Binnenwaarts bidden

De vorige blog ging over ‘Opwaarts bidden’. Als je in je vrije gebed, net als in het Onze Vader, eerst de tijd neemt om tegen God te zeggen hoe geweldig Hij is als Persoon en hoe blij jij met Hem bent om Wie Hij is, kleurt dat meteen de toon van de rest van je gebed.

Eén van de belangrijkste eigenschappen van God is, dat Hij een God van liefde en genade is. Een God, die ons graag onze zonden en schulden vergeeft. Dat is niet logisch. Want God is zo heilig, dat Hij onrecht en slechtheid niet ongestraft kan laten. En zowel in de Bijbel als in ons eigen leven komen we er steeds weer op uit dat wij als mensen voortdurend tegen Gods wil ingaan – ook al beloven we elke keer beterschap. Toch wil God ons blijven vergeven, ook al kost Hem dat de hoogste prijs: het offer van onze Heer Jezus Christus aan het kruis. Mensen vergeven is dus niet iets wat natuurlijk bij God hoort, wat Hij elke keer als we het vragen wel even doet, want daar is Hij voor.

David is in Psalm 130 diep onder de indruk als hij zingt: “Als u de zonden blijft gedenken, HERE, wie houdt dan stand? Maar bij U is vergeving, daarom eert men U met ontzag.”

Later schrijft Johannes in zijn brief (1 Johannes 1:9): “Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven.”  God vergeeft ons niet omdat Hij in de eerste plaats genadig is, maar omdat Hij trouw en rechtvaardig  is. Want, zegt Johannes even verder (1 Johannes 2:1-2): “Mocht één van u echter toch zondigen, dan hebben wij een pleitbezorger bij de Vader: Jezus Christus, de rechtvaardige. Hij is het die verzoening brengt voor onze zonden.” Oftewel: het zou onrechtvaardig van God zijn en Hij zou onbetrouwbaar zijn, als Hij ons alsnog zou straffen voor onze zonden waarvoor Christus al vergeving verdiend heeft. Hij droeg de straf en betaalde onze schuld. “In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven”, schrijft Paulus ergens (Efeziërs 1:7). Vergeving is dus een gratis geschenk dat tegelijk oneindig veel gekost heeft. Hoe meer je dit beseft, hoe meer je als christen ook voor twee risiko’s bewaard wordt.

Risiko 1: Als je niet meer doorhebt wat het God gekost heeft om ons vergeving te schenken, doe je alleen maar plichtmatig en oppervlakkig schuldbelijdenis. Ten diepste verandert er van binnen niets in je. Je erkent wel het verkeerde gedrag en de gevolgen ervan, maar niet de motieven erachter. Je zult ook pas toegeven dat je echt fout zat, als het niet anders kan. Maar echt verdriet om wat je anderen en God Zelf met je gedrag of woorden of houding hebt aangedaan is er niet.

Risiko 2: Als je niet durft te geloven dat God ook werkelijk jouw  zonden vergeven heeft, ga je er voortdurend onder gebukt (‘Dit vergeeft God me nooit’). En de weg van berouw en bekering wordt een martelgang, omdat je erdoor wilt bewijzen dat je voldoende schuldbesef hebt om door God vergeven te worden. Je denkt dat Hij je pas weer accepteert, als je bij Hem weer enigszins een voldoende staat. Eigenlijk wil je daarmee –op z’n minst voor een deel- je vergeving terugverdienen in eigen naam, in plaats van volledig een beroep te doen op Gods genade in Jezus’ naam.

Wat heeft dit nu met ‘binnenwaarts bidden’ te maken?

Nou, als je met ‘opwaarts bidden’ begonnen bent (‘Hoe groot zijt Gij’ – Opwekking 407), mag je daarna ook over jezelf nadenken. Hoe staat het met je verlangen om ook echt als kind van God te leven? En hoe oprecht vraag je om vergeving, elke keer als je Hem weer gekwetst of genegeerd of afgewezen hebt? Als je bidt, mag je die gevoelens uitspreken. Niet vanuit de gevolgen van de zonde: ‘Heer, wilt U mij vergeven, want ik heb er zo’n puinhoop van gemaakt.’ Ook niet vanuit angst: ‘Heer, laat mij hiermee ophouden, anders ben ik bang dat U mij voor eeuwig zult straffen.’ Maar vanuit de houding: ‘Heer, waarom heb ik U dit aangedaan? Hoe kan ik nu zo egoïstisch of overbezorgd of haatdragend of hoogmoedig of (vul maar in …) reageren, terwijl ik weet dat U onvoorwaardelijk van mij houdt omdat Jezus zijn leven er voor over had om mij weer terug bij U te brengen?’

Om op deze manier ‘binnenwaarts’ te bidden, geeft Tim Keller in zijn boek ’Bidden’ een paar tips.

  1. Denk in (de voorbereiding op) je gebed na over de kernwaarheden van het Evangelie – Jezus die stierf uit liefde; hoe Hij 100% voor ons is gegaan; de hoge prijs van zijn offer; God die ons als zijn kinderen aanneemt. Daardoor ga je de zonde niet alleen laten uit angst voor de gevolgen nu of de straf van God straks, maar ga je de zonde ook steeds meer haten omdat het in alles tegen het echte leven met God ingaat.
  2. Denk in (de voorbereiding op) je gebed na over elk van de Tien Geboden of elk van de vruchten van de Geest uit Galaten 5:22-24. Niet om daardoor zelf de zonde onder de knie te krijgen en uit eigen kracht te laten zien hoe goed je ze al kunt houden en toepassen. Maar door via deze geboden en vruchten steeds weer je eigen motivatie en houding helder te krijgen: geeft het mij blijdschap als ik ze in de praktijk breng en doet het me verdriet als me dat niet lukt en ik juist het omgekeerde doe of zeg of denk?
  3. Focus je in je gebed op je eigen houding als christen. Dat kan door vier elementen terug te laten komen in je gebed:
    1. God, maak dat ik me heel klein en nederig voel
    2. God, maak dat ik vurig verlang naar het goede
    3. God, maakt dat ik brand van liefde
    4. God, maak dat ik me helemaal op U richt

Onderzoek bij elke vier eerst, wat je houding op dit onderdeel is en waar je in de praktijk tegenaan loopt. Durf daarbij je eigen tekorten expliciet onder woorden te brengen. Bijvoorbeeld:

  1. O Heer, ik ben nogal hoogmoedig en statusgevoelig, maar U, Heer Jezus …
  2. O Heer, ik ben nogal opvliegend en gauw geïrriteerd , maar U, Heer Jezus …
  3. O Heer, ik ben nogal afstandelijk en kil, maar U, Heer Jezus …
  4. O Heer, ik heb nogal last van overbezorgheid en angst, maar U, Heer Jezus …

‘Binnenwaarts bidden’  betekent nadenken over wie je zelf bent en wilt zijn in de nabijheid van God. Maar dan wel altijd met een beroep op Christus. Want zelf krijgen we de vlek van de zonde niet uit ons leven. Veel mensen praten zichzelf een schoon gevoel aan door net te doen alsof er geen zonde is. Anderen blijven maar poetsen en wrijven , maar voelen zich er steeds schuldiger en minderwaardiger door. Die twee taktieken werken niet. Maar als je in gebed naar Jezus toegaat, Hem dankt voor zijn werk aan het kruis, je eigen zonde toegeeft en er afstand van doet, ontvang je van de Heilige Geest opnieuw de zekerheid dat God echt onvoorwaardelijk van je houdt. En ontvang je van Hem de motivatie om graag en met blijdschap het je als een hemelse Vader in alles naar de zin te maken.

Ontleend aan Tim Keller, Bidden – vertrouwelijke omgang met de ontzagwekkende God, Uitgeverij van Wijnen – Frankeker, 2015. Met name hoofdstuk 13

Een handdruk van een vrouwelijke ouderling

Meestal preek ik zondags één keer thuis en één keer uit. ‘Thuis’ is uiteraard altijd in ‘Het Noorderlicht’ in Assen-Peelo. ‘Uit’ hangt af van de collega met wie ik ruil. Begin mei mocht ik naar een gemeente waar de ouderling van dienst me voor de dienst vertelde: ‘Deze  maand worden bij ons de eerste drie vrouwelijke ouderlingen bevestigd.’ Toen ik deze maand daar weer moest preken, kreeg ik van te voren van de preekvoorziener het gebruikelijke lijstje met afspraken over de plaatselijke gewoontes toegemaild. Deze keer stond er, in het rood, een extra zinnetje tussen:  “We maken u er op attent dat we in onze gemeente naast mannelijke ook vrouwelijke ouderlingen hebben. Dat kan dus betekenen dat een vrouw ouderling van dienst is in de dienst waarin u hoopt te voor te gaan.”

Dit vind ik een voorbeeld van zorgvuldigheid. Immers: als ik als dominee ergens anders voorga, ben ik in die gemeente te gast. Als gastpredikant hou ik me aan de afspraken en gewoontes van die gemeente. Dat is ook de betekenis van de handdruk vóór en ná de kerkdienst. Dat komt misschien wat formeel over, maar er zit echt een mooie gedachte achter: het is de plaatselijke kerk die voorgangers vraagt om Gods Woord te verkondigen in de kerkdiensten. Dat doet een gemeente onder leiding van de raad van oudsten. Die heeft men gekozen in het besef dat Christus Zelf op die manier geschikte mensen roept tot deze taak. Het is niet de predikant die op eigen gezag het Woord van God brengt. Het is de kerkenraad die de verantwoordelijkheid draagt voor gezonde, bijbelse prediking. Aan het begin van de dienst krijgt de voorganger het vertrouwen door middel van die handdruk en aan het eind van de dienst geeft de handdruk aan dat de kerkenraad dankbaar is voor het door de predikant gebrachte Woord van God. Want de eigen predikant is niet de enige die de plaatselijke kerk bestuurt en de gastpredikant komt slechts op uitnodiging in een zusterkerk Gods Woord brengen. Dat vraagt een bescheiden opstelling van een dominee. Het kan volgens mij niet zo zijn, zoals wel eens gebeurd is een flink aantal jaren geleden, dat een gastpredikant weigerde de Apostolische Geloofsbelijdenis in beurtzang te laten zingen omdat hij daar zelf op tegen was.

Maar goed, in deze gastgemeente wordt aan gastpredikanten van te voren meegedeeld, dat de ouderling van dienst vanaf juni 2018 ook een vrouw kan zijn. Dat is fijn om te horen. Het is vooral fijngevoelig. Want eigenlijk zou deze gemeente dit helemaal niet hoeven te melden. “Predikanten die op verzoek van een kerkenraad ergens voorgaan, dragen geen verantwoordelijkheid voor de wijze waarop een kerkenraad ter plaatse de ambtelijke dienst heeft ingericht. Zij schikken zich naar het beleid in de zusterkerk zonder daarover te willen heersen.” (Pieter Niemeijer, Over zwijgteksten, scheppingsorde en Geesteswerk, blz. 79 van de eerste druk). Toch stelt deze gemeente mij en mijn collega’s van te voren op de hoogte van de mogelijkheid dat er tijdens een ruildienst een zuster op het rooster kan staan als ouderling van dienst. Ik vind dat een voorbeeld van hoe we in deze discussie met elkaar om horen te gaan. Deze gemeente zet gastpredikanten niet voor het blok, maar houdt op voorhand rekening met mogelijke gevoeligheden.

Tegelijk, en dat vind ik ook wijs, volgt er geen tweede zinnetje in de trant van: ‘Als u hier ernstige moeite mee hebt, zullen wij proberen voor een mannelijke ouderling van dienst te zorgen.’ Nee, deze gemeente laat het bij de gastpredikant zelf liggen wat hij met deze informatie doet. Dat lijkt me terecht. Als je ergens een probleem mee hebt, moet je zelf beslissen hoe je daarmee om gaat. Pas als een gastpredikant zelf aangeeft principiële moeiten te hebben met een vrouwelijke ouderling van dienst, kan er naar een oplossing gezocht worden. Misschien heeft deze gemeente die al achter de hand, maar waarop zou ze daarop vooruitlopen? Ze heeft melding gedaan van hoe het op zondag rondom de eredienst geregeld is. Nu ligt de bal bij de voorganger die a.s. zondag langs komt.

Terug in Assen vertelde ik aan een paar mensen dat ik afgelopen zondag voor het eerst de handdruk ontvangen had van een vrouwelijke ouderling. “Kreeg je er ook een zoen bij?” reageerde iemand voor de grap. Maar volgens mij is de ‘heilige kus’ geen bindend voorschrift in onze kerken, dus wat mij betreft laten we het elke kerkdienst bij twee hartelijke handdrukken (M/M of V/M).

Opwaarts bidden

Als Jezus zijn leerlingen leert bidden, begint Hij met een lofprijzing. Onze Heer zet dus de aanbidding van God voorop. De Amerikaanse predikant Tim Keller maakte in een preek over het ‘Onze Vader’ een keer de opmerking dat deze volgorde het volgende betekent: maak in je vrije gebed ook eerst tijd om tegen God te zeggen hoe geweldig Hij is als Persoon en hoe blij jij met Hem bent om Wie Hij is, voordat je Hem bestookt met al je vragen en wensen. Een vrouw uit zijn gemeente nam dat advies ter harte en vertelde hem een paar week later dat ze nu heel anders aan het bidden was. “Eerder werkte ik mijn gebedslijstje af. Maar hoe meer aandacht ik besteedde aan alle problemen en behoeften die ik had, hoe ongeruster en bezorgder ik werd. Nu heb ik me aangeleerd om eerst na te denken over hoe goed en wijs mijn God is, en hoeveel van mijn gebeden Hij in het verleden al beantwoord heeft. En als ik dan aan mijn eigen noden toekom, merk ik dat ik ze veel gemakkelijker in zijn handen kan leggen. Ik voel ik me steeds rustiger worden in plaats van onrustig.”

Als je begint met groot van God te denken en dat ook uit te spreken, kun je daarna ook alle andere dingen bij God neerleggen – of het nu om vergeving of om voorbede of om dankzegging gaat.

Maar hoe doe je dat nu, God aanbidden in je gebed?  In zijn boek ‘Bidden’ geeft Tim Keller drie tips over hoe je kunt leren God steeds meer te aanbidden.

A/ Maak van alle dingen die je plezier geven een reden om God te aanbidden. Als je dat doet, zul je merken dat je niet alleen God bedankt voor die mooie dingen, maar dat je God ook gaat danken om Wie Hij is: “Wat bent U goed dat U dit aan mij geeft!” Juist door de gewone dingen van elke dag (een prachtig stukje natuur, een lekkere maaltijd, een mooi boek, een fijn gesprek, even heerlijk sporten) aan God te verbinden, neemt de lofprijzing toe.

B/ Je kunt ook je gebed opbouwen volgens een vast patroon. Dat ziet er als volgt uit:

  • De aanspraak – noem een naam of eigenschap van God. Bijvoorbeeld: ‘Goede God’.
  • De uitwerking – breng onder woorden wat deze karaktertrek van God betekent. Bijvoorbeeld: ‘U zorgt voor alle mensen, of ze nu in U geloven of niet, want elke dag gaat de zon op en ontvangen we eten en drinken uit uw hand.’
  • De bede – wat wil je van God vragen als het om dit punt gaat. Bijvoorbeeld: ‘Wilt U ervoor zorgen dat ik weer gezond wordt / na mijn studie een baan vindt.’
  • Het verlangen – het goede wat er uit volgt en wat je zelf ook wilt als God je gebed verhoord. Bijvoorbeeld: ‘Dan kan ik weer voor anderen zorgen, groeit mijn vertrouwen in U en zien ook de mensen om mij heen dat U werkelijk goed bent.’
  • Noem altijd de naam van Jezus – Hij is de enige Persoon die ervoor zorgt dat je vrijmoedig God durft aan te spreken. Bijvoorbeeld: ‘Dat vraag ik U in Jezus Naam, want Hij heeft alles weer goed gemaakt tussen U en ons. Amen.’

C/ Je kunt ook op een rijtje zetten wie en hoe God is en wat Hij allemaal doet. Zulke ‘lijstjes’ kun je zelf maken. Maar je vind ze bv. ook in de Twaalf Artikelen of in art. 1 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Of in sommige Psalmen die echt Gods grootheid bezingen. Als je zo’n lijstje maakt of erbij pakt, kun je alles wat er staat, hardop naar God toe uitspreken. Als je dan ‘Hij / Hem / zijn’ verandert in ‘U / uw’ krijg je allemaal lofprijzingen! En als je nog verder wilt gaan, kun je daarna ook God gaan danken voor al zijn dagelijkse, geestelijke en bijzondere zegeningen.

Een goed gebed begint dus met opwaarts bidden. Zo heeft Jezus onze Heer het ons geleerd. Je kunt er gewoon mee beginnen en daarbij vragen om zijn Geest. Die legt je dan de woorden wel in de mond.

Ontleend aan Tim Keller, Bidden – vertrouwelijke omgang met de ontzagwekkende God, Uitgeverij van Wijnen – Frankeker, 2015. Met name hoofdstuk 12

Eén jaar na de GKV-besluiten over de vrouw in het ambt (deel 2 – standpunten)

Man-Vrouw in de kerkHet is alweer een jaar geleden dat de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) uitsprak dat er bijbelse argumenten zijn om niet alleen gelovige mannen, maar ook gelovige vrouwen toe te laten tot het ambt van predikant, ouderling of diaken. De plaatselijke kerken mochten vervolgens zelf weten of en hoe zij hieraan invulling geven. In deel 1 van dit tweeluik gaf ik aan wat na één jaar de stand van zaken is. In deze blog wil ik een poging wagen de verschillende standpunten weer te geven. Met op voorhand m’n excuses voor het feit dat het een lange blog is geworden.

Voorstanders

Bij de voorstanders van de vrouw in het ambt valt mij op dat de argumentatie per persoon een beetje verschilt. In de afgelopen jaren ben ik de volgende argumenten tegengekomen:

A] Op grond van Gods Woord is het duidelijk dat vrouwen toegelaten mogen worden tot het ambt van predikant en ouderling. In de afgelopen eeuwen heeft de kerk de Bijbel verkeerd gelezen onder invloed van de gangbare cultuur en door een te letterlijk lezen van de Bijbel. Door voortschrijdend inzicht kunnen we nu open en eerlijk zeggen, net als vroeger bij de slavernij: we hebben het altijd verkeerd gezien.

B] Op grond van Gods Woord is het goed te verdedigen dat vrouwen toegelaten mogen worden tot het ambt van predikant en ouderling. Onder invloed van de traditie zijn er nog (veel?) gelovigen en kerken die van mening zijn dat vrouwen geen predikant of ouderling mogen worden. Daarin moeten we rekening houden met elkaar, want Paulus roept in Romeinen 14 de sterken op om niet neer te kijken op het standpunt van de zwakken. Beiden baseren hun mening op Gods Woord en doen dat tot eer van de Heer.

C] Gods Woord is geschreven in een bepaalde tijd, waarin de culturele omstandigheden een belangrijke rol spelen. Onze tijd en cultuur is heel anders. Als in de patriarchale culturen van het Oude en Nieuwe Testament soms, bij uitzondering, vrouwen door God Zelf geroepen kunnen worden om geestelijk leiding te geven aan Gods volk en aan de christelijke gemeente, is het binnen onze egalitaire cultuur geoorloofd om op alle niveaus vrouwen met hun gaven in de gemeente in te zetten. Die keus is niet in strijd met Schrift en belijdenis, maar valt   onder de categorie ‘kerkinrichting’.

D] Gods Woord is als het om het vraagstuk of vrouwen dominee of ouderling mogen worden niet duidelijk. Er lijken bijbelgedeeltes vóór en bijbelteksten tégen te zijn. Wanneer je dat volledig wilt honoreren, moet je elkaar als kerken op dit punt de christelijke vrijheid gunnen om een eigen besluit te nemen, gelovig biddend om wijsheid en leiding van de Heilige Geest en vanuit het verlangen om de eenheid in de gemeente te bewaren.

Ik denk zelf dat de synode van 2017 met haar besluiten vooral op lijn D) zit en daarom de toelating van vrouwen tot de ambten aan de plaatselijke kerken overlaat. Ik heb meteen na die besluiten vorig jaar juni geschreven, dat ik dat een verstandig besluit vindt. Want als het echt zo is dat we elkaar aanvaarden als christenen die hun geloofszekerheid volledig funderen op het verlossingswerk van Christus, geldt bij andere zaken dat je elkaar veel ruimte moet durven geven. ‘Bij twijfel niet inhalen’ uit angst voor het hellend vlak heeft in de kerkgeschiedenis bijna altijd geleid tot een opeenstapeling van geboden en verboden. Die valkuil van wetticisme is alle eeuwen door onder bijbelgetrouwe christenen veel groter geweest dan de valkuil van wetteloosheid.

Tegelijk blijft het wat onbevredigend om alleen maar te zeggen: we komen er op grond van de Bijbel niet uit, dus doe plaatselijk wat wijs is en de vrede dient. Vandaar ook de andere drie lijnen die ik signaleer. Persoonlijk vind ik lijn A) nogal exclusief. Alsof de tegenstanders van vrouwen in de ambten het eeuwenlang verkeerd gelezen en begrepen hebben. Dat geldt ook voor lijn B): volgens mij gaat het niet aan om christenen die oprecht menen dat de Bijbel geen ruimte laat voor vrouwelijke predikanten en ouderlingen, als de zwakke broeders en zusters in het geloof te typeren. Uiteindelijk geloof ik meer in lijn C): met de Bijbel als bron is het de Heilige Geest die in de waarheid leidt en Gods wegen in de tijd schrijft (hier schreef ik daar al eerder over). Ik vind het best spannend om daar konkrete standpunten aan te koppelen, zoals het toelaten van vrouwen in de ambten. Maar ik denk wel dat dit de weg is die God alle eeuwen door met zijn volk en zijn kerk gegaan is: je staat als kerk en als christen midden in de wereld, maar wordt wel opgeroepen om anders te zijn dan de wereld om je heen, zonder je door allerlei niet-heilsnoodzakelijke gewoontes en standpunten van diezelfde wereld te vervreemden. Laat het vooral Jezus Christus Zelf zijn, waar de niet-gelovigen zich aan ergeren.

Tegenstanders

Bij de tegenstanders van de vrouw in het ambt kom ik de volgende drie redeneringen tegen:

1] De Bijbel is niet meer de norm voor ons leven als christenen vandaag, want door de nieuwe hermeneutiek krijgen de huidige cultuur en het moderne levensgevoel veel meer invloed. Dus wordt de rol van de Bijbel beperkt tot ‘bron’ en hoef je de toepassing niet meer rechtstreeks uit de Bijbel af te leiden. Dat wordt goedgepraat met een beroep op de leiding van de Heilige Geest. Maar daardoor laat je steeds meer bindende richtlijnen van de Bijbel los en geeft er een eigen invulling aan die aansluit bij wat de maatschappij normaal vindt (de huidige cultuur) en waar veel kerkleden zonder problemen intuïtief mee akkoord gaan (het moderne levensgevoel).

2] In de Bijbel staan veel regels die je niet één op één in onze tijd kunt toepassen. Dus moet je onderscheid maken tussen het voorschrift zelf en de bedoeling ervan. ‘Drink wat wijn voor je maagproblemen’, zegt Paulus tegen Timoteüs. En aan de christenen in Korinte schrijft hij: ‘Groet elkaar met de heilige kus.’ Wij zouden vandaag zeggen: ‘Neem meer rust en eet wat gezonder.’ En we begroeten elkaar met een handdruk, schouderklop of een ‘hug’. Dat is prima. Maar als er een direkt beroep op de Bijbel gedaan wordt, vallen voorschrift en toepassing samen. En dat is zo bij het verbod van Paulus voor vrouwen om onderwijs te geven en gezag uit te oefenen, want dat wordt door hem gefundeerd op de schepping (Adam eerst) en de zondeval (Eva eerst). Als je aan dit voorschrift gaat tornen, haal je het gezag van de Bijbel onderuit. Dan wordt uiteindelijk alles relatief. Zo kom je uiteindelijk uit bij het ontkennen van het verzoenend lijden en sterven van Christus.

3] In de Bijbel leert God ons dat iedereen voor Hem gelijkwaardig is. Na de zondeval is dat niet meer het geval. Dankzij Christus vindt het herstel plaats. Hij neemt kinderen net zo serieus als volwassenen en zet vanaf Pinksteren de deuren van het heil wagenwijd open voor Samaritanen, Ethiopiërs, Romeinen, Grieken, mannen, vrouwen, bazen, slaven – ja, voor iedereen die gelooft dat de naam van Jezus de enige is op aarde door wie we vergeving van onze zonden en eeuwig leven ontvangen. Maar die gelijkwaardigheid betekent nog niet dat alle christenen een gelijke verantwoordelijkheid hebben. Integendeel: in de Bijbel worden alleen mannen structureel geroepen tot het ambt. In het Oude Testament waren er in Israel alleen mannelijke priesters die het Woord van God onderwezen en uitlegden, in het Nieuwe Testament stelt Jezus onze Heer alleen mannen aan als apostel. En in de nieuwe christelijke gemeentes stellen de apostelen, mede op grond van het Oude Testament, alleen mannen aan als oudsten die onderricht geven en de verkondiging beoordelen. Veel Amerikaanse theologen, waaronder Tim & Kathy Keller (presbyteriaans) en Albert Mohler (baptist) nemen hun uitgangspunt in het zogenaamde ‘complementarisme’. Zij vinden dat man en vrouw gelijk zijn geschapen als beeld van God, maar dat man en vrouw ook zijn geschapen om elkaar aan te vullen. Daarbij hebben ze elk hun eigen taken en rollen. ‘Leiderschap’ is in deze visie een opdracht die God aan mannen toevertrouwt, zowel in huis als in de kerk, en dus is er bijbelse gezien geen ruimte voor vrouwelijke predikanten en ouderlingen.

Ik deel de laatste twee redeneringen niet. Voor mijn gevoel zijn het constructies om het eigen standpunt te onderbouwen. Bij reden 3) vind ik het bijvoorbeeld erg zwak dat het ambt van predikant en ouderling nu opeens met dat van priester vergeleken wordt. Als dat terecht is, heeft het ons inderdaad misschien iets te zeggen dat in het Oude Testament alleen mannen priester mochten worden. Maar ik heb altijd op catechisatie geleerd, dat alle gelovigen sinds Pinksteren profeet én priester én koning zijn. Met daarbij vaak de opmerking, dat je het niet één op één op de ambten kunt plakken, maar dat er wel raakvlakken zijn: de predikant lijkt op een profeet de Gods Woord brengt, de ouderling lijkt op een koning die geestelijke leiding geeft en regeert, en de diaken lijkt op de priester die dienend bezig is zelf en anderen op te roepen tot een dankbaar leven. Maar nu zou het leer- en regeer-ambt in onze kerken plotseling helemaal geënt zijn op de functie van priester in het Oude Testament? Het lijkt mij wat ver gezocht.

Ook reden 2) vind ik niet sterk. Het scheert voor mij alles teveel over één kam. Dat doet volgens mij geen recht aan achterliggende redenen van al die verschillende voorschriften en adviezen in de Bijbel. Belangrijke besluiten uit Handelingen over het eten van offervlees en concrete voorschriften zoals het zalven van zieken door Jakobus passen we vandaag ook niet één op één toe. Belangrijk bij elk voorschrift dat je aan elkaar oplegt is de bedoeling ervan: Brengt het je dichter bij Christus? Bouwt het je geloof op? Bevordert het een christelijke levensstijl? Als je op zulk soort vragen ‘ja’ kunt zeggen, is de manier waarop je die doelen bereikt, niet meer bindend, maar moet je elkaar christelijke vrijheid gunnen. Dat werd in 1568 al uitvoerig betoogd door Marnix van St. Aldegonde, toen er in de Gereformeerde Kerk in Londen een enorm konflikt uitbrak over de macht die de kerkenraad daar naar zich toe trok (lees hier mijn blog over Marnix’ pleidooi voor christelijke vrijheid).

Ik snap wel de bezorgdheid die uit reden 1 spreekt. Maar ik ben het er niet mee eens. We hebben als christenen namelijk geen boek-geloof. We geloven in God als onze Drie-Enige Heer. Hij regeert over ons met zijn Woord en Geest (Zondag 12 H.C.) en vergadert, beschermt en onderhoudt zijn gemeente door zijn Geest en Woord (Zondag 21 H.C.). Volgens mij moeten we die twee niet tegen elkaar uitspelen. Dat kan op twee manieren: door alles dicht te timmeren met een beroep op bijbelteksten óf door alles goed te praten omdat, vaak na gebed, de Heilige Geest iemand rust en een goed gevoel geeft. Het eerste is vaak de makkelijkste weg; de weg van de traditie. Je hoeft niet al te veel zelf na te denken als christen. Het tweede is de meer riskante weg; de weg van het moderne levensgevoel. Het is de weg van het individualisme. Elke christen mag z’n eigen keuzes maken – het maakt niet uit wat de rest er van vindt en wat God er in de Bijbel over zegt. Ik herken het gevaar dat we vandaag, zeker binnen de GKV, vooral die tweede weg willen bewandelen. Maar de oplossing ligt volgens mij niet in het nadrukkelijk vasthouden aan de eerste weg. In de Bijbel zie je dat de breuk met de voorschriften van de besnijdenis en het houden van heel de Mozaïsche wet onderbouwd wordt met deze woorden: “In overeenstemming met de Heilige Geest hebben wij besloten u geen andere verplichtingen op te leggen dan wat strikt noodzakelijk is.” (Hand. 15:8). En in Hebreeën 6:3 staat een zinnetje waar ik altijd overheen gelezen heb: “Wij maken deze keuze in het vertrouwen dat God het ons toestaat.” In beide teksten proef ik de zorgvuldigheid om in nieuwe tijden en wisselende situaties zo goed mogelijk te luisteren naar wat God Zelf oip grond van zijn Woord en door de leiding van zijn Heilige Geest vandaag concreet aan ons wil laten weten. Als we samen respectvol naar willen luisteren, is het verwijt niet terecht dat we ons verwijderen van de Bijbel en de kerkelijke traditie.

NIemeijer boekje 1Niemeijer

‘Wat vind je van het boekje van Pieter Niemeijer?’ Nou, daar vind ik inderdaad wel wat van, ook al heb ik alleen de eerste druk gelezen: Over zwijgteksten, scheppingswerk en Geesteswerk is een goed boekje. Heel evenwichtig laat Niemeijer zien dat je als christen zorgvuldig de Bijbel kunt lezen en toch tot verschillende conclusies kunt komen als het om het onderwerp ‘vrouwen in de ambten’ gaat.

Sterk vind ik met name het accent dat Niemeijer legt op de positie van man en vrouw in het huwelijk. Het wederzijds respekt voor elkaar breng je in gevaar door allebei je eigen gang te gaan. “Honoreer in de kerk en in heel je leven het huwelijk waarin je als man en vrouw één bent, en waarbij de man het hoofd is.” Dus past het christelijke vrouwen niet om in het openbaar hun eigen man te passeren of te bekritiseren en mogen mannelijke ambtsdragers niet volkomen los van hun vrouw hun werk doen. [blz. 40] Ook benadrukt hij voortdurend dat bij de besluiten over de vrouw in het ambt niet het evangelie zelf in geding is, maar dat het om de inrichting van het kerkelijk leven gaat. Het is dus geen kernzaak van het geloof waarvoor je de kerk verlaten moet. [blz. 73]

Fors vind ik twee passages in hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2. In hoofdstuk 1 merkt Niemeijer op, dat de Gereformeerde Kerken er zes jaar voor nodig hadden (van 1936-1942) om de ‘nieuwe’ meningen van prof. K. Schilder en anderen over verbond, doop, genade en wedergeboorte’ af te wijzen als in strijd met de Bijbel, de belijdenis, zonder dat de ‘gangbare’ leringen van prof. Kuyper en zijn volgelingen getoetst werden. In 2017 werden de vrijgemaakte kerken door het internationale verband van gereformeerde kerken (de ICRC) binnen een maand geschorst omdat ze afweken van de klassieke uitleg van de zwijgteksten, zonder dat de ICRC tijd nam voor nadere studie van zowel de gangbare mening als de nieuwe visie op de vrouw in het ambt. “Een opstelling die vergelijkbaar is met en misschien nog wel rigoureuzer is dan de ‘synodale’ opstelling van indertijd”, zegt Niemeijer op het oog voorzichtigjes op blz. 15/16. In hoofdstuk 2 haalt Niemeijer Maarten Luther aan. Die maakte nadrukkelijk onderscheid tussen zaken die het heil raken (‘ik ben alleen door Christus gered’) en persoonlijke principes en keuzes. En dan knalt Niemeijer er deze passage in (blz. 34): “Ook de vraag van vrouw en ambt beslist niet over mijn heil. Wie dat zegt, zou zich volgens Luther bezondigen aan afgoderij en aan respectloosheid jegens Christus, onze enige Verlosser.”

Niemeijer boekje 2e drukOngelijk heeft Niemeijer volgens mij op twee puntjes. Hij stelt op blz. 44 terecht dat ‘onderwijzen en gezag oefenen’ in 1 Tim. 2:12 gelezen moet worden als ‘met gezag onderwijzen’. Voor het woord ‘gezag oefenen’ gebruikt Paulus een Grieks woord dat in de Bijbel nergens voorkomt en ook verder bijna nooit gebruikt wordt. Dus sluit Niemeijer zich aan bij Myriam Klinker en Rob van Houwelingen, die allebei dat Griekse woord uitleggen als: ‘(hun man) de les lezen’. Dat mogen vrouwen niet doen in de samenkomsten van de gemeente. Het klopt dat dit de mening van Rob van Houwelingen is. Maar Myriam Klinker is juist van mening, dat het Griekse woord een neutrale betekenis heeft en dat het in de Grieks-Romeinse cultuur per definitie niet gebruikelijk was dat vrouwen het woord voerden in openbare samenkomsten. Zij is van mening dat Paulus met deze opmerking geen onnodige weerstanden wil opwekken bij mensen die voor het eerst in de kerk komen en het evangelie horen. Een tweede puntje waar Niemeijer volgens mij geen gelijk in heeft is de “relativerende opmerking” op blz. 73, dat de Nederlandse versie van de Nederlandse Geloofsbelijdenis het in de artikelen 30+31 niet over mannelijke ambtsdragers heeft, in tegenstelling tot de Engelstalige versie. Inderdaad staat in de oudste en in de meest recente Nederlands vertaling dat er ‘personen die (ge)trouw zijn’ moeten worden verkozen [slot art. 30] en staat er in het Engels “when faithfull men are chosen”, maar in art. 31 gaat het erover dat ‘hij’ moet wachten tot ‘hij’ door God geroepen wordt en daardoor zeker weet dat ‘zijn’ roeping van de Here komt. Gezien de tijd waarin de NGB ontstaan is (1563) lijkt het me minder juist om te veronderstellen dat ‘personen’ bewust neutraal geformuleerd is en dat ‘hij’ / ‘zijn’ alleen maar gebruikt is omdat dat meestal in de hij-vorm gebeurt wanneer het over ‘een iegelijk’ / ‘iedereen’ gaat.

niemeijer pieter fotoLeuk is tenslotte de afsluiting van hoofdstuk 9. In 2005 besloot de synode voor het eerst om onderzoek te doen naar de zaak van man, vrouw en ambt. Toen dat besluit viel, ging de voorzitter in zijn slottoespraak ook op dit besluit in. Niemeijer citeert daar een aantal zinnen uit [blz. 80], maar vermeldt er niet bij dat ene Pieter Niemeijer voorzitter van die synode was :-).

 

 

Is de hemel saai? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 30)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 30

Is de hemel saai?

en het eeuwige leven – Als de Apostolische Geloofsbelijdenis een muziekstuk was, zou er nu een grandioze finale los­barsten. Perfect gewoon, puur genieten! Eeuwig leven, altijd bij Jezus zijn! Iets mooi­ers bestaat er toch niet?

Toch denken veel mensen juist eerder aan een heel saai muziekstuk. Want hen is verteld dat het eeuwige leven alleen dít is: eeu­wig zingen voor Gods troon. En dat lijkt hen toch wel erg eento­nig worden. Ze houden niet eens van zin­gen!

Maar dat is natuurlijk een misverstand. Denk je nu echt dat de God die zo’n schitterende aarde heeft gemaakt, met zóveel om van te genieten, een hemel zou maken waar het minder mooi is? Denk je nu echt dat je in de hemel iets zult missen wat je op aarde zo leuk of zo lekker vond? Natuurlijk niet! Iemand schreef: ‘Als je in de hemel graag snoepjes en hamsters wilt, zullen ze er zijn.’ En vul dan zelf maar in waar jij van geniet.

Dat het eeuwige leven natuurlijk in de eerste plaats is: altijd bij Jezus zijn, dat maakt het er alleen maar mooier op. Want wat kun je nou liever willen, dan zijn bij Hem die zo oneindig veel van je houdt? Geloof in Hem, Hij maakt ook voor jou alle dingen nieuw. Zo is dat!

Lezen: Openbaring 21:1-7

Als deze verzen een film waren, welke muziek –uit je eigen cd-verzameling- vind je er dan bij passen? Zoek muziek uit waar je echt blij van wordt!

Een nieuw lichaam – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 29)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 29

Een nieuw lichaam

de opstanding van het vlees (= lichaam) – Je lichaam, daar kun je als tiener best veel mee bezig zijn. Je bent tenslotte volop in ontwikkeling. En soms is dat fijn, maar soms ook lastig. In ieder geval vind je je li­chaam heel belangrijk; het hoort helemaal bij je. Het is een stukje van jezelf.

De Bijbel vindt het lichaam óók belangrijk. Vroeger dachten ze dat het lichaam alleen maar een omhulsel voor de ziel was, maar dat is onbijbels. Het is dus óók niet zo dat je na de opstanding als een ziel of een engel door de hemel zweeft ofzo. De gelovigen krijgen een nieuw lichaam, dat heeft de Here God beloofd.

Hoe dat gaat, weten we niet precies. Paulus zegt dat je het moet vergelijken met wat er met zaad gebeurt: het oude lichaam sterft en wordt gezaaid. Wat er op­staat, is dan natuurlijk niet meer het zaad zelf. Er wordt een nieuw, ver­heerlijkt lichaam opge­wekt. Je bent het aan de ene kant weer helemaal zelf, en toch is het hele­maal anders. Dat zal echt heerlijk zijn: een li­chaam zonder ziekte, zonde en handicap. Iets om naar te verlangen!

Lezen: 1 Korintiërs 15:35-44

’t Is waar: een moeilijk tekstgedeelte. Maar probeer er toch één gedachte uit te halen die je snapt en voor vandaag kunt meenemen.

 

De 188e keer – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 28)

Dag 28

De 188e keer

de vergeving van de zonden (2) – GeHerman van Wijngaarden - Zo is datloven dat je zonden ver­geven zijn, dát is pas moeilijk. Doe je die ene zonde voor de 187e keer, en zal je zeker wéér zomaar verge­ving krijgen… En als je echt iets heel ergs gedaan hebt… Een meisje zei in een interview: ‘Ik heb wel duizend keer om vergeving gebeden.’

Duizend keer… ik denk dat dit de Here 999 keer verdriet heeft gedaan. Want staat er dan niet in de Bijbel: ‘Als wij  onze zonden belijden, dan zal Hij ons onze zonden vergeven’ (1 Joh. 1:9)? Als God dat belooft, hoef je er toch niet om te blijven vra­gen? Stel je voor dat een vader zijn zoontje een fiets belooft en die jongen vraagt er daarna nóg 999 keer om. Dat zal die vader verdriet doen: ‘Vertrouw je me dan niet?’

En die ene zonde voor de 187e keer dan? Het is heel erg dat je steeds dezelfde zonde doet. Maar wat wou je anders doen dan elke keer weer direct vergeving vragen? Eerst vergeving verdienen door twee weken netjes te leven? Dat is pas echt dom – alsof God dáár van onder de indruk zou zijn. Laat één ding duidelijk zijn: Gods vergeving kun je nóóit ver­dienen. Je krijgt het alleen als je het uit genade, als cadeau, wilt ontvangen. Ook de 188e keer…

Lezen: Psalm 130

Wat zegt deze Psalm je over a. jouw zonden, en b. Gods vergeving? Vul maar in: mijn zonden zijn…, Gods vergeving is…

Eén jaar na de GKV-besluiten over de vrouw in het ambt (deel 1 – stand van zaken)

Het is alweer een jaar geleden dat de generale synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) uitsprak dat er bijbelse argumenten zijn om niet alleen gelovige mannen, maar ook gelovige vrouwen toe te laten tot het ambt van predikant, ouderling of diaken. De plaatselijke kerken mochten vervolgens zelf weten of en hoe zij hieraan invulling geven. Wat is, na één jaar, de stand van zaken?

Vrijwel meteen na de synodebesluiten schreven de predikant A.H. Driest en J. Haveman alle kerken van de noordelijke drie provincies aan met de oproep om de synodebesluiten niet uit te voeren, maar omwille van de rust en eenheid in de kerken de revisieverzoeken aan de synode van 2020 af te wachten. Een soortgelijke oproep deden de predikanten A.N. Hendriks en P. Schelling aan de kerken in de rest van het land. Een stap die kerkrechtelijk nogal vreemd overkwam bij veel mensen: waarom wenden willekeurige kerkleden zich tot alle kerkenraden in Nederland? En hoe wisten ze toen al zo zeker dat er revisie zou worden aangevraagd?

Ook werd er al snel door een groep predikanten en gemeenteleden een nieuwe website gelanceerd: www.bezinningmvea.nl. Daarop verzamelen zich vooral de tegenstanders van de synodebesluiten. Kerkenraden kunnen zelfs een 11-pagina’s tellend kant-en-klaar revisieverzoek downloaden en hoeven alleen maar de laatste drie regels in te vullen (‘Kerkenraad’ + ‘Plaats’ + ‘Datum’). De stichting Woord & Wereld promoot en ondersteunt de activiteiten van deze groep verontruste kerkleden. Via het blad ‘Nader Bekeken’ worden met haast maandelijkse regelmaat artikelen gepubliceerd waarin vooral benadrukt wordt hoe ver de GKV zich met deze besluiten verwijderen van de gereformeerde bijbeluitleg. Opmerkelijk genoeg verscheen onder verantwoordelijkheid van Woord & Wereld in mei 2018 ook cahier 116 van de hand van ds. P. Niemeijer met als titel ‘Over zwijgteksten, scheppingsorde en Geesteswerk’. De inhoud van dit boekje vind ik persoonlijk evenwichtig en genuanceerd. Het was binnen de kortste keren uitverkocht. Toch besloot de redactie van Woord & Wereld af te zien van een tweede druk zonder hierover publiek verantwoording af te leggen. Dat eerste is hun goed recht. Dat laatste vind ik jammer.

Aan de andere kant van het spectrum ruimt de al langer bestaande Werkgroep Man vrouw & kerk (bekend van het boek ‘Zonen & Dochters profeteren’ op de site www.manvrouwkerk.wordpress.com extra ruimte in voor nieuwe artikelen en andere materialen om dit onderwerp om het gesprek in de gemeente en op de kerkenraad te bevorderen. Ook de preses van de synode van 2017, ds. Melle Oosterhuis, heeft zich verdiept in de bijbelse argumenten die worden aangedragen tegen de vrouw in het ambt.  Hij stemt in zijn studie ‘Over zwijgteksten gesproken’ van harte in met de konklusie, dat de zogenaamde zwijgteksten “in zichzelf geen onbetwistbare grond kunnen zijn om in onze tijd en omstandigheden vrouwen categorisch uit te sluiten van het leer- en het regeerambt.” 

Binnen de GKV is er een deputaatschap Man/Vrouw in de kerk actief om de synodebesluiten toe te lichten en het bezinningsproces binnen de plaatselijke gemeente te bevorderen. Daarvoor is een handreiking opgesteld die te vinden is op https://www.gkv.nl/organisatie/deputaatschappen/mvindekerk/ (MVIK).

Wat mij opvalt is, dat er gesproken wordt van ‘het bezinningsproces’ en dat de handreiking vooral focust op hoe je binnen de plaatselijke gemeente met elkaar het gesprek aangaat . Dat is, als je het goed bekijkt, in feite een herhaling van zetten. Ook de deputaten M/V en ambt hebben in de periode 2014-2017 zo’n soort handreiking aan de kerken opgesteld. Blijkbaar hebben veel kerken zich tot aan de synode niet willen branden aan dit onderwerp, ondanks de oproepen van de synodes van 2011 en 2014 om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Dat betekent in de praktijk dat bij veel kerken het bezinningsproces nog moet beginnen. Terecht faciliteren deputaten MVIK nu vooral dit proces. Maar het nadeel is wel dat kerken die wel tot besluitvorming willen overgaan, niet echt geholpen worden met concreet materiaal. Dus worden er her en der in het land andere deskundigen ingevlogen voor gemeente-avonden en bespreken gemeenten de synodebesluiten aan de hand van zelf ontworpen gespreksmateriaal (zoals in mijn eigen gemeente van Assen-Peelo – klik hier).

In het buitenland zijn de besluiten over de vrouw in het ambt, zoals te verwachten viel, niet positief ontvangen. De ICRC (het internationale verband van gereformeerde en presbyteriaanse kerken) schorste exact één maand later (17 juli) de GKV als lid. Toch is er wel verschil in de manier waarop de verontrusting verwoord wordt. De FRCA (de vrijgemaakte emigrantenkerken in Australië) besloot de zusterkerkrelatie meteen te verbreken en richt zich nu op de twee kleine nieuw-vrijgemaakte kerkverbandjes. Ook de ERKWB (het kleine gereformeerde kerkverband in Oostenrijk en Zwitserland) vindt dat het besluit van de GKV in strijd is met wat de Bijbel leert over geestelijk leiding geven. Toch wil de ERKWB de zusterbanden niet verbreken en zelfs niet opschorten, omdat de GKV hen in de aflopen dertig jaar tot voorbeeld en hulp geweest is. Wel verzoeken ze de GKV om deze besluiten in 2020 ongedaan te maken en terug te keren tot de bijbelse weg die geen vrouwen in het ambt van predikant en ouderling toelaat. Persoonlijk ben ik blij met deze laatste benadering. Die doet mij denken aan wat Paulus in Kolossenzen 4:6 schrijft: en als u wilt weten hoe u op de mensen moet reageren: vriendelijk, maar beslist.

Als ik zo om me heen kijkt zie ik nog een tendens: de grote meerderheid van de kerkleden vindt dit helemaal niet of niet zo’n belangrijk onderwerp. Volgens sommigen is dat een kwestie van desinteresse. Maar ik heb de indruk dat ook veel betrokken kerkleden van mening zijn dat we als kerken ons beter druk kunnen maken over zaken als geloofsgroei, geloofsoverdracht, geloofsopbouw en geloofsverlating, dan veel tijd en energie te besteden aan een onderwerp dat volgens hen dan alleen maar tot hete hoofden en koude harten leidt. Omgekeerd zien veel kerkleden die tegen de vrouw in het ambt van predikant en ouderling een duidelijke link tussen deze besluiten en veel andere ontwikkelingen in een verschuivende kerkelijke context die ze zorgelijk vinden.

Hoe is nu de praktische stand van zaken binnen de GKV? Zijn er al kerken die besloten hebben of en hoe ze gevolg geven aan de mogelijkheid om ook vrouwen te roepen als ambtsdrager? Mijn indruk is dat veel kerken er ruim de tijd voor nemen. Dat kan een teken van zorgvuldigheid zijn, maar ook van besluiteloosheid. Er zijn kerken die van 2014-2017 het hele voortraject binnen de gemeente gelopen hebben, maar nu besloten hebben om geen enkel besluit te nemen, ook geen revisie aan te vragen, maar alleen aan de volgende synode te vragen om een betere onderbouwing. Ik snap dat wel: men wil waarschijnlijk de interne eenheid in de gemeente bewaren. Maar volgens mij los je er weinig mee op. Want zelfs als de onderbouwing van de synodebesluiten nogal summier is (die kritiek deel ik wel), zijn de beide argumentatielijnen duidelijk. Dus moet je kiezen: we aanvaarden die beide lijnen als gereformeerd en we kiezen in onze situatie voor A of B of C. Dat hebben zelfs de Christelijke Gereformeerde Kerken zo’n twintig jaar geleden al uitgesproken, want niemand van de voorstanders van de vrouw in het ambt in de CGK is toen onder ambtelijke tucht gezet. Ze hebben er alleen voor gekozen om op dit punt één landelijke lijn te trekken, nl. geen vrouwen als predikant, ouderling en diaken. Of je bent het niet met de synodebesluiten eens. Dan moet je kiezen: je erbij neerleggen (en zelf de nul-optie handhaven), de weg van revisie inslaan of breken met het kerkverband. Het lijkt me in elk geval weinig vruchtbaar om nog eens drie jaar alles voor je uit te schuiven in de hoop dat de volgende synode het ei van Columbus uit de hoge hoed weet te toveren. Een eerlijk besluit na een goede bespreking binnen de gemeente en een heldere communicatie dient de vrede in de gemeente meer – ongeacht de uitkomst ervan. Ik hoop de kerkenraden de moed ontvangen en om wijsheid vragen om zo’n besluit te nemen.

In deel 2 van deze blog wil ik ingaan op inhoudelijke aspecten van voor- en tegenstanders.

Wat zijn zonden? – de Twaalf Artikelen in 30 dagen (dag 27)

Herman van Wijngaarden - Zo is datDag 27

Wat zijn zonden?

de vergeving van de zonden (1) – Heb jij dat ook wel eens? Je bidt ’s avonds om vergeving van je zonden, maar eigenlijk weet je niet eens wat je vandaag precies verkeerd hebt gedaan. Je hebt hard gewerkt op school, je bent naar catechisatie geweest, hebt huiswerk ge­maakt… Dat is toch allemaal goed? Je had niet eens tijd om te zondigen.

En toch zegt de Bijbel dat we iedere dag zonden doen. Hoe zit dat dan? Wat zijn dan zonden? Allereerst na­tuurlijk dat je een gebod van God overtreedt. Soms kan het inderdaad lijken dat het daarmee best wel meevalt – mijzelf lukt het tenminste aardig om netjes te leven. Maar er is nog meer. Zonde is niet alleen dat je iets fouts doet, maar ook dat je iets goeds nalaat (dus: níet doet). Misschien heb je niemand bewust kwaad gedaan. Maar heb je eraan gedacht dat die klasgenoot jouw hulp best kon gebruiken? En hoe zat het van­daag met ‘God liefhebben boven alles’? Ikzelf durf niet te zeggen: ‘Dat heb ik gedaan.’

Het is goed om steeds aan God te vragen of Hij het je duidelijk wil maken als je op een verkeerde weg zit.  Dat deed David ook. Niet omdat hij zo’n somber figuur was, maar omdat hij zoveel van God hield. En omdat hij gelukkig wilde worden…

Lezen: Psalm 139:1-4 en 23-24

Probeer drie redenen te bedenken waarom David zo blij is met wat hij in vers 1-4 schrijft. En minstens twee redenen waarom hij bidt wat in vers 23-24 staat.

TT Assen – ‘Oerend hard’ of ‘Go like Elijah’?

De week van de laatste zaterdag van juni is in Assen de week van de TT. Voor motorliefhebbers en voor iedereen die van een feestje houdt is er op de TT-baan en in het centrum genoeg te beleven. Elk jaar is er ook een evangelisatieteam actief. Vanuit de Bethelkerk aan de Groningerstraat en het gebouw van het Leger des Heils aan de Rolderstraat trekken vrijwilligers van woensdagmorgen t/m vrijdagnacht de binnenstad in om het geloof te delen en met mensen te bidden. Want God houdt ook van Drenthe. Dat valt op. RTV Drenthe besteedde er deze maand zelfs aandacht aan: “Jezus, God en de TT – een bijzondere combinatie”.

TT EvangelisatieIn de TT-week van 2018 mocht ik op woensdagmiddag voorgaan in de middagpauzedienst. Een groot deel van het TT-evangelisatieteam is dan ook altijd aanwezig. Mijn korte overdenking (max. 10 minuten – het werden er 13) heb ik daar op afgestemd. En uiteraard heb ik gebeden voor de moedige christenen die als Elia op durven te staan om tot in de vroege uurtjes gesprekken met TT-gangers aan te gaan. Wat ik daar die middag gezegd heb, is te lezen in de volgende link:

https://ernstleeftink.wordpress.com/2020/06/27/oerend-hard/