Oog voor detail – januari 2021

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 3:1 + 5b-6 + 13-15

In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Juda. De mensen stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Maar Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’ Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in.

Drie details:

1/ Wanneer heb jij voor het laatste tegenover iemand je ongelijk erkend?

2/ Wanneer en waarom was jij het oneens met wat Jezus van je wilde?

3/ Hoe kun jij vandaag meewerken aan ‘Gods gerechtigheid’?

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – vrijdag

Lukas 3:21b-22

Toen ook Jezus was gedoopt en Hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.’

Drie details:

1/ Waar zou Jezus om gebeden hebben, denk je? Wat betekent dat voor jouw persoonlijke gebed?

2/ Wat merk jij vandaag van de Heilige Geest?

3/ Hoe geliefd voel jij je als kind van God?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – dinsdag

Markus 1:12-13

Meteen nadat Jezus gedoopt was dreef de Geest Hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar Hij door Satan op de proef gesteld werd. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor Hem.

Twee details:

1/ Welke ‘woestijn-ervaringen’ heb jij in je leven meegemaakt en welke plek hadden God en Satan daarin?

2/ Hoe stel jij het je voor dat God zijn engelen stuurt om voor jou te zorgen?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – vrijdag

Johannes 1:35-37 + 40-41

De volgende dag stond Johannes weer bij de Jordaan met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Eén van hen was Andreas, de broer van Simon Petrus. Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden (dat is Christus, ‘gezalfde’).

Twee details:

1/ Waar denk jij aan als Johannes Jezus ‘het lam van God’ noemt?

2/ Wie zou jij, net als Andreas, graag bij Jezus willen brengen?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – dinsdag

Lukas 3:7-8a + 10-14

Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: ‘Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn.’ De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’ Hij antwoordde: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.’ Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’ Ook soldaten kwamen hem vragen: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’

Twee details:

1/ Wat is jouw motivatie om goede dingen te doen?

2/ Welk praktisch advies zou Johannes de Doper aan jou geven?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – vrijdag

Johannes 3:27-30

Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.”  De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.’

Twee details:

1/ Wat is mooiste wat jij van God (‘door de hemel’ ) ontvangen hebt?

2/ Hoe blij kun jij zijn met het succes van anderen?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 11:2-6

Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de Messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar Jezus toe met de vraag: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan Mij geen aanstoot neemt.’

Twee details:

1/ Ben jij ook wel eens teleurgesteld in Jezus? Waar kwam dat door?

2/ Op welke verrassende manieren liet Jezus (iets van) Zichzelf aan jou zien?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – vrijdag

Matteüs 14:10-13a

Herodes gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het hem te vertellen. Toen Jezus hiervan hoorde, week Hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar Hij alleen kon zijn. 

Twee details:

1/ Wanneer wil jij het liefst even alleen zijn?

Ook de dag erna wil Jezus alleen zijn om op een berg in afzondering te bidden (Mat. 14:23).

2/ Durf jij al je wisselende gevoelens aan God te vertellen? Doe het vandaag maar!

Oog voor God – oog voor detail

We zitten nog steeds in een lockdown. Ik moet regelmatig denken aan dit vers: Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten. Ga met God en Hij zal met je zijn.

Dit lied zit vol verlangen. We missen de ontmoeting met elkaar, ook als christenen onderling. Geen kerkdiensten. Geen kringen. Geen jongerenactiviteiten. Geen bijbelgespreksavonden.

Dit lied zit ook vol bemoediging. Ga met God en Hij zal met je zijn. Dat geldt ook midden in corona-tijd. God is wél dichtbij. ‘Ik kom naar je toe,’ zegt Hij, ‘en als jij Mij zoekt, laat Ik mij vinden.’

Hoe God en Jezus naar ons toekomen is, als het erop aan komt, niet zo moeilijk. Zelfs de kleuters weten het basis-antwoord al: ‘Lees je Bijbel, bid elke dag.’ En als je verder bouwt op die basis, komen de kerkdiensten in beeld, en het luisteren naar prachtige christelijke muziek, en de verwondering over de schepping (natuur en techniek) en de onderlinge bemoediging in beeld.

Maar hoe hou je het vol om telkens weer God en Jezus op te zoeken? Vaste strukturen zijn daar erg behulpzaam bij. De drie R’s in de opvoeding gelden ook voor het geloof. Rust – Reinheid – Regelmaat

Rust: maak bewust tijd vrij voor God.

Reinheid: blijf Jezus altijd als Verlosser van je zonden en Vernieuwer van je leven zien.

Regelmaat: hou je aan Gods gebod om 1 op 7 te lopen en neem persoonlijk en als gezin elke dag een paar vaste momenten – bv. ’s morgens vroeg of aan de maaltijd of voor je weer gaat slapen.

Ik denk dat de meesten van ons hier niet zo goed in zijn. Gelukkig kun je elkaar stimuleren. Door samen uit de Bijbel te lezen en dat (via de app) met elkaar te delen. Of door gebedspunten aan elkaar toe te sturen. Of door aan elkaar een mooi lied doorgeven met een korte motivatie daarbij. Of … op heel veel andere creatieve manieren.

Aan het begin van de corona-crisis zei een jongere tegen mij: ‘Ik zou een mooi kort stukje uit de Bijbel met een vraag of een doordenker wel mooi vinden, want dat is iets positiefs tussen al die negatieve berichten.’ Dat was voor mij de aanleiding om met Oog voor detail te beginnen. Dat ging vanaf Goede Vrijdag / Pasen t/m eind augustus. Op weg naar Kerst heb ik dat weer opgepakt.

Vanaf dinsdag 5 januari doe ik daar aldoor met haar toestemming deze pentekening van Leni van Marion – Kraaijeveld bij. Op haar website mensbootje heeft zij heel veel van dit soort tekeningen staan.  Ik wilde er graag eentje van gebruiken, want God is zo groot, Hij deelt als Heilige Geest aan iedereen verschillende talenten uit. Zo versterken beeld en tekst elkaar.

Leni gaf me ook een uitleg van de tekening:

Vader, ik zie in deze tekening:
Een hart gevormd door twee duiven, als houden van elkaar.
Een klein hart als Uw Aanwezigheid.
Een kruis als geloof,
zo ook het blaadje van het nieuwe leven met Jezus,
gebracht door de duif (boven in), als de Heilige Geest.
Allemaal te zien in dat hart.
Het hele hart is in het licht van de vlam van het Pinkstervuur.
Hoop door het anker en daaraan houvast hebben.
Ook groei en bloei is er te zien in de bloem.
En tranen van verdriet, ook die horen bij het leven.
Een tekening over Geloof, Hoop en Liefde.
Vader, Dank U wel!!

Ik hoop dat de serie ‘Oog voor detail’ een bescheiden middel is om je te helpen oog voor God te blijven houden in deze bijzonder tijd. Als vervolg op deze blog verschijnt de serie ‘Oog voor detail’ van januari.

‘Stille nacht, heilige nacht’ in een nieuw jasje

Een van de meest bekende liederen die met Kerst gezongen wordt is ‘Stille nacht, heilige nacht’. Het heeft, om in de stijl van de Nederlandse tekst te blijven, miljoenen mensen een zalige Kerst bezorgd. Toch is de tekst van dit prachtige kerstlied wat aan de ouderwetse kant. Volgens een onderzoek vinden veel mensen dat niet erg. Het gaat hen om de bekende klanken. Maar het is ook belangrijk om te begrijpen wat je zingt. Dus daarom een nieuwe, eigentijdse versie van ‘Stille nacht’ die net zo concreet de betekenis van de geboorte van Jezus Christus bezingt.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat een kind, onverwacht,
vrede brengt voor wie leeft onder druk
en voor ouders een dieper geluk.
Vrede brengt ons het kind.
Vrede brengt ons het kind.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat Gods plan, eens bedacht,
nu door engelen juichend in koor
wordt bezongen – zij geven het door:
Jezus, Redder en Heer.
Jezus, Redder en Heer.

Stille nacht. Wie had gedacht
dat Gods Zoon, vol van pracht,
zo eenvoudig het leven begint,
maar straks duivel en dood o
verwint.
Prijs nu Christus als Heer.
Prijs nu Christus als Heer.

LEVEN MET VRAAGTEKENS -Zacharias en de engel Gabriël

Wat merk je in het dagelijkse leven van Gods aanwezigheid? Hoezo is Hij een God die gebeden verhoort?

Neem nu Zacharias en Elisabeth. Zij leefden in de tijd van koning Herodes, die weer onder het gezag van keizer Augustus stond. Het was een tijd van vrede en welvaart. Maar ook een tijd waarin de Edomiet Herodes, een afstammeling van Ezau, een schrikbewind onder de Joden voerde en iedereen die een bedreiging voor zijn macht vormde, uit de weg ruimde. De kindermoord in Bethlehem is het gruwelijke bewijs van zijn goddeloosheid.

En is het in onze tijd anders? We leven al meer dan 70 jaar in vrede. De welvaart is alleen maar toegenomen. Maar de kerk krimpt in Nederland. Steeds minder mensen geloven oprecht in God. Steeds meer mensen leggen Gods geboden en regels naast zich neer. Geloven doe je achter de voordeur, daar mag je anderen niet mee lastig vallen. Zeker niet in het publieke domein. Hoezo regeert God? Hoezo merk je zijn aanwezigheid?

Voor Zacharias en Elisabeth kwam daar nog een tweede heel persoonlijke moeite bij. Ze konden geen kinderen krijgen. Wat voor een groot verdriet geeft dat! Ook vandaag nog. Je loopt er niet mee te koop. Maar het is een groot gemis. Dus bid je. En hoop je. En ga je ervoor naar het ziekenhuis. Want er kan gelukkig veel tegenwoordig. Maar dan kan er nog niet altijd iets aan gedaan worden. Soms is het vanwege de eigen gezondheid onverantwoord om kinderen te krijgen. Vaker is één van de twee, net zoals Elisabeth, onvruchtbaar. Hoe ga je daar als christen mee om? Wat doet dat met je geloof? Leven met vraagtekens. Leven met zo’n grote teleurstelling. Wat heb je dan aan je geloof? Wat bereik je dan met bidden?

Zacharias en Elisabeth hebben in deze hopeloze situatie (politiek, kerkelijk en persoonlijk) God vaarwel hebben gezegd. Integendeel. Ze blijven God opzoeken en zich heel precies aan zijn regels houden. Niet omdat het moet, maar omdat ze op God vertrouwen, juist ín hun moeiten, zorgen en verdriet.

Je mag blijven bidden. Want God luistert wel. Gebeden blijven bij Hem lang staan. De vraag is alleen: blijven wij wel bidden? Voor onze persoonlijke dingen. En voor de grote zaak van God?

Zacharias en Elizabeth deden beide. Hun kinderwens brachten ze jarenlang bij God. En daarna vertelden ze God over hun verdriet omdat Hij hun gebed niet verhoord had. En ze baden om de komst van de Messias. Of er geloof gevonden mocht worden bij de mensen, bij iedereen die uitzag naar de bevrijding van Jeruzalem. Niet uit de macht van de Romeinen, maar uit de greep van het ongeloof dat de samenleving teisterde.

Die twee gebeden vallen samen. Want bij God valt het grote plaatje en de persoonlijke situatie altijd samen. God voert zijn grote verlossingsplan uit zoals Hij wil. En tegelijk schakelt Hij jou en mij daarbij in, jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn.

Op een dag mag Zacharias in het heilige gedeelte van de tempel, vlak voor het heilige der heiligen, het dagelijkse reukoffer brengen. Daar, in de tempel, bidt hij als priester namens het volk.Zulke gebeden stijgen op als het reukwerk van de tempel naar boven toe en komen dan bij God aan. Daar blijven ze staan. Zo bidt David dat in Psalm 141: Laat mijn gebed als reukoffer voor uw aangezicht staan. En in Openbaring 8 staat, dat de rook van de wierook met de gebeden van de heiligen opstijgt naar God.

Uitgesproken gebeden verwaaien niet en verdampen niet in de lucht, maar staan en blijven staan pal voor het gezicht van God! De gebeden om Gods koninkrijk en zijn gerechtigheid. En de persoonlijke gebeden van ieder van ons.

En dan, in de tempel, is daar plotseling Gabriël. Hij zegt: ‘God heeft je gebed verhoord, Zacharias!’ En meteen zie je, dat die twee soorten gebeden niet van elkaar te scheiden zijn. Zacharias, jullie zullen alsnog een zoon krijgen – net als Abraham en Sara. Maar hij zal er niet alleen voor jullie zijn, want jullie hebben niet alleen maar voor jezelf om kinderen gebeden  … nee, jullie wilden graag kinderen om ze gelovig op te voeden, zodat ook zij dicht bij God gaan leven en tot een zegen voor anderen zijn. En nu zullen jullie zo’n zoon krijgen. Op een hele bijzondere manier. Want jullie zoon zal de tweede Elia zijn, die Maleachi al heeft aangekondigd. Hij zal heel veel mensen blij maken, omdat hij mag vertellen dat de echte Messias eindelijk komen zal. Hij zal generaties verbinden en mensen hun zonden laten inzien, en zo zal hij de mensen er klaar voor maken om de Messias, de grote Koning, te ontvangen.

Dat is dus Gods bedoeling! Dat je blij bent met Jezus Christus. Zoals Gabriël later tegen de herders zegt, als Jezus geboren is: ‘Ik verkondig jullie grote blijdschap die voor alle mensen bestemd is: vandaag is jullie Redder geboren, Christus de Heer!’

Hoe blij ben jij met Hem? Laat het dan zien door Hem elke keer weer op te zoeken.

Maar God opzoeken gaat niet vanzelf. Dat merk je bij Zacharias. Hij kent de Bijbel op z’n duimpje. Hij weet dat eens de tweede Elia komen zal. Maar dat het zíjn zoon zal zijn? Dat kan niet waar zijn! Ons persoonlijke gebed is immers tot ons grote verdriet niet verhoord? En nu zijn we te oud.

Het goede nieuws ontmoet ongeloof. Niet bij een hardcore heiden. Maar bij een vrome, oprechte, gelovige priester. Zacharias kan het niet geloven. Maar hij verpakt zijn twijfel in een vrome vraag: ‘Hoe kan ik zeker weten dat het zal gebeuren?’

Persoonlijke moeiten kunnen je vertrouwen in God heel gemakkelijk aan het wankelen brengen. Hoe intenser je wensen, hoe groter de teleurstelling wanneer God gebeden niet verhoord.Of anders verhoord.

Je kunt er begrip voor hebben. Want wie zijn wij? En als het goed is, heb je er zeker begrip voor de worsteling van je mede-broer of zus als hun moeiten zo groot zijn. Of het nu om kinderloosheid gaat. Of een ernstige ziekte. Of een gebroken huwelijk. Of een beperking waar je mee moet leren leven.

Maar Gabriël heeft geen begrip voor de tegenwerpingen van Zacharias. Hij legt, voor straf, Zacharias negen maanden het zwijgen op. Dat lijkt hard. Maar weet je … ongeloof heeft geen recht van spreken.

Je hoort wel eens iemand zeggen: ‘Kreeg ik maar een teken of zag ik maar een engel uit de hemel, dán zou ik wel geloven.’ Maar dat gaat niet op. Zelfs als iemand uit de dood zou terugkeren, laten mensen zich niet overtuigen, zegt Jezus later, in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus.

En dus moet Zacharias zwijgen. Negen maanden lang. Ongeloof heeft geen recht van spreken.

De mensen op het tempelplein denken dat wat Zacharias gezien heeft, hem doofstom gemaakt heeft. Maar dat was het niet! Wat hij in zijn ongeloof gezegd heeft, is de oorzaak van zijn tijdelijke handicap. En dat terwijl hij als vrome priester dienst deed in de tempel! Dat detail is veelbetekenend: niemand kan ‘priester zonder zonde’ zijn!  De zwakheid van Zacharias is zwakheid van ons allemaal.

Meteen in het begin van Lukas zie je al hoe nodig de komst van Jezus Christus is! De grote blijdschap voor heel veel mensen wordt pas echt veilig gesteld door Hem.

In Lukas 1 moet een machteloze priester op de trappen van het heiligdom de mensen ongezegend naar huis laten gaan. Maar Lukas eindigt zijn evangelie met de unieke Hogepriester Jezus die zijn volgelingen een volle zegen meegeeft op het moment dat Hij naar het hemelse heiligdom gaat.

En hoe reageren zijn volgelingen dan? Met grote blijdschap! Het zijn dezelfde woorden als de engel Gabriël gebruikte toen hij de herders vertelde over de geboorte van Jezus Christus.

Grote blijdschap! Diepe vreugde!

Hoe blij ben jij vandaag met je geloof in God? In een wereld die Hem niet lijkt te kennen. In je persoonlijke leven waarin je misschien veel strijd ervaart. Durf je dan nog op God te vertrouwen? Als het leven vol vraagtekens is? Durf je dan je gebeden nog op te laten stijgen naar de hemel? Doe het maar. Ze blijven lang staan voor de troon van God. Lang genoeg voor God om er echt iets mee te doen.

Een vertrouwd en veilig huis in bange tijden (Psalm 4)

Op 7 oktober 2020 ging ik voor de laatste keer voor in de Middag-Pauze-Dienst die elke woensdagmiddag in de Bethelkerk in Assen gehouden wordt. In iets meer dan 14 jaar mocht ik er zo’n 90 keer voorgaan. In deze dienst (met zo’n 25 aanwezigen en zonder samenzang) stond Psalm 4 centraal.

Waar ben jij het meeste bang voor in deze coronacrisis? Het kan van alles zijn. Je kunt bang zijn voor de ziekte zelf. Zeker als je tot de risico-groep hoort. Vanwege je leeftijd. Of vanwege je broze gezondheid. Je kunt bang zijn voor de eenzaamheid. Stel je voor dat je nog een half jaar je kinderen en kleinkinderen niet mag ontmoeten. Je kunt bang zijn voor de gevolgen van de coronacrisis. Je baan staat op de tocht. Je bedrijf raakt in zwaar weer. Je huwelijk staat onder druk. Redden je kinderen het wel?

‘Waar moeten we het zoeken? Wie biedt ons perspektief?’ Die vraag uit Psalm 4 is in onze tijd super aktueel. De wanhoop klinkt er in door. Daarom vind ik de berijmde versie uit het Gereformeerd Kerkboek ook zo prachtig: Ik hoor hoe velen angstig vragen: ‘Wie zal het goede ons doen zien?’ Ook de Nieuwe Psalmberijming brengt het heel kernachtig onder woorden: ‘Wie geeft ons toekomst?’ vragen velen. De angst knijpt onze kelen dicht.’ Zo levensecht, de psalmen. Zo konkreet voor alle tijden, ook voor ons. Een liedboek voor Gods volk alle eeuwen door. En telkens, in alle omstandigheden, wijst het ons ook de weg naar God.

De aanleiding voor deze woorden is heel konkreet. David moest vluchten. Zijn zoon Absalom, de populaire, populistische kroonprins, heeft een staatsgreep gepleegd. David is de Jordaan overgestoken, met een klein groepje getrouwen en een aantal soldaten. Die hebben de kant van David hebben, maar ze vrezen het ergste. Ze weten dat Absalom met zijn tien keer zo grote leger ook de Jordaan zal oversteken.  Dat maakt hen moedeloos. Ze vragen zich wanhopig af: ‘Hoe komt dit ooit nog goed?’ Tsja, wat moet David zeggen om zijn mannen weer moed in spreken?

En vandaag … ja, je kunt wel, net als de regering en de supermarkten wel blijven roepen: ‘Samen krijgen we het coronavirus eronder.’ Maar hoe dan?

Weet je hoe David op die wanhopige vraag reageert? Met een gebed! In de nood leert David zijn soldaten, maar ook ons in 2020 bidden! ‘HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen!’ Een gebed! David. Hij weet dat hij er slecht voor staat. Naar de mens gesproken is hij koning-af en grijpt Absalom de macht.

En wij … volgens alle deskundigen zijn we er nog lang niet. We staan nog maar aan het begin van de tweede golf. We hebben nog geen flauw idee hoe het ‘nieuwe normaal’ er uit zal zien.

Hoe reageer je dan? Nou, neem een voorbeeld aan David! Hij zoekt niet als eerste naar oplossingen. Hij zoekt als eerst God op. Het geloof ziet altijd in God nog een weg van redding en uitkomst. Dat moeten Davids adviseurs en zijn soldaten weer leren. Dat is wat wij, wat heel Nederland vandaag  nodig heeft. Leren vertrouwen op God. Niet dat de omstandigheden dan ineens veranderen. Maar je krijgt er een ander zicht op als gelooft dat God boven jouw angsten staat. Als je in moeilijke omstandigheden toch gelooft dat God bij je is, zet dat de situatie waarin je verkeert, in een ander licht. Het licht van Gods aangezicht.

Hoe belangrijk is dit advies vandaag voor ons allemaal. Misschien slaap je wel slecht vanwege alle corona-zorgen. Stapelen de problemen zich op. Pieker je je suf.  Hoe zal het de komende tijd gaan? Maar hoe vaak klop je bij God aan? Als ik naar mezelf kijk: dat vergeet ik nogal eens om als eerste te doen. En toch is dat wat je als kind van God mag doen. Want, zegt Asaf, een andere dichter, in Psalm 50: Dan zul je, als het onheil je omringt, wanneer de angst je in de engte dringt, Mij roepen en Ik zal het al doen keren. Ik geef je ruimte en jij zult Mij  eren. Je mag naar je hemels Vader gaan. En naar je Heer, Jezus Christus. In Hem vindt mijn hart meer vreugde dan in het  aardse geluk van een overvloed aan koren en wijn, zegt David.

Voor veel mensen bestaat het goede uit de dingen die je hier op aarde kunt bereiken. Meer koren en wijn – een goed inkomen. Vooral gezond blijven – ook al komt de ouderdom met gebreken. Dat is ook niet verkeerd. Maar als dat het enige is, dan word je alleen maar bezorgder. Dan loop je steeds achter de dingen aan. Met stress en spanning in het lijf. Tot op een dag het beklemmende gevoel je overvalt: waar heb ik het allemaal eigenlijk voor gedaan? Tot we er als mensheid keihard mee geconfronteerd worden, dat we met onze medische techniek en wetenschap alles helemaal niet zo vast in onze hand hebben als we altijd dachten.

Dus die vraag van Psalm 4 is zo gek nog niet. Zeker niet in angstige tijden. ‘Waar zoek ik mijn geluk? Wat geeft mij zekerheid?’ Als je het antwoord van David maar kent! Bij God zoek ik mijn geluk. In Hem vindt mijn hart zijn zekerheid. Het licht van zijn vriendelijk gezicht maakt mij blij en geeft mij vrede en rust. Want Jezus is het Licht van Gods aangezicht. Je kent de verhalen over de Here Jezus toch wel? Hij is de Goede Herder! Hij zorgt voor al zijn schapen. Hij heeft zijn leven er zelfs voor overgehad.  Jezus die zorgt en die zonden vergeeft – zo is Hij vandaag nog steeds. Ook voor jou en mij. Want Hij is opgestaan en leeft! In eeuwigheid én in het hart van al Gods kinderen.

In mijn eerste gemeente kwam ik regelmatig bij een weduwe van in de tachtig op bezoek. Ze was altijd bezorgd en zenuwachtig. Maar weet je wat ze altijd tegen mij zei? ‘Als ik naar bed ga, dominee, kan ik altijd lekker slapen. Want ik weet, dat er altijd Eén is die voor me zorgt.’ Voor haar begon de nieuwe dag weer met nieuwe zorgen. Dan vloog het haar weer aan. Maar als ze naar bed ging, dacht ze vaak aan Psalm 4, in de oude vertaling: In vrede kan ik mij te ruste begeven en aanstonds inslapen, want Gij alleen, HERE, doet mij veilig wonen.

Zo beleeft een christen dat niet altijd. Hoe kom je dan toch aan die rust en dat vertrouwen?  Wat is het geheim? Augustinus heeft het eens heel mooi gezegd: “Onrustig is ons hart, totdat het rust vindt bij God.” Want als je met je zorgen naar de HERE gaat, dan luistert Hij. En Hij vindt het niet erg, als je steeds weer bij Hem komt. Als je maar komt! Als je Hem maar opzoekt. Als je dat vaak doet, wordt dat een levenshouding. De levenshouding van een gelovige. Het geheim daarvan is een Persoon: Jezus. Hij is de beste remedie tegen angst en zorgen. Zorgen over het leven nu. Zorgen over het leven na dit leven. Want Hij is er altijd bij. Bij Hem mag ik schuilen. Bij Hem voel ik mij veilig, voel ik mij vertrouwd en voel ik mij thuis.

Psalm 4

1 Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een psalm van David.

2 Antwoord mij als ik roep, God die mij recht doet. Geef mij ruimte als ik belaagd word, wees genadig, hoor mijn gebed.

3 Machtigen, hoe lang nog maakt u mij te schande, is de schijn u lief, de leugen uw leidraad? sela

4 De HEER schenkt zijn gunst aan wie Hem trouw is, de HEER luistert als ik tot Hem roep.

5 Beef voor Hem en zondig niet, bezin u in de nacht en zwijg. sela

6 Breng de juiste offers, heb vertrouwen in de HEER.

7 Velen zeggen: ‘Wie maakt ons gelukkig?’ – HEER, laat het licht van uw gelaat over ons schijnen.

8 In U vindt mijn hart meer vreugde dan zij in hun koren en wijn.

9 In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in, want U, HEER, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.

Spreuken 14:26 en de kinderdoop

Onlangs hadden we weer een doopdienst. Ik kwam een prachtige tekst uit Spreuken 14:26 tegen: Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen, het biedt je kinderen een schuilplaats.

Ontzag voor de HEER heeft in het Spreukenboek altijd te maken met een goed leven. Als je ontzag hebt voor de HEER ben je wijs. Dan sta je in de juiste verhouding tot God. Dat geeft rust in je leven en zekerheid. Meteen na Spreuken 14:26 staat er in vers 27: Ontzag voor de HEER is de bron van het leven, het hoedt je voor de strikken van de dood. En iets verderop, in Spreuken 19 vers 23, staat: Ontzag voor de HEER beschermt je leven, je kunt rustig gaan slapen, er overkomt je niets.

Spreuken 14:26 zegt twee mooie dingen als het over ‘ontzag voor de HEER’ gaat. Allereerst: door eerbied voor God groeit ook het vertrouwen op God. Dat is het gevoel dat je op Hem kunt rekenen. En het tweede is: respect voor God dat doorgroeit naar een krachtig vertrouwen op de HEER, dat kun je voorleven en doorgeven aan je kinderen. Daar plukken zij de vruchten van. Vandaar: Het biedt je kinderen een schuilplaats. Je kunt ook vertalen: Hij, de HEER, biedt je kinderen een schuilplaats als jij krachtig op Hem vertrouwt.

“Een geschikte dooptkekst” noemt dr. E.W. Tuinstra in zijn POT-commentaar op Spreuken dit vers. Want, citeert hij een Duitse theoloog, de winst van een leven met God reikt veel verder dan het eigen bestaan.

In de doop komt Jezus namelijk heel dicht bij en is Hij tastbaar aanwezig.

Ja, in de doop komt God Zelf naar ons toe. Je ziet in de doop wat er al in het paradijs gebeurde meteen na de zondeval: God zoekt de mensen weer op en belooft hen een Redder. En wat God beloofd heeft, blijft van kracht, tot in het duizendste geslacht, zingen we met Psalm 105.

Bij alle verschillen die er over de doop zijn is de beginvraag altijd: waar is de doop een teken van? Waar zet de doop een streep onder? Gaat het in de doop om wat God belooft of om wat iemand die gedoopt wordt gelooft.  

Inn het Nieuwe Testament staat nergens de goddelijke opdracht: ‘Doop de kinderen van gelovige ouders!’ Er staat ook nergens een goddelijk verbod: ‘Absoluut verboden om kinderen van gelovige ouders te dopen!’

Dus moet je verder kijken naar wat heel de Bijbel zegt over de betekenis van de doop. Dan kom je al heel snel uit bij wat Paulus in Kolossenzen 2 schrijft: In Christus bent u besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen u gedoopt werd bent u immers met Hem begraven, en met Hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die Hem uit de door heeft opgewekt. Paulus legt dus een link tussen de besnijdenis en de doop. Tegelijk legt hij ook een link tussen de doop en het uitkomen voor je geloof.

Voor een goed begrip van de doop moet je beginnen bij de besnijdenis. Dus eens naar het Oude Testament gaan kijken. Wie werden daar besneden? Daar is geen standaard volgorde in. Abraham komt eerst voor zijn geloof in God uit (Gen. 15). Daarna sluit God een verbond met Abraham en zijn nakomelingen met de oproep om voor Hem te leven en de opdracht om alle mannen van zijn familie te besnijden (Gen. 17). Omdat Abraham in God gelooft, doet hij dat ook. Maar nog weer een tijdje later wordt Isaak op de achtste dag na zijn geboorte besneden (Gen. 21). In beide gevallen is het geloof in God noodzakelijk om alle beloften die God doet te ontvangen. Maar het moment waarop de besnijdenis als teken en zegen van het verbond wordt bediend is niet afhankelijk van het precieze moment waarop iemand tot geloof komt. Later zal Paulus zeggen: Abraham geloofde al toen hij nog niet besneden was, dus is hij de vader van alle christenen die op latere leeftijd tot geloof gekomen zijn, maar door zijn geloof is hij tegelijk ook de vader voor iedereen al als kind door gelovige ouders besneden is.

Zowel in de besnijdenis als in de doop zie je dus, dat God begint.  Natuurlijk is er geloof nodig om te delen in de beloften die God uitspreekt. Maar toch gaat Gods belofte altijd aan ons geloof vooraf. Gelukkig wel, anders hing de zekerheid van de vergeving van mijn zonden, van de vernieuwing van mijn leven en van Gods eeuwige Vaderliefde van de stand van mijn geloof af. Als de doop vooral een streep zet onder mijn geloof als voorwaarde voor het ontvangen van al die kostbare geschenken van God, dan is mijn geloof op drijfzand gebouwd.

Nee: God begint. In het leven van Abraham. In het leven van Isaak. In het leven van elke christen. In het leven van elk kind van gelovige ouders. In de doop is God dezelfde als in Genesis 1. Daar sprak Hij: ‘Er moet licht komen in het duister’ – en er was licht! Nu zegt Hij: ‘Er moet licht komen in het hart van al mijn kinderen’ – en Hij heeft het doen schijnen in de onze harten om ons te verlichten met zijn heerlijkheid, de glans van Jezus Christus, zegt Paulus later (2 Kor. 4:6).

Als je beseft dat God zijn beloften in het Oude Testament geeft aan de volwassenen en hun kinderen, met de opdracht erbij om het zelf ontzag voor God te hebben en krachtig op Hem te vertrouwen; en het zo aan je kinderen voor te leven, zodat zij ook op God zouden gaan vertrouwen en het hun kinderen weer zouden vertellen, wie God is en wat Hij van je vraagt – dan is het toch niet meer dan logisch dat als de Heilige Geest vanaf Pinksteren wereldwijd gaat met Gods beloften, Petrus precies hetzelfde zegt! Want voor jullie geldt deze belofte én voor jullie kinderen (net als in het O.T.) en voor iedereen die nu nog ver weg is en die de Heer, onze God tot Zich roepen zal. (Hand. 2:39).  Het zou raar zijn, nu de doop in de plaats van de besnijdenis komt, dat opeens wel alle joodse vrouwen die in Jezus zijn gaan geloven en alle niet-joden die tot geloof in Jezus komen, gedoopt mogen worden (wat een royale uitbreiding van Gods verbond; precies wat de HERE al tegen Abraham gezegd had, nl. dat via hem alle volken op aarde gezegend zouden worden – Gen. 12:3), maar dat de kinderen van gelovige ouders niet meer het teken van het verbond mogen ontvangen van Jezus. Het kan niet waar zijn! En het is ook niet waar!! In heel het Nieuwe Testament zie je, dat hele gezinnen gedoopt worden (net als de hele huishouding van Abraham besneden werd).  God verzamelt zich een nieuw volk, vol van Jezus en vol van de Geest – kinderen inclusief.

Besef daarbij ook, dat het Nieuwe Testament de eerste vijftig jaar na Pinksteren beschrijft. Dat is de tijd dat vooral volwassenen die Jezus eerst niet erkenden (joden) of helemaal niet kenden (heidenen) tot geloof in Jezus kwamen. Hoe zit het dan met de kinderen  wanneer in een huwelijk de één niet gelooft en de ander wel? Zijn die onrein en verloren, omdat ze besmet zijn met de zonde van hun ongelovige vader of moeder? ‘Zeker niet!’  zegt Paulus tegen de christenen in de grote havenstad Korinte (1 Kor. 7:14). ‘Integendeel! Die kinderen zijn in de gelovige partner geheiligd en horen bij God!’ Ze zijn apart gezet.

En waar zie je dat aan? Dat is toch niet moeilijk te bedenken. Aan hun de doop! Het is net als bij de besnijdenis in het Oude Testament. Dat was een zichtbaar teken dat er een volk van God op aarde was, in afwachting van de Jezus de Messias – kinderen inclusief.

Daarin is God in het Nieuwe Testament niet veranderd. Zelfs als maar één van de ouders gelooft, mogen de kinderen uit dat huwelijk delen in het stempel van Gods beloften en zichtbaar worden ingelijfd in Gods nieuwe volk op aarde: de gemeente van Jezus Christus!

Net als bij de besnijdenis (denk aan Abraham) begint het bij de doop met een volwassene die zich laat dopen. Niet als teken van zijn of haar geloof. Maar als teken: ik geloof dat God met mij iets goeds begonnen is. En daarna (denk aan Isaak) is God heel royaal. Als je ontzag hebt voor de HEER en daardoor een krachtig vertrouwen ontwikkelt, wil de HERE ook voor je kind een schuilplaats zijn.

Is er dan geen geloof nodig? Wis en waarachtig wel! Maar het tijdstip van de besnijdenis en het tijdstip van de doop valt niet samen met het moment waarop de Heilige Geest het geloof persoonlijk geeft. Wat wel zo is: ook bij de doop van een kind wordt er geloof gevraagd. Als ouders moet je je geloof belijden. En als kind word je opgeroepen om Gods beloften in geloof aan te nemen. Want als ouders én als kinderen sta je heel dicht bij Gods genade, als je in de kerk, in de kring van mensen die in Jezus geloven, bent opgenomen. Hoe beter je het weet, hoe erger het is als je Gods prachtige kado’s (verzorging, vergeving en vernieuwing) afwijst, zegt Jezus in Lukas 12:48.

Wie gedoopt wordt, krijgt voor de rest van zijn of haar leven drie prachtige beloftes van God mee. Drie kado’s die op het voorhoofd gestempeld worden. Zichtbaar in het water van de doop. Onafwasbaar als je met de ogen van het geloof kijkt.

Maar heb het er dan ook vaak over met je kinderen! Misschien is dat wel juist het probleem dat veel mensen met de kinderdoop hebben. Dat we het er nooit over hebben. Ja, dan zal het jongeren ook niet veel zeggen. Gods belofte van eeuwig geluk vraagt erom dat je het er met elkaar over hebt. Anders komt het nooit tot het antwoord van geloof en bekering.

Daarom is Spreuken 14:26 inderdaad een prachtige tekst bij de doop van je kind: Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen, het biedt je kinderen een schuilplaats. Als  ouders mag je je kinderen vertellen waarom ze gedoopt zijn en mag je elke dag voor ze bidden en God vragen om de vervulling van zijn beloften. Want wanneer God jouw schuilplaats is, wil Hij het ook voor je kinderen zijn.

Geen zorgen voor de dag van morgen

– maar wel voor de dag van vandaag –

De vakantie is alweer lang voorbij. De herfst is alweer begonnen. Maar deze keer is het niet zoals altijd. Het corona-virus houdt ons nog stevig in de greep. We pendelen wat heen en weer tussen versoepeling en verscherping van de maatregelen.

Hoe ben je daar als christen onder? Waar stel je je vertrouwen op?

Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God.

Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.

Dat klinkt vroom.

Maar tegelijk vertrouw ik ook op de medische wetenschap. Zij hebben verstand van het grillige verloop van virussen.

En ik vertrouw op onze overheid. Want je kunt veel van onze regering zeggen, maar in tegenstelling tot Wit-Rusland en heel veel andere landen, zoekt onze overheid wel het goede voor haar burgers. Ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn, zegt Paulus in Rom. 13:4a.

Ook vertrouw ik op de mensen om mij heen. Er zijn altijd uitzonderingen, maar het overgrote deel van de Nederlanders begrijpt heel goed dat de meeste maatregelen echt nodig zijn om een tweede corona-golf te voorkomen of, waar die al aangebroken is, door te komen.

Tenslotte vertrouw ik op mijn gezonde verstand. Dat zegt mij dat er in de laatste week van september de besmettingen in o.a. Zeeland (96), Friesland (373) en Drenthe (339) relatief laag zijn (tussen de 25.0 en 68.7 per 100.000), maar in de regio’s Amsterdam (2.669), Rotterdam (2.208) en Den Haag (1.950) erg hoog (tussen de 166.8 en 249.3 per 100.000). En mijn gezonde verstand zegt mij ook, dat ‘thuis’ zo’n 2.400 keer (= 57%), ‘familie+vrienden’ + ‘werk+school’ elk ruim 600 keer (= samen 28%) en ‘vrije tijd+uitgaan’ dik 500 keer (= 12%) vooral een virushaard zijn, terwijl ‘een religieuze bijeenkomst’ in de laatste week van september slechts 4 keer (= 0,4%) de vermoedelijke oorzaak van besmetting was.

Maar al dat vertrouwen in mensen, van de overheid tot aan mijzelf, is een wankele basis als dat eerste er niet is: Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God. Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.

Dus let ik vooral op wat Jezus, mijn Heer, mij te zeggen heeft, nu we nog met de dreiging van het coronavirus te maken hebben. Daarbij moet ik vooral denken aan deze woorden van Hem:

“Maak je dus geen zorgen over de dag van morgen,

want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben.

Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.”

Vaak zeggen christenen: je hoeft je geen zorgen te maken voor de dag van morgen, want Jezus heeft gezegd dat als God voor de vogels en de bloemen zorgt, Hij zeker ook voor jou zal zorgen. En dat is ook zo. Dat zegt Jezus ook.

Maar hier geeft Jezus een hele andere reden. Hier zegt Hij: je mag je wél zorgen maken, maar hou het wel binnen de perken. Je kunt allerlei scenario’s uitdenken voor hoe het morgen en volgende week en de komende maanden gaat, maar, zegt onze Heer: Bewaar die zorgen maar voor morgen. Je hebt het al moeilijk genoeg met vandaag. (Bijbel in Gewone Taal).

Ik ben blij met deze woorden van Jezus.

Zorgen maken mág.

Want het leven is niet altijd makkelijk, het christelijke geloof is geen zoetsappig verhaaltje waarin het goede het altijd en overal wint van het kwade, en als gelovige lukt het mij vaak niet om de lastige dingen van het leven altijd met goede moed te dragen omdat de Heer alle zorgen van mij wegneemt. Nee, het leven is soms loodzwaar en dan is er maar één overlevingsstrategie: eerst maar eens deze dag zien door te komen. En wie geeft dat advies? Jezus Zelf nota bene! Zo goed kan Hij Zich inleven in onze situatie. Zo goed kan Hij meevoelen met wat iemand allemaal moet ondergaan. Onze Heer is niet wereldvreemd, maar kent de rauwe werkelijkheid van het leven uit eigen ervaring.

‘Zie eerst maar eens deze dag door te komen’, zegt Jezus dus, ‘en doe dat in vertrouwen op Mij’. Misschien betekent dat wel, dat je als christen redelijk relaxed met al het corona-nieuws kunt omgaan. We mogen alweer enkele maanden overal in Nederland kerkdiensten met 100 mensen of meer houden. Die vormen dankzij alle voorzorgsmaatregelen nagenoeg geen voor de gezondheid, blijkt telkens weer. We mogen daarbuiten om elkaar ook nog steeds in groepen van 30 binnen en groepen van 40 buiten ontmoeten. En veel voor activiteiten met kinderen of tieners van 12-17 jaar oud mogen nog steeds doorgaan. Als volgende week of volgende maand de situatie negatief verandert, is dat het ‘eigen kwaad’ van die periode en nemen we nieuwe maatregelen.

Geen zorgen voor de dag van morgen, zegt Jezus.

Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God, zingen we.

Dan blijft het spannend. Er is geen enkele reden voor een ‘schijt-aan-corona-houding’. Hou je aan de maatregelen en adviezen.

Tegelijk weet ik dat God zorgt. Er is ook geen reden om aldoor krampachtig ‘Better safe than sorry’ te roepen. Wat kan kan, en wat mag mag.

En net zo belangrijk is: Laat iedereen zijn of haar eigen overtuiging volgen. (Rom. 14:5)

Stille Zaterdag – Jezus op meer dan 1½ meter afstand

Anderhalve meter afstand. Dat is de nieuwe norm voor de komende maanden en misschien wel jaren. Opeens krijgt het woord afstand een hele bijzondere betekenis. We moeten allemaal afstand houden. Opeens viel het mij op dat bij de dood van Jezus het woord ‘afstand’ drie keer genoemd wordt. Nadat Jezus gestorven is, schrijft Matteüs: “Op een afstand stonden veel vrouwen toe te kijken” (27:55a). Ook Markus schrijft: “Op een afstand stonden ook vrouwen toe te kijken” (15:40a). Lukas beschrijft het zo: “Alle mensen die Jezus gekend hadden waren op een afstand blijven staan, ook de vrouwen die hem vanuit Galilea gevolgd waren en alles hadden zien gebeuren” (23:49). Ik heb er altijd overheen gelezen. Pas nu merk ik dit opvallende detail op.

Op afstand. Deze hele corona-crisis kan je ook op afstand van God en Jezus plaatsen. Je wilt wel dichterbij, maar je kunt het niet. Het is niet eens een kwestie van niet mogen (zoals toen), maar het lukt je niet. Iemand zei tegen mij: alle mooie woorden die we altijd zeggen en zingen, ze komen gewoon niet bij mij binnen. God en Jezus staan voor mij op afstand.

Tussen Goede Vrijdag en Pasen valt Stille Zaterdag. Het is geen stilte die tot inkeer brengt. Maar een verlammende stilte. Voor de vrouwen, de apostelen en de andere leerlingen van Jezus toen. Hun Messias ligt in het graf en ze hebben geen enkele verwachting meer. Ja, Hij was een Man van God, maar nu is Hij bij God. En wij … geen idee hoe we verder moeten zonder Hem.

Deze corona-crisis kon wel eens een hele lange Stille Zaterdag worden. We geloven dat Jezus leeft. Maar Hij voelt zo ver weg. Op minstens 1½ miljoen kilometer afstand. Zelfs als we Pasen vieren.

Bemoedigende woorden zijn fijn. Maar geven soms ook goedkope troost. Als het Stille Zaterdag is, kun je alleen maar klagen: ‘Dode Man, sta op!’ En dat doet Jezus ook. Maar misschien zal Stille Zaterdag in het jaar 2020 wel heel lang duren. Klaag je nood dan maar uit bij die Dode Man, waarvan je weet dat Hij leeft, maar de afstand is zo groot. Luister dan naar dit christelijk klaaglied in corona-tijd: https://www.youtube.com/watch?v=kiuQ7zIIswY

Goede Vrijdag 2020 – Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis

De week van Goede Vrijdag en Pasen is in 2020 anders dan in andere jaren. We gaan niet naar een uitvoering van de Matthäus-Passion, we volgen niet massaal de live-uitvoering van The Passion in Roermond en kunnen geen vespers en kerkdiensten bezoeken. We hebben wel volop keus om thuis op allerlei manieren te kijken en te luisteren naar de boodschap van Goede Vrijdag en Pasen. Ook onze kerk probeert wekelijks een soort ‘korte kerkdienst’ voor te bereiden en uit te zenden. Voor Goede Vrijdag 2020 is dat gelukt! Kijk en luister! En voor wie het nog eens rustig door wil lezen: de overdenking n.a.v. Johannes 19:25-30 staat hieronder.

Door God geliefde mensen, mijn zus en broer in Jezus Christus,

Zeven keer heeft Jezus aan het kruis gesproken. Johannes heeft zijn derde, vijfde en zevende kruiswoord voor ons opgeschreven. Met alle drie wil Jezus ons vandaag ook iets zeggen, als onze Verlosser aan het kruis.

Bij het kruis staat zijn lieve moeder Maria. En Johannes, de apostel van wie Jezus heel veel hield, staat naast haar. Jezus zegt ten hen: “Kijk, hij is nu je zoon” en “Kijk, zij is nu je moeder”. Dat zegt Jezus om twee redenen.

Allereerst wil Jezus hiermee zeggen: ‘Ik sterf aan het kruis voor iedereen. Dus ook u, lieve moeder, en jij, beste Johannes – jullie allebei hebben net zo goed verlossing van jullie zonden nodig. Jullie hebben geen streepje voor op al die andere mensen voor wie Ik hier ook aan het kruis hang.’ Vandaag zegt Jezus daarmee tegen jou en mij: ‘Bekijk Mij niet als een bijzonder mens of als een goede vriend of als een indrukwekkend voorbeeld. Nee, geloof dat Ik in de eerste plaats jouw Verlosser wil zijn! Daarvoor heb Ik jouw zonden het kruishout opgedragen.’ Geloof dat vooral!

Jezus wil met deze woorden nog iets duidelijk maken. Straks is Hij er niet meer. Dat is een gemis. Iedereen weet hoe moeilijk het is om dat te accepteren. Dus geeft Jezus Maria en Johannes aan elkaar. Ze moeten allebei leren om Jezus als zoon en vriend los te laten en vooral van Hem te blijven houden als hun Verlosser. Aan het kruis geeft Jezus al weten aan zijn volgelingen: er komt een nieuw gezin, de ‘familie van God’. Ik hoop dat jullie dat in deze coronatijd ook zo ervaren, dat je als christen op twee manieren extra steun ervaart: (pijl omhoog) als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? (pijl horizontaal) En door de steun en bemoediging, praktisch én geestelijk, van medechristenen.

“Ik heb dorst!” is het tweede wat we Jezus horen uitroepen in het Evangelie van Johannes. In het Grieks is het maar één woord, een rauwe kreet: Dorst!! Het verwijst naar Psalm 69 en Psalm 22. David wordt in beide psalmen getroffen door fysieke pijn: nog even en zijn lichaam houdt er mee op. Hij dreigt te sterven van de dorst – dat is één van de ergste kwellingen die een mens kan meemaken. Ook dat lijden, lichamelijk en wat dat vervolgens psychich en geestelijk met je doet, heeft Jezus voor ons gedragen. Niet alleen onze zonden en overtredingen. Ook onze ziektes en onze pijn. Op Goede Vrijdag staan we meestal vooral stil bij het eerste: Christus stierf aan het kruis voor onze zonden. Maar ik hoop, dat het je vandaag ook bemoedigt, dat Jezus onze ziektes, jouw stress en mijn spanning op Zich genomen heeft. Hij ging ermee naar God toe. Doe jij dat vandaag ook, in al je angst en zorgen?

En dan is daar het laatste woord van Jezus: “Het is volbracht!” In het Grieks gebruikt Jezus opnieuw één woord: Volbracht! Niet als zucht van verlichting, maar als bewuste uitroep: mijn reddingswerk is voltooid. Daarna buigt Hij het hoofd en, staat er letterlijk, geeft de geest. Wil je dat vanavond tot je laten doordringen? Jezus vol­brengt zijn levenstaak in onze plaats. Want onze levensopdracht is mislukt. Door de zonde missen we ons doel. Wij verdwalen bij God vandaan. Als gevolg van de zonde loopt heel de wereld vandaag vast in het corona-moeras. Om ons heen vallen duizenden doden. En geestelijk gezien liggen wij midden in de dood. Maar kijk dan naar het kruis van Golgota! Wie hangt daar? Jouw Heiland! Mijn Redder! Jezus, onze Heer! Hij hangt daar in plaats van Barabbas. En Barabbas – tegenover de hemelse Rechter ben jij dat – ben ik dat – ja, wij zijn allemaal van het type Barabbas in Gods ogen. Maar wie hangt daar? Jezus. Hij is vrijwillig onze Plaatsvervanger. En voor iedereen die in Hem gelooft, klinkt nog steeds de uitroep: “Het is volbracht!” Dat heeft Hij met luide stem ook voor jou geroepen, mijn broer en zus! Dat geeft houvast in dit zo onvoorspelbare leven. Balsem voor je ziel. En perspektief op het eeuwige, volmaakte leven. Ongekende geluk. Allemaal op grond van zijn volbrachte werk. Geloof je dat? Geloof je Jezus Christus en die gekruisigd? Amen

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

en Hij hangt er mijnentwegen, mij ten zegen

Van de vloek maakt Hij mij vrij,

en zijn sterven zaligt mij.


Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis.

Zou ik dan in droeve dagen troostloos klagen?

Als ik naar zijn kruis mij richt

valt mijn eigen last mij licht.

 

 

 

 

 

Bloed, zweet en tranen in Getsemané

Ook op zondag 5 april is er weer een video-opname vanuit de kerk. Alles bij elkaar precies 22 minuten en deze keer met: * gezongen votum; * een korte preek over ‘Bloed, zweet en tranen’ – het lijden van Jezus in de hof van Getsémane; * een kindmoment; * een gebed; * Gods zegen; * Opwekking 268 – ‘Hij kwam bij ons heel gewoon’.

Bijbellezingen staan per abuis niet vermeld: Lukas 22:39-46 en Johannes 18:1-11.

Daarna in de playlist vier versies van ‘Nearer, my God, to Thee’.