Oog voor detail op weg naar Goede Vrijdag

Dinsdag 30 maart 2021

Matteüs 27:22-26

Pilatus vroeg opnieuw: ‘Wie van de twee wilt u dat ik vrijlaat?’ ‘Barabbas!’ riepen ze. Hij vroeg hun: ‘Wat moet ik dan doen met Jezus die de Messias wordt genoemd?’ Allen antwoordden: ‘Aan het kruis met Hem!’ Hij vroeg: ‘Wat heeft Hij dan misdaan?’ Maar ze schreeuwden alleen maar harder: ‘Aan het kruis met Hem!’ Toen Pilatus inzag dat zijn tussenkomst nergens toe leidde, dat het er integendeel naar uit zag dat men in opstand zou komen, liet hij water brengen, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan de dood van deze man. Zie het zelf maar op te lossen.’ En heel het volk antwoordde: ‘Laat zijn bloed óns dan maar worden aangerekend, en onze kinderen!’ Daarop liet Pilatus Barabbas vrij, maar Jezus leverde hij uit om gekruisigd te worden, nadat hij Hem eerst nog had laten geselen.

Drie details:

  1. Hoe zal Barabbas zich gevoeld hebben, denk je?
  2. Wanneer liep jij voor het laatst weg voor je verantwoordelijkheid?
  3. Welke waarde heeft het bloed van Jezus voor jou? 

Palm-Pasen: Jezus trekt de aandacht

‘Zie onze God, de Koning-Knecht;  (Opwekking 268). En ‘Hij rijdt op een ezel, Hij lijdt als een knecht, zo brengt Hij het leven terecht’ (Liedboek 42 (oud) / 550 (nieuw). Daar moet ik aan denken als ik lees hoe Jezus op een ezel Jeruzalem wordt binnengehaald. Hij komt echt als een Koning, maar tegelijk o zo zachtmoedig. Maar weet je wat mij het meest opvalt bij deze inhuldiging? Het lijkt deze keer wel, of Jezus met opzet de belangstelling van de mensen wil trekken. Net of Hij deze volksbeweging bewust uitlokt. Dat is wel eens anders geweest. Hoe vaak lees je niet, dat Jezus zich regelmatig terug trok en mensen verbood te vertellen wat voor wonder Hij gedaan had. Hij verbood zijn leerlingen zelfs nadrukkelijk om bekend te maken dat Hij de Messias was.

Maar nu gaat Jezus met opzet zó te werk, dat Hij wel alle aandacht krijgen moet. Eerst stuurt Hij twee van zijn leerlingen vooruit. Zij moeten in het volgende dorpje een ezelin met haar veulen meenemen. Dat lijkt omslachtig. Normaal reizen ze altijd en bloc, Jezus en de 12 samen. Had Jezus zelf niet om die ezel kunnen vragen als Hij erlangs kwam? Bovendien kiest Hij met opzet de ezel van iemand anders uit. Dat lokt diskussie uit bij de eigenaars: “Hé daar, wat doen jullie daar? Dat gaat zomaar niet!” Zo worden alvast mensen nieuwsgierig gemaakt en hun aandacht getrokken.

Waarom doet Jezus zo? Je voelt wel aan: hier gaat iets bijzonders gebeuren. Er hangt zoiets als een wonder in de lucht. Maar het wordt geen echt wonder. Het wordt een feeste­lijke intocht in Jeruzalem. Juichende mensen die zingen en met palmtakken en kleren zwaaien. Dat overkomt Jezus niet. Nee, Hij lokt expres deze demonstratie uit. Hij vraagt nadrukkelijk aandacht voor zijn koninklijke pretenties. Jeruzalem is de stad van God. En Jezus is de Zoon van David, de eeuwige Koning die God aan zijn volk beloofd had.

Jezus laat weten: ‘Ik ben die lang verwachte Koning, die namens God naar de mensen toekomt.’ Daarom organiseert Hij deze triomftocht. Hij richt doelbe­wust de aandacht op Zichzelf. Door Hem gaat de profetie van Zacharia 9 vers 9 in vervulling. Gods Koning trekt Gods stad binnen. Zachtmoedig. Rijdend op een ezel. Zo komt Hij gerechtigheid brengen en vrede stichten.

Veel mensen zeggen: zonder geweld en alleen met eenvoud en eerlijkheid red je het niet. Kijk maar naar die Jezus: Hij is ook mislukt. Zijn koninklijke intocht eindigde op het kruis. Einde van een mislukte carrière.

Maar niets is minder waar! Geloof dit: Jezus redt het wél! Hij komt met al zijn liefde naar de mensen toe. Heel geduldig. Hij laat zien, wie Hij is: onze Koning die vrede brengt.

Het is dus een feestelijke optocht, die naar Jeruzalem gaat. De mensen zijn enthousiast. Maar tegelijk: wat een mager antwoord is het eigenlijk. Lang niet iedereen ziet in Hem Gods liefde voor de mensen stralen. Hij moet er zelf nog de aandacht op vestigen, wie Hij is. Van onze kant bekeken een duidelijk bewijs van onze zonde en onwil om te geloven.

Vandaag is het eigenlijk nog net zo. Ook nu probeert Jezus de aandacht van de mensen te trekken. Ook nu kost Hem dat moeite. Zoveel mensen, die niets van Hem willen weten. Zoveel mensen, die maar amper in Hem geïnteresseerd zijn.

Dat geldt niet alleen voor de hard-core atheïst of de vage ‘ietsist’. Het geldt ook voor veel christenen. Sterker nog: ik merk het ook op in mijn eigen hart. Zo veel ongeïnteresseerdheid. Want als ik eerlijk ben: hoe vaak sta ik erbij stil dat Jezus de Persoon is die Gods liefde aan de man en de vrouw wil brengen? Hoe vaak denk ik eraan dat Jezus mijn Koning is, zodat ik weer in vrede met God leef? Hoe vaak zijn andere dingen veel belangrijker voor mij? Waarom neem ik wel de moeite om elke week twee keer te sporten? Waarom volg ik alle actualiteitenprogramma en wil geen detective-serie missen? Maar om tijd vrij te maken voor één avond bijbelstudie in de 14 dagen … Of om trouw elke zondagmorgen de kerkdienst –al dan niet via de live-stream– bij te wonen …

Het lijden van Jezus wordt verzwaard door onze gemakzucht en laksigheid.

Maar we leven weer naar Pasen toe! Let dan op de weg die Jezus gegaan is. Op het kruis is Hij als Koning-Knecht het lijdend voorwerp. Maar ook als Hij lijdt, is Hij aktief. Want zo brengt Hij ons leven weer terecht.  Ook in 2021 trekt Hij de aandacht. Hoe wordt Hij vandaag binnengehaald door jou en mij?

Foto’s: http://www.LumoProject.com / https://www.freebibleimages.org

Oog voor detail – vrijdag 26 maart 2021

Lukas  22:24-27

Tijdens het Pesachmaal ontstond er onder de leerlingen onenigheid over de vraag wie van hen de belangrijkste was. Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. Laat dat bij jullie niet zo zijn! De belangrijkste van jullie moet de minste worden en de leider de dienaar. Want wie is belangrijker, degene die aanligt om te eten of degene die bedient? Is het niet degene die aanligt? Maar Ik ben in jullie midden als iemand die dient.’

Drie details:

1/ Hoe vaak baal jij ervan wanneer een ander meer aandacht en waardering krijgt dan jij?

2/ Wie is (op Jezus na natuurlijk) de meest dienstbare persoon die jij kent?

3/ Moet je altijd maar dienstbaar zijn? Hoe deed Jezus dat? 

Oog voor detail dinsdag 2 maart 2021

Mattëus 9:11-13

De Farizeeërs zeiden tegen de leerlingen van Jezus: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ Jezus hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

Twee details:

1/ Wie krijgt van jouw wat extra aandacht in deze tijd?

2/ Kun je je te goed (‘rechtvaardige’) of te slecht (‘zondaar’ ) voelen voor Jezus? Waar blijkt dat uit?

Oog voor detail – vrijdag 5 maart 2021

Lukas 6:1-5

Toen Jezus op sabbat eens door de korenvelden liep, begonnen zijn leerlingen aren te plukken. Ze wreven die stuk tussen hun handen en aten ervan. Enkele farizeeën zeiden echter: ‘Waarom doet U iets dat op sabbat niet mag?’ Jezus antwoordde: ‘Hebt u dan niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger hadden, hoe hij het huis van God binnenging, de toonbroden nam, ervan at en ze uitdeelde aan zijn mannen, ook al mogen alleen de priesters van die broden eten?’ En Hij voegde eraan toe: ‘De Mensenzoon is heer en meester over de sabbat.’

Twee details:

1/ Wat zijn jouw jeugdherinneringen aan de zondag?

2/ Welke plek neemt Jezus nu in bij de invulling van jouw zondag?

Oog voor detail – dinsdag 9 maart 2021

Markus 11:22-24

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Heb vertrouwen in God. Ik verzeker jullie: als iemand tegen die berg zegt: “Kom van je plaats en stort je in zee,” en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat gebeuren zal wat hij zegt, dan zal het ook gebeuren. Daarom zeg Ik jullie: alles waarom jullie bidden en vragen, geloof dat je het al ontvangen hebt, en je zult het krijgen.’ 

Drie details:

1/ Heeft God jouw gebeden wel eens verrassend verhoord?

2/ Waaraan twijfel je het meeste als je bidt?

3/ Durf jij God om alles te vragen wat je graag wilt ontvangen?

Oog voor detail – vrijdag 12 maart 2021

Lukas 17:20-21

Toen de Farizeeërs Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde Hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het koninkrijk van God ligt binnen uw bereik.’

Drie details:

1/ Wanneer verlang jij naar de terugkomst van Jezus? Hoe vaak bid jij daarom?

2/ Op welke manier leef jij nu al als een burger van Gods koninkrijk? Waaraan kunnen anderen dat zien?

Oog voor detail – dinsdag 16 maart 2021

Matteüs 20:29-31

Toen Jezus met zijn leerlingen uit Jericho vertrok, volgde een grote menigte Hem. Er zaten daar twee blinden langs de weg. Toen ze hoorden dat Jezus voorbijkwam, begonnen ze te roepen: ‘Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’ Men snauwde hun toe dat ze hun mond moesten houden. Maar ze riepen nog harder: ‘Heer, Zoon van David, heb medelijden met ons!’

Drie details:

1/ Bartimeüs zat daar met nog een blinde. Hoe belangrijk vind jij ‘lotgenotencontact’? Welke ervaring heb je daarmee?

2/ De beide blinden noemen Jezus ‘Heer’ en ‘Zoon van David.’

Wat betekenen die twee titels voor jou? Met welke andere titel vereer jij Jezus?

3/ Als mensen je tegenwerken, hoe hou jij het dan vol om toch om Jezus te roepen en op Hem te vertrouwen?

Oog voor detail – vrijdag 19 maart 2021

Mattëus 21:1-5

Toen ze Jeruzalem naderden en bij Betfage op de Olijfberg kwamen, stuurde Jezus er twee leerlingen op uit. Zijn opdracht luidde: ‘Ga naar het dorp dat daar ligt. Vrijwel direkt zullen jullie er een ezelin zien, die daar vastgebonden staat met haar veulen. Maak de dieren los en breng ze bij me. En als iemand jullie iets vraagt, antwoord dan: “De Heer heeft ze nodig.” Dan zal men ze meteen meegeven.’ Dit is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat gezegd is door de profeet: ‘Zeg tegen Sion: “Kijk, je koning is in aantocht, hij is zachtmoedig en rijdt op een ezelin en op een veulen, het jong van een lastdier.”’

Twee details:

1/ Waaraan merk je dat Jezus jouw zachtmoedige Koning is?

2/ Wat heeft Jezus vandaag van jou nodig? Hoe maak je dat konkreet?

Oog voor detail – dinsdag 23 maart 2021

Matteüs 21:12-13

Jezus ging de tempel binnen. Hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver en riep hun toe: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn,” maar jullie maken er een rovershol van!’ 

Drie details:

1/ Op welke manier spannen christenen vandaag God voor hun karretje?

2/ Vandaag is elke plaatselijke kerk en iedere christen Gods tempel. Staat in jouw gemeente en in jouw leven het gebed ook als een huis?

3/ Wanneer wordt handeldrijven en geld verdienen ‘roven’?

Weer naar de kerk … een routekaart met perspectief

Het is lente. In de natuur. Maar ook in de samenleving en in de kerk. De verlenging van de avondklok en het uitstel van verdere versoepelingen is als een maartse bui die tot half april duurt, maar daarna is er toch eindelijk perspectief op meer. Wat kijken we daar naar uit, ook als christenen die graag weer naar de kerk willen. In de Bijbel staat een mooi zinnetje: Huppelend als kalveren die op stal gestaan hebben zullen jullie naar buiten komen. (Maleachi 3:20b). Zo voelt het inderdaad na een jaar corona.

Op 22 maart kwam het CIO, het landelijk overlegorgaan van alle kerkgenootschappen in Nederland, eindelijk met een routekaart. Daar ben ik erg blij mee. De routekaart sluit goed aan bij de fases die de overheid onderscheidt (‘waakzaam’ / ‘zorgelijk’ /  ‘ernstig’ / ‘zeer ernstig’ / ‘zeer ernstig met verzwaring =lockdown’). Het geeft duidelijk aan wat er voor kerken wel of niet mogelijk is in de diverse fases. Ik haal de highlight die mijzelf opgevallen zijn er even uit. En stel daarna een paar vragen bij de onduidelijkheden die er volgens mij overgebleven zijn.

Highlights voor de plaatselijke kerk

1/ Het aantal kerkgangers is volgens de routekaart bij ‘waakzaam’ flexibel, bij ‘zorgelijk’ max. 100 personen, bij ‘ernstig’ max. 60 personen en bij ‘zeer ernstig’ max. 30 personen. Bij een verzwaring = lockdown wordt er overgegaan tot alleen maar onlinediensten. Als maatwerk voor grotere kerken met meer dan 300 zitplaatsen wordt in de toelichting geadviseerd om bij ‘zorgelijk’ 20% van de zitplaatsen te benutten, bij ‘ernstig’ 15% en bij ‘zeer ernstig’ 10%.

2/ Onder alle omstandigheden, dus ook als er sprake is van een lockdown, mogen bij doopdiensten en trouwdiensten 30 kerkgangers aanwezig zijn. Over belijdenisdiensten (die hetzelfde karakter hebben als doopdiensten) wordt niets gezegd.

3/ Voor zingen in de kerk geldt bij ‘zorgelijk’  dat de gemeente op praatniveau mag zingen en dat er 12 zangers mogen zijn (maar in de toelichting op de routekaart wordt aangedrongen om het aantal zangers bij ‘zorgelijk’ zo mogelijk te beperken tot 6 personen). Bij ‘ernstig’ mag de gemeente op praatniveau zingen maar met beperkte tijd en kunnen er 4 zangers zingen. Bij ‘zeer ernstig’ wordt samenzang dringend ontraden en kunnen er nog steeds 4 zangers zingen. Bij ‘verzwaring’ luidt het advies voor samenzang en zangers: niet zingen.

4/ Op het kerkplein en bij andere activiteiten buiten mag je elkaar weer ontmoeten als de situatie niet meer ‘zeer ernstig’ is. Bij ‘ernstig’ met max. 40 personen, bij ‘zorgelijk’ met max. 60 personen en bij ‘waakzaam’ zonder limiet.  

5/ Voor kerkelijke activiteiten zoals catechisaties, jeugd- en verenigingswerk, kringen en cursussen geldt tot 18 jaar geen limiet wat betreft aantallen. Voor 18+ geldt geen limiet bij ‘waakzaam’, geldt bij ‘zorgelijk’ een limiet van 60 personen en bij ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’ een limiet van 30. Wanneer er sprake is van verzwaring mogen kinderen t/m 12 nog steeds in de kerk bij elkaar komen,  maar wordt voor 13 t/m 17 en voor 18+ geadviseerd om digitaal bij elkaar te komen.

6/ Activiteiten als inloopochtenden zijn in alle vier de fases mogelijk met steeds wat minder personen als maximum, behalve bij een verzwaring, want dan moet het kerkgebouw dicht blijven.

Alles wat mogelijk is, is uiteraard met inachtneming van alle richtlijnen van het RIVM.

Onduidelijkheden

A/ Het is voor mij wat verwarrend dat er verschillende termen gebruikt worden voor de verzwaringen bovenop de fase ‘zeer ernstig’. Ook is mij niet helemaal duidelijk wie bepaalt wanneer we met verzwaringen te maken hebben en voor welke onderdelen ze op dit moment gelden.

In de toelichting (blz. 3 van de routekaart) staat, dat het CIO aangeeft wanneer er verzwarende maatregelen gelden voor de erediensten. Die worden door het CIO afgekondigd “met daarbij een begin- en een einddatum waarbinnen deze verzwarende maatregelen geadviseerd worden.” Maar op de CIO-website staat alleen maar, zonder enige verdere verwijzing, dat de routekaart “geen wijziging brengt in de maatregelen die op dit moment van toepassing zijn.” Als je onderaan de CIO-site kijkt in het media-archief kom je een CIO-advies tegen van 5 okt. 2020 om in kerkdiensten max. 30 kerkgangers toe te laten zonder gemeentezang en een aanscherping op 15 dec. 2020 om voorlopig alleen online-diensten te houden. Maar het CIO geeft geen enkel advies over het aantal zangers in de kerk en de voortgang van het kinder- en jeugdwerk t/m 17 jaar tijdens de eredienst.

Moet ik daaruit de conclusie trekken dat we volgens het CIO wél in een verzwaring zitten als het om het aantal kerkgangers gaat (en dus adviseert de routekaart voor de gewone kerkdienst: alleen online-diensten) en dat we níet in een verzwaring, maar gewoon in ‘zeer ernstig’ zitten als het om zingen in de kerk gaat (en dus wordt gemeentezang dringend ontraden, maar kunnen er we max. 4 zangers aanwezig zijn)?

In de toelichting staat verder, dat voor doordeweekse activiteiten de verzwarende maatregelen gelden die de overheid afkondigt als het gaat om onderwijs, kinderopvang en horeca. Daardoor wordt de routekaart zelf wat verwarrend. Want daar staat aldoor alleen maar ‘verzwaring’ + bijbehorende maatregel. Maar de overheid maakt onderscheid tussen doelgroepen, dus er is op dit moment géén verzwaring als het gaat om onderwijs aan kinderen en jongeren. Dus geldt op dit moment de verzwaring níet voor het kerkelijk onderwijs aan kinderen (bijbelclub, zondagschool) en jongeren (jeugdvereniging, catechisatie), maar wél voor alle toerustende activiteiten voor volwassenen en voor diakonale aktiviteiten zoals inloopochtenden.

B/ Wat verder echt onduidelijk is, zijn de afspraken en adviezen over zingen in de kerk. Als je kijkt naar de verschillende kerkgenootschappen, is daar nog steeds geen enkele overeenstemming over. De PKN adviseert max. 4 zangers (25 febr. 2021), de RK ‘een beperkt aantal zangers’, het Steunpunt KerkenWerk (GKV) max. 1 zanger (4 maart 2021), het Diakonaal Steunpunt (ook GKV) en het Dienstencentrum van de CGK  ‘wat minimaal nodig is’ (beiden 15 jan. 2021). Op de routekaart staat dat er bij ‘verzwaring’ er ook geen zangers in de kerkdienst aanwezig mogen zijn, maar die verzwaring volgt niet uit de lockdown-maatregelen van de overheid, maar kan alleen door het CIO worden uitgesproken. Maar het CIO zelf heeft sinds 5 okt. 2020 alleen maar gemeentezang dringend ontraden en zich daarna op geen enkele manier uitgesproken over het aantal zangers in de kerk. Pas op deze routekaart worden er aantallen genoemd. Maar die wijken af van wat de verschillende kerkenverbanden adviseren. En onduidelijk is, of het CIO het op dit moment onverantwoord vindt om maximaal 4 zangers in een kerkdienst toe te laten.

C/ In de routekaart wordt als het om vergaderingen gaat, verwezen naar de regels van de overheid als het om samenkomsten gaat. Dat wordt verder niet ingevuld, behalve dat een gemeentevergadering voor verkiezing van ambtsdragers of het beroepen van een predikant door max. 100 personen bijgewoond mag worden, omdat dit onder de ekonomische uitzonderingen zou vallen. Dat lijkt mij behoorlijk gezocht (en ook willekeurig voor grote gemeentes met meer dan 100 belijdende, stemgerechtigde leden). Maar waarom geeft het CIO dan geen advies over de vergaderingen van de kerkenraad, de diakonie en commissies? Persoonlijk is mijn ervaring, dat men het niet ideaal vindt om digitaal te vergaderen. Nu biedt de overheid de mogelijkheid om in het kerkgebouw te vergaderen. Volgens de huidige regels mogen er max. 30 personen bij elkaar komen in één binnenruimte. Het is, denk ik, zelfs geoorloofd om, als het nodig is, met meer dan 30 personen bij elkaar te komen, want er geldt een uitzondering op dat aantal voor “een vergadering van de gemeenteraad, provinciale staten en het algemeen bestuur van een waterschap, of van een commissie daaruit.” Daarmee kun je kerkelijke vergaderingen toch vergelijken?

Drie wensen

  • Het lijkt mij verstandig dat het CIO zo spoedig mogelijk op zijn website duidelijk aangeeft, in welke fase we nu zitten en welke verzwarende maatregelen er op dit moment gelden, incl. begin- en einddatum, zoals men heeft toegezegd in de toelichting op de routekaart.
  • Het lijkt mij wenselijk dat de diverse kerkgenootschappen hun (verouderde en niet meer actuele) protocollen en adviezen vervangen en afstemmen op deze routekaart.
  • Het zou helpen wanneer het CIO konkretere adviezen geeft als het gaat om kerkelijke vergaderingen.

Maar goed – we hebben een routekaart met perspectief! Elke keer dat het nodig was om af te schalen, deden de meeste kerken dat meteen. En dat was verstandig. Nu hebben we een verantwoord kader waarbinnen we snel kunnen opschalen als dat weer mogelijkheid is. Ik hoop dat alle kerken dat met vrijmoedigheid en vol vertrouwen in hetzelfde tempo gaan doen. We hebben te lang op stal gestaan.

Wie van de drie? Een christelijke stem op CDA, ChristenUnie of SGP

Ongeveer de helft van de regelmatige kerkgangers stemt niet op één van de drie christelijke partijen, kopte het Nederlands Dagblad op 5 maart. Dat vind ik erg jammer, want ik geloof niet dat Nederland er christelijker op wordt als er heel veel christenen op niet-christelijk rechts of niet-christelijk links gaan stemmen. Het tegendeel is eerder het geval. Als je als christen niet christelijk stemt, moet je niet klagen dat Nederland steeds onchristelijker wordt

Niet links, niet rechts, maar christelijk

De eigenheid en dus het goed recht van christelijke partijen vond ik laatst terug in het Nederlands Dagblad. Dat kopte op 6 maart dat kerkgangers zich vaak ‘rechts’ voelen, maar in de praktijk behoorlijk ‘links’ zijn. Want ze zijn rechtser dan gemiddeld op morele thema’s als abortus en euthanasie, homohuwelijk en uitholling van normen en waarden. En ze zijn linkser dan de doorsnee Nederlander als het om economische thema’s en gastvrijheid voor vluchtelingen gaat.

Dat vond ik echt een misser qua typering. Want ethisch gezien is rechts (van PVV t/m VVD) wél voor een heleboel prograssieve standpunten op ethisch gebied. En de aandacht van christenen voor de zwakkeren in de samenleving is niet 1 op 1 te koppelen aan ‘linksig’ gedachtengoed. Kortom: christelijke politiek is een derde weg, niet eens tussen rechts en links, maar eerder in een driehoek. Alle reden volgens mij om als christenen die driehoek niet af te vlakken door zelf op een niet-christelijke linkse of rechtse (al dan niet one-issue-) partij te gaan stemmen.

De christelijke keuze is reuze

Er is ook genoeg keus. Christenen kunnen kiezen tussen rechts-conservatief SGP of links-progressief ChristenUnie of meer breed-georienteerd CDA. Op alle drie partijen kun je veel kritiek hebben. Vooral, dat ze helemaal niet zo christelijk zijn als ze zeggen. Maar als je dat van de één vindt, heb je volgens mij altijd nog twee anderen die ook jouw christelijke stem kunnen krijgen.

Het CDA

Volgens sommigen is het christelijke geluid daar zo erg verwaterd, dat die partij per definitie afvalt voor een overtuigd gelovige. Dat mag je vinden, maar het CDA is wél gebaseerd op normen en waarden die ze grotendeels aan de Bijbel ontleent. Niet het Evangelie zelf, maar het politieke antwoord op de boodschap van het Evangelie bindt de christendemokraten samen, was in 1975 het uitgangspunt bij de start van het CDA.

De ChristenUnie

Volgens veel bevlogen en bewogen christenen heeft de partij maar weinig voor elkaar gekregen als het gaat om milieu, klimaat en niet te vergeten de vluchtelingen. Er mochten immers maar 50 kinderen uit kamp Moria naar Nederland komen. Wat dan vergeten wordt is dit: mede dankzij de ChristenUnie is tijdens deze regeringsperiode wel het kinderpardon in Nederland gerealiseerd. De ChristenUnie is aldoor erg eerlijk geweest over de (on)mogelijkheid om idealen en regeringsverantwoordelijkheid met elkaar te verbinden. De partijen die heel hard roepen dat er veel meer gedaan had kunnen worden aan klimaat en voor vluchtelingen, wilden in 2017 geen regeringsverantwoordelijkheid nemen (PvdD, GL, SP). Dan vind ik het niet van echt principieel stemgedrag getuigen om nu als christen vanwege te weinig resultaat op één van deze niet-christelijke partijen te gaan stemmen. Daar komt nog bij, dat bij alle partijen ter linkerzijde geen enkele bescherming bieden aan het ongeboren leven (30.000 dodelijke slachtoffers per jaar) en de deur voor euthanasie nog wijder open willen zetten voor jongeren en ouderen die hun leven ‘voltooid’ vinden, terwijl de ChristenUnie best veel bereikt heeft in de begeleiding en zorg voor jonge moeders en eenzame ouderen . Wie durft dan nog te beweren dat er bij niet-christelijke partijen vaak meer aandacht is voor christelijke waarden als barmhartigheid en zorg voor de zwakkeren dan bij de ChristenUnie? Dan ben je volgens mij selectief aan het winkelen in dat totaal-pakket. Bovendien beoordeel je dan de ChristenUnie op het resultaat van vier jaar regeren en de niet-regeringspartijen op hun partijprogramma. Ook dat is niet fair.

De SGP

Er is ook een groep christenen die behoorlijk teleurgesteld is in de politiek, omdat die weinig aandacht heeft voor de hardwerkende Nederlander. Ze vinden dat zelfs het rechtse kabinet Rutte III in feite een veel te links en groen beleid voert. Ook dat snap ik wel. Ondernemers en boeren hebben het moeilijk. Misschien wel vooral met het zwalkende overheidsbeleid. Maar is het dan een optie om als christen op de VVD of op FvD te stemmen, of uit protest op de BoerBurgerBeweging? Ik denk dat de SGP dan een veel beter, christelijk alternatief is. Een paar jaar geleden sprak ik met een jonge reformatorische boer die vond dat de SGP wel wat mocht vergroenen. Toch bleef hij op de SGP stemmen en was zelfs actief als partijlid. Want, zei hij: een conservatief christelijk geluid in de politiek waar ik me doorgaans goed in kan vinden is voor mij belangijker dan een partij die exact mijn visie op het boerenbeleid vertolkt. Dat vond ik mooi om te horen. Gelukkig is die keus er in Nederland ook.

Vlak de punt van de driehoek niet af

Nog één ding: de christelijke roots van ons land hebben nog steeds effect op een breder deel van de samenleving dan bij wie zich in Nederland nog christen noemt. Dat klopt, en daar ben ik blij mee. Maar als de meerderheid van de christenen niet bewust christelijk stemt, raakt de politiek en daarmee de samenleving één van de punten van de driehoek kwijt.

Alle reden volgens mij om als christenen niet op een niet-christelijke linkse of rechtse (al dan niet one-issue-) partij te gaan stemmen, maar het geloof op 17 maart een stem te geven in het stemhokje.  

ABORTUS: wanneer is jouw leven begonnen?

Sinds 1984 is abortus in Nederland gelegaliseerd. Sindsdien is er weinig veranderd. Nog steeds is het ongeboren leven  vogelvrij.

Hoe kun je voorstanders van abortus aan het nadenken zetten? Ik kwam de volgende tekst tegen. Als je dit op je laat inwerken, vind je dan nog steeds dat elke vrouw baas in eigen buik is? Of heeft het ongeboren leven ook recht om te bestaan?

Wanneer is uw leven begonnen?

Vraag aan iemand die vóór abortus is:

Bent u ook een tiener geweest?   Ja
Bent u ook een kind geweest?  Ja
Bent u ook een peuter geweest?  Ja
Bent u ook een baby geweest?  Ja
Bent u ook een foetus geweest?  Ja
Bent u ook een embryo geweest?  Ja
Bent u ook een zaadcel  geweest?  Eh … nee

Dus uw leven begon ook bij de bevruchting …

‘Laat de kinderen tot Mij komen’ – over bijzondere kerkdiensten in coronatijd

Wat is wijs? Dat vragen veel kerkenraden zich in deze coronatijd af als het om het aantal bezoekers van kerkdiensten gaat. Wijs is in elk geval, dat in december 2020 alle kerkgenootschappen gezamenlijk binnen het CIO welwillend gereageerd hebben op de dringende oproep van de regering om zoveel als mogelijk alleen online-diensten te houden. Maar we zijn nu weer drie maanden verder. Het is inmiddels één jaar geleden dat Nederland op slot ging. In de samenleving klinkt de roep om versoepeling steeds luider. De overheid geeft daar sinds begin maart ook beperkt de ruimte voor. Wat betekent dat voor de kerkdiensten?

Wijze vrijmoedigheid

In de kerk heb je twee soorten kerkdiensten. De gewone, regelmatige kerkdiensten. Daaronder vallen ook avondmaalsdiensten en jongerendiensten, om maar twee dingen te noemen. En de bijzonder, eenmalige diensten. Daaronder vallen doopdiensten, belijdenisdiensten, trouwdiensten en rouwdiensten. Zou er, in wijze vrijmoedigheid, voor die laatste categorie diensten iets meer mogelijk zijn? Het is immers volstrekt duidelijk dat het unieke, eenmalige diensten zijn ter gelegenheid van een feestelijke of verdrietige gebeurtenis in iemands leven. Dus het heeft geen enkele precedentwerking op andere kerkdiensten.

Ik spits het even toe op doopdiensten. Ik ben absoluut geen voorstander van de vroegdoop, waarbij de vader het kind ten doop houdt terwijl de moeder nog in het kraambed ligt. Ik vind het zo langzamerhand wel problematisch worden dat de doop nu al maanden lang (soms al bijna één jaar!) wordt uitgesteld. De reden is ‘m bijna altijd gelegen in het feit dat er helemaal niemand bij de doop aanwezig mag zijn. In mijn ogen leidt dat tot een onderschatting van de doop. Van uitstel komt geen afstel, maar je voedt als kerk wel de gedachte dat het teken van de doop niet zo belangrijk is. Terwijl de doop Gods verbondsteken is voor de gelovigen en hun kinderen! De hemelse Vader wil graag zijn prachtige beloften geven aan de kinderen van de gelovigen die hun vertrouwen op Hem stellen. En Jezus, onze Heer, zegt: Laat de kinderen tot Mij komen. Hoe lang kunnen kerkenraden dan blijven zeggen (terwijl heel Nederland elkaar in de supermarkt op 20 centimeter passeert en in februari massaal het ijs op ging): we kiezen in alle omstandigheden het liefst voor een zelfgekozen voorzichtigheid die nog strenger is dan de overheid ons oplegt?

De overheid biedt begrensde ruimte

Want de overheid geeft meer ruimte dan veel kerken tot nu toe nemen. Volgens de RIVM-richtlijnen zijn zelfs in deze lockdowntijd met avondklok huwelijksvoltrekkingen met 30 personen (zonder horeca) en uitvaarten met 50 personen (zelfs met koffie en cake) geoorloofd, mits aan alle voorwaarden voldaan wordt. Ik denk dat we het er als kerk over eens zouden moeten zijn dat de bediening van de doop minstens net zo’n belangrijk moment in het geloofsleven. Dus als die voortdurend wordt uitgesteld, moet je zoeken naar alternatieven. Dat geldt ook voor een trouwdienst: Gods zegen over het huwelijk op de knielbank in de kerk vinden de meeste echtparen van veel meer waarde dan het formele moment op het gemeentehuis. Hetzelfde geldt voor het doen van belijdenis: moet je dat eindeloos blijven uitstellen terwijl je graag, net als Timoteüs,”in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis” wilt afleggen?

Vier keuzeopties

Door corona kan niet alles wat je zou willen. Dus moeten kerkenraden in wijze vrijmoedigheid keuzes maken. Ik kwam deze maand in drie kerkbladen vier verschillende opties tegen.

In Gemeente A is besloten om zo weinig mogelijk contactmomenten te organiseren. Dus is er tijdelijk geen live-muziek in de eredienst en mogen de leden van het wijkteam tijdelijk geen bezoeken brengen, maar alleen de predikant en de pastoraal werker. De motivatie hierachter is, dat we als kerken onder het vergrootglas liggen en dat het ons een lief ding waard moet zijn dat Gods naam vanwege ons gedrag niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt, zoals in Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus staat.

In Gemeente B is besloten om pas ruimte te geven voor kerkdiensten met max. 30 kerkgangers als dat door de kerkgenootschappen gezamenlijk weer geadviseerd wordt. Maar als het om doopdiensten gaat, wil men de wens van de ouders honoreren om in elk geval ook de wederzijdse grootouders aanwezig te laten zijn. Het Diakonaal Steunpunt noemt deze mogelijkheid (max. 6 volwassenen) expliciet. En als het om een trouwdienst gaat, is het kerkgebouw beschikbaar als trouwlokatie, zodat het burgerlijk huwelijk meteen gevolgd kan worden door de kerkelijke bevestiging ervan met max. 28 bruilofsgasten.

In Gemeente C heeft men besloten om de RIVM-richtlijnen ook toe te passen op de genoemde bijzondere eenmalige kerkdiensten. Dan kunnen bijvoorbeeld drie kinderen tegelijk gedoopt worden, waarbij elk gezin zes of zeven gasten mag uitnodigen. Of kunnen vier jongeren belijdenis doen met elk zes of zeven familieleden/vrienden. Uiteraard onder dezelfde strikte voorwaarden als de overheid bij andere gelegenheden stelt.

In Gemeente D neemt men meteen de nieuwe richtlijn over die de PKN zonder enige vorm van overleg met de overheid en met de andere kerkgenootschappen eind februari genomen heeft: er zijn elke zondag weer 30 kerkgangers welkom. Er is binnen de CGK/GKV/NGK zelfs een gemeente die binnen één maand eerst het superstricte standpunt A invoerde en na het PKN-advies meteen overstapte op het geen enkel ander kerkgenootschap geadviseerde standpunt D.

Voorzichtig meebewegen

Wat is wijs? Persoonlijk pleit ik voor meebewegen met de richtlijnen van de overheid. Dat gebeurt bijna altijd als de maatregelen verscherpt worden. Dat vind ik terecht. Het gebeurt helaas niet altijd als de overheid versoepelingen aankondigt. Dan hoor ik vaker kerken zeggen: ‘Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.’ Dat vind ik niet altijd terecht. Als de overheid versoepelt, doet ze dat heel bewust en heel voorzichtig. Voorzichtiger kan dus, tenzij je daar binnen je eigen kerkgemeenschap heel goede redenen voor aan kunt dragen. Toch is de primaire reaktie wel vaak: laten we maar niet meteen alles gaan doen wat weer mag. Daardoor worden kerkleden die bewust en met een goed geweten de beperkte ruimte die de overheid geeft wel helemaal willen benutten, nogal eens impliciet beticht van ‘risico-gedrag’. Maar zou een kerk juist geen begrip moeten creëren voor mensen met meer vrijmoedigheid en hen beschermen tegen veroordeling? En hoort juist in de kerk het geestelijk belang van een doopdienst, een trouwdienst of een belijdenisdienst in alle voorzichtigheid niet zwaar mee te wegen bij de besluiten die men neemt? Als je aldoor al te voorzichtig bent, hoe geloofwaardig kun je dan nog zingen: “Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God. Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot”?

Ruimte voor vrijmoedigheid, begrip voor zorgvuldigheid

Maar zoals overal geldt ook in een plaatselijke kerk: niet de mening van één persoon, maar die van ons allen in gezamenlijk overleg leidt tot een wijs besluit dat biddend genomen is. Zowel in gemeente A als in gemeente B als in gemeente C. Laat zo’n vrijmoedig of zorgvuldig besluit dan door heel de gemeente eensgezind ontvangen en gedragen worden. En als je dat moeilijk vindt? Lees dan steeds weer Filippenzen 2:3-5. Dat heb ik tenminste regelmatig nodig.

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 

Oog voor detail – februari 2021

Oog voor detail in de  1e week van februari – dinsdag

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is geest-duif-pentekening-kleur.jpg

Lukas 8:4b-5+11-12

Jezus vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven.’

Twee details:

1/ Wanneer gaan bij jou dingen ‘het ene oor in en het andere weer uit’?

2/ Op welke manier probeert de duivel vandaag het woord van God bij mensen weg te houden? Heb jij daar zelf ook last van?

Oog voor detail in de  1e week van februari – vrijdag

Lukas 8:6+13

Er viel ook wat zaad op rotsachtige bodem, maar toen het opschoot, droogde het uit door gebrek aan water. Het zaad op de rotsachtige bodem, dat zijn zij die het woord vol vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar het schiet geen wortel; ze geloven zolang het hun goed uitkomt, maar als ze op de proef worden gesteld, worden ze afvallig.

Drie details:

1/ Waarover was jij voor het laatst heel enthousiast?

2/ Voel jij je ook wel eens een ‘mooi-weer-gelovige’? Hoe ga je daar mee om?

3/ Hoe vaak drink jij van het levende water dat Jezus geeft?

ezus vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven.’

Oog voor detail in de  2e week van februari – dinsdag

Lukas 8:7+14

Ander zaad viel tussen de distels, en toen de distels opschoten verstikten ze het. Het zaad dat tussen de distels valt, dat zijn zij die wel geluisterd hebben, maar door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze gaandeweg verstikt, zodat ze geen vrucht dragen.

Twee details:

1/ Welke van de twee distels die het geloof kunnen verstikken vind jij voor jezelf het gevaarlijkst: je dagelijkse zorgen en problemen, of al de leuke en prettige dingen die je niet wilt missen?

2/ Wat doe jij als je bij iemand anders ziet dat zijn of haar geloof langzaam maar zeker steeds minder en minder wordt?

Oog voor detail in de  2e week van februari – vrijdag

Lukas 8:8a+15

Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde, en dat bracht honderdvoudig vrucht voort toen het was opgeschoten. Het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen.

Drie details:

1/ Welke opmerking of welke actie van jou viel bij anderen in goede aarde?

2/ Wat versta jij onder ‘met een goed en eerlijk hart Gods woord koesteren’?

3/ Op welke punt in je leven wil jij graag standvastig = blijvend vrucht dragen? Hoe ga je dat doen?

Oog voor detail in de  3e week van februari – dinsdag

Matteüs 13:31-32

Jezus hield de mensen een gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’

Drie details:

1/ ‘Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd.’ Met welke kleine dingen ben jij blij?

2/ Bij wie voel jij je op je gemak?

3/ Waaraan merk je dat het geloof zich bij jou ‘genesteld’ heeft?

Oog voor detail in de  3e week van februari – vrijdag

Matteüs 13:44 en 6:19-21

‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.’ ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde. Verzamel schatten in de hemel, want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’

Twee details:

1/ Waar ben jij zo blij mee dat je er alles voor over hebt?

2/ Welke schatten verzamel jij graag in de hemel?

Oog voor detail in de  2e week van februari – dinsdag

Markus 10:17-22

Iemand kwam naar Jezus toe en vroeg Hem: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de (Tien) Geboden.’ Toen zei de jongeman: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden. Wat kan ik nog meer doen?’ Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg Mij.’ Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

Twee details:

1/ De jongeman heeft twee handicaps als het om geloven gaat: hij wil het zelf verdienen en hij kan geen afstand doen van zijn schatten op aarde. Welke van deze twee is jouw grootste handicap? Hoe ga je daar mee om?

2/ Jezus kijkt de jongeman liefdevol aan.

Wanneer voel jij dat Jezus liefdevol naar jou kijkt?

Oog voor detail in de  3e week van februari – vrijdag

Markus 10:28-30

Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om U te volgen!’ Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van Mij en het evangelie, zal het 100-voudig terug ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeder en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.”

Drie details:

1/ ‘Uit verlies winst’ – wanneer heb jij dat meegemaakt?

2/ Wat vind jij moeilijk om achter te laten als het gaat om het volgen van Jezus?

3/ Ervaar jij je kerkelijke gemeente als een plek waar je goed met elkaar hebt (‘100-voudig terug ontvangen’) of als een plek waar je het moeilijk hebt (‘gepaard met vervolging’)?

Don Carson over de terugkeer van gevallen christelijke voorgangers

Can a Fallen Christian Leader Ever Be Restored?

Onder die titel schreef D.A. Carson (74), emeritus-hoogleraar Nieuwe Testament aan de Trinity Evangelical Divinity School in Deerfield, Illinios (USA) en medeoprichter van ‘The Gospel Coalition’ onderstaand artikel dat eerst verscheen in The Southern Baptist Journal of Theology (jrg. 4, nr. 4, pag. 87-89) en daarna op 26 november 2019 gepubliceerd is op de website van The Gospel Coalition.

Kan een christelijke voorganger die in zonde gevallen is, ooit weer terugkeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, onder welke voorwaarden? Wat vind jij?

Deze indringende vraag is nog steeds aktueel, niet in de laatste plaats vanwege het aantal christelijke voorgangers die openlijk in zonde gevallen zijn, vaak (maar zeker niet altijd) op seksueel gebied. Over dit onderwerp is een aanzienlijk aantal boeken geschreven, dus ik zal dit ingewikkelde vraagstuk zeker niet in iets meer dan duizend woorden kunnen oplossen.

Maar ik zal proberen in vier punten duidelijk te maken wat de belangrijkste aandachtspunten zijn.

1. Zorg voor een heldere probleemstelling

Bij deze vraag naar herstel moet wel duidelijk worden om welk herstel het gaat. Anders kun je met de vraag twee kanten op en kan de vraag zelfs suggestief worden. Stel dat de zonde seksueel van aard is. Wordt met ‘herstel’ dan het herstel binnen het huwelijk [van de voorganger] bedoeld? Dat hangt af van de reactie van de huwelijkspartner, en die reactie is afhankelijk van veel factoren. Bij ‘herstel’ vragen veel mensen zich misschien wel vooral af of er ook echt een herstel mogelijk is in de relatie met de Heer. Het logische antwoord daarop is een blij ‘Ja!’ – want hoe verwerpelijk het seksuele gedrag ook is geweest, het is in zichzelf geen zonde waarvoor [bij God]  geen vergeving is.

Maar wanneer een christelijke voorganger zich weer met de Heer verzoend heeft en misschien weer als volwaardig lid van de kerkelijke gemeente aan het Heilige Avondmaal is toegelaten (veronderstel dat hij of zij onder de tucht gezet is), wil dat nog niet zeggen dat hij automatisch ook weer een leidinggevende functie in de kerk kan bekleden. Niet elke christen die positief bekend staat in de gemeente is geschikt voor elke taak in de kerk.

Als iemand op terechte bijbelse gronden van zijn ambt of taak ontheven is, hangt de vraag naar mogelijke terugkeer in die functie nu af van de vraag of de persoon in kwestie voldoet aan de vereisten die in de Bijbel voor deze functie gelden.

2. Voldoen aan de bijbelse vereisten voor een functie

Of iemand aan de bijbelse vereisten voldoet om zijn ambt of taak weer op te nemen hangt af van twee punten die nauw met elkaar verbonden zijn. Om het even konkreet te maken: stel dat het gaat om een voormalig predikant die geschorst en afgezet is vanwege overspel, maar die oprecht berouw heeft getoond, zich onderworpen heeft aan het kerkelijk vermaan van de kerkenraad, en (na een periode van tucht) weer volledig als kerklid is aangenomen.

De vraag komt dan op of hij wel of niet weer benoemd mag worden in zijn ambt als pastor. De twee punten die we moeten onderzoeken zijn de volgende:

A/ Hoe groot is het risico dat hij opnieuw in deze zonde zal vallen?

Dit vereist een pastoraal oordeel over de diepgang  van zijn berouw en van zijn geestelijk herstel, de wijze van verzoening en de verantwoordelijkheid die hij in de toekomst kan dragen. Laten we hier heel eerlijk over zijn: het aantal mensen dat op dit terrein opnieuw de fout in gaat, is extreem hoog – en dat geldt ook voor voorgangers.

Verder hebben de oudsten van een gemeente de morele plicht om de kudde te beschermen tegen een roofzuchtige voorganger (en in onze samenleving waarin snel geprocedeerd wordt heeft deze plicht meerdere dimensies). Daarnaast moet er binnen de kerkenraad ook echt eenstemmigheid bestaan over het feit of de overtreder weer zo sterk in zijn schoenen staat dat een terugval zeer onwaarschijnlijk is. Bijbels gesproken moet een kerkenraad kunnen vaststellen dat een voormalig predikant zichzelf werkelijk kan beheersen (1 Tim. 3:2) en goede leiding kan geven aan zijn eigen gezin (1 Tim. 3:4). Zijn overspel heeft bewezen dat hij op deze twee gebieden ongeschikt is als opziener en voorganger.

B/ In welke mate heeft het morele falen van de voorganger zijn geloofwaardigheid aangetast, zowel binnen de kerkgemeenschap en als bij de buitenwereld?

3. De mate van geloofwaardigheid

Op deze tweede vraag moeten we wat dieper ingaan. Als een gevallen voorganger niet mag terugkeren in zijn leidende functie, beschuldigen zijn aanhangers de kerkenraad ervan dat ze liefdeloos en niet vergevingsgezind zijn, en herinneren ze iedereen er luidkeels aan dat overspel geen onvergeeflijke zonde is. Het is enorm belangrijk om te benadrukken dat zulke argumenten de aandacht afleiden van waar het hier echt om gaat. Paulus zegt dat een opziener onberispelijk moet zijn (1 Tim. 3:2) en ook buiten de gemeente een goede reputatie moet hebben (1 Tim. 3:7). ‘Onberispelijk’ betekent niet dat iemand perfect en zonder enige zonde moet zijn. Het betekent vooral dat iemand die opziener wil worden, geen morele misstappen moet hebben gemaakt die hem door veel mensen verweten kunnen worden.

Wat zeker ook meegewogen moet worden is het feit dat de voorganger een goede reputatie moet hebben bij de buitenstaanders. Soms is een kerkgemeenschap zo emotioneel gehecht aan haar voorganger, dat, zelfs als hij een ernstige zonde begaan heeft, veel gemeenteleden, misschien zelfs de meerderheid, hem graag willen behouden als predikant wanneer hij voldoende tekenen van oprecht berouw  getoond heeft.

Maar wat vindt de buitenwereld daarvan? Als ze van zijn overspel horen, knikken ze dan begripvol of beginnen ze te grijnzen? Of wordt de naam van Christus door het slijk gehaald, niet alleen omdat de predikant overspel gepleegd heeft, maar ook omdat de kerk aangeeft het niet zo erg te om geleid te worden door een man die z’n rits niet dicht kan houden? Heeft deze voorganger niet elke geloofwaardigheid verloren als hij preekt over ieder onderwerp dat te maken heeft met moraliteit en integriteit? Dat is toch onverteerbaar voor zowel de gelovigen als de ongelovigen?

4. Durf pijnlijke vragen te stellen

Vanuit dit perspektief gezien moet een kerkenraad niet alleen pijnlijke vragen stellen over de gevallen voorganger zelf met zijn misstap is omgegaan. Men moet ook de pijnlijke vraag onder ogen zien op welke manier zijn geloofwaardigheid is aangetast, zowel in de gemeente als daarbuiten. Als men positief is over de verbetering en de vooruitgang die bij de gevallen voorganger te zien is, moet men toch de confronterende vraag naar de geloofwaardigheid stellen. Als men op het punt staat om een gevallen voorganger weer in actieve dienst aan te stellen, moet men ook de vraag beantwoord hebben hoe (als het al mogelijk is) hij ook in de samenleving zijn geloofwaardigheid kan terugwinnen) 

Op dit punt ben ik het niet eens met sommige hardliners die zonder meer van mening zijn dat herstel in een publiek ambt te allen tijde is uitgesloten, juist omdat zo’n voorganger  zijn geloofwaardigheid bij de buitenwereld voor altijd heeft verloren. Ik ben daar niet helemaal zeker van. Ik ben er vrij zeker van dat de manier waarop Jimmy Swaggart aangaf dat hij na een zelfopgelegde schorsing van drie maanden weer helemaal klaar was voor een terugkeer in zijn functie, een trieste grap is. Maar theoretisch acht ik het mogelijk dat iemand zijn geloofwaardigheid kan terugwinnen door helemaal opnieuw onderaan te beginnen en door trouw te zijn in de kleine dingen. Bijvoorbeeld door te beginnen met het schoonmaken van het kerkgebouw of het verkeer te regelen op de parkeerplaats van de kerk of  het bijwonen van de gebedsbijeenkomsten.

Misschien draait hij enkele jaren zo bescheiden én inhoudsvol mee in een huiskring, dat hij af en toe gevraagd om een inleiding te verzorgen. Misschien wordt hij na verloop van tijd een toegewijde diaken en raken na een aantal jaren steeds meer mensen ervan overtuigd, dankzij zijn voorbeeldige gezinsleven in combinatie met zijn doorleefde bijbelkennis, dat hem weer meer taken kunnen worden toevertrouwd. Misschien begint hij weer af en toe te preken. Zo kan hij, over een langere periode van tijd, bij een breder publiek veel vertrouwen terugwinnen en opnieuw worden aangesteld in een zekere mate van geestelijk leiderschap.

Maar zo’n traject waarbij iemand zijn kerkelijke functie herkrijgt, betekent impliciet twee dingen. Allereerst is het twijfelachtig of zo iemand ooit het gezag zal terugwinnen dat hij vóór zijn val bezat.  Te veel mensen weten wat er voorgevallen is en zullen dat nooit helemaal kunnen vergeten. Zelfs als ze het met elkaar eens zijn dat iemand veel van zijn geloofwaardigheid heeft herwonnen, zal zijn enorme morele falen in hun herinnering naar boven komen als hij bepaalde thema’s ter sprake brengt. En in de tweede plaats geldt bij dit model voor herstel: hoe meer de voorganger vóór zijn val een publiek figuur was, des te onwaarschijnlijker is het dat hij naderhand het volledige vertrouwen bij iedereen kan terugwinnen. Omdat hij als bekende persoonlijkheid van zijn voetstuk gevallen is, heeft hij veel kerkleden zwaar teleurgesteld, en de buitenstaanders veel aanleiding tot bijtende spot gegeven. Dat alles zorgt ervoor dat de weg naar herstel in zijn functie langer, moeilijker en misschien onmogelijk zal blijken te zijn.

Met elkaar de crisis door – hoe doe je dat?

Het zijn zware weken. We zitten al weer een aantal weken in de lockdown.

Een avondklok. Heel erg beperkt bezoek.

Misschien duurt het zelfs wel langer voordat er licht aan het eind van de tunnel is.

Eenzaamheid ligt op de loer. Dat kan leiden tot depressie. Of tot frustratie.

Hoe houden we oog voor elkaar?

Door de kracht van de liefde van Jezus!

Dat is een liefde die het niet bij woorden laat.

Ik zat wat te bladeren in 1 Tessalonicenzen.

Ik kwam daar hele praktische oproepen tegen.

Het zijn ‘zaklantaarn-teksten’. Door die aan te klikken, krijg je weer even scherp voor ogen hoe we met elkaar de crisis door kunnen komen.

Ik bid de Heer Jezus dat Hij jullie liefde voor elkaar en ieder ander nog sterker zal maken.

Jullie doen dat al, maar wij sporen jullie aan dat nog veel meer te doen.

Blijf elkaar troosten en steunen, zoals jullie trouwens al doen.

Streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander.

Paulus vraagt om aandacht voor elkaar als mede-gelovigen.

En hij vraagt om aandacht voor de mensen om ons heen.

Zijn oproep is gericht aan christenen die dat al heel goed doen.

Maar nu de situatie het nodig heeft: doe er nog schepje boven op!

Hoe doe je dat vandaag, in deze crisistijd, als christen ?

Dat kan op drie manieren.

1/ Begin bij jezelf.

Kijk eens om je heen. Welke mensen ken je? In de kerk en in de buurt waar je woont? Wie hebben het in deze periode extra moeilijk? Wie durf jij te vragen als jij het moeilijk hebt?

2/ Wees samen actief.

Gelukkig hoef ik geen christen in m’n eentje te zijn. Jezus, onze Heer, geeft ons aan elkaar als broers en zussen in het geloof. Dat begint al bij twee of drie mensen die in zijn naam bij elkaar komen. Dus doe ook samen dingen, als kerkelijke kring / wijk, of met je christelijke overbuurvrouw. Juist nu de grote samenkomsten niet meer kunnen, zijn de kleine ontmoetingen vol betekenis.

3/ Doe een beroep op de mensen in je kerk.

De meeste kerken hebben een dominee/voorganger, ouderlingen/oudsten, diakenen, bezoekbroeders & -zuster, jongerenwerkers of ouderenpastoraat. Allemaal mensen die er zijn om je te bemoedigen als je het moeilijk hebt. Je mag ze bellen, mailen en schrijven: ze luisteren graag. Je mag ze zelfs uitnodigen (één tegelijk :-). Ze komen graag.

Speciaal in deze veertigdagentijd een tip voor alle kerkelijk werkers:

nodig gemeenteleden voor een pastoraal ommetje op de dagen dat je aanwezig bent. Plaats een oproepje op de gemeente-app, via de gemeente-mail of in het gemeente-blad:

Zin om een eindje te lopen?

en geef de gelegenheid om bv. tussen 12:30 en 13:15 samen een rondje te maken.

Liefde die in praktijk gebracht wordt, is zichtbaar geloof.

Daarover schrijf Paulus aan de christenen in Tessalonica: 

In al onze nood en ellende voelen we ons gesterkt door uw geloof, want wij leven weer op, nu opnieuw blijkt dat de Heer uw fundament is.

Laten we zo met elkaar deze pittige periode doorgaan.

Op weg naar Pasen. Via Goede Vrijdag.