Op 12 juni plaatste het Reformatorisch Dagblad een opiniestuk van mij met als titel Christelijke vrijheid beperkt gezag synode. Ook gaf het RD mijn CGK-collega ds. C.P. de Boer de gelegenheid om een reaktie te geven onder de titel Toelaten van vrouw tot ambt geen middelmatige zaak. Op dat laatste heeft mr. E. Bos uit Capelle aan den IJssel, gepensioneerd officier van justitie en (kanton)rechter, gereageerd. Met zijn toestemming geef ik het hieronder weer.
Geachte ds. de Boer,
Als vrijgemaakt-gereformeerde broeder lees ik met belangstelling ook het Reformatorisch Dagblad. Met name de ontwikkelingen binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken (onze zusterkerken) hebben mijn interesse. Zo ook uw artikel Vrouw in ambt geen middelmatige zaak, een reactie op een eerder artikel van ds. Leeftink uit Assen. Daarover wil ik ondanks de waardering voor de duidelijkheid toch graag enkele opmerkingen maken, omdat er volgens mij hier en daar feitelijke onjuistheden in staan.
In uw artikel gaat u met betrekking tot vrouwelijke ambtsdragers uit van de volgende veronderstelling: ‘Voor- en tegenstanders binnen en buiten de CGK zijn het in elk geval over één punt eens: dit onderwerp raakt direct de vraag hoe wij de Schrift lezen (de hermeneutiek).’
Naar mijn bescheiden mening zijn we het hier niet over eens. Juist in het boek Zonen & Dochters profeteren (2016), waarvan ik een medeauteur ben, wordt getracht op exegetische gronden een pleidooi te voeren voor vrouwelijke ambtsdragers. Die invalshoek is gekozen omdat het door de Generale Synode van Ede (2014) afgewezen deputatenrapport een hermeneutische inslag had. Overigens is ook het recente boekje van de GKV predikant Pieter Niemeijer Over zwijgteksten, scheppingsorde en Geesteswerk (2018), niet als specifiek hermeneutisch aan te merken.
Verder stelt u ‘Maar de synode van 1996 heeft na jarenlange bezinning uitgesproken dat het standpunt om het ambt voor de vrouw open te stellen onbijbels is. Daarbij is expliciet gesteld dat een andere beslissing om een andere hermeneutiek vraagt.’
Volgens het verslag in het RD heeft de synode echter (met 47 tegen vijf stemmen) uitgesproken dat ‘het standpunt over de vrouw in het ambt dat in de CGK steeds heeft gegolden, schriftuurlijk verantwoord is.’ Ter vergadering is door prof. H.G. L. Peels namens de hoogleraren adviseurs nog opgemerkt dat de conclusie van het synodevoorstel over het „schriftuurlijk verantwoorde” standpunt van de CGK inzake de vrouw in het ambt „helder en niet dubbelzinnig” is, maar toch ook iets van een terughoudendheid laat zien. “Het eigen standpunt wordt duidelijk gemarkeerd, maar niet verabsoluteerd.” Van een radicale afwijzing van de openstelling van het ambt voor de vrouw was in 1996 volgens dit verslag geen sprake. Maar mogelijk hebt u in de acta een andere uitspraak gevonden.
Tenslotte stelt u over de omgang met de Schrift in de GKV: ‘Dezelfde hermeneutiek biedt ruimte om klassiek christelijke thema’s, zoals de verzoeningsleer, te bekritiseren, zo bewijzen recente publicaties in GKV-kring.’ Bij mijn weten is de enige publicatie die op dit punt dubieus is afkomstig van de theoloog Reinier Sonneveld, die geen lid is van de GKV maar een eigen (huis)gemeente heeft.
Mocht ik met deze opmerkingen gelijk hebben, dan zou ik het heel erg waarderen als u op deze punten een korte rectificatie en/of toelichting in het RD wilt plaatsen.
Met broedergroet,
Emo Bos
Cc ds Leeftink
Tot 2015 ging de ‘brede’ kerkenraad daarover, nl. de gezamenlijke vergadering van ouderlingen en diakenen. Sinds de invoering van de nieuwe kerkorde in 2014 is dat binnen de GKV veranderd. Kerkenraad (predikant + ouderlingen) en diakonie (diakenen) zijn twee aparte bestuurscolleges. En alleen de kerkenraad gaat nu nog over het beroepingswerk en de talstelling. Want dat is onderdeel van hun regeerambt.