Christelijk onderwijs heeft al 450 jaar bestaansrecht

Binnen de gereformeerde gezindte bestaat al heel lang de gedachte, dat gezin, kerk en school een onverbrekelijke driehoek vormen. Aan de opvoeding van de kinderen die God ons geeft, wordt vooral op deze drie fronten gewerkt. Het mooiste is, dat die drie fronten niet drie verschillende werelden vormen, maar elkaar steunen. Gelukkig staat deze ‘triangel-gedachte’ niet echt ter diskussie. Toch hoor je steeds vaker, dat gereformeerde ouders niet meer automatisch voor het gereformeerde onderwijs te kiezen. We zijn de vanzelfsprekendheid voorbij. Ook in de samenleving is er steeds minder begrip voor het bijzonder onderwijs. GroenLinks wil alleen nog maar openbare scholen waar de overheid toeziet op strikte neutraliteit als het om religieuze zaken (en dus haar staatsideologie aan alle burgers opdringt). In dit artikel wil ik duidelijk maken dat we met de keus voor bijzonder onderwijs in een traditie van meer dan 400 jaren staan. Sinds de Reformatie hebben de gereformeerde kerken zich sterk gemaakt voor zo goed mogelijk christelijk onderwijs.

Onderwijzen en laten onderwijzen

Als iemand vraagt: “Waarom zijn er naast christelijke scholen ook gereformeerde scholen?”, is mijn antwoord: “Dat heeft alles te maken met de doopbelofte van ouders in de gereformeerde kerken.” Het doopformulier is door Petrus Datheen in 1566 uit het Duits vertaald en meteen in de  gereformeerde kerken ingevoerd. In de derde doopvraag beloven christelijke ouders twee dingen. Allereerst, dat ze zelf  hun kinderen bij het opgroeien zo goed mogelijk zullen onderwijzen in de leer van het Oude en Nieuwe Testament. En in de tweede plaats, dat ze hun kinderen naar vermogen, dat is: zo goed mogelijk zullen laten onderwijzen in de christelijke leer. Ik denk, dat we deze volgorde zo moeten laten staan. Het gezin neemt bij de geloofsopvoeding dus belangrijkste plaats in. Tegelijk hebben we elkaar daarbij nodig. Bij het ‘laten onderwijzen’ mag je in eerste instantie denken aan het kerkelijk onderricht, vooral de catechisaties. Maar vanaf het allereerste begin van de Reformatie hebben de Gereformeerde Kerken het ook belangrijk gevonden, om zorg te dragen voor goed christelijk onderwijs.

Christelijk onderwijs in de kerkorde

De eerste landelijke vergadering van gereformeerde kerken (een synode) werd in 1571 gehouden. Toen was er nog geen godsdienstvrijheid. Drie jaar later was Nederland voor een groot deel van de Spanjaarden bevrijd was. De volgende synode, die van Dordrecht, sprak in 1574 uit dat het van groot belang was om overal christelijke scholen op te richten. Twaalf jaar later wordt dat in de kerkorde vastgelegd en vanaf die tijd, 1586, heeft het tot 1978 in de kerkorde van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) gestaan:

De kerkeraden zullen alom toezien, dat er goede schoolmeesters zijn, die niet alleen de kinderen leren lezen, schrijven, spraken en vrije kunsten, maar ook dezelve in de godzaligheid en in de Catechismus onderwijzen.

In de tijd van de Reformatie tot aan de Franse Tijd (van zeg maar 1570 tot 1800) was de overheid in naam gereformeerd. De Gereformeerde Kerken drongen er in die eeuwen bij de overheid op aan, dat er christelijk onderwijs gegeven werd. In de tijd na de Afscheiding en de Doleantie was de Hervormde Kerk voor een groot deel liberaal en wilde de overheid neutraal zijn. Toen is, van ongeveer 1860 af tot 1920, de schoolstrijd gevoerd: ouders wilden hun kinderen christelijk onderwijs laten volgen, en omdat de overheid dat niet meer kon en wilde garanderen, stichtten ouders eigen christelijke scholen. Rond 1920 leidde dat tot de volkomen gelijkheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. Daarbij veranderde ook de taak van de kerken. De Generale Synode van Dordrecht 1893 sprak uit, dat het “de roeping der kerken is, de ouders tot de stichting van zulke scholen aan te sporen, waar ze nog niet zijn.” En in 1923 (dus ruim voor de Vrijmaking) schrijft Joh. Jansen in zijn Korte Verklaring van de Kerkenordening: “De kerken moeten steeds toezien, dat er christelijke scholen zijn en dat er op die scholen inderdaad ook christelijk onderwijs gegeven wordt. Alleen maar, zij dringen deze zaak thans niet bij de overheid, maar bij de ouders aan.” In 1978 werd de kerkorde grondig herzien. Ook artikel 21 was hoognodig aan vervanging toe. Dus kwam in artikel 57 te staan:

De kerkeraden zullen erop toezien, dat de ouders, zoveel zij kunnen, hun kinderen onderwijs laten volgen dat in overeenstemming is met de leer van de kerk, zoals zij dit bij de doop beloofd hebben.

De deputaten die de herziening van de Kerkorde voorbereid hebben, gaven als toelichting: “Dit is art. 21 (oud), gewijzigd. Het zwaartepunt ligt nu bij het toezicht op de ouders. Plaatsing van dit artikel bij de bepaling met betrekking tot de doop ligt daarom voor de hand.” In de nieuwe Kerkorde die sinds 2014 geldig is in onze kerken, zijn doopbelofte en christelijk onderwijs nog steeds nauw met elkaar verbonden. In artikel C47 staat nu:

1. Ouders verplichten zich bij de doop hun kinderen te onderwijzen in de leer van de Schriften en hen op te voeden tot een leven met God. 2. De kerkenraad spoort de ouders aan om voor hun kinderen zoveel mogelijk gebruik te maken van onderwijs dat overeenstemt met de leer van de kerk. 3. De kerken streven naar goede relaties met het gereformeerd en ander christelijk onderwijs.

In hun toelichting kiezen de deputaten die de nieuwe kerkorde opgeteld hebben, er bewust voor “om naast het helpen nakomen van de doopbelofte van de ouders ook het gereformeerd en christelijk onderwijs nadrukkelijk binnen het beeld van de kerken en de ambtsdragers te houden. School, gezin en kerk dienen elkaar te vinden in een driehoek die opkomt voor de grote waarde van christelijk-gereformeerd onderwijs dat kinderen en jongeren vormt en opvoedt voor een leven in Gods dienst.”

Als konklusie uit dit korte historische overzicht mag je dus wel trekken, dat gereformeerde scholen geen vrijgemaakte eigenaardigheid zijn. Altijd al hebben kerk en ouders het samen belangrijk gevonden, dat er christelijk onderwijs was voor de kinderen van het verbond. Logisch, want er moet toch eenheid zijn in geloofsopvoeding tussen gezin, kerk en school?

Waarom gereformeerde scholen?

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er twee nieuwe soorten christelijke scholen: de gereformeerde (=vrijgemaakte) en de reformatorische. De belangrijkste reden van het ontstaan van gereformeerde en reformatorische scholen ligt volgens mij in de secularisatie van het christelijk onderwijs. Wanneer personeel niet meer achter de bijbelse boodschap staat, niet meer in de kerk komt en kinderen van allerlei afkomst zondermeer toegelaten worden op een christelijke school, is het niet te verwonderen, dat de sfeer op een school dermate verandert, dat gereformeerde ouders  zich afvragen, of ze zo hun kinderen naar vermogen kunnen laten onderwijzen in de christelijke leer. Tegelijk wil ik er wel een kanttekening bij plaatsen. Na de Vrijmaking hebben wij als vrijgemaakten ons sterk gemaakt voor de ‘doorgaande reformatie’. De ‘reformatie van het onderwijs’ (zo werd dat in die tijd echt genoemd!) was daarbij een van de belangrijkste speerpunten. Op zich terecht, vind ik, want juist de christelijke school ligt het dichtst tegen de kerk aan. De oprichting van andere G-organisaties, zoals G.P.V. (één van de twee voorlopers van de ChristenUnie) of het Gereformeerd Gezinsblad (nu Nederlands Dagblad) zijn niet gefundeerd op de doopbelofte die gebaseerd is op Deuteronomium 6:7 en Handelingen 2:39. De keus voor chistelijk onderwijs wel. Maar ook het ‘ethisch konflikt’ heeft in die tijd een belangrijke rol gespeeld. Men kon als ‘vrijgemaakten’ en ‘synodalen’ niet meer met elkaar in één kerk zitten, en dus ook door de week niet meer met elkaar door één deur. Ik denk echt, dat er in de jaren vijftig ook sprake was van een flinke portie onzuivere profileringsdrang bij ons als vrijgemaakten. Vóór 1944 werd er nauwelijks over gedacht om ‘eigen scholen’ te gaan stichten. De Christelijke Gereformeerde Kerken wilden dat toen, en K. Schilder heeft dat in 1929 fel afgekeurd. De ‘School met de Bijbel’ was niet de school van een bepaalde kerk, maar van de gereformeerde gezindte. En A. Janse schreef in 1936, dat er op de lagere school geen kritiek gegeven mocht worden op andere kerken, want “dat is niet des kinds. Dat zou het kind zetten tot rechter in een zaak waar het nog geen beoordelaar mag zijn.” Toch was volgens mij de inhoudelijke keus voor gereformeerd onderwijs uiteindelijk belangrijker. “De kinderen van het verbond, die door God zijn aangenomen als zijn kinderen en die in de kerk hun plaats hebben gekregen, behoren te worden opgevoed in de sfeer van de kerk en behoren te worden onderwezen naar de leer van de kerk. De verbinding tussen gezin, school en kerk is niet veranderd, ook al is de tijd voortgeschreden.” (H. van Leeuwen, ‘Een kostbaar bezit’, cahier 45 uit de serie Woord en Wereld, blz. 63)

Gereformeerd onderwijs vandaag? Jazeker!

En die tijd is hard voortgeschreden! Nederlanders zijn in meerderheid niet-christelijk en gaan massaal voor het eigen genot en de eigen carrière. Steeds luider klinkt ook de roep dat elke vorm van religie en geloofsopvoeding alleen maar achter de voordeur mag plaatsvinden. Aan alle kanten worden wij en onze kinderen daardoor beïnvloed. Hoe verantwoord is het dan om je kinderen naar openbare of meer algemeen dan christelijke scholen te sturen?  Zou het niet eerder zo zijn, dat we extra hard scholen nodig hebben die dezelfde normen en waarden hanteren als in het eigen gezin en in de kerk? Samen met andere christenen die dat ook heel belangrijk vinden? Dan gaat het er niet meer om of iedereen in de jaren vijftig overtuigd was van het nut van de oprichting van gereformeerde scholen. Als ze toen niet gesticht waren, zouden we vandaag zeker zo’n school oprichten. En waarom? Omdat kerkenraden en gereformeerde ouders al vanaf de Reformatie veel belang gehecht hebben voor zo goed mogelijk christelijk onderwijs. Je hebt namelijk bij de doop wel iets aan je kind(eren) iets beloofd!

 

Christen zijn in Nederland – ieder voor zich of ook samen?

‘Jullie zijn het zout in deze wereld. Jullie zijn het licht in deze wereld. Jullie moeten een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien ze de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren.’ Dat zegt Jezus in Matteüs 5:13-16 tegen zijn volgelingen. Maar geldt dit alleen maar voor iedere christen persoonlijk? Of mag je het ook breder trekken en zeggen dat het geldt voor christelijke organisaties en voor de manier waarop we samen kerk zijn in Nederland?

Mij is de afgelopen tijd opgevallen dat veel christenen wat huiverig zijn als het over dat laatste gaat. Meestal om twee redenen. De eerste is: als je als christenen een eigen organisatie opricht, sluit je andere mensen buiten en vind je jezelf beter dan de ander. De tweede is: als christen kun je meer uitstralen naar je medemensen als je samen met hen in algemene organisaties samenwerkt.

Ik snap die tegenstelling niet zo goed. Als je als christen persoonlijk laat zien dat je in heel je manier van leven een voorbeeld aan Jezus neemt, dan mag je dat toch ook samen doen als er meer christenen zijn die op dezelfde manier in het leven staan?

Ik denk dat juist door de manier waarop christenen zich georganiseerd hebben in de samenleving, er een heleboel goede ontwikkelingen tot stand gekomen zijn. Dat begon al in Jeruzalem met de voedselbank voor arme weduwen. In de eerste eeuwen na Christus stonden de christenen in het Romeinse rijk bekend om hun praktische naastenliefde. Daarna hebben rondreizende predikers als Bonifatius en Willibrord en veel monniken ervoor gezorgd dat in Europa niet meer het recht van de sterkste gold (zoals bij de Germanen en de Angelsaksen), maar een door het christendom gestempelde cultuur ontstond waarin weeshuizen, ziekenhuizen, instellingen voor mensen met lichamelijke of verstandelijke beperkingen en opvangtehuizen voor mensen met psychische problemen of verslavingen ontstonden. Op het gebied van het onderwijs zag je hetzelfde – tot in 1800 zag de overheid er op toe dat het openbaar onderwijs een christelijk karakter had, daarna namen christenen zelf hun verantwoordelijkheid door scholen met de Bijbel op te richten en een Vrije Universiteit te stichten.

Waarom vindt een aantal christenen dat niet meer van deze tijd? Alsof je alleen maar individueel christen kunt zijn onze maatschappij. Is het niet zo, dat ons land behoorlijk gestempeld is door de christelijke culturele traditie, zelfs al gelooft meer dan de helft van onze bevolking niet meer in God en Jezus? Is het verkeerd om als christenen een signaal af te geven over waar het in de christelijke traditie echt om gaat (barmhartigheid en de moraal van de Bergrede) tegenover populisten als Geert Wilders en Thierry Baudet en tegen alle rechts-liberalen die daar tegen aan schurken door aldoor te roepen dat we onze christelijke cultuur moeten beschermen tegen buitenlanders die de sharia willen invoeren? (Zie het Manifest van Alain Verheij en anderen). Voelen christenen zich moreel beter dan anderen als ze hun kinderen graag een goede basis mee willen geven door in de opvoeding een duidelijke koppeling aan te brengen tussen het gelovige gezin, de christelijke kerk en de gereformeerde school? Gaan christelijke instellingen als De Hoop, Leger des Heils en VBOK exclusief te werk door alleen mede-gelovigen die in diepe nood zitten te helpen? Behartigen de christelijke politieke partijen alleen de belangen van hun gelovige achterban? Wilden omroeporganisaties als KRO en NCRV vroeger en EO vandaag alleen maar zieltjes winnen met hun christelijke programma’s? Oftewel: zijn al die activiteiten schadelijk geweest voor het geloof van christenen en voor het imago van de kerk en is onze samenleving door heel dat christelijke groepsgebeuren er alleen maar slechter van geworden? Volgens mij is de vraag stellen ‘m beantwoorden.

Waar komt de angst dan wel vandaan?

A) Allereerst, denk ik, vanuit wat we allemaal in het verleden hebben gezien en gehoord over machtsmisbruik en exclusivisme. Er is ook in christelijke kringen veel mis gegaan. Maar misbruik heft het goede gebruik niet op, heb ik in Kampen van mijn hoogleraar ethiek J. Douma geleerd. Sterker nog: in de Bijbel worden zulke mechanismen van macht en status voortdurend aan de kaak gesteld door God, en laat Jezus zien dat Hij juist níet op handen gedragen wil worden, maar gekomen is om te dienen.

B) Een tweede reden voor de angst om samen als christenen op te trekken is volgens mij het postmoderne denken waarin elke keus een individuele beslissing wordt die je een ander beslist niet mag opleggen, zelfs niet in de manier waarop je denkt dat we samen het christelijk geloof het beste vorm kunnen geven in het leven van elke dag. Ieder moet dat namelijk op z’n eigen manier mogen invullen. Het gekke is dan trouwens, dat wie voor een herkenbaar christelijke vorm kiest, door veel vrij-denkende mensen opeens argwanend wordt aangekeken om z’n fundamentalistische standpunten. Je mag blijkbaar alleen jezelf zijn zolang de meerderheid van de samenleving dat acceptabel vindt.

Hoe dan ook … ik denk dat het geen oplossing is om de invloed van de christelijke cultuur te ontkennen of om christelijke organisaties van hun religieuze veren te ontdoen of om, helemaal radikaal, het christelijk geloof de rug toe te keren. Het is veel beter om persoonlijk én samen terug te keren naar het voorbeeld en de woorden van Jezus Christus. Hij leert mensen om niet voor eigen roem en eer te gaan, maar om het belang van de ander voorop te stellen. Volgens mij is het te kort door de bocht om te zeggen dat dat alleen de taak is van individuele christenen in hun eigen omgeving. Het is ook de opdracht van christenen samen op allerlei terreinen in de maatschappij. Het is ook vandaag nog steeds én – én. Ook al is de volgorde omgekeerd. Tenminste … in de Heidelbergse Catechismus wordt gezegd gezegd dat de kerk een gemeenschap der heiligen is, waar de gelovigen ‘allen samen en ieder persoonlijk’ aan Christus verbonden zijn (Zondag 21:55) en waar Christus aan de gelovigen, ‘allen samen en ieder persoonlijk’ laat verkondigen dat er dankzij Hem vergeving van zonden en eeuwig leven is (Zondag 31:84). Die volgorde paste bij de tijd van de Reformatie: eerst het collectief, dan het individu. Onze postmoderne samenleving heeft die volgorde omgedraaid. Dat is niet erg, als je beide maar blijft zien. We zijn als christenen ieder persoonlijk en allen samen zout en licht – smaakmakers voor de wereld waar we in leven en verspreiders van hoop in onzekere tijden.

 

 

 

Tussen de premierkandidaten door het laatste Lagerhuis

En toen was het alweer de vierde en laatste keer! Met de heren Roemer en Pechtold bespraken we in het Lagerhuis de volgende vier stellingen.

1/ Geert Wilders heeft terecht de geloofwaardigheid van Rutte aan de kaak gesteld

Daar was ik het dus niet mee eens. Zelf vind ik dat Rutte het als minister-president in de afgelopen jaren goed gedaan heeft. Een aantal beloftes die hij als partijleider gedaan heeft, heeft hij niet kunnen houden. Want, zoals mijn mede-Drent Ewout Klok zei: in een coalitie kun je niet al je eigen partijstandpunten realiseren. Zelf vond ik het in deze verkiezingen steeds een beetje flauw dat bv. de heren Buma en Pechtold zeiden dat Mark Rutte niet de premier van alle Nederlanders is geweest in de afgelopen vier jaar. Dat heeft hij juist wél willen zijn en dat heeft hij op een geloofwaardige manier gedaan, vind ik. Natuurlijk zullen niet alle Nederlanders het eens zijn met het beleid van zijn kabinet. Daarvoor kun je hem op 15 maart wegstemmen. Maar ik denk dat elke andere nieuwe premier precies dezelfde verwijten van Wilders en andere politieke tegenstanders zou krijgen. Dus was ik het met deze stelling niet eens.

2/ Er moet een landelijk Zorgfonds zonder eigen risico komen, zodat het stelsel van particuliere zorgverzekeraars kan verdwijnen

Deze stelling kwam van de SP. Die zetten deze verkiezingen volledig in op de onbetaalbaar geworden zorg. En daar hebben ze wel een goed punt. Het eigen risico is te hoog. Verzekeraars gaan voor de winst en specialisten worden per behandeling betaald. De marktwerking is volledig doorgeschoten. Maar om nu terug te gaan naar het oude ziekenfonds? Dat lijkt mij niet verstandig, want die operatie kost ongeveer 8 miljard. En het is de vraag wat voor bureaucratisch systeem je ervoor terug krijgt. Als we ‘Roemercare’ invoeren wordt het binnen de kortste keren ‘Roemergate’ ben ik bang. Wel kunnen er veel dingen anders. Neem bv. alle medisch specialisten weer in dienst voor een redelijk salaris en een goede overuren-compensatie. En ga flink snijden in het oerwoud van polissen en aanvullende verzekeringen.

Ook de afschaffing van het eigen risico vind ik een slecht idee. Het moet wel veel lager dan nu, want 2x € 385 is voor een gezin in de bijstand een extra kostenpost van ruim € 60 in de maand! Maar als je geen drempel opwerpt, gaan mensen in het weekend met hun gekneusde dikke teen weer naar de eerste-hulp-post in het ziekenhuis omdat het toch gratis is. Dat moet je volgens mij niet willen. En ergens vind ik het ook wel een goed idee om het eigen risico inkomensafhankelijk te maken.

Lagerhuis groepsfoto3/ Nederland moet vooroplopen bij het halen van de klimaatdoelen

Met deze stelling van D66 ben ik het van harte eens. Vooral omdat ik zelf te gemakzuchtig ben op dit punt. En volgens mij zijn we dat bijna allemaal: het is de mens eigen om vooral aan zichzelf te denken en, op dit punt, niet aan de komende generaties. Maar de aarde is niet ons bezit. We hebben die in bruikleen gekregen van God (vind ik als christen) om door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen (vind hoop ik iedereen). Ik had er nog bij willen zeggen, dat als de overheid dit stimuleert, ik als burger ook bewuster met het milieu om ga. Bij ons staan nu vier containers voor de deur, ieder met een eigen kleurtje. Dat is geen gezicht, geef ik toe, maar ik ben nu wel veel bewuster bezig met het scheiden van afval. En toen de gemeente Assen een flinke pot subsidiegeld voor zonnepanelen beschikbaar stelde, was die binnen de kortste keren leeg, zoveel mensen tekenden er op in.

Ik maakte ook nog een opmerking over de andere stelling van D66 die het bijna geworden was, nl. Ouderen die vinden dat hun leven voltooid is, moeten hulp kunnen krijgen om een einde aan hun leven te maken. Maar helaas kwam die net niet helemaal uit de verf. Ik had willen zeggen: ‘Ik ben blijf dat D66 ook wil voorkomen dat het leven op aarde binnen één generatie voltooid is’, maar ik had het alleen maar over ‘een voltooide aarde’. Ergens was ik wel blij dat het in de setting van een Lagerhuis-discussie niet over ‘voltooid leven’ ging, maar ik had me er wel goed op voorbereid. Want ik vind het echt mensonterend dat bij D66 het kwetsbare leven over heel de linie niet meer veilig is. Als het aan D66 ligt, wordt Nederland na IJsland en Denemarken het derde Downsyndroom-vrije land ter wereld met de gratis aangeboden NIP-test voor alle zwangere vrouwen. En krijgen alle mensen die onder de zinloosheid van het leven gebukt gaan het recht om er met hulp van de overheid uit te stappen. En daardoor krijgen ouderen steeds meer het gevoel dat zij de samenleving tot last zijn als hun leven in de vergetelheid wegglijdt. Dus waarom pusht D66 het debat over ‘voltooid leven’, terwijl een staatscommissie onder leiding van D66-er prof. Schnabel unaniem van mening was dat we deze weg niet in moeten slaan? In die commissie waren de meeste leden het eens met de huidige euthanasie-wetgeving. Er zat, voor zover ik weet, maar één orthodox christen in. Volgens de commissie mag iedereen vinden dat zijn of haar eigen leven voltooid is, maar is het niet de taak van de overheid om op dit punt de persoonlijke wil van burgers te faciliteren. Alleen bij ondraaglijk en uitzichtsloos lijden is euthanasie onder strenge zorgvuldigheidseisen toegestaan. Dan staan artsen namelijk voor het dilemma tussen barmhartigheid en bescherming van het leven. Maar als de overheid professionele stervenbegeleiders gaat aanstellen die iedereen gaat helpen om vrijwillig uit zijn of haar voltooide leven te stappen (boven of onder de 75 wat D66 betreft), dan is er geen enkel argument meer om iemand van suïcide te weerhouden. Want dan is autonomie de absolute norm geworden. Volgens de commissie Schnabel is het onmogelijk om een procedure te vinden die veilig, zorgvuldig, transparant en toetsbaar is en die tegelijk gebaseerd is op autonomie. Dus moet een overheid de dood niet willen faciliteren, maar juist het leven van haar onderdanen beschermen. Volgens de Engelse atheïst en liberaal Kevin Yuill is het ook de weg minste weerstand. Het is makkelijker om iemand te helpen bij zelfdoding dan om iemand te helpen om door te leven. En als het echt zo is dat iemand helemaal over zijn of haar eigen leven gaat: als je werkelijk autonoom wil zijn, val anderen dan niet lastig met je doodswens. Tenslotte: Pechtold roept voortdurend dat CDA en ChristenUnie best tegen mogen zijn, maar dat ze in een nieuwe regering toch wel met behoud van gevoelen kunnen meewerken aan de uitvoering van een nieuwe wet ‘voltooid leven’ als de meerderheid van de Tweede Kamer dit wil. Ik snap daar niets van. De dood kan wel de uitkomst van het leven zijn, maar nooit de oplossing. En als het om het kwetsbare leven vóór de geboorte gaat: we spreken er schande van dat in China en India meisjes om hun geslacht worden weggeaborteerd. Maar Nederland is al het noordelijke buurland van China geworden nu we accepteren dat kinderen met een verstandelijke beperking voor hun geboorte vogelvrij verklaard zijn.

4/ De periode waarbinnen je meerdere tijdelijke arbeidscontracten na elkaar kunt afsluiten, moet langer worden dan twee jaar

Over deze stelling gingen Pechtold en Roemer met elkaar in debat. Tenminste, ze waren het met elkaar eens en ruzieden vervolgens over de vraag welke partij voor de meeste banen zou zorgen in de komende vier jaar. Ze waren het in elk geval erover eens dat het MKB te veel de lasten van bv. ziek personeel moet dragen. Daarom durft het MKB geen vast personeel aan te nemen. Ik ben het daar mee eens. Op zich moet je na twee tijdelijke jaarcontracten wel weten wat je aan elkaar hebt. En dus afscheid van elkaar nemen of echt samen met elkaar doorgaan. Zelf hoorde ik op de radio iemand zeggen, dat het bedrijfsleven de kerk van de toekomst is. Want als de sfeer op het werk goed is, heeft het leven van mensen zin en kunnen ze een positieve bijdrage aan de maatschappij leveren. Ik dacht toen meteen: als dat waar is, moet je als bedrijf ook aan zekerheid aan je personeel bieden. Want ook in de kerk geldt, dat we mensen van harte welkom heten en ze daarna graag volledig als lid zien meedoen. Dat is de beste manier om iemand echt betrokken te maken en te houden – of het nou bij ‘jouw’ kerk of bij ‘jouw’ bedrijf is.

Tot zover het Lagerhuis! Hoewel … de sfeer was zo goed, dat ik hoop dat ze ons alle 20 nog een keer terug vragen in de loop van de formatie.

MET GOD NAAR DE STEMBUS!

-als christen stemmen of christelijk stemmen–

Afgelopen maandag was ik op weg naar Amsterdam en maakte een tussenstop bij Goedhart in Zwolle. Daar zag ik het boekje Met God naar de stembus! liggen. De schrijfster, Karin de Geest, laat daarin 11 politici aan het woord uit de 9 verschillende partijen die al langer in de Eerste of Tweede Kamer zitten. Alleen D66 heeft geen christenen in beide fracties, dus daarvoor is een partijlid geïnterviewd.

Met_god_naar_de_stembus_1_0Karin de Geest laat eerst zien, dat er goede redenen zijn om je juist als christen met politiek bezig te houden. Namelijk: 1. De politiek bemoeit zich ook met jou (dat spreekt voor zich J); 2. God is politiek actief (Jozef in Egypte, Esther en Daniël in Babel/Perzië, Johannes de Doper, Jezus en Paulus spreken zich uit over politiek); 3. De politiek is een cadeautje van God (‘de overheid is ingesteld door God’ – Romeinen 13:1); 4. Voor naastenliefde heb je politiek nodig (‘Moge de koning recht doen aan de zwakken, redding bieden aan de armen, maar de onderdrukker neerslaan’ – Psalm 72:4); 5. Licht van de wereld (die opdracht uit Matteüs 5:14 geldt ook in de politiek); 6. Politiek heeft nut (God gebruikt in de Bijbel vaak kleine, invloedloze personen voor grote veranderingen).

In het tweede hoofdstuk laat ze zien dat christelijke politiek niet betekent dat je elk politiek standpunt rechtstreeks op de Bijbel kunt baseren. Daarom zijn christenen het niet altijd met elkaar eens en zijn ze zelfs niet allemaal lid van een christelijke partij. Want politiek gaat niet alleen over abortus, zondagsrust en homohuwelijk. De Bijbel spreekt over veel meer onderwerpen: armoede, vreemdelingen, oorlog, veiligheid, zorg voor de schepping en nog veel meer. Christelijke politiek is veel breder dan mensen vaak denken. Daarom zijn christenen die actief zijn in de politiek ook niet in te delen in ‘links’ of ‘rechts’.

Hoofdstuk drie is gewijd aan de vraag of je als christen het beste met je persoonlijke overtuiging in de politiek actief kunt gaan of dat je dat beter samen met andere christenen in een christelijke partij kunt doen.

In de volgende vijf hoofdstukken komen de volgende thema’s aan de orde: * abortus, euthaniasie en voltooid leven; * armoede en de verzorgingsstaat; * vreemdelingen en asielzoekers; * milieu en klimaat; * de christelijke identiteit van Nederland. Elke keer geeft de schrijfster de standpunten van de christenpolitici van CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren, PVV, SGP, SP en VVD weer en geeft zelf hele goede samenvattingen.

ChristenUnie SegersIn haar laatste hoofdstuk komt ze tot de conclusie dat onder christenen die politiek aktief zijn, drie onderwerpen vaker terugkeren, namelijk: A) mag je vanuit de Bijbel dingen verbieden of moet je burgers zoveel mogelijk vrij laten in hun keuzes? B) Zijn de bijbelse principes over hoe we om moeten gaan met onze naasten alleen bedoeld voor onze persoonlijke contacten of gelden die ook voor de overheid? C) Roept de Bijbel ons op om vooral goed voor je eigen bevolking te zorgen of ook voor mensen en problemen in de rest van de wereld?

Wat mij opvalt in het boekje is, dat Karin de Geest heel eerlijk alle christelijke politici aan het woord laat komen, maar dat ze zelf tussen de regels door het meeste sympathie heeft voor de mening, dat je als christen het beste tot je recht komt in een christelijke partij. “Want in een christelijke partij gaat het om je diepste drijfveren” citeert ze Gert-Jan Seger van de ChristenUnie. Er zijn namelijk wel degelijk onderwerpern waar een groot deel van de christenen hetzelfde over denkt: de bescherming van het leven van vóór de geboorte, in de diepste dalen en tot in de aftakeling van de ouderdom; het belang van godsdienstvrijheid voor alle Nederlanders en minderheden wereldwijd; de waarde van het gezin en de gelijkwaardigheid van alle mensen. Met die christelijke waarden kun je op onderdelen goed samenwerken met niet-christelijke partijen.

Karin de Geest laat ook zien dat de drie christelijke partijen ook een prima alternatief vormen voor de andere partijen. De ChristenUnie ligt qua standpunten vaak wat dichter tegen de linkse, meer sociale partijen als SP, GroenLinks en PvdA aan, het CDA neemt een positie in rechts van het midden en is daarmee een goed alternatief voor D66, terwijl de SGP een goed rechts-christelijk alternatief is voor de rechts-liberale VVD en de rechts-nationalistische PVV.

Je kunt dus heel bewust en openlijk christelijk stemmen of meer verborgen op een niet-christelijke partij. Ik denk dat het beter is om het eerste te doen. Want op onderdelen kun je de bijbelse normen en waarden niet hoog houden bij de niet-christelijke partijen. Dus zou je als juist als overtuigde christen niet strategisch moeten stemmen, maar op grond van je principes (zoals Arjen Lubach op zondag 5 maart weer eens heel goed duidelijk maakte). Qua politieke ligging heb je keus uit drie christelijke partijen, twee expliciet Bijbels (ChristenUnie en SGP) en één wat meer vanuit algemeen christelijke principes (CDA). Oftewel, om af te sluiten met een duidelijke stelling:

Als je als christen niet op een christelijke partij stemt, moet je ook niet klagen dat Nederland steeds minder christelijk wordt.

Vol gas in het Lagerhuis!

In de derde ronde van het Lagerhuis ging het er stevig aan toe. Alleen stond ik zelf niet zo stevig, viel mij op. De opstelling was een beetje veranderd, dus was ik nu als vijfde en laatste op de eerste rij geplaatst. Ik kon daar aldoor lekker op de leuning van de bank hangen, ook als ik weer eens stond. Alleen was al dat gewiebel geen gezicht van achteren. Genoeg daarover. Het ging uiteraard om de diskussie. En die was er! Met dank aan Sybrand Buma van het CDA en Jesse Klaver van GroenLinks. Wat dat laatste betreft: gek eigenlijk dat de lijsttrekker van een partij met maar drie zetels in de Tweede Kamer opeens weer zoveel aanhang en dus aandacht krijgt! Wat doet Gertjan Segers van de ChristenUnie dan verkeerd, vraag ik mij af? Maar goed, daar gaat het hier niet over. Snel naar de stellingen.

1. Turkse politici mogen hier geen campagne voeren

Dit was, zoals gebruikelijk, de eerste stelling, gebaseerd op de actualiteit. De minister van buitenlandse zaken van Turkije wil in Nederland en Duitsland campagne voeren voor een referendum die aan premier Erdogan bijna absolute macht geeft. Het viel mij op dat bijna iedereen hier op tegen was en het dus met de stelling eens was. De Turkse moslima hing nog even de andere kant op, maar gaf ook aan dat ze niet ging stemmen voor een Turks referendum, omdat ze meer Nederlands was. Twee andere panelleden vonden dat we de Turkse minister maar moesten laten komen en dan stevig in debat moesten gaan (zoals ook het hoofdcommentaar van het Nederlands Dagblad van dinsdag 7/3 voorstelt). Ik ben DWDD met Harmendaar niet voor. Daar zijn twee redenen voor. De eerste werd heel goed door Buma van het CDA verwoord: Turkijke moet niet doen alsof de Turken die hier in Nederland wonen, nog Turken zijn. Het zijn Nederlanders met een Turkse achtergrond en vaak nog een Turkse nationaliteit. En als Turkse Nederlander moet je het ook niet willen, dat het land van je verleden nog invloed op je wil uitoefenen. Verder vind ik zelf dat een ander land best z’n eigen burgers in het buitenland actief mag benaderen als er verkiezingen zijn. Niemand had het een probleem gevonden als Hillary Clinton en Donald Trump naar Nederland waren gekomen om de Amerikaanse expats toe te spreken. Maar hier gaat het over iets anders, namelijk een staatsoffensief van een enge man die de absolute macht naar zich toe probeert te trekken. Een enge man die ontkent dat in Turkije 100 jaar geleden  20% van de bevolking (namelijk alle Armeense, Assyrische en Griekse christenen) met geweld zijn verdreven en vermoord d.m.v. een echte genocide; een enge man die permanent oorlog voert met de 10% van zijn eigen bevolking die tot de Koerden behoren; een enge man die bezig is de seculiere Turken al hun vrijheden te ontnemen; en een enge man die alle religieuze Turken die het niet met hem eens zijn als terroristische Gülen-aanhangers uit hun functies ontslaat en zonder vorm van proces in de gevangenis gooit. Zo’n persoon moeten we in Europa niet de gelegenheid geven om door middel van een staatsoffensief op buitenlandse bodem nog meer macht naar zich toe te trekken. Zeker niet als hij het in z’n hoofd haalt om het huidige Duitsland van nazi-praktijken te beschuldigen. Ik zie eerder parallelen tussen het huidige Turkije en nazi-Duitsland: via verkiezingen komt er iemand aan de macht die het land totaal verdeelt en in een enorm gewelddadige crisis stort. Daarom vind ik Erdogan een enge man, om wie je soms maar beter lachen kan:  ‘Erdowie, Erdowo, Erdowan’.

2. Er moet een maatschappelijke dienstplicht ingevoerd worden

Deze stelling kwam van het CDA. Paul Witteman ging eerst nog even in op het voorstel van Sybrand Buma om op de basisschool weer het Wilhelmus uit het hoofd te leren. Witteman probeerde Buma nog even te verleiden tot het opzeggen van het zesde couplet, maar daar trapte Sybrand niet in. Terecht, denk ik, want dat zou weer een sneer richting het christelijk geloof opgeleverd hebben, ben ik bang. Overigens vind ik het een goed voorstel, vooral omdat Buma er duidelijk bij zei, dat het niet elke week met gehesen vlag en de hand op het hart gezongen moest worden (zoals de PVV afgelopen najaar voorstelde), maar gewoon regelmatig geoefend. Dat laatste is meer dan terecht: als je echt blij bent met Nederland, hoor je het volkslied ook uit je hoofd te kennen – vooral couplet 1 en als christen ook couplet. Maar goed, de stelling ging dus over de maatschappelijke dienstplicht voor jongeren. Daar ben ik in principe voor. Maar dan niet met de reden die Buma net even te vaak noemde: randjongeren een beetje normen en waarden bijbrengen. Ook niet om de reden die in het debat vaak genoemd werd: wat terugdoen voor de maatschappij. Nee, wat mij betreft is de reden vooral, dat je meer ziet van de maatschappij en met andere mensen leert samenwerken dan uit jouw eigen kringetje. Dat was ook de motivatie achter de maatschappelijke stage van 2011 – 2015. En zo heb ik het zelf ook ervaren als jongere: christelijke basisschool, gereformeerd lyceum (zo heette het Gomarus toen) en theologie studeren in Kampen was een redelijk eenzijdig circuit waarin ik me als gereformeerde jongeling bewoog. De zeven jaren waarin ik in de zomer- en kerstvakanties onder in het Rooms Katholieke Ziekenuis werkte, afdeling schoonmaak & transport, lieten me een heel andere kant van de samenleving zien: dikke rooien en dikke nationalisten die toen zeker SP en PVV gestemd hadden als die toen al hadden bestaan.  Natuurlijk zitten er wel wat haken en ogen aan zo’n maatschappelijke dienstplicht. Toch vind ik het een goed idee om als jongere tegen minimumloon een half jaar in de samenleving actief te zijn. Zeker als, zoals de ChristenUnie voorstelt, je daarmee een deel van je studieschuld kunt afbetalen. Overigens: als het vooral om ‘iets terugdoen voor de samenleving’ gaat, is het ook nog wel een idee om de maatschappelijke dienstverlening van een half jaar pas te vervullen in de eerste twee jaar dat iemand met pensioen gaat.

3. In de komende kabinetsperiode moeten alle kolencentrales dicht

Veel panelleden waren blij dat GroenLinks met deze stelling kwam. Eindelijk kwam het milieu op de agenda! Op zich ben ik het daarmee eens. Maar we hebben in Nederland nog maar vijf kolencentrales en er is al afgesproken dat de laatste in 2035 dicht gaat. Dus ik vind het vooral symboolpolitiek van Jesse Klaver om andere groene partijen zoals de ChristenUnie op links te passeren. Bovendien, en dat heb ik, als je het vergelijkt met hoe het er een paar uur later bij Pauw&Jinek aan toe ging, heel netjes  onder woorden gebracht: Jesse Klaver komt met een totaal verkeerde stelling als het over energie gaat. Wat nu, in 2017, absolute prioriteit heeft is dit: HET GAS MOET ERAF IN GRONINGEN! Hoewel de Groningers bij Pauw&Jinek zich tegenover Mark Rutte niet heel erg netjes gedroegen, hadden ze groot gelijk dat de landelijke politiek de toestand en de gevoelens in Groningen totaal negeert. De VVD wil in haar verkiezingsprogramma de gaskraan pas dichtdraaien als uit onafhankelijk onderzoek blijkt dat dat echt nodig is. Dat is toch een schandalig standpunt! Volgens mij onderstreept dat pas goed, dat minister Kamp totaal niet heeft begrepen wat er in Groningen leeft en beeft. Het CDA wil de Groningers vooral royaler laten delen in de aardgasopbrengsten. Alsof dat het grootste punt is bij ons in het Noorden! En de rest van de partijen laat zich niet uit over hoe ver de gaskraan moet worden dichtgedraaid, op GroenLinks, PvdD, SP en ChristenUnie na. GroenLinks wil van ruim 45 miljard kuub naar maximaal 21 miljard. Op mijn kritische vraag zei hij zelfs naar 12 miljard te willen, maar dat staat niet zwart op wit in het verkiezingsprogramma van GroenLinks. Alleen de PvdD, SP en de ChristenUnie zeggen hardop dat ze terug willen naar 12 miljard kuub. SP en ChristenUnie  waren dan ook de enige twee partijen waarvan de lijsttrekker wél aanwezig was op dinsdag 7 februari in Groningen. En, toegegeven, Liesbeth van Tongeren van GroenLinks heeft ook veel voor Groningen gedaan en werd daarvoor in eerste instantie door haar partijbestuur beloond met een onverkiesbare plaats op de lijst. Voor Groningers is de keus op 15 maart dus niet moeilijk: SP, Liesbeth of ChristenUnie. Zie hier voor de visies van alle politieke partijen over de gaswinning in Groningen.

4. Bedrijven moeten meer belasting gaan betalen

Tsja, wat dit was nou echt zo’n stelling waarin Buma en Klaver heerlijk langs elkaar heen praatten. Klaver wilde de multinationals harder aanpakken. Buma wilde juist minder lasten voor het midden- en kleinbedrijf. Met beiden was ik het eens. Maar om nou in je eentje als Nederland alle multionationals aan te pakken? Daarmee win je niets, want dan gaan naar een ander land toe. Zoiets moet je dus Europees aanpakken, lijkt mij. En tot zolang ben ik blij dat mijn favoriete band U2 in Nederland gevestigd is. Misschien is het alleen maar een postbusadres, maar met een beetje geluk levert het toch nog wat aan belastinggelden en werkgelegenheid op.

Volgende week komen Emiel Roemer en Alexander Pechtold langs. Dat zal ook wel weer pittig debat worden, verwacht ik. Als het aan mij ligt, wordt met name Pechtold aan de tand gevoeld over de druk die D66 legt op burgers die vóór het leven zijn, ook als dat geen volmaakt of gemakkelijk leven is. En inderdaad, Harmen was er ook bij zoals iedereen overduidelijk heeft kunnen zien!

Meedoen in Nederland – Lagerhuis avond 2

Soms zit het mee, soms zit het tegen. Dat geldt ook voor de debatten in het Lagerhuis. Afgelopen maandag ging het er volgens mij wat roeriger aan toe  dan de eerste keer. Zelf kwam ik ook een paar keer aan het word. Iets minder scherp dan de vorige keer, vond ik zelf. Maar ik kreeg wel meer gelegenheid om een christelijk geluid te laten horen. Leuk is ook, dat het Dagblad van het Noorden anderhalve week geleden Ewout Klok als eerste Noorderling introduceerde en vandaag mij als tweede Noorderling uitgebreid interviewde: Dominee van Peelo roert zich in Lagerhuis

Als politici waren deze keer Sylvana Simons van Artikel1 en Thierry Baudet van Forum voor Democratie aanwezig. Persoonlijk vond ik dat ze allebei niet overtuigend overkwamen. Sylvana Simons herhaalde alleen maar eigen standpunten en schoof in het één-op-één debat Thierry Baudet voortdurend dingen in de schoenen die hij niet gezegd had. Thierry Baudet vond ik erg met zichzelf zelfingenomen en niet bereid om naar anderen te luisteren. Als Paul Witteman hem het woord ontnam, bleef hij steeds maar gewoon verder praten. Maar goed, tot zover over de beide politici. Nu over naar de stellingen.

1. De Nederlandse identiteit bestaat niet

Deze stelling maakte vel discussie los. Ik was het er niet mee eens. De Nederlandse identiteit is volgens mij gevormd door de christelijke culturele traditie. In Nederland is iedereen gelijkwaardig. We waarderen, gunnen en geven elkaar de vrijheid. Iedereen mag zichzelf zijn. En we proberen elkaar vast te houden en mensen bij elkaar te brengen. Ik zei er nog bij, dat dit voor iedereen geldt, of je nu gelooft of niet. Het gaat er niet om of je christen bént, maar  dat we samen in deze traditie staan. Je zag meteen dat een moslima en een feministe zich hier niet in herkende of buitengesloten voelden. Maar iemand anders zei heel terecht, dat moslims zich in Nederland zich prima thuis kunnen voelen en er echt bij horen, maar dat de islamitische cultuur en traditie toch nog echt niet goed aansluiten bij de Nederlandse identiteit. Misschien dat dat over 100 jaar anders is, maar dan moet er nog wel wat gebeuren.lagerhuis-karine

2. De tegenprestatie in de bijstand moet afgeschaft worden

Deze stelling kwam van Sylvana Simons. De meeste panelleden waren het hier niet mee eens. Want het is belangrijk dat mensen die in de bijstand zitten, niet vereenzamen en toch, waar het kan, zich zinvol kunnen inzetten in de maatschappij. Misschien juist wel als het om mensen gaat die niet helemaal mee kunnen komen en nu toch een stukje eigenwaarde en waardering ontvangen. Maar telkens als het om die tegenprestatie ging, riep Sylvana Simons: ‘Maar iedereen heeft toch recht op een menswaardig bestaan?’ Alsof een aantal uren per week actief bezig zijn mensonterend is! Zelf noemde ik het voorbeeld van plaatsen waar de ChristenUnie in het bestuur zit. Daar wordt heel zorgvuldig omgegaan met het eisen van tegenprestaties. Bv. als iemand 100% arbeidsongeschikt is, als iemand al veel vrijwilligerswerk of mantelzorg doet of als een alleenstaande moeder jongere kinderen heeft. Daarnaast wordt er gekeken naar wat iemand kan. Iemand met twee linkerhanden moet je niet in het buurthuis laten klussen, maar het papierwerk laten doen of de catering. Wat ik niet heb kunnen zeggen is, dat er wel een risico aan een verplichte tegenprestatie zit, namelijk dat er bepaalde banen door kunnen verdwijnen. Dat mag nooit de bedoeling zijn.

3. Nederland moet een bindend referendum invoeren

Dit was de stelling van Thierry Baudet. Hij deelde zelfs gratis zijn boek ‘Breek het partijkartel – de noodzaak van referenda’ uit. Gelukkig waren de meeste panelleden het niet eens met deze stelling. Helaas kwam ik er niet tussen, want ik vind het echt een belachelijk idee om bindende referenda in te voeren. Ik had graag in staccato mijun drie argumenten willen noemen. A) We hebben de meest direkte demokratie van de hele wereld. Er is geen kiesdrempel zoals in Duitsland (5%) en Turkije (10%). We hebben geen kiesdistricten zoals in Engeland en Amerika. Samen kiezen wij één keer in de vier jaar een Tweede Kamer en een gemeenteraad. Dat is een hele eerlijke afspiegeling van wat wij als Nederlanders samen vinden. Op grond daarvan komt er een regering of een college va B&W. Daarmee moeten we het in principe vier jaar doen. Als ze het in Den Haag of in onze woonplaats goed doen, belonen we hen bij de volgende verkiezingen. Als we ontevreden zijn, stemmen we hen weg. Die verkiezingen, eens in de vier jaar, zijn een bindend referendum. B) Als je over allerlei onderwerpen een referendum gaat houden, wordt het land onbestuurbaar. Want dan gaan one-issue-partijen zich helemaal op één los item richten. Vaak nog met een dubbele agenda, zoals Thierry Baudet, die eerst zei dat het laatste referendum echt over het Oekraïne-verdrag ging, maar al snel zei, dat het een stem vóór of tégen de Europese Unie was. Of puur om onrust te stoken, zoals Jan Roos, die in z’n matrozenpak gewoon even de landelijke politiek wou treiteren. Als wij als bevolking over elk onderwerp apart een mening moeten hebben, kan een regering of een gemeentebestuur nooit meer dingen tegen elkaar afwegen of keuzes maken die soms pijn doen. C) Het houden van referenda holt het vertrouwen in de politiek nog verder uit, denk ik. Neem bijvoorbeeld hoe D66 al 3x plaatselijk op de uitkomst van een referendum over winkelopenstelling op zondag reageert. Als groot voorstander van een referendum wist D66 niet hoe snel ze de bevolking moest adviseren om thuis te blijven, of elk jaar opnieuw in de gemeenteraad toch met een nieuw voorstel te komen om de winkels op zondag open te krijgen, of de uitkomst zo te manipuleren dat in de  grote kernen de winkels wel open gingen en in de kleine dorpen niet.  En met het Oekraïne-referendum net zo: ook al was maar 20% tegen (precies net zoveel als SP en PVV aan zetels hebben) en heeft Mark Rutte volgens een ruime meerderheid van de Tweede Kamer én de bevolking het allemaal goed uitonderhandeld , de suggestie wordt nu gewekt dat de politiek slecht naar de kiezer luistert.

4. Er moeten quota voor vrouwen en allochtonen komen voor bewindspersonen en overheidspersoneel.

Ook hier was de meerderheid van de panelleden het niet mee eens. Ik ook niet. Het is een omgekeerde vorm van discriminatie. Bovendien: waar begin je aan? Moet er  dan in Friesland een quotum voor Fries-sprekende mensen komen? En krijgen wij in het Noorden dan minder allochtonen in overheidsdienst, omdat er procentueel veel minder allochtonen in het Noorden wonen dan in de Randstad? Belangrijker vind ik, dat we in Nederland wél gelijkwaardig zijn, maar níet gelijk. Dus moet je selecteren op kwaliteit. Ik noemde het voorbeeld van de politiek en de kraamzorg. Waarom willen sommige partijen (GroenLinks bv.) dat er evenveel vrouwen als mannen in de politiek en in de regering moeten zitten, maar pleit niemand voor een verdeling van 50/50 in de kraamhulp, vroeg ik me af. Misschien was dat laatste een beetje een slecht voorbeeld en had ik beter het voorbeeld van vrachtwagenchauffeur of garagemonteur kunnen noemen. Waar het me om gaat is, dat je niemand mag buitensluiten. Maar dat je ook niets moet forceren. Zeker niet als het om vrouwenquota gaat. En als het om allochtonen gaat, moet je vooral discriminatie en achterstelling aanpakken. Maar ook, zoals mijn mede-noorderling denk ik terecht zei, de mentaliteit van sommige allochtonen die bij elke afwijzing meteen roepen: ‘Het is vanwege mijn afkomst!’ Toen ik ’s avonds terug naar huis reed en nog even bij Hoogeveen een klokje benzine in de auto goot, werd ik vriendelijk geholpen door een medewerkster met een Molukse achternaam.

Wordt vervolgd op maandag 6 maart met Sybrand Buma van het CDA en Jesse Klaver van GroenLinks. Die laatste staat in de peilingen wel hoger dan de ChristenUnie, maar heeft in de Tweede Kamer toch echt maar drie zetels.

 

Verwende pensionado’s in het Lagerhuis

Kom er maar eens tussen in de discussies in het Lagerhuis! Op het laatste moment vroeg DWDD mij als ‘orthodox christen’ of ik één van de 20 debaters wou worden. Nou, vooruit dan maar.  Al was het alleen maar om te laten horen dat een orthodox-christelijke dominee geen zwartrok is, maar best een redelijk geluid kan laten horen. Maar daar krijg je dus niet altijd de tijd voor. Dus hier volgen nog een keer de stellingen en wat ik nog meer had willen zeggen als 19 anderen wat langer stil waren gebleven :-).

Op vrijdag 17 februari was de live-voorstelling van het 20-koppig panel in DWDD. Dit zijn we: https://twitter.com/dwdd/status/833631442026512384. Er was ook een stelling:

0. Straatintimidatie moet verboden worden

Dit was n.a.v. het verbaal lastig vallen van vrouwen door middel van sissen, belediging en bedreiging. Wat mij betreft een goede zaak, ook al is het moeilijk te handhaven. Maar dan nog gaat van strafbaarstelling een positief signaal uit. Volgens sommigen moeten vooral vrouwen weerbaarder gemaakt worden. Dat vind ik ook, maar voor je het weet krijgen vrouwen de schuld dat ze te weinig weerbaar zijn. Overigens zou de overheid wel meer dingen strafbaar mogen stellen, zoals vrouwonvriendelijke reklame. En ook meer dingen moeten handhaven, zoals het verbod op het roken van joints en het drinken van alcohol op straat.

Op maandag 20 februari was de eerste echte Lagerhuis-avond met als gasten Lodewijk Asscher van de PvdA en Henk Krol van 50Plus. Asscher was een zeer beleefde gesprekspartner en Henk Krol een zeer ongenuanceerde schreeuwlelijk. Gelukkig greep Paul Witteman in toen Krol tegen Asscher zei: ‘U liegt dat u barst!’ (over de 12 miljard Euro die het terugdraaien van de AOW-leeftijd naar 65 jaar zou kosten – objectief doorgerekend door het Centraal Planbureau waar alleen PVV, PvdD en 50Plus hun verkiezingsprogramma’s niet wilden laten doorrekenen). Die stellingen van de avond waren de volgende:

1. Leren carnaval vieren is het toppunt van integratie in Nederland

Omdat de dag ervoor in ‘Zondag met Lubach’ het over Geert Wilders ging, heb ik gezegd dat volgens mij als noorderling niet het carnaval , maar een bezoek van nieuwe Nederlanders samen met Geert Wilders aan De Efteling volgens mij de beste manier van integreren is. Anderen gingen erg serieus op de stelling in en vonden het helemaal niet nodig om dit soort dingen aan nieuwe Nederlanders te leren. Dat vind ik niet. Om te integreren moet je ook plaatselijke / regionale culturele gewoontes leren kennen en meemaken, zoals het bloemencorso in Eelde, de TT in Assen en de Elfstedentocht in Friesland. Maar goed, de gelegenheid om dat te zeggen kreeg ik niet.

2. ‘Gepensioneerden zijn fors in koopkracht achter gebleven en dat moet snel gerepareerd worden’

Deze stelling had Henk Krol van 50Plus ingediend. Een waardeloze stelling volgens mij,  want in 2015 zijn de gepensioneerden er gemiddeld 0,1% in koopkracht op achteruit gegaan. De rest van Nederland ging er weliswaar gemiddeld 0,4% tot 2,6% op vooruit, maar de stelling van Krol klopte dus echt niet. Zijn schema liet dat ook zien: een rode, stijgende lijn voor de rest van Nederland en een zwarte lijn voor de ouderen die vlak was – geen forse daling dus! Toen Krol alleen maar bozer werd omdat bijna het hele panel hem ‘de rattenvanger van de ouderen’ vond, haalde ik een echtpaar van in de 80 aan die vond dat hun generatie er alleen maar op vooruit gegaan was en dat ze niet meer gewend waren om er ook op achteruit te gaan. Dus zei ik, dat er veel verwende pensionado’s zijn die meer aan hun eigen portemonnee denken dan aan kleinkinderen die een grote studieschuld moeten opbouwen of maar steeds geen vaste baan krijgen. Wat ik nog had willen zeggen is, dat het christelijk uitgangspunt is om solidair met elkaar te zijn in plaats van voor jezelf te gaan. En ook, dat veel jongeren het helemaal zat zijn dat het in de verkiezingen steeds over ouderen gaat, terwijl voor ouderen de levensstandaard en de zorg in Nederland tot de hoogste ter wereld behoort.  Dat vinden ouderen zelf ook, want ze geven zichzelf een 8 als het om de kwaliteit van leven gaat.

3. ‘Elke werknemer heeft er recht op buiten werktijd onbereikbaar te zijn’

Met deze stelling kwam Lodewijk Asscher van de PvdA. Ik kwam er niet tussen, omdat veel ondernemers vonden dat ieder bedrijf hier zelf afspraken over moest maken. Ik had willen inbrengen dat dit afhangt van de baan die je hebt. Maar het is wel belangrijk om hier meer over vast te leggen, want werknemers hebben recht op een privé-leven. Als je met je kids op zaterdag iets doet, moet je niet door je baas gestoord worden. Maar het probleem ligt dieper: er is veel onzekerheid en stress bij mensen omdat ze steeds maar geen vaste baan krijgen en omdat ze altijd en overal bereikbaar of open moeten zijn. Volgens mij is het veel beter om daarom weer af te spreken dat we samen één dag per week rusten van ons werk. Dan kan wie sporten wil, sporten en wie naar de kerk wil gaan , naar de kerk. En gaat iedereen op maandag weer relaxed naar zijn of haar werk.

4. Als de PVV de AOW terug wil brengen naar 65, dan is dat een prima coalitiepartner

Deze stelling bracht Paul Witteman in, omdat Henk Krol dit in de pers gezegd had. Meteen begon Henk Krol te draaien (‘alleen als de PVV haar migratiestandpunt verandert’) en tegen Asscher voor leugenaar uit te maken. Mijn eerste gedachte bij deze stelling was, dat dit precies de reden is om tegen one-issue-partijen als 50Plus te zijn. Ze hebben maar één stokpaardje en als het nodig is willen ze zelf wel een bondje met de duivel sluiten en hun schoonmoeder verkopen om hun doel te bereiken. Maar ik dacht ook: PVV en 50Plus passen heel goed bij elkaar. Ze sluiten delen van de bevolking uit – de PVV minderheden en 50Plus jongeren en studenten. En ik had willen zeggen, dat je daarom volgens mij veel beter bij je eigen overtuiging kunt blijven dan strategisch te gaan stemmen op een one-issue-partij of om te voorkomen dat een andere partij de grootste wordt. Als minder mensen vier jaar geleden strategisch gestemd hadden, was er een derde partij nodig geweest voor een regering. Dan had ook een kleinere partij meer invloed gehad, zoals vroeger D66 of de ChristenUnie toch deel uit maakten van het kabinet.

Terugkijkend op de eerste avond: leuk om te doen, moeilijk om elke keer je punt te maken, iets te weinig een vrolijk-orthodox-christelijk geluid te laten horen en nog meer respect voor de persoon van Lodewijk Asscher, terwijl Henk Krol voor mij nu echt door de mand gevallen is. En nu óp naar ronde twee!

ECHTSCHEIDING – alle seinen staan op groen

Je hebt echtscheidingen en vechtscheidingen. Vorige week las ik in De Volkskrant een artikel over de dramatische gevolgen van een vechtscheiding voor kinderen. Met als dringend advies: Huil niet empatisch mee met de vechtende ouders, maar dwing ze met de kinderen rekening te houden.

Ik denk dat een echtscheiding bijna nooit de juiste weg is. En de meeste christenen vinden dat ook. Want Mozes, Jezus en Paulus zeggen in drie totaal verschillende culturen exact hetzelfde zeggen, namelijk: ‘Gij zult niet echtbreken, want wat God samengevoegd heeft, echtscheiding-beloftenmag een mens niet scheiden.’ Die bijbelse heeft God ingesteld in het paradijs en die handhaaft Hij in alle tijden en culturen. Dus geldt die richtlijn ook onverkort voor ons vandaag. Toch eindigt bijna 40% van de huwelijken in Nederland in een echtscheiding. In christelijke kringen ligt dat beduidend percentage lager, maar het zou me niet verbazen als ook 1 op de 10 huwelijken binnen onze gereformeerde kerken in een echtscheiding eindigt.

De vier stoplichten

Verkeerslichten 4xIk heb wel een verklaring  waarom ook christenen steeds vaker met echtscheiding te maken krijgen. Ik wil dat graag proberen te verduidelijken met het voorbeeld van de vier stoplichten. In een christelijk huwelijk zijn er vier stoplichten, die Jezus je geeft. Vier seinen die op rood staan en ervoor zorgen, dat je elkaar trouw blijft. Die vier seinen zijn, om het maar even gemakkelijk te houden, de vier G’s van GevoelGewetenGeloofGezin. Dat zijn vier goede meetinstrumenten om je te houden aan de opdracht van Jezus om niet te scheiden. En toch gebeurt het binnen elke kerkelijke gemeente met de regelmaat van de klok dat huwelijken uit elkaar vallen.  Als je terugkijkt bij een scheiding, dan zie je meestal altijd, dat die vier stoplichten één voor één op groen zijn gaan staan. Je hebt beloofd dat je in voorspoed en tegenspoed bij elkaar zou blijven. Op de dag dat je trouwt, weet je dat je ook moeilijke tijden door zult maken in je huwelijk. Maar op een gegeven moment merk je, dat je vast begint te lopen in je huwelijk.

Stoplicht 1 – je Gevoel

Het eerste stoplicht dat dan meestal op groen springt, is je gevoel. Je gevoel zegt, dat het op dit moment absoluut niet meer gaat. En dat gevoel kan zo sterk worden, dat de andere drie seinen uit beeld raken. Want de situatie waar je nu inzet, de onmacht om elkaar te bereiken, je trekt het niet langer. Naar je gevoel moet je luisteren, zegt iedereen tegenwoordig. Maar zelf ben je daar niet 1,2,3 van overtuigd. Gelukkig niet. Daarom mag je ook nooit zeggen, vind ik, dat er te gemakkelijk wordt gescheiden.  Misschien wel in z’n algemeenheid, maar dat is bijna nooit het eerste wat je tegen iemand kunt zeggen. Want als de problemen naar buiten komen, lijkt het allemaal heel snel te gaan. Maar vergeet niet: zelf hebben de mensen al veel langer met hun problemen gezeten en geworsteld. Wat je als ouders, vrienden en ambtsdragers wel kunt vragen is: maar hoe ga je dan om met de moeilijkheden in je huwelijk?

Stoplicht 2 – je Geweten

echtscheiding-gevoelWat ik dan vaak zie is dit: dat na een poosje springt ook het tweede stoplicht op groen. Die van het geweten. Want je hebt wel beloofd, dat je elkaar trouw zult blijven tot de dood je zal scheiden. En daar heb je je ook aan vast gehouden toen het de eerste tijd niet meer zo goed ging. Maar je ziet geen vooruitgang. Je merkt niet bij de ander dat die nog wil. En dus vraag je jezelf af: moet ik nog wel verder? En steeds luider klinkt het stemmetje: dit is niet wat ik beloofd heb. Zo hoef ik niet verder. Als je zover bent, heb je het als niet-christen denk ik iets gemakkelijker dan wanneer je echt in God gelooft. Want geloven is prachtig, maar als het zwaar tegen zit in je leven, kan het geloof het ook stukken moeilijker maken. Ergens kan ik de mensen goed begrijpen, die zeggen: ik kan niet geloven in een God die zoveel ellende toelaat in de wereld en in mijn leven. Ergens is het gemakkelijker, denk ik, om te geloven in toeval en noodlot, dan in een God die alles geschapen heeft en nog steeds bestuurt. Aan de andere kant: wie echt gelooft, kan niet zonder God.

Stoplicht 3 – je Geloof

Maar als je op een kruispunt in je leven staat, en je de stoplichten van je gevoel en je geweten staan al op groen, dan zie je heel vaak dat de volgende gedachte in je hoofd kruipt, namelijk: God begrijpt mij wel. En Hij is toch ook een God van liefde en genade? Hij laat ons nooit los. Maar besef je dan, wat hier gebeurt? Je doet een beroep op Gods liefde, terwijl je zelf geen liefde meer kunt en wilt opbrengen voor je man of vrouw. En je doet een beroep op Gods trouw, terwijl je zelf niet langer verder wilt, maar trouweloos je partner verlaat of zelfs inruilt voor een ander. En zeker, God blijft er altijd. En Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid. Maar tegelijk speel je met je leven als je je trouweloos gedraagt, zegt God in Maleachi. Kun je dan met een oprecht geweten alvast een voorschot nemen op vergeving van iets wat je gaat doen?

Stoplicht 4  – je Gezin

echtscheiding-gebroken-gezinEn dan is er nog het vierde stoplicht. Het gezin. De kinderen bedoel ik daarmee eigenlijk. Dat is, denk ik, voor de meeste echtparen die willen scheiden, nog wel het moeilijkste moment: aan de kinderen vertellen dat papa vanaf volgende week niet meer thuis komt, of dat mama binnenkort ergens anders gaat wonen. En als je dan ook weet, dat alle statistieken vertellen, dat jongeren van gescheiden ouders het tussen de 12 en 20 het stukken minder goed doen en veel meer met zichzelf en iedereen overhoop zitten – hoe kan het dan dat dit stoplicht ook op rood gaat? Hoe kan het dan gebeuren, dat je je kinderen laat lijden onder een bezoekregeling? Om maar niet te spreken over de extreem negatieve gevolgen van een echte vechtscheiding? Eén van mijn professoren in Kampen zei hierover: ‘Mijns inziens zou de kerk veel aktiever moeten opkomen voor de kinderen aan wie levenslang schade wordt toegebracht en dat zijn dan Gods eigen lieve kinderen, gedoopt en wel!’ En inderdaad: we mogen best eens hardop zeggen, dat de kinderen van gescheiden ouders het meest de dupe zijn van het uit elkaar gaan van papa en mama. Als dit stoplicht ook op groen komt te staan, worden er meestal twee argumenten tegelijk gebruikt., namelijk: deze spanning is nu nog slechter voor onze kinderen dan de risiko’s als ze ouder worden (1e argument) en bovendien hebben een goede omgangsregeling met onze kinderen afgesproken (2e argument), dus zij slaan zich er later wel doorheen.’ Maar de zorgen blijven, vooral bij de meest gelovige van de gescheiden ouders. Die maakt zich niet alleen zorgen om de stabiliteit van zijn of haar kinderen, maar ook om het geloof van de kinderen. Als je ex iets heel anders voorleeft – hoe kun je dan nog consequent zijn in de opvoeding en samen je kinderen bij de Here Jezus brengen?

Het gevoel is vaak allesbepalend

Verkeerslichten 4x

Het eerste sein dat op groen springt is meestal die van het gevoel. Want de andere seinen zijn ver weg: je geweten wordt verstikt door je emoties, God woont daar ergens hoog in de hemel en het duurt nog 10 à 15 jaar voordat je kinderen volwassen zijn. Maar uiteindelijk staat het sein vier keer op groen. En gaat er iets definitief kapot. Dat draag je je leven lang met je mee. Dat geef je levenslang je kinderen mee. Ik heb geen oplossing. Maar ik signaleer dit wel. Misschien is dat alleen al verhelderend. En aanleiding om er meer en eerder met elkaar het gesprek over aan te gaan.

Vrouwen in de kerk

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” op dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 30/01 zich nog opgeven voor de tweede avond.

maarten-verkerk-um-2015-no-1Op dinsdag 31 januari spreekt prof. dr. M.J. Verkerk over ‘M/V in de kerk’. De titel van zijn lezing is Rechtdoen aan vrouwen. Kerk, tijdgeest en exegese”. Maarten is bijzonder hoogleraar christelijke filosofie aan de Technische Universiteit Eindhoven en aan de Universiteit Maastricht. Hij houdt zich al meer dan 20 jaar bezig met vragen rond ‘vrouw en ambt’. Als voorstudie beveelt hij o.a. onderstaand artikel aan. Samen met prof. dr. Gerrit Glas publiceerde hij het op 5 december 2016  in het Nederlands Dagblad. Dit artikel over ‘Vrouwen in de kerk’ is de derde in deze reeks na Vrouwen in het Nieuwe Testament en Vrouwen in het Oude Testament.

Anders bijbellezen

Hoe komt het dat het vrijgemaakte denken over vrouwen in het ambt snel omslaat? Is er sprake van een knieval voor de cultuur? In onze visie is dat niet het geval. Er is er eerder sprake van een kritische ontmaskering van de tijdgeest, een tijdgeest die tot op zekere hoogte ook vat heeft gekregen op de vrijgemaakte kerken. Daarnaast is er ook sprake van een herwaardering van de cultuur.

Ruim twee maanden gelden kwam er een kloek boekwerk uit onder de titel Zonen & dochters profeteren waarin een bijbelse onderbouwing wordt gegeven voor de vrouw in het ambt. Dit boek werd geschreven door een groep van vijfentwintig auteurs, de meeste van vrijgemaakte huize. Ruim een maand later verscheen van de deputaten ‘M/V en ambt’ een unaniem rapport waarin, op basis van een brede bijbelse onderbouwing, de toegang van vrouwen in alle ambten wordt bepleit. Hoe komt het dat vrijgemaakten in pakweg tien jaar van mening zijn veranderd? Welke rol speelt de Bijbel? In deze discussie wordt vaak gewezen op de invloed van de cultuur. We zijn bang om ‘offers aan de tijdgeest’ te brengen. We gaan ervan uit dat de tijdgeest een eenduidig fenomeen is waarvan de invloed alleen maar negatief beoordeeld kan worden. Maar niets is minder waar. Wij betogen dat de recente ommezwaai positief geduid moet worden en een eigen dynamiek heeft, die zowel op een andere omgang met de Bijbel wijst als op een andere waardering van de cultuur. Deze dynamiek is gelaagd en elke laag moet op haar eigen merites beoordeeld worden.

De eerste laag is die van het kwaad tegen vrouwen. De eerste auteur van dit artikel heeft in zijn boek Sekse als antwoord op basis van historisch onderzoek laten zien dat de onderdrukking van de vrouw iets van alle tijden en culturen is. Het gaat hier om een kwaad dat zich in het denken van mensen en in structuren in de samenleving nestelt. Het komt voor in alle sectoren van de samenleving, ook in kerk en theologie. Dit kwaad is vele jaren door de kerk ontkend. Sterker nog, het gezag van ‘de’ man over ‘de’ vrouw werd als een bijbels gebod gezien. Op dit punt zien we een kentering in het denken. De onderdrukking van de vrouw wordt (eindelijk) erkend. En schoorvoetend wordt een relatie gelegd met de invloed van de zondeval op het kerkzijn. Het ‘Hij zal over u heersen’ wordt steeds vaker gezien als een vloek die ook de gelovige treft.

De tweede laag is die van de beheersing. Onder invloed van de Verlichting is de westerse mens in de greep gekomen van het geloof dat de mens – beter: de man – de werkelijkheid kan beheersen en naar zijn hand kan zetten. Op een bepaalde manier heeft dit denken ook vat gekregen op de GKv. Eén van de leidende gedachten was dat het ambt alleen door mannen vervuld mocht worden; een gedachte die gebaseerd was op eenzijdige exegeses van een beperkt repertoire van Bijbelteksten. Visies die daarvan afweken kregen het stempel van vallen voor de tijdgeest of ten prooi vallen aan Schriftkritiek. Pleidooien voor de openstelling van het kerkelijk ambt werden dan ook genegeerd en waar mogelijk met kerkelijke middelen bestreden (tucht). Niet zelden werden voorstanders van de vrouw in het ambt uitgesloten van kerkelijke bezinning over m/v. In de laatste tien jaar is er veel kritiek op deze beheersende cultuur gekomen. Eenzijdige exegeses en selectief Schriftgebruik werden aan de kaak gesteld. ‘Oude’ argumenten tegen de vrouw in het ambt bleken de toets van de kritiek niet meer te kunnen doorstaan. We kregen oog voor ‘nieuwe’ exegeses en ‘andere’ argumenten.

De derde laag is de aandacht voor diversiteit. Onze (postmoderne) cultuur wordt gekenmerkt door oog voor diversiteit: mannelijk en vrouwelijk, heteroseksueel en homoseksueel, met en zonder beperkingen. We hebben nu meer aandacht voor de manier waarom Jezus met vrouwen omging. Ook hebben we meer oog gekregen voor de vele taken van vrouwen in de nieuwtestamentische gemeenten. Eerst nu is er aandacht voor het revolutionaire karakter van het spreken van Paulus met het oog op vrouwen.

Lezen we de Bijbel anders? Het antwoord is: ja! We hebben oog gekregen voor de betekenis van de zondeval. We zijn ons bewust geworden van de verstikkende cultuur in onze kerken die zowel de selectie van relevante bijbelteksten als hun interpretatie bepaalden. We zijn gaan beseffen hoezeer wijzelf deel uitmaken van een cultuur die uit is op beheersing, ordening en ratio. Ten slotte kwam er ruimte voor de plaats van vrouwen in de bijbel en voor het perspectief van vrouwen zelf. Het ‘anders’ lezen van de Bijbel maakte dat tegenargumenten hun kracht verloren. Niet als offer aan de tijdgeest, maar als ontmaskering van een dieperliggende tijdgeest van overheersing van de vrouw en beheersing van de kerk; een ontmaskering die bevrijdend blijkt te werken in de exegese en onze kijk op hoe we inclusief kerk kunnen zijn in déze wereld.

 

 

GEEN EIGEN RECHTER SPELEN – ook niet als het om terroristen gaat

Laatst keek ik met mijn vrouw naar een aflevering van Silent Witness, één van de betere Engelse detective-series. Deze keer ging het over een jong moslimstel dat zich bij ISIS had aangesloten en die allebei teruggekeerd waren naar Engeland. Daar beraamden ze een aanslag op een landelijke conferentie van moderne moslima’s die tegen terreur voor waren. Hij was ervan overtuigd dat het de wil van Allah was, zij twijfelde erg of ze wel als martelaren moesten sterven, want ze hadden in Syrië een kind gekregen dat nu bijna een jaar oud was. De man werd doodgeschoten tijdens een vuurgevecht en de vrouw gijzelde daarna de gastspreker van die conferentie. Een officier van de terreurbrigade wist net zo lang op haar in te praten, dat ze haar hand naar beneden liet gaan en het wapen op de grond liet vallen. Op dat moment gaf de officier een teken aan de scherpschutters en werd de vrouw door het hoofd geschoten. Einde aflevering.

Een paar dagen later las ik dat in Israel een soldaat door de rechter veroordeeld is omdat hij een Palestijn door het hoofd had geschoten die met een mes op een aantal Israeli’s had ingestoken. Alleen gebeurde dat niet in een vuurgevecht na de steekpartij, maar deed die soldaat dat nadat zijn collega’s de man al hadden uitgeschakeld. Hij lag zwaar gewond en bewegingsloos op de grond. Pas elf minuten later liep de soldaat rustig op de Palestijnse aanvaller af, trok zijn geweer en joeg hem in koelen bloede een kogel door het hoofd. Daarvoor is de soldaat aangeklaagd en schuldig bevonden. De rechtbank moet nog uitspreken wat de straf zal zijn,  maar nu al vindt half Israel dat deze soldaat gratie moet krijgen. Want hij heeft een heldendaad verricht door een terrorist definitief uit te schakelen.

En dan hebben we in Nederland nog de opgelaaide diskussie over de treinkaping bij De Punt in 1977 door negen Molukse Nederlanders. Toen mariniers daar na 19 dagen een eind aan maakten, werden zes van de negen kapers gedood. Sommigen zijn van dichtbij neergeschoten. Een standrechtelijke executie zonder rechtvaardiging, aldus de advocaat van nabestaanden van twee van de kapers. Dus stelde ze in 2016 de Nederlandse staat hiervoor aansprakelijk en eist ze een schadevergoeding van enkele tienduizenden Euro’s.

In Silent Witness gaat het maar om een film. Overigens  een hele goede film, die ook de achtergronden van het jihadistische jonge stel goed laat uitkomen (zij: vader voor haar ogen doodgeschoten in Bosnië toen ze 7 jaar was, hij: kleine crimineel die mede door het falende systeem steeds dieper in de problemen komt). Maar het einde van de film is een echte cliff-hanger: vind je het als kijker terecht of juist niet, dat een moslimterroriste wordt neergeschoten op het moment dat ze zich wil overgeven of niet?  Die dubbele gevoelens komen ook naar boven bij de dood van de Palestijnse aanvaller en de Molukse kapers. Was het echt nodig geweest om hen om te brengen?

Mijn eerste gedachte is: wie als terrorist of kaper geweld gebruikt, moet niet zeuren als het verkeerd afloopt. Maar volgens mij kan het niet zo zijn dat je iemand die zich wil overgeven of iemand die al uitgeschakeld op de grond ligt, alsnog liquideert. Want dan speel je, ook al ben je in functie, voor eigen rechter. Iets anders is het, wanneer er sprake is van echte geweldsdreiging bij een bevrijdingsactie, zoals indertijd bij de treinkaping van 1977 het geval was.

Van alle drie de voorbeelden heb ik weer geleerd, hoe frustratie kan leiden tot zinloos en uitzichtloos geweld. Gelukkig heeft de Molukse gemeenschap in Nederland dat aldoor onderkend, ook al is hen, sinds ze naar Nederland gekomen zijn begin jaren ’50 van de vorige eeuw, weinig recht gedaan. Tegelijk zie ik hoe zowel binnen de islam als binnen het jodendom de haat  tegen ‘zij die anders zijn’ vaak zo groot is, dat wie zich opblaast als martelaar verheerlijkt wordt, en dat wie een weerloze Palestijn doodt als held van de natie beschouwd wordt.

Zou dat ook niet kunnen komen, denk ik dan, omdat joden en moslims Jezus Christus niet kennen? Hij heeft ons opgedragen ook onze vijanden lief te hebben. Hij verbood Petrus om het recht in eigen hand te nemen toen Hij geniepig verraden werd. Hij bad zelfs aan het kruis nog om vergeving voor de mensen die verantwoordelijk waren voor zijn dood. Hij is het, die door zijn Geest laat weten: Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal het vergelden.’

Geen gratie dus voor die Israelische soldaat. Maar ik blijf de spanning  voelen.