ Wat is jouw motivatie om goede dingen te doen?

2/ Welk praktisch advies zou Johannes de Doper aan jou geven?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – vrijdag

Johannes 3:27-30

Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.”  De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.’

Twee details:

1/ Wat is mooiste wat jij van God (‘door de hemel’ ) ontvangen hebt?

2/ Hoe blij kun jij zijn met het succes van anderen?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 11:2-6

Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de Messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar Jezus toe met de vraag: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan Mij geen aanstoot neemt.’

Twee details:

1/ Ben jij ook wel eens teleurgesteld in Jezus? Waar kwam dat door?

2/ Op welke verrassende manieren liet Jezus (iets van) Zichzelf aan jou zien?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – vrijdag

Matteüs 14:10-13a

Herodes gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het hem te vertellen. Toen Jezus hiervan hoorde, week Hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar Hij alleen kon zijn. 

Twee details:

1/ Wanneer wil jij het liefst even alleen zijn?

Ook de dag erna wil Jezus alleen zijn om op een berg in afzondering te bidden (Mat. 14:23).

2/ Durf jij al je wisselende gevoelens aan God te vertellen? Doe het vandaag maar!

Oog voor God – oog voor detail

We zitten nog steeds in een lockdown. Ik moet regelmatig denken aan dit vers: Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten. Ga met God en Hij zal met je zijn.

Dit lied zit vol verlangen. We missen de ontmoeting met elkaar, ook als christenen onderling. Geen kerkdiensten. Geen kringen. Geen jongerenactiviteiten. Geen bijbelgespreksavonden.

Dit lied zit ook vol bemoediging. Ga met God en Hij zal met je zijn. Dat geldt ook midden in corona-tijd. God is wél dichtbij. ‘Ik kom naar je toe,’ zegt Hij, ‘en als jij Mij zoekt, laat Ik mij vinden.’

Hoe God en Jezus naar ons toekomen is, als het erop aan komt, niet zo moeilijk. Zelfs de kleuters weten het basis-antwoord al: ‘Lees je Bijbel, bid elke dag.’ En als je verder bouwt op die basis, komen de kerkdiensten in beeld, en het luisteren naar prachtige christelijke muziek, en de verwondering over de schepping (natuur en techniek) en de onderlinge bemoediging in beeld.

Maar hoe hou je het vol om telkens weer God en Jezus op te zoeken? Vaste strukturen zijn daar erg behulpzaam bij. De drie R’s in de opvoeding gelden ook voor het geloof. Rust – Reinheid – Regelmaat

Rust: maak bewust tijd vrij voor God.

Reinheid: blijf Jezus altijd als Verlosser van je zonden en Vernieuwer van je leven zien.

Regelmaat: hou je aan Gods gebod om 1 op 7 te lopen en neem persoonlijk en als gezin elke dag een paar vaste momenten – bv. ’s morgens vroeg of aan de maaltijd of voor je weer gaat slapen.

Ik denk dat de meesten van ons hier niet zo goed in zijn. Gelukkig kun je elkaar stimuleren. Door samen uit de Bijbel te lezen en dat (via de app) met elkaar te delen. Of door gebedspunten aan elkaar toe te sturen. Of door aan elkaar een mooi lied doorgeven met een korte motivatie daarbij. Of … op heel veel andere creatieve manieren.

Aan het begin van de corona-crisis zei een jongere tegen mij: ‘Ik zou een mooi kort stukje uit de Bijbel met een vraag of een doordenker wel mooi vinden, want dat is iets positiefs tussen al die negatieve berichten.’ Dat was voor mij de aanleiding om met Oog voor detail te beginnen. Dat ging vanaf Goede Vrijdag / Pasen t/m eind augustus. Op weg naar Kerst heb ik dat weer opgepakt.

Vanaf dinsdag 5 januari doe ik daar aldoor met haar toestemming deze pentekening van Leni van Marion – Kraaijeveld bij. Op haar website mensbootje heeft zij heel veel van dit soort tekeningen staan.  Ik wilde er graag eentje van gebruiken, want God is zo groot, Hij deelt als Heilige Geest aan iedereen verschillende talenten uit. Zo versterken beeld en tekst elkaar.

Leni gaf me ook een uitleg van de tekening:

Vader, ik zie in deze tekening:
Een hart gevormd door twee duiven, als houden van elkaar.
Een klein hart als Uw Aanwezigheid.
Een kruis als geloof,
zo ook het blaadje van het nieuwe leven met Jezus,
gebracht door de duif (boven in), als de Heilige Geest.
Allemaal te zien in dat hart.
Het hele hart is in het licht van de vlam van het Pinkstervuur.
Hoop door het anker en daaraan houvast hebben.
Ook groei en bloei is er te zien in de bloem.
En tranen van verdriet, ook die horen bij het leven.
Een tekening over Geloof, Hoop en Liefde.
Vader, Dank U wel!!

Ik hoop dat de serie ‘Oog voor detail’ een bescheiden middel is om je te helpen oog voor God te blijven houden in deze bijzonder tijd. Als vervolg op deze blog verschijnt de serie ‘Oog voor detail’ van januari.

Toenemende verwarring over aantal zangers in de kerk

Onderstaand ‘draadje’ plaatste ik op Twitter.

Het #SKW adviseert met @diaconaal en @dienstebureau alle CGK/GKV/NGK-kerken over corona en noemt in ND 27-01 de ‘draai’ van 4 naar 1 zanger in de kerk “een discussie in de marge”. Een draadje a là @StefanPaas. @pknnl @mcbatenburg @rkkerk Here we go! 1/23 https://www.nd.nl/geloof/geloof/1016513/rondvraag-bij-kerken-zang-of-bezoekers-in-kerkdienst-en-veel-te

Disclaimer: ik ben blij met de meeste #corona-adviezen en vindt kerkgang en gemeentezang beslist onverstandig (zie https://ernstleeftink.wordpress.com/2020/10/29/vroom-ijdel-gebruik-van-de-naam-des-heren/). Maar een aanscherping die als ‘marginaal’ betiteld wordt, zorgt voor meer kerkelijke verdeeldheid en onnodige discussies in gemeentes. 2/23

We beginnen bij het begin: van 15 maart – 30 juni 2020 ging NL in lockdown. Alle kerken adviseerden vanwege de ernst van de situatie: zo veel mogelijk online-diensten en zingen alleen met een zanggroepje van max. 4 à 5 personen. 3/23

Op 23 mei schreef pastor en therapeut Philip Troost dat het coronavirus voor verdeeldheid zorgt tussen ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’. De teneur (de ‘wet van Troost’) zijn artikel: in tijden van crisis krijgen de preciezen altijd gelijk. 4/23 https://www.nd.nl/opinie/opinie/973418/virus-zaait-innerlijke-en-sociale-verdeeldheid

Vanaf 1 juli mochten er binnen de richtlijnen weer zoveel kerkgangers als het gebouw toeliet. De PKN-expertgroep ‘Zingen in de kerk’ gaf goed onderbouwd aan dat, mits ventilatie op orde en R-getal onder de 1, ook het zingen in kerk weer mogelijk was. 5/23 https://eerstehulpbijventilatie.nl/

De PKN bewoog mee met de ontwikkeling van het coronavirus o.b.v. de RIVM-cijfers. Dat deed CGK/GKV/NGK niet. Zij handhaafden het advies van april 2020: zoveel mogelijk online en geen gemeentezang. In een noot onderaan stond het advies van de expertgroep ‘Zingen in de kerk’ 6/23

Waarom CGK/GKV/NGK i.t.t. de PKN drie maanden lang hun advies niet bijstelden blijft een raadsel. ‘Je kunt niet zorgvuldig genoeg zijn’ bleef ook gelden toen er op verantwoorde wijze meer kon. De ’wet van Troost’ ging blijkbaar op. 7/23

In okt. 2020 gingen de cijfers snel omhoog. Op dringend advies van Grapperhaus riepen alle kerkgenootschappen via het CIO op om af te schalen naar onlinediensten of diensten met max. 30 bezoekers zonder gemeentezang, maar met hooguit 4/5 zangers. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/nieuws/2020/10/05/behoedzaam-vieren-van-geloof  8/23

Vóór Kerst gaat NL in een echte lockdown. Zowel de voorzitter van het CIO als Grapperhaus doen een dringende oproep om alleen onlinediensten te houden. Ze reppen met geen woord over het zingen van max. 4/5 zangers als een onverantwoorde actie. https://www.cioweb.nl/ 9/23

In de PKN Biddinghuizen gaat het goed mis als 18 kerkleden, deels senioren, op een doordeweeks dagdeel met z’n 18-en samen zingen m.h.o. op de kerstdienst. Twee leden van 80 en 84 overlijden. Ook in de PKN Julianadorp raken mensen besmet. ‘Mogelijk is zingen de boosdoener geweest.’ 10/23 https://www.noordhollandsdagblad.nl/cnt/dmf20210111_88010681

Noot: van de 18 aanwezigen zongen er resp. 8 en 5 in twee groepjes met een pauze incl. ventilatie. De overigen waren ter ondersteuning aanwezig.

Je zou verwachten dat de PKN in het geval van Biddinghuizen zou uitspreken het te betreuren dat men zich niet nauwgezet aan de strikte richtlijnen van max. 4/5 zangers en max. één samenkomst per dagdeel zou hebben gehouden. En dat ook voor het overige tijdens de online-diensten alle maatregelen strikt gehanteerd moeten worden. 11/23

Het tegendeel gebeurde: op 13 januari gaat de PKN door de bocht. Zonder oproep van de overheid en zonder overleg binnen het CIO met de overige kerken adviseert men om met onmiddellijke ingang “tijdens de kerkdienst in het geheel niet te zingen.” 12/23 https://www.protestantsekerk.nl/nieuws/dringend-advies-gedurende-verlengde-lockdown-niet-zingen-tijdens-kerkdienst/ 

De reden voor deze draai ligt niet in objectieve cijfers (besmettingen dalen van 13.000 op 20-12 naar 3.997 op 26-01 = 70%) en het R-getal is sinds 14-12 onder de 1. Angst voor imagoschade en voor de Britse variant zijn het argument. De ‘wet van Troost’ treedt in werking. 13/23

De RK-kerk ziet geen redenen om het beleid (geen samenzang en max. 4 zangers) te veranderen. “Wij denken dat onze geldende maatregelen streng en strikt genoeg zijn op grond van wat we nu weten.” 14/23 https://www.trouw.nl/religie-filosofie/de-pkn-adviseert-helemaal-niet-meer-te-zingen-in-de-kerk~bf067722/

Ook de CGK/GKV/NGK scherpt op 15-01 haar advies m.b.t. zangers niet aan, dus houdt het bij “wat minimaal nodig is”. De invulling wordt  aan de plaatselijke kerken overgelaten. 15/23  https://diaconaalsteunpunt.nl/nieuws/het-land-op-slot-hoe-zit-het-met-kerken/ 

Plotseling verschijnt er op 21-01 een update en gaan CGK/GKV/NGK ook door de bocht. Het bijgestelde advies wordt nu: max. 1 zanger. De reden: er wordt gevraagd wat ‘minimaal’ inhoudt. Zonder inhoudelijke argumenten krijgen opeens meest preciezen gelijk. 16/23 https://www.steunpuntkerkenwerk.nl/corona-update-21-januari-2021/

Op 22-01 laat de RK nogmaals weten: “Het maximum aantal zangers was al eerder vastgesteld op vier en dat blijft het maximum.” Terecht, want (op één PKN na) zijn nergens zondagse besmettingen gemeld. Ook de overheid heeft niet om aanscherping gevraagd. 17/23 https://www.rkkerk.nl/r-k-kerk-verstrekt-via-bisdommen-werkgeversverklaring-voor-gebruik-tijdens-avondklok/

Dus CGK/GKV/NGK vermeldt in de zomer een deskundig advies om onder zorgvuldige voorwaarden kerk te kunnen zingen drie maanden lang niet als update, terwijl een strikt kerkbreed advies (max. 4 zangers) dat maanden lang goed functioneert, binnen één week wordt aangescherpt. 18/23

De situatie is nu: de RK is nuchter gereformeerd (de regel van max. 4 zangers voldoet prima), de PKN is roomser dan de paus (uit angst en voorzorg terug 0 zangers) en bij de gereformeerden is het vlees (max. 4) noch vis (max. 0). 19/23

Nog geen vijf dagen later noemt het SKW dit “een discussie in de marge”. Het tegendeel is waar. De bijstelling ‘max. één zanger’ is een zeer dringend en daarmee dwingend advies die kerken weinig ruimte biedt het zorgvuldige advies van 15/12 en RK (max. 4) te handhaven. 20/23

Hier lijkt de ‘wet van Troost’ op te gaan: er wordt onnodig expliciet gekozen voor een eenzijdige invulling waardoor landelijk de kerkelijke verdeeldheid en plaatselijk de polarisatie toeneemt, omdat de meest strikte preciezen zich in hun gelijk gesterkt voelen. 21/23

Het zou de CGK/GKV/NGK sieren deze ‘marginale’ update in te trekken. Pas als objectief gezien het aantal besmettingen zo hard gestegen is en het R-getal boven de 1 komt, is er aanleiding om gezamenlijk als kerken het huidige, zorgvuldige advies aan te scherpen. 22/23

En dan alleen nog als er in meerdere onlinediensten besmettingen voorkomen die aantoonbaar veroorzaakt worden door de max. 4 zangers. Laten we tot die tijd vooral samen de huidige maatregelen heel strikt handhaven. En voor wie dat niet precies genoeg vindt: blijf en kijk thuis. 23/23

Naschrift: “I am no longer a slave of fair, I am a child of God” – dus ik ben voorzichtig én stel mijn vertrouwen op God. https://www.youtube.com/watch?v=f8TkUMJtK5k

Johannes de Doper adviseert: ‘Koop je digitaal? Doe dat dan lokaal!’

De meeste winkels zijn vanwege de lockdown gesloten. Dus bestellen we heel veel via internet. Dat is lekker makkelijk. En goedkoop. Vooral als je bij de Nederlandse, Amerikaanse of Chinese giganten iets bestelt.

Hoe wenselijk en hoe christelijk is dat? Een antwoord op die vraag vind je bij Johannes de Doper. “Laat je geloof niet bij woorden blijven, maar zet het om in daden.” Dat is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij Johannes de Doper. Die riep de mensen toch vooral op om tot inkeer te komen en het weer goed te maken met God?

Johannes predikte een doop van bekering tot vergeving van zonden. (Lukas 3 vers 3)

Dat klopt. Maar daarmee ben je er niet, zegt Johannes erbij. Dat is net even te gemakkelijk. Vernieuwing van je hart vraagt ook om verandering van je leven. Anders geloof je alleen maar voor jezelf om straks in de hemel te komen. Jezelf christen noemen is niet voldoende. Leven zoals God dat wil hoort daar ook bij.

Breng dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden.

Door daden moet u tonen dat u een nieuw leven bent begonnen. (Lukas 3:8)

“Maar, beste Johannes, wat betekent dat konkreet? Wat verwacht de Messias van mij als ik Hem als christen echt volgen wil? Want dat ik me door jou moet laten dopen als blijk van mijn bekering, dat snap ik wel. Maar hoe moet ik mijn geloof in de praktijk brengen en laten zien in mijn levensgedrag? Wat moet ik DOEN?

De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’

Ook tollenaars vroegen: ‘Meester, wat moeten wij doen?’

Ook soldaten vroegen: ‘En wij? Wat moeten wij doen?’ (Lukas 3:10, 12a, 13a)

Het antwoord van Johannes is opvallend praktisch. Als christen hoef je geen buitengewone dingen te doen om indruk mee te maken. Nee, denk om de armen, ga goed met je geld om en heb respekt voor je medemens.

Tegen de mensen antwoordde hij: ‘Wie twee hemden heeft, moet er een geven aan iemand die er geen heeft en wie te eten heeft, laat die ook delen.’

Tegen de tollenaars zei hij: ‘Vraag niet meer dan het vastgestelde tarief.’

Tegen de soldaten zei hij: ‘Beroof niemand, pers niemand iets af, maar wees tevreden met uw soldij.’ (Lukas 3:11, 12b, 13b)

Vandaag houdt Johannes de Doper mij daarmee een spiegel voor. Welke hele gewone opdracht zou Johannes de Doper mij vandaag geven om te laten zien dat mijn geloof niet in mooie woorden blijft steken? Opeens hoorde ik in mijn gedachten Johannes de Doper zeggen: ‘Koop je digitaal? Doe dat dan lokaal!’

Zou dat in deze corona-tijd niet één van die praktische daden kunnen zijn waarmee je als christen het verschil kunt maken?

Het kerkschip van de GKV verlaten – is dat te driest gedrost?

Rond de jaarwisseling stond in het blad Onderweg, dat de emeritus-predikanten Henk Drost en Alko Driest niet langer lid willen blijven van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Henk Drost heeft zich aangesloten bij één van de twee nieuw-vrijgemaakte kerkverbanden en Alko Driest weet nog niet waar hij zich bij aan zal sluiten. Met beiden heb ik contact gehad n.a.v. hun vertrek en over hun persoonlijke motivatie zal ik niet verder uitweiden. Wat ik hieronder signaleer is gaat niet over hun persoonlijke afwegingen, maar is mijn taxatie van de mix aan redenen waarom mede-broeders en – zusters uit diepe verontrusting de GKV verlaten hebben en nog steeds verlaten.

Wie geen vreemdeling in Jeruzalem is voelt wel aan dat het herhaalde besluit (2017 en 2020) om vrouwen toe te laten tot de ambten bij veel oud-GKV’ers het laatste duwtje is geweest voor deze stap. Daarachter ligt een grotere moeite, namelijk hoe er wordt omgegaan met het gezag van de Bijbel, zowel in de prediking als in de christelijke levensstijl. Blijkbaar vinden predikanten en kerkleden die uit verontrusting de vrijgemaakte kerk verlaten, dat de GKV op die twee punten zo weinig gereformeerd meer is, dat je het kerkschip wel moet verlaten.

Het gevoel speelt ook een rol

Dat vind ik persoonlijk erg jammer. En ook, met alle respect voor ieders persoonlijke keus, net iets te gemakkelijk. Ik vergelijk het met de toename van het aantal echtscheidingen in de afgelopen jaren. Daar krijg je als gemeentepredikant behoorlijk wat van mee. En eigenlijk kun je bij elke specifieke situatie nooit zeggen: ‘Dit stel ging heel gemakkelijk uit elkaar.’ Nee, het gaat altijd met verdriet en pijn gepaard. Maar als je alle echtscheidingen op een rijtje zet, zie je wel een rode lijn, namelijk: echtparen gaan gemakkelijker uit elkaar dan 20-30 jaar geleden, ongeacht de bijbelse oproepen van Mozes, Jezus en Paulus om toch echt te proberen bij elkaar te blijven. (zie hierover mijn blog Echtscheiding – alle seinen staan op groen).

Als het om kerkverlating vanuit verontrusting gaat, zie ik hetzelfde. Individueel is het altijd een moeilijke stap die met pijn in het hart genomen wordt. Maar als je alle overstappen naast elkaar zet, zie je als rode draad, dat de eigen overtuiging over wat gereformeerd is belangrijker gevonden wordt dan waar we samen als gereformeerde kerken en christenen voor willen staan. ‘Ik voel me niet meer thuis in mijn eigen kerk(verband)’ is vaker een oorzaak dan men zelf toegeven wil. Toen prof. Jochem Douma een aantal jaren geleden de GKV verliet, noemde ik dat in mijn blog Een mix van principe en heimwee.

Geduld en acceptatie

Eén ding vind ik vooral pijnlijk aan het vertrek van gemeenteleden en predikanten die jarenlang met hun gaven hun plaatselijke gemeente en het kerkverband gediend hebben. Ze laten daarmee blijken dat ze niet hetzelfde geduld kunnen opbrengen als al die gemeenteleden en predikanten die wel blij zijn met een aantal ontwikkelingen in de GKV sinds half jaren ’90. Toegegeven: uit onvrede over het strakke vrijgemaakte exclusivisme zijn die 25 jaar ook kerkleden vertrokken. Maar er zijn er meer die uit liefde en loyaliteit gebleven zijn, ook al waren ze al die jaren vóór de vrouw in het ambt, misten ze in de prediking de persoonlijke component (de ‘weerklank’ om het met prof. Trimp te zeggen) en waren ze het niet eens met rigide kerkelijke praktijken zoals onttrekkingen (zelfs als je CGK of NGK werd), niet mogen trouwen in de kerk als je allebei geen belijdend lid van de GKV was) en het oeverloos gediskussieer over hoeveel gezangen er uit het Liedboek gezongen mochten worden. Deze minderheid schikte zich naar de meerderheid omdat de meesten van hen beseften: uiteindelijk gaat het niet om dit soort dingen. Het gaat om de vraag of Christus op een gereformeerde manier gepredikt wordt en of we daar samen op aanspreekbaar willen zijn in ons dagelijks leven.

Nu zijn de rollen omgedraaid. De meerderheid is in veel opzichten de minderheid geworden. Dat voelt onprettig als je altijd tot de meerderheid behoord hebt. Als je dan overstapt, geef dan eerlijk toe dat nostalgie ook een belangrijke rol meespeelt.

De predikant als kapitein

Wat ik vooral bij predikanten die overstappen mis, is het besef dat je geroepen bent om Gods Woord trouw te blijven verkondigen, ook als het kerkschip in zwaar weer terecht gekomen is. Dat laatste ontken ik namelijk niet. De mentaliteit van de westerse maatschappij is als een orkaan die alle kerken op hun grondvesten doet schudden en alle christenen van hun fundament Christus af wil blazen.  Dat leidt tot spanning tussen ‘kerk’ en ‘samenleving’. En tot de spanning tussen ‘veelkleurigheid’ en ‘herkenbaar gereformeerd’. Het kerkschip van GKV+NGK deint naar mijn inschatting wel wat te gemakkelijk mee op de golven van de samenleving. Andere kerkverbanden lijken meer op een kerkvloot waar men uit elkaar drijft omdat de meerderheid de minderheid geen enkele ruimte wil bieden om een iets bredere koers te varen.   

Er zijn dus spanningen binnen de GKV. En we varen samen vrij unaniem een bepaalde koers die je best zorgelijk kunt vinden. Maar ik begrijp niet waarom sommige kapiteins dan het kerkschip verlaten. Zijn de GKV-kerken dan zo erg uit koers geraakt, dat onze Stip op de horizon, ons Oriëntatiepunt waar we naartoe willen geheel verdwenen is? En dat ons objectieve Kompas hebben ingeruild voor de subjectieve deskundigheid van elke willekeurige kapitein? Ik geloof daar niets van. Maar ik ben ook maar één iemand. Anderen ervaren het heel anders. Samen vormen we dat kerkschip.  

Is het een oplossing om, als je niet meer blij gereformeerd kunt zijn binnen de GKV, het kerkschip te verlaten en aansluiting te zoeken bij een nieuw-vrijgemaakt kerkverband dat sinds 2009 is ontstaan en waarvan de synode op 1 okt. 2016 weliswaar uitspreekt dat eenheid en eenvormigheid niet met elkaar gelijk gesteld mogen worden, maar tegelijk bindend voorschrijft dat alle plaatselijke kerken in hun erediensten niets anders mogen zingen dan de 150 Psalmen en 41 Gezangen van het Gereformeerd Kerkboek 1984 + een selectie van 36 liederen (inclusief het verbod op het zingen van vers 5 van ‘Eens als de bazuinen klinken’ en de verzen 6-9 van ‘Neem mijn leven, laat het, Heer’) Of om over te stappen naar een Gereformeerde Bondsgemeente binnen een hotelkerk waar de pluraliteit vele malen groter is dan binnen het kerkverband waar je je gevoelsmatig en theologisch niet meer thuis voelt?

In de Bijbel lees ik, dat er eens een koning was (Joas) die van een profeet  (Elisa) de opdracht kreeg om een pijl af te schieten als overwinningsteken van de HEER in de oorlog tegen de vijanden van Gods volk. Daarna moest Joas met de overgebleven pijlen op de grond stampen. Dat deed hij drie keer. Elisa werd woedend en riep: ‘Had maar vijf of zes keer geslagen!’ (2 Koningen 13:14-19)

De ouderling, de professor en Calvijn

Persoonlijk heb ik erg veel waardering voor een ouderling die tegen mij zei:

‘Ik ben erg verontrust. Ik kan niet meer dienen in het ambt. Maar weggaan mag en wil ik niet. Want dat is geen optie als je lijdt aan de kerk. Dan moet je op je post blijven en je daar inzetten, waar Christus je nog steeds roept.’

Ook herinner ik me een interview van prof. dr. J. van Bruggen in het Reformatorisch Dagblad (16-12-2016). De interviewer probeert hem tot uitspraken over de ontwikkelingen in de GKV te verlokken, maar daar gaat Van Bruggen niet op in. Hij benadrukt iets anders:

U bent uit volle overtuiging gereformeerd vrijgemaakt.

„Daar ben ik niet trots op. Wel heb ik van harte het goede voor deze kerk gezocht. Maar de vraag is niet goed gesteld. Niemand heeft bij zijn geboorte voor de ene of andere kerk gekozen. Aan niemand wordt bij de geboorte gevraagd of hij rooms-katholiek, Russisch-orthodox of oud gereformeerd wil zijn. Je kunt ook niet zeggen dat je liever andere ouders zou hebben gehad. Het is de mens niet gegeven om zijn eigen kerk uit te kiezen. Die krijg je toegewezen. We zijn maar eenvoudige mensjes en we worden allemaal van Hogerhand ergens geplaatst. En die plaats heb ik getrouw willen innemen. Trouw zijn is hier het sleutelwoord. Ontrouw is een ziekte van onze tijd.”

In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt is veel aan de hand. Er is veel wat ver­anderd.

„Dat is op dit moment van meer kerken te zeggen, nietwaar? Veel is aan het schuiven, maar ik wil voor mezelf voorkomen dat deze dingen gaan afleiden van de kern van de zaak. Dat zou vervalsing van het perspectief zijn.”

En die kern van de zaak is…?

„Strijdt om in te gaan.”

Tenslotte moet ik denken aan de woorden van Calvijn uit zijn Institutie. Vorig jaar rond deze tijd werden die op de Generale Synode geciteerd door de synodecommissie BBK die zich bezig hield met de Betrekkingen met de Buitenlandse Kerken. Die waren heel kritisch over de koers van de GKV. Sommigen hadden de zusterkerkrelatie al verbroken, anderen zouden dat zeker doen als de vrouw in het ambt gehandhaafd bleef. De commissie BBK, waar ik zelf lid van was, riep op om elkaar te blijven erkennen als kerken van Christus met een beroep op Calvijn:

“Volgens mij is de zuivere bediening van het Woord en het zuivere gebruik en de zuivere bediening van de sacramenten dus een duidelijk bewijs dat we een gemeenschap waarin die beide aanwezig zijn, veilig als echte kerk kunnen accepteren. De betekenis daarvan gaat zo ver dat we zo’n kerk nooit mogen afwijzen zolang ze die beide dingen vasthoudt. Zelfs al zit ze verder vol fouten. Sterker nog, er kan zelfs in de bediening van de leer of van de sacramenten een fout sluipen, zonder dat we ons daarom van haar gemeenschap mogen vervreemden. (…) De apostel Paulus zegt: ‘Laten wij daarom, zovelen als er volmaakt zijn, hetzelfde denken. Als jullie iets anders denken, dan zal God jullie ook dat openbaren.’ (Filippenzen 3:15)  Maakt Paulus daarmee niet voldoende duidelijk dat verschil van mening over dingen die niet zo nodig zijn, tussen christenen geen reden mogen zijn om uit elkaar te gaan? (…) Maar het is niet mijn bedoeling om hiermee zelfs maar de kleinste dwalingen in bescherming te nemen, alsof ik zou vinden dat die vriendelijk door de vingers gezien zouden mogen worden. Nee, ik bedoel dat we de kerk niet zomaar, om een of ander klein meningsverschil, mogen verlaten. Als in die kerk maar de gezonde leer van ons behoud bewaard blijft, waarin de vroomheid ongeschonden overeind staat. En als de sacramenten er maar gebruikt blijven worden zoals de Heer die heeft ingesteld. En als we dan ondertussen maar ons best doen om te corrigeren waar we ontevreden over zijn, dan doen we onze plicht.”  (Calvijn – Institutie deel IV hoofdstuk 1, paragraaf 12 – vertaling Gerrit Veldman).

Het kerkschip biedt behouden vaart als Christus aan het roer blijft staan, met de Bijbel en de Heilige Geest als kompas. Naar mijn mening is dat binnen de GKV nog steeds zo en wordt er in veel gevallen te driest gedrost.

‘Stille nacht, heilige nacht’ in een nieuw jasje

Een van de meest bekende liederen die met Kerst gezongen wordt is ‘Stille nacht, heilige nacht’. Het heeft, om in de stijl van de Nederlandse tekst te blijven, miljoenen mensen een zalige Kerst bezorgd. Toch is de tekst van dit prachtige kerstlied wat aan de ouderwetse kant. Volgens een onderzoek vinden veel mensen dat niet erg. Het gaat hen om de bekende klanken. Maar het is ook belangrijk om te begrijpen wat je zingt. Dus daarom een nieuwe, eigentijdse versie van ‘Stille nacht’ die net zo concreet de betekenis van de geboorte van Jezus Christus bezingt.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat een kind, onverwacht,
vrede brengt voor wie leeft onder druk
en voor ouders een dieper geluk.
Vrede brengt ons het kind.
Vrede brengt ons het kind.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat Gods plan, eens bedacht,
nu door engelen juichend in koor
wordt bezongen – zij geven het door:
Jezus, Redder en Heer.
Jezus, Redder en Heer.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat Gods Zoon, vol van pracht,
zo eenvoudig het leven begint,
maar straks duivel en dood o
verwint.
Prijs nu Christus als Heer.
Prijs nu Christus als Heer.

Mag je als predikant zelf bepalen in welke andere kerken je officieel voorgaat?

Dominees uit de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken mogen sinds begin december ook in de Protestantse Kerk in Nederland preken. Eind oktober hadden GKV/NGK het omgekeerde al besloten: PKN-predikanten die zich “gebonden [weten]  aan de leer van de Bijbel zoals beleden in de gereformeerde belijdenissen” mogen voorgaan in GKV- en NGK-kerkdiensten als de eigen gemeente hiermee instemt.

Misschien dat dit besluit sommigen overvalt. De PKN is toch een plurale kerk waarin vrijzinnigheid en orthodoxie allebei een legitieme plek hebben? Hoe kun je daar dan als gereformeerde dominee Gods Woord brengen? En omgekeerd: hoe weet je zeker dat een PKN-predikant op een vrijgemaakte kansel voluit Gods Woord brengt? Nou, dat kan dus als je samen het geloof deelt in God als Schepper en Vader, Jezus Christus als Verlosser en Heer en de Heilige Geest als Vernieuwer en Motivator, zoals de Bijbel daarover spreekt en zoals de Drie Formulieren van Eenheid dat naspreken.

Want de verschillen in kerkvisie zijn minder belangrijk dan de eenheid in geloof.  Met dit besluit lopen GKV en NGK weer in de pas met de CGK. Die besloten in 2013 al dat alle predikanten uit de PKN die zich “in de uitoefening van hun ambt verbonden hebben aan de gereformeerde belijdenissen” ook mogen worden uitgenodigd om in de CGK te preken (bron: Reformatorisch Dagblad)

De gezamenlijke landelijke vergadering van GKV en NGK sprak ook uit dat een predikant die voorgaat in een PKN-gemeente dat in goed overleg met de eigen kerkenraad doet.

Deze formulering stond niet in het oorspronkelijke voorstel van Deputaten Kerkelijke Eenheid (GKV) en de Commissie Contact en Samenspreking (NGK). Die hadden het vrijblijvender geformuleerd, namelijk: Predikanten zijn gerechtigd op verzoek voor te gaan in een PKN-gemeente na daarvan mededeling te hebben gedaan aan hun kerkenraad.

De motivatie hierachter was, dat een predikant als dienaar van Gods Woord overal waar hij (of zij) de gelegenheid krijgt, het Evangelie van Jezus Christus mag brengen. Dat hoort bij zijn persoonlijke roeping, dus een kerkenraad mag dat zijn predikant niet verbieden.

Persoonlijk was ik het hier niet mee eens. Elke predikant is allereerst verbonden aan de eigen gemeente. Samen met de ouderlingen geeft hij  geestelijke leiding aan de gemeente. De kerkenraad is ook verantwoordelijk voor de eenheid in de gemeente. Het bewaren van die eenheid is belangrijker dan de persoonlijke wens van een dominee om, als hij daarvoor gevraagd wordt, buiten het eigen kerkverband voor te gaan. Als er zo’n verzoek komt, hoort de predikant dat eerst aan zijn kerkenraad voor te leggen.  En wel om twee redenen:

1/ Een predikant gaat nooit op persoonlijke titel uit preken. Hij staat daar altijd als vertegenwoordiger van de vrijgemaakte kerk, zelfs als het geen officiële kerkdienst is.

In mijn eerste gemeente, de GKV pp Zaamslag, werd sinds de jaren ’60 op 24 december een kerstnachtdienst gehouden. Het was een persoonlijk initiatief van de net opgerichte ‘Commissie Volkskerstzangavonden’. De eerste keer deden de hervormde, de synodale en de vrijgemaakte dominee mee. Meteen daarop schreef de hervormde predikant een roerend stuk over de eenheid tussen de samenwerkende kerken die nu ontwaakt was, met als gevolg dat de vrijgemaakte kerkenraad zei: deze eerste keer is meteen ook de laatste keer geweest, want we zijn het als drie kerken over veel zaken zo fundamenteel oneens, dat we op de kerstavond niet een begin van kerkelijke eenheid willen suggereren. Begin jaren ’90 vroegen de hervormde en synodale dominee mij om weer mee te doen. Toestemming vragen aan de kerkenraad was niet nodig, zeiden ze, want de kerstnachtdienst was immers nog steeds een persoonlijk initiatief? Dat kan wel waar zijn, zei ik toen, maar als ik mee doe, zegt iedereen: kijk, de vrijgemaakte dominee doet ook weer mee! Dus heb ik eerst aan de kerkenraad gevraagd wat ze daarvan vonden. Geen enkel probleem, zeiden de mannenbroeders, want de hervormde en synodale predikant zijn allebei bijbelgetrouwe voorgangers.

2/ Mijn volgende gemeente was die van Nijmegen. Die is in pas als één van de laatste kerken in november 1969  uit elkaar gevallen in een GKV en een NGK, omdat de toenmalige predikant drie jaar lang het dringende advies van de kerkenraad naast zich neerlegde om loyaal te zijn aan het kerkenraadsbesluit om  samen binnen het kerkverband te blijven. Dat wilde deze predikant niet. Hij  bleef volhouden dat hij overal waar hij geroepen werd, Gods Woord mocht brengen, ongeacht de mening van de kerkenraad. Daarmee brak hij de eenheid binnen zijn eigen gemeente op. Net als in de jaren ervoor verschillende vrijgemaakte dominees zonder enige vorm van overleg met de eigen kerkenraad voorgingen in een synodale kerkdienst. Mede als gevolg van zulk eigenmachtig optreden is de breuk tussen GKV en NGK ontstaan.

Zulke solistische akties van predikanten met een te groot roepingsbesef naar buiten toe en een te klein verantwoordelijkheidsgevoel voor de eenheid van de eigen gemeente moet je als synode / landelijke vergadering niet de ruimte geven door te zeggen: ‘U mag overal voorgaan waar u wilt, dominee, als u het maar even meldt bij uw kerkenraad.’

Vandaar mijn voorstel om uit te spreken: Predikanten zijn gerechtigd op verzoek voor te gaan in een PKN-gemeente na daarvoor instemming van hun kerkenraad gekregen te hebben.

Een meerderheid van de afgevaardigden vond dit net even te strak geformuleerd. Want wat is dan nog de vrijheid en de ruimte die een predikant heeft om als dienaar van het Woord het Evangelie te brengen als hij daarvoor uitgenodigd wordt?

Dus kwam een andere afgevaardigde, ds. Wim van Wijk, met een andere voorstel dat uiteindelijk unaniem aangenomen is:  Wanneer een NGK-GKV predikant voorgaat in een PKN-gemeente, gebeurt dat in goed overleg met de eigen kerkenraad.

Met die uitkomst kan ik goed leven (anders was het ook niet een unaniem besluit geweest :-). Want wat in goed overleg tot stand komt, dient ook altijd de eenheid in de eigen gemeente.