Hoe ga je om met ziekte en handikap? Regelmatig hoor ik mensen zeggen dat het Gods wil is dat mensen met lichamelijke of psychische kwalen genezen worden. Want met Jezus is Gods Koninkrijk gekomen en dat ging in de het Nieuwe Testament gepaard met talloze genezingen. Niet alleen door Jezus Zelf, maar ook in het boek Handelingen. Dus mogen, ja moeten wij ook vol geloof en in de kracht van de Heilige Geest in onze tijd hetzelfde durven verwachten door in de Naam van Jezus mensen te genezen van ziektes, handicaps en andere lichamelijke of psychische kwalen.
Ik geloof daar niet in. Wat ik heel opvallend vind is, dat christenen die erg benadrukken dat God ook vandaag nog iedereen genezen wil, vanuit de Bijbel heel veel voorbeelden aanhalen, maar twee van de belangrijkste teksten bijna altijd links laten liggen of geforceerd weg-verklaren.
Job 2 vers 10
Job is de persoon in de Bijbel die alle ellende die een mens mee kan maken in zijn leven in één keer (nou ja … in twee etappes dan) over zich uitgestort krijgt. Eerst raakt hij al zijn bezittingen kwijt en, wat nog veel erger is, komen al zijn kinderen om. En daarna wordt hij ook nog getroffen door een besmettelijke, bijna dodelijke ziekte. Voor Jobs vrouw wordt het allemaal teveel. Ze kan niet meer geloven dat er een God bestaat die dit allemaal toelaat. De reaktie van Job is dan: ‘Al het goede aanvaarden we van God, zouden we dan het kwade niet van Hem aanvaarden?’ (Job 2:10a) Die woorden sprak Job niet nadat hij al zijn kinderen en bezittingen verloren had, maar nadat hij plotseling doodziek geworden was. Meteen na deze opmerking van Job typeert de verteller zijn woorden als volgt: ‘Ondanks alles zondigde Job niet en sprak hij geen onvertogen woord.’ (Job 2:10b) Als je gelooft dat de Bijbel door de Heilige Geest geïnspireerd is, dan betekent deze uitspraak over Job dus, dat voor een christen ook een ernstige ziekte of een handicap onder het kwaad kan vallen dat God in zijn wijsheid gebruikt om ons als zijn kinderen dicht bij Hem te houden.
In ‘The Chosen’ (seizoen 3) verwijst Jezus naar Job. Het staat niet zo in de Bijbel, maar is heel verhelderend.
Romeinen 8 vers 28
In Romeinen 8:28 staat dat ook heel duidelijk. ‘Wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.’ Deze woorden spreekt Paulus uit in het bredere verband van Romeinen 8:18-39. Daarin gaat het over lijden en vervolging, over ellende en tegenspoed, over zinloosheid en sterfelijkheid. Ik las ergens bij een enthousiaste aanhanger van gebedsgenezing, dat ‘ziekte’ iets heel anders is dan ‘lijden’, want lijden overkomt je omwille van je geloof en ziekte is een gevolg van de zondeval. Dus doet God alle lijden dat zijn kinderen ondervinden vanwege hun geloof in Jezus meewerken ten goede. Maar voor ziekte geldt: dat is een gevolg van de zonde (bij veel gebedsgenezers meestal: van jouw zonden of die van jouw voorgeslacht). Daar mag je nooit in berusten, dus als je met ziekte te maken krijgt, moet je je verootmoedigen, schuld belijden en vol vertrouwen bidden om herstel en genezing. Ik verbaas mij altijd weer over deze versimpeling van wat er in de Bijbel staat. In Romeinen 8:18-39 gaat het namelijk niet alleen over lijden vanwege je geloof’ maar ook over het lijden van de schepping als gevolg van de zonde. En het gaat niet alleen over vervolging en het zwaard (waarbij het nog maar de vraag is of dat altijd geloofsvervolging is of dat je als christen helaas net in de hoek zit waar de klappen vallen), maar ook over tegenspoed, ellende, honger, armoede en gevaar. Dat lijken mij algemene dingen die je als christen kan overkomen. En die je de ene keer te lijf gaat en waar je de andere keer in berust. En al die dingen die je als christen kan overkomen, inclusief ziekte en handicap, vallen bij Job en Paulus onder ‘het kwaad’. Dat mag je allemaal in gebed bij God brengen, in het vaste vertrouwen dat God dankzij Jezus je hemelse Vader is, en dus twijfel ik er niet aan ’of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede.’ Want Hij is zo machtig, ‘dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede en alle dingen, niet bij toeval, maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen.’
Rustgevend Evangelie
Deze laatste twee citaten komen uit de Heidelbergse Catechismus (Zondag 9:26 en Zondag 10:27). Heerlijk evenwichtig vind ik dit. Ik hoef niet alles te kunnen begrijpen wat mij in dit leven overkomt. Ik hoef ook niet alles te kunnen verklaren wat er in mijn leven gebeurt. Ik hoef me ook niet op voorhand moedeloos en apathisch neer te leggen bij elk kwaad wat mij treft. Ik mag alles aan Hem vertellen, ik mag alles aan Hem vragen, en nadat ik alles in zijn hand gelegd heb, mag ik het loslaten in het vaste vertrouwen, dat God niet moet doen wat ik wil, maar dat gebeurt wat Hij goed vindt voor mij.
Dat is wat anders dan dat ik geloof dat God elke ziekte wil genezen. Natuurlijk kan Hij dat. En Hij zal er voor zorgen ook. Op de dag dat Jezus terugkomt. Dan zullen er alleen nog maar tranen van blijdschap vloeien, want dan zal er geen dood meer zijn, geen rouw, geen jammerklacht, pijn, geen ziekte, geen handikap ziekte, geen hongersnood, geen oorlog, geen natuurrampen en wat dan ook.
Maar vandaag is dat alles er nog wel. En volgens mij vraagt God niet van ons, dat we het nu al allemaal proberen weg te bidden. Als het om ziekte en handikaps gaat, is volgens mij onze eerste opdracht niet: “GENEES de ZIEKEN!”, maar roept Jezus ons op: “BEZOEK de ZIEKEN!” en “BID voor de ZIEKEN!” En trap bij dat laatste niet in de valkuil dat er volgens de Bijbel maar één uitkomst mogelijk is op het gelovig gebed, nl. lichamelijke genezing. Dat gebeurt ook, maar meestal niet. Dat gebeurt ook, maar het is nooit het belangrijkste. Het belangrijkste wat God op het gelovige gebed geeft is zijn Heilige Geest, zodat we er opnieuw van overtuigd raken dat niets van wat er in het leven met ons gebeurt, ‘ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die Hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer.’ (Rom. 8:39). Dat vind ik rustgevend Evangelie, ook als ik geconfronteerd wordt met ziekte en handikap.
Hans Maat reageert op twee eerdere artikelen in het ND, namelijk een kritische bijdrage over de foute trucs van gebedsgenezing van Wouter van der Toorn (


“Waar was jij op de dag dat Groot-Brittanië uit de EU stapte?” Zou dat over 10 jaar net zo’n vraag zijn als: “Waar was jij op 9/11 toen twee vliegtuigen zich in de Twin Towers boordern? of is al die vreugde of droefenis over de Brexit een hype? Hoe dan ook: ik was in Londen op donderdag 23 juni 2016 en hoorde daar op vrijdagmorgen ‘live on television’ de toespraak van Cameron die z’n terugtreden bekendmaakte. Het Britse volk had gekozen en hij vond zichzelf als minister-president én fervent ‘RemaIN’-er niet geschikt om de onderhandelingen over een Brexit te leiden. Maar hoe denken de christenen in Groot-Btittanië over de Brexit?
Naast een scala aan activiteiten vindt dus jaarlijks de EMA-conferentie plaats met
verzoenen. Om dat te laten weten, gebruikt Hij mensen, ook vandaag nog. Door de kracht van zijn Woord en zijn Geest kunnen die mensen het ook volhouden als voorgangers en voorbeelden. Met aansprekende bijbeluitleg en bemoedigende toespraken en, niet te vergeten, prachtige Engelse hymnen begeleid door één piano, één gitaar en één solist was dit de rode draad van alle drie de dagen.
beide kampen op de EMA-conferentie. Ook al had men heel goed door, dat het Brexit-referendum het land echt heel erg verdeelde (Schotten <–> Engelsen, stad <–> platteland, jongeren <–> ouderen). Maar de christenen legden, zowel op de conferentie als persoonlijk thuis, de uitkomst van het referendum in de handen van God. Ze baden vrijmoedig om een uitslag waarmee God zijn weg zou gaan. Want, zeiden ze daarbij, via menselijke wegen die vaak vol vooroordelen en eigenbelang zijn, is het God die alles in zijn almachtige hand houdt. Hij regeert soeverein.
die al 40 jaar na een duik in ondiep water met een dwarslaesie in een rolstoel zit) in een interview in dit boek zegt: “Ik geloof echt dat genezing de uitzondering op de regel is – waarbij de regel is dat God heden ten dage niet altijd op wonderbaarlijke wijze zal genezen, net zoals Hij niet meer op wonderbaarlijke wijze mensen uit de doden opwekt of mensen op water laat lopen.”(blz. 234).
Dat is volgens mij de kern van het geloof: via Jezus komt God mijn leven binnen. Omdat Hij van mij houdt. Omdat Hij mij alles geeft en vergeeft. Dan draait het niet meer om mijzelf. Dan draait het om Hem. Of ik nu genezen word of niet. Nick Vujicic, de man zonder armen en benen, vertelde eens, dat hij zijn problemen met Jezus bespreekt (bekijk en beluister, met Nederlandse ondertiteling,
In Assen-Peelo staan regelmatig jonge ouders aan de doopvont. Elke keer weer zijn dat prachtig diensten. In het Gereformeerd Kerkboek staan drie doopformulieren. In nummer 2 krijgen gelovige ouders de opdracht mee dat zij ‘dagelijks voor hun kinderen behoren te bidden.’
Wat dan overblijft is de opdracht die je bij de doop van je kinderen al van de HERE krijgt: blijf dagelijks voor ze bidden! We zeggen wel eens: dat is het enige wat je voor ze kunt doen – bidden. Maar vergeet niet: dat is ook het belangrijkste wat je voor ze kunt doen! Of je kinderen nu meelevend gelovig of juist niet meer gelovig zijn. Job bad voor zijn gelovige kinderen, omdat hij zichzelf kende en wist hoe gemakkelijk je in je hart God vaarwel kan zeggen. Een andere redelijk bekende gelovige, Monica, bad elke dag voor haar zoon Augustinus die echt met God gebroken had. Haar gebed werd tijdens haar leven al verhoord. Dat gebeurt niet altijd. Maar het mag je, als ouders, wel bemoedigen om ermee door te gaan – met het bidden voor je kinderen. Want de vraag is niet of God wel luistert naar wat wij van Hem vragen. De vraag is eerder of jij en ik het wel volhouden om de namen van onze kinderen telkens weer in Gods handen te leggen.