Afgeslacht door ISIS – 21 nieuwe zielen erbij aan de voet van het altaar

“Ik zag aan de voet van het altaar de zielen van al degenen die geslacht waren omdat ze over God hadden gesproken en vanwege hun getuigenis.”  (Openbaring 6 vers 9)ISIS - 21 koptische christenen icoon 2“Opdat wij niet vergeten.” Bij die uitdrukking denken we aan de Tweede Wereldoorlog. De gruweldaden van Nazi-Duitsland, vooral de genocide van zes miljoen Joden en de dood van honderdduizenden andere slachtoffers van dat regime, mogen nooit vergeten worden.

Eind februari – begin maart was de Syrisch-Orthodoxe patriarch Aphrem II in ons land. Hij is het hoofd van ruim 1,5 miljoen christenen die oorspronkelijk uit het Turkije, Syrië en Irak komen. Er wonen 9.000  syrisch-orthodoxe christen in Nederland. Daarom is patriarch Aphrem II bij ons op bezoek. Gisteren was hij in Den Haag in de Tweede Kamer. Dit is wat hij de regering en het parlement voorhield: “De Westerse wereld is de christenen in het Midden-Oosten volledig vergeten.”

Dat maakte indruk op mij. Net als de beide schilderijen die in deze weblog staan. De christenheid in het Midden-Oosten heeft het extreem moeilijk. Waar is de betrokkenheid van de Nederlandse samenleving?  Die is, denk ik, echt ongeïnteresseerd geworden. Dat heeft een reden. Omdat meer dan de helft van onze bevolking in de afgelopen 50 jaren gefrustreerd afstand genomen heeft van het christelijk geloof en ‘de kerk’ met machtsmisbruik en bekrompenheid associeert, hebben de opiniemakers een blinde vlek gekregen voor het lot van vervolgde christenen. En wie daar aandacht voor vraagt, wordt weggezet als aanhangers van het CDA en de ChristenUnie die alleen maar aandacht vragen voor mede-christenen.  Maar als ik naar christelijk Nederland kijk, vraag ik mezelf af: waar is ons gebed? Wat doet het ons, dat onze medechristenen zo gruwelijk worden vervolgd en vermoord? En hoe reageren we daarop?

Een paar dagen na de onthoofding van 21 koptische christenen door ISIS in Libië maakte een Egyptische kunstenaar een schilderij. Het stond op een weblog van een diaken van een koptische kerk in Amerika (zie From Orange Jumpsuits to White Robes).  Zijn vrouw had er een artikel bij geschreven. Ze had de video zelf niet willen zien – en ik ook niet. Maar, schreef ze, mijn man heeft het wel gezien en hoorde de Artwork by: Wael Mories21 mannen als laatste uitroepen: “Ya Rabbi, Yasooah” (Mijn Heer, Jezus) en “Yasooah” (Jezus). Tot in de dood zijn ze Jezus trouw gebleven en Hem gevolgd. Zo brengt Petrus het onder woorden (1 Pe. 2:21-23): Ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van Hem die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, Hij leed en dreigde niet, Hij liet het oordeel over aan Hem die rechtvaardig oordeelt. Zo staat het op dit schilderij. Hij ging voorop. In een oranje overall. Tot in de dood. Dat is wat Jezus zijn volgelingen opdraagt én wat Hij zelf voor zijn volgelingen gedaan heeft. En dus, omdat ze Jezus trouw bleven tot in de dood, kregen deze 21 koptische christenen uit Egypte in plaats van een oranje overall een wit gewaad. Zo staat het in Openbaring 6 vers 11a: Ieder van hen kreeg witte kleren. Op aarde hadden zij, symbolisch, hun kleren al gewassen in het bloed van het Lam. Ze zijn trouw gebleven aan hun Heer, zelfs met het mes op de keel. Dus ontvangen ze in de hemel het feestkleed  uit de handen van hun Heer. Maar er staat nog iets. De zielen aan de voet van het altaar aan God vragen: ‘O heilige en betrouwbare Heer, hoe lang duurt het nog, voordat U de mensen die deze gruweldaden begaan hebben, zult straffen?’ En dan krijgen zij het verbijsterende antwoord: ‘Nog even geduld, want het getal van de martelaren is nog niet vol.’ (Openbaring 6 vers 11b)

Hier op aarde denk ik dan al gauw: niet alleen de westerse wereld, maar God Zelf heeft zijn kerk in het Midden-Oosten vergeten! Want waarom grijpt de Heer niet in? Het kost mij moeite om vraag, net als de zielen aan de voet van het altaar, bij God Zelf neerleggen en daar te laten.

Ondertussen lees en hoor ik, hoe de koptische kerk en de koptische christenen aan alle kanten, tot in de interviews van de 21 weduwen toe, een heel ander geluid laten horen dan de moord en dreiging blazende ISIS-strijders die niets anders willen dan dood en verderf zaaien. Net als de vrouw van die koptische christen bij het schilderij, zeggen ze allemaal: hier op aarde moeten wij onze vijanden liefhebben en bidden voor wie ons vervolgen, want alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel, heeft Jezus Zelf gezegd. Ik las op internet de volgende reaktie van een priester van de Koptische kerk richting de moordenaars van ISIS: “Toch houden we van jullie, omdat jullie deel zijn van Gods schepping. We blijven voor jullie bidden. Wat jullie gedaan hebben – daarmee hebben jullie ons geen kwaad aangedaan, maar heb je alleen maar jezelf beschadigd.” En de koptische paus Tawadros II riep binnen een week de 21 koptische gastarbeiders officieel uit tot martelaren van de kerk. Hij deed er diezelfde oproep bij om met liefde te antwoorden op deze gruweldaad. Want als christen weet je toch, dat God eens de ultieme Rechter zal zijn.

Ik weet niet of ik uit mezelf die vergevingsgezindheid zou kunnen opbrengen als mijn geliefden iets heel ergs aangedaan wordt. Volgens mij zijn wij hier in het Westen allemaal mensen met een kort lontje geworden. God is totaal anders. Hij heeft eindeloos geduld. Maar als zijn geduld op is, berg je dan maar. Openbaringen 6 eindigt met de dag dat God en Jezus alles recht zullen zetten. Die dag wordt ‘de grote dag van hun toorn’ genoemd. Je kunt je afvragen, of het wel past God de Vader en bij Jezus onze Heer dat ze in boosheid uitbarsten. Daarover zou ik het volgende willen zeggen. Bedenk deze drie dingen:

1/ Als ik nadenk over Gods toorn, begrijp ik weer des te beter hoe afschuwelijk God de zonde vindt. Er is bij Hem sprake van rechtvaardige boosheid.

2/ Als ik nadenk over Gods toorn, wil ik weer des te meer God zo te dienen, als Hij dat graag wil, met eerbied en ontzag. Er is bij Hem sprake van ontzagwekkende heerlijkheid.

3/ Als ik nadenk over Gods toorn, raak ik weer des te dieper onder de indruk van zijn liefde voor mij. Want om mij van de eeuwige ondergang te redden liet Hij Jezus eerst op aarde komen om aan het kruis te sterven. Zelfs in het eindoordeel wordt Jezus aangeduid als ‘het Lam dat eruit ziet alsof het geslacht was’. Dat is het eerste waar God mee komt. Hij laat Jezus in mijn leven komen om mij het geloof te geven. Er is bij Hem sprake van royale genade!

Als ik dat laatste geloof –royale genade–, hoef ik voor dat eerste niet bang te zijn – rechtvaardige boosheid–, maar durf ik ondanks de serieuze werkelijkheid van zijn toorn, toch volledig op Hem vertrouwen – ontzagwekkende heerlijkheid.  Want wat God in zijn liefde doet, doet Hij graag. En wat Hij in zijn toorn doet, doet Hij met tegenzin. Maarten Luther zei al, dat God zijn rechterhand gebruikt om liefdevol om de mensen heen te slaan en zijn linkerhand om de mensen te straffen, en dat Hij zijn beide handen niet op dezelfde manier gebruikt. Een liefdevolle God die met zijn oordeel komt – het is voor ons moeilijk te kombineren. Maar voor God niet. Gelukkig maar.

Bij het eerste schilderij: Op 21 februari verklaarde de koptisch paus Tawadros II de 21 koptische christenen die door ISIS vermoord zijn, tot martelaars en heiligen. Zij zullen elk jaar op 15 februari herdacht worden. Tony Rezk, een Egyptische kunstenaar die in Virginia – Amerika woont, schilderde op 21 februari deze icoon van de 21 martelaren, waarvan er 20 uit Egypte kwamen en 1 uit Ghana. Naast witte gewaden ontvingen zij uit de hand van de engelen ieder een gouden kroon.
Bij het tweede schilderij: Op 15 februari 2015 liet ISIS een barbaarse video zien van de onthoofding van 21 Egyptische gastarbeiders in Libië aan het strand van de Middellandse Zee. Zij waren allemaal koptische christenen op zoek naar werk. De Egyptische  kunstenaar Wael Mories, zelf een koptisch christen uit Caïro, plaatste op 16 februari een indrukwekkend schilderij  van deze gruwelijke moordpartij op zijn Facebook-pagina. Jezus ging, in oranje overall, voorop zonder een ISIS-strijder achter Hem. Hij nam opnieuw vrijwillig zijn kruis op.
Deze blog is als overdenking uitgesproken tijdens de Middag-Pauze-Dienst op 4 maart 2015 in de Bethelkerk (de voormalige Joodse synagoge) aan de Groningerstraat in Assen.

Een kleine stap in een bepaalde richting: een vrouw op de kansel in de GKV

Ineke Baron preekt in GKVZondag 31 mei 2015 is het zover. Ineke Baron, lid van de GKV van Haulerwijk en gevangenispastor in Veenhuizen, mag de preek verzorgen in een kerkdienst van haar eigen gemeente. Ze doet dit in het kader van haar stage, want ze volgt een opleiding theologie (eerst aan de Theologische Universiteit in Kampen en nu aan het Baptisten Seminarium in Amsterdam) en daar hoort ook het maken én houden van preken bij. Omdat deze stagepreken op video moeten worden vastgelegd en dat in de gevangenis van Veenhuizen niet is toegestaan, heeft Ineke gevraagd of zij, onder verantwoordelijkheid van de kerkeraad en de predikant die voorgaat, de preek mag verzorgen. Daarin heeft de kerkeraad van Haulerwijk na zorgvuldig onderzoek toegestemd.

‘Het is maar stage’ of ‘de strijd is nu beslecht’?

In de landelijke pers werd het nieuws gisteren, 4 maart 2015, bekend en ook meteen, gevraagd of ongevraagd, van kommentaar voorzien. Volgens het Nederlands Dagblad heeft ds. Paul Voorberg, in 2014 voorzitter van de Generale Synode, geen moeite met dit besluit. Het staat, zegt hij, “duidelijk in het kader van haar opleiding en niet in het teken van de vrouw in het ambt, dus laten we hier niet teveel aan ophangen.” Een heel ander geluid laat JT horen op de site werkenaanheid. Hij stelt (overigens onder de nogal denigrerende kop Ach, alleen maar een onderdeeltje van haar opleiding…?) dat nu in de praktijk de wissel richting de vrouw in het ambt is omgegaan. Want Ineke Baron heeft het verzoek ingediend om te mogen preken in een officiële kerkdienst. Zij wil dus graag Gods Woord verkondigen in een publieke eredienst. Volgens de Heidelbergse Catechismus is de verkondiging van het heilig evangelie in de kerkdienst één van de sleutels van het koninkrijk der hemelen. Nu mag een vrouw tijdens haar stageperiode voorgaan in het brengen van Gods Woord vanaf de kansel. Als je dat toestaat, wordt het wel heel moeilijk om uit te leggen dat een vrouw dat in andere situaties niet mag.

Ik denk de “werkenaaneenheid” hierin gelijk heeft. Als je als kerkeraad iemand toestemming geeft om in het kader van een preekstage op zondag voor te gaan in de kerkdienst, laat je hem of haar publiek Gods Woord verkondigen. Dat vind ik toch echt een andere setting dan een proefpreek die een student in de collegezaal houdt. Preken op zondag is toch duidelijk een stap verder. Dan ga je voor het ‘eggie’. Vroeger noemden we dat spreekconsent en moest je daar bij de classis eerst een examen voor afleggen. Tegenwoordig mogen studenten alleen in gemeentes preken als ze door de Universiteit hiertoe geschikt bevonden zijn. En die stage-preken staan allemaal in het kader van de opleiding tot predikant binnen de GKV (of het nu gemeentepredikant of gevangenispredikant is).

Er wordt wél een stap gezet

De kerkeraad van Haulerwijk zegt, dat hij met synode om nog geen ruimte te laten voor vrouwelijke ambtsdragers, ter discussie wil stellen. En dus verbaast de raad zich erover, dat dit zo breed uitgemeten wordt in de pers. Formeel heeft men in Haulerwijk gelijk. Ineke Baron is niet aangesteld tot ambtsdrager. Ze heeft alleen maar een stageadres nodig in het kader van haar opleiding  tot gevangenispredikant. Maar daarmee kun je niet zeggen: en dus is er niets aan de hand. Voor het eerst krijgt binnen de GKV een vrouw officieel toestemming van een kerkeraad om vanaf de kansel het evangelie te verkondigen. Onder begeleiding van een predikant, dat wel, maar dat gaat altijd zo in een stageperiode. (Even tussen haakjes: Ineke Baron zal volgens het ND alleen het inhoudelijke deel voor haar rekening nemen – dat zal toch betekenen dat ze hele dienst leiden? Want ik neem aan dat de zegen, het gebed, de bijbellezing en de liedkeus net zo inhoudelijk zijn als de preek zelf) Daarmee wordt, of men het nu wil of niet, een bepaald signaal afgegeven, namelijk: binnen de GKV mogen vrouwen in principe voorgaan in kerkdienst. De kerkeraad van Haulerwijk kan niet oprechte verbaasd zijn over alle aandacht die men nu krijgt, tenzij men grenzeloos naïef geweest is in het verlenen van toestemming aan Ineke Baron om te mogen preken. En dat is niet het geval, heb ik begrepen, want ze zijn niet over één nacht ijs gegaan.

Een klein stap in Haulerwijk – een grote stap binnen de GKV?

Je kunt er van alles van vinden, van dit besluit. Hoe je het ook wendt of keert , een vrouw gaat het woord doen op zondag 31 mei in de morgendienst die door de kerkeraad de GKV van Haulerwijk belegd wordt. De een zal het een teken van zorgvuldigheid vinden. De ander een teken van verval. Zelf zie ik het zo: we zitten als GKV-kerken in een proces waar we pas echt aan begonnen zijn met het rapport M/V uit 2013 en alles wat dat losmaakte op de Generale Synode van 2014  en binnen de kerken. Nu wordteen stap gezet die een bepaalde richting uitwijst. Die stap sluit aan bij het advies dat prof. dr. A.L.Th de Bruijne aan de GS van 2014 pleitte ervoor, dat de synode de noodzaak zou erkennen “om vrouwen meer dan tot nu toe gebruikelijk in te schakelen bij taken die begrepen kunnen worden in het verlengde van Bijbelse taken waarin vrouwen ook al deelden (prediking, pastoraat, organisatie, vergaderen)” en uit te spreken dat de plaatselijke kerken in beginsel vrij zijn om daarin stappen te zetten.” Tegelijk vond hij dat de synode de plaatselijke kerken moeten oproepen “om daarbij zoveel als mogelijk nog terughoudend te zijn met de neiging dergelijke taken te institutionaliseren tot ‘ambt’ en te wachten op bredere consensus binnen de kerken als geheel (in welke richting dan ook).”

Ik denk dat de kerkeraad van Haulerwijk zich helemaal in het spoor van dit advies begeven heeft.

Mijn eerdere blogs over de diskussie rondom de vrouw in het ambt zijn:

Welke G/geest is er uit de fles? – 20 mei 2014; Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt – 9 juni 2014; Appel aan de synode over het besluit ‘M/V in de kerk’ – 17 juni 2014

56e PVT in ASSEN 2025 – een christelijk volleybalfestijn

PVT logoEen week lang volleyballen en  plezier maken op het PVT. Dat is gereformeerd-evangelisch (vroeger: vrijgemaakt) Assen in de voorjaarsvakantie. Al 56 jaar lang. (OK: de belangstellende volger van het PVT die in de jaren ’70 meespeelde, in de jaren ’80 mee-organiseerde en nu als tientallen jaren gastouder is, zal ogenblikkelijk opmerken dat er de eerste 25 niet in de voorjaarsvakantie, maar in de paasvakantie gevolleybald werd).

PVT 2015 - TwenteDe zondag vóór het PVT is gebeden om een fijne PVT-week. Niet voor niets vindt de opening op woensdagmorgen ook altijd plaats in de grootste GKV-kerk van Assen, De Kandelaar. Op de feest-avond wordt de laatste jaren geprobeerd er een serieus christelijk accent aan te geven. En op zaterdag wordt bij de prijsuitreiking midden in de sporthal God ook hardop  bedankt voor het gehouden toernooi.

PVT 2012 - Twente collagePrachtig vind ik dat. Want daarmee geef je aan, dat je samen als christenen een sportief feestje kunt en wilt bouwen. Dat past helemaal bij het beeld dat God heeft van jongeren. Tenminste, dat lees ik in Prediker 11. Daarin schrijft Salomo: “Geniet dus, beste vriend, van je jonge jaren, haal je hart op aan de dagen van je jeugd. Volg de wegen die je hart wil gaan, gun je ogen wat ze wensen. En onthoud bij alles wat je doet dat God je aan zijn oordeel onderwerpt. Belast je hart niet met verdriet en houd je lichaam vrij van kwalen, want je jeugd en jonge jaren zijn al snel voorbij. Gedenk daarom je Schepper in de dagen van je jeugd.”PVT 2014 dames finale

Geniet mét God. Geniet als christen van het hele PVT. Dan kun je, zeg maar, je Schepper en ook Jezus je Redder recht in de ogen kijken bij al het plezier tijdens vier dagen Assen.

Natuurlijk, er gebeuren ook altijd wel dingen waarvan je denkt: moet dat nou? En dan bedoel ik niet de berichten uit de rubriek ‘Wat-dacht-je-wat’  van Netnieuws, zoals die oprjochte Fries uit één van de studententeams van een paar jaar geleden die bij zijn pleegouders elke morgen een liter melk met Brinta naar binnen werkte. Het gaat dan meer over wat vroeger van de Witter Brug gezegd werd: ‘een brug te ver’ of ‘bridge over troubled water’. PVT 2015 - Nijmegen 2Rond de millennium-wisseling hebben die zorgen zich verplaatst naar De Pimpelaar, waar volgens sommigen de gereformeerde jongeren behoorlijk aan de pimpel sloeg.  Tegenwoordig verspreidt met zich wat meer over diverse gelegenheden in de stad, heb ik begrepen. En of iedereen op de feestavond voor die duidelijk christelijke inbreng wel de juiste eerbied weet op te brengen, is in de afgelopen jaren ook wel eens de vraag geweest.

PVT 2014 finaleEr zal best wel een kern van waarheid zitten in dat soort kritiek. Maar de vraag is dan: hoe ga je daar als ouders en ouderen mee om? Wat dat betreft vind ik, als ik voor mezelf mag spreken,  Job een mooi voorbeeld. In zijn gezin bouwden de 10 kinderen ook regelmatig een feestje. En Job was daar niet bij – dat moet je als ouders meestal ook niet willen. Maar hij vroeg na afloop wel altijd aan zijn 7 zonen en 3 dochters, hoe het geweest was. En bracht dan een offer voor elk van hen, “want hij dacht bij zichzelf: misschien hebben mijn kinderen wel gezondigd en God in hun hart vervloekt.” Dit deed Job na elk feest weer, staat er in Job 1.PVT logo

Die betrokkenheid van veel ouders en ouderen is er hoop ik ook bij het PVT. Een fijn sportfestijn. Een christelijke happening. Om God voor te bedanken, en dus omringd door gebed, zonder daar zweverig over te doen.

Foto’s: Karla Leeftink 2012 / 2014 / 2015

Op weg naar Pasen het Johannes-evangelie in de Bijbel in Gewone Taal lezen

NBG Bijbel in Gewone Taal“Dominee, hebt u dat leesrooster nog waarin je het hele bijbelboek Johannes tot aan Pasen kunt lezen in de Bijbel in Gewone Taal? U deelde die gistermiddag uit in de kerkdienst waarin we de BGT-bijbelquiz deden. Ik wil die graag gebruiken als ik ’s avonds voor mezelf uit de Bijbel lees.” Dat mailde een jongere me vandaag. Ik antwoordde:  “Jazeker, ik neem er vanavond nog wel wat mee naar catechisatie.” Pasen 2015 leesrooster Johannes BGT - deel 1

Het gaat om het leesrooster dat in de uitgave van het Johannes-evangelie in de Bijbel in Gewone Taal staat. Die is op 12 februari door de EO en het NBG verspreid onder alle abonnees van de EO-Visie. Je kon ook extra exemplaren aanvragen, maar de belangstelling was zo groot, dat men er vóór de middag al helemaal doorheen was. Dus heb ik het leesrooster maar ingescand, gekopieerd en zondagmiddag verspreid. Als je op 19 februari begint, kom je precies op Tweede Paasdag  bij het slot van Johannes uit. Ik zou zeggen: doen! Als je op de volgende link klikt, krijg je het rooster op A4. Uitprinten en lezen maar!

Pasen 2015 leesrooster Johannes-Evangelie BGT in 47 dagen

 

Wat jammer dat ik een geboren Nederlander ben!

ernstje 2De dag nadat ik geboren ben, ging mijn vader naar het gemeentehuis. Daar werd ik officieel ingeschreven als burger van het  koninkrijk der Nederlanden. Als kleine Lodewijk Ernst Leeftink hoefde ik er niet eens persoonlijk bij te zijn. Maar Nederlander was ik! En ben ik nog steeds. Ergens rond mijn 18e moest ik wel zelf een paspoort ophalen (met een prachtige pasfoto uiteraard), want ik mocht niet langer bij mijn ouders op het paspoort staan. Al die jaren heb ik er nooit aan getwijfeld of ik wel echt Nederlander was. En of het ook op een andere manier had gekund.

Tot een jaar of tien geleden. Toen kwam ik erachter, dat je ook op latere leeftijd Nederlander kunt worden.  Als je als gastarbeider of als vluchteling naar Nederland komt, of je trouwt met een Nederlander, word je niet zomaar Nederlander. Nee, dan moet je eerst een inburgeringscursus volgen. En aan het eind daarvan, als je voor de diverse toetsen en examens geslaagd bent, ontvang je officieel het Nederlanderschap. Dat gebeurt sinds 2005 elk jaar op 15 december: Naturalisatiedag. Wie op deze manier Nederlander wordt, is verplicht om de naturalisatieceremonie bij te wonen. Tijdens die plechtigheid wordt aandacht geschonken aan de betekenis van de Nederlandse nationaliteit en de verbondenheid met de Nederlandse samenleving. Ook wordt stilgestaan bij de rechten en pnaturalisatiedag afoortlichten die bij het Nederlanderschap horen. Uiteraard wordt ook het Wilhelmus gezongen en is het voor iedereen een feestelijke happening. Job Cohen, toen nog burgemeester van Amsterdam, feliciteerde op 15 december 2015 de nieuwe landgenoten met deze woorden: “Vanaf het moment dat u Nederlander bent geworden, maakt u deel uit van onze gemeenschap en bepaalt u er mede de toekomst van. Wat er nu verandert is dat u zegt: Nederland kan op mij rekenen zoals ik op Nederland kan rekenen.” Eén van de nieuwe Nederlanders gaf de burgemeester als antwoord: “Ik ben blij. Je krijgt echt het gevoel dat je welkom bent en dat je onderdeel bent geworden van de maatschappij.”

NaturalisatiedagToen dacht ik bij mezelf: ‘Dat is niet eerlijk! Ik heb nooit kunnen bewust kunnen ervaren hoe het is om Nederlander te worden.’ Dus ben ik vorige week naar de gemeente Assen gestapt en heb me aangemeld voor een inburgeringscursus met het verzoek om aan het eind van het jaar op feestelijke wijze tot Nederlander genaturaliseerd te worden. Enigszins overmoedig verwacht ik namelijk, dat ik gewoon op alle punten glansrijk voor dat inburgeringsexamen zal slagen. Bovendien gaat het me niet om het examen op zich. Ik wil gewoon graag op 15 december bewust meemaken dat ik tot Nederlander verklaard word! Want alleen als ik het ervaar, is het waar.

Marco Out

Foto: Ronn, via Wikimedia Commons 

Helaas zette de ambtenaar op het stadhuis me hardhandig weer met beide benen op de grond. ‘Meneer Leeftink, u komt niet in aanmerking voor een inburgeringscursus en u kunt al helemaal niet op de nationale Naturalisatiedag uit de handen van burgemeester Marco Out een officiële verklaring ontvangen waaruit blijkt dat u Nederlander bent geworden. Want u bent het al. Eenvoudig weg omdat één van uw ouders u ruim 50 jaar geleden vlak na uw geboorte heeft aangegeven op het gemeentehuis van uw geboorteplaats.’

Toen ik zei dat ik het wel onrechtvaardig vond dat een groot deel van de Nederlanders de kans ontnomen wordt om echt te ervaren hoe het is om officieel het Nederlanderschap te ontvangen, keek hij mij wat bevreemdend aan en zei: ‘Meneer Leeftink, sommige dingen kun je niet terugdraaien en moet je ook niet eens terug willen draaien. Wees blij dat u al uw hele leven hier in Nederland woont.’ Hij zag blijkbaar, dat dit antwoord mij niet echt tevreden stelde, dus zei hij erbij: ‘En mag ik u een tip geven? Er is toch niets op tegen om je als Nederlander nog eens extra te verdiepen in wat het Nederlanderschap allemaal inhoudt? Volgens mij is dat uw diepere verlangen: u wilt graag bewuster omgaan met uw identiteit. Nou, dat kan op veel manieren. Volgens mij hebben we hier in Assen nog enthousiaste Nederlanders nodig om nieuwe landgenoten te helpen bij hun inburgeringscursus op weg naar de komende Naturalisatiedag op 15 december. Is dat niet wat voor u?’

Span u in om door de samenbindende kracht van de vrede de eenheid te bewaren die de Geest u geeft: één lichaam en één geest, zoals u één hoop hebt op grond van uw roeping, één Heer, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die boven allen is, door allen en in allen. (Efeziërs 4 vers 3-6)

Wij belijden één doop tot vergeving van de zonden. (Geloofsbelijdenis van Nicea 325/381 na Chr.)

VREEMDELINGENLIEFDE i.p.v. VREEMDELINGENHAAT

Je suis CharlieWat vind jij van al die de buitenlanders in ons land? Zijn al die Turken en Marokkanen in Nederland eng? Denk jij dat ze allemaal crimineel zijn of terrorist? Ben jij ook bang dat er een aanslag in Groningen of Assen komt? Net zoals in Parijs bij Charlie Hebdo? Denk jij ook, dat elke moslim-vrouw met een hoofddoekje een fundamentalist is? Of zou het ook  een barmhartige moslima kunnen zijn? Zouden er over een tijdje ook bij ons net zulke grote demonstraties gehouden worden als in Duitsland tegen de toenemende invloed van moslims in ons land? En vind jij eigenlijk ook, dat Nederland royaal genoeg is met het toelaten van 250 Syrische vluchtelingen per jaar op het totaal van 3,2 miljoen die hun land moesten verlaten? En dat we de andere 9.000 die op eigen houtje asiel aanvroegen in Nederland, eigenlijk maar weer naar Libanon, Turkije of Jordanië moeten terugsturen, omdat ons land al veel te vol met vreemdelingen zit?  Waar komt die angst en onzekerheid vandaan?

In het Oude Testament krijgt één categorie vreemdelingen de meeste aandacht. Namelijk de ‘medelanders’ – de niet-joden die echt binnen de grenzen van Israel wonen. Op dat wonen valt de meeste nadruk. Het gaat om, zeg maar, de bevolkingsgroep die een vaste verblijfsvergunning heeft. Ze hebben bijna dezelfde rechten en plichten als de Israelieten.

En waarom moeten de Israelieten liefdevol met deze medelanders omgaan en hen niet als tweederangs burgers behandelen? Nou, om drie redenen.

1. Vreemdelingen vormen, met de armen, de wezen en de weduwen, het kwetsbaarheidskwartet. Ze zijn de meest kwetsbare groep van de samenleving.

2. De Israelieten moeten zich altijd kunnen inleven in de ‘gemoedsgesteldheid’ van vreemdelingen, want ze zijn zelf ook jarenlang onderdrukt en achtergesteld toen ze in Egypte woonden.

3. En tenslotte: Gods kinderen horen zich altijd te spiegelen aan hun God! En God zegt van Zichzelf, dat Hij de God is die zich om armen, weduwen, wezen en vreemdelingen bekommert.

In Deuteronomium 10 vers 18b en 19 staat het als volgt: De HERE, uw God, neemt vreemdelingen in bescherming en voorziet hen van voedsel en kleding. Ook u moet vreemdelingen met liefde behandelen, want u bent zelf vreemdelingen geweest in Egypte.

De  vraag is dus niet: kennen wij de regels van de Bijbel over hoe je met vreemdelingen omgaat. Na die oproep om vreemdelingen met te behandelen zegt Mozes niet: en hou je daar nu ook aan! De vraag is: kennen wij God als onze Vader? Houden wij echt van Hem en willen we leven zoals Hij het van ons vraagt? Na die oproep om vreemdelingen met liefde te behandelen zegt Mozes: ‘Toon ontzag voor de HERE, uw God, dien Hem en wees Hem toegedaan.’

Wat in Deuteronomium staat, staat ook in de andere boeken van Mozes. Het is een terugkerend refrein, zoals bv. in Leviticus 19: 33+34: Iemand die als vreemdeling in jullie land verblijft, mag je niet onderdrukken. Behandel vreemdelingen die bij jullie wonen als geboren Israëlieten. Heb hen lief als jezelf, want jullie zijn zelf vreemdelingen geweest in Egypte. Ik ben de HEER, jullie God.

Behandel de vreemdelingen die in jullie land wonen en een vaste verblijfplaats hebben als geboren Israelieten. Zo scherp ligt dat als het om onze houding tegenover vreemdelingen gaat. Ben je daarin te herkennen als een kind van je Vader in de hemel? En wil je, als je in het Nieuwe Testament over de Heer Jezus leest, in zijn voetsporen gaan? Ook Hij bekommerde zich om mensen in nood, de vreemdelingen niet uitgezonderd. Denk maar aan de Samaritaanse vrouw (Johannes 4:1-42), de Syrische vrouw (Markus 7:24-30), de Romeinse officier (Matteüs 8:5-13) en de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan (Lukas 10:25-37).Kijkbijbel Barhmarige Samaritaan

Weet je, als het om de houding tegenover vreemdelingen gaat, herinnert God de Israelieten er steeds weer aan, dat ze zelf hebben ondervonden hoe ze als vreemdelingen in Egypte onderdrukt zijn. Maar nu zijn ze bevrijd door God en mogen wonen in het beloofde land.

In het Nieuwe Testament laten Jezus en de apostelen zien wat dat betekent voor ons als christenen vandaag. Wie gelooft is zelf ook vreemdelingen geweest. Als mensen zijn wij nakomelingen van Adam. We hebben  met elkaar de ellende van de wereld over ons heen geroepen. Vervreemd van God, vervreemd van elkaar, vervreemd van onszelf. Maar Goddank, Hij heeft ons niet afgeschreven, maar ons weer opgezocht. De Heer Jezus kwam op aarde. Hij gaf zelfs zijn leven om ons te bevrijden bracht ons terug bij God. “Hij maakt ons leven nieuw, ons hart verandert Hij! Jezus is Heer! Alleluia!” En zo krijgen we een nieuw vaderland terug, een plek waar we altijd terecht kunnen en ons veilig mogen voelen. Bij God Zelf!

Maar christenen hebben bij God geen streepje voor boven heidenen. En Nederlanders hebben we geen streepje voor op alle gastarbeiders en asielzoekers. Integendeel: de HERE wil dat alle mensen Hem leren kennen. Zo plaatst Hij ‘medelanders’ op onze weg zodat ze God niet alleen als Allah, maar als hemelse Vader leren kennen, en Jezus boven Mohammed als zijn enige Zoon en onze Redder en Vriend.

Kijk, omdat God zonder onderscheid naar alle mensen toekomt. En omdat Jezus zelfs aan het kruis nog zijn vijanden vergeeft. Daarom vraagt God van jou en mij om te doen wat Hij ook doet: de vreemdelingen die in ons land wonen tegemoet te treden met liefde. Niet met haat, niet met angst, niet met jaloersheid. Dat vraagt best wel een verandering van ons. Van mij wel in elk geval. Een mentaliteitsverandering. Daar hebben we veel van Gods Geest voor nodig. Juist als het pijn doet, wordt het spannend, wanneer je hoort hoe Paulus je oproept: Volg dus het voorbeeld van God, als kinderen die Hij liefheeft, en ga de weg van de liefde, zoals Christus, die ons heeft liefgehad en Zich voor ons gegeven heeft. 

Ik sluit af met een verhaal. Het is geschreven door iemand die een tijdje geleden stage liep in onze kerk. Ik heb het al eerder op mijn weblog geplaatst, dus als je het wilt lezen, klik op De barmhartige moslima.

Deze overdenking heb ik gehouden tijdens een Middag-Pauze-Dienst in de Bethelkerk te Assen en tijdens een Avondsluiting in ‘De Peelerhof’ in Assen-Peelo. Ik heb ‘m ook als preek gehouden (en dus werd ‘ie ruim 2x zo lang) op zondag 1 februari 2015 met als tekst Deuteronomium 10 vers 18b-19. Als preek is hij na te lezen onder ‘Preken OT’ of onder ‘Tot 10 tellen in geloof’ bij ‘Stap 04’.

MET TONGENTAAL KOM JE HEEL DE WERELD OVER

Fish Internal Exile‘Speaking in tongues’ is de titel van een onverstaanbaar, maar toch bijzonder mooi nummer van Fish (voorheen de leadzanger van ‘Marillion’). En als ik in mijn enthousiasme luid en duidelijk Hasjie-barrie-kieba!’ roep, kan niemand mij uitleggen wat dat betekent. Spreek ik dan in tongen? Eén van de drie wondertekenen van het Pinksterfeest is het spreken in ‘vreemde talen’. In het Grieks wordt daarvoor het woord ‘gloossai’ gebruikt. Datzelfde woord wordt ook door Paulus gebruikt in zijn brief aan de christelijke gemeente in Korinte. Daar kwam het spreken in onverstaanbare klanken ook vaak voor. Volgens veel gelovigen is er hier niet sprake van vreemde talen, maar van tongentaal. Want het griekse woord ‘gloossai’ kan zowel ‘talen’ als ‘tongen’ betekenen.

HANDELINGEN

In het boek Handelingen is er drie keer sprake van het spreken in ‘vreemde klanken’. Met Pinksteren (Hand. 2:4+11), in het huis van Cornelius (Hand. 10:46) en bij de leerlingen van Johannes de Doper in Efeze (Hand. 19:6). In al deze drie gevallen gaat het om het spreken in vreemde talen (ook al vertaalt de NBV in Hand. 2 ‘gloossai’ met ‘talen’ en in Hand. 10 en 19 met ‘klanktaal’). Petrus zegt in Hand. 10 maar liefst twee keer, dat de gelovigen in het huis van Cornelius op dezelfde wijze de Heilige Geest hebben ontvangen zoals wij destijds (Hand. 10:47 en 11:15). Het is “hetzelfde geschenk” (“op volkomen gelijke wijze” zegt de bijbelvertaling van 1951) als met Pinksteren. Oftewel: ook Cornelius en de zijnen spraken buitenlandse talen. En als in Efeze de Heilige Geest opnieuw wordt uitgestort, mag je er vanuit gaan, dat ook die leerlingen van Johannes de Doper in andere talen gingen spreken (volgens het principe dat je Schrift met Schrift vergelijkt).

1 KORINTIËRS

Maar hoe zit dat met het woordgebruik van Paulus in de brief aan de Korintiërs? Spraken de gelovigen in Korinte af en toe in vreemde talen? Of raakten ze zo vol van de Heilige Geest dat ze in onverstaanbare, hemelse klanken Gods grote daden bezongen? Een belangrijk uitgangspunt is 1 Kor. 14:21. Daar haalt Paulus de woorden van de HERE God aan uit Jesaja 28:11-12. Daarin wordt geprofeteerd, dat er een tijd zal komen, dat de HERE “tot dit volk zal spreken door mensen die vreemde talen spreken, door de mond van vreemdelingen”, maar het resultaat zal negatief zijn, want “zelfs dan zullen ze niet naar Mij luisteren – zegt de Heer.” (1 Kor. 14:21 = Jes. 28:11+12b). Daarom zegt Paulus er meteen bij, in vers 22: ”Klanktaal (de ‘gloossai’) is dus een teken dat niet bestemd is voor de gelovigen maar voor de ongelovigen.”

IN EEN BUITENLANDSE TAAL

Op grond van het boek Handelingen, waar het altijd over vreemde talen gaat als het woord ‘gloossai’ genoemd wordt én op grond van de verwijzing naar Jesaja én omdat Korinte een internationale havenstad was, waar veel buitenlanders en vijandige joden waren, mag je de konklusie trekken, dat ‘tongentaal’ in heel het N.T. hetzelfde is als het spreken in andere talen. Het is een teken voor de ongelovige joden en heidenen, waardoor de Heilige Geest ze ervan wil overtuigen dat het heil van God in Christus gekomen is voor héél de wereld.

VROEGE KERKGESCHIEDENIS

In de vroege christelijke kerk spreken verschillende kerkvaders over het ‘spreken in tongen’

  • Irenaeus (180 na Christus) schrijft, dat men tot in zijn tijd nog steeds, net als in 1 Kor. 14, “vele broeders in de kerk horen die profetische gaven hebben, door de Geest in allerlei talen spreken, de verborgen dingen van de mensen tot het heil aan het licht brengen en de geheimenissen van God vertellen.” In de bewaard gebleven latijnse vertaling staat ‘per Spiritum universis linguis’. Dat geeft aan dat men bij het griekse woord ‘gloossai’ in die tijd dacht aan buitenlandse talen.
  • Tertullianus (200 na Christus) was een kerkvader die op latere leeftijd zich aangesloten heeft bij de Montanisten, een charismatische sekte in die tijd. Hij schrijft over de geestelijke gaven, dat in Jes. 28:11-12 al voorzegd wordt dat God later “in andere talen en met andere tongen” zal spreken. Hij heeft het ook over de gave van extase en geestvervoering en het uitleggen van talen. Het lijkt erop, dat Tertullianus beide vormen (vreemde taal en tongentaal) uit ervaring kende.
  • Chrysostomos (375 na Christus) vraagt zich af, waarom er in zijn tijd niet meer in vreemde talen of tongen wordt gesproken. Want op de eerste Pinksterdag “uitte de een zich direkt in de taal van de Perzen, de ander in die van de Romeinen, een ander in die van de Indiërs, weer een ander in een andere taal, en dit maakte aan de omstanders duidelijk dat het de Geest is die in elk zich uitte.” Vervolgens zegt Chrysostomos, dat niet alleen de apostelen, maar ook de gelovigen deze gave van de talen ontvangen hebben, want “als iemand gedoopt werd, sprak hij direkt in talen, en niet alleen in talen, maar velen profeteerden ook, en sommigen vertoonden ook vele krachten.” Daarbij verwijst hij naar 1 Kor. 12 en 14. Volgens Chrystostomos gaat het zowel in Handelingen als in 1 Korintiërs over het spreken in bekende, buitenlandse talen.
  • Tenslotte heeft ook Augustinus (425 na Christus) het consequent over ‘de talen van de volken’ als het om deze gave gaat. Hij zegt, dat het spreken in vreemde talen een teken van de Heilige Geest is uit de tijd van Pinksteren. Want toen bestond de kerk nog uit één volk, nl. Israel. Maar met Pinksteren liet de Heilige Geest de gelovigen al in alle talen van de volken spreken om aan te geven, dat de kerk “door te groeien onder de volken, zij in de talen van alle volken spreken zou.” Omdat de kerk in zijn tijd inmiddels het Evangelie van Jezus Christus in alle talen van de volken verkondigt, hoeft dit teken nu niet meer gegeven te worden, aldus Augustinus.

Zowel Chrysostomos als Augustinus reppen met geen enkel woord over het spreken in tongen als extatisch taal. De gave van het spreken in vreemde klanken is in hun tijd al verdwenen en zij vatten die op als het spreken in onbekende, buitenlandse talen.

TONGENTAAL VANDAAG

De ervaring van veel christenen om in tongen te spreken keur ik niet af. Zeker niet als het in het persoonlijke leven gebeurt en niet demonstratief in de samenkomsten vertoond wordt, vaak zonder uitleg erbij. Maar zeg er dan wel eerlijk bij: het hedendaagse ‘spreken in tongen’ is niet hetzelfde als het bijbelse ‘spreken in andere talen’.

Hoe kun je het spreken in tongen dan wel positief benoemen? Collega-predikant dr. E.A. de Boer (aan wie ik ook de verwijzingen naar de oude kerkvaders te danken heb) heeft het mij eens zo duidelijk gemaakt: in het persoonlijk gebed en in de lofprijzing kan soms de ‘emotionaliteit’ de overhand krijgen boven de ‘verbaliteit’. Dan gaat het gecontroleerde bidden met het verstand over in het uiten van onverstaanbare en onvertaalbare klanken. Het is dan niet vreemd dat dit als een gave van de Geest ervaren wordt, omdat het hart van de gelovige ook in zulke situaties openstaat voor God en zich in een vorm van lofprijzing tot de Heer richt.

In die richting kun je ook de gave van het spreken in ‘gloossai’ door Paulus in 1 Korintiërs 14 uitleggen (hoewel ik persoonlijk denk, dat het eerder om spreken in andere, bestaande talen gaat). Hij schrijft namelijk: Wie vreemde klanken uit, richt zich niet tot mensen, maar tot God. Niemand verstaat hem, want door de Geest gedreven spreekt hij onbegrijpelijke taal. (vers 2) En: Wie spreekt in klanken, put er alleen zelf kracht uit. (vers 4) Over dat laatste is Paulus niet negatief. Hij is zelfs blij met die gave. Maar hij gebruikt deze gave liever niet in de samenkomsten van de gemeente. Dan is het belangrijker om kennis door te geven of iets te profeteren of u te onderwijzen (vers 6). Vandaar dat Paulus ook zegt: Ik zou willen dat u allen in klanktaal kon spreken, maar ik wil nog liever dat u profeteert. Iemand die profeteert is nuttiger dan iemand die in klanktaal spreekt, tenzij hij uitlegt wat hij zegt, zodat de gemeente er baat bij heeft. (vers 5) En: Daarom moet iemand die in klanktaal spreekt bidden om de gave die te kunnen uitleggen. (vers 13) Dus trekt Paulus de konklusie: Ik heb, God zij gedankt, meer dan u allemaal de gave om in klanken te spreken. Maar tijdens een bijeenkomst wil ik liever vijf woorden spreken met mijn verstand, om anderen iets te leren, dan duizend woorden in extatische klanken. (vers 18+19)

Als je in je eigen geloofsleven momenten kent, dat je in je dank aan God uitstijgt boven de gewone taal, is dat een waardevolle ervaring. Koester die en wees er blij mee. Het is een geschenk van God aan jou persoonlijk. Eén van de gaven die de Geest uitdeelt. Om het persoonlijk geloof te laten groeien. Terwijl andere gaven meer tot opbouw van de gemeente zijn. Die twee gaan altijd samen: de gemeente is er om het persoonlijk geloof te laten groeien. En als het persoonlijk geloof groeit, wil je je ook des te meer inzetten voor de opbouw van de gemeente.

Heaven is for Real – een oppervlakkige film en een aardig dagboek over Colton Burpo’s bezoek aan de hemel

De jongen die in de hemel was is al meer dan 1½ jaar het best verkochte christelijke boek in Nederland. Het heeft veel tongen losgemaakt. De verhalen van een kleuter van bijna 4 jaar over wBurpo jongen hemel 2e drukat hij in de hemel  heeft gehoord en gezien zijn zo bijzonder. Wat je er ook van vindt, ik geloof dat Jezus onze Heer werkelijk in de hemel is. En het verhaal van Colton onderstreept dat voor mij.  Zo schreef ik erover in juni 2013, toen het boek nog tamelijk onbekend was – zie hier. Nu is ook de film Heaven is for Real uitgekomen. En is er een bijbels dagboek van Todd & Sonja Burpo verschenen met 42 ‘inspirerende overdenkingen’ onder de titel De hemel verandert alles.  De film van ruim 1:30 uur heb ik helemaal bekeken en het dagboek heb ik met interesse doorgebladerd.

De kern van het boek vind je niet terug in de film

Over de film valt veel te zeggen. Het begin is wat langdradig, maar inhoudelijk is het knap gespeeld. Met name door Colton die met zijn grote blauwe ogen zo aller-onschuldigst de dingen die hij in de hemel gezien heeft, aan de orde stelt. Ook ben ik blij dat er nagenoeg geen ervaringen van Colton in de hemel zijn nagespeeld. Daar was ik wel even bang voor. Want dan zou een film mijn beeld van hoe het in de hemel toegaat, gaan bepalen. Nu komt alleen de hand van Jezus in beeld en het moment dat Coltons zusje (sprekend haar moeder) hem omhelst. Voor de rest zitten er wat vrijheden in die niet in het boek staan, zoals het bezoek van vader Todd aan een psycholoog die de bijna-doodervaring van Colton wegverklaart (met een slechte vertaling van de Engelse termen ‘extrasensory knowledge’ en ‘circular’) en een dreigend conflict van Todd met zijn kerkenraad.

Heaven is for real movieMijn grote bezwaar tegen de film is, dat het hart uit het boek weggesneden is. Het boek is weliswaar vooral een succes geworden, denk ik, omdat het over de herkenning gaat van z’n ongeboren zusje en z’n overgrootvader die hij nooit gekend heeft. Maar daaronder zit de laag dat Colton, als hij hoort dat iemand gestorven is, bijna hysterisch vraagt: ‘Heeft die meneer Jezus gekend? Droeg hij Jezus in zijn hart? Dat móet, anders komt hij niet in de hemel. ‘ (blz. 82 en blz. 84 van het boek). In de film kom je passage niet tegen. En ook niet dat Colton zegt dat Jezus hem verteld heeft dat Hij aan het kruis gestorven is zodat wij naar zijn Vader kunnen  (blz. 145 van het boek). En dat Jezus heel veel van kinderen houdt is in de film vervlakt tot dat de hemel voor kinderen een hele mooie plek is. In het boek gaat het ten diepste om Jezus. Wie in Hem gelooft, krijgt een plaats in de hemel. De boodschap van de film is veel oppervlakkiger, namelijk: ‘God is liefde.’ Dat blijkt uit de passage waarin Colton een ernstig ziek meisje moed inspreekt door te zeggen: “Het komt goed. Niemand zal je ooit pijn doen”. In het boek zegt hij tegen een oudere, gelovige man die bijna zou sterven:  “Het komt goed. De eerste die u ziet, dat is Jezus.” (blz. 153 van het boek). Dat het geloof in Jezus vervaagt tot ‘God is liefde’  zie je ook bijna aan het eind van de film als dominee Todd een preek houdt. Daarin zegt hij: “Colton was echt in de hemel. Daar heeft hij Jezus gezien. Maar of Jezus je nu hoop geeft of dat je hem wantrouwt, dat geeft niets. Want God wil niet dat we daar allemaal dezelfde visie op hebben. Hij heeft een ander plan. Hij opent harten voor de liefde. Het enige wat ik hoef te doen en wat die liefde nodig heeft, is mensen te vertellen dat ze niet alleen zijn.”  Zo wekt de film de suggestie, dat iedereen in de hemel komt, omdat God vol liefde is. Dat blijkt o.a. uit de passage over de vrouw van wie de zoon op 19-jarige leeftijd als soldaat is omgekomen. Ze is boos op God en jaloers op Todd omdat die zijn zoon Colton wel terug kreeg. Ze vraagt dan: “Denk je dat mijn zoon in de hemel is?” Dan antwoordt Todd: “Denk je dat God meer van mijn zoon houdt dan van de jouwe?” In het boek staat het heel anders. Daar geeft Todd dit als antwoord geeft aan een moeder die een doodgeboren kindje heeft gehad, en dan niet vanwege Colton, maar vanwege het ongeboren zusje dat Colton in de hemel gezien heeft (blz. 184 van het boek).  Dat lijkt me voor gelovige ouders inderdaad een bijbelse troost (D.L. I 17). Maar in de film is elke oprechte liefde van ouders blijkbaar genoeg om in de hemel te komen. En dus is het een oppervlakkige film vanuit christelijk oogpunt bekeken.  Bijzonder jammer en echt een misser dat Jezus, onze Heer, in de film niet de plek krijgt die Hij in het boek nadrukkelijk wel krijgt.

Het dagboek spreekt meer aan dan de filmBurpo hemel verandert alles

In het dagboek komt Jezus wel nadrukkelijk op de eerste plaats te staan. Hoofdstuk 29 heeft als titel Belangrijk! en gaat over de vraag of je alleen in de hemel kunt komen als je Jezus in je hart hebt. Dat is voor Todd Burpo geen vraag, want Jezus heeft het Zelf  gezegd in Johannes 14 vers 6: Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij. Dus zal God zeggen na je sterven: ‘Ken je mijn Zoon, en ben je werkelijk zijn volgeling op aarde? Dan ben je meer dan welkom in mijn huis.’ (blz. 118 van het dagboek). In het dagboek stellen Todd en Sonja op een vlot leesbare manier veel verschillende onderwerpen aan de orde. Elk hoofdstuk begint met een stukje uit het boek ‘De jongen die in de hemel was’. Daarna gaan Todd en Sonja daar wat dieper op in, met verwijzingen naar de Bijbel. Elk hoofdstuk eindigt met een kort ‘nadenkertje’  en een bijbeltekst. Meestal kun je er echt wel wat mee. Soms niet, zoals de opmerking van Todd om fotoboeken van trouwerijen en familiefeestjes als eerste bij een brand mee te nemen, “omdat je op die manier de mensen die je in de hemel opwachten beter zult herkennen.” (blz. 174 van het dagboek).

Als het om echte bijbelstudies over de hemel  gaat, kun je trouwens beter terecht bij Randy Alcorn. Hij is vooral bekend van de boeken  Deadline, Het territorium en Thuiskomst – drie detectiveromans Alcorn hemel boek bijbelstudieswaarin ook beschreven wordt hoe het in de hemel toegaat voor wie als christen gestorven is en in elke boek ook één indringend hoofdstuk voor wie door z’n ongeloof in de hel terecht komt. In het dagboek Hoe zal het in de hemel zijn? staan 50 overdenkingen die een bijbels perspectief op de eeuwigheid geven. Die gaan allemaal meer uit van de Bijbel dan het dagboek van de Burpo’s. Het mooie bij Randy Alcorn vind ik, dat hij nadrukkelijk aangeeft dat niet de hemel, maar het nieuwe Jeruzalem op de nieuwe aarde de plaats van onze bestemming is. Dat element mis ik wel bij het verhaal van Colton, de jongen die in de hemel was.

Kritische vragen mogen terecht gesteld worden

Voor de rest hou ik het hierbij. Er is bijbels-theologisch wel wat kritiek te leveren op het boek, de film en het dagboek van Colton, Todd en Sonja Burpo. Dat heeft bv. Matthijs Haak heel netjes gedaan in zijn oudejaarspreek ‘Heaven is for real’ van 31 december 2014 (na te lezen op zijn weblog http://t.co/WlqNhK79Ki) En ik vraag me af ook af in hoeverre je geloof moet hechten aan het portret van Jezus dat door Akiane Kramarik geschilderd is. Als ze 16 is, geeft ze aan dat haar visie op Jezus de volgende is: een lichtend voorbeeld voor alle mensen, want ieder mens moet op z’n eigen manier de weg naar de waarheid en het licht gaan om zo God te bereiken. Als ze op bijna volwassen leeftijd zo anders over Jezus denkt dan de Bijbel doet, hoe betrouwbaar zijn dan de visioenen die ze als kleuter gehad heeft en waarin ze Jezus heeft gezien? Zie daarvoor bv. zeer kritische reaktie van Marc Verhoeven op http://www.verhoevenmarc.be/PDF/hemelEcht.pdf. Maar zijn artikel heeft hij overgeschreven van Amerikaanse sites die vaak extreem chiliastisch en dus ook erg eenzijdig zijn. Dus blijf ik toch maar bij mijn eerste reaktie op het ervaringsverhaal van Colton Burpo: in het boek (maar helaas niet in de film) wijst hij nadrukkelijk naar de Persoon om wie het in de hemel gaat: Jezus.

 

Heaven is for Real – de film is voor ± € 15,00 overal in Nederland te verkrijgen
Todd & Sonja Burpo, De hemel verandert alles, 2014, Uitgeverij Plateau, Barneveld, € 16,90
Todd Burpo, De jongen die in de hemel was, 2013, Uitgeverij Plateau, Barneveld, € 12,95
Randy Alcorn, Hoe zal het in de hemel zijn?, 2009, Uitgeverij Medema, € 18,95

Als het leven soms pijn doet – gelovig gedenken op Oudejaarsavond

Op Oudejaarsavond wordt in veel gereformeerde (en protestantse) kerken op 31 december in een kerkdienst teruggekeken op het afgelopen jaar. In onze eigen gemeente gedenken we dan de gemeenteleden die in dat ‘jaar des Heren’ zijn overleden. Maar daarnaast (of als er binnen de eigen gemeente niemand gestorven is: in plaats van) kun je ook heel goed meer algemeen een moment van gedachtenis houden. Zo hebben we dat een aantal jaren geleden in onze gemeente gedaan.

Moment van gedachtenis

In deze laatste uren van 2017 beseffen we dat er weer een jaar voorbij is. En we beseffen ook, dat onze tijden in Gods hand zijn. Dat is een rustgevende gedachte bij alle drukte en hektiek. Het is vooral een troostvolle gedachte wanneer we denken aan ouders, broers en zussen en kinderen die de HERE God eerder dan ons uit dit leven weggenomen heeft. Daarom zingen we nu eerst een gedenklied. Daarna ontsteken we de gedenkkaarsen.

Gedenklied: Liedboek 103 : 1, 2, 3 (De heiligen, ons voorgegaan)

 

1e kaars: we gedenken de kinderen die al in de moederschoot, kort na de geboorte of in de kinderjaren door de HERE uit dit leven werden weggenomen.babyvoetjes

U was het die mijn nieren vormde,

die mij weefde in de buik van mijn moeder.

Ik loof U voor het ontzaglijke wonder van mijn bestaan.

Psalm 139 vers 13-14

 

2e kaars: we gedenken alle ouders die ons het leven hebben gegeven en hebben voorgeleefd en nu, vaak op hoge leeftijd, ons zijn voorgegaan.

Het is een troost te weten dat hierna nog iets komt

en dat de stem van de ander niet voor altijd verstomt.

We zien ze niet meer lopen of samen met ons gaan

en toch zegt iets van binnen dat zij dicht naast ons staan.

 

We zien de lege plaats wel, die stoel blijft pijnlijk leeg.Kaars brandend

Er blijft een stilte achter bij wat vaak aandacht kreeg.

Maar toch zegt iets van binnen dat zij er zeker zijn.

Die troost trekt met ons verder en draagt ons door de pijn.

 

Ons wacht een blijde toekomst, waar wij weer hand in hand

gaan langs de gouden stranden van het beloofde land.

Het heimwee ligt dan achter, de zorgen zijn niet meer.

Voor eeuwig zijn we samen in het land van onze Heer!

 

3e kaars: we gedenken alle andere geliefden van wie we in 2017 afscheid moesten nemen en die we zo missen omdat ze ons heel erg dierbaar waren.

God wat een dag,

wanneer de graven opengaan

en al uw kinderen,

reeds jarenlang tot stof vergaan,Voor altijd in mijn hart - Jezus

daar zomaar zullen staan,

stralend en fris

in het schitterend licht

van uw gezicht,

het witte feestkleed aan.

Coosje van Campen

 

4e kaars: we gedenken alle slachtoffers van de vele rampen, oorlogen en ziektes waardoor over heel de wereld en ook in ons land zoveel mensen getroffen zijn.

Als het leven soms pijn doet,

en de storm gaat te keer

in een tijd van moeite en verdriet.

Alsof de zon niet meer opkomt

en het altijd donker blijft

en de ochtend het daglicht nooit meer ziet.
 

Juist op die momenten als het echt niet meer gaat,

laat me merken laat me voelen dat U werkelijk bestaat,

dat uw armen om mij heen zijn en uw liefde mij omgeeft,

dat ik zal zien als ik terugkijk, dat U mij gedragen heeft.

 

Als ik kom met al mijn vragen, roos huwelijk

met mijn twijfels en mijn pijn,

met mijn angst en onveiligheid,

lijkt de hemel soms van koper,

geen gebed komt er doorheen

en ik verstik in onzekerheid.

 

Heer wilt U mij helpen als ik moe ben of verward,

dat het geloof in mijn verstand ook zal leven in mijn hart!

En dat uw armen om mij heen zijn en uw liefde mij omgeeft,

dat ik zal zien als ik terugkijk, dat U mij gedragen heeft.

 

Reni & Elisa Krijgsman – https://www.youtube.com/watch?v=BZMNxvcfNos