MET GOD NAAR DE STEMBUS!

-als christen stemmen of christelijk stemmen–

Afgelopen maandag was ik op weg naar Amsterdam en maakte een tussenstop bij Goedhart in Zwolle. Daar zag ik het boekje Met God naar de stembus! liggen. De schrijfster, Karin de Geest, laat daarin 11 politici aan het woord uit de 9 verschillende partijen die al langer in de Eerste of Tweede Kamer zitten. Alleen D66 heeft geen christenen in beide fracties, dus daarvoor is een partijlid geïnterviewd.

Met_god_naar_de_stembus_1_0Karin de Geest laat eerst zien, dat er goede redenen zijn om je juist als christen met politiek bezig te houden. Namelijk: 1. De politiek bemoeit zich ook met jou (dat spreekt voor zich J); 2. God is politiek actief (Jozef in Egypte, Esther en Daniël in Babel/Perzië, Johannes de Doper, Jezus en Paulus spreken zich uit over politiek); 3. De politiek is een cadeautje van God (‘de overheid is ingesteld door God’ – Romeinen 13:1); 4. Voor naastenliefde heb je politiek nodig (‘Moge de koning recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen, maar de onderdrukker neerslaan’ – Psalm 72:4); 5. Licht van de wereld (die opdracht uit Matteüs 5:14 geldt ook in de politiek); 6. Politiek heeft nut (God gebruikt in de Bijbel vaak kleine, invloedloze personen voor grote veranderingen).

In het tweede hoofdstuk laat ze zien dat christelijke politiek niet betekent dat je elk politiek standpunt rechtstreeks op de Bijbel kunt baseren. Daarom zijn christenen het niet altijd met elkaar eens en zijn ze zelfs niet allemaal lid van een christelijke partij. Want politiek gaat niet alleen over abortus, zondagsrust en homohuwelijk. De Bijbel spreekt over veel meer onderwerpen: armoede, vreemdelingen, oorlog, veiligheid, zorg voor de schepping en nog veel meer. Christelijke politiek is veel breder dan mensen vaak denken. Daarom zijn christenen die actief zijn in de politiek ook niet in te delen in ‘links’ of ‘rechts’.

Hoofdstuk drie is gewijd aan de vraag of je als christen het beste met je persoonlijke overtuiging in de politiek actief kunt gaan of dat je dat beter samen met andere christenen in een christelijke partij kunt doen.

In de volgende vijf hoofdstukken komen de volgende thema’s aan de orde: * abortus, euthaniasie en voltooid leven; * armoede en de verzorgingsstaat; * vreemdelingen en asielzoekers; * milieu en klimaat; * de christelijke identiteit van Nederland. Elke keer geeft de schrijfster de standpunten van de christenpolitici van CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren, PVV, SGP, SP en VVD weer en geeft zelf hele goede samenvattingen.

ChristenUnie SegersIn haar laatste hoofdstuk komt ze tot de conclusie dat onder christenen die politiek aktief zijn, drie onderwerpen vaker terugkeren, namelijk: A) mag je vanuit de Bijbel dingen verbieden of moet je burgers zoveel mogelijk vrij laten in hun keuzes? B) Zijn de bijbelse principes over hoe we om moeten gaan met onze naasten alleen bedoeld voor onze persoonlijke contacten of gelden die ook voor de overheid? C) Roept de Bijbel ons op om vooral goed voor je eigen bevolking te zorgen of ook voor mensen en problemen in de rest van de wereld?

Wat mij opvalt in het boekje is, dat Karin de Geest heel eerlijk alle christelijke politici aan het woord laat komen, maar dat ze zelf tussen de regels door het meeste sympathie heeft voor de mening, dat je als christen het beste tot je recht komt in een christelijke partij. “Want in een christelijke partij gaat het om je diepste drijfveren” citeert ze Gert-Jan Seger van de ChristenUnie. Er zijn namelijk wel degelijk onderwerpern waar een groot deel van de christenen hetzelfde over denkt: de bescherming van het leven van vóór de geboorte, in de diepste dalen en tot in de aftakeling van de ouderdom; het belang van godsdienstvrijheid voor alle Nederlanders en minderheden wereldwijd; de waarde van het gezin en de gelijkwaardigheid van alle mensen. Met die christelijke waarden kun je op onderdelen goed samenwerken met niet-christelijke partijen.

Karin de Geest laat ook zien dat de drie christelijke partijen ook een prima alternatief vormen voor de andere partijen. De ChristenUnie ligt qua standpunten vaak wat dichter tegen de linkse, meer sociale partijen als SP, GroenLinks en PvdA aan, het CDA neemt een positie in rechts van het midden en is daarmee een goed alternatief voor D66, terwijl de SGP een goed rechts-christelijk alternatief is voor de rechts-liberale VVD en de rechts-nationalistische PVV.

Je kunt dus heel bewust en openlijk christelijk stemmen of meer verborgen op een niet-christelijke partij. Ik denk dat het beter is om het eerste te doen. Want op onderdelen kun je de bijbelse normen en waarden niet hoog houden bij de niet-christelijke partijen. Dus zou je als juist als overtuigde christen niet strategisch moeten stemmen, maar op grond van je principes (zoals Arjen Lubach op zondag 5 maart weer eens heel goed duidelijk maakte). Qua politieke ligging heb je keus uit drie christelijke partijen, twee expliciet Bijbels (ChristenUnie en SGP) en één wat meer vanuit algemeen christelijke principes (CDA). Oftewel, om af te sluiten met een duidelijke stelling:

Als je als christen niet op een christelijke partij stemt, moet je ook niet klagen dat Nederland steeds minder christelijk wordt.

Vol gas in het Lagerhuis!

In de derde ronde van het Lagerhuis ging het er stevig aan toe. Alleen stond ik zelf niet zo stevig, viel mij op. De opstelling was een beetje veranderd, dus was ik nu als vijfde en laatste op de eerste rij geplaatst. Ik kon daar aldoor lekker op de leuning van de bank hangen, ook als ik weer eens stond. Alleen was al dat gewiebel geen gezicht van achteren. Genoeg daarover. Het ging uiteraard om de diskussie. En die was er! Met dank aan Sybrand Buma van het CDA en Jesse Klaver van GroenLinks. Wat dat laatste betreft: gek eigenlijk dat de lijsttrekker van een partij met maar drie zetels in de Tweede Kamer opeens weer zoveel aanhang en dus aandacht krijgt! Wat doet Gertjan Segers van de ChristenUnie dan verkeerd, vraag ik mij af? Maar goed, daar gaat het hier niet over. Snel naar de stellingen.

1. Turkse politici mogen hier geen campagne voeren

Dit was, zoals gebruikelijk, de eerste stelling, gebaseerd op de actualiteit. De minister van buitenlandse zaken van Turkije wil in Nederland en Duitsland campagne voeren voor een referendum die aan premier Erdogan bijna absolute macht geeft. Het viel mij op dat bijna iedereen hier op tegen was en het dus met de stelling eens was. De Turkse moslima hing nog even de andere kant op, maar gaf ook aan dat ze niet ging stemmen voor een Turks referendum, omdat ze meer Nederlands was. Twee andere panelleden vonden dat we de Turkse minister maar moesten laten komen en dan stevig in debat moesten gaan (zoals ook het hoofdcommentaar van het Nederlands Dagblad van dinsdag 7/3 voorstelt). Ik ben DWDD met Harmendaar niet voor. Daar zijn twee redenen voor. De eerste werd heel goed door Buma van het CDA verwoord: Turkijke moet niet doen alsof de Turken die hier in Nederland wonen, nog Turken zijn. Het zijn Nederlanders met een Turkse achtergrond en vaak nog een Turkse nationaliteit. En als Turkse Nederlander moet je het ook niet willen, dat het land van je verleden nog invloed op je wil uitoefenen. Verder vind ik zelf dat een ander land best z’n eigen burgers in het buitenland actief mag benaderen als er verkiezingen zijn. Niemand had het een probleem gevonden als Hillary Clinton en Donald Trump naar Nederland waren gekomen om de Amerikaanse expats toe te spreken. Maar hier gaat het over iets anders, namelijk een staatsoffensief van een enge man die de absolute macht naar zich toe probeert te trekken. Een enge man die ontkent dat in Turkije 100 jaar geleden  20% van de bevolking (namelijk alle Armeense, Assyrische en Griekse christenen) met geweld zijn verdreven en vermoord d.m.v. een echte genocide; een enge man die permanent oorlog voert met de 10% van zijn eigen bevolking die tot de Koerden behoren; een enge man die bezig is de seculiere Turken al hun vrijheden te ontnemen; en een enge man die alle religieuze Turken die het niet met hem eens zijn als terroristische Gülen-aanhangers uit hun functies ontslaat en zonder vorm van proces in de gevangenis gooit. Zo’n persoon moeten we in Europa niet de gelegenheid geven om door middel van een staatsoffensief op buitenlandse bodem nog meer macht naar zich toe te trekken. Zeker niet als hij het in z’n hoofd haalt om het huidige Duitsland van nazi-praktijken te beschuldigen. Ik zie eerder parallelen tussen het huidige Turkije en nazi-Duitsland: via verkiezingen komt er iemand aan de macht die het land totaal verdeelt en in een enorm gewelddadige crisis stort. Daarom vind ik Erdogan een enge man, om wie je soms maar beter lachen kan:  ‘Erdowie, Erdowo, Erdowan’.

2. Er moet een maatschappelijke dienstplicht ingevoerd worden

Deze stelling kwam van het CDA. Paul Witteman ging eerst nog even in op het voorstel van Sybrand Buma om op de basisschool weer het Wilhelmus uit het hoofd te leren. Witteman probeerde Buma nog even te verleiden tot het opzeggen van het zesde couplet, maar daar trapte Sybrand niet in. Terecht, denk ik, want dat zou weer een sneer richting het christelijk geloof opgeleverd hebben, ben ik bang. Overigens vind ik het een goed voorstel, vooral omdat Buma er duidelijk bij zei, dat het niet elke week met gehesen vlag en de hand op het hart gezongen moest worden (zoals de PVV afgelopen najaar voorstelde), maar gewoon regelmatig geoefend. Dat laatste is meer dan terecht: als je echt blij bent met Nederland, hoor je het volkslied ook uit je hoofd te kennen – vooral couplet 1 en als christen ook couplet. Maar goed, de stelling ging dus over de maatschappelijke dienstplicht voor jongeren. Daar ben ik in principe voor. Maar dan niet met de reden die Buma net even te vaak noemde: randjongeren een beetje normen en waarden bijbrengen. Ook niet om de reden die in het debat vaak genoemd werd: wat terugdoen voor de maatschappij. Nee, wat mij betreft is de reden vooral, dat je meer ziet van de maatschappij en met andere mensen leert samenwerken dan uit jouw eigen kringetje. Dat was ook de motivatie achter de maatschappelijke stage van 2011 – 2015. En zo heb ik het zelf ook ervaren als jongere: christelijke basisschool, gereformeerd lyceum (zo heette het Gomarus toen) en theologie studeren in Kampen was een redelijk eenzijdig circuit waarin ik me als gereformeerde jongeling bewoog. De zeven jaren waarin ik in de zomer- en kerstvakanties onder in het Rooms Katholieke Ziekenuis werkte, afdeling schoonmaak & transport, lieten me een heel andere kant van de samenleving zien: dikke rooien en dikke nationalisten die toen zeker SP en PVV gestemd hadden als die toen al hadden bestaan.  Natuurlijk zitten er wel wat haken en ogen aan zo’n maatschappelijke dienstplicht. Toch vind ik het een goed idee om als jongere tegen minimumloon een half jaar in de samenleving actief te zijn. Zeker als, zoals de ChristenUnie voorstelt, je daarmee een deel van je studieschuld kunt afbetalen. Overigens: als het vooral om ‘iets terugdoen voor de samenleving’ gaat, is het ook nog wel een idee om de maatschappelijke dienstverlening van een half jaar pas te vervullen in de eerste twee jaar dat iemand met pensioen gaat.

3. In de komende kabinetsperiode moeten alle kolencentrales dicht

Veel panelleden waren blij dat GroenLinks met deze stelling kwam. Eindelijk kwam het milieu op de agenda! Op zich ben ik het daarmee eens. Maar we hebben in Nederland nog maar vijf kolencentrales en er is al afgesproken dat de laatste in 2035 dicht gaat. Dus ik vind het vooral symboolpolitiek van Jesse Klaver om andere groene partijen zoals de ChristenUnie op links te passeren. Bovendien, en dat heb ik, als je het vergelijkt met hoe het er een paar uur later bij Pauw&Jinek aan toe ging, heel netjes  onder woorden gebracht: Jesse Klaver komt met een totaal verkeerde stelling als het over energie gaat. Wat nu, in 2017, absolute prioriteit heeft is dit: HET GAS MOET ERAF IN GRONINGEN! Hoewel de Groningers bij Pauw&Jinek zich tegenover Mark Rutte niet heel erg netjes gedroegen, hadden ze groot gelijk dat de landelijke politiek de toestand en de gevoelens in Groningen totaal negeert. De VVD wil in haar verkiezingsprogramma de gaskraan pas dichtdraaien als uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat dat echt nodig is. Dat is toch een schandalig standpunt! Volgens mij onderstreept dat pas goed, dat minister Kamp totaal niet heeft begrepen wat er in Groningen leeft en beeft. Het CDA wil de Groningers vooral royaler laten delen in de aardgasopbrengsten. Alsof dat het grootste punt is bij ons in het Noorden! En de rest van de partijen laat zich niet uit over hoe ver de gaskraan moet worden dichtgedraaid, op GroenLinks, PvdD, SP en ChristenUnie na. GroenLinks wil van ruim 45 miljard kuub naar maximaal 21 miljard. Op mijn kritische vraag zei hij zelfs naar 12 miljard te willen, maar dat staat niet zwart op wit in het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Alleen de PvdD, SP en de ChristenUnie zeggen hardop dat ze terug willen naar 12 miljard kuub. SP en ChristenUnie  waren dan ook de enige twee partijen waarvan de lijsttrekker wél aanwezig was op dinsdag 7 februari in Groningen. En, toegegeven, Liesbeth van Tongeren van GroenLinks heeft ook veel voor Groningen gedaan en werd daarvoor in eerste instantie door haar partijbestuur beloond met een onverkiesbare plaats op de lijst. Voor Groningers is de keus op 15 maart dus niet moeilijk: SP, Liesbeth of ChristenUnie. Zie hier voor de visies van alle politieke partijen over de gaswinning in Groningen.

4. Bedrijven moeten meer belasting gaan betalen

Tsja, wat dit was nou echt zo’n stelling waarin Buma en Klaver heerlijk langs elkaar heen praatten. Klaver wilde de multinationals harder aanpakken. Buma wilde juist minder lasten voor het midden- en kleinbedrijf. Met beiden was ik het eens. Maar om nou in je eentje als Nederland alle multionationals aan te pakken? Daarmee win je niets, want dan gaan naar een ander land toe. Zoiets moet je dus Europees aanpakken, lijkt mij. En tot zolang ben ik blij dat mijn favoriete band U2 in Nederland gevestigd is. Misschien is het alleen maar een postbusadres, maar met een beetje geluk levert het toch nog wat aan belastinggelden en werkgelegenheid op.

Volgende week komen Emiel Roemer en Alexander Pechtold langs. Dat zal ook wel weer pittig debat worden, verwacht ik. Als het aan mij ligt, wordt met name Pechtold aan de tand gevoeld over de druk die D66 legt op burgers die vóór het leven zijn, ook als dat geen volmaakt of gemakkelijk leven is. En inderdaad, Harmen was er ook bij zoals iedereen overduidelijk heeft kunnen zien!

Meedoen in Nederland – Lagerhuis avond 2

Soms zit het mee, soms zit het tegen. Dat geldt ook voor de debatten in het Lagerhuis. Afgelopen maandag ging het er volgens mij wat roeriger aan toe  dan de eerste keer. Zelf kwam ik ook een paar keer aan het word. Iets minder scherp dan de vorige keer, vond ik zelf. Maar ik kreeg wel meer gelegenheid om een christelijk geluid te laten horen. Leuk is ook, dat het Dagblad van het Noorden anderhalve week geleden Ewout Klok als eerste Noorderling introduceerde en vandaag mij als tweede Noorderling uitgebreid interviewde: Dominee van Peelo roert zich in Lagerhuis

Als politici waren deze keer Sylvana Simons van Artikel1 en Thierry Baudet van Forum voor Democratie aanwezig. Persoonlijk vond ik dat ze allebei niet overtuigend overkwamen. Sylvana Simons herhaalde alleen maar eigen standpunten en schoof in het één-op-één debat Thierry Baudet voortdurend dingen in de schoenen die hij niet gezegd had. Thierry Baudet vond ik erg met zichzelf zelfingenomen en niet bereid om naar anderen te luisteren. Als Paul Witteman hem het woord ontnam, bleef hij steeds maar gewoon verder praten. Maar goed, tot zover over de beide politici. Nu over naar de stellingen.

1. De Nederlandse identiteit bestaat niet

Deze stelling maakte vel discussie los. Ik was het er niet mee eens. De Nederlandse identiteit is volgens mij gevormd door de christelijke culturele traditie. In Nederland is iedereen gelijkwaardig. We waarderen, gunnen en geven elkaar de vrijheid. Iedereen mag zichzelf zijn. En we proberen elkaar vast te houden en mensen bij elkaar te brengen. Ik zei er nog bij, dat dit voor iedereen geldt, of je nu gelooft of niet. Het gaat er niet om of je christen bént, maar  dat we samen in deze traditie staan. Je zag meteen dat een moslima en een feministe zich hier niet in herkende of buitengesloten voelden. Maar iemand anders zei heel terecht, dat moslims zich in Nederland zich prima thuis kunnen voelen en er echt bij horen, maar dat de islamitische cultuur en traditie toch nog echt niet goed aansluiten bij de Nederlandse identiteit. Misschien dat dat over 100 jaar anders is, maar dan moet er nog wel wat gebeuren.lagerhuis-karine

2. De tegenprestatie in de bijstand moet afgeschaft worden

Deze stelling kwam van Sylvana Simons. De meeste panelleden waren het hier niet mee eens. Want het is belangrijk dat mensen die in de bijstand zitten, niet vereenzamen en toch, waar het kan, zich zinvol kunnen inzetten in de maatschappij. Misschien juist wel als het om mensen gaat die niet helemaal mee kunnen komen en nu toch een stukje eigenwaarde en waardering ontvangen. Maar telkens als het om die tegenprestatie ging, riep Sylvana Simons: ‘Maar iedereen heeft toch recht op een menswaardig bestaan?’ Alsof een aantal uren per week actief bezig zijn mensonterend is! Zelf noemde ik het voorbeeld van plaatsen waar de ChristenUnie in het bestuur zit. Daar wordt heel zorgvuldig omgegaan met het eisen van tegenprestaties. Bv. als iemand 100% arbeidsongeschikt is, als iemand al veel vrijwilligerswerk of mantelzorg doet of als een alleenstaande moeder jongere kinderen heeft. Daarnaast wordt er gekeken naar wat iemand kan. Iemand met twee linkerhanden moet je niet in het buurthuis laten klussen, maar het papierwerk laten doen of de catering. Wat ik niet heb kunnen zeggen is, dat er wel een risico aan een verplichte tegenprestatie zit, namelijk dat er bepaalde banen door kunnen verdwijnen. Dat mag nooit de bedoeling zijn.

3. Nederland moet een bindend referendum invoeren

Dit was de stelling van Thierry Baudet. Hij deelde zelfs gratis zijn boek ‘Breek het partijkartel – de noodzaak van referenda’ uit. Gelukkig waren de meeste panelleden het niet eens met deze stelling. Helaas kwam ik er niet tussen, want ik vind het echt een belachelijk idee om bindende referenda in te voeren. Ik had graag in staccato mijun drie argumenten willen noemen. A) We hebben de meest direkte demokratie van de hele wereld. Er is geen kiesdrempel zoals in Duitsland (5%) en Turkije (10%). We hebben geen kiesdistricten zoals in Engeland en Amerika. Samen kiezen wij één keer in de vier jaar een Tweede Kamer en een gemeenteraad. Dat is een hele eerlijke afspiegeling van wat wij als Nederlanders samen vinden. Op grond daarvan komt er een regering of een college va B&W. Daarmee moeten we het in principe vier jaar doen. Als ze het in Den Haag of in onze woonplaats goed doen, belonen we hen bij de volgende verkiezingen. Als we ontevreden zijn, stemmen we hen weg. Die verkiezingen, eens in de vier jaar, zijn een bindend referendum. B) Als je over allerlei onderwerpen een referendum gaat houden, wordt het land onbestuurbaar. Want dan gaan one-issue-partijen zich helemaal op één los item richten. Vaak nog met een dubbele agenda, zoals Thierry Baudet, die eerst zei dat het laatste referendum echt over het Oekraïne-verdrag ging, maar al snel zei, dat het een stem vóór of tégen de Europese Unie was. Of puur om onrust te stoken, zoals Jan Roos, die in z’n matrozenpak gewoon even de landelijke politiek wou treiteren. Als wij als bevolking over elk onderwerp apart een mening moeten hebben, kan een regering of een gemeentebestuur nooit meer dingen tegen elkaar afwegen of keuzes maken die soms pijn doen. C) Het houden van referenda holt het vertrouwen in de politiek nog verder uit, denk ik. Neem bijvoorbeeld hoe D66 al 3x plaatselijk op de uitkomst van een referendum over winkelopenstelling op zondag reageert. Als groot voorstander van een referendum wist D66 niet hoe snel ze de bevolking moest adviseren om thuis te blijven, of elk jaar opnieuw in de gemeenteraad toch met een nieuw voorstel te komen om de winkels op zondag open te krijgen, of de uitkomst zo te manipuleren dat in de  grote kernen de winkels wel open gingen en in de kleine dorpen niet.  En met het Oekraïne-referendum net zo: ook al was maar 20% tegen (precies net zoveel als SP en PVV aan zetels hebben) en heeft Mark Rutte volgens een ruime meerderheid van de Tweede Kamer én de bevolking het allemaal goed uitonderhandeld , de suggestie wordt nu gewekt dat de politiek slecht naar de kiezer luistert.

4. Er moeten quota voor vrouwen en allochtonen komen voor bewindspersonen en overheidspersoneel.

Ook hier was de meerderheid van de panelleden het niet mee eens. Ik ook niet. Het is een omgekeerde vorm van discriminatie. Bovendien: waar begin je aan? Moet er  dan in Friesland een quotum voor Fries-sprekende mensen komen? En krijgen wij in het Noorden dan minder allochtonen in overheidsdienst, omdat er procentueel veel minder allochtonen in het Noorden wonen dan in de Randstad? Belangrijker vind ik, dat we in Nederland wél gelijkwaardig zijn, maar níet gelijk. Dus moet je selecteren op kwaliteit. Ik noemde het voorbeeld van de politiek en de kraamzorg. Waarom willen sommige partijen (GroenLinks bv.) dat er evenveel vrouwen als mannen in de politiek en in de regering moeten zitten, maar pleit niemand voor een verdeling van 50/50 in de kraamhulp, vroeg ik me af. Misschien was dat laatste een beetje een slecht voorbeeld en had ik beter het voorbeeld van vrachtwagenchauffeur of garagemonteur kunnen noemen. Waar het me om gaat is, dat je niemand mag buitensluiten. Maar dat je ook niets moet forceren. Zeker niet als het om vrouwenquota gaat. En als het om allochtonen gaat, moet je vooral discriminatie en achterstelling aanpakken. Maar ook, zoals mijn mede-noorderling denk ik terecht zei, de mentaliteit van sommige allochtonen die bij elke afwijzing meteen roepen: ‘Het is vanwege mijn afkomst!’ Toen ik ’s avonds terug naar huis reed en nog even bij Hoogeveen een klokje benzine in de auto goot, werd ik vriendelijk geholpen door een medewerkster met een Molukse achternaam.

Wordt vervolgd op maandag 6 maart met Sybrand Buma van het CDA en Jesse Klaver van GroenLinks. Die laatste staat in de peilingen wel hoger dan de ChristenUnie, maar heeft in de Tweede Kamer toch echt maar drie zetels.

 

Verwende pensionado’s in het Lagerhuis

Kom er maar eens tussen in de discussies in het Lagerhuis! Op het laatste moment vroeg DWDD mij als ‘orthodox christen’ of ik één van de 20 debaters wou worden. Nou, vooruit dan maar.  Al was het alleen maar om te laten horen dat een orthodox-christelijke dominee geen zwartrok is, maar best een redelijk geluid kan laten horen. Maar daar krijg je dus niet altijd de tijd voor. Dus hier volgen nog een keer de stellingen en wat ik nog meer had willen zeggen als 19 anderen wat langer stil waren gebleven :-).

Op vrijdag 17 februari was de live-voorstelling van het 20-koppig panel in DWDD. Dit zijn we: https://twitter.com/dwdd/status/833631442026512384. Er was ook een stelling:

0. Straatintimidatie moet verboden worden

Dit was n.a.v. het verbaal lastig vallen van vrouwen door middel van sissen, belediging en bedreiging. Wat mij betreft een goede zaak, ook al is het moeilijk te handhaven. Maar dan nog gaat van strafbaarstelling een positief signaal uit. Volgens sommigen moeten vooral vrouwen weerbaarder gemaakt worden. Dat vind ik ook, maar voor je het weet krijgen vrouwen de schuld dat ze te weinig weerbaar zijn. Overigens zou de overheid wel meer dingen strafbaar mogen stellen, zoals vrouwonvriendelijke reklame. En ook meer dingen moeten handhaven, zoals het verbod op het roken van joints en het drinken van alcohol op straat.

Op maandag 20 februari was de eerste echte Lagerhuis-avond met als gasten Lodewijk Asscher van de PvdA en Henk Krol van 50Plus. Asscher was een zeer beleefde gesprekspartner en Henk Krol een zeer ongenuanceerde schreeuwlelijk. Gelukkig greep Paul Witteman in toen Krol tegen Asscher zei: ‘U liegt dat u barst!’ (over de 12 miljard Euro die het terugdraaien van de AOW-leeftijd naar 65 jaar zou kosten – objectief doorgerekend door het Centraal Planbureau waar alleen PVV, PvdD en 50Plus hun verkiezingsprogramma’s niet wilden laten doorrekenen). Die stellingen van de avond waren de volgende:

1. Leren carnaval vieren is het toppunt van integratie in Nederland

Omdat de dag ervoor in ‘Zondag met Lubach’ het over Geert Wilders ging, heb ik gezegd dat volgens mij als noorderling niet het carnaval , maar een bezoek van nieuwe Nederlanders samen met Geert Wilders aan De Efteling volgens mij de beste manier van integreren is. Anderen gingen erg serieus op de stelling in en vonden het helemaal niet nodig om dit soort dingen aan nieuwe Nederlanders te leren. Dat vind ik niet. Om te integreren moet je ook plaatselijke / regionale culturele gewoontes leren kennen en meemaken, zoals het bloemencorso in Eelde, de TT in Assen en de Elfstedentocht in Friesland. Maar goed, de gelegenheid om dat te zeggen kreeg ik niet.

2. ‘Gepensioneerden zijn fors in koopkracht achter gebleven en dat moet snel gerepareerd worden’

Deze stelling had Henk Krol van 50Plus ingediend. Een waardeloze stelling volgens mij,  want in 2015 zijn de gepensioneerden er gemiddeld 0,1% in koopkracht op achteruit gegaan. De rest van Nederland ging er weliswaar gemiddeld 0,4% tot 2,6% op vooruit, maar de stelling van Krol klopte dus echt niet. Zijn schema liet dat ook zien: een rode, stijgende lijn voor de rest van Nederland en een zwarte lijn voor de ouderen die vlak was – geen forse daling dus! Toen Krol alleen maar bozer werd omdat bijna het hele panel hem ‘de rattenvanger van de ouderen’ vond, haalde ik een echtpaar van in de 80 aan die vond dat hun generatie er alleen maar op vooruit gegaan was en dat ze niet meer gewend waren om er ook op achteruit te gaan. Dus zei ik, dat er veel verwende pensionado’s zijn die meer aan hun eigen portemonnee denken dan aan kleinkinderen die een grote studieschuld moeten opbouwen of maar steeds geen vaste baan krijgen. Wat ik nog had willen zeggen is, dat het christelijk uitgangspunt is om solidair met elkaar te zijn in plaats van voor jezelf te gaan. En ook, dat veel jongeren het helemaal zat zijn dat het in de verkiezingen steeds over ouderen gaat, terwijl voor ouderen de levensstandaard en de zorg in Nederland tot de hoogste ter wereld behoort.  Dat vinden ouderen zelf ook, want ze geven zichzelf een 8 als het om de kwaliteit van leven gaat.

3. ‘Elke werknemer heeft er recht op buiten werktijd onbereikbaar te zijn’

Met deze stelling kwam Lodewijk Asscher van de PvdA. Ik kwam er niet tussen, omdat veel ondernemers vonden dat ieder bedrijf hier zelf afspraken over moest maken. Ik had willen inbrengen dat dit afhangt van de baan die je hebt. Maar het is wel belangrijk om hier meer over vast te leggen, want werknemers hebben recht op een privé-leven. Als je met je kids op zaterdag iets doet, moet je niet door je baas gestoord worden. Maar het probleem ligt dieper: er is veel onzekerheid en stress bij mensen omdat ze steeds maar geen vaste baan krijgen en omdat ze altijd en overal bereikbaar of open moeten zijn. Volgens mij is het veel beter om daarom weer af te spreken dat we samen één dag per week rusten van ons werk. Dan kan wie sporten wil, sporten en wie naar de kerk wil gaan , naar de kerk. En gaat iedereen op maandag weer relaxed naar zijn of haar werk.

4. Als de PVV de AOW terug wil brengen naar 65, dan is dat een prima coalitiepartner

Deze stelling bracht Paul Witteman in, omdat Henk Krol dit in de pers gezegd had. Meteen begon Henk Krol te draaien (‘alleen als de PVV haar migratiestandpunt verandert’) en tegen Asscher voor leugenaar uit te maken. Mijn eerste gedachte bij deze stelling was, dat dit precies de reden is om tegen one-issue-partijen als 50Plus te zijn. Ze hebben maar één stokpaardje en als het nodig is willen ze zelf wel een bondje met de duivel sluiten en hun schoonmoeder verkopen om hun doel te bereiken. Maar ik dacht ook: PVV en 50Plus passen heel goed bij elkaar. Ze sluiten delen van de bevolking uit – de PVV minderheden en 50Plus jongeren en studenten. En ik had willen zeggen, dat je daarom volgens mij veel beter bij je eigen overtuiging kunt blijven dan strategisch te gaan stemmen op een one-issue-partij of om te voorkomen dat een andere partij de grootste wordt. Als minder mensen vier jaar geleden strategisch gestemd hadden, was er een derde partij nodig geweest voor een regering. Dan had ook een kleinere partij meer invloed gehad, zoals vroeger D66 of de ChristenUnie toch deel uit maakten van het kabinet.

Terugkijkend op de eerste avond: leuk om te doen, moeilijk om elke keer je punt te maken, iets te weinig een vrolijk-orthodox-christelijk geluid te laten horen en nog meer respect voor de persoon van Lodewijk Asscher, terwijl Henk Krol voor mij nu echt door de mand gevallen is. En nu óp naar ronde twee!

500 na Luther: liever vernieuwing dan Reformatie

programma-luther500In 2017 wordt een jaar lang aandacht besteed aan 500 jaar Reformatie. Op 31 oktober 1517 spijkerde de monnik Maarten Luther 95 stellingen op de deur van de slotkapel van Wittenberg. Deze gebeurtenis wordt gezien als het begin van de Reformatie in Europa. In Assen organiseert de werkgroep ‘500 na Luther’ een jaar lang verschillende activiteiten (zie www.500naLuther.nl). Op donderdag 14 februari komt prof. dr. Herman Selderhuis in GKV ‘Het Noorderlicht’ spreken over de betekenis van Luther voor de kerk van vandaag en morgen onder de titel Kerk op de pauzknop. Deze thema-avond is vrij toegankelijk voor iedereen die belangstelling heeft in dit onderwerp. Klik op de link voor mee informatie en wees welkom!

Waarom het belangrijk is om stil te staan bij de betekenis van Maarten Luther voor brengt prof. Selderhuis onder woorden in het volgende artikel dat ik hier met zijn toestemming mag plaatsen.

Liever vernieuwing dan Reformatie                

Oubollig

luther-95-stellingenDe Reformatie lijkt iets uit een ver verleden en dat is ook zo. Binnenkort wordt zelfs de 500e verjaardag gevierd en dat maakt al wel duidelijk dat die Reformatie stokoud is. Die verjaardag lijkt vooral een bejaardenfeestje voor mensen die geschiedenis leuk vinden of voor mensen die graag alles bij het oude laten, en daar zijn er heel wat van, zeker in de kerk. Reformatie klinkt oud en oubollig en is niks voor mensen van vandaag, en al helemaal niet voor jonge mensen. Het gaat allemaal over Luther die in het klooster over een Bijbel struikelt, er dan achter komt dat goede werken ons niet verder helpen maar alles van Gods genade afhangt, en die vervolgens veel bier drinkt en nare dingen over Joden vertelt. Wat moet je daar vandaag nu mee?

Fit

Gelukkig ligt het wel een beetje anders en valt er ook wel iets meer te zeggen. Allereerst was Luther een monnik die tot de jongere generatie behoorde en kenmerkend voor jongeren in de kerk is dat ze nogal eens vragen of het niet eens tijd wordt voor verandering. Dat vond Luther dus ook. Hij vroeg zich echt af of alles wat gezegd en gedaan werd nog wel klopte met wat God in de Bijbel zegt. En nadat hij zich dat een tijdje had afgevraagd kwam hij tot de overtuiging dat het helemaal geen vraag was. De kerk moest rap en grondig vernieuwd worden. In de loop van de tijd waren er zoveel tradities en gebruiken ingeslopen dat mensen waren gaan denken dat die regelrecht uit de Bijbel kwamen. Geloven was knap ingewikkeld worden. Christus werd vooral als angstaanjagende rechter voorgesteld. De preek ging meer over de hel dan over de hemel. De kerkdienst was voor een gewoon mens niet te volgen en de leiding van de kerk was meer met geld en ander eigen belang bezig dan met het wel en wee van de kerkmensen. Luther wilde terug naar de basis, hij wilde veranderen en vernieuwen, hij wilde dat kerk en geloof weer aantrekkelijk werden. Wat dat betreft zou Luther vandaag naast mij in de kerk kunnen zitten.

God

luther1Wat Luther vooral wilde veranderen was de verhouding tussen God en mens. Hem was geleerd dat zelfs als hij heel goed z´n best deed de kans heel klein was dat hij in de hemel zou komen. Geloven was een puntensysteem geworden waarbij je punten kreeg voor goede werken en er puntenaftrek was als je zondigde. En niemand wist hoeveel punten je moest hebben om het weer goed met God te krijgen. Luther was iemand die heel goed z´n best had gedaan maar hij kreeg een hekel aan God omdat Luther vond dat God het onmogelijke van een mens vroeg. Toen kwam Luther tot het inzicht dat het precies andersom was. Niet wij moeten zorgen dat het weer goed komt tussen God en ons, maar God heeft daar in Christus zelf al voor gezorgd. Wij hoeven dat alleen maar in geloof aan te nemen. Luther zei dat toen hij dat een keer inzag het was alsof de deur naar het paradijs voor hem openging. Luther bevrijdde het geloof van stress en krampachtigheid, liet de mensen weer zingen van blijdschap en goede daden veranderden van zware klus tot mooi werk. Mensen zijn ontzettend zondig maar God is gelukkig ontzettend genadig. Christus wil met ons ruilen. Hij wil onze zonde en schuld wel hebben en in ruil daarvoor geeft Hij ons gerechtigheid en eeuwig leven. Die boodschap is niet oubollig maar super actueel en het zou de kerk en ons geloof goed doen om na 500 jaar maar weer eens naar Luther te luisteren.

En nog meer

Door deze nieuwe verhouding tussen God en mens, veranderde er nog heel veel meer. Luther zorgde voor een nieuwe bezinning op gezin en opvoeding, op onderwijs en wetenschap, op huwelijk en seksualiteit, op de verhouding tussen geloof en politiek. Allemaal thema´s dus die vandaag volop aan de orde zijn en omdat Luther steeds terug gaat naar wat de Bijbel hierover zegt valt er best veel van hem te leren.

Probleem was wel dat lang niet iedereen het met hem eens was. Dat zorgde ervoor dat de kerk scheurde en naast katholieken protestanten ontstonden. Dat zorgde er ook voor dat Luther moest nadenken over wat de kerk eigenlijk is en hoe het in de kerk aan toe moet gaan. Gewoon opnieuw nadenken over de kerk, de preek, de ambtsdragers, de liturgie, catechisatie en ga zo maar door. Dat is interessant voor mensen die dat vandaag ook weer willen. Wij zijn niet de eersten die nadenken over hoe de kerk het beste kerk van Christus kan zijn en daarom is het wel zo verstandig eens te luisteren naar wat anderen voor ons daarover gezegd hebben. Dat geldt ook voor de problemen in deze wereld. Omdat Luthers volgelingen niet overal getolereerd werden, kwam er in de zestiende eeuw een vluchtelingenstroom op gang en moest er nagedacht worden over tolerantie en hulpverlening. Ook toen was er een kloof tussen arm en rijk en werd van christenen gevraagd hoe ze goed met hun geld om konden gaan. Door Luthers nieuwe manier van geloven kreeg de zorg voor mensen in nood kreeg een heel ander uitgangspunt. Niet langer waren mijn gaven aan armen en andere mensen in nood vooral bedoeld om verdiensten bij God te krijgen. De boodschap van genade betekent dat ik de handen vrij krijg om mij uit liefde voor de naaste en uit dankbaarheid aan God voor de nood in de wereld in te zetten.

Minder

herman_selderhuis_en_refo500-1Nu heeft Luthers Reformatie niet alleen maar voor vernieuwing en verbetering gezorgd. Wat Luther bijvoorbeeld over Joden zei is verschrikkelijk. Anderen in zijn tijd deden dat weliswaar ook maar dat maakte het niet minder erg. Zo kan 500 jaar Reformatie ons ook leren wat we vooral niet moeten doen en ons nederig maken over wat onze voorouders in Gods Naam verkeerd hebben gedaan. Maar ook die minder mooie zaken makenduidelijk dat de Reformatie ons ook vandaag nog heel wat te zeggen heeft want ook vandaag moeten wij nadenken over tolerantie, over geloof en politiek. Immers, religie is het onderwerp van de dag. Daar kan Luther over meepraten.

 

ECHTSCHEIDING – alle seinen staan op groen

Je hebt echtscheidingen en vechtscheidingen. Vorige week las ik in De Volkskrant een artikel over de dramatische gevolgen van een vechtscheiding voor kinderen. Met als dringend advies: Huil niet empatisch mee met de vechtende ouders, maar dwing ze met de kinderen rekening te houden.

Ik denk dat een echtscheiding bijna nooit de juiste weg is. En de meeste christenen vinden dat ook. Want Mozes, Jezus en Paulus zeggen in drie totaal verschillende culturen exact hetzelfde zeggen, namelijk: ‘Gij zult niet echtbreken, want wat God samengevoegd heeft, echtscheiding-beloftenmag een mens niet scheiden.’ Die bijbelse heeft God ingesteld in het paradijs en die handhaaft Hij in alle tijden en culturen. Dus geldt die richtlijn ook onverkort voor ons vandaag. Toch eindigt bijna 40% van de huwelijken in Nederland in een echtscheiding. In christelijke kringen ligt dat beduidend percentage lager, maar het zou me niet verbazen als ook 1 op de 10 huwelijken binnen onze gereformeerde kerken in een echtscheiding eindigt.

De vier stoplichten

Verkeerslichten 4xIk heb wel een verklaring  waarom ook christenen steeds vaker met echtscheiding te maken krijgen. Ik wil dat graag proberen te verduidelijken met het voorbeeld van de vier stoplichten. In een christelijk huwelijk zijn er vier stoplichten, die Jezus je geeft. Vier seinen die op rood staan en ervoor zorgen, dat je elkaar trouw blijft. Die vier seinen zijn, om het maar even gemakkelijk te houden, de vier G’s van GevoelGewetenGeloofGezin. Dat zijn vier goede meetinstrumenten om je te houden aan de opdracht van Jezus om niet te scheiden. En toch gebeurt het binnen elke kerkelijke gemeente met de regelmaat van de klok dat huwelijken uit elkaar vallen.  Als je terugkijkt bij een scheiding, dan zie je meestal altijd, dat die vier stoplichten één voor één op groen zijn gaan staan. Je hebt beloofd dat je in voorspoed en tegenspoed bij elkaar zou blijven. Op de dag dat je trouwt, weet je dat je ook moeilijke tijden door zult maken in je huwelijk. Maar op een gegeven moment merk je, dat je vast begint te lopen in je huwelijk.

Stoplicht 1 – je Gevoel

Het eerste stoplicht dat dan meestal op groen springt, is je gevoel. Je gevoel zegt, dat het op dit moment absoluut niet meer gaat. En dat gevoel kan zo sterk worden, dat de andere drie seinen uit beeld raken. Want de situatie waar je nu inzet, de onmacht om elkaar te bereiken, je trekt het niet langer. Naar je gevoel moet je luisteren, zegt iedereen tegenwoordig. Maar zelf ben je daar niet 1,2,3 van overtuigd. Gelukkig niet. Daarom mag je ook nooit zeggen, vind ik, dat er te gemakkelijk wordt gescheiden.  Misschien wel in z’n algemeenheid, maar dat is bijna nooit het eerste wat je tegen iemand kunt zeggen. Want als de problemen naar buiten komen, lijkt het allemaal heel snel te gaan. Maar vergeet niet: zelf hebben de mensen al veel langer met hun problemen gezeten en geworsteld. Wat je als ouders, vrienden en ambtsdragers wel kunt vragen is: maar hoe ga je dan om met de moeilijkheden in je huwelijk?

Stoplicht 2 – je Geweten

echtscheiding-gevoelWat ik dan vaak zie is dit: dat na een poosje springt ook het tweede stoplicht op groen. Die van het geweten. Want je hebt wel beloofd, dat je elkaar trouw zult blijven tot de dood je zal scheiden. En daar heb je je ook aan vast gehouden toen het de eerste tijd niet meer zo goed ging. Maar je ziet geen vooruitgang. Je merkt niet bij de ander dat die nog wil. En dus vraag je jezelf af: moet ik nog wel verder? En steeds luider klinkt het stemmetje: dit is niet wat ik beloofd heb. Zo hoef ik niet verder. Als je zover bent, heb je het als niet-christen denk ik iets gemakkelijker dan wanneer je echt in God gelooft. Want geloven is prachtig, maar als het zwaar tegen zit in je leven, kan het geloof het ook stukken moeilijker maken. Ergens kan ik de mensen goed begrijpen, die zeggen: ik kan niet geloven in een God die zoveel ellende toelaat in de wereld en in mijn leven. Ergens is het gemakkelijker, denk ik, om te geloven in toeval en noodlot, dan in een God die alles geschapen heeft en nog steeds bestuurt. Aan de andere kant: wie echt gelooft, kan niet zonder God.

Stoplicht 3 – je Geloof

Maar als je op een kruispunt in je leven staat, en je de stoplichten van je gevoel en je geweten staan al op groen, dan zie je heel vaak dat de volgende gedachte in je hoofd kruipt, namelijk: God begrijpt mij wel. En Hij is toch ook een God van liefde en genade? Hij laat ons nooit los. Maar besef je dan, wat hier gebeurt? Je doet een beroep op Gods liefde, terwijl je zelf geen liefde meer kunt en wilt opbrengen voor je man of vrouw. En je doet een beroep op Gods trouw, terwijl je zelf niet langer verder wilt, maar trouweloos je partner verlaat of zelfs inruilt voor een ander. En zeker, God blijft er altijd. En Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid. Maar tegelijk speel je met je leven als je je trouweloos gedraagt, zegt God in Maleachi. Kun je dan met een oprecht geweten alvast een voorschot nemen op vergeving van iets wat je gaat doen?

Stoplicht 4  – je Gezin

echtscheiding-gebroken-gezinEn dan is er nog het vierde stoplicht. Het gezin. De kinderen bedoel ik daarmee eigenlijk. Dat is, denk ik, voor de meeste echtparen die willen scheiden, nog wel het moeilijkste moment: aan de kinderen vertellen dat papa vanaf volgende week niet meer thuis komt, of dat mama binnenkort ergens anders gaat wonen. En als je dan ook weet, dat alle statistieken vertellen, dat jongeren van gescheiden ouders het tussen de 12 en 20 het stukken minder goed doen en veel meer met zichzelf en iedereen overhoop zitten – hoe kan het dan dat dit stoplicht ook op rood gaat? Hoe kan het dan gebeuren, dat je je kinderen laat lijden onder een bezoekregeling? Om maar niet te spreken over de extreem negatieve gevolgen van een echte vechtscheiding? Eén van mijn professoren in Kampen zei hierover: ‘Mijns inziens zou de kerk veel aktiever moeten opkomen voor de kinderen aan wie levenslang schade wordt toegebracht en dat zijn dan Gods eigen lieve kinderen, gedoopt en wel!’ En inderdaad: we mogen best eens hardop zeggen, dat de kinderen van gescheiden ouders het meest de dupe zijn van het uit elkaar gaan van papa en mama. Als dit stoplicht ook op groen komt te staan, worden er meestal twee argumenten tegelijk gebruikt., namelijk: deze spanning is nu nog slechter voor onze kinderen dan de risiko’s als ze ouder worden (1e argument) en bovendien hebben een goede omgangsregeling met onze kinderen afgesproken (2e argument), dus zij slaan zich er later wel doorheen.’ Maar de zorgen blijven, vooral bij de meest gelovige van de gescheiden ouders. Die maakt zich niet alleen zorgen om de stabiliteit van zijn of haar kinderen, maar ook om het geloof van de kinderen. Als je ex iets heel anders voorleeft – hoe kun je dan nog consequent zijn in de opvoeding en samen je kinderen bij de Here Jezus brengen?

Het gevoel is vaak allesbepalend

Verkeerslichten 4x

Het eerste sein dat op groen springt is meestal die van het gevoel. Want de andere seinen zijn ver weg: je geweten wordt verstikt door je emoties, God woont daar ergens hoog in de hemel en het duurt nog 10 à 15 jaar voordat je kinderen volwassen zijn. Maar uiteindelijk staat het sein vier keer op groen. En gaat er iets definitief kapot. Dat draag je je leven lang met je mee. Dat geef je levenslang je kinderen mee. Ik heb geen oplossing. Maar ik signaleer dit wel. Misschien is dat alleen al verhelderend. En aanleiding om er meer en eerder met elkaar het gesprek over aan te gaan.

Vrouwen in de kerk

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” op dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 30/01 zich nog opgeven voor de tweede avond.

maarten-verkerk-um-2015-no-1Op dinsdag 31 januari spreekt prof. dr. M.J. Verkerk over ‘M/V in de kerk’. De titel van zijn lezing is Rechtdoen aan vrouwen. Kerk, tijdgeest en exegese”. Maarten is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Technische Universiteit Eindhoven en aan de Universiteit Maastricht. Hij houdt zich al meer dan 20 jaar bezig met vragen rond ‘vrouw en ambt’. Als voorstudie beveelt hij o.a. onderstaand artikel aan. Samen met prof. dr. Gerrit Glas publiceerde hij het op 5 december 2016  in het Nederlands Dagblad. Dit artikel over ‘Vrouwen in de kerk’ is de derde in deze reeks na Vrouwen in het Nieuwe Testament en Vrouwen in het Oude Testament.

Anders bijbellezen

Hoe komt het dat het vrijgemaakte denken over vrouwen in het ambt snel omslaat? Is er sprake van een knieval voor de cultuur? In onze visie is dat niet het geval. Er is er eerder sprake van een kritische ontmaskering van de tijdgeest, een tijdgeest die tot op zekere hoogte ook vat heeft gekregen op de vrijgemaakte kerken. Daarnaast is er ook sprake van een herwaardering van de cultuur.

Ruim twee maanden gelden kwam er een kloek boekwerk uit onder de titel Zonen & dochters profeteren waarin een bijbelse onderbouwing wordt gegeven voor de vrouw in het ambt. Dit boek werd geschreven door een groep van vijfentwintig auteurs, de meeste van vrijgemaakte huize. Ruim een maand later verscheen van de deputaten ‘M/V en ambt’ een unaniem rapport waarin, op basis van een brede bijbelse onderbouwing, de toegang van vrouwen in alle ambten wordt bepleit. Hoe komt het dat vrijgemaakten in pakweg tien jaar van mening zijn veranderd? Welke rol speelt de Bijbel? In deze discussie wordt vaak gewezen op de invloed van de cultuur. We zijn bang om ‘offers aan de tijdgeest’ te brengen. We gaan ervan uit dat de tijdgeest een eenduidig fenomeen is waarvan de invloed alleen maar negatief beoordeeld kan worden. Maar niets is minder waar. Wij betogen dat de recente ommezwaai positief geduid moet worden en een eigen dynamiek heeft, die zowel op een andere omgang met de Bijbel wijst als op een andere waardering van de cultuur. Deze dynamiek is gelaagd en elke laag moet op haar eigen merites beoordeeld worden.

De eerste laag is die van het kwaad tegen vrouwen. De eerste auteur van dit artikel heeft in zijn boek Sekse als antwoord op basis van historisch onderzoek laten zien dat de onderdrukking van de vrouw iets van alle tijden en culturen is. Het gaat hier om een kwaad dat zich in het denken van mensen en in structuren in de samenleving nestelt. Het komt voor in alle sectoren van de samenleving, ook in kerk en theologie. Dit kwaad is vele jaren door de kerk ontkend. Sterker nog, het gezag van ‘de’ man over ‘de’ vrouw werd als een bijbels gebod gezien. Op dit punt zien we een kentering in het denken. De onderdrukking van de vrouw wordt (eindelijk) erkend. En schoorvoetend wordt een relatie gelegd met de invloed van de zondeval op het kerkzijn. Het ‘Hij zal over u heersen’ wordt steeds vaker gezien als een vloek die ook de gelovige treft.

De tweede laag is die van de beheersing. Onder invloed van de Verlichting is de westerse mens in de greep gekomen van het geloof dat de mens – beter: de man – de werkelijkheid kan beheersen en naar zijn hand kan zetten. Op een bepaalde manier heeft dit denken ook vat gekregen op de GKv. Eén van de leidende gedachten was dat het ambt alleen door mannen vervuld mocht worden; een gedachte die gebaseerd was op eenzijdige exegeses van een beperkt repertoire van Bijbelteksten. Visies die daarvan afweken kregen het stempel van vallen voor de tijdgeest of ten prooi vallen aan Schriftkritiek. Pleidooien voor de openstelling van het kerkelijk ambt werden dan ook genegeerd en waar mogelijk met kerkelijke middelen bestreden (tucht). Niet zelden werden voorstanders van de vrouw in het ambt uitgesloten van kerkelijke bezinning over m/v. In de laatste tien jaar is er veel kritiek op deze beheersende cultuur gekomen. Eenzijdige exegeses en selectief Schriftgebruik werden aan de kaak gesteld. ‘Oude’ argumenten tegen de vrouw in het ambt bleken de toets van de kritiek niet meer te kunnen doorstaan. We kregen oog voor ‘nieuwe’ exegeses en ‘andere’ argumenten.

De derde laag is de aandacht voor diversiteit. Onze (postmoderne) cultuur wordt gekenmerkt door oog voor diversiteit: mannelijk en vrouwelijk, heteroseksueel en homoseksueel, met en zonder beperkingen. We hebben nu meer aandacht voor de manier waarom Jezus met vrouwen omging. Ook hebben we meer oog gekregen voor de vele taken van vrouwen in de nieuwtestamentische gemeenten. Eerst nu is er aandacht voor het revolutionaire karakter van het spreken van Paulus met het oog op vrouwen.

Lezen we de Bijbel anders? Het antwoord is: ja! We hebben oog gekregen voor de betekenis van de zondeval. We zijn ons bewust geworden van de verstikkende cultuur in onze kerken die zowel de selectie van relevante bijbelteksten als hun interpretatie bepaalden. We zijn gaan beseffen hoezeer wijzelf deel uitmaken van een cultuur die uit is op beheersing, ordening en ratio. Ten slotte kwam er ruimte voor de plaats van vrouwen in de bijbel en voor het perspectief van vrouwen zelf. Het ‘anders’ lezen van de Bijbel maakte dat tegenargumenten hun kracht verloren. Niet als offer aan de tijdgeest, maar als ontmaskering van een dieperliggende tijdgeest van overheersing van de vrouw en beheersing van de kerk; een ontmaskering die bevrijdend blijkt te werken in de exegese en onze kijk op hoe we inclusief kerk kunnen zijn in déze wereld.

 

 

Vrouwen in het Oude Testament

Op  de landelijke Bijbelstudiedag van de Gereformeerde Bijbelstudiebond in 2014 te Groningen mocht ik een referaat houden over Vrouwen in het Oude Testament.  Over Vrouwen in het Nieuwe Testament sprak Myriam Klinker-de Klerk. Hieronder volgt mijn verhaal:

Van Eva tot Spreuken 31

roos huwelijkDé man bestaat niet. Dé vrouw evenmin. Daar kom ik steeds weer achter als ik met vaste regelmaat een trouwdienst voorbereid. Dan heb ik meestal niet alleen een gesprek over de liturgie en de trouwtekst, maar praten we ook samen door over de verhouding tussen man en vrouw in het huwelijk n.a.v. wat God daar in de Bijbel over zegt. Bijna altijd komen we dan uit op het verschil tussen man en vrouw n.a.v. het ‘Adam is als eerste geschapen en daarna Eva’.  Vaak gebruik ik daarbij het voorbeeld van de man die galant de deur van de auto (ongeacht of zij rijdt of hij)  voor zijn vrouw open doet bij het in- en uitstappen. Mijn indruk op grond van al die stelletjes is, dat zo’n 90% van de bijna getrouwde vrouwen zo’n gebaar echt wel op prijs stellen. Maar, jong als ze meestal zijn, voelen ze zich er ook wel een beetje ongemakkelijk bij. Want eigenlijk hoort dat toch niet in de maatschappij van tegenwoordig. Het is verschrikkelijk ouderwets, rolbevestigend en haast discriminerend. Zo’n 10% vindt het ook echt belachelijk: ‘Ik kan toch zeker zelf wel de deur open doen?’ ’t Is maar een simpel voorbeeld. Maar het kon wel eens meer over hoe mannen en vrouwen in elkaar steken zeggen dan je op het eerste gezicht denkt.

  1. Waarom Eva ook naar Gods beeld gemaakt is

In Genesis 1:27 lezen we: God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij de mensen. Volgens sommigen wil de HERE ons hiermee zeggen, wat ook in de psychologie steeds meer voren komt, “dat er niet alleen mannelijke en vrouwelijke mensen zijn, maar dat ieder mens zowel mannelijk is als vrouwelijk. Mannen hebben ook vrouwelijkheid in zich, en vrouwen mannelijkheid” (Philip Troost, Christus ontvangen, blz. 104). Ik vind deze uitleg veel te psychologisch om exegetisch verantwoord te zijn. Maar het is wel waar, dat God de  héle mens, man en vrouw samen, naar zijn evenbeeld geschapen heeft.  Dat mannelijke en vrouwelijke zie je ook terug in de opdracht bij de schepping die Adam en Eva samen krijgen: Wees vruchtbaar en wordt talrijk – dat is de vrouwelijke component, waarvan Eva na de zondeval van God te horen krijgt, dat het kinderen krijgen met moeite en smart gepaard zal gaan. En: Breng de aarde onder je gezag door heerschappij te voeren over al wat leeft – dat is de mannelijke component, waarvan Adam na de zondeval van God te horen krijgt, dat het bewerken van de aarde met het zwoegen en zweten gepaard zal gaan. Zo maakte de HERE hen tot een sterk en gelijkwaardig koppel.

Wat in de Bijbel niet zo naar voren komt, komt volgens sommigen wel in de psychologie naar voren. De mannelijke kant van de mens (en dus de meeste mannen) komt vooral tot uiting door het initiatief te nemen, wil meer met het hoofd de dingen doen en beredeneren en is vaak erg doel- en oplossingsgericht. De vrouwelijke kant van de mens (en dus de meeste vrouwen) komt vooral tot uiting door op dingen de reageren, wil meer het hart laten spreken en is vaak erg gericht zijn op het in stand houden van relaties. Daarin laten mannen én vrouwen zien, hoe God ook is. Als je alleen al nadenkt over hoe God na de zondeval met ons, mensen, omgaat: Hij stuurt zijn Zoon om het probleem op te lossen (doelgericht = mannelijk) en Hij stuurt zijn Geest om de mensen te overtuigen (relatiegericht= vrouwelijk).

Behalve goed op elkaar ingespeeld, hadden Adam en Eva in het paradijs ook een goede relatie met de HERE. Dat is minstens zo belangrijk om te noteren. Want in het paradijs kwam de HERE elke avond in de avondkoelte aanwandelen om met Adam en Eva de dag door te nemen.

  1. Vrouwen in koppels

In dit onderdeel wil ik aan de hand van een paar voorbeelden uit het Oude Testament duidelijk maken, hoe vrouwen staan in de relatie tot hun man en tot hun God.

*EVA* Het levensverhaal van Eva leert ons allereerst, dat bij de zondeval de overtreding niet alleen bestaat uit het zaaien van twijfel en het verlekkerd kijken naar de verboden vrucht. Het begint ook bij het zelf initiatief nemen zonder terug te koppelen naar Adam. En Adam, hij laat Eva begaan. Letterlijk staat hij erbij en kijkt erna en volgt haar klakkeloos in haar val. Ze trekken niet samen op, maar gaan ieder voor zich. Ze nemen zelfs elkaars taken over – met alle gevolgen van dien. Verder wordt duidelijk, dat God na de zondeval niet alleen zijn genade toont, maar ook weer het geloof teruggeeft. Het is opmerkelijk, dat de gelovigen ‘nageslacht van de vrouw’ genoemd worden. Wie gelooft, treedt in de voetsporen van Eva!  Dat erkent Adam ook als hij zijn vrouw na de zondeval ‘Eva’ noemt (Gen. 3 : 20). Dat betekent namelijk ‘leven’. Het is een naam van geloof en hoop. Het voorbeeld van Eva laat zien, dat je nooit te diep gezonken bent om terug te kunnen keren tot God. En dat je altijd mag blijven hopen dat God je nieuwe mogelijkheden geeft, ook als je door eigen schuld je rechten verspeeld hebt.

 *SARA* Sara wordt in het Nieuwe Testament twee keer als voorbeeld aangehaald. In de Hebreeënbrief (Hebr. 11 : 11) is zij de enige vrouw in het rijtje geloofsgetuigen. En Petrus (1 Pe. 3 : 6) haalt haar aan als voorbeeld van respektvol omgaan met je man binnen het huwelijk. Die twee positieve beoordelingen staan volgens mij wat haaks op onze indruk van Sara. Wij zien haar eerder als de wat kleingelovige echtgenoot, die eerst via Hagar en Ismael probeerde Gods beloften in vervulling te laten gaan en daarna ongelovig lachte toen de HERE zelf kwam vertellen dat ze over één jaar toch zelf de lang beloofde zoon zou krijgen. Maar dan vergeten we, dat zij dezelfde twijfel kende als haar man, Abraham. Sara dacht aan Hagar. (Gen. 16 : 2). Abraham aan Eliëzer (Gen. 15 : 2). En zowel Abraham als Sara lachten ongelovig bij zichzelf, toen de HERE aankondigde dat Izaak binnen één jaar geboren zou worden. (Gen. 17 : 17 + 18 : 12). En we vergeten, dat ze de halfzus van Abraham was, dus van dezelfde hoge, rijke komaf. Net als Abraham heeft ze het gewaagd om op Gods beloftewoord al haar zekerheid achter te laten. En als je weet dat ze geroemd werd om haar uiterlijk (zelfs op hoge leeftijd was ze nog een aantrekkelijke vrouw) is het veelzeggend dat ze door Petrus geroemd wordt om haar innerlijke schoonheid, omdat ze haar hoop vestigde op God en daarom vrijwillig en bereidwillig Abraham volgde op weg naar het land dat God hen samen geven zou. Haar naam  betekent ‘vorstin’, maar daarmee typeert de HERE in de Bijbel vooral haar geloof.

 *ABIGAÏL * Over Abigaïl lezen we uitvoerig in 1 Samuel 25. Ze was getrouwd met Nabal. De Bijbel zegt van die twee: ”Zij had een helder verstand en was mooi om te zien; hij was hard en gewetenloos.”  Dat is dus geen goed huwelijk geweest. Als Nabal David schoffeert door hem niet te belonen voor de bescherming van zijn schaapskuddes, is David zo woest, dat hij “die vent” en heel zijn familie de volgende morgen persoonlijk een kopje kleiner wil maken. Abigaïl hoort het en gaat meteen met geschenken naar David toe. Ze neemt haar man niet in bescherming. Ze erkent dat hij “een domme praatjesmaker” is, en “een onbenul, zoals zijn naam al zegt” (Nabal betekent nl. ‘dwaas’). Maar ze neemt toch mee de schuld op zich voor het falen van haar man, zoals later Daniël en Nehemia dat ook doen als ze schuld belijden over de oorzaak van de ballingschap. Als je jezelf kent in het licht van God, weet je dat je zelf geen haar beter beter bent dan de grootste zondaar. Je weet alleen wel bij wie je terecht kunt om die schuld te belijden én om vergeving te vragen. Dat laatste doet Abigaïl namelijk ook, maar dan alleen voor zichzelf. Want ieder mens moet z’n eigen last dragen. Verder is Abigaïl groots in haar geloof. Ze denkt niet alleen aan het leven van haar man en haar personeel, maar ook aan de reputatie van David. Ze weet dat hij de door Samuel gezalfd is en dat de HERE hem koning zal maken. Ze waarschuwt David ervoor om het recht niet in eigen hand te nemen, maar het oordeel over Nabal aan God over te laten. Als Abigaïl een dag later alles aan Nabal vertelt, straft God hem met een beroerte, waaraan hij tien dagen later overlijdt. Als David dat hoort, erkent hij dat het de HERE Zelf is die hem via Abigaïl ervan weerhouden heeft een misdaad te begaan. Als David daarna Abigail tot vrouw neemt, mag je gerust aannemen dat dat niet alleen kwam omdat hij haar doortastendheid  en mooie uiterlijk zo waardeerde, maar vooral vanwege haar wijsheid en ontzag voor God en omdat de HERE een vaste plaats in haar hart had.

*IZEBEL* Izebel was een vrouw met een sterk karakter, maar ook berucht om haar goddeloosheid en wreedheid. Uit het boek Koningen komt naar voren, dat het Izebel is die haar man Achab overhaalt om de Baäldienst in Israel in te voeren (1 Kon. 19:31-33 en 21:25-26). Het is Izebel die uit naam van Achab brieven schrijft om via een schijnproces Naboth ter dood te laten veroordelen, zodat de wijngaard van Nabot, waar Achab een oogje op had laten vallen, in zijn bezit kwam (1 Kon. 21:8-10).  Je ziet ook, dat bij Achab nog steeds wel ergens het besef leefde van wie God is. Daarin lijkt hij op de viervorst Herodes in het Nieuwe Testament. Achab mocht graag naar Elia luisteren, maar Izebel kon zijn bloed wel drinken. Herodes mocht graag naar Johannes de Doper luisteren, tot grote ergernis van zijn vrouw en ex-schoonzus Herodias, die ervoor zorgde dat het hoofd van Johannes de Doper op een presenteerblad aan Herodes aangeboden werd. In beide geschiedenissen zie je de verwoestende invloed van twee doortrapte, intens goddeloze vrouwen op hun man. Ze keren zich vierkant tegen de God van Israel en tegen Jezus de Messias. Geen wonder dat in het Nieuwe Testament de naam Izebel één keer voorkomt als de naam van een geraffineerde vrouw die zichzelf voordoet als een profetes van God. Maar dat is ze niet. Ze is een handlanger van Satan en bezig de gemeente van Tyatira te verleiden. En net als de echte Izebel slaat ze alle waarschuwingen om met dat goddeloze leven te breken, bewust in de wind (Openb. 2:20-24).

Door een paar vrouwen uit het uit Oude Testament iets dichter bij te halen zie je hoe sterk de band is die God in het paradijs al gelegd heeft toen Hij Adam en Eva aan elkaar verbond. Man en vrouw zijn een sterk koppel. Dat zijn zij vooral als ze samen het geloof in God delen.

  1. De vrouw van Spreuken 31

In Spreuken 31 gaat het over een vrouw met karakter. Als je heel Spreuken 31 leest, zie je dat deze vrouw geen ‘degelijke huisvrouw’ is. Integendeel, het Hebreeuws gebruikt die beide woorden niet eens. Er staat gewoon ‘vrouw’ en er staat ‘krachtig’, zoals ook het leger van David en het doorzettingsvermogen van Boaz ‘krachtig’ genoemd worden. Een ‘flinke vrouw’  dus, om het met de Grunneger Biebel te zeggen. Oftewel: een vrouw met karakter. Haar uitstraling valt het beste te typeren met de woorden gelovig zelfbewustzijn. De vrouw van Spreuken 31 wordt zowel om haar zelfstandigheid als om haar ontzag voor de HERE geprezen. Dat eerste, daar krijgt ze van haar man ook alle ruimte voor. En dat tweede, uiteindelijk schuilt daar het echte geheim in van iedere vrouw en man. Als je daar werk van maakt, leer je ook inzien, dat je als man en vrouw verschillend door God gemaakt en liefde-is-twee-stromenbedoeld bent. Ieder met een eigen karakter, ieder met een eigen opdracht in het leven, ieder op haar of zijn eigen door God gegeven positie. Maar allebei even waardevol in de ogen van God. Er is een spreuk die zegt: Liefde = twee stromen die zich mengen zonder hun eigenheid te verliezen. Dat zegt God Zelf al in de Bijbel. Namelijk: doe het samen als man en vrouw, want je vult elkaar aan. En doe het in geloof als man en vrouw, want je hebt samen Mij nodig.

Vrouwen in het Nieuwe Testament

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” iop dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 23/01 zich nog opgeven voor beide avonden.myriam-klinker-2

Op dinsdag 24 januari spreekt dr. M.P.G. Klinker-de Klerck over ‘M/V in de Bijbel’. De titel van haar lezing is “Ongeschikt, ondergeschikt of geschikt? Vrouwen in de wereld van het Nieuwe Testament” . Myriam is docent aan de T.U. in Kampen. Als voorstudie beveelt zij o.a. onderstaand artikel aan. Het is een samenvatting van het referaat dat zij gehouden heeft op de Bijbelstudiedag van de Gereformeerde Bijbelstudiebond op donderdag 15 mei 2014 in Groningen.

Vrouwen in het Nieuwe Testament

Als je op zoek gaat naar ‘de’ plek van vrouwen in het Nieuwe Testament, zijn je verwachtingen misschien groter dan het resultaat. Het beeld van vrouwen is namelijk niet eenduidig.

Allereerst ontmoet je in het Nieuwe Testament vrouwen die bij name worden genoemd, juist om de bijzondere rol die ze in het leven van Jezus of in de beginnende kerk vervullen Zo staat Maria letterlijk en figuurlijk aan de wieg van het christendom. Afbeeldingen van Maria tonen vaak een volwassen vrouw van rond de twintig. Maar het is goed te bedenken dat meisjes in het toenmalige Israël rond twaalfjarige leeftijd trouwden. Waarschijnlijk moet je dus ook bij Maria eerder denken aan een jong meisje. Haar ontvankelijke karakter – ‘laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ (Lucas 1,38) – maakte het er niet makkelijker op. Want Maria stond niet alleen aan Jezus’ wieg, maar ook onder het kruis.

Jezus zelf, tijdens zijn openbaar optreden, schuwde het contact met vrouwen niet. Het bekende verhaal van de – verder onbekende – Samaritaanse vrouw bij de Jakobsbron laat dit wel zien. Johannes vermeldt terloops dat Jezus’ leerlingen zich erover verbazen dat Jezus met een vrouw in gesprek is. Ook neemt Jezus het tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën op voor een vrouw die op overspel betrapt was (Johannes 8). Verder bevonden zich een aantal vrouwen in de kring rond Jezus. Lucas noemt er drie bij name: Maria uit Magdala, Johanna de vrouw van Chusas, Susanna – en, zegt Lucas, “nog tal van anderen” die uit hun eigen middelen voor Hem zorgden. (Lucas 8,2-3). Enkele van deze vrouwen gingen vroeg in de ochtend naar het graf. Zij werden de eerste verkondigers van de opstanding .

Ook bij de ontwikkeling van de eerste gemeenten speelden vrouwen een actieve rol, zeker toen de boodschap zich verspreidde buiten Palestina, het werkterrein van Paulus. Je kunt bijvoorbeeld denken aan Priscilla die zich samen met haar man Aquila voor het evangelie inzette. Maar ook vrouwen als Febe of Lydia blijken zeer actief bezig in de vroegchristelijke kerk.

Ten tweede spreekt het Nieuwe Testament ook wel over vrouwen als een ‘groep’, vooral wanneer Petrus of Paulus instructie aan hun adres richt. De apostel Paulus ‘zet vrouwen wel eens op hun plek’. Hij wil dat ze hun hoofd bedekken wanneer ze bidden of profeteren en dat ze zwijgen tijdens de kritische bespreking van de profetie. Verder verbiedt hij hun om te onderwijzen en daarmee gezag over een man uit te oefenen. Bij dit soort instructie keert één bepaalde gedachte steeds terug, namelijk dat vrouwen zich moeten onderschikken aan de man. Meestal is dan de eigen man bedoeld. Zo lees je in Kolossenzen 3,18: “vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer”. Dicht op het Grieks vertaald staat er: “vrouwen, onderschik u aan uw man zoals past in de Heer”.

Deze oproep tot onderschikking krijgt een heel eigen kleur tegen de achtergrond van de toenmalige samenleving. Daarover nu iets meer. Paulus beperkt zich niet tot de man-vrouw verhouding. Onderschikking was immers een normaal gegeven binnen het Grieks-Romeinse huishouden waarin hiërarchische relaties een belangrijke rol speelden. Paulus roept bijvoorbeeld ook slaven en kinderen op zich te onderschikken aan hun meester of vader, de ‘pater familias’. Het huishouden weerspiegelde de hiërarchische opbouw van de Grieks-Romeinse samenleving. Het patronagesysteem was van groot belang op sociaal, economisch en politiek gebied en vormde als zodanig het cement van de samenleving. Elke pater familias had een aantal zogeheten ‘cliënten’. Die rekende hij ook tot zijn huishouden. Als patroon zorgde hij ervoor dat zij economisch vooruit konden, bijvoorbeeld door financiële ondersteuning. In ruil daarvoor verwachtte hij ‘eerbetoon’. Zo werden cliënten geacht om hun patroon ‘s ochtends te begroeten en hem soms ook de hele dag te volgen, bijvoorbeeld naar het forum, of het badhuis. Maar vooral werd hun loyauteit verwacht bijvoorbeeld in de vorm van politieke steun. Al had een patroon nog zoveel cliënten, zelf was hij ook weer afhankelijk van iemand die hoger stond op de maatschappelijke ladder. Die hiërarchische ordening doortrok de hele samenleving.

Denken in termen van ordening en hiërarchie was overigens geen louter sociale zaak. Deze begrippen kleurden op een fundamenteler niveau het wereldbeeld van ‘de eerste eeuwer’. Zo geloofden de stoïcijnen in een goddelijk principe, de Logos, dat een bepaalde orde aanbracht in de werkelijkheid. Ze benadrukten dat elk mens zich moest inschakelen in deze ordening, op de hem of haar toegemeten plek. In het Nieuwe Testament is het de God van Israël die alles heeft ingesteld, bijvoorbeeld de wereldse overheden. Hieraan moet ieder mens zich onderschikken (!), aldus Paulus in Romeinen 13. Zo ook noemt Paulus de man het hoofd van de vrouw, Christus het hoofd van de man en God zelf het hoofd van Christus. Dit laatste laat zien waar het bij die onderschikking ten diepste om gaat: je schikt je in de toegemeten plek binnen Gods ordening en op die manier onder God zelf. Je geeft Hem de eer die Hem toekomt. Deze wetenschap geeft extra kleur aan een tekst als Efeziërs 5,22: “Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer”.

Wanneer Paulus en Petrus vrouwen oproepen om zich te onderschikken aan hun echtgenoten, sluiten zij aan bij het wereld- en maatschappijbeeld van hun tijd. Als een vrouw de haar toegemeten plek niet innam, was dit een gebrek aan eerbetoon, in de eerste plaats, sociaal gesproken, ten opzichte van haar man. Ze maakte hem te schande. Maar tegelijkertijd laten de apostelen zien waar alles om draait: zo’n houding is niet respectvol ten aanzien van God zelf en Heer Jezus Christus.

Dit is overigens niet de enige reden die het Nieuwe Testament aanvoert voor onderschikking. Wie de teksten met instructie aan slaven en vrouwen nauwkeuriger bekijkt, ziet dat de apostelen meer redenen hadden om tot onderschikking op te roepen. Zo laten de teksten ook een missionaire drijfveer zien. Een duidelijk voorbeeld met betrekking tot vrouwen is te vinden in 1 Petrus 3,1-2: “Voor u vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man (letterlijk: ‘onderschik u’…). Dan zullen de mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen, omdat ze zien hoe zuiver u leeft uit ontzag voor God”. De houding van onderschikking aan de eigen man had – in elk geval binnen de toenmalige culturele setting – een wervende werking! Of dit vandaag nog zo is…?

Het Nieuwe Testament biedt dus een gevarieerd beeld. Vrouwen worden bij name genoemd om de bijzondere rol die ze vervullen in het leven van Jezus of in de beginnende kerk. Vrouwen worden ook als ‘groep’ aangesproken en dan vooral als het gaat om instructie. In de discussie of een vrouw nu wel of niet een kerkelijk ambt kan vervullen worden deze beide soorten teksten (specifiek, actief, bijzonder versus algemeen, passief, ondergeschikt) nog wel eens tegen elkaar uitgespeeld. Toch ontmoeten ze elkaar in de gedachte van het leven uit ontzag voor God – in verbondenheid met de Heer Jezus Christus – met het oog op zijn koninkrijk. Petrus’ en Paulus’ oproep tot onderschikking komt voort uit hun overtuiging dat deze houding hoort bij een leven uit ontzag voor God en dé Heer. En ze wijzen op de wervende werking ervan. Ook Lydia, Febe, Priscilla, Junia en vele anderen doen wat ze doen vanuit hun verbondenheid met Jezus Christus, zodat het evangelie voortgang vindt op weg naar een grootse toekomst.

Literatuur
  • Bruggen, J. (van) “Een vrouw waar geen woorden voor zijn (Romeinen 16,1-2).” Pp. 51-60 in Folkerts, F.H., Houtman, P., Van de Kamp, P.W. (red.) Ambt en aktualiteit: opstellen aangeboden aan Prof. Dr. C. Trimp ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederand op 2 december 1992. Haarlem: Uitgeverij Vijlbrief, 1992.
  • Cohick, L.H. Women in the World of the Earliest Christians. Illuminating Ancient Ways of Life. Grand Rapids – Michigan: Baker Academic, 2009.
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Lydia: De Heer opende mijn hart.” De Reformatie 89 (2013): 92-95
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Junia: een vrouwelijke apostel?” Pp.52-54 in Houwelingen, P.H.R. (van), Sonneveld, R. (red.)Ongemakkelijke teksten van de apostelen. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2013.
  • Klinker – De Klerck, M. Als vrouwen het Woord doen. Over Schriftgezag, hermeneutiek en het waarom van de apostolische instructie aan vrouwen. TU-Bezinningsreeks 9; Barneveld: De Vuurbaak, 2011.
  • Lampe, P. “Paul, Patrons, and Clients.” Pp.488-523 in Paul in the Greco-Roman World. J.P. Sampley. Harrisburg: Trinity Press International, 2003.
  • Osiek, C., and D.L. Balch. Families in the New Testament World. Households and Housechurches. Louisville – Kentucky: Westminster John Knox Press, 1997.
  • Winter, B. W. Roman Wives Roman Widows. The Appearance of New Women and the Pauline Communities. Grand Rapids –Cambridge: Eerdmans, 2003.

GEEN EIGEN RECHTER SPELEN – ook niet als het om terroristen gaat

Laatst keek ik met mijn vrouw naar een aflevering van Silent Witness, één van de betere Engelse detective-series. Deze keer ging het over een jong moslimstel dat zich bij ISIS had aangesloten en die allebei teruggekeerd waren naar Engeland. Daar beraamden ze een aanslag op een landelijke conferentie van moderne moslima’s die tegen terreur voor waren. Hij was ervan overtuigd dat het de wil van Allah was, zij twijfelde erg of ze wel als martelaren moesten sterven, want ze hadden in Syrië een kind gekregen dat nu bijna een jaar oud was. De man werd doodgeschoten tijdens een vuurgevecht en de vrouw gijzelde daarna de gastspreker van die conferentie. Een officier van de terreurbrigade wist net zo lang op haar in te praten, dat ze haar hand naar beneden liet gaan en het wapen op de grond liet vallen. Op dat moment gaf de officier een teken aan de scherpschutters en werd de vrouw door het hoofd geschoten. Einde aflevering.

Een paar dagen later las ik dat in Israel een soldaat door de rechter veroordeeld is omdat hij een Palestijn door het hoofd had geschoten die met een mes op een aantal Israeli’s had ingestoken. Alleen gebeurde dat niet in een vuurgevecht na de steekpartij, maar deed die soldaat dat nadat zijn collega’s de man al hadden uitgeschakeld. Hij lag zwaar gewond en bewegingsloos op de grond. Pas elf minuten later liep de soldaat rustig op de Palestijnse aanvaller af, trok zijn geweer en joeg hem in koelen bloede een kogel door het hoofd. Daarvoor is de soldaat aangeklaagd en schuldig bevonden. De rechtbank moet nog uitspreken wat de straf zal zijn,  maar nu al vindt half Israel dat deze soldaat gratie moet krijgen. Want hij heeft een heldendaad verricht door een terrorist definitief uit te schakelen.

En dan hebben we in Nederland nog de opgelaaide diskussie over de treinkaping bij De Punt in 1977 door negen Molukse Nederlanders. Toen mariniers daar na 19 dagen een eind aan maakten, werden zes van de negen kapers gedood. Sommigen zijn van dichtbij neergeschoten. Een standrechtelijke executie zonder rechtvaardiging, aldus de advocaat van nabestaanden van twee van de kapers. Dus stelde ze in 2016 de Nederlandse staat hiervoor aansprakelijk en eist ze een schadevergoeding van enkele tienduizenden Euro’s.

In Silent Witness gaat het maar om een film. Overigens  een hele goede film, die ook de achtergronden van het jihadistische jonge stel goed laat uitkomen (zij: vader voor haar ogen doodgeschoten in Bosnië toen ze 7 jaar was, hij: kleine crimineel die mede door het falende systeem steeds dieper in de problemen komt). Maar het einde van de film is een echte cliff-hanger: vind je het als kijker terecht of juist niet, dat een moslimterroriste wordt neergeschoten op het moment dat ze zich wil overgeven of niet?  Die dubbele gevoelens komen ook naar boven bij de dood van de Palestijnse aanvaller en de Molukse kapers. Was het echt nodig geweest om hen om te brengen?

Mijn eerste gedachte is: wie als terrorist of kaper geweld gebruikt, moet niet zeuren als het verkeerd afloopt. Maar volgens mij kan het niet zo zijn dat je iemand die zich wil overgeven of iemand die al uitgeschakeld op de grond ligt, alsnog liquideert. Want dan speel je, ook al ben je in functie, voor eigen rechter. Iets anders is het, wanneer er sprake is van echte geweldsdreiging bij een bevrijdingsactie, zoals indertijd bij de treinkaping van 1977 het geval was.

Van alle drie de voorbeelden heb ik weer geleerd, hoe frustratie kan leiden tot zinloos en uitzichtloos geweld. Gelukkig heeft de Molukse gemeenschap in Nederland dat aldoor onderkend, ook al is hen, sinds ze naar Nederland gekomen zijn begin jaren ’50 van de vorige eeuw, weinig recht gedaan. Tegelijk zie ik hoe zowel binnen de islam als binnen het jodendom de haat  tegen ‘zij die anders zijn’ vaak zo groot is, dat wie zich opblaast als martelaar verheerlijkt wordt, en dat wie een weerloze Palestijn doodt als held van de natie beschouwd wordt.

Zou dat ook niet kunnen komen, denk ik dan, omdat joden en moslims Jezus Christus niet kennen? Hij heeft ons opgedragen ook onze vijanden lief te hebben. Hij verbood Petrus om het recht in eigen hand te nemen toen Hij geniepig verraden werd. Hij bad zelfs aan het kruis nog om vergeving voor de mensen die verantwoordelijk waren voor zijn dood. Hij is het, die door zijn Geest laat weten: Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal het vergelden.’

Geen gratie dus voor die Israelische soldaat. Maar ik blijf de spanning  voelen.