Niet te geloven – christen zijn in de politiek

Gisteren werden er in een flink aantal gemeenten in Groningen, Friesland en Zuid-Holland gemeenteraadsverkiezingen gehouden. De ChristenUnie heeft in drie nieuwe gemeentes haar zetelaantal gehouden en zeven keer in een nieuwe gemeente er een zetel bij gewonnen. Daar ben ik blij om. Want het is een voorrecht om in een demokratie te leven. Dan kun je als christen je geloof een stem geven. Ik denk dat dat het beste kan door op een christelijke partij te stemmen. Want als je op een niet-christelijke partij stemt, krijgt alleen jouw politieke voorkeur meer invloed. Maar Nederland wordt er niet christelijker op als zelfs christenen op seculiere partijen stemmen. Ik blogde daar een half jaar geleden al eens over (klik hier).

Segers 2018-11-23

Iemand die echt een goed verhaal kan houden over z’n motivatie om als christen in de politiek aktief te zijn is Gert-Jan Segers. Morgenavond, vrijdag 23 november, komt hij in Assen voor een ‘Meet & Greet’-ontmoeting. Wees erbij, zou ik zeggen! Hieronder volgen twee stukjes die Gert-Jan een aantal maanden en een aantal weken geleden op zijn Facebook-pagina plaatste. Indrukwekkend vond ik ze. Zijn verhaal wil ik morgen graag horen. Jij ook? Wees welkom!

Niet te geloven

 Gert-Jan Segers – 5 december 2017

Ik was achttien toen het evangelie mij overtuigde dat het waar was. Het heeft me bij tijden een vrede gegeven die alle verstand te boven gaat, maar het heeft me ook een hoop gedoe opgeleverd.

Want voor die keus van toen heb ik me daarna nog geregeld moeten verantwoorden. Toen ik ging studeren, mijzelf aan anderen voorstelde, ging werken en dat is nu steeds zo als ik als een soort beroepschristen ergens word uitgenodigd. De bewijslast ligt altijd bij mij. Hoe weet je dat er een God is? Geloof je uit angst? Geloof je echt dat God de wereld geschapen heeft? Hoe kun jij in een God geloven terwijl kinderen sterven, terwijl een tsunami gruwelijk huishoudt en een aardbeving een land als Haïti ruïneert?

Vaker nog dan die bijtende vragen is er in dit deel van de wereld een schouderophalende onverschilligheid. Maar ook voor de gemakzuchtige niets-zeker-weter ligt de bewijslast bij mij. Je gelooft omdat je ouders geloofden. En als je ergens anders geboren was, was je hindoe of moslim geweest. Deze agnosten geloven niet wat ik geloof en in hun wereld is het volstrekt logisch dat ìk daar dan een goede reden voor moet hebben. Het licht-agressieve en doordachte atheïsme van Arjen Lubach is voor hen de bevestiging van de gekkigheid van het geloof, zonder dat ze dat zelf ooit hoeven aan te tonen.

Tegelijkertijd zijn deze niets-zeker-weters de grootste uitdagers van het christelijke geloof. Als mensen afhaken bij kerk en geloof is dat zelden omdat de Koran hen zo diep heeft geraakt of het Atheïstisch Manifest hen heeft overtuigd. Doorgaans haken gelovigen af omdat ze zelf ook hun schouders zijn gaan ophalen. Maar toch hebben ook zij er recht op om intellectueel serieus genomen te worden. Ook hun geloof moet bevraagd worden. Al was het maar omdat er ook in mij een schouderophalende niets-zeker-weter zit.

Want stel je voor dat het vermoeden van de agnost echt waar is. Dan is deze wereld een schitterend ongeluk, een onwaarschijnlijke samenloop van volstrekt willekeurige omstandigheden. Vanuit het niets. We zijn niet gewenst, niet bedacht, niet geliefd. We zijn een bundel cellen, door huid en botten bijeengehouden. Ons verdriet, onze liefde, ontroering, boosheid, vreugde, vertedering, ze zijn een chemische reactie en niets meer dan dat. We komen nergens vandaan, gaan nergens naar toe, zijn op een willekeurig moment en willekeurige plaats gestrand in een willekeurig lichaam. En als we denken dat ons leven zin heeft, zijn dat slechts onze gedachten. En die zijn niet meer dan een chemische interactie tussen een paar cellen.

Adolf Eichmann

Stel dat het vaak wat ongedefinieerde geloof van de agnost echt waar is, dan is er ook geen absoluut goed en kwaad. Dan is er geen absolute moraal. Goed en kwaad zijn een kwestie van afspraak. Dat betekent dat Auschwitz slechts een schending van afspraken was. Na de Tweede Wereldoorlog was er een Neurenberg-tribunaal dat nazi’s niet berechtte op basis van de Duitse wet, maar op basis vanuniverseel recht. Veel mensen hadden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog de diepe overtuiging dat de Holocaust een gruwelijke misdaad tegen de menselijkheid is geweest. In een wereld die van toeval en afspraken aan elkaar hangt, is dat een onhoudbare overtuiging. In die wereld hadden rechterstegen Eichmann alleen kunnen zeggen: ‘Jouw inspanningen om al die Joden te vermoorden was niet conform onze onderlinge afspraak, Adolf.’ En hij had kunnen zeggen: ‘Dat was wel onze onderlinge afspraak in Duitsland, edelachtbare.’ En dan had het kwaad nooit gestraft kunnen worden en nooitrecht kunnen worden gedaan aan de slachtoffers.

Stel je voor dat alles domme willekeur is. Dan is m’n liefde voor Rianne en haar liefde voor mij slechtseen langdurige oprisping. Dan is mijn ontroering bij de Matthaus Passion chemisch gedoe. Dan is mijn morele verontwaardiging over groot onrecht toeval. Dan is mijn leven zinloos, dan zou ik niet weten wie of wat mij zou kunnen troosten bij verdriet. Weet je, ik kàn dat niet geloven. En ik weet gewoon dat het niet waar is.

 

Over een gelovige minderheid, de brief van Klaas Dijkhoff en de stilte in Taizé

 Gert-Jan Segers – 26 oktober 2018

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is er voor het eerst in Nederland een minderheid van 49% ‘religieus’ en een meerderheid van 51% niet-religieus. Zou het kunnen dat de nogal publieke uitschrijving van collega Klaas Dijkhoff als lid van de Katholieke Kerk het tipping-point was? Dat hij mij gewoon eigenhandig en met één open brief een minderheid in heeft geduwd?

Om eerlijk te zijn, ik denk het niet. Ik ben m’n hele leven al veel meer de uitzondering dan de regel en ik geloof er niets van dat 49% van Nederland kerkelijk of anderszins religieus gebonden is. Dat is veel te hoog ingeschat. Een ander onderzoek (‘God in Nederland’) schatte eerder het percentage christenen op 25% en dat lijkt me dichter bij de culturele werkelijkheid te liggen dan die 50% minus Klaas Dijkhoff.

Toen het CBS met die 49% op de proppen kwam, waren er prompt allerlei duiders die het percentage nog over 50% heen probeerden te duwen. Omdat ook niet-kerkelijk gebonden mensen weleens kaarsjes branden of een Boeddhabeeldje bij de Blokker kopen. Het zal wel. Maar het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jacob is ontegenzeggelijk op zijn retour in Nederland en omliggende landen. God is meer en meer een vreemde gast in dit land geworden.

Het geloof in Hem is vooral nog iets voor die 40 oudere mensen in de dorpskerk van het Limburgse Noorbeek waar ik pas een zondag was. Als Klaas Dijkhoff bij Jeroen Pauw aanschuift om over zijn uitschrijving als lid van de Kerk door te praten, begint Pauw het gesprek met een welgemeend: ‘Gefeliciteerd!’ Dat is zoals het nu is.

Poolwind

‘Zal ik nog geloof vinden als Ik terugkom?’, vroeg Jezus zich ooit hardop af. Of dat het geval zal zijn in Nederland, weet ik steeds minder zeker. En ik schrijf dat met groot verdriet. Niet omdat ik zelf nou zo ontzettend religieus ben en geen scepsis ken. Integendeel. Wel omdat ik tot in het diepst van mijn ziel geraakt ben door het Evangelie. Niets en niemand geeft mij meer hoop en liefde dan wat Jezus heeft gedaan en gezegd.

Ondertussen is er hier een soort geestelijke poolwind opgestoken waardoor het steeds kaler en vlakker wordt. Soms lijkt het wel alsof God zelf is gaan zwijgen en er een beklemmende stilte is gekomen waarin al het praten over God en geloof plat valt als lauw bier in een vettig glas. Er zijn machtige verhalen over onstuimige kerkgroei in China, Zuid-Korea, delen van Afrika, Iran zelfs. Maar van al dat moois is hier weinig te merken. Hier word je op TV gefeliciteerd als je je eindelijk laat uitschrijven als lid van de Kerk.

Mijn theologische held Dietrich Bonhoeffer zag het al van ver aankomen. Het verdwijnen van geloof, de beklemmende stilte van een ogenschijnlijk zwijgende God. Hij schreef dat we misschien maar moeten zwijgen totdat God zelf weer gaat spreken. Stil zijn totdat Hij zelf ons zijn woorden weer geeft. Wat ons nu te doen staat, zo schrijft Bonhoeffer, is: bidden, wachten en het goede doen.

Taizé

Afgelopen weekend was ik in Taizé in Frankrijk. De gemeenschap van zo’n 70 broeders, waaronder een aantal uit Nederland, die al decennialang duizenden jongeren uit heel Europa en wijde omgeving verwelkomen.

Taizé is alles wat je juist niet zou bedenken om mensen weer in de kerk te krijgen. Je zit er oncomfortabel op de betonnen vloer, in stilte, zingt daarna eindeloos een paar eenvoudige zinnen en moet het verder doen zonder een charismatische voorganger en meeslepende preek. Het is er kaal en stil.

En toch waren er, naast honderden andere bezoekers, bijna 2000 jongeren uit Franse (voor)steden te gast. Jongeren waar de straatcultuur omheen hangt en die je niet in een kerk zou verwachten. Toch waren ze er, driemaal daags.

Zelfs Tim was er. Student die ooit als scholier met een schoolreis in Taizé was aanbeland. De meegebrachte fles wodka bleef destijds onaangeroerd, zo vertelde hij me. Hij was zo geraakt door wat hij op deze plek meemaakte, dat hij nu bijna niet meer terug durfde te komen omdat het acht jaar geleden zo mooi was geweest. Maar nu was het opnieuw mooi voor hem, zonder dat hij nog helemaal precies kon verwoorden wat hem hier was overkomen.

Samen zaten we op de grond, gingen bij de Franse jongeren de oortjes uit, waren we een tijd stil en zongen toen:

Mon âme se repose en paix sur Dieu seul De lui vient mon salut
Oui, sur Dieu seul mon âme se repose Se repose en paix.

Mijn ziel verstilt in rust en vrede bij God: Van Hem alleen mijn heil.
Ja, bij de Heer verstilt mijn ziel in vrede, Keert zich stil tot Hem.

In de stilte en de eenvoud van Taizé was God even heel dichtbij. Tijdens een avonddienst richten we ons op de Bijbel waaruit een paar verzen werden voorgelezen. Daarna staken een paar kinderen hun kaarsen aan, aan het licht dat al brandde en gaven ze het vuur door tot ook het laatste kaarsje van de laatste bezoeker was aangestoken. Het was alsof we eerst stil moesten worden voordat God zelf kon spreken. Alsof het eerst donker moest worden totdat God zijn licht aan ons gaf. Alsof we eerst op de grond moesten gaan zitten voordat God ons even optilde en zich tegen Hem aandrukte.

En Klaas? Die had in zijn open brief best een paar goede punten over de kerk. Maar dat dichtte de onovertroffen Rikkert al bij Dit Is De Dag op Radio 1:

Mijn beste Klaas, God heeft je brief gelezen.
Je hebt gelijk. De kerk doet heel veel kwaad
en Hij begrijpt waarom je haar verlaat,
er is een dag waarop je weg moet wezen.

Maar klachten over personele zaken,
daarmee kan Hij waarschijnlijk niet zo veel.
De kwestie is: Hij heeft geen personeel.
Wèl kinderen die steeds weer fouten maken.

Hij kan ze niet ontslaan of overplaatsen,
de stomme sukkels! Zieken en melaatsen,
voor al dat tuig kwam Jezus uit de kast.

Als jij hem spreken wilt, maar niet kunt vinden,
dan zit hij bij de lammen en de blinden
of vlak bij jou, waar hij je voeten wast.

Sint Maarten – lopen (zoals overal) of laten lopen (zoals in Assen-Marsdijk)

Sint Maarten loop je op 11 november. De musicus Gerrit Leeftink schreef er al over in 1976 in muziekblad De Pyramide.  Maar als 11 november op een zondag valt wordt in bijna heel Groningen en Drenthe het Sint-Maarten-lopen verschoven naar zaterdag of maandag. RTV Noord houdt zelfs een lijst bij waarop staat, wanneer er in de provincie Groningen Sint Maarten gelopen wordt. In zo’n 70 plaatsen op zaterdag 10 november, in bijna 50 plaatsen op maandag 12 november en 15x op zondag 10 november (waarvan 10x in een wijk in de stad Groningen). Ook in Drenthe wordt (iets minder massaal dan in Groningen) uitgeweken naar de zaterdag of de maandag. De gemeente Aa en Hunze publiceert zelfs op Facebook wanneer welke dorpen Sint Maarten vieren.

Sint Maarten Tessel officieel (2)

Afbeelding uit het boek ‘Tessel viert Sint-Maarten’ van Marianne Witte (schrijfster) en Monica Maas (illustraties)

Hoe dan ook Sint Maarten lopen …

In Assen wordt per wijk een eigen keus gemaakt. Vaak ligt het initiatief bij de winkeliersvereningen. Volgens de Asser Courant wordt in Kloosterveen en in Peelo op zaterdag in het winkelcentrum een Sint-Maarten-optocht gehouden. En in het Noorderpark hebben de scholen samen besloten om dit jaar Sint Maarten op zaterdag te vieren.

Ik vind het positief dat men in zoveel plaatsen en wijken bereid is om één dag te schuiven met Sint Maarten. Dat is altijd al zo geweest, in mijn geboortedorp Oldehove waar ik zelf als peuter t/m de brugklas Sint Maarten liep (inderdaad: in de brugklas hoorde dat niet meer, maar dan ging je stiekem achter kinderen van groep 8 staan ‘haandje-langen’), en ook vanaf de tijd dat we in Assen wonen (in 2007 en in 2012). Het betekent dat je rekening wilt houden met een belangrijk deel van het dorp / de wijk, nl. de christenen die op zondag ’s morgens en vaak ook ’s middags naar de kerk gaan. Want Sint Maarten is een kinderfeest waar iedereen aan mee moet kunnen doen.

Op de FB-pagina van de Asser Courant werd flink wat kommentaar geleverd op het feit dat men in Kloosterveen, Peelo en Noorderpark Sint Maarten naar de zaterdag verschoof. Veel mensen reageerden vanuit puur eigenbelang. Of misschien ook wel vanuit een stukje frustratie. Jammer is dat.

Eén opmerking kwam ik vaker tegen, zowel op de FB-pagina van de Asser Courant als bij Miniman in het Dagblad van het Noorden. Namelijk: vroeger was de zondag een rustdag, ook voor niet-gelovigen. Maar nu zijn op zondag de winkels gewoon open, dus waarom moet je dan als winkeliersvereniging Sint Maarten naar zaterdag verschuiven? Dat vond ik wel iets om over na te denken. Toch zit er wel verschil in winkels op zondag open en Sint Maarten lopen op zondag. Iedereen mag zelf weten of ‘ie op zondag in het winkelcentrum z’n boodschappen wil doen.  Maar als je Sint Maarten op zondag viert, verplicht je alle kinderen om daaraan mee te doen.  Dat botst met de gewoonte van veel christenen om op zondagmiddag naar de kerk te gaan. In Assen begint die middagdienst in bijna alle kerken om half vijf. Dus dan heb je een probleem, want tegen die tijd begint het ook donker te worden en is het tijd om er al zingend met lampion en snoepzak de deuren bij langs te gaan.

Om het voor alle kinderen een echt feest te maken, is het dus in dorpen en wijken waar veel christenen op zondag naar de kerk gaan, heel sympathiek om daar rekening mee te houden.

… of voor je verantwoordelijkheid weglopen

Als je namelijk niets doet, loop je voor je verantwoordelijkheid weg en breng je ouders en kinderen in onzekerheid. Dat is het geval in Assen-Marsdijk. In 2007 en 2012 (voor zover ik me kan herinneren) koos de winkeliersverening Winkelrijk Marsdijk er net als in Kloosterveen en Peelo voor om de gezamenlijke optocht in het winkelcentrum te verschuiven naar de zaterdag. In 2001 koos men ook: gewoon op zondag. Dat leverde een officieel protest op van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk van Marsdijk, aldus het Dagblad van het Noorden.

Maar nu zegt Winkelrijk Marsdijk volgens de Asser Courant: “We schuiven niet met de dag en op de zondag kun je het nooit goed doen. De een zegt ‘het is toch 11 november?’ en de ander zegt ‘het is op zondag, dus liever geen optocht’.” In het Dagblad van het Noorden gaat de winkeliersvereniging nog een stapje verder: “Wij zijn van mening dat de optocht alleen op de 11de moet worden gehouden.” Toch komt er geen optocht, “omdat 11 november op een zondag valt en we de zondag niet willen verstoren.” Dit klinkt stoer, maar het is natuurlijk uitermate zwak. De winkeliersvereniging van Assen-Marsdijk wil zich gewoon niet aan een gevoelige kwestie branden. En dus laten ze de boel blauw-blauw. Met als resultaat dat niemand in Marsdijk weet, waar ‘ie aan toe is. Terwijl altijd, ook als Sint Maarten op een zondag viel, er door Winkelrijk Marsdijk een optocht georganiseerd werd. En dan nu opeens stoer zeggen dat de optocht altijd op 11 november moet worden gehouden en dat er daarom niet geschoven wordt? Wees dan een kerel en zeg: ’11 november is de dag, ook al is het een zondag.’ Het zou niet mijn keus geweest zijn, maar dan durft Winkelrijk Marsdijk tenminste te kiezen.

Maar nu doen ze helemaal niets. Het enige waar ze mee schuiven is hun verantwoordelijk. Die schuiven ze van zich af omdat het allemaal blijkbaar zo gevoelig ligt. Ik vraag mij af: bij wie dan? Bij de kinderen? Echt niet. Die lopen wel, of het nu op zaterdag of zondag is. Bij de ouders van de kinderen? Nee, ook niet. Want die willen gewoon een fijn kinderfeest. Bij de inwoners van Marsdijk? Volgens mij ook niet. Die willen juist graag duidelijkheid over de loopdatum van Sint Maarten.

De winkeliersvereniging van Marsdijk loopt dit jaar geen Sint Maarten. Ze loopt wel: weg voor haar verantwoordelijkheid. Het enige wat ze daarmee bereikt is onduidelijkheid bij de kinderen van Marsdijk. Die weten nu niet waar ze aan toe zijn. Dat vind ik triest.

Nu Winkelrijk Marsdijk Sint Maarten in het honderd laat lopen, hoop ik dat de scholen van Marsdijk deze week nog een gezamenlijke oproep doen om Sint Maarten op zaterdag of op zondag of op maandag te vieren. Dan geven zij aan de kinderen in Marsdijk de duidelijk nu de winkeliersverening zich verschuilt achter de smoes dat ze het anders toch nooit goed doen.

TT Assen – ‘Oerend hard’ of ‘Go like Elijah’?

De week van de laatste zaterdag van juni is in Assen de week van de TT. Voor motorliefhebbers en voor iedereen die van een feestje houdt is er op de TT-baan en in het centrum genoeg te beleven. Elk jaar is er ook een evangelisatieteam actief. Vanuit de Bethelkerk aan de Groningerstraat en het gebouw van het Leger des Heils aan de Rolderstraat trekken vrijwilligers van woensdagmorgen t/m vrijdagnacht de binnenstad in om het geloof te delen en met mensen te bidden. Want God houdt ook van Drenthe. Dat valt op. RTV Drenthe besteedde er deze maand zelfs aandacht aan: “Jezus, God en de TT – een bijzondere combinatie”.

TT EvangelisatieIn de TT-week van 2018 mocht ik op woensdagmiddag voorgaan in de middagpauzedienst. Een groot deel van het TT-evangelisatieteam is dan ook altijd aanwezig. Mijn korte overdenking (max. 10 minuten – het werden er 13) heb ik daar op afgestemd. En uiteraard heb ik gebeden voor de moedige christenen die als Elia op durven te staan om tot in de vroege uurtjes gesprekken met TT-gangers aan te gaan. Wat ik daar die middag gezegd heb, is te lezen in de volgende link:

https://ernstleeftink.wordpress.com/2020/06/27/oerend-hard/

 

Ben jij ook zo bang – als christen in Nederland?

Vroeger op de basisschool hoorde ik niet bij de branieschoppers van de klas. Eerder omgekeerd. Dus werd ik regelmatig uitgescholden voor ‘bangeschieterd’. Tot ik op een keer dacht: ik ga níet meer aan de kant bij een fietscrossrace door de straten van ons dorp. Mijn klasgenoot had dat uiteraard niet verwacht en dus eindigde onze ontmoeting in een frontale botsing. Twee fietsen kapot, allebei flink wat schrammen en bulten, maar ik werd nooit meer uitgescholden voor ‘bangeschieterd’.

“Ben jij ook zo bang?” zong Toontje Lager in de jaren ’80 van de vorige eeuw al. Vandaag lijken veel mensen nog steeds bang te zijn. Ook onder christenen. Op zich verbaast mij dat niet. De wereld verandert in een rap tempo. In alle opzichten, of je nu kijkt naar het klimaat, naar de vluchtelingencrisis of naar de wereldvrede. Bovendien wordt Nederland steeds onchristelijker. Dat blijkt alleen al uit de cijfers. Eind december 2016 kwam het CBS met cijfers waaruit blijkt dat voor het eerst minder dan de helft van de Nederlanders aangesloten bij een kerk / synagoge / moskee / stoepa. Ook al hanteert het CBS een wat rare methodiek (23,8% katholiek, 6,5% hervormd, 5,7% protestants, 3,3% gereformeerd, 4,9% moslim, 5,7% overig, nl. evangelisch, boeddhist, joods) – het laat zien dat nog maar 49,9% van de burgers in ons land zich religieus noemt, waarvan ongeveer 40% christelijk. En terwijl Urk in maar liefst 97,8% van de bevolking christelijk is (0,0% moslims, 2,2% niet-kerkelijk), zitten wij in Assen onder het landelijk gemiddelde qua religiositeit (60,5% niet-gelovig, 39,5% wel gelovig), maar kunnen we aan de andere kant nog wel lekker opgaan in onze gereformeerde bubbel, want die bedraagt in Assen precies 10,0% – tegenover ongeveer 1,6% moslim).

Daarnaast krijgen we het in Nederland in de komende jaren ook moeilijker als het gaat om publiek uit te komen voor onze eigen, op de Bijbel gefundeerde normen en waarden. Van buitenaf worden die door de overheid en de samenleving steeds minder geaccepteerd en getolereerd. En binnen eigen kring worden christenen soms ook meewarig aangekeken als ze in alles de goede regels van God en de levensstijl van Christus proberen na te volgen.

Maar hoe erg is dat?

Paulus bemoedigt (!) de christenen in Filippi met deze woorden: Aan u is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van Hem te lijden. (Fil. 1:29). Dat moet je niet verbazen, zegt Paulus erbij, want ik spreek uit ervaring. En ook al hoef je het lijden niet op te zoeken, als het je overkomt is lijden vanwege je geloof in Jezus Christus positief signaal. Daarom kan Paulus ook zeggen: Laat u op geen enkele manier door de tegenstanders angst aanjagen, want dat is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered. (Fil. 1:28).

Gumbel Een leven dat zin heeftIk vind het erg herkenbaar wat Paulus schrijft over angst. Ik denk dat er in Nederland veel bange christenen zijn. Vooral bang om zelf te moeten afzien vanwege het geloof in Christus. Nicky Gumbel, de man van de Alphacursus, bespreek in zijn boekje Een leven dat zin de hele Filippenzenbrief. Hij schrijft bij dit vers: ‘Hoewel wij, westerlingen, het minst te vrezen hebben, zijn we het bangst. Onze angsten houden verband met impopulariteit of sociaal isolement. Maar anderen moeten martelingen, gevangenschap en de dood onder ogen zien. Voor de westerse kerk is nú de tijd aangebroken om het optimale rendement te halen uit onze vrijheid, en voortgang te maken met de verbreiding van het evangelie. Waar we ook zijn, de mogelijkheden om het goede nieuws door te geven zijn onbeperkt.’

Op beide punten heeft hij, denk ik, gelijk. We hebben in West-Europa nog nooit zolang zoveel godsdienstvrijheid gehad als in de laatste honderd jaar. Maar tegelijk zijn we als christenen bang geworden om in alle omstandigheden voor Jezus Christus uit te komen. In Paulus’ tijd was dat niet anders. Ook toen leefden christenen als een minderheid te midden van een verdorven en ontaarde generatie. Ze kregen van Paulus de opdracht mee om in zo’n samenleving van egoïsten en populisten te schitteren als sterren aan de hemel. Dat lukt alleen maar door vast te houden aan het woord dat leven brengt (Fil. 2:15-16). Vandaar ook dat Paulus de christenen van Filippi oproept: Blijf standvastig in de Heer!’ Oftewel, zoals  de Bijbel in Gewone Taal kernachtig zegt: Hou vast aan jullie geloof in de Heer! (Fil. 4:1)

Wie dat doet, hoeft nergens bang voor te zijn.

 

Leesrooster voor bange en niet-bange christenen

‘Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad’ (Psalm 119:105). Nu heb je verschillende soorten lampen. Het lezen van een bijbelgedeelte is als een bureaulamp: je gaat er even voor zitten. De dagteksten zijn bedoeld als zaklampjes: af en toe even aanknippen en je afvragen: ‘Wat wil de Heilige Geest met deze tekst vandaag tegen mij zeggen?’ Als gebedspunt zou je elke dag voor één of meer vervolgde christenen kunnen bidden.

Dag 1: Matteüs 10:16-33            Dagtekst: Matteüs 10:34

Denk niet dat Ik gekomen ben om op aarde vrede te brengen. Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard.

Dag 2: Handelingen 5:12-25       Dagtekst: Psalm 90:11

Hij vertrouwt je toe aan zijn engelen, die over je waken waar je ook gaat.

Dag 3: Handelingen 5:26-42       Dagtekst: Handelingen 5:41

De apostelen waren verheugd dat ze waardig bevonden waren deze verne­dering te ondergaan omwille van de naam van Jezus.

Dag 4: Handelingen 16:1-15       Dagtekst: Kolossenzen 4:3

En bid dan ook voor ons, dat God deuren voor ons opent om het mysterie van Christus te verkondigen, waarvoor ik gevangen zit. 

Dag 5: Handelingen 16:16-25     Dagtekst: 1 Petrus 2:20b-21

Het is een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden. Dat is uw roeping: ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven.

Dag 6: Handelingen 16:26-40              Dagtekst: Filippenzen 1:19

Ik weet, dat dit alles door uw gebed en de hulp van de Geest van Jezus Christus tot mijn redding leidt.

 

 

Blijf stappen zetten op de ladder van het geloof!

Belijdenis jpeg1-001Vandaag, op zondag 5 juni, doen in GKV “Het Noorderlicht”  te Assen-Peelo zeven jongeren belijdenis van hun geloof. Tegen Brenda, Dennis, Harmen, Henrik, Henry, Ruben en Wouter zeg ik, net als Paulus: “Jullie geloven in Christus en jullie horen bij Hem. Daarom mogen jullie God nu alles vragen. Jullie kunnen erop vertrouwen dat Hij jullie zal helpen.” (Efeziërs 3:12 BGT).

Wat ik hen en mij en iedereen vandaag wil meegeven is de les van Efeziërs 3:14-21. Daar is Paulus zó blij met christenen die hun geloof belijden, dat hij meteen zelf gaat doen, waar hij iedereen oproept. Namelijk: vraag maar raak aan God. En wat vraagt Paulus dan? Dit:

Blijf stappen zetten op de ladder van het geloof!

En dan noemt Paulus zeven stappen. Hier komen ze:

Ladder tekst1/ Bid altijd met vertrouwen. Dat is vers 14+15. Je gelooft toch dat God je machtige, hemelse Vader is? Hij regeert over alles in de hemel en op de aarde.  Denk dus altijd groot van Hem!

2/ Bid altijd om kracht . Dat is vers 16. Want als God machtig is (en dat is Hij), wil Hij ook jouw geloof diep van binnen steeds sterker maken. Dat doet Hij door zijn Heilige Geest.

3/ Bid altijd om groei. Dat is vers 17a. Jezus Christus wil namelijk graag altijd in jullie aanwezig zijn. Hij wil geen in bijrol spelen in je leven, bv. alleen op zondag of op bijzondere momenten. Hij wil echt gaan wonen in je hart! Je hart –  de motor van alle onderdelen van je leven. Waar Hij woont, regeert Hij met liefde. En Hij wil graag dat jij daar bewust voor blijft kiezen – door je geloof.

4/ Bid daarom ook altijd om liefde. Dat is vers 17b. Dat Gods liefde in jou blijft en dat jij van God blijft houden en van je naaste. In de liefde moet je al gelovige ‘geworteld en gegrondvest’ blijven, zoals een plant in vaste grond en zoals een gebouw op een stevig fundament. Liefde is de basis van jouw bestaan als christen en ons bestaan als gemeente van Christus.

PHR_3664_15/ Bid daarnaast ook altijd om kennis. Dat is vers 18. Nee, daarbij gaat het niet om bijbelteksten of dogmatische theorieën, maar om het kennen en begrijpen van Gods eeuwenoude reddingsplan waarmee Hij jou en mij en alle andere christenen  weer bij Zich terug wil brengen. De diepte van dat plan (Jezus gaf zijn leven) en de omvang van dat plan (heel de wereld) zijn zo geweldig, dat je daar samen niet over uitgedacht en uitgepraat raakt.

6/ Bid als zesde ook om volheid. Dat is vers 19. Namelijk dat je je steeds weer laat vullen met Gods aanwezigheid in jouw leven. Dankzij Jezus heb je allerlei gaven gekregen om als christen te groeien naar geestelijke volwassenheid. Maar verlang daar ook naar en streef er ook naar!

7/ Tenslotte, zegt Paulus, blijf altijd God bedanken. Dat is vers 20+21. Want Hij heeft alle macht (zoals Michelle Williams zingt: There’s no limit to what You can do, You’re almighty and all powerful).  Dus komt Hem alle eer toe. Altijd via Jezus, vergeet dat niet. En doe het persoonlijk – God bedanken. Maar ook altijd samen met medechristenen. Want ‘onze zeven’ van vandaag, Brenda, Dennis, Harmen, Henrik, Henry, Ruben en Wouter, zijn niet de eersten die tot geloof gekomen zijn. Nee, ze staan in een lange rij van christenen die allemaal tijdens hun leven op God vertrouwden en in Jezus geloofden. Voor ieder van ons vandaag geldt: blijf net als al die andere christenen altijd stappen zetten op de ladder van het geloof.

Efeziërs 3 vers 14 t/m 21   –   Bijbel in Gewone Taal

14 Ik kniel en bid tot God, de Vader. 15 God heerst over alle engelen in de hemel en over alle volken op aarde. 16 Gods macht is groot. Daarom bid ik dat God jullie diep van binnen kracht wil geven door zijn Geest. 17 Ik bid dat hij jullie geloof zo groot maakt dat Christus altijd in jullie aanwezig is. En ik bid dat God door de liefde van Christus de kerk sterk wil maken en wil laten groeien. 18 Ik bid dat hij jullie en alle andere christenen wil leren hoe groot en diep die liefde is. 19 Dan zullen jullie begrijpen dat die liefde groter is dan een mens zich kan voorstellen. Ja, ik bid dat God zelf volledig in jullie aanwezig wil zijn. 20 Gods macht is oneindig groot. Hij kan alles doen wat wij hem vragen, of waar wij aan denken, en zelfs nog veel meer. Zijn macht is nu al in ons aan het werk. 21 Alle eer aan God, in heel de kerk, die bestaat dankzij Jezus Christus. Alle eer aan God, voor altijd en eeuwig! Amen.

 

Het ‘wij-gevoel’ bij de opening van “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo

Openingsceremonie Het Noorderlicht-002Assen-Peelo is een kerkgebouw rijker. Of, beter gezegd: eindelijk heeft ook Assen-Peelo een kerkgebouw in de wijk. Tot voor kort had iedereen het over “de oude bieb”. Nu staat in Assen-Peelo “Het Noorderlicht”.  Officieel geopend op vrijdag 4 september 2015, open huis op zaterdag 5 september 2015 en de eerste diensten op zondag 6 september 2015. In één van de preken heb ik gezegd, dat je de gedaantewisseling van de oude bibliotheek in Peelo naar het nieuwe kerkgebouw Het Noorderlicht met recht “een ware metamorfose” kunt noemen. 

Die metamorfose van bieb tot kerk is een mooi beeld van hoe het met mensen gaat die God en Jezus hebben leren kennen. Die maken ook een ware gedaantewisseling door. Maar dan meer van binnen. Want als je God echt hebt leren kennen als je hemelse Vader, dankzij alles wat Jezus voor jou gedaan heeft, dan is geloven geen theorie of een zondags kunstje. Dan word je een ander mens. Dan voel je je herboren. En hoe dichter je je met God en Jezus verbonden voelt, hoe duidelijker die metamorfose wordt. In de Bijbel kom je minstens twee keer tegen, hoe zo’n verandering ook echt zichtbaar wordt. In het Oude Testament lees je in over Mozes die in de Sinaï-woestijn op de berg Horeb van God de Tien Geboden ontvangt en ook de komplete instruktie over de bouw van de tabernakel en de hele offerdienst. Elke keer als hij Glow in the dark gezichtterugkomt, heeft zijn gezicht zo’n stralende glans, dat hij een doek voor zijn gezicht moet doen omdat de Israelieten er niet tegen kunnen. Het verhaal is te lezen in Exodus 34:29-35. In het Nieuwe Testament lees je over Jezus die op weg is naar Jeruzalem. Als enige weet Hij wat Hem daar wacht. Hij zal er sterven aan het kruis om zo de straf voor de zonden van alle mensen op zich te nemen. Geen makkelijke weg dus, integendeel. Daarom krijgt Hij op een hele bijzondere manier een geweldige bemoediging. Hij ontmoet op een berg Mozes en Elia. Daarbij ondergaat Jezus een ware metamorfose. Zijn gezicht verandert en zijn kleren worden zo wit als het helderste licht. Het verhaal is te lezen in Markus 9:2-8. Het Grieks gebruikt voor deze gedaanteverwisseling van Jezus het woord ‘metamorfose’ . Verder komt het woord ‘metamorfose’ nog twee keer voor in het Nieuwe Testament. In Romeinen 12:2 en in 2 Korintiërs 3:18. In die tweede brief van Paulus aan de christelijke gemeenschap in Korinte verwijst hij  naar de hemelse glans op het gezicht van Mozes. Die verdween op een gegeven moment weer, zegt Paulus. En de hemelse lichtshow met Jezus, Mozes en Elia op de berg was, nadat God gesproken had, ook zomaar weer verdwenen. Die buitenkant, zegt Paulus, daar gaat het niet om. Maar als je tot geloof komt, ja, telkens als iemand gaat geloven in Jezus Christus de Heer, dan komt er een hemelse glans in je leven. En die glans, die met Christus gekomen is, zit van binnen. Dat is het werk van Gods Heilige Geest. Dan voel je je vrij. Niet meer onzeker – zou God wel bestaan? Niet meer angstig – heb ik wel goed genoeg geleefd? Nee, dan voel je je vrij! Omdat je weet: ik mag bij God horen! Jezus Christus heeft mij gered en mij in de vrijheid gezet! Ik geloof! Als Paulus dat aan de christenen in Korinte verteld heeft, zegt hij:

Wij christenen zijn dus vrij. Wij hebben geen doek voor ons gezicht. Onze gezichten laten iets zien van de hemelse glans van de Heer. Want wij veranderen in nieuwe mensen, wij gaan steeds meer lijken op onze hemelse Heer. Daar zorgt de Heilige Geest voor.

Paulus zegt hier, dat christenen mensen zijn die iets hebben wat andere mensen missen. Maar niet omdat ze uit zichzelf zulke geweldige mensen zijn. Integendeel. Christenen kun je vergelijken met een reflector. Die geven uit zichzelf helemaal geen licht. Ze geven alleen maar de glans van ander licht door. En zo mag iedere christen iets laten van de hemelse glans van de Heer Jezus Christus. Je mag de glorie van Christus reflecteren. Want als je in Jezus gelooft, dan zie je iets in Hem. Hij is de Zoon van God. Hij is het! Mensen komen onder de indruk van Hem. Ik wel tenminste. Hij heeft mij te pakken met zijn liefde. Daarmee neemt Hij mijn angst en schuld en schaamte weg. Hij pakt mij ook in met zijn waarheid. Tegenover Hem hoef ik mij niet langer beter voor te doen dan ik ben en mijn Locatie het noorderlicht-002maskers op te houden. En Hij pakt mij vast met kracht. Want door Hem krijgt mijn leven weer zin en openen zich geweldige perspektieven. Liefde – waarheid – kracht. Dat mogen christenen samen reflecteren. Waarom? Nou, zodat andere mensen het merken, dat een leven met God en Jezus zin heeft. God Zelf kunnen we niet zien. En Jezus is teruggekeerd naar de hemel. Maar op aarde lopen wel volgelingen van Christus rond. Ook hier in Peelo heb je honderden christenen. De vraag is: wat zien andere mensen daar van? Wat zien ze aan mij? Zien ze iets van de glans van God? Merken ze iets van die metamorfose, waar Jezus zorgt? Komen ze erachter, dat die mensen van de kerk iets hebben wat toch wel heel bijzonder is?

Die metamorfose, zegt Paulus, is een proces. Christenen zijn nog steeds geen volmaakte mensen. En de hemel op aarde … dat zal pas gebeuren als Jezus terugkomt op de wolken.  En die metamorfose is niet een prestatie die je als christen uit jezelf haalt. Iemand anders, Jezus Zelf, is onze motivatie. Met en door zijn Geest wil Hij ons telkens weer inspireren. Daarvoor komen christenen ook bij elkaar. Paulus zegt niet: ‘ik weerspiegel de glorie van de Heer.’ Hij heeft het over: ‘wij christenen’. Mensen moeten het kunnen zien dat christenen op een fijne manier met elkaar omgaan. Juist in onze tijd, waarin er zoveel Dikke-Ikke’s  zijn, hebben we dat wij-gevoel zo nodig. Daar hunkeren mensen naar: een gemeenschap van mensen die omzien naar elkaar en openstaan voor iedereen. Als dat lukt, zegt Paulus in een andere brief, aan de christenen van Filippi, hoofdstuk 2:15

Dan vallen jullie op tussen alle slechte en oneerlijke mensen als sterren die schitteren in de nacht.

Dat is een mooie en tegelijk ook pittige opdracht. Een christelijke gemeenschap die in een ‘Dikke-Ikke-tijd’ gaat voor het ‘wij-gevoel’ door steeds meer te gaan lijken op Jezus, onze Heer in de hemel. Bij de opening van ons nieuwe kerkgebouw “Het Noorderlicht” en in de bijna twee jaar ervoor heb ik dat geestelijke ‘wij-gevoel’ duidelijk ervaren. Glow in the darkEn ik niet alleen. Heel de wijk Peelo heeft het opgemerkt. De kunst is nu, om dat gevoel vast te houden. Om ook met een eigen kerkgebouw iets te laten van de hemelse glans van onze Heer. Als kinderen van één Vader. Met hoofd en hart en handen. Door te blijven vragen of de Heilige Geest op ons wil blijven inwerken.

 

De collagefoto’s ‘Opening Noorderlicht’ en ‘van bieb tot kerk’ zijn van de hand van Philip Roorda

Wat jammer dat ik een geboren Nederlander ben!

ernstje 2De dag nadat ik geboren ben, ging mijn vader naar het gemeentehuis. Daar werd ik officieel ingeschreven als burger van het  koninkrijk der Nederlanden. Als kleine Lodewijk Ernst Leeftink hoefde ik er niet eens persoonlijk bij te zijn. Maar Nederlander was ik! En ben ik nog steeds. Ergens rond mijn 18e moest ik wel zelf een paspoort ophalen (met een prachtige pasfoto uiteraard), want ik mocht niet langer bij mijn ouders op het paspoort staan. Al die jaren heb ik er nooit aan getwijfeld of ik wel echt Nederlander was. En of het ook op een andere manier had gekund.

Tot een jaar of tien geleden. Toen kwam ik erachter, dat je ook op latere leeftijd Nederlander kunt worden.  Als je als gastarbeider of als vluchteling naar Nederland komt, of je trouwt met een Nederlander, word je niet zomaar Nederlander. Nee, dan moet je eerst een inburgeringscursus volgen. En aan het eind daarvan, als je voor de diverse toetsen en examens geslaagd bent, ontvang je officieel het Nederlanderschap. Dat gebeurt sinds 2005 elk jaar op 15 december: Naturalisatiedag. Wie op deze manier Nederlander wordt, is verplicht om de naturalisatieceremonie bij te wonen. Tijdens die plechtigheid wordt aandacht geschonken aan de betekenis van de Nederlandse nationaliteit en de verbondenheid met de Nederlandse samenleving. Ook wordt stilgestaan bij de rechten en pnaturalisatiedag afoortlichten die bij het Nederlanderschap horen. Uiteraard wordt ook het Wilhelmus gezongen en is het voor iedereen een feestelijke happening. Job Cohen, toen nog burgemeester van Amsterdam, feliciteerde op 15 december 2015 de nieuwe landgenoten met deze woorden: “Vanaf het moment dat u Nederlander bent geworden, maakt u deel uit van onze gemeenschap en bepaalt u er mede de toekomst van. Wat er nu verandert is dat u zegt: Nederland kan op mij rekenen zoals ik op Nederland kan rekenen.” Eén van de nieuwe Nederlanders gaf de burgemeester als antwoord: “Ik ben blij. Je krijgt echt het gevoel dat je welkom bent en dat je onderdeel bent geworden van de maatschappij.”

NaturalisatiedagToen dacht ik bij mezelf: ‘Dat is niet eerlijk! Ik heb nooit kunnen bewust kunnen ervaren hoe het is om Nederlander te worden.’ Dus ben ik vorige week naar de gemeente Assen gestapt en heb me aangemeld voor een inburgeringscursus met het verzoek om aan het eind van het jaar op feestelijke wijze tot Nederlander genaturaliseerd te worden. Enigszins overmoedig verwacht ik namelijk, dat ik gewoon op alle punten glansrijk voor dat inburgeringsexamen zal slagen. Bovendien gaat het me niet om het examen op zich. Ik wil gewoon graag op 15 december bewust meemaken dat ik tot Nederlander verklaard word! Want alleen als ik het ervaar, is het waar.

Marco Out

Foto: Ronn, via Wikimedia Commons 

Helaas zette de ambtenaar op het stadhuis me hardhandig weer met beide benen op de grond. ‘Meneer Leeftink, u komt niet in aanmerking voor een inburgeringscursus en u kunt al helemaal niet op de nationale Naturalisatiedag uit de handen van burgemeester Marco Out een officiële verklaring ontvangen waaruit blijkt dat u Nederlander bent geworden. Want u bent het al. Eenvoudig weg omdat één van uw ouders u ruim 50 jaar geleden vlak na uw geboorte heeft aangegeven op het gemeentehuis van uw geboorteplaats.’

Toen ik zei dat ik het wel onrechtvaardig vond dat een groot deel van de Nederlanders de kans ontnomen wordt om echt te ervaren hoe het is om officieel het Nederlanderschap te ontvangen, keek hij mij wat bevreemdend aan en zei: ‘Meneer Leeftink, sommige dingen kun je niet terugdraaien en moet je ook niet eens terug willen draaien. Wees blij dat u al uw hele leven hier in Nederland woont.’ Hij zag blijkbaar, dat dit antwoord mij niet echt tevreden stelde, dus zei hij erbij: ‘En mag ik u een tip geven? Er is toch niets op tegen om je als Nederlander nog eens extra te verdiepen in wat het Nederlanderschap allemaal inhoudt? Volgens mij is dat uw diepere verlangen: u wilt graag bewuster omgaan met uw identiteit. Nou, dat kan op veel manieren. Volgens mij hebben we hier in Assen nog enthousiaste Nederlanders nodig om nieuwe landgenoten te helpen bij hun inburgeringscursus op weg naar de komende Naturalisatiedag op 15 december. Is dat niet wat voor u?’

Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen is, door allen en in allen. (Efeziërs 4 vers 3-6)

Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden. (Geloofsbelijdenis van Nicea 325/381 na Chr.)

Gebed voor vervolgde christenen en andere religieuze minderheden in Syrië en Irak

De interkerkelijke, oecumenische gebedsdienst voor de geloofsvervolgden in Irak en Syrië op vrijdag 26 september 2014 in de Bethelkerk te Assen werd bezocht door meer dan 150 mensen. De dienst was een initiatief van gezamenlijke voorgangers vanuit het Pastoresconvent Assen en werd geleid door broeder André Huizinga van de Evangelische Gemeente Assen, dominee Helene van Noord van de Protestantse Kerk te Assen, pastoor Koos Tolboom van de Rooms-Katholieke Parochie Assen en mijzelf, predikant van de Gereformeerde Kerk van Assen-Peelo met medewerking van twee Iraakse broeders die Psalm 56 in het Arabisch en het Onze Vader in het Aramees voordroegen. Alle aanwezigen staken na het gebed dat hieronder volgt een kaars aan voor in de kerk. De kollekte bij de uitgang voor de hulporganisatie ‘Kerk in Nood’ bracht ruim € 900 op.

Almachtige HEER,

U bent de Eeuwige, de God van Abraham, Izaäk en Jakob. U bent in Jezus Christus onze hemelse Vader. U maakte Uzelf aan Mozes bekend als JAHWE, een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die duizenden geslachten uw liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat. En uw Zoon, Jezus Christus onze Heer, hield de mensen voor: Ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.  Daarom roept U ons in de Bijbel ook op: Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

Heer in de hemel, maar we voelen ons zo machteloos, nu we de macht van het kwaad zo concreet ervaren in alles wat we horen en zien en persoonlijk ervaren als we kijken naar de wandaden van extremisten vol haat en fanatisme in Syrië en Irak. We voelen ons zo machteloos. We kunnen zo weinig doen. En, eerlijk is eerlijk, we leven ook weer zo gemakkelijk aan het onnoemelijke leed dat over honderdduizenden mensen in die regio wordt uitgestort.  En soms vragen we ons vertwijfeld af: Waarom, HEER, bent u zo ver en verbergt U zich in tijden van nood?

Toch: U bent een God die gebeden wilt worden. Ook als we vol met vragen zitten. Ook als we machteloos moeten toezien hoe in de naam van God dood en verderf gezaaid wordt onder iedereen die niet dezelfde overtuiging heeft als de extremisten van ISIS en aanverwante organisaties die over heel de wereld aktief zijn.

Daarom bidden we tot U op een avond als deze. In de Vredesweek bidden we  om vrede. Maar eerst bidden we onze vragen van ons af.

Wat HEER, hoe lang nog zult u uw kinderen in Irak en Syrië vergeten? Hoe lang nog verbergt U voor hen uw gezicht? Hoe lang nog wordt hun ziel gekweld door zorgen en hun hart door verdriet overstelpt, dag aan dag? Hoe lang houdt hun vijand de overhand?

Zie naar hen, HERE, antwoord hen, mijn God! Verlicht hun ogen , dat ze niet in doodsslaap wegzinken. Laat hun vijand niet roepen: ‘Ik heb hen verslagen’, laat hun belagers niet juichen omdat ze bezwijken.

Help hen om  te vertrouwen op uw liefde. Laat hun hart weer juichen omdat U redding brengt. Geef dat ze weer kunnen zingen voor U, de HEER, omdat U hen geholpen hebt.

Zo bidden we U voor alle mensen die hun leven niet zeker zijn in de gebieden waar de strijders van ISIS de overhand hebben. We bidden voor christenen, Jezidi’s, moslims, Koerden en alle bevolkingsgroepen die op de vlucht geslagen zijn. We bidden voor al die mensen die met eigen ogen gezien en uit de eerste hand gehoord hebben, welke slachtpartijen er zijn aangericht onder iedereen die zich niet wilde bekeren tot de meeste radikale versie  van de islam. We bidden voor alle mensen die achterbleven, de ouderen, de vrouwen, de meisjes, de kinderen, die als werkslaaf of seksslavin behandeld en gemarteld worden. We bidden voor alle mensen hier in Nederland die langer of korter geleden hier naar toe gekomen zijn en al zo lang  24 uur per dag in spanning zitten over hun familie in Irak of Syrië. Zij zijn vaak de wanhoop nabij. HEER, ontferm U over hen. Ja, grijp in, HEER!

We bidden U ook voor de strijders van ISIS. In de naam van hun geloof prediken zij haat en gaan als beesten tekeer. In de greep van het ultieme kwaad zijn ze, totaal verblind en zonder enig mededogen. HEER, niemand kan hen stoppen. Het gif is al veel eerder in hun harten gezaaid. En toch bidden we ook voor hen. Geef, dat in elk geval sommigen gaan beseffen, hoeveel leed er door hen wordt aangericht. Hoeveel wraak er zich nu door hun optreden in de harten van wie ontkomen zijn, kan nestelen. HEER, alleen U kunt die vicieuze cirkel doorbreken. Alleen U kunt bewerken, dat mensen zich radikaal afkeren van een leven vol haat en geweld. HEER, ontferm U over hen. Ja, grijp in, HEER!

We bidden U ook voor iedereen die hulp verleent en voor de internationale gemeenschap. Dank U voor de hulp die al gegeven wordt. Maar het lijkt wel dweilen met de kraan open. De plaatselijke bevolking in Jordanië, Libanon, Turkije en Iraaks Koerdistan zit aan z’n grenzen. Hulpverleners weten niet waar ze beginnen en eindigen moeten. En wij … wij denken soms ook dat alles wat we doen maar een druppel op de gloeiende plaat is. Maak ons bewogen, HEER, en zegen elke zak met rijst, elke deken en elke kan met water die uitgedeeld wordt.  En geef wijsheid aan de internationale gemeenschap, HEER. Laat niet de angst regeren, noch het eigenbelang, maar een oprecht verlangen naar vrede.  Ontferm U over ons allen. Ja, grijp in, HEER!

Zo bidden we onze machteloosheid van ons af door te schuilen in dit huis van gebed. We houden daarbij Jezus Christus voor ogen, die zijn leven lang de weg van de vrede is gegaan, omdat Hij helemaal gevuld was met de liefde van God. Zelfs aan het kruis bad Hij nog voor de mensen die Hem die wrede marteldood lieten sterven. Hoor naar ons in zijn naam. AMEN

DE HETE NAZOMER VAN 2014 – over religieus geweld en gezamenlijk gebed

2014-09-26 Interkerkelijke gebedsdienst christenvervolging ISISEr komt geen einde aan het religieus geweld van ISIS en andere moslim-extremisten. In Assen hebben voorgangers uit alle kerkelijke richtingen de handen ineen geslagen. Eerder al lieten de Asser voorgangers half augustus een oproep tot gebed in alle kerken uitgeaan (klik hier). Nu nodigen zij alle inwoners van Assen uit om op vrijdagavond 26 september samen te bidden voor vervolgde christenen en andere religieuze minderheden die te lijden hebben onder het sektarische geweld van ISIS.  Deze interkerkelijke gebedsdienst vindt plaats in de Bethelkerk aan de Groningerstraat, begint om zeven (19:00) uur en duurt tot kwart voor acht. Op Radio 5 besteedt de EO op donderdagavond 25 september in haar programma  “EO door de week”  vanaf 20.00 uur aandacht aan deze Asser gebedsdienst.

In het septembernummer van het Magazine van de ChristenUnie schreef Tweede Kamerlid Gert-Jan Segers een column over “de  zomer van 2014”.  Met zijn instemming mag ik het overnemen en hier een plaats geven. Het heeft mij geholpen om als christen mijn standpunt te bepalen als het gaat om hulp bieden (daar is iedereen natuurlijk voor) en kwaad bestrijden (dan denken opeens veel mensen: ‘aarzel-aarzel-aarzel’).

De zomer van 2014

De zomer is de tijd van dunne kranten vol komkommers. Iets met schriftelijke vragen over het behoud van Lingo. Maar deze zomer ging zijn eigen, vaak gruwelijke gang. Er was die afschuwelijke raketaanval op de MH17, het gesol met lichamen en spullen ter plekke, de indrukwekkende thuiskomst van de kisten in Eindhoven, Dag van Nationale Rouw, de speciale kerkdienst in de Joriskerk in Amersfoort. Een ramp middenin een vergeten oorlogsgebied in een uithoek van Europa bracht de tijd van de Koude Oorlog opeens weer dichterbij. Er was ook die eindeloze raketregen van Hamas op Israël, waarna dat land probeerde de raketinstallaties in Gaza en tunnels naar Israël te vernietigen. Met vele doden tot gevolg. We zagen hier in Nederland bij demonstraties dat duivelse antisemitisme de kop weer opsteken. En er waren die hemeltergende taferelen in Irak waarbij ISIS-barbaren christenen en jezidi’s opjaagden, uithongerden, vermoordden. Dode kinderen, radeloze moeders, huilende mannen. Bij al deze ellende vragen niet-gelovigen ons vaak: “Waar is jullie God nu?” Het is vraag die we soms ook zelf stellen. Maar ik denk dat God ons een andere vraag stelt. Hij vraagt: “Waar ben jìj nu?”
Deze zomer heeft ons opnieuw geleerd dat we vijanden hebben. Mensen die een burgervliegtuig neerhalen, mensen die Joden haten omdat ze Joden zijn, mensen die weerloze burgers als vee opjagen en afmaken. Dat zijn onze vijanden. En in Romeinen 12 vraagt God ons het bijna onmogelijke. Om deze vijanden lief te hebben, af te zien van de wraak, voor ze te bidden, slachtoffers te helpen. Dus als God ons vraagt waar wìj zijn in de zomer van 2014, dan ligt als het goed is hier het eerste deel van het antwoord.
Het tweede deel van het antwoord is zo mogelijk nog moeilijker. Romeinen 13 draagt de overheid op het kwaad met overheidsmacht te bestrijden. Als christelijke politieke partij zouden we het liever houden bij vergeving en hulp, maar mogen we ons niet onttrekken aan deze veel zwaardere opdracht waarbij we de overheid vragen om het zwaard op te pakken. Want ook zo staat de overheid in dienst van God. Om antisemieten te bestraffen, degenen die de MH17 neerhaalden te berechten, om de slachters van ISIS met geweld te stoppen.
Bij het onbeschrijfelijke leed van de zomer van 2014 is het de vraag: waar ben jìj? Als leden van de kerk van Christus en als leden van een politieke unie van christenen kunnen we bij zowel Romeinen 12 als 13 te rade gaan. Laten we bidden dat we op verschillende momenten steeds weer het goede doen.ISIS christensymbool klein

Tot zover de column. In de marge van de column staat het christenteken dat ISIS uitdeelt aan wie zich moet bekeren of zal sterven. Gert-Jan schreef erbij: Een teken van verbondenheid met Iraakse christenen

 

Over God gesproken – anders verdwijnt Hij

-een vakantie met Emiel Hakkenes, Kees de Ruijter en de Nijmeegse Vierdaagse-

Tijdens de bouw van een middeleeuwse kathedraal kwam de bisschop eens kijken. Hij vroeg aan drie verschillende werklieden: ‘Waar ben je mee bezig?’  ‘Ik verdien m’n brood’, zei de eerste. ‘Ik metsel een muur, steen voor steen’, zei de tweede. ‘Wij bouwen samen een Godshuis’, zei de derde. De bisschop glimlachte en zei: ‘Dat is het! Je bent niet alleen bezig je brood te verdienen door stenen op elkaar te metselen, je bent bezig een huis te bouwen waarin God aanbeden zal worden!’

kerkbouw Peelo foto bieb

In Assen-Peelo bouwen wij ook aan een Godshuis. De oude, leegstaande wijkbibliotheek wordt vóór de zomervakantie 2015 ons nieuwe kerkelijke onderkomen. Een Godshuis in en voor onze wijk Peelo, waar tot nu toe geen enkel kerkgebouw te vinden is. Maar roeien we als gereformeerde christenen in Assen-Peelo niet geweldig tegen de stroom in met het ombouwen van een bibliotheek tot kerk? Bibliotheken gaan dicht omdat er steeds minder gelezen wordt. Maar kerken sluiten nog vaker hun deuren. Het christelijk geloof  is overduidelijk op z’n retour in Nederland. En wat doen wij in Assen-Peelo? We bouwen met groot enthousiasme een kerk! Ik doe zelf net zo enthousiast mee door in mijn eerste vakantieweek me de blaren op de voeten te lopen tijdens de Nijmeegse Vierdaagse voor kerkbouw Peelo (bedankt, meer dan 100 sponsors, voor de ruim € 3.200 en twee mooi beamers die dat opgeleverd heeft!).

Vlak voor de Vierdaagse had ik net het boek God van gewone mensen van Emiel Hakkenes, journalist bij Trouw, gelezen. Ik verwees er eind 2013 al naar op mijn weblog (https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/11/10/waaghalzen-en-angsthazen/). Emiel beschrijft daarin hoe het gereformeerde geloof uit zijn familie verdween. Zijn ouders waren namelijk aktieve en betrokken gemeenteleden in de gereformeerde kerk van Gieten. Emiel heeft daar geen enkele negatieve herinnering aan. Hij is in 1977 geboren en heeft de tijd van polarisatie in de kerk (voor of tegen kernwapens) niet bewust meegemaakt. Nu is hij zelf half de deHakkenesrtig en heeft niets meer met de kerk en het geloof in de God van de Bijbel. Dat besef drong pijnlijk scherp tot hem door toen zijn ouders hem vroegen, of hij en zijn vrouw ook van plan waren hun zoontje (het eerste kleinkind van zijn ouders) te laten dopen. Dat was voor Emiel de aanleiding om op zoek te gaan in zijn familiestamboom naar het geloof van zijn voorouders (acht generaties terug, te beginnen bij Jan Warner Hackenes (± 1707  – na 1770). En om terug te kijken op zijn eigen gereformeerde jeugd en opvoeding.

Het is een prachtig geschreven boek. Het raakte mij vooral op twee punten. Allereerst beschrijft Emiel uitvoerig, hoe aktief zijn ouders zich hebben ingezet voor de kerk. Toen vader en moeder Hakkenes in 1965 trouwden en zich het jaar erna in Gieten vestigden, woonden er maar weinig gereformeerden in het dorp. Ze kerkten elke zondag in Gasselternijveen. Vanwege de  toenemende werkgelegenheid groeide het aantal gereformeerden in Gieten, dus wilden ze er graag een eigen zelfstandige gemeente vormen. En dat gebeurde ook. In 1974  werd de Geformeerde Kerk van Gieten gesticht en een paar jaar later kwam er ook nog heen  christelijke basisschool. Allebei met veel inzet en enthousiasme én met de nodige weerstand van alles wat liberaal, socialistisch en vrijzinnig-hervormd was. Toen ik het las, moest ik aan onze eigen kerkbouw denken. Gelukkig is er weinig tot geen weerstand bij de buitenwacht, want bijna iedereen in Peelo is blij dat de leegstaande bibliotheek zo’n mooie bestemming krijgt. Ik herkende wel het gevoel van hoe fijn het is om samen te bouwen aan een huis voor God. Maar ik bedacht daar ook meteen bij: dat deden ze in 1974 in Gieten ook, terwijl in de jaren ’60 de kerken in het Westen en in de grote steden van ons land al begonnen leeg te lopen. Dus terwijl de secularisatie al in volle gang is, sticht een groepje gereformeerden in Gieten nog een eigen kerk en school. Men zegt wel eens, dat de kleine bijbelgetrouwe kerken 30 tot 40 jaar achterlopen op de grote protestantse kerk (hervormd en synodaal-gereformeerd). En inderdaad, sinds 2007 daalt het ledental van de vrijgemaakte kerken. Terwijl de neergang is ingezet, beginnen wij in Assen-Peelo met een eigen kerkgebouw! Net als de synodaal-gereformeerden in Gieten 40 jaar geleden. Die opkomende gedachte vond ik niet prettig. Wordt ons prachtige nieuwe in 2015 feestelijk geopende kerkgebouw over een jaar of 30 alleen nog maar door een handjevol oudere mensen bezocht?

En zo kwam ik bij het tweede punt dat mij opviel. God van gewone mensen beschrijft heel mooi en vol liefde het levensverhaal van zijn ouders en plaatst dat in het grote kader van negen generaties Hakkenes. Maar als het gaat om zijn ouders en hun inzet voor geloof en kerk,  komt bijna nergens naar voren, wat dat geloof dan werkelijk inhoudt. Over God wordt nauwelijks gesproken. Eén keer gaat het over een dominee die krampachtig probeert de leer van de Drie-Eenheid uit te leggen, één keer gaat het om een bijzonder emotionele verwijzing naar Jezus, en één keer geeft Emiel aan, dat hij op de vraag ‘Gelooft u in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde’ persoonlijk als antwoord zou geven: ‘Geen idee eigenlijk, maar ik denk van niet.’ Maar nergens lees ik iets over hoe zijn ouders met hem over God en Jezus gesproken hebben, of hoe daar hij zelf vroeger over dacht en gaandeweg anders over is gaan denken. Aan het eind van het boek zegt Emiel alleen maar, dat de kerk geen monopolie heeft op ‘de ervaring van iets wat groter is dan mijzelf’. Zulke momenten ervaart hij wel tijdens een concert van  Dead Cab For Cutie als die zingen no closer to any kind of truth. En als het om de vraag gaat wat hij zijn kinderen wil meegeven, dan heeft hij genoeg aan een paar joodse wijsheden en de verhalen van zijn acht voorouders. “Met zulke verhalen heb je geen Oude of Nieuwe Testament meer nodig” – dat zijn de laatste woorden van dit boek.

Mij overviel dezelfde triestheid als bij het lezen Frank Westerman’s zelfde zoektocht in zijn boek Ararat (zie https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/07/24/op-bergen-en-in-dalen-ja-overal-is-god/). Dat gebeurt er dus, als er niet over God gesproken wordt. Dan wordt geloven een lege huls. De huls wordt nog een tijdje gekoesterd, totdat iemand zich afvraagt: wat zit er eigenlijk in? En dan blijkt het niets meer te zijn en nergens meer over te gaan. Nu doet dat geen recht aan dit prachtige boek van Emiel Hakkenes. Het gaat juist wél ergens over. Maar God komt niet ter sprake. Volgens mij zit daar de kern van het antwoord op de vraag hoe het komt, dat het geloof uit een familie verdween. Het geloof verdwijnt uit het leven als we niet meer Horen naar de stem van God, om het met de titel van een ander boek te zeggen. Dat is het handboek voor de preek van Kees de Ruijter, dat ook eind 2013 verschenen is.  In dat boek benadrukt Kees, dat als God niet meer ter sprake komt in de preek, je ook wel op kunt houden met preken. Want als in de preek ‘de stem van Meester’ niet meer doorklinkt, is God niet meer de sprekende God, die in zijn liefde naar mensen toekomt en ons vraagt om zijn liefde te beantwoorden.  Verder laat Kees zien, dat juist in deze tijd de preek als ‘woord van God’ geweldig onder druk staat, omdat in onze cultuur niet-in-God-geloven de standaardoptie is geworden voor de meeste mensen. Toen ik daar over nadacht, besefte ik, dat wat voor de preek geldt, ook voor het christelijk geloof in z’n algemeen geldt. Als er niet meer over God gesproken wordt, loop je het risiko dat in onze samenleving en cultuur het geloof binnen één generatie verdwijnt. Wie wel gelooft in God als Vader, Zoon en Heilige Geest roeit echt tegen de stroom in. Het christelijk geloof spreekt niet meer vanzelf. Om het over te dragen  zullen we er echt samen over moeten praten. Over God moeten praten. Als Schepper – Hij heeft ons gemaakt. Als Verlosser – Jezus heeft ons gered. Als Motivator – de Heilige Geest die de vonk doet overspringen. Het is niet voldoende als dat zondags in de preek allemaal aan de orde komt. We zullen ook steeds meer persoonlijk God ter sprake moeten brengen door te vertellen en te laten zien, wat (beter:  Wie!) ons bezielt.  Ergens is het daar, vermoed ik, mis gegaan in het gezin Hakkenes. En kan het bij ons ook zo maar diezelfde kant op gaan: geloven wordt  meer ‘aktie’ dan ‘antwoord’. Dan wordt het in Peelo ‘onze kerk’ in plaats van ‘Gods huis’.

Het boek van Emiel Hakkenes is een baken in zee. Het laat zien wat er gebeurt als er niet meer over God gesproken wordt. Dan moet je het doen met wat je zelf zinvol vindt in het leven. Het boek van Kees de Ruijter is een vurig pleidooi om, als het om de preek gaat, het zover niet te laten komen, maar om als prediker en als  hoorder in de Bijbel de God te ontmoeten die ons nog zo veel te vertellen heeft.

 Emiel Hakkenes, God van de gewone mensen. Hoe het geloof uit een familie verdween, Thomas Rap Amsterdam 2013, 318 pag., isbn 9789400401570, paperback €18,90. Twee goeie recensies over dit boek schreven Bert Altena http://www.bertaltena.com/emiel-hakkenes-god-van-de-gewone-mensen/ en en Taede Smedes http://tasmedes.wordpress.com/2013/11/19/emiel-hakkenes-en-de-god-van-de-gewone-mensen-boekbespreking/
Ruijter - Kees boekKees de Ruijter, Horen naar de stem van God. Theologie en methode van de preek, Boekencentrum Zoetermeer 2013, 240 pag., isbn 97894023927396, gebonden €25,90. Een goed leesbaar boek voor de geïnteresseerde lezer, met kleine foutjes zoals vanaf blz. 58 t/m blz. 69 een spraakverwarring tussen de woorden ‘spreekregel’ en ‘spraakregel’ en op blz. 123 een verwijzing naar ‘Liedboek (2013) 319’ die in de editie Liedboek (1973) inderdaad Lied 319 is, maar in de editie Liedboek (2013) opgenomen is als Lied 273.