Kerkscheuring na losmaking in Bunschoten-Spakenburg?

Op 6 maart verscheen er op internet een verklaring van de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) (Voortgezet) Bunschoten-Spakenburg. Vanaf 15 maart gaat men kerkdiensten beleggen in ‘De Fontein’, het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk in het dorp. Aanleiding is de losmaking van ds. H.Sj. Wiersma in december 2019. Hij was sinds 1992 predikant van de Noorderkerk in Spakenburg.

Losmaking is altijd een trieste zaak. Maar het kan nooit reden voor een kerkscheuring zijn. Wanneer een predikant losgemaakt wordt, blijft hij beroepbaar binnen de GKV en mag overal voorgaan, de sacramenten bedienen, huwelijken bevestigen en pastorale arbeid verrichten. Ook ds. Wiersma stond in de eerste maanden van 2020 nog gewoon op het preekrooster in veel kerken volgens het Gereformeerd Kerkblad van Midden- en Zuid-Nederland.

In Spakenburg lijkt het anders te gaan. Een deel van de bijna 1500 leden van de Noorderkerk is het oneens met de losmaking. Dus heeft men na ruim twee maanden besloten om zelfstandig kerkdiensten te gaan beleggen. Als voortgezet-vrijgemaakte kerk voor heel Bunschoten-Spakenburg.

Ik ken de situatie niet. Ik heb, naast de berichten van de GKVV (om maar even hun eigen afkorting aan te houden), alleen de blog van Larry Koelewijn gelezen, omdat daar op de site van de GKVV naar verwezen werd. Ik ken ook ds. Wiersma niet. Ik weet dus niet of hij de aanjager is van de oprichting van deze nieuwe kerkformatie, of dat een groep bezwaarde gemeenteleden hem gevraagd heeft om zich bij dit projekt aan te sluiten.

Ik vraag me af bij het lezen van dit bericht: is de groep rondom ds. Wiersma nu een dolerende kerk geworden? Of heeft men zich meteen al volledig afgesplitst van het vrijgemaakte kerkverband?

Het woord ‘doleren’ betekent ‘klagen’. Dat doe je binnen het kerkverband waarin je funktioneert. Daar vraag je ruimte voor jouw standpunt als je je maar moeilijk kunt vinden in de opvattingen van de meerderheid. Zo ging het in 1886, toen onder leiding van Abraham Kuyper op veel plaatsen dolerende kerkelijke gemeentes ontstonden die van harte gereformeerd wilden blijven. Uiteindelijk werden die door de Hervormde Kerk uit het kerkverband gezet. Die mogelijkheid biedt de Protestantse Kerk vandaag de dag wel. In veel plaatsen heb je bijzondere wijkgemeentes die hun eigen, vaak gereformeerde kleur hebben. En zo werkt het in de praktijk ook binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. Daar is het een breed geaccepteerd verschijnsel dat men zich aansluit bij een gemeente die alleen maar psalmen zingt bij orgelspel en uit de (al dan niet herziene) statenvertaling leest, of bij een gemeente die op een hele gevarieerde manier aan de kerkdienst invulling geeft.

Als je als predikant of als deel van de gemeente je echt niet kunt neerleggen bij een losmaking, is ‘doleren’ de enige optie. Want in de pijnlijke periode voordat het tot losmaking kwam, lagen er geen principiële breekpunten op tafel. Als dat wel het geval was, had de predikant zich moeten vrijmaken van het onbijbelse optreden van de kerkenraad of het kerkverband. Of had de kerkenraad de predikant moeten schorsen en afzetten vanwege zijn onbijbelse prediking of zondige handelswijze.

Dat is in Spakenburg-Noord niet gebeurd. De proef op de som zal dus zijn, of de GKVV Bunschoten-Spakenburg, die op 15 maart haar eerste kerkdiensten gaat beleggen, zich binnenkort ook aanmeldt op de vergadering van classis Hilversum als bijzondere wijkgemeente van de GKV in Bunschoten-Spakenburg.

Doet ze dat wel, dan wil ze oprecht gereformeerd blijven.

Doet ze dat niet, dan trekt de ‘groep Wiersma’ een onverantwoorde scheur in de kerk van Christus.

Een nieuwe afscheiding was in elk geval niet het advies van prof. dr. Henk van den Belt op 14 december 2019 in Bunschoten op een bijeenkomst van ruim 300 verontruste GKV’ers toen hem de vraag gesteld werd: moet je breken met de GKV vanwege de vrouw in het ambt? Zijn antwoord, volgens het ND van 17/12 was: ‘Ik druk u op het hart om niet te scheuren, maar te blijven vanwege Gods trouw en geduld. De ware kerk wordt niet vals, als ze dwaalt inzake vrouw en ambt.’ Tijdens die vergadering stelde ds. Wiersma de vraag of een dreigende losmaking vanwege de gereformeerde koers voor een een nieuwe situatie kon zorgen, omdat je dan “zelf niet scheurt, maar dat degenen die jou wegsturen bezig zijn het lichaam van Christus te scheuren. En ik denk dat dit aan de hand is.” Daarop antwoordde eerst prof. van den Belt met: “Soms zijn er situaties waarin je ultiem moet lijden aan de kerk. Maar gemakkelijk is dat niet.” En daarna zei ds. G. Treurniet: “Zolang Hij (Christus) nog niet terug is, hoort bij Hem volgen ook jezelf verloochenen en je kruis opnemen.” Zelfs als je in de kerk elkaar niet meer kunt aanspreken op het gezag van Gods Woord, “is voortijdig weglopen in elk geval geen optie. We hebben dan in de kerk altijd nog de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen besluiten van een kerkenraad –  wat we de kerkelijke weg noemen.” Vandaar de nadrukkelijke oproep van ds. Treurniet: “Voor de Goede Herder uitlopen in plaats van Hem te volgen dat is echt iets waar ik ernstig voor zou willen waarschuwen.” (Hier na te luisteren: minuut 31:20 – 37:05)

Verder hoop ik van harte, dat ondanks de heftige emoties van het moment, er binnen vrijgemaakt Bunschoten-Spakenburg ruimte is voor een bijzondere wijkgemeente die geen moeite heeft met de prediking en de standpunten van ds. Wiersma. Als je kijkt naar het aantal leden van de vier kerken (ruim 5.000) zou het toch geen enkel probleem moeten zijn wanneer enkele honderden zich verenigen in een wat meer behoudende gemeente? Er is al een vijfde kerk met iets meer dan 200 leden die er helemaal bij hoort, nl. die van Eemdijk. Hoe pijnlijk de verwijdering ook is die ontstaan is, het zou mogelijk moeten zijn om de nieuwe gemeente rondom ds. Wiersma op de classis te ontvangen. Zoals ds. Wiersma tot 1 maart 2020 gewoon voorging in GKV-kerken, zijn er vast ook andere GKV-predikanten te vinden die gewoon willen voorgaan in deze wat meer behoudende gemeente.  Binnen de Gereformeerde Bond en binnen de CGK is dit heel gewoon.

Is een bijzondere wijkgemeente die (om maar eens wat te noemen) geen vrouwelijke ambtsdragers wil toelaten en geen NGK-predikanten op de kansel wil, een ideale situatie? Nee, dat denk ik niet. Maar om elkaar meteen volledig af te schrijven als ‘niet-gereformeerd’ of ‘sectarisch’ lijkt me een nog slechtere optie.  Volgens mij wijst de apostel Paulus een andere weg:

Verdraag elkaar uit ​liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de ​vrede​ de eenheid te bewaren die de Geest u geeft.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.

Als de GKVV Bunschoten-Spakenburg wel alle banden met de overige GKV-kerken verbreekt, heb ik nog twee vragen: 1) Ds. Wiersma heeft als losgemaakte predikant nog op 1 maart 2020 om 16:30 uur in GKV Ermelo gepreekt. Hoe waarachtig was dat, als je op 6 maart 2020 je medewerking verleent aan de oprichting van een eigen kerk die zich helemaal wil afsplitsen van de GKV? 2) En hoe waarachtig zou het zijn als er nog gebruik gemaakt blijft worden van de royale wachtgeldregeling die bij een losmaking hoort (in z’n algemeenheid: 4½ jaar 70% ), terwijl bij de eigen beslissing van een predikant om uit de GKV te stappen een plaatselijke kerk uit goed fatsoen meestal nog maximaal 12 maanden de predikant voor 70% in zijn levensonderhoud voorziet?

Eén familie – twee kerken gaan samen verder

In het plaatselijk kerkblad schrijf ik regelmatig een stukje over de Generale Synode 2020 waar ik naar afgevaardigd ben. Dit artikel gaat over wat er in februari besproken is over de fusie tussen NGK en GKV. 

Waarover spraken zij daar op de synode in februari 2020? Over de NGK en over MVEA. Dat klinkt lekker geheimzinnig. Maar dat is het niet. In dit stukje ga ik in op het eerste – de NGK.

Twee kerken gaan samen verder

NGK staat voor ‘Nederlands Gereformeerde Kerken’. Dat zijn de bijna 90 kerken die ruim vijftig jaar geleden ontstaan zijn in de ‘buiten-verband-kwestie’. In de jaren ’60 van de vorige eeuw was er veel spanning in onze gereformeerd-vrijgemaakte kerken. Op de landelijke synodes van 1964/65 en 1966/67 en 1969/70 kwam dat uitgebreid aan de orde. Twee thema’s waren erg belangrijk: de tolerantie richting dominees die openlijk tegen bepaalde onderdelen van de belijdenis ingingen (over de uitverkiezing en over de zogenaamde ‘zieleslaap’); en de wens van een aantal dominees om, soms zelfs tegen hun eigen kerkenraad in, samensprekingen met de synodaal-gereformeerde kerken aan te gaan. De ‘Open Brief’ die door 25 personen, vooral predikanten, ondertekend was, zorgde ervoor dat de onrust uitgroeide tot een regelrechte breuk. Gevolg: 40% van de predikanten (zo’n 100 van de 250) en 25% van de kerkleden (zo’n 23.000 van de 108.000) stapten zelf uit het kerkverband of raakte buiten het kerkverband. Bijna een kwart van de dominees werd weer synodaal-gereformeerd, net als enkele duizenden kerkleden. En dat terwijl de synodaal-gereformeerde kerkerken in die jaren ’60 steeds meer ruimte boden voor vrijzinnige gedachten en meningen, die door predikanten en hoogleraren als Kuitert en Wiersinga openlijk verkondigd werden.

Gelukkig bleef de rest van de buiten-verband-predikanten en het overgrote deel van de kerkleden vasthouden aan de bijbelgetrouwe gereformeerde prediking. Vanaf het eind van de jaren ’70 noemen ze zichzelf ‘Nederlands Gereformeerde Kerken’. Ze waren wel wat moderner in hun vormen dan wij als GKV. En ook wat onafhankelijker, omdat ze licht allergisch geworden waren voor alles wat naar een strak kerkverband riekte.

NGK GKV een kerk (2)Nu zijn we 50 jaar verder. In 2017 vonden GKV en NGK elkaar op bijna alle punten die met de Bijbel en de belijdenis te maken hebben. Men besloot toen om in 2020 de volgende stap richting een fusie te zetten. Dus hebben we begin februari twee dagen samen vergaderd, als Landelijke Vergadering van de NGK en Generale Synode van de GKV. Dat waren twee prachtige dagen. Er is veel tijd besteed aan het verleden. Wat zijn er toen, in het heetst van de strijd, van beide kanten veel mensen beschadigd geraakt! Dat hebben we uitgesproken naar elkaar toe. Hoe goed was dat! En we spraken met elkaar door over hoe we vandaag als gelovigen en als kerken Christus willen volgen door midden in de samenleving te staan én trouw te zijn aan zijn Woord, de Bijbel. Ook daarin herkenden we elkaar. Ook hoorden we dat de geestelijke herkenning plaatselijk sterk is toegenomen in de afgelopen jaren. Dus konden we unaniem (!!) besluiten: voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap met de NGK en de GKV

Synode bloemstukDe gezamenlijke vergadering werd afgesloten met een Avondmaalsviering. Dat deden we niet op eigen houtje als GKV-synodeleden en landelijke NGK-afgevaardigden. We vierden het in een kerkdienst die belegd was door de sinds kort gezamenlijke NGK-GKV-gemeente van Nunspeet. We zongen er o.a. Psalm 133 en Opwekking 767 bij.

Zelf ben ik dankbaar voor de hereniging met de NGK. We zijn allebei kerken die op bijbels-gereformeerde staan én een open blik naar de samenleving hebben. Onder Gods zegen willen we nu samen verder, onderweg naar één kerk.

Familie

Hoe mooi en hoe heerlijk
Als wij als familie
Als broers en als zussen
Om elkaar geven
En open en eerlijk
Met elkaar omgaan
De vrede bewaren
En eensgezind leven

En het mooiste geschenk
Wordt ons gegeven
De zegen van God
Een eindeloos leven

Opwekking 767

 

Een kerk die kan: Boven – Binnen – Buiten en Bewegen rond de Bron

We leven alweer bijna een maand in twintig-twintig. Alles gaat weer zo z’n gangetje. De politiek maakt zich druk over een algeheel of beperkt vuurwerkverbod aan het eind van dit jaar. Drie kleine gereformeerde houden hun landelijke vergaderingen (CGK, GKV, NGK). Maar waar houden plaatselijke kerken zich mee bezig? En hoe doen ze dat?

Een kerk die kanIk kwam afgelopen week opnieuw de twee bekende uitdrukkingen uit de titel van deze blog tegen. Dat was in het boek ‘Een kerk die kan’. Daarin  beschrijven Rudolf Setz en Marten van der Meulen hoe Assen Zoekt is ontstaan en vanuit welke visie ze werken.  Assen Zoekt is bij ons in Assen het missionaire zusje dat officieel bij de Christelijke Gereformeerde  Kerk hoort en waarvan Gert van den Bos de parttime-voorganger is. In hun boek gebruiken ze ook deze uitdrukkingen  Boven – Binnen – Buiten en Bewegen rond de Bron.

Boven – Binnen – Buiten

Daarover schrijven ze: “De kerk komt in balans als er aandacht is voor de liefde naar God (boven-dimensie), de liefde voor elkaar (binnen-dimensie) en de liefde voor de ander (buiten-dimensie).” Voor Assen Zoekt is dit één van de belangrijkste richtlijnen in hun denken over missionair kerk zijn. Boven – Binnen – Buiten is namelijk een uitwerking van de twee geboden die volgens Jezus de belangrijkste zijn, nl. God liefhebben met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en al je krachten, en je naaste liefhebben als jezelf. “De boven-dimensie is duidelijk: dat is de liefde voor God. De liefde voor de naaste uit dit gebod heeft betrekking op zowel de volgelingen van Jezus (binnen) als op mensen in de hele wereld (buiten).”  Daarbij is liefde het kernwoord, net als in alle relaties. “Ook voor de kerk geldt dat liefde voor God, voor je medegelovigen en voor de wereld zich telkens weer nestelt in mensen in in de gemeenschap.” Belangrijk is ook, dat Boven – Binnen – Buiten met elkaar in balans zijn. “Wij denken dat het verlangen naar God in de aard van de mens is gelegd. Ook dat verlangen naar gemeenschap, en het verlangen naar een leven dat zin heeft en bijdraagt aan een betere wereld is niet iets wat we van een vreemde hebben, maar wat in ons hart is gelegd door God.” (blz. 16-20).

Bewegen rond de Bron

Wat verderop in hun boek beschrijven Rudolf en Marten hoe je op twee manieren kerk kunt zijn, nl. een ‘bounded’ kerk en een ‘centered’ kerk.

Met ‘bounded’ bedoelen ze een kerk die een aantal normen en waarden deelt, waaraan de gelovigen moeten voldoen. Vergelijk het met de manier waarop we in Nederland schapen houden: je neemt een stuk land en zet er een hek om. Zo zien veel traditionele kerken eruit. Om lid te kunnen worden moet je voldoen aan sommige officiële eisen en om er echt bij te horen moet je voldoen aan veel onuitgesproken verwachtingen.

Schapen waterMet ‘centrered’ bedoelen ze een kerk die weinig grenzen stelt, maar wel heel duidelijk de bron van het christelijk geloof centraal stelt: Jezus Zelf en de waarden die Hij o.a. in de Bergrede noemt. Vergelijk het met de manier waarop men in Australië schapen houdt: je laat ze vrij rondlopen, maar zorgt voor een bron met schoon water waar het vee uit kan drinken. Zo zien veel missionaire kerken eruit.  Men vertrouwt erop dat het evangelie zo kostbaar is dat mensen daar wel in de buurt willen blijven. Zolang ze zich bewegen naar de bron, hoef je je minder zorgen te maken over de grenzen. En als je echt aandacht blijft besteden aan de bron, blijf je ook scherp op wat niet past bij de christelijke kerk en het Koninkrijk zoals Jezus dat voor ogen heeft. (blz 128-131).

Heel kort gaan Rudolf en Marten ook in op de combinatie Boven-Binnen-Buiten en Bewegen rond de Bron. Ze schrijven namelijk: “Naar de bron van het evangelie kun je je op verschillende manieren toe bewegen. Alle manieren hebben hun eigen waarde.” (blz. 130) Sommige mensen zijn erg op ‘boven’ gericht, anderen meer op ‘binnen’, terwijl  weer anderen een hart voor ‘buiten’ hebben. Maar je kunt niet zeggen, dat iemand die zich veel met bijbelstudie bezighoudt en elke zondag twee keer naar de kerk gaat (‘boven’) dichter bij de bron staat dan iemand die praktische taken in de kerk op zich neemt of gewoon even aandacht besteed aan een ander kerklid  (‘binnen’), of dan iemand die vooral op z’n werk of de sportclub of in de wijk bekend staat als een betrouwbaar, eerlijk, vriendelijk iemand omdat hij of zij zonder al te veel woorden door gedrag en houding iets van Jezus uitstraalt (‘buiten’).

Wat kunnen we hier mee?

Alles wat ik hierboven nu geschreven heb, zette me aan het denken. Hoe functioneren deze dingen in onze gemeente? En wat kunnen we hier verder nog mee doen?

Als het om Boven – Binnen – Buiten gaat lijkt het mij belangrijk dat we het bij elkaar waarderen wanneer iemand zich inzet op één van die drie gebieden. We hoeven niet allemaal hetzelfde te doen uit liefde voor God en onze naaste. Ik denk altijd maar zo: in de eerste gemeente van Jeruzalem was men vooral op ‘boven’ en op ‘binnen’ gericht, maar dat bleef ‘buiten’ niet onopgemerkt, dus met woord en daad gingen ze ook getuigend de eigen omgeving en daarna de wijde wereld in. Maar niet iedereen deed hetzelfde. Maar iedereen deed wel iets, vooral passend bij de eigen gaven en soms ook omdat men zich geroepen wist door Jezus, de grote Opdrachtgever.

Net zo belangrijk lijkt het mij dat we met elkaar wel steeds weer blijven Bewegen rond de Bron. Dan hoeven God en Jezus niet altijd met zoveel woorden ter sprake te komen – als iedereen zich steeds maar weer laat motiveren en inspireren door Vader in de hemel en Jezus, onze  Redder, Heer en Vriend. En dat laatste, dat vraagt wel om goede voornemens, die we samen uitspreken en waar we ook samen voor willen gaan. Niet 1x per jaar, maar telkens weer.

En nu concreet!

Daar mag ieder zelf over nadenken.

  • In welke richting beweeg ik mij? Hoe vaak verlang ik naar Jezus en is Hij mijn Bron?
  • Op welk gebied van ‘boven – binnen – buiten’ wil ik graag als christen actief zijn? Waar roept God mij toe op?

Een paar vraagtekens bij het boek

Als eerste: het schema ‘Boven-Binnen-Buiten’ wordt door de schrijvers volgens mij wel wat eenzijdig ingevuld. ‘Boven’ lijkt beperkt te worden tot zingen en bidden en bijbellezen (blz. 21 + blz. 130)). ‘Binnen’ komt maar weinig aan bod en beperkt zich, zo kun je de indruk krijgen, uit de ontmoeting en het samen eten (blz. 21) en wordt soms zelfs helemaal overgeslagen (blz. 130). Alle accent lijkt te liggen op ‘Buiten’: als bijbelstudiegroep moet je je ook inzetten voor mensen in de buurt (blz. 21) en je kunt ook zonder dat je in de Bijbel lees of naar de kerk gaat of dagelijks bidt naar buiten toe een herkenbare christen in de praktijk zijn (blz. 130). Het is niet voor niets dat de ondertitel van dit boek ‘Zoek de bloei van je buurt’ is.

Als tweede: het voorbeeld van een afgebakend terrein met hekken erom heen in Nederland voor de schapen als oude en minder goede vorm van kerk-zijn en het voorbeeld van de bron waar schapen in Australië altijd weer naar terug gaan vind ik best een aantal goede elementen hebben. Maar het is volgens mij op één, belangrijk punt, geen goed voorbeeld. Schapen hebben altijd dorst naar water, dus ze komen altijd vanzelf weer terug naar de bron. Mensen hebben uit zichzelf geen dorst naar God en Jezus, dus komen ze niet uit zichzelf naar telkens weer naar de bron van levend water toe. Ooit zei een vrijgemaakte dominee: ‘Diep van binnen is ieder mens een verloren God-zoeker.’ Dat geloof ik niet. Diep van binnen zijn we zo erg van God vervreemd, dat Jezus door zijn Heilige Geest mensen moet laten ontdekken dat ze voor hun innerlijke dorst echt Hem nodig hebben.

Als derde: ik snap de insteek van Assen Zoekt en dus ook van het boek ‘Een kerk die kan’. Sterker nog: de kracht ligt in de open houding naar ieder mens die op zoek is naar persoonlijke aandacht en antwoorden op levensvragen en in de open houding naar het zoeken van welke vorm dan ook om belangstellenden te bereiken en te betrekken bij de kerk als ‘alternatieve familie’, zoals de schrijvers het zelf noemen. Volgens mij levert dat twee grote uitdagingen op. A) Pas op voor de valkuil om je vooral te richten op de randen van maatschappij, want dat is een relatief makkelijke doelgroep. Probeer ook de ‘gewone’ burger van een stad of dorp te bereiken, ook al is dat veel moeilijker en vaak een kwestie van lange adem. B) Heb je als nieuwe missionaire gemeente ook nagedacht over de vraag hoe je over 20 jaar samen kerk bent? De kans is groot dat je dan een gevestigde gemeente bent met grotendeels dezelfde vragen en uitdagingen als traditionele kerken nu. Niet alleen voor gevestigde kerken, maar ook voor vernieuwende kerken zoals Assen Zoekt geldt, dat je jezelf telkens weer moet vernieuwen. En ook geldt voor beiden, dat dat, als je wat langer bestaat, best lastig is. Maar met het missionaire in de genen zal het wel lukken, denk ik. Als Assen Zoekt in 2055 haar gouden jubileum viert en haar manier van kerk-zijn wat voorspelbare geworden is, heeft ze vast en zeker al op meerdere plekken een ‘Assen Zoekt Verder’-gemeenschap  gestart, die allemaal weer op een eigentijdse manier kerk in de buurt willen zijn.