– maar wel voor de dag van vandaag –
De vakantie is alweer lang voorbij. De herfst is alweer begonnen. Maar deze keer is het niet zoals altijd. Het corona-virus houdt ons nog stevig in de greep. We pendelen wat heen en weer tussen versoepeling en verscherping van de maatregelen.
Hoe ben je daar als christen onder? Waar stel je je vertrouwen op?
Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God.
Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.
Dat klinkt vroom.
Maar tegelijk vertrouw ik ook op de medische wetenschap. Zij hebben verstand van het grillige verloop van virussen.
En ik vertrouw op onze overheid. Want je kunt veel van onze regering zeggen, maar in tegenstelling tot Wit-Rusland en heel veel andere landen, zoekt onze overheid wel het goede voor haar burgers. Ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn, zegt Paulus in Rom. 13:4a.
Ook vertrouw ik op de mensen om mij heen. Er zijn altijd uitzonderingen, maar het overgrote deel van de Nederlanders begrijpt heel goed dat de meeste maatregelen echt nodig zijn om een tweede corona-golf te voorkomen of, waar die al aangebroken is, door te komen.
Tenslotte vertrouw ik op mijn gezonde verstand. Dat zegt mij dat er in de laatste week van september de besmettingen in o.a. Zeeland (96), Friesland (373) en Drenthe (339) relatief laag zijn (tussen de 25.0 en 68.7 per 100.000), maar in de regio’s Amsterdam (2.669), Rotterdam (2.208) en Den Haag (1.950) erg hoog (tussen de 166.8 en 249.3 per 100.000). En mijn gezonde verstand zegt mij ook, dat ‘thuis’ zo’n 2.400 keer (= 57%), ‘familie+vrienden’ + ‘werk+school’ elk ruim 600 keer (= samen 28%) en ‘vrije tijd+uitgaan’ dik 500 keer (= 12%) vooral een virushaard zijn, terwijl ‘een religieuze bijeenkomst’ in de laatste week van september slechts 4 keer (= 0,4%) de vermoedelijke oorzaak van besmetting was.
Maar al dat vertrouwen in mensen, van de overheid tot aan mijzelf, is een wankele basis als dat eerste er niet is: Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God. Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.
Dus let ik vooral op wat Jezus, mijn Heer, mij te zeggen heeft, nu we nog met de dreiging van het coronavirus te maken hebben. Daarbij moet ik vooral denken aan deze woorden van Hem:
“Maak je dus geen zorgen over de dag van morgen,
want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben.
Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.”
Vaak zeggen christenen: je hoeft je geen zorgen te maken voor de dag van morgen, want Jezus heeft gezegd dat als God voor de vogels en de bloemen zorgt, Hij zeker ook voor jou zal zorgen. En dat is ook zo. Dat zegt Jezus ook.
Maar hier geeft Jezus een hele andere reden. Hier zegt Hij: je mag je wél zorgen maken, maar hou het wel binnen de perken. Je kunt allerlei scenario’s uitdenken voor hoe het morgen en volgende week en de komende maanden gaat, maar, zegt onze Heer: Bewaar die zorgen maar voor morgen. Je hebt het al moeilijk genoeg met vandaag. (Bijbel in Gewone Taal).
Ik ben blij met deze woorden van Jezus.
Zorgen maken mág.
Want het leven is niet altijd makkelijk, het christelijke geloof is geen zoetsappig verhaaltje waarin het goede het altijd en overal wint van het kwade, en als gelovige lukt het mij vaak niet om de lastige dingen van het leven altijd met goede moed te dragen omdat de Heer alle zorgen van mij wegneemt. Nee, het leven is soms loodzwaar en dan is er maar één overlevingsstrategie: eerst maar eens deze dag zien door te komen. En wie geeft dat advies? Jezus Zelf nota bene! Zo goed kan Hij Zich inleven in onze situatie. Zo goed kan Hij meevoelen met wat iemand allemaal moet ondergaan. Onze Heer is niet wereldvreemd, maar kent de rauwe werkelijkheid van het leven uit eigen ervaring.
‘Zie eerst maar eens deze dag door te komen’, zegt Jezus dus, ‘en doe dat in vertrouwen op Mij’. Misschien betekent dat wel, dat je als christen redelijk relaxed met al het corona-nieuws kunt omgaan. We mogen alweer enkele maanden overal in Nederland kerkdiensten met 100 mensen of meer houden. Die vormen dankzij alle voorzorgsmaatregelen nagenoeg geen voor de gezondheid, blijkt telkens weer. We mogen daarbuiten om elkaar ook nog steeds in groepen van 30 binnen en groepen van 40 buiten ontmoeten. En veel voor activiteiten met kinderen of tieners van 12-17 jaar oud mogen nog steeds doorgaan. Als volgende week of volgende maand de situatie negatief verandert, is dat het ‘eigen kwaad’ van die periode en nemen we nieuwe maatregelen.
Geen zorgen voor de dag van morgen, zegt Jezus.
Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God, zingen we.
Dan blijft het spannend. Er is geen enkele reden voor een ‘schijt-aan-corona-houding’. Hou je aan de maatregelen en adviezen.
Tegelijk weet ik dat God zorgt. Er is ook geen reden om aldoor krampachtig ‘Better safe than sorry’ te roepen. Wat kan kan, en wat mag mag.
En net zo belangrijk is: Laat iedereen zijn of haar eigen overtuiging volgen. (Rom. 14:5)

Marietta Davis leefde van 1823 – 1849 in New York. Ze is christelijk opgevoed, maar als twintiger gelooft ze niet meer in een hiernamaals. Totdat ze in de zomer van 1848 in een coma raakt die negen dagen duurt. Als ze bij komt vertelt ze aan familie, vrienden en haar predikant dat Jezus haar zowel de hemel als de hel als de aarde heeft laten zien, maar dan vanuit een geestelijk perspectief.
Ze leeft nog ruim een half jaar. Dominee J.L. Scott publiceert haar verhaal in 1854 in boekvorm onder de naam Scenes beyond the grave – Trance of Marietta Davis. Vanaf het eerste moment is het een bestseller in Amerika. In 1999 verscheen een nieuwe Engelse vertaling onder te titel Caught up into heaven. Sinds begin 2020 is het boek in het Nederlands vertaald door Willem de Vink en door hemzelf uitgegeven onder de titel Hemels – Mijn reis van negen dagen voorbij de dood. Via de website
te bestellen (je betaald wel verzendkosten). Op 12 augustus waren er al bijna 16.500 boeken verzonden en de lezer waarderen het boek met een 9+.
Zelf vind ik het interessanter om met elkaar een boek te bespreken waarin BDE’s getoetst worden aan wat de Bijbel ons over de hemel vertelt. Dat laatste doet John Burke, een Amerikaans theoloog, in zijn boek Stel je de hemel eens voor. Hij heeft honderden BDE-verhalen gehoord en gelezen en die getoetst aan de Bijbel. Zijn startpunt is nadrukkelijk: “De BDE-ervaringen zijn geen vervanging of verdringing van wat de Bijbel zegt; ze voegen alleen kleur toe aan het bijbelse beeld.” Hij is zich ervan bewust dat veel mensen “net als bij ieder geschenk van God (…) niet zien wat God hen wil laten begrijpen; dat ze de ervaring verkeerd interpreteren of dat ze zelfs de gave gaan aanbidden in plaats van de Gever.” (blz. 25). Oftewel: wat God in de Bijbel zegt is niet waar, omdat Marietta Davis een inkijkje in de hemel heeft gehad. Het is juist andersom: een inkijkje in de hemel is een extraatje waar je blij mee mag zijn, maar die voor waarheid van de Bijbel en mijn geloof in Jezus niet persé noodzakelijk is.
Ik vind van wel. Het is, zoals de achterflap aankondigt, inderdaad “een meeslepende vertelling”. Vanuit de beleving van Proton, één van de deeltjes die tijdens de oerknal ontstaan zijn, wordt duidelijk hoe de Schepper alles uit niets geschapen heeft en tot ontwikkeling laat komen. Niet zomaar, maar omdat Hij een plan heeft: Hij wil een speciale band van liefde en vertrouwen aangaan met één van zijn schepselen. Daar neemt Hij alle tijd voor. In de miljoenen jaren dat de aarde zich ontwikkelt ontstaat er allerlei soort van leven. Als er uiteindelijk mensachtigen op het toneel verschenen zijn, verschijnt de Schepper Zelf aan twee van hen. Hij belooft hen zijn liefde en vraagt hen om Hem te vertrouwen. Dat doet deze groep mensen aanvankelijk ook. Maar hun geluk is van korte duur, want ze drinken uit de verboden bron. Toch gaat de Schepper door met zijn project. Uiteindelijk wordt de Maker van het universum één met zijn schepping om die te kunnen redden. Uit liefde voor de mensen deelt Hij zijn leven met hen. En als Jezus na zijn dood weer opgestaan en terug naar de hemel is gegaan, werkt de Schepper via zijn Adem verder aan zijn reddingsplan voor heel de wereld – tot de dag van vandaag toe.
De eerste indruk die je krijgt is die van een boer die onverstoorbaar verder gaat met zijn werk. Al staat de hele wereld in brand, hem raakt het niet, want het werk op het land is nooit af. Als je het hele gedicht op je laat inwerken, kom ik toch tot een andere conclusie. De boer ploegt onverstoorbaar voort omdat hij zich bewust is van zijn goddelijke roeping. God Zelf heeft na de zondvloed immers gezegd: ‘Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten.’ (Genesis 8:22).
De manier waarop Jack Middelburg vroegtijdig aan het einde van zijn leven gekomen is, zou je kunnen samenvatten met het lied van Normaal – Oerend hard. ‘Mor zo as altied kump aan dat gejakker een end’. Met dit verschil, dat Jack Middelburg nog steeds een bekende Nederlander is. Je kunt bij Jack Middelburg ook denken aan een ander lied, namelijk “Go like Elijah’ van de Amerikaanse country- en rock-zangeres Chi Coltrane. In beide gevallen een passend lied bij een plotseling, onverwacht heengaan. Met ook wel een verschil: eindig je je leven zonder verwachting en toekomst (‘Iedereen die zee: van die luu heur ie nooit meer wat van’) of vanuit het verlangen (‘Lord, when I go, I wanna go, just let me go like Elijah when I go’).
Elia ging ook oerend hard. Tijdens zijn leven ging Elia oerend hard tegen de tijdgeest in. Terwijl er bijna niemand meer in God geloofde, droeg hij de boodschap uit: ‘Mensen, geloof niet langer in jezelf, keer je af van je eigen gekozen goden en keer terug tot onze God, die hemel en aarde gemaakt heeft, de God van Abraham, Isaak en Jakob, die God die ons uit Egypte bevrijd heeft en via Mozes zijn heilzame geboden aan ons gegeven heeft.’ Onvermoeibaar was Elia geweest, vooral in de strijd tegen de Baäldienst die de goddeloze koningin Izebel geïntroduceerd had.
In Elia verliest hij niet alleen zijn meester. Elia was ook een geestelijk vader voor hem geweest. En met de eretitel ‘Wagens en ruiters van Israel’ wil hij zeggen, dat Elia voor Israel meer betekend heeft dan het hele leger van Israel. Dat leger van Israel streed in die dagen een felle strijd tegen de Arameeërs uit Damaskus om de zelfstandigheid van het 10-stammenrijk. Maar Elia was degene geweest, die tegen een veel gevaarlijker vijand had gevochten: de Baal-dienst. Als Elia er niet was geweest, zou (menselijkerwijs gesproken) het geloof in de HERE uit Israel verdwenen zijn en was Israel geestelijk vernietigd. Maar door de tomeloze inzet van Elia was er in Israel nog een groep van 7.000 gelovigen overgebleven, die geen afgoden aanbaden. Zo zorgde God er zelf voor, dat zijn Woord bekend bleef in Israel. Dat Woord houdt eeuwig stand. Elisa mag namelijk in het spoor van Elia verdergaan. Elisa had om die reden gevraagd om een dubbel aandeel in de geest van Elia. Want hij was er diep van doordrongen, dat het niet mogelijk is, om uit eigen kracht profeet te zijn. Geloven is niet iets, wat een mens uit zichzelf doet. Daar hebben we de heilige Geest voor nodig.
in de enige naam op aarde die redding biedt, die van Jezus. Soms zijn het er maar heel weinig meer. Maar ook dan, al zijn het er maar twee of drie die in de naam van Jezus bij elkaar komen – ook dan belooft onze Heer: ‘Ik ben in jullie midden!’ Hij geeft je het lef om ‘oerend hard’ van je geloof te getuigen, zoals Elia in zijn dagen deed. Dus ‘Go like Elijah’!
“Eens, once upon a time, maakte God in korte tijd een kant en klaar heelal en schiep Hij één mensenpaar als zijn evenbeeld. En met het intellect dat God Zelf in onze hersenen gelegd heeft, kunnen we het allemaal narekenen: als God het niet in een krappe week geschapen heeft, zou het ongeveer 13,7 miljard jaar oud zijn. Zo’n machtig God is Hij!”
het moment dat er een paar honderd primaten op de aarde zijn, laat God hen op wonderbaarlijke wijze ineens doorgroeien tot rationele wezen. Hij geeft hun gaven als taal en abstract denken, maar ook onbaatzuchtige liefde en het daarbij behorende geschenk van de vrije wil. Deze voorouders van ons leefden in een paradijselijke enclave waar ze leefden in volmaakte, harmonieuze liefde en waar ze gevrijwaard waren van ziekte, destructieve natuurlijke gebeurtenissen, veroudering en doodgaan. Deze eerste mensen waren geschapen voor een volmaakte wereld zonder lijden. Maar ze misbruikten het geschenk van de vrije wil en maakten zich los uit hun eenheid met God. Als logisch gevolg van hun opstand overspoelde het natuurlijke kwaad van lijden en dood door de willekeurige krachten van de natuur, dat in de rest van de wereld al aanwezig was, hen nu ook. Daarnaast kreeg de wereld nu voor het eerst te maken met moreel kwaad, omdat de menselijke natuur vanaf dat moment totaal verdorven was door zondige ik-gerichtheid.