Bijna 400 jaar werd in Nederland de synode van Dordrecht gehouden. Die synode duurde een half jaar, van november 1618 t/m mei 1619. Op die synode ging het vooral om de vraag: ‘wie kiest voor wie’ als het om geloven gaat. Kiest God voor jou en geeft Hij jou daarom de wil en kracht om te geloven? Of heb jij een vrije en en geeft God jou, als je voor Hem kiest, de kracht om te geloven? Uiteindelijk deed de synode van Dordrecht daar een uitspraak over en wezen ze een aantal meningen die niet bijbels waren, af. Ze
noemden die uitspraak ‘De Dordtse Leerregels’. De Nederlandse kerken besloten om die uitspraak net zo belangrijk te vinden als de Nederlandse Geloofsbelijdenis van 1561 en de Heidelbergse Catechismus van 1563. Vanaf die tijd vormen ze de ‘Drie Formulieren van Eenheid’. In de stad Dordrecht wordt daarom vanaf november 2018 t/m mei 2019 veel aandacht besteed aan ‘400 jaar Dordt’ (http://www.synode400.nl)
De Dordtse Leerregels in één jaar
Er is in 2016 ook een heel aardig ‘Bijbels dagboek bij de Dordtse Leerregels’ verschenen. Het is geschreven door Wim van Gen en Arjan van Noort, allebei verbonden aan het reformatorische Pieter Zandt College. Het heet Radicale genade! en is bestemd ‘voor jongeren & jeugdige ouderen’. Het is verschenen bij uitgeverij Groen in Heerenveen en bij het dagboek kun je ook gratis de app downloaden. Elke dag één bladzijde met een bijbeltekst, een bijbelgedeelte om zelf te lezen, een hele korte passage uit de Dordtse Leerregels en een helder stukje dat lekker prikkelt. Alleen de geciteerde vertaling van de Dordtse Leerregels is qua taalgebruik nog erger dan de Psalmberijming van 1773, maar daar kun je dus gewoon de GKV-versie voor in de plaats nemen – zie hieronder :-).
Leesrooster voor de Dordtse Leerregels
Veel predikanten binnen de gereformeerde gezindte zijn van plan om dit najaar over de Dordtse Leerregels te preken. Misschien is er dan behoefte aan een leesrooster. Ieder kerkgenootschap heeft (helaas) een eigen vertaling. Ik gebruik de versie uit 1978 zoals die binnen de GKV gebruikt wordt en in het Gereformeerd Kerkboek (klik hier). Het leesrooster is ook te downloaden (klik hier).
Wie begint met het lezen van de Dordtse Leerregels zal er, denk ik, achterkomen, dat die 400 jaar oude artikelen niet saai en achterhaald zijn, maar nog steeds spannend en actueel.
Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 1
*1* Lees D.L. I art. 1-5
a) Wat verdienen de mensen volgens art. 1?
b) Hoe heeft God het volgens art. 2-4 mogelijk gemaakt dat we aan zijn straf ontkomen?
c) Aan wie moeten we volgens art. 5 ongeloof en geloof toeschrijven?
*2* Lees D.L. I art. 6
a) Hoe wordt hier Gods besluit van verwerping omschreven?
b) En hoe Gods besluit van uitverkiezing?
*3* Lees D.L. I art. 7
a) Hoeveel beter zijn, volgens dit artikel, zij die door God uitgekozen zijn, dan anderen?
b) Wannéér heeft God hen uitgekozen?
*4* Lees D.L. I art. 8-11
a) Waarom heeft God ons volgens art. 9 níet uitverkoren?
b) En waarom heeft God ons volgens art. 9 wél uitverkoren?
c) Waarin bestaat Gods welbehagen volgens art. 10 níet?
*5* Lees D.L. I art. 12-14
a) Hoe krijgen de gelovigen er volgens art. 12 zekerheid over dat God hen uitverkoren heeft?
b) Wordt een gelovige volgens art. 13 zorgeloos, als hij zekerheid bezit over z’n uitverkoren zijn?
c) Hoe moet de uitverkiezing volgens art. 14 onderwezen worden?
*6* Lees D.L. I art. 16-17
a) Wie nog niet zo sterk zijn in het geloof, hoe moeten die zich volgens art. 16 ertegen opstellen dat God mensen verwerpt?
b) Wat voor troost bestaat er volgens art. 17 voor gelovige ouders, waarvan een baby sterft voordat die gedoopt kan worden?
c) Waarom geldt die troost dan volgens dit artikel?
*7* Lees D.L. I art. 15+18
a) Hoe omschrijft art. 15 Gods verwerpen van mensen?
b) Waarom hebben we volgens art. 18 geen reden om opstandig te zijn over Gods uitkiezen en verwerpen?
Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 2
*8* Lees D.L. II art. 1-5
a) Wat is volgens art. 3 de waarde van Christus’ dood?
b) Waarom heeft Christus’ dood deze waarde volgens art. 4
c) Welke dubbele boodschap kom je in art. 5 tegen? Wat weegt het zwaarste?
*9* Lees D.L. art. II 6-9
a) Hoe komt het volgens art. 6 dat vele mensen niet geloven?
b) Wie wilde God volgens art. 8 door het offer van Christus verlossen?
c) Hoe staat de kerk tegenover Christus (= art. 9)?
Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 3/4
*10* Lees D.L. III/IV 1-3
a) Welke drie kanten van de mens zijn volgens art. 1 door z’n ontrouw aan God aangetast?
b) Welke dwaling wordt in art. 2 bestreden?
c) Waartoe is de mens volgens art. 3 níet in staat?
*11* Lees D.L. III/IV 4-6
a) Wat behoudt de mens volgens art. 4 door het licht van de natuur?
b) In welk opzicht is volgens art. 4 dit licht van de natuur onvoldoende?
c) Wat kan volgens art. 5 de wet on níet bezorgen?
*12* Lees D.L. III/IV 7-9
a) Op grond waarvan heeft God volgens art. 7 het ene volk wel en het andere niet zijn ‘heilgeheim’ bekendgemaakt?
b) Er wordt wel gezegd: ‘Evangelisatie heeft toch geen zijn, want mogelijk is de luisteraar niet uitverkoren.’ Waarom klopt dit niet volgens art. 8?
c) Wie is verantwoordelijk voor ongeloof (zie art. 9)?
*13* Lees D.L. III/IV 10-11
a) Dat God mensen uitkiest en tot geloof brengt, waarom doet Hij dat volgens art. 10?
b) Wat doet God volgens art. 11 met behulp van zijn Geest met het hart en de wil van de mens?
*14* Lees D.L. III/IV 12-14
a) Hoe duidt art. 12 onze nieuwe geboorte aan?
b) Wat zegt art. 14 over de oorsprong van ons geloof?
*15* Lees D.L. III/IV 15-16
a) Hoe moeten we ons volgens art. 15 tegenover anderen opstellen?
b) Worden we volgens art. 16 door onze ontrouw aan God beroofd van ons mens zijn?
c) Over iemand die christen is geworden wordt wel eens gezegd: ‘Ik herken hem/haar niet meer wat hij/zij is zichzelf niet meer.’ Dit klopt niet met art. 16, want hoe werkt volgens dit artikel onze nieuwe geboorte?
*16* Lees D.L. III/IV 17
a) Hoe zorgt God volgens dit artikel voor dat iemand opnieuw geboren wordt: door regelrecht op hem in te werken?
b) Hoe wordt het evangelie hier aangeduid?
Leesrooster Dordtse Leerregels Hoofdstuk 5
*17* Lees D.L. V 1-5
a) Wat doet God volgens art. 1 wel en wat niet?
b) Waarvoor draagt God volgens art. 3 zorg?
c) Waarvoor moeten de gelovigen oppassen (= art. 4)
*18* Lees D.L. V 6-7
a) Hoe diep vallen Gods uitverkorenen volgens art. 6 niet?
b) En waarom vallen zij volgens art. 7 niet zo diep?
c) Wat wordt in art. 7 over ‘ervaren’ gezegd?
*19* Lees D.L. V 8-10
a) Waarom kunnen echte gelovigen volgens art. 8 niet verloren gaan?
b) Hoe komen de gelovigen volgens art. 10 aan de zekerheid dat ze bewaard worden?
*20* Lees D.L. V 11-13
a) Waartoe spoort de zekerheid van de volharding de gelovigen volgens art. 12 aan?
b) Hoe belangrijk is volgens art. 13 Gods gunst voor de gelovigen?
*21* Lees D.L. V 14-15
a) Waardoor houdt God volgens art. 14 zijn werk-in-ons in stand?
b) Op welke negatieve manieren wordt de leer dat de gelovigen volharden benaderd, volgens art. 15?
Leesrooster Dordtse Leerregels – Slotwoord
*22* Lees het eerste deel van het slotwoord van de D.L. (t/m de eerste regel na de acht misplaatste verwijten)
a) Welke visie wordt de gereformeerden onterecht toegeschreven als het om God Zelf gaat?
b) Welke visie wordt de gereformeerden onterecht toegeschreven als het om Gods verwerpen van mensen gaat?
Een tijdje geleden alweer waren Karla en ik “bie diek aan t Oethoester Wad”. Vanaf daar zie je het eiland Borkum met de vuurtoren . ’t Was tegen zonsondergang, dus in de eerste schemering begon de vuurtoren z’n lichtsignalen uit te zenden. Ik probeerde te ontdekken in welk ritme de vuurtoren z’n licht gaf. Want iedere vuurtoren heeft z’n eigen ritme. Na een tijdje kwam ik erachter dat die van Borkum in interval van 4 – 12 heeft. Elke 4e tel en daarna elke 12e tel geeft hij licht. En dan weer bij tel 16 en tel 28. Daar moest ik aan denken bij het levensverhaal van Job. Het is niet altijd licht in ons leven. Soms zelfs veel vaker donker (10 tellen) dan licht (maar twee keer 1 tel). Maar af en toe schijnt het licht wel! Zo is het in het leven van Gods kinderen ook. In de donkerheid schijnt wel het licht van Gods liefde. Dus staar je niet blind op je moeiten. Zelfs als je ze zelf niet meer kunt dragen, is God er nog. Want Hij was er vroeger ook. Toen waren we blij met God. Juichend en lovend trokken we op naar het huis van God – een feestende menigte. Als ik daaraan denk, zingen de Korachieten in Psalm 42+43, word ik weemoedig en verdrietig. Dus vraag ik me af: Waarom vergeet God mij? Waarom ga ik in het zwart, geplaagd door de vijand? Daar snap ik niks van. Waarom zit ik nu in zo’n diep, akelig zwart gat? En toch, net als bij Job, klinkt er drie keer als refrein: ‘Vestig je hoop op God, mijn ziel. Eens zal ik Hem weer loven, mijn Verlosser en mijn God!’ Kijk, daar heb je alweer die Verlosser! Het zal eens ook weer licht worden! Want God laat jou en mij niet los.
In 2 Koningen 5 staat het verhaal over de wonderlijke weg die de HERE met Naäman is gegaan. In dit artikel wil ik speciaal aandacht vragen voor de verzen 18 en 19. Naäman heeft net gezegd dat hij in het vervolg alleen nog maar offers voor de HERE wil brengen. Daarom wil hij graag zoveel ‘gewijde grond’ meenemen naar Damaskus als twee ezels kunnen dragen. Dat is geen kwestie van bijgeloof. Integendeel: Naäman brengt daarmee tot uitdrukking, dat hij echt gelooft in de God van Abraham, Isaak en Jakob, die zich door zijn verbond aan het volk en het land Israel verbonden heeft.
Op dit pamflet heeft Marnix van St. Aldegonde (de vermoedelijke dichter van ons Wilhelmus) gereageerd. Pas veel later is een manuskript van hem ontdekt en uitgegeven met de titel: Vande beelden aff geworpen inde Nederlanden in Augusto 1566. Marnix gaat uitvoerig in op het voorbeeld van Naäman. Volgens Marnix is het heel duidelijk dat Naäman na zijn genezing in geen andere God op aarde gelooft dan de God van Israel. Daarom heeft hij (Naäman dus) er ook grote moeite mee, om in Damaskus de tempel van Rimmon binnen te gaan en daar zelfs te knielen. Toch zal hij wel moeten, omdat de koning op zijn schouders wil leunen bij het aanbidden van Rimmon. Daarvoor vraagt Naäman Elisa bij voorbaat om vergeving, en die wordt hem ook door Elisa verleend.
Marnix haalt dan een voorbeeld uit zijn tijd aan. De keurvorst van Saksen moest regelmatig het zwaard van de keizer van het Duitse Rijk dragen bij belangrijke gebeurtenissen. Dat moest hij ook doen, als de keizer de mis bijwoonde. Maar de keurvorst liet iedereen weten (via een ‘openbare protestatie’) dat hij de mis en al wat daar plaatsvond, voor een godslasterlijke afgoderij hield. Toch wilde hij wel in zo’n kerkdienst aanwezig zijn, maar niet om daar de ware God te aanbidden of ook maar enigszins de afgoderij die in mis plaats vond goed te praten, maar enkel vanwege zijn burgerlijke en politieke verplichtingen tegenover de keizer.
Afgodendienst en de rooms-katholiek mis worden door Marnix met elkaar op één lijn gesteld. Is dat uit reaktie op de felle vervolgingen van die tijd, omdat elke niet-rooms-katholieke ketter door Rome op de brandstapel werd gebracht? Of is het nog steeds terecht, om met Zondag 30:80 van de Heidelbergse Catechismus te zeggen, dat de roomse mis in de grond van de zaak niet anders dan een verloochening van het enige offer en lijden van Christus en een vervloekte afgoderij. Let wel: in de grond van de zaak betekent, dat je nagaat, wat de mis ten diepste is; het betekent niet, dat je iedere rooms-katholieke gelovige als een vervloekte afgodendienaar typeert (dat doet de catechismus ook niet, in tegenstelling tot het concilie van Trente in die tijd. Dat sprak wel uit, dat iedereen die de ketterse ideeën van de ‘nije leere’ aanhing, of men nu luthers, calvinistisch of dopers was, ook persoonlijk vervloekt was).
Bijvoorbeeld als nieuw-vrijgemaakte in een trouwdienst van de gewone vrijgemaakte kerk? Of als protestants-gereformeerde bij een overdoop-dienst in een evangelische gemeente? Of als christen bij een iftar-maaltijd tijdens of op het suikerfeest aan het eind van de ramadan? Mag dat dan alleen maar wanneer je expliciet uitspreekt tegen welke dwalingen je bezwaar hebt en hoe de HERE God volgens jou wel wil dat iedereen Hem dient?
In de TT-week van 2018 mocht ik op woensdagmiddag voorgaan in de middagpauzedienst. Een groot deel van het TT-evangelisatieteam is dan ook altijd aanwezig. Mijn korte overdenking (max. 10 minuten – het werden er 13) heb ik daar op afgestemd. En uiteraard heb ik gebeden voor de moedige christenen die als Elia op durven te staan om tot in de vroege uurtjes gesprekken met TT-gangers aan te gaan. Wat ik daar die middag gezegd heb, is te lezen in de volgende link: