Twaalf manieren om van uw afdwalende kind te houden

In de afgelopen tijd hebben we in onze gemeente aandacht besteed aan het onderwerp ‘Als kinderen andere wegen gaan’.  Hoe ga je daar als ouders en als gemeente mee om? Daar hebben we op een gemeenteavond over doorgesproken en ik heb er ook een preek over gehouden (klik hier).

Ooit heeft het blad Opbouw een dik themanummer gewijd aan kerk- en geloofsverlating. Ik kwam daarin de volgende twaalf tips tegen van Abraham Piper.  Piper AbrahamHij is de zoon van de bekende predikant en schrijver John Piper (vader Piper is redacteur van de website www.desiringGod.org). Abraham werd als kind gelovig opgevoed, maar brak met het christelijk geloof toen hij 19 jaar was. Hij raakte aan lager wal, werd alcoholverslaafd, maar kwam na een aantal jaren tot geloof toen een vriendin hem vroeg om één klein stukje uit Romeinen te lezen. Hij werd er zo door geraakt dat hij de hele Romeinenbrief in één ruk uitlas. Toen besefte hij: ik moet terug naar huis, terug naar God, net als de verloren zoon. Hij besefte ook hoe moeilijk zijn ouders het hadden toen hij een leven zonder God leidde.  Dus ging hij nadenken over de vraag hoe ouders het beste kunnen omgaan met kinderen die afhaken als het om kerk en geloof en God gaat. Onderstaande tips heeft hij geschreven.

Twaalf manieren om van uw afdwalende kind te houden

“Jarenlang kende ik Jezus niet zoals hij is. God heeft het mogelijk gemaakt dat ik van Jezus ging houden en mij zo gered. God kan ook andere zonen en dochters redden. Ouders kunnen dat niet. Wat ze wel kunnen, is van hun kinderen blijven houden en die liefde in praktijk brengen.

Veel ouders zijn geschokt en verdrietig door het ongeloof van hun zoon of dochter. Ze begrijpen niet hoe het kind dat zij zo goed hebben opgevoed zulke vreselijke keuzes kan maken. Ik heb nooit in de schoenen van die ouders gestaan, maar ik was wel een van die zoons. Terugkijkend doe ik  suggesties over hoe u contact kunt houden met uw afdwalende kind.

1.Wijs hen op Christus

Het werkelijke probleem van uw opstandige kinderen bestaat niet uit drugs, drank en sigaretten, seks en pornografie, luiheid of misdaad of slordigheid of homoseksualiteit of het spelen in een punkband. Hun probleem is, dat ze geen duidelijk beeld hebben van Jezus. Het beste wat u kunt doen – en de enige reden om ook de volgende suggesties op te volgen – is hun Christus laten zien. Dat is niet eenvoudig en dat kost tijd, maar de zonden in hun leven zullen langzaam verdwijnen als zij zien wie Jezus werkelijk is.

2. Bid

Alleen God kan uw zoon of dochter redden, dus blijf vragen of hij zich aan hen laat zien. En wel zodanig, dat zij hem in hun leven moeten toelaten.

3. Benoem het probleem

Als uw dochter Jezus afwijst, doe dan niet net alsof er niets aan de hand is. Ieder ongelovig kind is een geval apart. Dus verdient ieder kind een eigen aanpak. Niets doen is geen optie, dus negeer de ongelovigheid van uw kind niet. Misschien wel prettiger voor de sfeer nu, maar niet voor de eeuwigheid.

4. Verwacht niet dat ze op Christus lijken

Als uw zoon geen christen is, dan zal hij zich ook niet zo gedragen. U weet dat hij het geloof heeft losgelaten, dus verwacht niet dat hij leeft vanuit de opvoeding die u hem gaf. U zou bijvoorbeeld in de verleiding kunnen komen om te zeggen: ‘Ik weet dat je het moeilijk vindt in Jezus te geloven, maar je beseft toch wel dat het zonde is dat je elke dag dronken bent?’ Als hij moeite doet om in Jezus te geloven, dan helpt erkenning van het foute van dronkenschap hem niet echt verder. Uiteraard, u wilt hem beschermen. Maar zijn ongeloof is het grootste probleem – niet zijn drankgebruik. Hoe het ongeloof van uw kind ook tot uiting komt in zijn gedrag, richt u vooral op de ziekte van zijn hart in plaats van op de symptomen ervan.

5. Houd uw deur voor ze open

Omdat het gaat om innerlijke problemen en niet om gedrag, moet u niet te veel eisen stellen bij het thuiskomen. Als hij behoefte heeft aan uw gezelschap, dan geeft God u een kans om hem met liefde terug te brengen bij Jezus. Uiteraard zijn soms ultimatums nodig: ‘Je hoeft niet te komen als je…’ Maar dat zijn uitzonderingen. Stoot uw kind niet af door te veel regels en eisen. Ruikt uw dochter naar marihuana of als een asbak, spuit dan een lekker geurtje op haar jas en verschoon het bed na haar vertrek, maar laat ze zich welkom voelen. Merkt u dat ze in verwachting is, vraag dan of ze misselijk is, ga mee wanneer een echo wordt gemaakt en laat ze zich vooral welkom voelen. Is uw zoon platzak en heeft hij het van u geleende geld uitgegeven aan leuke vriendinnen en dure drankjes, scheldt hem die schuld dan kwijt zoals uw schuld is vergeven, leen hem niet opnieuw en laat hij zich welkom  voelen. Hebt u hem anderhalve week niet gezien omdat hij bij zijn vriendin – of vriend – zat, raadt hem af om terug te gaan en laat hem thuiskomen.

6. Advies is beter dan verwijt

Geef niet te veel blijk van uw teleurstelling. Uw grootste zorg is dat uw dochter voor een doodlopende weg kiest, niet dat zij zich niet aan de regels houdt. Laat dat blijken uit uw gedrag. Zeker als ze christelijk is opgevoed, beseft ze drommels goed dat ze verkeerde dingen doet. En ze weet al  helemaal, dat u ze verkeerd vindt. Dat behoeft dus geen uitleg. Ze moet wel zien hoe u reageert op haar fouten. Uw mildheid en bezorgde hoop laten haar zien, dat u echt op Jezus vertrouwt. Haar geweten kan haar zelf aanklagen. Ouders moeten vriendelijk en duidelijk zijn, levend in de hoop die zij hun kinderen ook toewensen.

7. Breng hen in contact met gelovigen die hen beter kunnen bereiken

Geografische afstand en een verstoorde relatie kunnen het contact bemoeilijken. Woont uw afdwalende zoon ver weg, probeer dan een gelovige te vinden en vraag hem contact te leggen met uw zoon. Misschien vindt uw zoon dat bemoeizuchtig en stom en schaamt hij zich ervoor, maar het is de moeite waard – zeker als die persoon ook emotioneel in contact kan komen met uw zoon op een manier die voor u onhaalbaar is. Verwijdering in de relatie is een neveneffect van de geloofskeus van uw kind. De relatie vervaagt, maar moet in stand worden gehouden. Waarschuwende woorden blijven noodzakelijk. Juist op dit punt kan een andere gelovige, die uw zoon emotioneel kan bereiken, van groot belang zijn. Vertrouwt uw zoon hem en stelt hij zijn gezelschap op prijs, dan heeft die persoon de kans uw zoon te vertellen, dat hij een idioot is. En dat op een manier, waar uw zoon wellicht nog naar luistert ook. Dat mag bot klinken, maar ieder moet wel eens in de spiegel kijken. Mensen die we vertrouwen kunnen pijnlijke kritiek zo verpakken, dat we het als een geschenk ervaren. Veel opstandige kinderen zou het goed doen te horen dat ze zich stom gedragen, maar hun ouders zijn zelden de geschikte personen om die boodschap te brengen. Probeer dus andere christenen een plaats te geven in het leven van uw kinderen.

8. Respecteer hun vrienden

Uw kinderen gaan misschien om met types met wie u nooit zou praten, maar het zijn wel hun vrienden. Respecteer dat – ook al berusten die vriendschappen op zonde. Die vrienden zijn slecht voor uw zoon, inderdaad.  Maar hij is ook slecht voor hen. Dat hij weet dat u niets met zijn vrienden hebt, lost niets op. Verschijnt uw zoon met een andere vriendin op een familiefeestje – iemand die u nog nooit hebt gezien en waarschijnlijk ook nooit meer zult zien – wees dan gastvrij. Zij is het dwalende kind van andere ouders en heeft Jezus ook nodig.

9. E-mail ze

God zij gedankt voor technologie, die u zo makkelijk toegang geeft tot de levens van uw kinderen! Leest u iets bemoedigends in de Bijbel, of iets dat u helpt meer van Jezus te houden, zet het in een e-mail en stuur het naar uw kind. Positieve voorbeelden van Christus’ vreugde in uw eigen leven zijn de beste aansporing voor hen. Verwacht niet gelijk wonderen van die mailtjes. Stuur ze gewoon regelmatig en laat uw blijdschap met God zich opstapelen in de inbox van uw kind. Gods woorden hebben altijd kracht.

10. Ga met ze uit eten

Volsta niet met elektronische contacten. Probeer fysiek in contact te komen. Dat vindt u misschien spannend en ongemakkelijk, maar geloof me, uw kind heeft het moeilijker. Hij ervaart dezelfde spanning, maar voelt bovendien schuld. Dus wil hij samen met u iets gaan eten, prijs God en grijp die kans. Het voelt misschien wat dubbel om over zijn dagelijkse leven te praten, terwijl u zich juist zorgen maakt over zijn eeuwige leven, maar probeer het toch. Hij moet weten dat u interesse hebt in alles wat hem bezighoudt. En vraag de Here ondertussen of hij de kans wil geven naar innerlijke zaken te vragen. De reactie is onvoorspelbaar. Vindt hij het een stomme vraag? Wordt hij boos en loopt hij van tafel? Of heeft God iets met hem gedaan sinds uw laatste gesprek? U weet het pas als u er naar durft te vragen. (Een suggestie voor ouders van jongere kinderen: Ga regelmatig met uw kinderen uit eten. Dat is sowieso goed, maar vormt ook een traditie waarop u kunt teruggrijpen als zij ooit in een opstandige fase terechtkomen).

11. Toon interesse voor hun idealen

Het is zeer waarschijnlijk dat de tijdsbesteding van uw ongelovige dochter u teleurstelt. Zoek echter naar het waardevolle in haar interesses en bemoedig haar zo mogelijk. U was erbij toen ze afzwom en haar verkeersdiploma haalde; hoe kunt u uw oprechte interesse tonen nu ze twintig is? Jezus trok tijd uit voor corrupte belastingambtenaren en prostituees, ook al had hij geen relatie met hen. Volg zijn voorbeeld door een paar oordopjes in uw zak te steken en te gaan kijken in de zeer luidruchtige kroeg, waar uw dochter meezingt in de band. Steun haar en blijf bidden dat ze haar talenten ooit in dienst van Jezus zal willen stellen.

12. Wijs hen op Christus

Dit kan ik niet genoeg benadrukken. Hier draait alles om. Hoe u uw zoon of dochter ook wilt bereiken, als u hen niet helpt Jezus te leren kennen, dan is geen blijvend effect te verwachten. Uw zonen en dochters worden misschien nooit meer keurige kinderen; zullen misschien niet naar de kapper of vaker onder de douche gaan; ze worden niet opeens enthousiast voor klassieke muziek; ze zullen ook niet plots op een christelijke partij stemmen; misschien ligt u nog steeds wakker, ook al weet u dat ze niet naar de hel gaan. De enige reden om voor hen te bidden, hen te verwelkomen, hen te waarschuwen, hen te e-mailen, met hen te eten en interesse te tonen in hun interesses is, dat hun ogen opengaan voor Christus. Hij is niet alleen de enige reden – hij is ook de enige hoop. Beseffen zij het wonder dat Jezus is, dan krijgt tevredenheid een andere inhoud. Hij vervangt de zielige geldzucht, de bewondering voor topmensen, de bevrediging door drugs of het orgasme waar zij zich nu op blindstaren. Alleen zijn genade kan hen wegtrekken bij die gevaarlijke interesses en hen veilig aan zichzelf binden – gebonden, maar tevreden. Hij wil en zal dat voor velen doen. Geloof en geef niet op.”

Overgenomen uit het magazine Opbouw 53/20, 9 oktober 2009

De schapen, de bokken en de ‘middengroep’ – hoe loopt het af met de mensen die nooit over Jezus gehoord hebben? –

In hoofdstuk 2 van de Dordtse Leerregels staat dat de dood van Christus meer dan genoeg is om de zonden van de hele wereld te verzoenen (art. 3 – 1 Johannes 2:2) en dat aan alle volken en mensen tot wie God naar zijn welbehagen zijn evangelie zendt, zonder onderscheid de belofte dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft (art. 5 – Johannes 3:16). Zo kiest God uit het hele menselijke geslacht een vast en groot aantal mensen, nl. een onafzienbare menigte, in Christus uit tot het heil (H 1, art. 7 – Openbaring 7:9). Die mensen heeft Christus met zijn bloed gekocht en zijn afkomstig uit alle landen, volken, stammen en talen (art. 8 – Openbaring 5:9 en 7:9).

Toen ik over dit hoofdstuk preekte, kreeg ik van te voren de volgende vraag: “Hoe zit het met de mensen die nooit van Jezus Christus gehoord hebben? Gaan die voor eeuwig verloren?”

Ik heb die vraag aan het eind van de preek beantwoord door er twee dingen over te zeggen. Iemand vroeg mij om het nog eens uit te leggen. Dat doe ik graag.

1/ Maak de middengroep kleiner

Toen ik op catechisatie zat, zei de dominee eens tegen ons: ‘Er zijn vandaag nog steeds mensen die de God van de Bijbel niet kennen en nog nooit gehoord hebben dat God zijn Zoon Jezus als Verlosser gezonden heeft. Dat is, zeg maar, de middengroep. We moeten ons niet alleen afvragen hoe het met hen zal aflopen, maar we moeten als christenen vooral zorgen dat die groep steeds kleiner wordt, want onze Heer Jezus Christus heeft gezegd dat wij het Evangelie moeten verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde.’ Hij bedoelde daarmee, dat iedereen die wél over God gehoord heeft en weet wie Jezus Christus is, nooit meer kan zeggen: ‘Dat heb ik nooit geweten’. Wanneer mensen het Evangelie horen, maken ze altijd een keus: ’Wie niet voor Mij is is tegen Mij’, zegt Jezus.

Wie neutraal wil blijven, is onverschillig en kiest dus ook tegen Jezus. Zo ontstaan de twee groepen bij de wederkomst van onze Heer, die Hij Zelf met ’schapen’ en ’bokken’ aanduidt.

2/ Geen neutrale middengroep

Lammetje KarlaChristus onze Heer zal bij zijn terugkomst alle mensen verdeelt in twee groepen: de schapen en de bokken (Matteüs 25) Maar  hoe zit het dan met de middengroep – alle mensen  die tijdens hun leven op aarde nooit van Jezus gehoord hebben? Denk aan al die volken in de tijd van het Oude Testament? Alleen het volk Israel wist wie God was en dat Hij een Messias beloofd had. De volken erom heen wisten er ook iets van. Maar hoe konden in die tijd de Chinezen, de Aboriginals, de Inca’s en de Eskimo’s de enige ware God kennen? Zij horen tot de middengroep.

Nu kan ik met  de typering van een middengroep de indruk wekken, dat er een neutrale groep mensen bestaat die allemaal het voordeel van de twijfel krijgen als Jezus terugkomt, omdat ze het Evangelie nooit gehoord hebben. Dan zou ’onwetendheid’ een reden voor eeuwige redding zijn. En dat dat niet klopt met wat er in Romeinen 3:23 staat: alle mensen derven (=missen) de heerlijkheid van God omdat iedereen gezondigd heeft.

Maar dat is niet wat ik ermee bedoel. Ik geloof niet in een neutrale groep.  Alle mensen zijn 100% zondig en verdienen daarom de hel. Dat is het uitgangspunt van ons mensheid. Dat geldt ook voor de gelovigen. Van nature horen we allemaal bij de bokken. Maar dan komt God naar ons toe met zijn Evangelie. Meteen al na de zondeval. En overal waar dat Evangelie verkondigd wordt, komen mensen voor een keus te staan. Wie tot geloof komt, krijgt weer deel aan de heerlijkheid van God. Niet op grond van werken, maar enkel uit genade, opdat niemand roeme in zichzelf, zegt Paulus in Efeziërs 2:8-9. En wie dat aanbod van de liefde, de goedheid en de genade van God afwijst, op hem en haar blijft Gods toorn rusten, zeggen Jezus en Johannes de Doper in Johannes 3:18+36.

Maar hoe zit het met de middengroep? Die is er niet als het om de zondeval gaat. Iedereen heeft gezondigd en derft de heerlijkheid Gods. En die is er niet als Jezus terugkomt. Er zijn maar twee wegen: de één leidt naar de eeuwige heerlijkheid, de andere naar het eeuwige verderf.

Maar hier op aarde is er wel een middengroep, namelijk: iedereen die nooit van Christus gehoord heeft. Tegen de mensen in Athene zegt Paulus, dat de HERE God alle volken hun eigen tijd en plaats gegeven heeft, ”opdat zij Hem zouden zoeken, of zij Hem al tastende vinden mochten.” (Handelingen 17:27). Maar nu Jezus is gekomen geldt: ”God dan verkondigt, met voorbijzien aan de tijden der onwetendheid, heden aan de mensen, dat zij allen overal tot bekering moeten komen.” (Handelingen 17:30).

De tijden van onwetendheid betekent volgens mij, dat ze nooit van de God de Bijbel gehoord hebben. Daarmee zijn ze niet te verontschuldigen, want Gods eeuwige kracht en goddelijkheid zijn sinds het begin van de schepping uit zijn werken met het verstand doorzien, zegt Paulus ergens anders (Romeinen 1:20).

Alleen, je kunt niet zeggen dat alle mensen die nooit van Jezus gehoord hebben, straks automatisch bij de bokken worden ingedeeld. Dan zouden er mensen verloren gaan, puur omdat ze de pech hadden het Evangelie nooit gehoord te hebben.

Hoe moet je daar dan tegen aankijken? Een hele belangrijke tekst die antwoord geeft op deze vraag is volgens mij Romeinen 2:12-16.

Paulus schrijft daar, dat er heidenen zonder wet zijn, bij wie wel de werken van de wet in het hart geschreven zijn. Ze leven van nature de wet van God na. Hun geweten klaagt hen aan of verontschuldigt hen. Het gaat hier dus om mensen die nog nooit van God gehoord hebben, maar wel diep van binnen beseffen dat er een God moet zijn, dat ze zelf zondig zijn en dat ze genade en vergeving nodig hebben. Maar ze weten niet waar ze het zoeken moeten, omdat ze Christus nooit gekend hebben als hun Verlosser.

Daar oordeelt God op de dag van de wederkomst door Jezus Christus over, zegt Paulus in Romeinen 2:16. Paulus zegt niet, dat God al die onwetende heidenen veroordeelt.

Deze groep mensen noem ik ‘de middengroep’, omdat ze tijdens hun leven op aarde nooit van Christus gehoord hebben. Die mensen komen bij de terugkomst van Christus ook voor Hem te staan. En dan moeten al die onwetende heidenen worden ingedeeld bij óf de schapen óf de bokken.

Volgens mij zullen dan die heidenen, die al tijdens hun leven oprecht op zoek waren naar de God van wie ze nooit gehoord hadden, dan vol blijdschap uitroepen: ‘Jezus! U bent het naar wie wij ons hele leven gezocht en verlangd hebben!’ Omdat ze ter plekke Christus als Verlosser en Heer erkennen, zullen ze door Hem bij de schapen ingedeeld worden. En alle andere heidenen, die zonder God puur voor zichzelf geleefd hebben, worden bij de bokken ingedeeld.

Hebben die gewetensvolle heidenen dan zelf voor God gekozen en krijgen ze op grond van hun eigen keus het eeuwige leven? Zeker niet! Als wij tijdens ons leven zeggen dat we door genade behouden zijn en dat ons geloof te danken is aan Gods genade in ons, geldt dat ook voor hen. Als zij op de jongste dag Christus voor het eerst zien en Hem aanbidden, zullen ze zeggen dat hun verlangen naar de genadige God die ze nooit gekend hebben, ook Gods werk in hen was.

Er is dus geen neutrale groep mensen die het eeuwige leven krijgt omdat ze toevallig nooit over Christus gehoord hebben. Maar op grond van Romeinen 2:12-16 kun je ook niet zeggen: ‘Alle mensen die door de zending nooit bereikt zijn, zijn per definitie verloren omdat ze van nature zondig waren.’ Heidenen die zonder wet wel oprecht God gezocht hebben, worden door God in Christus geoordeeld op de jongste dag (Romeinen 2:16a). Als alle onwetende heidenen bij de groep van de bokken zouden horen, had er wel gestaan veroordeeld. Dat is blijkbaar niet zo. Hoe het dan precies zit, weet ik niet. Maar ik weet wel dat Gods oordeel, of dat nu positief (voor de schapen) of negatief (voor de bokken) uitvalt, altijd eerlijk en rechtvaardig is. En over dat oordeel gaan wij gelukkig niet, want alleen God weet, wat er in de verborgen gedachten en gewetens van mensen heeft geleefd (Romeinen 2:16b). En als dat oordeel positief uitvalt, geldt voor iedereen die bij de schapen hoort: door genade bent u behouden/gered; het is een gave/geschenk van God. (Efeziërs 2:8)

 

WIE KIEST VOOR WIE? – over de verhouding tussen geloof en uitverkiezing en over 400 jaar synode van Dordrecht

Lang geleden, 400 jaar geleden om precies te zijn, is er in Nederland een internationale synode gehouden, de synode van Dordrecht. Van november 1618 t/m mei 1619 is daar meer dan 180 keer vergaderd. Er waren afgevaardigden vanuit alle kerken in Nederland aanwezig en ook nog eens bijna 60 Nederlandse theologen en 30 buitenlandse theologen uit heel Europa. Op die synode ging het vooral om de vraag: ‘wie kiest voor wie’ als het om geloven gaat. Kiest God voor jou en geeft Hij jou daarom de kracht om te geloven? Of kies jij voor God en geeft God jou dan de kracht om te geloven? Uiteindelijk deed de synode van Dordrecht daar een uitspraak over en wezen ze een aantal meningen die niet bijbels waren, af. Ze noemden die uitspraak ‘De Dordtse Leerregels’. De Nederlandse kerken besloten om die uitspraak net zo belangrijk te vinden als de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1561 en de Heidelbergse Catechismus van 1563. Vanaf die tijd vormen ze de ‘Drie Formulieren van Eenheid’.

Dordrecht 1618 synodeOver de uitverkiezing kun je heel lang nadenken. Er kunnen zomaar vragen bij je opkomen zoals:

  • Wie mogen er later bij God in de hemel komen?
  • Hoe kan ik zelf zeker zijn van mijn uitverkiezing?
  • Kan mijn beste vriendin wel tot geloof komen als ze niet uitverkoren is?
  • Past het wel bij Gods liefde dat er ook mensen naar de hel gaan?

Nadenken mag, maar …

Ik wil er een paar opmerkingen over maken.

*1* NADENKEN over de UITVERKIEZING leidt niet tot de oplossing van alle vragen.

*2* NADENKEN over de UITVERKIEZING maakt wel een aantal zaken beter te begrijpen.

*3* NADENKEN over de UITVERKIEZING doe je niet door logische, sluitende redeneringen te bedenken.

*4* NADENKEN over de UITVERKIEZING doe je ook niet door af te gaan op wat je het meest sympathiek en menselijk vindt.

*5* NADENKEN over de UITVERKIEZING doe je door je te laten leiden door wat God er Zelf in de Bijbel over zegt. Dat is vertroostend.

Welke kant van de medaille?

medailleHoe belangrijk is de vraag naar de uitverkiezing eigenlijk? Niet onbelangrijk. ‘Wie kiest voor wie’ gaat over de vraag of God het echt over alles, dus ook over onze keuzes, te zeggen heeft. Dat is van belang voor de zekerheid van je geloof. Maar dan moet je wel eerst tot geloof gekomen zijn en je leven in handen van die betrouwbare, liefdevolle God gelegd hebben! Dat is, om het maar een zo te zeggen, de voorkant van het Evangelie: de oproep tot geloof. De achterkant daarvan (of, om een andere vergelijking te gebruiken, de andere kant van de medaille) is de uitverkiezing.

In de Bijbel begint het nooit met die achterkant. In heel de Bijbel kom je nooit de oproep tegen: DENK NA EN GA NA OF JE WEL UITVERKOREN BENT! Je komt wel steeds weer de oproep tegen: GELOOF IN GOD EN IN JEZUS CHRISTUS!

Als je positief ingaat op die oproep en in Jezus gaat geloven, kun je je wel eens afvragen: hoe kom ik aan mijn geloof? En dan kan, als je daarover nadenkt, je conclusie geen andere  zijn dan deze drie stappen:

  • Mijn geloof is mijn keuze voor God.

Want mijn geloof is echt iets van mijzelf. Ik geloof niet in God en in Jezus omdat het van mijn ouders of van mijn vrienden moet. Tegelijk denk je er dan bij:

  • Mijn geloof is een geschenk van God.

Ik merk echt dat ik het niet uit mijzelf kan volhouden. Ik ben ook beslist niet de meest perfekte gelovige die hier op aarde rondloopt. God Zelf moet mijn geloof steeds op peil houden. Dan kun je zomaar verwonderd tot de konklusie komen:

  • Achter mijn keus voor God zit Gods keus voor mij.

Hij heeft mij uitgekozen om zijn kind te zijn en om bij Jezus te horen. En zijn Heilige Geest vult mijn geloof steeds weer aan.

Dat kom je ook tegen in de volgende twee bijbelgedeeltes: Lukas 13:22-30 en Handelingen 13:42-49.

Jezus over geloof en uitverkiezing

In Lukas 13 vers 23 stelt iemand Jezus de vraag: “Heer, zijn er maar weinigen die gered worden?” Dat is de vraag naar de uitverkiezing. Daar geeft onze Heer wel een antwoord op (“Ik zeg jullie: velen zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen”), maar met veel meer nadruk zegt Jezus: “Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan.” Dat is de oproep tot geloof. Het geloof in Jezus Zelf. Als je gelovig bent opgevoed, toen als Jood, nu als christen, ben je heel dicht bij het eeuwige geluk dat God beloofd heeft. Want de Joden in het O.T. keken uit naar de Messias en in het N.T. stond de beloofde Messias pal voor hun neus. En als je in een gezin opgroeit en in een kerk komt waar Jezus als Verlosser en Heer gekend en gepreekt wordt, ben je er net zo dicht bij. Dat is een geweldig voorrecht. Maar het is niet je redding! Niet je plaats (dicht bij of ver weg) geeft de doorslag, maar of je in Hem gelooft – Jezus, je Redder en Heer! Dus zegt Jezus vóór zijn sterven al, dat er veel mensen van verre zullen komen die wél in Hem zullen gaan geloven, terwijl er veel Joden als eerste genodigden buiten komen te staan.

Paulus over geloof en uitverkiezing

Dat wordt werkelijkheid in Handelingen 13. Paulus en Barnabas zijn in Antiochië gastvrij onthaald in de synagoge. Ze kregen zelfs de gelegenheid om vanuit het Oude Testament te laten zien “dat God overeenkomstig zijn belofte, een Redder voor Israel heeft voorgebracht, Jezus” (vers 23). En als ze dat de week erop verder mogen uitleggen, eindigt dat met de aansporing van Paulus en Barnabas aan al die mensen die met grote belangstelling hebben geluisterd: “Geef je over aan de goedgunstigheid / aan de genade van God” (vers 43). Dus éérst houden de mensen Gods uitnodiging voor!  Nog een week later blijkt dan, dat de Joodse leiders jaloers zijn en Paulus + Barnabas voor ketters uitmaken. Paulus laat hun weten, dat dat hun eigen keus is, maar wel met vergaande consequenties (vers 46): “U wijst de boodschap van God af en acht uzelf het eeuwige leven niet waard” en dus zullen Paulus en Barnabas zich nu tot de heidenen wenden (de vervulling van de woorden van Jezus over de eersten en de laatsten). Die heidenen zijn vervolgens erg blij en vol lof over de goedheid van de Heer. Maar ze mogen ook weten dat achter hun keus voor Jezus Christus Gods keus voor hen ligt: “Allen die voor het eeuwige leven bestemd waren aanvaardden het geloof” (vers 48).

Het begint dus nooit met de vraag: ‘Heeft God mij wel uitgekozen?’ Veel belangrijker is de oproep: ‘Geloof in Jezus Christus en je bent gered!’

De Dordtse Leerregels over geloof en uitverkiezing

Dordrecht Ode aan de synode

Ook de Dordtse Leerregels beginnen niet met de vraag: ‘Ben je uitverkoren?’ Nee, als je bijvoorbeeld de eerste vijf artikelen van hoofdstuk 1 leest,, merk je dat het begint met het verlangen van God om mensen tot geloof te brengen. Om jou en mij tot geloof te brengen.

Hoofdstuk 1

Artikel 1  Alle mensen hebben in Adam gezondigd en verdienen Gods vloek en de eeuwige dood1. Daarom zou God niemand onrecht gedaan hebben, als Hij besloten had het hele menselijke geslacht aan zonde en vervloeking over te laten en vanwege de zonde te veroordelen. De apostel zegt immers: De hele wereld staat schuldig voor God, want iedereen heeft gezondigd en ontbeert de nabijheid van God (Rom. 3:19, 23). En: Het loon van de zonde is de dood (Rom. 6:23).

Artikel 2  Maar hierin is de liefde van God geopenbaard, dat Hij zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.

Artikel 3  Om de mensen tot het geloof te brengen zendt God in zijn goedheid verkondigers van deze zeer blijde boodschap tot wie Hij wil en wanneer Hij wil. Door hun dienst worden de mensen opgeroepen tot bekering en tot geloof in Christus, de gekruisigde. Want hoe kunnen ze in Hem geloven als ze niet over Hem gehoord hebben? En hoe kunnen ze over Hem horen als Hij niet verkondigd wordt? En hoe kan iemand verkondigen als hij niet uitgezonden is? (Rom. 10:14, 15).

Artikel 4  Op hen die dit evangelie niet geloven, blijft de toorn van God. Maar zij die het aannemen en de Verlosser Jezus met een echt en levend geloof omhelzen, worden door Hem van de toorn van God en van de ondergang verlost, en zij ontvangen door Hem het eeuwige leven.

Artikel 5  Van dat ongeloof is God volstrekt niet de oorzaak. De mens draagt de schuld ervan, evenals van alle andere zonden. Daarentegen is het geloof in Jezus Christus en ook het behoud door Hem een genadegave van God, zoals geschreven is: Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God (Ef. 2:8). Evenzo: Aan u is de genade geschonken in Christus te geloven (Filip. 1:29).

Lukas 13 én Handelingen 13 én de Dordtse Leerregels plaatsen je voor Jezus Christus. Dichterbij kan niet. Die Jezus wil jouw Redder zijn en je laten delen in het eeuwige geluk met en door Hem. Wat voor antwoord geef jij daarop?

Is de hemel saai? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 30)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 30

Is de hemel saai?

en het eeuwige leven – Als de Apostolische Geloofsbelijdenis een muziekstuk was, zou er nu een grandioze finale los­barsten. Perfect gewoon, puur genieten! Eeuwig leven, altijd bij Jezus zijn! Iets mooi­ers bestaat er toch niet?

Toch denken veel mensen juist eerder aan een heel saai muziekstuk. Want hen is verteld dat het eeuwige leven alleen dít is: eeu­wig zingen voor Gods troon. En dat lijkt hen toch wel erg eento­nig worden. Ze houden niet eens van zin­gen!

Maar dat is natuurlijk een misverstand. Denk je nu echt dat de God die zo’n schitterende aarde heeft gemaakt, met zóveel om van te genieten, een hemel zou maken waar het minder mooi is? Denk je nu echt dat je in de hemel iets zult missen wat je op aarde zo leuk of zo lekker vond? Natuurlijk niet! Iemand schreef: ‘Als je in de hemel graag snoepjes en hamsters wilt, zullen ze er zijn.’ En vul dan zelf maar in waar jij van geniet.

Dat het eeuwige leven natuurlijk in de eerste plaats is: altijd bij Jezus zijn, dat maakt het er alleen maar mooier op. Want wat kun je nou liever willen, dan zijn bij Hem die zo oneindig veel van je houdt? Geloof in Hem, Hij maakt ook voor jou alle dingen nieuw. Zo is dat!

Lezen: Openbaring 21:1-7

Als deze verzen een film waren, welke muziek –uit je eigen cd-verzameling- vind je er dan bij passen? Zoek muziek uit waar je echt blij van wordt!

Een nieuw lichaam – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 29)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 29

Een nieuw lichaam

de opstanding van het vlees (= lichaam) – Je lichaam, daar kun je als tiener best veel mee bezig zijn. Je bent tenslotte volop in ontwikkeling. En soms is dat fijn, maar soms ook lastig. In ieder geval vind je je li­chaam heel belangrijk; het hoort helemaal bij je. Het is een stukje van jezelf.

De Bijbel vindt het lichaam óók belangrijk. Vroeger dachten ze dat het lichaam alleen maar een omhulsel voor de ziel was, maar dat is onbijbels. Het is dus óók niet zo dat je na de opstanding als een ziel of een engel door de hemel zweeft ofzo. De gelovigen krijgen een nieuw lichaam, dat heeft de Here God beloofd.

Hoe dat gaat, weten we niet precies. Paulus zegt dat je het moet vergelijken met wat er met zaad gebeurt: het oude lichaam sterft en wordt gezaaid. Wat er op­staat, is dan natuurlijk niet meer het zaad zelf. Er wordt een nieuw, ver­heerlijkt lichaam opge­wekt. Je bent het aan de ene kant weer helemaal zelf, en toch is het hele­maal anders. Dat zal echt heerlijk zijn: een li­chaam zonder ziekte, zonde en handicap. Iets om naar te verlangen!

Lezen: 1 Korintiërs 15:35-44

’t Is waar: een moeilijk tekstgedeelte. Maar probeer er toch één gedachte uit te halen die je snapt en voor vandaag kunt meenemen.

 

De 188e keer – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 28)

Dag 28

De 188e keer

de vergeving van de zonden (2) – GeHerman van Wijngaarden - Zo is datloven dat je zonden ver­geven zijn, dát is pas moeilijk. Doe je die ene zonde voor de 187e keer, en zal je zeker wéér zomaar verge­ving krijgen… En als je echt iets heel ergs gedaan hebt… Een meisje zei in een interview: ‘Ik heb wel duizend keer om vergeving gebeden.’

Duizend keer… ik denk dat dit de Here 999 keer verdriet heeft gedaan. Want staat er dan niet in de Bijbel: ‘Als wij  onze zonden belijden, dan zal Hij ons onze zonden vergeven’ (1 Joh. 1:9)? Als God dat belooft, hoef je er toch niet om te blijven vra­gen? Stel je voor dat een vader zijn zoontje een fiets belooft en die jongen vraagt er daarna nóg 999 keer om. Dat zal die vader verdriet doen: ‘Vertrouw je me dan niet?’

En die ene zonde voor de 187e keer dan? Het is heel erg dat je steeds dezelfde zonde doet. Maar wat wou je anders doen dan elke keer weer direct vergeving vragen? Eerst vergeving verdienen door twee weken netjes te leven? Dat is pas echt dom – alsof God dáár van onder de indruk zou zijn. Laat één ding duidelijk zijn: Gods vergeving kun je nóóit ver­dienen. Je krijgt het alleen als je het uit genade, als cadeau, wilt ontvangen. Ook de 188e keer…

Lezen: Psalm 130

Wat zegt deze Psalm je over a. jouw zonden, en b. Gods vergeving? Vul maar in: mijn zonden zijn…, Gods vergeving is…

Wat zijn zonden? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 27)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 27

Wat zijn zonden?

de vergeving van de zonden (1) – Heb jij dat ook wel eens? Je bidt ’s avonds om vergeving van je zonden, maar eigenlijk weet je niet eens wat je vandaag precies verkeerd hebt gedaan. Je hebt hard gewerkt op school, je bent naar catechisatie geweest, hebt huiswerk ge­maakt… Dat is toch allemaal goed? Je had niet eens tijd om te zondigen.

En toch zegt de Bijbel dat we iedere dag zonden doen. Hoe zit dat dan? Wat zijn dan zonden? Allereerst na­tuurlijk dat je een gebod van God overtreedt. Soms kan het inderdaad lijken dat het daarmee best wel meevalt – mijzelf lukt het tenminste aardig om netjes te leven. Maar er is nog meer. Zonde is niet alleen dat je iets fouts doet, maar ook dat je iets goeds nalaat (dus: níet doet). Misschien heb je niemand bewust kwaad gedaan. Maar heb je eraan gedacht dat die klasgenoot jouw hulp best kon gebruiken? En hoe zat het van­daag met ‘God liefhebben boven alles’? Ikzelf durf niet te zeggen: ‘Dat heb ik gedaan.’

Het is goed om steeds aan God te vragen of Hij het je duidelijk wil maken als je op een verkeerde weg zit.  Dat deed David ook. Niet omdat hij zo’n somber figuur was, maar omdat hij zoveel van God hield. En omdat hij gelukkig wilde worden…

Lezen: Psalm 139:1-4 en 23-24

Probeer drie redenen te bedenken waarom David zo blij is met wat hij in vers 1-4 schrijft. En minstens twee redenen waarom hij bidt wat in vers 23-24 staat.

Dat ene rotjoch – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 26)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 26

Dat ene rotjoch

de gemeenschap der heiligen – Laten we het maar eer­lijk zeggen: er kunnen op de tienergroep gewoon jongens of meisjes zitten die je níet als vriend of vriendin zou willen hebben. En misschien is het zelfs zo dat je een hekel hebt aan dat ene rotjoch, of aan dat meisje dat altijd kritiek op je heeft.

Leg daarnaast nu eens wat we vandaag lezen in de Apostolische Geloofsbelijdenis: ik geloof de gemeenschap der heili­gen. Dat betekent zoiets als: ik geloof dat iedereen in de kerk er helemaal bij hoort, en dat niemand bui­ten de boot mag vallen. Even voor de duidelijkheid: als jij bij een kerk hoort, ben je dus óók zo’n heilige. Niet omdat je zo netjes leeft, maar omdat je door God gehei­ligd bent, dat is: apart gezet om voor Hem te le­ven.

Maar dat geldt dan óók voor dat rotjoch en voor die vervelende meid op de club. Die horen er óók bij. Dat betekent niet dat je ze direct aardig moet vinden. Maar wel dat je erop uit moet zijn dat het goed met ze gaat. Misschien is dat heel moeilijk. Begin dan maar met voor ze te bidden. Als je dat volhoudt, net als de eerste christengemeente dat deed, zul je zien dat er echt iets verandert op de tienergroep.

Lezen: Handelingen 2:41-47

Kijk, al lezend, eens goed rond in deze gemeente. Wat zie je? Stel je nou eens voor dat je daarover gaat vertellen aan een vriend(in), wat zou je dan ongeveer zeggen?

Leren van elkaar – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 25)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 25

Leren van elkaar

ik geloof de heilige katholieke (= algemene) christelijke kerk (2) – Predikanten die in de kerk de Apostolische Geloofsbelijdenis voorlezen, zeggen er vaak bij: ‘We belijden met de kerk van alle tijden en alle plaatsen.’ Met andere woorden: we geloven niet op ons eentje, maar we voelen ons verbon­den met álle andere christenen. Dat zijn dus niet alleen de christenen in onze gemeente, maar overal in de wereld. En niet alleen de christenen van nu, maar ook die van vroeger. De Geloofsbelijdenis zelf zegt dat zo: ‘Ik geloof de katholieke (= algemene) kerk.’

Wat we daar aan hebben? Het is in de eerste plaats een bemoediging. Want wie had tweeduizend jaar geleden kunnen denken dat hetzelfde geloof dat Paulus en Pe­trus hadden, alle eeuwen door en overal ter wereld beleden zou worden? Dat zegt wel iets over de kracht van Gods kerk en werk.

In de tweede plaats betekent het dat wij van andere christenen kunnen leren. Jongeren uit Afrika die in Nederland op bezoek komen, vinden bijvoorbeeld dat wij zo wei­nig bidden. Dat is best iets om over na te den­ken. En ten derde houdt het in dat we elkaar kunnen helpen – bijvoorbeeld met geld, maar ook door het gebed. Want christen ben je gelukkig niet alleen, dat ben je met miljoenen anderen!

Lezen: Efeziërs 6:14-20

Stel dat jij voor jouw gemeente uit deze wapenrusting zomaar tien exemplaren mocht bestellen van één van deze wapens. Welke zou je dan kiezen?

Uitvinding van God – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 24)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 24

Uitvinding van God

ik geloof de heilige katholieke (= algemene) christelijke kerk (1) – De kerk staat er vaak niet zo mooi op. Ze is uit de tijd, saai, ze zit vol met huichelaars, en zo kun je nog wel meer kritiek noemen. En toch laat de Apostolische Geloofsbelijdenis een heel ander geluid horen: ‘Niks daarvan! Als ik aan de kerk denk, zeg ik in de eerste plaats: de kerk is heilig!’

Dat is níet omdat er in de kerk geen fouten gemaakt worden, of omdat er in de kerk allemaal heilige boon­tjes zitten. Nee, dat de kerk heilig is, betekent dat ze door God apart gezet is (zeg maar: afgezonderd van alle andere dingen) voor een bepaald doel. De kerk is geen verzinsel van mensen, maar een uit­vinding van God!

Je mag best kritiek hebben op de kerk. Als je dus maar niet vergeet dat God er een speciale bedoeling mee heeft. Hij wil er mensen door tot geloof brengen en in het geloof bewaren. Hij wil er zijn kinderen ontmoeten en door hen aanbeden worden.

En… Hij wil er zijn zegen geven! Dat hoor je heel duidelijk aan het einde van iedere kerkdienst. Ieder­een krijgt dan een persoonlijke groet van de Here God mee. Als je dat goed hoort, begrijp je het des te beter: de kerk is zo gek nog niet.

Lezen: Numeri 6:22-27

Welke persoon uit jouw gemeente zou je deze zegen in het bijzonder willen toe bidden? Bid voor hem of haar!