Daar juicht geen toon, daar klinkt geen stem

Pasen Daar juicht een toon shirtNiet meer in de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) tenminste. Want dit prachtige Paaslied is uit de nieuwste editie van het Gereformeerd Kerkboek verdwenen. In de nieuwsbrief van 20 maart 2018 geeft het Steunpunt Liturgie aan, dat een aantal vertrouwde Paasliederen gelukkig nog wel in een andere jasje te vinden zijn in het nieuwe Liedboek dat in 2013 uitkwam. Dat Liedboek is leidend voor onze kerkdiensten en in het Gereformeerd Kerkboek staan alleen nog maar de gezangen die niet in het Liedboek staan, maar die we toch waardevol genoeg vinden om te blijven zingen.

Op zich een goed streven. Maar kun je van Daar juicht een toon, daar klinkt een stem met droge ogen zeggen, dat je het oude Gezang 95 nu kunt vinden “in het Liedboek 637, de bekende melodie met een nieuwe tekst van André Troost”? Kijk en vergelijk zelf:

Gezang 95 – Daar juicht een toon, daar klinkt een stem

1/ Daar juicht een toon, daar klinkt een stem, die galmt door gans Jeruzalem; een heerlijk morgenlicht breekt aan, de Zoon van God is opgestaan!

2/ Geen graf hield Davids Zoon omkneld; Hij overwon, die sterke Held. Hij steeg uit ’t graf door eigen kracht, want Hij is God, bekleed met macht!

3/ Nu jaagt de dood geen angst meer aan, want alles, alles is voldaan! Wie in geloof op Jezus ziet, die vreest voor dood en helle niet.

4/ Want nu de Heer is opgestaan, nu vangt het nieuwe leven aan: een leven door zijn dood bereid, een leven tot in eeuwigheid.

Liedboek 637 – O vlam van Pasen, steek ons aan

1/ O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan! De Zoon, die voor geen zonde zwicht, de Zoon is als de zon, zo licht!

2/ De Vader laat niet in het graf een kind dat zoveel vreugde gaf, Hij tilt het uit de kille grond – het loopt als vuur de wereld rond.

3/ De oude nacht voorgoed gedood, de toekomst kleurt de morgen rood; ziehier hoe God vergevend is en hoe zijn liefde levend is.

4/ Ziehier het licht van lange duur, ziehier de Zoon, de zon, het vuur; o vlam van Pasen, steek ons aan – de Heer is waarlijk opgestaan!

Ik vind het niet alleen raar, maar vooral zorgelijk dat we als GKV-kerken officieel ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’ in de maag gesplitst krijgen als vervanging van ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’.

VERVAGENDE GELOOFSTAAL

Waarom zorgelijk? Omdat ik een tendens zie om alles wat met het christelijk geloof te maken heeft, te vervagen tot symbolische omschrijvingen. Voor mij betekent Pasen dat Jezus als de Zoon van God levend en wel uit het graf is opgestaan. Wat er met Pasen gebeurd is, is werkelijkheid. Daar mag je, als christen, heel konkreet van zingen. En dat doe ik ook als ik de vier verzen van ’Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ zing.

Maar wat ik vaak om me heen zie is, dat het christelijk geloof omschreven wordt in symbolische woorden. Dat klinkt goed, maar het wordt vaag. Er wordt minder gesproken over God als onze hemelse Vader, over Jezus als onze Redder en Heer en over de hemel en de nieuwe aarde als onze bestemming. Het gaat veel meer over de Eeuwige die ons opneemt in de oceaan van zijn liefde en die ons in Jezus inspireert tot een zinvol leven, omdat Hij het licht van lange duur en de zon en het vuur is, de vlam van Pasen die ons aansteekt, het bewijs dat Gods liefde levend en blijvend is. Prachtige beeldspraak. Poëtische taal. Daar is op zich niets mis mee, maar het is ook erg algemeen. En dus erg vaag. Je kunt er alle kanten mee uit. Iedereen kan zich er wel in vinden. Daarmee worden de feiten rond Pasen minder belangrijk. Het maakt niet uit hoe je het interpreteert, letterlijk of symbolisch. Als je maar gelooft dat er iets gebeurd is met Pasen waardoor mensen zich tot op de dag van vandaag motiveren laten.

Kijk, dat vind ik zorgelijk. Want in de Bijbel staat iets heel anders: Christus is opgestaan uit de dood. Als dat niet werkelijk waar is, is de dood niet overwonnen, is onze schuld niet betaald en is er geen hoop op het eeuwige leven. Juist met Pasen moet het goede nieuws van de opstanding van Jezus zo konkreet mogelijk verkondigd en bezongen worden!

Mijn vader zaliger was musicus. Hij had meer liturgisch gevoel in zijn kleine teen dan ik in mijn hele lichaam. Hij genoot van de Matthäus-Passion van Bach en van een hoogkerkelijke liturgie. Maar het viel hem telkens weer op: hoe meer Bach in de kerkdienst, hoe minder Evangelie van de kansel. En omgekeerd: hoe volkser de liturgie, hoe voller de verkondiging. ‘Het lijken wel twee communicerende vaten’, zei hij een keer tegen mij.

Dat maakt mij wat huiverig voor nieuwe liederen vol symboliek over de inhoud van het christelijk geloof. Vooral als daarmee andere liederen die konkreet Gods grote daden bezingen, worden weggedrukt omdat ze liturgisch gezien onder de maat zijn. Volgens mij vergeet je dan als kerk, dat het Evangelie juist op de kerkelijke feestdagen het meest tot z’n recht komt als je met bekende liederen zo konkreet mogelijk het heil aan ons verschenen bezingt. Gods heil heeft immers als mens van vlees en bloed handen en voeten gekregen in Jezus Christus?

WILLEKEURIGE KEUZES

Het is trouwens ook raar dat Daar juicht een toon, daar klinkt een stem niet is opgenomen in het nieuwe Geformeerde Kerkboek. Van alle andere liederen die als dubbeling niet meer in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek staan, is de koptekst in het nieuwe Liedboek bijna hetzelfde (Gez. 89 ‘Jezus, leven van mijn leven’ = Lied 575 ‘Jezus, leven van ons leven’; Gez. 92 ‘Nu triomfeert de Zoon van God’ = Lied 622). Maar in het nieuwe Liedboek heeft Lied 637 niet alleen een heel andere titel. Onderaan staat ook, dat de melodie van het lied ontleend is aan ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en gecomponeerd is door César Malan. Bij andere liederen die gemoderniseerd zijn, staat alleen vermeld van wie de melodie afkomstig is. Oftewel: Lied 637 is een ander Paaslied.

Het is ook raar, omdat er wel twee andere ‘dubbelingen’ in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek zijn opgenomen. ‘U zij de glorie’ (Gez. 99) is in een moderner jasje (Gez. 209) opnieuw opgenomen, terwijl er ook een nieuwere versie in het Liedboek staat (Lied 634). Als je die twee nieuwere versies met elkaar vergelijkt, zie je meteen dat ze veel meer op elkaar lijken dan ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘O vlam van Pasen, steek ons aan’.

Een tweede lied dat zelfs in exact dezelfde bewoordingen in beide bundels staat is het lied ‘Christus in het graf geborgen’ (Gez. 207 / Lied 639). “Dat is tegen de uitgangspunten in”, staat in de nieuwsbrief van het Steunpunt Liturgie. “Maar omdat de GKv-kerken die dit lied op hun repertoire hebben staan het kennen met de melodie van Dirk Zwart, staat het toch in de nieuwe bundel, want het LB koos voor een andere melodie.” Merkwaardig! Niet alleen omdat de samenstellers van het nieuwe Gereformeerde Kerkboek blijkbaar eigenmachtig dit soort keuzes mogen maken. Maar ook omdat, als ik het zo inschat, de melodie in het Gereformeerd Kerkboek staat minder makkelijk zingt als die van het Liedboek. Raar dus, dat een amper bekende en weinig gezongen melodie tegen de regels in toch in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek geplaatst wordt, terwijl een geliefd Paaslied dat door iedereen rond Pasen uit volle borst meegezongen wordt, moet verdwijnen zonder dat iemand daar ook maar om gevraagd heeft.

Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Het is denk ik net als in de politiek. Daar hebben veel van de gevestigde partijen weinig feeling meer met de bevolking, omdat ze in hun Haagse kaasstolp zitten. Qua visie op liturgie lijkt er in onze kerken net zo’n kloof te zijn tussen de besluitvormers rondom liturgie en kerkmuziek (deputaten en steunpunt) en de zondagse kerkgangers. De plaatselijke gemeente is, als het om de gezangen in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek gaat, voor mijn gevoel meer kwijtgeraakt dan dat ze erbij gekregen heeft. Het zal er ongetwijfeld aan bijdragen dat er nog minder vanuit de aanbevolen twee bundels (Liedboek 2013 en Kerkboek 2017) gezongen gaat worden. En eigenlijk is dat best wel winst. Want ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is – in alle vrijheid kan iedere voorganger en elke gemeente dat heel goed zelf bepalen.

Tenslotte: ik ben blij met veel hertalingen in het Liedboek 2013 en het Kerkboek 2017. ‘Ik wil mij gaan vertroosten in Jesu lijden groot’ (LvK 174) is in de versie van Jaap Zijlstra ‘Ik wil mij gaan vertroosten in ’t lijden van mijn Heer’ (Lb 562) geworden. En het ‘O wij arme zondaars, bedelaars onrein’ (LvK 175) krijgt een veel positievere insteek als je ‘Glorie zij U, Christus, U leed onze nood’ (Lb 574) zingt. Ook de berijmingen van het Onze Vader (GK 181) en ‘Eigenroem is uitgesloten’ (GK 213) van de hand van door Ria Borkent laten zien hoe nodig het was dat ‘O allerhoogste Majesteit’ en  ‘Alle roem is uitgesloten’ nu definitief vervangen zijn.

 

Avondmaal, Witte Donderdag en de kerkelijke feestdagen

“Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.”

Lukas is de enige evangelist die deze woorden van Jezus onze Heer vermeld, toen Hij voor het eerst het Avondmaal met de apostelen vierde op de avond voor zijn dood. Van hem heeft ook Paulus het gehoord, en dus haalt Paulus deze woorden van de Heer letterlijk aan als hij de christenen in Korinte opdraagt het Avondmaal te vieren: “Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.” (Lukas 22:19b / 1 Korintiërs 11:24b)

Hoe doe je dat, Jezus gedenken als je het Avondmaal viert?

Bedenk als eerste, dat onze Heer tijdens het Joodse Pesach aan zijn volgelingen deze opdracht gegeven heeft. Zo maakt Hij duidelijk: Ík ben het Paaslam dat geslacht is. Pesach is het bevrijdingsfeest uit de slavernij van Egypte. Maar het verwijst naar een andere bevrijding: die uit de macht van de zonde. En zoals de Israelieten zichzelf niet konden bevrijden uit de slavernij van Egypte: God moest dat doen, door het bloed van een lam! – zo kan niemand zichzelf bevrijden uit de macht van de zonde: Jezus moet het doen, door zijn dood aan het kruis!

Al Shabi AvondmaalMaar waar denk je dan precies aan, als je aan het Avondmaal je Heer Jezus gedenkt?

  1. Denk aan het Kerstfeest. Bij het Avondmaal staat de geboorte van Jezus centraal. Dan zie je, hoe veel God van zijn wereld en van jou en mij houdt. Jezus daalde neer van zijn troon om mens te zijn. Om zijn leven met ons te delen. Om ons leven over te doen in volmaakte gehoorzaamheid. Denk daar aan.
  2. Kruis Muur AssenDenk aan Goede Vrijdag. Bij het Avondmaal staat de kruisiging van onze Heer centraal. Logisch, zul je zeggen. Maar bedenk ook telkens weer aan, dat de dood van Gods Zoon laat zien hoe diep de zonde in jou en mij zit. Zo diep als Jezus ging – tot in de dood; zo diep zit de zonde ons in het bloed – het leidt tot de dood, lichamelijk en voor de eeuwigheid. Tenzij je gelooft, dat Jezus dat allemaal van ons overgenomen heeft. Dat kostte Hem zijn leven. Denk daar aan.
  3. Denk aan Pasen. Bij het Avondmaal staat de opstanding van Christus centraal. Daar deed Hij het voor: om ons weer terug bij God te brengen. Daar gaat het Hem om: dat ook wij opgewekt voor God leven. Denk daar aan.
  4. Denk aan Hemelvaart. Bij het Avondmaal staat de hemel open. Want daar is Jezus, mens als wij, aan Gods rechterhand. Ook wij mogen nu met vrijmoedigheid naar Gods troon toegaan. Denk daar aan.
  5. Denk aan Pinksteren. Bij het Avondmaal staat de Geest van Christus centraal. Door aan onze Heer te denken, versterkt Hij Zelf ons geloof. Hij bemoedigt ons met kracht in onze ziel. Denk daar aan.
  6. Denk ook aan zijn terugkomst. Bij het Avondmaal hoort ook het verlangen naar de grote dag. Daarom geeft Jezus, onze Heer, ons ook deze opdracht. Zo houden we de moed erin. Straks wordt het perfect. Dan komt Hij terug op de wolken en zullen wij Hem zien zoals Hij werkelijk is. Dan wordt het leven pas echt een feest. Denk daar aan.

Aan het Avondmaal denken we aan Jezus Christus onze Heer door van het brood te eten en van de wijn te drinken. Wees je ervan bewust waarom je dat doet. Wees blij met Kerst, met Goede Vrijdag, met Pasen, met Hemelvaart en met Pinksteren. Laat het zien en kom er voor uit dat Jezus Christus alles voor je is. En durft vooruit te kijken. Vier het Avondmaal tot zijn gedachtenis en totdat Hij komt!

 

Het ‘Onze Vader’ als voorbeeldgebed voor je eigen gebed

“Heer, leer ons bidden,” vroeg één van de leerlingen eens aan Jezus. Als antwoord gaf Jezus ons één van de twee versies van het ‘Onze Vader’. Hij gaf het ons niet om als formuliergebed uit het hoofd te leren. Nee, het ‘Onze Vader’ staat twee keer in verschillende situaties en in verschillende bewoordingen in de Bijbel. Het is dus een voorbeeldgebed. We mogen het letterlijk bidden – niets op tegen. Maar mooier nog is om het in eigen bewoordingen te bidden. In de catechisatiemethode ‘Ik geloof’ werd in het deeltje over het gebed ook het ‘Onze Vader’ behandeld. Aan het eind van elk hoofdstuk stond een overzicht van wat je allemaal tegen God zegt en aan Hem vraag als je het ‘Onze Vader’ bidt. Volgens mij is het een mooi voorbeeld om je eigen gebed vorm te geven. Daarom plaats ik ‘m graag hier op mijn weblog. Doe er je winst mee in je persoonlijke contact met je hemelse Vader en met Jezus je Redder en Heer.

Bidden gevouwen handen 2

ALS JE BIDT …

Onze Vader, die in de hemelen zijt

– bid je tot je Vader in de hemel, die tegelijk de almachtige God is

– weet je dat God door Jezus Christus je Vader is geworden

– laat je zien dat je ontzag hebt voor je hemelse Vader

– weet je dat je heel vertrouwelijk met God om mag gaan

– weet je dat God je als zijn kind zal behandelen en voor je zorgt

– weet je dat God elke vergelijking met je aardse vader te boven gaat

Uw naam worde geheiligd

– ken je je hemelse Vader als Schepper en Verlosser

– vraag je om Hem nog beter te leren kennen

– weet je dat je, als kind van je Vader, Hem heiligen moet

– wil je dat zelf heel graag, maar weet je ook dat dit je uit jezelf nooit lukt

– bid je daarom of God zelf wil zorgen dat het wél gebeurt

Uw koninkrijk kome

– ken je je hemelse Vader als almachtige Koning van hemel en aarde

– vraag je om Gods nieuwe wereld waar alle mensen Hem zullen dienen

– weet je dat je nu al onderdaan van dat koninkrijk mag zijn

– vraag je om kracht om ook nu al naar al Gods goede geboden te leven

– bid je dit gebed in de kerk samen met de andere burgers van Gods rijk

– bid je of God nu al werk van de satan, zijn grote vijand, wil verhinderen

– weet je zeker dat dit koninkrijk eens in volmaaktheid zal komen

Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op de aarde

– weet je wat God van je vraagt in zijn Woord

– probeer je Gods wil steeds beter te leren kennen

– vraag je of je mag leren je eigen wil ondergeschikt te maken aan Gods wil

– weet je dat het uit jezelf nooit lukt om Gods wil te doen

– vraag je daarom of God zelf ervoor wil zorgen, dat je ook in alle dagelijkse

zaken zijn wil gaat gehoorzamen

– vraag je of je dat net zo gewillig en van harte mag doen als de engelen

in de hemel

– vraag je dit niet alleen voor jezelf, maar voor alle mensen

Geef ons heden ons dagelijks brood

– vraag je om alles wat je voor je lichaam nodig hebt om als christen te leven

– erken je dat al het goede van God komt

– dank je God voor het vele dat Hij jou gegeven heeft

– geloof je dat alles wat je krijgt en wat je doet van Gods zegen afhangt

– weet je dat je niet op iets of iemand anders mag vertrouwen

– weet je dat je een taak hebt ten opzichte van de armen in de wereld

En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren

– vraag je vergeving voor:

* je zonden   * je zondige aard   * je tekort aan liefde

– doe je een beroep op het offer van Christus

– wil je ook je naaste van harte vergeven

– belijd je dat God zelf die vergevingsgezindheid in je werkt

En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze

– weet je dat je een geestelijke strijd te voeren hebt

– en dat dit een strijd van leven op dood is

– weet je dat je aangevallen wordt door drie doodsvijanden:

* de duivel   * de wereld   * je eigen zondige ik

– besef je dat je uit jezelf deze strijd nooit zult winnen

– bid je om kracht van de heilige Geest; alleen Hij kan je overeind houden

– weet je dat je uitzicht hebt op de eindoverwinning in deze geestelijke strijd

Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid  tot in eeuwigheid

– toon je daarmee je toewijding aan God

– spreek je daarin je vertrouwen in de Here uit

– belijd je dat God alle middelen heeft om ervoor te zorgen, dat

alles gebeurt, wat je van Hem in het Onze Vader vraagt

Amen

– weet je dat God altijd naar je luistert: Hij heeft altijd het beste met je voort

– vertrouw je op de verhoring van je gebed

– erken je dat God je gebed verhoort op een manier die Hij goed voor je vindt

– vraag je of God je ook wil geven, dat je die weg als een goede weg ervaart

Het gebeds-ABCD – first things first

‘Heer, leer ons bidden,’ vroeg een leerling van Jezus eens aan Hem. Als antwoord leert Jezus zijn volgelingen het Onze Vader. Daarmee bedoelt Hij niet dat we elke dag het Onze Vader uit ons hoofd moeten bidden, hoewel dat op zichzelf natuurlijk niet verkeerd is. In de Bijbel kun je namelijk twee keer lezen dat onze Heer aan zijn leerlingen het Onze Vader leert. De eerste keer aan het begin van zijn optreden aan duizenden mensen tegelijk tijdens de Bergrede (Matteüs 6:9-13). De tweede keer toen Hij op weg ging naar Jeruzalem om daar voor onze zonden te sterven (Lukas 11:2-4). Maar Jezus gebruikt beide keren niet exact dezelfde woorden.

Het Onze Vader geeft aan wat het basispatroon is van een goed gebed. Het is vooral bedoeld als voorbeeld voor je persoonlijk gebed en voor het publieke gebed in kringen, vergaderingen en kerkdiensten. De woorden mogen heel anders zijn, als ze maar in dezelfde Geest uitgesproken worden, zei Calvijn al. En Luther gaf het advies om het Onze Vader twee keer per dag te bidden, waarvan minstens één keer door het in eigen woorden te doen en persoonlijk te maken.

Wat is dan het basispatroon van een goed gebed waar God graag naar luistert? Nou, je zou het zo kunnen zeggen: “Bidden is een evenwichtig samenspel tussen aanbidding, schuldbelijdenis, dankzegging en voorbede” (zoals Tim Keller het in zijn boek ‘Bidden’ op blz. 136 samenvat). Dat zijn de vier basiselementen die cruciaal zijn voor het gebed. In het Onze Vader komen ze allemaal voor.

Om dat gemakkelijk te kunnen onthouden zijn er verschillende ezelsbruggetjes bedacht. De Youth-Alpha cursus heeft het over “SODA” –  SOrry / Dankuwel / Alstublieft. Jos Douma (meen ik) noemt ergens de afkorting LoBeDaVra Loven, Belijden, Danken, Vragen.

Zelf kwam ik een mooi voorbeeld tegen bij Nicky Gumbel bij de inleiding van zijn boekje ‘30 dagen – een praktische inleiding tot het lezen in de Bijbel‘. Een goede manier om te beginnen met in de Bijbel te lezen is, net als Samuel in het Oude Testament deed, eerst kort te bidden: ‘Heer, ik luister’. Daarna lees je een gedeelte uit de Bijbel en denkt er over na, eventueel met een boekje of overdenking erbij. Voor de afsluiting van je dagelijkse moment met God geeft Nicky Gumbel het volgende advies: “Spreek, nadat God door zijn Woord tot jou gesproken heeft, tot Hem in gebed.”

Maar hoe deel je dat persoonlijke gebed nu in? Een handige volgorde die gemakkelijk te onthouden is in het Engels is die van ACTS. Dat is de Engelse aanduiding van het boek Handelingen. Elke letter staat voor één van de vier basiselementen waaruit het gebed van een christen bestaat.

De A van Adoration. In het Nederlands is dat de A van Aanbidding. Prijs God om wie Hij is en wat Hij gedaan heeft en nog steeds doet en naar toe werkt.

De C is van Confession. In het Nederlands is dat de B van Belijden. Vraag God vergeving voor alles wat je verkeerd gedaan hebt en waarin je tekort geschoten bent.

Dit zijn de eerste twee, want hierin staat God centraal. Zoals in het ‘Onze Vader’ ook 3x God centraal staat. Daarna komen er nog twee letters. Die gaan over ‘ons’. Net als in het ‘Onze Vader’ ook 3x aandacht is voor wat wij nodig hebben.

De T is van Thanksgiving. In het Nederlands is dat de D van Danken. Dat kan voor alles zijn: gezondheid, familie, vrienden, werk, vrijheid, geloof niet te vergeten, enzovoort.

De S is van Supplication. In het Nederlands is dat de C van Concrete voorbede. Je mag bidden voor de mensen om je heen, dichtbij en ver weg, en voor jezelf. Niet in z’n algemeenheid, maar heel konkreet.

bidden kindHet woord ACTS is in het Engels dus de naam van het boek Handelingen. In dat bijbelboek valt het op hoe groot de plaats van het gebed is, niet alleen in het leven van de gelovige, maar ook in het leven van de gemeente.

  1. Uit heel Handelingen blijkt, dat het gebed kenmerkend is voor de gelovigen. Zonder gebed geen geloof! Overal waar mensen tot geloof in Jezus Christus komen, is er ook meteen sprake van, dat ze regelmatig met alle zaken die hen bezig houden, in gebed tot God gaan.
  2. Uit Handelingen blijkt ook, dat naast het persoonlijk gebed ook het gemeenschappelijke gebed van de grootste betekenis is voor de gemeente. Die gezamenlijke gebeden bleven echt niet beperkt tot de zondagse samenkomsten! In Hand. 2:42 lezen we, dat de gemeente in Jeruzalem ook bleef volharden in de gebeden. En dat onder alle omstandigheden! Denk maar aan het moment dat Petrus gevangen genomen werd. Dan staat er in Hand. 12: door de gemeente werd voortdurend tot God voor hem gebeden (vers 5). dat gebeurde in gebedsgroepen; immers als Petrus door een engel bevrijd wordt, gaat hij naar het huis van Maria, de moeder van Johannes, waar velen vergaderd waren in gebed (vers 12).
  3. Uit Handelingen blijkt verder, dat geen enkele belangrijke beslissing genomen wordt zonder dat men vooraf gebeden had. Dat geldt voor de verkiezing van een 12e apostel, voor de verkiezing van de zeven diakenen in Hand. 6, voor de uitzending van Paulus en Silas in Hand. 13 en voor de aanstelling van oudsten in de nieuwe zendingsgemeenten. En als Paulus op reis naar Jeruzalem zeven dagen bij de gemeente in Tyrus is geweest, zwaait de hele gemeente, met vrouwen en kinderen, Paulus uit, en op het strand knielden wij neer, baden en namen afscheid van elkaar (21:5).
  4. Tenslotte blijkt uit Handelingen ook, dat het gebed een wezenlijk onderdeel is van de taak van de ambtsdragers in de oudste gemeente. Als de twaalf apostelen in Hand. 6 bepaalde taken afstoten, is dat omdat zij zich dan beter kunnen concentreren op hun kerntaken. Want, staat er: wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord (vers 4). Bij alle belangrijke gebeurtenissen gaan de apostelen eerst in gebed. In hun ambtelijk werk wisten ze zich afhankelijk van de Here. Daarom konden ze het gebed niet missen.

Ook in de rest van het Nieuwe Testament valt het op dat de eerste christenen heel konkreet waren in hun gebeden. Tegelijk staat ook altijd Gods eer voorop. First things first, of, om het op z’n Nederlands te zeggen: wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen. Daar volgt dan ook meteen weer uit, dat je ook alles wat je bezighoudt, aan God mag vertellen.

“Als we gaan begrijpen hoe geweldig groot God is, leidt dat ertoe dat we onze eigen zondigheid opnieuw leren inzien. Dan komt uit een dieper inzicht en een bekering van onze zonden dankbare verwondering over Gods genade voort.” (Tim Keller, Bidden, blz. 136/137). Oftewel: A (Aanbidding) leidt tot B (Belijdenis) en D (Dankbaarheid).

“Hoe meer we Gods macht gaan zien, hoe meer we voor onze levensbehoeften van Hem afhankelijk willen worden.” (Tim Keller, Bidden, blz. 137). Oftewel: A (Aanbidding) leidt ook tot C (Concrete voorbede).

Bidden gaat niet vanzelf. Het is geen ABCD-tje in de zin van een makkie of een uit het hoofd geleerd lesje. Daarom geeft onze Heer ons gebedsles en leert Hij ons het Onze Vader. Een mooi gebed om regelmatig voor jezelf of aan tafel te bidden. Maar ook een gebed als voorbeeld om zelf te leren bidden. Bijvoorbeeld door je te houden aan:

Het gebeds-ABCD

A = Aanbidding

B = Belijden

C = Concrete voorbede

D = Danken

 

Orgaandonatie en de visie op de overheid

‘Je bent nogal uitgesproken’ en ‘Je neemt christenen die er anders over denken niet serieus’ zijn een paar reaktie die ik gehoord heb in het afgelopen jaar als het over de nieuwe wet op de orgaandonatie gaat. Dat vind ik jammer. Ik heb een sterke overtuiging als het om orgaandonatie gaat. Zoals ik iemand eens hoorde zeggen: ‘Je krijgt het leven als geschenk van God en mag er na je leven nog iets van doorgeven aan een ander.’ Andere christenen denken daar anders over. Laatst sprak ik nog iemand die op grond van 1 Korintiërs 3:16-17 tegen orgaandonatie is. Ons lichaam is namelijk een tempel van de Heilige Geest, en daarom kon hij er niet toe komen om na zijn dood iets uit zijn lichaam weg te laten halen. In diezelfde week sprak ik ook iemand die met bijna de zelfde argumentatie op grond van 1 Korintiërs 6:19-20 van mening is dat je na je overlijden God ook nog kunt verheerlijken met je lichaam door orgaandonor te worden. Ik denk dat we elkaar daarin moeten respecteren, omdat het een zaak van christelijke vrijheid is wanneer je aangeeft wel of geen donor te willen zijn.

Op 21 februari interviewde het CIP (het digitale Christelijk Informatie Platform) me over mijn standpunt als het om orgaandonatie gaat. Het artikel is hier te lezen. Het zou interessant zijn om nog eens na te denken over de visie die christenen hebben op de overheid. Volgens mij geldt nog steeds wat Paulus schrijft: “Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God (…), want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn” (Rom. 13:1-4). Dat een overheid soms anders beslist en besluit dan wij graag willen, is in deze moderne, mondige tijd blijkbaar ook voor christen slecht te verteren. Dan wordt de overheid al snel gezien als een tegen-instantie. Dat lijkt mij niet juist. Als dat de houding van veel christenen wordt, zal het zich tegen de christelijke kerk keren, ben ik bang. Tenminste, daar waarschuwt Paulus in de Romeinenbrief en in de eerste brief aan Timoteüs voor.

Dit was mijn laatste blogje over orgaandonatie. Laat ieder naar eer en geweten en op grond van zijn of haar geloof in alle vrijheid een keus maken. Juist nu de overheid ons daartoe met nog meer klem oproept.

Orgaandonatie de vrijblijvendheid voorbij

De kogel is door de beide Kamers. Nederland schaart zich vanaf 13 februari 2018 in het rijtje van Kroatië, Spanje, België, Frankrijk, Finland, Zweden, Oostenrijk en Italië. In die landen is iedereen automatisch orgaandonor tenzij je aangeeft geen donor te willen zijn. In België al sinds 1986 en in het jaar erna nam het aantal nierdonoren met 86% toe. In Kroatië al sinds 1988, en samen met Spanje is het aantal daadwerkelijk donoren meer dan 40 per miljoen inwoners, terwijl Nederland tot nu toe op bijna 16 blijft steken. AOrgaandonatie Overheidlleen Denemarken, Polen en Duitsland doen het binnen Europa nog slechter dan wij. Dat komt omdat, ondanks alle campagnes van de afgelopen dertig jaar, slechts 24% van de Nederlanders zich als donor heeft laten registeren (en zo’n 16% heeft aangegeven geen donor te willen zijn). Tegelijk wil 88% van de Nederlanders wel graag een donororgaan wil ontvangen als hun eigen gezondheid of leven in gevaar is (bron: Dagblad van het Noorden 12/02/2018).

Mijn blijdschap is dan ook groot dat zowel de Tweede Kamer (zonder de drie christelijke partijen) en de Eerste Kamer (zonder steun van ChristenUnie en SGP en slechts 4 van de 12 CDA-senatoren) er eindelijk voor gekozen heeft om een einde te maken aan de gemakzucht, de laksheid en -als je het wat zwaar aanzet-  het egoïsme van bijna de helft van de volwassen Nederlanders. Wie niet de moeite neemt om JA of NEE te zeggen, heeft er in principe GEEN BEZWAAR tegen dat zijn of haar organen na het overlijden gebruikt kunnen worden om het leven van een ander te verlengen of zelfs te redden.

Tegelijk maakt deze wet geen enkele Nederlander tegen zijn of haar wil orgaandonor. Want de Eerste Kamer heeft besloten tot een waardevolle aanvulling op het wetsvoorstel door nadrukkelijk aan te geven: “zijn er geen nabestaanden of hebben die grote bezwaren tegen de keuze die van een overledene geregistreerd staat, dan neemt de arts geen organen weg.” (citaat Dagblad van het Noorden 14/02/2018). Dat is geen formeel vetorecht, maar daarmee wordt wel een nuance in het ‘JA-tenzij-systeem’ ingebracht die, hoop ik, de angel uit deze gevoelige kwestie zal halen. Er werd namelijk nogal geschermd met het hoge aantal wilsonbekwamen en laaggeletterden die ons land zou kennen. Getallen als 2,5 miljoen Nederlanders werden genoemd. Dat is 1/7 van onze bevolking. Die zouden allemaal niet snappen waar het over gaat? Dat wil er bij mij niet in. Maar ik ben wel blij dat nabestaanden in situaties waarin er geen duidelijk JA is uitgesproken, een grote stem behouden in de vraag of iemands organen mogen worden gebruikt voor een transplantatie.Orgaandonatie Hartje

Twee dingen houden mij nog een beetje bezig.

  1. Er zijn al te weinig donoren. Toch komt het nog regelmatig voor dat nabestaanden de keus van iemand die bewust JA heeft ingevuld overrulen – dat gebeurt in bijna 11% van de situaties. Dat vind ik echt heel triest. Iemand mag bij zijn leven besluiten om heel zijn vermogen aan goede doelen na te laten. Daar kan de familie geen bezwaar tegen maken. En tijdens begrafenissen en crematies wordt vaak op allerlei manieren rekening gehouden met hoe iemand het zelf gewild zou hebben. Maar iemands expliciete uitspraak om donor te willen zijn, wordt in de praktijk 1 op de 10 keer aan de kant geschoven. Dat vind ik redelijk respectloos naar de geliefde overledene toe. Ik hoop dus ook, dat de rol van de nabestaanden in geval van GEEN BEZWAAR erg serieus genomen wordt, maar dat de nabestaanden in geval van een duidelijk JA die keus zelf net zo serieus nemen.
  2. Her en der hoor je geluiden dat mensen geen donor meer willen zijn omdat de overheid zich nu met hun keus bemoeit. Dus laten ze hun JA nu omzetten in NEE. Dat is toch raar. Je hebt er zelf allang voor gekozen om wél donor te zijn, dus voor jou verandert er helemaal niets. Maar opeens wordt het principe ‘de overheid mag zich er niet mee bemoeien’ belangrijker dan ‘ik wil na mijn leven nog iets betekenen voor mijn medemens’ met als conclusie ‘dus nu wil ik geen donor meer zijn.’ Als christenen zo redeneren, moeten ze nog maar eens bij Jezus en Paulus te rade gaan. Die vinden de bevoegdheid van de overheid duidelijk minder belangrijk dan het betonen van naastenliefde. Uit protest tegen een nieuwe wet opeens demonstratief met een boog om een naaste in nood heenlopen, terwijl je voorheen altijd zei dat je hem of haar graag wilt helpen is volgens mij niet echt te rijmen met een barmhartige levenshouding.

Tenslotte: ik hoop dat veel mensen in alle eerlijkheid hun keus maken. Of het nu JA of NEE is. Daarmee geef je zelf op voorhand volstrekte duidelijkheid. Wie geen keus wil maken, is in principe niet tegen orgaandonatie en heeft dus GEEN BEZWAAR, maar zadelt wel de nabestaanden op een erg emotioneel moment met moeilijke beslissingen op. Die keus geeft de overheid ons nog steeds. Ze vraagt nu alleen maar om die keus bij leven duidelijk aan te geven. Is dat teveel gevraagd? Lijkt mij van niet.

Orgaandonatie: kiest de ChristenUnie nog steeds voor een afschuifsysteem ipv een registratiesysteem?

Orgaandonatie ja of neeOp 30 januari behandelt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet. Het wordt net zo spannend als in de Tweede Kamer. Toen stemden de fracties van CDA en ChristenUnie tegen het voorstel om een Actief Donorregistratiesysteem (ADR) op te zetten. Daarbij was er sprake van ‘fractiedwang’, dus héél het CDA en héél de ChristenUnie waren tegen. Toch werd het voorstel met 75-74 aangenomen. Nu moet de Eerste Kamer zich over dit voorstel uitspreken. Tot mijn verbazing en meer nog tot mijn teleurstelling staat er vandaag (maandag 29 januari) een artikel in het Nederlands Dagblad van de fractievoorzitter van de ChristenUnie waarin hij zich tegen verplichte registratie keert. Zijn standpunt is kort en krachtig: “Laat orgaandonatie vrijwillig zijn”. En: “Wie wil doneren moet dat weloverwogen en met een goed geweten doen.” En dus is de fractievoorzitter van de ChristenUnie tegen elke vorm van overheidsbemoeienis als het gaat om het actief registreren van alle burgers gaat, want “dan beschikken anderen over hun organen, nota bene met goedkeuring van de overheid.” Daarna volgen secundaire argumenten als: ‘laaggeletterden worden straks tegen hun wil donor’ en ‘deskundigen zijn het er niet over eens dat actieve registratie meer donoren oplevert’. Als klap op de vuurpijl roept de ChristenUnie-voorman: “Laten we dus alles eraan doen mensen te helpen die een orgaan nodig hebben, maar het is werkelijk het beste als orgaandonatie een gift blijft waar iemand vrijwillig toe besluit.” Dus moet de overheid aandringen op die keus, moeten gezinnen en families er met elkaar over in gesprek en zou het goed zijn als kerken dit onderwerp agenderen.

Dit vind ik een afschuifsysteem dat met drogredenen gemotiveerd wordt. Al jaren blijft het aantal mensen dat zich laat registeren gelijk (rond de 50%). Al jaren wil 90% van de Nederlanders wel graag zelf een donororgaan ontvangen als de nood aan de man of de vrouw komt. Dus wil de Tweede Kamer, net als in een aantal andere Europese landen, het omkeren door een ‘JA-tenzij-systeem’ in te voeren, waarbij iedere Nederlander regelmatig opgeroepen wordt om in alle vrijheid zijn of haar keus te maken of te veranderen. Maar wie uit pure laksigheid het vertikt om de moeite te nemen zich te laten registreren, kan moeilijk een principieel tegenstander van orgaandonatie genoemd worden, lijkt mij. Bovendien, twitterde een kennis van me, “is het helemaal niet erg om een actie te ondernemen als je niet wilt. Je mag best wat over hebben voor je principes.”

De ChristenUnie was in 2005 vóór een actief registratiesysteem. Als maar duidelijk was, dat je altijd van keus kon veranderen. Dat is in deze wet als extraatje opgenomen. Maar nu puntje bij paaltje komt, schrikt ook de fractie van de ChristenUnie in de Eerste Kamer terug voor de consequenties. Dus kiest de fractievoorzitter voor een afschuifsysteem dat al jaren niet werkt: anderen oproepen om in gesprek te gaan, maar zelf als overheid niet je verantwoordelijkheid nemen om mensen echt bewust te laten kiezen of ze wél of géén donor willen zijn.

Ik vind echt niet dat iedereen donor moet zijn. Ik vind wel dat er teveel doden vallen omdat we van de helft van de Nederlanders niet weten of ze orgaandonor hadden willen zijn. Ik vind ook, dat teveel Nederlanders door geen keus te willen maken in feite zeggen: dat er honderden mensen om een orgaan staan te springen zal mij een zorg zijn. Dus mag de overheid van haar burgers vragen om zich uit te spreken. En of je dan ‘JA’ of ‘NEE’ invult is mij echt om het even.

Als de rest van de Eerste Kamer-fractie van de ChristenUnie er net zo over denkt, kiest men opnieuw bewust voor vrijblijvendheid. Dat vind ik vreemd, want de Bijbel spreekt over het geven van je leven voor een ander (zoals in het ND terecht wordt aangehaald). Je zou dus zeggen: wat kan er tegen zijn om na je dood alsnog iets van jezelf voor het leven van een ander te geven?

Zeggen dat je er alles aan wilt doen om mensen te helpen die een orgaan nodig hebben en ze vervolgens in de kou laten staan door de huidige situatie te handhaven – ik krijg er een bittere smaak van in mijn mond, want zo’n uitspraak komt op mij dan wat onwaarachtig over. Iemand vond het net over de rand, maar ik kan mij er nog steeds wel in vinden: “Ik stond op een wachtlijst en jullie hebben alleen maar het gesprek over orgaandonatie willen stimuleren.” 

Bekijk nog eens de volgende webpagina’s van Een Vandaag: Houdt de Eerste Kamer de nieuwe donorwet toch tegen? (17-01) en Hoe werkt het Actieve Donor Registratie Systeem? (29-01).
Eerder schreef ik ook al een aantal blogs over dit onderwerp: Orgaandonatie: wie niet reageert wordt donor (7 juni 2016); Orgaandonatie: zet de politiek na 20 jaar eindelijk een stap voorwaarts? (6 september 2016); Registratie orgaandonatie in de lift (8 oktober 2016); Geen vrijblijvendheid bij keus voor of tegen orgaandonatie (11 mei 2017)

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de valkuilen

Hoofd hart handen ingelijstDank, dank nu allen God, met hoofd en harten en handen. Met een variatie op een bekend gezang zou je kunnen zeggen dat dit de drie basic-manieren waarmee je als christen uiting geeft aan je geloof. Dat geloof is en geschenk van de Heilige Geest. Als Hij mij niet voortdurend motiveert en in vlam zet om als christen voor God, mijn hemelse Vader, en voor Jezus, mijn Redder en Heer te leven, wordt het bij mij al heel snel een vorm- en regeltjesgeloof, omdat het van God of de omgeving moet. Maar helaas … veel christenen (ikzelf niet uitgezonderd) zien dat altijd veel scherper bij een ander dan bij zichzelf. Daarom wil ik hier de valkuilen benoemen van alle drie de geloofstypes. Want overal waar het zaad van het Evangelie gezaaid wordt, vertelt onze Heer in een gelijkenis, is de duivel er als de kippen bij om het opkomende geloof de nek om te draaien. Dat geldt ook voor de tritst Hoofd – Hart – Handen. Welk type je ook bent, in alle drie de gevallen probeert de duivel het geloof weg en eruit te drukken. Daarvoor heeft hij drie verschillende taktieken, denk ik wel eens.

Hoofd hart handen 2Valkuil 1: veel weten = eigenwijs

Voor ‘HOOFD-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Je kennis maakt je eigenwijs. Je ziet neer op andere christenen, die niet zo serieus de Bijbel bestuderen. Die zijn dan al snel in jouw ogen ‘minder principieel’. Als gereformeerde kerken zijn we lange tijd heel sterk geweest in bijbelkennis en het doordenken van wat de HERE God op grond van zijn Woord vandaag van ons vraagt. Maar daardoor hebben we ook de naam gekregen, het allemaal wel heel erg goed te weten. Op christenen uit andere kerken keken we neer – die zaten in de foute kerk, dus mochten ze niet deelnemen aan, lid worden van of werken bij het gereformeerd onderwijs, de gereformeerde politiek en allerlei andere organisaties. Als GKV-kerken hebben we daarmee een slechte naam opgebouwd. Gelukkig ligt die tijd nu wel echt achter ons. Maar die betweterige houding kom ik nog steeds wel tegen: kerkleden die heel goed weten wat er in de Bijbel staat en hoe het hoort en daar anderen mee om de oren slaan. Dat is niet goed.

Aan de andere kant: wanneer je door de Heilige Geest gezegend bent met een goed inzicht in de Bijbel en een goed kunnen doordenken wat dat betekent voor vandaag, ben je niet een ‘mindere’ christen dan een Hart- of Hand-type. Integendeel: je moet wel weten wat je gelooft en waarom je gelooft. Zonder kennis over Mij gaat het volk te gronde, zegt God in Hosea 4. En om Mij echt te kennen, moet je de Bijbel bestuderen, zegt de Here Jezus in Johannes 5.

Hoofd hart handenValkuil 2: heel enthousiast = zelfingenomen

Voor ‘HART-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Met ‘zelfingenomen’ bedoel ik dan, dat jouw invulling van het geloof de maat wordt waarmee je de ander meet. Je hart staat in vuur en vlam voor Christus en dat blijkt uit de manier waarop je zingt, leest, bidt en heel je leven op zondag en van maandag tot zaterdag invult en vorm geeft. Maar voor je het weet, veroordeel je je broer of zus in het geloof, die niet op dezelfde manier zijn of haar geloof beleeft of in praktijk brengt. Je vergeet dan, dat de Heilige Geest niet van iedere gelovige een ‘HART-christen’ gemaakt heeft. En je vergeet ook heel gemakkelijk, dat God niet kijkt naar de mate waarin mensen zich voor Hem inzetten, maar naar het hart: hoe zit het met jouw liefde voor Hem en voor je naaste? Laatst zat ik met wat mensen hierover door te praten. Iemand vond dat er in onze gemeente enthousiaster gezongen zou moeten worden met de handen omhoog en dat er ook veel meer leden aktief mee zouden kunnen in gebedskringen.  Iemand anders zei toen: ik vind het persoonlijke gebed voor mijzelf heel belangrijk en haal vaak heel veel troost en bemoediging uit een bekende psalm of een mooi gezang bij het orgel. Een derde vond het mooi dat het in onze kerkelijke gemeente allemaal mogelijk is. Dat vind ik ook, en ik gebruik deze reaktie hier om te onderstrepen, dat we op die manier ook aan elkaar gegeven zijn in de gemeente: niet om mijn manier van geloofsbeleving boven die van de ander te stellen, maar om elkaar aan te vullen en aan te vuren.

Aan de andere kant: het hart is wel dé plek bij uitstek waar de Heilige Geest ons wil raken. In de psalmen wordt (ik heb het niet precies geteld) wel 100x opgeroepen om de HERE te loven met heel ons hart. En ook Petrus schrijft: “Erken Christus als Heer en eer Hem met heel uw hart.” En waar het hart vol van is, loopt de mond van over, zeggen we allemaal. Dus als er weinig enthousiasme voor de Heer zichtbaar is in een gemeente, is dat een slecht teken. Dan moeten we juist meer ruimte voor beleving toelaten, in de kerkdiensten én als opdracht voor onszelf.

Hoofd hart handen engelsValkuil 3: lekker praktisch = laat maar zitten

Voor ‘HANDEN-christenen’ is dit volgens mij een risiko. Bij een bekende voetbalclub zingt men ‘geen woorden maar daden’. En natuurlijk is het waar, dat geloof zonder daden een dood geloof is, zoals Jakobus schrijft. Levend geloof = de handen uit de mouwen voor je naaste en een bemoedigend woord voor iedereen. Maar juist als de meeste gemeenteleden in een gemeente meer praktisch ingesteld zijn, loop je het risiko om alles wat met ‘Hoofd’ en ‘Hart’ te maken heeft, maar aan anderen over te laten. Dus schiet bijbelstudie er gemakkelijk in. Als de bijbel open moet bij bijzondere gebeurtenissen of bij moeilijke vragen, daar heb je de dominee en de ouderling voor. En samen zingen, samen bidden of samen evangeliseren, dat laat je maar liever aan die enthousiaste of zweverige types over. Zelf hou je je maar liever wat op de achtergrond.

Op die manier maken vele handen geen licht werk, maar komt 3/4 van het werk op de schouders van een paar mensen neer. En dat is nog niet het ergste. Als bijna niemand meer zegt waarom we de handen uit de mouwen steken voor elkaar en voor anderen, wordt de naam van onze Heer Jezus Christus niet meer genoemd. Dan wordt geloven een vorm en snappen je kinderen niet meer, om Wie het echt gaat. Of de kerk wordt een gezellige club mensen. Met dat laatste is niets mis, want waar liefde woont, gebiedt de HEER zijn zegen. Maar besef, dat we wel wat meer zijn: de plek waar God mensen bij elkaar brengt die uit de duisternis gered zijn en nu in het licht van zijn liefde mogen leven, op weg naar een schitterende toekomst! Als je daar echt van overtuigd bent geraakt, dan mag je dat, vanuit een dankbaar hart, met woorden én daden laten zien. En je hoeft niet eens bang te zijn dat je het niet zo goed kunt verwoorden, want de Heilige Geest zal, als het zo eens ter sprake komt, je de woorden wel in de mond leggen, heeft Jezus al zijn volgelingen beloofd.

Aan de andere kant: één gebaar zegt meer dan 100 woorden. Dus als ‘omzien naar elkaar’ de sterke kant is van jouw gemeente, moet je daar niet negatief over doen, maar juist enorm blij mee zijn. In de kleine en gewone dingen trouw zijn, zonder meteen af te haken bij tegenslag – dat is een mooie eigenschap van een christen. En ook van een echte ‘HAND-gemeente’. Maar laat het geen excuus zijn om voor de rest zelf maar wat achterover te hangen. De meeste leerlingen van Jezus waren ook niet van die praters. Toch wisten ze in woord én daad het Evangelie heel goed over te brengen.

Week van Gebed: ‘Zegen de HEER, u allen’

Van 21 – 28 januari 2018 doen veel christenen en kerken mee aan de Week van Gebed. In Assen hielden vijf kerken in kerkgebouw ‘Het Noorderlicht’ op de startzondag een gezamenlijke kerkdienst. Daarin stond het samen bidden centraal. In drie rondes van elk zo’n 12 minuten hebben we in groepen van ongeveer 10 personen gebeden voor Het gezin en jezelf; Je gemeente en je omgeving; De wijde horizon. Voordat we dat deden, hebben we eerst uit de Bijbel gelezen en geluisterd naar een korte preek. Die mocht ik verzorgen. De tekst volgt hieronder.

Psalm 134

Aan het begin van deze gebedsdienst lezen we een korte psalm: Psalm 134. Dat is de laatste van de 15 pelgrimsliederen, waarvan Psalm 121 misschien wel de bekendste is. Psalm 134 is een oproep om zelf tot een zegen te zijn en een vraag tot de HEER of Hij ons wil zegenen. Luister maar.

  1. Een pelgrimslied. Zegen de HEER, u allen die de dienst van de HEER verricht en in het huis van de HEER staat, nacht aan nacht.
  2. Hef uw handen op naar het heiligdom en zegen de HEER.
  3. Moge uit Sion de HEER u zegenen, die hemel en aarde gemaakt heeft.

Zegen de Heer, staat er. Het Hebreeuwse werkwoord ‘barach’ betekent letter: iemand iets goed toewensen. Dat kunnen mensen richting God doen en dat wil God richting ons doen. In het Nederlands noemen wij dat laatste ‘zegenen’. En als wij God het goede toespreken, noemen we dat lof, aanbidding en dank.

dia1.jpgJa, roep het uit met blijdschap: “God, U bent zo goed!”

  • omdat U mijn hemelse Vader bent – dankzij Jezus Christus.
  • omdat U dagelijks voor mij zorgt – als machtige Schepper.
  • omdat U mij gebruikt in uw dienst – door de motivatie van de Heilige Geest.

En niet alleen mij, maar al uw kinderen. In het huis van de HEER, in de gemeente van Christus, heeft iedereen een plekje en een eigen taak: ‘u allen’ staat er. Iedereen mag meedoen! Psalm 134 zegt ook iets over onze gebedshouding: God zegenen, Hem danken, moet je doen met geheven handen. Ddat is een teken van afhankelijkheid én aanhankelijkheid. Hoe belangrijk en noodzakelijk is dat!

Gods belofte als je bidt

Ja, het gebed is het voornaamste onderdeel in de dankbaar­heid die God van ons eist. Zo belooft Hij het in een andere psalm: Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. Roep Mij te hulp in tijden van nood, Ik zal je redden, en je zult Mij eren. (Ps. 50:14-15)

Bovendien heeft God nog iets beloofd! Hij kan zijn genade en zijn Heilige Geest alleen aan jou kwijt als je Hem daar ook van harte en aanhoudend om bidt en dankt! Daar nodigt Jezus, onze Heer, ons toe uit:. Ik zeg jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan. Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan. (Luk. 11:9-10) En Paulus zegt precies hetzelfde: Bid onophoudelijk, dank God onder alle omstandigheden, want dat is wat Hij van u, die één bent met Christus Jezus, verlangt. (1 Tess. 5:17-18)

Gods verlangen als je bidt

Dia1.jpgEn wat hoort er dan bij een gebed waar God graag naar luistert? Drie dingen!

  1. In de eerste plaats is het superbelangrijk dat je weet tot wie je bidt, want er is maar één God de ware, en dat is de God van de Bijbel. Want, zei Jezus, ‘wie de Vader echt aanbidt, aanbidt Hem in geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die Hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in geest en in waarheid.’ (Joh. 4:23-24)
  2. Het tweede is dit: je moet weten wie je bent klein en zondig tegenover onze machtige en heilge God. Daarom moet je je nederig en bescheiden opstellen, zoals bv. koning Josafat. Als hij ziet hoe groot het leger van de Moabieten en de Ammonieten is, roept hij niet als eerste zijn generaals bij elkaar, maar bidt Hij tot God: ‘Heer, wij zijn niet opgewassen tegen de grote legermacht die ons nu aanvalt. Wij weten niet wat we moeten doen, op U zijn onze ogen gevestigd, God.’ (2 Kron. 20:12) Dat geldt nog veel meer voor de vijand binnen in ons – de macht van de zonde, en voor alle pijlen van verleiding die de duivel van buitenaf op ons afschiet. Waar schuil je dan? Waar vind je vaste grond onder je geloofsvoeten?Dat is het derde: onze vaste grond is Jezus Christus. Want dankzij Hem wil God onze gebeden zeker verhoren. Dat heeft Hij in de Bijbel beloofd. Daarom kon Josafat na zijn gebed tot God ook tegen heel het volk zeggen: ‘Juda en Jeruzalem, luister! Vertrouw op de HEER, uw God, en u zult standhouden, vertrouw op zijn profeten en uw welslagen is verzekerd.’ (2 Kron. 20:20) Vergeet daarbij niet wat de apostel Johannes in zijn eerste brief schrijft: Wij, die geloven in de naam van de Zoon van God, kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat Hij naar ons luistert als we Hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. En omdat we weten dat Hij naar ons luistert, wat we Hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we Hem gevraagd hebben. (1 Joh. 5:14-15).
De plaats waar God te vinden is als je bidt

Daarmee is de cirkel van Psalm 134 weer rond. Wij zegenen God door Hem te danken Hem voor het goede en Hem te vragen om het goede. En Hij zegent ons, want Hij laat geen bidder staan die Hem oprecht zoekt. Alleen – je moet die zegen van God wel komen halen op de juiste plek. Hij zegent ons namelijk uit Sion – dat is de plek waar christenen samenkomen in de naam van Jezus. Dáár hoor je wie God voor je is: de machtige Schepper die in Christus onze genadige Vader is. Als dat geen vertrouwen geeft! Dan durf je God alles te vragen wat wij voor ons gewone leven en ons geloofsleven nodig hebben. Dat willen we straks ook samen doen in de gebedsgroepen.

KERK zijn met HOOFD en HART en HANDEN – de praktijk

Hoofd hart handen engelsDe trits HOOFD – HART – HANDEN kun je goed gebruiken om te ontdekken wat voor type christen je bent. Dus kun je het ook als thermometer gebruiken om het functioneren van de plaatselijke kerk gaat. In een fijne gemeente bestaat er een goede wisselwerking tussen deze drie onderdelen.  In mijn vorige blog verwees ik naar de eerste christengemeente in Jeruzalem. Die bloeide en groeide volgens de beschrijving in Handelingen 2:41-47 . De bloei was te danken aan de manier waarop ze samen gemeente waren, nl. met hoofd (vers 42a, 43) en hart (vers 42d, 47a) en handen (vers 42b, 44, 45, 46). De groei gaf Christus Zelf (vers 47).

Hoe vul je dat praktisch in?

Als het erom gaat dat je gemeente en christen bent met je HOOFD is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe kun je elkaar stimuleren om meer werk te maken van het leren kennen van God als je hemelse Vader en Jezus Christus als je Redder en Heer, en hoe je Hen dient en volgt in je dagelijks leven? Want geloven met je HOOFD betekent, dat je steeds meer wilt weten wie God is, wat Hij gedaan heeft. Geloven kan niet zonder de kennis van je hoofd.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HART is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe word je persoonlijk en samen steeds weer geraakt door het evangelie van Gods liefde die Hij via onze Heer Jezus Christus en via de Heilige Geest naar ieder van ons laat toekomen? Geloven met je HART is namelijk, dat je steeds meer God gaat liefhebben boven alles en de naaste als jezelf. Dat kan niet zonder beleving en ervaring.

Als het erom gaat dat je gemeente en christen moet zijn met je HANDEN is volgens mij een belangrijke vraag: Hoe verbind je het ‘doen’ met je geloof? Geloven met je HANDEN betekent dat je ook praktisch naar elkaar omkijkt, zowel binnen de gemeente als daarbuiten.  Dit onderdeel van het geloof krijgt in Handelingen 2:41-47 de meeste aandacht, maar staat wel in goed verband met de andere twee aspekten.

Een goede mix

Een goede mix tussen alle drie de aspekten is niet vanzelfsprekend. Voor je het weet zoeken gelijkgezinde christenen elkaar op. En dus krijg je ook bepaalde types kerkgemeenschappen. Gereformeerden worden vaak getypeerd als hoofd-christenen. Evangelischen lijken vooral hart-christenen te zijn. Bij het Leger des Heils kom je vooral christenen met de handen tegen. Ook legt elke tijdsperiode z’n eigen accenten. Als ik het zo inschat, vonden we in de GKV-kerken de bijbelse leer lange tijd erg belangrijk (hoofd), stond in de afgelopen twintig jaar het gevoel en de beleving behoorlijk centraal (hart) en verschuift de aandacht nu meer naar het praktisch christen zijn (handen).

Hoofd hart handenHou krijg en behoud je een goede balans binnen de gemeente? Misschien helpt het om bewust werk van de trits ‘Hoofd-Hart-Handen’ te maken op de volgende drie gebieden:

*A*  Op zondag. In de kerkdienst krijgen zowel bijbellezing en bijbeluitleg als zingen en bidden evenveel aandacht, terwijl rondom de kerkdienst de onderlinge ontmoeting  er ook echt bij hoort

*B*  De taak van ambtsdragers. Zij krijgen van Jezus Christus de opdracht om ervoor te zorgen dat zijn gemeente ook echt als een geestelijk lichaam functioneert (Ef. 4:11-16). Hoe geef je als kerkenraad en diakonie aandacht aan en stimuleer je bijbelstudie (hoofd)  en gebed (hart) en het omzien naar elkaar (handen)?

*C* Als gemeente / wijk / kring. Welke activiteiten organiseer je als gemeente en onderneem je als wijk of kring? Zit er voldoende evenwicht in?

Heel praktisch is dit tweede deel niet geworden. Dat kan ook niet echt, denk ik, want elke gelovige heeft zijn of haar eigen gaven van de Heer gekregen en iedere gemeente van Christus is uniek qua samenstelling. Ik hoop wel dat alles wat hierboven staat kan helpen om het christen-zijn met Hoofd & Hart & Handen vorm te geven, persoonlijk en als kerkgemeenschap.