Een reis door de tijd – over ‘Oer’

“Er loopt een optocht door de tijd van de schepping tot de eeuwigheid”, zong cabaratier Paul van Vliet ooit. Tijdens mijn vakantie las ik de boeken ‘Oer’ en ‘Hemels’. ‘Oer’ gaat over de tijd vanaf de schepping tot nu. ‘Hemels’ gaat over iemand die een tijd lang de hemelse eeuwigheid heeft ervaren.

Het boek ‘Oer’ vertelt volgens de ondertiteling “het grote verhaal van nul tot nu”. De auteurs, Gijsbert van den Brink, Cees Dekker en Corien Oranje, willen in dit verhaal het geloof in God zoals Hij Zich in de Bijbel bekend maakt en de huidige wetenschappelijke inzichten als het om de oorsprong en evolutie van ons heelal gaat, combineren. Is hun dat gelukt?

oer boekIk vind van wel. Het is, zoals de achterflap aankondigt, inderdaad “een meeslepende vertelling”. Vanuit de beleving van Proton, één van de deeltjes die tijdens de oerknal ontstaan zijn, wordt duidelijk hoe de Schepper alles uit niets geschapen heeft en tot ontwikkeling laat komen. Niet zomaar, maar omdat Hij een plan heeft: Hij wil een speciale band van liefde en vertrouwen aangaan met één van zijn schepselen. Daar neemt Hij alle tijd voor. In de miljoenen jaren dat de aarde zich ontwikkelt ontstaat er allerlei soort van leven. Als er uiteindelijk mensachtigen op het toneel verschenen zijn, verschijnt de Schepper Zelf aan twee van hen. Hij belooft hen zijn liefde en vraagt hen om Hem te vertrouwen. Dat doet deze groep mensen aanvankelijk ook. Maar hun geluk is van korte duur, want ze drinken uit de verboden bron. Toch gaat de Schepper door met zijn project. Uiteindelijk wordt de Maker van het universum één met zijn schepping om die te kunnen redden. Uit liefde voor de mensen deelt Hij zijn leven met hen. En als Jezus na zijn dood weer opgestaan en terug naar de hemel is gegaan, werkt de Schepper via zijn Adem verder aan zijn reddingsplan voor heel de wereld – tot de dag van vandaag toe.

Dit is in een notendop mijn samenvatting van ‘Oer’. Ik vind het echt goed en integer geschreven. De intenties zijn vooraf heel erg duidelijk: vertel het verhaal van Gods scheppings- en verlossingswerk op een manier die in overeenstemming is met de kennis en het inzicht over diezelfde schepping die we in de afgelopen eeuwen via de wetenschap ook van God ontvangen hebben. De Amerikaanse theoloog Leonard J. Vander Zee (door wie de schrijvers zich hebben laten inspireren volgens blz. 153/154) zei in 2015: als gereformeerd predikant belijd ik met artikel 2 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis dat we God op twee manier kunnen kennen, nl. door het prachtige boek van zijn schepping en door de Bijbel als zijn heilig en goddelijk Woord, dus kunnen wetenschap en geloof niet tegenover elkaar staan als christenen de oorsprong van de schepping onderzoeken (in Een goed christelijk gesprek over schepping en evolutie – kan dat? geef ik een uitgebreide samenvatting van Vander Zee). Daarna doet Vander Zee hetzelfde als het boek ‘Oer’, maar dan in 11 minuten: hij geeft een indrukwekkende hervertelling van het scheppingsverhaal met verwerking van de ontdekkingen van de moderne wetenschap (samengevat na te lezen in Een geloofwaardige versie 2.0 van het scheppingsverhaal?).

Omdat ik de insteek van het boek deel, ben ik er enthousiast over. Maar is het ook een geslaagde hervertelling van het scheppingsverhaal? Nou, eigenlijk vind ik dat niet zo belangrijk. Het is maar ‘een’ hervertelling. Daar kun je best wat op afdingen (hieronder zal ik nog een paar dingen noemen), Waar het om gaat is, dat veel christenen die zich qua studie, beroepsmatig of puur uit interesse met de natuurwetenschappen bezighouden, zich vaak in een spagaat bevinden als het om christelijk geloof en wetenschappelijke kennis gaat (lees hierover bv. prof. dr. W. Scott McCullough). Met als risiko, zoals prof. dr. Eep Talstra in een –overigens vrij kritische– recensie van ‘Oer’ schreef: “Kerk en theologie hebben in onze tijd de neiging het debat over geloof en wetenschappelijke kennis te behandelen als een verloren, een overbodige, of als een risicovolle wedstrijd, zodat gelovigen zich terugtrekken op gevoel, beleving, kaarsjes, therapie en spirituele oefeningen.”

Iemand zei tegen mij: boeken als ‘Oer’ maken het voor christenen moeilijk om nog onbevangen te geloven dat God de aarde in zes dagen geschapen heeft, dat Adam door God geboetseerd is en dat Hij Eva uit Adams rib genomen heeft, en dat de zondeval echt heeft plaats gevonden doordat de slang het eerste mensenpaar verleidde van de verboden vrucht te eten. Dat kan inderdaad zo zijn. Maar het is volgens mij geen argument. Want omgekeerd zijn er misschien wel net zoveel christenen die op basis van een overvloed aan wetenschappelijke informatie niet meer uit de voeten kunnen met een letterlijke interpretatie van Genesis 1 t/m 3 en daarom het christelijke geloof helemaal dreigen te verliezen. Het boek ‘Oer’ laat zien dat je als christen jezelf niet in een spagaat hoeft te wringen of schizofreen hoeft te voelen als je geloof en wetenschap probeert te combineren. Tegelijk houdt het boek duidelijk vast aan de bijbelse leer van verlossing en verzoening: “de Schepper zelf zou moeten ingrijpen. De mensen die hij gemaakt had, zelfs de besten onder hen, waren er immers niet toe in staat.” (blz 93) en: “de dood van Jezus [had] ervoor gezorgd dat de mensen zelf niet meer hoefden bij te dragen om bij zijn vader in de gunst te komen. Alles wat ze verkeerd gedaan hadden, wat het ook was – de Schepper rekende het ze niet aan, maar vergaf het ze. Hij keek zelfs naar ze alsof ze Jezus zelf waren en niets verkeerds hadden gedaan.”(blz. 125).

Ik zei al, dat er best wat af te dingen is op de hervertelling van het grote verhaal van nul tot nu in ‘Oer’. Dat zit ‘m voor mij met name vast op één punt. Volgens mij wordt het bijbelse scheppingsverhaal vooral herverteld vanuit het perspectief van de huidige natuurwetenschappelijke stand van zaken. Dat bergt het gevaar  in zich, dat de bijbelhistorische informatie (bewust?) wat wordt weggedrukt en dat de theologische inbreng (bewust?) wordt geminimaliseerd.

Zo vind ik het merkwaardig dat alle aspecten die mensen van dieren onderscheiden (taal, techniek, kunst, geloof in geesten en goden) al voordat God ‘Adam’ en ‘Eva’ (in het boek heten ze anders) aanspreekt, bestaan.  Alsof het beeld-van-God-zijn alleen maar bestaat uit het hebben van een band met God. “Homo divinus. De mens die door de Schepper aangesproken wordt. Dat maakt hem voorgoed tot een ander wezen, enig in zijn soort.” (blz. 59).

Verder worden een aantal bijbelse gegevens wel erg omfloerst weergegeven. De zondeval wordt niet veroorzaakt door de slang, maar door een diskussie van stamleden met ‘Adam’ en ‘Eva’, waarbij niet Eva, maar Adam uiteindelijk over stag gaat. Is dat samen met de opmerking dat de Schepper “expres twee gelijkwaardige varianten” van de mens gemaakt heeft een kleine knieval naar onze overgeëmancipeerde samenleving? Over de slang gezwegen: zowel de duivel als de engelen komen maar mondjesmaat voor. Als Jezus in de woestijn op de proef gesteld wordt, gebeurt dat door een passerende herder met achteraf de suggestie: “Volgens mij was het de tegenstander van de Schepper zelf” en zijn het mensen die Jezus daarna verzorgen met de opmerking erbij: “waren het mensen?” Ook de Hemelvaart van Jezus hangt letterlijk in de mist, terwijl Lukas toch met historische precisie vermeldt, dat Jezus eerst zegenend omhoog steeg, in een wolk werd opgenomen en op dezelfde manier zal terugkomen. Dat zal toch echt niet op een wereldwijde pot-dichte-mist-dag zijn :-). Als daarna de Heilige Geest komt (die ik in het hele verhaal tot aan Pinksteren trouwens gemist hebt), wordt die als ‘Adem’ heel terecht degene genoemd die Jezus heel dichtbij brengt, maar er wordt van Hem niet meer gezegd dan: “het was iemand die nauw met Jezus en zijn vader verbonden scheen te zijn … misschien … een hooggeplaatste engel” (blz. 128). Van mij had dit allemaal wel wat explicieter gemogen. Nu lijkt het toch een beetje alsof de inbreng van Bijbel en wetenschap niet helemaal in balans zijn.

Goed, en dan nu nog een paar spijkers en de slakken. De hoofdpersoon, Proton, is een grappig wezentje. Als er na 10 miljoen jaren bijna niets gebeurd is, moet hij wat meer geduld hebben, maar als Abraham eindelijk een kind krijgt, kan hij de tijd nauwelijks bijhouden omdat de jaren zo snel gaan. En vlak voordat Jezus geboren wordt, ziet hij het plan van de Schepper niet meer zitten, omdat het al 100x misgegaan is met mensen als Abraham en David die Gods plan zouden uitvoeren, terwijl Proton in het begin heel goed snapte dat één op de 10 miljard quarks niet vernietigd werden en dat dat genoeg was voor de Schepper om met zijn project verder te gaan.

Dat er ook één keer een echte kerktaal-zin in staat (“Waar geen wet is, is geen overtreding” – blz. 62) en dat sommige informatie wel heel erg veel christelijke voorkennis verondersteld (Jozua die eerst Hosea heette; Petrus die zonder verdere informatie huilend ‘Ach, Heer, vergeef me. Wat heb ik gedaan ….’ roept; Jezus die aan het kruis vergeleken wordt met een rechter die was vastgebonden, maar zichzelf weer los getrokken had); en dat wel heel vaak het woordje ‘schijnt’ gebruikt wordt als de Proton en de zijnen weer eens aan het filosoferen slaan over de bedoeling van de Schepper) mag de pret van het lezen niet drukken.

Net nadat ik klaar was met het maken van dit leesverslag, zag ik dat Gijsbert van den Brink op de site van het Nederlands Bijbelgenootschap een kort artikel Oer en de Bijbel geschreven heeft. Hij legt daarin uit hoe hij en de twee andere auteurs ook de Bijbel en de theologie volledig recht willen doen.

Ploegt de boer straks weer gewoon voort?

De redaktie van ‘Verbinding’, het kwartaalblad van de christelijke agrariërs van het CCA en het CGMV, vroeg mij om een artikel te schrijven vanuit bijbels perspektief over hoe agrariërs verder moeten na de corona-crisis.  In het juni-nummer stond mijn bijdrage onder de titel: ‘Maar de boer hij ploegde voort’. De foto’s bij het artikel zijn van Karla Leeftink Natuurfotografie.

Het gedicht ‘Ballade van de boer’ is in 1935 geschreven door J.W.F Werumeus Buning. Bijna niemand kent de dichter en maar weinig mensen hebben het hele gedicht gelezen. Alleen het zinnetje dat verschillende keren terugkeert is erg bekend geworden: ‘Maar de boer hij ploegde voort.’  

Ernst boerDe eerste indruk die je krijgt is die van een boer die onverstoorbaar verder gaat met zijn werk. Al staat de hele wereld in brand, hem raakt het niet, want het werk op het land is nooit af. Als je het hele gedicht op je laat inwerken, kom ik toch tot een andere conclusie. De boer ploegt onverstoorbaar voort omdat hij zich bewust is van zijn goddelijke roeping. God Zelf heeft na de zondvloed immers gezegd: ‘Zolang de aarde bestaat, zal er een tijd zijn om te zaaien en een tijd om te oogsten.’ (Genesis 8:22).

Prediker, de filosoof met een wat sombere kijk op het leven als je niet in God gelooft, zegt hetzelfde: ‘Werp je brood uit over het water, want je vindt het later weer terug. Bewaar je brood in zeven delen, zelfs in acht, want je weet niet welke ramp de aarde treffen zal.’ Hij waarschuwt daarbij tegen besluiteloosheid: ‘Wie altijd op de wint let, komt nooit aan zaaien toe; wie altijd naar de wolken kijkt, komt nooit aan maaien toe’ en trekt de conclusie: ‘Zo ken je ook de daden van God niet, die alles maakt. Dus zaai van de morgen tot de avond. Laat je hand niet rusten, want je weet niet of het zaad de ene of de andere , of elke keer ontkiemen zal.’ (Prediker 11:1-6)

De corona-crisis is zo’n ramp die heel de aarde treft. Niet alleen vanwege de meer dan 6,5 miljoen besmettingen en rond de 400.000 doden, maar ook vanwege de ekonomische gevolgen. Als christen zet mij dat aan het denken. Wat wil God mij persoonlijk en ons als mensheid hier mee duidelijk maken? Ik heb daar zo 1-2-3 geen antwoord op. Net als Prediker ken ik de daden van God niet, die alles maakt. Dat maakt mensen onzeker. Is het wel verstandig om in deze tijd een nieuw bedrijf te starten? Of om de boerderij van m’n ouders over te nemen? Is het wel verantwoord om een huis te kopen als ik aan het eind van dit jaar misschien op straat sta of failliet ben?

BOODSCHAP

‘Maar de boer hij ploegde voort.’ Dat zinnetje triggert mij. Zou dat misschien Gods boodschap voor zijn kinderen zijn? Niet vanuit de ontkenning dat het allemaal wel mee valt – het corona-virus is niet te vergelijken met een onschuldig griepje. Niet vanuit de overschatting dat het mij niet zal overkomen – het coronavirus gaat aan niemand voorbij. Wel vanuit het vertrouwen dat dwars door deze verwarrende en wisselvallige tijd God bezig is om zijn plannen uit te voeren. Hij schakelt mij daarbij in als één van zijn medewerkers.

Als ik op m’n gevoel afgaat, denk ik soms: alles is voor  niets. Maar als christen hou ik mezelf dan voor: alles heeft zin. Want deze wereld is door God gemaakt. Aan mij geeft Hij de opdracht om mijn handen uit de mouwen te steken. Als christen mag ik werken ‘op hoop van zegen’. Prediker spoort mij aan om niet bezorgd naar de lucht en de wolken te blijven kijken. Ik kan beter naar de vogels en de bloemen kijken, zegt Jezus ergens anders in de Bijbel. Zoals God voor hen zorgt, zorgt Hij nog meer voor mij.

Toch kunnen we als christen niet aan de vraag voorbijgaan: wat gaan we straks doen als er een vaccin gevonden is tegen het corona-virus? Pakken we dan gewoon weer de draad op en keren we terug naar het oude normaal? Of moeten we het roer drastisch omgooien en de weg naar het nieuwe normaal inslaan?

Die vraag ligt er al veel langer. We werden er alleen niet samen in één klap wereldwijd mee geconfronteerd. Dus konden we tot voor kort die vraag vrij gemakkelijk voor ons uit schuiven en van ons afschuiven. Want smeltende ijskappen en gletsjers, tropische houtkap in de Amazone en leeggeviste oceanen vol met plastic soep raken ons in Nederland niet rechtstreeks. En als het om de uitstoot van stikstof door verkeer, industrie en landbouw gaat, wordt er meteen één van de andere partijen verwezen als mede-veroorzaker van het probleem.

VANUIT DE BIJBEL

Nu ben ik geen agrariër, geen ekonoom en geen politicus. Dus een concreet antwoord op de vraag ‘wat is onze christelijke opdracht nu’ kan ik niet geven. Ik kan als predikant vanuit de Bijbel wel een paar dingen aangeven.

Allereerst is onze christelijk opdracht niet veranderd sinds de corona-crisis. De boer moet nog steeds voortgaan met ploegen. De opdracht om de aarde te bewerken en er iets moois van te maken bestaat nog steeds. Wat we telkens weer moeten bijstellen is onze houding en motivatie. Die is sinds de zondeval niet meer 100% op het welzijn van elkaar en op de eer aan God gericht, maar veel meer op maximaal gewin, eigenbelang en afschuiven van de verantwoordelijkheid.

Verder confronteert deze crisis ons ermee dat we de les van Prediker 11 vergeten zijn. We hebben ons brood niet in zeven of acht delen verdeeld, maar al onze pijlen op ekonomische groei en onze eigen welvaart gezet. We hebben zoveel andere dingen verwaarloosd, zoals onderlinge relaties.

Opeens vallen door corona geliefden weg of kunnen we ze niet meer bezoeken. Plotseling beseffen we, hoe belangrijk ze voor ons zijn. En hoeveel respect al die werkers in de zorg verdienen. Waarom komen we daar nu pas achter?

Opeens komen veel bedrijven stil te liggen of dreigen om te vallen. Plotseling komen we erachter, hoeveel eigenwaarde we aan ons werk of ons maatschappelijke positie ontleenden. Wie zijn we nu ons dat allemaal uit handen geslagen wordt?

Opeens horen we de vogels fluiten en valt het ons op dat de luchten mooier zijn zonder al die vliegtuigstrepen. Plotseling realiseren we ons dat Gods prachtige schepping ook iets is om van te genieten. Hoe kan het dat we daar zolang aan voorbij geleefd hebben?

‘ANDERS GEWOON’

Al dit soort vragen komen nu gezamenlijk naar boven, omdat één ramp ons allemaal tegelijk treft en heel de samenleving lam slaat. Christenen erkennen dat er niets buiten God om gaat. Dus vragen veel gelovigen zich af: wat wil God ons hiermee leren? Moet het roer om? En zo ja, hoe dan?

Ik geloof dat God ons door elke crisis iets wil leren. Als we dat inzien, moet het roer inderdaad om. Maar hoe dat moet? Op die vraag moet iedere gelovige volgens mij voor zichzelf persoonlijk een antwoord zien te vinden. En als samenleving moeten we er in goed overleg met elkaar een weg in vinden.

Tegelijk gaat het dagelijkse leven gewoon door. Dus ploegt ook de boer gewoon voort. Maar het is niet meer ‘gewoon zoals altijd’. Het is ‘anders gewoon’ geworden, bewuster. Als het goed is in het besef: Morgen is voor ons verborgen. Jij en ik, wij weten niet wat de dag van morgen biedt. Maar Hij die ’t heelal omspant houdt ook ‘morgen’ in zijn hand.

 

Ballade van de boer
Er stonden drie kruisen op Golgotha,
Maar de boer hij ploegde voort.
Magdalena, Maria, Veronica,
Maar de boer hij ploegde voort.
En toen zijn akker ten einde was,
Toen keerde de boer de ploeg
En hij knielde naast zijn ploeg in het gras,
En de boer, hij werd verhoord.

Zo menigeen had een schone droom,
Maar de boer hij ploegde voort.
Thermopylae, Troja, Salamis,
Maar de boer hij ploegde voort.

Het jonge graan werd altijd groen,
De sterren altijd licht,
Gods woord streed in de wereld voort
En de boer heeft het gehoord.

Men heeft de boer zijn hof verbrand,
Zijn vrouw en os vermoord;
Dan spande de boer zichzelf voor de ploeg,
Maar de boer hij ploegde voort.
Napoleon ging de Alpen op
En hij zag de boer aan ’t werk,
Hij ging voor Sint-Helena aan boord
En de boer hij ploegde voort.

En wie is er beter dan een boer,
Die van de wereld hoort,
En hij ploegt niet, wat er al geschiedt
Op deze akker voort.
Zo menigeen lei de ploegstaart om,
En deed het werk niet voort,
Maar de leeuwerik zong hetzelfde lied,
En de boer hij ploegde voort.

Heer God! De boer lag in het gras,
Toen droomde hij deze droom:
Dat er eindelijk een rustdag was
Naar apostel Johannes’ woord.
En de kwaden gingen hem links voorbij
En de goeden rechts voorbij,
Maar de boer had zijn naam nog niet gehoord
En de boer hij ploegde voort.
Eerst toen de boer die hemel zag
Zo vol van lichte schijn,
Toen spande hij zijn ploegpaard af,
En hij veegde het zweet van zijn voorhoofd af,
En hij knielde naast zijn stilstaand paard,
En hij wachtte op Gods woord.

Een stem sprak tot aarde, hemel en zee
En de boer heeft haar gehoord:
“Ter wille van de boer die ploegt
Besta de wereld voort!”

J.W.F. Werumeus Buning – uit de bundel Negen balladen – eerste uitgave 1935

 

 

OEREND HARD

Jack Middelburg TT Assen

Foto: Fernando Pereira / Anefo, CC0, via Wikimedia Commons

Jack Middelburg was een bekende motorcoureur. Hij won in 1980 als laatste Nederlander de 500cc in Assen. Hij  was één van de laatsten die gewoon met z’n eigen motor en een privé-sponsorkring met de top mee kon. In 1984 raakte hij bij een crash tijdens een race in Tolbert dodelijk gewond en overleed een paar dagen later in het ziekenhuis in Groningen. Jumping Jack werd hij genoemd. Twee jaar geleden was er een een musical over zijn leven. Dat was al net zo onstuimig als zijn races.

TT Oerend hardDe manier waarop Jack Middelburg vroegtijdig aan het einde van zijn leven gekomen is, zou je kunnen samenvatten met het lied van Normaal – Oerend hard. ‘Mor zo as altied kump aan dat gejakker een end’. Met dit verschil, dat Jack Middelburg nog steeds een bekende Nederlander is. Je kunt bij Jack Middelburg ook denken aan een ander lied, namelijk “Go like Elijah’ van de Amerikaanse country- en rock-zangeres Chi Coltrane. In beide gevallen een passend lied bij een plotseling, onverwacht heengaan. Met ook wel een verschil: eindig je je leven zonder verwachting en toekomst (‘Iedereen die zee: van die luu heur ie nooit meer wat van’) of vanuit het verlangen (‘Lord, when I go, I wanna go, just let me go like Elijah when I go’).

Hemelvaart EliaElia ging ook oerend hard. Tijdens zijn leven ging Elia oerend hard tegen de tijdgeest in. Terwijl er bijna niemand meer in God geloofde, droeg hij de boodschap uit: ‘Men­sen, geloof niet langer in jezelf, keer je af van je eigen gekozen goden en keer terug tot onze God, die hemel en aarde gemaakt heeft, de God van Abraham, Isaak en Jakob, die God die ons uit Egypte bevrijd heeft en via Mozes zijn heilzame geboden aan ons gegeven heeft.’ Onvermoeibaar was Elia geweest, vooral in de strijd tegen de Baäldienst die de goddeloze koningin Izebel geïntroduceerd had.

En oerend hard was de manier waarop Elia door de HERE werd thuisgehaald. Dat verhaal staat in 2 Koningen 2:1-15. Elia weet dat zijn taak erop zit. Samen met Elisa steekt hij de Jordaan over, op een manier die herinnert aan Mozes en Jozua. Zij kregen ook geen natte voeten, toen ze, met het volk Israël, door de Schelfzee en door de Jordaan heengingen. De pro­feten uit Jericho, die hen op een afstandje volgen, zien het. Door dat teken krijgen ze nieuwe zekerheid: onze God is er nog steeds, Hij is gisteren en heden dezelfde. Aan de overkant van de Jordaan gaan Elia en Elisa al pratend verder. Elia heeft Elisa nog veel te vertellen. De laatste instrukties om Elisa voor te bereiden op de taak, die hij misschien krijgt. Dan opeens gebeurt het! Vuur en bliksem uit de hemel! Paarden van vuur, een vuri­ge wagen! Elia wordt aan boord getrokken, weg is hij, ineens. Elisa staat erbij, kijkt erna … en het is alwaar voorbij.

Wat zal dat een indruk op Elisa en, op een afstandje, die 50 profeten gemaakt hebben. God, die rechtstreeks zijn engelen stuurt om Elia op te halen en thuis te brengen. Voor Elisa is de hemelvaart van Elia een bemoedigend teken om verder te vechten tegen ongeloof en tegenstand. Hij is de getuige die het gezien en verder verteld heeft. Diep onder de indruk schreeuwt hij: ‘Mijn vader, mijn vader! Wagens en ruiters van Israel!’

Hemelvaart Elia icoonIn Elia verliest hij niet alleen zijn meester. Elia was ook een geestelijk vader voor hem geweest. En met de eretitel ‘Wagens en ruiters van Israel’ wil hij zeggen, dat Elia voor Israel meer betekend heeft dan het hele leger van Israel. Dat leger van Israel streed in die dagen een felle strijd tegen de Arameeërs uit Damaskus om de zelfstandigheid van het 10-stammenrijk. Maar Elia was degene geweest, die tegen een veel gevaarlijker vijand had gevochten: de Baal-dienst. Als Elia er niet was geweest, zou (mense­lijkerwijs gesproken) het geloof in de HERE uit Israel verdwenen zijn en was Israel geestelijk vernietigd. Maar door de tomeloze inzet van Elia was er in Israel nog een groep van 7.000 gelovigen overgebleven, die geen afgoden aanbaden. Zo zorgde God er zelf voor, dat zijn Woord bekend bleef in Israel. Dat Woord houdt eeuwig stand. Elisa mag namelijk in het spoor van Elia verdergaan. Elisa had om die reden gevraagd om een dubbel aandeel in de geest van Elia. Want hij was er diep van doordrongen, dat het niet mogelijk is, om uit eigen kracht profeet te zijn. Geloven is niet iets, wat een mens uit zichzelf doet. Daar heb­ben we de heilige Geest voor nodig.

De wens van Elisa wordt door God verhoord. Hij is getuige van de hemelvaart van Elia. Zo wijst de HERE hem Zelf aan als opvolger van Elia. Want één ding van Elia ging niet mee naar boven. Zijn harige profetenmantel. Het is dezelfde mantel, die Elia hem bij zijn roeping toege­worpen had. Die mantel is nu van hem. Het is zijn ambtskleed. Daarmee maakt God hem duidelijk: ‘Jij, Elisa, zult optreden in de lijn van Elia. Bij je taak als pro­feet zul je, net als Elia, kracht van mijn Geest krijgen.’ Dat komt er direkt uit: als Elisa alleen bij de Jordaan terugkomt, her­haalt hij met de opgerolde mantel het teken van Elia. Zo kan Elisa als profeet beginnen. Hij heeft de hemel gezien en de overwinning van het Woord van God. Zo gaat het Woord van de Here verder. Het blijft bekend in Israel. Er gaat zelfs weer wervingskracht uit van de prediking van Elisa. En als hij sterft, krijgt ook Elisa de eretitel: ‘Wagens en ruiters van Israel!’ Hij heeft eveneens veel betekend voor Israel.

Het waren zware tijden voor de gelovigen in Israel, toen Elisa Elia opvolgde. Allebei riepen ze de mensen op om zich van hun zonden te bekeren. Daarna kwam de Here Jezus. Hij heeft hun werk voltooid en ons met God verzoend. Hij heeft de duivel verslagen. Toch probeert satan nog steeds, vanuit verslagen positie, zoveel mogelijk mensen van het geloof af te trekken. We zouden kunnen zeggen: de duivel gaat oerend hard. Vaak lijkt hij heel ver te komen. Maar hij redt het niet! God zorgt ervoor, dat op belangrij­ke punten, als de situatie kritiek wordt, er mensen zijn, die standhouden. Dat zijn de ‘wagens en ruiters van Israel’, de personen, die er -menselijkerwijs ge­sproken- voor gezorgd hebben, dat Gods Woord het heeft gered en dat er mensen bleven geloven Chi Coltrane Go like Elijahin de enige naam op aarde die redding biedt, die van Jezus. Soms zijn het er maar heel weinig meer. Maar ook dan, al zijn het er maar twee of drie die in de naam van Jezus bij elkaar komen – ook dan belooft onze Heer: ‘Ik ben in jullie midden!’ Hij geeft je het lef om ‘oerend hard’ van je geloof te getuigen, zoals Elia in zijn dagen deed. Dus ‘Go like Elijah’!

Twee Amerikanen over de verhouding tussen schepping en evolutie

Oerknal LJvdZ“Eens, once upon a time, maakte God in korte tijd een kant en klaar heelal en schiep Hij één mensenpaar als zijn evenbeeld. En met het intellect dat God Zelf in onze hersenen gelegd heeft, kunnen we het allemaal narekenen: als God het niet in een krappe week geschapen heeft, zou het ongeveer 13,7 miljard jaar oud zijn. Zo’n machtig God is Hij!”

Met deze zin sloot ik in 2015 een drieluik af die ik begonnen was met de zin: “Waarschijnlijk ben ik een simpele gelovige.”

21/09/2015  God maakte een stofje en zag het met plezier miljarden jaren groeien
26/09/2015  Een goed christelijk gesprek over schepping en evolutie – kan dat?
30/09/2015  Een geloofwaardige versie 2.0 van het scheppingsverhaal? 

Meewarig

Een paar lezers lieten mij weten dat ik met dat woordje ‘simpel’ me te makkelijk af maak van de bevindingen van noeste wetenschappelijke arbeid en daarmee dus eigenlijk ook de integriteit van duizenden christelijke wetenschappers een beetje in twijfel trek. Ik kan me die reaktie wel een beetje voorstellen. Ik heb die drieluik over de verhouding tussen schepping en evolutie geschreven omdat ik toen de indruk kreeg, dat weldenkende bijbelgetrouwe christenen die niet volledig meegaan in de theïstische-evolutionistische visie van mensen als (om even twee voormannen te noemen) Gijsbert van den Brink en Cees Dekker) wat meewarig worden aangekeken, zelfs als ze nadrukkelijk afstand nemen van het klassiek orthodoxe standpunt van mensen als (om even een andere voorman te noemen) Mart-Jan Paul, die vinden dat de vormgeving van de aarde niet meer dan zo’n 6000 jaar geleden in exact  6 x 24 uur heeft plaatsgevonden.

Dat gevoel van meewarigheid tegenover wie niet volledig meegaat met de gedachte dat “de oerknal dus het daverende startschot was” (Dagblad Trouw 20-05-2020) van Gods plan met de schepping, maar waarbij de hele uitbouw van het heelal en het ontstaan van het leven op aarde incl. de eerste mens-achtigen volstrekt evolutionair bepaald is, is volgens mij nog steeds aanwezig.

Daar heb ik wat moeite mee. Vanuit natuurwetenschappelijk oogpunt begrijp ik wel dat een christenwetenschapper zo veel mogelijk meegaat in de algemeen aanvaarde opvattingen over het ontstaan van het heelal en onze aarde. Maar die houding wil nog wel eens doorslaan naar de mening dat de wetenschap in elk opzicht het laatste woord heeft als het om de vraag gaat hoe God precies hemel en aarde geschapen heeft (meer hierover in mijn blog ‘Houdt God ons voor de gek?’  van 01-09-2017).

Als dat zo is, moet je wel komen met een verhaal zoals in het schitterend geschreven boek “Oer” van Gijsbert van den Brink, Cees Dekker en Corien Oranje. Die visie is niet nieuw. Die visie is ook niet onbijbels. Maar die visie hoef je niet meteen als dé waarheid te omarmen. Het is in mijn optiek niet meer dan een denkoefening van gelovige medechristenen die maximale input geven aan de huidige stand van de wetenschap als het om het scheppingsverhaal gaat. Aan de andere kant staan (excuus voor het woord) de biblicisten die bij de geringste onenigheid tussen bijbel en wetenschap zich meteen in allerlei bochten wringen om de resultaten van bv. natuurkundige hypotheses en archeologisch onderzoek in de mal van letterlijk bijbellezen te persen (zoals de ongeloofwaardige poging om de tijd tussen zondvloed en Abraham met duizend jaar op te plussen – meer hierover in mijn blog ‘Wedden op twee paarden’ van 08-12-2017)

Een wetenschappelijk scheppingsverhaal …

Al in 2003 hield de Amerikaanse briljante, veelzijdige, christelijke filosoof Peter van Inwagen een lezing over The Problem of Evil (uitgegeven in 2006). Daarin zegt hij dat het Bijbelse verhaal in Genesis over de zondeval van Adam en Eva niet letterlijk zo gebeurd kan zijn, omdat het volgens hem ingaat tegen wat de wetenschap ontdekt heeft over menselijke evolutie en de geschiedenis van het fysieke universum. Maar als christen gelooft hij wel dat Genesis 1 t/m 3 een weergave is van feitelijke gebeurtenissen in de menselijke prehistorie. Volgen Van Inwagen bestuurt God de gang van de evolutie. Op Evolutie aap naar menshet moment dat er een paar honderd primaten op de aarde zijn, laat God hen op wonderbaarlijke wijze ineens doorgroeien tot rationele wezen. Hij geeft hun gaven als taal en abstract denken, maar ook onbaatzuchtige liefde en het daarbij behorende geschenk van de vrije wil. Deze voorouders van ons leefden in een paradijselijke enclave waar ze leefden in volmaakte, harmonieuze liefde en waar ze gevrijwaard waren van ziekte, destructieve natuurlijke gebeurtenissen, veroudering en doodgaan. Deze eerste mensen waren geschapen voor een volmaakte wereld zonder lijden. Maar ze misbruikten het geschenk van de vrije wil en maakten zich los uit hun eenheid met God. Als logisch gevolg van hun opstand overspoelde het natuurlijke kwaad van lijden en dood door de willekeurige krachten van de natuur, dat in de rest van de wereld al aanwezig was, hen nu ook. Daarnaast kreeg de wereld nu voor het eerst te maken met moreel kwaad, omdat de menselijke natuur vanaf dat moment totaal verdorven was door zondige ik-gerichtheid.

… dat je niet klakkeloos hoeft te volgen

Bovenstaande weergave van Van Inwagen staat in het boek ‘Aan Gods hand door pijn en lijden’ van Tim Keller (voor de liefhebbers: op blz. 394-395 en nog een keer op blz. 399-400, merkwaardigerswijs twee keer op verschillende wijze in het Nederlands geciteerd). Maar Keller past ervoor om dit verhaal één op één over te nemen als de meest logische hervertelling van het scheppingsverhaal waar alle christenen in 2020 in zouden moeten geloven. “Van Inwagens verhaal en argumentatie zijn ingenieus, en christenen die in evolutie geloven kunnen met dit verhaal nog steeds de zondeval gebruiken als verklaring voor het bestaan van natuurlijk en moreel kwaad. Maar ook al is het (…) als filosofisch argument heel verdienstelijk, ik geloof niet dat dit verhaal te rijmen is met hoe het in de Bijbel verteld wordt. Als Adam en Eva niet werkelijk hebben bestaan, dan kunnen we niet verklaren waarom alle mensen even zondig zijn, en het klopt evenmin met wat Paulus in Romeinen 5 en in 1 Korintiërs 15 schrijft over Adam als vertegenwoordiger van het gehele menselijke geslacht.” (blz. 395) “Ik geloof dat er in het verleden echt een echtpaar heeft bestaan dat zich van God afkeerde, door wie het natuurlijke en morele kwaad in de wereld is gekomen en van wie alle mensen afstammen. (blz. 399).

Keller verwijst het verhaal van Van Inwagen niet linea recta naar de prullebak. Hij beschouwt het eerder als een interessante denkoefening voor wetenschappelijk en filosofisch ingestelde christenen. “Als je gelooft in een letterlijke Adam en Eva en tegelijk gelooft dat het leven op aarde ontstaan is door evolutie, dan kun je (…) wel iets hebben aan de lijn van het verhaal van Van Inwagen. In dit verhaal adopteert God (of hij creëert uit het niets) Adam en Eva en plaats hen in de paradijselijke enclave, de Hof van Eden. Dit was de wereld waar God de mensen voor geschapen had en ook het soort leven dat gemeengoed geworden was als Adam en Eva God gehoorzaamd hadden. Maar zodra zij in zonde vielen, kregen ze met de omringende wereld te maken en werd aan het natuurlijke kwaad van de wereld het morele kwaad toegevoegd waardoor de wereld een vreselijk oord werd. Dit verhaal [van Van Inwagen]  steunt de Bijbelse grondlijn dat het lijden en het kwaad in de wereld, evenals al het morele kwaad en de dood van mensen, te wijten zijn aan menselijke zonde.” (blz. 399-400)

Een interessante denkoefening. Niet meer en niet minder. De ene christen vindt het redelijk overtuigend. De andere christen houdt het vast een historische Adam en Eva. De een hoeft zich niet meer en de ander zich niet minder te voelen. Of omgekeerd.

Naast de hierboven genoemde blogs schreef ik op 01/12/2015 ook nog En zo werd de mensaap beeld van God?

Oranje Boven – 75 jaar vrijheid

Een speciale WeekBreek n.a.v. 75 jaar vrijheid. Voor wie graag leest: de tekst staat hieronder. Wie liever kijkt én het gebed wil horen én wil genieten van foto’s met een glimpje (gemaakt door Karla Leeftink):

‘Oranje boven, Oranje boven – leve de koningin!’ Dat lied was in de oorlog erg populair, ook al werd het fluisterend gezongen. Op straat bemoedigden de mensen elkaar met de duim omhoog en zeiden ‘O Zo!’ – Oranje Zal Overwinnen’.

Na vijf bange, lange jaren was het zover: 75 jaar geleden, op 5 mei 1945, gaf het Duitse leger zich in Nederland zich over. Heel Nederland was bevrijd. Alleen op een paar Waddeneilanden duurde het wat langer. Het Zuiden van ons land was al in 1944 bevrijd. Het Oosten en het Noorden in maart en april 1945.

Wat een feest zal dat geweest voor de mensen. Eindelijk de bevrijding!

Vlaggen wapperen. Mensen gaan de straat op. Ze lachen. Ze vallen elkaar om de hals. Vrouwen en meisjes omhelzen de bestofte soldaten. Kinderen gluren nieuwsgierig naar al die tanks, jeeps en pantserwagens.

 

Zo zou het gegaan kunnen zijn, 75 jaar geleden.

Eindelijk vrijheid! Na vijf verschrikkelijke jaren. Het is, denk ik, niet voor te stellen hoe donker en onzeker die periode voor onze ouders en grootouders geweest is. Soldaten en verzetsmensen die zonder vorm van proces werden doodgeschoten. Uit Nederland alleen al 100.000 Joden en duizenden Roma en Sinti die nooit zijn teruggekomen.

 

Als je als land dan weer vrij bent … wat een opluchting!

En tegelijk … vrij zijn … hoe onwerkelijk.

En voor heel veel mensen tegelijk ook heel verdrietig. Zoveel lege plekken. Zoveel trauma’s.

 

Wanneer waardeer je vrijheid het meest? Ik denk: wanneer je het verschil weet met daarvoor. Zelf heb ik de Tweede Wereldoorlog niet meegemaakt. Voor mij is onze vrijheid dus heel normaal. Maar dat geldt niet voor iedereen. Je merkt het als je een tijdlang zelf in een land woont waar geen vrijheid van meningsuiting heerst. En hoor maar eens de verhalen van vluchtelingen uit Syrië of Eritrea.

Wanneer waardeer je vrijheid het meest?

Als ik de verhalen hoor over de oorlog, valt mij altijd op, dat je mensen heel vaak hoort zeggen: ‘Ik ben mijn geloof in God verloren. Want waar was God in Auschwitz?’

Het gekke is: ik lees in oorlogsverhalen bijna net zo vaak dat mensen zeggen: ‘Mijn geloof in God heeft mij de kracht gegeven om het vol te houden. En ik geloof dat wat mensen elkaar in Auschwitz aangedaan hebben, eens door God zal worden rechtgezet.’

Kennelijk is het belangrijk dat je weet wie jou er doorheen geholpen heeft.

 

Op wie kun je vertrouw als het moeilijk wordt?

En wie bedank je als het weer beter gaat?

 

In de Bijbel kwam ik een merkwaardig verhaal tegen. Het is niet zo bekend en staat in het bijbelboek 2 Kronieken, hoofdstuk 20. Moab en Ammon hebben Jeruzalem en heel Juda de oorlog verklaard. Ze zijn al bij de grens en willen met een groot leger de Jordaan oversteken.

De schrik slaat koning Josafat om het hart. Wat moet hij doen? Nou, hij roept een dag van nationaal gebed uit. Met duizenden mensen gaan ze naar de tempel. Daar bidt Josafat: ‘HEER, U bent onze God. U heerst vanuit de hemel over alle koninkrijken op aarde. Niemand is zo machtig als U. Wij zijn niet opgewassen tegen deze oprukkende legermacht. We weten niet wat we moeten doen. Maar U bent onze God. Onze hoop is op U gevestigd.’

Josafat krijgt ook antwoord. De Geest van de HEER werkt krachtig in op Jachaziël, een Leviet. Die bemoedigt de koning en het volk hen door te profeteren: ‘Majesteit! Wees niet bang, maar trek morgen op tegen de vijand, want de HEER staat aan uw kant.’

De volgende dag trekt Josafat meteen met heel het leger op naar de Jordaan. Maar weet je hoe hij dat doet? Hij houdt eerst nog een korte toespraak: ‘Bewoners van Jeruzalem en Juda, luister! Vertrouw op de HERE, uw God, en u zult sterk staan. Vertrouw op het woord van zijn profeten, en u zult slagen.’

En daarna … nou komt het merkwaardige … daarna laat hij de zangers en musici van de tempel in feestgewaden vóór het leger uitgaan, op weg naar het slagveld. Ze zingen: ‘Loof de HEER,  want eeuwig duurt zijn liefde.’

Wat volgt, is een glorieuze overwinning. Na vier dagen is de oorlog voorbij. En wat doet Josafat dan? Hij houdt op het slagveld een herdenkingssamenkomst en brengt hulde aan God. Vanaf dat moment heeft die plek ‘Emek-Beracha’ – Dal van de Hulde. Daarna, als ze terug zijn in Jeruzalem, houden ze daar een bevrijdingsfeest in de tempel. En in de jaren erna is er rust, vrede en veiligheid in heel het land.

 

Een bijzonder verhaal. Welke generaal zou in oorlogstijd de Koninklijke Militiaire Kapel ‘Johan Willem Friso’ voor het leger uit het slagveld op laten gaan?

Maar ik vind het ook een bemoedigend verhaal.

 

Het geloof in God levert uiteindelijk vrijheid, vrede en vreugde op!

Vrij van angst: met de Heer durf ik de strijd aan.

Vrede in het land en vrede in het hart.

Vreugde om het goede wat God geeft.

 

We leven nu alweer 75 jaar in een vrij land. Geen angst meer om zomaar doodgeschoten of op transport gezet te worden.

Tegelijk wordt onze vrijheid vandaag op een andere manier bedreigd en ingeperkt. Wat zullen we opgelucht zijn als er straks een vaccin beschikbaar is waardoor we weer gewoon de straat op kunnen gaan en elkaar ontmoeten.

 

Bevrijd van de angst in oorlogstijd.

Bevrijd van de angst om besmet te raken.

 

Daaronder zit nog een diepere laag van vrijheid.

Dat is de vrijheid die Jezus voor mij verdiend heeft door de oorzaak van alle ellende aan te pakken.

Hij versloeg Gods grote tegenstander, de duivel. En gaf zo mij mijn vrijheid als kind van God terug.

Dat geeft een vrede die verder reikt dan 75 jaar – de hemel staat nu weer voor mij open.

En de vreugde die dat geeft –  dat voel ik vaak beter dan ik het onder woorden kan brengen. Maar ik voel het wel.

Dus ben ik op 5 mei dubbel blij: als Nederlander en als christen.

Bloed, zweet en tranen in Getsemané

Ook op zondag 5 april is er weer een video-opname vanuit de kerk. Alles bij elkaar precies 22 minuten en deze keer met: * gezongen votum; * een korte preek over ‘Bloed, zweet en tranen’ – het lijden van Jezus in de hof van Getsémane; * een kindmoment; * een gebed; * Gods zegen; * Opwekking 268 – ‘Hij kwam bij ons heel gewoon’.

Bijbellezingen staan per abuis niet vermeld: Lukas 22:39-46 en Johannes 18:1-11.

Daarna in de playlist vier versies van ‘Nearer, my God, to Thee’.

Op berenjacht met David, Amos en Jesaja

Knuffelberen zijn lief. Echte beren zijn gevaarlijk.  Ga je vechten, vluchten of vriendschap sluiten?

Deze WeekBreek bevat weer een korte overdenking, een (kinder)lied ‘Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God’ en een kort gebed.

De HEER waakt over de hele aarde; iedereen die hem met ​hart​ en ziel is toegedaan, biedt hij krachtige hulp. (2 Kronieken 16 vers 9)

Het is lente – kijk naar de vogels en de bloemen!

Hieronder vind je de tekst van de WeekBreek van woensdag 25 maart.

Door God geliefde mensen, mijn broer en mijn zus,

Een paar dagen geleden zat ik bij ons achter het huis lekker in het zonnetje. Het was net 21 maart geweest. Het is lente! En terwijl ik mij zorgen zat te maken, bedacht ik opeens: maar de vogels en de bloemen hebben nergens Puttertjelast van! ‘Kijk eens naar de vogels,’ zegt Jezus in Matteüs 6 en Lukas 12, ‘God geeft ze te eten.’ Dat heb ik toen dus maar eens gedaan. Weet je wat ik toen bij ons in de tuin zag? Een puttertje! Een aantal zelfs, want ze komen altijd in groepjes langs. En ik hoorde ook de merel fluiten. Prachtig, hoe dat klinkt! De zwarte is het mannetje, de merel-kerel. En de bruine is het vrouwtje. Ze zingen elkaar in beurtzang toe. Ik heb nog niet ontdekt wie van de twee het mooiste zingt.

Jezus zegt  ook: ‘Kijk eens naar de bloemen. Ze zijn prachtig. Het is God die het gras met die prachtige bloemen versiert.’ Dus dacht ik: ik ga eens kijken wat er bij ons in de tuin staat. Nou, daar staan dus een aantal mooie lentebloemen! Hoeveel lentebloemen ken jij trouwens? Vraag het maar eens aan je kinderen of kleinkinderen of het overbuurmeisje. Weet je wat me ook opviel? Al die lentebloemen komen in een bepaalde volgorde. Ik kan er zo vijf achter elkaar opnoemen. Haast per maand: in januari begint het met de sneeuwklokjes, dus die zie je nu niet meer. En in mei zie je overal de pinksterbloemen staan. De rest zit er dus tussen.

Bosanemoon KarlaAchter ons huis hebben we een sloot. Daar staat een klein groepje bosanemomen in de berm staat. Ja, die bloemsoort kennen veel mensen niet.  Maar het ziet er prachtig uit. Kijk maar, zo mooi en teer! Vlakbij zie ik ook nog van die paarse en gele bloemen. Van die paarse weet ik de naam niet. Van de gele wel: dat is speenkruid.

Wist je trouwens, dat elke bloem z’n eigen vaste tijd heeft, dat ‘ie open gaat? En dat elke vogelsoort op z’n eigen vaste tijd ’s morgens begint te zingen? Ze gaan niet allemaal tegelijk open en ze beginnen niet allemaal tegelijk te fluiten. Nee, alles heeft z’n eigen plek en tijd in de natuur. Zo mooi heeft God het op elkaar afgestemd!

Het zijn bijzondere weken en maanden waar we in leven. Mensen maken zich grote zorgen. Maar vergeet dan ook de kleine mooie dingen niet. Kijk naar de bloemen en kijk naar de vogels.

Ik heb ook nog een idee voor de creatievelingen onder ons. Maak een natuurklok. En let dan de komende dagen en weken goed op, wanneer de bloemen in je tuin en in de berm open gaan. Welke bloem wint het van de rest? En welke bloem gaat pas als allerlaatste open? Daarnaast kun je, als je echt een vroege vogel bent, op de natuurklok ook zetten in welke volgorde de vogels beginnen te zingen. Of anders noteer je gewoon het moment, waarop je een mus hoorde tjilpen of de koolmees hoorde fluiten.

En sta er dan af en toe bij stil en zing: God die ’t gras gemaakt heeft, de bloemen in de wei, de bomen, vruchten, vogels, zorgt ook voor mij.

Heer in de hemel,

U bent het die alles gemaakt hebt. Ook nu, in deze  bizarre tijd, hebt U alles in de hand. Als we om ons heen kijken, lieve Vader, zien we een schepping in bloei. Het is volop lente, heel de natuur komt tot leven.

Dank U voor de vogels om ons heen die af en aan vliegen om hun nesten te bouwen. Help ons  om in deze tijd toch te kunnen genieten van hun lied.

Dank U voor de bloemen die in kleuren en geuren vertellen dat er een nieuw seizoen aangebroken is. Help ons in deze tijd toch te kunnen genieten van al die prachtige creaties in tuin en gras en berm.

Dank U voor bomen en struiken die uitbotten en binnenkort weer volledig in het blad staan. Help ons in deze tijd toch te kunnen genieten van de schaduw die ze geven.

Grote God, U bent de Schepper van alles wat leeft. Vogels leven bij dag en leven uit uw hand. Bloemen zijn door u in al hun variatie ontworpen om een paar dagen te bloeien. Zo bent U voor heel uw schepping goed.

Lieve God, U bent dankzij Jezus Christus ook onze hemelse Vader. U roept ons op om te leven aan uw hand. Dat vinden we best wel moeilijk, zeker in deze tijd waarin de plaag van het corona-virus ons land en de wereld overspoelt. En waarin de angst als tweede golf daar automatisch op volgt.

Help ons om rust te vinden bij U. Want U, die alles maakte, zorgt ook voor mij. Ja, U, die ons Jezus gaf, blijft steeds voor ons zorgen. Geef ons door uw Heilige Geest dat vertrouwen, dat geloof.

In Jezus naam vraag ik U dat. AMEN  

 

 

De Heer regeert – geef Mij je angst – Psalm 107

Hieronder vind je de tekst van de videopreek van zondag 22 maart.

Door God geliefde mensen, mijn broer en zus in Jezus Christus,

Het corona-virus houdt de wereld in zijn greep. Ook in Nederland regeert de angst. Angst om besmet te worden en om aan dit virus te sterven. Dat geldt niet alleen voor de ouderen in onze samenleving. Maar ook voor wie heel kwetsbaar is vanwege ziekte of de nawerking van chemokuren of bestralingen. Angst om gebrek aan voedsel, en dus hamstert men de hele koelkast, diepvries, inloopkast en niet te vergeten het medicijnenkoffertje vol. Angst voor een ekonomische crisis, nu steeds meer winkels en bedrijven de deuren sluiten. Wat betekent dat voor mijn bedrijf? Wat betekent dat voor mijn baan?

Die angst is er echt. En die angst is terecht. Ook als christen ken ik die angst. Psalm 25 spreekt ervan: Mijn hart is vol van angst, bevrijd mij uit mijn benauwdheid. God, verlos Israël, verlos het van al zijn angsten. Ook Psalm 107 spreekt ervan. Die psalm raakte mij de afgelopen dagen.

In Psalm 107 staan twee gevoelens centraal. Allereerst de trouw van de HERE God. Daar begint deze psalm mee: Loof de HEER, want Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw. En daar eindigt deze psalm mee: Wie wijs is kent de trouw van de HEER.

Maar daar tussen in gaat het in Psalm 107 heel vaak over angst. Angst is een wurgslang. Het grijpt mensen bij de keel. En zoals ik al zei: die angst is er vandaag echt. En die angst is terecht. Psalm 107 zegt daarover: mensen zijn wereldwijd in de greep van de angst, uit alle landen, uit het oosten en het westen, uit het noorden en het zuiden. Vind je dat niet vreselijk aktueel? Een wereldwijde angst?

De dichter van Psalm 107 noemt vier verschillende situaties, waarin de angst mensen in de greep heeft. En vier keer klinkt dan het refrein: “Zij riepen in hun angst tot de HERE en Hij redde hen uit vele gevaren.” 

Eén ervan lijkt heel erg op de situatie van vandaag. Het gaat dan over schepen die de zeeën bevaren om handel te drijven met verre landen. Dat is een beeld dat goed past bij onze moderne samenleving. Ekonomie en welvaart, dat zijn de peilers waarop zij vandaag onze zekerheid en onze gezondheid bouwen.

Maar dan … zegt Psalm 107: Op Gods bevel ging het stormen, hoog verhieven zich de golven. Schepen werden opgetild tot de hemel en vielen weer neer in de diepte. Iedereen verging van ellende. Ze zwaaiden op hun benen alsof ze dronken waren. Ze waren ten einde raad.

Dat zijn pittige uitspraken. Als een storm raast het corona-virus over de wereld. Het raakt iedereen, of je nu besmet bent of niet. Is dat corona-virus door God de wereld ingestuurd? En als dat zo is, is het dan een straf van God? Of is het een teken van de eindtijd – een signaal dat Jezus binnenkort terugkomt? Ik geloof daar persoonlijk niet zo in. Ik zie het eerder als een wake-up-call. God roept ons mensen en ieder van ons persoonlijk weer bij de les.

Hoeveel mensen leven in onze tijd niet aan God voorbij? Hoeveel mensen vertrouwen op andere dingen dan op God? Hoeveel mensen zoeken hun zekerheid niet bij God, maar bij de wetenschap? En dan plotseling … waait er een virus uit China over heel de wereld. En meteen is het zelfvertrouwen weg. De angst regeert.

Wat doe je dan? In Psalm 107 staat: Zij riepen in hun angst tot de HERE – en Hij redde hen uit vele gevaren. Hij bracht de storm tot zwijgen, de golven gingen liggen. Groot was hun blijdschap, dat de zee tot rust kwam. De HEER bracht hen naar een veilige haven.

In het Nieuwe Testament laat Jezus weten, dat Hij in de storm erbij is. Zelfs als Hij slaapt, heeft Hij alles maximaal onder controle. En als Hij afwezig lijkt, komt Hij op het cruciale moment toch aanlopen.

Is dat een zekerheid die we in de hand hebben? Nee, tenminste, ik ervaar dat lang niet altijd zo. Maar ik geloof wel, dat als je Jezus kent en op God vertrouwt, je anders met je angst omgaat. Jezus zegt zelf ergens: ‘Wees niet bezorgd zoals andere mensen, die niet geloven dat God voor je zorgt.’ En Paulus zegt ergens: ‘Wees niet verdrietig zoals andere mensen die geen hoop hebben.’ Dat zeggen ze allebei niet voor niets. Je mag als christen wél bezorgd zijn. Je mag als christen wél verdriet hebben. De angst slaat je, ook als christen, wél om het hart nu we midden in deze corona-crisis zitten.

De vraag is: waar ga je naar toe met je angst? Ga maar naar Jezus met je angst. Hij geef je er hoop voor terug. Laat dus niet de angst regeren, maar weet: ‘De Heer regeert, zijn koninkrijk staat vast.’ Dat Evangelie geeft houvast in bange tijden.

Wie wijs is, zegt Psalm 107, neemt dit ter harte en kent de trouw van de HEER. Die trouw is beter dan het leven, zingen we met een andere Psalm. En dus zingen Gods kinderen zelfs in bange tijden: Loof de HEER, want Hij is goed, eeuwig duurt zijn trouw. Zo spreken zij die door de HEER verlost zijn, die Hij verloste uit de greep van de angst.

De ene keer kan ik mij daar gemakkelijk aan overgeven. De andere keer gaat dat stukken moeilijker. Dat zal bij jou niet anders zijn. Een bekend kinderlied zegt dan: Je hoeft niet bang te zijn, al gaat de storm te keer. Leg maar gewoon je hand in die van onze Heer. En ook als je wél bang bent – want die angst is er echt, ook bij jou en mij … je hand in die van de Heer leggen … dat kun je doen door zelf te bidden. Dat kunnen we ook doen door samen te bidden. In deze spannende tijd is er een speciaal ‘corona’-gebed opgesteld.

Here Jezus, U reisde door steden en dorpen en “genas elke kwaal en ziekte”. Op uw bevel werden de zieken genezen.

Kom ons nu te hulp, midden in de wereldwijde verspreiding van het coronavirus, opdat we de helende liefde van U mogen ervaren.

Genees degenen die ziek zijn van het virus. Mogen ze hun kracht en gezondheid herwinnen door kwalitatieve, goede medische zorg.

Genees ons van onze angst, die de naties en landen verhindert samen te werken en buren verhindert elkaar te helpen.

 Genees ons van onze trots, die ons onze eigen onkwetsbaarheid laat claimen voor een ziekte die geen grenzen kent.

Here Jezus, genezer van allen, blijf bij ons in deze tijd van onzekerheid en verdriet.

Wees bij de families van degenen die ziek zijn of zijn gestorven. En als ze zich zorgen maken en rouwen, bescherm hen voor de ziekte en de wanhoop. Mogen ze uw vrede kennen.

 Wees bij de artsen, verpleegkundigen, onderzoekers en alle medische professionals die willen genezen, getroffenen helpen en zichzelf in een risicovolle positie plaatsen. Mogen zij uw bescherming en vrede kennen.

Wees bij de leiders van alle naties. Geef hen een vooruitziende blik om naar liefde en waarheid te handelen voor het welzijn van alle mensen voor wie ze dienen te zorgen. Geef ze de wijsheid om te investeren in lange-termijn-oplossingen die helpen ons voor te bereiden of toekomstige uitbraken voorkomen. Mogen zij uw vrede kennen, terwijl zij samenwerken om dit op aarde te bereiken.

Of we nu in binnen- of buitenland zijn, omringd door veel mensen die aan deze ziekte lijden of slechts enkelen, Here Jezus, blijf bij ons wanneer wij verdragen en rouwen, volharden en voorbereiden. In plaats van onze angst, geef ons uw vrede. Here Jezus, genees ons. Amen

Als laatste bemoediging, na deze overdenking en na dit gebed, wil ik jullie een lied meegegeven. Want als het echt waar is, dat je midden in de storm gewoon je hand in die van Jezus, onze Heer, mag leggen, weet je ook: Ik val niet uit zijn hand. Mijn wens is, dat in al je angsten en zorgen dit lied je vertrouwen op God en Jezus weer doet toenemen.

Ga met God, en Hij zal met je zijn!