Hieronder vind je de tekst van de WeekBreek van woensdag 25 maart.
Door God geliefde mensen, mijn broer en mijn zus,
Een paar dagen geleden zat ik bij ons achter het huis lekker in het zonnetje. Het was net 21 maart geweest. Het is lente! En terwijl ik mij zorgen zat te maken, bedacht ik opeens: maar de vogels en de bloemen hebben nergens
last van! ‘Kijk eens naar de vogels,’ zegt Jezus in Matteüs 6 en Lukas 12, ‘God geeft ze te eten.’ Dat heb ik toen dus maar eens gedaan. Weet je wat ik toen bij ons in de tuin zag? Een puttertje! Een aantal zelfs, want ze komen altijd in groepjes langs. En ik hoorde ook de merel fluiten. Prachtig, hoe dat klinkt! De zwarte is het mannetje, de merel-kerel. En de bruine is het vrouwtje. Ze zingen elkaar in beurtzang toe. Ik heb nog niet ontdekt wie van de twee het mooiste zingt.
Jezus zegt ook: ‘Kijk eens naar de bloemen. Ze zijn prachtig. Het is God die het gras met die prachtige bloemen versiert.’ Dus dacht ik: ik ga eens kijken wat er bij ons in de tuin staat. Nou, daar staan dus een aantal mooie lentebloemen! Hoeveel lentebloemen ken jij trouwens? Vraag het maar eens aan je kinderen of kleinkinderen of het overbuurmeisje. Weet je wat me ook opviel? Al die lentebloemen komen in een bepaalde volgorde. Ik kan er zo vijf achter elkaar opnoemen. Haast per maand: in januari begint het met de sneeuwklokjes, dus die zie je nu niet meer. En in mei zie je overal de pinksterbloemen staan. De rest zit er dus tussen.
Achter ons huis hebben we een sloot. Daar staat een klein groepje bosanemomen in de berm staat. Ja, die bloemsoort kennen veel mensen niet. Maar het ziet er prachtig uit. Kijk maar, zo mooi en teer! Vlakbij zie ik ook nog van die paarse en gele bloemen. Van die paarse weet ik de naam niet. Van de gele wel: dat is speenkruid.
Wist je trouwens, dat elke bloem z’n eigen vaste tijd heeft, dat ‘ie open gaat? En dat elke vogelsoort op z’n eigen vaste tijd ’s morgens begint te zingen? Ze gaan niet allemaal tegelijk open en ze beginnen niet allemaal tegelijk te fluiten. Nee, alles heeft z’n eigen plek en tijd in de natuur. Zo mooi heeft God het op elkaar afgestemd!
Het zijn bijzondere weken en maanden waar we in leven. Mensen maken zich grote zorgen. Maar vergeet dan ook de kleine mooie dingen niet. Kijk naar de bloemen en kijk naar de vogels.
Ik heb ook nog een idee voor de creatievelingen onder ons. Maak een natuurklok. En let dan de komende dagen en weken goed op, wanneer de bloemen in je tuin en in de berm open gaan. Welke bloem wint het van de rest? En welke bloem gaat pas als allerlaatste open? Daarnaast kun je, als je echt een vroege vogel bent, op de natuurklok ook zetten in welke volgorde de vogels beginnen te zingen. Of anders noteer je gewoon het moment, waarop je een mus hoorde tjilpen of de koolmees hoorde fluiten.
En sta er dan af en toe bij stil en zing: God die ’t gras gemaakt heeft, de bloemen in de wei, de bomen, vruchten, vogels, zorgt ook voor mij.
Heer in de hemel,
U bent het die alles gemaakt hebt. Ook nu, in deze bizarre tijd, hebt U alles in de hand. Als we om ons heen kijken, lieve Vader, zien we een schepping in bloei. Het is volop lente, heel de natuur komt tot leven.
Dank U voor de vogels om ons heen die af en aan vliegen om hun nesten te bouwen. Help ons om in deze tijd toch te kunnen genieten van hun lied.
Dank U voor de bloemen die in kleuren en geuren vertellen dat er een nieuw seizoen aangebroken is. Help ons in deze tijd toch te kunnen genieten van al die prachtige creaties in tuin en gras en berm.
Dank U voor bomen en struiken die uitbotten en binnenkort weer volledig in het blad staan. Help ons in deze tijd toch te kunnen genieten van de schaduw die ze geven.
Grote God, U bent de Schepper van alles wat leeft. Vogels leven bij dag en leven uit uw hand. Bloemen zijn door u in al hun variatie ontworpen om een paar dagen te bloeien. Zo bent U voor heel uw schepping goed.
Lieve God, U bent dankzij Jezus Christus ook onze hemelse Vader. U roept ons op om te leven aan uw hand. Dat vinden we best wel moeilijk, zeker in deze tijd waarin de plaag van het corona-virus ons land en de wereld overspoelt. En waarin de angst als tweede golf daar automatisch op volgt.
Help ons om rust te vinden bij U. Want U, die alles maakte, zorgt ook voor mij. Ja, U, die ons Jezus gaf, blijft steeds voor ons zorgen. Geef ons door uw Heilige Geest dat vertrouwen, dat geloof.
In Jezus naam vraag ik U dat. AMEN
Tegenwoordig hoor je steeds meer verhalen van mensen die zeggen dat ze even in de hemel geweest zijn. Vaak gebeurde dat onder narcose, in coma of tijdens een hartstilstand. Het worden bijna-doodervaringen (bde) genoemd. Maar wat is er van waar? Kunnen mensen inderdaad onder zulke extreme omstandigheden soms ‘een blik in de hemel werpen’? En is wat zij daar zien, iets wat ze bij hun volle bewustzijn meemaken of is het een illusie van verwarde hersenen die onder extreme druk staan?
In december 2018 verscheen in Nederland het boek Stel je de hemel eens voor van de Amerikaanse predikant John Burke. Hij beschrijft tientallen bijna-doodervaringen. Die bevatten allemaal dezelfde elementen en het is altijd een samenhangend verhaal. Mensen die het meegemaakt hebben, zijn vaak het meest van onder de indruk van de overweldigende liefde en de volkomen acceptatie die ze beleefd hebben. Meestal zijn ze er innerlijk compleet door veranderd. Negatieve bde’s zijn zeldzamer, maar komen ook voor, vaak bij niet-religieuze mensen. Ze voelen dat ze worden meegezogen in een donkere put vol negatieve en ruziënde stemmen, maar als ze om God of Jezus roepen, trekken deze machten zich luid protesterend terug.
Paulus schrijft in 2 Korintiërs 12:1-10 over een bijzonder moment, dat hij het nog steeds niet goed onder woorden kan brengen. Daarom praat hij er in de derde persoon over. Dat ging zo plotseling en onverwacht dat hij niet meer weet of het in het lichaam was of dat het een uittreding van zijn bewustzijn was. Het zou heel goed een bde geweest kunnen zijn. Hij was weggevoerd naar het hemels paradijs en heeft daar onuitsprekelijke dingen gehoord en gezien.![shutterstock_94616128 [Converted]](https://ernstleeftink.com/wp-content/uploads/2020/02/een-of-c3a9c3a9n.jpg)
De Nederlandse Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt zijn op weg naar kerkelijke hereniging na 50 jaar gescheiden optrekken. Vandaag, vrijdag 7 februari, was de eerste gezamenlijke vergaderdag van de Landelijke Vergadering van de NGK en de Generale Synode van de GKV. Als voorbereiding kregen alle afgevaardigden een ‘Dagboekje over kerkelijke eenwording’, geschreven door synodevoorzitter ds. Melle Oosterhuis, n.a.v. het bijbelgedeelte uit Efeziërs 4:15+16.

Maar is daarmee het besprenkelen van kinderen en volwassenen bij de doop verkeerd? Sommige christenen beweren, dat de besprenkeling pas opgekomen is toen vanaf de 3e eeuw de kinderdoop werd ingevoerd. Daarvoor was er alleen maar sprake van onderdompeling. Als bewijs daarvoor wordt de doop van Johannes de Doper aangevoerd. In de Jordaan werd iedereen, zelfs Jezus, ondergedompeld.
Maar er is meer bewijs . Rond het jaar 90 na Christus (dus ruim 50 jaar na Pinksteren!!) is een brief bewaard gebleven waarin het gaat over de manier waarop de doop bediend moet worden. Het geschrift wordt de Didache (Grieks voor ‘onderwijs’) genoemd. De volledige titel is Het onderwijs van de twaalf apostelen aan de volken. In 2017 is het door Dr. Jos M. Strengholt opnieuw uit het Grieks vertaald en van voetnoten en gespreksvragen voorzien. Volgens sommigen is de apostel Barnabas de schrijver van de Didache. In hoofdstuk VII van de Didache staat het volgende over de manier van dopen:
Daarom kan Paulus ook in Ef. 4:8 schrijven: Toen Christus opsteeg naar omhoog, voerde Hij gevangenen mee. Hij neemt ons namelijk mee als gevangen die Hij bevrijd heeft uit de macht van duivel. En Jezus zegt in Joh. zelf: In het huis van mijn Vader zijn veel kamers. Ik zal jullie met Me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben.