Corona-virus-gebed

Corona Virus GebedCorona Virus Gebed

Here Jezus, U reisde door steden en
dorpen en genas elke kwaal en ziekte.
Op uw bevel werden de zieken genezen.

Kom ons nu te hulp, midden in
de wereldwijde verspreiding
van het coronavirus,
opdat we de helende liefde van U
mogen ervaren.

Genees degenen die ziek zijn van het virus.
Mogen ze hun kracht en gezondheid herwinnen
door kwalitatieve, goede medische zorg.

Genees ons van onze angst,
die de naties en landen verhindert samen te werken
en buren verhindert elkaar te helpen.

 Genees ons van onze trots,
die ons onze eigen onkwetsbaarheid laat claimen
voor een ziekte die geen grenzen kent.

Here Jezus, genezer van allen, blijf bij ons
in deze tijd van onzekerheid en verdriet.

Wees bij degenen die zijn gestorven aan het virus.
Mogen zij in uw eeuwigheid bij U rusten in vrede. 

Wees bij de families van degenen die ziek zijn of zijn gestorven.
En als ze zich zorgen maken en rouwen,
bescherm hen voor de ziekte en de wanhoop.
Mogen ze uw vrede kennen.

 Wees bij de artsen, verpleegkundigen, onderzoekers en
alle medische professionals die willen genezen,
getroffenen helpen en zichzelf in een risicovolle positie plaatsen.
Mogen zij uw bescherming en vrede kennen.

Wees bij de leiders van alle naties.
Geef hen een vooruitziende blik om naar liefde en waarheid te handelen
voor het welzijn van alle mensen voor wie ze dienen te zorgen.
Geef ze de wijsheid om te investeren in lange-termijn-oplossingen
die helpen ons voor te bereiden of toekomstige uitbraken voorkomen.
Mogen zij uw vrede kennen, terwijl zij samenwerken om dit op aarde te bereiken.

Of we nu in binnen- of buitenland zijn, omringd
door veel mensen die aan deze ziekte lijden of slechts enkelen,
Here Jezus, blijf bij ons wanneer wij
verdragen en rouwen, volharden en voorbereiden.
In plaats van onze angst, geef ons uw vrede.
Here Jezus, genees ons.

Vertaling © Corona Virus Prayer, Kerry Weber

Corona Virus Prayer

WEL of GEEN kerkdiensten vanwege de corona-crisis?

“Nederland valt stil, na het dringende advies van het kabinet om evenementen met meer dan honderd personen af te gelasten. Kerkdiensten gaan zondag bijna nergens door of worden met een klein groepje gehouden en via internet uitgezonden.” Dit schreef het Nederlands Dagblad op 12 maart nadat de regering een flink aantal maatregelen genomen had vanwege de corona-crisis.

Veel kerken hebben voor de hele maand maart de zondagse diensten helemaal geannuleerd. Andere kerken houden op de komende zondagen een aangepaste kerkdienst voor een beperkt aantal mensen. Op Steunpunt Kerkenenwerk kun je alle informatie vinden over ‘corona & kerk’.

Zondag 15 maart zou ik drie keer preken. Dat wordt nu één keer.

De morgendienst in de GKV van Oosterwolde gaat gewoon door. Dat is een hele kleine kerk met nog geen 70 leden. Het is Avondmaal. Dat wordt deze keer niet aan tafel gevierd, waar men normaal elkaar twee schalen met brood en twee grote bekers met wijn doorgeeft, maar een gaande viering waarin men één stukje brood van de schaal pakt en iedereen een kleine bekertje met wijn neemt. En verder: geen handen schudden en geen collecte door de rijen, maar bij de uitgang.

’s Middags zou ik eerst een kerkdienst leiden in het verzorgingscentrum ArendState in Assen. Daar zijn meestal zo’n 50 bewoners bij aanwezig die bijna allemaal 80 jaar of ouder zijn, met nog enkele verzorgenden en familieleden. Die diensten zijn tot eind maart zeer terecht geannuleerd. De geestelijk verzorger mailde: “Omdat we in ArendState met (heel) kwetsbare mensen te maken hebben, willen we de risico’s zo beperkt mogelijk houden.”

Daarna zou ik in de GKV van Beilen preken, maar ik kreeg een keurig mailtje van de preekvoorzienster: “In verband met het advies van de RIVM en de GKv heeft de kerkenraad besloten om op 15 maart 2020 geen kerkdiensten te houden.”

Wel een kerkdienst in Assen-Peelo

In mijn eigen gemeente, GKV ‘Het Noorderlicht’ in Assen-Peelo, hebben we besloten om de komende weken ’s middags geen kerkdienst te beleggen. Ook hebben we alle aktiviteiten die t/m 31 maart in het kerkgebouw plaatsvinden, afgelast. Alleen de morgendienst gaat op 15 maart gewoon door. Hoewel – helemaal niet gewoon! We hebben drastische maatregelen genomen, zodat het aantal gemeenteleden dat de kerkdienst mag bezoeken, ver onder de 100 blijft.

Onze kerk heeft zo’n 550 leden die verdeeld zijn in drie wijken. Wijk 1 heeft bijna 60 adressen. Wijk 2 heeft ongeveer 85 adressen. Wijk 3 heeft ongeveer 70 adressen. Op een gewone zondagmorgen zijn er meestal tussen de 300 en 350 mensen kerkgangers. We zijn een heel erg jonge gemeente (bijna 200 kinderen en tieners) en hebben 18 gemeenteleden boven de 70, waarvan één boven de 80.

Het Dagelijks Bestuur van onze kerk heeft unaniem besloten om voor komende zondag de gemeenteleden van Wijk 1, de kleinste wijk dus, uit te nodigen om de kerkdienst te bezoeken. De leden van Wijk 2 en Wijk 3 worden opgeroepen om thuis de dienst mee te kijken of er op een andere manier invulling aan te geven. Tegelijk is aangegeven dat er géén creche en géén kinderclub gehouden zal worden. En hebben gemeenteleden uit Wijk 1 het advies gekregen om ook thuis te blijven als ze zich minder gezond voelen of veel in contact komen met mensen die extra kwetsbaar en vatbaar zijn voor mogelijke besmetting met het corona-virus.

Nunspeet (2)Er zullen, schat ik in, al met al zo’n 40 – 50 gemeenteleden de kerkdienst van 15 maart bezoeken. Dat gaat er dan net zo uitzien als in de CGK van Nunspeet die afgelopen donderdag een aangepaste biddagdienst belegde (zie foto).

Binnen de classis Assen hebben sommige kerken hetzelfde besloten als Assen-Peelo. Andere kerken houden helemaal geen kerkdienst, maar houden een meditatie die via de live-stream te volgen is.

Het zekere voor het onzekere?

Is het wel verstandig om sowieso een kerkdienst te beleggen waar zo’n 40 à 50 mensen aanwezig zijn, zoals in Oosterwolde en in Assen-Peelo? Ook binnen onze eigen gemeente klinken er geluiden dat het beter is om geen enkel risico te nemen.

Ik begrijp dat gevoel. Tegelijk is de zondagse kerkdienst voor veel mensen het meest waardevolle onderdeel van samen kerk-zijn. Dus moet je goed afwegen waarom je drie weken lang alle kerkdiensten volledig zou laten vervallen.

Coronavirus sterftecijfer kleinAls dat niet persé nodig is, kun je er ook voor kiezen om in elk geval de mogelijkheid te bieden om wel voor een deel bij elkaar te komen. In onze ‘Noorderlicht’-gemeente kan dat volgens het Dagelijks Bestuur inderdaad, omdat wij een erg jonge gemeente zijn. Volgens het Nederlands Dagblad van 14 maart is het risico van de gevolgen van corona-virus “zeer scheef verdeeld: van de besmette twintigers en dertigers overlijdt amper een op de duizend, van de besmette 80-plussers overlijdt tot wel een op de zes.” (zie de tabel)

In onze kerkelijke gemeente van 550 leden hebben we één persoon die ouder is dan 80. En van de 804 mensen die op vrijdag 13 maart met het corona-virus besmet waren, komen er 5 uit de stad Groningen en 16 uit Zuid-Drenthe.

Volgens mij is het daarom in onze situatie verantwoord om op 15 maart een kerkdienst te beleggen met een beperkt aantal bezoekers, terwijl de rest van de gemeente de kerkdienst via internet kan volgen. Hoe we het volgende week zondag doen, hangt af van hoe de corono-crisis zich ontwikkelt. Misschien is er dan wél aanleiding om geen kerkdienst te beleggen. Of kunnen we opnieuw één wijk welkom heten in de morgendienst.

Samen door de storm heen

Veel Nederlanders maken zich grote zorgen. Met honderden tegelijk (dat dan wel weer) koopt men de schappen in de supermarkten leeg. Als christen steek ik mijn kop niet in het zand. Je moet de risico’s die het corona-virus met zich meebrengt, heel serieus nemen. En je moet de overheid gehoorzamen, juist als die met goede adviezen komt in deze crisis. Maar als christen hoef ik niet in paniek te raken, zoals nu in heel de wereld wel lijkt te gebeuren. De corona-crisis is een storm die nu ook met windkracht 12 ons land begint te razen. Maar als christen weet ik: in de storm is Jezus onze Heer er altijd bij. Dus maak ik me wel zorgen, maar wil ik gewoon niet overbezorgd zijn. Ik heb toch niet voor niets mijn kinderen het lied geleerd: Je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm tekeer; leg maar gewoon je hand in die van onze Heer.  

Kerkscheuring na losmaking in Bunschoten-Spakenburg?

Op 6 maart verscheen er op internet een verklaring van de Gereformeerde Kerk (Vrijgemaakt) (Voortgezet) Bunschoten-Spakenburg. Vanaf 15 maart gaat men kerkdiensten beleggen in ‘De Fontein’, het kerkgebouw van de Christelijke Gereformeerde Kerk in het dorp. Aanleiding is de losmaking van ds. H.Sj. Wiersma in december 2019. Hij was sinds 1992 predikant van de Noorderkerk in Spakenburg.

Losmaking is altijd een trieste zaak. Maar het kan nooit reden voor een kerkscheuring zijn. Wanneer een predikant losgemaakt wordt, blijft hij beroepbaar binnen de GKV en mag overal voorgaan, de sacramenten bedienen, huwelijken bevestigen en pastorale arbeid verrichten. Ook ds. Wiersma stond in de eerste maanden van 2020 nog gewoon op het preekrooster in veel kerken volgens het Gereformeerd Kerkblad van Midden- en Zuid-Nederland.

In Spakenburg lijkt het anders te gaan. Een deel van de bijna 1500 leden van de Noorderkerk is het oneens met de losmaking. Dus heeft men na ruim twee maanden besloten om zelfstandig kerkdiensten te gaan beleggen. Als voortgezet-vrijgemaakte kerk voor heel Bunschoten-Spakenburg.

Ik ken de situatie niet. Ik heb, naast de berichten van de GKVV (om maar even hun eigen afkorting aan te houden), alleen de blog van Larry Koelewijn gelezen, omdat daar op de site van de GKVV naar verwezen werd. Ik ken ook ds. Wiersma niet. Ik weet dus niet of hij de aanjager is van de oprichting van deze nieuwe kerkformatie, of dat een groep bezwaarde gemeenteleden hem gevraagd heeft om zich bij dit projekt aan te sluiten.

Ik vraag me af bij het lezen van dit bericht: is de groep rondom ds. Wiersma nu een dolerende kerk geworden? Of heeft men zich meteen al volledig afgesplitst van het vrijgemaakte kerkverband?

Het woord ‘doleren’ betekent ‘klagen’. Dat doe je binnen het kerkverband waarin je funktioneert. Daar vraag je ruimte voor jouw standpunt als je je maar moeilijk kunt vinden in de opvattingen van de meerderheid. Zo ging het in 1886, toen onder leiding van Abraham Kuyper op veel plaatsen dolerende kerkelijke gemeentes ontstonden die van harte gereformeerd wilden blijven. Uiteindelijk werden die door de Hervormde Kerk uit het kerkverband gezet. Die mogelijkheid biedt de Protestantse Kerk vandaag de dag wel. In veel plaatsen heb je bijzondere wijkgemeentes die hun eigen, vaak gereformeerde kleur hebben. En zo werkt het in de praktijk ook binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. Daar is het een breed geaccepteerd verschijnsel dat men zich aansluit bij een gemeente die alleen maar psalmen zingt bij orgelspel en uit de (al dan niet herziene) statenvertaling leest, of bij een gemeente die op een hele gevarieerde manier aan de kerkdienst invulling geeft.

Als je als predikant of als deel van de gemeente je echt niet kunt neerleggen bij een losmaking, is ‘doleren’ de enige optie. Want in de pijnlijke periode voordat het tot losmaking kwam, lagen er geen principiële breekpunten op tafel. Als dat wel het geval was, had de predikant zich moeten vrijmaken van het onbijbelse optreden van de kerkenraad of het kerkverband. Of had de kerkenraad de predikant moeten schorsen en afzetten vanwege zijn onbijbelse prediking of zondige handelswijze.

Dat is in Spakenburg-Noord niet gebeurd. De proef op de som zal dus zijn, of de GKVV Bunschoten-Spakenburg, die op 15 maart haar eerste kerkdiensten gaat beleggen, zich binnenkort ook aanmeldt op de vergadering van classis Hilversum als bijzondere wijkgemeente van de GKV in Bunschoten-Spakenburg.

Doet ze dat wel, dan wil ze oprecht gereformeerd blijven.

Doet ze dat niet, dan trekt de ‘groep Wiersma’ een onverantwoorde scheur in de kerk van Christus.

Een nieuwe afscheiding was in elk geval niet het advies van prof. dr. Henk van den Belt op 14 december 2019 in Bunschoten op een bijeenkomst van ruim 300 verontruste GKV’ers toen hem de vraag gesteld werd: moet je breken met de GKV vanwege de vrouw in het ambt? Zijn antwoord, volgens het ND van 17/12 was: ‘Ik druk u op het hart om niet te scheuren, maar te blijven vanwege Gods trouw en geduld. De ware kerk wordt niet vals, als ze dwaalt inzake vrouw en ambt.’ Tijdens die vergadering stelde ds. Wiersma de vraag of een dreigende losmaking vanwege de gereformeerde koers voor een een nieuwe situatie kon zorgen, omdat je dan “zelf niet scheurt, maar dat degenen die jou wegsturen bezig zijn het lichaam van Christus te scheuren. En ik denk dat dit aan de hand is.” Daarop antwoordde eerst prof. van den Belt met: “Soms zijn er situaties waarin je ultiem moet lijden aan de kerk. Maar gemakkelijk is dat niet.” En daarna zei ds. G. Treurniet: “Zolang Hij (Christus) nog niet terug is, hoort bij Hem volgen ook jezelf verloochenen en je kruis opnemen.” Zelfs als je in de kerk elkaar niet meer kunt aanspreken op het gezag van Gods Woord, “is voortijdig weglopen in elk geval geen optie. We hebben dan in de kerk altijd nog de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen besluiten van een kerkenraad –  wat we de kerkelijke weg noemen.” Vandaar de nadrukkelijke oproep van ds. Treurniet: “Voor de Goede Herder uitlopen in plaats van Hem te volgen dat is echt iets waar ik ernstig voor zou willen waarschuwen.” (Hier na te luisteren: minuut 31:20 – 37:05)

Verder hoop ik van harte, dat ondanks de heftige emoties van het moment, er binnen vrijgemaakt Bunschoten-Spakenburg ruimte is voor een bijzondere wijkgemeente die geen moeite heeft met de prediking en de standpunten van ds. Wiersma. Als je kijkt naar het aantal leden van de vier kerken (ruim 5.000) zou het toch geen enkel probleem moeten zijn wanneer enkele honderden zich verenigen in een wat meer behoudende gemeente? Er is al een vijfde kerk met iets meer dan 200 leden die er helemaal bij hoort, nl. die van Eemdijk. Hoe pijnlijk de verwijdering ook is die ontstaan is, het zou mogelijk moeten zijn om de nieuwe gemeente rondom ds. Wiersma op de classis te ontvangen. Zoals ds. Wiersma tot 1 maart 2020 gewoon voorging in GKV-kerken, zijn er vast ook andere GKV-predikanten te vinden die gewoon willen voorgaan in deze wat meer behoudende gemeente.  Binnen de Gereformeerde Bond en binnen de CGK is dit heel gewoon.

Is een bijzondere wijkgemeente die (om maar eens wat te noemen) geen vrouwelijke ambtsdragers wil toelaten en geen NGK-predikanten op de kansel wil, een ideale situatie? Nee, dat denk ik niet. Maar om elkaar meteen volledig af te schrijven als ‘niet-gereformeerd’ of ‘sectarisch’ lijkt me een nog slechtere optie.  Volgens mij wijst de apostel Paulus een andere weg:

Verdraag elkaar uit ​liefde. Span u in om door de samenbindende kracht van de ​vrede​ de eenheid te bewaren die de Geest u geeft.

Verdraag elkaar en vergeef elkaar als iemand een ander iets te verwijten heeft; zoals de Heer u vergeven heeft, moet u elkaar vergeven.

Als de GKVV Bunschoten-Spakenburg wel alle banden met de overige GKV-kerken verbreekt, heb ik nog twee vragen: 1) Ds. Wiersma heeft als losgemaakte predikant nog op 1 maart 2020 om 16:30 uur in GKV Ermelo gepreekt. Hoe waarachtig was dat, als je op 6 maart 2020 je medewerking verleent aan de oprichting van een eigen kerk die zich helemaal wil afsplitsen van de GKV? 2) En hoe waarachtig zou het zijn als er nog gebruik gemaakt blijft worden van de royale wachtgeldregeling die bij een losmaking hoort (in z’n algemeenheid: 4½ jaar 70% ), terwijl bij de eigen beslissing van een predikant om uit de GKV te stappen een plaatselijke kerk uit goed fatsoen meestal nog maximaal 12 maanden de predikant voor 70% in zijn levensonderhoud voorziet?

In alle openheid – over hoe de GKV-synode vergadert

In het plaatselijk kerkblad schrijf ik regelmatig een stukje over de Generale Synode 2020 waar ik naar afgevaardigd ben. Dit artikel gaat over wat er in februari besproken is over de de besluiten die de vorige synode nam over de vrouw in het ambt.

Waarover spraken zij daar op de synode in februari 2020? Over de NGK en over MVEA. Dat klinkt lekker geheimzinnig. Maar dat is het niet. In dit stukje ga ik op het tweede in – MVEA.

Vrouwelijke ambtsdragers – handhaven of herzien?

MVEA staat voor Man-Vrouw-en-Ambt. De synode van 2017 sprak uit dat er twee lijnen zijn in de Bijbel als het om de plaats van vrouwen in de kerk gaat. Volgens de ene lijn mogen vrouwen geen predikant of ouderling worden. Volgens de andere lijn wel. Omdat de plaatselijk kerk volgens het gereformeerd kerkrecht belangrijker is dan een classis of synode, sprak de synode ook uit dat plaatselijke kerken zelf mochten kiezen of ze wel of geen vrouwen toelaten in het ambt. Tegen dat besluit hebben 23 kerken bezwaar gemaakt. Sommigen vonden de tweede lijn onbijbels. Anderen vonden de onderbouwing vóór de vrouw in het ambt te onduidelijk. Nog eens 24 andere kerken hebben ook gevraagd om een betere onderbouwing. Daar moet deze synode serieus mee aan de slag. En dat gebeurt ook. Een commissie van zes synodeleden is er fulltime mee bezig.

Helaas stond er op 28 februari een paginagroot artikel in het Nederlands Dagblad waarin Dick Slump en Pieter Pel als woordvoerders van acht “SRV-kerken” (zoals ze zichzelf noemen: Samenwerkende Revisie Verzoekende kerken) beweerden, dat de synode achter gesloten deuren over dit onderwerp vergaderde en dat de bezwaarde kerken een geheim dokument niet mochten inzien. Dus zou deze synode het wantrouwen alleen maar voeden, dat alles al voorgekookt is en dat ‘de vrouw in het ambt’ gewoon doorgaat.

Wat deze broeders beweren, is volledig onjuist. Alle inhoudelijke besprekingen van de bezwaren tegen de vrouw in het ambt zijn in alle openheid gevoerd. Dat gold voor de zware kritiek van de buitenlandse kerken. Daar heeft het ND uitvoerig verslag van gedaan. Ook de eerste behandeling van de 23 kerken die om revisie vragen en de 24 kerken die om verduidelijking vragen was openbaar, met meer dan 30 belangstellenden uit het hele land op de publieke tribune. Ook de volgende zittingen zullen toegankelijk zijn voor iedereen die de behandeling bij wil wonen.

 Geheime vergaderingen?

Maar er is toch ook achter gesloten deuren over MVEA gesproken? Ja, inderdaad. Eén keer. Dat was op de allereerste officiële vergaderdag van de synode op 22 november. Toen hebben de 32 synodeleden met elkaar doorgepraat over de twee belangrijkste zaken van deze synode: de fusie met de NGK en de besluiten over MVEA. Niet inhoudelijk, maar over de vraag: hoe gaan we deze twee best wel gevoelige onderwerpen behandelen? Als je voor het eerst als 32 vreemden bij elkaar komt, is het best belangrijk om daar heel zorgvuldig over na te denken. En dat gebeurde inderdaad ‘in comité’ – dus zonder dat daar belangstellende kerkleden of journalisten bij waren.

Maar inhoudelijk zijn de synodebesluiten over de NGK en over MVEA + de brieven van 4 kerken over de naderende fusie met de NGK en 47 kerken over MVEA daar niet besproken. Het is dus bijzonder flauw van de woordvoerders van de acht SRV-kerken om paginagroot te beweren dat de synode “te veel achter gesloten deuren” en in “achterkamertjes” vergadert als het om de inhoudelijke bespreking van de MVEA-besluiten gaat.

Geheime dokumenten?

Hoe zit het dan met de klacht dat er een geheim dokument is dat zelfs de bezwaarde kerken niet in mogen zien? Ook die bewering is volledig onjuist. Er is namelijk geen geheim dokument. Er is wel een ‘raamdokument’ dat door de synodecommissie is opgesteld. Daar hebben ze vanaf december heel hard aan gewerkt. Eerst heeft de commissie met alle 23 bezwaarde kerken een gesprek gevoerd. Toen bleek dat acht kerken alleen maar als groep het gesprek wilden aangaan. Ze hebben ook geen gesprek gevoerd, maar een aanvullende nota ingediend, waarin acht woordvoerders de bezwaren die eerst per kerk, en dan ook nog niet eens gelijkluidend, waren ingediend, nog weer in acht punten uitwerkten. Met daarin o.a. de beschuldiging dat het “foute boel” is dat de synode achter gesloten deuren SRV-wagenover MVEA vergadert. Daarna heeft de redactie van het blad Nader Bekeken (waartoe ook sommige woordvoerders behoren) besloten om als SRV-wagen de complete nota bij alle abonnees thuis te bezorgen. Wat moet je van zo’n huis-aan-huis-actie zeggen?

Na de eerste hoorzitting stelde de commissie haar raamdokument op. Dat was een allereerste ruwe versie. Het moderamen besloot om die versie nog niet in de openbaarheid te brengen. Want dan zou iedereen daar wat van vinden, terwijl het op de synode nog niet besproken was. Die keus kun je van wijsheid vinden getuigen, zoals de meerderheid van de synodeleden. Die keus kun je betitelen als ‘koudwatervrees’, zoals de minderheid waar ik ook toe behoorde.

Maar het punt is: dit raamdokument zou aan alle bezwaarde kerken toegestuurd worden in het kader van een tweede hoorzitting met de commissie. Alleen: de woordvoerders van de acht SRV-kerken wilden zelf de agenda bepalen van de tweede hoorzitting. Ze zeiden namelijk: ‘Beste synodecommissie, we willen niet met u spreken over het raamdokument, maar u moet met ons het gesprek aangaan over de inhoud van onze bezwaren.’

Het is dus volstrekt onjuist om te beweren, dat de acht SRV-kerken “een nog geheim dokument” nooit heeft gezien. Men heeft er zelf voor gekozen het dokument niet te wíllen ontvangen. En waarom? Omdat van de 23 kerken die werden uitgenodigd voor een tweede hoorzitting er acht waren, die zeiden: ‘We komen alleen als collectief én we willen zelf bepalen wat er ter sprake moet komen.’ Wat moet je hiervan vinden? Blokvorming binnen het kerkverband? Minachting van een synode die de moeite neemt om met jou in gesprek te blijven?

Volledige openheid!

Hoe dan ook: de twee woordvoerders van de acht SRV-kerken zitten er behoorlijk naast als ze zeggen dat de synode te veel achter gesloten deuren bespreekt en bepaalde dokumenten achterhoudt als het om de behandeling van de bezwaren en vragen van 47 GKV-kerken gaat. Vanaf de eerste vergadering waarin deze brieven behandeld zijn, gebeurde dat in alle openheid. En dat zal zo blijven ook. Dus iedereen is op 23+24 april welkom op de publieke tribune als er verder gesproken wordt over de bezwaren tegen de besluiten over de vrouw in het ambt.

Eén familie – twee kerken gaan samen verder

In het plaatselijk kerkblad schrijf ik regelmatig een stukje over de Generale Synode 2020 waar ik naar afgevaardigd ben. Dit artikel gaat over wat er in februari besproken is over de fusie tussen NGK en GKV. 

Waarover spraken zij daar op de synode in februari 2020? Over de NGK en over MVEA. Dat klinkt lekker geheimzinnig. Maar dat is het niet. In dit stukje ga ik in op het eerste – de NGK.

Twee kerken gaan samen verder

NGK staat voor ‘Nederlands Gereformeerde Kerken’. Dat zijn de bijna 90 kerken die ruim vijftig jaar geleden ontstaan zijn in de ‘buiten-verband-kwestie’. In de jaren ’60 van de vorige eeuw was er veel spanning in onze gereformeerd-vrijgemaakte kerken. Op de landelijke synodes van 1964/65 en 1966/67 en 1969/70 kwam dat uitgebreid aan de orde. Twee thema’s waren erg belangrijk: de tolerantie richting dominees die openlijk tegen bepaalde onderdelen van de belijdenis ingingen (over de uitverkiezing en over de zogenaamde ‘zieleslaap’); en de wens van een aantal dominees om, soms zelfs tegen hun eigen kerkenraad in, samensprekingen met de synodaal-gereformeerde kerken aan te gaan. De ‘Open Brief’ die door 25 personen, vooral predikanten, ondertekend was, zorgde ervoor dat de onrust uitgroeide tot een regelrechte breuk. Gevolg: 40% van de predikanten (zo’n 100 van de 250) en 25% van de kerkleden (zo’n 23.000 van de 108.000) stapten zelf uit het kerkverband of raakte buiten het kerkverband. Bijna een kwart van de dominees werd weer synodaal-gereformeerd, net als enkele duizenden kerkleden. En dat terwijl de synodaal-gereformeerde kerkerken in die jaren ’60 steeds meer ruimte boden voor vrijzinnige gedachten en meningen, die door predikanten en hoogleraren als Kuitert en Wiersinga openlijk verkondigd werden.

Gelukkig bleef de rest van de buiten-verband-predikanten en het overgrote deel van de kerkleden vasthouden aan de bijbelgetrouwe gereformeerde prediking. Vanaf het eind van de jaren ’70 noemen ze zichzelf ‘Nederlands Gereformeerde Kerken’. Ze waren wel wat moderner in hun vormen dan wij als GKV. En ook wat onafhankelijker, omdat ze licht allergisch geworden waren voor alles wat naar een strak kerkverband riekte.

NGK GKV een kerk (2)Nu zijn we 50 jaar verder. In 2017 vonden GKV en NGK elkaar op bijna alle punten die met de Bijbel en de belijdenis te maken hebben. Men besloot toen om in 2020 de volgende stap richting een fusie te zetten. Dus hebben we begin februari twee dagen samen vergaderd, als Landelijke Vergadering van de NGK en Generale Synode van de GKV. Dat waren twee prachtige dagen. Er is veel tijd besteed aan het verleden. Wat zijn er toen, in het heetst van de strijd, van beide kanten veel mensen beschadigd geraakt! Dat hebben we uitgesproken naar elkaar toe. Hoe goed was dat! En we spraken met elkaar door over hoe we vandaag als gelovigen en als kerken Christus willen volgen door midden in de samenleving te staan én trouw te zijn aan zijn Woord, de Bijbel. Ook daarin herkenden we elkaar. Ook hoorden we dat de geestelijke herkenning plaatselijk sterk is toegenomen in de afgelopen jaren. Dus konden we unaniem (!!) besluiten: voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap met de NGK en de GKV

Synode bloemstukDe gezamenlijke vergadering werd afgesloten met een Avondmaalsviering. Dat deden we niet op eigen houtje als GKV-synodeleden en landelijke NGK-afgevaardigden. We vierden het in een kerkdienst die belegd was door de sinds kort gezamenlijke NGK-GKV-gemeente van Nunspeet. We zongen er o.a. Psalm 133 en Opwekking 767 bij.

Zelf ben ik dankbaar voor de hereniging met de NGK. We zijn allebei kerken die op bijbels-gereformeerde staan én een open blik naar de samenleving hebben. Onder Gods zegen willen we nu samen verder, onderweg naar één kerk.

Familie

Hoe mooi en hoe heerlijk
Als wij als familie
Als broers en als zussen
Om elkaar geven
En open en eerlijk
Met elkaar omgaan
De vrede bewaren
En eensgezind leven

En het mooiste geschenk
Wordt ons gegeven
De zegen van God
Een eindeloos leven

Opwekking 767

 

Zicht op de hemel – over bijna-doodervaringen

Hoe bijbels is een bijna-doodervaring? 

“Mochten we maar even in de hemel kijken …” Als dominee heb ik mensen dat vaak horen zeggen na het overlijden van een geliefde. Dat verlangen is geen pure nieuwsgierigheid, maar eerder intense betrokkenheid. Want als christen vertrouw je erop dat de dood niet het einde. Maar hoe zit het dan met een bijna-doodervaring?

kln poort naar het lichtTegenwoordig hoor je steeds meer verhalen van mensen die zeggen dat ze even in de hemel geweest zijn. Vaak gebeurde dat onder narcose, in coma of tijdens een hartstilstand. Het worden bijna-doodervaringen (bde) genoemd. Maar wat is er van waar? Kunnen mensen inderdaad onder zulke extreme omstandigheden soms ‘een blik in de hemel werpen’? En is wat zij daar zien, iets wat ze bij hun volle bewustzijn meemaken of is het een illusie van verwarde hersenen die onder extreme druk staan?

Overweldigende liefde

In 2007 kwam het boek Eindeloos bewustzijn van de cardioloog Pim van Lommel uit. Hij verzamelde en analyseerde veel bde-verhalen. Hij kwam tot de conclusie dat ons bewustzijn niet door onze hersenen geproduceerd wordt. Als alle aardse dingen wegvallen, kan dat bewustzijn ons een grotere, alomvattende geestelijke werkelijkheid laten zien. Vroeger hoorde je daar niet zo veel over, maar de medische wetenschap heeft ervoor gezorgd dat steeds meer mensen die nagenoeg klinisch dood zijn, toch weer terugkomen in dit leven.

Burke HemelIn december 2018 verscheen in Nederland het boek Stel je de hemel eens voor van de Amerikaanse predikant John Burke. Hij beschrijft tientallen bijna-doodervaringen. Die bevatten allemaal dezelfde elementen en het is altijd een samenhangend verhaal. Mensen die het meegemaakt hebben, zijn vaak het meest van onder de indruk van de overweldigende liefde en de volkomen acceptatie die ze beleefd hebben. Meestal zijn ze er innerlijk compleet door veranderd. Negatieve bde’s zijn zeldzamer, maar komen ook voor, vaak bij niet-religieuze mensen. Ze voelen dat ze worden meegezogen in een donkere put vol negatieve en ruziënde stemmen, maar als ze om God of Jezus roepen, trekken deze machten zich luid protesterend terug.

Tipje van de sluier

Hoeveel geloof moet je aan bijna-doodervaringen hechten? Als nuchtere, gereformeerde Groninger heb ik deze verhalen lang op afstand gehouden. Maar het ontroerde me steeds meer, elke keer als ik van een bde hoorde of er over las. Ik merkte dat het een verlangen in mij opriep naar hoe mooi het in de hemel, bij Jezus zal zijn. Het voelde telkens weer alsof God een tipje van de sluier optilde om me iets te laten zien van de volkomen heerlijkheid die Hij voor al zijn kinderen bestemd heeft.

kln ijsland ijsgrot_tunnel naar het lichtPaulus schrijft in 2 Korintiërs 12:1-10 over een bijzonder moment, dat hij het nog steeds niet goed onder woorden kan brengen. Daarom praat hij er in de derde persoon over. Dat ging zo plotseling en onverwacht dat hij niet meer weet of het in het lichaam was of dat het een uittreding van zijn bewustzijn was. Het zou heel goed een bde geweest kunnen zijn. Hij was weggevoerd naar het hemels paradijs en heeft daar onuitsprekelijke dingen gehoord en gezien.

Taak op aarde

Paulus kreeg zicht op de hemel en dat was een geweldige bemoediging voor hem. Geen wonder dat hij tegen de Korintiërs zegt: “We weten dat we na ons sterven van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensen gemaakte woning in de hemelen. Ja, we zouden ons lichaam liever verlaten om onze intrek bij de Heer te nemen” (naar 2 Korintiërs 5:1-10). Je snapt meteen ook waarom Paulus ergens anders schrijft: “Ik verlang ernaar te sterven en bij Christus te zijn, want dat is het allerbeste.” (Filippenzen 1:23). Dat gevoel van heimwee en verlangen hoor je vaak terug bij mensen die een bde meegemaakt hebben. Maar ze moesten terug. Ze beseffen meestal heel sterk dat ze op aarde nog een taak hebben. Zo voelde Paulus dat ook.

Soms hoor je iemand zeggen: ‘Al die aandacht voor die bijna-doodervaringen is niet nodig. We hebben toch genoeg aan de Bijbel?’ John Burke zegt het in zijn boek zo: ‘De bde’s zijn geen vervanging of verdringing van wat de Bijbel zegt; ze voegen alleen kleur toe aan het bijbelse beeld. Dan heb je de zwart-witte woorden van de Bijbel beleefd op zo’n kleur-overgoten manier, dat God nog meer geëerd wordt.’ Een bijna-doodervaring is dus heel waardevol voor iemand zelf en z’n omgeving. Dank God ervoor!

Tegelijk hangt mijn geloof niet van zo’n ervaring af. Jezus onze Heer geeft ons het juiste zicht op de hemel. En een bde zet daar voor een christen een dikke streep onder.

UIT DE BIJBEL

Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben. 1 Korintiërs 2:9,  HSV

Om verder te lezen: Lukas 16:19-31; Romeinen 10:6-11; 2 Korintiërs 12:1-9

OVERDENKEN / DOEN

1  Wat denk jij als christen als iemand zegt dat hij/zij een bijna-doodervaring gehad heeft? Of wat vind je van boeken of films als De jongen die in de hemel was? Wat maken zulke verhalen bij je los? Wat vind je er positief aan? Waar heb je zo je vragen over? Wat vind je er eventueel niet bijbels aan?

2  Heb je zelf weleens een bijzonder moment (een bde, een droom, een visioen) gehad waarin je God, Jezus of de hemel heel sterk ervaren hebt? Wat betekende dat voor jou?

3  Christenen voelen nu al in hun hart ‘het begin van de eeuwige vreugde’ en van de ‘volkomen heerlijkheid’ die we na dit leven zullen ontvangen (Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus). Heb je zulke ‘hemelse momenten’ weleens meegemaakt en welke invloed hebben zij op je geloofsleven?

 

LITERATUUR

Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn, 1e druk 2007

Todd Burpo, De jongen die in de hemel was, 1e druk 2011

John Burke, Stel je de hemel eens voor, 1e druk 2018

Een interview met Pim van Lommel, de auteur van Eindeloos bewustzijn, in het KRO-programma ‘Kruispunt’ uit 2008 is na te kijken op https://vimeo.com/57237162

Deze blog is verschenen als artikel in het thema-nummer (Bijna) dood van het magazine ‘Elisabeth’ van 28 februari 2020. Alleen de foto’s en de literatuur zijn hier toegevoegd.

 

Van wie was Eva er 1?

Hoe foutloos lees jij deze twee verzen uit het begin van de Bijbel hardop?

Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.

Het is het lied van Adam, toen hij van God zijn Eva kreeg en de conclusie die God Zelf in het paradijs daaraan geeft, nl. dat het huwelijk een unieke relatie voor het leven is tussen één man en één vrouw.

Als dit gedeelte, Genesis 2:23-24, in de kerk of thuis aan tafel hardop gelezen wordt, struikelt de voorlezer vaak over het woordje ‘een’. Dat komt zes keer voor in deze twee verzen. Wat moet je elke keer zeggen:  ‘un’ of ‘één’?  Laatst laaide de diskussie weer eens op over de vraag wanneer je wel of geen streepjes op de beide éé’s van ‘een’ moet zetten als je het als ‘1’ uitspreekt. Toen dacht ik: laat ik dat eens aan het ‘Genootschap Onze Taal’ vragen. Die geven altijd graag en deskundig advies, is mijn ervaring. Dus ik vroeg hen:

Wat is het officiële criterium om het telwoord 1, als het niet voor een zelfstandig naamwoord staat, soms als ‘een’ en soms als ‘één’ te schrijven?

De aanleiding voor mijn vraag is deze: in kerkdiensten wordt altijd uit de Bijbel gelezen en dan komt ook Genesis 2:23+24 nog wel eens voorbij. Daarin gaat het over Adam en zijn vrouw Eva. Regelmatig hoor ik dan dat de voorlezer zich verslikt in vers 24, omdat daar 4x ‘een’ staat, waarvan drie keer als telwoord en één keer als lidwoord, maar alle drie als ‘een’ geschreven. Maar in vers 24 staat 1x ‘een’ (lidwoord) en 1x ‘één’ (telwoord). Vandaar mijn vraag. Met als toch nog tweede vraag: hoe fout is het om voor de zekerheid altijd ‘één’ te schrijven als het uitgesproken dient te worden als het telwoord ‘één’?

Genesis 2

23 Toen riep de mens uit: ‘Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd.’ 24 Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt.

Op mijn vraag kreeg ik, zoals verwacht, uitgebreid antwoord. En gewoon omdat ik het leuk vind, plaats ik dit antwoord hier op mijn weblog. Met toestemming van Onze Taal uiteraard. Dit is hun reaktie:

Er is geen officiële regel die bepaalt wanneer er wel of niet accenten op ‘een’ komen. In principe wordt het woord ‘een’ ongeacht de uitspraak zonder accenten geschreven. Er zijn veel grensgevallen, en de passage uit Genesis is daar een fraai voorbeeld van. Op onze website staat een heel lijstje met twijfelgevallen: https://onzetaal.nl/taaladvies/een-van-beiden/.

Vers 23 kan inderdaad een struikelblok zijn voor een voorlezer. Het eerste en het tweede ‘een’ kunnen al enige twijfel over de gewenste uitspraak oproepen, maar vooral het deel ‘vrouw, een uit een man gebouwd’ is lastig te doorzien. Dat laatste komt mede doordat de hele zinsconstructie verwarring kan opleveren. Het zal niet voor iedere lezer meteen duidelijk zijn dat het derde ‘een’ in de zin (direct na het woord ‘vrouw’) op één lijn staat met het eerste ‘een’ (na ‘Eindelijk’) en het tweede ‘een’ (na ‘vlees’). Men had eventueel twee keer voor een bijzin met een persoonsvorm kunnen kiezen, bijvoorbeeld ‘Eindelijk een die gelijk is aan mij …’ en ‘een die uit een man gebouwd is’. Maar het is goed mogelijk dat men bewust – bijvoorbeeld op basis van de brontekst of het ritme – toch voor deze ‘compactere’ oplossing gekozen heeft.

Gezien de mogelijke verwarring zouden er accenten op ‘een’ kunnen: ‘Eindelijk één gelijk aan mij, mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees, één die zal heten: vrouw, één uit een man gebouwd.’ Verplicht zijn de accenten echter niet. De regel die wij in het bovengenoemde webadvies vermelden, luidt: ‘Eén is juist als echt het telwoord één bedoeld is (je kunt achter de zin en geen twee of meer denken) én als er anders verwarring kan ontstaan.’ In dit geval is steeds het telwoord ‘één’ bedoeld, maar zijn accenten strikt genomen niet nodig omdat uitspraak van (een van) de woorden ‘een’ met een toonloze e-klank hier geen grammaticale zin oplevert. Toch had hier wat ons betreft ook wel driemaal voor ‘één’ kunnen worden gekozen, om verwarring te voorkomen. De schrijfwijze ‘één uit een man gebouwd’ maakt wat duidelijker dat van die woorden het eerste ‘één’ op één lijn staat met de twee eerdere woorden ‘één’, en misschien ook nog dat het laatste ‘een’ het lidwoord ‘een’ is en dat het dus niet gaat om ‘één man’.

In vers 24 is ‘één’ in ‘één van lichaam’ nog een twijfelgeval. Ook hier zou je kunnen volhouden dat accenten niet strikt nodig zijn, omdat ‘een’ in deze zin geen lidwoord kan zijn. Toch vinden we het terecht dat er wel accenten staan. Het gaat hier om een telwoord dat bovendien enige nadruk heeft; de schrijfwijze ‘een’ kan ook hier voor enige verwarring zorgen.

Het is niet zonder meer fout te noemen om altijd ‘één’ te schrijven als het moet worden uitgesproken als het telwoord ‘één’, maar we zouden dat toch niet aanbevelen. In gevallen als ‘een van beiden’, ‘zij is een van de besten’ en ‘ik zal een en ander toelichten’ komt de schrijfwijze ‘één’ nadrukkelijker over dan nodig is. Altijd accenten schrijven bij de uitspraak met een lange e-klank zou weliswaar veel twijfel kunnen voorkomen, maar dit uitgangspunt botst met het principe dat het woord ‘een’ in principe zonder accenten wordt geschreven, tenzij er reden is daarvan af te wijken.

Het ‘Genootschap Onze Taal’  heeft niet alleen een eigen website, maar geeft ook 10x per jaar het tijdschrift ‘Onze Taal’ uit en is erg aktief op Facebook en Twitter (beide keren @onzetaal).

Helemaal los hiervan: bij ‘Onze Taal’ vindt men het vast en zeker inkorrekt wanneer iemand in veel gevallen de ‘c’ vervangt door een ‘k’, maar volgens een alternatieve theorie, die in Vlaanderen meer aanhang vindt dan in Nederland, is het schrijven van een ‘c’ voor ‘a-o-u’ een gallicisme (beïnvloeding door het Frans) en past het gebruik van de ‘k’ beter bij het Nederlands als Germaanse taal.

 

NGK en GKV gaan samen verder

GS LV kaarsHet was wat frisjes, maar iedereen stond stralend op de groepsfoto zaterdagmiddag 8 februari. Vanaf vrijdagmorgen hadden we als leden van de Landelijke Vergadering van de NGK en van de Generale Synode van de GKV met elkaar kennisgemaakt. Aan het begin werd symbolisch de eenheidskaars aangestoken. Die  zal vanaf nu op alle gezamenlijke vergaderingen branden. De twee dagen waren voor mij een bijzonder positieve geestelijke ervaring.  Het unanieme besluit om “voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap” vond ik prachtig passen bij wat Paulus schrijft: “Nu u door Christus zozeer bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is (…), maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest.” (Fil. 2:1+2). En na deze stap op landelijk niveau dacht ik meteen ook aan die andere woorden uit dezelfde brief: “In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan.” (Fil.3:16).Op de website ‘Onderweg naar één kerk’ staat een uitgebreid verslag. Dat laat ik hieronder graag aan iedereen lezen. Ook raad ik iedereen aan om het interview dat de beide voorzitters na afloop gaven, te beluisteren.

Door op de weg naar één kerkgemeenschap

‘Bij alles wat we nu gaan doen, houden we voor ogen dat we samen één kerk willen worden, één kerkgemeenschap. Zo vat Frans Schippers het besluit samen dat op 8 februari jl. door de landelijke vergadering (NGK) en generale synode (GKv) gezamenlijk en unaniem genomen is. Schippers is voorzitter van de landelijke vergadering.

Dit zogeheten koersbesluit, voorbereid door de regiegroep hereniging, maakt van het in 2017 uitgesproken verlangen om één kerkverband te gaan vormen een concreet besluit: we gaan het, als God het wil, nu ook daadwerkelijk dóen. ‘We geloven dat Christus ons drijft,’ zegt Schippers daarover in een dubbelinterview na afloop van het nemen van het koersbesluit. ‘Hij vraagt ons, denkend aan het gebed van de Heer Jezus zelf, dat wij dienend zijn als wij streven naar kerkelijke eenheid in onze verbanden. Dat willen we heel graag, daar verlangen we naar.’

GS LV beide voorzittersHet ‘koersbesluit’ luidt als volgt: we besluiten om voort te gaan op de weg naar de vorming van één kerkgemeenschap met de Nederlands Gereformeerde Kerken/Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt); dit nemen we als uitgangspunt voor alle overige besluiten van deze generale synode/landelijke vergadering.

Eén van de gronden onder dit koersbesluit is de dankbare constatering dat het voorgenomen besluit van 11 november 2017 om te komen tot één kerkgemeenschap weerklank vindt in de kerken. De geestelijke herkenning heeft in lokale situaties en kerkelijke commissies geleid tot sterk toegenomen samenwerking. Het is de hoop en het gebed van beide vergaderingen dat het tot eer van God en tot zegen van de kerken zal zijn dat de ontvangen eenheid concreet vormgegeven wordt.

Huwelijksaanzoek

Dit koersbesluit heeft een lange voorgeschiedenis, vertelt ds. Melle Oosterhuis in datzelfde interview. Oosterhuis, preses van de generale synode, noemt begin jaren negentig als het moment waarop er al gesprekken op gang kwamen tussen beide kerkverbanden, met het oog op hereniging. ‘Die gesprekken hebben uiteindelijk geleid tot herhaalde aanzoeken van de kant van de NGK naar de GKv. Het heeft tijd gevraagd om ons daarop te bezinnen, maar ten slotte, in 2017, konden we die verzoeken niet meer weerstaan.’

Zingen en bidden

GS LV groepsfotoDe circa 70 afgevaardigden naar de gezamenlijke vergadering kwamen op 7 en 8 februari voor het eerst bij elkaar. Een belangrijk doel van deze besloten bijeenkomst was kennismaking en bezinning. Onder leiding van begeleiders van het Praktijkcentrum en de NGT is in kleine groepen doorgesproken over het document ‘Verlangen naar een nieuwe kerk.’Er was in het programma veel tijd ingeruimd voor Bijbellezing, gezamenlijk gebed en aanbidding. Na het unaniem genomen koersbesluit werd bijvoorbeeld  Psalm 150 gezongen: ‘Looft De HEER, uw God, alom.’ Het lied ‘U leert ons lopen over water’ (Opwekking 789) gaf woorden aan wat sommigen ervaren bij het proces van eenwording. Zo werden er tijdens deze dagen meer dan eens, al dan niet gepland, door middel van liederen woorden gegeven aan wat er leefde en speelde.Uit alles bleek dat door deze gesprekken van hart tot hart het onderlinge vertrouwen gegroeid is. In een evaluatie na afloop van de kennismakingsdagen werd gesproken over vertrouwen om samen door te gaan op de ingeslagen weg: ‘We zitten op de goede toonhoogte.’ Gerefereerd werd aan wat Paulus schrijft in zijn brief aan de Filippenzen: laten we op de ingeslagen weg voortgaan (3:16) vanuit grote verbondenheid met de Geest, eensgezindheid en eenheid in liefde (2:1,2).

Geen dwang

GS LV Ad de BoerVoorafgaand aan de bespreking van het koersbesluit maakte regiegroepvoorzitter Ad de Boer duidelijk dat het koersbesluit niet gaat over wat kerken nu plaatselijk al dan niet moeten gaan doen. ‘Het koersbesluit is een vertrekpunt voor de beide vergaderingen. Het zegt niets over het tempo van het vervolgtraject; het is zeker geen mal waar alles doorheen geperst moet worden.’ Oosterhuis benadrukte dat nogmaals in het genoemde interview. Hij weersprak met klem de vrees van plaatselijke kerken: moeten wij nu stante pede gaan fuseren terwijl we daar nog helemaal niet klaar voor zijn? Oosterhuis: ‘Laten de kerken zich daar geen zorgen over maken. Ook als we één kerk worden, kun je nog heel lang plaatselijk naast elkaar een van oorsprong Nederlands Gereformeerde en een van oorsprong vrijgemaakte kerk hebben, die samen deel uitmaken van dat ene nieuwe kerkverband. Er is geen sprake van iets wat als dwang gevoeld moet worden naar aanleiding van dit koersbesluit.’In het vervolgproces komen nog tal van onderwerpen aan de orde. Schippers noemde er bij de bespreking van het koersbesluit twee: de vraag welke ruimte de nieuwe kerkorde biedt voor verschillen tussen plaatselijke gemeenten, en de uitdaging om zo belijdende kerk te zijn dat je voortbouwt op de kerk van het verleden, en tegelijk rekening houdt met veranderde tijden.

Avondmaal

GS LV Psalm 150Na afloop van de bespreking van het koersbesluit is door alle aanwezigen gezamenlijk het heilig avondmaal gevierd onder verantwoordelijkheid van NGKv De Brug uit Nunspeet. In zijn preek over Psalm 133 wees ds. Kees de Groot erop dat het Gods Geest is die de eenwording bewerkt en niet de regiegroep. In de liederen klonk de lof op Vader, Zoon en heilige Geest. ‘Het was een hele fijne, feestelijke viering,’ aldus Schippers, ‘want we hebben ervaren dat we dit ontvangen hebben van God. We weten dat dit niet vanuit menselijke kracht is. We weten, en hebben de afgelopen dagen ervaren, dat God dit in ons werkt. We zijn gedreven door de liefde van Christus. Die gedrevenheid, die verbondenheid, die hebben we met elkaar gevierd in het avondmaal. Dat was fantastisch.’ LV en GS trekken vanaf nu veel samen op. Het koersbesluit vormt de basis om over al die onderwerpen die met de eenwording te maken hebben, gezamenlijk te vergaderen. Het rapport van de regiegroep wordt op 7 maart a.s. door de gezamenlijke LV/GS besproken.

Bij de foto’s: voorzitters Frans Schipper (LV NGK – links)  en Melle Oosterhuis (GS GKV – rechts); Ad de Boer, voorzitter van de Regiegroep

Kerkelijke eenwording NGK en GKV bij een open Bijbel

GS LV kaarsDe Nederlandse Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt zijn op weg naar kerkelijke hereniging na 50 jaar gescheiden optrekken.  Vandaag, vrijdag 7 februari, was de eerste gezamenlijke vergaderdag van de Landelijke Vergadering van de NGK en de Generale Synode van de GKV. Als voorbereiding kregen alle afgevaardigden een ‘Dagboekje over kerkelijke eenwording’, geschreven door synodevoorzitter ds. Melle Oosterhuis, n.a.v. het bijbelgedeelte uit Efeziërs 4:15+16.

Wie zich betrokken voelt bij dit proces van eenwording kan nu ook dit dagboekje gaan lezen door op deze link te klikken. En ook hieronder staan de zeven korte overdenkingen.

Kerkelijk eenwording – Wat drijft je?

Dag 1    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden  en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

NGK-GKV

Waarheid

Lezen:   Joh. 17:15-19

Paulus ziet als eerste fase van het proces van kerkelijke eenwording een groeiproces voor zich, waardoor gelovigen toegroeien naar Hem die het Hoofd is, Christus. En wil dat groeiproces ons daadwerkelijk bij Christus brengen, dan is eerste voorwaarde, dat wij, zoals Paulus het uitdrukt, ons aan de waarheid houden. ‘Je aan de waarheid houden’, dat kan verworden tot een formele aangelegenheid. Abstracte schriftgeleerdheid, waarmee je jezelf sterk waant en elkaar de maat neemt.

Vraag: Welke klank en inhoud krijgt ‘je aan de waarheid houden’ als je daar de woorden van Jezus uit Johannes 14:6 naast legt?

 

Dag 2    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Gemeenschap

Lezen:   Joh. 17:20-21

In de nacht van zijn verraad bidt Jezus om de eenheid van al degenen, die door de verkondiging van de apostelen tot geloof komen. Jezus geeft daarbij aan, dat dit ‘één zijn’ alles te maken heeft met het één zijn van de gelovigen met de Vader en de Zoon. Zoiets beluister ik ook in de woorden van Paulus in Ef. 4:15. Wil de gemeente volledig toegroeien naar Hem die het Hoofd is, dan is voorwaarde dat er sprake is van liefdevol samen optrekken.

Vraag: Kun je je voorstellen, dat onderlinge verdeeldheid schadelijk is voor het toegroeien naar Christus? Hoe werkt dat?

 

Dag 3    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Onverdeeld

Lezen:   Joh. 17:22, 23

Jezus brengt tegenover de Vader zijn doel van de eenheid van hen die in hem geloven heel sterk onder woorden: Dat ze volkomen één zijn. De echo daarvan beluister ik in wat Paulus in Ef. 4:15 schrijft over samen volledig toegroeien naar Christus. Dat zegt iets over het einddoel van de volmaaktheid. Maar dat zegt ook iets over de weg waarlangs die volmaaktheid bereikt moet worden. Het vraagt om een onverdeeld hart. Alleen de onverdeelde toewijding aan Christus werkt samenbindend bij de gelovigen onderling.

Vraag: Ga bij jezelf na, of er andere goden zijn, die jouw onverdeelde toewijding aan Christus ondermijnen.

 

Dag 4    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Samenhang

Lezen:   1 Kor. 12:14

Tot nu toe ging het vooral over de gezamenlijke blikrichting die ons onderling verbindt en samen doet toegroeien naar Christus. In vers 16 wijst Paulus op een omgekeerde beweging. Vanuit het Hoofd Christus naar de gelovigen toe. Vanuit Hem krijgt hun gezamenlijkheid steeds meer samenhang. Christus maakt dat ze steeds meer met elkaar krijgen. Een weg inslaan van kerkelijke eenwording kan voelen als een sprong in het diepe. Waar loopt het op uit? Wat levert het op? Zal ik me thuis voelen in de kerkgemeenschap die ontstaat. Wat is bij die onzekerheid dit een bemoedigende belofte.

Vraag: Of niet? Kan het vooruitzicht van zo’n hechte gemeenschap je ook beklemmen?

 

Dag 5    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Bijdrage

Lezen:   1 Kor. 12:24b-27

Er wordt in de bijbel in verschillende beelden gesproken over de opbouw en de structuur van de kerk. Paulus gebruikt in Ef. 2:21 het beeld van bouwstenen die, alles bij elkaar, een gebouw vormen. Dat maakt een passieve indruk. Petrus maakt er ‘levende stenen’ van, die zich laten gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. (1 Pt. 2:5) Paulus gebruikt in 1 Kor. 12 het beeld van een lichaam dat uit een veelheid van lichaamsdelen bestaat. Maar al die beelden hebben één ding gemeen. Geen van de onderdelen kan gemist worden. Je bent onmisbaar in de kerk.

Vraag: Hoe voelt het voor jou, onmisbaar te zijn in de kerk?

 

Dag 6    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Talent

Lezen:   1 Kor. 12:4-11

Onmisbaar zijn in de kerk loopt in de praktijk zomaar uit de hand. Je voelt je geroepen om overal aan mee te doen en voor alles beschikbaar te zijn. In de gemeente van Korinthe ontspoorde het en liep het uit op onderlinge rivaliteit. De bijdrage van de één wilde de ander ook kunnen leveren, liever nog overtreffen. Paulus benadrukt daarom, dat er verscheidenheid in gaven is die met zich meebrengt dat alle leden hun eigen specifieke aandeel mogen leveren. Jouw talent wil de Geest tot z’n recht zien komen. Dat bedoelt Paulus ook met ‘ieder draagt naar vermogen bij’. Dat betekent niet, dat je tot het uiterste moet gaan, maar dat jij met jouw talent tot je recht komt.

Vraag: Herken jij bij jezelf talenten, waarvan je hoopt dat die in de verenigde kerk tot hun recht kunnen komen?

 

Dag 7    15 Dan zullen we, door ons aan de waarheid te houden en elkaar lief te hebben, samen volledig toe groeien naar  hem die het hoofd is: Christus. 16 Vanuit dat hoofd krijgt het lichaam samenhang, en wordt het ondersteund en bijeengehouden door alle gewrichtsbanden. Ieder deel draagt naar vermogen bij tot de groei van het lichaam, dat zo zichzelf opbouwt door de liefde.

Liefde

Lezen:   1 Kor. 13:4-7

Paulus komt in zijn brief aan de gemeente te Korinthe, na een hoofdstuk over de veelheid en verscheidenheid van gaven van de Geest in de gemeente, uit bij een gave waarvan het belang dat van al die andere gaven overtreft, de liefde. Die gaven is er niet één naast al de andere. Het is de gave waarin allen mogen delen en die voorwaarde is voor het effect van alle andere gaven en talenten. Bij die gave komt Paulus ook uit in Ef. 4:16. Daar gaat het om de onderlinge liefde, in de eerste plaats in de zin van het inzetten van talenten en het dankbaar erkennen en honoreren van elkaars talenten.

Vraag: Welke bijzondere talenten hoop je dat de NGK en de GKV in de eenmaal verenigde kerk bij elkaar opmerken en te honoreren?

 

 

Een kerk die kan: Boven – Binnen – Buiten en Bewegen rond de Bron

We leven alweer bijna een maand in twintig-twintig. Alles gaat weer zo z’n gangetje. De politiek maakt zich druk over een algeheel of beperkt vuurwerkverbod aan het eind van dit jaar. Drie kleine gereformeerde houden hun landelijke vergaderingen (CGK, GKV, NGK). Maar waar houden plaatselijke kerken zich mee bezig? En hoe doen ze dat?

Een kerk die kanIk kwam afgelopen week opnieuw de twee bekende uitdrukkingen uit de titel van deze blog tegen. Dat was in het boek ‘Een kerk die kan’. Daarin  beschrijven Rudolf Setz en Marten van der Meulen hoe Assen Zoekt is ontstaan en vanuit welke visie ze werken.  Assen Zoekt is bij ons in Assen het missionaire zusje dat officieel bij de Christelijke Gereformeerde  Kerk hoort en waarvan Gert van den Bos de parttime-voorganger is. In hun boek gebruiken ze ook deze uitdrukkingen  Boven – Binnen – Buiten en Bewegen rond de Bron.

Boven – Binnen – Buiten

Daarover schrijven ze: “De kerk komt in balans als er aandacht is voor de liefde naar God (boven-dimensie), de liefde voor elkaar (binnen-dimensie) en de liefde voor de ander (buiten-dimensie).” Voor Assen Zoekt is dit één van de belangrijkste richtlijnen in hun denken over missionair kerk zijn. Boven – Binnen – Buiten is namelijk een uitwerking van de twee geboden die volgens Jezus de belangrijkste zijn, nl. God liefhebben met heel je hart, heel je ziel, heel je verstand en al je krachten, en je naaste liefhebben als jezelf. “De boven-dimensie is duidelijk: dat is de liefde voor God. De liefde voor de naaste uit dit gebod heeft betrekking op zowel de volgelingen van Jezus (binnen) als op mensen in de hele wereld (buiten).”  Daarbij is liefde het kernwoord, net als in alle relaties. “Ook voor de kerk geldt dat liefde voor God, voor je medegelovigen en voor de wereld zich telkens weer nestelt in mensen in in de gemeenschap.” Belangrijk is ook, dat Boven – Binnen – Buiten met elkaar in balans zijn. “Wij denken dat het verlangen naar God in de aard van de mens is gelegd. Ook dat verlangen naar gemeenschap, en het verlangen naar een leven dat zin heeft en bijdraagt aan een betere wereld is niet iets wat we van een vreemde hebben, maar wat in ons hart is gelegd door God.” (blz. 16-20).

Bewegen rond de Bron

Wat verderop in hun boek beschrijven Rudolf en Marten hoe je op twee manieren kerk kunt zijn, nl. een ‘bounded’ kerk en een ‘centered’ kerk.

Met ‘bounded’ bedoelen ze een kerk die een aantal normen en waarden deelt, waaraan de gelovigen moeten voldoen. Vergelijk het met de manier waarop we in Nederland schapen houden: je neemt een stuk land en zet er een hek om. Zo zien veel traditionele kerken eruit. Om lid te kunnen worden moet je voldoen aan sommige officiële eisen en om er echt bij te horen moet je voldoen aan veel onuitgesproken verwachtingen.

Schapen waterMet ‘centrered’ bedoelen ze een kerk die weinig grenzen stelt, maar wel heel duidelijk de bron van het christelijk geloof centraal stelt: Jezus Zelf en de waarden die Hij o.a. in de Bergrede noemt. Vergelijk het met de manier waarop men in Australië schapen houdt: je laat ze vrij rondlopen, maar zorgt voor een bron met schoon water waar het vee uit kan drinken. Zo zien veel missionaire kerken eruit.  Men vertrouwt erop dat het evangelie zo kostbaar is dat mensen daar wel in de buurt willen blijven. Zolang ze zich bewegen naar de bron, hoef je je minder zorgen te maken over de grenzen. En als je echt aandacht blijft besteden aan de bron, blijf je ook scherp op wat niet past bij de christelijke kerk en het Koninkrijk zoals Jezus dat voor ogen heeft. (blz 128-131).

Heel kort gaan Rudolf en Marten ook in op de combinatie Boven-Binnen-Buiten en Bewegen rond de Bron. Ze schrijven namelijk: “Naar de bron van het evangelie kun je je op verschillende manieren toe bewegen. Alle manieren hebben hun eigen waarde.” (blz. 130) Sommige mensen zijn erg op ‘boven’ gericht, anderen meer op ‘binnen’, terwijl  weer anderen een hart voor ‘buiten’ hebben. Maar je kunt niet zeggen, dat iemand die zich veel met bijbelstudie bezighoudt en elke zondag twee keer naar de kerk gaat (‘boven’) dichter bij de bron staat dan iemand die praktische taken in de kerk op zich neemt of gewoon even aandacht besteed aan een ander kerklid  (‘binnen’), of dan iemand die vooral op z’n werk of de sportclub of in de wijk bekend staat als een betrouwbaar, eerlijk, vriendelijk iemand omdat hij of zij zonder al te veel woorden door gedrag en houding iets van Jezus uitstraalt (‘buiten’).

Wat kunnen we hier mee?

Alles wat ik hierboven nu geschreven heb, zette me aan het denken. Hoe functioneren deze dingen in onze gemeente? En wat kunnen we hier verder nog mee doen?

Als het om Boven – Binnen – Buiten gaat lijkt het mij belangrijk dat we het bij elkaar waarderen wanneer iemand zich inzet op één van die drie gebieden. We hoeven niet allemaal hetzelfde te doen uit liefde voor God en onze naaste. Ik denk altijd maar zo: in de eerste gemeente van Jeruzalem was men vooral op ‘boven’ en op ‘binnen’ gericht, maar dat bleef ‘buiten’ niet onopgemerkt, dus met woord en daad gingen ze ook getuigend de eigen omgeving en daarna de wijde wereld in. Maar niet iedereen deed hetzelfde. Maar iedereen deed wel iets, vooral passend bij de eigen gaven en soms ook omdat men zich geroepen wist door Jezus, de grote Opdrachtgever.

Net zo belangrijk lijkt het mij dat we met elkaar wel steeds weer blijven Bewegen rond de Bron. Dan hoeven God en Jezus niet altijd met zoveel woorden ter sprake te komen – als iedereen zich steeds maar weer laat motiveren en inspireren door Vader in de hemel en Jezus, onze  Redder, Heer en Vriend. En dat laatste, dat vraagt wel om goede voornemens, die we samen uitspreken en waar we ook samen voor willen gaan. Niet 1x per jaar, maar telkens weer.

En nu concreet!

Daar mag ieder zelf over nadenken.

  • In welke richting beweeg ik mij? Hoe vaak verlang ik naar Jezus en is Hij mijn Bron?
  • Op welk gebied van ‘boven – binnen – buiten’ wil ik graag als christen actief zijn? Waar roept God mij toe op?

Een paar vraagtekens bij het boek

Als eerste: het schema ‘Boven-Binnen-Buiten’ wordt door de schrijvers volgens mij wel wat eenzijdig ingevuld. ‘Boven’ lijkt beperkt te worden tot zingen en bidden en bijbellezen (blz. 21 + blz. 130)). ‘Binnen’ komt maar weinig aan bod en beperkt zich, zo kun je de indruk krijgen, uit de ontmoeting en het samen eten (blz. 21) en wordt soms zelfs helemaal overgeslagen (blz. 130). Alle accent lijkt te liggen op ‘Buiten’: als bijbelstudiegroep moet je je ook inzetten voor mensen in de buurt (blz. 21) en je kunt ook zonder dat je in de Bijbel lees of naar de kerk gaat of dagelijks bidt naar buiten toe een herkenbare christen in de praktijk zijn (blz. 130). Het is niet voor niets dat de ondertitel van dit boek ‘Zoek de bloei van je buurt’ is.

Als tweede: het voorbeeld van een afgebakend terrein met hekken erom heen in Nederland voor de schapen als oude en minder goede vorm van kerk-zijn en het voorbeeld van de bron waar schapen in Australië altijd weer naar terug gaan vind ik best een aantal goede elementen hebben. Maar het is volgens mij op één, belangrijk punt, geen goed voorbeeld. Schapen hebben altijd dorst naar water, dus ze komen altijd vanzelf weer terug naar de bron. Mensen hebben uit zichzelf geen dorst naar God en Jezus, dus komen ze niet uit zichzelf naar telkens weer naar de bron van levend water toe. Ooit zei een vrijgemaakte dominee: ‘Diep van binnen is ieder mens een verloren God-zoeker.’ Dat geloof ik niet. Diep van binnen zijn we zo erg van God vervreemd, dat Jezus door zijn Heilige Geest mensen moet laten ontdekken dat ze voor hun innerlijke dorst echt Hem nodig hebben.

Als derde: ik snap de insteek van Assen Zoekt en dus ook van het boek ‘Een kerk die kan’. Sterker nog: de kracht ligt in de open houding naar ieder mens die op zoek is naar persoonlijke aandacht en antwoorden op levensvragen en in de open houding naar het zoeken van welke vorm dan ook om belangstellenden te bereiken en te betrekken bij de kerk als ‘alternatieve familie’, zoals de schrijvers het zelf noemen. Volgens mij levert dat twee grote uitdagingen op. A) Pas op voor de valkuil om je vooral te richten op de randen van maatschappij, want dat is een relatief makkelijke doelgroep. Probeer ook de ‘gewone’ burger van een stad of dorp te bereiken, ook al is dat veel moeilijker en vaak een kwestie van lange adem. B) Heb je als nieuwe missionaire gemeente ook nagedacht over de vraag hoe je over 20 jaar samen kerk bent? De kans is groot dat je dan een gevestigde gemeente bent met grotendeels dezelfde vragen en uitdagingen als traditionele kerken nu. Niet alleen voor gevestigde kerken, maar ook voor vernieuwende kerken zoals Assen Zoekt geldt, dat je jezelf telkens weer moet vernieuwen. En ook geldt voor beiden, dat dat, als je wat langer bestaat, best lastig is. Maar met het missionaire in de genen zal het wel lukken, denk ik. Als Assen Zoekt in 2055 haar gouden jubileum viert en haar manier van kerk-zijn wat voorspelbare geworden is, heeft ze vast en zeker al op meerdere plekken een ‘Assen Zoekt Verder’-gemeenschap  gestart, die allemaal weer op een eigentijdse manier kerk in de buurt willen zijn.