ABORTUS: wanneer is jouw leven begonnen?

Sinds 1984 is abortus in Nederland gelegaliseerd. Sindsdien is er weinig veranderd. Nog steeds is het ongeboren leven  vogelvrij.

Hoe kun je voorstanders van abortus aan het nadenken zetten? Ik kwam de volgende tekst tegen. Als je dit op je laat inwerken, vind je dan nog steeds dat elke vrouw baas in eigen buik is? Of heeft het ongeboren leven ook recht om te bestaan?

Wanneer is uw leven begonnen?

Vraag aan iemand die vóór abortus is:

Bent u ook een tiener geweest?   Ja
Bent u ook een kind geweest?  Ja
Bent u ook een peuter geweest?  Ja
Bent u ook een baby geweest?  Ja
Bent u ook een foetus geweest?  Ja
Bent u ook een embryo geweest?  Ja
Bent u ook een zaadcel  geweest?  Eh … nee

Dus uw leven begon ook bij de bevruchting …

‘Laat de kinderen tot Mij komen’ – over bijzondere kerkdiensten in coronatijd

Wat is wijs? Dat vragen veel kerkenraden zich in deze coronatijd af als het om het aantal bezoekers van kerkdiensten gaat. Wijs is in elk geval, dat in december 2020 alle kerkgenootschappen gezamenlijk binnen het CIO welwillend gereageerd hebben op de dringende oproep van de regering om zoveel als mogelijk alleen online-diensten te houden. Maar we zijn nu weer drie maanden verder. Het is inmiddels één jaar geleden dat Nederland op slot ging. In de samenleving klinkt de roep om versoepeling steeds luider. De overheid geeft daar sinds begin maart ook beperkt de ruimte voor. Wat betekent dat voor de kerkdiensten?

Wijze vrijmoedigheid

In de kerk heb je twee soorten kerkdiensten. De gewone, regelmatige kerkdiensten. Daaronder vallen ook avondmaalsdiensten en jongerendiensten, om maar twee dingen te noemen. En de bijzonder, eenmalige diensten. Daaronder vallen doopdiensten, belijdenisdiensten, trouwdiensten en rouwdiensten. Zou er, in wijze vrijmoedigheid, voor die laatste categorie diensten iets meer mogelijk zijn? Het is immers volstrekt duidelijk dat het unieke, eenmalige diensten zijn ter gelegenheid van een feestelijke of verdrietige gebeurtenis in iemands leven. Dus het heeft geen enkele precedentwerking op andere kerkdiensten.

Ik spits het even toe op doopdiensten. Ik ben absoluut geen voorstander van de vroegdoop, waarbij de vader het kind ten doop houdt terwijl de moeder nog in het kraambed ligt. Ik vind het zo langzamerhand wel problematisch worden dat de doop nu al maanden lang (soms al bijna één jaar!) wordt uitgesteld. De reden is ‘m bijna altijd gelegen in het feit dat er helemaal niemand bij de doop aanwezig mag zijn. In mijn ogen leidt dat tot een onderschatting van de doop. Van uitstel komt geen afstel, maar je voedt als kerk wel de gedachte dat het teken van de doop niet zo belangrijk is. Terwijl de doop Gods verbondsteken is voor de gelovigen en hun kinderen! De hemelse Vader wil graag zijn prachtige beloften geven aan de kinderen van de gelovigen die hun vertrouwen op Hem stellen. En Jezus, onze Heer, zegt: Laat de kinderen tot Mij komen. Hoe lang kunnen kerkenraden dan blijven zeggen (terwijl heel Nederland elkaar in de supermarkt op 20 centimeter passeert en in februari massaal het ijs op ging): we kiezen in alle omstandigheden het liefst voor een zelfgekozen voorzichtigheid die nog strenger is dan de overheid ons oplegt?

De overheid biedt begrensde ruimte

Want de overheid geeft meer ruimte dan veel kerken tot nu toe nemen. Volgens de RIVM-richtlijnen zijn zelfs in deze lockdowntijd met avondklok huwelijksvoltrekkingen met 30 personen (zonder horeca) en uitvaarten met 50 personen (zelfs met koffie en cake) geoorloofd, mits aan alle voorwaarden voldaan wordt. Ik denk dat we het er als kerk over eens zouden moeten zijn dat de bediening van de doop minstens net zo’n belangrijk moment in het geloofsleven. Dus als die voortdurend wordt uitgesteld, moet je zoeken naar alternatieven. Dat geldt ook voor een trouwdienst: Gods zegen over het huwelijk op de knielbank in de kerk vinden de meeste echtparen van veel meer waarde dan het formele moment op het gemeentehuis. Hetzelfde geldt voor het doen van belijdenis: moet je dat eindeloos blijven uitstellen terwijl je graag, net als Timoteüs,”in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis” wilt afleggen?

Vier keuzeopties

Door corona kan niet alles wat je zou willen. Dus moeten kerkenraden in wijze vrijmoedigheid keuzes maken. Ik kwam deze maand in drie kerkbladen vier verschillende opties tegen.

In Gemeente A is besloten om zo weinig mogelijk contactmomenten te organiseren. Dus is er tijdelijk geen live-muziek in de eredienst en mogen de leden van het wijkteam tijdelijk geen bezoeken brengen, maar alleen de predikant en de pastoraal werker. De motivatie hierachter is, dat we als kerken onder het vergrootglas liggen en dat het ons een lief ding waard moet zijn dat Gods naam vanwege ons gedrag niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt, zoals in Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus staat.

In Gemeente B is besloten om pas ruimte te geven voor kerkdiensten met max. 30 kerkgangers als dat door de kerkgenootschappen gezamenlijk weer geadviseerd wordt. Maar als het om doopdiensten gaat, wil men de wens van de ouders honoreren om in elk geval ook de wederzijdse grootouders aanwezig te laten zijn. Het Diakonaal Steunpunt noemt deze mogelijkheid (max. 6 volwassenen) expliciet. En als het om een trouwdienst gaat, is het kerkgebouw beschikbaar als trouwlokatie, zodat het burgerlijk huwelijk meteen gevolgd kan worden door de kerkelijke bevestiging ervan met max. 28 bruilofsgasten.

In Gemeente C heeft men besloten om de RIVM-richtlijnen ook toe te passen op de genoemde bijzondere eenmalige kerkdiensten. Dan kunnen bijvoorbeeld drie kinderen tegelijk gedoopt worden, waarbij elk gezin zes of zeven gasten mag uitnodigen. Of kunnen vier jongeren belijdenis doen met elk zes of zeven familieleden/vrienden. Uiteraard onder dezelfde strikte voorwaarden als de overheid bij andere gelegenheden stelt.

In Gemeente D neemt men meteen de nieuwe richtlijn over die de PKN zonder enige vorm van overleg met de overheid en met de andere kerkgenootschappen eind februari genomen heeft: er zijn elke zondag weer 30 kerkgangers welkom. Er is binnen de CGK/GKV/NGK zelfs een gemeente die binnen één maand eerst het superstricte standpunt A invoerde en na het PKN-advies meteen overstapte op het geen enkel ander kerkgenootschap geadviseerde standpunt D.

Voorzichtig meebewegen

Wat is wijs? Persoonlijk pleit ik voor meebewegen met de richtlijnen van de overheid. Dat gebeurt bijna altijd als de maatregelen verscherpt worden. Dat vind ik terecht. Het gebeurt helaas niet altijd als de overheid versoepelingen aankondigt. Dan hoor ik vaker kerken zeggen: ‘Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn.’ Dat vind ik niet altijd terecht. Als de overheid versoepelt, doet ze dat heel bewust en heel voorzichtig. Voorzichtiger kan dus, tenzij je daar binnen je eigen kerkgemeenschap heel goede redenen voor aan kunt dragen. Toch is de primaire reaktie wel vaak: laten we maar niet meteen alles gaan doen wat weer mag. Daardoor worden kerkleden die bewust en met een goed geweten de beperkte ruimte die de overheid geeft wel helemaal willen benutten, nogal eens impliciet beticht van ‘risico-gedrag’. Maar zou een kerk juist geen begrip moeten creëren voor mensen met meer vrijmoedigheid en hen beschermen tegen veroordeling? En hoort juist in de kerk het geestelijk belang van een doopdienst, een trouwdienst of een belijdenisdienst in alle voorzichtigheid niet zwaar mee te wegen bij de besluiten die men neemt? Als je aldoor al te voorzichtig bent, hoe geloofwaardig kun je dan nog zingen: “Ik stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God. Want in zijn hand ligt heel mijn levenslot”?

Ruimte voor vrijmoedigheid, begrip voor zorgvuldigheid

Maar zoals overal geldt ook in een plaatselijke kerk: niet de mening van één persoon, maar die van ons allen in gezamenlijk overleg leidt tot een wijs besluit dat biddend genomen is. Zowel in gemeente A als in gemeente B als in gemeente C. Laat zo’n vrijmoedig of zorgvuldig besluit dan door heel de gemeente eensgezind ontvangen en gedragen worden. En als je dat moeilijk vindt? Lees dan steeds weer Filippenzen 2:3-5. Dat heb ik tenminste regelmatig nodig.

Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf. Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 

Oog voor detail – februari 2021

Oog voor detail in de  1e week van februari – dinsdag

Deze afbeelding heeft een leeg alt-atribuut; de bestandsnaam is geest-duif-pentekening-kleur.jpg

Lukas 8:4b-5+11-12

Jezus vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven.’

Twee details:

1/ Wanneer gaan bij jou dingen ‘het ene oor in en het andere weer uit’?

2/ Op welke manier probeert de duivel vandaag het woord van God bij mensen weg te houden? Heb jij daar zelf ook last van?

Oog voor detail in de  1e week van februari – vrijdag

Lukas 8:6+13

Er viel ook wat zaad op rotsachtige bodem, maar toen het opschoot, droogde het uit door gebrek aan water. Het zaad op de rotsachtige bodem, dat zijn zij die het woord vol vreugde aannemen wanneer ze het horen, maar het schiet geen wortel; ze geloven zolang het hun goed uitkomt, maar als ze op de proef worden gesteld, worden ze afvallig.

Drie details:

1/ Waarover was jij voor het laatst heel enthousiast?

2/ Voel jij je ook wel eens een ‘mooi-weer-gelovige’? Hoe ga je daar mee om?

3/ Hoe vaak drink jij van het levende water dat Jezus geeft?

ezus vertelde deze gelijkenis: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. Terwijl hij daarmee bezig was, viel er wat zaad op de weg. Het werd vertrapt en door de vogels opgegeten. Dit is de betekenis van de gelijkenis: Het zaad is het woord van God. Het zaad op de weg, dat zijn zij die geluisterd hebben, maar daarna komt de duivel en graait het woord weg uit hun hart, om te voorkomen dat ze worden gered door te geloven.’

Oog voor detail in de  2e week van februari – dinsdag

Lukas 8:7+14

Ander zaad viel tussen de distels, en toen de distels opschoten verstikten ze het. Het zaad dat tussen de distels valt, dat zijn zij die wel geluisterd hebben, maar door zorgen en rijkdom en de genoegens van het leven worden ze gaandeweg verstikt, zodat ze geen vrucht dragen.

Twee details:

1/ Welke van de twee distels die het geloof kunnen verstikken vind jij voor jezelf het gevaarlijkst: je dagelijkse zorgen en problemen, of al de leuke en prettige dingen die je niet wilt missen?

2/ Wat doe jij als je bij iemand anders ziet dat zijn of haar geloof langzaam maar zeker steeds minder en minder wordt?

Oog voor detail in de  2e week van februari – vrijdag

Lukas 8:8a+15

Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde, en dat bracht honderdvoudig vrucht voort toen het was opgeschoten. Het zaad in de vruchtbare grond, dat zijn zij die met een goed en eerlijk hart naar het woord hebben geluisterd, het koesteren en door standvastigheid vrucht dragen.

Drie details:

1/ Welke opmerking of welke actie van jou viel bij anderen in goede aarde?

2/ Wat versta jij onder ‘met een goed en eerlijk hart Gods woord koesteren’?

3/ Op welke punt in je leven wil jij graag standvastig = blijvend vrucht dragen? Hoe ga je dat doen?

Oog voor detail in de  3e week van februari – dinsdag

Matteüs 13:31-32

Jezus hield de mensen een gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’

Drie details:

1/ ‘Wie het kleine niet eert is het grote niet weerd.’ Met welke kleine dingen ben jij blij?

2/ Bij wie voel jij je op je gemak?

3/ Waaraan merk je dat het geloof zich bij jou ‘genesteld’ heeft?

Oog voor detail in de  3e week van februari – vrijdag

Matteüs 13:44 en 6:19-21

‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen.’ ‘Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde. Verzamel schatten in de hemel, want waar je schat is, daar zal ook je hart zijn.’

Twee details:

1/ Waar ben jij zo blij mee dat je er alles voor over hebt?

2/ Welke schatten verzamel jij graag in de hemel?

Oog voor detail in de  2e week van februari – dinsdag

Markus 10:17-22

Iemand kwam naar Jezus toe en vroeg Hem: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwige leven?’ Jezus antwoordde: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, behalve God. U kent de (Tien) Geboden.’ Toen zei de jongeman: ‘Meester, sinds mijn jeugd heb ik me daaraan gehouden. Wat kan ik nog meer doen?’ Jezus keek hem liefdevol aan en zei tegen hem: ‘Eén ding ontbreekt u: ga naar huis, verkoop alles wat u hebt en geef het geld aan de armen, dan zult u een schat in de hemel bezitten; kom dan terug en volg Mij.’ Maar de man werd somber toen hij dit hoorde en ging terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen.

Twee details:

1/ De jongeman heeft twee handicaps als het om geloven gaat: hij wil het zelf verdienen en hij kan geen afstand doen van zijn schatten op aarde. Welke van deze twee is jouw grootste handicap? Hoe ga je daar mee om?

2/ Jezus kijkt de jongeman liefdevol aan.

Wanneer voel jij dat Jezus liefdevol naar jou kijkt?

Oog voor detail in de  3e week van februari – vrijdag

Markus 10:28-30

Petrus nam het woord en zei: ‘Maar wij hebben alles achtergelaten om U te volgen!’ Jezus zei: ‘Ik verzeker jullie: iedereen die broers of zusters, moeder, vader of kinderen, huis of akkers heeft achtergelaten omwille van Mij en het evangelie, zal het 100-voudig terug ontvangen: in deze tijd broers en zusters, moeder en kinderen, huizen en akkers, al zal dat gepaard gaan met vervolging, en in de tijd die komt het eeuwige leven.”

Drie details:

1/ ‘Uit verlies winst’ – wanneer heb jij dat meegemaakt?

2/ Wat vind jij moeilijk om achter te laten als het gaat om het volgen van Jezus?

3/ Ervaar jij je kerkelijke gemeente als een plek waar je goed met elkaar hebt (‘100-voudig terug ontvangen’) of als een plek waar je het moeilijk hebt (‘gepaard met vervolging’)?

Don Carson over de terugkeer van gevallen christelijke voorgangers

Can a Fallen Christian Leader Ever Be Restored?

Onder die titel schreef D.A. Carson (74), emeritus-hoogleraar Nieuwe Testament aan de Trinity Evangelical Divinity School in Deerfield, Illinios (USA) en medeoprichter van ‘The Gospel Coalition’ onderstaand artikel dat eerst verscheen in The Southern Baptist Journal of Theology (jrg. 4, nr. 4, pag. 87-89) en daarna op 26 november 2019 gepubliceerd is op de website van The Gospel Coalition.

Kan een christelijke voorganger die in zonde gevallen is, ooit weer terugkeren? Zo nee, waarom niet? Zo ja, onder welke voorwaarden? Wat vind jij?

Deze indringende vraag is nog steeds aktueel, niet in de laatste plaats vanwege het aantal christelijke voorgangers die openlijk in zonde gevallen zijn, vaak (maar zeker niet altijd) op seksueel gebied. Over dit onderwerp is een aanzienlijk aantal boeken geschreven, dus ik zal dit ingewikkelde vraagstuk zeker niet in iets meer dan duizend woorden kunnen oplossen.

Maar ik zal proberen in vier punten duidelijk te maken wat de belangrijkste aandachtspunten zijn.

1. Zorg voor een heldere probleemstelling

Bij deze vraag naar herstel moet wel duidelijk worden om welk herstel het gaat. Anders kun je met de vraag twee kanten op en kan de vraag zelfs suggestief worden. Stel dat de zonde seksueel van aard is. Wordt met ‘herstel’ dan het herstel binnen het huwelijk [van de voorganger] bedoeld? Dat hangt af van de reactie van de huwelijkspartner, en die reactie is afhankelijk van veel factoren. Bij ‘herstel’ vragen veel mensen zich misschien wel vooral af of er ook echt een herstel mogelijk is in de relatie met de Heer. Het logische antwoord daarop is een blij ‘Ja!’ – want hoe verwerpelijk het seksuele gedrag ook is geweest, het is in zichzelf geen zonde waarvoor [bij God]  geen vergeving is.

Maar wanneer een christelijke voorganger zich weer met de Heer verzoend heeft en misschien weer als volwaardig lid van de kerkelijke gemeente aan het Heilige Avondmaal is toegelaten (veronderstel dat hij of zij onder de tucht gezet is), wil dat nog niet zeggen dat hij automatisch ook weer een leidinggevende functie in de kerk kan bekleden. Niet elke christen die positief bekend staat in de gemeente is geschikt voor elke taak in de kerk.

Als iemand op terechte bijbelse gronden van zijn ambt of taak ontheven is, hangt de vraag naar mogelijke terugkeer in die functie nu af van de vraag of de persoon in kwestie voldoet aan de vereisten die in de Bijbel voor deze functie gelden.

2. Voldoen aan de bijbelse vereisten voor een functie

Of iemand aan de bijbelse vereisten voldoet om zijn ambt of taak weer op te nemen hangt af van twee punten die nauw met elkaar verbonden zijn. Om het even konkreet te maken: stel dat het gaat om een voormalig predikant die geschorst en afgezet is vanwege overspel, maar die oprecht berouw heeft getoond, zich onderworpen heeft aan het kerkelijk vermaan van de kerkenraad, en (na een periode van tucht) weer volledig als kerklid is aangenomen.

De vraag komt dan op of hij wel of niet weer benoemd mag worden in zijn ambt als pastor. De twee punten die we moeten onderzoeken zijn de volgende:

A/ Hoe groot is het risico dat hij opnieuw in deze zonde zal vallen?

Dit vereist een pastoraal oordeel over de diepgang  van zijn berouw en van zijn geestelijk herstel, de wijze van verzoening en de verantwoordelijkheid die hij in de toekomst kan dragen. Laten we hier heel eerlijk over zijn: het aantal mensen dat op dit terrein opnieuw de fout in gaat, is extreem hoog – en dat geldt ook voor voorgangers.

Verder hebben de oudsten van een gemeente de morele plicht om de kudde te beschermen tegen een roofzuchtige voorganger (en in onze samenleving waarin snel geprocedeerd wordt heeft deze plicht meerdere dimensies). Daarnaast moet er binnen de kerkenraad ook echt eenstemmigheid bestaan over het feit of de overtreder weer zo sterk in zijn schoenen staat dat een terugval zeer onwaarschijnlijk is. Bijbels gesproken moet een kerkenraad kunnen vaststellen dat een voormalig predikant zichzelf werkelijk kan beheersen (1 Tim. 3:2) en goede leiding kan geven aan zijn eigen gezin (1 Tim. 3:4). Zijn overspel heeft bewezen dat hij op deze twee gebieden ongeschikt is als opziener en voorganger.

B/ In welke mate heeft het morele falen van de voorganger zijn geloofwaardigheid aangetast, zowel binnen de kerkgemeenschap en als bij de buitenwereld?

3. De mate van geloofwaardigheid

Op deze tweede vraag moeten we wat dieper ingaan. Als een gevallen voorganger niet mag terugkeren in zijn leidende functie, beschuldigen zijn aanhangers de kerkenraad ervan dat ze liefdeloos en niet vergevingsgezind zijn, en herinneren ze iedereen er luidkeels aan dat overspel geen onvergeeflijke zonde is. Het is enorm belangrijk om te benadrukken dat zulke argumenten de aandacht afleiden van waar het hier echt om gaat. Paulus zegt dat een opziener onberispelijk moet zijn (1 Tim. 3:2) en ook buiten de gemeente een goede reputatie moet hebben (1 Tim. 3:7). ‘Onberispelijk’ betekent niet dat iemand perfect en zonder enige zonde moet zijn. Het betekent vooral dat iemand die opziener wil worden, geen morele misstappen moet hebben gemaakt die hem door veel mensen verweten kunnen worden.

Wat zeker ook meegewogen moet worden is het feit dat de voorganger een goede reputatie moet hebben bij de buitenstaanders. Soms is een kerkgemeenschap zo emotioneel gehecht aan haar voorganger, dat, zelfs als hij een ernstige zonde begaan heeft, veel gemeenteleden, misschien zelfs de meerderheid, hem graag willen behouden als predikant wanneer hij voldoende tekenen van oprecht berouw  getoond heeft.

Maar wat vindt de buitenwereld daarvan? Als ze van zijn overspel horen, knikken ze dan begripvol of beginnen ze te grijnzen? Of wordt de naam van Christus door het slijk gehaald, niet alleen omdat de predikant overspel gepleegd heeft, maar ook omdat de kerk aangeeft het niet zo erg te om geleid te worden door een man die z’n rits niet dicht kan houden? Heeft deze voorganger niet elke geloofwaardigheid verloren als hij preekt over ieder onderwerp dat te maken heeft met moraliteit en integriteit? Dat is toch onverteerbaar voor zowel de gelovigen als de ongelovigen?

4. Durf pijnlijke vragen te stellen

Vanuit dit perspektief gezien moet een kerkenraad niet alleen pijnlijke vragen stellen over de gevallen voorganger zelf met zijn misstap is omgegaan. Men moet ook de pijnlijke vraag onder ogen zien op welke manier zijn geloofwaardigheid is aangetast, zowel in de gemeente als daarbuiten. Als men positief is over de verbetering en de vooruitgang die bij de gevallen voorganger te zien is, moet men toch de confronterende vraag naar de geloofwaardigheid stellen. Als men op het punt staat om een gevallen voorganger weer in actieve dienst aan te stellen, moet men ook de vraag beantwoord hebben hoe (als het al mogelijk is) hij ook in de samenleving zijn geloofwaardigheid kan terugwinnen) 

Op dit punt ben ik het niet eens met sommige hardliners die zonder meer van mening zijn dat herstel in een publiek ambt te allen tijde is uitgesloten, juist omdat zo’n voorganger  zijn geloofwaardigheid bij de buitenwereld voor altijd heeft verloren. Ik ben daar niet helemaal zeker van. Ik ben er vrij zeker van dat de manier waarop Jimmy Swaggart aangaf dat hij na een zelfopgelegde schorsing van drie maanden weer helemaal klaar was voor een terugkeer in zijn functie, een trieste grap is. Maar theoretisch acht ik het mogelijk dat iemand zijn geloofwaardigheid kan terugwinnen door helemaal opnieuw onderaan te beginnen en door trouw te zijn in de kleine dingen. Bijvoorbeeld door te beginnen met het schoonmaken van het kerkgebouw of het verkeer te regelen op de parkeerplaats van de kerk of  het bijwonen van de gebedsbijeenkomsten.

Misschien draait hij enkele jaren zo bescheiden én inhoudsvol mee in een huiskring, dat hij af en toe gevraagd om een inleiding te verzorgen. Misschien wordt hij na verloop van tijd een toegewijde diaken en raken na een aantal jaren steeds meer mensen ervan overtuigd, dankzij zijn voorbeeldige gezinsleven in combinatie met zijn doorleefde bijbelkennis, dat hem weer meer taken kunnen worden toevertrouwd. Misschien begint hij weer af en toe te preken. Zo kan hij, over een langere periode van tijd, bij een breder publiek veel vertrouwen terugwinnen en opnieuw worden aangesteld in een zekere mate van geestelijk leiderschap.

Maar zo’n traject waarbij iemand zijn kerkelijke functie herkrijgt, betekent impliciet twee dingen. Allereerst is het twijfelachtig of zo iemand ooit het gezag zal terugwinnen dat hij vóór zijn val bezat.  Te veel mensen weten wat er voorgevallen is en zullen dat nooit helemaal kunnen vergeten. Zelfs als ze het met elkaar eens zijn dat iemand veel van zijn geloofwaardigheid heeft herwonnen, zal zijn enorme morele falen in hun herinnering naar boven komen als hij bepaalde thema’s ter sprake brengt. En in de tweede plaats geldt bij dit model voor herstel: hoe meer de voorganger vóór zijn val een publiek figuur was, des te onwaarschijnlijker is het dat hij naderhand het volledige vertrouwen bij iedereen kan terugwinnen. Omdat hij als bekende persoonlijkheid van zijn voetstuk gevallen is, heeft hij veel kerkleden zwaar teleurgesteld, en de buitenstaanders veel aanleiding tot bijtende spot gegeven. Dat alles zorgt ervoor dat de weg naar herstel in zijn functie langer, moeilijker en misschien onmogelijk zal blijken te zijn.

Met elkaar de crisis door – hoe doe je dat?

Het zijn zware weken. We zitten al weer een aantal weken in de lockdown.

Een avondklok. Heel erg beperkt bezoek.

Misschien duurt het zelfs wel langer voordat er licht aan het eind van de tunnel is.

Eenzaamheid ligt op de loer. Dat kan leiden tot depressie. Of tot frustratie.

Hoe houden we oog voor elkaar?

Door de kracht van de liefde van Jezus!

Dat is een liefde die het niet bij woorden laat.

Ik zat wat te bladeren in 1 Tessalonicenzen.

Ik kwam daar hele praktische oproepen tegen.

Het zijn ‘zaklantaarn-teksten’. Door die aan te klikken, krijg je weer even scherp voor ogen hoe we met elkaar de crisis door kunnen komen.

Ik bid de Heer Jezus dat Hij jullie liefde voor elkaar en ieder ander nog sterker zal maken.

Jullie doen dat al, maar wij sporen jullie aan dat nog veel meer te doen.

Blijf elkaar troosten en steunen, zoals jullie trouwens al doen.

Streef altijd naar het goede, zowel voor elkaar als voor ieder ander.

Paulus vraagt om aandacht voor elkaar als mede-gelovigen.

En hij vraagt om aandacht voor de mensen om ons heen.

Zijn oproep is gericht aan christenen die dat al heel goed doen.

Maar nu de situatie het nodig heeft: doe er nog schepje boven op!

Hoe doe je dat vandaag, in deze crisistijd, als christen ?

Dat kan op drie manieren.

1/ Begin bij jezelf.

Kijk eens om je heen. Welke mensen ken je? In de kerk en in de buurt waar je woont? Wie hebben het in deze periode extra moeilijk? Wie durf jij te vragen als jij het moeilijk hebt?

2/ Wees samen actief.

Gelukkig hoef ik geen christen in m’n eentje te zijn. Jezus, onze Heer, geeft ons aan elkaar als broers en zussen in het geloof. Dat begint al bij twee of drie mensen die in zijn naam bij elkaar komen. Dus doe ook samen dingen, als kerkelijke kring / wijk, of met je christelijke overbuurvrouw. Juist nu de grote samenkomsten niet meer kunnen, zijn de kleine ontmoetingen vol betekenis.

3/ Doe een beroep op de mensen in je kerk.

De meeste kerken hebben een dominee/voorganger, ouderlingen/oudsten, diakenen, bezoekbroeders & -zuster, jongerenwerkers of ouderenpastoraat. Allemaal mensen die er zijn om je te bemoedigen als je het moeilijk hebt. Je mag ze bellen, mailen en schrijven: ze luisteren graag. Je mag ze zelfs uitnodigen (één tegelijk :-). Ze komen graag.

Speciaal in deze veertigdagentijd een tip voor alle kerkelijk werkers:

nodig gemeenteleden voor een pastoraal ommetje op de dagen dat je aanwezig bent. Plaats een oproepje op de gemeente-app, via de gemeente-mail of in het gemeente-blad:

Zin om een eindje te lopen?

en geef de gelegenheid om bv. tussen 12:30 en 13:15 samen een rondje te maken.

Liefde die in praktijk gebracht wordt, is zichtbaar geloof.

Daarover schrijf Paulus aan de christenen in Tessalonica: 

In al onze nood en ellende voelen we ons gesterkt door uw geloof, want wij leven weer op, nu opnieuw blijkt dat de Heer uw fundament is.

Laten we zo met elkaar deze pittige periode doorgaan.

Op weg naar Pasen. Via Goede Vrijdag.         

Zijn de meeste corona-vaccins ethisch onverantwoord?

“Laat jij je ook inenten tegen corona?” Ik antwoord dan altijd: “Nee, liever niet, want ik kan niet tegen prikken en ik weet nu al dat ik flauw val.” Toch heb ik de prik wel gehaald toen ik in mei en juni 2021 eindelijk aan de beurt was. Liggend … dat wel.

Er zijn ook christenen die principiële kritiek hebben als het gaat om de vraag of je je met een corona-vaccin mag laten inenten. Want bij de ontwikkeling van de vaccins is gebruik gemaakt van geaborteerde foetussen. En abortus is zo ongeveer het grootste kwaad sinds de Tweede Wereldoorlog en zeker de grootste genocide van 20e en 21e eeuw (44 miljoen per jaar volgens Wikipedia). Hoe kun je het dan voor God verantwoorden wanneer je je met zo’n vaccin laat inenten?

Dat is een terechte vraag. Logisch dat deze kennis veel christenen zwaar op de maag ligt. Vaccineren of niet wordt zo een gewetenskwestie. Vandaar dat zowel in Nederland door politici (ND 15-02-2021) als in Australië door kerken (ND 17-02-2021) aan de regering gevraagd is om keuzevrijheid met betrekking tot het corona-vaccin. Want niet bij alle soorten vaccins zijn menselijke cellijnen, afkomstig uit foetaal weefsel, gebruikt. In Nederland is dat verzoek van ChristenUnie en SGP door de minister niet gehonoreerd (ND 18-02-2021).

Toch zijn er ook veel christenen die het gebruik van coronavaccins niet afwijzen. Eén van hen is arts en medicus Alie Hoek-van Kooten. In november 2020 noemde zij op het CIP (Christelijke Informatie Platform) de mogelijkheid tot vaccinatie “een cadeau van God”. In januari 2021 volgde daarop een briefwisseling met technisch literatuur-onderzoeker Hendrikus de Jager, die uitgesproken kritisch staat tegenover de corona-crisis en ook ernstig bezwaar maakt tegen alle vaccins die op de markt komen. Eén van zijn argumenten is, dat er bij de ontwikkeling van het vaccin gebruik gemaakt is van foetaal weefsel.

Dat wordt door Alie Hoek-van Kooten niet ontkend. Ze schrijft, dat er in 1973 eenmalig niercellen van een al geaborteerde foetus gebruikt zijn om zo menselijke cellijnen te kweken. De foetus was niet voor dit doel geaborteerd en daarna zijn er ook geen nieuwe foetussen geaborteerd om vaccins door te ontwikkelen. Ook zitten er geen foetale cellen in de vaccins. Het is te betreuren dat dat het om een foetus ging van een vrouw die haar zwangerschap bewust liet afbreken. Het vaccin had ook ontwikkeld kunnen worden via de cellijn van een spontane miskraam of stamcellen uit een navelstreng. Dat zou veel verantwoorder geweest zijn, aldus Alie Hoek-van Kooten. Maar dit eenmalige gebruik van foetaal weefsel moet je volgens haar niet zo sterk uitvergroten dat je daarom elke vorm van vaccinatie (niet alleen tegen corona, maar ook tegen kinderziektes als rode hond, bof en mazelen, want die vaccins zijn ook met behulp van embryonaal weefsel ontwikkeld – misschien ook wel van die ene foetus uit 1973) afraadt. Als je dat wel doet, ben je mede verantwoordelijk voor de mensen die komen te overlijden aan corona.

Datzelfde argument las ik ook op de website van de Katholieke Stichting Medische Ethiek. Als je je kind niet wilt laten inenten tegen mazelen, omdat bij dit vaccin abortief weefsel gebruikt is, kan jouw “niet-gevaccineerd kind zelf gezond blijven, maar wel de oorzaak zijn dat een zwangere vrouw een kind met ernstige afwijkingen krijgt.”

Maar wat als er nog geen veilig alternatief is voor een vaccin uit abortief weefsel? De Academie voor het Leven benadrukt dat we hier weer een aantal stappen verder zijn in de schakel van gebeurtenissen vanaf de abortus. We gebruiken die niet direct en hebben er ook niet zondermeer mee ingestemd.

Het vermijden ervan is nog steeds wenselijk, maar er kunnen zwaarwegende reden zijn om dit vermijden niet als een morele plicht op te vatten. Bij de mazelen bijvoorbeeld, kan een niet-gevaccineerd kind zelf gezond blijven, maar wel de oorzaak zijn dat een zwangere vrouw een kind met ernstige afwijkingen krijgt. 

Een andere overtuigde pro-life ethicus is celbioloog en medisch-ethicus Henk Jochemsen. Hij heeft er ook moeite mee, dat er bijna vijftig jaar geleden één enkele foetus gebruikt is voor het maken van de cellijn waarop nu het ‘Oxford-vaccin’ gebaseerd is. “Natuurlijk, dit blijft wringen vanwege de abortusachtergrond. Maar ik vind het nogal wat om een vaccin om deze reden af te wijzen. Vooral omdat er gebruik wordt gemaakt van een bestaande cellijn. De ontwikkeling van een vaccin is niet afhankelijk van nieuwe geaborteerde foetussen.” (ND 26-06-2020)

Inmiddels is bekend dat bij het corona-vaccin dat door Janssens wordt ontwikkeld, ook gebruikgemaakt gemaakt is van foetaal materiaal, namelijk van netvliescellen van een geaborteerde embryo uit 1985 (ND 26-06-2020) of 1995 (ND 17-02-2021).

Fout in het ontstaan, goed in het voortbestaan

In mijn studententijd in Kampen leerde ik van professor Douma, dat er situaties in het leven zijn die voorkomen hadden moeten worden, maar die je niet meer ongedaan kunt maken en die achteraf soms zelfs hele positieve gevolgen hebben.

Ik hoorde ook eens iemand tegen zijn zoon van 14, die vroeg hoe het kon dat zijn vader nog maar 33 en zijn moeder nog maar 32 was: “Het was niet goed hoe jij er gekomen bent, maar je bent vanaf het eerste moment heel erg geliefd en dus altijd welkom geweest.”

En ik las ergens dat bij in de eerste testfase van het vaccin tegen de pokken (ergens rond 1800) de eerste vijftig proefpersonen er zo doodziek van werden dat ze er allemaal overleden zijn.

Voor mijzelf zijn dit voorbeelden die laten zien, dat je niet alles tot in lengte van jaren moet beoordelen op het foute begin. Dus voel ik mij vrij om het corona-vaccin dat de overheid mij aanbiedt, te gaan halen – zelfs al ga ik flauwvallen.

Tegelijk is het wel goed om hier persoonlijk en samen bewuster over na te denken. Net als over kinderarbeid als het om koffie, chocola, kleding en niet te vergeten het kobalt in onze mobieltjes gaat. In hetzelfde artikel uit het ND van 26-06-2020 zegt Diederik van Dijk, directeur van de NPV (Nederlandse Patiënten Vereniging), dat christenen in andere landen veel meer bezig zijn met het zoeken van moreel verantwoorde alternatieven als het om de bescherming van onze gezondheid gaat.

Of je je wel of niet wilt laten inenten tegen het corona-virus denken christenen verschillend. Dat geldt ook voor de vraag hoe zwaar je het gebruik van foetaal weefsel bij de allereerste ontwikkelfase van diverse vaccins moet laten wegen. Biddend en onderzoekend zal iedereen daar zijn of haar eigen keus in moeten maken. Tegenover je God. Tegenover je eigen geweten. En tegenover je naasten.

Vaccineren in coronatijd – uit de NPV-brochure van januari 2021

De NPV is een christelijke organisatie die advies en hulp geeft op het gebied van medisch-ethische onderwerpen, zowel in theorie over diverse thema’s als ook praktisch als er (mantel)zorg verleend moet worden. In januari 2021 heeft de NPV de brochure Wel of niet vaccineren – voorzienigheid, vertrouwen en verantwoordelijkheid’ uitgegeven. Deze brochure is via de NPV-site gratis te downloaden of op papier aan te vragen (klik hier).  Het telt 9 hoofdstukken waarin het nadenken over vaccinatie (hoofdstuk 1), de noodzaak, werking en ontwikkeling van vaccins (hoofdstuk 2-4), omgaan met gezondheid en ziekte in het licht van zowel de Bijbel als Gods voorzienigheid (hoofdstuk 5+6) en ieders persoonlijk verantwoordelijkheid (hoofdstuk 7) aan de orde komen. Hoofdstuk 8 gaat in op de HPV-vaccinatie (tegen baarmoederhalskanker) en hoofdstuk 9 gaat over vaccineren in coronatijd. Dat hoofdstuk geef ik hieronder in z’n geheel weer, incl. de laatste twee kopjes uit het ‘Tot slot’.

Vaccineren in coronatijd

In dit hoofdstuk worden de verschillende vaccins tegen corona besproken. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag waarom de ontwikkeling van coronavaccins zo snel kan gaan. De coronacrisis stelt ons niet voor volledig nieuwe vragen rondom vaccinatie. Wel kunnen sommige van de overwegingen die in deze brochure worden besproken meer gewicht krijgen dan anders.

Waarom kunnen coronavaccins zo snel worden ontwikkeld?

Binnen een jaar na de uitbraak van het coronavirus werden de eerste vaccins tegen corona goedgekeurd voor gebruik. In hoofdstuk 4 werd duidelijk dat het ontwikkelen van een nieuw vaccin normaal gesproken veel langer duurt. Waarom kunnen vaccins tegen corona dan zo snel worden ontwikkeld?

De coronacrisis is een wereldwijde epidemie (pandemie) geworden. De gevolgen voor de samenleving door het hoge aantal ziekenhuisopnames, de vele doden en de beperkende maatregelen zijn groot. Dierbaren overlijden, mensen verliezen hun baan of zien hun bedrijf instorten. Dit alles zorgt ervoor dat er een hoge urgentie is om snel tot een vaccin te komen. Hierdoor stellen overheden en investeerders veel meer financiële en praktische middelen beschikbaar voor vaccinontwikkeling.

Daarnaast wordt er bij de ontwikkeling van COVID-19-vaccins gebruik gemaakt van bestaande kennis van het SARS- en MERS-virus. Dit zijn ook coronavirussen. Daarbij heeft de snelle uitwisseling van informatie enorm geholpen. Zo was de genetische informatie van het SARS-CoV-2 virus dat COVID-19 veroorzaakt, binnen enkele weken beschikbaar voor alle onderzoekers en farmaceuten.

Nog een andere factor is de ontwikkeling van de zogenoemde vectoren mRNA-vaccins. Met name de ontwikkeling van mRNA-vaccins is veel korter dan die van traditionele vaccins. Tenslotte is er door de grote internationale afstemming de mogelijkheid om een aantal fases van vaccinontwikkeling gelijktijdig te laten verlopen. Dit betekent niet dat er stappen zijn overgeslagen of er een loopje is genomen met de veiligheid.

Welke soorten vaccins tegen COVID-19 zijn er?

Wereldwijd wordt er hard gewerkt aan het ontwikkelen en produceren van vaccins tegen COVID-19. Er zijn honderden vaccins in ontwikkeling. Al die verschillende vaccins zijn te verdelen in 4 soorten.

Levend verzwakte virusvaccins

Deze vaccins zijn gebaseerd op een levend verzwakte versie van het coronavirus. Het virus is in een laboratorium verzwakt en minder ziekmakend gemaakt. Dit zorgt ervoor dat het zich slecht kan vermeerderen in ons lichaam. Zo heeft ons immuunsysteem voldoende tijd om te reageren op de nieuwe ziekteverwekker.

mRNA-vaccins

Deze soort vaccins geeft de cellen in het lichaam waarin het vaccin wordt opgenomen, instructies. De cellen gaan dan de uitsteeksels (spikeeiwit) waarmee het coronavirus aan onze cellen plakt en binnendringt aanmaken. Ons afweersysteem reageert door antistoffen aan te maken tegen dit eiwit. Raken we besmet met het echte coronavirus, dan herkent het immuunsysteem dit al en kan het snel reageren.

Hoewel mRNA-vaccins een betrekkelijk nieuwe vaccintechniek kennen, betekent dit niet dat het onveilig is. Al onze cellen maken zelf ook mRNA. Dit is een soort boodschapper die instructies geeft om in een cel een specifiek eiwit te maken. In ons lichaam speelt mRNA een hele belangrijke rol. Een mRNA-vaccin maakt dus gebruik van bestaande structuren in ons lichaam om eiwitten te maken en aan het afweersysteem te laten zien. mRNA kan ons DNA niet veranderen, omdat het niet in de celkern kan komen waar het DNA is. Wat de veiligheid van mRNA-vaccins verhoogt, is dat het mRNA binnen enkele dagen door het lichaam wordt afgebroken.

Vector-vaccins

Net zoals de mRNA-vaccins maakt deze soort vaccins ook gebruik van het eiwit waarmee het coronavirus aan onze cellen plakt. De specifieke stukjes eiwit worden vastgemaakt aan een onschuldig virus zoals een verkoudheidsvirus. Zo wordt het lichaam niet ziek, maar kan het immuunsysteem wel de eiwitten van het coronavirus leren herkennen.

Eiwit-vaccins

Ook eiwit-vaccins maken gebruik van de uitsteeksels van het coronavirus. Deze uitsteeksels kunnen geen infectie veroorzaken, maar het afweersysteem herkent wel dat ze afkomstig zijn van een indringer. In deze vaccins zitten heel veel echte of nagemaakte uitsteeksels. Deze worden door het immuunsysteem herkend en dat gaat vervolgens antistoffen aanmaken tegen deze eiwitten.

Welke vaccins worden in Nederland gebruikt?

De Europese Unie heeft gezamenlijk grote hoeveelheden vaccins ingekocht. Deze worden op basis van beschikbaarheid verdeeld over de lidstaten. Voor de Nederlandse context zijn op dit moment alleen mRNA-, vector- en eiwitvaccins aan de orde, omdat deze soorten door de EU zijn ingekocht.

In hoofdstuk 4 heeft u kunnen lezen dat bij de productie van sommige vaccins gebruik wordt gemaakt van foetale cellijnen. Dit geldt ook voor verschillende vaccins tegen COVID-19. Bijvoorbeeld bij de vectorvaccins die in Nederland beschikbaar zullen komen. Bij de productie van de mRNA- en eiwitvaccins die in Nederland beschikbaar zullen komen, is geen gebruik gemaakt van menselijke cellijnen op basis van foetaal weefsel. Op npvzorg.nl/vaccinatie kunt u een overzicht vinden van de vaccins die waarschijnlijk in Nederland beschikbaar komen en of daarbij gebruik gemaakt is van menselijke cellijnen op basis van foetaal weefsel.

Ethische overwegingen rond het gebruik van vaccins die foetale cellijnen gebruiken in de productie vindt u in hoofdstuk 4.

Welke afwegingen zijn van belang?

Met de uitbraak van het coronavirus staat de discussie rondom vaccinatie in een ander licht dan eerst. Het gaat om een nieuw virus waartegen weinig mensen immuniteit hebben opgebouwd. Iedereen zal op enig moment voor zichzelf de vraag moeten beantwoorden: wil ik mij laten vaccineren tegen corona of niet? De discussie raakt dus iedereen. In tijden van een pandemie is de verantwoordelijkheid richting de kwetsbaren in de samenleving nog groter dan anders. De overwegingen vanuit hoofdstuk 7 zijn het daarom waard om nog eens rustig door te nemen met het oog op de bovenstaande vraag.

Daarnaast stonden we in hoofdstuk 4 stil bij het punt dat het afzien van bepaalde vaccins vanwege het gebruik van foetale cellijnen in de productie ervan, betekent dat je niet ‘kiest’ voor het bestrijden van leed dat zich in het heden kan voordoen. In de coronacrisis gaat het niet om leed dat zich kán voordoen, maar om daadwerkelijk leed op grote schaal. Vaccinatie is een belangrijk hulpmiddel om dat leed te beperken. Daarmee is de vaccinatievraag nu indringender dan ooit.

Spreek met mensen uit uw omgeving

Het kan helpend zijn om met mensen in uw omgeving over uw persoonlijke afwegingen te spreken, zoals uw man/vrouw, andere gezinsleden, vrienden of uw predikant of wijkouderling. Vaccineren gaat tenslotte niet alleen over u zelf, maar vindt ook plaats met het oog op de (kwetsbare) ander. En elke ouder staat tenslotte voor dezelfde keuze om kinderen te laten vaccineren. Tijdens de coronacrisis zullen velen dezelfde behoefte aan gesprek hebben als u, waar het gaat om het coronavaccin. Samen doorspreken betekent niet dat de ander verantwoordelijk wordt voor uw keuze. Ook maakt het u niet verantwoordelijk voor de keuze van de ander. Dit laatste is goed om te realiseren als verschillen in visie spanning geven in het onderlinge contact.

Neem de tijd om keuzes biddend te overwegen

Het lijkt wellicht tegenstrijdig om dit punt als laatste te noemen. Toch is dat een bewuste keuze, al zal het gebed bij de voorgaande stappen niet ontbreken. Maar ook na het zorgvuldig overwegen van alles wat u krijgt aangereikt, gaat het uiteindelijk om een bewuste keuze die u voor Gods aangezicht zal mogen maken. Hij belooft wijsheid aan wie wijsheid te kort komt (Jak. 1:5).

Vaccineren of niet?

door Bert & Christine Grootenhuis-Vuijk, huisartsen te Donkerbroek

De komende maanden komt er in Nederland steeds meer vaccin tegen Covid-19 beschikbaar. De meerderheid van de bevolking wil zich waarschijnlijk wel laten vaccineren. Toch heerst er ook twijfel.

In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 15 januari 2021, haalt de hoofdredacteur, die zichzelf atheïst noemt, de beroemde filosoof-theoloog G.K. Chesterton aan: “When men choose not to believe in God…they become capable of believing in anything.” (“Als mensen ervoor kiezen niet in God te geloven … staan ze er open voor om overal in te geloven.”)  Hij denkt dus dat desinformatie en complotdenken in een gelovige samenleving minder kans maakt.  Prachtig, zou je zeggen als christen, wat fijn dat een atheïst dit zo ziet. Maar klopt het? Wij zingen dan wel uit volle borst: “Je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm te keer, leg maar gewoon je hand in die van onze Heer”, maar toch zijn er ook christenen die erg wantrouwig staan tegenover het coronavaccin. Het zou te snel ontwikkeld zijn en niet veilig.                                                                                   

Over de vaccins

De vaccins van Pfizer en Moderna die nu al op de markt zijn gekomen, zijn mRNA vaccins. Het gaat hier om een klein stukje eiwit, een kenmerkende code uit een uitsteeksel van het corona virus, dat in een vetbolletje is gezet. Zo kan het de spiercel binnenkomen, waardoor onze eigen afweer leert om het coronavirus te vernietigen. Het mRNA wordt snel afgebroken en komt niet in de kern van de cel waar ons DNA ligt. Het is een zeer effectieve methode en geeft, na een tweede prik, een ongekend hoge bescherming, ook bij ouderen. Die protectie duurt in ieder geval een aantal maanden maar misschien wel één of twee jaar. Sinds 29 januari is ook het Astra- Zeneca/Oxford-vaccin vrijgegeven. Bij dit vaccin ligt het mRNA verpakt in een geïnactiveerd verkoudheidsvirus. Het werkingsprincipe is vergelijkbaar met de eerste twee vaccins. De beschermingsgraad is wel iets lager, waarschijnlijk rond de 60%, maar het beschermt bijna 100% tegen  ziekenhuisopname en overlijden ten gevolge van Covid-19. Overal op de wereld wordt nauwkeurig bijgehouden of er toch onverwachte bijwerkingen worden gezien. Dit zal dan meteen publiek worden gemaakt om te voorkomen dat er mensen onnodig ziek worden. De snelle ontwikkeling van de vaccins was mogelijk door een unieke samenwerking tussen wetenschappers, fabrikanten en versnelde en tussentijdse controles door het Europees Geneesmiddelenbureau en het Nederlandse College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.

Over corona en de griep

Maar, wordt er gezegd, is corona niet gewoon een soort heftige griep ? Zoveel meer mensen zijn toch niet gestorven en de overledenen waren toch al heel oud? Volgens het CBS zijn in 2020 in Nederland 162.000 inwoners overleden, ruim 15.000 meer dan werd verwacht. Sinds de Tweede Wereldoorlog is een dergelijke stijging niet meer waargenomen. Kijk ook eens naar de volgende RIVM grafiek. Heel duidelijk is te zien dat er na de eerste besmettingsgolf in het voorjaar van 2020 een abnormaal hoge piek optrad. Gevolgd door een tweede fase met steeds hogere pieken. Het gaat dus om een duidelijke oversterfte want normaal moet de curve tussen de golvende lijntjes blijven.

Covid-19 is geen onschuldig virus. Vorig jaar was het een drama in met name Italië en Spanje, waar veel doden niet op tijd konden worden begraven. Nu komt de nog besmettelijker Britse variant hierheen. Het liep helemaal uit de hand in Engeland en Ierland. Ook wordt al gewaarschuwd voor een Zuid-Afrikaanse en een Braziliaanse variant en er zullen meer mutaties gaan komen. Gelukkig kan het vaccin binnen zes weken worden aangepast wanneer dat nodig is.  Wij mogen dus dolblij zijn met dit vaccin. Zo kunnen we onze naasten blijven ontmoeten. Je zou toch maar per ongeluk je oude buurvrouw besmetten als je haar een bezoekje komt brengen.

Zijn er dan geen gewone medicijnen om het virus te bestrijden, zoals Ivermectine of hydroxychloroquine? Want zo’n tablet is toch minder gevaarlijk dan een spuit in je lijf, denkt u misschien. Maar Ivermectine is een antiwormmiddel. In het Parool schreef Jop van Kempen (18 januari 2021): “Het is relatief goedkoop, veilig en zou een ernstig ziektebeloop van Covid-19 voorkomen. Maar Ivermectine is nog niet goed genoeg onderzocht voor groot gebruik, zegt internist-infectioloog Joost Wiersinga (Amsterdam UMC). ‘De wens dat het helpt is groot, net als eerder bij hydroxycholoroquine.’ Dat middel bleek niet effectief.”  Wormen zijn geen bacteriën en zeker geen virussen.

We leven in een geweldig rijk land met een ongekende vrijheid. Een land dat overvloeit van melk, bier en wijn. De Nederlanders zijn zelfs zo goed doorvoed dat meer dan de helft te zwaar is geworden. Ons land behoort tot de top van de wereld wat betreft gezondheidszorg. Maar nu dreigen onze ziekenhuizen overbelast te raken en kan het IC-personeel het niet meer aan. Gelukkig zijn er betrouwbare sites met Covid-19 informatie zoals die van het RIVM en Thuisarts.nl en ook topwetenschappers in het OMT die ons goed kunnen uitleggen wat er moet gebeuren. De adviezen van deze mensen kunnen we gerust vertrouwen.

Laten we nuchter zijn en een niet al te sterke mening hebben over zaken waar we niet voor hebben geleerd. “Wees daarom niet al te rechtvaardig en meet jezelf geen overdreven wijsheid aan. Waarom zou je jezelf te gronde richten? Maar gedraag je ook niet al te onrechtvaardig en wees niet overmatig dwaas. Waarom zou je sterven voor je tijd?” (Prediker 7:16-17). Als christenen hoeven we ons niet bang te laten maken door mensen die geloven in een complot, want wij geloven in God.

Bij dezen de oproep: laat je zo snel mogelijk inenten met het zeer effectieve en veilige coronavaccin. Zo beschermen je jezelf en daardoor ook je kwetsbare naaste.

Oog voor detail – januari 2021

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 3:1 + 5b-6 + 13-15

In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Juda. De mensen stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden. Maar Johannes probeerde Hem tegen te houden met de woorden: ‘Ik zou door U gedoopt moeten worden, en dan komt U naar mij?’ Jezus antwoordde: ‘Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.’ Toen stemde Johannes ermee in.

Drie details:

1/ Wanneer heb jij voor het laatste tegenover iemand je ongelijk erkend?

2/ Wanneer en waarom was jij het oneens met wat Jezus van je wilde?

3/ Hoe kun jij vandaag meewerken aan ‘Gods gerechtigheid’?

Oog voor detail in de  1e week van 2021 – vrijdag

Lukas 3:21b-22

Toen ook Jezus was gedoopt en Hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in Jou vind Ik vreugde.’

Drie details:

1/ Waar zou Jezus om gebeden hebben, denk je? Wat betekent dat voor jouw persoonlijke gebed?

2/ Wat merk jij vandaag van de Heilige Geest?

3/ Hoe geliefd voel jij je als kind van God?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – dinsdag

Markus 1:12-13

Meteen nadat Jezus gedoopt was dreef de Geest Hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar Hij door Satan op de proef gesteld werd. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor Hem.

Twee details:

1/ Welke ‘woestijn-ervaringen’ heb jij in je leven meegemaakt en welke plek hadden God en Satan daarin?

2/ Hoe stel jij het je voor dat God zijn engelen stuurt om voor jou te zorgen?

Oog voor detail in de  2e week van 2021 – vrijdag

Johannes 1:35-37 + 40-41

De volgende dag stond Johannes weer bij de Jordaan met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Eén van hen was Andreas, de broer van Simon Petrus. Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden (dat is Christus, ‘gezalfde’).

Twee details:

1/ Waar denk jij aan als Johannes Jezus ‘het lam van God’ noemt?

2/ Wie zou jij, net als Andreas, graag bij Jezus willen brengen?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – dinsdag

Lukas 3:7-8a + 10-14

Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: ‘Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn.’ De mensen vroegen hem: ‘Wat moeten we dan doen?’ Hij antwoordde: ‘Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.’ Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: ‘Meester, wat moeten wij doen?’ Hij zei tegen hen: ‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’ Ook soldaten kwamen hem vragen: ‘En wij, wat moeten wij doen?’ Tegen hen zei hij: ‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.’

Twee details:

1/ Wat is jouw motivatie om goede dingen te doen?

2/ Welk praktisch advies zou Johannes de Doper aan jou geven?

Oog voor detail in de  3e week van 2021 – vrijdag

Johannes 3:27-30

Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de Messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.”  De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.’

Twee details:

1/ Wat is mooiste wat jij van God (‘door de hemel’ ) ontvangen hebt?

2/ Hoe blij kun jij zijn met het succes van anderen?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – dinsdag

Matteüs 11:2-6

Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de Messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar Jezus toe met de vraag: ‘Bent U degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?’ Jezus antwoordde: ‘Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien: blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan Mij geen aanstoot neemt.’

Twee details:

1/ Ben jij ook wel eens teleurgesteld in Jezus? Waar kwam dat door?

2/ Op welke verrassende manieren liet Jezus (iets van) Zichzelf aan jou zien?

Oog voor detail in de  4e week van 2021 – vrijdag

Matteüs 14:10-13a

Herodes gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het hem te vertellen. Toen Jezus hiervan hoorde, week Hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar Hij alleen kon zijn. 

Twee details:

1/ Wanneer wil jij het liefst even alleen zijn?

Ook de dag erna wil Jezus alleen zijn om op een berg in afzondering te bidden (Mat. 14:23).

2/ Durf jij al je wisselende gevoelens aan God te vertellen? Doe het vandaag maar!

Oog voor God – oog voor detail

We zitten nog steeds in een lockdown. Ik moet regelmatig denken aan dit vers: Ga met God en Hij zal met je zijn, tot wij weer elkaar ontmoeten, in zijn naam elkaar begroeten. Ga met God en Hij zal met je zijn.

Dit lied zit vol verlangen. We missen de ontmoeting met elkaar, ook als christenen onderling. Geen kerkdiensten. Geen kringen. Geen jongerenactiviteiten. Geen bijbelgespreksavonden.

Dit lied zit ook vol bemoediging. Ga met God en Hij zal met je zijn. Dat geldt ook midden in corona-tijd. God is wél dichtbij. ‘Ik kom naar je toe,’ zegt Hij, ‘en als jij Mij zoekt, laat Ik mij vinden.’

Hoe God en Jezus naar ons toekomen is, als het erop aan komt, niet zo moeilijk. Zelfs de kleuters weten het basis-antwoord al: ‘Lees je Bijbel, bid elke dag.’ En als je verder bouwt op die basis, komen de kerkdiensten in beeld, en het luisteren naar prachtige christelijke muziek, en de verwondering over de schepping (natuur en techniek) en de onderlinge bemoediging in beeld.

Maar hoe hou je het vol om telkens weer God en Jezus op te zoeken? Vaste strukturen zijn daar erg behulpzaam bij. De drie R’s in de opvoeding gelden ook voor het geloof. Rust – Reinheid – Regelmaat

Rust: maak bewust tijd vrij voor God.

Reinheid: blijf Jezus altijd als Verlosser van je zonden en Vernieuwer van je leven zien.

Regelmaat: hou je aan Gods gebod om 1 op 7 te lopen en neem persoonlijk en als gezin elke dag een paar vaste momenten – bv. ’s morgens vroeg of aan de maaltijd of voor je weer gaat slapen.

Ik denk dat de meesten van ons hier niet zo goed in zijn. Gelukkig kun je elkaar stimuleren. Door samen uit de Bijbel te lezen en dat (via de app) met elkaar te delen. Of door gebedspunten aan elkaar toe te sturen. Of door aan elkaar een mooi lied doorgeven met een korte motivatie daarbij. Of … op heel veel andere creatieve manieren.

Aan het begin van de corona-crisis zei een jongere tegen mij: ‘Ik zou een mooi kort stukje uit de Bijbel met een vraag of een doordenker wel mooi vinden, want dat is iets positiefs tussen al die negatieve berichten.’ Dat was voor mij de aanleiding om met Oog voor detail te beginnen. Dat ging vanaf Goede Vrijdag / Pasen t/m eind augustus. Op weg naar Kerst heb ik dat weer opgepakt.

Vanaf dinsdag 5 januari doe ik daar aldoor met haar toestemming deze pentekening van Leni van Marion – Kraaijeveld bij. Op haar website mensbootje heeft zij heel veel van dit soort tekeningen staan.  Ik wilde er graag eentje van gebruiken, want God is zo groot, Hij deelt als Heilige Geest aan iedereen verschillende talenten uit. Zo versterken beeld en tekst elkaar.

Leni gaf me ook een uitleg van de tekening:

Vader, ik zie in deze tekening:
Een hart gevormd door twee duiven, als houden van elkaar.
Een klein hart als Uw Aanwezigheid.
Een kruis als geloof,
zo ook het blaadje van het nieuwe leven met Jezus,
gebracht door de duif (boven in), als de Heilige Geest.
Allemaal te zien in dat hart.
Het hele hart is in het licht van de vlam van het Pinkstervuur.
Hoop door het anker en daaraan houvast hebben.
Ook groei en bloei is er te zien in de bloem.
En tranen van verdriet, ook die horen bij het leven.
Een tekening over Geloof, Hoop en Liefde.
Vader, Dank U wel!!

Ik hoop dat de serie ‘Oog voor detail’ een bescheiden middel is om je te helpen oog voor God te blijven houden in deze bijzonder tijd. Als vervolg op deze blog verschijnt de serie ‘Oog voor detail’ van januari.