Als kerk thuis Avondmaal vieren: draaiboek met 10 tips

Hoe kun je als gemeente het Avondmaal vieren als er maar max. 30 of max. 100 mensen een kerkdienst mogen bijwonen? Dat kan gelukkig, weliswaar in verbondenheid op afstand, door het Avondmaal thuis mee te vieren. In mijn blog van 4 april gaf ik aan waarom ik dat, in het spoor van Calvijn, in deze tijd een goede oplossing vindt. De Geest doorbreekt ook de grenzen van de 1½-meter die door het corona-virus zijn gemaakt. In deze blog wil ik graag een aantal praktische tips geven hoe je zo’n ‘digitaal Avondmaal’ kunt vormgeven.

Voorvraag: Is er draagvlak in de gemeente? Verwacht je als kerkenraad veel weerstand, dan is het misschien beter om het niet te doen. Is er vooral een afwachtende houding en hebben gemeenteleden geen mening, dan zou je kunnen zeggen: er is geen behoefte aan, dus we doen het niet. Want onnadenkend Avondmaal vieren is niet goed en als de helft het achter de TV overslaat schiet het z’n doel wat voorbij.  Of je kunt zeggen: de gemeente moet zich ervan bewust worden dat Jezus onze Heer het Avondmaal toch echt heeft ingesteld om ons met Hem te verbinden. Dan kies je voor een stukje opvoeding van de gemeente.

Tip 1: Vier en bedien het Avondmaal op een aansprekende manier. Juist in deze afstandelijke tijd is er extra behoefte aan symboliek. Nu alle vaste gewoontes en rituelen wegvallen, heeft dat echt een toegevoegde waarde. Dus in plaats van een viering vanachter de liturgische tafel kun je ervoor kiezen om alle stoelen uit het voorste gedeelte van de kerkzaal te verwijderen en daar een Avondmaalstafel in de vorm van een kruis neer te zetten.  Belangrijk daarbij is dat het kruis precies in de beeldlijn van de camera geplaatst wordt, want dan zien de gemeenteleden thuis het kruis a.h.w. ook echt staan. Bij ons in Assen-Peelo stond de kruistafel daarom ietsje schuin voor het liturgisch podium. Aan de kop van het kruis staat de predikant die het Avondmaal bedient.

Avondmaal Peelo CoronaTip 2: Vraag een aantal gemeenteleden die al ter ondersteuning in de kerk aanwezig zijn (ouderling, bijbellezer, musici, koster) om aan tafel het Avondmaal mee te vieren. Meet van te voren uit hoeveel stoelen er geplaatst kunnen worden op 1½ meter afstand van elkaar. Bij ons was er plaats voor vijf personen extra: twee aan de beide uiteinden van de dwarsbalk, twee halverwege de onderkant van het kruis en één aan de voet van het kruis. Een viering met alleen de predikant is ook mogelijk, maar geeft veel minder het gevoel van verbondenheid.

Tip 3: Neem vóór de dienst de hele gang van zaken goed door. Stem de looproutes goed op elkaar af. Laat de gemeenteleden die aan de tafel zitten dat gelijktijdig doen met de predikant en niet pas vlak voor de viering zelf aanschuiven.

Tip 4: Inventariseer van te voren wie er in de kerk het Avondmaal zullen meevieren. Dat zijn niet alleen de vier of vijf gemeenteleden aan tafel, maar ook degenen die niet in beeld kunnen of komen.  Vóór de dienst snijdt één persoon –na de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen genomen te hebben- het brood en schenkt wijn of druivensap in kleine bekertjes / cupjes. Die beide legt hij alvast op een bordje of een schotel. Vlak voor de dienst wordt dat op de plek neergezet waar iedereen zit, aan de tafel of elders in de kerkzaal. Zo kunnen na het uitspreken van de instellingswoorden alle aanwezigen gelijktijdig eten van het ene brood en drinken van de ene vrucht van de wijnstok. De predikant heeft een echte Avondmaalsschaal met één strook brood voor zich staan en de schenkkan + een Avondmaalsbeker. Hij kan uit die grote beker of ook zelf uit een klein bekertje drinken. En thuis eten en drinken de andere gemeenteleden op hetzelfde moment mee.

Avondmaal thuisTip 5: Regel niet teveel over hoe gemeenteleden thuis het Avondmaal mee moeten vieren. Laat iedereen er zelf voor zorgen dat er brood en wijn of druivensap klaar staat om het Avondmaal mee te vieren.

Tip 6: Geef van te voren aan, bijvoorbeeld via kerkblad, nieuwsbrief of gemeentemail, dat het contrast met een gewone Avondmaalsviering groot is. En dat het er daarom ook geen verplichting is om het thuis mee te vieren. Ook dan kun je nog steeds in dankbaarheid en gepaste eerbied de kerkdienst vanuit huis meebeleven.

Tip 7: Benoem ook van te voren dat het thuis Avondmaal vieren lastig kan zijn (in veel gereformeerde kerken tenminste), omdat kinderen en jongeren nog niet deel mogen nemen aan het Avondmaal. In sommige gemeentes krijgen de kinderen bij de gaande viering een Avondmaalszegen. Maak dat bespreekbaar door bv. de suggestie te doen om als ouders je kinderen te zegenen en je jongeren te omhelzen. Laat ze voelen dat Jezus net zo veel om hen geeft als om de volwassenen.

Tip 8: Bij een Avondmaalsviering online thuis lijkt het alsof iedereen zomaar mee kan vieren. Leg dan als kerkenraad uit dat dit ook geldt voor ‘gewone’ Avondmaalsdiensten die vroeger live uitgezonden werden. Daarvan wist je ook niet wie er allemaal meekeken en misschien wel meevierden. Maak voor de kijkers duidelijk, dat wie zich door hun doop kind van God weten, belijdenis van hun geloof hebben afgelegd, in hun eigen gemeente tot het Avondmaal zijn toegelaten en hun vertrouwen echt op Jezus Christus als Redder en Heer stellen, ook nu uitgenodigd worden  om het Avondmaal mee te vieren. Verder reikt de verantwoordelijkheid van een kerkenraad niet.

Tip 9: Hou de Avondmaalscollecte in stand. Die hoort per definitie voor de diakonie te zijn, omdat we elkaar niet alleen met woorden, maar ook met onze daden moeten liefhebben, zoals het klassieke Avondmaalsformulier zegt. Beveel deze collecte dus extra aan en attendeer de gemeenteleden die thuis meevieren van te voren op de mogelijkheden om digitaal te geven.

Tip 10: Bekijk eens hoe een andere kerk het Avondmaal al gevierd heeft. Bijvoorbeeld GKV ‘Het Noorderlicht’ in Assen-Peelo via de YouTube-link hieronder 😉

Verder zijn er nog allerlei tips te geven over de indeling van de dienst, het zingen van de liederen, wel of geen korte overdenking, de keus tussen een Avondmaalsformulier of een kort stuk onderwijs in eigen bewoordingen. Maar dat zijn keuzes die iedereen zelf kan maken. Voor verdere vragen hou ik mee aanbevolen, dus neem gerust kontakt met me op.

 

Krijgt het begrip ‘doopouder’ een nieuwe dimensie?

Het dopen van kinderen in corona-tijd is een hot issue in de katholieke, protestantse en gereformeerde kerken. Voor volwassendoop bij baptisten en evangelischen, en uiteraard ook in alle andere kerken, zal hetzelfde gelden, maar de discussie gaat vooral over de kinderdoop. Hoe kun je die als voorganger bedienen als je anderhalve meter afstand moet houden?

In de GKV Zeewolde trokken de predikant en de doopouders zich er op het hoogtepunt van de corona-crisis niets van aan. De doopvader en de dominee bogen zich boven de doopvont gewoon naar elkaar toe. Er vanuit gaande dat de gemiddelde doorsnee van een doopvont zo’n 50 centimer is, stonden, stonden ze bijna neus tegen neus tegenover elkaar. Absoluut onverstandig, vonden velen, waaronder ikzelf.

Heel veel kerken zeiden: stel de doop maar uit tot het weer op de gewone manier mag van de overheid. Want de doop is niet noodzakelijk voor kleine kinderen om behouden te worden. Dat is de weg van de minste weerstand. In mijn optiek ondergraaf je daarmee de betekenis van de doop. Net als bij het avondmaal heeft Jezus deze twee sakramenten ingesteld als onderstreping van Gods genadige goedheid en aanwezigheid. Daarvan kun je niet zomaar zeggen, als het niet op de gewone manier kan: ‘Nou, dan stellen we het toch gewoon een half jaartje uit’?  Dat doen we in corona-tijd ook niet met verjaardagen, trouwerijen en moederdag. We bedenken alternatieven om toch zulke bijzondere dagen toch nog enigszins fleur te geven. Als doop en avondmaal door Jezus bedoeld zijn om ons geloofsleven juist in moeilijke tijden op te fleuren, kan uitstel voor onbepaalde tijd nooit de eerste oplossing zijn.

Doopschelp

Museum Catharijneconvent, CC0, via Wikimedia Commons

Dus kwam het moderamen van de PKN met een creatief advies: bedien als predikant de doop met een verlengde arm, namelijk een doopstok met aan het einde een kleine schaal of een schelp. Want, is de redenering, de doop wordt bediend door de predikant, dus die moet zowel de doopformule uitspreken als de handeling uitvoeren. Net als bij het avondmaal horen de woorden en de handeling bij elkaar. Maar het wordt wel een gekwengel met water voor al die ongeoefende voorgangers. Moet je dit wel willen? Ook principieel gezien: is een geldige doop echt afhankelijk van de persoon die hem bedient?

Ja, wel binnen alle kerken met een ambtelijke struktuur. De doop is een teken en zegen van God waardoor je wordt opgenomen in zijn verbond en daarmee lid van de christelijke gemeente.  Die christelijke gemeente heeft voor het bedienen van doop en avondmaal speciale mensen aangewezen, namelijk apostelen en oudsten. In deze kerkelijke traditie wordt de doop bediend en het avondmaal gevierd in het midden van de gemeente. Dat kun en mag je dus niet zelf doen.

Alleen: is het persé noodzakelijk dat de voorganger zowel de woorden uitspreekt als de besprenkeling of de onderdompeling uitvoert? Als één van de eersten pleitte Robert Roth, GKV-predikant in Hengelo, in zijn blog ‘Dopen in coronatijd 1’ voor de optie dat de voorganger de doopformule uitspreekt en één van de daarbij het doopwater over het kind uitgiet. Hij pleit er daarbij voor om dat in een officiële kerkdienst te doen, met een beperkt aantal  aanwezigen, terwijl  de rest van de gemeente de dienst via een livestream op internet meebeleeft. Anderen vinden het zelfs een optie dat de doopouders thuis hun kind ten doop houden in een online-dienst, waarbij de predikant de woorden uitspreekt.

Wat moet je hier nu van vinden? Ik vind het lastig. Voor mijn gevoel horen de doopformule en het doopwater als twee kanten van één medaille bij elkaar. Het voelt voor mij toch een beetje als een loskoppeling wanneer de predikant op anderhalve meter afstand uit zou spreken: ‘Karla Jolien Leeftink, je wordt gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest’, terwijl gelijktijdig één van de ouders hun dochter met het doopwater besprenkelt. Het heeft niet mijn voorkeur.

Maar de andere opties vind ik allemaal nog slechter. Het kunstmatige van een doopstok met een schaaltje of een schelp suggereert dat de geldigheid van de doop deels afhangt van degene die de doop bedient. Het is een vorm van hoogliturgisch denken waarbij  onder alle omstandigheden de handeling en de woorden gekoppeld moeten zijn aan het ambt. Een doop op afstand waarbij de dominee in de kerk staat en de doopouders thuis met een kommetje water of een kinderbadje voor zich hun kind besprenkelen of onderdompelen maakt van de doop een familiefeestje, terwijl de doop, net als het avondmaal, toch echt een sakrament van en voor de christelijke gemeente is. En wie zonder na te denken de doop voor onbepaalde tijd wil uitstellen draagt, misschien wel geheel onbewust, bij aan de onderwaardering van de doop. Ik ben nooit voor de vroegdoop geweest, maar je mag de Drie-Enige God ook niet te lang laten wachten als Hij je kind zijn prachtige belofte wil overhandigen.

Dus als het echt niet anders kan, kom ik toch uit bij een doopdienst in de kerk waarbij de predikant keurig op anderhalve meter van de doopvont staat en de doopformule uitspreekt, terwijl de doopouders het water over hun kleine uitgieten. Zo krijgt het woord ‘doopouder’ wel een hele indringende betekenis.

baby commodeHoewel: toen ik deze blog klaar had, zei Karla tegen mij: wat een ingewikkeld gedoe allemaal. Waarom moeten doopouders persé hun kind vasthouden bij de doop? Laat de vader of moeder hun baby op een doopkussen leggen en daarna samen een stap achteruit doen, zodat de dominee de kleine gewoon kan dopen incl. de besprenkeling, desnoods met wegwerphandschoenen aan.

Waarschijnlijk hoeft het trouwens met al die alternatieven helemaal niet zover te komen. Per 1 juni worden de corona-beperkingen versoepeld. Kerken mogen een maand gaan oefenen met maximaal 30 personen. Bij dat oefenen kan ook het dopen horen zoals we dat altijd deden. Want het predikantschap is een contact-beroep. Dus voordat er gedoopt wordt: eerst een gezondheidscheck bij voorganger en doopouders + baby, eerst handenwassen door de predikant, en bij de doop met gestrekte armen de kleine ten doop houden. Dan kan de predikant met gestrekte arm de doop bedienen: precies op anderhalve meter. Zo wordt zichtbaar wat David in Psalm 139 al zong: HEER, U legt uw hand op mij.

Oranje Boven – 75 jaar vrijheid

Een speciale WeekBreek n.a.v. 75 jaar vrijheid. Voor wie graag leest: de tekst staat hieronder. Wie liever kijkt én het gebed wil horen én wil genieten van foto’s met een glimpje (gemaakt door Karla Leeftink):

‘Oranje boven, Oranje boven – leve de koningin!’ Dat lied was in de oorlog erg populair, ook al werd het fluisterend gezongen. Op straat bemoedigden de mensen elkaar met de duim omhoog en zeiden ‘O Zo!’ – Oranje Zal Overwinnen’.

Na vijf bange, lange jaren was het zover: 75 jaar geleden, op 5 mei 1945, gaf het Duitse leger zich in Nederland zich over. Heel Nederland was bevrijd. Alleen op een paar Waddeneilanden duurde het wat langer. Het Zuiden van ons land was al in 1944 bevrijd. Het Oosten en het Noorden in maart en april 1945.

Wat een feest zal dat geweest voor de mensen. Eindelijk de bevrijding!

Vlaggen wapperen. Mensen gaan de straat op. Ze lachen. Ze vallen elkaar om de hals. Vrouwen en meisjes omhelzen de bestofte soldaten. Kinderen gluren nieuwsgierig naar al die tanks, jeeps en pantserwagens.

 

Zo zou het gegaan kunnen zijn, 75 jaar geleden.

Eindelijk vrijheid! Na vijf verschrikkelijke jaren. Het is, denk ik, niet voor te stellen hoe donker en onzeker die periode voor onze ouders en grootouders geweest is. Soldaten en verzetsmensen die zonder vorm van proces werden doodgeschoten. Uit Nederland alleen al 100.000 Joden en duizenden Roma en Sinti die nooit zijn teruggekomen.

 

Als je als land dan weer vrij bent … wat een opluchting!

En tegelijk … vrij zijn … hoe onwerkelijk.

En voor heel veel mensen tegelijk ook heel verdrietig. Zoveel lege plekken. Zoveel trauma’s.

 

Wanneer waardeer je vrijheid het meest? Ik denk: wanneer je het verschil weet met daarvoor. Zelf heb ik de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. Voor mij is onze vrijheid dus heel normaal. Maar dat geldt niet voor iedereen. Je merkt het als je een tijdlang zelf in een land woont waar geen vrijheid van meningsuiting heerst. En hoor maar eens de verhalen van vluchtelingen uit Syrië of Eritrea.

Wanneer waardeer je vrijheid het meest?

Als ik de verhalen hoor over de oorlog, valt mij altijd op, dat je mensen heel vaak hoort zeggen: ‘Ik ben mijn geloof in God verloren. Want waar was God in Auschwitz?’

Het gekke is: ik lees in oorlogsverhalen bijna net zo vaak dat mensen zeggen: ‘Mijn geloof in God heeft mij de kracht gegeven om het vol te houden. En ik geloof dat wat mensen elkaar in Auschwitz aangedaan hebben, eens door God zal worden rechtgezet.’

Kennelijk is het belangrijk dat je weet wie jou er doorheen geholpen heeft.

 

Op wie kun je vertrouw als het moeilijk wordt?

En wie bedank je als het weer beter gaat?

 

In de Bijbel kwam ik een merkwaardig verhaal tegen. Het is niet zo bekend en staat in het bijbelboek 2 Kronieken, hoofdstuk 20. Moab en Ammon hebben Jeruzalem en heel Juda de oorlog verklaard. Ze zijn al bij de grens en willen met een groot leger de Jordaan oversteken.

De schrik slaat koning Josafat om het hart. Wat moet hij doen? Nou, hij roept een dag van nationaal gebed uit. Met duizenden mensen gaan ze naar de tempel. Daar bidt Josafat: ‘HEER, U bent onze God. U heerst vanuit de hemel over alle koninkrijken op aarde. Niemand is zo machtig als U. Wij zijn niet opgewassen tegen deze oprukkende legermacht. We weten niet wat we moeten doen. Maar U bent onze God. Onze hoop is op U gevestigd.’

Josafat krijgt ook antwoord. De Geest van de HEER werkt krachtig in op Jachaziël, een Leviet. Die bemoedigt de koning en het volk hen door te profeteren: ‘Majesteit! Wees niet bang, maar trek morgen op tegen de vijand, want de HEER staat aan uw kant.’

De volgende dag trekt Josafat meteen met heel het leger op naar de Jordaan. Maar weet je hoe hij dat doet? Hij houdt eerst nog een korte toespraak: ‘Bewoners van Jeruzalem en Juda, luister! Vertrouw op de HERE, uw God, en u zult sterk staan. Vertrouw op het woord van zijn profeten, en u zult slagen.’

En daarna … nou komt het merkwaardige … daarna laat hij de zangers en musici van de tempel in feestgewaden vóór het leger uitgaan, op weg naar het slagveld. Ze zingen: ‘Loof de HEER,  want eeuwig duurt zijn liefde.’

Wat volgt, is een glorieuze overwinning. Na vier dagen is de oorlog voorbij. En wat doet Josafat dan? Hij houdt op het slagveld een herdenkingssamenkomst en brengt hulde aan God. Vanaf dat moment heeft die plek ‘Emek-Beracha’ – Dal van de Hulde. Daarna, als ze terug zijn in Jeruzalem, houden ze daar een bevrijdingsfeest in de tempel. En in de jaren erna is er rust, vrede en veiligheid in heel het land.

 

Een bijzonder verhaal. Welke generaal zou in oorlogstijd de Koninklijke Militiaire Kapel ‘Johan Willem Friso’ voor het leger uit het slagveld op laten gaan?

Maar ik vind het ook een bemoedigend verhaal.

 

Het geloof in God levert uiteindelijk vrijheid, vrede en vreugde op!

Vrij van angst: met de Heer durf ik de strijd aan.

Vrede in het land en vrede in het hart.

Vreugde om het goede wat God geeft.

 

We leven nu alweer 75 jaar in een vrij land. Geen angst meer om zomaar doodgeschoten of op transport gezet te worden.

Tegelijk wordt onze vrijheid vandaag op een andere manier bedreigd en ingeperkt. Wat zullen we opgelucht zijn als er straks een vaccin beschikbaar is waardoor we weer gewoon de straat op kunnen gaan en elkaar ontmoeten.

 

Bevrijd van de angst in oorlogstijd.

Bevrijd van de angst om besmet te raken.

 

Daaronder zit nog een diepere laag van vrijheid.

Dat is de vrijheid die Jezus voor mij verdiend heeft door de oorzaak van alle ellende aan te pakken.

Hij versloeg Gods grote tegenstander, de duivel. En gaf zo mij mijn vrijheid als kind van God terug.

Dat geeft een vrede die verder reikt dan 75 jaar – de hemel staat nu weer voor mij open.

En de vreugde die dat geeft –  dat voel ik vaak beter dan ik het onder woorden kan brengen. Maar ik voel het wel.

Dus ben ik op 5 mei dubbel blij: als Nederlander en als christen.

De synode werkt niet achter de rug van kerkleden om

Onder deze titel plaatste ds. Dinand Krol, de tweede voorzitter van de Generale Synode van de GKV, op 1 mei 2020 een kort ingezonden in het Nederlands Dagblad. Het is een reaktie op een vijf pagina’s lang artikel van Pieter Pel in het blad Nader Bekeken van april 2020. Daarin beschuldigt hij de synode er opnieuw van achter gesloten deuren de revisieverzoeken behandelt van kerken die bezwaren hebben tegen de vrouw in het ambt.

Hieronder volgt de tekst van het artikel.

Het vergaderwerk van de vrijgemaakte synode staat momenteel op een laag pitje en speelt zich grotendeels achter schermen af. Doordat er weinig tot niets plenair gebeurt, onttrekt het zich veelal aan de waarneming. Het Nederlands Dagblad van 27 april gaf in een samenvatting de kritiek in het blad Nader Bekeken door, dat de openheid ook vóór de coronacrisis al te wensen overliet. Die kritiek is niet terecht.
Dat niet iedereen bij alle zittingen aanwezig mag zijn en niet meteen over alle stukken beschikt, wil niet zeggen dat de synode achter de rug van kerkleden om haar eigen gang gaat.

De kritiek betreft met name het vermeende gebrek aan openheid rond de behandeling van revisieverzoeken. De synode van Meppel (2017) besloot de kerken ruimte te geven om vrouwen tot de ambten toe te laten; een aantal kerken vraagt aan de huidige synode om op dat besluit te herzien.
Op twee momenten hebben die revisieverzoeken tot nu toe tijdens zittingen van deze synode op de agenda gestaan. De eerste keer was in november, tijdens toerustingsdagen voor nieuw aangetreden synodeleden. Het is gebruikelijk die in een informele, besloten setting te houden.

tussentijdse polsing

In januari heeft de synode om tafel gezeten met de commissie die de behandeling van de
revisieverzoeken voorbereidt. Deze commissie had haar eerste bevindingen aan de leden
van de synode voorgelegd, om te vragen of ze op de juiste weg zit. Deze vergaderingen,
waarin tussentijdse rapportage plaatsvond, waren wel toegankelijk voor pers en
belangstellenden. In eerdere synodes vond zo’n tussentijdse polsing door een commissie
vaak plaats buiten de publieke zittingen. Het moderamen koos in dit geval voor een
openbare bespreking, juist om zo transparant mogelijk te zijn. Dat het moderamen het
werkdocument dat tijdens deze vergaderingen besproken werd, niet publiek hebben
gemaakt, was om te voorkomen dat er voortijdig conclusies aan verbonden werden.

De kritiek bepaalt het moderamen er bij hoe belangrijk het is om helder te communiceren en openheid van zaken te geven. Die boodschap neemt het moderamen ter harte! Terugkijkend beseft het we dat dat soms te wensen overliet. Er is echter geen sprake van dat bewust de publiciteit wordt gemeden.

ruimte geven

Het moderamen ziet uit naar het moment waarop het mogelijk is om in alle openheid de
revisieverzoeken met betrekking tot het besluit de kerken ruimte te geven om vrouwen tot de ambten toe te laten, inhoudelijk te bespreken, in aanwezigheid van belangstellenden en pers.

Wie nog eens wil nalezen hoe de synode in alle openheid vergadert, kan terecht op mijn blog van 5 maart 2020. Ook op die weergave levert Pieter Pel in het genoemde artikel van Nader Bekeken stevige, maar in mijn ogen ongefundeerde kritiek.

Stille Zaterdag – Jezus op meer dan 1½ meter afstand

Anderhalve meter afstand. Dat is de nieuwe norm voor de komende maanden en misschien wel jaren. Opeens krijgt het woord afstand een hele bijzondere betekenis. We moeten allemaal afstand houden. Opeens viel het mij op dat bij de dood van Jezus het woord ‘afstand’ drie keer genoemd wordt. Nadat Jezus gestorven is, schrijft Matteüs: “Op een afstand stonden veel vrouwen toe te kijken” (27:55a). Ook Markus schrijft: “Op een afstand stonden ook vrouwen toe te kijken” (15:40a). Lukas beschrijft het zo: “Alle mensen die Jezus gekend hadden waren op een afstand blijven staan, ook de vrouwen die hem vanuit Galilea gevolgd waren en alles hadden zien gebeuren” (23:49). Ik heb er altijd overheen gelezen. Pas nu merk ik dit opvallende detail op.

Op afstand. Deze hele corona-crisis kan je ook op afstand van God en Jezus plaatsen. Je wilt wel dichterbij, maar je kunt het niet. Het is niet eens een kwestie van niet mogen (zoals toen), maar het lukt je niet. Iemand zei tegen mij: alle mooie woorden die we altijd zeggen en zingen, ze komen gewoon niet bij mij binnen. God en Jezus staan voor mij op afstand.

Tussen Goede Vrijdag en Pasen valt Stille Zaterdag. Het is geen stilte die tot inkeer brengt. Maar een verlammende stilte. Voor de vrouwen, de apostelen en de andere leerlingen van Jezus toen. Hun Messias ligt in het graf en ze hebben geen enkele verwachting meer. Ja, Hij was een Man van God, maar nu is Hij bij God. En wij … geen idee hoe we verder moeten zonder Hem.

Deze corona-crisis kon wel eens een hele lange Stille Zaterdag worden. We geloven dat Jezus leeft. Maar Hij voelt zo ver weg. Op minstens 1½ miljoen kilometer afstand. Zelfs als we Pasen vieren.

Bemoedigende woorden zijn fijn. Maar geven soms ook goedkope troost. Als het Stille Zaterdag is, kun je alleen maar klagen: ‘Dode Man, sta op!’ En dat doet Jezus ook. Maar misschien zal Stille Zaterdag in het jaar 2020 wel heel lang duren. Klaag je nood dan maar uit bij die Dode Man, waarvan je weet dat Hij leeft, maar de afstand is zo groot. Luister dan naar dit christelijk klaaglied in corona-tijd: https://www.youtube.com/watch?v=kiuQ7zIIswY

Goede Vrijdag 2020 – Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis

De week van Goede Vrijdag en Pasen is in 2020 anders dan in andere jaren. We gaan niet naar een uitvoering van de Matthäus-Passion, we volgen niet massaal de live-uitvoering van The Passion in Roermond en kunnen geen vespers en kerkdiensten bezoeken. We hebben wel volop keus om thuis op allerlei manieren te kijken en te luisteren naar de boodschap van Goede Vrijdag en Pasen. Ook onze kerk probeert wekelijks een soort ‘korte kerkdienst’ voor te bereiden en uit te zenden. Voor Goede Vrijdag 2020 is dat gelukt! Kijk en luister! En voor wie het nog eens rustig door wil lezen: de overdenking n.a.v. Johannes 19:25-30 staat hieronder.

Door God geliefde mensen, mijn zus en broer in Jezus Christus,

Zeven keer heeft Jezus aan het kruis gesproken. Johannes heeft zijn derde, vijfde en zevende kruiswoord voor ons opgeschreven. Met alle drie wil Jezus ons vandaag ook iets zeggen, als onze Verlosser aan het kruis.

Bij het kruis staat zijn lieve moeder Maria. En Johannes, de apostel van wie Jezus heel veel hield, staat naast haar. Jezus zegt ten hen: “Kijk, hij is nu je zoon” en “Kijk, zij is nu je moeder”. Dat zegt Jezus om twee redenen.

Allereerst wil Jezus hiermee zeggen: ‘Ik sterf aan het kruis voor iedereen. Dus ook u, lieve moeder, en jij, beste Johannes – jullie allebei hebben net zo goed verlossing van jullie zonden nodig. Jullie hebben geen streepje voor op al die andere mensen voor wie Ik hier ook aan het kruis hang.’ Vandaag zegt Jezus daarmee tegen jou en mij: ‘Bekijk Mij niet als een bijzonder mens of als een goede vriend of als een indrukwekkend voorbeeld. Nee, geloof dat Ik in de eerste plaats jouw Verlosser wil zijn! Daarvoor heb Ik jouw zonden het kruishout opgedragen.’ Geloof dat vooral!

Jezus wil met deze woorden nog iets duidelijk maken. Straks is Hij er niet meer. Dat is een gemis. Iedereen weet hoe moeilijk het is om dat te accepteren. Dus geeft Jezus Maria en Johannes aan elkaar. Ze moeten allebei leren om Jezus als zoon en vriend los te laten en vooral van Hem te blijven houden als hun Verlosser. Aan het kruis geeft Jezus al weten aan zijn volgelingen: er komt een nieuw gezin, de ‘familie van God’. Ik hoop dat jullie dat in deze coronatijd ook zo ervaren, dat je als christen op twee manieren extra steun ervaart: (pijl omhoog) als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? (pijl horizontaal) En door de steun en bemoediging, praktisch én geestelijk, van medechristenen.

“Ik heb dorst!” is het tweede wat we Jezus horen uitroepen in het Evangelie van Johannes. In het Grieks is het maar één woord, een rauwe kreet: Dorst!! Het verwijst naar Psalm 69 en Psalm 22. David wordt in beide psalmen getroffen door fysieke pijn: nog even en zijn lichaam houdt er mee op. Hij dreigt te sterven van de dorst – dat is één van de ergste kwellingen die een mens kan meemaken. Ook dat lijden, lichamelijk en wat dat vervolgens psychich en geestelijk met je doet, heeft Jezus voor ons gedragen. Niet alleen onze zonden en overtredingen. Ook onze ziektes en onze pijn. Op Goede Vrijdag staan we meestal vooral stil bij het eerste: Christus stierf aan het kruis voor onze zonden. Maar ik hoop, dat het je vandaag ook bemoedigt, dat Jezus onze ziektes, jouw stress en mijn spanning op Zich genomen heeft. Hij ging ermee naar God toe. Doe jij dat vandaag ook, in al je angst en zorgen?

En dan is daar het laatste woord van Jezus: “Het is volbracht!” In het Grieks gebruikt Jezus opnieuw één woord: Volbracht! Niet als zucht van verlichting, maar als bewuste uitroep: mijn reddingswerk is voltooid. Daarna buigt Hij het hoofd en, staat er letterlijk, geeft de geest. Wil je dat vanavond tot je laten doordringen? Jezus vol­brengt zijn levenstaak in onze plaats. Want onze levensopdracht is mislukt. Door de zonde missen we ons doel. Wij verdwalen bij God vandaan. Als gevolg van de zonde loopt heel de wereld vandaag vast in het corona-moeras. Om ons heen vallen duizenden doden. En geestelijk gezien liggen wij midden in de dood. Maar kijk dan naar het kruis van Golgota! Wie hangt daar? Jouw Heiland! Mijn Redder! Jezus, onze Heer! Hij hangt daar in plaats van Barabbas. En Barabbas – tegenover de hemelse Rechter ben jij dat – ben ik dat – ja, wij zijn allemaal van het type Barabbas in Gods ogen. Maar wie hangt daar? Jezus. Hij is vrijwillig onze Plaatsvervanger. En voor iedereen die in Hem gelooft, klinkt nog steeds de uitroep: “Het is volbracht!” Dat heeft Hij met luide stem ook voor jou geroepen, mijn broer en zus! Dat geeft houvast in dit zo onvoorspelbare leven. Balsem voor je ziel. En perspektief op het eeuwige, volmaakte leven. Ongekende geluk. Allemaal op grond van zijn volbrachte werk. Geloof je dat? Geloof je Jezus Christus en die gekruisigd? Amen

Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis,

en Hij hangt er mijnentwegen, mij ten zegen

Van de vloek maakt Hij mij vrij,

en zijn sterven zaligt mij.


Mijn Verlosser hangt aan ’t kruis.

Zou ik dan in droeve dagen troostloos klagen?

Als ik naar zijn kruis mij richt

valt mijn eigen last mij licht.

 

 

 

 

 

Een advies van Maarten Luther in corona-tijd

Luther Playmobil 2In de Middeleeuwen was de pest de meest gevaarlijke ziekte in Europa.  In de 13e eeuw kostte de ‘Zwarte Dood’ het leven van ongeveer 1/3 van de bevolking. Ook in de tijd van Luther en Calvijn braken er nog regelmatig pestepidemieën uit. In 1527 ging de pest rond in Wittenburg en andere Duitse steden. Veel mensen waren erg bang om besmet te raken en wilden de stad ontvluchten. Luther schreef toen het boekje ‘Ob man vor dem sterben fliehen möge’. In Nederlandse vertaling is het hier te bestellen. Luther geeft aan hoe je als christen alle onnodige risico’s om besmet te raken moet voorkomen, en tegelijk als christen hulp moet bieden waar het echt nodig is. De heer Hugo (H.C.) van Woerden, die de site www.maartenluther.com beheert, gaf mij het volgende citaat. Het zou voor vandaag geschreven kunnen zijn!

Sommigen weigeren om medicijnen in te nemen, en mijden geen plaats of persoon waar hun aanwezigheid niet is vereist. Zó gaat het niet goed lieve vrienden!

Gebruik de medicijnen, neem en doe wat zou kunnen helpen, ontsmet je huis, tuin en straat. Mijd ook personen en plaatsen, waar je naaste je niet nodig heeft. En gedraag je als iemand die graag een grote stadsbrand wil helpen blussen. Want wat is de pest anders dan een vuur, dat geen hout en stro, maar lichaam en leven opvreet.

LutherroosIk zal God bidden dat Hij ons genadig wil bewaren en beschermen. Dan wil ik ook helpen met het uitroken(1), de lucht in huis verversen, medicijnen geven en nemen, én plaats en persoon mijden waar men mij niet nodig heeft, opdat ik mijzelf niet zal verwaarlozen en bovendien ook anderen zou aansteken en besmetten, en dat ik zó door mijn nalatigheid de oorzaak van andermans dood zou zijn.
Wil God mij echter wegnemen, dan zal Hij mij wel weten te vinden. In dat geval heb ik toch gedaan wat Hij wilde dat ik zou doen, en ben ik niet schuldig aan mijn eigen dood of aan de dood van andere mensen.

Waar echter mijn naaste mij nodig heeft, wil ik geen plaats of persoon mijden, maar onbezorgd gaan en helpen zo goed ik kan, zoals al eerder is gezegd.

Kijk, dat is een echt godvrezend geloof, dat niet roekeloos of vermetel is, en God ook niet verzoekt.

(1)  Uitroken van huizen waarin iemand overleden was, waarbij ook kleding en huisraad en beddengoed werden verbrand.

Bloed, zweet en tranen in Getsemané

Ook op zondag 5 april is er weer een video-opname vanuit de kerk. Alles bij elkaar precies 22 minuten en deze keer met: * gezongen votum; * een korte preek over ‘Bloed, zweet en tranen’ – het lijden van Jezus in de hof van Getsémane; * een kindmoment; * een gebed; * Gods zegen; * Opwekking 268 – ‘Hij kwam bij ons heel gewoon’.

Bijbellezingen staan per abuis niet vermeld: Lukas 22:39-46 en Johannes 18:1-11.

Daarna in de playlist vier versies van ‘Nearer, my God, to Thee’.

Digitaal Avondmaal vieren – ja of nee?

Sinds 15 maart hebben we in Nederland kerkloze zondagen. En dat gaat nog wel even duren, minstens tot 31 mei, de zondag van Pinksteren. Het gemis aan verbondenheid, zowel met God en Jezus als met elkaar, doet zich bij veel mensen voelen.

En dan is het op 10 en 12 april ook nog Goede Vrijdag en Pasen. Juist als je het moet missen, besef je dat dat echt twee hoogtepunten voor het christelijk geloof zijn. Geen wonder dat de vraag naar boven komt: kunnen we met Goede Vrijdag en/of Pasen toch het Avondmaal met elkaar vieren, ja of nee?

Daar wordt in de pers stevig over gediskussieerd. Wie zich in wil lezen, vindt hier vier artikelen, twee van voorstanders en twee van tegenstanders van een Avondmaalsviering waarbij de meeste gemeenteleden het thuis mee vieren.

Een van de tegenstanders is Miranda Klomp. docent liturgiewetenschap aan de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam. Zij is tegenstander van digitaal Avondmaal vieren. ‘Daarmee slaat u de plank mis’ is de ondertitel van haar opiniestuk in het dagblad Trouw. Op Groot Nieuws Radio (vanaf 2:16:40 – 2:48:00) ging ze er in een interview nog wat dieper op in.

Ik heb er met stijgende verbazing naar geluisterd. Volgens Klomp verliest het Avondmaal als sakrament zijn kracht als je het digitaal viert. Het is eigenlijk een onmogelijkheid, want de kern van het Avondmaal is volgen haar, dat het ene brood, dat staat voor het lichaam van Christus, gebroken en gedeeld wordt. Dat gebeurt niet als iedereen thuis z’n eigen stukje brood en glaasje wijn of druivensap klaarzet. De interviewer vraag nog: Moet je dat ene brood echt zo letterlijk opvatten?  Ja, zegt Klomp, want de eenheid bij het Avondmaal zit niet alleen in de verzamelde gemeente, maar ook in het ene brood dat je heel reëel met elkaar deelt. Dat brood kun je niet eten van een scherm. Want virtueel is wel echt, maar dat is wat anders dan reëel. We moeten het materiële teken van het sakrament niet minder belangrijk maken, dus je kunt het ene brood en de ene beker die verwijzen naar het konkrete lichaam en bloed van Christus niet zomaar weglaten. Bovendien is het Avondmaal een sakrament, en dat neem je, net als bij de Doop, niet tot je, maar dat ontvang je van een ander (de voorganger) namens de Ander (God/Jezus).  Dat kan bij de Doop ook niet digitaal. Je kunt het Avondmaal ook niet zomaar als gezin vieren wanneer jouw gereformeerde, protestantse of katholieke kerk dat niet doet, vindt Klomp. Het is namelijk in alle kerkelijke stromingen, op de evangelisch-baptistische kerken na, gebruikelijk dat het Avondmaal door de voorganger bediend wordt. Thuis zijn er volgens haar wel andere manieren te bedenken dan met je eigen brood en wijn digitaal klaar te zitten om heel konkreet stil te staan bij de betekenis van Goede Vrijdag en Pasen. Dat kan door het bijbelgedeelte over het laatste Avondmaal samen te lezen of samen bidden en een kaars aan te steken. Je moet als kerk dus geen digitale viering willen aanbieden. Als je het al doet, zou een voorganger wél het brood kunnen breken en de wijn kunnen uitschenken, maar niet kunnen eten en drinken. Zo voel je de pijn van de crisis en de gebrokenheid waar we nu samen inzitten en hou je het verlangen naar betere tijden levend. En je moet ook niet vergeten dat in bv. vluchtelingenkampen christenen helemaal geen Avondmaal kunnen vieren. Dus ook met hen ben je solidair als je geen Avondmaal viert.       

Ik schreef al, dat ik met stijgende verbazing naar dit interview heb geluisterd.  Ik ben zeker geen voorstander van ‘thuisvieringen’. Het Avondmaal is geen individueel feestje, maar de geloofsmaaltijd van de plaatselijke gemeente. Dat kun je al uit Handelingen 2 afleiden, en nog duidelijker uit 1 Korintiërs 11. Maar als dan, door de nood van deze tijd, er geen kerkdiensten meer belegd kunnen worden waar alle gemeenteleden lijfelijk aanwezig zijn, dan is een live-dienst die bijna alle gemeenteleden via internet kunnen volgen, een uitkomst. Ook als het om Avondmaal vieren gaat. Of je het moet willen, is punt twee. Maar het gaat mij om het principe. Bij het verhaal van Miranda Klomp heb ik dan ook een aantal kritische vragen.

Ze heeft een erg ‘hoge’ Avondmaalsvisie die grenst aan de rooms-katholieke visie op de aanwezigheid van onze Heer Jezus Christus in de tekenen van brood en wijn. Het Avondmaal wordt zo iets heiligs, dat als je het virtueel viert, het wel echt is, maar niet reëel. Je moet als gemeente fysiek aanwezig zijn om van hetzelfde ene brood te eten en van dezelfde ene beker met wijn te drinken. Dat lijkt bij Klomp een absolute voorwaarde om het Avondmaal te mogen vieren. Ze zegt het niet met zoveel woorden, maar het lijkt alsof bij haar Christus reëel in de tekenen van het brood en de wijn die de voorganger in handen heeft, aanwezig is – de lutherse en rooms-katholieke opvatting. Maar in de gereformeerd-protestantse traditie is het zo dat we in het Avondmaal met de mond van het geloof Christus als geestelijk voedsel ontvangen.  Trouwens, waarom maakt Klomp dan wel een uitzondering met glutenvrij brood maakt voor individuele gelovigen. En zou ze het dan ook verkeerd vinden dat in veel kerken er deels wijn, deels druivensap uitgereikt wordt?

Ook de opmerking dat gelovigen, net als bij de Doop, het Avondmaal ontvangt en niet tot je neemt klopt niet. De Doop onderga je passief: mensen laten zich dopen. Het Avondmaal vier je aktief. Brood en wijn neem je zelf aan uit de hand van de dienaar, staat in Zondag 28:75 van de Heidelbergse Catechismus. Sterker nog, Jezus onze Heer heeft niet gezegd: ‘Ontvang het brood en de wijn’, maar ‘Neem, eet en drink tot mijn gedachtenis.’

Verder vind ik het een raar idee dat je thuis wel allerlei creatieve ideeën mag bedenken om symbolisch vorm te geven aan de behoefte om je geloof in deze bijzondere tijd extra te laten voeden, maar dat dat niet kan door bewust samen, weliswaar op afstand, hét symbool van verbondenheid met Jezus Christus en met elkaar te vieren. Waarom thuis wél het verhaal over hoe Jezus het Avondmaal ingesteld heeft samen lezen – en het dan niet vanuit de kerk digitaal als gemeente met elkaar vieren? Waarom thuis wel zien hoe de predikant het brood breekt en de beker volschenkt – maar er dan niet van eten en drinken? Omdat Christus niet reëel aanwezig is als gemeenteleden hun eigen brood en wijn/druivensap klaarzetten? Ik vind dit allemaal toch wel heel erg hoog-kerkelijk-liturgisch.

In deze corona-crisis hebben we in elk geval 12 weken te maken met kerkloze zondagen. Veel christenen merken nu hoe erg ze de verbondenheid met elkaar en met God die dankzij Jezus hun hemelse Vader is op zondag missen. Dan hoef je niet persé alles in de lucht te houden door zoveel mogelijk ‘gewoon’ door te gaan. Bijvoorbeeld met complete kerkdiensten die live uitgezonden worden. Of door ‘gewoon’ de Avondmaalsviering op een willekeurige zondag door te laten gaan. Ik kan goed begrijpen dat kerken die reguliere Avondmaalsviering laten vervallen.

Het gemis doet zich juist voelen op kerkelijke feestdagen als Goede Vrijdag of Pasen. Juist dan moet je als kerk in naam van Jezus Christus maximaal dichtbij de mensen zijn. We brengen bij langdurig en ernstig zieken het Avondmaal aan huis. Dat vinden we individuele noodsituaties waarin zij de versterking van hun geloof door brood en wijn als teken van Christus die voor hen gestorven is, niet mogen missen. Calvijn was daar al 100% voor, in tegenstelling tot de meeste gereformeerden van zijn tijd en later.

Nu zitten we met elkaar in een echte noodsituatie. Heel veel gemeenteleden maken zich grote zorgen. Samen zijn we al drie weken verstoken van de zondagse verbondenheid met God en Jezus en met elkaar. Ik vind het dan een zegen dat we in elk geval de mogelijkheid hebben om na te denken over een gezamenlijke Avondmaalsviering op Goede Vrijdag of Pasen – dagen waarvan we nu pas ervaren hoe waardevol ze voor ons geloofsleven zijn. In die afweging  passen in mijn beleving geen theologische hoogstandjes als: ‘digitaal Avondmaal vieren is wel echt, maar niet reëel’ bij.

Tenslotte: ik hoorde zowel in het interview met Miranda Klomp als in het artikel van Huijgen en van ’t Slot (ND 1 april 2020) dat we in onze crisis solidair zijn met christelijke vluchtelingen zoals op Lesbos die in hun situatie helemaal geen Avondmaal kunnen vieren. Dat vind ik een flauw argument. Daarmee praat je degenen die graag, al is het dan in verbondenheid op afstand, het Avondmaal willen vieren, ten onrechte een schuldcomplex aan. Ik denk dat christenen op Lesbos en op andere plaatsen waar het inderdaad veel moeilijker is om het geloof in Jezus als Heer vorm te geven, heel creatief zijn in het vinden van manier om daar toch uiting aan te geven. Volgens mij zouden zij verbaasd staan dat hún situatie als argument gebruikt wordt om in Nederland het Avondmaal gewoon maar een tijdje niet te vieren terwijl wij wel de mogelijkheden ervoor hebben om de dood van Christus tot verzoening van al onze zonden gezamenlijk te gedenken en te vieren.

Op berenjacht met David, Amos en Jesaja

Knuffelberen zijn lief. Echte beren zijn gevaarlijk.  Ga je vechten, vluchten of vriendschap sluiten?

Deze WeekBreek bevat weer een korte overdenking, een (kinder)lied ‘Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God’ en een kort gebed.

De HEER waakt over de hele aarde; iedereen die hem met ​hart​ en ziel is toegedaan, biedt hij krachtige hulp. (2 Kronieken 16 vers 9)