Tim Keller over de risico’s van megakerken

Megakerken hebben een grote aantrekkingskracht op christenen. Maar ze kennen ook vaak veel problemen. In de afgelopen maanden kwamen Hillsong (Australië – Sydney met Brian Houston) en Vineyard (Amerika – Anaheim met Alan Scott) negatief in het nieuws. De jaren ervoor andere megakerken, zoals Willow Creek – Chicago met Bill Hybels). En zaterdag 30 april 2022 meldde het Nederlands Dagblad dat er bij de VEZ, een Nederlandse mega-kerk in Zwolle, een leiderschapscrisis is ontstaan.

Begin april 2022 schreef Tim Keller op Twitter (6 april) en op Facebook (7 april) waarom de Redeemer Presbyterian Church in New York er bewust voor gekozen heeft om in 2017 de mega-kerk die onstaan was op te splitsen in drie (en inmiddels vijf) zelfstandige kerkelijke gemeentes. In dat jaar 2017 ging Tim Keller met pensioen. In de tweede helft van de jaren ’80 was hij de dominee van ‘Redeemer’ geworden. In de dertig jaar dat hij de gemeente leidde, groeide het aantal leden van 50 naar 5.000. Hondervoudige vrucht, om het met de gelijkenis van de zaaier uit Lukas 8 te zeggen.

Naar aanleiding van alle schandalen rondom Hillsong gaf Tim Keller acht argumenten waarom men in New York besloten heeft om de grote Redeemer-kerk na zijn emeritaat op te splitsen in uiteindelijk vijf kleinere gemeentes in plaats van over te dragen aan één opvolger.

1/ Megakerken hebben een aantal tekortkoming en gebreken als het om hun struktuur gaat. In z’n algemeenheid funktioneren ze zeer matig (het zijn ‘poor places’) als het gaat om vorming en pastorale zorg, zeker in vergelijking met hun omvang. In onze huidige cultuur is dat een dodelijk probleem, omdat christenen meer gevormd en beïnvloed worden door de sociale media dan door de plaatselijke christelijke gemeenschap. We hebben krachtige gemeentes nodig (‘thick communities’) nodig en de grootte van onze kerken is daarbij een belangrijke, bepalende factor.

2/ De meeste megakerken zijn groot geworden dankzij hun stichter. Maar vaak komt het hun opbouw niet ten goede als één opvolger de leiding overneemt. Die wordt altijd tot in het extreme vergeleken met zijn voorganger, de oprichter. Dat doet zowel hem als de beweging geen goed. Het kent alleen maar verliezers.

3/ Megakerken hebben de neiging om heel snel te groeien dankzij de gaven en de persoonlijkheid van hun oprichter. Gewoonlijk leunen ze veel te veel op zijn charisma. Hoe sneller die verslavende afhankelijkheid (‘addictive dependency’) wordt doorbroken, hoe beter het is voor zo’n kerk.

4/ De stichters van megakerken zien de gemeente vaak als hun persoonlijk bezit en als een verlengstuk van hun persoonlijkheid en zelfbeeld. Ze willen vaak niet uit zichzelf terugtreden. Ze weten ook niet goed hoe ze dat moeten doen. Maar het is een blijk van geestelijke discipline om eerder te vroeg dan te laat te vertrekken.

5/ Ik kon ‘Redeemer’ overdragen aan een breed-samengesteld leiderschapsteam in plaats van aan één blanke Amerikaan. Daardoor wordt ‘Redeemer’ nu geleid door voorgangers met een Chinese, Koreaanse, Britse, Indiase en Libanese achtergrond. Lebanese. Ze staan allemaal op de solide basis van gereformeerde theologie, maar ieder breng. Dat is een verrijking.

6/ Kleinere kerken maken gebruik van de gaven en talenten van een groter aantal leden. Ze zijn minder afhankelijk van de professionals die de megakerk in dienst heeft. Ze hebben een kleiner aantal toeschouwers die alleen maar de activiteiten bijwonen en niet aktief meedoen

7/ In New York hebben we nooit een megakerk willen bouwen. Onze focus en visie is om onze stad een geweldige plaats te laten zijn voor alle mensen door middel van christenen die het Evangelie verspreiden (‘to help build a great city for all people through a movement of the gospel’). Dit verlangen kan alleen maar gevoed worden door meerdere geestelijke leiders en wanneer er steeds meer ‘uitnodigende kerken’ ontstaan (bij ‘Redeemer’ spreekt men over ‘generative churches’: kerken waarvan de leden graag de mensen om hen heen willen laten delen in “de hoop die in u leeft” – 1 Pe. 4:15).  

8/ Megakerken trekken bezoekers uit de wijde regio aan. Die hebben daardoor minder binding met de omgeving waarin ze wonen en hebben dus minder motivatie om zich in te zetten voor de plaatselijke gemeenschap en voor relatie-evangelisatie in eigen wijk of  dorp of stad rondom de lokale kerk. Het is moeilijker voor hen om zich in te zetten voor anderen in hun eigen woonplaats. Steden en provincies kunnen weliswaar profiteren van de sterke punten van megakerken (zoals bv. pastorale en theologische programma’s, cursussen en opleidingen), maar over het algemeen heeft een regio –en ook christenen zelf – meer profijt van 10 kerken met elk 400 leden verspreid over heel het gebied, dan aan één kerk met 4.000 leden op een centraal gelegen locatie.

Als ‘Redeemer’ hebben we dit denkproces doorlopen. We hebben nog steeds de middelen van een megakerk, maar doordat we voor dit model van meerdere kleinere kerken hebben gekozen, kunnen ze vanwege hun grootte beter inspelen op de behoeften van de mensen die onze kerkdiensten bezoeken en op wat de omgeving nodig heeft. Kijk maar op: Redeemer Downtown, Redeemer Lincoln Square, Redeemer West Side, Redeemer East Harlem, Redeemer East Side.

‘Vrijblijvende christen’ tast saamhorigheid aan

Ernst Leeftink, dominee van de verbinding, neemt na bijna 17 jaar afscheid van Assen

Na bijna 17 jaar ‘zijn’ GKV-gemeenschap te hebben geleid in de kerk ‘Het Noorderlicht’ in de wijk Peelo, neemt dominee Ernst Leeftink na de zomer afscheid van Assen. Hoewel de geboren Groninger (Oldehove) zich een ‘echte Assenaar’ is gaan voelen, begint hij aan een nieuw hoofdstuk binnen de GKV-gemeenschap in Balkbrug. ‘Ik ben 57 jaar, als ik nog iets anders wilde, moest het nu gebeuren.’

Tekst en foto: Robbert Willemsen

De vader van vier kinderen en echtgenoot van natuurfotograaf Karla Leeftink-Huizinga, die via Zaamslag en Nijmegen in 2005 in Assen terecht kwam, staat bekend als een ‘verbinder op geloofsniveau’. Overal waar hij predikte, bracht hij mensen samen. ‘Op Zaamslag was ik de eerste predikant die namens de vrijgemaakte kerk meedeed aan de interkerkelijke viering tijdens Kerst en Pasen. En denk erom, interkerkelijke samenwerking was toen, dertig jaar geleden, binnen onze kring nog een vies woord. Maar dat ging, na overleg met en instemming van de kerkenraad, prima. In Nijmegen stond ik aan de basis van de eenwording met de plaatselijke CGK en in Assen werken we incidenteel samen met de Pinkstergemeente.’

Brede inzet

Maar Leeftink zet zich breder in. Hij bekommert zich bijvoorbeeld om asielzoekers, predikte tot 2020 in de Bethelkerk (centrum) tijdens de Middag-Pauze-Diensten én de dominee stond tijdens gemeenteraadsverkiezingen liefst vier keer op de kieslijst van de ChristenUnie. ‘Twee keer als lijstduwer, twee keer wat hoger op de lijst. Of ik, bij voldoende voorkeursstemmen, ook de raad in was gegaan? Nou, ik denk het niet. Politiek heeft zeker mijn interesse, maar het raadswerk zou vrees ik niet te combineren zijn geweest met mijn werk voor de kerk.’ Want de kerk is zijn passie. ‘Mijn roeping’, vult Leeftink aan. ‘Ik ben heel blij dat ik dit mag doen. Hoewel ook andere professies vroeger door mijn hoofd zijn gegaan, voordat ik naar de theologische universiteit in Kampen ging. Zoals politicus, leraar, journalist… Zo schreef ik over het Paas Volleybal Toernooi, in sporthal De Timp in Assen. Maar het geloof won het toch.

God en Jezus hebben een belangrijke plek in mijn leven, en dat wil ik uitdragen. Niet enkel vanuit die ‘hoge toren’, ik sta graag tússen de mensen om mijn verhaal te vertellen. En ik hoef ook niet per se anderen te bekeren, ik wil mensen aan het denken zetten. Wat is de zin van het leven? En bij wie zoek je dit?’

Leeftink gelooft ook niet in die ‘eigen wereld’ van het geloof, maar in een sociale maatschappij waar iedereen elkaar nodig heeft. ‘Zo hebben we bijvoorbeeld een goede verhouding met onze buren in wijkgebouw ’t Markehuus en maken ook gebruik van de ruimtes daar. En afgelopen Kerst zijn we qua activiteiten eens buiten de kerk gegaan met een Lichtjestocht. Geen engeltjes of sterretjes, maar wel de christelijke boodschap van het kerstverhaal. En iedereen vond dat fantastisch. Het kwam ook heel ‘natuurlijk’ over, niemand had het idee dat hen ‘het geloof even door de strot werd geduwd’.

U-bocht christenen

 ‘Er waren wel een paar mensen die dachten: ‘laat ik eens een kijkje nemen in de kerk’. Elk jaar hebben we wel een paar toetreders. En U-bocht christenen. Ja, U-bocht. Ze komen weer terug omdat ze zien dat de kerk toch anders, minder formeel en streng, is dan vroeger.’

Leeftink kende hoogte- en dieptepunten in Assen. Onder zijn hoede werd bijvoorbeeld in 2015 de nieuw gebouwde kerk ‘Het Noorderlicht’ in gebruik genomen, maar ook hij maakte natuurlijk de coronatijd mee, met al z’n maatregelen en restricties. Hoewel de kerken een soort van status aparte hadden, sprak Leeftink eerder al zijn afkeuring uit over kerken die ondanks het besmettingsgevaar grotendeels bezet waren. ‘Dan hou ik mijn mening niet voor me. Kijk, ook binnen onze gemeenschap werken mensen in de zorg. Dan kun je zoiets niet maken. Aan de andere kant: ik vind ook dat we op een gegeven moment, uit angst denk ik, iets té volgzaam waren wat de maatregelen vanuit de overheid betrof. Moest er worden afgeschaald naar 50 procent: prima, deden wij het naar 40 procent. ‘Better safe than sorry’. Maar kon er weer ópgeschaald worden, op een veilige manier met voldoende afstand, gebeurde dat in de kerken vaak niet meteen. Wellicht ook gevoed door angst, maar dat begreep ik dus niet.’

Natuurlijk, gaat Leeftink verder, deed de ‘digitale kerkdienst-variant’ stevig haar intrede. ‘Maar dan mis je toch die saamhorigheid van het met elkaar fysiek aanwezig zijn. Het werkt bovendien, als mensen alleen thuis zitten, ook eenzaamheid in de hand.’

Twee coronapreken

Corona heeft volgens Leeftink geen wig gedreven in ‘Het Noorderlicht’ tussen mensen die de pandemie (inclusief maatregelen en vaccinaties) een haox vonden en kerkgangers die het virus heel serieus namen. ‘Ik heb in die periode twee keer een ‘coronapreek’ gehouden. ‘Eén keer heb ik opgeroepen de overheid te gehoorzamen en één keer heb ik het gehad over die zogenaamde ‘beteugelde vrijheid’ die sommige mensen ervoeren, terwijl je alleen maar een beetje rekening met elkaar diende te houden.’

Toch ziet de dominee dat de pandemie een blijvend effect heeft wat betreft de gang naar Het Noorderlicht. ‘Een behoorlijk aantal mensen blijft nog steeds thuis. Vooral twintigers en dertigers. Ja, het YouTubekanaal om de digitale kerkdienst te kunnen volgen gebruiken we nog steeds, dan is het blijkbaar gemakkelijker om die op zondag op een zelf gekozen moment de kerkdienst te bekijken. En sommige ouderen, 60-plussers, vertrouwen het nog steeds niet wat besmettingsgevaar betreft. Maar op die manier krijgen deze mensen steeds minder binding met de kerk, als gebouw waar je samenkomt. De ‘vrijblijvende christen’ noem ik dat. Het geloof wordt op die manier meer een ‘leuke gemeenschap’ om bij te horen. En nogmaals, dat gaat volgens mij toch ten koste van dat belangrijke gemeenschapsgevoel, de saamhorigheid.’

Weemoed?

In juli vindt de verhuizing naar Balkbrug plaats. Of Leeftink na al die jaren in Assen nog met een stukje weemoed over zijn schouder kijkt? ‘Tja, we laten best veel positieve dingen achter. En er is ook nog veel te doen in Assen. Maar dat laat ik over aan mijn opvolger. Steeds als we verhuisden keken we nooit te lang om. Ik heb er ook erg veel zin in mijn nieuwe uitdaging aan te gaan.’

Dit interview is geplaatst in de Asser Courant van dinsdag 5 april 2022


DRAAG BIJ AAN DE BLOEI VAN DE STAD – STEM ALS CHRISTEN OP EEN CHRISTEN

Woensdag 16 maart is de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Wie wil, kan maandag en dinsdag ook al stemmen. Nu heeft niet iedereen iets met de politiek. Toch is het belangrijk dat er in onze tijd mensen zijn als Daniël. Christenen die ervan overtuigd zijn dat God graag wil dat ze zich inzetten voor de bloei van de stad, het dorp en het land waar we in leven. Zulke christenen zijn de stem van hun mede-christenen waard.

Nederland is geen christelijk land, maar wel een land waar we alle vrijheid hebben om als christenen te leven en voor God en Jezus uit te komen. Voor ons geldt hetzelfde als in de tijd van Jeremia, toen de gelovigen in Babel woonden. De oproep die Jeremia namens God moet doen is deze: “Bid voor de stad en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.” (Jeremia 29:7)

Hoe kun je als christen bij de gemeenteraadsverkiezingen bijdragen aan de bloei van de stad? Door op een mede-gelovige te stemmen die het goede voor jouw woonplaats zoekt. Dan geef je pas echt stem aan je geloof en doe je, samen met al die andere christenen, wat Jezus graag van zijn volgelingen ziet: dat je het zout in de pap van de samenleving bent en het licht van Gods liefde en goedheid voor alle mensen verspreidt in een maatschappij die steeds donkerder wordt.

Persoonlijk denk ik dat je daarbij het beste op een christelijke partij kunt stemmen als die in jouw gemeente met de verkiezingen meedoet. Natuurlijk kun je ook op een niet-christelijke partij stemmen die zegt jouw persoonlijke belangen of het belang van bepaalde doelgroepen te behartigen. Maar houdt zo’n partij ook rekening met de eer van God? Laat de fractie van een niet-christelijke partij zich motiveren door de Bijbel en bidt men daar samen om kracht en wijsheid van Boven?

Als christenen niet op mede-christenen stemmen, moet je niet klagen dat Nederland steeds onchristelijker wordt.

In Assen zet de ChristenUnie zich al jaren in voor de bloei van onze stad. Dat wordt gewaardeerd: de ChristenUnie is in Assen inmiddels de grootste partij – lijst 1 met vijf zetels = vijf gemotiveerde christenen die samen het goede voor onze stad zoeken. Die aktieve betrokkenheid vind ik erg belangrijk. In onze eigen wijk Peelo zijn we dat als christenen van ‘Het Noorderlicht’ ook. Zelf word ik al jarenlang ‘de dominee van Peelo’ genoemd. Dat voelt als een groot compliment. Als predikant ben ik er niet alleen voor de eigen kerkleden, maar wil ik er zijn voor iedereen.

Lijst 1 – nummer 15

Dit jaar sta ik voor de vierde keer op de ChristenUnie-lijst als één van de lijstduwers. Daarmee hoop ik te laten zien dat kerk en samenleving geen gescheiden circuits zijn. Integendeel: als christenen in Assen zoeken we het goede voor de stad en bijdragen aan de bloei van de stad.

En of ik dan zondags in de kerk voor de ChristenUnie bidt? Nee, dat doe ik niet. Op de preekstoel is partijpolitiek uit de boze. Wel bid ik voor alle christenen die als een Daniël in de plaatselijke politiek aktief zijn. En ik roep ook iedereen op om als christen je geloof een stem te geven door het vakje van één van die Daniëls of Daniëlla’s rood te kleuren. Want als christenen niet meer stemmen op mede-christenen, waar wordt dan in de politiek nog gehoord en getoond dat Gods adviezen goed zijn voor alle mensen en heel de samenleving tot bloei brengt?

Vanaf hier zeg ik wél uit volle overtuiging: geef je stem op 16 maart aan de ChristenUnie. Dat is de partij die er openlijk voor uitkomt in Assen te geloven. Hoe je het ook opvat. Als iedereen zijn steentje bij draagt Daar geef ik op 16 maart graag mijn stem aan. En ik hoop dat velen dat met wij doen. Dan zit er straks weer een handvol (of misschien nog wel eentje meer) heel geschikte én gelovige mensen in de gemeenteraad die zich inzetten voor de bloei van onze prachtige stad Assen.

Dus laat maar schijnen, die lamp van het geloof – ook door als christen je stem uit te brengen bij de gemeenteraadsverkiezingen.

‘Wat de toekomst brengen moge’ – volgen met of zonder vragen?

In de kerk zingen we regelmatig ‘Wat de toekomst brengen moge’, het bekende lied van de christelijke dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals. Ze werd geboren op 26 juni 1868 en overleed op 29 april 1922 aan maagkanker. Ze schreef gedichten en vertaalde er ook een aantal, waaronder ‘De dag door uwe gunst ontvangen’ (LvK 393 = NLB 248) en ‘Zegen ons, Algoede (LvK 456 = NLB 415). ‘Wat de toekomst brengen moge’ (LvK 293 = NLB 913) is haar meest bekende lied en door haarzelf geschreven. Het eindigde in 2006 op de tweede plaats van ‘mooiste religieuze Nederlandse lied’. 

Geliefd …

Wat maakt dit lied zo geliefd? Op Wikipedia staat: “Het gedicht is geschreven vanuit het perspectief van iemand die binnenkort zal sterven, en zich neerlegt bij de aanstaande dood. Het naderende sterven wordt behalve in de tekst ook uitgedrukt doordat het vierde en laatste couplet maar de halve lengte heeft en daardoor niet af lijkt. Er wordt wel beweerd dat Van der Waals het lied op haar sterfbed zou hebben geschreven, maar dit is onjuist; het werd in 1920 gepubliceerd, in 1921 werd ze ziek en ze overleed in 1922. Het verlangen naar de dood is een vaker voorkomend, algemeen thema in haar werk.”

Dat laatste zal ermee te maken hebben, dat haar moeder, toen zijzelf nog maar 13 was, al in 1881 aan tuberculose overleed en haar vader, die in 1910 de Nobelprijs voor de Natuurkunde kreeg, daar zo van slag van was, dat hij 10 jaar lang niets publiceerde en 20 jaar lang de gordijnen van de voorkamer gesloten hield.

…en toch omstreden

Geliefd en toch omstreden, zo zou je ‘Wat de toekomst brengen moge’ kunnen typeren. Regelmatig hoor ik medechristenen zeggen: “Het lied is mij veel te passief. Ik hoef als christen niet zonder vragen en met gesloten ogen aan Gods trouwe Vaderhand te lopen. Ik mag dat juist doen met mijn vragen en met mijn ogen open.” Anderen hebben moeite met de bewering dat we op weg zijn naar het onbekende land. Dat klopt niet, vinden ze, want we zijn op weg naar Jezus, in de hemel en straks op de nieuwe aarde. Daarom kun je beter spreken en zingen naar het mij beloofde land.

Levensgevoel en levenssituatie

Waar komt dat gevoel van irritatie vandaan? Ik kan het me ergens wel voorstellen. Volgens mij heeft het onder andere er mee te maken dat we 100 jaar verder zijn dan toen Jacqueline van der Waals het lied dichtte. In die tijd keek men anders tegen ouders en dus ook tegen God als Vader aan dan nu. Toen was er vooral sprake van een vertrouwensrelatie die op gezag en autoriteit berustte. Het kind wachtte respectvol de beslissingen van de ouders af en volgde die gehoorzaam op. Nu is er vooral sprake van een vertrouwensrelatie die gebaseerd is op mondigheid en gelijkwaardigheid. Na een open gesprek respecteert en accepteert het kind de beslissingen van de ouders.

Verder maakt het ook wel uit in welke levenssituatie je dit lied zingt. Al in de Bijbel zie je bv. bij Job dat er momenten zijn waarop hij kan berusten in alles wat hij mee moet maken en dat er tijden in zijn leven zijn dat hij vrijmoedig al zijn ‘waarom?’-vragen op God afvuurt.

Welke versie heeft de voorkeur?

Ik was nieuwsgierig hoe er onder christenen over dit lied gedacht wordt. Dus stelde ik op Twitter en Faceboek de vraag: welke versie van ‘Wat de toekomst brengen moge’ heeft jouw voorkeur?

            A/ Leer mij volgen zonder vragen + Loop ik met gesloten ogen.

            B/ Leer mij volgen met mijn vragen + Loop ik met de ogen open.

Op Twitter en Facebook koos ruim 60% voor A en bijna 40% voor B.

Christenen met een sterke voorkeur voor A vinden het vooral een teken van volledige overgave aan en blindelings vertrouwen op Gods goede Vaderzorg. Ook speelt vaak mee dat ze deze versie op belangrijke momenten in hun leven, zoals op de begrafenis van ouders, hebben gezongen.

Christenen met sterke voorkeur voor B vinden dat juist als je op God als je Vader vertrouwt, je al je vragen altijd aan Hem stellen mag. Vaak kwam daar als tweede wijziging bij: ik zing liever ‘naar het mij beloofde land’ dan ‘naar het onbekende land’.  We zijn immers onderweg naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, en onderweg daarheen mag je toch gerust om je heen en ook vo verlangen vooruit kijken naar die prachtige toekomst?

Sommigen vinden het raar of zelfs onverantwoord om überhaupt de tekst van Jacqueline van der Waals te veranderen. Als je de tekst niets mooi vindt, schrijf dan een nieuw lied en componeer een nieuwe melodie, was een reaktie. iemand anders zei: als je deze tekst niets vindt, kun je nog altijd het vierde vers van Lvk 479 = NLB 978 zingen, nl. ‘Laat dan mijn hart U toebehoren en laat mij door de wereld gaan met open ogen, open oren, om al uw tekens te verstaan. Dan is het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet.’

Welke melodie heeft de voorkeur?

Ja, en uiteraard kwam er ook die onvermijdelijke opmerking dat ‘Wat de toekomst brengen moge’ nog mooier klinkt als het op de melodie van ‘The Rose’ van Bette Midler gezongen wordt. Dat heb ik toen ook maar es gepeild. Op Twitter koos 70% voor de traditionele melodie uit het Liedboek. Op FB was het fifty-fifty, soms met nogal uitgesproken meningen. Daaruit blijkt maar weer eens duidelijk: muzikale smaken verschillen.

Haar bekendste gedicht

Tenslotte: toen ik over de tekst van dit lied begon na te denken, vroeg ik aan Karla: “Ken jij Jaqueline van der Waals?” Ze zei meteen: “Jazeker! Dat is de dichteres van het prachtige gedicht De Herdersfluit.” En uit haar hoofd zei ze spontaan de eerste veertien regels op.

Graf van Van der Waals

De Herdersfluit (1910)

Eens ging ik langs het lage riet,
dat ruisen kan en anders niet,
toen, langs mijn pad, een herder kwam,
die één van deze halmen nam
en die besnoeide en besneed
en maakte tot zijn dienst gereed.

Door dit gekorven rietje, dat
als dood hij in zijn handen had,
die stemmeloze stengel, zond
hij straks de adem van zijn mond,
en als hij blies, zo zong het riet,
en als hij zweeg, verstomde ‘t lied:
de zoete, pas ontwaakte stem
bestond en leefde slechts door hem.

Zo gaf ik gaarne wens en wil
in ‘s Heren hand en hield mij stil.
Zo dan als door een rieten fluit
bij zwijgend eigen stemgeluid
Gods adem door mij henen blies,
hoe grote winst bij klein verlies!

Jacqueline E. van der Waals

Uit: ‘Nieuwe verzen’ (1909)

Gaan alle christenen vlak voor de grote verdrukking voor 1000 jaar naar de hemel?

Op 18 december 2021 plaatste het Nederlands Dagblad zeven korte interviews (klik hier) waarin lezers aangaven waarom ze zich wel of niet hadden laten vaccineren. Eén van de zeven christenen liet weten, dat hij in ‘de opneming van de gemeente’ geloofde. Die term staat voor de gedachte dat alle christenen op aarde in één oogwenk worden opgenomen in de hemel, vlak voordat op aarde een korte, maar hevig verdrukking losbarst. Daarna breekt het duizendjarig rijk aan en als dat millennium bijna voorbij is, komt de duivel nog één keer met een laatste wanhoopsoffensief om de wereld te veroveren. Dat mislukt doordat Jezus uit de hemel neerdaalt en definitief terugkomt op aarde. Volgens deze theorie vindt de terugkomst van Jezus dus in twee etappes plaats, met duizend of 1007 jaar ertussen.

Iemand vroeg mij: ‘Wat wordt met de opneming van de gemeente van Jezus, vlak voor de grote verdrukking, bedoeld? Komt Jezus twee keer terug?’

Daar wil ik wel wat over zeggen. De ‘opneming van de gemeente’ is een onderwerp waar je het uitgebreid over kunt hebben. Maar in de kern is het vrij eenvoudig.

In Openbaring 20 gaat het over een periode van 1000 jaar waarin de duivel aan de ketting wordt gelegd en waarin alle gelovigen samen met Jezus 1000 jaar in de hemel heersen.

Ik lees dat, net als de meerderheid van gereformeerde, protestantse, lutherse en katholieke bijbeluitleggers, symbolisch. Want héél het boek Openbaring staat vol van getallensymboliek, zoals de 144.000 mensen die voor Gods troon staan. Dat is in Openbaring 7:4 het symbolische aantal (12 x 12 x 1000) van de volheid van Gods kinderen uit het Oude Testament, al dan niet aangevuld met alle gelovigen van na Pinksteren, en in Openbaring 14:1+3 van de volheid van alle gelovigen die onvoorwaardelijk trouw gebleven zijn aan Jezus als het Lam van God. Ook word in dit bijbelboek vaak de tijdsduur van ‘tijd, tijden en een halve tijd’ = 42 maanden = 1260 dagen gebruikt. Dat staat allemaal voor het getal 3½ en dat betekent ‘een korte periode’, want het getal 7 staat symbool voor ‘eeuwig’.

Verder is het goed om te weten dat in het boek Openbaring de opneming van de gemeente helemaal niet voor komt. Ook in Openbaring 20 staat nergens dat alle gelovigen in één keer weggevoerd worden naar de hemel toe. Maar als je die 1000 jaar letterlijk neemt, moet er dus een periode zijn dat alle gelovigen in de hemel zijn. Hoe komen de gelovigen die op het moment dat het duizendjarig rijk begint, dan in de heme?

Dat staat, zo op het oog, in 1 Tessalonicenzen 4:16+17: Als de Heer uit de hemel zal neerdalen, zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen worden weggevoerd op de wolken en gaan wij de Heer in de lucht tegemoet. Dan zullen we altijd bij Hem zijn.

Alleen gaat het in dit bijbelgedeelte, net als overal in het Nieuwe Testament, zowel bij Jezus onze Heer zelf (bv. in Mat. 25:31-46) als bij de apostelen (bv. Paulus in 1 Kor. 15:50-57 en Petrus in 2 Pe. 3:10-14), om de definitieve terugkomst van onze Heer Jezus Christus naar de aarde. Paulus’ punt is, dat op moment alle gestorven gelovigen weer levend worden en dat wij, die dan nog leven, samen met hen altijd bij Jezus zullen zijn. Er staat hier helemaal niets over ‘samen met Hem 1000 jaar heersen in de hemel’.

Maar wat bedoelt Paulus dan als hij zegt: ‘wij gaan de Heer in de lucht tegemoet’? Alle bijbeluitleggers die niet in een letterlijk 1000-jarig rijk geloven zijn het er over eens dat Paulus hier het beeld gebruikt van de keizer die officieel een stad komt bezoeken. Voordat de keizer de stad binnentrekt, trekken de inwoners massaal naar buiten om de keizer eer te bewijzen. Zo wordt de keizer feestelijk begroet en verwelkomd. Pas daarna trekt hij de stad in. Omdat Jezus uit de hemel komt, gaan wij Hem in de lucht tegemoet om Hem blij en feestelijk in te halen als de Bruidegom die weer bij ons komt wonen op de nieuwe aarde. Je kunt het ook vergelijken met als Nederland wereldkampioen wordt of als Nederland heel veel medailles op de Olympische Spelen haalt. Dan gaan veel supporters in hun oranje uitdossing naar Schiphol. Dat doen ze niet om zelf ergens naar toe te gaan vliegen, maar om hun sporthelden feestelijk in te halen.

De theorie van een zichtbaar rijk van Christus op aarde dat duizend jaar zal duren heet ‘het chiliasme’. Deze bijbeluitleg kwam al in de eerste eeuwen na Christus voor. Het werd door de kerk in die tijd afgewezen. Als je wat Johannes op geheimvolle wijze in beelden had gesproken letterlijk neemt, heb je het niet begrepen, schreef Eusebius rond het jaar 300 in zijn ‘Kerkelijke geschiedenis’.

De leer van de opneming van de gemeente vlak voordat het duizendjarig rijk begint, is pas rond het jaar 1800 ontstaan. Het werd vijftig jaar geleden in charismatisch-evangelische kringen populair door de boeken van Hall Lindsey en daarna door de romanserie ‘De laatste bazuin’ van Tim LaHaye en Jarry B. Lenkins. Het is dus een behoorlijk nieuwe uitleg van een aantal bijbelgedeeltes.

Allebei zijn het in mijn ogen verkeerde interpretaties van de Bijbel. Ze ontstaan doordat sommige christenen Openbaring te letterlijk nemen. Als dat het uitgangspunt wordt, gaan ze ook allerlei andere bijbelteksten uit hun verband halen. Dat is geen uitlegkunde, maar inlegkunde.

Eén ding weet ik zeker: Jezus komt terug! En soms denk ik: dat zou best wel eens snel kunnen gebeuren. Maar ik waag mij niet aan een voorspelling, want Hij komt als een dief in de nacht, heeft Hij zelf gezegd en zeggen Paulus en Petrus hem na.

Wat ik wel weet is dit, om het met een bekend lied te zeggen: eens, als de bazuinen klinken uit de hoogte links en recht, komt Jezus Christus terug, voor eens en voor goed!

Foto afkomstig van www.bijbelshandboek.nl

“Als het einde nabij is, zullen de mensen misleid worden door de farmacie.”

Op 18 december 2021 plaatste het Nederlands Dagblad zeven korte inverviews over christenen die zich wel of niet laten vaccineren, onder de titel “pro- en antivaxxers, spijtoptanten en uitstellers”. Van één van de zeven hem komt de titel boven dit stuk. Deze medechristen vindt dat vanuit de Bijbel heel duidelijk aan te tonen is, dat we in de eindtijd leven en dat de farmaceutische industrie daar een belangrijke rol in speelt. Want in Openbaring 18 staat, dat het grote Babel door Gods vonnis in één uur te gronde zal gaan. Dan komt er in één klap een einde aan grote invloed van de handelaars (dat is de wereldeconomie) en worden de alle volken niet meer misleid en verleid door haar tovenarij (Openbaring 18:23). Het Griekse woord voor ‘tovenarij’ is ‘pharmakeia’. Volgens hem betekent dat ‘geneesmiddelen, farmacie’ en dus, zei hij, staat er “dat als het einde nabij is, de mensen misleid zullen worden door de farmaceutische industrie. Dat is voor mij de belangrijkste reden waakzaam te zijn als het gaat om vaccinatie en de QR-samenleving.”

Iemand uit de gemeente vroeg mij: klopt het dat het Griekse woord voor ‘toverij’ eigenlijk ‘geneesmiddelen, farmacie’ betekent? En heeft dat dan betrekking op deze tijd?

Het antwoord is: nee, het slaat nergens op om te zeggen dat de vaccinaties die we dankzij de farmaceutische industrie vandaag kunnen inzetten tegen het corona-virus, al in de Bijbel zijn voorspeld en worden afgewezen als misleidend middel van de duivel en het grote Babylon.

1/ Allereerst heeft het woord ‘pharmakia’ in het Grieks twee betekenissen, nl. ‘geneesmiddel/medicijn’ óf ‘tovermiddel/tovenarij’. Dat geldt ook voor het werkwoorden ‘pharmakeuein’ en ‘pharmassein’. Het eerste betekent ‘een geneesmiddel of giftige stof toedienen’ óf ‘met tovermiddelen te werk gaan’.  Het tweede betekent ‘door geneesmiddelen genezen’ óf ’betoveren’.

De reden waarom deze twee betekenissen voorkomen, komt omdat het woord oorspronkelijk iets te maken heeft met het toedienen van een lichaamsvreemde stof. Vandaar dat het in het Grieks soms voor ‘medicijnen’ gebruikt wordt (vaak in combinatie met woorden als ‘gezondheid’ of ‘ziekte’ of ‘arts’), maar ook voor giftige middelen die hallucinaties kunnen oproepen. Van daaruit komt de betekenis ‘tovenarij’ om de hoek kijken.

2/ Als je één tekst in de Bijbel vindt, moet je voor de betekenis ook naar de andere bijbelteksten kijken die hetzelfde woord gebruiken. In totaal komen de woorden ‘pharmakeia’ en ‘pharmakos’ vijf keer voor in het Nieuwe Testament, waarvan vier keer in het boek Openbaring.

Ik zet ze even op een rijtje:

In Galaten 5:20 zet Paulus de gevolgen van onze zondige eigen wil tegenover de vrucht van de Heilige Geest. Die zondige verlangens brengen het volgende teweeg: “ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, afgoderij en toverij (‘pharmakeia’), vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen.”

In Openbaring 9:21 staat, dat als 1/3 van de mensheid omkomt door Gods plagen die de wereld treffen, de mensen die het overleven, zich niet tot God bekeren, maar hun afgoden blijven aanbidden. “Evenmin braken ze met hun leven van moord en toverij (‘pharmakeia’), van ontucht en  diefstal.”

In Openbaring 18:23 staat, dat de invloed van Babel zo groot was, dat “door uw toverij  (‘pharmakeia’) alle volken verleid werden.”

Als het Nieuwe Jeruzalem neerdaalt op aarde, zullen volgens Openbaring 21:8  “de lafhartigen, ongelovigen, verfoeilijken, ontuchtplegers, tovenaars (‘pharmakos’), afgodendienaars en alle leugenaars” zullen omkomen in de poel van vuur en zwavel.

Tenslotte wordt in Openbaring 22:15 gezegd, dat “de honden, de tovernaars (‘pharmakos’), de ontuchtplegers, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder die de leugen liefheeft en doet” buiten het Nieuwe Jeruzalem geplaatst wordt.

Als je vervolgens naar het Oude Testament kijkt, zie je dat het Hebreeuwse woord voor ‘toverij’ een heel ander woord is dan voor ‘genezing’. En van de wereldmachten in die tijd, Babel en Nineve, wordt gezegd:

“Je gedraag je als een hoer, een verleidster ben je, bedreven in toverij, je verkwanselt volken voor je ontuchtige praktijken, en stammen voor je toverkunst.” (Nahum 3:4 over Nineve).

“Kom van je troon af, zet je neer in het stof, vrouwe Babel. Onverwacht komt de ondergang, waarvan je geen vermoeden had. Ga maar door met je bezweringsformules en met talloze toverkunsten waarmee je je van jongs af aan hebt afgemat. Er is niemand die jou redt.” (Jesaja 47:1a, 12a, 15b over Babel).

Niet voor niets staat in Daniël 2:2 dat Nebukadnessar na zijn enge droom “opdracht gaf om de magiërs, bezweerders, tovenaars en Chaldeeën bijeen te roepen om hem te vertellen waar zijn droom over ging.”

Volgens de Bijbel heeft ‘pharmakeia’ dus nooit iets met geneesmiddelen te maken, maar staat het altijd in verband met ontucht, waarzeggerij, afgoderij en andere verderfelijke, vaak occulte dingen. Het heeft dus helemaal niets met farmaceutische middelen of medicijnen te maken, ook al is het woord ‘farmacie’ inderdaad afgeleid van het Griekse woord ‘pharmakeia’. Maar dat heeft een dubbele betekenis, zoals onder 1/ al is vermeld.

3/ Er is nog een reden waarom het erg gezocht is om de ‘Big Pharma’ opeens als de grote verleider uit het bijbelboek Openbaring te zien. Het woord ‘farmacie’ is pas een paar honderd jaar oud. Het is vanuit het Frans overgenomen als vervanging van het ouderwetse woord ‘artsenijbereidkunde’. Het is uiteindelijk wereldwijd het gangbare woord geworden voor het bereiden en testen van medicijnen die vaak via de apotheek verstrekt worden.

Ieder weldenkende christen zou toch moeten begrijpen dat een nieuwe aanduiding voor ‘medicijnbereiding’ niets te maken heeft met door God  verboden praktijk van tovenarij.

Als conclusie trek ik uit dit alles:  de ‘toverij’ waarmee het grote Babel in Openbaring 18:23 alle volken verleidt, heeft niets te maken met de farmaceutische industrie van vandaag. Je kunt het op geen enkele manier gebruiken als  argument om je niet te laten vaccineren. Wie dat wel doet, laat de Bijbel buikspreken.

Nog twee leuke feitjes als toegift.

*1* in het Nieuwe Jeruzalem staat weer een levensboom. Volgens Openbaring 22:3 “brengen de bladeren van de boom de volken genezing.” In het Grieks staat daar het woord ‘therapeia’. Daar is het Nederlandse ‘therapie’ van afgeleid. Maar niemand zal nu zeggen dat ‘therapie’ en ‘genezing’ nog precies hetzelfde zijn. Vandaag is een ‘therapie’ meestal gericht op ‘innerlijke, mentale genezing’.

*2* In het moderne Grieks is ‘pharmakeio’ het woord voor ‘apotheek’ en ‘pharmako’ het woord voor ‘medicijn’.

De duivel is overal maar niet alles is occult

‘Sinds mijn dochter charismatisch-evangelisch is geworden, is haar hart vol van Jezus, maar ziet ze ook in elk gebruik en achter elke situatie de duivel en zijn demonen aan het werk. Ze is er angstiger op geworden, ook al getuigt ze steeds, dat Jezus Overwinnaar is.’ Dat vertelde een goede kennis me een keer. Hij was blij met het levende geloof van zijn dochter, maar vond dit er echt wel een negatieve bijwerking van.

Hoe moet je omgaan met de hernieuwde aandacht voor duivelse beïnvloeding en demonische belasting? Is het wel verstandig om daar dieper op in te gaan? En vervolgens overal ‘occulte invloeden’ in te zien? Van het spel Weerwolven tot aan Zwarte Magica, Madam Mikmak en Hortensia Heks in de Donald Duck? Van Boeddha-beeldjes binnenshuis tot tuinkabouters buitenshuis? Van demonische belasting dankzij je overgrootouders tot demonische beïnvloeding bij manisch-depressiviteit en borderline? Van vloekdwang en suïcidale gedachtes als gevolg van ooit één keer glaasje draaien in je puberteit tot het schoonbidden van de slaapkamer van je kind omdat juist in die kamer de voor-vorige bewoner 30 jaar haar wicca-praktijken uitoefende?

Ik heb me wat verdiept in de redeneringen van christenen die zo denken. Volgens mij maken ze mensen zoals de dochter van mijn kennis onnodig bang. Ik noem een paar willekeurige voorbeelden.

OCCULTE BELASTING VANWEGE VORIGE GENERATIES?

Volgens sommige christenen kan er sprake zijn van occulte belasting omdat er in eerdere generaties ouders waren die zich hebben ingelaten met boze geesten en hun praktijken. Als je vader bijvoorbeeld met ‘strijken’ pijn kon wegnemen bij jou als klein kind, moet je er niet raar van staan te kijken dat er zeven demonen in jou huizen die jouw gedachten telkens negatief beïnvloeden. Dan is er namelijk sprake van een generatievloek die gebaseerd is op onbeleden zonden of demonische belasting van voorouders. Alleen middels bevrijdingspastoraat kunnen zulke boze geesten weer worden uitgedreven.

En als het gaat om kerkelijke gemeentes las ik een aantal jaren in een boekje dat je als christen veel aandacht moet besteden aan de reiniging van de leiders, de gebouwen en de gemeenteleden. Dan moet je de HERE met Psalm 139 bidden, of er  een schadelijke weg is bij mij of bij het voorgeslacht? (echt waar, dat voegde de auteur er zo even bij!). Als voorbeeld werd aangehaald, dat ooit een bekende spiritiste een lezing gehouden had in een kerkgebouw. Vanaf dat moment kwamen op het terrein van de kerk occultisten en plaatselijke heksen in lange zwarte gewaden rond middernacht bij elkaar om hun vervloekingen uit te spreken. Toen tientallen jaren later een predikant deze mensen wegjoeg, kregen hij en zijn gezinsleden onmiddellijk last van verschrikkelijke nachtmerries, kwalen en hallucinaties. Dat kwam doordat satan vanwege die lezing van jaren geleden rechtmatig bevoegd was om de gemeenteleden aan te vallen.

Als dit klopt, is het heel merkwaardig dat in de Bijbel onze Heer Jezus Christus talloze demonen heeft uitgedreven, maar dat je Hem nooit ook maar één keer hoort zeggen dat het aan de demonische praktijken van de voorouders ligt dat iemand bezeten is.

Vaak halen christenen die geloven in een ‘generatievloek’ het Tweede Gebod als bewijstekst aan. Daar staat immers, dat de HERE “de ongerechtigheid van de vaderen bezoekt aan de kinderen, aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten.” (Ex. 20:5b). Dus als je God geen vergeving vraagt voor al die keren dat jij je met occulte praktijke hebt ingelaten, kan de duivel tot in de vierde generatie doorgaan met zijn schadelijke invloed.

Ik vind dit bijzonder onzorgvuldig en schadelijk bijbelmisbruik. In het 1e en 2e gebod van de Tien Geboden gaat het over eigenwillige godsdienst en afgodendienst. Er staat dat God Zélf de konsekwenties ervan tot in het 3e en 4e geslacht zal laten voelen. De duivel en het okkulte worden helemaal niet genoemd. Er staat dat dit geldt ‘voor wie Mij haten’ – dat is een heel sterk werkwoord waarmee mensen worden aangeduid die zich willens en wetens van God afkeren en niets meer van Hem willen weten.

Deze tekst heeft dus helemaal níets met demonische belasting te maken die ook nog overdraagbaar zou zijn van de ene generatie op de andere generatie. Als dat zou kunnen, zou je toch minstens verwachten dat de Here Jezus ook een keer de zonde van de voorouders als reden noemt waarom iemand door boze geesten bezeten is.

Kortom: al die aandacht voor okkulte belasting in het voorgeslacht maakt christenen alleen maar bang. En dus geef je niet God de eer, maar laat je je (vanuit precies de omgekeerde motivatie) juist in met okkultisme. Afblijven, van weg blijven en weer terug naar God alleen – zegt Mozes. Hou je aan de bijbel en niet aan allerlei theorieën over hoe de duivel te werk gaat. Want hoe meer je je bezig houdt met vragen of achter allerlei zaken ook okkulte invloeden en demonische belasting zitten – hoe meer je je er zelf mee in laat. Stop daar maar mee – want je doet het als christen, maar je wordt er alleen maar onzekerder van.

DENKPATROON

Hoe komt het nou, dat sommige christenen achter elke boom een boze geest zien?

Vaak zijn dit de, volgens mij foutieve, denkstappen die iemand maakt om allerlei dingen als occult te benoemen en af te wijzen.

Stap 1: Je hebt bepaalde tradities en gewoonten.

Stap 2: Uit die tradities en gewoonten spreekt een bepaalde geest.

Stap 3: Die geest wordt een echte persoon en dus is er sprake van demonen.

Stap 4: Deze demonen kunnen zich verbinden met voorwerpen en dus is het riskant om bv. boeddhabeeldjes in huis te hebben of een spel als Weerwolven te spelen.

Wat hier gebeurt is het volgende: vanuit een bepaalde redenering maak je van verkeerde gewoontes eerst geestelijke machten en daarna konkrete personen. Daarmee trap je in een gevaarlijke valkuil. Dan denk je namelijk, dat je de duivel en zijn demonische machten in bepaalde gebieden van het leven kunt aanwijzen en benoemen.

Natuurlijk is het waar, dat er een geestelijke strijd gevoerd wordt en dat we als christenen de geesten moeten onderscheiden of zij uit God zijn. Maar dat houdt volgens mij niet in dat ik overal moet nagaan of er ook demonen aan het werk zijn. Dat zou, lijkt mij, te weinig eer zijn voor de duivel. Hij werkt veel geraffineerder. En al die aandacht voor dit onderwerp maakt mensen, ook oprechte christenen, alleen maar bang en angstig. Als een toevallige samenloop van omstandigheden nota bene door christenen in een onbewezen occult verband gebracht wordt, zet je zelf de deur open, waardoor de grote tegenstander binnen kan komen.

Jezus wijst een andere weg: kom gewoon maar bij Mij. Onze hemelse Vader zegt: schuil maar bij Mij. We zouden het met elkaar vooral dáár over moeten hebben, lijkt me, of we dát nog wel doen: van onze grote God en Heiland veel verwachten en volledig op Hem vertrouwen.

EEN EVANGELISCH TEGENGELUID

In het boek ‘De belofte van genezing’ van de Amerikaanse evangelische theoloog Richard Mayhue staat gelukkig een veel genuanceerder en bijbelser opvatting over demonen. Wat hij zegt is het volgende:

“De Brieven van het Nieuwe Testament waarschuwen gelovigen nooit voor de mogelijkheid van inwonende demonen, ook al worden Satan en demonen vrij vaak besproken. Ook instrueren de Brieven van het Nieuwe Testament gelovigen nergens hoe ze demonen bij een gelovige of een ongelovige moeten uitdrijven.
Het is bijbels onvoorstelbaar dat in een ware gelovige demonen zouden kunnen wonen wanneer de Bijbel geen duidelijk historisch voorbeeld geeft en wanneer er geen waarschuwingen of instructies worden gegeven voor een dergelijke serieuze geestelijke ervaring.
Minstens vijf andere bijbelse factoren bevestigen deze conclusie:
(1) De scherpe woorden van 2 Korinthiërs 6:14-18 sluiten uit dat de Heilige Geest en onreine geesten samenwonen in een ware gelovige – zelfs tijdelijk.

(2) Redding, zoals beschreven in Kolossenzen 1:13, spreekt van ware ‘verlossing’ van Satan en overbrenging naar het Koninkrijk van Christus.

(3) De volgende passages vormen, gecombineerd, een krachtige verklaring die demonische inwoning bij christenen uitsluit:

Romeinen 8:37-39 – Meer dan overwinnaars door Christus

1 Korintiërs 15:57 – God geeft ons de overwinning door onze Here Jezus Christus

2 Korintiërs 2:14 – God doet ons te allen tijde in Christus zegevieren.

1 Johannes 2:13,14 – We hebben de boze overwonnen.

1 Johannes 4:4 – Hij, die in ons is, is meerder dan die in de wereld is.

(4) De verzegeling met de Heilige Geest beschermt de christenen tegen invasies van demonen (2 Kor. 1:21,22; Ef. 4:30).

(5) De belofte van 1 Johannes 5:18 maakt de idee van invasies van demonen een onbijbels concept en een onmogelijkheid voor een ware gelovige. Wij weten, dat een ieder, die uit God geboren is, niet zondigt; want Hij, die uit God geboren werd, bewaart hem, en de boze heeft geen vat op hem.

Samenvattend is Mayhue van mening:

“De Bijbel kent zijns gelijke niet als de unieke bron van Goddelijke openbaring om ons te vertellen over de geestelijke wereld van Satan en demonen. Klinische ervaringen en ervaringen van hulpverleners mogen nooit gelijk zijn aan de Schrift en moeten nooit worden gebruikt om conclusies te trekken die niet eerst duidelijk worden geleerd in het Woord van God.
De Bijbel leert overtuigend dat Satan of demonen nooit in ware gelovigen kunnen wonen. Ware gelovigen kunnen echter wel uitwendig worden gekweld of lastiggevallen, zelf in ernstige mate.”

Kerst en Oud & Nieuw – zingend de lockdown door

Opnieuw zitten we met Kerst en rond de jaarwisseling thuis. Voor het tweede jaar achter elkaar een lockdown. Het is niet anders … maar het is wel om moedeloos van te worden.

Het betekent dat we opnieuw niet samen in de kerk de geboorte van onze Jezus Christus, onze Heer, kunnen vieren. En dat we ook niet samen in de kerk het jaar 2021 kunnen afsluiten.

Misschien moeten we ons maar vastklampen aan de gedachte dat er op de dag van de geboorte van Jezus en in de weken erna op het oog niet zoveel veranderde aan de situatie. Maar voor wie geloofde dat God op deze manier zijn verlossingsplan realiseert, maakt de komst van Jezus een wereld van verschil. Geen wonder dat én Zacharias én de engelen én Simeon vlak voor en tijdens en vlak ná de geboorte van Jezus hun blijdschap uitzingen, en dat zowel de herders als de oude Anna het blijde nieuws van Gods verlossing en vertroosting door het kindje Jezus dat ze gezien hadden.

De band Faith speelt vanuit ‘Het Noorderlicht tijdens de Kerstwandeling Peelo 2021

Gelukkig is er overal veel creativiteit. Dus net als vorig jaar worden er door kerken en christenen rond en met Kerst mooie activiteiten georganiseerd en online Kerstdiensten gehouden. Zo kunnen we toch nog samen het Kerstfeest vieren.

En als het om de jaarwisseling gaat, moeten we ons maar troosten met de gedachte dat Gods molens trager malen dan ons eigen ongeduld. Gelukkig weten we, dat uitstel bij God geen afstel is, maar juist een teken van zijn geduld. Hij wil graag dat zoveel mogelijk mensen zich weer tot Hem als hun hemelse Vader wenden en Jezus erkennen als hun Redder en Heer. Zo komen we, om het met Elly & Rikkert te zeggen: “Elke dag een stapje dichter bij die dag, elke dag een stapje dichterbij. Stapje voor stapje, ’t is niet veel, maar snap je, wij zijn elke keer een stapje dichter bij de Heer.”

Zo mogen we toch hoopvol het nieuwe jaar in. We tellen ze op vanaf de eerste komst van onze Heer: binnenkort is het alweer Anno Domini 2022. En we tellen ze af op weg naar de terugkomst van onze Heer. Alleen is die dag niet vast te zetten op onze kalender. Maar eenmaal zal Hij komen! Ondanks de omstandigheden mag je daar als christen nu al blij naar uitzien. Soms lukt dat ook, net zoals Paulus en Silas – zij zongen psalmen in de gevangenis. Soms lukt het minder, net zoals David en Jezus klaagden – maar ook dan zal de HERE je niet loslaten, maar in de moeiten bij je zijn.

We vieren Kerst. We gaan een nieuw jaar tegemoet. Ga met God, want Hij zal met je zijn!

Gewone Catechismus – leerhuis op zondagmiddag

In veel kerken wordt geen zondagmiddagdienst meer gehouden. Soms was die dienst al afgeschaft voor de coronatijd, maar veel kerken houden sinds de crisis geen middagdienst meer en die zal in de meeste gevallen ook niet terugkeren. Maar daardoor verdwijnt er wel een deel van de geloofstoerusting. Daar wilden de predikanten van de Gkv in Assen-Peelo en de vGK van Assen iets aan doen.

Leerhuismiddagen

Van oudsher waren de zondagmiddagdiensten bedoeld als leerdiensten. Vroeger werden ’s middags in elke kerk zogenaamde catechismuspreken gehouden. De Heidelbergse Catechismus bestaat uit precies 52 zondagen. Zodoende kon je als predikant in een jaar alles behandelen. In een deel van de kerken die nog middagdiensten houden, preekten de dominees voor de crisis nog steeds uit de catechismus, en soms is dit na de zomer hervat. Maar een ander deel hield geen middagdiensten meer of vulde de middagdienst op een andere manier in.

Ds. A. van Harten-Tip, predikant van Oase en ds. L.E. Leeftink, predikant van het Noorderlicht hebben gemerkt dat er bij hun gemeenteleden wel behoefte is aan geloofstoerusting. In het verleden gaven zij gezamenlijk cursussen n.a.v. de boekjes van ds. J. Klapwijk Het goede nieuws van het Oude Testament en Beter nieuws uit het Nieuwe Testament.

Even ter verduidelijking: Oase is de voortgezette Gereformeerde Kerk (vGK), ontstaan in 2004. Door een fusie van een aantal kerken ontstond de PKN. Een klein deel van de gereformeerde kerken ging niet mee in de fusie en zo ontstond de vGK. In Assen is mevrouw ds. van Harten-Tip voorganger van deze kerk, die de naam Oase draagt. Het Noorderlicht is de GKv in Assen-Peelo, waarvan ds. Leeftink voorganger is.

Ds. van Harten en ds. Leeftink bedachten het plan om eens in de drie weken zogenaamde leerhuismiddagen te houden. De zondag, als opstandingsdag van onze Heer, is bij uitstek de dag om in alle rust samen te komen om te groeien in het geloof, vonden zij.

Gewone Catechismus

Zij wilden dit doen aan de hand van een in mei 2019 verschenen boekje met de titel Gewone Catechismus. Het boekje is geschreven door de theologen Arnold Huijgen (CGK), Theo Pleizier (PKN – Ger. Bond) en Dolf te Velde (GKv). Zij zijn alle drie hoogleraar aan de theologische universiteiten in  respectievelijk Apeldoorn, Groningen en Kampen.

De Gewone Catechismus (GC) is geen hedendaagse vertaling van de Heidelbergse Catechismus, maar de GC verwoordt in 100 vragen en antwoorden de inhoud van het christelijk geloof op een hedendaagse manier. De auteurs willen bijbelgetrouwe christenen van vandaag helpen hun geloof te begrijpen, leren verwoorden en vanuit dat geloof te leven.

De insteek is anders dan bij de HC, maar alle onderwerpen daaruit komen wel aan bod. De rode draad in de GC is ‘geluk’, uitgelegd in drie delen: 1. God de Vader – vertrouwen en gebed, 2. Jezus Christus – volgen en gebod, 3. De Heilige Geest – kerk en avondmaal.

Voor de kerkbode wilden de beide predikanten graag iets vertellen over de leerhuismiddagen, die inmiddels gestart zijn. De toegang is uiteraard gratis en belangstellenden kunnen nog steeds gewoon inhaken. Het tot nu toe gebruikte cursusmateriaal (en het vervolg, na iedere bijeenkomst), dat bestaat uit de Powerpoint presentatie, handouts, gespreksvragen en een leesrooster, is te vinden op de website van Oase. Het cursusmateriaal is vrij te gebruiken voor bijvoorbeeld bijbelstudiegroepen.

De GC wordt door ds. Leeftink niet gebruikt bij de catechisaties voor de jeugd, maar is er zeker geschikt voor. Er zou dan wel lesmateriaal bij gemaakt moeten worden.

Ds. van Harten gebruikt het boekje voor de volwassenencatechese.

Hoe verlopen deze zondagmiddagen over de Gewone Catechismus?

Ds. Leeftink legt het uit. ‘De opzet in volgorde is: samen zingen, bijbellezen, gebed, uitleg en toelichting, groepsbespreking (30 min.), plenaire bespreking, gebed, collecte bij de uitgang. Vooraf wordt een handout uitgereikt. Daarop staan gespreksvragen voor de groepsbespreking en een leesrooster voor de verwerking thuis. De liederen, het bijbelgedeelte en de hoofdpunten staan op de beamer. De bijeenkomsten duren gemiddeld vijf kwartier. Een uur, zoals oorspronkelijk de bedoeling was, bleek te kort. Er was te weinig tijd om een goede bespreking te houden. En dat is juist wat erg gewaardeerd werd, het onderlinge geloofsgesprek. Bij de cursussen over het OT en NT ging het meer om kennisoverdracht (zonder bespreking in groepjes), maar bij de leerhuismiddagen geven de gesprekken een stukje verdieping. Dat is een mooie ontwikkeling. De eerste keren waren er tussen de 20 en 30 personen.’

Ds. van Harten verwacht dat er meer mensen zullen aanhaken wanneer het weer gewoner wordt om kerkdiensten te bezoeken. Tot nu toe was men voorzichtig met groepsactiviteiten.

Maar gezien de ontwikkelingen in de coronacrisis denk ik zelf dat mensen misschien toch weer terughoudend zullen zijn. Iedereen is evenwel van harte welkom op de zondagmiddagen:

9 jan.              deel 6              Bidden (GC 31-36)   

30 jan.            deel 7              Het volmaakte gebed (GC 37-46)

20 feb.            deel 8              Jezus – de weg tot God (GC 47-54)

13 mrt.            deel 9              Jezus – de waarheid en het leven (GC 55-62)      

3 apr.              deel 10            God liefhebben – wet I (GC 63-70)

24 apr.            deel 11             Je naaste liefhebben – wet II (GC 71-77) 

15 mei             deel 12            De Heilige Geest (GC 78-83)         

12 juni deel 13            De kerk (GC 84-93)

3 juli               deel 14            Het Avondmaal (GC 94-100)

(de eerste vijf bijeenkomsten zijn reeds geweest, zie op de genoemde website)

Mensen die komen, zijn dat vooral kerkleden die graag op zondagmiddag ook naar de kerk gaan, of gaat het om het onderwerp?

Ds. Leeftink denkt het laatste. ‘Veel deelnemers vinden het fijn dat het juist op de zondagmiddag is, want dat geeft een goede invulling aan de zondag. In veel kerken in de regio Assen is de middagdienst na afschaffing (nog) niet weer opgestart. Toch kregen we ook een reactie van een echtpaar, dat meedeed aan de doordeweekse cursussen over de boekjes van ds. Klapwijk, dat ze het jammer vinden dat het nu op zondagmiddag is. Want in hun kerk worden nog wel twee kerkdiensten per zondag gehouden en die moeten ze dan verzuimen.’

Werden er in jullie kerken voor de coronaperiode op zondagmiddag altijd catechismuspreken gehouden?

MaasStee – waar vGKN Oase zondags samenkomst

In beide kerken gebeurde dit af en toe, niet regelmatig. Ds. van Harten vertelt ook waarom. ‘Wij hebben geen eigen kerkgebouw. Onze ochtenddiensten vinden plaats in de MaasStee. Dat is een accommodatie, een soort wijkgebouw, in de Asser wijk Pittelo. Wij hebben alleen middagdiensten wanneer we in de Bethelkerk (CGK) of in woonzorgcentrum ArendState terecht kunnen.’

Ds. van Harten en ds. Leeftink hebben met veel plezier deze leerhuismiddagen en de cursussen over het OT en NT georganiseerd. Ze gaan daarom zeker kijken of er in de toekomst meer mogelijk is. Ds. van Harten vindt het mooi om te merken dat mensen blij en enthousiast worden van het schatgraven in de Bijbel. Herhaling is zeker de moeite waard. Te meer omdat in veel kerken de zondagmiddagdiensten niet weer terugkeren. Dat zou bijvoorbeeld ook kunnen door samenwerking met meer Asser kerken. Te denken valt aan leerdiensten, jeugddiensten, praisediensten.

Er wordt na de leerhuismiddagen ook een collecte gehouden. Waar is die voor?

Ds. van Harten vertelt daarover. ‘Na de bijeenkomst is er een, uiteraard vrijwillige, deurcollecte voor SORSA: Stichting Ondersteuning Reformatorisch Studiecentrum Afrika. Dat is een mond vol, maar het werk dat hiervoor in Pretoria wordt gedaan verdient dat. Het is een initiatief van een Zuid-Afrikaanse predikant die om gezondheidsredenen de deur letterlijk niet meer uit kan. Hij heeft ermee geworsteld hoe dit gegeven past bij zijn roeping als predikant. Het antwoord dat hij kreeg was dat hij andere predikanten en voorgangers zou kunnen toerusten.

Hij is begonnen bijbelgetrouw studiemateriaal te verzamelen en beschikbaar te stellen voor de vele voorgangers in Zuid-Afrika die, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Nederlandse predikanten, niet de beschikking hebben over een flinke bibliotheek met theologische boeken. Dit werk is explosief gegroeid. Er is een enorme bibliotheek ontstaan waar mensen, ook digitaal, terecht kunnen. Er zijn tevens preekschetsen beschikbaar. Van deze laatste mogelijkheid wordt nu al meer dan 10.000 keer per maand gebruik gemaakt. De gebruikers wonen allang niet meer alleen in Zuid-Afrika. Wereldwijd weten voorgangers en predikanten de website te vinden. Er is een groot aantal vrijwilligers actief in en voor dit studiecentrum, en voor de continuïteit zijn er ook een aantal betaalde krachten aangenomen. Zo heeft de Here God iemands beperking gebruikt als een ongekende mogelijkheid.

Omdat wij ons tijdens de leerhuismiddagen verdiepen in het Woord van God leek het ons een passend collectedoel. Op die manier steunen we de verspreiding van het Evangelie, waar wij zo dankbaar voor zijn.’

Voor meer informatie, zie www.refstudycentre.com. Aanmelden als supporter kan door middel van een mail aan stichtingsorsa@gmail.com.

Het Noorderlicht – kerkgebouw van GKV Assen-Peelo

Artikel met toestemming overgenomen uit Gereformeerde Kerkbode Groningen – Fryslân – Drenthe, nr. 16, 20 november 2021. Interviewer: Janny Kremer. Oorspronkelijke titel: Leerhuis Peelo

Christenen over vaccineren – drie posities en iemand die van ‘nee’ naar ‘ja’ ging

Een goede kennis vroeg me laatst: “Wanneer je met goede argumenten kunt komen, laat ik me graag door jou overtuigen om mij toch maar te laten vaccineren. Ik kijk uit naar je reactie.” Nu denk ik niet dat ik mensen kan overtuigen om zich te laten vaccineren. Zelf vind ik dat vaccinatie een door God gegeven middel is dat we kunnen gebruiken om te voorkomen dat mensen doodziek worden of zelfs sterven aan een relatief makkelijk te voorkomen virusinfectie. Een andere goede kennis zei een paar week geleden tegen me: “In de 19e eeuw had je de pokken waar duizenden mensen aan stierven, tot half jaren ’50 van de vorige eeuw had je polio waar honderden mensen aan stierven, en in beide periodes had je predikanten die openlijk schreven dat het een geschenk en dus ook een opdracht van God is om je laten vaccineren. Waarom durven christelijke voorgangers dat nu niet openlijk te zeggen?”

Om me wat verder in dit onderwerp te verdiepen las ik opnieuw het uitstekende boekje POLIO – Afwachten of afweren van prof. dr. J. Douma (TU Kampen – GKV) en prof. dr. W.H. Velema (TU Apeldoorn – CGK) uit 1979. Zij schreven dit boekje n.a.v. de polio-uitbraak in 1978 op initiatief van de regering (!). Want die wilde graag het reformatorische volksdeel dat principiële bezwaren had tegen inenting laten voorlichten, niet door niet-christelijke medici en seculiere politici, maar door “twee bij uitstek deskundigen op het gebied van de theologisch-ethische benadering van het vraagstuk van de vaccinatie” (blz. 7, E. Veder-Smit, staatssecretaris Volksgezondheid en Milieuhygiëne).

Drie posities

Douma en Velema laten zien dat er drie standpunten zijn onder christenen als het om vaccinatie gaat (blz. 63-65).

“Er zijn gelovigen die elke vorm van inenting principieel en radicaal afwijzen. Zij willen er niets van weten. Zij menen dat zij in strijd handelen met het gebod van Gods en het geloof in Gods vaderlijke leiding – de voorzienigheid van God – als ze maatregelen nemen vóór de ziekte toegeslagen heeft.

Een tweede groep van christenen acht inenting geboden als plicht van iedere gelovige. (…) Ieder christen moet uit besef van verantwoordelijkheid voor zijn directe omgeving en voor de samenleving in haar geheel zichzelf en zijn kinderen laten inenten.

(…) Tussen beide standpunten bevindt zich een groep die van mening is dat ieder voor zichzelf een beslissing moet nemen. Wie inenting niet met zijn geweten in overeenstemming acht, moet haar nalaten. Wie er wel vrijmoedigheid voor vindt, moet haar toepassen.”

Douma en Velema geven ook aan, dat de principiële voorstanders van inenting “het als een verplichting zien dat iedere gelovige inenting toepast, ook al willen ze een ander er niet toe dwingen dit te doen. (…) Zij zeggen, met alle respect voor het geweten van de ander: De afwijzing van inenting berust op een verkeerd verstaan van de Schriften. Wie Gods gebod goed verstaat, mag zich aan inenting niet onttrekken. Inenting is plicht.”

Vaccinatiedrang en vaccinatiedwang

Tegelijk is het zo dat de voorstanders van inenting en de aanhangers van het middenstandpunt allebei de grens leggen bij het persoonlijke geweten. “Als het geweten neen zegt, mag niemand – zelfs de overheid niet – tot inenten dwingen.”  Het verschil hierbij is dan wel weer, dat overtuigde ja-zeggers het standpunt huldigen: geen staatsdwang, wel staatdrang. Toch waren ook zij in 1872 in meerderheid tegen de verplichte inenting van onderwijzers en leerlingen. Die was in 1872 niet absoluut trouwens: je mocht kiezen voor ander werk of je kind thuishouden. Maar het werd door veel christenen wel als sociale dwang gezien.

Bij de polio-uitbraken in de jaren ’70 van de vorige eeuw vinden Douma en Velema dat er helemaal geen staatsdwang toegepast mag worden, want die hadden zo’n beperkte omvang dat de gezondheid van de maatschappij niet in gevaar kwam.  

Wat mij dan wel triggert is, hoe Douma (die vorig jaar zelf overleden is aan corona) en Velema gedacht zouden hebben over de vaccinatie-drang en misschien binnenkort de sociale vaccinatie-dwang in onze tijd. Ik vermoed dat ze geen moeite zouden hebben met het eerste. En dat ze verplichte vaccinatie resoluut zouden afwijzen, want dan gaat de overheid over de gewetens van mensen heersen. Maar wat zouden ze vinden van sociale vaccinatie-dwang onder bv. IC-verpleegkundigen en zorgmedewerkers in verpleegtehuizen? Ik vermoed dat ze daar geen voorstander van zouden zijn, maar er gezien de ernst van de corona-epidemie wel begrip voor zouden hebben wanneer de overheid dit zou invoeren voor bepaalde beroepssectoren.

Douma en Velema geven ook duidelijk aan waarom het vertrouwen op de zorg van God het gebruik van preventieve middelen tegen ziektes goed kunnen samengaan. Hun uitleg van bijbelgedeeltes als Matteüs 9:12 (‘Wie gezond zijn hebben geen dokter nodig’) en Exodus 15:26 (‘Ik, de HERE, ben uw Heelmeester’) en Spreuken 22:3 (‘De schrandere ziet het onheil en bergt zich, maar de onverstandigen gaan hun gang en moeten boeten’) kan ik alleen maar ter lezing aanbevelen.

Van een principeel ‘nee’ naar een overtuigd ‘ja’

Het valt mij op dat in de eerste helft van de 19e eeuw de bijbelgetrouwe christenen uit de kringen van het Reveil, zoals de christelijke arts Abraham Capadose in 1823, en onder gereformeerden uit de kring van de Afscheiding van 1834, onder wie Hendrik de Cock, in meerderheid principieel tegen vaccinatie tegen de pokken waren, ook al maakte die vooral onder kleine kinderen veel dodelijke slachtoffers. Dat vaccin was in 1796 uitgevonden in Engeland en werd al snel in heel Europa toegediend.  De twee belangrijkste bezwaren waren ook toen al: ‘vooruitlopen op Gods voorzienigheid’  en ‘je laat je injecteren met het merkteken van het Beest. En complottheoriën zie je ook al opdoemen in die tijd, maar ook bv. als het gaat om het ontstaan van aids (bv. door een uit de hand gelopen experiment in een Amerikaans laboratorium – zoals J. Douma in zijn boekje ‘AIDS – meer dan een ziekte’  op blz. 15 schrijft)

In de tweede helft van de 19e eeuw werd er onder bijbelgetrouwe christenen veel positiever over gedacht, o.a. door Abraham Kuyper, de voorman van de tweede groep gereformeerden die in 1886 met de Doleantie meegingen en ook door Helenius de Cock, die leefde van 1824-1894. Ik blogde al eerder over hem – klik hier.  Helenius was de zoon van Hendrik de Cock, de voorman van de Afscheiding van 1834. Die was fel tegen vaccinatie, ook vanwege de rol van de overheid in de tijd van de Afscheiding: Hendrik de Cock werd vervolgd en gevangen gezet. Dat maakte hem, naast principiële bezwaren, ook argwanend tegen alle wetenschappelijke kennis van niet-gelovigen. Helenius was 17 jaar oud toen in 1841 zijn jongste broertje van bijna één jaar aan de pokken stierf. Jaren later, in 1871, schreef hij een brochure waarom hij zijn kinderen wél liet inenten. Hij vertelde, dat de dood van zijn broertje een verpletterende indruk op zijn vader had gemaakt. Ook, omdat de dokter had verklaard dat het kindje zeker was blijven leven als De Cock het wel had laten inenten. Toch, schreef Helenius, bleef mijn vader bij zijn standpunt dat vaccinatie niet geoorloofd was en heeft hij God nooit verwijten gemaakt dat zijn zoontje niet in leven bleef, hoewel hij er de HERE intens om gebeden had. Mede daarom was Helenius ook lange tijd principieel tegen vaccinatie.

Waarom ging hij uiteindelijk toch over van ‘nee’ naar ‘ja’? Om drie redenen, schrijven Douma en Velema (blz. 35-40). Allereerst: Helenius had de woorden van Christus over gezonden die geen geneesheer nodig hadden nooit letterlijk opgevat. Dat woord sprak Jezus namelijk tegen de farizeeën die in de waan leefden dat zij Jezus als geneesheer van hun zonden niet nodig hadden. Verder had Helenius lange tijd op het standpunt gestaan, dat je als christen beter solidair kunt zijn met gelovige gewetensbezwaarden dan met niet-gelovigen die in hun overmoed door vaccinatie de voorzienigheid van God miskennen. Maar toen hij in Schotland en Duitsland gelovigen tegenkwam die vonden dat vaccinatie voor christenen juist roeping en plicht was, besefte hij, dat je als christen het resultaat van de medische wetenschap niet hoeft af te wijzen, ook al blijf je de hoogmoed erachter afwijzen. Tenslotte moest Helenius toegeven, dat de resultaten van de vaccinatie enorm positief waren en dat alle schrikbeelden van mogelijke schadelijke gevolgen niet waren uitgekomen. Als niet-geneeskundige kon hij die feiten niet weerleggen.

Wat mij opvalt in het nieuwe standpunt van Helenius de Cock zijn de volgende dingen. Allereerst: hij gaat niet mee in het eindtijdscenario. Dat vind ik verstandig. Als christenen moeten we niet te snel met het teken van het beest op de proppen komen. Want als je als christen al vindt dat Openbaring 13 op de huidige tijd van toepassing is, moet je vooral de macht en invloed van de technologie en de toepassing ervan door een dictatuur als China benoemen. Dat was er al ver voordat het corona-virus begin 2020 de wereld rondging. Dat is echt een andere diskussie, vind ik, al is corona voor veel mensen wel een eye-opener als het om deze ontwikkelingen gaat. Verder beseft Helenius heel goed dat hij geen arts en dus geen deskundige is als het om het effect en de bijwerkingen van het pokkenvaccin gaat. Oftewel: argwaan levert niets op – een kritische houding wel. Dus geef ik –al sputterend- de overheid het voordeel van de twijfel als het om de coronamaatregelen gaat, want onze regering is niet te vergelijken met de Romeinse overheid aan wie Paulus zich ook onderwierp als die niet in strijd met Gods Woord handelde.  Daarom vind ik ook dat het RIVM meestal keurig en soms wat slordig objectieve gegevens publiceert. Vaak zijn niet de statistieken, maar de interpretatie die men er aan geeft de grootste leugen. En als ik weer een corona-scepticus tegen komt die een ander geluid laat horen dan de overgrote meerderheid van de deskundigen, check ik eerst even de achtergrond van deze kritische persoon. Dat laat meestal duidelijk zien dat bv. Gert Vanden Bossche of Robert Malone meer omstreden zijn dan ze zelf beweren. Als theologisch schoenmaker hou ik mijn liever bij mijn bijbelse leest dan dat ik denk dat ik het van de 17 miljoen virologen in Nederland het beste weet.

Die bijbelse leest leert mij dat je als christen de morele plicht hebt om de middelen die God in zijn voorzienigheid aan ons als mensheid geeft, niet achteloos te laten liggen, maar dankbaar uit zijn hand te aanvaarden.