Welke G/geest is er uit de fles? – enkele gedachten bij de diskussie over vrouw & ambt

Rond het millennium, zo’n 15 jaar geleden, hoefde je geen profeet te zijn om aan te voelen dat er in het orthodox- bijbelgetrouwe deel van Nederland de komende 25 jaar de items ‘vrouwen en ambten’ en ‘homoseksualiteit’ de twee meest gevoelige onderwerpen zouden worden, waarop we ons als kerken en christenen flink zouden moeten gaan bezinnen. Tenminste, ik voelde me 15 jaar geleden, vlak voor we het jaar 2000 instapten, geen profeet toen ik dit zo hier en daar liet vallen.

DEPUTATEN M/V IN DE KERK

Inmiddels zijn we 15 jaar verder en is binnen de GKV het onderwerp ‘vrouwen en ambten’ een hot item. Drie jaar geleden benoemde de Generale Synode van Harderwijk een deputaatschap M/V in de kerk met de opdracht na te gaan of het op grond van de Schrift geoorloofd is om naast broeders ook zusters in het ambt van diaken en/of ouderling + predikant te benoemen. Het deputaatschap schreef een kort rapport met als conclusie: “de visie dat naast mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen past binnen de bandbreedte van wat als schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld.” (blz. 33 van hun rapport). Ze doen dit omdat ze van mening zijn, dat in elke cultuur de hoofdzaak voor de kerk van Christus is en blijft: de verspreiding van het evangelie. “Voor ons als 21e eeuwse bijbellezers zijn niet alleen de voorschriften van Paulus richtinggevend, maar ook de manier waarop Paulus met zijn context omging, en de gerichtheid op het volgen van Christus.”(blz. 21 van hun rapport). Dat betekent konkreet: “Christenen in onze tijd zijn geroepen om het evangelie met kracht te verkondigen en onnodige belemmeringen moeten vermeden worden.” (blz. 32 van hun rapport).

EN TOEN GING HET OPEENS OM DE VISIE OP HET AMBT

Tsja, je kon er natuurlijk op wachten, op al die stevige reakties ter linker- en ter rechterzijde. Het lijkt wel, alsof het op de landelijke synode van de GKV bijna nergens anders meer over gaat. De geest is duidelijk uit de fles. En die zal er ook niet in terug geduwd kunnen worden. In de diskussie zie je nu, dat de vraag of vrouwen ook ouderling of predikant mogen worden, verschuift naar de vraag hoe we in de gereformeerde traditie omgaan met de ambten. Met als teneur: onze driedeling (predikant, ouderling, diaken) is wel heel erg star als je het vergelijkt met de vele gaven, funkties en ambten in het Nieuwe Testament. En met als tweede teneur: als we dan toch vinden dat het regeerambt alleen voor mannen is weggelegd, laten we dan een kleine raad van oudsten (alleen mannen) instellen en daaronder alle verkondigende, evangeliserende, pastorale en diakonale taken hangen, die allemaal door mannen en vrouwen uitgevoerd mogen worden.

Dat vind ik een afleidingsmanoeuvre in de discussie over de vraag of de vrouw in het ambt mag, en een geforceerde oplossing om het gezag van de man over de vrouw formeel veilig te stellen. Mijn nieuwe profetie is dat we op deze manier over drie of zes of negen jaar geen stap verder zijn gekomen. Het wordt, via een andere insteek, gewoon een herhaling van zetten.

VANDAAG DE DAG: EEN TOTAAL ANDERE TIJD

Laten we eerlijk erkennen dat onze cultuur op veel punten totaal anders is geworden dan Romeins-Griekse-Joodse cultuur van 2000 jaar geleden. Soms past onze tijd gewoon op geen enkele manier meer in de kaders van toen. En dus geef ik deputaten helemaal gelijk als ze zeggen, dat we naast exegese (Schriftuitleg – wat zegt Paulus in die context) ook hermeneutiek (Schrifttoepassing – hoe gaat Paulus met zijn context om) nodig hebben. En daarna moet je de vertaalslag naar vandaag durven maken.

Dat laatste vind ik een zo spannende exercitie, dat ik haast vanzelf in de conservatieve houding verval. Het is veel veiliger om bijbelse voorschriften één op één over te zetten naar vandaag toe. Maar daarmee sluit ik niet alleen mijn ogen voor deze tijd, maar sluit ik ook de kerk van Christus op in de verleden tijd en in een eigen subcultuur. En dat noem ik dan ‘opkomen voor het gezag van Gods Woord tegenover de geest van deze tijd’, maar in feite durf ik niet op de Geest te vertrouwen. En dat komt waarschijnlijk omdat we niet genoeg geloof hebben én te weinig bidden om wijsheid.

DE INHOUD VAN HET EVANGELIE

Na deze persoonlijk, wat filosofisch-psychologisch-theologische gekleurde ontboezeming denk ik vooral na over de vraag: wat hoort tot de vormen van het Evangelie van Jezus Christus en wat behoort tot de inhoud? Ik schreef daar al eerder iets over in mijn blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/08/09/de-koffie-en-het-glas-over-winkelen-op-zondag/. Als het gaat om de verkondiging van Jezus Christus als de enige Naam op aarde die de mensen redding biedt (Hand. 4:12), vind ik het belangrijker dat dat Evangelie verkondigd wordt dan de vraag wie dat Evangelie verkondigt. Ik herinner mij een uitspraak van mijn vader, toen 30 jaar geleden in mijn geboorteplaats de toenmalige behoudende synodaal-gereformeerde kerk een vrouwelijke predikant kregen: ‘Ze hebben liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man die in Amsterdam bij Kuitert in de leer geweest is.’ Het was toen vrij gebruikelijk dat sommige vrouwen aan de Theologisch Universiteit van de CGK studeerden om daarna bijbelgetrouw predikant te worden in de voorlopers van de PKN. En dat was, als je het principeel bekeek, zoals mijn vader zei, uit twee kwaden toch duidelijk de minst slechte kiezen. Beter een Truus op de kansel die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt.

Ik vond dat een terechte opmerking van mijn vader. En ik heb lange tijd gedacht: als noodsituatie is het niet verkeerd. In noodsituaties kwamen ook Debora en Chulda bovendrijven. Maar nu ben ik van mening, dat we het niet over een noodsituatie hebben. Het gaat niet om twee kwaden. Het gaat om vorm en inhoud.

DE POPPETJES EN DE INHOUD

Er worden verschillende argumenten aangedragen die voor of tegen vrouwen in het ambt van ouderling en predikant pleiten. Het zou geweldig zijn als we het erover eens kunnen worden, dat geen van beide standpunten onschriftuurlijk is. Die gezamenlijkheid is namelijk een voornaam kenmerk van de Geest. Als dat vertrouwen er is, kunnen we ook van elkaar verdragen, dat we in deze tijd een verwijzing naar de schepping minder zwaar laten wegen dan de impact die het in onze samenleving heeft op de voortgang en de acceptatie van het Evangelie om geen vrouwen toe te laten tot de ambten.

GODS GEEST SCHRIJFT WEGEN EN DOET WEGEN

Ik weet dan al wat de critici zullen zeggen: dan pas je je aan de moderne tijd en laat je de huidige cultuur heersen over het Schriftgezag. Daarmee is de geest uit de fles. Ik denk daar nu anders over. De poppetjes horen in onze westerse cultuur niet meer bij de inhoud. Ook voor ons niet, op geen enkel terrein. Behalve in de kerk. Dat werkt vervreemdend en werpt onnodige barrières op. Daarom heb ik geen bezwaar tegen een predikant m/v – als hij of zij Christus maar publiek verkondigt. En ik heb geen bezwaar tegen een ouderling m/v – als hij of zij Christus maar bij de mensen thuisbrengt. Jezus Christus, onze gekruisigde en opgestane Heer, Hij is de inhoud van ons geloof. Die inhoud moeten we vasthouden, bewaren en uitdragen. Als we elkaar daarop vinden, is in heel de discussie over ‘vrouw en ambt’ de Geest uit de fles. Hem hebben we nodig. Want alleen de Geest leidt ons in Gods waarheid. Alleen de Geest wijst ons op grond van Gods Woord Gods wegen aan in deze tijd. En alleen de Geest geeft wijsheid om vanuit Gods Woord te wegen wat onze Heer daarmee vandaag tegen ons wil zeggen.

Lees ook mijn twee volgende blogs: Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt en Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt.

Cremeren – ja of nee

Vandaag laat de meerderheid van de Nederlanders zich cremeren in plaats van begraven. Dat is een ontwikkeling die razendsnel gegaan is. In 1950 liet nog maar 2% van de Nederlanders zich cremeren. In 1970 was dat aantal gestegen naar 15%. Daarna ging het hard. In de jaren ’90 van de vorige eeuw kwam het omslagpunt en vandaag de dag laat bijna 2/3 van de Nederlanders zich cremeren. Je komt het dus overal tegen, zou je zeggen. Toch is dat niet waar. Want onder gereformeerden komt crematie bijna niet voor. Ik heb zelf in de afgelopen 22 jaar dat ik dominee ben nog nooit een crematieplechtigheid geleid. En ik ken gemeenteleden van boven de 60 die nog nooit een crematie hebben bijgewoond. Blijkbaar kiezen bijna alle niet-christenen voor cremeren, terwijl orthodoxe christenen voor meer dan 90% de voorkeur aan begraven geven. Als dat zo is, hoe ga je dan met cremeren om? Persoonlijk als christen en ook als gereformeerde kerk?

GEEN MEDEWERKING AAN EEN CREMATIE?

In januari 2014 heb ik over ‘begraven en cremeren’ gepreekt (zie Zondag 16 HC 2014 – crematie preek en liturgie). Twee maand later schreef dominee Martin de Boer in de Gereformeerde Kerkbode van 8 maart 2014 hier ook over. Hij vindt dat je vanuit de Gereformeerde Kerk geen medewerking mag geven aan een crematie van gemeenteleden. “Het past ambtdragers van Christus’ gemeente niet om … zich officieel te presenteren bij een crematie.” (zie www.kerkbode.nl – waar na een paar maanden de artikelen digitaal na te lezen zijn). Dominee De Boer komt tot dit standpunt omdat volgens hem overduidelijk is, dat begraven de normale manier van lijkbezorging is in de Bijbel. Cremeren in de vorm van lijkverbranding komt in de Bijbel maar één keer voor vanwege een pestepidemie (Amos 6:10) en het is een schande als de lichamen van gestorven mensen verbrand in plaats van begraven worden. Bovendien belijden we in onze Apostolische Geloofsbelijdenis dat onze Heer Jezus Christus is gestorven én begraven én is opgestaan uit de dood. In 1 Korintiërs 15 verbindt Paulus de begrafenis en de opstanding van Christus aan die van ons. Hij gebruikt daarbij het beeld van het zaaien. Begraven is zaaien. Straks volgt de opstanding en komt het lichaam verheerlijkt weer tevoorschijn. Net als bij Christus.

BEGRAVEN IS BIJBELS!

Als het om de keus vóór begraven gaat, kijk ik er net zo tegen aan als dominee De Boer. Het begraven van geliefden is een prachtige symbolische handeling, waardoor je als christen een hoopvol getui­genis aflegt van je christelijk geloof – vooral van het geloof, dat het met de dood niet is afgelopen, maar dat het wachten is op de opstanding van de doden. Bij een crematie mis je voor het grootste deel de bijbelse symboliek van de graankorrel die je zaait en de weer opkomt en uitgroeit tot iets prachtigs. Zo is voor mij in elk geval begraven niet alleen maar een bijbelse gewoonte, maar ook een zaak van een positieve, christelijke levensstijl: ik geloof, ook als de dood zo dichtbij komt, in de opstanding van dit gestorven lichaam.

NIET DEMONSTRATIEF TEGEN CREMEREN

Maar ik ben het niet eens met het standpunt, dat je als Gereformeerde Kerk op geen enkele wijze kunt meewerken met een crematie, zoals dominee De Boer stelt. Of (wat hij niet zegt, maar wat ik ook nog wel eens hoor), dat wie als christen voor crematie kiest, zondigt, en dat wie als christen een crematieplechtigheid bijwoont, zondig gedrag stilzwijgend goedkeurt. We leven namelijk in een andere tijd dan een eeuw geleden. Veel mensen die toen voor cremeren kozen, deden dat vaak bewust om aan te geven dat ze niet geloofden in een leven na dit leven. Dus keerden bijna alle christenen en alle kerken zich tegen crematie.

Die tijd is voorbij. Dat afzetten tegen het christelijk geloof kom je bij de meeste crematies niet meer tegen. In z’n algemeenheid is het wel waar wat prof. Douma op blz. 159 van zijn boek Rondom de dood schrijft: “Crem­atie is een symptoom van onze gesecu­lariseerde wereld. We kunnen de groei­ende voorkeur voor creme­ren niet los­denken van heel de moderne levens- en wereldop­vatting, zelfs als men crema­tie ‘slechts’ verdedigt als de gezond­ste, goed­koopste, vlugste en netste manier van lijkbezorging.” Maar dat wil nog niet zeggen, dat iemand die zich laat cremeren, dat uit anti-christelijke motieven doet. Dus moet je als christenen ook niet meer principieel afwijzend tegenover elke crematie staan en als gereformeerde kerk daar zó demonstratief op tegen zijn, dat je elke medewerking aan een crematie weigert.

ZELF POSITIEF KIEZEN VOOR BEGRAVEN

In onze tijd zijn er gewoon twee opties: begraven of cremeren. Je kunt nu dus kiezen, ook als christen. Het mooie daarvan is, dat je niet meer ergens op tegen hoeft te zijn. Je kunt nu heel goed duidelijk maken, waarom je zelf vol overtuiging ergens vóór bent. Ik geloof echt, dat dat een veel positievere insteek is. Vanuit de Bijbel kan ik heel goed duidelijk maken, waarom ik als christen zelf vanuit mijn geloofsover­tuiging ervoor kies om straks begraven te willen worden. Die optie wordt volgens mij in de Bijbel zo duidelijk aangewezen, dat he best mag zeggen dat het ook vandaag voor een christen nog echt de voorkeur verdient boven cremeren. Maar zonder elkaar te veroordelen of af te schrijven als iemand toch voor crematie kiest.

Want van je eigen gedrag gaat het meest een getuigenis uit. Daar raakte ik ruim 20 jaar geleden van overtuigd, toen ik mij voor het eerst in dit onderwerp moest verdiepen. De kerkeraad van de GKV van Zaamslag, waar ik toen dominee was, wou zich alvast bezinnen op dit onderwerp, omdat het omslagpunt van begraven naar cremeren toen net bereikt was. Ik kwam toen het volgende stukje tegen in het landelijke kerkblad van de Gereformeerde Gemeente.

Vanuit dit alles mag het duidelijk zijn, dat we ons verre moe­ten houden van het crematorium. Als een predikant meent dat hij aan­wezig moet zijn bij een crematie om daar het Evangelie te laten horen, dan bedriegt hij zichzelf. Zijn boodschap wordt ont­kracht. Hij hoort daar niet. En dat geldt ons allemaal. Wij mogen door onze tegenwoor­digheid geen deel hebben aan dit heidense gebruik. Wie zwijgt stemt immers toe? Gezien onze belijdenis is het ons onmoge­lijk om een crematie bij te wonen of op eni­gerlei wijze onze medewerking hieraan te geven. Kost het ons vriendschap of klandizie, het zij zo. De gunst des Heeren moet ons meer waard zijn dan de gunst van men­sen.

Ik heb daar toen in het regionale kerkblad van het Zuiden daar als volgt op gereageerd.

Wat voor indruk maken wij als gelovi­gen op mensen, als wij op het allerzwaarste moment van afscheid nemen niet naast hen willen staan? (…) Daar komt nog een belangrijk aspekt bij. Hóe leggen wij als we sterven een christe­lijk getuige­nis af van ons geloof in de opstanding? Door onze eigen begrafenis! Níet door on­ze af­wezigheid op de crematie van onze collega of buur­man. Integendeel: wie goed doet, zal goed ontmoeten. Als wij als christenen óns meele­ven be­to­nen, ook door op een crematie aan­wezig te zijn, zullen zij ook hun mee­leven beto­nen, door op de begrafe­nis van ónze ge­liefden aan­wezig te zijn. Dan mag je hopen en bid­den, dat door het christe­lijk karak­ter van zo’n  be­grafenis er een getuigenis uit­gaat van het geloof waarin wij leven en ster­ven.

Uiteindelijk is dat het belangrijkste. Geloof je dat niet de dood, maar Jezus Christus het laatste woord heeft? Hoe laat je dat merken als je zelf in diepe rouw bent? En hoe laat je dat merken als je met anderen meeleeft?

P.S.: in de preek n.a.v. Zondag 16 ga ik dieper in op de Bijbelteksten over dit onderwerp en de conclusies die je daar verder uit kunt trekken. Zie Zondag 16 HC 2014 – crematie preek en liturgie

‘TE VROEG OF TE LAAT, MAAR NIET DUBBEL’

– over één doop tot vergeving van zonden –

“Eén van de ongelukkigste kerkscheidingen heeft te maken met de doop.” Dat is de zin waarmee de Amerikaanse theoloog J.I. Packer in zijn boek Groeien in Christus  het onderwerp ‘De doop en kleine kinderen’ behandelt (blz. 112-114). Een half jaar geleden gaf ik op mijn weblog  weer, wat Packer over het verband tussen doop en belijdenis schreef. Voor wie het nog eens lezen wil: https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/10/23/waarom-zou-ik-belijdenis-doen/

Op die blog kreeg ik verschillende reakties. Een aantal ging over de vraag over waarom sommige christenen de kinderdoop niet erkennen en daarom die doop vaak zelfs nog een keer over doen. Wat Packer daarover zegt vind ik zo waardevol, dat ik het (iets ingekort en deels in eigen woorden) hier weergeef, met tussen vierkante haken soms wat aanvullende opmerkingen en aan het van deze blog nog wat eigen gedachten.

WEL OF GEEN KINDEREN DOPEN?

Niemand zal beweren dat alle kinderen gedoopt moeten worden, maar in de meeste kerkgenootschappen worden kinderen van gedoopte ouders [in de meeste gereformeerde kerken: die zelf belijdenis van hun geloof hebben afgelegd] gedoopt. Voor de baptisten is dit echter geen doop (want kleine kinderen kunnen immers de vereiste geloofsbelijdenis niet uitspreken) of zij zien het als een onrechtmatige doop (want, zo zeggen zij, het is niet duidelijk apostolisch en ook pastoraal gezien niet verstandig). Door alle baptisten wordt erop aangedrongen de doop uit te stellen totdat er sprake is van bewust geloof. Anderzijds hebben sommigen uit de verbondstheologie afgeleid, dat God heeft bevolen dat de baby’s van gelovigen allemaal gedoopt moeten worden. Velen zijn van mening dat, hoewel de kinderdoop door de kerk zelf is ingesteld, deze toch een betere theologische, historische en pastorale grond heeft dan wat de baptisten willen. Dus moet men volgens hen de kinderdoop waarderen als ‘beter passend bij de instelling van Christus’. [In veel gereformeerde kerken stemmen de ouders in met de uitspraak dat een kind van gelovige ouders ‘in Christus voor God heilig is en daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn’.]

VOOR KINDERDOOP – MAAR GEEN GODDELIJK BEVEL

De besnijdenis van de jongetjes onder het oude verbond op Gods bevel (in Gen. 17:9-14), gekoppeld aan Paulus’ verzekering (in 1 Kor. 7:14) dat onder het nieuwe verbond de kinderen van de gelovigen samen met de ouders ‘geheiligd’ (toegewijd aan God en aangenomen door Hem) zijn, geeft vele bijbelgetrouwe christenen de overtuiging dat de kinderdoop juist is. Als de ouder-en-kind-saamhorigheid onder Gods verbond een onveranderlijk feit is, waarop Gods vroegere bevel van de besnijdenis (het toenmalige verbondsteken voor jongetjes) was gebaseerd, hoe kan men dan nu de doop (het teken van het nieuwe verbond) aan kinderen onthouden?

Bovendien is het wel bijna zeker dat de apostelen de kinderdoop praktiseerden. De ‘huizen’ (dat wil zeggen huishoudingen met uitgebreide gezinnen) van Lydia, van de gevangenisbewaarder in Filippi en van Stefanas werden gedoopt (Hand. 16:15, 16:33 en 1 Kor. 1:16). Het is moeilijk te geloven dat Lukas en Paulus ‘huis’ gezegd zouden hebben zonder verdere aanduiding, als ze ons hadden willen doen begrijpen dat baby’s principieel van de doop uitgesloten waren.

Hierdoor is de kinderdoop van tegenwoordig zeker gerechtvaardigd. Toch moet ook worden toegegeven, dat nergens in de Schrift staat, dat het dopen van kinderen een goddelijk bevel is.  We mogen ervan uitgaan, dat de goddelijke Auteur, die de menselijke schrijvers bestuurde, dat ook niet heeft willen doen.

TEGEN KINDERDOOP – MAAR NIET DOORSLAGGEVEND

Tegelijkertijd kunnen ook de argumenten tegen de kinderdoop niet doorslaggevend genoemd worden. 

*1* Er wordt beweerd dat het belijden van het geloof deel uitmaakt van de doop. Maar het Nieuwe Testament zegt dit nergens; het is een aanvechtbare gevolgtrekking uit feit dat in het Nieuwe Testament, maar ook later, volwassenen nooit werden gedoopt zonder zo’n belijdenis te hebben afgelegd. 

*2* Er wordt als argument aangevoerd, dat van gedoopte kinderen nooit geëist kan worden dat ze belijdenis van hun geloof zullen doen. Maar gelovige ouders die hun kinderen lieten dopen, wijzen hun kinderen op de noodzaak van persoonlijke bekering en op persoonlijk geloof; zij sporen ze aan om zelf en oprecht hun zonden en geloof te belijden als ze daar oud genoeg voor zijn. Om als volwassene een volwaardig lid van de kerk te kunnen worden, staat de persoonlijke belijdenis centraal. Met andere woorden, de kinderdoop eist bekering van de volwassene die als kind gedoopt is.  

*3* Er wordt beweerd dat de kinderdoop de leer van de veronderstelde wedergeboorte en verlossing zonder geloof aanmoedigt. De baptisten schudden hun hoofd als ze bij de doop horen hoe dit kind door zijn doop een lid van Christus en een kind van God en mede-erfgenaam van het Koninkrijk der hemelen is geworden. Maar hiermee wordt alleen maar gezegd, dat God van zijn kant deze geestelijke zegeningen en voorrechten ook aan de kinderen van de gelovigen belooft. Willen ze ooit werkelijk ontvangen worden, dan moeten ze eerst bevestigd worden door het geloof in Christus. Zoals een Anglicaanse aartsbisschop lang geleden schreef: ‘Ik heb er alleen profijt en voordeel van als ik begrijp welk geschenk God in de doop voor mij heeft verzegeld en als ik er inderdaad mijn hand op leg in het geloof.’

VOOR DE EEN TE VROEG – VOOR DE ANDER TE LAAT …

De baptisten dragen kinderen op (een ‘droge doop’ in de ogen van de kinderdopers) en dopen later met water. Protestanten, gereformeerden en katholieken dopen de kinderen die later belijdenis van hun geloof afleggen (een ‘droge doop’ in de ogen van de baptisten). Het zou niet moeilijk moeten zijn voor kinderdopers en voor volwassendopers om in wederzijds respect elkaar hierin te vinden, want bijbels en pastoraal gezien zijn beide praktijken (Gode zij dank) parallel van betekenis.

…DUS WAAROM DAN TOCH DUBBEL?

Met bovenstaande zinnen eindigt Packer zijn hoofdstuk. Het zou mij heel wat waard zijn, als evangelischen/baptisten en gereformeerden in elk geval van elkaar zouden accepteren, dat we het bij één doop houden. De eenheid die de Geest ons geeft bestaat ook uit één doop, zegt Paulus in Efeziërs 4:5 en dat spreken christenen wereldwijd ook uit met de geloofsbelijdenis van Nicea: ‘Wij belijden één doop tot vergeving van zonden.’ Dan kun je van elkaar vinden dat de doop te vroeg of te laat bediend wordt, maar een dubbele doop, dat kan en mag bijbels gezien niet.

Helaas is mijn optimisme dat we elkaar in één doop kunnen vinden, er in de ruim 30 jaar dat ik predikant ben, niet groter op geworden. Alle ‘kinderdopers’ (om de term van Packer te gebruiken) hebben geen moeite met de volwassendoop. Ze dopen immers zelf ook volwassenen die op latere leeftijd tot geloof komen. Vaak kunnen ze zelfs wel accepteren dat andere christenen hun kinderen de keus laten om zich pas bij hun geloofsbelijdenis als volwassene te laten dopen. Dat is dan weliswaar ‘te laat’, omdat je God zo’n twintig jaar laat wachten voor Hij zijn beloften, die Hij zo graag aan de gelovigen én hun kinderen wil geven, op iemand mag zetten. Maar uiteindelijk komen Gods keus voor mij (in de doop) en mijn keus voor God (in mijn belijdenis) bij elkaar.

PACKER TE OPTIMISTISCH

Maar Packer is te optimistisch als hij denkt dat baptisten zich omgekeerd ook in de praktijk van de kinderdoop kunnen vinden, ook al passen ze die niet toe in hun eigen gemeente. Want veel baptisten zien de doop niet, zoals Packer wel doet, als teken van Gods beloften die een leven lang gelden en meegaan. Ze vinden echt dat “de doop een teken van jouw antwoord op Gods aanbod van vergeving van zonden en eeuwig leven. Dáárvan leg je getuigenis af in de doop.” (citaat uit het boek ‘Dopen en laten dopen’ van E.W. van der Poll, p. 130)

Ja, dan wordt het natuurlijk onmogelijk om de kinderdoop als een echte doop te aanvaarden, ook al vind je dat die twintig jaar ‘te vroeg’ plaatsvond, omdat het beter is om Gods beloften en de gelovige aanvaarding daarvan dichter op elkaar te laten aansluiten. Want de doop ís voor veel baptisten niet God tastbare belofte aan jou. En dus is de kinderdoop, met alle respect voor de bedoeling van de gelovige ouders, geen echte doop, maar een jammerlijke dwaling, zoals een baptistenvoorganger mij eens vertelde.

WAT GOD BELOOFT VRAAGT OM GELOOF

Dat laatste vind ik ook, maar dan juist omgekeerd. Als God zijn stempel al op mijn leven gezet heeft, hoef ik bij mijn belijdenis God niet nog een keer te laten uitspreken dat Hij mij werkelijk op zijn Drie-Enige Naam zet. Natuurlijk vraagt de doop om persoonlijk geloof. Of je nu als volwassene of als kind gedoopt wordt. Maar in de kern van de zaak gaat het om de vraag: waar zet de doop een streep onder? Onder wat God belooft of onder wat jij gelooft? Volgens mij is de Bijbel daar in grote lijnen vrij duidelijk over. De doop is Gods ‘getuigenis’ aan mij: Hij neemt mij dankzij het offer van Jezus Christus weer aan tot zijn kind. En wat Hij beloofd heeft, blijft van kracht, mijn leven lang. Dat hoeft dus nooit opnieuw te gebeuren. Er is maar één doop tot vergeving van zonden. God vraagt niet aan zijn kinderen of ze zich nog een keer willen laten dopen. Hij vraagt of ze hun leven lang erop willen vertrouwen dat Hij hun Vader, Verlosser en Vernieuwer is. De doop vraagt om geloof. Bij je belijdenis. En telkens weer. Voel maar aan je voorhoofd als je als kind gedoopt bent. Herinner je hoe je ondergedompeld of besprenkeld werd toen je als volwassene gedoopt werd. God heeft zijn Naam op jouw leven gezet en jouw naam in zijn handpalm gegrift. Dat zegt je doop!

Over de kinderdoop schreef ik nog een paar blogs:
Wanneer laat je je kind dopen?
Sela over de doop
Kinderdoop normaal – uitstel soms – herdoop nooit

Op weg naar Pasen met U2 – JIJ OOK?

Vrijdag 23 maart – Dag 1

Op weg naar Pasen zeg ik: ”Are we tough enough for ordinary love?” Jij ook?
Ordinary love – single   http://www.youtube.com/watch?v=jGjdZX-pK7s

 

Zaterdag 24 maart – Dag 2

Op weg naar Pasen zeg ik: “I wanna go to the foot of the messiah, to the foot of he who made me see, to the side of a hill where we were still.” Jij ook?
With a shout – October   http://www.youtube.com/watch?v=mYB3x7mtz70

 

Zondag 25 maart – Dag 3

Op weg naar Pasen zeg ik: “Grace, it’s the name for a girl, it’s also a thought that changed the world.” Jij ook?
Grace – All That You Can’t Leave Behind   http://www.youtube.com/watch?v=8Zk26KXSH3g

 

Maandag 26 maart – Dag 4

Op weg naar Pasen zeg ik: “Teach me, I know I’m not a hopeless case.” Jij ook?
Beautiful Day – All That You Can’t Leave Behind   http://www.youtube.com/watch?v=LXrJdOD5syo

 

Dinsdag 27 maart – Dag 5

Op weg naar Pasen zeg ik: “So I try to be like You, try to feel it like You do, but without You it’s no use. I wish You were here.” Jij ook?
Stranger in a strange land – October   http://www.youtube.com/watch?v=H-doD3F8ZEQ

 

Woensdag 28 maart – Dag 6

Op weg naar Pasen zeg ik: “What no man can own, what no man can take – take this heart and make it break.” Jij ook?
YAHWE – How to dismantle an atomic bomb  https://www.youtube.com/watch?v=GkEQS5SJZPU

 

Donderdag 29 maart – Dag 7

Op weg naar Pasen zeg ik: “Only love, only love can leave such a mark, but only love, only love could heal such a scar.” Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=Yi52HjJbwVQ

 

Goede Vrijdag 30 maart – Dag 8

Op weg naar Pasen zeg ik: “You broke the bonds, You loosed the chains, You carried the cross and my shame. You know I believe it.” Jij ook?
I still haven’t found what I’m looking for – The Joshua Tree   http://www.youtube.com/watch?v=O_ISAntOom0

 

Stille Zaterdag 31 maart – Dag 9

Op weg naar Pasen zeg ik: “Wake up, wake up dead man. I know you’re looking out for us, but maybe your hands aren’t free.” Jij ook?
Wake up, dead man – Pop  https://www.youtube.com/watch?v=kiuQ7zIIswY (Nederlandse ondertiteling)

 

Eerste Paasdag 1 april – Dag 10

Met Pasen jubel ik: “Justified till we die, you and I will magnifify The Magnificent!” Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=1boiDzWt6k4

 

Tweede Paasdag 2 april – Dag 11

Na Pasen voel ik me soms net Thomas: “I believe in the Kingdom come, but I still haven’t found what I’m looking for.” Jij ook?
I still haven’t found what I’m looking for – The Joshua Tree   http://www.youtube.com/watch?v=Pb1XXs7e7ac

 

Dinsdag 3 april – Dag 12

Na Pasen weet ik: I was born to sing for You, I didn’t have a choice but to lift You up and sing whatever song You wanted me to. Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=Ghyf1Gp0RdM

GEKOMEN            naar de wereld

GELEEFD               onder ons

GESTORVEN         in onze plaats

Kruis Jezus tekening

GESCHONKEN      echte vrijheid

PAASFEEST:           onze vrijheid, duur betaald!

DANK U JEZUS

De barmhartige Marokkaan

In de dagen na de gemeenteraadsverkiezingen  scanderen sommige Nederlanders ‘Minder! Minder!’ en komen de kerken in Nederland als reactie daarop met de slogan: ‘Wij geloven in meer’. In ons plaatselijk kerkblad De Bouwsteen schreef Jenst Jan Mertens (stagair kerkelijk werk in onze gemeente) op 26 februari 2014 een verhaal over de barmhartige moslima. Wat mij betreft een prima stuk om wat breder onder de aandacht te brengen – met toestemming van Jenst Jan en met hier en daar een kleine wijziging – ik mocht er niet teveel in minderen of er iets wilders van maken.

De barmhartige moslima

JOOST heeft geen gemakkelijke tijd achter de rug. Een ski ongeluk heeft zijn voet verbrijzeld, waardoor hij nu kreupel loopt. Het gevolg: ontslag gekregen van zijn werk, een bijstandsuitkering, een vriendin die er niet mee om kon gaan en een depressie. Dankzij een traject bij het GGZ gaat het nu weer de goede kant op. Joost is net komen wonen in de wijk. Hij heeft een leuk appartementje kunnen huren van Actium aan één van de Akkers. Na een tijdje randlid te zijn gaat hij sinds lange tijd weer eens naar de kerk. Een nieuwe plek, een nieuw begin. Hij heeft zijn attestatie nog niet ingeleverd, die moet nog opgevraagd worden. De dienst was ongeveer zoals hij gewend was. Zingen, bidden, een preek …. Hij heeft nog niet veel zin om met Jan en allemaal te gaan kletsen, dus hij loopt zo snel mogelijk als hij nog kan naar zijn fiets en wil naar huis. Maar hij is nauwelijks onderweg en merkt dat zijn beide banden lek zijn. En alsof dat nog niet genoeg is, begint het ineens donker te worden, en valt de regen met bakken uit de hemel. Daar strompelt Joost. Met zijn fiets aan de hand, geen paraplu of regenjas mee, zijn kraag hoog opgetrokken. Door de gevolgen van de depressie heeft Joost nog weinig energie. En hierdoor komt het dat hij niet verder kan en uit moet rusten onder een boom bij de rotonde van de Smetanalaan en de Europalaan. Kletsnat, niet in staat om verder te gaan. Zich vastklampend aan een boom.

Dan komt er een auto aan. ANNET heeft een drukke dag. Eerst stond ze ingeroosterd voor het welkomcomité om bij de deur te staan, de kerkdienst duurde langer dan verwacht omdat er weer een doopdienst was, en nu moet er snel worden gegeten, want het hele gezin moet ’s middags bij haar moeder in Beilen zijn. Die viert vandaag namelijk haar verjaardag. Bij de rotonde kijkt ze uit gewoonte links en rechts of er ook verkeer aan komt. Ze stopt om voorrang te verlenen aan een auto, en ziet dan een zwerver tegen een boom staan. ”Nee, wacht”, denkt ze, “die man ken ik. Die heb ik voor de dienst nog een hand gegeven.” Binnen een seconde schieten de gedachten door haar hoofd: helpen, de verjaardag van mijn moeder, druk, druk, druk…. “Stomme kerel ook!” denkt ze, “er was toch ook regen voorspeld, en ik wil ook geen vreemde kerel zomaar meenemen!! Laat een ander hem maar oppikken, ik heb er nu geen tijd voor hoor!” Ze drukt het gaspedaal in en laat Joost in de stromende regen staan.

Vlak daarna komt BAS. Bas had vandaag dienst als diaken om de collecte op te halen. Daarom was Bas één van de laatsten die de kerk verliet. Nu scheurt hij naar huis in zijn gloednieuwe tweedehands auto. Hij is er trots op en erg zuinig. Alles is origineel, er zit nog geen krasje op en hij ruikt zelfs nog een beetje nieuw. Dan ziet ook hij Joost staan. Ook hij herkent hem. Joost viel hem op, omdat hij niets in het zakje deed. “Tja, wat moet ik nu met hem. Ik ken die man niet eens, straks is het één of andere zwerver waar ik niet meer van af kom. Ik heb eigenlijk geen zin om mijn auto helemaal nat en smerig te hebben. “ en ook Bas rijdt door.

Even later komen ACHMED & FATIMA er aan gereden. Ze hebben het weekend bij zijn ouders doorgebracht om het suikerfeest te vieren. Fatima wordt met ontferming bewogen op het moment dat ze Joost ziet zitten. Ze sommeert Achmed te stoppen, en samen pikken ze Joost op, helpen hem in de auto en rijden naar hun huis. Daar krijgt Joost wat schone kleding van Achmed, een bak sterke maar warme Turkse koffie, terwijl Achmed terug gaat om Joost zijn fiets op te halen, waarna hij zorgt dat de banden gemaakt worden.

Lucas 10:36-37 ‘Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer?’ (…) 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Het motief om te dienen

Dit stukje staat in het kader van het diakonaat. In de Bijbel is liefde het motief om te dienen. Dit blijkt ook bij de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De eerste en eigenlijke aanleiding voor deze gelijkenis was de vraag van een wetgeleerde hoe je deel kunt krijgen aan het eeuwige leven. Dan noemt Jezus allereerst het liefdegebod. Vervolgens vraagt de wetgeleerde wie zijn naaste is. Er staat “om zich te rechtvaardigen.” De geleerde vond wat hij deed en zichzelf al heel wat. Alle geboden naleven die de wet eiste.

Zou het niet heel prettig zijn als Jezus de term “je naaste” nu zou beperken tot: je eigen gezin, je kring, de gemeente waar je aan toe behoort of het kerkgenootschap waar je lid van bent. Want ja, hebben we daar inderdaad niet onze handen al vol aan? Maar dat doet Jezus niet. Jezus benadrukt dat het liefde motief, geen beperkingen heeft. Alleen liefde voor je eigen omgeving of ‘eigen volk eerst’ is een voorwaarde stellen aan de liefde. Terwijl God zich in de Bijbel heel duidelijk uitstrekt naar heel de wereld (1Tim 2: 1-6).

En wat doe jij? Vind je dat je als christen ook een taak hebt in het dienen van “de wereld”? Of laat je zorg voor buiten de kerkelijke gemeente liever over aan je niet gelovige collega, een gemeentelijke instelling, of andere mensen en organisaties?

JJM

 

Kieviten in de lente – Biddag in de kerk

Kievit KarlaIk word altijd helemaal blij als het voorjaar wordt. Vooral wanneer ik de eerste kieviten weer zie verschijnen. In de maand maart wordt altijd het eerste kievitsei gevonden – het is nog altijd een mooie gewoonte in Friesland, al mag je de  eieren niet meer mee naar huis nemen. Ja, als ik de eerste kieviten zie én op het PVT het lied ‘Lente in Twente’ van Toontje Lager hoor,  krijg ik het voorjaar weer behoorlijk in mijn bol. In de lente roept, als je er oog voor hebt, in feite heel de natuur: ‘Ere zij God!’ Want dan zie je het beste, hoe God de hele aarde weer nieuw maakt en voor heel zijn schepping zorgt.

Biddag sneeuwklokjes 3In onze Gereformeerde Kerken houden we elk jaar aan het begin van de lente een ‘biddag voor gewas en arbeid’. Dat doen we altijd op een doordeweekse dag, namelijk op de tweede woensdag van maart. Ik vind dat een zinvol gebruik. Je laat er als christen mee zien, dat geloven niet alleen iets is voor de zondag, maar dat je er ook op vertrouwt dat God in de gewone dingen van elke dag voor je zorgt.

Psalm 147 roept de mensen enthousiast op: Zing een lied voor onze God – voor Hem die de hemel met wolken bedekt, die de aarde met regen doordrenkt, die het gras op de bergen laat groeien, die voedsel geeft aan de dieren, aan de roepende jongen van de raaf.  Op die God kun je aan, dus staat er meteen bij:  vreugde vindt de HEER in wie Hem eren en in wie hopen op zijn liefde en trouw.

Biddag narcissen 3Ook Jezus Zelf roept de mensen op om zich geen zorgen te maken maar op God te vertrouwen. In Lukas 12 zegt Hij: Kijk naar de raven: ze zaaien niet en oogsten niet, ze hebben geen voorraadkamer en geen schuur, het is God die ze voedt. En meteen daarna: Kijk naar de lelies, kijk hoe ze groeien. Ze werken  niet en weven niet, maar God bekleed hen met zoveel zorg dat ze mooier zijn dan Salomo in al zijn prachtige kleren. En Jezus trekt de konklusie: Maak je geen zorgen over jezelf en over wat je zult eten, noch over je lichaam en over wat je zult aantrekken. Jullie hemelse Vader weet wel dat jullie dat alles nodig hebben. Zoek liever zijn koninkrijk, en die ander dingen zullen je erbij gegeven worden.

Biddag tulpen 2

Foto: Mieke Croos, via Wikimedia Commons

De dichter van Psalm 147 en Jezus in Lukas 12 verwijzen naar de natuur en vooral naar de lente om het geloof in God erin te houden. Zoals Hij voor zijn schepping zorgt, zo zorgt Hij ook voor jou. En als je dan zelf dat vertrouwen niet op kunt brengen en je maakt je zorgen over wat het komende jaar brengen zal als het om werk en inkomen gaat of om je gezondheid – kijk dan eens om je heen nu het lente wordt. In Israel had je de lelies op het veld. Maar ook in Nederland zie je als het lente wordt aan alle kanten de bloemen weer opschieten. Eerst de prachtige sneeuwklokjes – voorboden van een nieuw seizoen. Daarna de kleurige krokusjes die soms hele grasvelden bedekken. Vervolgens de narcissen die trots staan te pronken. En tenslotte komen daar de tulpen – de trotse voorjaarsbloem van Nederland. En dat komt elk jaar allemaal weer naar boven! Zie je wel dat God goed voor zijn schepping zorgt? Als het dan weer biddag voor gewas en arbeid wordt, zeg ik met Psalm 147:  Blijf met je hart voor Jezus open op zijn genade en liefde hopen. Psalm 147 - krokus

VOOR ALTIJD IN MIJN HART

Voor altijd in mijn hart - JezusJe hoort het mensen vaak zeggen  als er iemand overleden is van wie je heel veel hield: je man of vrouw, je kind, je ouders, je beste vriend of hartsvriendin. Je kunt hen niet missen. Hij of zij is ‘voor altijd in ons hart’.

Maar ook rond Valentijnsdag, op 14 februari, wordt het veel gezegd. Met speciale kaartjes waarop bijvoorbeeld staat: “Jij bent liefdevol, behulpzaam en warm. Daarom ben jij voor mij het lichtpuntje in mijn leven.  Je zit voor altijd in mijn hart.” Hemelvaart omhoog kijkenHetzelfde geldt voor veel ouders: ze dragen hun kinderen voor altijd in hun hart.

De afgelopen tijd besefte ik, dat je het nog op een heel andere manier kunt ervaren. ‘Voor altijd in mijn hart’ is niet alleen werkelijkheid als het om mensen gaat van wie je hield of houdt. Het is ook werkelijkheid voor wie christen is. Ook bij het Avondmaal gebruiken we die uitdrukking. Dan zeggen we immers tegen elkaar: “Kijk omhoog, naar Jezus Christus en bewaar de herinnering aan zijn dood voor eeuwig in je hart.”

GELOVEN = EEN PERSOONLIJKE RELATIE

Waar ik steeds meer van doordrongen raak is dit: in het christelijk geloof gaat het niet om de regels. Het gaat zelfs niet om de Bijbel als boek van normen en waarden. Als dat zo is, verlies je je geloof of zet je het op een lager pitje, zo gauw er iemand in je leven komt van wie je heel veel houdt; of wanneer je echt voor een belangrijk doel in je leven gaat. Idolen en idealen winnen het altijd van normen en waarden. En relaties doen het altijd beter dan regels.

In het christelijk geloof gaat het ook om een relatie. Het gaat om persoonlijk kontakt. God is een Persoon: mijn Vader in de hemel. Jezus is een Persoon: mijn Redder en Heer. Geloven is geraakt worden en een hartelijke, hartverwarmende relatie krijgen metHeilige Geest duif die twee Personen.

Dat is, als ik naar mezelf kijk, nog niet zo gemakkelijk. Paulus kan wel zeggen: ‘‘Voor mij is leven Christus” en “Christus leeft in mij”, maar ik leef hier vandaag in 2014, soms  eenzaam tussen duizend vrienden – duizend vrienden, toch alleen. (citaat uit het nummer ‘Het leed versierd’ van de gelijknamige LP van het Klein Orkest)

WIE ZORGT VOOR DE GELOOFS-KLIK ?

Voor mijn gevoel is God soms ver weg – daar ergens hoog in de hemel, een paar duizend lichtjaren ver weg. En Jezus is voor mij soms echt Iemand van eeuwen lang geleden. Andere mensen staan vaak dichter bij mij dan mijn Vader in de hemel en dan Jezus als mijn Redder en Vriend. Hoe hou ik de twee  belangrijkste Personen van mijn leven nu voor altijd in mijn hart?Door de Heilige Geest! Hij is de duif die op Jezus neerdaalt. Hij is ook de Persoon die in mijn leven indaalt en mij verbindt aan God de Vader en Jezus Christus. Door Hem wordt geloven een relatie, zodat ik me Hart voor Jezusverbonden voel. Niet gebonden aan allerlei regels en voorschriften. Maar persoonlijk verbonden aan God de Vader en God de Zoon. De Heilige Geest is de schakel. Hij legt de link. Zodat ik blij ben met God en Jezus en Hen nooit meer kwijt wil.

Dat is voor mij de kern van geloven:
God en Jezus – voor altijd in mijn hart.

Over krekeltjes, korenbloemen en zwart-witte koeien

Een paar gedachten bij de start van de GKV-synode in Ede

De drie kleine kleutertjes op het hek spraken over krekeltjes en korenbloemen blauw. En in het weiland zagen ze vast en zeker wat zwart-witte koeien lopen.Korenbloem

In Ede ging op 31 januari 2014 de Generale Synode van onze vrijgemaakte kerken van start met een bidstond. De volgende dag, zaterdag 1 februari 2014, werd de vergadering officieel geopend en het moderamen gekozen. Via www.synode.gkv.nl is alles goed te volgen. Misschien dat de 36 synodeleden ook nog wel toe komen aan krekeltjes en korenbloemen blauw, als ze bv. een Ginkelse hei-sessie houden. Maar de meeste tijd zal toch wel opgaan aan andere onderwerpen.

In dit artikel wil ik een paar dingen noemen, die volgens mij zeker met belangstelling gevolgd zullen worden. En daarna nog kort ingaan op de zwart-witte koeien die ik in de nabijheid van Ede ook ontwaar.

Waarover spreken zij? Over vrouwen in de ambten

Het onderwerp dat volgens mij met de meeste interesse gevolgd gaat worden, is het studierapport ‘Mannen en vrouwen in dienst van het evangelie’. Daarin geven deputaten ‘M/V in de kerk’ hun visie op de bijbelse (on)mogelijkheid om vrouwen toe te laten tot de ambten van predikant, ouderling en diaken. Ze komen er samen niet uit, dus liggen er twee verschillende voorstellen op de synode.

In de pers is er al door heel veel mensen heel verschillend op gereageerd, dus ik voel me niet geroepen om bij dezen nog een duit in het overvolle zakje te stoppen. Het zijn ook nog maar voorstellen van een studiedeputaatschap. Nadat de synode met een uitspraak is gekomen, is er alle gelegenheid voor de plaatselijke kerken om te zeggen wat ze hiervan vinden.

Waarover spreken zij? Over Liedboek en Kerkboek

Verder denk ik, dat ook de bespreking van het rapport van deputaten liturgie en kerkmuziek voor de nodige discussie zal zorgen. Deze deputaten stellen namelijk voor om het complete nieuwe Liedboek 2013 in te voeren en om daarnaast een nieuw Gereformeerd Kerkboek uit te geven met daarin 102 psalmen, alle overige gezangen die niet in het Liedboek staan en daarachter de belijdenisgeschriften, de ordes van dienst en de taalkundig geheel vernieuwde liturgische formulieren en gebeden.

Krekel 1Misschien denkt iemand nu: hoezo 102 psalmen?

Nou, zeggen deputaten: van onze 150 psalmen komen er 48 uit het oude Liedboek. Het nieuwe Liedboek heeft alle 150 Psalmen van het oude Liedboek ongewijzigd overgenomen, dus hoeven we die niet meer in ons nieuwe Gereformeerde Kerkboek op te nemen. Dat scheelt al gauw 100 pagina’s, en dat is mooi meegenomen, vinden deputaten.

Dit lijkt mij beslist niet verstandig. Wie wil er nou een nieuw incompleet Gereformeerd Kerkboek invoeren? Bovendien zadel je een aantal kerken met een dubbel dilemma op.

Dilemma 1: we hebben jaren geleden gekozen voor 150 psalmberijmingen waarvan een groot deel niet uit het Liedboek kwam. Soms vanwege de betere kwalititeit van een andere berijming. Soms ook omdat een Liedboek-berijming bijbels-theologisch echt niet deugde. Dan kun je nu toch niet zonder enige argumentatie voorstellen: “het Liedboek 2013, inclusief de psalmen, vrij te geven voor gebruik in de gemeenten”? Bovendien ging de opdracht van de vorige synodes toch duidelijk over het invoeren van al de gezangen van het compleet herziene Liedboek. Dat staat niet expliciet in de opdracht, maar daar is het wel altijd over gegaan. Deputaten smokkelen daar nu plotseling 150 zeer gedateerde, meer dan 50 jaar oude psalmen bij in, die door het Liedboek op geen enkele manier herzien zijn. Zie ook mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/15/nieuwe-liedboek-nu-al-met-psalmen-en-al-overnemen/

Dilemma 2: deputaten geven in hun voorstellen nadrukkelijk aan, dat “gemeenten zelf [mogen] kiezen welke liederen ze zingen, op basis van het eigenmuziekprofiel”. Tegelijk stellen ze doodleuk voor om in het nieuwe Gerormeerd Kerkboek alleen “de psalmen uit het Gereformeerd Kerkboek 1986 die niet uit de IKB geselecteerd zijn”  op te nemen.

Wat is het gevolg van dit voorstel?

Ik denk dat er kerken zullen zijn die straks zeggen: wij willen in de toekomst graag vooral uit het Gereformeerd Kerkboek zingen en voor andere liederen (bv. kinderliederen en Opwekkingsliederen) we gebruiken de beamer; ook weten we nog niet of we veel gebruik zullen maken van het nieuwe Liedboek, dus die voeren we voorlopig nog niet in.

Als het aan deputaten ligt, kunnen zulke gemeentes maar 102 van de 150 Psalmen zingen uit het nieuwe Gereformeerd Kerkboek. En waarom? Omdat het 100 bladzijdes scheelt! Want dat is het enige argument. Deputaten schrijven namelijk in hun rapport: De praktijk in onze kerken is momenteel dat de meeste de psalmen uit de kerkboek-selectie zingen, maar dat vooral in samenwerkingssituaties de psalmen in de liedboekberijming gezongen worden. Om beide versies beschikbaar te hebben moet de nieuwe uitgave het Gereformeerd Kerkboek in ieder geval de 102 niet-IKB-psalmen bevatten. De andere 48 kunnen in het Liedboek 2013 gevonden worden. Door deze niet in het kerkboek op te nemen van het boek ongeveer honderd pagina’s dunner worden.”

Deputaten vinden dus dat beide versies van de 48 psalmen beschikbaar moeten zijn. Terecht! Maar wees dan ook consequent! Stel die gemeentes die niet meteen het nieuwe Liedboek in zullen voeren, eveneens in de gelegenheid om alle 150 Psalmen te kunnen zingen, ook  als ze het nieuwe Gereformeerd Kerkboek willen gaan gebruiken.

Ik hoop van harte, dat op de synode besloten wordt, om onze eigen 150 psalmen uit de eerste en de tweede versie van het Gereformeerd Kerkboek gewoon allemaal op te nemen in deze derde editie. Dan hebben we niet alleen een actueel, maar ook een compleet Gereformeerd Kerkboek.

Waarover spreken zij? Over wat echt een huwelijk is

Ik denk dat er nog een derde onderwerp is, dat de tongen op de synode los zou kunnen maken. Het zit wat verscholen in de synoderapporten, dus het is nog bijna niemand opgevallen. Ik werd erop geattendeerd doordat ik aan de Theologische Universiteit in Kampen de PEP-cursus ‘In de ban van de ring’ volg. Die gaat over de vraag hoe we als kerken aankijken en omgaan met alle vormen van relaties die tegenwoordig in onze samenleving mogelijk zijn. Tijdens de tweede studiemorgen moesten we als voorbereiding o.a. het rapport ‘Huwelijk en Samenlevingsvormen’ lezen. Dat is een studie die is opgesteld door een denktank van Deputaten Relatie Kerk en Overheid en Deputaten Huwelijk en Echtscheiding. Deze denktank kreeg in 2011 de opdracht “om een advies uit te brengen over twee vragen: a. hoe je als kerken omgaat met de verschillende samenlevingsvormen van man en vrouw die publiek en juridisch zijn vastgelegd, en b. of en hoe die samenlevingsvormen kunnen voldoen aan wat iroos huwelijkn de Bijbel staat over het huwelijk”.

De meerderheid van deze deputaten is van mening, dat we in onze kerken een nieuwe, eigen omschrijving moeten geven van wat een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is. Want het burgerlijk huwelijk is tegenwoordig zo opgerekt en zo vrijblijvend geworden, dat het niet meer per definitie bijbels is. Daartegenover staat het geregistreerd partnerschap nagenoeg gelijk aan het burgerlijk huwelijk. En sommige mensen die gaan samenwonen beloven elkaar meer oprecht levenslange trouw dan vele anderen die wel officieel trouwen.

Daarom vinden de meeste deputaten, dat de gang naar het stadhuis wél gemaakt moet worden, maar dat de christelijk kerk er daarnaast zelfstandig op toe moet zien, dat elke wettige relatie ook kerkelijk erkend wordt als een ‘huwelijk in bijbelse zin’. En wat is dat dan? Lees de volgende definitie: “Een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is een levensverband waarin één man en één vrouw in antwoord op Gods leiding van hun leven voor de duur van hun aardse bestaan hun levens aan elkaar verbinden tot een nieuwe eenheid, die wederzijds verplichtend is en die een publiek erkend karakter heeft.”

Ik vind dat dit rapport meer aandacht verdient dan het tot nu toe gekregen heeft. Want hier wordt gezegd, dat bij elke relatie die twee mensen met elkaar aangaan (of het nu ongehuwd samenwonen is, of notarieel samenwonen, of een geregistreerd partnerschap, of een homo-huwelijk, of een huwelijk tussen man en vrouw) de kerk moet toetsen en uitspreken of het ook een ‘huwelijk in bijbelse zin’ is.

Dat is een geweldige switch in denken. Want sinds de tijd van Napoleon zit het al 200 jaar tussen onze oren: alleen het burgerlijk huwelijk is een bijbels huwelijk. En als kerk volgen we daarin de overheid.

Maar vandaag de dag is het burgerlijk huwelijk geen bijbels huwelijk meer. En dus moeten we als kerk antwoord geven op de vraag: moeten we het initatief weer naar onszelf toetrekken en alleen die relaties erkennen, waarvan we als kerk zeggen: dat is een ‘huwelijk in bijbelse zin’ zoals God het bedoelt? Dat is een veel belangrijkere vraag dan de discussie over wat we zingen in de kerkdiensten. Ook, vind ik, belangrijker dan de vraag naar vrouwen in de ambten.  Want het huwelijk zoals God het bedoeld heeft, kom je al in het paradijs tegen. Zo’n bijbels huwelijk moeten we “in alle omstandigheden in ere houden”, staat er in Hebreeën 13 vers 8. Dat is een geweldige uitdaging in onze tijd.  En dus ook voor de komende synode in Ede.

Ja, het gaat daar op de synode over meer dan krekeltjes en korenbloemen blauw. Laten we als kerkleden bidden voor ‘onze’ mannen daar en meeleven met wat daar besproken en besloten wordt.

Waarover spreken zij? Misschien ook over zwart-witte koeien

Tenslotte zal er op de synode ook aandacht besteed worden aan een ‘Appel op de Generale Synode 2014’.  Dat is een initiatief van zeven predikanten die samen de website http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/ in de lucht houden. In een ‘Brief GS Ede 2014’ brengen ze hun zorgen onder woorden en roepen de Generale Synode op, door duidelijke uitspraken hun zorgen weg te nemen. De initiatiefnemers hebben kerkleden en kerkeraden uitgenodigd om dit dringende appel mee te ondertekenen. Dat is gebeurd door 2 kerkenraden en 1541 kerkleden.
Ik heb het appel gelezen en besloten het niet te ondertekenen.

Allereerst niet, omdat ik erop vertrouw, dat alle afgevaardigden op de synode niet alleen naar eer en geweten, maar ook vanuit hartelijke verbondenheid aan de Bijbel en het gereformeerd belijden hun werk zullen doen.

Verder vind ik de zorgpunten die het appel aan de orde stelt, wel wat zwart-wit geformuleerd en ook een tikkeltje eenzijdig. Het is ‘een verkeerd appel’, schreef ds. Henk Folkers in het Nederlands Dagblad van 25januari 2014 (zie http://www.nd.nl/artikelen/2014/januari/25/een-verkeerd-appel).

Het viel mij op, dat het appel zich concentreert op zes onderwerpen, namelijk:

  1. Binding aan de gereformeerde belijdenisgeschriften
  2. Het gezag van de Heilige Schriften
  3. De vrouw in het ambt
  4. Visie op de kerk van Jezus Christus
  5. Kerkdiensten en catechismusprediking
  6. Is binnen het christelijk leven een homoseksuele relatie mogelijk

Als ik lees waar het dan over gaat, kom ik bij 1) een verwijzing naar ds. W. van der Schee tegen en de gang van zaken bij de missionaire gemeente Stroom in Amsterdam. Dan denk ik: moet je daar een synode mee lastig vallen? Sinds wanneer reageren we als kerken op elke (on)zinnige opmerking op internet? En sinds wanneer leggen we een prachtig missionair project op voorhand langs de meetlat van de gang van zaken in een traditonele plattelandsgemeente? Wat mij betreft verdienen projekten zoals Stroom alle credits en vooral heel veel gebed – zonder het kritische gesprek te schuwen overigens. Zie mijn eerdere blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/05/31/saul-en-david-jongerendag-en-landelijke-dag-gkbnb/

Als het om 2) gaat: waarom moeten opnieuw de opvattingen van Stefan Paas uit 2008 en Koert van Bekkum uit 2010 weer uit de sloot gehaald worden? Dat is toch echt een grijsgedraaide plaat geworden.

Over de punten 4) en 5) valt hetzelfde op te merken: kontakten met andere kerken en deelname aan de Nationale Synode worden tegenover de belijdenis van de ware en valse kerk gezet en de terugloop van de tweede kerkdienst en de catechismuspreek kan alleen maar worden tegengegaan als de synode van Ede 2014 uit zou spreken dat de catechismuspreek “een verplichting blijft voor de kerken” – met als minimale afwijking: plaatselijk mag wel af en toe thematisch uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis of de Dordtse Leerregels gepreekt worden.

homo in de kerkEn dan punt 6): alle zorgen over de verwereldlijking van de christelijke levensstijl en het gebrek aan tucht daarover worden samengebald in “één zaak .. die wij exemplarisch mogen noemen voor de huidige situatie”, namelijk hoe we als kerken omgaan met homoseksualiteit. Wat vind ik dit een eenzijdige versmalling van de terechte zorgen die er op dit punt leven. Alsof een homoseksuele relatie de meest zichbare uiting en dus het topje van de ijsberg van onchristelijk gedrag zou zijn! Laat ik er maar niet meer over zeggen dan collega Henk Folkers deed. Behalve dit: volgens mij staat dit onderwerp niet eens op de agenda van deze synode – behalve een brief van één kerk die vraagt om een duidelijke koers van de website www.homoindekerk.nl. Achteraf kun je het betreuren dat in 2005 de generale synode het voorstel heeft afgewezen om juist over dit gevoelige onderwerp een studiedeputaatschap in te stellen. Maar dat is niet wat de indieners van het appel van de synode vragen. Zij gebruiken één van de meest gecompliceerde vraagstukken over christelijke levensstijl als kop van jut om alle ontwikkelingen op het gebied van relaties aan te kaarten. En vergeten te vermelden, hoe we als kerken de laatste 12 jaar ons enorm hebben ingezet op bijbels onderwijs en catechese als het om huwelijk en echtscheiding gaat.koeien zwart wit

Kortom: ik vind het een teleurstellend appel wat betreft toonzetting en argumentatie.  Tegelijk hoop ik niet, dat de synode er gauw klaar mee is. Hoe zwart-wit de toonzetting ook is en welke oude koeien er ook weer van stal gehaald worden – het zijn wel signalen van oprechte zorg vanuit een diepe verbondenheid met de vrijgemaakte kerken. Daar hebben we wel rekening mee te houden – net als met kerkleden die steeds minder overweg kunnen met het gereformeerde gedachtengoed binnen onze kerken.

WINKELEN OP ZONDAG IN ASSEN? BETER VAN NIET!

Winkels open of winkels dicht op zondag? In de gemeenteraad van Assen voeren PLOP en GroenLinks sinds een half jaartje actie voor een totale openstelling van alle winkels in Assen op alle zondagen. En ze drammen gewoon hun zin door – met steun van VVD, D66 en een groot deel van de PvdA.

LUISTEREN – HO MAAR!Zonder zondag 03

En dat, terwijl 70% van de winkeliers van binnenstad zes koopzondagen per jaar prima vindt. Op 28 november 2013 was de raad nog unaniem van mening, dat een besluit over dit voorstel moest worden uitgesteld, omdat men de mening van de winkeliers van groot belang vond. Nu hebben 117 leden van het MKB in de binnenstad van Assen zich duidelijk uitgesproken: ruim 40% wil minder koopzondagen, zo’n 30% vindt het huidige aantal koopzondagen prima, en slechts 3 van de 10 leden wil best vaker open op zondag (zie het artikel in het Dagblad van het Noorden van 13 januari 2014). Een duidelijk signaal, zou je zeggen. Maar één dag later blijkt al, dat de meerderheid van de raad van Assen toch al van plan was, alle winkels op alle zondagen open te gooien. Niet de wens van de winkeliers of de bevolking, maar het dogmatisme van een vrije markt ekonomie zijn leidend bij GroenLinks, PLOP, D66, VVD en de meerderheid van de PvdA. ‘We willen graag luisteren naar wat de direkt-betrokkenen ervan vinden’ – maar men was niet van plan om op het vooringenomen standpunt dat Assen met de tijd mee moet door iedereen de gelegenheid te gunnen op 52 zondagen te kunnen winkelen.

Iedereen? Mooi niet dus. De kleine zelfstandige ondernemers moeten nu op zondag zelf in hun winkel staan. En het personeel van de supermarkten en de bouwmarkten moeten zich nu ook op zondag laten inroosteren. En dat allemaal voor die paar mensen die van maandag t/m zaterdag zo druk zijn met allerlei andere dingen, dat ze zo nodig op zondag anderen voor zich willen laten werken. Is dat nou nodig?

HET WERK KAN BEST EEN DAGJE ZONDER JOU!

De zondag is in ons land vanouds een collectieve rustdag. Dat heeft te maken met onze christelijke achtergrond. Dat heeft al meer dan 100 jaar heel positief uitgewerkt op heel de Nederlandse maatschappij. Christenen konden in alle rust naar de kerk. Voetballiefhebbers konden zich heerlijk ontspannen door zelf achter een bal aan te lopen of de wedstrijden van hun favoriete amateur- of profclub te bezoeken, en zowel de scoialisten als de liberalen hielden hun toogdagen en jaarvergaderingen op zondag. Ik geef toe, die niet-christelijke besteding van de zondag was vaak een doorn in het oog van de kerken. Maar het was wel een uitvloeisel van de bijbelse oproep om het werk één dat te laten staan. Want onze goede God weet dat mensen rust nodig hebben. Ook collectief. Eén Zonder Zondag 04rustdag op de zeven dagen is dus ook van belang om sámen uit te rusten van de dagelijkse werkdruk en werksleur. Er is in ieders le­ven een vast moment van rust, van genieten en van bezinning nodig. Dat geldt in de Bijbel niet alleen voor de gelovige Israelieten, maar óók voor hun personeel, de buitenlanders in hun midden en zelfs voor de dieren in het arbeidsproces. God gunt mensen een moment van vrij­heid, in plaats van dat we slaaf worden van factoren en mensen van buiten af.

Het lijkt mij erg belangrijk dat zoveel mogelijk mensen tegelijk een vrije dag heb­ben. Onregelmatige werktijden hebben een desastreuze invloed op het gezin, de fa­mi­lie­banden en vriendschappelijke kontak­ten. Die zijn toch al kwetsbaar­der in onze tijd, zeker voor mensen met een eigen bedrijf, dus verdient de zondag extra be­scherming, in plaats van verdere uitholling.

MET OOGKLEPPEN ACHTER DE 24-UURS-EKONOMIE AAN

Ik snap daarom partijen als GroenLinks en de PvdA in Assen niet. Liberale partijen als de VVD en D66 zijn altijd al voor de vrije markt en het individuele genot geweest. En lokale partijen als PLOP laten hun oren graag hangen naar wat stemmenwinst oplevert. Maar de socialistische partijen zouden toch samen met de christelijke partijen tot de conclusie kunnen komen, dat er meer dingen in het leven belangrijk zijn dan werken en geld verdienen. Samen zou je je dan hard kunnen maken voor een vrije zondag, omdat die voor iedereen waardevol is. Helaas lijkt het erop, dat de meerderheid van de gemeenteraad van Assen kiest voor het ekonomische aspekt en geen oog heeft voor de sociale aspect van een koopvrije zondag. Men wil, met dollartekens in de ogen, niet inzien dat verdere openstelling van winkels op zondag het welzijn van de hele bevolking meer schaadt dan goed doet. Maar goed, 15 jaar geleden heb ik in de gemeente Terneuzen al precies dezelfde discussie meegemaakt. Jammer genoeg met dezelfde afloop. Namelijk, dat het appèl op het sociale geweten van de PvdA en GroenLinks geen resultaat had. En dus hoop ik maar, dat vanzelf blijkt, dat er geen klap te verdienen is voor de middenstand door de winkels 52 zondagen open te houden. Daar kunnen we met z’n allen op twee manieren aan werken.

MIDDENSTAND  & ASSENAREN: BLIJF DICHT BIJ JEZELF!

Het belangrijkste lijkt mij, dat de 70% van de zelfstandig ondernemers besluit, om hun winkel gewoon dicht te houden op zondag. Dan krijg je spookzondagen in plaats van koopzondagen, zoals Nico Vanderveen in de DvhN van 14 januari 2014 schreef. Dus komt men er vanzelf weer van terug om op alle 52 zondagen van het jaar de winkels open te houden.

zondagsrust-smallMaar minstens net zo belangrijk is de persoonlijke overtuiging van de inwoners van onze stad Assen. In de Bijbel staat het altijd positiever dan wat wij er zelf van maken, namelijk: ‘Wat gij wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander’ (zo zegt Jezus het in Matteüs 7 vers 12 en in Lukas 6 vers 31 – overigens staat het zelfs in de Statenvertaling van 1637 in modernere bewoordingen: ‘Alle dingen dan, die gij wilt, dat u de mensen zouden doen, doet gij hun ook alzo’ en in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 staat het nog begrijpelijker:  ‘Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen’). In het verleden werd nog wel eens gezegd: koop niet bij winkels die op zondag open gaan. Dat betekent dus, dat je bepaalde winkels gaat boycotten. Dat vind ik geen goede zaak. Ik zou het liever omkeren. Waarom zou je er niet bewust voor kiezen, om bij winkels en bedrijven te kopen die er bewust voor kiezen om uit principe de zondag vrij te houden als dag voor sociale of religieuze activiteiten. Want meestal is dat een keus waarmee een zelfstandig ondernemer zich niet populair maakt en die hem, als het tegenzit, ook inkomsten kost. Als jij e ik dan dezelfde overtui­ging (en soms hetzelfde geloof) delen, mag je dat toch ook laten blijken door hen te steunen door jouw klandizie? Anders wordt het een beetje schijnheilig: je bent tegen verruiming van de koopzondagen in Assen, maar voor een paar Euro goedkoper of een iets ruimer aanbod ga je door de week liever naar de grotere zaken die bewust alle zondagen open zijn, onder het motto: maar op zondag ga ik daar niet heen, hoor!’

PRINCIPES BEGINNEN BIJ JEZELF!

Ik vind het best lastig om vanuit mijn christelijke overtuiging tegen meer  koopzondagen te zijn. Want ik zie om me heen dat veel mede-christenen steeds makkelijker toch even snel de supermarkt binnenlopen op zondag of na een fietstocht langs de Drentse Aa even een terrasje pakken. En ach, waarom zou je niet even bij een tuincentrum of bouwmarkt binnenstappen op zondagmiddag?  Belangrijk is volgens mij niet de vraag, waar het eindigt met zaken als de zondagsopenstelling van winkels. Het gaat erom, waar je mee begint. En dan moet je vooral eerlijk naar jezelf kijken en trouw blijven aan je principes.

Met een variatie op een citaat zou ik het als volgt willen zeggen: Wat heeft het voor zin als iemand principes heeft, maar er zelf niet naar handelt? Zouden die principes hem helpen? Als een kleine zelfstandige het zwaar heeft vanwege gebrek  aan klandizie en omzet, maar toch z’n winkel op zondag gesloten houdt, en iemand zegt dan: ‘Het ga je goed! Verkoop veel en maak winst!’ zonder bij hem het nodige te kopen zodat hij in zijn levensonderhoud kan voorzien – wat heeft dat voor zin? Zo is het met principes: als ze zich niet daadwerkelijk bewijzen, zijn ze waardeloos.

En dan de kleine lettertjes: in Duitsland heeft men blijkbaar een betere antenne voor het belang van een collectieve rustdag. De grootste politieke partijen én de beslist niet orthodoxe protestantse Landeskirche hechten veel waarde aan de zondag als bij-ZON-dere DAG. Dus heb ik voor deze gelegenheid graag gebruik gemaakt van een paar plaatsjes waarmee men jaarlijks de zondag als speciale dag onder de aandacht van de bevolking brengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

Oudejaarsdienst 31 december – gelovig terugkijken, gelovig gedenken

Het jaar 2018 is alweer bijna verleden tijd. Ook dit jaar beleggen we in onze Gereformeerde Kerk van Assen-Peelo op oudejaarsavond een kerkdienst om terug te blikken op wat dit jaar ons gebracht heeft. Daarin krijgen alle ingrijpende momenten uit het leven een plaats. En dus gedenken we in de kerkdienst van 31 december ook de gemeenteleden en de geliefden van gemeenteleden die het afgelopen jaar zijn overleden.

Persoonlijk vind ik de oudejaarsdienst een heel natuurlijk moment. We koppelen in onze samenleving alle belangrijke gebeurtenissen aan een datum op de kalender en aan een jaar ‘na de geboorte van Christus’.

Oudejaarsavond of een nieuwe ‘Eeuwigheidszondag’?

Maar de tendens lijkt een andere. Als je het liturgisch helemaal goed wilt doen, zou je een ander tijdstip moeten kiezen voor het gedenken van de overledenen: het einde van het kerkelijk jaar, de laatste of een-na-laatste zondag van november, voordat de vier zondagen van advent beginnen.

In de laatste weken van het kerkelijk jaar eindigt de lijn advent–Kerst–Goede Vrijdag–Pasen–Hemelvaart–Pinksteren –Koninkrijk met de hoop op de terugkomst van Jezus onze Heer. En op de allerlaatste zondag daarvan past dan het gedenken van de overledenen. Het verdriet en het gemis komt zo in het teken van de hoop op de wederkomst van Christus te staan.Kaars brandend

Zo schreef bv. de te vroeg overleden predikant Elbart C. Luth in de Gereformeerde Kerkbode van 21 december 2013: “Nu was die keuze voor Oudjaarsdag begrijpelijk, omdat we als kerk ook leven in de deining van het wereldlijke jaar en omdat onze agenda vaak loopt via de kalender van het jaar. Toch kun je je afvragen of dat nu het ritme van de kerk moet bepalen. Wij leven als gemeente van de Heer toch bij de heilsfeiten en het is mooi om in die cadans ook een plek te vinden voor het herdenken van de overledenen.”

Luth voert dus als één van zijn argumenten aan, dat  oudjaarsdag een wereldlijk gebeuren is. Daar past het herdenken van de gestorven gelovigen minder goed bij dan op ‘Eeuwigheidszondag’ aan het eind van november. Want dat is een zondag in de cadans van de heilsfeiten.

Ik hoor voorstanders van een nieuwe ‘gedenk-zondag’ wel vaker zeggen, dat de overgang van het ene naar het andere kalenderjaar een kunstmatig, wereldlijk moment is, en dat daar tegenover de laatste zondag van het kerkelijk jaar is een heel natuurlijk, zinvol moment is, waardoor je het gedenken meteen in het licht van de Eeuwigheid plaatst.

Kunstmatig of natuurlijk?

Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik voel precies het omgekeerde als door de verdedigers van het kerkelijk jaar gesteld wordt. Ik vind juist een zondag in november een wat geforceerd, kunstmatig moment. Daartegenover vind ik het een kostbaar, zinvol moment om aan het eind van het jaar als gelovigen samen te komen in een kerkdienst om daar Gods licht te laten schijnen over alles wat er in het afgelopen jaar is gebeurd. We leven als christenen niet bij het kerkelijk jaar, maar bij de christelijke jaartelling.

Persoonlijk zou ik het toch wel raar vinden als iemand die bv. op 2 december 2018 is overleden, niet op 31 december 2018 gelovig herdacht wordt, maar dat zijn of haar naam pas op zondag 24 november 2019 genoemd wordt als een van degenen uit ons midden die in dit kerkelijk jaar gestorven zijn . Hoezo is dat een natuurlijk moment?

Alles op de zondag?

Naar mijn mening is er nog een risico aan de hoogliturgische tendens om alles in het kerkelijk jaar een plek te geven: je maakt de geloofservaringen los van het gewone leven. In het dagelijkse leven gaan we uit van een christelijke jaartelling. We leven nu nog enkele dagen in het jaar des HEREN 2018. Daarnaast vieren we onze christelijke feestdagen en kennen we het ritme van de week die begint met de zondag. Het ritme van de jaartelling is een scheppingsgegeven en het ritme van zes dagen werken – één dag rust is door God aan de mensen gegeven in het vierde gebod. Dat zijn voor mijn besef de natuurlijke momenten van het leven. Het is heel mooi om als christen juist op zo’n moment als de laatste dag van het oude jaar des HEREN de geliefden die in dat jaar gestorven zijn, te gedenken.

Wanneer je dat op een speciaal daarvoor aangewezen zondag in november doet, gedenk je de overledenen wel in het geloof, maar niet in het ritme van het dagelijkse leven. Je doet dan hetzelfde als sommige kerken met bid- en dankdag doen: verplaats het maar naar de zondag, want dat is er de dag voor. Ik beschouw het als een verlies wanneer je er apart een zondag voor gaat nemen om alles wat met dat gewone, dagelijkse leven te maken heeft, als kerk te vieren of te gedenken.

Het gewas groeit zeven dagen per week op het land, en het dagelijks werk doe je meestal van maandag tot zaterdag. Daar wil je dan toch wel twee keer per jaar één doordeweekse dag of avond voor bij elkaar komen in de kerk?

En je bent in dit leven geboren op die ene, door God bepaalde datum in het jaar 1900- of 2000-zoveel, en de dag waarop de HERE je leven terugneemt, wordt door ons ook aangegeven met de datum van de christelijke kalender.

Geef mij maar 31 december                                                                   

De laatste dag van het oude jaar is in mijn ogen het meest natuurlijke moment om gelovig als christelijke gemeente stil te staan bij al het wel en wee in het afgelopen jaar. Dat was namelijk een Anno Domini – het jaar des HEREN 2018. En als we dan 2019 instappen (en misschien voor de laatste keer mogen inknallen), zijn we ook  voelbaar en tastbaar één jaarstapje dichter bij de terugkomst van onze Heer en Heiland gekomen.

Geef mij daarom maar de kerkdienst van 31 december als de avond waarop we onze geliefden herdenken. Op hét moment dat heel de wereld even stilstaat bij weer een jaar dat gepasseerd is, geven we als christelijke gemeente daar de meest optimale invulling aan, namelijk met de Bijbel open en de blik vol emotie achterwaarts, vol vertroosting omhoog en vol verwachting vooruit gericht. Het is voor mij een te waardevolle avond om in te ruilen voor een vrij willekeurig gekozen door-de-weekse zondag.