Vrouwen in het Nieuwe Testament

Dit jaar zal de Generale Synode van de GKV een belangrijke beslissing nemen over de vraag of vrouwen mogen dienen in de ambten van predikant, ouderling en diaken. Daarom organiseert GKV “Het Noorderlicht” iop dinsdag 24 en dinsdag 31 januari in Assen-Peelo twee thema-avonden voor belangstellenden uit heel Noord-Nederland (en daarbuiten) over het onderwerp M/V in de Bijbel en M/V in de kerk. Door op de link te klikken vindt u meer informatie en kunt u tot maandagavond 23/01 zich nog opgeven voor beide avonden.myriam-klinker-2

Op dinsdag 24 januari spreekt dr. M.P.G. Klinker-de Klerck over ‘M/V in de Bijbel’. De titel van haar lezing is “Ongeschikt, ondergeschikt of geschikt? Vrouwen in de wereld van het Nieuwe Testament” . Myriam is docent aan de T.U. in Kampen. Als voorstudie beveelt zij o.a. onderstaand artikel aan. Het is een samenvatting van het referaat dat zij gehouden heeft op de Bijbelstudiedag van de Gereformeerde Bijbelstudiebond op donderdag 15 mei 2014 in Groningen.

Vrouwen in het Nieuwe Testament

Als je op zoek gaat naar ‘de’ plek van vrouwen in het Nieuwe Testament, zijn je verwachtingen misschien groter dan het resultaat. Het beeld van vrouwen is namelijk niet eenduidig.

Allereerst ontmoet je in het Nieuwe Testament vrouwen die bij name worden genoemd, juist om de bijzondere rol die ze in het leven van Jezus of in de beginnende kerk vervullen Zo staat Maria letterlijk en figuurlijk aan de wieg van het christendom. Afbeeldingen van Maria tonen vaak een volwassen vrouw van rond de twintig. Maar het is goed te bedenken dat meisjes in het toenmalige Israël rond twaalfjarige leeftijd trouwden. Waarschijnlijk moet je dus ook bij Maria eerder denken aan een jong meisje. Haar ontvankelijke karakter – ‘laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd’ (Lucas 1,38) – maakte het er niet makkelijker op. Want Maria stond niet alleen aan Jezus’ wieg, maar ook onder het kruis.

Jezus zelf, tijdens zijn openbaar optreden, schuwde het contact met vrouwen niet. Het bekende verhaal van de – verder onbekende – Samaritaanse vrouw bij de Jakobsbron laat dit wel zien. Johannes vermeldt terloops dat Jezus’ leerlingen zich erover verbazen dat Jezus met een vrouw in gesprek is. Ook neemt Jezus het tegen de Schriftgeleerden en Farizeeën op voor een vrouw die op overspel betrapt was (Johannes 8). Verder bevonden zich een aantal vrouwen in de kring rond Jezus. Lucas noemt er drie bij name: Maria uit Magdala, Johanna de vrouw van Chusas, Susanna – en, zegt Lucas, “nog tal van anderen” die uit hun eigen middelen voor Hem zorgden. (Lucas 8,2-3). Enkele van deze vrouwen gingen vroeg in de ochtend naar het graf. Zij werden de eerste verkondigers van de opstanding .

Ook bij de ontwikkeling van de eerste gemeenten speelden vrouwen een actieve rol, zeker toen de boodschap zich verspreidde buiten Palestina, het werkterrein van Paulus. Je kunt bijvoorbeeld denken aan Priscilla die zich samen met haar man Aquila voor het evangelie inzette. Maar ook vrouwen als Febe of Lydia blijken zeer actief bezig in de vroegchristelijke kerk.

Ten tweede spreekt het Nieuwe Testament ook wel over vrouwen als een ‘groep’, vooral wanneer Petrus of Paulus instructie aan hun adres richt. De apostel Paulus ‘zet vrouwen wel eens op hun plek’. Hij wil dat ze hun hoofd bedekken wanneer ze bidden of profeteren en dat ze zwijgen tijdens de kritische bespreking van de profetie. Verder verbiedt hij hun om te onderwijzen en daarmee gezag over een man uit te oefenen. Bij dit soort instructie keert één bepaalde gedachte steeds terug, namelijk dat vrouwen zich moeten onderschikken aan de man. Meestal is dan de eigen man bedoeld. Zo lees je in Kolossenzen 3,18: “vrouwen, erken het gezag van uw man, zoals past bij uw verbondenheid met de Heer”. Dicht op het Grieks vertaald staat er: “vrouwen, onderschik u aan uw man zoals past in de Heer”.

Deze oproep tot onderschikking krijgt een heel eigen kleur tegen de achtergrond van de toenmalige samenleving. Daarover nu iets meer. Paulus beperkt zich niet tot de man-vrouw verhouding. Onderschikking was immers een normaal gegeven binnen het Grieks-Romeinse huishouden waarin hiërarchische relaties een belangrijke rol speelden. Paulus roept bijvoorbeeld ook slaven en kinderen op zich te onderschikken aan hun meester of vader, de ‘pater familias’. Het huishouden weerspiegelde de hiërarchische opbouw van de Grieks-Romeinse samenleving. Het patronagesysteem was van groot belang op sociaal, economisch en politiek gebied en vormde als zodanig het cement van de samenleving. Elke pater familias had een aantal zogeheten ‘cliënten’. Die rekende hij ook tot zijn huishouden. Als patroon zorgde hij ervoor dat zij economisch vooruit konden, bijvoorbeeld door financiële ondersteuning. In ruil daarvoor verwachtte hij ‘eerbetoon’. Zo werden cliënten geacht om hun patroon ‘s ochtends te begroeten en hem soms ook de hele dag te volgen, bijvoorbeeld naar het forum, of het badhuis. Maar vooral werd hun loyauteit verwacht bijvoorbeeld in de vorm van politieke steun. Al had een patroon nog zoveel cliënten, zelf was hij ook weer afhankelijk van iemand die hoger stond op de maatschappelijke ladder. Die hiërarchische ordening doortrok de hele samenleving.

Denken in termen van ordening en hiërarchie was overigens geen louter sociale zaak. Deze begrippen kleurden op een fundamenteler niveau het wereldbeeld van ‘de eerste eeuwer’. Zo geloofden de stoïcijnen in een goddelijk principe, de Logos, dat een bepaalde orde aanbracht in de werkelijkheid. Ze benadrukten dat elk mens zich moest inschakelen in deze ordening, op de hem of haar toegemeten plek. In het Nieuwe Testament is het de God van Israël die alles heeft ingesteld, bijvoorbeeld de wereldse overheden. Hieraan moet ieder mens zich onderschikken (!), aldus Paulus in Romeinen 13. Zo ook noemt Paulus de man het hoofd van de vrouw, Christus het hoofd van de man en God zelf het hoofd van Christus. Dit laatste laat zien waar het bij die onderschikking ten diepste om gaat: je schikt je in de toegemeten plek binnen Gods ordening en op die manier onder God zelf. Je geeft Hem de eer die Hem toekomt. Deze wetenschap geeft extra kleur aan een tekst als Efeziërs 5,22: “Vrouwen, erken het gezag van uw man als dat van de Heer”.

Wanneer Paulus en Petrus vrouwen oproepen om zich te onderschikken aan hun echtgenoten, sluiten zij aan bij het wereld- en maatschappijbeeld van hun tijd. Als een vrouw de haar toegemeten plek niet innam, was dit een gebrek aan eerbetoon, in de eerste plaats, sociaal gesproken, ten opzichte van haar man. Ze maakte hem te schande. Maar tegelijkertijd laten de apostelen zien waar alles om draait: zo’n houding is niet respectvol ten aanzien van God zelf en Heer Jezus Christus.

Dit is overigens niet de enige reden die het Nieuwe Testament aanvoert voor onderschikking. Wie de teksten met instructie aan slaven en vrouwen nauwkeuriger bekijkt, ziet dat de apostelen meer redenen hadden om tot onderschikking op te roepen. Zo laten de teksten ook een missionaire drijfveer zien. Een duidelijk voorbeeld met betrekking tot vrouwen is te vinden in 1 Petrus 3,1-2: “Voor u vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man (letterlijk: ‘onderschik u’…). Dan zullen de mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen, omdat ze zien hoe zuiver u leeft uit ontzag voor God”. De houding van onderschikking aan de eigen man had – in elk geval binnen de toenmalige culturele setting – een wervende werking! Of dit vandaag nog zo is…?

Het Nieuwe Testament biedt dus een gevarieerd beeld. Vrouwen worden bij name genoemd om de bijzondere rol die ze vervullen in het leven van Jezus of in de beginnende kerk. Vrouwen worden ook als ‘groep’ aangesproken en dan vooral als het gaat om instructie. In de discussie of een vrouw nu wel of niet een kerkelijk ambt kan vervullen worden deze beide soorten teksten (specifiek, actief, bijzonder versus algemeen, passief, ondergeschikt) nog wel eens tegen elkaar uitgespeeld. Toch ontmoeten ze elkaar in de gedachte van het leven uit ontzag voor God – in verbondenheid met de Heer Jezus Christus – met het oog op zijn koninkrijk. Petrus’ en Paulus’ oproep tot onderschikking komt voort uit hun overtuiging dat deze houding hoort bij een leven uit ontzag voor God en dé Heer. En ze wijzen op de wervende werking ervan. Ook Lydia, Febe, Priscilla, Junia en vele anderen doen wat ze doen vanuit hun verbondenheid met Jezus Christus, zodat het evangelie voortgang vindt op weg naar een grootse toekomst.

Literatuur
  • Bruggen, J. (van) “Een vrouw waar geen woorden voor zijn (Romeinen 16,1-2).” Pp. 51-60 in Folkerts, F.H., Houtman, P., Van de Kamp, P.W. (red.) Ambt en aktualiteit: opstellen aangeboden aan Prof. Dr. C. Trimp ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken in Nederand op 2 december 1992. Haarlem: Uitgeverij Vijlbrief, 1992.
  • Cohick, L.H. Women in the World of the Earliest Christians. Illuminating Ancient Ways of Life. Grand Rapids – Michigan: Baker Academic, 2009.
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Lydia: De Heer opende mijn hart.” De Reformatie 89 (2013): 92-95
  • Houwelingen, P.H.R. (van) “Junia: een vrouwelijke apostel?” Pp.52-54 in Houwelingen, P.H.R. (van), Sonneveld, R. (red.)Ongemakkelijke teksten van de apostelen. Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2013.
  • Klinker – De Klerck, M. Als vrouwen het Woord doen. Over Schriftgezag, hermeneutiek en het waarom van de apostolische instructie aan vrouwen. TU-Bezinningsreeks 9; Barneveld: De Vuurbaak, 2011.
  • Lampe, P. “Paul, Patrons, and Clients.” Pp.488-523 in Paul in the Greco-Roman World. J.P. Sampley. Harrisburg: Trinity Press International, 2003.
  • Osiek, C., and D.L. Balch. Families in the New Testament World. Households and Housechurches. Louisville – Kentucky: Westminster John Knox Press, 1997.
  • Winter, B. W. Roman Wives Roman Widows. The Appearance of New Women and the Pauline Communities. Grand Rapids –Cambridge: Eerdmans, 2003.

GEEN EIGEN RECHTER SPELEN – ook niet als het om terroristen gaat

Laatst keek ik met mijn vrouw naar een aflevering van Silent Witness, één van de betere Engelse detective-series. Deze keer ging het over een jong moslimstel dat zich bij ISIS had aangesloten en die allebei teruggekeerd waren naar Engeland. Daar beraamden ze een aanslag op een landelijke conferentie van moderne moslima’s die tegen terreur voor waren. Hij was ervan overtuigd dat het de wil van Allah was, zij twijfelde erg of ze wel als martelaren moesten sterven, want ze hadden in Syrië een kind gekregen dat nu bijna een jaar oud was. De man werd doodgeschoten tijdens een vuurgevecht en de vrouw gijzelde daarna de gastspreker van die conferentie. Een officier van de terreurbrigade wist net zo lang op haar in te praten, dat ze haar hand naar beneden liet gaan en het wapen op de grond liet vallen. Op dat moment gaf de officier een teken aan de scherpschutters en werd de vrouw door het hoofd geschoten. Einde aflevering.

Een paar dagen later las ik dat in Israel een soldaat door de rechter veroordeeld is omdat hij een Palestijn door het hoofd had geschoten die met een mes op een aantal Israeli’s had ingestoken. Alleen gebeurde dat niet in een vuurgevecht na de steekpartij, maar deed die soldaat dat nadat zijn collega’s de man al hadden uitgeschakeld. Hij lag zwaar gewond en bewegingsloos op de grond. Pas elf minuten later liep de soldaat rustig op de Palestijnse aanvaller af, trok zijn geweer en joeg hem in koelen bloede een kogel door het hoofd. Daarvoor is de soldaat aangeklaagd en schuldig bevonden. De rechtbank moet nog uitspreken wat de straf zal zijn,  maar nu al vindt half Israel dat deze soldaat gratie moet krijgen. Want hij heeft een heldendaad verricht door een terrorist definitief uit te schakelen.

En dan hebben we in Nederland nog de opgelaaide diskussie over de treinkaping bij De Punt in 1977 door negen Molukse Nederlanders. Toen mariniers daar na 19 dagen een eind aan maakten, werden zes van de negen kapers gedood. Sommigen zijn van dichtbij neergeschoten. Een standrechtelijke executie zonder rechtvaardiging, aldus de advocaat van nabestaanden van twee van de kapers. Dus stelde ze in 2016 de Nederlandse staat hiervoor aansprakelijk en eist ze een schadevergoeding van enkele tienduizenden Euro’s.

In Silent Witness gaat het maar om een film. Overigens  een hele goede film, die ook de achtergronden van het jihadistische jonge stel goed laat uitkomen (zij: vader voor haar ogen doodgeschoten in Bosnië toen ze 7 jaar was, hij: kleine crimineel die mede door het falende systeem steeds dieper in de problemen komt). Maar het einde van de film is een echte cliff-hanger: vind je het als kijker terecht of juist niet, dat een moslimterroriste wordt neergeschoten op het moment dat ze zich wil overgeven of niet?  Die dubbele gevoelens komen ook naar boven bij de dood van de Palestijnse aanvaller en de Molukse kapers. Was het echt nodig geweest om hen om te brengen?

Mijn eerste gedachte is: wie als terrorist of kaper geweld gebruikt, moet niet zeuren als het verkeerd afloopt. Maar volgens mij kan het niet zo zijn dat je iemand die zich wil overgeven of iemand die al uitgeschakeld op de grond ligt, alsnog liquideert. Want dan speel je, ook al ben je in functie, voor eigen rechter. Iets anders is het, wanneer er sprake is van echte geweldsdreiging bij een bevrijdingsactie, zoals indertijd bij de treinkaping van 1977 het geval was.

Van alle drie de voorbeelden heb ik weer geleerd, hoe frustratie kan leiden tot zinloos en uitzichtloos geweld. Gelukkig heeft de Molukse gemeenschap in Nederland dat aldoor onderkend, ook al is hen, sinds ze naar Nederland gekomen zijn begin jaren ’50 van de vorige eeuw, weinig recht gedaan. Tegelijk zie ik hoe zowel binnen de islam als binnen het jodendom de haat  tegen ‘zij die anders zijn’ vaak zo groot is, dat wie zich opblaast als martelaar verheerlijkt wordt, en dat wie een weerloze Palestijn doodt als held van de natie beschouwd wordt.

Zou dat ook niet kunnen komen, denk ik dan, omdat joden en moslims Jezus Christus niet kennen? Hij heeft ons opgedragen ook onze vijanden lief te hebben. Hij verbood Petrus om het recht in eigen hand te nemen toen Hij geniepig verraden werd. Hij bad zelfs aan het kruis nog om vergeving voor de mensen die verantwoordelijk waren voor zijn dood. Hij is het, die door zijn Geest laat weten: Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan Mij om wraak te nemen, Ik zal het vergelden.’

Geen gratie dus voor die Israelische soldaat. Maar ik blijf de spanning  voelen.

 

 

 

 

Hoe donkerder de nacht, hoe helderder de ster!

wijzen-oosten-sterKerst is het feest van de ster. Want de dagen van Kerst, dat zijn voor de meeste Nederlanders feestdagen. Of je nou gelooft in het Kerstkind of in de Kerstman. Of je nu naar een Kerstdienst, een Kerstconcert of een Kerstmarkt gaat. En het wemelt in deze dagen van de sterren. Kerststerren. In prachtige variaties zie je ze op heel veel voordeuren; in eetbare vormen kom je ze tegen als besneeuwde koekjes bij de koffie -o nee, warme chocolademelk natuurlijk- en  als nagerecht tijdens het kerstdiner.

In de Bijbel heeft de ster van Kerst niet zoveel met gezelligheid te maken. Maar meer met een zoektocht. ‘De wijzen, de wijzen, die gingen samen reizen, vertrouwend op een koningsster, zij wisten niet hoe ver.’ Op zoek. Met een ster als TomTom. Op zoek naar de pasgeboren koning van de Joden. Want die brengt vrede. Vrede op aarde voor alle mensen.

Die zoektocht ging niet vanzelf. ’t Was wel even zoeken voor die wijzen. Eerst in hun studieboeken. Want wat betekende die wonderlijke samenstelling van een aantal sterren en een paar planeten precies? ‘Aha! De koningsster van Juda!’ En dan, óp naar Jeruzalem! Maar daar was geen prinsje geboren. De joodse geleerden zeiden tegen hen: ‘Je zou het es in Betlehem kunnen proberen. Misschien vind je Hem daar.’ Maar, zeiden ze er niet bij, we geven jullie weinig kans; onze God zal toch niet via heidenen als jullie aan ons vertellen dat de beloofde Messias die vrede brengt gekomen is?

Misschien ken je het verhaal van de vierde wijze. Artaban zou met die andere drie, met Balthasar, Melchior en Caspar meereizen. Zij met hun goud, wierook en mirre, hij met drie kostbare edelstenen. Maar hij werd opgehouden door iemand die beroofd was. Doordat hij die man verzorgde, miste Artaban als barmhartige samaritaan de karavaan. Dus ging hij later, want hij moest en zou die koning der Joden ontmoeten. Maar toen hij in Betlehem kwam, waren Jozef en Maria net naar Egypte gevlucht. En toen hij naar Egypte reisde, kon hij ze daar niet vinden. Zo liep hij aldoor achter de feiten aan. Maar hij bleef zoeken. Op zoek naar die koning, van wie hij de ster aan de hemel had zien staan, de koning die licht en vrede zou brengen over heel de aarde. En zo komt hij jaren laten op dag voor de zoveelste keer in Jeruzalem aan en daar hoort hij dat er een man gekruisigd zal worden, Jezus van Nazareth, de Koning der Joden. Pas dan, op het moment dat Jezus aan het kruis sterft, vindt Artaban, de vierde wijze, zijn koning. Pas dan, op dat moment, ervaart hij dezelfde diepe vreugde die de andere drie wijzen vervulde toen ze de ster boven het huis in Bethlehem zagen staan.

Ik vind dat verhaal van die vierde wijze een mooie legende. Het is zo herkenbaar, vind je ook niet? Voor jezelf. Voor de tijd waarin we leven. Er zijn zoveel mensen die hun hele leven door op zoek zijn. Die achter het geluk aanjagen. Maar wanneer ervaar je nou echt diepe vreugde van binnen? Wanneer hebt je echt vrede met jezelf, met je leven, met de mensen die je lief zijn en zal er vrede in de wereld zijn?

Het verhaal van de wijzen kun je op veel manieren uitleggen. De ster die zij zien, komt plotseling hun leven binnenvallen. Ze worden erdoor gegrepen. En dus volgen ze het licht. Voor ons betekent dat: waar ben jij door gegrepen? Welke lichtpuntjes in deze donkere tijd zie jij en wil jij volgen? Want het is een donkere tijd. Veel mensen met vaak psychische problemen die in onze samenleving zich maar moeten zien te redden. Veel angst voor wat de toekomst brengt met al die vluchtelingen uit Afrika, baantjes-inpikkende Oost-Europeanen en al die moslims uit het Midden-Oosten waaronder extremisten die aanslagen plegen. Veel onvrede over de politiek en dus slaan Henk en Ingrid ook op de vlucht naar de meer extremere partijen links en rechts.

Morgenster kerk.pngMaar weet je, hoe donkerder de nacht, hoe helderder de ster! Als je de ster volgt, kom je altijd uit bij het licht! Als je de ster van Kerst volgt, kom je altijd uit bij het Kind. Ja, die ster ís het Kind. Jezus noemt Zichzelf ergens in de Bijbel ‘de Morgenster’. En als je uitkomt bij het Kind, dan begint de verandering bij jezelf. Van binnenuit. Dan gaat de Morgenster op in je hart, staat ergens anders in de Bijbel. Dat is het effekt als je de ster van Kerst volgt. Als je reuze blij met het Kind van Kerst bent. Dat Kind van Kerst is Jezus Christus.

De één ziet hem vooral als voorbeeld. Hij laat namelijk zien dat het in dit leven om liefde en vrede en barmhartigheid gaat. Hij is, zegt Job van Schaik in het Dagblad van het Noorden van 24-12-2016, de ontsnappingsroute uit de prestatiemaatschappij en uit de gapende leegte van het moderne leven. Dat klinkt mooi. Maar Hem echt volgen in zijn levensstijl is razend moeilijk. Want ik en jij en wij – we lijden aan de ernstigste kwaal van deze tijd: de zelf-ziekte. Terwijl Jezus juist laat zien, dat het leven pas zin heeft als je het deelt met anderen – niet uit eigenbelang maar als houding. Een houding waarin je elkaar niet de oren, maar de voeten wast. Die houding omschreef Jezus Zelf eens als: ‘Ik ben gekomen om anderen te dienen. Volg mijn voorbeeld na.’ En het gekke is: die softe karaktereigenschappen winnen het altijd van het recht van de sterkste. En ergens voelen we dat allemaal wel aan. Zeker in deze tijd van Kerst. Vrede op aarde. Mensen die elkaar het licht in de ogen weer gunnen.

Anderen, en zo denk ik er ook over, geloven dat Jezus niet alleen maar het ideale voorbeeld is voor alle mensen. Hij is meer dan dat. Hij is ook de Koning die stierf aan het kruis. Want er viel ook nog wat goed te maken tussen God en mensen. Daarin is Jezus dé Ander die voor mij en jou en ons – ja voor de hele mensheid in de plaats het offer van zijn leven bracht. Zo wordt het ook weer goed in deze (verticale) lijn. Als dat geen diepe vreugde geeft! Ook en vooral daarom knielden de wijzen, net als de herders, voor het kindje Jezus neer. Hij geeft je de vrede met God weer terug.

ster vallendKerst is, zou je kunnen zeggen, het feest van de ster. Want feest vieren doe je samen. Samen met elkaar. Samen in deze wereld. Samen tot eer van God. En die ster, waar schijnt die vandaag? Nou, ik hoop in en door ons allemaal. Want Kerst is het feest van ‘vrede op aarde’. Daar zorgt God voor. Door Jezus. Want Hij is de stralende Morgenster. Maar daar gebruikt God mensen voor. Mensen die de ster volgen. Mensen die uit liefde leven. Mensen die het licht doorgeven. Zulke mensen vallen op, staat er in de Bijbel, als sterren die schitteren in de nacht.

Vandaag even langs het stadhuis, maar de echte trouwdag komt later

Het burgerlijk huwelijk is failliet. Ook onder christenen. Niet alleen omdat veel meer christenen (jong én oud) gaan samenwonen. Maar ook omdat christenen die bewust níet willen samenwonen, totaal geen waarde meer hechten aan het moment dat ze het trouwboekje op het stadhuis ontvangen. Steeds vaker komt het voor dat er op maandag of dinsdag voor de wet getrouwd wordt. Even langs het stadhuis, dan zijn we officieel getrouwd. Maar de echte trouwdag komt pas op vrijdag, of soms zelf een aantal weken of maanden later. Dan wordt het bruiloftsfeest gevierd en in de kerk om een zegen gevraagd over het pas gesloten huwelijk.

Want wat stelt het burgerlijk huwelijk nu voor? “Het hoort zo,” zei een stel tegen mij, “anders zijn we officieel niet getrouwd. Dus doen we het ook netjes. Maar we zien die dag niet als onze trouwdag. Het echte begin van ons huwelijk vieren  we drie dagen later met familie en vrienden. Die dag, de dag van onze bruiloft, is de dag die er werkelijk toe doet. Dan willen we ook graag Gods zegen over ons huwelijk ontvangen.  En als trouwdatum staat ook  vrijdag de 13e in onze trouwringen; niet dinsdag de 10e, toen we ’s morgens om half tien in een genabuurde gemeente waar het gratis was, even een kwartiertje met de wederzijdse ouders (meer mensen mochten er niet bij zijn) een krabbeltje zetten bij een ambtenaar van de burgerlijke stand. Het enige leuke van die dinsdag was, dat we daarna gezellig geluncht hebben met onze wederzijdse ouders.”

Dit is echt dé huwelijkstrend onder jonge christenen in 2016. Je kunt  het er over hebben waarom zo’n trend ontstaat. Oppervlakkig gezien is de reden: het scheelt tijd op de trouwdag en het scheelt weer een paar honderd Euro. Maar wat is er eigenlijk aan de hand? Daarover heeft de hoogleraar ethiek van de Theologische Universiteit in Kampen, Ad de Bruijne, de afgelopen jaren veel nagedacht. Hij schreef in het Nederlands Dagblad van 13 augustus 2016 een column met de titel ‘Niet elke bruiloft is een huwelijk’.  Hij is er steeds meer van overtuigd dat het burgerlijk huwelijk in de afgelopen jaren zo sterk veranderd is, dat het beter zou zijn als christenen hun huwelijk weer in de kerk zouden sluiten. Maar ja, omdat dat in Nederland nou eenmaal niet kan, zitten we voorlopig aan dat burgerlijk huwelijk vast. Ook al is dat niet meer automatisch de meeste geschikte vorm van het huwelijk zoals God dat instelde bij de schepping.

de-bruijne-fotoNu zag je al dat de trouwdag voor veel mensen niet meer het officiële feestelijk begin van hun relatie is. Het wordt steeds meer een willekeurig gekozen moment van twee mensen die al lang een relatie hebben waarin ze met elkaar samenwoonden. Om het even in de woorden van Ad de Bruijne te zeggen:  Het burgerlijk huwelijk markeert niet meer het begin van je verbondenheid voor het leven, maar vormt een vooral rituele romantische vervolggebeurtenis, die de zelfexpressie en beleving van een liefdespaar dient. En wat voor vervolggebeurtenis! De manier waarop de man zijn vrouw  ten huwelijk vraagt en de vrijgezellenfeesten die daarop volgen vragen al de nodige tijd, geld en aandacht. En de dag van de bruiloft zelf moet toch wel zo uniek zijn, dat je die nooit van je leven meer vergeet. Wie om die redenen gaat trouwen na al een flink aantal jaren te hebben samengewoond,  sluit geen huwelijk meer, maar geeft een feestje. Waarom? Omdat iedereen die een relatie heeft, ergens de behoefte heeft om samen een keer helemaal in het middelpunt van de belangstelling te staan.

Datzelfde verlangen hebben ook christenen die niet willen samenwonen, maar openlijk tegenover elkaar, tegenover familie, vrienden en collega’s en tegenover God willen laten weten dat ze de rest van hun leven met elkaar willen delen. Maar de overheid speelt daarin geen rol meer. Dus halen jonge stellen ‘even’ een boterbriefje op het gemeentehuis en volgt in hun beleving de echte trouwdag pas een halve week of een half jaar later. Ad de liefde-is-trouwdagBruijne noemt dat de “verschoven gevoelswaarde van het burgerlijk huwelijk”.

Je kunt je afvragen hoe erg dat is. Eigenlijk vind ik het wel een mooie ontwikkeling. Het laat zien waar jonge christenen die niet willen samenwonen het meeste waarde aan hechten. Aan een openlijk begin van hun relatie met iedereen die ze daar graag bij willen hebben. Inclusief hun hemelse Vader en Jezus die bruiloften en huwelijken draagt en redt. Maar het burgerlijk huwelijk is failliet.  Door de overheid zelf volledig uitgehold. Dus dat moment hoeft er op de trouwdag zelf echt niet bij.

De nieuwe tendens van ‘even langs het gemeentehuis’ en een tijdje later voor het gevoel echt trouwen biedt ook nieuwe kansen voor hoe je als christelijke gemeente omgaat met stellen die samenwonen. Als deze trend normaal begint te worden, kun je binnen de gemeente van Jezus Christus elkaar er makkelijker op aanspreken om óók je vrijblijvende samenwoonrelatie te wettigen. Zo van: als je echt blijvend voor elkaar kiest, is het prima om zelf te bepalen wanneer je je bruiloftsfeest geeft. Maar maak wel een officieel begin met elkaar, zodat iedereen weet dat je echt een relatie bent aangegaan zoals God die bij de schepping bedoelde.

Ik zie maar één probleem. Als de trouwdag niet meer samenvalt met de huwelijkssluiting, moet je je afvragen of op elke trouwdag nog wel een kerkdienst belegd kan worden waarin om Gods zegen over het huwelijk gevraagd wordt, met trouwbeloften en al. Daar heb ik geen moeite mee bij de trendsetters van 2016. Zij koppelen wel het burgerlijk huwelijk los van hun trouwdag, maar zien beiden als de start van een relatie zoals God die bedoeld heeft. Maar hoe geloofwaardig is een kerkdienst als een christelijk stel eerst een aantal 2009-03-badeendjesjaren heeft samengewoond zonder daar officieel God en zijn gemeente bij te betrekken? Wanneer men dan later op een zelfgekozen moment een feest organiseert met de aankondiging ‘Wij gaan trouwen!’ – moet de dominee dan automatisch op komen draven omdat men pas dan wél Gods zegen wil ontvangen over hun relatie? Wat mij betreft is de kerkelijke bevestiging van een vervolggebeurtenis nog wel een dingetje. Misschien dat Ad de Bruijne ook daar zijn licht nog eens over kan laten schijnen :-).

Paulus – de man die in de hemel was (over BDE – Bijna-Dood-Ervaring)

Tegenwoordig hoor je veel verhalen van mensen die zeggen dat ze in de hemel zijn geweest. Vaak gebeurt dat toen ze onder narcose of in coma waren of tijdens een hartstilstand. Het worden ‘Bijna-Dood-Ervaringen’ (BDE) genoemd. In 2011 verscheen het boek ‘De jongen die in de hemel was’. Het is in 2014 verfilmd onder de titel ‘Heaven is for real’. Het gaat over een jongetje van bijna vier, Colton Burpo, die tijdens een zware operatie op het randje van de dood zweefde. Toen hij bijkwam uit de narcose, vertelde hij later stukje bij beetje dat hij in de hemel was geweest en daar Jezus had gezien, maar ook zijn grootvader en zijn zusje die hij allebei nooit gekend had. Een echte BDE dus.

In 2014 verscheen er een ander boek over een BDE met als titel ‘Na dit leven’ van de neurochirurg Eben Alexander. Hij kreeg een zeldzame vorm van hersenvliesontsteking en raakte daardoor zeven dagen in coma. Toen hij, tegen alle verwachtingen in (de artsen schatten de kans in op minder dan 2%) weer bijkwam, vertelde hij wat hij allemaal had meegemaakt toen zijn bewustzijn door het universum reisde. In dat universum is God alomtegenwoordig en is elk deeltje van Hem doortrokken. De goedheid en de liefde zijn het hart en de ziel van het ware universum en het kwaad is niet in staat dat aan te tasten. De kern van zijn BDE herhaalt hij verschillende malen: ‘Er wordt van je gehouden, je hoeft niet bang te zijn en je kunt niets fout doen.’

Dat gevoel van een overweldigende liefde en de volkomen acceptie in de bovennatuurlijke werkelijkheid kom je bij bijna alle BDE’s tegen. Daarover heeft in Nederland de hartchirurg Pim van Lommel in 2007 een boek geschreven met als titel ‘Eindeloos bewustzijn’. Hij heeft heel veel BDE’s verzameld en geanalyseerd en komt tot de conclusie dat ons bewustzijn niet door onze hersenen geproduceerd wordt, zoals de meeste wetenschappers zeggen, maar dat onze hersenen het kanaal zijn voor ons bewustzijn. Dat bewustzijn is onderdeel van een veel grotere, alomvattende geestelijke werkelijkheid. Die wordt soms ervaren als alle andere aardse dingen wegvallen. En waar de mensen die daarna toch weer terugkomen in dit leven het meest van onder de indruk zijn, is dat gevoel van overweldigende liefde en volkomen acceptatie die ze zo intens beleefd hebben dat ze er amper over kunnen vertellen, maar waardoor ze meestal wel volledig anders in het leven komen te staan: veel positiever, minder angstig, met meer rust en vredelievender.

‘Zicht op de hemel’ – zo zou je, als je de mensen die het hebben meegemaakt, een BDE kunnen noemen. Maar wat kun je daar nou mee? De één bekijkt het puur wetenschappelijk (Pim van Lommel). De ander zegt dat het kwaad alleen maar op dit kleine stukje van het grote universum aanwezig is en dat goddelijke liefde in de rest van het universum zo overweldigend is, dat de kracht daarvan nu al sterker is dan elke verschrikkelijke ziekte of elk wreed kwaad (Eben Alexander). En Colton Burpo zegt dat in de hemel de Heer Jezus centraal staat en dat daar alleen maar mensen toegelaten wordt die op aarde ook echt van Hem gehouden hebben.

Paulus beschrijft zijn Bijna-Dood-Ervaring

Dus wat moet je met zulke verhalen, uit boeken, van mensen dichtbij, of als je zelf zo’n bijzondere BDE hebt gehad? Hoeveel geloof moet je aan hechten? Ik werd, toen ik hier over nadacht, getroffen door wat Paulus in 2 Korintiërs 12:1-10  schrijft. Daar heeft Paulus het over een moment uit zijn leven dat hem altijd is bijgebleven. Hij herinnert het zich nog als de dag van gisteren, ook al was het 14 jaar geleden. Wat hem toen overkomen is – hij kan het nog steeds niet goed onder woorden brengen. Hij moet het twee keer vertellen. En hij beschrijft die ervaring van zichzelf in de derde persoon.     

2 Korintiërs 12:1-10

Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt. Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid: in beledigingen, nood, vervolging en ellende. In mijn zwakheid ben ik sterk.

Paulus heeft het dus over een man die een volgeling van Christus is. Die is in de derde hemel, in het hemels paradijs geweest. Daarheen werd hij weggevoerd. Opgetrokken, kun je ook vertalen. Het ging heel abrupt, zo plotseling en onverwacht, dat hij niet meer weet of het in het lichaam was of dat het een uittreding van zijn bewustzijn was. Maar de ervaring die hij had was, dat hij werkelijk in de hemel is geweest. En hoe het daar is? Ik zou het graag willen weten. En Paulus is er even geweest. Maar zijn ervaring was zo uniek geweest, zo vanuit de andere wereld, dat hij daar alleen maar over kan en wil spreken in de derde persoon. Want wat hij daar gehoord heeft … het is echt onuitsprekelijk. Je kunt het niet onder woorden brengen. Net zoals je leest in alle boeken over BDE’s. De kleine Colton Burpo. De neurochirurg Eben Alexander. Er zijn geen woorden voor om die overweldigende ervaring uit te drukken. Maar Paulus wíl ook niet uitgebreid vertellen over zijn BDE. Want hij wil zichzelf met zijn bijzondere ervaringen niet op een hoger voetstuk plaatsen dan anderen. Want hoe uitzonderlijk de openbaringen die hij gekregen heeft ook zijn, ze zijn voor mensen niet te controleren. Dus heeft Paulus veel liever dat mensen hem beoordelen op wat ze van hem zien en horen. Dat ze kijken naar zijn levensstijl en reageren op de inhoud van zijn prediking. Dáárdoor wordt de kracht van Christus zichtbaar. Dáárdoor zien andere mensen dat het echt waar is: ‘De genade van Jezus Christus is genoeg voor jou en mij.’ En mocht Paulus al in de verleiding komen om zichzelf toch heel bijzonder te vinden – ‘Ik kan jullie vertellen hoe het in de hemel is, ik ben er 14 jaar geleden tijdens een bijzondere ervaring zelf geweest!’ – juist daarom heeft hij van God een doorn in het vlees gekregen.  Wat het ook mag zijn, maar de bedoeling werd hem door God na veel gebeden definitief duidelijk gemaakt: ‘Genoeg is voor jou mijn genade’.

Paulus kreeg zicht op de hemel. Het was een geweldige ervaring voor hem. Geen wonder dat hij even eerder al tegen de Korintiërs al zei: “We weten dat we na ons sterven van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensen gemaakte woning in de hemelen.” En hij zegt er meteen bij: “We weten dat zolang dit lichaam onze woning is, we ver van de Heer wonen.” En vindt u het na zo’n BDE ook niet meer dan logisch, dat hij erbij schrijft: “we zouden ons lichaam liever meteen verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen”? (2 Kor. 5:1-10). Dan snap je ook waarom Paulus aan de christenen in Filippi schrijft: “Ik verlang ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste.” (Fil. 1:23). Dat gevoel van heimwee en verlangen hoor je heel vaak terug bij iedereen die een BDE gehad heeft. Maar ze moesten terug. En ze beseffen meestal heel sterk, dat ze op aarde nog een taak hebben. Net als Paulus dat voelde. Ik moest terug. Voor jullie. Om te vertellen, wie daar in de hemel regeert: Jezus Christus, die door God gegeven is als zoenmiddel voor de zonden van de hele wereld; Jezus Christus, die voor alle mensen is gestorven en is opgewekt; Jezus Christus die de weg naar het hemels paradijs weer geopend heeft. Het is Jezus Christus onze Heer die mensen het juiste zicht op de hemel geeft. Dus denk ik, dat je vooral moet kijken naar wat er in de Bijbel staat. Dan wordt er niet veel gezegd over hoe het in de hemel is. Maar wel over hoe mensen in hun geloof staan. In hun zwakheid zijn ze sterk. Omdat ze weten: in de hemel is de Heer. Denk aan wat Stefanus uitriep vlak voordat hij gestenigd werd: ‘Ik zie de hemel geopend en de luister van God en Jezus de Mensenzoon die aan de rechterhand van God staat.’ (Hd. 7:57). Aan Hem vertrouwt Stefanus zijn geest toe als hij op aarde zijn laatste adem uitblaast.

Een BDE – wel waardevol, niet bepalend

En als iemand dan vertelt dat ‘ie een BDE heeft gehad?  Ik denk dat zo’n ervaring heel waardevol is. Vooral voor iemand zelf. En ook voor z’n omgeving. Tegelijk hangt mijn geloof niet van zo’n ervaring af. Sterker nog, Paulus is er juist heel terughoudend in om met zulke verhalen het Evangelie van Jezus Christus kracht bij te zetten. Dat zou toch de omgekeerde wereld zijn – wat in de Bijbel staat is waar omdat Colton als vierjarig jongetje in de hemel is geweest en daar Jezus Christus heeft gezien. Want ook Eben Alexander heeft de hemel gezien, maar hij zegt dat alles en iedereen daar zal ervaren hoe overweldigend de liefde van het goddelijke Al is, dat het kwaad niet gestraft hoeft te worden omdat het toch al niets voorstelt binnen het hele universum. En volgens Pim van Lommel leidt een BDE er vooral toe dat mensen in dit leven nog meer benadrukken hoe belangrijk onvoorwaardelijke liefde en acceptatie zijn. Bij deze twee benaderingen is er dus geen sprake van dat mensen vergeving, verzoening en genade nodig hebben. Wat mij bij Paulus opvalt is dat hij juist niet de liefde, maar de genade benadrukt nadat hij heel voorzichtig over zijn hemelse ervaring gesproken heeft. Die ervaring is overweldigend. Dus kun je zomaar denken: alles is liefde. Maar in de hemel is alles alleen maar liefde, omdat God de Vader en Jezus Christus daar centraal staan. En het is hun genade dat Zij ons in hun liefde willen laten delen. Wil je ‘zicht op de hemel’? Geloof dan in Jezus Christus. Hij zegt tegen mensen die in Hem geloven en moeten sterven: “Ik verzeker je: nog vandaag zul je met Mij in het paradijs zijn” (Lukas 23 vers 43). En: “Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft” (Johannes 11 vers 25). Hij roept iedereen op om na te denken over zijn pretenties: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij.” (Johannes 14 vers 6). Een BDE verandert daar niets aan. Maar het kan je geloof wel enorm bevestigen. Daar mag je God dankbaar voor zijn.

Wat doet Trump met Obamacare? – een ethisch dilemma voor Amerikaanse christenen

Donald Trump wordt de 45e president van Amerika. Bijna heel Nederland is verbijsterd. Hoe kun je op zo’n man stemmen? En hoe kan het dat juist christelijk Amerika voor het overgrote deel op Trump gestemd heeft? Ik heb daar zo mijn gedachten over. Volgens mij stemt christelijk Amerika vanuit een mix van conservatieve en ethische overwegingen in meerderheid op de Vrijheidsbeeld - tekeningRepublikeinen. Conservatief: men is erg gehecht aan individuele vrijheden en verworvenheden en heeft daarom een gloeiende hekel aan teveel invloed van de overheid op allerlei persoonlijke keuzes. En vanuit ethisch oogpunt: de Democraten staan bekend als super-liberaal wanneer het gaat om abortus, want ze staan het toe tot in de negende maand van de zwangerschap.

Ik begrijp dus de orthodoxe christenen in Amerika wel. Ze stemmen zelfs nog Republikeins als ze grote twijfels hebben over de presidentskandidaat. Want achter de ongeschikte Donald Trump staat een grote partij die hem wel onder controle heeft, denkt men. Zeker met Mike Pence naast hem, iemand die door-en-door betrouwbaar overkomt en van zichzelf gezegd heeft: “Ik ben christen, conservatief, Republikein. In die volgorde.” Dat is voor veel christenen in Amerika nog altijd een beter alternatief dan Hillary Clinton en haar Democraten met hun ethisch liberalisme en hun verregaande overheidsbemoeienis.

Ik begrijp het. En tegelijk snap ik het vanaf de andere kant van de grote oceaan ook niet helemaal. Het gaat mij een beetje te makkelijk. En dat voel ik vooral als ik kijk naar de Republikeinse reakties op Obamacare. Onder die naam is op 1 oktober 2013 een nieuwe zorgwet ingevoerd in heel Amerika, waardoor alle Amerikanen zich verplicht moeten verzekeren en waarin zorgverzekeraars niemand meer mogen weigeren. Tot die tijd liepen er maar liefst 40.000.000 Amerikanen onverzekerd rond. De Republikeinen zijn fel tegen deze wet. Ze beschouwen het als het kwalijkste voorbeeld van ongewenste overheidsbemoeienis van de regering van Barack Obama. Nu Donald Trump president wordt, zullen ze proberen de wet alsnog helemaal terug te draaien. Of dat lukt is nog maar de vraag, want wetten die al zijn aangenomen kunnen alleen maar met een meerderheid van 60% worden teruggedraaid, en die meerderheid hebben de Republikeinen niet.

Het verbaast mij dat de meeste christenen in Amerika bijna net zo fel tegen Obamacare zijn als tegen abortus. In mijn optiek is het Obamacare-standpunt van de Republikeinen net zo onchristelijk als het abortus-standpunt van de Democraten. De Democraten zeggen: een vrouw is baas in eigen buik, ook al kost dat duizenden ongeboren kinderen het leven. De Republikeinen zeggen: iedereen moet zichzelf maar redden, ook al kost dat duizenden zieken het leven.

Het is makkelijk om als christen pro life te zijn. Het gaat altijd om een weeerloos kind dat in de moederschoot gedood wordt. Het is veel moeilijker om als christen pro Obamacare te zijn. Want je ziet niet zo snel het leed dat al die mensen die zich niet kunnen verzekeren kunnen, treft.

Bijbels gezien is het een taak van de overheid om te zorgen voor weduwen, wezen, armen en vreemdelingen. God noemt Zich Zelf ‘vader van wezen, beschermer van weduwen’ (Psalm 68:6). Het is geen kwestie van barmhartigheid om deze zwakkeren in de samenleving te helpen. Zij hebben recht op hulp van de overheid en van hun medemensen. In zijn boek ‘Ruim baan voor gerechtigheid’ gaat de New Yorkse predikant Tim Keller hier uitvoerig op in. Het is, denk ik, voor Amerikaanse christenen een bijzonder confronterend boek. Want in Amerika doet het welgestelde deel van de natie, en zeker de christenen onder hen, heel veel goeds als het om liefdadigheid gaat. Maar het is allemaal ‘barmhartigheid’. O wee als iemand zegt, dat het ondersteunen van de armen een kwestie van ‘gerechtigheid’ is, waar de zwakkeren in de samenleving recht op hebben.

Tim Keller heeft in dit briljante boek niet over Obamacare. Hij gaat niet verder dan het geven van een niet te missen voorzet die iedereen zo in het doel kan koppen: het is bijbels gezien zeer terecht dat de overheid haar verantwoordelijkheid neemt door een basiszorgverzekering in te voeren. In Nederland is dat al jaren geleden ingevoerd dankzij een meerderheid van de christelijke en de socialistische partijen. Beiden vinden, in tegenstelling tot het liberale gedachtengoed, dat een samenleving uit meer dan alleen maar losse individuen bestaat.

Het blijft verbazingwekkend hoe groot de blinde vlek van heel veel christenen in Amerika op dit punt is. Daarom ben ik na de verkiezing van Donald Trump als de 45e president van Amerika vooral benieuwd hoe het nu met Obamacare afloopt. Als het alsnog wordt teruggedraaid en afgeschaft, is Amerika een flink stuk onchristelijker geworden. Dat is het ethisch dilemma tussen een sociaal Amerika met bv. vrije abortus of een individualistisch Amerika met een paar extra christelijke accenten. In beide gevallen denk ik niet: ‘God zegene Amerika’, maar ‘God beware Amerika’.

Registratie Orgaandonatie in de lift

orgaandonatie-teletekstOp 13 september nam de Tweede Kamer een nieuwe orgaandonatiewet aan. Wie de moeite niet wil nemen om zich te laten registreren, wordt onder deze nieuwe wet genoteerd als iemand die ´geen bezwaar´ heeft tegen het doneren van zijn of haar organen na overlijden. Vandaag meldden het dagblad Trouw  en het NOS-journaal dat in de drie-en-halve week na dit besluit al zo’n 100.000 Nederlanders zich hebben laten registreren in donorregister.
De meesten hebben ‘nee’ laten noteren, ruim 90.000. En iets minder dan 10.000 mensen hebben ‘ja’ ingevuld. Daarnaast zijn waren er in de eerste dagen na het besluit bijna 4.500 Nederlanders die zich hebben laten uitschrijven, maar waren er ook zo’n 2.650 personen die van ‘nee’ naar ‘ja’ zijn geswitcht. Volgens dagblad Trouw en het NOS-journaal zijn er inmiddels 22.000 Nederlanders die zich hebben laten uitschrijven.

Hoe je het ook wendt of keert, alleen al het feit dat het voorstel om tot een Aktief Donor-Registratie Systeem over te gaan, het met 75-74 gehaald heeft in de Tweede Kamer, heeft tot beduidend  meer registraties geleid.En dat alleen al vind ik winst.

Orgaandonatie OverheidEven voor de duidelijkheid wat cijfertjes.

In januari 2014 waren zo’n 5,7 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Daarvan zeiden bijna 3,5 miljoen ‘ja’ met of zonder beperkingen, zeiden zo’n 1,6 miljoen ‘nee’ en lieten 0,6 miljoen de keus aan de familie. In december 2015 waren ruim 5,8 miljoen Nederlanders geregistreerd als donor. Het ‘ja’-aantal steeg licht (+ 53.000), het ‘nee’-aantal daalde licht (- 8.000) en het aantal dat de familie liet beslissen steeg het hardst (+ 92.000).

En nu naar 2016. Volgens http://www.donorregister.nl stonden op 31 augustus 2016 precies 5.910.425 Nederlanders geregistreerd, waarvan bijna 3,65 miljoen ‘ja’ hadden ingevuld, ruim 1,55 miljoen ‘nee’ en de overige 0,7 miljoen liet het aan de familie over. Wat is er na 13 september veranderd? Nou, er hebben zich bijna 73.000 Nederlanders meer laten registreren. Wel daalde het ‘ja’-aantal’ naar 3,64 miljoen en steeg het ‘nee’-aantal naar 1,64. Het aantal dat voor ‘de familie beslist’ koos, bleef nagenoeg gelijk met iets meer dan 0,7 miljoen.

Orgaandonatie ja of neeZonder de 22.000 Nederlanders die in mijn optiek allemaal Dik heten en samen de familie Ego vormen, en die als Dikke Ego’s allemaal hun eigen autonome keus belangrijker vinden dan de lange wachtlijsten die er nog steeds zijn, zou het aantal registraties net boven de 6 miljoen zijn uitgekomen.

Ik ben blij met deze cijfers. Het gaat er mij namelijk niet om of mensen voor of tegen orgaandonatie zijn. Ook al vind ik het voor mijzelf een christenplicht om na mijn leven mijn naaste te mogen dienen met mijn organen als dat kan. Maar de afweging van iemand anders dat het lichaam door God aan iemand persoonlijk gegeven is en dat je daar na je dood niet in wilt laten snijden vind ik ook een begrijpelijk standpunt. Het is echt geen gebrek aan naastenliefde als iemand ‘nee’ zegt. Maar geef het in elk geval aan. Of laat weten dat je die keus t.z.t. aan je familie over laat. Met dit nieuwe registratiesysteem word je door de overheid nergens toe verplicht. Behalve dat de overheid wil dat je aangeeft wat je zelf wil. Niet willen kiezen is namelijk een vorm van egoïsme of laksheid. Dat stoort mij vooral omdat 90% van de Nederlanders wél graag een orgaan ontvangen wil als de nood aan de man/vrouw komt. Terwijl het aantal Nederlanders dat nu vrijwillig zijn keus kenbaar maakt, al jaren op 40% zit. Dus van elke 100 Nederlanders vertikken 60 personen het om zich te laten registeren, maar van die 60 willen er 50 wel graag een orgaan ontvangen als de nood aan de man of vrouw komt. Dat vind ik, even scherp gezegd, hypokriet. Orgaandonatie - hartjeDus ben ik blij met dit besluit van de Tweede Kamer. Wie niks laat weten, geeft aan ‘geen bezwaar’ te hebben. Dat is wat anders dan ‘ja’, maar het is voor de nabestaanden een teken dat iemand tijdens zijn leven geen grote moeite met orgaandonatie had, anders had hij/zij wel ‘nee’ laten registreren. Dat hebben binnen een maand na 13 september al bijna 100.000 Nederlanders gedaan. Dat vind ik dus een goede zaak. Beter eerlijk ‘NEE’ dan de zaak op z’n beloop laten.

En nu maar hopen dat de ChristenUnie in de Eerste Kamer niet gaat zeggen: zie je wel, het aantal registraties neemt de laatste maanden heel erg toe. Het is al erg genoeg dat christenen de naam hebben in ethische zaken overal tegen te zijn. Terwijl het stimuleren van orgaandonatie toch echt heel iets anders is dan het legaliseren van abortus of euthanasie.
 
 
 

Joni Eareckson-Tada over ziekte, depressie, geloof en genezing (3)

In het boek De belofte van genezingIs genezing altijd de wil van God?  van Richard Mayhue staat ook een interview met Joni Eaeckson-Tada, volgens de schrijver zelf een “buitengewoon voorvechtster van gehandicapten”. Nu de diskussie over gebedsgenezing in Nederland weer oplaait wil ik dit interview graag  op mijn weblog weergeven. Dat doe ik in drie afleveringen.

Deel 3 van het interview met Joni

DICK: Vaak kijken mensen naar jou en stellen  zich voor dat jij thuis een zorgeloos en normaal leven leidt. Hoe ga jij om met dagelijkse problemen?

joni-tada-earicksonJONI: Ik denk dat het probleem waarover ik nu het beste kan praten, het probleem is dat ik in bed lig vanwege doorliggen, voelend dat mijn wereld niet verder reikt dan  het hek achter, bemerkend dat mijn gebeden niet verder gaan dan het plafond, of kijkend in de spiegeld – vies haar en geen make-up en lakens die stinken naar alcohol en antiseptische middelen. Voor mij is het een les om nog eens een keer helemaal te leren mij het Woord van God effectief toe te eigenen.

Lang geleden heb ik geleerd wat de sleutel is om te vorderen in mijn christelijke wandel: het Woord van God systematisch en intelligent benaderen en het vervolgens in verschillende begrijpelijke gedeelten opdelen die spreken over, laten we zeggen, depressie of beproeving of genade, en die dan uit het hoof leren.

Dat is nu nog steeds van toepassing. Ik moet de gevoelens van mijn beperkingen, de gevoelens dat mijn gebeden tegen het plafond terugkeren, de opwellingen, de emoties en de weifelingen uit de weg gaan. Ik neem mij in gedachten voor, wat naar ik veronderstel een geloofsdaad is, niet naar gevoelens luisteren, maar in plaats daarvan te luisteren naar het Woord van God. Dus het is in feite een handeling van mijn wil; het is een intentie van de wil dat ik niet toelaat dat deze gevoelens en emoties mijn geloof aan flarden scheuren en mijn visie op God veranderen.

joni-tada-eareckson-the-nativityIk ben van plan ze te accepteren voor wat ze zijn – emoties en gevoelens – en vervolgens door te gaan op de rechte weg van het luisteren naar het Woord van God. Het Woord van God zegt dat alle dingen meewerken in een patroon ten goede. Het zegt niet dat alle dingen goed zijn; het zegt dat alle dingen meewerken ten goede. Ik ben van plan te luisteren naar het Woord van God wanneer het mij opdraagt beproevingen te verwelkomen als vrienden en te danken in alles. Ik dat dat het een systematische benadering van zijn Woord is dat het verschil maakt.

DICK: Vragen mensen die ziek zijn niet vaak, en willen ze niet vaak weten waarom ze ziek zijn en wat Gods redenen zijn voor hun ziekte?

JONI: Ja, of ze vragen: ‘Waarom ben ík niet genezen?’ Het is belangrijk die vraag te beantwoorden als wij, de gemeente, mensen met ernstige handicaps willen dienen of tijd doorbrengen met hen in discipelschap of zoiets.

Soms gaan mensen bidden voor de genezing van een tante die dodelijk ziek is of van een echtgenoot die sterft aan kanker. Ze beweren dat ze simpelweg weten dat God die persoon zal oprichten. En dan, wanneer die persoon sterft, verblijden ze zich omdat hij of zijn heeft ervaren wat zij het toppunt van echte genezing noemen. Dat is duidelijk een uitvlucht – een geestelijke uitvlucht – een erg van pas komende uitvlucht.

DICK: Maar er zit een kern van waarheid in. En dat is zo misleidend, nietwaar?

JONI: Ja, omdat dat niet is wat deze mensen werkelijk menen. Ze bidden dat deze of die persoon wordt genezen. In feite willen ze er niet aan denken – uit angst om een gebrek aan geloof te laten zien – dat er een mogelijkheid zou kunnen zijn dat echte genezing de dood betekent.

DICK: Wat zijn, in het licht van jouw ervaring en die van alle mensen die met jou corresponderen, de meest belangrijke vragen die echt moeten worden beantwoord voor mensen die ziek zijn of lijden of in omstandigheden verkeren die ze nooit zullen kunnen veranderen?

JONI: Ik denk dat de vraag die de meeste mensen achtervolgt, de vraag is welke verantwoordelijkheid God heeft – hoe zou God, een goede God, lijden en onheil kunnen toestaan in deze wereld? En ten tweede, hoeveel van mijn eventuele genezing is van mij afhankelijk? Waar past mijn geloof in dit geheel? Wat is de betrokkenheid van God?

We hebben de eerste vraag min of meer behandeld; misschien kunnen we nog een beetje doorpraten over de tweede vraag. Mensen hebben het er erg moeilijk mee om overtuigd te raken dat toen Jezus zei: ‘Je geloof heeft je gezond gemaakt’, Hij in werkelijkheid over redding sprak in die bepaalde gedeelten van de Schrift. Ik geloof dat Hij dát gedaan heeft;  de genezing was slechts een bewijs dat die persoon geestelijk gezond was gemaakt. Maar mensen geloven nog steeds dat het een kwestie is van het aanwenden van hun geloof. Ze geloven nog steeds dat deze gedeeltes uit de Schrift alle verantwoordelijkheid bij hen leggen, bijvoorbeeld waar Jezus zegt: ‘Als je een  geloof hebt als een mosterdzaad, zul je tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen.’

Soms denk ik dat God de bedoeling van hun hart leest; maar misschien ligt het in de voorzienigheid van God opgesloten dat zij zich erg moeten vergissen zodat ze zouden worden bewogen om eens beter naar de Schrift te kijken.

Neem bijvoorbeeld die jonge stewardess. Wat zal dat lieve meisje doen wanneer haar echtgenoot dodelijk ziek wordt? Wat zal ze doen? In zekere zin heb ik medelijden met haar. Maar vanuit een ander oogpunt kan ik begrijpen dat God zou willen dat zij heel diep teleurgesteld wordt, zodat het haar, net zoals dat bij mij was, ertoe zou dringen terug te gaan naar de Schrift om een tweede, nauwkeuriger blik te werpen. Ik heb te doen met deze mensen. Ik kan mijzelf zien, zoals ik eens was, in die positie. Ik denk dat het daardoor nog meer noodzakelijk wordt dat mensen die in een positie verkeren dat ze Gods waarheid doorgeven, nauwkeurig zijn. Hier ligt een grote uitdaging voor je.

Noot: Lees, om meer te weten te komen over Joni en haar worstelingen om te zegevieren, haar uiteenzetting in A Step Further (Grand Rapids, MI: Zondervan Publishing House, 1990). Schrijf, om meer over haar diensten te weten te komen, naar JAF Ministries, P.O. Box 3333, Agoura Hills, CA 91301, United States of America, of bel in de Verenigde Staten (818) 707-5664. [of bekijk de website www.joniandfriends.org]

 

Joni Eareckson-Tada over ziekte, depressie, geloof en genezing (2)

In het boek De belofte van genezingIs genezing altijd de wil van God?  van Richard Mayhue staat ook een interview met Joni Eaeckson-Tada, volgens de schrijver zelf een “buitengewoon voorvechtster van gehandicapten”. Nu de diskussie over gebedsgenezing in Nederland weer oplaait wil ik dit interview graag  op mijn weblog weergeven. Dat doe ik in drie afleveringen.

Deel 2 van het interview met Joni

DICK: Laten we even terugkomen op die stewardess. Hoe liep het gesprek met haar af?

joni-tada-earicksonJONI: De conversatie die ik met die stewardess had was verontrustend, omdat het werkelijk, op kleine schaap, iets was wat plaatsvindt in gemeenten door het hele land. Toen ik op het vliegveld uit het vliegtuig ging, werd ik begroet door één van mijn sponsors. Ze hadden een jonge vrouw meegebracht die haar net had gebroken tijdens een auto-ongeluk het jaar daarvoor. Zij had net als ik een dwarslaesie. Zij was op het punt gekomen dat ze God erin kon vertrouwen en het had geaccepteerd.

Maar iemand had haar verteld dat het de wil van God was dat zij zou worden genezen. Wel, ze geloofde en geloofde en werkte hard en ze had alle Schriftuurlijke geboden opgevolgd en had alles gedaan waarvan zijn dacht dat het nodig was – en nog steeds werd ze niet genezen. Dat slingerde haar in een depressie; het bracht schade toe een haar visie op God. In haar denken werd Hij een reus daarboven die monsterlijke grappen uithaalde met mensen hier beneden.
En vervolgens werd haar gezegd: ‘Wacht eens even; jouw depressie laat geen leven in geloof zien. En in feite, jonge dame, is jouw depressie niets meer dan louter zonde.’ O, het was wreed, afschuwelijk wreed!

Haar opmerking aan het adres van die persoon was: ‘Nou, kijk eens naar Joni. Zij houdt van de Heer en wandelt dicht bij Christus, maar toch heeft de Heer er niet voor gekozen haar te genezen.’

Er werd tegen haar gezegd: ‘’Tja, Joni heeft zich neergelegd bij de gedachte dat ze nooit wordt genezen. Daarom is Joni niet genezen.’

Ze keek er vol spanning naar uit om  het uit de eerste hand te horen. Was ik ooit depressief? Geloofde ik dat het de wil van God was? Had ik mij erbij neergelegd dat ik nooit meer op mijn voeten zou staan?

Net als die andere conversatie met de stewardess, was mijn eerste opmerking aan haar adres: ‘Nee, ik heb mij er niet bij neergelegd dat ik nooit zal worden genezen.’ Sommige mensen aan het ene einde van het spectrum zeggen dat God nooit op wonderbaarlijke wijze geneest. Ze stoppen bijna de daden van God in een doosje. Maar aan het andere einde van het spectrum zijn mensen die zeggen dat God wil dat iedereen wordt genezen. Ook zij proberen God in een doosje te stoppen. Dus zei ik tegen haar: ‘Nee, ik heb mij er nooit bij neergelegd. Ik heb alle deuren geopend. Ik heb ze open gelaten. Maar het is de verantwoordelijkheid van God, en niet langer de mijne. Als ik een juiste visie op de Schrift en een hoge dunk van God heb, dan kan ik het aan zijn wil overlaten.’

Maar ik geloof echt, zoals ik haar vertelde, dat genezing de uitzondering op de regel is – waarbij de regel is dat God heden ten dage niet altijd op wonderbaarlijke wijze zal genezen, niet meer dan dat Hij op wonderbaarlijke wijze mensen uit de dood opwekt of mensen op water laat lopen . Deze dingen gebeuren gewoonweg niet.

Ik vertelde haar dat ik vaak depressief word. Nu lig ik bijvoorbeeld in bed met een paar hardnekkige wonden als gevolg van doorliggen. Ik heb een aantal maanden in bed gelegen. Dat is erg ontmoedigend geweest en soms maakt dat depressief. Er zijn mensen geweest die zeiden dat ze bidden voor mijn genezing.

De jonge vrouw vroeg mij met een nieuwsgierige blik op haar gezicht: ‘Nou, denk je niet dat het zonde is?’

Ik zei: ‘Wanneer ik zou toestaan dat deze emoties mijn visie op God veranderden, dan zou dat zonde zijn. Maar het is geen zonde, want mijn visie op God is niet veranderd.’

Maar ik ben een mens. Hij kent mijn lichaam en herinnert Zich dat ik slechts stof ben. Hij heeft mij tot een wezen gemaakt met echte tranen. Emotioneel gezien word ik niet echt blij over het feit dat ik drie maanden op bed lig, maar dat heeft mijn visie op God niet veranderd. De depressie die ik ervaar, is simpelweg inherent aan wat het betekent om mens te zijn. Sommige depressies zijn slechts een deel van wat het betekent om de alledaagse botsingen en kneuzingen van het mens-zijn onder ogen te zien, of je nu een gelovige bent of een ongelovige. Wanhoop is voor een christen echter niet nodig, omdat we hoop hebben – de hoop op Christus, die alle dingen nieuw zal maken.

DICK: Dat is een goed onderscheid tussen depressie, een  deel van ons mens-zijn, en wanhoop, wat nooit een deel van onze bevrijdende relatie met Christus zou mogen zijn.

JONI: Het is zo wonderlijk. Eerst wanhoopte ik toen ik gewond raakte – ik wist niet hoe alles in elkaar paste. Ik had er geen idee van dat God daar was; dat het Hem iets kon schelen; dat Hij alles onder controle had en dat ik mij geen zorgen hoefde te maken; dat het geen ongeluk was; dat Hij een vooropgezet doel had en dat Hij opstandingskracht had om mij te geven. Ik wist dat alles niet. Dus ja, tijdens de eerste maanden van mijn invaliditeit wanhoopte ik. Ik dacht dat er geen hoop was. Maar christenen hoeven nooit te wanhopen, alhoewel ze depressief kunnen worden.

DICK: Heb je ooit de fasen in je denken geanalyseerd van de tijd dat je een tiener was en pas gewond raakte tot het punt waar je nu bent aanbeland? Heb je enige duidelijk fasen, waar je doorheen bent gegaan, opgemerkt?

JONI: Ja, ik denk dat ik het klassieke voorbeeld heb gevolgd van iedereen die het punt bereikt dat hij zijn invaliditeit accepteert. Er zijn vijf stappen: de klassieke fasen van schoktoestand, woede, ontkenning, onderhandelen en acceptatie.
Eerst was ik inderdaad geschokt en totaal ongelovig. Het is vreemd, Dick. Ik zag mijn lichaam verlamd, maar het begon mij niet te dagen dat het altijd zo zou zijn. Het was niet dat ik weigerde erover na te denken; er ging eenvoudig geen lampje branden. Het drong niet tot me door, omdat het allemaal een schoktoestand was. Daarna kwam de woede: ‘God, hoe kunt U toestaan dat er zoiets met mij gebeurt?’

Nogmaals, dat is een andere aangelegenheid waarnaar ik altijd al nieuwsgierig ben geweest – waarom we de schuld bij God leggen. Wat is er toch met Hem? Het moet inherent zijn aan onze opstandige natuur dat we God de schuld geven. We leggen de schuld nooit echt bij de aanvankelijke rebellie van de mens; we werpen de verantwoordelijkheid op God, niet op Satan. Trouw aan onze menselijke natuur, dat is de aard van het beestje. Het lijkt erop dat we nergens de verantwoordelijkheid voor kunnen accepteren.

Toen ging ik door een fase van ontkenning: ‘Dit is niet hoe het zou moeten zijn. God, ik weet gewoon dat U mij op de been zult helpen.’ Daarna onderging ik de onderhandelingsroutine; uiteindelijk kwam ik op het punt waar ik mijn invaliditeit accepteerde. Maar het was geen acceptatie in de zin van hopeloze berusting – ‘Ik denk dat dit het beste is wat ermee kan gebeuren, dus zal ik het maar accepteren en doorgaan’ – neen gevoel van zelfmedelijdend martelaarschap. Ik heb het over acceptatie waarbij je dat wat God je gegeven heeft, omarmt en het met dankzegging aanvaardt. Ik denk dat dit de oprechte acceptatie is en dat alleen een christen dat tot uitdrukking kan brengen.

Ik denk dat veel ongelovigen het lijden aanvaarden met een soort martelaarscomplex of stoïcijnse gelatenheid. Alleen christenen kunnen het lijden met dankzegging omarmen, wetende dat ze iets uit de hand van God ontvangen dat niet alleen tot zijn eer is, maar ook voor hun eigen bestwil.

Terug naar mijn ontmoeting met de jonge vrouw met een dwarslaesie. We praatten wat over het Koninkrijk van God. Wanneer iemand mij vraagt naar genezing voor vandaag de dag, begin ik te spreken over het Koninkrijk en waarom Christus is gekomen en waar de wonderen allemaal om draaiden. Ik denk dat je geen antwoorden op de vragen kunt geven, totdat je het kader schetst, de structuur waarin je je antwoorden kunt inkleden. We praatten ook wat door over de depressie voordat ik naar mijn hotelkamer ging.

De volgende ochtend stond ik op om te gaan spreken bij een lunch voor vrouwen. Er waren daar duizend vrouwen, en ik sprak over de natuur en het karakter van God en ons zicht op Hem te midden van onze pijn en problemen. Ik leidde mijn verhaal in met het feit dat ik depressief was. En dat was ik. Dit speelde ongeveer anderhalve week geleden [voor dit interview – L.E.L.], en zoals ik je al vertelde, worstelde ik heel erg met het feit dat ik aan bed gebonden was en dat ik mij lelijk voelde en dat ik wat pondjes was aangekomen, doordat ik eet wanneer ik plat moet liggen.

Ik beschreef dit voor de vrouwen, omdat ik wilde dat ze begrepen dat dit niet één of andere voorzichtige geconstrueerde visie op de Schrift was die ik jaren geleden in elkaar geflanst had.

Nadat ik had gesproken, ging ik terug naar mijn hotelkamer om even te gaan liggen, omdat ik van het doorliggen wilde afkomen. Toen ging de telefoon. Het was een vrouw die mijn wilde spreken. Ik nam de telefoon op en zij begon te zeggen: ‘Joni, ik heb een woord van kennis voor je van de Heer.’ Ze vervolgde op een manier die vaak gebruikt wordt door mensen die woorden van kennis spreken – ‘mijn dochter ..’ – alsof God werkelijk aan het spreken was. Ze vervolgde met te zeggen: ‘Mijn dochter, je zonde houdt je weg van Mij en van genezing. De depressie die je hebt, blokkeert mijn gemeenschap met jou.’

Aan het eind van haar ‘woord van kennis’ moest ik echt op mijn tong bijten. Ik zei eenvoudig: ‘Dan k u voor uw telefoontje en voor het geven van uw mening.’ Naderhand bedacht ik mij hoe wreed en oneerlijk die dame was. Ze gebruikte een handig geestelijk achterdeurtje om haar mening te geven. Ik heb dat niet tegen haar gezegd, maar ik kookte echt. Nogmaals, het gaat rechtstreeks terug tot de stewardess en het meisje in de rolstoel. Wanneer we God verkleinen tot ons formaat, verliezen we te zijner tijd onze verheven visie op God die de mannen en vrouwen uit de Bijbel hadden. We passen Hem in ons handige vakje.

 

 

 

Joni Eareckson-Tada over ziekte, depressie, geloof en genezing (1)

In het boek De belofte van genezingIs genezing altijd de wil van God?  van Richard Mayhue staat ook een interview met Joni Eaeckson-Tada, volgens de schrijver zelf een “buitengewoon voorvechtster van gehandicapten”. Nu de diskussie over gebedsgenezing in Nederland weer oplaait wil ik dit interview graag  op mijn weblog weergeven. Dat doe ik in drie afleveringen.

Deel 1 van het interview met Joni

joni-tada-earecksonDe meeste mensen in de Verenigde Staten kennen het verhaal van Joni Eareckson-Tada, bekend door haar boeken, schilderijen, muziek en bijeenkomsten. In 1967 dook Joni, toen een jonge tiener van 18 jaar oud, in ondiep water en brak haar nek. Het ongeluk bezorgde haar een dwarslaesie. Sinds dat moment heeft God haar geweldig gebruikt in dienstbaarheid aan de invaliden.

Maar het grootste gedeelte van het publiek ziet de ‘dagelijkse’ Joni niet. De meeste mensen begrijpen haar strijd niet om de gewone dagelijkse dingen te doen, zoals baden of eten. Ze zien haar alleen als superster.

Ik bezocht Joni in haar bescheiden huis in Woodland Hills, dat uitkijkt over de San Fernando Valley in Zuid-Californië. Joni lag in bed vanwege spanningspijnen, maar ze verwelkomde mij zeer hoffelijk en nodigde mij uit een middag met haar door te brengen. Ik wil ons gesprek met u delen.

DICK: Geloof je dat de beweging van de gebedsgenezers en haar boodschap misleidend is?

JONI: Onlangs vloog ik naar een spreekbeurt in Saint Louis en tijdens de vlucht raakte ik in gesprek met  een jonge stewardess bij wie de liefde van Jezus gewoon op haar hele gezicht stond geschreven. Zij was één van de meest levendige, bruisende personen die ik ooit ontmoet heb. Zij was duidelijk een nieuwe christin, verliefd op de Heer. Ze zei me: ‘Joni, ik zou eenvoudigweg geen God kunnen dienen die niet wilde dat iedereen genezen werd – een God wiens wil het was niet iedereen te genezen.’

Mijn commentaar was: ‘Tja, we kunnen overduidelijk zien, alleen al door een terloopse observatie van onze wereld, dat het niet de wil van God is dat iedereen genezen wordt, omdat niet iedereen is  genezen. De mens kan de wil van God niet weerstaan en als het de bedoeling en de opzet van God was dat alle mensen gezond zouden zijn, zou niets dat kunnen tegenhouden. We zouden bewijzen ervan zien in de wereld om ons heen, maar we zien dat niet. Dus is het duidelijk niet de wil van God dat iedereen zal worden genezen.’

Haar volgende opmerking tegen mij had ongeveer de volgende strekking: ‘Tja, heeft ons geloof er niet iets mee te maken?’ Ik denk dat het goed voor ons zou zijn dit onderwerp te bespreken, omdat mensen, behalve dat ze een onjuiste visie op het Koninkrijk  van God en een onjuiste uitlegkunde hebben, neigen naar het selecteren van bepaalde delen van de Schrift, een paar verzen hier en daar die spreken over geloof, en vervolgens rond dat geloof een hele theologie creëren.

Ik zie geloof slechts als een middel waardoor Gods genade werkt. Anderen, met de overtuigingen van de stewardess, zien geloof misschien als de knuppel die we boven Gods hoofd moeten houden of als het touwtje waaraan we moeten trekken zodat God werkt. Volgens mij lijkt dat niet op geloof; het lijkt op arrogantie. Het maakt God bijna tot een marionet.

DICK: Ben je ooit bij een dienst voor gebedsgenezing geweest?

JONI: Eerlijk gezegd ben ik naar een aantal bijeenkomsten van Kathryn Kuhlman geweest. Ik denk dat de idee [van een gebedsgenezingsdienst – L.E.L.] op een erg  subtiele manier verkeer is, in die zin dat het de mentaliteit bevordert die de stewardess had – dat Gods doel met de verlossing van de mensheid primair is om ons gelukkig en gezond te maken en onze levens vrij te maken van problemen. Het soort wegen te bewandelen van het grijpen van strohalmen en het trekken aan touwtjes om God te manipuleren of Hem om te praten of Hem tot ons formaat te verkleinen – dat zijn erg wanhopige pogingen om te zorgen dat aan onze verlangens tegemoet gekomen wordt en dat onze gebeden verhoord worden op de manier waarvan wij denken dat ze zouden moeten worden verhoord. Zijn doel met de verlossing is ons in overeenstemming te brengen met het beeld van Christus, en vaak vergeten we dat.

DICK: Toen je ging, stond je toen in de rij om genezen te worden?

JONI: Ja. Ik herinner me dat het in het Hilton in Washington was. Het was afgeladen vol en ik zat ergens achterin. Er waren overal stoelen en niemand van ons kon bewegen. We zaten allemaal tegen elkaar vastgeklemd.

Er waren mensen in rolstoelen, mensen met looprekjes, mensen op krukken – net zoals ik. Je moet begrijpen, Dick, dat ik op het punt was aangeland dat ik zonden verzon om te belijden. Ik wilde er zeker van zijn dat alles met God in het reine was. Diep van binnen voelde ik mij een beetje dwaas dat ik aanwezig was, maar ik voelde dat het noodzakelijk voor me was om dwaas te zijn  in aanwezigheid van God, in aanwezigheid van al deze mensen. Ik dacht dat het nodig was mij ter aarde te werpen en mijzelf volledig en openlijk kwetsbaar te maken, niet alleen voor Hem, maar voor die mensen. En er waren anderen die voor mij baden terwijl ik naar die bijeenkomst ging.

Ik was al gezalfd met olie. Een ontelbaar aantal mensen had mij de handen opgelegd. Ik dacht: dat is heel goed, omdat dat betekent dat alle juiste dingen zijn gedaan. Al die dingen waarvan je denkt dat ze verondersteld worden te gebeuren – predikanten die je de handen opleggen, zalven met olie, gebeden, en zonden die ik beleed. Ik deed alles. En ik ging naar de bijeenkomst van Kathryn met het geloof dat God de weg had gebaand en de scène had voorbereid en dat ik in staat zou zijn met mijn rolstoel tot op het podium te komen en dat zou werkelijk het einde zijn.

Maar er gebeurde niets. Een hele lange tijd kon ik niet begrijpen waarom mijn handen en mijn benen niet de boodschap kregen die mijn verstand ze stuurde. Ik herinner mij dat ik naar mijn aanhangsels keek alsof ze losstonden van wie ik was en wat ik dacht. Mijn hart en mijn verstand zeiden: ‘Je bent genezen, lichaam!’ Ik wilde er zeker van zijn dat ik geloofde met een hoofdletter G.

DICK: Was je geprogrammeerd door literatuur over gebedsgenezing te lezen?

JONI: Ja. Het was een kwestie van mijn geloof – werken aan dat geloof, zorgen dat het mooi en geoefend en in de opperste conditie komt. Ik geloofde echt! En toch reageerden mijn handen en voeten niet op dat waarvan ik wist dat het waar was. Toen begon ik in te zien dat er twee mogelijkheden waren: óf God haalde de een of andere monsterlijke, wrede grap met mij uit, ik was het slachtoffer van een Goddelijke komedie, óf mijn visie op de Schrift was verkeerd.

Ik kon niet geloven dat God een grap met mij uithaalde. Ik had God op een andere manieren zien werken in mijn leven en ik geloofde de Schriften. Ik wist zeker dat dit geen deel was van zijn natuur of karakter; Hij is niet de God van verwarring of wrede trucjes. Dus ik kwam tot de conclusie dat het probleem bij mij moest liggen, aangezien ik zoveel geloofde. Ik had mensen opgebeld en gezegd: ‘Wacht morgen op je stoep op mij. Ik zal je stoep rennend komen opspringen.’ Ik stelde mij echt kwetsbaar op. Ik geloofde, dus wist ik dat de schuld niet kon liggen bij mijn geloof. Het moest liggen aan mijn verkeerde visie op de Schrift. Dat is het moment waarop ik helemaal begon terug te kijken naar de hof van Eden, naar de eerste wortel van lijden, ziekte, verwonding en dood. Ik zag dat ziekte begon met zonde en, zoals ik verteld heb ik Een stap verder, ik begon heel langzaam en nauwkeurig in de Bijbel de stroom van verlossingen van God in de geschiedenis te verzamelen, totdat ik begin in te zien dat het allemaal in elkaar paste. Toen ik het Nieuwe Testament bereikte, begon ik plotseling de wonderen,  de genezingen en alle opwinding te begrijpen toen Jezus hier op aarde was.

Er bleek overduidelijk uit dat lijden verondersteld werd deel uit te maken van de verlossende mensheid van God. En zelfs na de redding werd lijden verondersteld te passen in het weefsel en de vezels van het verhaal van verlossing. Toen Jezus kwam om de zonde en de resultaten van de zonde aan te pakken, bracht Hij het proces op gang en begon de effecten van zonde en al haar gevolgen om te draaien. Maar daarmee legde Hij slechts het fundament. We leven nog steeds in een gevallen wereld; er sterven nog steeds mensen; er gebeuren nog gsteeds natuurrampen en mensen worden nog steeds ziek, en dat zal zo blijven totdat Hij terugkomt.

Het doorlezen van het Oude Testament heeft mij heel erg geholpen. Terwijl ik las over alle beloften die werden gedaan onder het Oude Verbond – hoe de ogen van blinden werden geopend, de oren van doven werden geopend en de gezalfden van de Heer deelachtig werden aan  vreugde en blijdschap – begon ik langzaam in de zien dat toen Jezus kwam, dat slechts het begin was. Het was niet het hele plaatje. Zoals we weten, komt Hij terug, niet als een nederige dienaar, maar als een regende Koning. Hij zal het Koninkrijk volmaken en al deze schitterend beloften nakomen.

Ik denk dat dat de reden is dat ik het niet erg vind om in een rolstoel te zitten en lijden te moeten verdragen. Als het betekent dat meer mensen toegang krijgen tot het Koninkrijk van God en meer mensen deel gaan uitmaken van zijn familie, dan heeft het allemaal zin. Lijden zonder reden is voor niets lijden. Dat zou pijnlijk zijn.