Gisteren werden er in een flink aantal gemeenten in Groningen, Friesland en Zuid-Holland gemeenteraadsverkiezingen gehouden. De ChristenUnie heeft in drie nieuwe gemeentes haar zetelaantal gehouden en zeven keer in een nieuwe gemeente er een zetel bij gewonnen. Daar ben ik blij om. Want het is een voorrecht om in een demokratie te leven. Dan kun je als christen je geloof een stem geven. Ik denk dat dat het beste kan door op een christelijke partij te stemmen. Want als je op een niet-christelijke partij stemt, krijgt alleen jouw politieke voorkeur meer invloed. Maar Nederland wordt er niet christelijker op als zelfs christenen op seculiere partijen stemmen. Ik blogde daar een half jaar geleden al eens over (klik hier).
Iemand die echt een goed verhaal kan houden over z’n motivatie om als christen in de politiek aktief te zijn is Gert-Jan Segers. Morgenavond, vrijdag 23 november, komt hij in Assen voor een ‘Meet & Greet’-ontmoeting. Wees erbij, zou ik zeggen! Hieronder volgen twee stukjes die Gert-Jan een aantal maanden en een aantal weken geleden op zijn Facebook-pagina plaatste. Indrukwekkend vond ik ze. Zijn verhaal wil ik morgen graag horen. Jij ook? Wees welkom!
Niet te geloven
Gert-Jan Segers – 5 december 2017
Ik was achttien toen het evangelie mij overtuigde dat het waar was. Het heeft me bij tijden een vrede gegeven die alle verstand te boven gaat, maar het heeft me ook een hoop gedoe opgeleverd.
Want voor die keus van toen heb ik me daarna nog geregeld moeten verantwoorden. Toen ik ging studeren, mijzelf aan anderen voorstelde, ging werken en dat is nu steeds zo als ik als een soort beroepschristen ergens word uitgenodigd. De bewijslast ligt altijd bij mij. Hoe weet je dat er een God is? Geloof je uit angst? Geloof je echt dat God de wereld geschapen heeft? Hoe kun jij in een God geloven terwijl kinderen sterven, terwijl een tsunami gruwelijk huishoudt en een aardbeving een land als Haïti ruïneert?
Vaker nog dan die bijtende vragen is er in dit deel van de wereld een schouderophalende onverschilligheid. Maar ook voor de gemakzuchtige niets-zeker-weter ligt de bewijslast bij mij. Je gelooft omdat je ouders geloofden. En als je ergens anders geboren was, was je hindoe of moslim geweest. Deze agnosten geloven niet wat ik geloof en in hun wereld is het volstrekt logisch dat ìk daar dan een goede reden voor moet hebben. Het licht-agressieve en doordachte atheïsme van Arjen Lubach is voor hen de bevestiging van de gekkigheid van het geloof, zonder dat ze dat zelf ooit hoeven aan te tonen.
Tegelijkertijd zijn deze niets-zeker-weters de grootste uitdagers van het christelijke geloof. Als mensen afhaken bij kerk en geloof is dat zelden omdat de Koran hen zo diep heeft geraakt of het Atheïstisch Manifest hen heeft overtuigd. Doorgaans haken gelovigen af omdat ze zelf ook hun schouders zijn gaan ophalen. Maar toch hebben ook zij er recht op om intellectueel serieus genomen te worden. Ook hun geloof moet bevraagd worden. Al was het maar omdat er ook in mij een schouderophalende niets-zeker-weter zit.
Want stel je voor dat het vermoeden van de agnost echt waar is. Dan is deze wereld een schitterend ongeluk, een onwaarschijnlijke samenloop van volstrekt willekeurige omstandigheden. Vanuit het niets. We zijn niet gewenst, niet bedacht, niet geliefd. We zijn een bundel cellen, door huid en botten bijeengehouden. Ons verdriet, onze liefde, ontroering, boosheid, vreugde, vertedering, ze zijn een chemische reactie en niets meer dan dat. We komen nergens vandaan, gaan nergens naar toe, zijn op een willekeurig moment en willekeurige plaats gestrand in een willekeurig lichaam. En als we denken dat ons leven zin heeft, zijn dat slechts onze gedachten. En die zijn niet meer dan een chemische interactie tussen een paar cellen.
Adolf Eichmann
Stel dat het vaak wat ongedefinieerde geloof van de agnost echt waar is, dan is er ook geen absoluut goed en kwaad. Dan is er geen absolute moraal. Goed en kwaad zijn een kwestie van afspraak. Dat betekent dat Auschwitz slechts een schending van afspraken was. Na de Tweede Wereldoorlog was er een Neurenberg-tribunaal dat nazi’s niet berechtte op basis van de Duitse wet, maar op basis vanuniverseel recht. Veel mensen hadden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog de diepe overtuiging dat de Holocaust een gruwelijke misdaad tegen de menselijkheid is geweest. In een wereld die van toeval en afspraken aan elkaar hangt, is dat een onhoudbare overtuiging. In die wereld hadden rechterstegen Eichmann alleen kunnen zeggen: ‘Jouw inspanningen om al die Joden te vermoorden was niet conform onze onderlinge afspraak, Adolf.’ En hij had kunnen zeggen: ‘Dat was wel onze onderlinge afspraak in Duitsland, edelachtbare.’ En dan had het kwaad nooit gestraft kunnen worden en nooitrecht kunnen worden gedaan aan de slachtoffers.
Stel je voor dat alles domme willekeur is. Dan is m’n liefde voor Rianne en haar liefde voor mij slechtseen langdurige oprisping. Dan is mijn ontroering bij de Matthaus Passion chemisch gedoe. Dan is mijn morele verontwaardiging over groot onrecht toeval. Dan is mijn leven zinloos, dan zou ik niet weten wie of wat mij zou kunnen troosten bij verdriet. Weet je, ik kàn dat niet geloven. En ik weet gewoon dat het niet waar is.
Over een gelovige minderheid, de brief van Klaas Dijkhoff en de stilte in Taizé
Gert-Jan Segers – 26 oktober 2018
Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is er voor het eerst in Nederland een minderheid van 49% ‘religieus’ en een meerderheid van 51% niet-religieus. Zou het kunnen dat de nogal publieke uitschrijving van collega Klaas Dijkhoff als lid van de Katholieke Kerk het tipping-point was? Dat hij mij gewoon eigenhandig en met één open brief een minderheid in heeft geduwd?
Om eerlijk te zijn, ik denk het niet. Ik ben m’n hele leven al veel meer de uitzondering dan de regel en ik geloof er niets van dat 49% van Nederland kerkelijk of anderszins religieus gebonden is. Dat is veel te hoog ingeschat. Een ander onderzoek (‘God in Nederland’) schatte eerder het percentage christenen op 25% en dat lijkt me dichter bij de culturele werkelijkheid te liggen dan die 50% minus Klaas Dijkhoff.
Toen het CBS met die 49% op de proppen kwam, waren er prompt allerlei duiders die het percentage nog over 50% heen probeerden te duwen. Omdat ook niet-kerkelijk gebonden mensen weleens kaarsjes branden of een Boeddhabeeldje bij de Blokker kopen. Het zal wel. Maar het geloof in de God van Abraham, Izaäk en Jacob is ontegenzeggelijk op zijn retour in Nederland en omliggende landen. God is meer en meer een vreemde gast in dit land geworden.
Het geloof in Hem is vooral nog iets voor die 40 oudere mensen in de dorpskerk van het Limburgse Noorbeek waar ik pas een zondag was. Als Klaas Dijkhoff bij Jeroen Pauw aanschuift om over zijn uitschrijving als lid van de Kerk door te praten, begint Pauw het gesprek met een welgemeend: ‘Gefeliciteerd!’ Dat is zoals het nu is.
Poolwind
‘Zal ik nog geloof vinden als Ik terugkom?’, vroeg Jezus zich ooit hardop af. Of dat het geval zal zijn in Nederland, weet ik steeds minder zeker. En ik schrijf dat met groot verdriet. Niet omdat ik zelf nou zo ontzettend religieus ben en geen scepsis ken. Integendeel. Wel omdat ik tot in het diepst van mijn ziel geraakt ben door het Evangelie. Niets en niemand geeft mij meer hoop en liefde dan wat Jezus heeft gedaan en gezegd.
Ondertussen is er hier een soort geestelijke poolwind opgestoken waardoor het steeds kaler en vlakker wordt. Soms lijkt het wel alsof God zelf is gaan zwijgen en er een beklemmende stilte is gekomen waarin al het praten over God en geloof plat valt als lauw bier in een vettig glas. Er zijn machtige verhalen over onstuimige kerkgroei in China, Zuid-Korea, delen van Afrika, Iran zelfs. Maar van al dat moois is hier weinig te merken. Hier word je op TV gefeliciteerd als je je eindelijk laat uitschrijven als lid van de Kerk.
Mijn theologische held Dietrich Bonhoeffer zag het al van ver aankomen. Het verdwijnen van geloof, de beklemmende stilte van een ogenschijnlijk zwijgende God. Hij schreef dat we misschien maar moeten zwijgen totdat God zelf weer gaat spreken. Stil zijn totdat Hij zelf ons zijn woorden weer geeft. Wat ons nu te doen staat, zo schrijft Bonhoeffer, is: bidden, wachten en het goede doen.
Taizé
Afgelopen weekend was ik in Taizé in Frankrijk. De gemeenschap van zo’n 70 broeders, waaronder een aantal uit Nederland, die al decennialang duizenden jongeren uit heel Europa en wijde omgeving verwelkomen.
Taizé is alles wat je juist niet zou bedenken om mensen weer in de kerk te krijgen. Je zit er oncomfortabel op de betonnen vloer, in stilte, zingt daarna eindeloos een paar eenvoudige zinnen en moet het verder doen zonder een charismatische voorganger en meeslepende preek. Het is er kaal en stil.
En toch waren er, naast honderden andere bezoekers, bijna 2000 jongeren uit Franse (voor)steden te gast. Jongeren waar de straatcultuur omheen hangt en die je niet in een kerk zou verwachten. Toch waren ze er, driemaal daags.
Zelfs Tim was er. Student die ooit als scholier met een schoolreis in Taizé was aanbeland. De meegebrachte fles wodka bleef destijds onaangeroerd, zo vertelde hij me. Hij was zo geraakt door wat hij op deze plek meemaakte, dat hij nu bijna niet meer terug durfde te komen omdat het acht jaar geleden zo mooi was geweest. Maar nu was het opnieuw mooi voor hem, zonder dat hij nog helemaal precies kon verwoorden wat hem hier was overkomen.
Samen zaten we op de grond, gingen bij de Franse jongeren de oortjes uit, waren we een tijd stil en zongen toen:
Mon âme se repose en paix sur Dieu seul De lui vient mon salut
Oui, sur Dieu seul mon âme se repose Se repose en paix.
Mijn ziel verstilt in rust en vrede bij God: Van Hem alleen mijn heil.
Ja, bij de Heer verstilt mijn ziel in vrede, Keert zich stil tot Hem.
In de stilte en de eenvoud van Taizé was God even heel dichtbij. Tijdens een avonddienst richten we ons op de Bijbel waaruit een paar verzen werden voorgelezen. Daarna staken een paar kinderen hun kaarsen aan, aan het licht dat al brandde en gaven ze het vuur door tot ook het laatste kaarsje van de laatste bezoeker was aangestoken. Het was alsof we eerst stil moesten worden voordat God zelf kon spreken. Alsof het eerst donker moest worden totdat God zijn licht aan ons gaf. Alsof we eerst op de grond moesten gaan zitten voordat God ons even optilde en zich tegen Hem aandrukte.
En Klaas? Die had in zijn open brief best een paar goede punten over de kerk. Maar dat dichtte de onovertroffen Rikkert al bij Dit Is De Dag op Radio 1:
Mijn beste Klaas, God heeft je brief gelezen.
Je hebt gelijk. De kerk doet heel veel kwaad
en Hij begrijpt waarom je haar verlaat,
er is een dag waarop je weg moet wezen.
Maar klachten over personele zaken,
daarmee kan Hij waarschijnlijk niet zo veel.
De kwestie is: Hij heeft geen personeel.
Wèl kinderen die steeds weer fouten maken.
Hij kan ze niet ontslaan of overplaatsen,
de stomme sukkels! Zieken en melaatsen,
voor al dat tuig kwam Jezus uit de kast.
Als jij hem spreken wilt, maar niet kunt vinden,
dan zit hij bij de lammen en de blinden
of vlak bij jou, waar hij je voeten wast.

Op 30 januari behandelt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet. Het wordt net zo spannend als in de Tweede Kamer. Toen stemden de fracties van CDA en ChristenUnie tegen het voorstel om een Actief Donorregistratiesysteem (ADR) op te zetten. Daarbij was er sprake van ‘fractiedwang’, dus héél het CDA en héél de ChristenUnie waren tegen. Toch werd het voorstel met 75-74 aangenomen. Nu moet de Eerste Kamer zich over dit voorstel uitspreken. Tot mijn verbazing en meer nog tot mijn teleurstelling staat er vandaag (maandag 29 januari) een artikel in het Nederlands Dagblad van de fractievoorzitter van de ChristenUnie waarin hij zich tegen verplichte registratie keert. Zijn standpunt is kort en krachtig: “Laat orgaandonatie vrijwillig zijn”. En: “Wie wil doneren moet dat weloverwogen en met een goed geweten doen.” En dus is de fractievoorzitter van de ChristenUnie tegen elke vorm van overheidsbemoeienis als het gaat om het actief registreren van alle burgers gaat, want “dan beschikken anderen over hun organen, nota bene met goedkeuring van de overheid.” Daarna volgen secundaire argumenten als: ‘laaggeletterden worden straks tegen hun wil donor’ en ‘deskundigen zijn het er niet over eens dat actieve registratie meer donoren oplevert’. Als klap op de vuurpijl roept de ChristenUnie-voorman: “Laten we dus alles eraan doen mensen te helpen die een orgaan nodig hebben, maar het is werkelijk het beste als orgaandonatie een gift blijft waar iemand vrijwillig toe besluit.” Dus moet de overheid aandringen op die keus, moeten gezinnen en families er met elkaar over in gesprek en zou het goed zijn als kerken dit onderwerp agenderen.
Aan het eind van die week stond in het Nederlands Dagblad een artikel van twee christenen, de theoloog Gijsbert van den Brink en IC-arts Ben de Jong. Zij vinden dat het huidige registratiesysteem vanwege te grote vrijblijvendheid niet effectief. Het leidt niet tot meer donoren en kost jaarlijks onnodig mensenlevens. “Een wetswijziging naar een actief donorregistratiesysteem is dan ook wat ons rest.” Die wet komt er, als het aan de Tweede Kamer ligt, want daar is een nieuw ‘actief donorregistratiesysteem (ARD) dat in met een krappe meerderheid aangenomen. De drie christelijke partijen stemden tegen deze wet op de orgaandonatie. Ze hebben daar, net als andere tegenstanders, vier belangrijke argumenten voor, nl.: 1) De nieuwe wet leidt tot keuzedwang. 2) De nieuwe wet is een inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht. 3) De nieuwe wet levert niet meer donoren op. 4) Binnen het huidige systeem valt nog veel winst te behalen om mensen te motiveren orgaandonor te worden. Die bezwaren worden kort maar krachtig als mythe ontzenuwd (klik
De vier tegenargumenten van de directeur van Nederlandse Patiëntenverening vind ik ronduit zwak (hieronder voor de liefhebber een overzicht). Maar dat vind ik niet het ergste. Het valt me vooral zwaar tegen dat de NPV publiek stelling neemt tegen dit nieuwe donorregistratiesysteem. In haar logo staat dat de NPV gericht is op ‘zorg voor het leven’. Op de website wordt als eerste vermeld: “Het leven is een gave van de Schepper zelf. Dat leven is kostbaar en verdient bescherming; van het allerprilste begin tot aan het einde. De NPV komt op voor het mensenleven. Voor leven dat kwetsbaar is en broos, voor ieder mens, in welke levensfase dan ook.”
3/ Nederland moet vooroplopen bij het halen van de klimaatdoelen
Karin de Geest laat eerst zien, dat er goede redenen zijn om je juist als christen met politiek bezig te houden. Namelijk: 1. De politiek bemoeit zich ook met jou (dat spreekt voor zich J); 2. God is politiek actief (Jozef in Egypte, Esther en Daniël in Babel/Perzië, Johannes de Doper, Jezus en Paulus spreken zich uit over politiek); 3. De politiek is een cadeautje van God (‘de overheid is ingesteld door God’ – Romeinen 13:1); 4. Voor naastenliefde heb je politiek nodig (‘Moge de koning recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen, maar de onderdrukker neerslaan’ – Psalm 72:4); 5. Licht van de wereld (die opdracht uit Matteüs 5:14 geldt ook in de politiek); 6. Politiek heeft nut (God gebruikt in de Bijbel vaak kleine, invloedloze personen voor grote veranderingen).
In haar laatste hoofdstuk komt ze tot de conclusie dat onder christenen die politiek aktief zijn, drie onderwerpen vaker terugkeren, namelijk: A) mag je vanuit de Bijbel dingen verbieden of moet je burgers zoveel mogelijk vrij laten in hun keuzes? B) Zijn de bijbelse principes over hoe we om moeten gaan met onze naasten alleen bedoeld voor onze persoonlijke contacten of gelden die ook voor de overheid? C) Roept de Bijbel ons op om vooral goed voor je eigen bevolking te zorgen of ook voor mensen en problemen in de rest van de wereld?
daar niet voor. Daar zijn twee redenen voor. De eerste werd heel goed door Buma van het CDA verwoord: Turkijke moet niet doen alsof de Turken die hier in Nederland wonen, nog Turken zijn. Het zijn Nederlanders met een Turkse achtergrond en vaak nog een Turkse nationaliteit. En als Turkse Nederlander moet je het ook niet willen, dat het land van je verleden nog invloed op je wil uitoefenen. Verder vind ik zelf dat een ander land best z’n eigen burgers in het buitenland actief mag benaderen als er verkiezingen zijn. Niemand had het een probleem gevonden als Hillary Clinton en Donald Trump naar Nederland waren gekomen om de Amerikaanse expats toe te spreken. Maar hier gaat het over iets anders, namelijk een staatsoffensief van een enge man die de absolute macht naar zich toe probeert te trekken. Een enge man die ontkent dat in Turkije 100 jaar geleden 20% van de bevolking (namelijk alle Armeense, Assyrische en Griekse christenen) met geweld zijn verdreven en vermoord d.m.v. een echte genocide; een enge man die permanent oorlog voert met de 10% van zijn eigen bevolking die tot de Koerden behoren; een enge man die bezig is de seculiere Turken al hun vrijheden te ontnemen; en een enge man die alle religieuze Turken die het niet met hem eens zijn als terroristische Gülen-aanhangers uit hun functies ontslaat en zonder vorm van proces in de gevangenis gooit. Zo’n persoon moeten we in Europa niet de gelegenheid geven om door middel van een staatsoffensief op buitenlandse bodem nog meer macht naar zich toe te trekken. Zeker niet als hij het in z’n hoofd haalt om het huidige Duitsland van nazi-praktijken te beschuldigen. Ik zie eerder parallelen tussen het huidige Turkije en nazi-Duitsland: via verkiezingen komt er iemand aan de macht die het land totaal verdeelt en in een enorm gewelddadige crisis stort. Daarom vind ik Erdogan een enge man, om wie je soms maar beter lachen kan: 
Op 13 september nam de Tweede Kamer een nieuwe orgaandonatiewet aan. Wie de moeite niet wil nemen om zich te laten registreren, wordt onder deze nieuwe wet genoteerd als iemand die ´geen bezwaar´ heeft tegen het doneren van zijn of haar organen na overlijden. Vandaag meldden het dagblad Trouw en het NOS-journaal dat in de drie-en-halve week na dit besluit al zo’n 100.000 Nederlanders zich hebben laten registreren in donorregister.
Even voor de duidelijkheid wat cijfertjes.
Zonder de 22.000 Nederlanders die in mijn optiek allemaal Dik heten en samen de familie Ego vormen, en die als Dikke Ego’s allemaal hun eigen autonome keus belangrijker vinden dan de lange wachtlijsten die er nog steeds zijn, zou het aantal registraties net boven de 6 miljoen zijn uitgekomen.
Dus ben ik blij met dit besluit van de Tweede Kamer. Wie niks laat weten, geeft aan ‘geen bezwaar’ te hebben. Dat is wat anders dan ‘ja’, maar het is voor de nabestaanden een teken dat iemand tijdens zijn leven geen grote moeite met orgaandonatie had, anders had hij/zij wel ‘nee’ laten registreren. Dat hebben binnen een maand na 13 september al bijna 100.000 Nederlanders gedaan. Dat vind ik dus een goede zaak. Beter eerlijk ‘NEE’ dan de zaak op z’n beloop laten.