Welk GEZICHT laat jij als CHRISTEN op FACEBOOK zien?

Facebook - Do you like itFacebook: het is een niet meer te negeren medium in onze samenleving. Iedereen zit erop. Minsten 1,2 miljard mensen volgens de laatste gegevens. In Engeland schreef Tim Chester een klein boekje van nog geen 50 bladzijden met als titel: Will you be my Facebook  friend? met als ondertitel: social media and the gospel. Het boekje is ook in het Nederlands verschenen onder de titel Do you like it? – over Facebook en kost maar € 3,95.

Wat zijn, naast de voordelen, de gevaren van Facebook? Volgens Tim Chester minstens twee.

1) Ik zoek bevestiging bij mensen in plaats van bij Jezus. On Facebook I can recreate my world through my words to gain approval. 

2) Ik wil zelf een soort God zijn door buiten mijzelf te treden. On Facebook I can escape the limitations of my body.

Vriendschap FacebookVoor mij was het boekje aanleiding om een preek over Facebook  te schrijven. Deze ‘Facebook-preek’ heb ik gekoppeld aan het Eerste Gebod.  Want als God alleen op nummer 1 wil staan, mag ik mezelf als christen de vraag wel stellen: ‘Hoort Jezus ook bij mijn vrienden en volgers? Of zou het juist omgekeerd moeten zijn: ik volg Jezus?‘ De preek is te vinden op mijn weblog onder ‘Preken HC’ bij Zondag 34b (klik hier). In de liturgie verwijs ik ook naar deze twee mooie filmpjes over hoe Jezus in onze tijd Facebook en Twitter zou hebben kunnen gebruiken:

http://www.youtube.com/watch?v=S-hW680pCLso

http://www.youtube.com/watch?v=hKh3JhBwhv4

 

De 51 ‘verdwenen’ gezangen die niet in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek staan

De emoties liepen in juni 2014 hoog op (ook bij mij) toen bekend werd dat een flink aantal geliefde kerkliederen niet terugkeert in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. Qua melodie of taalgebruik mankeerde er volgens Deputaten Liturgie en Kerkmuziek teveel aan om ze een volwaardige plek in de kerkdienst te geven. En de synode ging daar akkoord mee. Maar om hoeveel liederen gaat het, die door de synode gewogen en te licht bevonden zijn?

Op internet zijn de besluiten van de Generale Synode van Ede 2014 inmiddels gepubliceerd (klik hier).Onder ‘Liturgie en kerkmuziek’ kun je vinden welke gezangen wél meegaan naar het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. Dat zijn er 81 van de 182. Er gaan dus 101 gezangen níet mee. Daarvan staan 49 inmiddels in het nieuwe Liedboek, al dan niet gewijzigd (met als vermakelijk gevolg dat wij als vrijgemaakten straks luidkeels zingen De ware kerk des Heren i.p.v. De kerk van alle tijden). Ook is 1 gezang als ‘dubbeling’ verwijderd. Dat betekent dat er 51 gezangen definitief verdwijnen. Voor zover mij bekend is nog nergens gepubliceerd om welke liederen het gaat. Daarom volgt hier het lijstje ‘verdwenen’ gezangen, met daarachter het jaar waarin ze vrijgegeven werden om in onze kerken te zingen. Voor mijzelf heb ik 15 gezangen die ik echt zal missen, in het rood aangegeven. Het doet mij nog steeds zeer, dat ze vanaf nu niet meer voluit ‘eredienstwaardig’ zijn, maar eerder onder de categorie “kreupelrijm en kermend orgelspel” vallen, om het met een uitdrukking van Prof. Dr. C. Trimp te zeggen.

  1. Gezang 5        Klein, klein kindje [2002]
  2. Gezang 13      Ik zing u van een herderszoon [2002]
  3. Gezang 15      Geloofd zijt Gij, God onze Heer [2005]
  4. Gezang 17      Wie is God behalve onze Heer [2002]
  5. Gezang 19      Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte [2002]
  6. Gezang 25      Vol tranen zien wij hoe de tijd [2005]
  7. Gezang 29      Troost, troost mijn volk! Zo zegt uw God [2005]
  8. Gezang 34      Al zou de vijgenboom niet bloeien [2002]
  9. Gezang 38      Zoek eerst het koninkrijk van God (2002)
  10. Gezang 42      De Koning zond zijn knechten [2005]
  11. Gezang 50      Ere zij God [1933]
  12. Gezang 54      Door de poort van Naïn gaat [2002]
  13. Gezang 61      Nu legt Gij in de paaszaal [2005])
  14. Gezang 64      Vrede zij u, vrede zij u [2002]
  15. Gezang 65      Wij weten dat God alles keert [2005]
  16. Gezang 70      Gij dienaars van Hem, die alles regeert [2005]
  17. Gezang 71      De lof en de heerlijkheid [2002]
  18. Gezang 72      Jeruzalem is hemels [2002]
  19. Gezang 73      Ik zag de hemel nieuw en nieuw de aarde [2005]
  20. Gezang 76      En de Geest en de bruid zeggen: Kom! [2005]
  21. Gezang 82      Blaas de bazuin en sla de trom [2002]
  22. Gezang 83      Vrolijk zingen wij ons lied [2002]
  23. Gezang 84      Wees stil en kom wat dichterbij [2002]
  24. Gezang 85      Weet jij waarom Jezus hier op aarde kwam [2002]
  25. Gezang 87      Waar is een rustpunt in de nacht [2002]
  26. Gezang 88      Uw opgang naar Jeruzalem [2002]
  27. Gezang 90      Ontsluit, o Heer, voor U ons hart [1984]
  28. Gezang 94      In het vroege morgenlicht [1984]
  29. Gezang 95      Daar juicht een toon, daar klinkt een stem [2002]
  30. Gezang 97      In alle vroegte [2002]
  31. Gezang 100    De dag der kroning is gekomen [1933]
  32. Gezang 102    Ja, de Trooster is gekomen [1933]
  33. Gezang 105    In vuur en vlam zet ons de Geest [2005]
  34. Gezang 108    Halleluja, eeuwig dank en ere [1933]
  35. Gezang 112    O God die ons uit stof formeerde [2002]
  36. Gezang 115    Nooit kan ’t geloof teveel verwachten [1933]
  37. Gezang 117    Woord van de schepping, kom terug op aarde [2002]
  38. Gezang 120    Dat uw ogen dag en nacht [2005]
  39. Gezang 122    Kom uit de hemel tot ons neer [2005]
  40. Gezang 126    Kom, wenkt de Bruidegom [2002]
  41. Gezang 128    Als het lam wordt gegeten [2002]
  42. Gezang 129    Lof zij de Heer, Hij noemt bij name [2005]
  43. Gezang 130    Toen God de wereld gemaakt had [2002]
  44. Gezang 135    Stilte over alle landen [2002]
  45. Gezang 149    Zie ik sterren aan de hemel staan [2002]
  46. Gezang 150    Heer Jezus, duizend vragen [2005]
  47. Gezang 153    Zoals een arm, vertroostend om mij heen [2005]
  48. Gezang 162    ‘k Heb geloofd en daarom zing ik [2002]
  49. Gezang 167    Samen in de naam van Jezus [2002]
  50. Gezang 170    Vaste rots van mijn behoud [2002]
  51. Gezang 171    Wees stil voor het aangezicht van God [2005]

In 2011 sprak de Generale Synode van Harderwijk uit, dat bij de samenstelling van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek er rekening gehouden moest worden met het feit dat veel van de gezangen uit het bestaande kerkboek breed gewaardeerd worden. En in hun eerste rapport (sept. 2013) aan de Generale Synode van Ede gaven Deputaten Liturgie en Kerkmuziek nog aan:  “Voor het onderdeel gezangen is het uitgangspunt dat die uit de laatste editie van het Gereformeerd Kerkboek (2006) een plaats krijgen in het nieuwe kerkboek, tenzij ze (eventueel in een andere berijming of vertaling) in het Liedboek 2013 zijn opgenomen.” In hun aanvullend rapport (dec. 2013) zeiden ze, dat er “een groot aantal gezangen” meegaat en dat slechts “enkele oude gereformeerde gezangen” zijn weggelaten. Uiteindelijk bleek in mei 2014 dat 1/3 van de huidige gezangen zonder nadere motivatie verdwenen is, waaronder een flink aantal geliefde liederen.

Gelukkig is er nog hoop. Want de Generale Synode van Harderwijk heeft besloten, dat het nieuwe Gereformeerd Kerkboek “op de GS van 2014 in eerste lezing en op de GS van 2017 definitief vastgesteld wordt.” De uitgave van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek die deputaten mogen verzorgen, zal pas op de landelijke synode van 2017 definitief goedgekeurd worden. Dat biedt kansen voor kerkenraden om aan de volgende synode door te geven welke van de verdwenen oude en nieuwe klassiekers in hun ogen zeer geliefd zijn en breed gewaardeerd worden en dus alsnog hun legitieme plaats in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek horen terug te krijgen.

[Aanvulling 2015: het nieuwe Gereformeerde Kerkboek komt in het voorjaar van 2016 uit. De Generale Synode van Ede besloot in 2014 om versneld tot vaststelling van de inhoud over te gaan. Dus heeft het geen zin om nog bezwaar te maken tegen het skippen van bijna 1/3 van de gezangen in het huidige Gereformeerde Kerkboek. Ik ben wel benieuwd hoeveel kerken over zullen gaan tot aanschaf van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek, nu dat qua hoeveelheid liederen aan de magere kant is.]
Mijn eerdere blogs over dit onderwerp waren: Hoogliturgisch denken bederft mijn vreugde met Kerst en Pasen – 10 juni 2014 http://wp.me/p3wcfn-cU; En ook rond Pinksteren bederft hoogliturgische denken mijn vreugde – 12 juni 2014 http://wp.me/p3wcfn-d4. En verder ook nog, vooral over de Psalmen: Nieuwe Liedboek nu al met Psalmen en al overnemen? – 15 mei 2013 http://wp.me/p3wcfn-1q en Over krekeltjes, korenbloemen en zwart-witte koeien – 29 jan. 2014 http://wp.me/p3wcfn-8U

 

Over God gesproken – anders verdwijnt Hij

-een vakantie met Emiel Hakkenes, Kees de Ruijter en de Nijmeegse Vierdaagse-

Tijdens de bouw van een middeleeuwse kathedraal kwam de bisschop eens kijken. Hij vroeg aan drie verschillende werklieden: ‘Waar ben je mee bezig?’  ‘Ik verdien m’n brood’, zei de eerste. ‘Ik metsel een muur, steen voor steen’, zei de tweede. ‘Wij bouwen samen een Godshuis’, zei de derde. De bisschop glimlachte en zei: ‘Dat is het! Je bent niet alleen bezig je brood te verdienen door stenen op elkaar te metselen, je bent bezig een huis te bouwen waarin God aanbeden zal worden!’

kerkbouw Peelo foto bieb

In Assen-Peelo bouwen wij ook aan een Godshuis. De oude, leegstaande wijkbibliotheek wordt vóór de zomervakantie 2015 ons nieuwe kerkelijke onderkomen. Een Godshuis in en voor onze wijk Peelo, waar tot nu toe geen enkel kerkgebouw te vinden is. Maar roeien we als gereformeerde christenen in Assen-Peelo niet geweldig tegen de stroom in met het ombouwen van een bibliotheek tot kerk? Bibliotheken gaan dicht omdat er steeds minder gelezen wordt. Maar kerken sluiten nog vaker hun deuren. Het christelijk geloof  is overduidelijk op z’n retour in Nederland. En wat doen wij in Assen-Peelo? We bouwen met groot enthousiasme een kerk! Ik doe zelf net zo enthousiast mee door in mijn eerste vakantieweek me de blaren op de voeten te lopen tijdens de Nijmeegse Vierdaagse voor kerkbouw Peelo (bedankt, meer dan 100 sponsors, voor de ruim € 3.200 en twee mooi beamers die dat opgeleverd heeft!).

Vlak voor de Vierdaagse had ik net het boek God van gewone mensen van Emiel Hakkenes, journalist bij Trouw, gelezen. Ik verwees er eind 2013 al naar op mijn weblog (https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/11/10/waaghalzen-en-angsthazen/). Emiel beschrijft daarin hoe het gereformeerde geloof uit zijn familie verdween. Zijn ouders waren namelijk aktieve en betrokken gemeenteleden in de gereformeerde kerk van Gieten. Emiel heeft daar geen enkele negatieve herinnering aan. Hij is in 1977 geboren en heeft de tijd van polarisatie in de kerk (voor of tegen kernwapens) niet bewust meegemaakt. Nu is hij zelf half de deHakkenesrtig en heeft niets meer met de kerk en het geloof in de God van de Bijbel. Dat besef drong pijnlijk scherp tot hem door toen zijn ouders hem vroegen, of hij en zijn vrouw ook van plan waren hun zoontje (het eerste kleinkind van zijn ouders) te laten dopen. Dat was voor Emiel de aanleiding om op zoek te gaan in zijn familiestamboom naar het geloof van zijn voorouders (acht generaties terug, te beginnen bij Jan Warner Hackenes (± 1707  – na 1770). En om terug te kijken op zijn eigen gereformeerde jeugd en opvoeding.

Het is een prachtig geschreven boek. Het raakte mij vooral op twee punten. Allereerst beschrijft Emiel uitvoerig, hoe aktief zijn ouders zich hebben ingezet voor de kerk. Toen vader en moeder Hakkenes in 1965 trouwden en zich het jaar erna in Gieten vestigden, woonden er maar weinig gereformeerden in het dorp. Ze kerkten elke zondag in Gasselternijveen. Vanwege de  toenemende werkgelegenheid groeide het aantal gereformeerden in Gieten, dus wilden ze er graag een eigen zelfstandige gemeente vormen. En dat gebeurde ook. In 1974  werd de Geformeerde Kerk van Gieten gesticht en een paar jaar later kwam er ook nog heen  christelijke basisschool. Allebei met veel inzet en enthousiasme én met de nodige weerstand van alles wat liberaal, socialistisch en vrijzinnig-hervormd was. Toen ik het las, moest ik aan onze eigen kerkbouw denken. Gelukkig is er weinig tot geen weerstand bij de buitenwacht, want bijna iedereen in Peelo is blij dat de leegstaande bibliotheek zo’n mooie bestemming krijgt. Ik herkende wel het gevoel van hoe fijn het is om samen te bouwen aan een huis voor God. Maar ik bedacht daar ook meteen bij: dat deden ze in 1974 in Gieten ook, terwijl in de jaren ’60 de kerken in het Westen en in de grote steden van ons land al begonnen leeg te lopen. Dus terwijl de secularisatie al in volle gang is, sticht een groepje gereformeerden in Gieten nog een eigen kerk en school. Men zegt wel eens, dat de kleine bijbelgetrouwe kerken 30 tot 40 jaar achterlopen op de grote protestantse kerk (hervormd en synodaal-gereformeerd). En inderdaad, sinds 2007 daalt het ledental van de vrijgemaakte kerken. Terwijl de neergang is ingezet, beginnen wij in Assen-Peelo met een eigen kerkgebouw! Net als de synodaal-gereformeerden in Gieten 40 jaar geleden. Die opkomende gedachte vond ik niet prettig. Wordt ons prachtige nieuwe in 2015 feestelijk geopende kerkgebouw over een jaar of 30 alleen nog maar door een handjevol oudere mensen bezocht?

En zo kwam ik bij het tweede punt dat mij opviel. God van gewone mensen beschrijft heel mooi en vol liefde het levensverhaal van zijn ouders en plaatst dat in het grote kader van negen generaties Hakkenes. Maar als het gaat om zijn ouders en hun inzet voor geloof en kerk,  komt bijna nergens naar voren, wat dat geloof dan werkelijk inhoudt. Over God wordt nauwelijks gesproken. Eén keer gaat het over een dominee die krampachtig probeert de leer van de Drie-Eenheid uit te leggen, één keer gaat het om een bijzonder emotionele verwijzing naar Jezus, en één keer geeft Emiel aan, dat hij op de vraag ‘Gelooft u in God, de Vader, de Almachtige, Schepper van de hemel en de aarde’ persoonlijk als antwoord zou geven: ‘Geen idee eigenlijk, maar ik denk van niet.’ Maar nergens lees ik iets over hoe zijn ouders met hem over God en Jezus gesproken hebben, of hoe daar hij zelf vroeger over dacht en gaandeweg anders over is gaan denken. Aan het eind van het boek zegt Emiel alleen maar, dat de kerk geen monopolie heeft op ‘de ervaring van iets wat groter is dan mijzelf’. Zulke momenten ervaart hij wel tijdens een concert van  Dead Cab For Cutie als die zingen no closer to any kind of truth. En als het om de vraag gaat wat hij zijn kinderen wil meegeven, dan heeft hij genoeg aan een paar joodse wijsheden en de verhalen van zijn acht voorouders. “Met zulke verhalen heb je geen Oude of Nieuwe Testament meer nodig” – dat zijn de laatste woorden van dit boek.

Mij overviel dezelfde triestheid als bij het lezen Frank Westerman’s zelfde zoektocht in zijn boek Ararat (zie https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/07/24/op-bergen-en-in-dalen-ja-overal-is-god/). Dat gebeurt er dus, als er niet over God gesproken wordt. Dan wordt geloven een lege huls. De huls wordt nog een tijdje gekoesterd, totdat iemand zich afvraagt: wat zit er eigenlijk in? En dan blijkt het niets meer te zijn en nergens meer over te gaan. Nu doet dat geen recht aan dit prachtige boek van Emiel Hakkenes. Het gaat juist wél ergens over. Maar God komt niet ter sprake. Volgens mij zit daar de kern van het antwoord op de vraag hoe het komt, dat het geloof uit een familie verdween. Het geloof verdwijnt uit het leven als we niet meer Horen naar de stem van God, om het met de titel van een ander boek te zeggen. Dat is het handboek voor de preek van Kees de Ruijter, dat ook eind 2013 verschenen is.  In dat boek benadrukt Kees, dat als God niet meer ter sprake komt in de preek, je ook wel op kunt houden met preken. Want als in de preek ‘de stem van Meester’ niet meer doorklinkt, is God niet meer de sprekende God, die in zijn liefde naar mensen toekomt en ons vraagt om zijn liefde te beantwoorden.  Verder laat Kees zien, dat juist in deze tijd de preek als ‘woord van God’ geweldig onder druk staat, omdat in onze cultuur niet-in-God-geloven de standaardoptie is geworden voor de meeste mensen. Toen ik daar over nadacht, besefte ik, dat wat voor de preek geldt, ook voor het christelijk geloof in z’n algemeen geldt. Als er niet meer over God gesproken wordt, loop je het risiko dat in onze samenleving en cultuur het geloof binnen één generatie verdwijnt. Wie wel gelooft in God als Vader, Zoon en Heilige Geest roeit echt tegen de stroom in. Het christelijk geloof spreekt niet meer vanzelf. Om het over te dragen  zullen we er echt samen over moeten praten. Over God moeten praten. Als Schepper – Hij heeft ons gemaakt. Als Verlosser – Jezus heeft ons gered. Als Motivator – de Heilige Geest die de vonk doet overspringen. Het is niet voldoende als dat zondags in de preek allemaal aan de orde komt. We zullen ook steeds meer persoonlijk God ter sprake moeten brengen door te vertellen en te laten zien, wat (beter:  Wie!) ons bezielt.  Ergens is het daar, vermoed ik, mis gegaan in het gezin Hakkenes. En kan het bij ons ook zo maar diezelfde kant op gaan: geloven wordt  meer ‘aktie’ dan ‘antwoord’. Dan wordt het in Peelo ‘onze kerk’ in plaats van ‘Gods huis’.

Het boek van Emiel Hakkenes is een baken in zee. Het laat zien wat er gebeurt als er niet meer over God gesproken wordt. Dan moet je het doen met wat je zelf zinvol vindt in het leven. Het boek van Kees de Ruijter is een vurig pleidooi om, als het om de preek gaat, het zover niet te laten komen, maar om als prediker en als  hoorder in de Bijbel de God te ontmoeten die ons nog zo veel te vertellen heeft.

 Emiel Hakkenes, God van de gewone mensen. Hoe het geloof uit een familie verdween, Thomas Rap Amsterdam 2013, 318 pag., isbn 9789400401570, paperback €18,90. Twee goeie recensies over dit boek schreven Bert Altena http://www.bertaltena.com/emiel-hakkenes-god-van-de-gewone-mensen/ en en Taede Smedes http://tasmedes.wordpress.com/2013/11/19/emiel-hakkenes-en-de-god-van-de-gewone-mensen-boekbespreking/
Ruijter - Kees boekKees de Ruijter, Horen naar de stem van God. Theologie en methode van de preek, Boekencentrum Zoetermeer 2013, 240 pag., isbn 97894023927396, gebonden €25,90. Een goed leesbaar boek voor de geïnteresseerde lezer, met kleine foutjes zoals vanaf blz. 58 t/m blz. 69 een spraakverwarring tussen de woorden ‘spreekregel’ en ‘spraakregel’ en op blz. 123 een verwijzing naar ‘Liedboek (2013) 319’ die in de editie Liedboek (1973) inderdaad Lied 319 is, maar in de editie Liedboek (2013) opgenomen is als Lied 273.

RAMPEN EN ONHEIL – GODS MEGAFOON?

Afgelopen zondag was het precies een maand geleden, dat vlucht MH17 boven Oekraïne werd neergehaald door (zeer waarschijnlijk) pro-russische separatisten. In de afgelopen maand kwam ook naar buiten hoe ongelooflijk wreed de islamitische terreurgroep ISIS omgaat met alle minderheden binnen de Islamitische Staat die zij in het leven geroepen hebben: ‘bekeer je of sterf!’ Wat een rampen en wat een onheil wordt er over slachtoffers en nabestaanden en hele bevolkingsgroepen uitgestort!

N.a.v. het sektarische geweld van ISIS heeft het Pastoresconvent van kerkelijke voorgangers in Assen afgelopen vrijdag een Oproep doen uitgaan (klik hier). Die heb ik zondag in de kerkdienst van de GKV Assen-Peelo voorgelezen. In het gebed heb ik ook stilgestaan bij de nood in de wereld. En ik preekte over Amos 3:1-8 (zie preek Amos onder ‘Preken OT’) . Daarin gaat het om de vraag, of rampen en onheil zonder toedoen van God plaatsvinden. Amos geeft duidelijk aan, dat het niet buiten God om gaat. Hoe het precies zit tussen de ellende die mensen overkom en in de meeste gevallen, zoals MH17 en ISIS, ook door mensen wordt veroorzaakt, en de rol die God daarin speelt – dat kan ik niet verklaren. Ik vind het te gemakkelijk om God de schuld te geven voor wat mensen elkaar aandoen, maar worstel wel met de vraag hoe God zoveel leed kan toelaten.

Uit Amos 3 maak ik op, dat rampen en onheil door God gebruikt worden als megafoon om een wereld die aan God voorbij leeft wakker te schudden, zodat wie van God vervreemd is, tot inkeer komt. Dat is ook het enige wat Jezus Christus Zelf als kommentaar geeft als er in het jaar 30 te Jeruzalem binnen een maand een ISIS-achtige moordpartij én een grootschalig noodlottig ongeluk zoals de ramp met vliegtuig MH17 plaatsvinden. Lees het in Lukas 13:

1 Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers. 2 Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? 3 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. 4 Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? 5 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’

ISIS christensymbool kleinBij zoveel onheil en rampen valt er niets meer te zeggen. En des te meer te bidden.

Oproep van Pastores Assen

Met afschuw en verbijstering nemen wij kennis van wat er momenteel in Irak gebeurt.
Wij voelen ons verbonden met de christenen in dit verscheurde land, waar de bakermat van onze beschaving ligt en waar vanouds christelijke gemeenschappen deel uit maken van een veelkleurige en multireligieuze samenleving. 5d6e635578
Door het redeloze geweld van de islamitische terreurorganisatie IS, waar geen enkele rechtvaardiging voor te geven is, dreigen niet alleen na bijna 2000 jaar aanwezigheid de christelijke gemeenschappen uit deze regio te verdwijnen, maar ook andere religieuze groeperingen en moslims die een andere vorm van de islam aanhangen.
Wij roepen plaatselijke christenen en christelijke kerken en gemeenschappen op, voorbede te doen voor de bedreigde inwoners van Irak.
Met deze oproep willen wij een signaal afgeven, dat wij de rechtvaardiging van elk sektarisch of religieus geweld, ook in onze eigen maatschappij, verwerpen. Het strijdt met de bijbelse opdracht zoals wij die verstaan, om onze naaste lief te hebben als onszelf (Mat. 22: 39) en om alles in het werk te stellen om met alle mensen in vrede te leven (Rom. 12: 18).
Laten we samen, als mensen van goede wil, streven naar vrede, verzoening en gemeenschapszin, dichtbij en veraf.

(opgesteld door het Pastoresconvent, het samenwerkingsverband van voorgangers van vrijwel alle christelijke kerken en gemeenschappen in Assen; nadere informatie over deze oproep bij: pastoor Koos Tolboom, samenroeper Pastoresconvent; ds. Bert Altena, protestantse wijkgemeente Assen-Noord; ds. Ernst Leeftink, gereformeerde kerk vrijgemaakt Assen-Peelo) 
EO Metterdaad helpt in Irak.
Gebedspunten voor Irak van Open Doors

CRISIS! WERELD ZONDER OLIE – WERELD ONDER WATER

Wat zou er gebeuren als …

De vakantie is een tijd om je lekker te ontspannen. Dat kan ook, door je gedachten eens te laten over allerlei onderwerpen. Gewoon een beetje voor je uit denken en dagdromen.  Wat zou er gebeuren als … is dan een leuke invuloefening voor de ontspannen geest. Een paar jaar geleden las ik in mijn vakantie twee boeken die ook gaan over wat er zou gebeuren als  de bestaande wereld opeens met een hele grote crisis te maken krijgt.

… heel de aarde onder water komt te staanHemelteken

Het eerste boek gaat over de tijd vlak voor de zondvloed. Erg lang geleden dus. In het boek wordt het verhaal verteld van Anna. Na de gewelddadige moord op haar vader weet ze te ontsnappen uit haar dorp en leefwereld, waar iedereen vol haat en geweld en egoïsme met elkaar omgaat.  Want ‘alle mensen op aarde waren slecht; alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.’ (Gen. 6:5). Ze wordt de vrouw van Sem, Noachs oudste zoon, en wordt zo als eerste dochter opgenomen in de enige familie op aarde, die nog wel in de Allerhoogste gelooft en in vrede en liefde met elkaar leven.  En die als familie met z’n vijven (vader Noach, moeder Naomi –als naam door de schrijfster bedacht-  en de drie bekende zonen) zich voorbereiden op de grote watervloed die komen gaat nadat de oude opa Metuselach zal zijn gestorven. Om die reden heeft het hele dorp de familie Noach uitgekotst. Ze horen er niet meer bij. Wat wie gelooft nog in de dwaze praatjes over een paradijs waaruit zo’n 1500 jaar geleden de eerste twee mensen door de Allerhoogste waren weggestuurd? Maar de dag van de grote watervloed komt – en met de twee andere nieuwe dochters (Gina voor Jafeth en Tirza voor Cham) weten acht mensen deze catastrofe te overleven.

… heel de wereld zonder olie komt te zitten

Rijkdom saoedHet tweede boek gaat over onze eigen tijd, van 2010 tot pak weg 2050. Plotseling komen de grote olie in Saoedi-Arabië helemaal droog te liggen. Wereldwijd breekt een grote oliecrisis uit. Vlak voordat dat gebeurde, heeft de jonge Markus Westermann de oude Karl Walter Block leren kennen, die zegt de methode te kennen om overal op aarde nieuwe olie boven de grond te kunnen halen. Markus wordt een snelle jongen die veel geld verdient én uitgeeft, maar aan het begin van de oliecrisis door een auto-ongeluk in de V.S. in coma raakt. Als hij in Duitsland bijkomt , begint de oliecrisis grote vormen aan te nemen. De Verenigde Staten van Amerika vallen helemaal uit elkaar, het vliegverkeer over heel de wereld komt volledig stil te liggen, Europa valt terug naar een beschavingsniveau van honderd jaar geleden: leven van de landbouw en de veeteelt en de groentetuin met mondjesmaat wat luxe zoals een krant en een radio. Ondertussen werkt Markus in Amerika de plannen van zijn vader uit om uit alcohol nieuwe energie te kunnen opwekken. Tot hij na 30 jaar met de boot terugkeert naar zijn vaderland Duitsland – net in de periode dat vliegtuigen voor het eerst na 25 jaar weer intercontinentaal van Amerika naar Europa vliegen.

Een echte crisis verandert de wereld

Beide boeken hebben indruk op mij gemaakt. Omdat ze allebei laten zien, hoeveel gevolgen een echt grote ramp kan hebben op onze beschaving. Het boek over de zondvloed heeft mij bij een aantal dingen bepaald, waar ik eigenlijk nooit zo diep over nagedacht heb. Bijvoorbeeld:

*1* Het klimaat van de aarde was voor de zondvloed erg gelijkmatig en zodanig, dat er altijd geoogst kon worden en dat voedsel langdurig houdbaar was.  Vandaar dat alle mensen alleen plantaardig voedsel aten. Ook de atmosfeer was anders dan na de zondvloed: mens en dier leefden langer. Na de zondvloed wordt de aarde ruiger en het klimaat ruwer. De seizoen komen en de mensen hebben aanvullend vlees nodig om te kunnen overleven.  Alles is aan bederf onderhevig (brood verschimmelt en ijzer gaat roesten) en ook de gemiddelde leeftijd van mens en dier neemt snel af.

*2* Voor de zondvloed zucht de schepping  mee onder de slechtheid van de mensen. Er komen steeds meer aardbevingen en de dieren worden steeds agressiever, ook richting de mensen.  Noach waarschuwt 120 jaren dat dit signalen zijn voor de watervloed die komt.

*3* Wat mij vooral opviel was de voortdurende opmerking van Anna (en ook van Noach en de zijnen), dat ze na de zondvloed bijna helemaal opnieuw zouden moeten beginnen.  ‘Er is zoveel kennis verloren gegaan’ zegt Anna als na de ark het leven op aarde weer opbouwen. Zelf kon ze goud bewerken, maar miste ze de technische middelen. Haar schoonzus kon goed weven en naaien, maar miste ook het verfijnde gereedschap. De zonen van Noach leefden van de landbouw en veeteelt, dus veel kennis over bouwtechniek ging ook verloren.

In het boek over de olie die plotseling opraakt, laat de schrijver ook zien, hoe totaal afhankelijk onze samenleving geworden is van de olie. Als die bron opdroogt en wegvalt, stort heel de ekonomie in elkaar. Eerst ontstaat er chaos vanwege de oplopende olieprijzen (tot ver boven de € 10 de liter), daarna raken de oliereserves op en valt heel de infrastruktuur uit elkaar.  Wereldwijd ontstaan er oorlogen, epidemieën en hongersnoden. Met als gevolg dat vooral het rijke Westen met al z’n technische hoogstandjes terug bij af is – dus terug bij 1900, toen de olie nog geen massaprodukt was waar de hele ekonomie op draaide. Met als gevolg, dat de steden in Amerika uitsterven, want men haalde altijd zijn boodschappen in super-grote benzine-slurpers 30 Mijl verder op in de big-bigger-biggest supermarkten. Op de uitgestrekte graanvelden verbouwen verarmde stedelingen (ambtenaren, docenten en al dat soort mensen) de levensmiddelen die ze nodig hebben om te overleven. In Europa verdwijnen de grote supermarkten aan de randen van de steden eveneens. Men wordt teruggeworpen op de kleine dorpssamenleving waar iedereen elkaar nodig heeft. Alle werkers in de ICT worden op slag werkeloos en de generatie van 2050 vraagt zich af wat een memri stik is. Gelukkig zijn er nog een paar bedrijven die zich erin gespecialiseerd hebben, zulke apparaatjes te kunnen lezen.

Psalm 8 en Psalm 104

Twee boeken met twee horror-scenario’s.  Allebeid fictie, maar geen science-fiction. De grootste natuurramp aller tijden heeft echt plaatsgevonden en is waarheidsgetrouw in Genesis 6 t/m 9 beschreven.  En in het boek over de grote oliecrisis noemt de schrijver allerlei feiten op over de olievoorraad en de prognoses, zodat je je ook van zijn indringende verhaal niet zomaar af kunt maken. Veel wetenschappers schilderen ons het zwarte scenario voor dat binnen afzienbare tijd de wereld te maken krijgt met langdurige olieschaarste en met een sterk stijgende zeespiegel door de opwarming van de aarde.

Beide boeken hebben mij weer bepaald bij wie we werkelijk zijn als mens. Aan de ene kant zijn wij bijna goddelijk (Psalm 8).  De HERE heeft aan ons het beheer van zijn schepping toevertrouwd en ons veel prachtig materiaal gegeven en een goed verstand om dat allemaal uit de schepping te halen. Aan de andere kant  zijn wij afhankelijke en kwetsbare schepselen (Psalm 104). Als de HERE in de natuur zijn hand niet opent en zijn adem en Geest niet over de aarde laat gaan, komen we om van de honger. En als Hij zijn gelaat verbergt en ons de adem ontneemt, is het met ons gedaan en keren we terug tot stof.

Maar voordat de mensheid dat beseft, moeten we soms eerst keihard met de werkelijkheid gekonfronteerd worden.  Dat gebeurt met Anna in boek 1 en met Markus in boek 2. Allebei vragen ze zich af, of de mensen er gelukkiger van zullen worden, als ze weer net zo’n hoog nivo van welvaart zullen bereiken, als in de tijd voor de grote watervloed en de grote oliecrisis. Markus voelt zich in het niet-christelijke boek minder egoïstisch en Anna voelt zich in het christelijke boek diHemeltekenchter bij God, de Allerhoogste. Ondanks, of misschien juist wel dankzij het gebrek aan alle luxe en welvaart in de periode voor de grote ramp.

De beide boeken zijn: Het hemelteken van Kacy Barnett-Gramckow, uitgegeven bij Uitgeverij Barnabas, nu als vervolgverhaal in het Nederlands Dagblad; en  De Rijkdom van Saoed van Andreas Eschbach, uitgegeven bij Karakter Uitgeverij BV; voor zover ik weet allebei  alleen nog tweedehands verkrijgbaar.

 

Een kort DOOPFORMULIER voor de kinderdoop

We hebben vaak een doopdienst in onze kerk. Begin juli ook weer. Met een knipoog naar het Grunnens Laid heWaterdruppel  1b ik gepreekt over het thema DE DOOP: EEN PRONKJUWEEL MET GOUDEN RAND, ONTVANGEN UIT GODS VADERHAND n.a.v. Romeinen 4. De preek is hier na te lezen: Romeinen 4 vs 9b-12 preek en liturgie. Omdat we vaak dopen hebben, heb ik deze keer een kort doopformulier gebruikt. Die heb ik overgenomen uit het Gemeindebuch van de Evangelisch-altreformierte Kirche uit Duitsland. Net als het formulier voor belijdenis + volwassendoop uit ‘De werkers van het laatste uur’ van Stefan Paas (zie link) geef ik die hieronder graag weer. Misschien dat iemand ‘m kan gebruiken. Er is ook een versie in PowerPoint beschikbaar (klik hier). Verder kwam ik een bijzonder mooie weergave tegen op YouTube van het gedicht ‘Ik leg de namen van mijn kinderen in uw handen‘. Het wordt gezongen door Remco Hakkert en is echt de moeite van het beluisteren waard: http://www.youtube.com/watch?v=6_it6By5h2U.

Kort formulier voor de kinderdoop

Onderwijzing

NAAM en NAAM willen graag hun dochter/zoon NAAM laten dopen. We luisteren naar de woorden, waarmee Jezus Christus de doop heeft ingesteld: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28:18-20)

We worden in de naam van God, de Vader, gedoopt, omdat wij door Jezus Christus Gods kinderen zijn. Hij zorgt voor ons als een goede Vader in de hemel. We worden in de naam van God, de Zoon, gedoopt, omdat wij in leven en sterven eigendom zijn van Jezus Christus, die ons gekocht heeft met zijn kostbaar bloed. We worden in de naam van God, de Heilige Geest, gedoopt, omdat Hij ons door het geloof met Christus verbindt, ons troost en altijd bij ons blijft.

Onze kleine kinderen begrijpen nog niet, wat de doop betekent, maar de toezegging dat zij Gods kinderen zijn is al over hun leven uitgesproken. Ook zij behoren tot het verbond van God en tot zijn gemeente. De doop is het teken van Gods genade. Dit teken kan niet herroepen worden. Gedurende ons hele leven, en ook wanneer we aan ons geloof twijfelen, moet dit teken ons er weer zeker van maken, dat wij bij Jezus Christus horen. Daarvoor zij God eer en dank, nu en in eeuwigheid.

Geloofsbelijdenis

Met alle christenen op aarde belijden we ons geloof in de Drie-enige God, in wiens naam dit kind gedoopt wordt. Apostolische geloofsbelijdenis en/of lied

Gebed

Wij zijn U onze dank schuldig, HERE onze God, want U hebt zich met ons in leven en dood verbonden. U hebt de aarde uit het water van de oervloed tot leven geroepen. U hebt door het water van de zondvloed een nieuw begin met uw schepping gemaakt. U hebt uw volk Israel uit de slavernij bevrijd en door het water van de Rode Zee naar het land van de belofte geleid. U hebt ons uw Zoon bekend gemaakt, toen Hij in het water van de Jordaan gedoopt werd. U hebt Hem als eerstgeborene van uw toekomstige wereld uit de dood opgewekt. U brengt dankzij Jezus Christus een gemeente bij elkaar, die met Hem gedoopt, gestorven en opgestaan is. Zij wordt door zijn Geest tot leven gewekt en is onderweg naar zijn toekomst.

Wij bidden U voor NAAM, die zo meteen de doop ontvangen zal. Noem hem/haar uw kind, red hem/haar door Jezus uw Zoon, leid en bescherm hen door uw Geest. Geef mensen om hem/haar heen, die hem/haar in liefde en trouw tot U en tot uw gemeente brengen. Laat hem/haar zo groeien in geloof, hoop en liefde, dat hij/zij een gelovige partner van uw verbond en een levend lid van het lichaam van Jezus Christus, onze Heer, zal worden. U, de HEER, zei eer en lof in eeuwigheid! AMEN

Doopvragen

Omdat God zijn verbond aangaat met ons en onze kinderen, moeten de kinderen van gelovige ouders gedoopt worden. Omdat ze zelf nog geen antwoord kunnen geven, vraag ik jullie als ouders:

  1. Erkennen jullie dat NAAM zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is, maar dat hij/zij toch in Christus voor God heilig is, en daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn?
  2. Belijden jullie dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament, zoals die in de Apostolische Geloofsbelijdenis samengevat is en in deze gemeente verkondigd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is?
  3. Beloven jullie dat je NAAM zult voorgaan in een christelijke manier van leven en hem/haar zo goed mogelijk zult onderwijzen en laten onderwijzen, om hem/haar te leren begrijpen wat het betekent gedoopt te zijn?

Vader en moeder NAAM wat is daarop jullie antwoord? JA

Doop + lied

Aanspraak gemeente

Geliefde gemeente, NAAM is geboren in het gezin NAAM en hoorde daardoor al bij de christelijk kerk. Nu hij/zij gedoopt is, heten wij hem/haar welkom in onze gemeente. Wij willen hem/haar met ons gebed begeleiden en er toe bijdragen dat hij/zij groeit in geloof, hoop en liefde. Laten we open blijven staan voor het zoeken en vragen van jonge mensen. Laten we bereid zijn, hen te begrijpen, en meehelpen, dat ze in onze gemeente een echt thuis vinden.

Gebed

Levende God, wij hebben dit kind in uw Naam gedoopt en opgenomen in de gemeenschap van uw gemeente. Wij hebben hem/haar het teken van het leven gegeven. Wij danken U, dat U ons dit kind toevertrouwt. Laat ons zien, hoe wij deze verantwoordelijkheid op de juiste manier kunnen uitvoeren. Hou dit kind in uw nabijheid, geef de ouders kracht, hem/haar goed op te voeden; laat hem/haar mensen ontmoeten die hem/haar serieus nemen, het goede met hem/haar voorhebben en hem/haar niet op dwaalwegen leiden. Help ons, dit kind zo te benaderen, dat het uw liefde ontdekt, uw vergeving ervaart en in de geloofsgemeenschap blijft, waarin hij/zij leven en ademen kan. AMEN

Doopkaart + lied

OOK IN OOSTENRIJK KLINKT HET EVANGELIE!

“Wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.” – Hand. 2:11b

Neuhofen - kerkgebouw 1

Kerkgebouw Evangelisch Reformierte Kirche Neuhofen (alleen de begane grond)

Het is juli. Heel Nederland gaat weer massaal op vakantie. Waar je ook naar toe gaat, in elk land van Europa zijn er gelovigen te vinden. Ik hoop dat veel christenen uit Nederland tijdens hun vakantie de plaatselijke kerk bezoeken. Ze zijn vaak maar klein en voelen zich enorm bemoedigd door de komst van vakantiegangers. Van beide kanten merk je dan: sinds Pinksteren is de Heilige Geest wereldwijd gegaan. Zo vlak voor de vakantie preek ik nu over  Handelingen 2:11b en Psalm 87 (zie onder Preken – NT: Hand 2 vs 11b Pinksteren preek en liturgie ) en dan maak ik van de gelegenheid gebruik om iets te vertellen over twee van de vijf kleine ‘Evangelisch Reformierte Kirchen’ in Oostenrijk en Zwitserland, namelijk de kerk van Neuhofen en de kerk van Rankweil.

Neuhofen - gemeenteledenIn Neuhofen a/d Krems is zo’n 30 jaar de eerste Reformierte Kirche in Oostenrijk gesticht. Met een enthousiaste dominee. En een gemeente die groeide. Totdat de predikant eind jaren ’90 zomaar weg ging en een gemeente met 10 leden achterliet. Die gingen in geloof verder. Ook al hadden ze tegenslag op tegenslag. Eerst kregen ze een kandidaat dominee, maar voor hem bleek het predikantschap  toch te zwaar. Met zijn gezin is hij gelukkig nog steeds aktief lid. En daarna kwam een Nederlandse dominee met een Oostenrijkse achtergrond. Helaas zag die het na 1½ jaar niet meer zitten en is teruggegaan naar Nederland. Toch blijft die maar moed houden! De beide mannen lezen bijna elke zondag een preek vanNeuhofen - kerstmarkt de andere vier dominees uit Zwitserland en Oostenrijk en een paar keer per jaar gaan die dominees daar voor. Of er komt, heel af en toe, een dominee uit Nederland die daar in het Duits preekt. En ze staan vrijmoedig op bv. de Kerstmarkt, ook al vindt iedereen in Oostenrijk die ‘Reformierten’ maar een sekte, ongeveer net zo erg als Jehova’s-Getuigen.Neuhofen - doop Karintie Van de nu bijna 20 leden is er één familie, die in Karintïe woont, zo’n 200 kilometer verderop. Die komen 1x per maand, heb ik begrepen, naar Neuhofen afgereisd op zondag.  Toen daar de jongste geboren werd, is de hele gemeente naar hen toe afgereisd, en ook ds. Mayer reisde vanuit Rankweil meer dan 500 km. naar Karintië. Daar, op de bovenverdieping van het huis, werd de jongste zoon gedoopt.

De tweede gereformeerde kerk in Oostenrijk staat in Rankweil, tegen de Zwitserse grens. Die gemeente ruim 15 jaar geleden ontstaan omdat één van de leden van Neuhofen daar woonde – afstand 450 km. Toen bleek dat ds. Reinhard Mayer met zijn vrouw Bernadette graag zendeling in zijn eigen land wilde worden, is hij daar heen gegaan. Nu is er een gemeente met meer dan 50 leden, die soms een onverwachte groei doormaakt, en soms ook weer plotseling leden verliest.   De gemeente komt nu samen in een kantorencomplex vlak bij afslag van de snelweg in Rankweil en Feldkirch, en zomers zijn er regelmatig Nederlandse gasten. De foto van de Rankweil - zomerdienst met gastenzondagse samenkomst geeft dus een wat vertekend beeld, want achterin ziten wat Nederlandse vakantiegasten. Maar de gemeente is vol goede moed. Er wordt elk jaar een bijbelcursus gegeven én er is tijdens iedere kerkdienst zondagschool voor de kinderen.Onder de deelnemers van de bijbelcursus van vorig jaar onder andere een echtpaar dat nu de kerkdiensten als gast bezoekt, en naast de beide accordionisten ook de liederen meebegeleid met twee violen. En voor de zondagschool is men bezig bijbelgetrouw Nederlands en Engels kindermateriaal in het Duits te vertalen.

Rankweil - bibelkurs

Deelnemers aan de bijbelcursus in Rankweil

Kleine kerkjes in een enorm vaag christelijk land. Stel je voor: in een regio met net zoveel inwoners als Assen (60.000) wonen maar hooguit 10 christelijke gezinnen (in plaats van 10% van de bevolking, zoals in Assen).  Reken maar dat die broeders en zusters ons gebed en onze financiële steun hard nodig hebben!  En reken maar dat zij ons veel kunnen vertellen over hun geloofsblijheid en de kracht van Heilige Geest waardoor ze het volhouden. Vanuit Nederland worden deze gemeentes gesteund door de Stichting Steun Reformatie Oostenrijk. Die geven per kwartaal een Oostenrijkbulletin uit. In het laatste nummer schreef de ouderling van Neuhofen, Günter Dreer, over het Pinksterfeest. Voor de meeste Oostenrijkers eindelijk een extra lang weekend. Maar, zei hij, voor ons betekent Pinksteren dit: zonder Pinksteren zouden wij, kerk in Neuhofen, er helemaal niet zijn. Zonder Pinksteren geen christenen en zonder christenen geen kerk. Daarom is Pinksteren voor ons veel maar dan alleen een lang weekend. Pinksteren maakt ons er bewust van het feit dat onze kerk er is. Omdat God, door zijn genade, het beste met ons voor heeft. Pinksteren herinnert ons eraan, dat God vandaag nog steeds door zijn Geest werkt. Pinksteren staat voor ons kind-zijn van God!ssro-logo

Dus als je dit leest en naar Oostenrijk of Zwitserland op vakantie gaat: kijk even of je in de buurt van Wenen, Linz (=Neuhofen), Vorarlberg (=Rankweil), Winter of Basel zit – kijk even op www.ssro.nl of www.reformiert.at en bezoek daar onze kleine zusterkerken.

Ds. Reinhard Mayer en zijn vrouw Bernadette

Ze zijn zo blij om gasten uit Nederland te ontmoeten! En zelf besef je weer, dat we in Nederland niet de enige christenen zijn. Het is Pinksteren geweest en de Heilige Geest spreekt alle talen. Dus: : Zing met ons mee, laat dit lied voortdurend horen. Zeg het alle mensen op de aarde. Zing met ons mee, zing het meer dan ooit tevoren. Jezus Christus geeft het leven waarde.  Ja, laat het klinken overal, op bergen en in dal, tot iedereen het horen zal. (E&R 182)

Appel aan de synode over besluit ‘M/V in de kerk’

Onderstaand appel verstuurden we gisteren naar de synode van de GKv. Vertrouwend op de Heer en elkaar hebben we de verwachting dat we er in onze kerken uitkomen, ook als het spannend is en je elkaar niet op voorhand vindt. Vandaag staat er in het ND een kort bericht naar aanleiding van dit appel.

 

Rotterdam, Assen, Delft, Oegstgeest
Maandag 16 juni 2014

 

Appel aan de synode GKv 2014, bijeen te Ede

Geacht moderamen, geachte afgevaardigden van de synode

Op donderdag 5 juni hebt u besluiten genomen in het veelbesproken onderwerp ‘Man en vrouw in de kerk’.

Met u zijn wij van mening dat het op dit moment niet mogelijk is in onze kerken om inhoudelijk een knoop door te hakken als het gaat om de vraag of vrouwen tot de ambten kunnen worden toegelaten. De discussie is niet uitgekristalliseerd. Dat blijkt onder meer uit de diversiteit aan ingenomen standpunten in o.a. het aan u uitgebrachte rapport en de aan u uitgebrachte adviezen over dit onderwerp.

Met het oog op een goed vervolg van dit belangrijke onderwerp willen we aandacht vragen voor wat gezegd wordt bij besluit 2, vooral de grond voor dat besluit. U spreekt daar van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en verschil in verantwoordelijkheid.

De grond onder dit besluit doet volgens ons geen recht aan de diversiteit van het gesprek zoals dat sinds 2005 is gevoerd. Ons inziens is er op dit moment niet veel meer te zeggen dan dat we er als kerken inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ niet samen uitkomen.

Met het oog op de toekomst vinden we het belangrijk dat het dan ook zo gezegd wordt. Het uitzetten van een tweetal denklijnen (gelijkwaardigheid en verschil) met de nadrukkelijke bepaling dat deze beide lijnen verdisconteerd dienen te worden wekt de indruk dat we er in een open gesprek niet zouden kunnen uitkomen. Die onzekerheid of angst is contraproductief en kan het toekomstige gesprek op een hinderlijke manier beïnvloeden.

Met het oog op de toekomst is het juist van belang dat we vol vertrouwen verder kunnen discussiëren en zo open mogelijk luisteren naar wat de Heer vandaag tegen ons zegt.

We vragen u dan ook om nog tijdens deze synode uit te spreken dat we op dit moment inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ er samen niet uitkomen en dat we verwachten dat we, als we blijven luisteren naar en argumenteren vanuit de Schrift, deze verlegenheid zullen overwinnen.

Uiteraard zijn we bereid dit appel toe te lichten.

We zien uw reactie graag tegemoet.

In Christus verbonden,

Matthijs Haak, Ernst Leeftink, Simon van der Lugt, Robert Roth

EN OOK ROND PINKSTEREN BEDERFT HOOGLITURGISCH DENKEN MIJN VREUGDE

Meer dan 750 personen bekeken de afgelopen 48 uur mijn blog over het schrappen van ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’. Ik heb ze op het verkeerde been gezet door te suggereren dat ‘Samen in de naam van Jezus’ wel in de nieuwe editie van het Gereformeerde Kerkboek blijft staan. Helaas, niets is minder waar. Zunder woord, zunder wies is dit lied ook door de synode geschrapt op voorstel van de Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Het kan dus nog erger!

Ik kreeg de vraag gesteld: ‘Waarom maak jij je hier zo druk over? We zingen toch al alles wat we zingen willen, of het nu wel of niet in het Kerkboek staat. Dus het wordt er echt niet minder om gezongen.’ Maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom, dat een flink aantal geliefde liederen, die veel en graag gezongen worden door christenen binnen en buiten onze kerken, vanuit een hoogliturgisch gedachtengoed in de ban gedaan worden. We mógen ze nog wel zingen in de kerkdienst, maar ze zijn zo onder niveau qua melodie of taalgebruik, dat ze niet meer de moeite waard zijn om in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek opgenomen te worden. Door ze doelbewust te skippen, geven deputaten en synode daarmee een signaal af. Namelijk: als jullie, gemeenteleden, het ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ blijven zingen, zing je eigenlijk abracadabra qua tekst en een soort hoempapa qua muziek.

In de bijbel lees ik: Laat de Geest u vullen en zing met elkaar psalmen, lofzangen en geestelijke liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer.

Ik wil de drie liederen eens vanuit deze woorden van Paulus bekijken. Ere zij God: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Kerst – de geboorte van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Daar juicht een toon, daar klinkt een stem: het is een lofzang, het heeft een geestelijk inhoud (Pasen – de opstanding van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Samen in de naam van Jezus: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Pinksteren – de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Muzikaal rammelt het ‘Ere zij God’ volgens hoog-liturgisch-geschoolde kerkleden onder ons. Met de tekst is verder weinig mis, we zingen nog veel meer andere psalmen en gezangen met woorden uit de bijbelvertaling van 1951. Met het Paaslied ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ is noch muzikaal noch qua tekst veel mis, lijkt me. En de tekst van ‘Samen in de Naam van Jezus’ kan op geen enkele manier ouderwets genoemd worden, dus blijkbaar vonden deputaten de muziekstijl hoempapa. Nu vind ik zelf het ‘Ere zij God’ ook niet het summum van muzikaliteit. En toen ‘Samen in de naam van Jezus’ in 2002 vrijgegeven werd, werd het zo vaak gezongen, dat ik er bij tijden helemaal zat van was. Gelukkig is dat nu weer redelijk in evenwicht.

Wat ik belangrijk vind is, dat we bij het zingen tot Gods eer vooral moeten kijken naar het hart. Zeker als smaken erg verschillen. Daar gaat het Paulus namelijk om: Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer. Dan is het, zoals iemand op FB schreef, echt onbegrijpelijk !!!!! dat een synode een in heel veel kerken gedeelde traditie wegneemt. Dat gaat dan over het ‘Ere zij God’. Zelf vind ik het even ongelooflijk, dat de twee andere liederen door deputaten zelf in 2002 uitvoerig gemotiveerd zijn ingediend en aangenomen, maar nu met hetzelfde gemak doodleuk en zonder duidelijk motivatie weer verwijderd worden. Daar is maar één woord voor: jojo-beleid. En de synode laat dat allemaal maar passeren omdat er nu eenmaal is afgesproken dat minstens 75% het met deputaten oneens moet zijn voordat het anders kan. In het bedrijfsleven zou men zeggen: de managers regeren de zaak en de raad van bestuur knikt ja en amen. Ondertussen hebben beide lagen van bestuur en management het kontakt met de werkvloer verloren. Zo verliest ook de synode haar moreel gezag door deze onbegrijpelijke besluiten (en het nieuwe gereformeerde kerkboek op voorhand haar aantrekkelijkheid, verwacht ik).

Meer dan 750 ‘hits’ binnen twee dagen vind ik zo opmerkelijk veel, dat het iedereen tot nadenken zou moeten stemmen. Ook op de synode. Gelukkig is er nog hoop. Ordevoorstellen kunnen ten allen tijde door synodeleden ingediend worden. Dus via zo’n ordevoorstel kan uitgesproken worden dat het een vergissing was om een drempel van 75% op te leggen voor het behoud van geliefde kerkliederen die deputaten willen schrappen, en dat dus, net als bij elk voorstel van elk deputaatschap, 50% genoeg is om iets aan te nemen of af te wijzen. Nadat dit ordevoorstel is aangenomen, worden ‘Ere zij God’, ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ gewoon door de reeds aanwezige meerderheid van 50% behouden voor het kerkboek. En is het gewoon je goed recht om het als gemeente te zingen in plaats van: ach … we tolereMozes vissenren het maar, maar het hoort in een gereformeerde liturgie eigenlijk niet meer thuis. Zo’n gang van zaken … het zou nog kunnen gebeuren! ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’ – om het met nog zo’n geliefd afgeschreven lied te zeggen.

Tot zover. Ik ga niets meer schrijven over dit onderwerp. Anders begint het op bijgaande cartoon te lijken, die ik een keer met de volgende Groningse tekst tegen kwam: Nou most toch ophollen, Mozes!