Oog voor detail – vrijdag 26 maart 2021

Lukas  22:24-27

Tijdens het Pesachmaal ontstond er onder de leerlingen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient.’

Drie details:

1/ Hoe vaak baal jij ervan wanneer een ander meer aandacht en waardering krijgt dan jij?

2/ Wie is (op Jezus na natuurlijk) de meest dienstbare persoon die jij kent?

3/ Moet je altijd maar dienstbaar zijn? Hoe deed Jezus dat? 

Oog voor detail dinsdag 2 maart 2021

Mattëus 9:11-13

De Farizeeërs zeiden tegen de leerlingen van Jezus: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ Jezus hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

Twee details:

1/ Wie krijgt van jouw wat extra aandacht in deze tijd?

2/ Kun je je te goed (‘rechtvaardige’) of te slecht (‘zondaar’ ) voelen voor Jezus? Waar blijkt dat uit?

Oog voor detail – vrijdag 5 maart 2021

Lukas 6:1-5

Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan. Enkele farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doet U iets dat op sabbat niet mag?’ Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’ En Hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’

Twee details:

1/ Wat zijn jouw jeugdherinneringen aan de zondag?

2/ Welke plek neemt Jezus nu in bij de invulling van jouw zondag?

Oog voor detail – dinsdag 9 maart 2021

Markus 11:22-24

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Heb vertrouwen in God. Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt: “Kom van je plaats en stort je in zee,” en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren. Daarom zeg Ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.’ 

Drie details:

1/ Heeft God jouw gebeden wel eens verrassend verhoord?

2/ Waaraan twijfel je het meeste als je bidt?

3/ Durf jij God om alles te vragen wat je graag wilt ontvangen?

Oog voor detail – vrijdag 12 maart 2021

Lukas 17:20-21

Toen de Farizeeërs Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’

Drie details:

1/ Wanneer verlang jij naar de terugkomst van Jezus? Hoe vaak bid jij daarom?

2/ Op welke manier leef jij nu al als een burger van Gods koninkrijk? Waaraan kunnen anderen dat zien?

Oog voor detail – dinsdag 16 maart 2021

Matteüs 20:29-31

Toen Jezus met zijn leerlingen uit Jericho vertrok, volgde een grote menigte Hem. Er zaten daar twee blinden langs de weg. Toen ze hoorden dat Jezus voorbijkwam, begonnen ze te roepen: ‘Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’ Men snauwde hun toe dat ze hun mond moesten houden. Maar ze riepen nog harder: ‘Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’

Drie details:

1/ Bartimeüs zat daar met nog een blinde. Hoe belangrijk vind jij ‘lotgenotencontact’? Welke ervaring heb je daarmee?

2/ De beide blinden noemen Jezus ‘Heer’ en ‘Zoon van David.’

Wat betekenen die twee titels voor jou? Met welke andere titel vereer jij Jezus?

3/ Als mensen je tegenwerken, hoe hou jij het dan vol om toch om Jezus te roepen en op Hem te vertrouwen?

Oog voor detail – vrijdag 19 maart 2021

Mattëus 21:1-5

Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direkt zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’

Twee details:

1/ Waaraan merk je dat Jezus jouw zachtmoedige Koning is?

2/ Wat heeft Jezus vandaag van jou nodig? Hoe maak je dat konkreet?

Oog voor detail – dinsdag 23 maart 2021

Matteüs 21:12-13

Jezus ging de tempel binnen. Hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie maken er een rovershol van!’ 

Drie details:

1/ Op welke manier spannen christenen vandaag God voor hun karretje?

2/ Vandaag is elke plaatselijke kerk en iedere christen Gods tempel. Staat in jouw gemeente en in jouw leven het gebed ook als een huis?

3/ Wanneer wordt handeldrijven en geld verdienen ‘roven’?

Oog voor detail – februari 2021

Oog voor detail in de  1e week van februari – dinsdag

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is geest-duif-pentekening-kleur.jpg

Lukas 8:4b-5+11-12

Jezus vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven.’

Twee details:

1/ Wanneer gaan bij jou dingen ‘het ene oor in en het andere weer uit’?

2/ Op welke manier probeert de duivel vandaag het woord van God bij mensen weg te houden? Heb jij daar zelf ook last van?

Oog voor detail in de  1e week van februari – vrijdag

Lukas 8:6+13

Er viel ook wat zaad op rotsachtige bodem, maar toen het opschoot, droogde het uit door gebrek aan water. Het zaad op de rotsachtige bodem, dat zijn zij die het woord vol vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar het schiet geen wortel; ze geloven zolang het hun goed uitkomt, maar als ze op de proef worden gesteld, worden ze afvallig.

Drie details:

1/ Waarover was jij voor het laatst heel enthousiast?

2/ Voel jij je ook wel eens een ‘mooi-weer-gelovige’? Hoe ga je daar mee om?

3/ Hoe vaak drink jij van het levende water dat Jezus geeft?

ezus vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven.’

Oog voor detail in de  2e week van februari – dinsdag

Lukas 8:7+14

Ander zaad viel tussen de distels, en toen de distels opschoten verstikten ze het. Het zaad dat tussen de distels valt, dat zijn zij die wel geluisterd hebben, maar door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze gaandeweg verstikt, zodat ze geen vrucht dragen.

Twee details:

1/ Welke van de twee distels die het geloof kunnen verstikken vind jij voor jezelf het gevaarlijkst: je dagelijkse zorgen en problemen, of al de leuke en prettige dingen die je niet wilt missen?

2/ Wat doe jij als je bij iemand anders ziet dat zijn of haar geloof langzaam maar zeker steeds minder en minder wordt?

Oog voor detail in de  2e week van februari – vrijdag

Lukas 8:8a+15

Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde, en dat bracht honderdvoudig vrucht voort toen het was opgeschoten. Het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen.

Drie details:

1/ Welke opmerking of welke actie van jou viel bij anderen in goede aarde?

2/ Wat versta jij onder ‘met een goed en eerlijk hart Gods woord koesteren’?

3/ Op welke punt in je leven wil jij graag standvastig = blijvend vrucht dragen? Hoe ga je dat doen?

Oog voor detail in de  3e week van februari – dinsdag

Matteüs 13:31-32

Jezus hield de mensen een gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’

Drie details:

1/ ‘Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd.’ Met welke kleine dingen ben jij blij?

2/ Bij wie voel jij je op je gemak?

3/ Waaraan merk je dat het geloof zich bij jou ‘genesteld’ heeft?

Oog voor detail in de  3e week van februari – vrijdag

Matteüs 13:44 en 6:19-21

‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.’ ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde. Verzamel schatten in de hemel, want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’

Twee details:

1/ Waar ben jij zo blij mee dat je er alles voor over hebt?

2/ Welke schatten verzamel jij graag in de hemel?

Oog voor detail in de  2e week van februari – dinsdag

Markus 10:17-22

Iemand kwam naar Jezus toe en vroeg Hem: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de (Tien) Geboden.’ Toen zei de jongeman: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden. Wat kan ik nog meer doen?’ Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg Mij.’ Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

Twee details:

1/ De jongeman heeft twee handicaps als het om geloven gaat: hij wil het zelf verdienen en hij kan geen afstand doen van zijn schatten op aarde. Welke van deze twee is jouw grootste handicap? Hoe ga je daar mee om?

2/ Jezus kijkt de jongeman liefdevol aan.

Wanneer voel jij dat Jezus liefdevol naar jou kijkt?

Oog voor detail in de  3e week van februari – vrijdag

Markus 10:28-30

Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om U te volgen!’ Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van Mij en het evangelie, zal het 100-voudig terug ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeder en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.”

Drie details:

1/ ‘Uit verlies winst’ – wanneer heb jij dat meegemaakt?

2/ Wat vind jij moeilijk om achter te laten als het gaat om het volgen van Jezus?

3/ Ervaar jij je kerkelijke gemeente als een plek waar je goed met elkaar hebt (‘100-voudig terug ontvangen’) of als een plek waar je het moeilijk hebt (‘gepaard met vervolging’)?

Vaccineren in coronatijd – uit de NPV-brochure van januari 2021

De NPV is een christelijke organisatie die advies en hulp geeft op het gebied van medisch-ethische onderwerpen, zowel in theorie over diverse thema’s als ook praktisch als er (mantel)zorg verleend moet worden. In januari 2021 heeft de NPV de brochure Wel of niet vaccineren – voorzienigheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid’ uitgegeven. Deze brochure is via de NPV-site gratis te downloaden of op papier aan te vragen (klik hier).  Het telt 9 hoofdstukken waarin het nadenken over vaccinatie (hoofdstuk 1), de noodzaak, werking en ontwikkeling van vaccins (hoofdstuk 2-4), omgaan met gezondheid en ziekte in het licht van zowel de Bijbel als Gods voorzienigheid (hoofdstuk 5+6) en ieders persoonlijk verantwoordelijkheid (hoofdstuk 7) aan de orde komen. Hoofdstuk 8 gaat in op de HPV-vaccinatie (tegen baarmoederhalskanker) en hoofdstuk 9 gaat over vaccineren in coronatijd. Dat hoofdstuk geef ik hieronder in z’n geheel weer, incl. de laatste twee kopjes uit het ‘Tot slot’.

Vaccineren in coronatijd

In dit hoofdstuk worden de verschillende vaccins tegen corona besproken. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag waarom de ontwikkeling van coronavaccins zo snel kan gaan. De coronacrisis stelt ons niet voor volledig nieuwe vragen rondom vaccinatie. Wel kunnen sommige van de overwegingen die in deze brochure worden besproken meer gewicht krijgen dan anders.

Waarom kunnen coronavaccins zo snel worden ontwikkeld?

Binnen een jaar na de uitbraak van het coronavirus werden de eerste vaccins tegen corona goedgekeurd voor gebruik. In hoofdstuk 4 werd duidelijk dat het ontwikkelen van een nieuw vaccin normaal gesproken veel langer duurt. Waarom kunnen vaccins tegen corona dan zo snel worden ontwikkeld?

De coronacrisis is een wereldwijde epidemie (pandemie) geworden. De gevolgen voor de samenleving door het hoge aantal ziekenhuisopnames, de vele doden en de beperkende maatregelen zijn groot. Dierbaren overlijden, mensen verliezen hun baan of zien hun bedrijf instorten. Dit alles zorgt ervoor dat er een hoge urgentie is om snel tot een vaccin te komen. Hierdoor stellen overheden en investeerders veel meer financiële en praktische middelen beschikbaar voor vaccinontwikkeling.

Daarnaast wordt er bij de ontwikkeling van COVID-19-vaccins gebruik gemaakt van bestaande kennis van het SARS- en MERS-virus. Dit zijn ook coronavirussen. Daarbij heeft de snelle uitwisseling van informatie enorm geholpen. Zo was de genetische informatie van het SARS-CoV-2 virus dat COVID-19 veroorzaakt, binnen enkele weken beschikbaar voor alle onderzoekers en farmaceuten.

Nog een andere factor is de ontwikkeling van de zogenoemde vectoren mRNA-vaccins. Met name de ontwikkeling van mRNA-vaccins is veel korter dan die van traditionele vaccins. Tenslotte is er door de grote internationale afstemming de mogelijkheid om een aantal fases van vaccinontwikkeling gelijktijdig te laten verlopen. Dit betekent niet dat er stappen zijn overgeslagen of er een loopje is genomen met de veiligheid.

Welke soorten vaccins tegen COVID-19 zijn er?

Wereldwijd wordt er hard gewerkt aan het ontwikkelen en produceren van vaccins tegen COVID-19. Er zijn honderden vaccins in ontwikkeling. Al die verschillende vaccins zijn te verdelen in 4 soorten.

Levend verzwakte virusvaccins

Deze vaccins zijn gebaseerd op een levend verzwakte versie van het coronavirus. Het virus is in een laboratorium verzwakt en minder ziekmakend gemaakt. Dit zorgt ervoor dat het zich slecht kan vermeerderen in ons lichaam. Zo heeft ons immuunsysteem voldoende tijd om te reageren op de nieuwe ziekteverwekker.

mRNA-vaccins

Deze soort vaccins geeft de cellen in het lichaam waarin het vaccin wordt opgenomen, instructies. De cellen gaan dan de uitsteeksels (spikeeiwit) waarmee het coronavirus aan onze cellen plakt en binnendringt aanmaken. Ons afweersysteem reageert door antistoffen aan te maken tegen dit eiwit. Raken we besmet met het echte coronavirus, dan herkent het immuunsysteem dit al en kan het snel reageren.

Hoewel mRNA-vaccins een betrekkelijk nieuwe vaccintechniek kennen, betekent dit niet dat het onveilig is. Al onze cellen maken zelf ook mRNA. Dit is een soort boodschapper die instructies geeft om in een cel een specifiek eiwit te maken. In ons lichaam speelt mRNA een hele belangrijke rol. Een mRNA-vaccin maakt dus gebruik van bestaande structuren in ons lichaam om eiwitten te maken en aan het afweersysteem te laten zien. mRNA kan ons DNA niet veranderen, omdat het niet in de celkern kan komen waar het DNA is. Wat de veiligheid van mRNA-vaccins verhoogt, is dat het mRNA binnen enkele dagen door het lichaam wordt afgebroken.

Vector-vaccins

Net zoals de mRNA-vaccins maakt deze soort vaccins ook gebruik van het eiwit waarmee het coronavirus aan onze cellen plakt. De specifieke stukjes eiwit worden vastgemaakt aan een onschuldig virus zoals een verkoudheidsvirus. Zo wordt het lichaam niet ziek, maar kan het immuunsysteem wel de eiwitten van het coronavirus leren herkennen.

Eiwit-vaccins

Ook eiwit-vaccins maken gebruik van de uitsteeksels van het coronavirus. Deze uitsteeksels kunnen geen infectie veroorzaken, maar het afweersysteem herkent wel dat ze afkomstig zijn van een indringer. In deze vaccins zitten heel veel echte of nagemaakte uitsteeksels. Deze worden door het immuunsysteem herkend en dat gaat vervolgens antistoffen aanmaken tegen deze eiwitten.

Welke vaccins worden in Nederland gebruikt?

De Europese Unie heeft gezamenlijk grote hoeveelheden vaccins ingekocht. Deze worden op basis van beschikbaarheid verdeeld over de lidstaten. Voor de Nederlandse context zijn op dit moment alleen mRNA-, vector- en eiwitvaccins aan de orde, omdat deze soorten door de EU zijn ingekocht.

In hoofdstuk 4 heeft u kunnen lezen dat bij de productie van sommige vaccins gebruik wordt gemaakt van foetale cellijnen. Dit geldt ook voor verschillende vaccins tegen COVID-19. Bijvoorbeeld bij de vectorvaccins die in Nederland beschikbaar zullen komen. Bij de productie van de mRNA- en eiwitvaccins die in Nederland beschikbaar zullen komen, is geen gebruik gemaakt van menselijke cellijnen op basis van foetaal weefsel. Op npvzorg.nl/vaccinatie kunt u een overzicht vinden van de vaccins die waarschijnlijk in Nederland beschikbaar komen en of daarbij gebruik gemaakt is van menselijke cellijnen op basis van foetaal weefsel.

Ethische overwegingen rond het gebruik van vaccins die foetale cellijnen gebruiken in de productie vindt u in hoofdstuk 4.

Welke afwegingen zijn van belang?

Met de uitbraak van het coronavirus staat de discussie rondom vaccinatie in een ander licht dan eerst. Het gaat om een nieuw virus waartegen weinig mensen immuniteit hebben opgebouwd. Iedereen zal op enig moment voor zichzelf de vraag moeten beantwoorden: wil ik mij laten vaccineren tegen corona of niet? De discussie raakt dus iedereen. In tijden van een pandemie is de verantwoordelijkheid richting de kwetsbaren in de samenleving nog groter dan anders. De overwegingen vanuit hoofdstuk 7 zijn het daarom waard om nog eens rustig door te nemen met het oog op de bovenstaande vraag.

Daarnaast stonden we in hoofdstuk 4 stil bij het punt dat het afzien van bepaalde vaccins vanwege het gebruik van foetale cellijnen in de productie ervan, betekent dat je niet ‘kiest’ voor het bestrijden van leed dat zich in het heden kan voordoen. In de coronacrisis gaat het niet om leed dat zich kán voordoen, maar om daadwerkelijk leed op grote schaal. Vaccinatie is een belangrijk hulpmiddel om dat leed te beperken. Daarmee is de vaccinatievraag nu indringender dan ooit.

Spreek met mensen uit uw omgeving

Het kan helpend zijn om met mensen in uw omgeving over uw persoonlijke afwegingen te spreken, zoals uw man/vrouw, andere gezinsleden, vrienden of uw predikant of wijkouderling. Vaccineren gaat tenslotte niet alleen over u zelf, maar vindt ook plaats met het oog op de (kwetsbare) ander. En elke ouder staat tenslotte voor dezelfde keuze om kinderen te laten vaccineren. Tijdens de coronacrisis zullen velen dezelfde behoefte aan gesprek hebben als u, waar het gaat om het coronavaccin. Samen doorspreken betekent niet dat de ander verantwoordelijk wordt voor uw keuze. Ook maakt het u niet verantwoordelijk voor de keuze van de ander. Dit laatste is goed om te realiseren als verschillen in visie spanning geven in het onderlinge contact.

Neem de tijd om keuzes biddend te overwegen

Het lijkt wellicht tegenstrijdig om dit punt als laatste te noemen. Toch is dat een bewuste keuze, al zal het gebed bij de voorgaande stappen niet ontbreken. Maar ook na het zorgvuldig overwegen van alles wat u krijgt aangereikt, gaat het uiteindelijk om een bewuste keuze die u voor Gods aangezicht zal mogen maken. Hij belooft wijsheid aan wie wijsheid te kort komt (Jak. 1:5).

Oog voor detail – januari 2021

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 3:1 + 5b-6 + 13-15

In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Juda. De mensen stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Maar Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’ Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in.

Drie details:

1/ Wanneer heb jij voor het laatste tegenover iemand je ongelijk erkend?

2/ Wanneer en waarom was jij het oneens met wat Jezus van je wilde?

3/ Hoe kun jij vandaag meewerken aan ‘Gods gerechtigheid’?

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – vrijdag

Lukas 3:21b-22

Toen ook Jezus was gedoopt en Hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.’

Drie details:

1/ Waar zou Jezus om gebeden hebben, denk je? Wat betekent dat voor jouw persoonlijke gebed?

2/ Wat merk jij vandaag van de Heilige Geest?

3/ Hoe geliefd voel jij je als kind van God?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – dinsdag

Markus 1:12-13

Meteen nadat Jezus gedoopt was dreef de Geest Hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar Hij door Satan op de proef gesteld werd. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor Hem.

Twee details:

1/ Welke ‘woestijn-ervaringen’ heb jij in je leven meegemaakt en welke plek hadden God en Satan daarin?

2/ Hoe stel jij het je voor dat God zijn engelen stuurt om voor jou te zorgen?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – vrijdag

Johannes 1:35-37 + 40-41

De volgende dag stond Johannes weer bij de Jordaan met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Eén van hen was Andreas, de broer van Simon Petrus. Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden (dat is Christus, ‘gezalfde’).

Twee details:

1/ Waar denk jij aan als Johannes Jezus ‘het lam van God’ noemt?

2/ Wie zou jij, net als Andreas, graag bij Jezus willen brengen?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – dinsdag

Lukas 3:7-8a + 10-14

Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: ‘Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn.’ De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’ Hij antwoordde: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.’ Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’ Ook soldaten kwamen hem vragen: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’

Twee details:

1/ Wat is jouw motivatie om goede dingen te doen?

2/ Welk praktisch advies zou Johannes de Doper aan jou geven?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – vrijdag

Johannes 3:27-30

Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.”  De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.’

Twee details:

1/ Wat is mooiste wat jij van God (‘door de hemel’ ) ontvangen hebt?

2/ Hoe blij kun jij zijn met het succes van anderen?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 11:2-6

Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de Messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar Jezus toe met de vraag: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan Mij geen aanstoot neemt.’

Twee details:

1/ Ben jij ook wel eens teleurgesteld in Jezus? Waar kwam dat door?

2/ Op welke verrassende manieren liet Jezus (iets van) Zichzelf aan jou zien?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – vrijdag

Matteüs 14:10-13a

Herodes gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het hem te vertellen. Toen Jezus hiervan hoorde, week Hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar Hij alleen kon zijn. 

Twee details:

1/ Wanneer wil jij het liefst even alleen zijn?

Ook de dag erna wil Jezus alleen zijn om op een berg in afzondering te bidden (Mat. 14:23).

2/ Durf jij al je wisselende gevoelens aan God te vertellen? Doe het vandaag maar!

Oog voor God – oog voor detail

We zitten nog steeds in een lockdown. Ik moet regelmatig denken aan dit vers: Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten. Ga met God en Hij zal met je zijn.

Dit lied zit vol verlangen. We missen de ontmoeting met elkaar, ook als christenen onderling. Geen kerkdiensten. Geen kringen. Geen jongerenactiviteiten. Geen bijbelgespreksavonden.

Dit lied zit ook vol bemoediging. Ga met God en Hij zal met je zijn. Dat geldt ook midden in corona-tijd. God is wél dichtbij. ‘Ik kom naar je toe,’ zegt Hij, ‘en als jij Mij zoekt, laat Ik mij vinden.’

Hoe God en Jezus naar ons toekomen is, als het erop aan komt, niet zo moeilijk. Zelfs de kleuters weten het basis-antwoord al: ‘Lees je Bijbel, bid elke dag.’ En als je verder bouwt op die basis, komen de kerkdiensten in beeld, en het luisteren naar prachtige christelijke muziek, en de verwondering over de schepping (natuur en techniek) en de onderlinge bemoediging in beeld.

Maar hoe hou je het vol om telkens weer God en Jezus op te zoeken? Vaste strukturen zijn daar erg behulpzaam bij. De drie R’s in de opvoeding gelden ook voor het geloof. Rust – Reinheid – Regelmaat

Rust: maak bewust tijd vrij voor God.

Reinheid: blijf Jezus altijd als Verlosser van je zonden en Vernieuwer van je leven zien.

Regelmaat: hou je aan Gods gebod om 1 op 7 te lopen en neem persoonlijk en als gezin elke dag een paar vaste momenten – bv. ’s morgens vroeg of aan de maaltijd of voor je weer gaat slapen.

Ik denk dat de meesten van ons hier niet zo goed in zijn. Gelukkig kun je elkaar stimuleren. Door samen uit de Bijbel te lezen en dat (via de app) met elkaar te delen. Of door gebedspunten aan elkaar toe te sturen. Of door aan elkaar een mooi lied doorgeven met een korte motivatie daarbij. Of … op heel veel andere creatieve manieren.

Aan het begin van de corona-crisis zei een jongere tegen mij: ‘Ik zou een mooi kort stukje uit de Bijbel met een vraag of een doordenker wel mooi vinden, want dat is iets positiefs tussen al die negatieve berichten.’ Dat was voor mij de aanleiding om met Oog voor detail te beginnen. Dat ging vanaf Goede Vrijdag / Pasen t/m eind augustus. Op weg naar Kerst heb ik dat weer opgepakt.

Vanaf dinsdag 5 januari doe ik daar aldoor met haar toestemming deze pentekening van Leni van Marion – Kraaijeveld bij. Op haar website mensbootje heeft zij heel veel van dit soort tekeningen staan.  Ik wilde er graag eentje van gebruiken, want God is zo groot, Hij deelt als Heilige Geest aan iedereen verschillende talenten uit. Zo versterken beeld en tekst elkaar.

Leni gaf me ook een uitleg van de tekening:

Vader, ik zie in deze tekening:
Een hart gevormd door twee duiven, als houden van elkaar.
Een klein hart als Uw Aanwezigheid.
Een kruis als geloof,
zo ook het blaadje van het nieuwe leven met Jezus,
gebracht door de duif (boven in), als de Heilige Geest.
Allemaal te zien in dat hart.
Het hele hart is in het licht van de vlam van het Pinkstervuur.
Hoop door het anker en daaraan houvast hebben.
Ook groei en bloei is er te zien in de bloem.
En tranen van verdriet, ook die horen bij het leven.
Een tekening over Geloof, Hoop en Liefde.
Vader, Dank U wel!!

Ik hoop dat de serie ‘Oog voor detail’ een bescheiden middel is om je te helpen oog voor God te blijven houden in deze bijzonder tijd. Als vervolg op deze blog verschijnt de serie ‘Oog voor detail’ van januari.

Vroom ijdel gebruik van de naam des HEREN

Sinds begin oktober is de intelligente lockdown weer van kracht. Alle publieke samenkomsten mogen uit niet meer dan 30 mensen bestaan (of 40 als het buiten plaats vindt). Zingen, joelen en schreeuwen wordt met klem afgeraden, terwijl het gebruik van een mondkapje bij binnenkomst en vertrek even dringend wordt aanbevolen.

Vanwege het recht op vrije uitoefening van de godsdienst kan de beperking van 30 personen niet dwingend aan kerken worden opgelegd. Dus veroorloven sommige grote kerken, vooral uit de reformatorische hoek, maar ook enkele vrije evangelische kerken het zich, om toch een veelvoud va 30 kerkgangers toe te laten. Ze houden zich daarbij aan alle regels die vóór de nieuwe lockdown in oktober golden. Om de kerkdiensten zo veilig mogelijk door te kunnen laten gaan is er in een aantal kerken stevig geïnvesteerd in een goede ventilatie.

Op zich kan ik het mij voorstellen dat een aantal zeer grote kerken nog steeds met meer dan 30 kerkgangers bij elkaar komt. Laten we wel wezen: als je normaal gesproken 2.400 kerkgangers kunt bergen, is een aantal van 250 per dienst op geen enkele manier te typeren als een onverantwoord super-corona-verspreider-evenement. Zeker niet als daarbij wel gehoor gegeven wordt aan de beide andere dringende adviezen: geen gemeentezang en het gebruik van mondkapjes. Of het verstandig voor de beeldvorming in de media is om toch meer dan 30 kerkgangers per kerkdienst toe te laten is een andere vraag. En het is beslist onverstandig om twee of drie dringende adviezen van de overheid naast je neer te leggen, dus ik heb geen begrip voor kerken die met meer dan 30 kerkgangers ook nog eens gewoon met z’n allen blijven zingen.

Er is iets anders waar ik veel meer moeite mee heb, namelijk het beroep dat sommige christenen doen op de Bijbel om de adviezen van de overheid naast zich neer te leggen. Dat geldt zowel voor het bezoekersaantal als voor het zingen in de kerk.

Dit is wat ik af en toe hoor:

De regering mag ons geen beperkingen opleggen wat betreft het aantal kerkgangers, want in Hebreeën 10:25 staat immers: ‘Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen.’ (HSV) En we blijven in de kerkdienst onze lofliederen zingen, want in Psalm 22:4 staat immers: ‘Maar U bent heilig, U troont op de lofzangen van Israël.’ (HSV)

Wie op deze manier onder de dringende adviezen van de overheid probeert uit te komen, laat de Bijbel buikspreken. Het is niet alleen super-inconsequent, want waarom roep je dan niet gewoon alle 2.400 gemeenteleden op om de kerkdienst te blijven bezoeken in plaats van een roulatie-systeem? En waarom zing je dan niet massaal uit volle borst God de lof toe die Hem toe komt, in plaats van mondjesmaat?

Veel erger is nog, dat wie met een beroep op deze twee teksten uit de Bijbel wil aangeven dat we ‘aan God meer gehoorzaam moeten zijn dan aan mensen’ (Handelingen 5:29) zich schuldig maakt aan de overtreding van het Derde Gebod van wet van de HERE die in veel kerken elke zondag aan de gelovigen wordt voorgehouden: ‘Misbruik de naam van de HERE, uw God, niet’ (NBV) / ‘U zult de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruiken’ (HSV). 

Het effect daarvan is desastreus. Om drie redenen.

1/ Allereerst stimuleert men de ongehoorzaamheid aan de overheid (in strijd met de oproepen van Paulus en Petrus om omwille van de Heer het gezag van de overheid te erkennen (Romeinen 13:1-7 en 1 Petrus 2:13-17), en dat in een tijd waarin toch al allerlei anarchistische krachten met hun complottheorieën het gezag van de overheid ondermijnen.

2/ Verder houdt men eigen zekerheden in stand gehouden in plaats van er werkelijk op te vertrouwen dat de HEER zijn kerk beschermt en bewaart. Niet door de kracht van aantallen of volume, maar ook waar twee of drie gelovigen bij elkaar komen (Matteüs 18:20) om in stilte de lofzang aan God te doen toekomen (Psalm 65:2 HSV) is Jezus naar zijn belofte in ons midden. De profileringsdrang om met Schriftbewijs eigen standpunten te onderbouwen doet me denken aan de opmerking van Paulus aan Timoteüs, dat er in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken, waarin mensen ’de schijn van vroomheid en godsvrucht zullen ophouden, maar de kracht ervan miskennen en verloochenen. Laat je niet met hen in, maar keer je van hen af’ is het vlijmscherpe advies van Paulus (2 Timoteüs 3:5).

3/ Tenslotte: als je bijbelteksten voor je eigen karretje spant, maak je je allereerst zelf schuldig aan vroom ijdel gebruik van de naam des HEREN. In Zondag 38 van de Heidelbergse Catechismus wordt elke christen juist opgeroepen om ervoor te zorgen dat wijzelf Gods heilige naam door onze woorden en daden niet lasteren, maar eren en prijzen. Maar daar komt nog iets bij. Door zulk misbruik is men er ook de oorzaak van dat de niet-christelijke wereld Gods naam nog eens extra door het slijk haalt. In Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus wordt elke christen juist opgeroepen om ervoor te zorgen dat anderen Gods heilige naam vanwege onze woorden en daden niet lasteren, maar eren en prijzen.

Gods naam houden we niet hoog door met een foutief beroep op de Bijbel op onze strepen te gaan staan. Dat valt niet mee in een samenleving die toch al erg kritisch is op alles waar christenen voor staan. Maar als we samen in de crisis zitten, past ons als christenen een bescheiden houding, namelijk die van meeleven en meelijden met de samenleving. Dat gaat mij persoonlijk niet altijd even gemakkelijk af, dat geef ik eerlijk toe. Maar ik wil er voor waken om te grote woorden te spreken als de overheid een redelijk beroep op ons als kerken doet. En ik wil zeker de woorden van mijn God niet onnodig als argument gebruiken om anderen van mijn eigen gelijk te overtuigen. Daar is zijn naam mij te heilig voor.

‘Wanneer de angst je in de engte dringt’ – 2

Deze psalmregel uit de berijming van Psalm 50 raakte mij vorige week toen we vanwege de corona-crisis in een lockdown gingen. Ik schreef er een blog over. Mijn geliefde neef uit Duitsland attendeerde mij op het prachtige lied ‘Hey’ van de zanger Andreas Bourani, die in het Duits precies hetzelfde zingt: Wenn die Angst dich in die Enge treibt. Ik vond het een prachtig lied en vroeg een kennis het te vertalen in het Nederlands. Hieronder volgt eerst de link en daarna de tekst (de vertaling kwam tot stand met dank aan Piet de Vries en Werner Gugler).

Wenn das Leben grad zu allem schweigt
Dir noch eine Antwort schuldig bleibt
Dir nichts andres zuzurufen scheint als nein
Es geht vorbei
Wanneer het leven je even niets meer zegt,
jou nog een antwoord schuldig blijft,
jou niets anders toe lijkt te roepen dan een ‘nee’:
Het gaat over.
Wenn der Sinn von allem sich nicht zeigt
Sich tarnt bis zur Unkenntlichkeit
Wenn etwas hilft mit Sicherheit, dann Zeit
Es geht vorbei, es geht vorbei
Wanneer je de zin van alles niet meer weet te ontdekken
omdat die zich onherkenbaar achter een masker schuil houdt:
als iets zeker helpt, dan is het tijd.
Het gaat over, het gaat over.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Es ist OK wenn du fällst
Auch wenn alles zerbricht
Geht es weiter für dich
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Het is oké als je valt;
ook als alles stukloopt,
gaat het verder voor jou.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Auch wenn dich gar nichts mehr hält
Du brauchst nur weiter zu gehen
Komm nicht auf Scherben zum Stehen
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Ook als je helemaal geen houvast meer hebt:
je hoeft alleen maar verder te gaan;
val niet stil op de scherven!
Wenn die Angst dich in die Enge treibt
Es fürs Gegenhalten nicht mehr reicht
Du es einfach grad nicht besser weißt
Dann sei!
Es geht vorbei, es geht vorbei
Als de angst je in de engte drijft,
het je niet meer lukt om je ertegen te verzetten,
je het gewoon even niet meer ziet zitten:
Blijf dan!
Het gaat voorbij, het gaat voorbij.
Wenn jeder Tag dem andern gleicht
Und ein Feuer der Gewohnheit weicht
Wenn lieben grade kämpfen heißt
Dann bleib!
Es geht vorbei, es geht vorbei
Als elke dag op de andere lijkt
En vuur voor de gewoonte wijkt,
als je juist moet vechten om lief te hebben:
Blijf dan!
Het gaat over, het gaat over.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Es ist OK wenn du fällst
Auch wenn alles zerbricht
Geht es weiter für dich
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Het is oké als je valt;
ook als alles stukloopt,
gaat het verder voor jou.
Hey, sei nicht so hart zu dir selbst
Auch wenn dich gar nichts mehr hält
Du brauchst nur weiter zu gehen
Komm nicht auf Scherben zum Stehen
Hé, wees niet zo hard voor jezelf!
Ook als je helemaal geen houvast meer hebt:
je hoeft alleen maar verder te gaan;
val niet stil op de scherven!
Halt nicht fest, lass dich fallen
Halt nicht fest, lass dich fallen
Halt nicht fest, lass dich fallen
Halt nicht fest, halt nicht fest
Hou niet vast, laat je vallen.
Hou niet vast, laat je vallen.
Hou niet vast, laat je vallen.
Hou niet vast, hou niet vast.

‘Wanneer de angst je in de engte dringt’

Aan die regel uit Psalm 50 moest ik denken toen op dinsdagavond 13 oktober de regering een behoorlijke lock-down afkondigde voor minstens 14 dagen en waarschijnlijk een hele maand.

Afgezien van de vraag of de maatregelen te slap, te streng, te willekeurig of überhaupt terecht zijn, iedereen vraagt zich af: waar gaat het naartoe met het virus en met de krachten die zich in de samenleving laten zien? Als christen heb ik niet het antwoord. Corona en alles erom heen dringt ook ons, of we willen of niet, in de engte. Sommigen worden daar heel erg angstig. Anderen af en toe.

Wat ik als christen wel weet is, dat er nog iets meer in Psalm 50 staat. Namelijk dit:

14 Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft.

15 Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren.

23 Wie een dankoffer brengt, geeft Mij alle eer, wie zo zijn weg gaat, zal zien dat God redt.’

Breng God een dankoffer en laat het niet alleen bij woorden blijven, maar doe het ook! Als je dat in goede tijden doet, weet je God ook te vinden in moeilijke tijden of, zoals andere vertalingen zeggen:, ‘in de dag van de benauwdheid’.

Sterker nog: zelfs als je midden in zo’n spannende tijd zit, roept God je op om Hem dankbaar te blijven vereren. Alleen zo zul je zijn hulp ervaren en merken dat Hij een God is die redt.

Ergens anders in de Bijbel staat zelfs: ‘Ik zal jouw redding zijn.’  God brengt niet alleen redding. Hij is mijn redding. Jezus –God Zelf- is mijn Redder!

Hij redt mij niet alleen van mijn zondeschuld. Hij redt mij ook van mijzelf. Van al mijn gedachten waardoor ik het in deze crisis benauwd en te kwaad krijg. Dan kan ik zelfs in deze heftige periode waar we met elkaar doorheen moeten, God nog steeds danken voor wat Hij allemaal nog wel geeft. Zo krijgt Hij ook vandaag nog alle eer. En je zult, de ene keer sterker dan de andere keer, de vrede van God ervaren. Omdat je ziet en merkt: Hij is erbij en helpt ons er door heen.

Offer God lof, bied Hem je dankbaarheid,

voldoe aan je geloften, Hem gewijd.

Dan zul je, als het onheil je omringt,

wanneer de angst je in de engte dringt,

Mij roepen en Ik zal het al doen keren.

Ik geef je ruimte en jij zult Mij eren.

Zo spreekt de Heer: al wie in dankbaarheid

aan Mij het offer van zijn leven wijdt,

houdt Mij in eer en heeft mijn wil verstaan.

Hij baant de weg, waarlangs mijn heil kan gaan.

Hij zal het zien, hij zal het zelf ervaren:

Ik zal mijn vrede aan hem openbaren.

Psalm 50 vers 7 + 11

Spreuken 14:26 en de kinderdoop

Onlangs hadden we weer een doopdienst. Ik kwam een prachtige tekst uit Spreuken 14:26 tegen: Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen, het biedt je kinderen een schuilplaats.

Ontzag voor de HEER heeft in het Spreukenboek altijd te maken met een goed leven. Als je ontzag hebt voor de HEER ben je wijs. Dan sta je in de juiste verhouding tot God. Dat geeft rust in je leven en zekerheid. Meteen na Spreuken 14:26 staat er in vers 27: Ontzag voor de HEER is de bron van het leven, het hoedt je voor de strikken van de dood. En iets verderop, in Spreuken 19 vers 23, staat: Ontzag voor de HEER beschermt je leven, je kunt rustig gaan slapen, er overkomt je niets.

Spreuken 14:26 zegt twee mooie dingen als het over ‘ontzag voor de HEER’ gaat. Allereerst: door eerbied voor God groeit ook het vertrouwen op God. Dat is het gevoel dat je op Hem kunt rekenen. En het tweede is: respect voor God dat doorgroeit naar een krachtig vertrouwen op de HEER, dat kun je voorleven en doorgeven aan je kinderen. Daar plukken zij de vruchten van. Vandaar: Het biedt je kinderen een schuilplaats. Je kunt ook vertalen: Hij, de HEER, biedt je kinderen een schuilplaats als jij krachtig op Hem vertrouwt.

“Een geschikte dooptkekst” noemt dr. E.W. Tuinstra in zijn POT-commentaar op Spreuken dit vers. Want, citeert hij een Duitse theoloog, de winst van een leven met God reikt veel verder dan het eigen bestaan.

In de doop komt Jezus namelijk heel dicht bij en is Hij tastbaar aanwezig.

Ja, in de doop komt God Zelf naar ons toe. Je ziet in de doop wat er al in het paradijs gebeurde meteen na de zondeval: God zoekt de mensen weer op en belooft hen een Redder. En wat God beloofd heeft, blijft van kracht, tot in het duizendste geslacht, zingen we met Psalm 105.

Bij alle verschillen die er over de doop zijn is de beginvraag altijd: waar is de doop een teken van? Waar zet de doop een streep onder? Gaat het in de doop om wat God belooft of om wat iemand die gedoopt wordt gelooft.  

Inn het Nieuwe Testament staat nergens de goddelijke opdracht: ‘Doop de kinderen van gelovige ouders!’ Er staat ook nergens een goddelijk verbod: ‘Absoluut verboden om kinderen van gelovige ouders te dopen!’

Dus moet je verder kijken naar wat heel de Bijbel zegt over de betekenis van de doop. Dan kom je al heel snel uit bij wat Paulus in Kolossenzen 2 schrijft: In Christus bent u besneden, niet door mensenhanden, maar met de besnijdenis van Christus, door het afleggen van het aardse lichaam. Toen u gedoopt werd bent u immers met Hem begraven, en met Hem bent u ook tot leven gewekt, omdat u gelooft in de kracht van God die Hem uit de door heeft opgewekt. Paulus legt dus een link tussen de besnijdenis en de doop. Tegelijk legt hij ook een link tussen de doop en het uitkomen voor je geloof.

Voor een goed begrip van de doop moet je beginnen bij de besnijdenis. Dus eens naar het Oude Testament gaan kijken. Wie werden daar besneden? Daar is geen standaard volgorde in. Abraham komt eerst voor zijn geloof in God uit (Gen. 15). Daarna sluit God een verbond met Abraham en zijn nakomelingen met de oproep om voor Hem te leven en de opdracht om alle mannen van zijn familie te besnijden (Gen. 17). Omdat Abraham in God gelooft, doet hij dat ook. Maar nog weer een tijdje later wordt Isaak op de achtste dag na zijn geboorte besneden (Gen. 21). In beide gevallen is het geloof in God noodzakelijk om alle beloften die God doet te ontvangen. Maar het moment waarop de besnijdenis als teken en zegen van het verbond wordt bediend is niet afhankelijk van het precieze moment waarop iemand tot geloof komt. Later zal Paulus zeggen: Abraham geloofde al toen hij nog niet besneden was, dus is hij de vader van alle christenen die op latere leeftijd tot geloof gekomen zijn, maar door zijn geloof is hij tegelijk ook de vader voor iedereen al als kind door gelovige ouders besneden is.

Zowel in de besnijdenis als in de doop zie je dus, dat God begint.  Natuurlijk is er geloof nodig om te delen in de beloften die God uitspreekt. Maar toch gaat Gods belofte altijd aan ons geloof vooraf. Gelukkig wel, anders hing de zekerheid van de vergeving van mijn zonden, van de vernieuwing van mijn leven en van Gods eeuwige Vaderliefde van de stand van mijn geloof af. Als de doop vooral een streep zet onder mijn geloof als voorwaarde voor het ontvangen van al die kostbare geschenken van God, dan is mijn geloof op drijfzand gebouwd.

Nee: God begint. In het leven van Abraham. In het leven van Isaak. In het leven van elke christen. In het leven van elk kind van gelovige ouders. In de doop is God dezelfde als in Genesis 1. Daar sprak Hij: ‘Er moet licht komen in het duister’ – en er was licht! Nu zegt Hij: ‘Er moet licht komen in het hart van al mijn kinderen’ – en Hij heeft het doen schijnen in de onze harten om ons te verlichten met zijn heerlijkheid, de glans van Jezus Christus, zegt Paulus later (2 Kor. 4:6).

Als je beseft dat God zijn beloften in het Oude Testament geeft aan de volwassenen en hun kinderen, met de opdracht erbij om het zelf ontzag voor God te hebben en krachtig op Hem te vertrouwen; en het zo aan je kinderen voor te leven, zodat zij ook op God zouden gaan vertrouwen en het hun kinderen weer zouden vertellen, wie God is en wat Hij van je vraagt – dan is het toch niet meer dan logisch dat als de Heilige Geest vanaf Pinksteren wereldwijd gaat met Gods beloften, Petrus precies hetzelfde zegt! Want voor jullie geldt deze belofte én voor jullie kinderen (net als in het O.T.) en voor iedereen die nu nog ver weg is en die de Heer, onze God tot Zich roepen zal. (Hand. 2:39).  Het zou raar zijn, nu de doop in de plaats van de besnijdenis komt, dat opeens wel alle joodse vrouwen die in Jezus zijn gaan geloven en alle niet-joden die tot geloof in Jezus komen, gedoopt mogen worden (wat een royale uitbreiding van Gods verbond; precies wat de HERE al tegen Abraham gezegd had, nl. dat via hem alle volken op aarde gezegend zouden worden – Gen. 12:3), maar dat de kinderen van gelovige ouders niet meer het teken van het verbond mogen ontvangen van Jezus. Het kan niet waar zijn! En het is ook niet waar!! In heel het Nieuwe Testament zie je, dat hele gezinnen gedoopt worden (net als de hele huishouding van Abraham besneden werd).  God verzamelt zich een nieuw volk, vol van Jezus en vol van de Geest – kinderen inclusief.

Besef daarbij ook, dat het Nieuwe Testament de eerste vijftig jaar na Pinksteren beschrijft. Dat is de tijd dat vooral volwassenen die Jezus eerst niet erkenden (joden) of helemaal niet kenden (heidenen) tot geloof in Jezus kwamen. Hoe zit het dan met de kinderen  wanneer in een huwelijk de één niet gelooft en de ander wel? Zijn die onrein en verloren, omdat ze besmet zijn met de zonde van hun ongelovige vader of moeder? ‘Zeker niet!’  zegt Paulus tegen de christenen in de grote havenstad Korinte (1 Kor. 7:14). ‘Integendeel! Die kinderen zijn in de gelovige partner geheiligd en horen bij God!’ Ze zijn apart gezet.

En waar zie je dat aan? Dat is toch niet moeilijk te bedenken. Aan hun de doop! Het is net als bij de besnijdenis in het Oude Testament. Dat was een zichtbaar teken dat er een volk van God op aarde was, in afwachting van de Jezus de Messias – kinderen inclusief.

Daarin is God in het Nieuwe Testament niet veranderd. Zelfs als maar één van de ouders gelooft, mogen de kinderen uit dat huwelijk delen in het stempel van Gods beloften en zichtbaar worden ingelijfd in Gods nieuwe volk op aarde: de gemeente van Jezus Christus!

Net als bij de besnijdenis (denk aan Abraham) begint het bij de doop met een volwassene die zich laat dopen. Niet als teken van zijn of haar geloof. Maar als teken: ik geloof dat God met mij iets goeds begonnen is. En daarna (denk aan Isaak) is God heel royaal. Als je ontzag hebt voor de HEER en daardoor een krachtig vertrouwen ontwikkelt, wil de HERE ook voor je kind een schuilplaats zijn.

Is er dan geen geloof nodig? Wis en waarachtig wel! Maar het tijdstip van de besnijdenis en het tijdstip van de doop valt niet samen met het moment waarop de Heilige Geest het geloof persoonlijk geeft. Wat wel zo is: ook bij de doop van een kind wordt er geloof gevraagd. Als ouders moet je je geloof belijden. En als kind word je opgeroepen om Gods beloften in geloof aan te nemen. Want als ouders én als kinderen sta je heel dicht bij Gods genade, als je in de kerk, in de kring van mensen die in Jezus geloven, bent opgenomen. Hoe beter je het weet, hoe erger het is als je Gods prachtige kado’s (verzorging, vergeving en vernieuwing) afwijst, zegt Jezus in Lukas 12:48.

Wie gedoopt wordt, krijgt voor de rest van zijn of haar leven drie prachtige beloftes van God mee. Drie kado’s die op het voorhoofd gestempeld worden. Zichtbaar in het water van de doop. Onafwasbaar als je met de ogen van het geloof kijkt.

Maar heb het er dan ook vaak over met je kinderen! Misschien is dat wel juist het probleem dat veel mensen met de kinderdoop hebben. Dat we het er nooit over hebben. Ja, dan zal het jongeren ook niet veel zeggen. Gods belofte van eeuwig geluk vraagt erom dat je het er met elkaar over hebt. Anders komt het nooit tot het antwoord van geloof en bekering.

Daarom is Spreuken 14:26 inderdaad een prachtige tekst bij de doop van je kind: Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen, het biedt je kinderen een schuilplaats. Als  ouders mag je je kinderen vertellen waarom ze gedoopt zijn en mag je elke dag voor ze bidden en God vragen om de vervulling van zijn beloften. Want wanneer God jouw schuilplaats is, wil Hij het ook voor je kinderen zijn.

Geen zorgen voor de dag van morgen

– maar wel voor de dag van vandaag –

De vakantie is alweer lang voorbij. De herfst is alweer begonnen. Maar deze keer is het niet zoals altijd. Het corona-virus houdt ons nog stevig in de greep. We pendelen wat heen en weer tussen versoepeling en verscherping van de maatregelen.

Hoe ben je daar als christen onder? Waar stel je je vertrouwen op?

Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God.

Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.

Dat klinkt vroom.

Maar tegelijk vertrouw ik ook op de medische wetenschap. Zij hebben verstand van het grillige verloop van virussen.

En ik vertrouw op onze overheid. Want je kunt veel van onze regering zeggen, maar in tegenstelling tot Wit-Rusland en heel veel andere landen, zoekt onze overheid wel het goede voor haar burgers. Ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn, zegt Paulus in Rom. 13:4a.

Ook vertrouw ik op de mensen om mij heen. Er zijn altijd uitzonderingen, maar het overgrote deel van de Nederlanders begrijpt heel goed dat de meeste maatregelen echt nodig zijn om een tweede corona-golf te voorkomen of, waar die al aangebroken is, door te komen.

Tenslotte vertrouw ik op mijn gezonde verstand. Dat zegt mij dat er in de laatste week van september de besmettingen in o.a. Zeeland (96), Friesland (373) en Drenthe (339) relatief laag zijn (tussen de 25.0 en 68.7 per 100.000), maar in de regio’s Amsterdam (2.669), Rotterdam (2.208) en Den Haag (1.950) erg hoog (tussen de 166.8 en 249.3 per 100.000). En mijn gezonde verstand zegt mij ook, dat ‘thuis’ zo’n 2.400 keer (= 57%), ‘familie+vrienden’ + ‘werk+school’ elk ruim 600 keer (= samen 28%) en ‘vrije tijd+uitgaan’ dik 500 keer (= 12%) vooral een virushaard zijn, terwijl ‘een religieuze bijeenkomst’ in de laatste week van september slechts 4 keer (= 0,4%) de vermoedelijke oorzaak van besmetting was.

Maar al dat vertrouwen in mensen, van de overheid tot aan mijzelf, is een wankele basis als dat eerste er niet is: Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God. Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot.

Dus let ik vooral op wat Jezus, mijn Heer, mij te zeggen heeft, nu we nog met de dreiging van het coronavirus te maken hebben. Daarbij moet ik vooral denken aan deze woorden van Hem:

“Maak je dus geen zorgen over de dag van morgen,

want de dag van morgen zal zijn eigen zorgen hebben.

Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad.”

Vaak zeggen christenen: je hoeft je geen zorgen te maken voor de dag van morgen, want Jezus heeft gezegd dat als God voor de vogels en de bloemen zorgt, Hij zeker ook voor jou zal zorgen. En dat is ook zo. Dat zegt Jezus ook.

Maar hier geeft Jezus een hele andere reden. Hier zegt Hij: je mag je wél zorgen maken, maar hou het wel binnen de perken. Je kunt allerlei scenario’s uitdenken voor hoe het morgen en volgende week en de komende maanden gaat, maar, zegt onze Heer: Bewaar die zorgen maar voor morgen. Je hebt het al moeilijk genoeg met vandaag. (Bijbel in Gewone Taal).

Ik ben blij met deze woorden van Jezus.

Zorgen maken mág.

Want het leven is niet altijd makkelijk, het christelijke geloof is geen zoetsappig verhaaltje waarin het goede het altijd en overal wint van het kwade, en als gelovige lukt het mij vaak niet om de lastige dingen van het leven altijd met goede moed te dragen omdat de Heer alle zorgen van mij wegneemt. Nee, het leven is soms loodzwaar en dan is er maar één overlevingsstrategie: eerst maar eens deze dag zien door te komen. En wie geeft dat advies? Jezus Zelf nota bene! Zo goed kan Hij Zich inleven in onze situatie. Zo goed kan Hij meevoelen met wat iemand allemaal moet ondergaan. Onze Heer is niet wereldvreemd, maar kent de rauwe werkelijkheid van het leven uit eigen ervaring.

‘Zie eerst maar eens deze dag door te komen’, zegt Jezus dus, ‘en doe dat in vertrouwen op Mij’. Misschien betekent dat wel, dat je als christen redelijk relaxed met al het corona-nieuws kunt omgaan. We mogen alweer enkele maanden overal in Nederland kerkdiensten met 100 mensen of meer houden. Die vormen dankzij alle voorzorgsmaatregelen nagenoeg geen voor de gezondheid, blijkt telkens weer. We mogen daarbuiten om elkaar ook nog steeds in groepen van 30 binnen en groepen van 40 buiten ontmoeten. En veel voor activiteiten met kinderen of tieners van 12-17 jaar oud mogen nog steeds doorgaan. Als volgende week of volgende maand de situatie negatief verandert, is dat het ‘eigen kwaad’ van die periode en nemen we nieuwe maatregelen.

Geen zorgen voor de dag van morgen, zegt Jezus.

Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God, zingen we.

Dan blijft het spannend. Er is geen enkele reden voor een ‘schijt-aan-corona-houding’. Hou je aan de maatregelen en adviezen.

Tegelijk weet ik dat God zorgt. Er is ook geen reden om aldoor krampachtig ‘Better safe than sorry’ te roepen. Wat kan kan, en wat mag mag.

En net zo belangrijk is: Laat iedereen zijn of haar eigen overtuiging volgen. (Rom. 14:5)