Een van de meest bekende liederen die met Kerst gezongen wordt is ‘Stille nacht, heilige nacht’. Het heeft, om in de stijl van de Nederlandse tekst te blijven, miljoenen mensen een zalige Kerst bezorgd. Toch is de tekst van dit prachtige kerstlied wat aan de ouderwetse kant. Volgens een onderzoek vinden veel mensen dat niet erg. Het gaat hen om de bekende klanken. Maar het is ook belangrijk om te begrijpen wat je zingt. Dus daarom een nieuwe, eigentijdse versie van ‘Stille nacht’ die net zo concreet de betekenis van de geboorte van Jezus Christus bezingt.
Stille nacht. Wie had gedacht dat een kind, onverwacht, vrede brengt voor wie leeft onder druk en voor ouders een dieper geluk. Vrede brengt ons het kind. Vrede brengt ons het kind.
Stille nacht. Wie had gedacht dat Gods plan, eens bedacht, nu door engelen juichend in koor wordt bezongen – zij geven het door: Jezus, Redder en Heer. Jezus, Redder en Heer.
Stille nacht. Wie had gedacht dat Gods Zoon, vol van pracht, zo eenvoudig het leven begint, maar straks duivel en dood overwint. Prijs nu Christus als Heer. Prijs nu Christus als Heer.
Dominees uit de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken mogen sinds begin december ook in de Protestantse Kerk in Nederland preken. Eind oktober hadden GKV/NGK het omgekeerde al besloten: PKN-predikanten die zich “gebonden [weten] aan de leer van de Bijbel zoals beleden in de gereformeerde belijdenissen” mogen voorgaan in GKV- en NGK-kerkdiensten als de eigen gemeente hiermee instemt.
Misschien dat dit besluit sommigen overvalt. De PKN is toch een plurale kerk waarin vrijzinnigheid en orthodoxie allebei een legitieme plek hebben? Hoe kun je daar dan als gereformeerde dominee Gods Woord brengen? En omgekeerd: hoe weet je zeker dat een PKN-predikant op een vrijgemaakte kansel voluit Gods Woord brengt? Nou, dat kan dus als je samen het geloof deelt in God als Schepper en Vader, Jezus Christus als Verlosser en Heer en de Heilige Geest als Vernieuwer en Motivator, zoals de Bijbel daarover spreekt en zoals de Drie Formulieren van Eenheid dat naspreken.
Want de verschillen in kerkvisie zijn minder belangrijk dan de eenheid in geloof. Met dit besluit lopen GKV en NGK weer in de pas met de CGK. Die besloten in 2013 al dat alle predikanten uit de PKN die zich “in de uitoefening van hun ambt verbonden hebben aan de gereformeerde belijdenissen” ook mogen worden uitgenodigd om in de CGK te preken (bron: Reformatorisch Dagblad)
De gezamenlijke landelijke vergadering van GKV en NGK sprak ook uit dat een predikant die voorgaat in een PKN-gemeente dat in goed overleg met de eigen kerkenraad doet.
Deze formulering stond niet in het oorspronkelijke voorstel van Deputaten Kerkelijke Eenheid (GKV) en de Commissie Contact en Samenspreking (NGK). Die hadden het vrijblijvender geformuleerd, namelijk: Predikanten zijn gerechtigd op verzoek voor te gaan in een PKN-gemeente na daarvan mededeling te hebben gedaan aan hun kerkenraad.
De motivatie hierachter was, dat een predikant als dienaar van Gods Woord overal waar hij (of zij) de gelegenheid krijgt, het Evangelie van Jezus Christus mag brengen. Dat hoort bij zijn persoonlijke roeping, dus een kerkenraad mag dat zijn predikant niet verbieden.
Persoonlijk was ik het hier niet mee eens. Elke predikant is allereerst verbonden aan de eigen gemeente. Samen met de ouderlingen geeft hij geestelijke leiding aan de gemeente. De kerkenraad is ook verantwoordelijk voor de eenheid in de gemeente. Het bewaren van die eenheid is belangrijker dan de persoonlijke wens van een dominee om, als hij daarvoor gevraagd wordt, buiten het eigen kerkverband voor te gaan. Als er zo’n verzoek komt, hoort de predikant dat eerst aan zijn kerkenraad voor te leggen. En wel om twee redenen:
1/ Een predikant gaat nooit op persoonlijke titel uit preken. Hij staat daar altijd als vertegenwoordiger van de vrijgemaakte kerk, zelfs als het geen officiële kerkdienst is.
In mijn eerste gemeente, de GKV pp Zaamslag, werd sinds de jaren ’60 op 24 december een kerstnachtdienst gehouden. Het was een persoonlijk initiatief van de net opgerichte ‘Commissie Volkskerstzangavonden’. De eerste keer deden de hervormde, de synodale en de vrijgemaakte dominee mee. Meteen daarop schreef de hervormde predikant een roerend stuk over de eenheid tussen de samenwerkende kerken die nu ontwaakt was, met als gevolg dat de vrijgemaakte kerkenraad zei: deze eerste keer is meteen ook de laatste keer geweest, want we zijn het als drie kerken over veel zaken zo fundamenteel oneens, dat we op de kerstavond niet een begin van kerkelijke eenheid willen suggereren. Begin jaren ’90 vroegen de hervormde en synodale dominee mij om weer mee te doen. Toestemming vragen aan de kerkenraad was niet nodig, zeiden ze, want de kerstnachtdienst was immers nog steeds een persoonlijk initiatief? Dat kan wel waar zijn, zei ik toen, maar als ik mee doe, zegt iedereen: kijk, de vrijgemaakte dominee doet ook weer mee! Dus heb ik eerst aan de kerkenraad gevraagd wat ze daarvan vonden. Geen enkel probleem, zeiden de mannenbroeders, want de hervormde en synodale predikant zijn allebei bijbelgetrouwe voorgangers.
2/ Mijn volgende gemeente was die van Nijmegen. Die is in pas als één van de laatste kerken in november 1969 uit elkaar gevallen in een GKV en een NGK, omdat de toenmalige predikant drie jaar lang het dringende advies van de kerkenraad naast zich neerlegde om loyaal te zijn aan het kerkenraadsbesluit om samen binnen het kerkverband te blijven. Dat wilde deze predikant niet. Hij bleef volhouden dat hij overal waar hij geroepen werd, Gods Woord mocht brengen, ongeacht de mening van de kerkenraad. Daarmee brak hij de eenheid binnen zijn eigen gemeente op. Net als in de jaren ervoor verschillende vrijgemaakte dominees zonder enige vorm van overleg met de eigen kerkenraad voorgingen in een synodale kerkdienst. Mede als gevolg van zulk eigenmachtig optreden is de breuk tussen GKV en NGK ontstaan.
Zulke solistische akties van predikanten met een te groot roepingsbesef naar buiten toe en een te klein verantwoordelijkheidsgevoel voor de eenheid van de eigen gemeente moet je als synode / landelijke vergadering niet de ruimte geven door te zeggen: ‘U mag overal voorgaan waar u wilt, dominee, als u het maar even meldt bij uw kerkenraad.’
Vandaar mijn voorstel om uit te spreken: Predikanten zijn gerechtigd op verzoek voor te gaan in een PKN-gemeente na daarvoor instemming van hun kerkenraad gekregen te hebben.
Een meerderheid van de afgevaardigden vond dit net even te strak geformuleerd. Want wat is dan nog de vrijheid en de ruimte die een predikant heeft om als dienaar van het Woord het Evangelie te brengen als hij daarvoor uitgenodigd wordt?
Dus kwam een andere afgevaardigde, ds. Wim van Wijk, met een andere voorstel dat uiteindelijk unaniem aangenomen is: Wanneer een NGK-GKV predikant voorgaat in een PKN-gemeente, gebeurt dat in goed overleg met de eigen kerkenraad.
Met die uitkomst kan ik goed leven (anders was het ook niet een unaniem besluit geweest :-). Want wat in goed overleg tot stand komt, dient ook altijd de eenheid in de eigen gemeente.
Wat merk je in het dagelijkse leven van Gods aanwezigheid? Hoezo is Hij een God die gebeden verhoort?
Neem nu Zacharias en Elisabeth. Zij leefden in de tijd van koning Herodes, die weer onder het gezag van keizer Augustus stond. Het was een tijd van vrede en welvaart. Maar ook een tijd waarin de Edomiet Herodes, een afstammeling van Ezau, een schrikbewind onder de Joden voerde en iedereen die een bedreiging voor zijn macht vormde, uit de weg ruimde. De kindermoord in Bethlehem is het gruwelijke bewijs van zijn goddeloosheid.
En is het in onze tijd anders? We leven al meer dan 70 jaar in vrede. De welvaart is alleen maar toegenomen. Maar de kerk krimpt in Nederland. Steeds minder mensen geloven oprecht in God. Steeds meer mensen leggen Gods geboden en regels naast zich neer. Geloven doe je achter de voordeur, daar mag je anderen niet mee lastig vallen. Zeker niet in het publieke domein. Hoezo regeert God? Hoezo merk je zijn aanwezigheid?
Voor Zacharias en Elisabeth kwam daar nog een tweede heel persoonlijke moeite bij. Ze konden geen kinderen krijgen. Wat voor een groot verdriet geeft dat! Ook vandaag nog. Je loopt er niet mee te koop. Maar het is een groot gemis. Dus bid je. En hoop je. En ga je ervoor naar het ziekenhuis. Want er kan gelukkig veel tegenwoordig. Maar dan kan er nog niet altijd iets aan gedaan worden. Soms is het vanwege de eigen gezondheid onverantwoord om kinderen te krijgen. Vaker is één van de twee, net zoals Elisabeth, onvruchtbaar. Hoe ga je daar als christen mee om? Wat doet dat met je geloof? Leven met vraagtekens. Leven met zo’n grote teleurstelling. Wat heb je dan aan je geloof? Wat bereik je dan met bidden?
Zacharias en Elisabeth hebben in deze hopeloze situatie (politiek, kerkelijk en persoonlijk) God vaarwel hebben gezegd. Integendeel. Ze blijven God opzoeken en zich heel precies aan zijn regels houden. Niet omdat het moet, maar omdat ze op God vertrouwen, juist ín hun moeiten, zorgen en verdriet.
Je mag blijven bidden. Want God luistert wel. Gebeden blijven bij Hem lang staan. De vraag is alleen: blijven wij wel bidden? Voor onze persoonlijke dingen. En voor de grote zaak van God?
Zacharias en Elizabeth deden beide. Hun kinderwens brachten ze jarenlang bij God. En daarna vertelden ze God over hun verdriet omdat Hij hun gebed niet verhoord had. En ze baden om de komst van de Messias. Of er geloof gevonden mocht worden bij de mensen, bij iedereen die uitzag naar de bevrijding van Jeruzalem. Niet uit de macht van de Romeinen, maar uit de greep van het ongeloof dat de samenleving teisterde.
Die twee gebeden vallen samen. Want bij God valt het grote plaatje en de persoonlijke situatie altijd samen. God voert zijn grote verlossingsplan uit zoals Hij wil. En tegelijk schakelt Hij jou en mij daarbij in, jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn.
Op een dag mag Zacharias in het heilige gedeelte van de tempel, vlak voor het heilige der heiligen, het dagelijkse reukoffer brengen. Daar, in de tempel, bidt hij als priester namens het volk.Zulke gebeden stijgen op als het reukwerk van de tempel naar boven toe en komen dan bij God aan. Daar blijven ze staan. Zo bidt David dat in Psalm 141: Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan. En in Openbaring 8 staat, dat de rook van de wierook met de gebeden van de heiligen opstijgt naar God.
Uitgesproken gebeden verwaaien niet en verdampen niet in de lucht, maar staan en blijven staan pal voor het gezicht van God! De gebeden om Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid. En de persoonlijke gebeden van ieder van ons.
En dan, in de tempel, is daar plotseling Gabriël. Hij zegt: ‘God heeft je gebed verhoord, Zacharias!’ En meteen zie je, dat die twee soorten gebeden niet van elkaar te scheiden zijn. Zacharias, jullie zullen alsnog een zoon krijgen – net als Abraham en Sara. Maar hij zal er niet alleen voor jullie zijn, want jullie hebben niet alleen maar voor jezelf om kinderen gebeden … nee, jullie wilden graag kinderen om ze gelovig op te voeden, zodat ook zij dicht bij God gaan leven en tot een zegen voor anderen zijn. En nu zullen jullie zo’n zoon krijgen. Op een hele bijzondere manier. Want jullie zoon zal de tweede Elia zijn, die Maleachi al heeft aangekondigd. Hij zal heel veel mensen blij maken, omdat hij mag vertellen dat de echte Messias eindelijk komen zal. Hij zal generaties verbinden en mensen hun zonden laten inzien, en zo zal hij de mensen er klaar voor maken om de Messias, de grote Koning, te ontvangen.
Dat is dus Gods bedoeling! Dat je blij bent met Jezus Christus. Zoals Gabriël later tegen de herders zegt, als Jezus geboren is: ‘Ik verkondig jullie grote blijdschap die voor alle mensen bestemd is: vandaag is jullie Redder geboren, Christus de Heer!’
Hoe blij ben jij met Hem? Laat het dan zien door Hem elke keer weer op te zoeken.
Maar God opzoeken gaat niet vanzelf. Dat merk je bij Zacharias. Hij kent de Bijbel op z’n duimpje. Hij weet dat eens de tweede Elia komen zal. Maar dat het zíjn zoon zal zijn? Dat kan niet waar zijn! Ons persoonlijke gebed is immers tot ons grote verdriet niet verhoord? En nu zijn we te oud.
Het goede nieuws ontmoet ongeloof. Niet bij een hardcore heiden. Maar bij een vrome, oprechte, gelovige priester. Zacharias kan het niet geloven. Maar hij verpakt zijn twijfel in een vrome vraag: ‘Hoe kan ik zeker weten dat het zal gebeuren?’
Persoonlijke moeiten kunnen je vertrouwen in God heel gemakkelijk aan het wankelen brengen. Hoe intenser je wensen, hoe groter de teleurstelling wanneer God gebeden niet verhoord.Of anders verhoord.
Je kunt er begrip voor hebben. Want wie zijn wij? En als het goed is, heb je er zeker begrip voor de worsteling van je mede-broer of zus als hun moeiten zo groot zijn. Of het nu om kinderloosheid gaat. Of een ernstige ziekte. Of een gebroken huwelijk. Of een beperking waar je mee moet leren leven.
Maar Gabriël heeft geen begrip voor de tegenwerpingen van Zacharias. Hij legt, voor straf, Zacharias negen maanden het zwijgen op. Dat lijkt hard. Maar weet je … ongeloof heeft geen recht van spreken.
Je hoort wel eens iemand zeggen: ‘Kreeg ik maar een teken of zag ik maar een engel uit de hemel, dán zou ik wel geloven.’ Maar dat gaat niet op. Zelfs als iemand uit de dood zou terugkeren, laten mensen zich niet overtuigen, zegt Jezus later, in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus.
En dus moet Zacharias zwijgen. Negen maanden lang. Ongeloof heeft geen recht van spreken.
De mensen op het tempelplein denken dat wat Zacharias gezien heeft, hem doofstom gemaakt heeft. Maar dat was het niet! Wat hij in zijn ongeloof gezegd heeft, is de oorzaak van zijn tijdelijke handicap. En dat terwijl hij als vrome priester dienst deed in de tempel! Dat detail is veelbetekenend: niemand kan ‘priester zonder zonde’ zijn! De zwakheid van Zacharias is zwakheid van ons allemaal.
Meteen in het begin van Lukas zie je al hoe nodig de komst van Jezus Christus is! De grote blijdschap voor heel veel mensen wordt pas echt veilig gesteld door Hem.
In Lukas 1 moet een machteloze priester op de trappen van het heiligdom de mensen ongezegend naar huis laten gaan. Maar Lukas eindigt zijn evangelie met de unieke Hogepriester Jezus die zijn volgelingen een volle zegen meegeeft op het moment dat Hij naar het hemelse heiligdom gaat.
En hoe reageren zijn volgelingen dan? Met grote blijdschap! Het zijn dezelfde woorden als de engel Gabriël gebruikte toen hij de herders vertelde over de geboorte van Jezus Christus.
Grote blijdschap! Diepe vreugde!
Hoe blij ben jij vandaag met je geloof in God? In een wereld die Hem niet lijkt te kennen. In je persoonlijke leven waarin je misschien veel strijd ervaart. Durf je dan nog op God te vertrouwen? Als het leven vol vraagtekens is? Durf je dan je gebeden nog op te laten stijgen naar de hemel? Doe het maar. Ze blijven lang staan voor de troon van God. Lang genoeg voor God om er echt iets mee te doen.
De eerste woensdag van november staat in gereformeerd en protestants Nederland bekend als Dankdag voor gewas en arbeid. In veel kerken wordt een kerkdienst belegd om de HERE te danken voor de resultaten van de oogst en van wat het werk van onze handen heeft opgebracht.
Dit jaar is, vanwege de corona-pandemie, alles anders.
Voor heel veel mensen is het geen dankdag, maar jankdag.
Veel mensen hebben hun man of vrouw of één van hun (groot)ouders of soms zelfs allebei verloren.
Heel veel mensen zijn hun baan kwijt geraakt of zagen hun zaak failliet gaan.
In de zorg en in het onderwijs is de werkdruk zo hoog, dat het personeel er aan onderdoor dreigt te gaan.
Het is om te janken. Hoe kun je dan nog danken?
In de Bijbel staat het gebed van Habakuk. Het is tegelijk een lied. Het slot ervan luidt:
17 Al zal de vijgenboom niet bloeien,al zal de wijnstok niets voortbrengen,al zal de oogst van de olijfboom tegenvallen,al zal er geen koren op de akkers staan,al zal er geen schaap meer in de kooien zijnen geen rund meer binnen de omheining –18 toch zal ik juichen voor de HEER,jubelen voor de God die mij redt.19 God, de HEER, is mijn kracht,Hij maakt mijn voeten snel als hinden,Hij laat mij over mijn bergen gaan.
Wat Habakuk hier bidt en zingt, lijkt innerlijk tegenstrijdig. En tegelijk, zo zit het geloof wel in elkaar, dat je tegelijk bedroefd en blij kunt zijn. Dat je, als alles tegenzit, blij blijft met God. ‘Toch zal ik juichen en jubelen voor de HEER mijn God.’
TOCH! Of, anders gezegd, ondanks alles. Want inderdaad, voor heel veel mensen was het afgelopen half jaar om te janken in plaats van om te danken. En dat mag. Je mag huilen van verdriet. Dat woordje ‘TOCH’ geeft aan dat de problemen er wel degelijk zijn. Zodanig zelfs, dat je er moedeloos onder kunt worden en reden tot klagen hebben.
Maar wie in God gelooft, treurt anders dan mensen die geen hoop hebben, zal Paulus later in zijn brief aan de christenen te Tessalonika schrijven. Als je gelooft dat God dankzij Jezus Christus je hemelse Vader is, vertrouw er dan op dat Hij voor uitkomst zal zorgen, want Hij is de God die mij redt; ja, Hij is mijn kracht, zegt Habakuk. Datzelfde geloofsvertrouwen kom je bij Paulus tegen in zijn brief aan de christenen te Filippi: “Ik ben tegen alles bestand en kan alles verdragen door Hem die mij kracht geeft.”
Is 2020 een verloren seizoen? Om te janken, zo slecht? Voor een groot deel wel. En het is nog niet voorbij. Al die tegenslagen mag je in je gesprek met God benoemen. Doe het voor jezelf en bespreek het met elkaar: Wat heb je persoonlijk van corona gemerkt het afgelopen half jaar en wat deed dat met je?
Maar heb je Gods aanwezigheid in de afgelopen maanden ook ervaren? Is Hij het die je geloof op de been houdt? Dan is er nog steeds veel om Hem voor te danken. Doe dat ook voor jezelf en bespreek het met elkaar: Waar kun je ondanks alles in deze corona-tijd God toch nog voor danken?
Op U alleen, mijn licht, mijn kracht, stel ik mijn hoop, U zorgt voor mij. Door golven heen, door storm en nacht, leidt mij uw hand, U blijft nabij. Uw vrede diep, uw liefde groot, verjaagt mijn angst, verdrijft de dood. Mijn vaste rots, mijn fundament, U bent de grond waarop ik sta.
Sinds begin oktober is de intelligente lockdown weer van kracht. Alle publieke samenkomsten mogen uit niet meer dan 30 mensen bestaan (of 40 als het buiten plaats vindt). Zingen, joelen en schreeuwen wordt met klem afgeraden, terwijl het gebruik van een mondkapje bij binnenkomst en vertrek even dringend wordt aanbevolen.
Vanwege het recht op vrije uitoefening van de godsdienst kan de beperking van 30 personen niet dwingend aan kerken worden opgelegd. Dus veroorloven sommige grote kerken, vooral uit de reformatorische hoek, maar ook enkele vrije evangelische kerken het zich, om toch een veelvoud va 30 kerkgangers toe te laten. Ze houden zich daarbij aan alle regels die vóór de nieuwe lockdown in oktober golden. Om de kerkdiensten zo veilig mogelijk door te kunnen laten gaan is er in een aantal kerken stevig geïnvesteerd in een goede ventilatie.
Op zich kan ik het mij voorstellen dat een aantal zeer grote kerken nog steeds met meer dan 30 kerkgangers bij elkaar komt. Laten we wel wezen: als je normaal gesproken 2.400 kerkgangers kunt bergen, is een aantal van 250 per dienst op geen enkele manier te typeren als een onverantwoord super-corona-verspreider-evenement. Zeker niet als daarbij wel gehoor gegeven wordt aan de beide andere dringende adviezen: geen gemeentezang en het gebruik van mondkapjes. Of het verstandig voor de beeldvorming in de media is om toch meer dan 30 kerkgangers per kerkdienst toe te laten is een andere vraag. En het is beslist onverstandig om twee of drie dringende adviezen van de overheid naast je neer te leggen, dus ik heb geen begrip voor kerken die met meer dan 30 kerkgangers ook nog eens gewoon met z’n allen blijven zingen.
Er is iets anders waar ik veel meer moeite mee heb, namelijk het beroep dat sommige christenen doen op de Bijbel om de adviezen van de overheid naast zich neer te leggen. Dat geldt zowel voor het bezoekersaantal als voor het zingen in de kerk.
Dit is wat ik af en toe hoor:
De regering mag ons geen beperkingen opleggen wat betreft het aantal kerkgangers, want in Hebreeën 10:25 staat immers: ‘Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.’ (HSV) En we blijven in de kerkdienst onze lofliederen zingen, want in Psalm 22:4 staat immers: ‘Maar U bent heilig, U troont op de lofzangen van Israël.’ (HSV)
Wie op deze manier onder de dringende adviezen van de overheid probeert uit te komen, laat de Bijbel buikspreken. Het is niet alleen super-inconsequent, want waarom roep je dan niet gewoon alle 2.400 gemeenteleden op om de kerkdienst te blijven bezoeken in plaats van een roulatie-systeem? En waarom zing je dan niet massaal uit volle borst God de lof toe die Hem toe komt, in plaats van mondjesmaat?
Veel erger is nog, dat wie met een beroep op deze twee teksten uit de Bijbel wil aangeven dat we ‘aan God meer gehoorzaam moeten zijn dan aan mensen’ (Handelingen 5:29) zich schuldig maakt aan de overtreding van het Derde Gebod van wet van de HERE die in veel kerken elke zondag aan de gelovigen wordt voorgehouden: ‘Misbruik de naam van de HERE, uw God, niet’ (NBV) / ‘U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken’ (HSV).
Het effect daarvan is desastreus. Om drie redenen.
1/ Allereerst stimuleert men de ongehoorzaamheid aan de overheid (in strijd met de oproepen van Paulus en Petrus om omwille van de Heer het gezag van de overheid te erkennen (Romeinen 13:1-7 en 1 Petrus 2:13-17), en dat in een tijd waarin toch al allerlei anarchistische krachten met hun complottheorieën het gezag van de overheid ondermijnen.
2/ Verder houdt men eigen zekerheden in stand gehouden in plaats van er werkelijk op te vertrouwen dat de HEER zijn kerk beschermt en bewaart. Niet door de kracht van aantallen of volume, maar ook waar twee of drie gelovigen bij elkaar komen (Matteüs 18:20) om in stilte de lofzang aan God te doen toekomen (Psalm 65:2 HSV) is Jezus naar zijn belofte in ons midden. De profileringsdrang om met Schriftbewijs eigen standpunten te onderbouwen doet me denken aan de opmerking van Paulus aan Timoteüs, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken, waarin mensen ’de schijn van vroomheid en godsvrucht zullen ophouden, maar de kracht ervan miskennen en verloochenen. Laat je niet met hen in, maar keer je van hen af’ is het vlijmscherpe advies van Paulus (2 Timoteüs 3:5).
3/ Tenslotte: als je bijbelteksten voor je eigen karretje spant, maak je je allereerst zelf schuldig aan vroom ijdel gebruik van de naam des HEREN. In Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus wordt elke christen juist opgeroepen om ervoor te zorgen dat wijzelf Gods heilige naam door onze woorden en daden niet lasteren, maar eren en prijzen. Maar daar komt nog iets bij. Door zulk misbruik is men er ook de oorzaak van dat de niet-christelijke wereld Gods naam nog eens extra door het slijk haalt. In Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus wordt elke christen juist opgeroepen om ervoor te zorgen dat anderen Gods heilige naam vanwege onze woorden en daden niet lasteren, maar eren en prijzen.
Gods naam houden we niet hoog door met een foutief beroep op de Bijbel op onze strepen te gaan staan. Dat valt niet mee in een samenleving die toch al erg kritisch is op alles waar christenen voor staan. Maar als we samen in de crisis zitten, past ons als christenen een bescheiden houding, namelijk die van meeleven en meelijden met de samenleving. Dat gaat mij persoonlijk niet altijd even gemakkelijk af, dat geef ik eerlijk toe. Maar ik wil er voor waken om te grote woorden te spreken als de overheid een redelijk beroep op ons als kerken doet. En ik wil zeker de woorden van mijn God niet onnodig als argument gebruiken om anderen van mijn eigen gelijk te overtuigen. Daar is zijn naam mij te heilig voor.
Deze psalmregel uit de berijming van Psalm 50 raakte mij vorige week toen we vanwege de corona-crisis in een lockdown gingen. Ik schreef er een blog over. Mijn geliefde neef uit Duitsland attendeerde mij op het prachtige lied ‘Hey’ van de zanger Andreas Bourani, die in het Duits precies hetzelfde zingt: Wenn die Angst dich in die Enge treibt. Ik vond het een prachtig lied en vroeg een kennis het te vertalen in het Nederlands. Hieronder volgt eerst de link en daarna de tekst (de vertaling kwam tot stand met dank aan Piet de Vries en Werner Gugler).
Wenn das Leben grad zu allem schweigt Dir noch eine Antwort schuldig bleibt Dir nichts andres zuzurufen scheint als nein Es geht vorbei Wanneer het leven je even niets meer zegt, jou nog een antwoord schuldig blijft, jou niets anders toe lijkt te roepen dan een ‘nee’: Het gaat over.
Wenn der Sinn von allem sich nicht zeigt Sich tarnt bis zur Unkenntlichkeit Wenn etwas hilft mit Sicherheit, dann Zeit Es geht vorbei, es geht vorbei Wanneer je de zin van alles niet meer weet te ontdekken omdat die zich onherkenbaar achter een masker schuil houdt: als iets zeker helpt, dan is het tijd. Het gaat over, het gaat over.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst Es ist OK wenn du fällst Auch wenn alles zerbricht Geht es weiter für dich Hé, wees niet zo hard voor jezelf! Het is oké als je valt; ook als alles stukloopt, gaat het verder voor jou.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst Auch wenn dich gar nichts mehr hält Du brauchst nur weiter zu gehen Komm nicht auf Scherben zum Stehen Hé, wees niet zo hard voor jezelf! Ook als je helemaal geen houvast meer hebt: je hoeft alleen maar verder te gaan; val niet stil op de scherven!
Wenn die Angst dich in die Enge treibt Es fürs Gegenhalten nicht mehr reicht Du es einfach grad nicht besser weißt Dann sei! Es geht vorbei, es geht vorbei Als de angst je in de engte drijft, het je niet meer lukt om je ertegen te verzetten, je het gewoon even niet meer ziet zitten: Blijf dan! Het gaat voorbij, het gaat voorbij.
Wenn jeder Tag dem andern gleicht Und ein Feuer der Gewohnheit weicht Wenn lieben grade kämpfen heißt Dann bleib! Es geht vorbei, es geht vorbei Als elke dag op de andere lijkt En vuur voor de gewoonte wijkt, als je juist moet vechten om lief te hebben: Blijf dan! Het gaat over, het gaat over.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst Es ist OK wenn du fällst Auch wenn alles zerbricht Geht es weiter für dich Hé, wees niet zo hard voor jezelf! Het is oké als je valt; ook als alles stukloopt, gaat het verder voor jou.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst Auch wenn dich gar nichts mehr hält Du brauchst nur weiter zu gehen Komm nicht auf Scherben zum Stehen Hé, wees niet zo hard voor jezelf! Ook als je helemaal geen houvast meer hebt: je hoeft alleen maar verder te gaan; val niet stil op de scherven!
Halt nicht fest, lass dich fallen Halt nicht fest, lass dich fallen Halt nicht fest, lass dich fallen Halt nicht fest, halt nicht fest Hou niet vast, laat je vallen. Hou niet vast, laat je vallen. Hou niet vast, laat je vallen. Hou niet vast, hou niet vast.
Aan die regel uit Psalm 50 moest ik denken toen op dinsdagavond 13 oktober de regering een behoorlijke lock-down afkondigde voor minstens 14 dagen en waarschijnlijk een hele maand.
Afgezien van de vraag of de maatregelen te slap, te streng, te willekeurig of überhaupt terecht zijn, iedereen vraagt zich af: waar gaat het naartoe met het virus en met de krachten die zich in de samenleving laten zien? Als christen heb ik niet het antwoord. Corona en alles erom heen dringt ook ons, of we willen of niet, in de engte. Sommigen worden daar heel erg angstig. Anderen af en toe.
Wat ik als christen wel weet is, dat er nog iets meer in Psalm 50 staat. Namelijk dit:
14 Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft.
15 Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren.
23 Wie een dankoffer brengt, geeft Mij alle eer, wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.’
Breng God een dankoffer en laat het niet alleen bij woorden blijven, maar doe het ook! Als je dat in goede tijden doet, weet je God ook te vinden in moeilijke tijden of, zoals andere vertalingen zeggen:, ‘in de dag van de benauwdheid’.
Sterker nog: zelfs als je midden in zo’n spannende tijd zit, roept God je op om Hem dankbaar te blijven vereren. Alleen zo zul je zijn hulp ervaren en merken dat Hij een God is die redt.
Ergens anders in de Bijbel staat zelfs: ‘Ik zal jouw redding zijn.’ God brengt niet alleen redding. Hij is mijn redding. Jezus –God Zelf- is mijn Redder!
Hij redt mij niet alleen van mijn zondeschuld. Hij redt mij ook van mijzelf. Van al mijn gedachten waardoor ik het in deze crisis benauwd en te kwaad krijg. Dan kan ik zelfs in deze heftige periode waar we met elkaar doorheen moeten, God nog steeds danken voor wat Hij allemaal nog wel geeft. Zo krijgt Hij ook vandaag nog alle eer. En je zult, de ene keer sterker dan de andere keer, de vrede van God ervaren. Omdat je ziet en merkt: Hij is erbij en helpt ons er door heen.
Vorige week werd ik geïnterviewd door Robbert Willemsen van de Asser Courant. Vandaag (dinsdag 13 oktober 2020) stond het in de gedrukte editie en verscheen het ook op de website van de Asser Courant. Aanleiding was de laatste keer dat ik een Middag-Pauze-Dienst leidde. Aan alles komt een eind, ook aan 14 bijzonder kostbare en dankbare jaren waarin ik meer dan 90 keer mocht voorgaan. Uiteindelijk ging het interview vooral over ‘kerk en corona’, maar kreeg de Middag-Pauze-Dienst die elke woensdag in de Bethelkerk in Assen gehouden wordt, ook goede aandacht. Met instemming van Robbert mag ik het interview en de foto die hij erbij nam, op mijn weblog plaatsen. Maar je kunt natuurlijk ook de Asser Courant aanklikken, dan krijg je ook de Bethelkerk te zien!
Assen – De commotie rond de Hersteld Hervormde Kerk in Staphorst, waar ruim een week geleden drie maal 600 kerkgangers de zondagdienst volgden – zingend, zonder mondkapjes – liet ook de andere kerken in Nederland niet onberoerd. Daar heerste enige boosheid en ongeloof, omdat ‘het geval Staphorst’ álle religieuze bijeenkomsten, waarbij de coronaregels goed in acht werden genomen, weer ter discussie stelde.
Minister Grapperhaus reageerde in elk geval direct. Hij gaf de kerkenraden de maandag erop – en herhaalde dat afgelopen vrijdag nog eens nadrukkelijk – het dringende advies terug te gaan naar maximaal 30 personen per dienst. Zonder zang. De minister deed daarbij vooral een beroep op het ‘gezond verstand’.
De meeste raden gingen daar afgelopen week in mee. Daarbij kwam wel het verwijt, dat het kabinet de weken ervoor onvoldoende had uitgelegd wat de coronamaatregelen betekenen voor religieuze bijeenkomsten. En dat het draagvlak voor maximaal 30 mensen per dienst zodoende broos wordt.
Ook de vrijgemaakt-gereformeerde kerk Het Noorderlicht van dominee Ernst Leeftink (55) in de Asser wijk Peelo, besloot het advies van Grapperhaus op te volgen. Dus zaten er afgelopen zondag tijdens de morgendienst 30 in plaats van de – de laatste weken gebruikelijke – 75 kerkgangers in Het Noorderlicht. Gezongen werd er al niet meer in Peelo sinds de coronamaatregelen van kracht werden.
Leeftink vindt het jammer dat het zo moet. ‘Met 75 mensen in onze kerk kon heel goed de veilige afstand bewaard worden. De ventilatie hier is goed, dus we waren aan het onderzoeken of zingen ook weer kon. Kijk, zang hóórt bij een dienst, het is moeilijk om dat niet te doen. En we hebben al veel moeten opofferen in maart. Geen ontmoeting op zondag en door de week in de kerk, mensen die vanuit huis de online dienst moesten volgen… Dat was lastig, want je beleeft een dienst niet zoals het zou moeten. Je bent thuis sneller afgeleid, de concentratie is minder.’
Sinds 16 augustus mocht Het Noorderlicht weer kerkgangers ontvangen. ‘En dat was voor veel mensen heel fijn. Nee, niet iedereen kwam weer terug. Sommige families binnen onze gemeenschap hebben personen uit kwetsbare groepen in hun midden, maar er werken ook mensen in de zorg. En die wilden geen risico nemen.’
Toen Leeftink de commotie rond de diensten in Staphorst aanschouwde, bekroop hem al een onaangenaam gevoel. ‘Niet zozeer van wat daar precies gebeurde. De kerk in Staphorst biedt plaats aan 2300 mensen. Er waren vorige week zondag 600 mensen per dienst, verdeeld over drie zalen in een goed geventileerde kerk. Dat lijkt me te doen. Het zingen en het niet dragen van mondkapjes vond ik niet zo verstandig, maar het gaat vooral om de beeldvorming. ‘De besmettingen in Nederland schieten omhoog, iedereen moet concessies doen maar de kerk trekt zich daar niets van aan’. En dat werkte al met al als een rode lap op de seculiere media.’
De uitleg van de collega van Leeftink in Staphorst schoot bovendien bij veel mensen in het verkeerde keelgat. Die legde het lot van de Staphorsters wat besmetting, ziekte en overlijden door corona aangaat in de handen van God. Terwijl ook anderen, die niets met het geloof hebben, door hen besmet zouden kunnen worden, zo luidde de kritiek.
De scriba van de kerk in Staphorst toonde afgelopen zaterdag wel wat meer begrip voor alle ophef en in Staphorst werd zondag het aantal kerkbezoekers afgeschaald. Zingen (wel iets minder) en het niet dragen van mondkapjes bleven echter overeind.
Leeftink is voorzichtig. Gods woord en wil is immers de basis voor élke christen. ‘Maar ik ben wel zo realistisch dat ik besef dat je niet op een eiland leeft. Dat je ook in aanraking komt met anderen, daar moet je eveneens oog voor hebben. Kijk, Staphorst hield sinds juli al diensten met 600 mensen, maar toen waren het aantal besmettingen in Nederland laag en kraaide daar geen haan naar. Maar nu dat aantal zo hard oploopt, had de kerk in Staphorst moeten afschalen. Men bleef echter een eigen weg bewandelen, inclusief zingen en geen mondkapjes dragen. En dat is jammer. Ze hadden de antenne moeten hebben hoe dat zou overkomen buiten Staphorst en hoe de pers daar vervolgens op zou kunnen springen.’
Door die halsstarrige houding voelen andere kerken zich ‘gepiepeld’, zoals Leeftink het uitdrukt. ‘Want Staphorst tornt op deze manier ook aan onze rechten, het recht op vrijheid van godsdienst. Onlangs gaf premier Rutte ons nota bene nog een compliment dat de kerken het zo goed deden, dat het besmettingspercentage daar zo laag was.’
Zuchtend: ‘En nu dus dit. Zonder ‘Staphorst’ hadden we ook in Het Noorderlicht niet terug gehoeven naar 30 mensen. Bovendien is het onderwerp ‘zingen’ voorlopig weer van de baan en geven we onze gemeenschap het dringende advies een mondkapje te dragen. Ja, ik weet dat het ‘slechts’ een advies is vanuit Den Haag en dat de kerkenraad uiteindelijk beslist, maar als we hier zeggen dat we het qua veiligheid goed voor elkaar hebben met 75 mensen in het gebouw en dat we dat beleid voorzetten, krijg je als kerk tóch een slechte naam. En dat willen we beslist niet.’
Afscheid van Bethelkerk.
‘In zo’n intieme setting bouw je iets moois met elkaar op’
Ernst Leeftink heeft afscheid genomen als een van de voorgangers tijdens de middagpauzedienst in de Bethelkerk aan de Groningerstraat. Leeftink heeft sinds kort – naast dat hij dominee is in Het Noorderlicht in Peelo – een ‘nevenfunctie’ van 20 procent als predikant in Oosterwolde.
Op zich vindt Leeftink het wel jammer dat hij na 14 jaar moet stoppen met de diensten in de Bethelklerk, die hij verzorgde met zes andere voorgangers, waaronder Folkert Folkers (geestelijk verzorger van woonzorgcentrum Arendstate), Ron Koopmans (Jozefkerk) en Anja van Harten-Tip (Oase). ‘Maar ik moest kiezen, mijn agenda werd te vol.’ Dominee Bart Dubbink (Lichtpunt) neemt de plaats van Leeftink in.
Op elke woensdagmiddag is de Bethelkerk geopend voor mensen ‘van alle geloof en levensovertuiging’, die midweeks een rustpunt en een moment van bezinning’ zoeken. Leeftink: ‘Het zijn korte diensten. Om 12.30 uur moet iedereen binnen zijn, is er een bijbellezing, een korte overdenking van 10 minuten, drie liederen (maar nu dus even zonder zingen) en een kleine orgelsolo. Om 12.55 uur zijn we klaar. Daarna is er nog ruimte voor een kop koffie of thee, een praatje en om 13.30 uur is iedereen weer vertrokken. Een middagpauzedienst, zoals de naam al zegt, moet ook in een middagpauze passen.’
De diensten trekken zo’n 30 bezoekers, die volgens Leeftink vooral de intimiteit ervan waarderen. Hoezeer, merkte hij toen ook deze kerk van half maart tot eind augustus dicht moest. ‘Onze vaste bezoekers misten de vaste ontmoeting in de kerk, vonden het jammer dat ze niet mochten komen. En ook ik miste het, omdat je in zo’n intieme setting toch iets moois met elkaar opbouwt.’ Daarom, lacht de dominee, zal hij – ondanks dat hij gestopt is – regelmatig langskomen bij de Bethelkerk. ‘Om de toch wel unieke sfeer weer even te proeven.’
Op 7 oktober 2020 ging ik voor de laatste keer voor in de Middag-Pauze-Dienst die elke woensdagmiddag in de Bethelkerk in Assen gehouden wordt. In iets meer dan 14 jaar mocht ik er zo’n 90 keer voorgaan. In deze dienst (met zo’n 25 aanwezigen en zonder samenzang) stond Psalm 4 centraal.
Waar ben jij het meeste bang voor in deze coronacrisis? Het kan van alles zijn. Je kunt bang zijn voor de ziekte zelf. Zeker als je tot de risico-groep hoort. Vanwege je leeftijd. Of vanwege je broze gezondheid. Je kunt bang zijn voor de eenzaamheid. Stel je voor dat je nog een half jaar je kinderen en kleinkinderen niet mag ontmoeten. Je kunt bang zijn voor de gevolgen van de coronacrisis. Je baan staat op de tocht. Je bedrijf raakt in zwaar weer. Je huwelijk staat onder druk. Redden je kinderen het wel?
‘Waar moeten we het zoeken? Wie biedt ons perspektief?’ Die vraag uit Psalm 4 is in onze tijd super aktueel. De wanhoop klinkt er in door. Daarom vind ik de berijmde versie uit het Gereformeerd Kerkboek ook zo prachtig: Ik hoor hoe velen angstig vragen: ‘Wie zal het goede ons doen zien?’ Ook de Nieuwe Psalmberijming brengt het heel kernachtig onder woorden: ‘Wie geeft ons toekomst?’ vragen velen. De angst knijpt onze kelen dicht.’ Zo levensecht, de psalmen. Zo konkreet voor alle tijden, ook voor ons. Een liedboek voor Gods volk alle eeuwen door. En telkens, in alle omstandigheden, wijst het ons ook de weg naar God.
De aanleiding voor deze woorden is heel konkreet. David moest vluchten. Zijn zoon Absalom, de populaire, populistische kroonprins, heeft een staatsgreep gepleegd. David is de Jordaan overgestoken, met een klein groepje getrouwen en een aantal soldaten. Die hebben de kant van David hebben, maar ze vrezen het ergste. Ze weten dat Absalom met zijn tien keer zo grote leger ook de Jordaan zal oversteken. Dat maakt hen moedeloos. Ze vragen zich wanhopig af: ‘Hoe komt dit ooit nog goed?’ Tsja, wat moet David zeggen om zijn mannen weer moed in spreken?
En vandaag … ja, je kunt wel, net als de regering en de supermarkten wel blijven roepen: ‘Samen krijgen we het coronavirus eronder.’ Maar hoe dan?
Weet je hoe David op die wanhopige vraag reageert? Met een gebed! In de nood leert David zijn soldaten, maar ook ons in 2020 bidden! ‘HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen!’ Een gebed! David. Hij weet dat hij er slecht voor staat. Naar de mens gesproken is hij koning-af en grijpt Absalom de macht.
En wij … volgens alle deskundigen zijn we er nog lang niet. We staan nog maar aan het begin van de tweede golf. We hebben nog geen flauw idee hoe het ‘nieuwe normaal’ er uit zal zien.
Hoe reageer je dan? Nou, neem een voorbeeld aan David! Hij zoekt niet als eerste naar oplossingen. Hij zoekt als eerst God op. Het geloof ziet altijd in God nog een weg van redding en uitkomst. Dat moeten Davids adviseurs en zijn soldaten weer leren. Dat is wat wij, wat heel Nederland vandaag nodig heeft. Leren vertrouwen op God. Niet dat de omstandigheden dan ineens veranderen. Maar je krijgt er een ander zicht op als gelooft dat God boven jouw angsten staat. Als je in moeilijke omstandigheden toch gelooft dat God bij je is, zet dat de situatie waarin je verkeert, in een ander licht. Het licht van Gods aangezicht.
Hoe belangrijk is dit advies vandaag voor ons allemaal. Misschien slaap je wel slecht vanwege alle corona-zorgen. Stapelen de problemen zich op. Pieker je je suf. Hoe zal het de komende tijd gaan? Maar hoe vaak klop je bij God aan? Als ik naar mezelf kijk: dat vergeet ik nogal eens om als eerste te doen. En toch is dat wat je als kind van God mag doen. Want, zegt Asaf, een andere dichter, in Psalm 50: Dan zul je, als het onheil je omringt, wanneer de angst je in de engte dringt, Mij roepen en Ik zal het al doen keren. Ik geef je ruimte en jij zult Mij eren. Je mag naar je hemels Vader gaan. En naar je Heer, Jezus Christus. In Hem vindt mijn hart meer vreugde dan in het aardse geluk van een overvloed aan koren en wijn, zegt David.
Voor veel mensen bestaat het goede uit de dingen die je hier op aarde kunt bereiken. Meer koren en wijn – een goed inkomen. Vooral gezond blijven – ook al komt de ouderdom met gebreken. Dat is ook niet verkeerd. Maar als dat het enige is, dan word je alleen maar bezorgder. Dan loop je steeds achter de dingen aan. Met stress en spanning in het lijf. Tot op een dag het beklemmende gevoel je overvalt: waar heb ik het allemaal eigenlijk voor gedaan? Tot we er als mensheid keihard mee geconfronteerd worden, dat we met onze medische techniek en wetenschap alles helemaal niet zo vast in onze hand hebben als we altijd dachten.
Dus die vraag van Psalm 4 is zo gek nog niet. Zeker niet in angstige tijden. ‘Waar zoek ik mijn geluk? Wat geeft mij zekerheid?’ Als je het antwoord van David maar kent! Bij God zoek ik mijn geluk. In Hem vindt mijn hart zijn zekerheid. Het licht van zijn vriendelijk gezicht maakt mij blij en geeft mij vrede en rust. Want Jezus is het Licht van Gods aangezicht. Je kent de verhalen over de Here Jezus toch wel? Hij is de Goede Herder! Hij zorgt voor al zijn schapen. Hij heeft zijn leven er zelfs voor overgehad. Jezus die zorgt en die zonden vergeeft – zo is Hij vandaag nog steeds. Ook voor jou en mij. Want Hij is opgestaan en leeft! In eeuwigheid én in het hart van al Gods kinderen.
In mijn eerste gemeente kwam ik regelmatig bij een weduwe van in de tachtig op bezoek. Ze was altijd bezorgd en zenuwachtig. Maar weet je wat ze altijd tegen mij zei? ‘Als ik naar bed ga, dominee, kan ik altijd lekker slapen. Want ik weet, dat er altijd Eén is die voor me zorgt.’ Voor haar begon de nieuwe dag weer met nieuwe zorgen. Dan vloog het haar weer aan. Maar als ze naar bed ging, dacht ze vaak aan Psalm 4, in de oude vertaling: In vrede kan ik mij te ruste begeven en aanstonds inslapen, want Gij alleen, HERE, doet mij veilig wonen.
Zo beleeft een christen dat niet altijd. Hoe kom je dan toch aan die rust en dat vertrouwen? Wat is het geheim? Augustinus heeft het eens heel mooi gezegd: “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt bij God.” Want als je met je zorgen naar de HERE gaat, dan luistert Hij. En Hij vindt het niet erg, als je steeds weer bij Hem komt. Als je maar komt! Als je Hem maar opzoekt. Als je dat vaak doet, wordt dat een levenshouding. De levenshouding van een gelovige. Het geheim daarvan is een Persoon: Jezus. Hij is de beste remedie tegen angst en zorgen. Zorgen over het leven nu. Zorgen over het leven na dit leven. Want Hij is er altijd bij. Bij Hem mag ik schuilen. Bij Hem voel ik mij veilig, voel ik mij vertrouwd en voel ik mij thuis.
Psalm 4
1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David.
2 Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet. Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed.
3 Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? sela
4 De HEER schenkt zijn gunst aan wie Hem trouw is, de HEER luistert als ik tot Hem roep.
5 Beef voor Hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. sela
6 Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de HEER.
7 Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ – HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.
8 In U vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn.
9 In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.
We zitten midden in de tweede corona-golf. Het aantal besmettingen is de laatste weken sterk gestegen, ook in Drenthe (van ‘maar’ 45 besmettingen tussen 1-14 september via 153 besmettingen tussen 15-22 september naar 369 besmettingen tussen 23-29 september).
En als het eenmaal binnenkomt op plekken waar veel mensen met een zwakke gezondheid wonen, kan het hard gaan, zoals in verpleeghuis ‘De Omloop’ in Norg. Van de 24 dementerende bewoners hebben er 18 corona gekregen en zijn er inmiddels 8 overleden, stond in het Dagblad van het Noorden van 29 en 30 september. “Het is heel snel gegaan. Het ene uur waren de bewoners nog heel levendig en een uur later doodziek”, vertelt de directie.
Ik moest meteen denken aan Psalm 91 vers 6b.
Corona is een plaag die toeslaat midden op de dag.
Daar kun je heel erg onzeker van worden. Want Norg is opeens wel heel erg dichtbij. En je denkt: het kan dus ook zomaar in Assen gebeuren in één van de verzorgingshuizen.
Of je kunt er opstandig van worden. Waarom overkomt ons dit allemaal? Wat betekent dit voor zoveel ouderen, zoveel jongeren, zoveel mensen nu geen of veel minder medische of psychische zorg ontvangen? Waarom legt de overheid ons al deze maatregelen op?
Voor mij als christen kan er nog een extra vraag bij komen. Wat betekent deze grote tegenvaller voor mijn geloofsvertrouwen? Klinkt Psalm 91 niet veel te mooi? Aan het begin: Mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God, op U vertrouw ik. Midden in: Je hoeft niet te vrezen. Al vallen er duizend aan je linkerzijde en tienduizend aan je rechterhand, jou zal niets overkomen, het kwaad zal je niet bereiken. Aan het eind: Roep Mij aan, Ik geef antwoord, in de nood zal Ik bij je zijn. Ik zal je redding zijn.
De pijl, de pest en de plaag – wat een verschrikkingen beschrijft Psalm 91. Het is er allemaal. Ook vandaag. Op verschillende manieren. Hoezo zal het mij niet raken?
Als de wereld in brand staat, het maatschappelijk leven stil ligt en je eigen op z’n kop staat, komt er bij mensen vaak uit wat er in zit. Ook als het om geloven gaat.
Dat betekent niet dat wie het meest rustig alle corona-golven doorstaat, de beste gelovige is. Het betekent wel dat je met al je emoties toch steeds weer God op zoekt. De ene keer met een gerust hart. De andere keer terwijl je het Spaans benauwd hebt. Dat is wat Psalm 91 beschrijft.
Het gaat niet over de zelfverzekerdheid van de rotsvaste gelovige. Het gaat om de zekerheid dat God mijn Rots en Toevlucht is. Geloven is niet alleen gloria en overwinning. Geloven is ook, dat je in de stormen van het leven schuilt bij de Allerhoogste. Bij de God die niet alleen redding brengt (‘en U wordt weer bedankt’), maar die God die zegt: Ik zal je redding zijn.
God is mijn redding. Hij komt mij persoonlijk redden. Dwars door alles heen. Dan mag ik ook dwars door alles heen op mijn hemelse Vader blijven vertrouwen.
Dat deed Jezus ook. Ook in zijn diepste angsten bleef Hij tot God roepen en op God vertrouwen (Hebreeën 5 vers 7). Daarin ging Hij ons voor. De angst voor Gods oordeel heeft Hij van mij weggenomen. Tegelijk doet Hij het ons voor. Er zijn zoveel angsten waar ik bang en onzeker van wordt. Laat ik dan het voorbeeld van Jezus volgen: ‘Heer, nu corona op zoveel manieren toeslaat als een plaag midden op de dag, wilt U steeds mijn toevlucht en mijn redding zijn.’