De Geest in ‘huis’ – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 22)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 22

De Geest in ‘huis’

Ik geloof in de Heilige Geest (2) – Het zal je maar gebeuren dat de koningin of prinses Máximá een weekje bij je komt loge­ren. Dat zou natuurlijk uniek zijn. Dan zorg je er wel voor dat alles in huis piekfijn in orde is. Of niet soms? Het is toch ondenkbaar dat je ze een klein zol­derkamertje geeft, zonder verder nog naar haar om te kijken?

Ondenkbaar ja, en toch doen wij zoiets vaak met een nog veel hogere ‘gast’: de Heilige Geest. Paulus zegt dat ons lichaam een tempel van de Heilige Geest is. Hij logeert dus maar niet in ons, Hij wóónt zelfs in ons lichaam. En toch is ons ‘huis’ vaak helemaal niet op orde. We doen gewoon alsof Hij er niet is en gaan onze eigen gang.

Paulus noemt het voorbeeld van hoererij of ontucht, dus dat we op een verkeerde manier met seks omgaan. Als we ons li­chaam zó gebruiken, hoe kan de Heilige Geest er dan in wonen? Maar je kunt ook denken aan je muziek, je internetgebruik, de manier waarop je met je broers en zussen omgaat, enz. In elke ‘kamer’ van je levenshuis wil de Heilige Geest wonen. Met alleen een zolderkamer neemt Hij echt geen genoegen!

Lezen: 1 Korintiërs 6:17-20

Als je over dit bijbelgedeelte met God in gesprek kon gaan, wat zou je Hem dan vertellen of vragen? Leg het Hem in je gebed voor.

Je zult het ‘zien’ – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 21)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 21

Je zult het ‘zien’

Ik geloof in de Heilige Geest (1) – Stel nu dat jij na de voorgaande twintig stukjes zegt: ‘Het zal allemaal wel waar zijn, maar eigenlijk zie ik nog steeds niet wat je er nu echt aan hebt om dit te geloven.’ Dat zou natuurlijk heel jammer zijn, want dan mis je een hele­boel.

Maar… gelukkig zijn we nog niet klaar met de Apostolische Geloofsbelijdenis. Want vandaag beginnen we met het derde deel. Eerst ging het over God de Vader, toen over God de Zoon, en nu gaat het over God de Heilige Geest. Het ontzettend mooie daarvan is dat de Heili­ge Geest alles te maken heeft met het probleem waar we het net over hadden.

Want zijn werk is juist dat je het wél gaat zien en begrijpen. Daar zorgt Hij voor. Meestal niet in één keer, maar heel geleidelijk. Hoe? Bijvoorbeeld door de preken in de kerk, of door dit ­boekje. Maar ook door je in te fluisteren: ‘Vergeet niet in je bijbel te lezen!’ Denk niet dat dit zómaar een gedachte is, dat is de stem van de Heilige Geest! Luister daar­naar.

Je mag erom bidden dat de Heilige Geest ook in jou werkt. God heeft het zelf beloofd: door mijn Geest zullen ook tieners het geloof gaan ‘zien’ en gered worden.

Lezen: Joël 3:1-5

Heb je wel eens gemerkt dat de Heilige Geest je iets duidelijk maakte? Dank God daarvoor! En bid dat je inderdaad (meer) visioenen zult gaan zien.

Zou Hij vandáág …? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 20)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 20

Zou Hij vandáág…?

vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden – Ik hoorde eens over een meisje dat iedere morgen, als ze de gordijnen van haar slaapkamer open deed, met verwachting naar de lucht keek: ‘Zou er iets bijzonders te zien zijn? Zou Jezus vandáág terugkomen?’

Wij vinden zoiets misschien grappig, een beetje gek ook wel. In ieder geval denken wij er meestal níet zo over. Wij zien vaak helemáál niet uit naar de weder­komst van de Here Jezus. Hoe dat komt? Ik denk onder andere doordat de wederkomst te maken heeft met iets dreigend­s: het oor­deel. Stiekem denken we dat Jezus dan dingen gaat doen waar wij het niet mee eens zullen zijn.

Daar klopt natuurlijk niks van. Het oordeel van de Here Jezus zal 100% rechtvaardig zijn. Iedereen zal het er volkomen mee eens zijn. Ja, zelfs de mensen die ver­oordeeld worden, zullen er niks tegenin kunnen bren­gen. Bij het oordeel wordt alles wat scheef was rechtgezet. Daarom schrijft Psalm 98 er zelfs heel enthousiast over: ‘Wees blij, want de HEER komt eraan om de wereld te oordelen.’ Dat kleine meisje had dus wél gelijk…

Lezen: Psalm 98

Let er in deze psalm op wat er over God wordt gezegd. Wat heeft Hij allemaal gedaan en wat gaat Hij doen? Wat zou je Hem daarover willen zeggen of vragen?

Iedereen nog één keer publiek aan de schandpaal op de dag dat Jezus terugkomt?

In het voorjaar van 2018 preekte ik over de terugkomst van Jezus, onze Heer. Uitgangspunt voor de preek waren Openbaringen 20:11 t/m 21:8 en de Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 37 van  over ‘Het laatste oordeel’ (hier na te lezen). Als Jezus terugkomt, zal Hij als Rechter optreden. Dan zullen voor deze grote Rechter persoonlijk verschijnen alle mensen die ooit geleefd hebben: mannen, vrouwen en kinderen (NGB art. 37). Dan worden de boeken geopend en zal iedereen nog één keer voor de rechterstoel van Christus verschijnen, zodat ieder van ons krijgt wat hij verdient voor wat hij in zijn leven gedaan heeft, of het nu goed is of slecht (2 Korintiërs 5:10).

Ik kreeg hier via de mail een vraag over van een gemeentelid:

Je legde uit dat op de jongste dag de boeken worden opgedaan en al je zonden bekend worden gemaakt. Maar als je je zonden belijdt tegenover Jezus en je vergeving vraagt dan geeft hij dat toch en gooit de zonden in “de diepste zee”? Het kan toch niet zo zijn dat God op de jongste dag je zonden als het ware weer uit de zee vist en je er alsnog aansprakelijk voor stelt? Wat heeft het vragen voor vergeving dan nog voor zin? Dat lijkt mij zo wrang.

Wederkomst 04 bazuinen

Schilderij van Gerda Kloek-Mol https://gkloekmol.blogspot.com/

Deze vraag vind ik heel herkenbaar. In art 37 van de NGB zegt niet voor niets: Terecht is de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend. De NGB kan er wel bij zeggen, dat dat alleen geldt voor de slechte en goddeloze mensen, maar ook als gelovige moet je er toch niet aan denken dat alles wat je in je levenstijd op aarde gedaan en gedacht hebt, nog een keer op een groot scherm verschijnt. Waar zou dat goed voor zijn? Bij God geldt toch: vergeven = vergeven? Daar komt Hij toch nooit meer op terug?

Hier worden meestal twee antwoorden op gegeven. Die verschillen wel een beetje van elkaar, maar vullen elkaar ook aan.

Het eerste antwoord is, dat als Jezus bij zijn terugkomst voor de laatste keer aan iedereen laat zien, dat zijn oordeel volstrekt rechtvaardig is en dat wie met Hem mee mag om voor eeuwig op de nieuwe aarde te leven, dat volledig aan zijn genade te danken heeft en Hem daar ook echt dankbaar voor is. Dus wordt alles, maar dan ook echt alles, nog één keer benoemd. Voor de gelovigen is dat geen reden voor nieuwe angst, maar het geeft hun een nog dieper besef van blijdschap en dankbaarheid voor hun redding door Jezus Christus alleen. En omgekeerd is het voor de ongelovigen ook meteen duidelijk dat er geen mensen voorgetrokken worden, want het oordeel valt voor iedereen negatief uit: geen mens krijgt toegang tot de hemel omdat hij of zij het verdiend heeft. ‘Niet door rechtvaardige daden, maar door het bloed van het Lam’ Opwekking 369).

Wederkomst 02Het tweede antwoord is, dat als de boeken geopend worden, er geen publieke, openbare bekendmaking volgt. Dus geen groot scherm in een bomvol stadion waar iedereen nog eens van iedereen te horen en te zien krijgt wat je allemaal gedaan, gezegd en gedacht hebt tijdens je leven op aarde. Je moet het, volgens deze opvatting, eerder zo zien, dat Jezus met alle mensen persoonlijk hun levensboek nog een keer doorneemt en daar zijn conclusie en eindoordeel aan verbindt. Voor de ongelovigen is er dan geen ontkomen meer aan: zij hebben Jezus altijd verworpen en zullen nu door Jezus voor altijd verworpen worden. Voor de gelovigen is dit persoonlijke gesprek wel confronterend, maar niet bedreigend: ze krijgen te horen dat ze met vallen en opstaan toch altijd God aanbeden en op Jezus vertrouwd hebben. Hij is de reden van hun redding. Hij is de reden dat zij mogen ingaan tot het feest van hun Heer.  In de Bijbel lees je bv. dat Jezus na zijn opstanding persoonlijk is verschenen aan Petrus, die Hem drie keer verloochend had – onder vier ogen. En persoonlijk aan zijn tot dan toe ongelovige broer Jakobus – onder vier ogen. In de ‘Kronieken van Narnia’ beschrijft C.S. Lewis hoe het broertje Edmund, die overgelopen was naar de witte Tovenares, toch ook door Aslan gered wordt, nadat Aslan met hem een gesprek gehad had – onder vier ogen. Oftewel: mijn levensboek gaat nog een keer open, maar het blijft onder ons – onder Jezus en mij.

Wederkomst 03Uiteindelijk geeft een ander boekje de doorslag: “Het boek van het leven”. Daar staan de namen van alle gelovigen. De uitdrukking ‘het boek van het leven’ komt negen keer voor in de Bijbel. Eén keer in het Oude Testament, in Psalm 69:29. Daar vraagt David op de HERE de goddeloze mensen wil uitsluiten van zijn genade en hun namen wil schrappen uit ‘het boek van het leven’. In het Nieuwe Testament zegt Paulus in Filippenzen 4:3 dat de namen van de mensen die zich hebben ingezet voor het evangelie van Christus, in ‘het boek van het leven’ staan. De andere zes keer komt de uitdrukking ‘het boek van het leven (van het Lam)’ in het laatste Bijbelboek voor (Openbaringen 3:5, 13:8, 17:8, 20:12, 20:15, 21:27 – in sommige vertaling staat het ook nog in Openbaring 22:19, maar daar staat in het Grieks ‘boom van het leven’).

Uit die zes passages komt duidelijk naar voren dat de mensen die niet in God en Jezus willen geloven, aanbidden vol verwondering het beest en dragen zijn merkteken (Opb. 13:8+12, 16:2, 17:8). Maar de namen van de gelovigen staan in het boek van het leven geschreven, zodat ze het vol houden om tegen de verdrukking en verleiding in van Jezus te blijven getuigen. Jezus Zelf belooft, dat Hij hun namen daar niet uit zal schrappen (Opb. 3:5). Sterker nog: die namen stonden al vanaf het begin van de wereld in het boek van het leven, het boek van het Lam dat geslacht is (Opb. 13:8). Dit is de meest uitgebreide omschrijving van het boek van het leven. Het geeft elke gelovige maximale zekerheid over het feit dat ze straks voor altijd bij Jezus mogen zijn (dat ligt al vast vanaf het begin van de wereld) en het benadruk nog een keer de reden waarom ze voor altijd bij Jezus mogen zijn (Hij is het Lam dat voor hun zonden geslacht is).

Wederkomst 01Iedereen die dat gelooft, hoeft in dit leven voor de duivel niet bang te zijn en hoeft op de dag dat Jezus terugkomt om over alle levenden en doden het oordeel uit te spreken ook niet bang te zijn om alsnog veroordeeld te worden. De boeken die dan geopend worden maken namelijk voor de laatste keer overtuigend duidelijk dat Koning Jezus voorgoed is terugkomen om echt alles recht te zetten. Alle ongerechtigheid in de wereld en alle onvolkomenheid in het leven van Gods kinderen. Dus kan art. 37 van de NGB eindigen met deze prachtige zin: Daarom verwachten wij die grote dag met sterk verlangen, om ten volle te genieten van de beloften die God ons gegeven heeft in Jezus Christus, onze Heer.

Of hiermee alle vragen beantwoord zijn? Nou, nee dus. Het gemeentelid reageerde:

Dank voor je reactie. Het blijft moeilijk hoor. In beide antwoorden roept God ons ter verantwoording met als verschil dat bij optie 1 het publiekelijk gebeurt en bij optie 2 niet. Bij beide opties liggen de zonden dus niet in de diepste zee (zoals in Micha staat)? Dat staat er toch ook niet voor niks?  Eigenlijk kan ik er niet bij. Waarom zal God dat zo bij zijn kinderen willen doen? Waarschijnlijk komen we er niet achter en zullen we het vanzelf gaan zien …

Dat laatste vind ik mooi … als je het niet rond krijgt, erop vertrouwen dat we de reden ervoor later wel te horen krijgen. Je hoeft niet alles van God te snappen om toch op Hem te vertrouwen.

Sparen in de hemel – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 19)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 19

Sparen in de hemel

opgevaren naar de hemel (2) – Het is goed mogelijk dat toen jij geboren werd, je ouders direct een spaarreke­ning voor je geopend hebben. Sindsdien worden daarop steeds meer bedragen bijgeschreven: gekregen op ver­jaarda­gen, ver­diend met vakantiewerk, of gespaard met je zakgeld. Dat is een goede manier om zorgvul­dig met je geld om te gaan.

Toch waarschuwt de Bijbel om niet tevéél met deze manier van sparen bezig te zijn. Want rijk willen worden, is heel gevaarlijk. De Here Jezus zegt zelfs dat het dan erg moeilijk is om het Koninkrijk der hemelen binnen te gaan (Matth. 19:24). En volgens Paulus lopen mensen die rijk willen worden een grote kans op verderf en ondergang (1 Tim. 6:9).

Eigenlijk is het gewoon dom. Als je weet dat Jezus naar de hemel is gegaan om daar een plaats voor je klaar te maken, dan kun je toch veel beter dáárvoor sparen? Je aardse spaarrekening gaat voorbij. Maar alles wat gedaan wordt uit liefde voor Jezus (zo zingt een oud lied), houdt zijn waarde en blijft eeuwig bestaan. Het wordt bijgeschreven op je hemelse spaarrekening! Over investeren gesproken…

Lezen: Mattheüs 6:19-21

Schatten op aarde zijn op zich niet verkeerd. Maar schatten in de hemel zijn veel belangrijker. Probeer vandaag extra te laten zien dat je dat gelooft!

 

Je krijgt er zin in – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 18)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 18

Niet ver weg

opgevaren naar de hemel, en zit aan de rechterhand van God (1) – Als de Apostolische Geloofsbelijdenis zegt dat de Here Jezus naar de hemel is gegaan, wat bedoelt ze dan? Wat is dat, de hemel? En wáár is die?

De hemel kunnen we niet in het heelal aanwijzen, er­gens achter de Melkweg ofzo. De hemel gaat onze werke­lijkheid ver te boven. Daardoor kunnen we er ons eigenlijk geen voorstelling van ma­ken. Dat wil niet zeggen dat de hemel minder echt is dan onze wereld. Integendeel, de hemel is juist héél echt. Maar ook heel anders! Het is de woonplaats van God, waar de zonde geen macht heeft. Dáár is Jezus naar terugge­gaan.

De hemel, dat is ook de plaats waar God ons bij zich wil halen. Daar was het voor nodig dat Jezus er eerst naar toe ging. Want Hij is er niet zómaar, Hij zit in de hemel aan de rechterhand van God. Dat wil zeggen: als degene die regeert. ‘Mij is alle macht gegeven’, heeft Hij net voor Zijn hemel­vaart gezegd. Bovendien komt Hij in de hemel voor ons op. Hij is de eerste mens in de hemel. Je zou kunnen zeggen dat Hij ons daar vertegenwoordigt. Eigenlijk is de hemel dus helemaal niet ver weg. We kunnen er elke dag contact mee hebben!

Lezen: Hebreeën 4:14-16

Geloven in de hemel betekent dat we zonder schroom tot God mogen naderen (vers 16). Maak daar gebruik van! Wat wil je vandaag aan Hem kwijt?

Je krijgt er zin in – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 17)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 17

Je krijgt er zin in

opgestaan van de doden (2) – ’t Valt niet mee om écht chris­ten te zijn. Of wel soms? ’t Gaat in ieder geval niet vanzelf. Als ik naar mezelf kijk, moet ik toegeven dat ik er lang niet altijd zin in heb. Bo­ven­dien gaat wél zon­di­gen meestal mak­kelij­ker dan níet zondi­gen.

En tóch geloof ik dat jij en ik echt als christen kunnen leven; dat we daar zin in kunnen krijgen, en daarom ook steeds harder tegen de zonden gaan vech­ten. Hoe dat dan kan? Door wat er gebeurd is bij de op­standing van Jezus! Ik wil daarover graag nog iets met je delen.

Paulus heeft het ergens (in Efeze 1:19, 20) over de enorme kracht waardoor Christus is opgewekt. Nou, zegt Paulus dan, met diezelfde kracht werkt God ook in ons die geloven! Onvoorstelbaar! Die kracht kan alles veranderen. In het gedeelte van vandaag zegt Paulus nota bene dat ons oude zondige leven met Christus gestorven en begraven is – weg ermee! En daar blijft het niet bij, want we staan met Hem op uit de dood om een nieuw leven te leiden. Ik weet dat dit nogal vaag klinkt, maar toch hoop ik dat je er een beetje blij van wordt. Begrijpen zul je het nooit, maar neem van mij aan: als je het gelooft, zul je het ervaren!

Lezen: Romeinen 6:4-8

Oké, dit zijn moeilijke verzen. Maar kijk vooral maar naar de zinnen die je wél begrijpt. Vraag God je duidelijk te maken wat Hij je daarmee wil zeggen.

Een sprookje? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 16)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 16

Een sprookje?

op de derde dag opgestaan van de doden (1) – Dat in 1945 de Tweede Wereldoorlog beëindigd werd, dat was een belangrijke historische gebeurtenis. Of de strijd van Nelson Mandela tegen de apartheid in Zuid-Afrika, ook díe heeft in de geschiedenis een belangrijke rol gespeeld. Maar geen enkel historisch feit is zó belang­rijk ge­weest als dat ene: dat de Here Jezus opstond uit de dood.

Nu weet jij net zo goed als ik dat veel mensen niet in de opstanding geloven. Dat een dode weer levend wordt, lijkt téveel op een sprookje om waar te kunnen zijn, vinden ze. Dat mensen zo denken, is best te be­grij­pen, want het ís ook een groot wonder. Aan de andere kant: hoe moet je ánders verklaren dat het graf van de Here Jezus op de derde dag opeens leeg was? Zouden de discipelen het verhaal van de opstanding nu echt zelf verzon­nen hebben? Wie verzint er nu een leugen en heeft er dan zijn leven voor over om in die leugen te geloven?

Nee, dat de Here Jezus uit de dood is opgestaan, dat is net zo zeker als dat de Tweede Wereldoorlog in 1945 afgelopen was. Geloof het maar gerust.

Lezen: Matteüs 28:1-7

We geloven niet in sprookjes, maar in feiten! Zou het lukken om vandaag (of morgen) aan iemand te vertellen over wat je net gelezen hebt?

Pikdonkere kelder – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 15)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 15

Pikdonkere kelder

is nedergedaald in het rijk van de dood – Denk je wel eens na over de dood en over sterven? Misschien niet; dat kan ik me best voorstellen. Toch zijn er ook tieners die er wél over nadenken, omdat ze er bang voor zijn. Ook dát is begrijpe­lijk.

Als je aan de dood denkt, kun je daar inderdaad bang van worden. Het is als bij een pikdonkere kel­der in een oud leegstaand huis. Je weet wel, zo’n huis uit een enge film. Voorzichtig ga je de trap af, en bij het licht dat door de deur komt, schuifel je ver­der. Maar opeens… bám! De deur bo­venaan de trap valt met een dreun in het slot. Op de tast ren je naar boven, maar de deur zit pot­dicht. Er is niet eens een deurknop. Daar sta je dan, moederziel alleen in de duisternis. En niemand kan je horen.

Zo kun je je de dood voorstellen. Maar het voorbeeld is nog niet af. Want wat zie je daar, in een hoek van de doodskelder? Een verlicht bordje met daarop­: ‘Je­zus is hier geweest.’ Wat een ontzet­tende op­luchting! Want dat betekent dat deze kel­der voor Jezus geen onbekend terrein is. Hij is zelf neergedaald in de dood, en heeft gezorgd voor een uitgang – een uitgang naar het eeuwige le­ven. Nu jaagt de dood echt geen angst meer aan!

Lezen: Psalm 116:1-9

Als je deze Psalm leest, welk vers vind je dan ’t mooist om op deze dag mee te nemen? Leer die uit je hoofd!

‘Wie is mijn echte vader?’ – waarom veel christenen tegen donor-ouderschap zijn

Ooit zei ik in een preek: “Een kind heeft meer recht op z’n beide ouders dan beide ouders op werk.” Dat werd me niet door iedereen in dank afgenomen. Vandaag de dag speelt een andere diskussie: heeft ieder kind het recht om te weten wie zijn of haar donorvader (of, donormoeder) is? Sinds 2004 is anonieme eicel- of zaadceldonatie in ons land verboden. Je kunt je afvragen: waarom toen pas? Het antwoord is, toen ik het op me liet inwerken, nogal onthutsend: omdat er tegenwoordig honderden, misschien wel duizenden 20-ers en 30-ers rondlopen die niet weten wie hun biologische vader is. Op televisie hoor je hun verhalen. De kern ervan is heel vaak: ik snap dat mijn ouders graag een kind wilden terwijl ze die zelf niet konden krijgen, maar ze hebben mij het recht ontnomen om bij mijn eigen vader op te groeien. Eén donorkind hoorde ik het op televisie heel scherp zeggen: ‘Ook al was ik echt een gewenst kind, ten diepste gingen mijn ouders voor hun eigen geluk toen ze naar de spermabank gingen.’

Die opmerking zou voor veel mensen een eye-opener moeten zijn. Als je kinderen neemt via een donor, ontneem je zo’n kind het recht om z’n echte ouders te leren kennen. Terwijl je weet dat die wens heel diep zit – kijk maar naar al die programma’s waarin geadopteerde kinderen op zoek gaan naar hun biologische ouders.

In de jaren ’80 van de vorige eeuw werd er in christelijke kringen al aandacht besteed aan kunstmatige inseminatie (KI). De mogelijkheid van ‘KI-D’ (Donor) werd per definitie afgewezen. De mogelijkheid van ‘KI-E’ (Echtgenoot) werd onder voorwaarden toegejuicht. Maar als christenen hebben we denk ik nooit beseft, hoeveel mensen al in die tijd gebruikt maakten van anoniem donorzaad om als kinderloos echtpaar of als bewust-ongehuwd-moeder toch de kinderwens te vervullen. En toen begin deze eeuw het homohuwelijk gelegaliseerd werd, volgden heel veel homo-echtparen die vaak twee kinderen kregen – de beide moeders allebei een keer negen maanden zwanger; de beide vader allebei via soms dezelfde draagmoeder.

Het nemen van kinderen als je ze zelf niet kunt krijgen wordt in onze moderne tijd als een legitieme mogelijkheid gezien waar je als partners recht op hebt. Ik vraag mij af of dat terecht is. Volgens mij schuilt er achter deze stelling een houding van egoïsme. De kinderwens is vooral gericht op het eigen geluk. En gaat dus ten koste van het belang van het kind.  De praktijk van donorkinderen uit de jaren ’80 en ’90 die nu op zoek zijn naar hun biologische vader ondersteunt dat. Toch zal er niet veel veranderen, denk ik. Alleen worden potentiële donoren nu afgeschrikt omdat ze niet meer anoniem hun sperma kunnen afleveren. Maar ik heb nog geen enkele niet-christelijke partij horen pleiten voor het opheffen van alle spermabanken. Het individuele geluk van een volwassene staat in onze samenleving zo hoog in het vaandel, dat het mogelijk moet blijven om, desnoods via gekunstelde wegen, kinderen te krijgen die niet echt van beide ouders zijn.

Gun ik twee partners dan niet het geluk van het ouderschap? Jazeker wel! Maar ik heb moeite met de absolute voorrang die gegeven wordt aan het eigen geluk in het hier en nu. Daar moeten donorkinderen over 20 jaar maar mee leren leven. Net als kinderen van gescheiden ouders vaak met de gevolgen zitten van de scheiding als ze zelf volwassen zijn (zie hier). En als het om abortus gaat, is het in Nederland al meer dan 40 jaar zo (en in Ierland sinds 26 mei 2018) dat het ongeboren leven geen enkel recht heeft om te mogen bestaan als de moeder die dat leven in zich draagt, daar anders over denkt.

Vroeger bestond de mogelijkheid om een donorkind te nemen niet. In de Bijbel zie je andere oplossingen. Leen je slavin uit aan je man en zet het kind op jouw naam (Sara liet het Abraham een aantal nachtjes met Hagar proberen). Geef je man een bijvrouw kado (Lea en Rachel deden dat allebei in een wedstrijdje ‘wie produceert de meeste kinderen bij manlief Jakob’). Of trouw een tweede vrouw als je eerste vrouw geen kinderen kan krijgen (Elkana hield van Hanna, ook al kon ze geen kinderen krijgen, maar had vanwege zijn kinderwens als tweede vrouw Peninna erbij genomen). Je ziet aan alle kanten hoe het met zulke kunstgrepen mis gaat in de onderlinge relaties. Zou dat vandaag anders zijn? Ik denk van niet. Volgens mij zijn er ook andere mogelijkheden, zoals het adopteren van kinderen of het bieden van pleegzorg. In beide gevallen is voor iedereen duidelijk dat de wettelijke ouders of verzorgers niet de biologische ouders zijn. In de Bijbel kom je een verhaal tegen dat je hier wel een beetje mee kunt vergelijken. Als koning Saul en zijn zonen in de oorlog met de Filistijnen omkomen, adopteert de nieuwe koning David Mefiboset, de zoon van kroonprins Jonathan. Jonathan was ook Davids beste vriend. Mefiboset wordt door David in de koninklijke familie opgenomen ‘en behandeld als een van de koningszonen.’ (2 Samuel 9:1-13).

Vandaag zou ik wel voor de stelling willen gaan: “Een kind heeft meer recht op twee biologische ouders dan twee partners op een donorkind.”

Dit artikel heb ik voor een deel ook gebruikt in een preek over Hoe ga je om met een kinderwens? Vindt God het goed dat je met hulp van een derde iemand een kind krijgt? Of is dat ‘kunstmatig overspel’?  Zie Zondag 39 HC 2019 preek en liturgie donorkinderen met sheets Zd39-2019 sheets preek