Toenemende verwarring over aantal zangers in de kerk

Onderstaand ‘draadje’ plaatste ik op Twitter.

Het #SKW adviseert met @diaconaal en @dienstebureau alle CGK/GKV/NGK-kerken over corona en noemt in ND 27-01 de ‘draai’ van 4 naar 1 zanger in de kerk “een discussie in de marge”. Een draadje a là @StefanPaas. @pknnl @mcbatenburg @rkkerk Here we go! 1/23 https://www.nd.nl/geloof/geloof/1016513/rondvraag-bij-kerken-zang-of-bezoekers-in-kerkdienst-en-veel-te

Disclaimer: ik ben blij met de meeste #corona-adviezen en vindt kerkgang en gemeentezang beslist onverstandig (zie https://ernstleeftink.wordpress.com/2020/10/29/vroom-ijdel-gebruik-van-de-naam-des-heren/). Maar een aanscherping die als ‘marginaal’ betiteld wordt, zorgt voor meer kerkelijke verdeeldheid en onnodige discussies in gemeentes. 2/23

We beginnen bij het begin: van 15 maart – 30 juni 2020 ging NL in lockdown. Alle kerken adviseerden vanwege de ernst van de situatie: zo veel mogelijk online-diensten en zingen alleen met een zanggroepje van max. 4 à 5 personen. 3/23

Op 23 mei schreef pastor en therapeut Philip Troost dat het coronavirus voor verdeeldheid zorgt tussen ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’. De teneur (de ‘wet van Troost’) zijn artikel: in tijden van crisis krijgen de preciezen altijd gelijk. 4/23 https://www.nd.nl/opinie/opinie/973418/virus-zaait-innerlijke-en-sociale-verdeeldheid

Vanaf 1 juli mochten er binnen de richtlijnen weer zoveel kerkgangers als het gebouw toeliet. De PKN-expertgroep ‘Zingen in de kerk’ gaf goed onderbouwd aan dat, mits ventilatie op orde en R-getal onder de 1, ook het zingen in kerk weer mogelijk was. 5/23 https://eerstehulpbijventilatie.nl/

De PKN bewoog mee met de ontwikkeling van het coronavirus o.b.v. de RIVM-cijfers. Dat deed CGK/GKV/NGK niet. Zij handhaafden het advies van april 2020: zoveel mogelijk online en geen gemeentezang. In een noot onderaan stond het advies van de expertgroep ‘Zingen in de kerk’ 6/23

Waarom CGK/GKV/NGK i.t.t. de PKN drie maanden lang hun advies niet bijstelden blijft een raadsel. ‘Je kunt niet zorgvuldig genoeg zijn’ bleef ook gelden toen er op verantwoorde wijze meer kon. De ’wet van Troost’ ging blijkbaar op. 7/23

In okt. 2020 gingen de cijfers snel omhoog. Op dringend advies van Grapperhaus riepen alle kerkgenootschappen via het CIO op om af te schalen naar onlinediensten of diensten met max. 30 bezoekers zonder gemeentezang, maar met hooguit 4/5 zangers. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/coronavirus-covid-19/nieuws/2020/10/05/behoedzaam-vieren-van-geloof  8/23

Vóór Kerst gaat NL in een echte lockdown. Zowel de voorzitter van het CIO als Grapperhaus doen een dringende oproep om alleen onlinediensten te houden. Ze reppen met geen woord over het zingen van max. 4/5 zangers als een onverantwoorde actie. https://www.cioweb.nl/ 9/23

In de PKN Biddinghuizen gaat het goed mis als 18 kerkleden, deels senioren, op een doordeweeks dagdeel met z’n 18-en samen zingen m.h.o. op de kerstdienst. Twee leden van 80 en 84 overlijden. Ook in de PKN Julianadorp raken mensen besmet. ‘Mogelijk is zingen de boosdoener geweest.’ 10/23 https://www.noordhollandsdagblad.nl/cnt/dmf20210111_88010681

Noot: van de 18 aanwezigen zongen er resp. 8 en 5 in twee groepjes met een pauze incl. ventilatie. De overigen waren ter ondersteuning aanwezig.

Je zou verwachten dat de PKN in het geval van Biddinghuizen zou uitspreken het te betreuren dat men zich niet nauwgezet aan de strikte richtlijnen van max. 4/5 zangers en max. één samenkomst per dagdeel zou hebben gehouden. En dat ook voor het overige tijdens de online-diensten alle maatregelen strikt gehanteerd moeten worden. 11/23

Het tegendeel gebeurde: op 13 januari gaat de PKN door de bocht. Zonder oproep van de overheid en zonder overleg binnen het CIO met de overige kerken adviseert men om met onmiddellijke ingang “tijdens de kerkdienst in het geheel niet te zingen.” 12/23 https://www.protestantsekerk.nl/nieuws/dringend-advies-gedurende-verlengde-lockdown-niet-zingen-tijdens-kerkdienst/ 

De reden voor deze draai ligt niet in objectieve cijfers (besmettingen dalen van 13.000 op 20-12 naar 3.997 op 26-01 = 70%) en het R-getal is sinds 14-12 onder de 1. Angst voor imagoschade en voor de Britse variant zijn het argument. De ‘wet van Troost’ treedt in werking. 13/23

De RK-kerk ziet geen redenen om het beleid (geen samenzang en max. 4 zangers) te veranderen. “Wij denken dat onze geldende maatregelen streng en strikt genoeg zijn op grond van wat we nu weten.” 14/23 https://www.trouw.nl/religie-filosofie/de-pkn-adviseert-helemaal-niet-meer-te-zingen-in-de-kerk~bf067722/

Ook de CGK/GKV/NGK scherpt op 15-01 haar advies m.b.t. zangers niet aan, dus houdt het bij “wat minimaal nodig is”. De invulling wordt  aan de plaatselijke kerken overgelaten. 15/23  https://diaconaalsteunpunt.nl/nieuws/het-land-op-slot-hoe-zit-het-met-kerken/ 

Plotseling verschijnt er op 21-01 een update en gaan CGK/GKV/NGK ook door de bocht. Het bijgestelde advies wordt nu: max. 1 zanger. De reden: er wordt gevraagd wat ‘minimaal’ inhoudt. Zonder inhoudelijke argumenten krijgen opeens meest preciezen gelijk. 16/23 https://www.steunpuntkerkenwerk.nl/corona-update-21-januari-2021/

Op 22-01 laat de RK nogmaals weten: “Het maximum aantal zangers was al eerder vastgesteld op vier en dat blijft het maximum.” Terecht, want (op één PKN na) zijn nergens zondagse besmettingen gemeld. Ook de overheid heeft niet om aanscherping gevraagd. 17/23 https://www.rkkerk.nl/r-k-kerk-verstrekt-via-bisdommen-werkgeversverklaring-voor-gebruik-tijdens-avondklok/

Dus CGK/GKV/NGK vermeldt in de zomer een deskundig advies om onder zorgvuldige voorwaarden kerk te kunnen zingen drie maanden lang niet als update, terwijl een strikt kerkbreed advies (max. 4 zangers) dat maanden lang goed functioneert, binnen één week wordt aangescherpt. 18/23

De situatie is nu: de RK is nuchter gereformeerd (de regel van max. 4 zangers voldoet prima), de PKN is roomser dan de paus (uit angst en voorzorg terug 0 zangers) en bij de gereformeerden is het vlees (max. 4) noch vis (max. 0). 19/23

Nog geen vijf dagen later noemt het SKW dit “een discussie in de marge”. Het tegendeel is waar. De bijstelling ‘max. één zanger’ is een zeer dringend en daarmee dwingend advies die kerken weinig ruimte biedt het zorgvuldige advies van 15/12 en RK (max. 4) te handhaven. 20/23

Hier lijkt de ‘wet van Troost’ op te gaan: er wordt onnodig expliciet gekozen voor een eenzijdige invulling waardoor landelijk de kerkelijke verdeeldheid en plaatselijk de polarisatie toeneemt, omdat de meest strikte preciezen zich in hun gelijk gesterkt voelen. 21/23

Het zou de CGK/GKV/NGK sieren deze ‘marginale’ update in te trekken. Pas als objectief gezien het aantal besmettingen zo hard gestegen is en het R-getal boven de 1 komt, is er aanleiding om gezamenlijk als kerken het huidige, zorgvuldige advies aan te scherpen. 22/23

En dan alleen nog als er in meerdere onlinediensten besmettingen voorkomen die aantoonbaar veroorzaakt worden door de max. 4 zangers. Laten we tot die tijd vooral samen de huidige maatregelen heel strikt handhaven. En voor wie dat niet precies genoeg vindt: blijf en kijk thuis. 23/23

Naschrift: “I am no longer a slave of fair, I am a child of God” – dus ik ben voorzichtig én stel mijn vertrouwen op God. https://www.youtube.com/watch?v=f8TkUMJtK5k

Johannes de Doper adviseert: ‘Koop je digitaal? Doe dat dan lokaal!’

De meeste winkels zijn vanwege de lockdown gesloten. Dus bestellen we heel veel via internet. Dat is lekker makkelijk. En goedkoop. Vooral als je bij de Nederlandse, Amerikaanse of Chinese giganten iets bestelt.

Hoe wenselijk en hoe christelijk is dat? Een antwoord op die vraag vind je bij Johannes de Doper. “Laat je geloof niet bij woorden blijven, maar zet het om in daden.” Dat is misschien niet het eerste waar je aan denkt bij Johannes de Doper. Die riep de mensen toch vooral op om tot inkeer te komen en het weer goed te maken met God?

Johannes predikte een doop van bekering tot vergeving van zonden. (Lukas 3 vers 3)

Dat klopt. Maar daarmee ben je er niet, zegt Johannes erbij. Dat is net even te gemakkelijk. Vernieuwing van je hart vraagt ook om verandering van je leven. Anders geloof je alleen maar voor jezelf om straks in de hemel te komen. Jezelf christen noemen is niet voldoende. Leven zoals God dat wil hoort daar ook bij.

Breng dan vruchten voort, die aan de bekering beantwoorden.

Door daden moet u tonen dat u een nieuw leven bent begonnen. (Lukas 3:8)

“Maar, beste Johannes, wat betekent dat konkreet? Wat verwacht de Messias van mij als ik Hem als christen echt volgen wil? Want dat ik me door jou moet laten dopen als blijk van mijn bekering, dat snap ik wel. Maar hoe moet ik mijn geloof in de praktijk brengen en laten zien in mijn levensgedrag? Wat moet ik DOEN?

De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’

Ook tollenaars vroegen: ‘Meester, wat moeten wij doen?’

Ook soldaten vroegen: ‘En wij? Wat moeten wij doen?’ (Lukas 3:10, 12a, 13a)

Het antwoord van Johannes is opvallend praktisch. Als christen hoef je geen buitengewone dingen te doen om indruk mee te maken. Nee, denk om de armen, ga goed met je geld om en heb respekt voor je medemens.

Tegen de mensen antwoordde hij: ‘Wie twee hemden heeft, moet er een geven aan iemand die er geen heeft en wie te eten heeft, laat die ook delen.’

Tegen de tollenaars zei hij: ‘Vraag niet meer dan het vastgestelde tarief.’

Tegen de soldaten zei hij: ‘Beroof niemand, pers niemand iets af, maar wees tevreden met uw soldij.’ (Lukas 3:11, 12b, 13b)

Vandaag houdt Johannes de Doper mij daarmee een spiegel voor. Welke hele gewone opdracht zou Johannes de Doper mij vandaag geven om te laten zien dat mijn geloof niet in mooie woorden blijft steken? Opeens hoorde ik in mijn gedachten Johannes de Doper zeggen: ‘Koop je digitaal? Doe dat dan lokaal!’

Zou dat in deze corona-tijd niet één van die praktische daden kunnen zijn waarmee je als christen het verschil kunt maken?

Het kerkschip van de GKV verlaten – is dat te driest gedrost?

Rond de jaarwisseling stond in het blad Onderweg, dat de emeritus-predikanten Henk Drost en Alko Driest niet langer lid willen blijven van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Henk Drost heeft zich aangesloten bij één van de twee nieuw-vrijgemaakte kerkverbanden en Alko Driest weet nog niet waar hij zich bij aan zal sluiten. Met beiden heb ik contact gehad n.a.v. hun vertrek en over hun persoonlijke motivatie zal ik niet verder uitweiden. Wat ik hieronder signaleer is gaat niet over hun persoonlijke afwegingen, maar is mijn taxatie van de mix aan redenen waarom mede-broeders en – zusters uit diepe verontrusting de GKV verlaten hebben en nog steeds verlaten.

Wie geen vreemdeling in Jeruzalem is voelt wel aan dat het herhaalde besluit (2017 en 2020) om vrouwen toe te laten tot de ambten bij veel oud-GKV’ers het laatste duwtje is geweest voor deze stap. Daarachter ligt een grotere moeite, namelijk hoe er wordt omgegaan met het gezag van de Bijbel, zowel in de prediking als in de christelijke levensstijl. Blijkbaar vinden predikanten en kerkleden die uit verontrusting de vrijgemaakte kerk verlaten, dat de GKV op die twee punten zo weinig gereformeerd meer is, dat je het kerkschip wel moet verlaten.

Het gevoel speelt ook een rol

Dat vind ik persoonlijk erg jammer. En ook, met alle respect voor ieders persoonlijke keus, net iets te gemakkelijk. Ik vergelijk het met de toename van het aantal echtscheidingen in de afgelopen jaren. Daar krijg je als gemeentepredikant behoorlijk wat van mee. En eigenlijk kun je bij elke specifieke situatie nooit zeggen: ‘Dit stel ging heel gemakkelijk uit elkaar.’ Nee, het gaat altijd met verdriet en pijn gepaard. Maar als je alle echtscheidingen op een rijtje zet, zie je wel een rode lijn, namelijk: echtparen gaan gemakkelijker uit elkaar dan 20-30 jaar geleden, ongeacht de bijbelse oproepen van Mozes, Jezus en Paulus om toch echt te proberen bij elkaar te blijven. (zie hierover mijn blog Echtscheiding – alle seinen staan op groen).

Als het om kerkverlating vanuit verontrusting gaat, zie ik hetzelfde. Individueel is het altijd een moeilijke stap die met pijn in het hart genomen wordt. Maar als je alle overstappen naast elkaar zet, zie je als rode draad, dat de eigen overtuiging over wat gereformeerd is belangrijker gevonden wordt dan waar we samen als gereformeerde kerken en christenen voor willen staan. ‘Ik voel me niet meer thuis in mijn eigen kerk(verband)’ is vaker een oorzaak dan men zelf toegeven wil. Toen prof. Jochem Douma een aantal jaren geleden de GKV verliet, noemde ik dat in mijn blog Een mix van principe en heimwee.

Geduld en acceptatie

Eén ding vind ik vooral pijnlijk aan het vertrek van gemeenteleden en predikanten die jarenlang met hun gaven hun plaatselijke gemeente en het kerkverband gediend hebben. Ze laten daarmee blijken dat ze niet hetzelfde geduld kunnen opbrengen als al die gemeenteleden en predikanten die wel blij zijn met een aantal ontwikkelingen in de GKV sinds half jaren ’90. Toegegeven: uit onvrede over het strakke vrijgemaakte exclusivisme zijn die 25 jaar ook kerkleden vertrokken. Maar er zijn er meer die uit liefde en loyaliteit gebleven zijn, ook al waren ze al die jaren vóór de vrouw in het ambt, misten ze in de prediking de persoonlijke component (de ‘weerklank’ om het met prof. Trimp te zeggen) en waren ze het niet eens met rigide kerkelijke praktijken zoals onttrekkingen (zelfs als je CGK of NGK werd), niet mogen trouwen in de kerk als je allebei geen belijdend lid van de GKV was) en het oeverloos gediskussieer over hoeveel gezangen er uit het Liedboek gezongen mochten worden. Deze minderheid schikte zich naar de meerderheid omdat de meesten van hen beseften: uiteindelijk gaat het niet om dit soort dingen. Het gaat om de vraag of Christus op een gereformeerde manier gepredikt wordt en of we daar samen op aanspreekbaar willen zijn in ons dagelijks leven.

Nu zijn de rollen omgedraaid. De meerderheid is in veel opzichten de minderheid geworden. Dat voelt onprettig als je altijd tot de meerderheid behoord hebt. Als je dan overstapt, geef dan eerlijk toe dat nostalgie ook een belangrijke rol meespeelt.

De predikant als kapitein

Wat ik vooral bij predikanten die overstappen mis, is het besef dat je geroepen bent om Gods Woord trouw te blijven verkondigen, ook als het kerkschip in zwaar weer terecht gekomen is. Dat laatste ontken ik namelijk niet. De mentaliteit van de westerse maatschappij is als een orkaan die alle kerken op hun grondvesten doet schudden en alle christenen van hun fundament Christus af wil blazen.  Dat leidt tot spanning tussen ‘kerk’ en ‘samenleving’. En tot de spanning tussen ‘veelkleurigheid’ en ‘herkenbaar gereformeerd’. Het kerkschip van GKV+NGK deint naar mijn inschatting wel wat te gemakkelijk mee op de golven van de samenleving. Andere kerkverbanden lijken meer op een kerkvloot waar men uit elkaar drijft omdat de meerderheid de minderheid geen enkele ruimte wil bieden om een iets bredere koers te varen.   

Er zijn dus spanningen binnen de GKV. En we varen samen vrij unaniem een bepaalde koers die je best zorgelijk kunt vinden. Maar ik begrijp niet waarom sommige kapiteins dan het kerkschip verlaten. Zijn de GKV-kerken dan zo erg uit koers geraakt, dat onze Stip op de horizon, ons Oriëntatiepunt waar we naartoe willen geheel verdwenen is? En dat ons objectieve Kompas hebben ingeruild voor de subjectieve deskundigheid van elke willekeurige kapitein? Ik geloof daar niets van. Maar ik ben ook maar één iemand. Anderen ervaren het heel anders. Samen vormen we dat kerkschip.  

Is het een oplossing om, als je niet meer blij gereformeerd kunt zijn binnen de GKV, het kerkschip te verlaten en aansluiting te zoeken bij een nieuw-vrijgemaakt kerkverband dat sinds 2009 is ontstaan en waarvan de synode op 1 okt. 2016 weliswaar uitspreekt dat eenheid en eenvormigheid niet met elkaar gelijk gesteld mogen worden, maar tegelijk bindend voorschrijft dat alle plaatselijke kerken in hun erediensten niets anders mogen zingen dan de 150 Psalmen en 41 Gezangen van het Gereformeerd Kerkboek 1984 + een selectie van 36 liederen (inclusief het verbod op het zingen van vers 5 van ‘Eens als de bazuinen klinken’ en de verzen 6-9 van ‘Neem mijn leven, laat het, Heer’) Of om over te stappen naar een Gereformeerde Bondsgemeente binnen een hotelkerk waar de pluraliteit vele malen groter is dan binnen het kerkverband waar je je gevoelsmatig en theologisch niet meer thuis voelt?

In de Bijbel lees ik, dat er eens een koning was (Joas) die van een profeet  (Elisa) de opdracht kreeg om een pijl af te schieten als overwinningsteken van de HEER in de oorlog tegen de vijanden van Gods volk. Daarna moest Joas met de overgebleven pijlen op de grond stampen. Dat deed hij drie keer. Elisa werd woedend en riep: ‘Had maar vijf of zes keer geslagen!’ (2 Koningen 13:14-19)

De ouderling, de professor en Calvijn

Persoonlijk heb ik erg veel waardering voor een ouderling die tegen mij zei:

‘Ik ben erg verontrust. Ik kan niet meer dienen in het ambt. Maar weggaan mag en wil ik niet. Want dat is geen optie als je lijdt aan de kerk. Dan moet je op je post blijven en je daar inzetten, waar Christus je nog steeds roept.’

Ook herinner ik me een interview van prof. dr. J. van Bruggen in het Reformatorisch Dagblad (16-12-2016). De interviewer probeert hem tot uitspraken over de ontwikkelingen in de GKV te verlokken, maar daar gaat Van Bruggen niet op in. Hij benadrukt iets anders:

U bent uit volle overtuiging gereformeerd vrijgemaakt.

„Daar ben ik niet trots op. Wel heb ik van harte het goede voor deze kerk gezocht. Maar de vraag is niet goed gesteld. Niemand heeft bij zijn geboorte voor de ene of andere kerk gekozen. Aan niemand wordt bij de geboorte gevraagd of hij rooms-katholiek, Russisch-orthodox of oud gereformeerd wil zijn. Je kunt ook niet zeggen dat je liever andere ouders zou hebben gehad. Het is de mens niet gegeven om zijn eigen kerk uit te kiezen. Die krijg je toegewezen. We zijn maar eenvoudige mensjes en we worden allemaal van Hogerhand ergens geplaatst. En die plaats heb ik getrouw willen innemen. Trouw zijn is hier het sleutelwoord. Ontrouw is een ziekte van onze tijd.”

In de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt is veel aan de hand. Er is veel wat ver­anderd.

„Dat is op dit moment van meer kerken te zeggen, nietwaar? Veel is aan het schuiven, maar ik wil voor mezelf voorkomen dat deze dingen gaan afleiden van de kern van de zaak. Dat zou vervalsing van het perspectief zijn.”

En die kern van de zaak is…?

„Strijdt om in te gaan.”

Tenslotte moet ik denken aan de woorden van Calvijn uit zijn Institutie. Vorig jaar rond deze tijd werden die op de Generale Synode geciteerd door de synodecommissie BBK die zich bezig hield met de Betrekkingen met de Buitenlandse Kerken. Die waren heel kritisch over de koers van de GKV. Sommigen hadden de zusterkerkrelatie al verbroken, anderen zouden dat zeker doen als de vrouw in het ambt gehandhaafd bleef. De commissie BBK, waar ik zelf lid van was, riep op om elkaar te blijven erkennen als kerken van Christus met een beroep op Calvijn:

“Volgens mij is de zuivere bediening van het Woord en het zuivere gebruik en de zuivere bediening van de sacramenten dus een duidelijk bewijs dat we een gemeenschap waarin die beide aanwezig zijn, veilig als echte kerk kunnen accepteren. De betekenis daarvan gaat zo ver dat we zo’n kerk nooit mogen afwijzen zolang ze die beide dingen vasthoudt. Zelfs al zit ze verder vol fouten. Sterker nog, er kan zelfs in de bediening van de leer of van de sacramenten een fout sluipen, zonder dat we ons daarom van haar gemeenschap mogen vervreemden. (…) De apostel Paulus zegt: ‘Laten wij daarom, zovelen als er volmaakt zijn, hetzelfde denken. Als jullie iets anders denken, dan zal God jullie ook dat openbaren.’ (Filippenzen 3:15)  Maakt Paulus daarmee niet voldoende duidelijk dat verschil van mening over dingen die niet zo nodig zijn, tussen christenen geen reden mogen zijn om uit elkaar te gaan? (…) Maar het is niet mijn bedoeling om hiermee zelfs maar de kleinste dwalingen in bescherming te nemen, alsof ik zou vinden dat die vriendelijk door de vingers gezien zouden mogen worden. Nee, ik bedoel dat we de kerk niet zomaar, om een of ander klein meningsverschil, mogen verlaten. Als in die kerk maar de gezonde leer van ons behoud bewaard blijft, waarin de vroomheid ongeschonden overeind staat. En als de sacramenten er maar gebruikt blijven worden zoals de Heer die heeft ingesteld. En als we dan ondertussen maar ons best doen om te corrigeren waar we ontevreden over zijn, dan doen we onze plicht.”  (Calvijn – Institutie deel IV hoofdstuk 1, paragraaf 12 – vertaling Gerrit Veldman).

Het kerkschip biedt behouden vaart als Christus aan het roer blijft staan, met de Bijbel en de Heilige Geest als kompas. Naar mijn mening is dat binnen de GKV nog steeds zo en wordt er in veel gevallen te driest gedrost.

‘Stille nacht, heilige nacht’ in een nieuw jasje

Een van de meest bekende liederen die met Kerst gezongen wordt is ‘Stille nacht, heilige nacht’. Het heeft, om in de stijl van de Nederlandse tekst te blijven, miljoenen mensen een zalige Kerst bezorgd. Toch is de tekst van dit prachtige kerstlied wat aan de ouderwetse kant. Volgens een onderzoek vinden veel mensen dat niet erg. Het gaat hen om de bekende klanken. Maar het is ook belangrijk om te begrijpen wat je zingt. Dus daarom een nieuwe, eigentijdse versie van ‘Stille nacht’ die net zo concreet de betekenis van de geboorte van Jezus Christus bezingt.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat een kind, onverwacht,
vrede brengt voor wie leeft onder druk
en voor ouders een dieper geluk.
Vrede brengt ons het kind.
Vrede brengt ons het kind.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat Gods plan, eens bedacht,
nu door engelen juichend in koor
wordt bezongen – zij geven het door:
Jezus, Redder en Heer.
Jezus, Redder en Heer.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat Gods Zoon, vol van pracht,
zo eenvoudig het leven begint,
maar straks duivel en dood o
verwint.
Prijs nu Christus als Heer.
Prijs nu Christus als Heer.

Mag je als predikant zelf bepalen in welke andere kerken je officieel voorgaat?

Dominees uit de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken mogen sinds begin december ook in de Protestantse Kerk in Nederland preken. Eind oktober hadden GKV/NGK het omgekeerde al besloten: PKN-predikanten die zich “gebonden [weten]  aan de leer van de Bijbel zoals beleden in de gereformeerde belijdenissen” mogen voorgaan in GKV- en NGK-kerkdiensten als de eigen gemeente hiermee instemt.

Misschien dat dit besluit sommigen overvalt. De PKN is toch een plurale kerk waarin vrijzinnigheid en orthodoxie allebei een legitieme plek hebben? Hoe kun je daar dan als gereformeerde dominee Gods Woord brengen? En omgekeerd: hoe weet je zeker dat een PKN-predikant op een vrijgemaakte kansel voluit Gods Woord brengt? Nou, dat kan dus als je samen het geloof deelt in God als Schepper en Vader, Jezus Christus als Verlosser en Heer en de Heilige Geest als Vernieuwer en Motivator, zoals de Bijbel daarover spreekt en zoals de Drie Formulieren van Eenheid dat naspreken.

Want de verschillen in kerkvisie zijn minder belangrijk dan de eenheid in geloof.  Met dit besluit lopen GKV en NGK weer in de pas met de CGK. Die besloten in 2013 al dat alle predikanten uit de PKN die zich “in de uitoefening van hun ambt verbonden hebben aan de gereformeerde belijdenissen” ook mogen worden uitgenodigd om in de CGK te preken (bron: Reformatorisch Dagblad)

De gezamenlijke landelijke vergadering van GKV en NGK sprak ook uit dat een predikant die voorgaat in een PKN-gemeente dat in goed overleg met de eigen kerkenraad doet.

Deze formulering stond niet in het oorspronkelijke voorstel van Deputaten Kerkelijke Eenheid (GKV) en de Commissie Contact en Samenspreking (NGK). Die hadden het vrijblijvender geformuleerd, namelijk: Predikanten zijn gerechtigd op verzoek voor te gaan in een PKN-gemeente na daarvan mededeling te hebben gedaan aan hun kerkenraad.

De motivatie hierachter was, dat een predikant als dienaar van Gods Woord overal waar hij (of zij) de gelegenheid krijgt, het Evangelie van Jezus Christus mag brengen. Dat hoort bij zijn persoonlijke roeping, dus een kerkenraad mag dat zijn predikant niet verbieden.

Persoonlijk was ik het hier niet mee eens. Elke predikant is allereerst verbonden aan de eigen gemeente. Samen met de ouderlingen geeft hij  geestelijke leiding aan de gemeente. De kerkenraad is ook verantwoordelijk voor de eenheid in de gemeente. Het bewaren van die eenheid is belangrijker dan de persoonlijke wens van een dominee om, als hij daarvoor gevraagd wordt, buiten het eigen kerkverband voor te gaan. Als er zo’n verzoek komt, hoort de predikant dat eerst aan zijn kerkenraad voor te leggen.  En wel om twee redenen:

1/ Een predikant gaat nooit op persoonlijke titel uit preken. Hij staat daar altijd als vertegenwoordiger van de vrijgemaakte kerk, zelfs als het geen officiële kerkdienst is.

In mijn eerste gemeente, de GKV pp Zaamslag, werd sinds de jaren ’60 op 24 december een kerstnachtdienst gehouden. Het was een persoonlijk initiatief van de net opgerichte ‘Commissie Volkskerstzangavonden’. De eerste keer deden de hervormde, de synodale en de vrijgemaakte dominee mee. Meteen daarop schreef de hervormde predikant een roerend stuk over de eenheid tussen de samenwerkende kerken die nu ontwaakt was, met als gevolg dat de vrijgemaakte kerkenraad zei: deze eerste keer is meteen ook de laatste keer geweest, want we zijn het als drie kerken over veel zaken zo fundamenteel oneens, dat we op de kerstavond niet een begin van kerkelijke eenheid willen suggereren. Begin jaren ’90 vroegen de hervormde en synodale dominee mij om weer mee te doen. Toestemming vragen aan de kerkenraad was niet nodig, zeiden ze, want de kerstnachtdienst was immers nog steeds een persoonlijk initiatief? Dat kan wel waar zijn, zei ik toen, maar als ik mee doe, zegt iedereen: kijk, de vrijgemaakte dominee doet ook weer mee! Dus heb ik eerst aan de kerkenraad gevraagd wat ze daarvan vonden. Geen enkel probleem, zeiden de mannenbroeders, want de hervormde en synodale predikant zijn allebei bijbelgetrouwe voorgangers.

2/ Mijn volgende gemeente was die van Nijmegen. Die is in pas als één van de laatste kerken in november 1969  uit elkaar gevallen in een GKV en een NGK, omdat de toenmalige predikant drie jaar lang het dringende advies van de kerkenraad naast zich neerlegde om loyaal te zijn aan het kerkenraadsbesluit om  samen binnen het kerkverband te blijven. Dat wilde deze predikant niet. Hij  bleef volhouden dat hij overal waar hij geroepen werd, Gods Woord mocht brengen, ongeacht de mening van de kerkenraad. Daarmee brak hij de eenheid binnen zijn eigen gemeente op. Net als in de jaren ervoor verschillende vrijgemaakte dominees zonder enige vorm van overleg met de eigen kerkenraad voorgingen in een synodale kerkdienst. Mede als gevolg van zulk eigenmachtig optreden is de breuk tussen GKV en NGK ontstaan.

Zulke solistische akties van predikanten met een te groot roepingsbesef naar buiten toe en een te klein verantwoordelijkheidsgevoel voor de eenheid van de eigen gemeente moet je als synode / landelijke vergadering niet de ruimte geven door te zeggen: ‘U mag overal voorgaan waar u wilt, dominee, als u het maar even meldt bij uw kerkenraad.’

Vandaar mijn voorstel om uit te spreken: Predikanten zijn gerechtigd op verzoek voor te gaan in een PKN-gemeente na daarvoor instemming van hun kerkenraad gekregen te hebben.

Een meerderheid van de afgevaardigden vond dit net even te strak geformuleerd. Want wat is dan nog de vrijheid en de ruimte die een predikant heeft om als dienaar van het Woord het Evangelie te brengen als hij daarvoor uitgenodigd wordt?

Dus kwam een andere afgevaardigde, ds. Wim van Wijk, met een andere voorstel dat uiteindelijk unaniem aangenomen is:  Wanneer een NGK-GKV predikant voorgaat in een PKN-gemeente, gebeurt dat in goed overleg met de eigen kerkenraad.

Met die uitkomst kan ik goed leven (anders was het ook niet een unaniem besluit geweest :-). Want wat in goed overleg tot stand komt, dient ook altijd de eenheid in de eigen gemeente.

LEVEN MET VRAAGTEKENS -Zacharias en de engel Gabriël

Wat merk je in het dagelijkse leven van Gods aanwezigheid? Hoezo is Hij een God die gebeden verhoort?

Neem nu Zacharias en Elisabeth. Zij leefden in de tijd van koning Herodes, die weer onder het gezag van keizer Augustus stond. Het was een tijd van vrede en welvaart. Maar ook een tijd waarin de Edomiet Herodes, een afstammeling van Ezau, een schrikbewind onder de Joden voerde en iedereen die een bedreiging voor zijn macht vormde, uit de weg ruimde. De kindermoord in Bethlehem is het gruwelijke bewijs van zijn goddeloosheid.

En is het in onze tijd anders? We leven al meer dan 70 jaar in vrede. De welvaart is alleen maar toegenomen. Maar de kerk krimpt in Nederland. Steeds minder mensen geloven oprecht in God. Steeds meer mensen leggen Gods geboden en regels naast zich neer. Geloven doe je achter de voordeur, daar mag je anderen niet mee lastig vallen. Zeker niet in het publieke domein. Hoezo regeert God? Hoezo merk je zijn aanwezigheid?

Voor Zacharias en Elisabeth kwam daar nog een tweede heel persoonlijke moeite bij. Ze konden geen kinderen krijgen. Wat voor een groot verdriet geeft dat! Ook vandaag nog. Je loopt er niet mee te koop. Maar het is een groot gemis. Dus bid je. En hoop je. En ga je ervoor naar het ziekenhuis. Want er kan gelukkig veel tegenwoordig. Maar dan kan er nog niet altijd iets aan gedaan worden. Soms is het vanwege de eigen gezondheid onverantwoord om kinderen te krijgen. Vaker is één van de twee, net zoals Elisabeth, onvruchtbaar. Hoe ga je daar als christen mee om? Wat doet dat met je geloof? Leven met vraagtekens. Leven met zo’n grote teleurstelling. Wat heb je dan aan je geloof? Wat bereik je dan met bidden?

Zacharias en Elisabeth hebben in deze hopeloze situatie (politiek, kerkelijk en persoonlijk) God vaarwel hebben gezegd. Integendeel. Ze blijven God opzoeken en zich heel precies aan zijn regels houden. Niet omdat het moet, maar omdat ze op God vertrouwen, juist ín hun moeiten, zorgen en verdriet.

Je mag blijven bidden. Want God luistert wel. Gebeden blijven bij Hem lang staan. De vraag is alleen: blijven wij wel bidden? Voor onze persoonlijke dingen. En voor de grote zaak van God?

Zacharias en Elizabeth deden beide. Hun kinderwens brachten ze jarenlang bij God. En daarna vertelden ze God over hun verdriet omdat Hij hun gebed niet verhoord had. En ze baden om de komst van de Messias. Of er geloof gevonden mocht worden bij de mensen, bij iedereen die uitzag naar de bevrijding van Jeruzalem. Niet uit de macht van de Romeinen, maar uit de greep van het ongeloof dat de samenleving teisterde.

Die twee gebeden vallen samen. Want bij God valt het grote plaatje en de persoonlijke situatie altijd samen. God voert zijn grote verlossingsplan uit zoals Hij wil. En tegelijk schakelt Hij jou en mij daarbij in, jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn.

Op een dag mag Zacharias in het heilige gedeelte van de tempel, vlak voor het heilige der heiligen, het dagelijkse reukoffer brengen. Daar, in de tempel, bidt hij als priester namens het volk.Zulke gebeden stijgen op als het reukwerk van de tempel naar boven toe en komen dan bij God aan. Daar blijven ze staan. Zo bidt David dat in Psalm 141: Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan. En in Openbaring 8 staat, dat de rook van de wierook met de gebeden van de heiligen opstijgt naar God.

Uitgesproken gebeden verwaaien niet en verdampen niet in de lucht, maar staan en blijven staan pal voor het gezicht van God! De gebeden om Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid. En de persoonlijke gebeden van ieder van ons.

En dan, in de tempel, is daar plotseling Gabriël. Hij zegt: ‘God heeft je gebed verhoord, Zacharias!’ En meteen zie je, dat die twee soorten gebeden niet van elkaar te scheiden zijn. Zacharias, jullie zullen alsnog een zoon krijgen – net als Abraham en Sara. Maar hij zal er niet alleen voor jullie zijn, want jullie hebben niet alleen maar voor jezelf om kinderen gebeden  … nee, jullie wilden graag kinderen om ze gelovig op te voeden, zodat ook zij dicht bij God gaan leven en tot een zegen voor anderen zijn. En nu zullen jullie zo’n zoon krijgen. Op een hele bijzondere manier. Want jullie zoon zal de tweede Elia zijn, die Maleachi al heeft aangekondigd. Hij zal heel veel mensen blij maken, omdat hij mag vertellen dat de echte Messias eindelijk komen zal. Hij zal generaties verbinden en mensen hun zonden laten inzien, en zo zal hij de mensen er klaar voor maken om de Messias, de grote Koning, te ontvangen.

Dat is dus Gods bedoeling! Dat je blij bent met Jezus Christus. Zoals Gabriël later tegen de herders zegt, als Jezus geboren is: ‘Ik verkondig jullie grote blijdschap die voor alle mensen bestemd is: vandaag is jullie Redder geboren, Christus de Heer!’

Hoe blij ben jij met Hem? Laat het dan zien door Hem elke keer weer op te zoeken.

Maar God opzoeken gaat niet vanzelf. Dat merk je bij Zacharias. Hij kent de Bijbel op z’n duimpje. Hij weet dat eens de tweede Elia komen zal. Maar dat het zíjn zoon zal zijn? Dat kan niet waar zijn! Ons persoonlijke gebed is immers tot ons grote verdriet niet verhoord? En nu zijn we te oud.

Het goede nieuws ontmoet ongeloof. Niet bij een hardcore heiden. Maar bij een vrome, oprechte, gelovige priester. Zacharias kan het niet geloven. Maar hij verpakt zijn twijfel in een vrome vraag: ‘Hoe kan ik zeker weten dat het zal gebeuren?’

Persoonlijke moeiten kunnen je vertrouwen in God heel gemakkelijk aan het wankelen brengen. Hoe intenser je wensen, hoe groter de teleurstelling wanneer God gebeden niet verhoord.Of anders verhoord.

Je kunt er begrip voor hebben. Want wie zijn wij? En als het goed is, heb je er zeker begrip voor de worsteling van je mede-broer of zus als hun moeiten zo groot zijn. Of het nu om kinderloosheid gaat. Of een ernstige ziekte. Of een gebroken huwelijk. Of een beperking waar je mee moet leren leven.

Maar Gabriël heeft geen begrip voor de tegenwerpingen van Zacharias. Hij legt, voor straf, Zacharias negen maanden het zwijgen op. Dat lijkt hard. Maar weet je … ongeloof heeft geen recht van spreken.

Je hoort wel eens iemand zeggen: ‘Kreeg ik maar een teken of zag ik maar een engel uit de hemel, dán zou ik wel geloven.’ Maar dat gaat niet op. Zelfs als iemand uit de dood zou terugkeren, laten mensen zich niet overtuigen, zegt Jezus later, in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus.

En dus moet Zacharias zwijgen. Negen maanden lang. Ongeloof heeft geen recht van spreken.

De mensen op het tempelplein denken dat wat Zacharias gezien heeft, hem doofstom gemaakt heeft. Maar dat was het niet! Wat hij in zijn ongeloof gezegd heeft, is de oorzaak van zijn tijdelijke handicap. En dat terwijl hij als vrome priester dienst deed in de tempel! Dat detail is veelbetekenend: niemand kan ‘priester zonder zonde’ zijn!  De zwakheid van Zacharias is zwakheid van ons allemaal.

Meteen in het begin van Lukas zie je al hoe nodig de komst van Jezus Christus is! De grote blijdschap voor heel veel mensen wordt pas echt veilig gesteld door Hem.

In Lukas 1 moet een machteloze priester op de trappen van het heiligdom de mensen ongezegend naar huis laten gaan. Maar Lukas eindigt zijn evangelie met de unieke Hogepriester Jezus die zijn volgelingen een volle zegen meegeeft op het moment dat Hij naar het hemelse heiligdom gaat.

En hoe reageren zijn volgelingen dan? Met grote blijdschap! Het zijn dezelfde woorden als de engel Gabriël gebruikte toen hij de herders vertelde over de geboorte van Jezus Christus.

Grote blijdschap! Diepe vreugde!

Hoe blij ben jij vandaag met je geloof in God? In een wereld die Hem niet lijkt te kennen. In je persoonlijke leven waarin je misschien veel strijd ervaart. Durf je dan nog op God te vertrouwen? Als het leven vol vraagtekens is? Durf je dan je gebeden nog op te laten stijgen naar de hemel? Doe het maar. Ze blijven lang staan voor de troon van God. Lang genoeg voor God om er echt iets mee te doen.

DANKEN of JANKEN in corona-tijd?

De eerste woensdag van november staat in gereformeerd en protestants Nederland bekend als Dankdag voor gewas en arbeid. In veel kerken wordt een kerkdienst belegd om de HERE te danken voor de resultaten van de oogst en van wat het werk van onze handen heeft opgebracht.

Dit jaar is, vanwege de corona-pandemie, alles anders.

Voor heel veel mensen is het geen dankdag, maar jankdag.

Veel mensen hebben hun man of vrouw of één van hun (groot)ouders of soms zelfs allebei verloren.

Heel veel mensen zijn hun baan kwijt geraakt of zagen hun zaak failliet gaan.

In de zorg en in het onderwijs is de werkdruk zo hoog, dat het personeel er aan onderdoor dreigt te gaan.

Het is om te janken. Hoe kun je dan nog danken?

In de Bijbel staat het gebed van Habakuk. Het is tegelijk een lied. Het slot ervan luidt:   

17 Al zal de vijgenboom niet bloeien, al zal de wijnstok niets voortbrengen, al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen, al zal er geen koren op de akkers staan, al zal er geen schaap meer in de kooien zijn en geen rund meer binnen de omheining – 18 toch zal ik juichen voor de HEER, jubelen voor de God die mij redt. 19 God, de HEER, is mijn kracht, Hij maakt mijn voeten snel als hinden, Hij laat mij over mijn bergen gaan.

Wat Habakuk hier bidt en zingt, lijkt innerlijk tegenstrijdig. En tegelijk, zo zit het geloof wel in elkaar, dat je tegelijk bedroefd en blij kunt zijn. Dat je, als alles tegenzit, blij blijft met God. ‘Toch zal ik juichen en jubelen voor de HEER mijn God.’

TOCH! Of, anders gezegd, ondanks alles. Want inderdaad, voor heel veel mensen was het afgelopen half jaar om te janken in plaats van om te danken. En dat mag. Je mag huilen van verdriet. Dat woordje ‘TOCH’ geeft aan dat de problemen er wel degelijk zijn. Zodanig zelfs, dat je er moedeloos onder kunt worden en reden tot klagen hebben.

Maar wie in God gelooft, treurt anders dan mensen die geen hoop hebben, zal Paulus later in zijn brief aan de christenen te Tessalonika schrijven. Als je gelooft dat God dankzij Jezus Christus je hemelse Vader is, vertrouw er dan op dat Hij voor uitkomst zal zorgen, want Hij is de God die mij redt; ja, Hij is mijn kracht, zegt Habakuk. Datzelfde geloofsvertrouwen kom je bij Paulus tegen in zijn brief aan de christenen te Filippi: “Ik ben tegen alles bestand en kan alles verdragen door Hem die mij kracht geeft.”

Is 2020 een verloren seizoen? Om te janken, zo slecht? Voor een groot deel wel. En het is nog niet voorbij. Al die tegenslagen mag je in je gesprek met God benoemen. Doe het voor jezelf en bespreek het met elkaar: Wat heb je persoonlijk van corona gemerkt het afgelopen half jaar en wat deed dat met je?

Maar heb je Gods aanwezigheid in de afgelopen maanden ook ervaren? Is Hij het die je geloof op de been houdt? Dan is er nog steeds veel om Hem voor te danken. Doe dat ook voor jezelf en bespreek het met elkaar: Waar kun je ondanks alles in deze corona-tijd God toch nog voor danken?

Op U alleen, mijn licht, mijn kracht, stel ik mijn hoop, U zorgt voor mij.
Door golven heen, door storm en nacht, leidt mij uw hand, U blijft nabij.
Uw vrede diep, uw liefde groot, verjaagt mijn angst, verdrijft de dood.
Mijn vaste rots, mijn fundament, U bent de grond waarop ik sta.

Liedboek 939

Vroom ijdel gebruik van de naam des HEREN

Sinds begin oktober is de intelligente lockdown weer van kracht. Alle publieke samenkomsten mogen uit niet meer dan 30 mensen bestaan (of 40 als het buiten plaats vindt). Zingen, joelen en schreeuwen wordt met klem afgeraden, terwijl het gebruik van een mondkapje bij binnenkomst en vertrek even dringend wordt aanbevolen.

Vanwege het recht op vrije uitoefening van de godsdienst kan de beperking van 30 personen niet dwingend aan kerken worden opgelegd. Dus veroorloven sommige grote kerken, vooral uit de reformatorische hoek, maar ook enkele vrije evangelische kerken het zich, om toch een veelvoud va 30 kerkgangers toe te laten. Ze houden zich daarbij aan alle regels die vóór de nieuwe lockdown in oktober golden. Om de kerkdiensten zo veilig mogelijk door te kunnen laten gaan is er in een aantal kerken stevig geïnvesteerd in een goede ventilatie.

Op zich kan ik het mij voorstellen dat een aantal zeer grote kerken nog steeds met meer dan 30 kerkgangers bij elkaar komt. Laten we wel wezen: als je normaal gesproken 2.400 kerkgangers kunt bergen, is een aantal van 250 per dienst op geen enkele manier te typeren als een onverantwoord super-corona-verspreider-evenement. Zeker niet als daarbij wel gehoor gegeven wordt aan de beide andere dringende adviezen: geen gemeentezang en het gebruik van mondkapjes. Of het verstandig voor de beeldvorming in de media is om toch meer dan 30 kerkgangers per kerkdienst toe te laten is een andere vraag. En het is beslist onverstandig om twee of drie dringende adviezen van de overheid naast je neer te leggen, dus ik heb geen begrip voor kerken die met meer dan 30 kerkgangers ook nog eens gewoon met z’n allen blijven zingen.

Er is iets anders waar ik veel meer moeite mee heb, namelijk het beroep dat sommige christenen doen op de Bijbel om de adviezen van de overheid naast zich neer te leggen. Dat geldt zowel voor het bezoekersaantal als voor het zingen in de kerk.

Dit is wat ik af en toe hoor:

De regering mag ons geen beperkingen opleggen wat betreft het aantal kerkgangers, want in Hebreeën 10:25 staat immers: ‘Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.’ (HSV) En we blijven in de kerkdienst onze lofliederen zingen, want in Psalm 22:4 staat immers: ‘Maar U bent heilig, U troont op de lofzangen van Israël.’ (HSV)

Wie op deze manier onder de dringende adviezen van de overheid probeert uit te komen, laat de Bijbel buikspreken. Het is niet alleen super-inconsequent, want waarom roep je dan niet gewoon alle 2.400 gemeenteleden op om de kerkdienst te blijven bezoeken in plaats van een roulatie-systeem? En waarom zing je dan niet massaal uit volle borst God de lof toe die Hem toe komt, in plaats van mondjesmaat?

Veel erger is nog, dat wie met een beroep op deze twee teksten uit de Bijbel wil aangeven dat we ‘aan God meer gehoorzaam moeten zijn dan aan mensen’ (Handelingen 5:29) zich schuldig maakt aan de overtreding van het Derde Gebod van wet van de HERE die in veel kerken elke zondag aan de gelovigen wordt voorgehouden: ‘Misbruik de naam van de HERE, uw God, niet’ (NBV) / ‘U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken’ (HSV). 

Het effect daarvan is desastreus. Om drie redenen.

1/ Allereerst stimuleert men de ongehoorzaamheid aan de overheid (in strijd met de oproepen van Paulus en Petrus om omwille van de Heer het gezag van de overheid te erkennen (Romeinen 13:1-7 en 1 Petrus 2:13-17), en dat in een tijd waarin toch al allerlei anarchistische krachten met hun complottheorieën het gezag van de overheid ondermijnen.

2/ Verder houdt men eigen zekerheden in stand gehouden in plaats van er werkelijk op te vertrouwen dat de HEER zijn kerk beschermt en bewaart. Niet door de kracht van aantallen of volume, maar ook waar twee of drie gelovigen bij elkaar komen (Matteüs 18:20) om in stilte de lofzang aan God te doen toekomen (Psalm 65:2 HSV) is Jezus naar zijn belofte in ons midden. De profileringsdrang om met Schriftbewijs eigen standpunten te onderbouwen doet me denken aan de opmerking van Paulus aan Timoteüs, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken, waarin mensen ’de schijn van vroomheid en godsvrucht zullen ophouden, maar de kracht ervan miskennen en verloochenen. Laat je niet met hen in, maar keer je van hen af’ is het vlijmscherpe advies van Paulus (2 Timoteüs 3:5).

3/ Tenslotte: als je bijbelteksten voor je eigen karretje spant, maak je je allereerst zelf schuldig aan vroom ijdel gebruik van de naam des HEREN. In Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus wordt elke christen juist opgeroepen om ervoor te zorgen dat wijzelf Gods heilige naam door onze woorden en daden niet lasteren, maar eren en prijzen. Maar daar komt nog iets bij. Door zulk misbruik is men er ook de oorzaak van dat de niet-christelijke wereld Gods naam nog eens extra door het slijk haalt. In Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus wordt elke christen juist opgeroepen om ervoor te zorgen dat anderen Gods heilige naam vanwege onze woorden en daden niet lasteren, maar eren en prijzen.

Gods naam houden we niet hoog door met een foutief beroep op de Bijbel op onze strepen te gaan staan. Dat valt niet mee in een samenleving die toch al erg kritisch is op alles waar christenen voor staan. Maar als we samen in de crisis zitten, past ons als christenen een bescheiden houding, namelijk die van meeleven en meelijden met de samenleving. Dat gaat mij persoonlijk niet altijd even gemakkelijk af, dat geef ik eerlijk toe. Maar ik wil er voor waken om te grote woorden te spreken als de overheid een redelijk beroep op ons als kerken doet. En ik wil zeker de woorden van mijn God niet onnodig als argument gebruiken om anderen van mijn eigen gelijk te overtuigen. Daar is zijn naam mij te heilig voor.

‘Wanneer de angst je in de engte dringt’ – 2

Deze psalmregel uit de berijming van Psalm 50 raakte mij vorige week toen we vanwege de corona-crisis in een lockdown gingen. Ik schreef er een blog over. Mijn geliefde neef uit Duitsland attendeerde mij op het prachtige lied ‘Hey’ van de zanger Andreas Bourani, die in het Duits precies hetzelfde zingt: Wenn die Angst dich in die Enge treibt. Ik vond het een prachtig lied en vroeg een kennis het te vertalen in het Nederlands. Hieronder volgt eerst de link en daarna de tekst (de vertaling kwam tot stand met dank aan Piet de Vries en Werner Gugler).

Wenn das Leben grad zu allem schweigt
Dir noch eine Antwort schuldig bleibt
Dir nichts andres zuzurufen scheint als nein
Es geht vorbei
Wanneer het leven je even niets meer zegt,
jou nog een antwoord schuldig blijft,
jou niets anders toe lijkt te roepen dan een ‘nee’:
Het gaat over.
Wenn der Sinn von allem sich nicht zeigt
Sich tarnt bis zur Unkenntlichkeit
Wenn etwas hilft mit Sicherheit, dann Zeit
Es geht vorbei, es geht vorbei
Wanneer je de zin van alles niet meer weet te ontdekken
omdat die zich onherkenbaar achter een masker schuil houdt:
als iets zeker helpt, dan is het tijd.
Het gaat over, het gaat over.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Es ist OK wenn du fällst
Auch wenn alles zerbricht
Geht es weiter für dich
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Het is oké als je valt;
ook als alles stukloopt,
gaat het verder voor jou.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Auch wenn dich gar nichts mehr hält
Du brauchst nur weiter zu gehen
Komm nicht auf Scherben zum Stehen
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Ook als je helemaal geen houvast meer hebt:
je hoeft alleen maar verder te gaan;
val niet stil op de scherven!
Wenn die Angst dich in die Enge treibt
Es fürs Gegenhalten nicht mehr reicht
Du es einfach grad nicht besser weißt
Dann sei!
Es geht vorbei, es geht vorbei
Als de angst je in de engte drijft,
het je niet meer lukt om je ertegen te verzetten,
je het gewoon even niet meer ziet zitten:
Blijf dan!
Het gaat voorbij, het gaat voorbij.
Wenn jeder Tag dem andern gleicht
Und ein Feuer der Gewohnheit weicht
Wenn lieben grade kämpfen heißt
Dann bleib!
Es geht vorbei, es geht vorbei
Als elke dag op de andere lijkt
En vuur voor de gewoonte wijkt,
als je juist moet vechten om lief te hebben:
Blijf dan!
Het gaat over, het gaat over.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Es ist OK wenn du fällst
Auch wenn alles zerbricht
Geht es weiter für dich
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Het is oké als je valt;
ook als alles stukloopt,
gaat het verder voor jou.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Auch wenn dich gar nichts mehr hält
Du brauchst nur weiter zu gehen
Komm nicht auf Scherben zum Stehen
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Ook als je helemaal geen houvast meer hebt:
je hoeft alleen maar verder te gaan;
val niet stil op de scherven!
Halt nicht fest, lass dich fallen
Halt nicht fest, lass dich fallen
Halt nicht fest, lass dich fallen
Halt nicht fest, halt nicht fest
Hou niet vast, laat je vallen.
Hou niet vast, laat je vallen.
Hou niet vast, laat je vallen.
Hou niet vast, hou niet vast.

‘Wanneer de angst je in de engte dringt’

Aan die regel uit Psalm 50 moest ik denken toen op dinsdagavond 13 oktober de regering een behoorlijke lock-down afkondigde voor minstens 14 dagen en waarschijnlijk een hele maand.

Afgezien van de vraag of de maatregelen te slap, te streng, te willekeurig of überhaupt terecht zijn, iedereen vraagt zich af: waar gaat het naartoe met het virus en met de krachten die zich in de samenleving laten zien? Als christen heb ik niet het antwoord. Corona en alles erom heen dringt ook ons, of we willen of niet, in de engte. Sommigen worden daar heel erg angstig. Anderen af en toe.

Wat ik als christen wel weet is, dat er nog iets meer in Psalm 50 staat. Namelijk dit:

14 Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft.

15 Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren.

23 Wie een dankoffer brengt, geeft Mij alle eer, wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.’

Breng God een dankoffer en laat het niet alleen bij woorden blijven, maar doe het ook! Als je dat in goede tijden doet, weet je God ook te vinden in moeilijke tijden of, zoals andere vertalingen zeggen:, ‘in de dag van de benauwdheid’.

Sterker nog: zelfs als je midden in zo’n spannende tijd zit, roept God je op om Hem dankbaar te blijven vereren. Alleen zo zul je zijn hulp ervaren en merken dat Hij een God is die redt.

Ergens anders in de Bijbel staat zelfs: ‘Ik zal jouw redding zijn.’  God brengt niet alleen redding. Hij is mijn redding. Jezus –God Zelf- is mijn Redder!

Hij redt mij niet alleen van mijn zondeschuld. Hij redt mij ook van mijzelf. Van al mijn gedachten waardoor ik het in deze crisis benauwd en te kwaad krijg. Dan kan ik zelfs in deze heftige periode waar we met elkaar doorheen moeten, God nog steeds danken voor wat Hij allemaal nog wel geeft. Zo krijgt Hij ook vandaag nog alle eer. En je zult, de ene keer sterker dan de andere keer, de vrede van God ervaren. Omdat je ziet en merkt: Hij is erbij en helpt ons er door heen.

Offer God lof, bied Hem je dankbaarheid,

voldoe aan je geloften, Hem gewijd.

Dan zul je, als het onheil je omringt,

wanneer de angst je in de engte dringt,

Mij roepen en Ik zal het al doen keren.

Ik geef je ruimte en jij zult Mij eren.

Zo spreekt de Heer: al wie in dankbaarheid

aan Mij het offer van zijn leven wijdt,

houdt Mij in eer en heeft mijn wil verstaan.

Hij baant de weg, waarlangs mijn heil kan gaan.

Hij zal het zien, hij zal het zelf ervaren:

Ik zal mijn vrede aan hem openbaren.

Psalm 50 vers 7 + 11