HOE BEN JE SOLIDAIR MET WIE ECHT AAN ENERGIE-ARMOEDE LIJDT?

Laatst hoorde ik, dat iemand uit solidariteit met de mensen die echt klem zitten vanwege de hoge prijzen voor gas en elektra in eigen huis de temperatuur van 17,5 naar 17 graden wilde laten gaan. Met als vraag erbij: wat is jullie oplossing om het toch nog een beetje warm te krijgen als ik thuis zit te werken?

Foto: Gerd Altmann (Geralt) – Pixabay

Toen ik de suggestie deed om de temperatuur gewoon op 19 graden te houden en op andere dingen te bezuinigen, zoals 1x per week vlees en 1x per maand minder uit eten en 1x per jaar minder op vakantie, kreeg ik als antwoord: de verwarming staat bij ons al een paar jaar op 17,5 graden en die andere dingen doen we ook al uit duurzaamheidsoverwegingen.

Hier kiest iemand voor vrijwillige warmte-armoede omdat er elders in het land mensen echt in energie-armoede leven. Dat is een vorm van solidariteit die op zich te prijzen is, maar volgens mij niet echt zinvol is. Geef toe: als iemand vanwege het klimaat en de ecologische voetafdruk  al heel milieubewust bezig is (de verwarming staat op 17,5 graden!) en de financiële situatie geeft geen reden om nog verder te bezuinigen op het energieverbruik – wat schieten de mensen die echt in de problemen zijn gekomen daar dan mee op?

OK, je kunt het bedrag dat je bespaart door de kachel een half graadje lager te zetten overmaken naar de Voedselbank. Maar voor de rest hou je er alleen maar zelf een goed en warm gevoel aan over (dat laatste alleen als je een extra trui en een paar wollen sokken aantrekt).

“Ik redde de arme die om hulp vroeg (…) en onthield hem nooit waar hij om vroeg.” (Job 29:12a en 31:16a)

Toen ik er nog wat dieper over nadacht kwam bij mij de vraag op: waarom voelt iemand die z’n kachel al op 17,5 heeft staan, zich geroepen om terug naar 17 te gaan? De gereformeerde ethicus Jochem Douma zei eens dat veel christenen die heel erg bewogen zijn met de nood in de wereld zich altijd een beetje schuldig voelen over het feit dat ze het zelf zo goed hebben. Hun valkuil is, zei hij, dat ze voortdurend vinden dat ze eigenlijk een té luxe leventje hebben. Als er dan een oproep komt om minder voor jezelf te leven, zijn zij de eersten die vinden dat ze inderdaad nog steeds in weelde leven en dat het nog wel ietsje minder kan. Wat je dan ziet, aldus Douma, is dat christenen die zich vrij onnadenkend overgeven aan het grote genieten hun consumptiepatroon van lekker eten, weekendjes weg, zomer- én wintervakantie, elk seizoen een nieuwe garderobe etc. etc. hun leefpatroon amper wijzigen, maar dat christenen die op dit vlak al heel bewust leven na zo’n oproep besluiten om het nog soberder aan te doen door hun ene vakantie een jaartje over te slaan of helemaal in tweedehands-kleding te gaan lopen. Want als je jezelf voortdurend vergelijkt met mensen die het veel slechter hebben dan jij, heb je het nog steeds beter als die ander, ook als je bijna niet meer op vakantie gaat, nooit iets nieuws koopt en je de verwarming nog een half graadje lager draait naar 17 graden. Volgens Douma raakt dan het bijbelse evenwicht tussen genieten van de zegeningen die God jou geeft en het aandacht geven aan de armen om je heen zoek. Net zoals trouwens het evenwicht zoek is wanneer iemand die zich christen noemt al z’n tijd en geld voor z’n eigen geluk en consumptie besteedt en z’n medemens afscheept met een fooi.

Gelukkig de mens met ontzag voor de HERE en met liefde voor zijn geboden. Rijkdom en weelde bewonen zijn huis en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd. Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd, hij zal stijgen in aanzien en eer.  (Psalm 112:1,3,9)

Dus nee … ik geloof niet dat christenen uit solidariteit met degenen die echt in armoede leven vanwege de hoge gasprijzen hun verwarming één of een paar graadjes naar beneden moeten draaien. Daardoor raak je zelf in de kou en als je verder niets doet, laat je anderen in de kou zitten.

Wat helpt dan wel? Ik doe zomaar een paar suggesties.

1/ Geef royaal aan de Voedselbank of maak daar maandelijks een vast bedrag naar over.

2/ Als je zelf nog een vast contract hebt t/m 2024 en je weet dat inmiddels de helft van Nederland het dubbele betaalt voor gas en elektra, maak dan uit solidariteit een deel van jouw voordeel over aan de diakonie van je kerk.

3/ Kijk om je heen, vraag of mensen het nog redden en bied waar dat nodig is praktische hulp en steun aan.

4/ Doe het samen, dus motiveer bv. de diakonie van jouw kerk om het voortouw te nemen om in aktie te komen. Op Energiearmoede, inflatie en de diaconie – Kerkpunt is daarover meer informatie te vinden.

Als je bewust een aantal van deze vier dingen doet, hoef je je verwarming volgens mij niet nog lager te zetten. Want, zoals een gevleugelde uitspraak van dezelfde Jochem Douma luidt: ‘Om het ene te doen hoef je het andere niet na te laten.’

Diakenen buitenspel? Haal ze snel weer binnenboord!

Binnen de vrijgemaakte gereformeerde kerken worden predikanten, ouderlingen en diakenen door de gemeente verkozen. Maar voordat het zover is, doet de kerkenraad een voorstel aan de gemeente, de zogenaamde talstelling. Vaak met een dubbel aantal namen waaruit de gemeente dan het benodigde aantal kan kiezen. Of, als dat niet lukt, met een voorstel om iemand als dominee te beroepen of een aantal mensen als ouderling of diaken te benoemen.

CollectezakkenTot 2015 ging de ‘brede’ kerkenraad daarover, nl. de gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen. Sinds de invoering van de nieuwe kerkorde in 2014 is dat binnen de GKV veranderd. Kerkenraad (predikant + ouderlingen) en diakonie (diakenen) zijn twee aparte bestuurscolleges. En alleen de kerkenraad gaat nu nog over het beroepingswerk en de talstelling. Want dat is onderdeel van hun regeerambt.

Volgens het Nederlands Dagblad van 1 december 2018 vindt driekwart van de diakenen het een slechte zaak dat ze niet meer mee mogen beslissen als het gaat om het voordragen van geschikte kandidaten voor predikant, ouderling of diaken aan de gemeente. Ze willen hun stemrecht terug, aldus het Nederlands Dagblad.

Het gevoel dat je buitenspel gezet wordt

Ik kan mij dat wel voorstellen. Het voelt niet goed dat een ander college, namelijk dat van de ouderlingen, opeens alles bepaalt, terwijl je honderden jaren lang samen verantwoordelijk was voor de talstelling van alle drie de ambten. De nieuwe praktijk gaat vooral wringen als het om het kandideren van nieuwe diakenen gaat. Toen wij in 2016 ons op gevolgen van de nieuwe kerkorde moesten bezinnen, hoorde ik net het volgende verhaal uit een vrijgemaakte kerk van elders. Daar hadden ze besloten om de hele talstelling achter de gesloten deuren van de ouderlingraad te laten plaatsvinden. De gemeente had namen van geschikte kandidaten voor drie openstaande ouderling-vakatures en drie openstaande diaken-vakatures opgegeven. De namen die voor diaken genoemd waren, waren ter bespreking aan de diakonie voorgelegd met het verzoek om aan te geven welke mensen volgens de diakonie geschikt waren. De diakonie voldeed aan dat verzoek en overhandigde een lijst met namen waar met gemak een dubbel aantal namen uit geselecteerd kon worden. Maar wat gebeurde er? Na afloop van de bespreking van de namenlijsten voor ouderling en voor diaken op de kerkenraad (zonder diakenen dus) kregen de diakenen te horen dat de kerkenraad slechts drie gemeenteleden had kunnen kandideren voor diaken, maar gelukkig wel tot een zestal namen voor ouderlingen had weten te komen. Dat vonden de diakenen erg raar, want in al de jaren ervoor was er altijd een dubbel aantal kandidaten geselecteerd voor diaken, terwijl het regelmatig voorkwam dat er te weinig kandidaten voor ouderling waren om uit te kiezen.

Nu kan het natuurlijk aan de situatie van dat moment gelegen hebben. Maar die afweging, daar waren de diakenen voor het eerst niet bij geweest. En nu moesten zij het doen met de drie namen die de ouderlingenraad voordroeg, zonder de argumentatie te weten waarom de rest van hun lijstje was afgevallen of als ouderling gekandideerd was.

Dit zal wel een wat extreem praktijkvoorbeeld zijn. Maar ook als de diakenen meer betrokken worden bij de talstelling blijft het wat vreemd dat uiteindelijk een ander ambt bepaalt, wie er als nieuwe diakenen gekandideerd worden.

Snel en makkelijk weer volledig binnen boord

In onze plaatselijke kerk waren we unaniem van mening dat het belangrijk is om bij het beroepen van een predikant en de talstelling voor nieuwe ouderlingen en diakenen te zorgen voor een zo breed mogelijk draagvlak. Dat was in de oude situatie per definitie het geval, want in een gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen werden alle ingediende namen voor beide ambten gezamenlijk besproken en stemden ook alle ouderlingen en diakenen mee om tot een dubbeltal voor ouderlingen en een dubbeltal voor diakenen te komen. Elke verandering voelde als: ‘mag het ook een onsje minder?’ voor de diakenen, ook de verder zeer zorgvuldige nieuwe handleiding van het Diakonaal Steunpunt.

We besloten om alles bij het oude te laten. Elk jaar in janauri roepen we de gemeenteleden op om namen voor nieuwe ouderlingen en diakenen in te dienen. Daarna houden we eind februari / begin maart een gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen en bespreken we alle namen. Aan het eind brengen we allemaal onze schriftelijke stem uit voor het dubbeltal voor ouderlingen en daarna voor het dubbeltal van diakenen (en het jaar erop omgekeerd). Over het dubbeltal dat daar uit komt (als dat lukt – en anders over de voordracht van een enkelvoudig aantal kandidaten) vragen we Gods zegen. In de week erna worden de betrokkenen geïnformeerd en vervolgens op een zondag de gemeente, die weer een paar weken uit de voorgedragen namen mag kiezen wie ze graag als nieuwe ouderlingen en diakenen willen.

Kan dat zomaar, de diakenen toch mee laten stemmen onder de nieuwe kerkorde? Want de hele talstelling hoort nu toch tot de verantwoordelijkheid van de kerkenraad = de ouderlingen = het regeerambt? Dat laatste klopt. Maar regeren kun je op verschillende manieren doen. Wij hebben gekozen voor een maximale inbreng van de diakenen, zoals het al eeuwen gebruikelijk geweest is.

Daarvoor hebben wij maar één keer een stemming hoeven houden waar de diakenen niet aan mee mochten doen. Namelijk het voorstel om alles bij het oude te laten en ook de diakenen gewoon te laten meestemmen bij het voorstel om een predikant te beroepen of ouderlingen en diakenen aan de gemeente voor te stellen. Want dát besluit, om de diakenen als vanouds volledig te blijven betrekken bij de talstelling, is in de nieuwe kerkorde een besluit over de manier waarop de kerkenraad het regeerambt invult – en daar gaat alleen de ouderlingenraad over.

Zo kan het dus ook: we lieten de diakenen één keer niet meestemmen en voor de rest blijft alles bij het oude.