ORGAANDONATIE – wie niet reageert wordt donor

Je bent ernstig nierpatiënt. Je staat al een tijdlang op de wachtlijst voor een nieuwe nier. Maar er zijn  te weinig mensen die zich als orgaandonor hebben geregistreerd. Ondanks alle campagnes in de afgelopen jaren. De hoogste tijd om het ‘toestemmingssysteem’ te vervangen door een ‘geen-bezwaar-systeem’.  Tenminste, dat vindt bijna de helft van de Tweede Kamer. Deze week stemt Den Haag over een voorstel van D66 om een ‘actief donorregistratiesysteem’ in te voeren. Het is 50/50. De fractie van het CDA gaat de doorslag geven.

Orgaandonatie ja of neeIk hoop van harte dat het voorstel van D66 het haalt. Het haalt de vrijblijvendheid eruit om je wel of niet te laten registreren als orgaandonor. Dat is het grote bezwaar tegen het huidige systeem namelijk. Nu roepen overheid en organisaties zoals de artsenvereniging KNMG alle Nederlanders op zich te registreren als donor. Maar in de praktijk heeft maar iets meer dan 40% dat tot nu toe gedaan. Dat percentage stijgt de laatste jaren wel iets, maar, schrijft de KNMG in maart 2016, “toch blijft het tekort aan donororganen groot en overlijden jaarlijks mensen terwijl zij wachten op een orgaan. Een van de problemen die artsen zien, is dat nabestaanden van een overledene die niet weten wat de overledene wilde, twijfelen en er dan vaak voor kiezen om donatie af te wijzen, terwijl de overledene mogelijk wel zijn organen had willen afstaan.” (lees hier meer)

Vrijwillige registratie te vrijblijvend

Als je je nu laat registreren als donor, kun je kiezen uit vier opties. 1 = JA / 2 = NEE / 3 = mijn nabestaanden beslissen / 4 = een specifieke persoon beslist. Als je voor ‘JA’ kiest, kun je ook nog aangeven welke organen je wel of niet beschikbaar stelt voor transplantatie. D66 stelt nu voor over te gaan tot een systeem van actieve donorregistratie. Dat houdt in dat alle Nederlanders vanaf hun 18e actief benaderd worden met de vraag of ze donor willen worden. Ze krijgen precies dezelfde vier vragen gesteld als bij de vrijwillige donorregistratie. Maar in de brief wordt er ook bij gezegd: als je na herhaalde herinneringen niet reageert, word je automatisch geregistreerd als donor.

Actieve registratie : niet automatisch donor

Orgaandonatie PasDit voorstel is een gulden middenweg tussen ons huidige, vrijblijvende systeem en het ‘geen-bezwaar-systeem’ zoals dat in bv. België en Spanje geldt. Daar ben je automatisch donor, tenzij je een ‘ik-wil-geen-donor-zijn-verklaring’ invult. Volgens mij moeten we in Nederland echt een stap vooruit zetten. We zijn er, ondanks  alle promotie in de afgelopen 30 (!) jaren, niet in geslaagd om voldoende orgaandonoren te krijgen. Dus sterven er jaarlijks tientallen tot honderden mensen terwijl ze op de wachtlijst staan, omdat 60% van de Nederlandse bevolking niet de moeite wil nemen om z’n mening kenbaar te maken over orgaandonatie. Die laksheid vind ik onchristelijk. Want uit onderzoeken blijkt dat bijna 100% van de Nederlanders wel zelf graag een nier of long of hart wil ontvangen als dat akuut nodig blijkt te zijn. Dus waarom zou je dan niet zelf na je leven iemand anders daarmee willen helpen? Volgens mij moeten christenen in deze diskussie de woorden van Jezus onze Heer uit Matteüs 7:12 en Lukas 6:31 zwaar laten wegen: Behandel anderen steeds zoals je wilt dat ze jullie behandelen (NBV) / Alles nu wat gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo (NV’51).

Orgaandonatie HartjeChristenUnie tegen actieve registratie

Helaas wil de ChristenUnie het systeem niet veranderen. In 2008 (klik hier) schreef de ChristenUnie in een notitie, dat orgaandonatie een zaak is en moet blijven van burgers onderling. De overheid mag die keus niet dwingend opleggen. Wel moet er meer aan voorlichting gedaan worden om burgers te doordringen van het belang van orgaandonatie. Oftewel: “Orgaandonatie, een zaak van mensen onderling. Geen keuzedwang, wel keuzedrang.” En zelfs als iemand zich wel heeft laten registreren als orgaandonor, is het volgens de ChristenUnie ondenkbaar om de mening van de nabestaanden te negeren. Als zij alsnog geen toestemming willen geven, gaat de orgaandonatie niet door. Er is nog een belangrijke reden waarom de ChristenUnie tegen het systeem van actieve donorregistratie is. Het sluit de mogelijkheid niet uit, dat iemand tegen zijn wil in als Orgaandonatie Wachtlijstdonor behandeld zou worden. Daarom diende de ChristenUnie in 2005 samen met o.a. de SP een motie in om alle Nederlanders vanaf hun 18e actief te registreren met dezelfde vier vragen als hierboven en met een vijfde keuzemogelijkheid. 5 = ik maak nog geen keuze, stel mij de vraag later opnieuw. Wie deze vijfde mogelijkheid invulde, zou later, bij een nieuw paspoort bv., opnieuw de vraag voorgelegd krijgen of hij/zij wel of niet donor zou willen worden. Die motie haalde het niet en dus stemde een krappe meerderheid van de Tweede Kamer in 2005 tegen het actieve donorregistratie-systeem en bleef het ‘toestemmingssysteem’ van kracht. Met de unanieme wens van heel de Tweede Kamer aan de regering om alle Nederlanders te stimuleren zich te laten registreren in het donorregister. Dat laatste heeft de overheid ter harte genomen. Op www.donorregister.nl kan iedereen invullen of men wel of geen orgaandonor wil zijn. Maar het heeft onvoldoende geholpen. Na tien jaar neemt bijna 60% van de Nederlanders nog steeds niet z’n verantwoordelijkheid. Dus komt D66 nu opnieuw met een voorstel om over te gaan tot actieve registratie van alle Nederlanders boven de 18 jaar. En wie dan na herhaaldelijke herinneringen niet reageert, wordt automatisch donor. Dat laatste is winst en wordt zelfs door ChristenUnie genoemd tijdens de allereerste bespreking van dit voorstel in 2014 (lees hier meer).

Durf een stap te zetten!

Orgaandonatie LoesjeDus waarom blijft de ChristenUnie dan vasthouden aan haar oude standpunt? Daarmee stimuleert ze laksheid en ongeïnteresseerdheid. En bevordert ze gebrek aan naastenliefde. Volgens mij is er geen sprake van keuzedwang als iemand een aantal keren nadrukkelijk gevraagd wordt om duidelijk aan te geven of men wel of geen donor wil worden. Want in die keus is iedereen volkomen vrij. Maar als iemand gewoon de moeite niet neemt om na herhaalde oproepen het donorregistratieformulier in te vullen, is het een hele logische stap om te zeggen: ‘Wie zwijgt, stemt toe’.

 

Blijf stappen zetten op de ladder van het geloof!

Belijdenis jpeg1-001Vandaag, op zondag 5 juni, doen in GKV “Het Noorderlicht”  te Assen-Peelo zeven jongeren belijdenis van hun geloof. Tegen Brenda, Dennis, Harmen, Henrik, Henry, Ruben en Wouter zeg ik, net als Paulus: “Jullie geloven in Christus en jullie horen bij Hem. Daarom mogen jullie God nu alles vragen. Jullie kunnen erop vertrouwen dat Hij jullie zal helpen.” (Efeziërs 3:12 BGT).

Wat ik hen en mij en iedereen vandaag wil meegeven is de les van Efeziërs 3:14-21. Daar is Paulus zó blij met christenen die hun geloof belijden, dat hij meteen zelf gaat doen, waar hij iedereen oproept. Namelijk: vraag maar raak aan God. En wat vraagt Paulus dan? Dit:

Blijf stappen zetten op de ladder van het geloof!

En dan noemt Paulus zeven stappen. Hier komen ze:

Ladder tekst1/ Bid altijd met vertrouwen. Dat is vers 14+15. Je gelooft toch dat God je machtige, hemelse Vader is? Hij regeert over alles in de hemel en op de aarde.  Denk dus altijd groot van Hem!

2/ Bid altijd om kracht . Dat is vers 16. Want als God machtig is (en dat is Hij), wil Hij ook jouw geloof diep van binnen steeds sterker maken. Dat doet Hij door zijn Heilige Geest.

3/ Bid altijd om groei. Dat is vers 17a. Jezus Christus wil namelijk graag altijd in jullie aanwezig zijn. Hij wil geen in bijrol spelen in je leven, bv. alleen op zondag of op bijzondere momenten. Hij wil echt gaan wonen in je hart! Je hart –  de motor van alle onderdelen van je leven. Waar Hij woont, regeert Hij met liefde. En Hij wil graag dat jij daar bewust voor blijft kiezen – door je geloof.

4/ Bid daarom ook altijd om liefde. Dat is vers 17b. Dat Gods liefde in jou blijft en dat jij van God blijft houden en van je naaste. In de liefde moet je al gelovige ‘geworteld en gegrondvest’ blijven, zoals een plant in vaste grond en zoals een gebouw op een stevig fundament. Liefde is de basis van jouw bestaan als christen en ons bestaan als gemeente van Christus.

PHR_3664_15/ Bid daarnaast ook altijd om kennis. Dat is vers 18. Nee, daarbij gaat het niet om bijbelteksten of dogmatische theorieën, maar om het kennen en begrijpen van Gods eeuwenoude reddingsplan waarmee Hij jou en mij en alle andere christenen  weer bij Zich terug wil brengen. De diepte van dat plan (Jezus gaf zijn leven) en de omvang van dat plan (heel de wereld) zijn zo geweldig, dat je daar samen niet over uitgedacht en uitgepraat raakt.

6/ Bid als zesde ook om volheid. Dat is vers 19. Namelijk dat je je steeds weer laat vullen met Gods aanwezigheid in jouw leven. Dankzij Jezus heb je allerlei gaven gekregen om als christen te groeien naar geestelijke volwassenheid. Maar verlang daar ook naar en streef er ook naar!

7/ Tenslotte, zegt Paulus, blijf altijd God bedanken. Dat is vers 20+21. Want Hij heeft alle macht (zoals Michelle Williams zingt: There’s no limit to what You can do, You’re almighty and all powerful).  Dus komt Hem alle eer toe. Altijd via Jezus, vergeet dat niet. En doe het persoonlijk – God bedanken. Maar ook altijd samen met medechristenen. Want ‘onze zeven’ van vandaag, Brenda, Dennis, Harmen, Henrik, Henry, Ruben en Wouter, zijn niet de eersten die tot geloof gekomen zijn. Nee, ze staan in een lange rij van christenen die allemaal tijdens hun leven op God vertrouwden en in Jezus geloofden. Voor ieder van ons vandaag geldt: blijf net als al die andere christenen altijd stappen zetten op de ladder van het geloof.

Efeziërs 3 vers 14 t/m 21   –   Bijbel in Gewone Taal

14 Ik kniel en bid tot God, de Vader. 15 God heerst over alle engelen in de hemel en over alle volken op aarde. 16 Gods macht is groot. Daarom bid ik dat God jullie diep van binnen kracht wil geven door zijn Geest. 17 Ik bid dat hij jullie geloof zo groot maakt dat Christus altijd in jullie aanwezig is. En ik bid dat God door de liefde van Christus de kerk sterk wil maken en wil laten groeien. 18 Ik bid dat hij jullie en alle andere christenen wil leren hoe groot en diep die liefde is. 19 Dan zullen jullie begrijpen dat die liefde groter is dan een mens zich kan voorstellen. Ja, ik bid dat God zelf volledig in jullie aanwezig wil zijn. 20 Gods macht is oneindig groot. Hij kan alles doen wat wij hem vragen, of waar wij aan denken, en zelfs nog veel meer. Zijn macht is nu al in ons aan het werk. 21 Alle eer aan God, in heel de kerk, die bestaat dankzij Jezus Christus. Alle eer aan God, voor altijd en eeuwig! Amen.

 

DURF TE GEVEN – maar hoeveel en waar aan?

Geld en BijbelRegelmatig moet ik met mijn Opel Astra naar de garage. Meestal word ik geholpen door Rob. Altijd vriendelijk. Altijd in voor een praatje. Laatst kregen we het over geven van giften. ‘Dat is best lastig, dominee. Als christen moet je vrijgevig zijn. Maar waar leg je  de grens? Want er komt geen eind aan al die goede doelen. Voor je het weet heb je geen rooie cent meer over.’ Ik denk dat er een goede vuistregel  uit de Bijbel is af te leiden. Twee vuistregels zelfs. En een uitdaging.

Vuistregel 1:  GEEF 10%

In het Oude Testament kom je regelmatig de oproep tegen om de tienden te geven. En in het Nieuwe Testament roept Paulus ons op om de volgende woorden van Jezus  onze Heer niet te vergeten: “Geven maakt gelukkiger dan ontvangen”.

Een duidelijke bijbelse richtlijn is dus volgens mij, dat je 10% van je inkomen durft weg te geven. Dat is veel te veel, hoor ik christenen regelmatig zeggen. En dan komen de tegenargumenten. Het hoeft niet persé 10% te zijn, want in de Bijbelse tijd betaalde men geen belasting. Je moet eerst je belasting van je bruto inkomen aftrekken. En daarna de huur of de hypotheek. En dan ook nog de andere vaste  lasten van een woning. En de kosten voor de auto. En het kleedgeld. En het levensonderhoud. Je kunt van alles Geven - uitspraak Jezusbedenken. Maar wie zo redeneert, is ver verwijderd van de richtlijn van 10% die God zijn kinderen voorhoudt. Wie telkens redenen bedenkt om zo weinig mogelijk giften te hoeven geven is ook ver verwijderd van de levenshouding die Jezus zijn volgelingen voorhoudt: ‘Niet wie heeft, maar wie geeft is pas rijk.’

Het gaat mij er niet om dat we iedereen langs dezelfde meetlat leggen. Maar persoonlijk vind ik dat er niets mis is met de gedachte dat je 10% van wat er elke maand netto binnenkomt aan goede doelen kunt besteden. Netto is dan, wat je op je rekening gestort van je werkgever (hij houdt jouw premies al in namelijk) of wat je overhoudt nadat je zelf je premies hebt afgedragen.

 Vuistregel 2:  GEEF 2/3 kerkelijk, 1/3 algemeen

Er zijn zoveel goede doelen. En je kunt je 10% maar één keer uitgeven. In Deuteronomium 14:22-29  kom ik een praktische verdeling tegen die ook vandaag nog goed te hanteren is. Daar staat namelijk dat de gelovigen de tienden twee jaar lang naar de tempel moeten brengen en daar aan offers en feestmaaltijden moeten besteden uit dankbaarheid voor alles wat God gegeven heeft. In die feestvreugde mogen de priesters en hun gezinnen delen.  Maar elk derde jaar krijgen de tienden een ander doel. Dan moet het verdeeld worden onder de Levieten, de vreemdelingen, de wezen en de weduwen in de stad. Dat is zelfs zo’n belangrijk voorschrift, dat Mozes voorschrijft: “Dan moet u tegenover de HERE, uw God, verklaren: ‘Ik heb niets van de gaven die de HERE toekomen achtergehouden. Ik heb alles aan de Levieten, vreemdelingen, weduwen en wezen gegeven, geheel overeenkomstig de geboden die U mij opgelegd hebt. Ik ben in niets nalatig geweest.” (Deuteronomium 26:13).

Ook dit is volgens mij een duidelijke bijbelse richtlijn: besteed 2/3 van je giften aan kerkelijke doelen. Daar mag je zelf ook profijt van hebben, bv. van een eigen predikant, een eigen kerkgebouw en de aktiviteiten die in de eigen gemeente ook voor jou gehouden worden. Maar vergeet de mensen die het echt moeilijk hebben niet, dus geef ook aan algemene doelen, zowel christelijke doelen (de Leviet, de weduwe, de wees) als niet-christelijke doelen (de vreemdeling).  Besteed daar 1/3 van je giften aan.

Gul Geven 3.jpgMet deze tweede vuistregel hoef je je ook niet schuldig te voelen wanneer je niet aan elk goed doel iets geeft. Als christen is je eerste opdracht om je kerkelijke gemeente in stand te houden. Dat is vandaag de plaats waar je God hebt leren kennen en waar je Hem vereert.  Dus mag je daar ook royaal aan geven, in de kollekte, via de VVB, aan de zending en voor de diakonie. Uit al die andere algemene goede doelen  mag je kiezen wat jou het meeste aanspreekt. Dat heeft vaak te maken met wat je meemaakt in je familie of in je omgeving. Maar je hoeft je niet schuldig te voelen wanneer het maar om kleine bedragen gaat. Wie niet christen is kan veel aan algemene doelen geven. Wie wel christen is heeft al een doel gevonden voor 2/3 van zijn of haar 10%.

De uitdaging: GEEF nog royaler!

Goed, mijn stelregel is dus om 10% weg te durven geven. Daarvan probeer i k 2/3 aan kerkelijke doelen te geven en 1/3 aan algemene doelen (al dan niet christelijk). Dat lukt me alleen maar als ik steeds weer besef, dat al mijn rijkdom uiteindelijk een geschenk van God is. Sterker nog: als christen besef ik nog beter dan de gelovigen in het Oude Testament hoeveel het God gekost heeft om mij weer met Zichzelf te verzoenen en hoe diep Jezus Christus gegaan is om te redden van de eeuwige ondergang – niet met gevaar voor eigen leven, maar ten koste van zijn eigen leven.

De gelovigen in het Oude Testament konden dat nog niet allemaal weten. Voor hen was ‘geven’ vooral een uiting van vertrouwen. Ze wisten dat ze wel 10% van hun inkomen konden missen: God blijft immers zorgen?

Geven - uitspraak tegeltje.pngWij leven na Goede Vrijdag . Wij weten veel meer. Voor christenen  is ‘geven’ vooral een uiting van dankbaarheid. Als je weet dat Jezus alle gegeven heeft, waarom zou je dan nog moeite hebben om 10% van je inkomen terug te geven aan de Heer en aan je naasten in nood? Tim Keller slaat de spijker op z’n kop als hij schrijft: “We moeten daarom niet denken dat Gods maatstaf voor vrijgevigheid bij nieuwtestamentische christenen lager zou zijn dan bij de oudtestamentische gelovigen.” Integendeel: “Nog anders gezegd, tienden geven is voor christenen een minimumeis van vrijgevigheid en recht doen.”  ( Tim Keller, Ruim baan voor gerechtigheid, blz. 205, noot 35)

Aan het geefgedrag van een christen kun je afmeten hoe het gesteld is met de dankbaarheid tegenover God en het vertrouwen op God.

Al vijf jaar rustig en ongestoord onder Koning Willem-Alexander

Op 30 april 2013 droeg koningin Beatrix de troon over aan haar zoon Willem-Alexander. Na bijna 125 jaar geregeerd te zijn door vier vorstinnen hebben we nu alweer vijf jaar een koning (en kregen we Máximá als koningin erbij).

Willem Alexander Maxima StaatsieportretHeel Nederland, op een kleine republikeinse minderheid na, houdt van de Oranjes. Je kunt er over denken wat je wilt, maar Nederland en het Huis Oranje-Nassau vormen al zo’n 450 jaar een nauwe band. Soms werd met een beroep op het drievoudig snoer uit Prediker 4:12 zelf gesproken van het verbond tussen God, Nederland en Oranje. Dat laatste vinden veel christenen vandaag toch wel een beetje erg overdreven, maar zo’n verwijzing naar de bijbel geeft wel aan, dat we als christenen in Nederland altijd erg dankbaar geweest zijn voor de (geloofs-)vrijheid die de eerste stadhouders van Oranje, de prinsen Willem (de Zwijger), Maurits en Frederik Hendrik in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog voor Nederland bevochten hebben. Daarin mag je nog steeds Gods voorzienende hand zien. Vandaar de verbondenheid die veel Nederlanders nog steeds met het Huis van Oranje ervaren.

Die verbondenheid hing 150 jaar geleden trouwens aan een zijden draadje. Koning Willem III (1817-1890) overleefde zijn drie zonen Willem (1840-1879), Maurits (1843-1850) en Alexander (1851-1884). Pas door een heel laat  tweede huwelijk met prinses Emma (1858-1934) werd in 1880 Koningin Wilhelmina (1880-1962) geboren. Ook zij kreeg maar één dochter, Koningin Juliana (1909-2004). Pas nadat in het huwelijk van Koningin Juliana met prins Bernhard vier dochters geboren werden, zit de koninklijke familie wat ruimer in het jasje wat de troonsopvolging betreft.

Ook al verspreken veel mensen zich nog regelmatig, op 27 april is het voor iedereen Koningsdag. ‘Als koning vier ik mijn verjaardag met de Nederlandse bevolking het liefst op de dag zelf’,  zei kroonprins Willem-Alexander vlak voordat hij koning werd. Een andere datum dus, ook al scheelt het maar drie dagen. Terecht, want hij is ook een ander type vorst dan z’n moeder. Gelukkig is hij geen ‘Willem-Alles-Anders’ geworden, want al snel is gebleken dat  onze koning samen met koningin Máximá net zo’n sterk en onomstreden koppel vormt als koningin Beatrix en prins Claus. Dat komt ons land alleen maar ten goede.

Wilhelmus VolksliedIn de kerk zingen we rond de verjaardag van de Koning(in) en rond 30 april altijd twee verzen van het enige officiële koningslied, het Wilhelmus. Dat is een goede gewoonte. Want of je nu een hartelijk voorstander van de monarchie bent of diep in je hart liever een republiek hebt – uiteindelijk is iedere staatsvorm door mensen bedacht. Wat dat betreft hou ik het persoonlijk liever bij onze mengvorm van monarchie en democratie. Onze staatsvorm kennen we al eeuwenlang en heeft z’n waarde bewezen. Daardoor heerst  er in ons land een verbondenheid die je in republieken als Frankrijk en Italië niet ziet. En in ons land heb je geen macho-mannetjes als  Trump, Putin of Erdogan die als premier en president zichzelf koning wanen, waardoor ze de tegenstellingen in het land alleen maar vergroten.

Hoe mensen de inrichting van hun staat ook vorm geven, uiteindelijk is de overheid als instantie door God gegeven. Zo staat het bv. in 1 Petrus 2 vers 13-14: Erken omwille van de Heer het gezag van de bestuurders die door de mensen zijn aangesteld: van de keizer, de hoogste autoriteit, en van de gouverneurs, die hij heeft afgevaardigd om misdadigers te straffen en om te belonen wie het goede doen. En dan zegt Petrus erbij, in vers 16: Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God. Dat vind ik een mooie opdracht voor ons als christenen in Nederland. We zijn vrij, in Christus én we leven in een vrij land, onder een democratisch gekozen regering en onder een goed functionerend koningshuis. Die dubbele vrijheid  geeft verplichtingen naar alle kanten toe, laat Petrus weten in vers 17: Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer.

Laten we blijven bidden of God ook aan koning Willem-Alexander de kracht en de wijsheid wil geven om voor heel ons koninkrijk een goede vorst te zijn. Dan zal de HERE ons een rustig en ongestoord leven geven in alle vroomheid en waardigheid, zoals Hij ons beloofd heeft. Niet als doel op zich – als wij het maar goed hebben in Nederland. Maar met het oog op zijn verlangen – dat alle mensen, ook in Nederland, gered worden en de waarheid leren kennen door het goede nieuws van Jezus Christus .

GAAF om met je GAVEN Gods gemeente nog GAVER te maken

In onze kerkelijke gemeente (GKV “Het Noorderlicht” in Assen-Peelo) draaien we twee weken lang het projekt GAAV! Voor een christen is het vooral GAAF om bij God te mogen horen. Paulus heeft dat ontdekt in Romeinen 12. God is zo goed en zo barmhartig voor ons is. En dus zegt hij:  Denk niet van jezelf dat je geweldig bent. Nee, wees verstandig en bedenk dat er voor God maar één ding belangrijk is: dat je gelooft in Jezus Christus. (Rom. 12:3 – Bijbel in Gewone Taal). Het gaat dus allereerst om je houding en je motivatie. Wat voor christen wil jij zijn? Eentje die zichzelf geweldig vindt? Of eentje die heel erg blij is met God als Vader en Jezus als Redder en Vriend?Gewoon Doen 01

Vervolgens mag je dat ook laten zien. Hoe kun je dat? Nou, zegt Paulus: gewoon doen! In beide opzichten. Doe maar gewóón! En dóe maar gewoon!  Gewoon doen waar je goed in bent vanuit je geloof Jezus Christus. Zonder hoge pretenties de gaven die je van God gekregen hebt inzetten. Zo ontdek je vanzelf je plekje in de kerk, in het lichaam van Christus. Want iedereen kan en mag meedoen. Met hoofd en hart en handen.

Mensen die met hun handen werken hebben die gave van God gekregen. Neem Besaleël, een goudsmit, en Oholiab, een tapijtenwever. Dat waren in de tijd van Mozes twee vaklieden die alle voorwerpen in de tabernakel, de tentkleden, de priesterkleding en alle versieringen mochten ontwerpen en uitvoeren. Want God had hun uitzonderlijke talenten op dit vakgebied geschonken, zodat ze al die technieken beheersten. Naast deze twee begaafde personen waren er nog meer vakmensen aan wie de HERE de wijsheid en het inzicht gegeven heeft die hiervoor nodig zijn. Ook die waren graag bereid om mee te bouwen aan een huis voor God. Heel het volk werd er enthousiast van, ze brachten zoveel geschenken en materiaal voor de bouw van het heiligdom, dat ze binnen de kortste keren genoeg hadden. (Lees het na in Exodus 35:30 – 36:7). Merk je hoe waardevol jij bent als je goed met je handen kunt werken? Laat maar gewoon je handen wapperen in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

Ook mensen met een goed verstand hebben die gave van God gekregen. Neem koning Salomo. Hij mocht vragen wat hij maar wilde toen hij vrij jong al zijn vader David moest opvolgen. En wat koos hij? Geen roem, geen rijkdom, geen lang leven. Hij ging voor wijsheid. Wijsheid om Gods volk zo goed mogelijk te kunnen besturen. En God gaf hem dat ook. Zelfs de moeilijkste kwesties, zoals met die twee vrouwen – wie van hen was de echte moeder van het  nog levende kind? (Lees het na in 2 Koningen 3:1-28). Zie je dat jouw gave om goed leiding te kunnen geven net zo waardevol is in de ogen van God? Gebruik maar gewoon je hoofd in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.

En dan heb je ook nog mensen die vooral hun hart volgen. Ook dat is een grote gave van God. Neem de arme weduwe die in de tempel kwam. Jezus zag wat ze deed: ze gooide een  paar muntjes  in de offerkist. Twee keer 20 eurocent zeg maar. Het stelde niet zoveel voor in vergelijking met de briefjes van 20 en 50 die veel andere tempelgangers er in stopten. Maar in de ogen van Jezus was deze gift het meest waardevol. Want ze gaf blijmoedig van haar armoede alles wat ze had. Zoveel hield ze van God en van zijn huis, de tempel. (Lees het na in Markus 12:41-44). Voel je hoe blij Jezus is als jij vandaag vanuit je hart je inzet voor God en mensen? Laat maar gewoon je hart spreken in de gemeente. Het is een talent dat je van God gekregen hebt.Gewoon Doen 02

‘Maar waar moet ik beginnen?’ Nou, zou ik zeggen: begin maar gewoon, gewoon doen, elke dag een stukje beter. Ieder op z’n eigen plek. Ieder in z’n eigen functie. Maar allemaal met dezelfde motivatie: dat je gelooft in Jezus Christus. Dan is het GAAF om je GAVEN in te zetten om Gods gemeente nog GAVER te maken.

Erdogan, een enge man – die je dus straffeloos beledigen kan?

Mag je akelige mensen en enge mannetjes tot op het bot beledigen? De Turkse president Recep Tayyip Erdogan is zo’n akelige, enge en zelfs gevaarlijke man. Tenminste, dat vind ik. Maar kun je hem dan maar voor alles uitmaken wat in je opkomt?

Als je mensen vraagt wat ze van Erdogan vinden, hoor je vaak, dat hij een ego heeft van hier tot Tokio. Hij zoekt binnen Turkije en daarbuiten met iedereen ruzie. Hij manipuleert verkiezingen. Hij draait de vrijheid van meningsuiting de nek om: alle kritische media binnen Turkije worden uitgeschakeld en alle kritische journalisten van buiten Turkije worden het land uitgezet.

Na 100 jaar wil Erdogan ook de geschiedenis nog eens dunnetjes overdoen. Honderd jaar geleden vond namelijk de Armeense genocide plaats. Bijna 1,5 miljoen Armeniërs en 250.000 Assyriërs werden doelbewust vermoord en gedeporteerd in de periode tussen 1915 en 1918. Tegelijkertijd werden zo’n 1,5 miljoen Grieken aan de kusten van de Middellandse Zee en de Zwarte Zee verdreven. Een etnische zuivering van jewelste waardoor alle christelijke bevolkingsgroepen uit Turkije verdwenen. In 1914 was nog ruim 19% van de bevolking christelijk en na 1920 nog maar ruim 2%. In een Turkse studie van 2008 werd dat subtiel ‘emigration of non-Muslims from Turkey’ genoemd. Precies een eeuw later probeert Erdogan nu de Turkije Koerden-vrij te maken door een echte burgeroorlog te beginnen in de oostelijke, overwegend Koerdische provincies. Dat wordt nog een hele klus, want 15% van de bijna 80 miljoen inwoners van Turkije is Koerd.

Erdowie Erdowo ErdowanGeen wonder dat Erdogan iedereen tegen zich in het harnas jaagt. En dat hij hier in Europa dus behoorlijk op de korrel genomen wordt in de media. Inhoudelijk, maar ook door middel van satire. Zelf vond ik het geweldig hoe de Duitse TV-omroep NDR de Turkse president op de korrel nam met een persiflage op een popsong van Nena. Het spotlied ‘Erdowie, Erdowo, Erdowan’ heeft al meer dan 7.750.000 hits op YouTube. Luister en geniet (als je goed Duits kunt verstaan).

Doordat Erdogan dit soort humor niet kon waarderen, riep hij meteen de Duitse ambassadeur op het matje. En daarmee opende hij zelf de doos van Pandoera, want vorige week ging de komiek Jan Böhmermann op de Duitse TV-zender ZDF helemaal los met een aantal beledigingen tegen Erdogan waar de honden geen brood van lusten. Het was een bewust provocatie waarvan Böhmermann wist dat die tot strafvervolging kon leiden. En inderdaad kon meneer Erdogan deze grap niet waarderen. Hij diende maar liefst drie aanklachten tegen Jan Böhmermann in. De belangrijkste was ‘belediging van een Erdogan Böhmermannbuitenlands staatshoofd’. Om die aanklacht bij de Duitse rechter in te kunnen dienen, moet de Duitse regering toestemming geven. Dat heeft Bundeskanzlerin Angela Merkel na een lange week van nadenken uiteindelijk ook gedaan. Maar ze wil geen inhoudelijk kommentaar leveren op de manier waarop Böhmermann Erdogan voor rotte vis heeft uitgemaakt. En ook wil ze het wetsartikel waarin het beledigen van buitenlandse staatshoofden verboden wordt schrappen. Het stamt uit eind 1800 en is niet meer van deze tijd.

In Duitsland is heel verschillend gereageerd op deze stap van de Duitse regering. Natuurlijk roepen heel veel mensen dat hier de vrijheid van meningsuiting in het geding is. En dat terwijl Erdogan in Turkije de vrije pers om zeep helpt. Dat klopt allemaal. Toch vind ik het een goede zaak dat de komiek Jan Böhmermann zich voor de rechter moet verantwoorden. Want ook al heb je nog zo’n pokke-hekel aan enge mannetjes als Erdogan, je kunt niet straffeloos alles tegen iemand zeggen onder de dekmantel van satire. Böhmermann gaf zelf aan dat hij deze provocatie bewust heeft uitgelokt. De teksten zijn erg kwetsend. Net zoals de cartoons van Charlie Hebdoo, de schunnige uitspraken over Allah van cabaretier Hans Teeuwen en de opruiende uitspraken van Geert Wilders over Marokkanen. Als iemand zich daar diep door beledigd voelt, als persoon of als gelovige, heeft hij het recht om een aanklacht in te dienen. Zelfs iemand als Recep Tayyip Erdogan. Of dat verstandig is, kun je je afvragen. Satire is vaak heel erg raak. Maar als het zo kwetsend is dat elke reaktie het alleen maar erger maakt, kun je er ook voor kiezen zulke laag-bij-de-grondse blaadjes of goedkoop-scorende cabaretiers gewoon te negeren en links te laten liggen. Wat ze schrijven of zingen zegt meer over henzelf dan over de persoon, de bevolkingsgroep, het geloof of de God /god die ze belachelijk maken. Erop ingaan is parels voor de zwijnen werpen. Maar iedereen heeft ook het recht om zich zo diep beledigd te voelen, dat hij daarover een rechtszaak wil beginnen vanwege smaad. Dat is beter dan het recht in eigen hand te nemen. Dat is ook beter dan dat het je helemaal niet meer raakt als iemand jouw geloof of God grof onderuit haalt.

 

En dat was gelijk ook het laatste raadgevend referendum

We hebben het weer gehad, het hele circus rond het Oekraïne-referendum. Ruim 12% JA-stemmers zorgde er met ruim 19% NEE-stemmers voor dat de drempel van 30% gehaald werd. Dus heeft één op de vijf Nederlanders veel plezier aan deze uit de hand gelopen één-april-grap beleefd. Wat dat betreft is dit referendum geslaagd. En moet de politiek hier dus wel wat mee doen. Maar als het aan mij ligt, is het eens maar nooit weer.

ONZIN

Een dag voordat de stembussen open gingen, schreef Elbert Dijkgraaf, Tweede Kamerlid voor de SGP, in het Nederlands Dagblad van 5 april 2016, dat hij indertijd tegen de Referendumwet gestemd heeft, en dat de hele gang van zaken in de afgelopen tijd bewezen heeft, dat dat niet voor niets was. Letterlijk zegt hij: “Referenda zijn  ondingen. Ze stichten meer verwarring dan dat ze duidelijkheid geven.” Ik ben het voor het grootste gedeelte met hem eens. Een raadgevend referendum is inderdaad een onding. Zeker als het vrij gemakkelijk en onder valse voorwendselen kan worden aangevraagd door groeperingen met een dubbele of een verborgen agenda. Ik vind een raadgevend Elbert Dijkgraaf met Jan Roosreferendum trouwens überhaupt drie keer niks. We hebben een parlement dat we één keer in de vier jaar (als het kabinet de rit tenminste uitzit) met z’n allen kiezen. Dat is, zou je kunnen zeggen, een bindend referendum over alle zaken die de regering besloten heeft en waar de oppositie vaak totaal andere gedachten over heeft. En met die uitslag moeten we het met z’n allen weer maximaal vier jaar doen. Dus waarom zou je dan voor elk apart onderwerp nog eens de mening van de hele bevolking moeten vragen? Bovendien vraagt de regering bij een raadgevend referendum de bevolking niet om met een bepaald besluit in te stemmen  of het af te stemmen. Nee, de regering vraagt de bevolking slechts om raad. Het is maar een advies. De regering mag het overnemen, maar het hoeft niet. Omdat ik vind dat in Den Haag de mensen zitten die we samen in onze (on)wijsheid gekozen hebben om ons land in alle (on)wijsheid te besturen, heb ik geen behoefte om bij zaken die ik te onbelangrijk of te ingewikkeld vind, de regering van advies te dienen. Voor dit Oekraïne-referendum gold wat mij betreft beide.

THUIS BLIJVEN IS OOK EEN RECHT

Ik vind het vreemd dat een aantal mensen de afgelopen week tegen mij zei: ‘Je hoort van je demokratisch recht gebruik te maken om te stemmen.’ Ik vind dat dat geldt voor verkiezingen waar echt wat te kiezen valt, zoals de mensen die mijn gedachtengoed vertegenwoordigen in de gemeenteraad, in mijn provincie, in de Tweede Kamer en zelfs in het Europees Parlement. En ik vind dat dat geldt voor elke zaak waarin de overheid de bevolking oproept om een bepaald regeringsbesluit te bekrachtigen of af te wijzen. Wat dat betreft ben ik iets genuanceerder dan Elbert Dijkgraaf, want ik ben niet per Referendum Oekraine Cartoondefinitie tegen een correctief referendum. Maar waarom zou ik moreel verplicht moeten zijn om aan de regering mijn advies te geven over een onderwerp dat in mijn ogen volstrekt willekeurig en totaal onbelangrijk is? Alleen omdat een paar organisaties toevallig genoeg handtekeningen bij elkaar gekregen hebben om zo’n raadgevend referendum mogelijk te maken? Dan is er volgens mij niets mis met het standpunt: ‘Ik NEE-geer het referendum en blijf lekker thuis’. Waren er op 6 april maar meer JA-stemmers bij moeder thuis gebleven, denk ik dan. Want de negatieve gevoelens over de Oekraïne en de hele Europese Unie leven onder nog geen 20% van de bevolking. Dat aantal stemde namelijk NEE. En laten de SP en de PVV samen nu ook ongeveer 20% van de zetels in de Tweede Kamer hebben. Maar door die ruim 12% JA-stemmers is de uitslag van dit referendum wel rechtsgeldig. Net als 10 jaar geleden bij het referendum over de Europese grondwet. Toen stemde ook ruim 60% tegen. Maar toen ging het om een referendum dat door de overheid zelf was uitgeschreven. Toen kwamen er ook bijna 2x zoveel kiezers (zo’n 63%) naar de stembus. Dat was tenminste een duidelijk referendum: iedereen wist waar het echt om ging,  dus was de opkomst hoog en gaf de Nederlandse bevolking een helder signaal af richting regering en Europa. 

GEEN LEF

Wat mij in dit hele referendum het meest bevreemd heeft is de houding van de politieke partijen die indertijd tegen de Referendumwet waren en gisteren opriepen om JA te gaan stemmen. Zowel de VVD als het CDA als de ChristenUnie en zelfs de SGP durfden het niet aan om te adviseren: blijf toch lekker thuis, want dit is precies waar we bang voor waren toen de Referendumwet is ingevoerd. De enige die nog de indruk wekte dat je beter niet kon gaan stemmen als je voor het handelsverdrag met de Oekraïne bent, was Elbert Dijkgraaf. Hij vond een lage opkomst wel prima. Maar wie wilde stemmen, moest dat maar doen, liefst voor. Zelf wekte hij de indruk dat hij thuis zou blijven, want “ik heb al gestemd. De keus is aan u.” Hij had al tegen de wet om een raadplegend referendum in te voeren gestemd. Dus ik denk dat hij van zijn recht gebruik gemaakt heeft om deze hele poppenkast aan zich voorbij te laten gaan. Maar geen politicus die dit hardop durfde te zeggen. Dat viel me op en viel me tegen.

NOOIT WEER

Voor de toekomst heb ik mijn les wel getrokken uit dit eerste raadgevende referendum. Ik doe er in het vervolg helemaal niet meer aan mee als het door hoeveel burgers dan ook wordt aangevraagd. We hebben een parlement. We hebben een regering. En die wordt om de vier jaar demokratisch herkozen. Als het parlement of de regering binnen die periode zelf de bevolking om advies vraagt zal ik daar gehoor aan geven. Zoals indertijd bij het referendum over de Europese grondwet (toen was de opkomst . Maar voor de rest blijf ik in ’t vervolg thuis. Want wat Jan Roos en de zijnen belangrijk vinden, kan mij niet boeien. En omgekeerd kan het D66 al sinds 1995 niet boeien dat een grote groep burgers de zondagsrust zo belangrijk vindt dat ze op die dag de winkels graag gesloten willen houden. Ook aan zo’n referendum zal ik niet meedoen als CDA, ChristenUnie en SP die ooit nog in mijn stad voor elkaar zouden krijgen. Ik mag namelijk gewoon weer stemmen bij de eerstvolgende verkiezingen en zie wel, welke partijen er in mijn stad en in mijn land door de meerderheid van de burgers in hun (on)wijsheid in het zadel geholpen worden.

Wie nog eens alle argumenten om het Oekraïne-Referendum te negeren na wil lezen: http://wp.me/p3wcfn-Bj De cartoon stond op 3 april 2016 op de FB-pagina ‘Van 9 tot 5’

Pasen – waar is jouw hoop in bange dagen?

In Brussel raakt het kwaad Europa in het hart. Op Golgota raakt Jezus de duivel in het hart. Met Pasen raakt Gods liefde mensen in het hart. Geen wonder dat het verhaal van het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus zoveel indruk maakt. Het geeft mensen hoop. Zeker nu, nu zoveel mensen aangeslagen zijn door de aanslagen van terroristen die maar één ding willen: dood  en verderf zaaien. Waar zoek jij het dan?

Rond Goede Vrijdag en Pasen is er een scala van activiteiten waarbij Jezus centraal staat. Diverse klassieke uitvoeringen van het lijden en sterven van Christus, zoals de Matthäus-Passion van Bach. Modernere uitvoeringen, zoals The Passion van Adrian Snell. De provocerende uitvoering in de jaren ‘70 van Jesus Christ Superstar die inmiddels ook door symfonie-orkesten wordt uitgevoerd. Het spektakelstuk ‘The Passion’ dat dit jaar in Amersfoort wordt opgevoerd. En op een heel andere manier brengt Mighty Impulse door middel van mime, dans en drama in Assen het theaterstuk ‘Pasen, het verhaal van vrijheid’.

Ik denk dat het goed is om, op wat voor manier dan ook, het verhaal van Jezus Christus mee te maken. Hij zorgt namelijk voor hoop in bange dagen. Hij ís het zelfs: hoop voor de wereld, hoop voor bange mensen. Liever laat ik me door zijn aangrijpend lijden en sterven raken, dan dat ik in de greep van het kwaad raak.

Wees daarom op Witte Donderdag, 24 maart, welkom in onze kerk “Het Noorderlicht”  en beleef het Paastheater mee!

Paastheater Assen

Goede Vrijdag en Pasen vormen samen het verhaal van onze vrijheid. Daarin liggen verdriet en vreugde dicht bij elkaar. Op donderdag 24 maart komt theatergroep Mighty Impulsenaar Assen om dit bekende verhaal van het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus Christus op een bijzondere manier uit te beelden en dicht bij de mensen te brengen. Ze doen dit door mime, dans en andere theatervormen. Beleef dit unieke Paastheater mee op donderdag 24 maart. Aanvang: 20:00 uur (zaal open vanaf 19:30)
Plaats: Gereformeerde Kerk (vrijg.) “Het Noorderlicht”, Scharmbarg 37, 9407 EA Assen-Peelo. Entree: volwassenen € 5,00 (incl. koffie of thee), kinderen en jongeren t/m 16 jaar € 3,00 (incl. fris). Reserveren: niet verplicht, maar kan via http://www.gkvassenpeelo.nl‘Het verhaal van vrijheid’ wordt georganiseerd door de beide kerken in Assen-Peelo, Pinkstergemeente “De Ontmoeting” en Gereformeerde Kerk “Het Noorderlicht”. Meer informatie over Mighty Impulse is te vinden op http://mightyimpulse.com/paastour.

 

Ik NEE-geer het Oekraïne-referendum en blijf lekker thuis

Jan Roos GroningenWat is de overeenkomst tussen beide foto´s? Voor Groningers boven de 50 een makkie. Het zijn twee foto´s van Jan Roos. De ene Jan Roos was de provinciale dorpsgek en straatzanger in Groningen tussen 1930 en 1979. De andere Jan Roos is de nationale Donald Duck van GeenStijl die 300.000 mensen zo gek wist te krijgen om een referendum af te dwingen over het handelsverdrag tussen de Europese Unie en Oekraïne. 

Jan Roos journalist

Foto: Roel Wijnants, via Wikimedia Commons 

Niemand in Groningen nam de eerste Jan Roos serieus. Ik neem de tweede Jan Roos ook niet serieus. Dus mijn stempas ligt al verscheurd in de papierbak. Ik blijf op 6 april lekker thuis. Ik zal uitleggen waarom.

Reden 1 – Onderbuikgevoelens

Het ‘Oekraïne-referendum’ is aangevraagd door o.a. GeenStijl .en andere negatievelingen. Volgens mij niet omdat ze tegen dit handelsverdrag zijn. Want daarvan zijn er drie door de Europese Unie gesloten: met Georgië, met Oekraïne en met Moldavië. Waarom dan alleen een referendum over Oekraïne? Omdat daar van alles aan de hand is: een burgeroorlog en MH-17. Dus is het een mooie aanleiding om de onderbuikgevoelens van veel Nederlanders te mobiliseren die Europa, Den Haag en de politiek graag even lekker dwars willen zitten.

Het referendum gaat in de beleving dus overal over, behalve over het handelsverdrag met Oekraïne. Het is een pesterige aktie die van het referendum een lachtertje maakt en de samenleving miljoenen Euro’s gaat kosten. Daar wil ik gewoon niet aan meewerken.

Reden 2 – Ik gun de ‘NEE’-stemmers geen overwinning

Een raadgevend referendum is pas geldig wanneer de opkomst 30% of hoger is. Het is aangevraagd door mensen die zeggen dat ze tegen het handelsverdrag met Oekraïne zijn.

Stel je voor dat er geen enkele JA-stemmer gaat stemmen. Dan moet 30% van de negatieve Nederlanders NEE stemmen. Als er maar 29% negatievelingen gaat stemmen, is het referendum ongeldig.

Stel je voor dat 15% van de JA-stemmers daadwerkelijk gaat stemmen. Dan hoeft maar 16% van de negatieve Nederlanders NEE te stemmen en is de uitslag van het referendum rechtsgeldig.

Als er meer negatievelingen gaan stemmen dan JA-stemmers, help ik als JA-stemmer die negatievelingen dus aan een makkelijke overwinning van 16%. Laat Jan Roos de Tweede maar op eigen kracht 30% van de Nederlanders naar de stembus weten te krijgen om NEE te stemmen. En niet met de JA-stemmers erbij al op rozen zitten bij 16%.

Reden 3 – Een onbelangrijk onderwerp

Stempas Referendum.pngHet gaat maar over een ‘raadgevend referendum’. Dus mag ik zelf bepalen of ik dit onderwerp een belangrijke zaak vind of niet. Het laatste dus. Over handelsverdragen binnen de Europese Unie laat ik graag Den Haag beslissen. Dus ook al ben vóór het handelsverdrag met Oekraïne, ik wil me niet voor het  karretje van GeenStijl en de Euro-sceptici laten spannen.

Reden 4 –Politieke spelletjes

Ik ben eigenlijk helemaal geen voorstander van een raadgevend referendum.  Zeker niet op aanvraag van een aantal burgers. Want dan worden er politieke spelletjes gespeeld. Bijvoorbeeld door D66. Die zijn al jaren voorstander van het raadplegend referendum. Eén van de eerste plaatsen waar D66 dat kroonjuweel binnen wist te halen, was Amersfoort. Het eerste referendum ging over de verruiming van de winkelopenstelling op zondag. De gemeenteraad was daar in meerderheid voor. De ChristenUnie (toen nog GPV) wist met alle kerken van Amersfoort en met de vakbewegingen FNV en CNV meer dan 4.000 handtekeningen voor een referendum hierover aan te vragen. Wat was de taktiek van D66? ‘Wij adviseren u niet te gaan stemmen als u vóór meer koopzondagen bent, want voor dit soort onderwerpen is het raadplegend referendum niet bedoeld.’ Uiteindelijk gingen bijna 26.000 naar de stembus, waarvan er zo’n 19.500 tegen en zo’n 6.500 voor meer koopzondagen stemden. Dat was 8.000 stemmen te weinig om het referendum rechtsgeldig te laten zijn.

In 2005 sprak 65% van de inwoners van Utrecht in een referendum zich uit tegen meer koopzondagen. In de jaren erna vroeg D66 steeds weer om dit besluit te herzien. En in 2013 besloot de gemeenteraad in meerderheid om wekelijks op zondag de winkels te openen, omdat meer dan 2.500 burgers daar via een ‘burgerinitiatief’ om vroegen. Dat er ook 4.500 burgers een petitie aanboden waarin ze aangaven tegen uitbreiding te zijn, werd door de raad aan de kant geschoven. En men had ook geen zin om een nieuw referendum uit te schrijven.

Ook in Ede werd in 2015 een referendum over de koopzondagen gehouden. De opkomst was 45% en bijna 60% van de stemmers gaf tegen winkelopenstelling op zondag te zijn. Meteen na de uitslag gaven D66 en de VVD aan deze uitkomst naast zich neer te leggen. Nog geen maand later werd door een meest krappe meerderheid van de raad (20 van de 39) besloten dat de winkels in Ede alle 52 zondagen open mochten. Zelfs ‘GeenStijl’ vond dit minachting van de democratie.

Nu wil D66 dat we allemaal JA gaan stemmen. Maar als een partij die principieel vóór het houden van referenda is, er in depraktijk zo mee om gaat, mag ik toch zeker wel thuis blijven omdat ik, als ik alles overweeg, er de waarde niet van in zie?

Kortom: ik heb mijn stempas verscheurd en blijf gewoon thuis.

Algemene informatie over het Oekraïne-referendum: http://www.referendum-commissie.nl/referendum-6-april-2016/veelgestelde-vragen-over-dit-referendum/ 
Over het referendum in Amersfoort 1995: http://www.volkskrant.nl/archief/amersfoortse-recordbrekers-staan-na-referendum-met-lege-handen~a395228/

De doop van Johannes de Doper en de christelijke doop (2)

In deel 1 ben ik ingegaan op de vraag naar de verhouding tussen de doop van Johannes de Doper en de christelijke doop. Die twee dopen kun je volgens mij niet aan elkaar gelijkstellen. Maar hoe zit het dan met de eerste volgelingen van de Heer Jezus? Zijn zij twee misschien twee keer gedoopt? En wat betekent dat voor vandaag als mede-christenen zich laten herdopen? Daar wil ik in dit tweede artikeltje iets over zeggen.

Zijn een aantal van de eerste christenen die tot geloof kwamen twee keer gedoopt?

Op deze vraag zijn twee antwoorden te geven.

JA – sommige van de eerste christenen zijn door Johannes én door Jezus of zijn apostelen gedoopt.

Een heel opmerkelijk stukje in de Bijbel kun je vinden in Hand. 18:24 – 19:6. Daar staat eerst dat er een rondreizend prediker is met de naam Apollos die alleen nog maar bekend was met de doop van Johannes en de mensen er nu op wees dat ze zich klaar moesten maken voor de komst van de Heer. En even later gaat het over een groep van zo’n 12 gelovigen die alleen nog maar met de doop van Johannes gedoopt zijn. Zij worden door Paulus ‘bijgepraat’ en daarna in de naam van de Heer Jezus gedoopt. Als het om de doop van Johannes en de christelijke doop gaat is het dus wel zeker dat sommige mensen twee keer gedoopt zijn. Misschien gebeurde dat al wel in de tijd van Johannes de Doper zelf. Er gDoop Jezus Jordaan glas in loodingen immers veel mensen van Johannes naar Jezus toe. Johannes stimuleerde dat ook, want als de bruidegom gekomen is, moet die alle aandacht krijgen en niet de ceremoniemeester. Andreas was één van de eersten die op advies van Johannes achter Jezus aan ging (Joh. 1:35-39). Volgens prof. dr. J. van Bruggen is het goed mogelijk dat hij en alle anderen die Jezus erkenden als het Lam van God en als Christus hun Heer, zich ook door Hem of door zijn apostelen hebben laten dopen. Ook is het aannemelijk, zoals dr. P.L. Voorberg schrijft, dat er onder de 3.000 mensen die zich met Pinksteren door Petrus en de andere apostelen lieten dopen, een flink aantal geweest is dat een aantal jaren ervoor zich door Johannes de Doper heeft laten dopen.

Zelf denk ik dat het ook een verklaring zou kunnen zijn voor het feit dat Petrus en de andere apostelen alleen de ‘nieuwe’ gelovigen met Pinksteren dopen. Zijzelf en de 120 andere leerlingen christenen die met Pinksteren bij elkaar waren, waren immers tijdens het leven van Jezus op aarde al volgelingen van de Heer geworden? Het lijkt mij aannemelijk dat ze door Jezus Zelf of door zijn eerste apostelen gedoopt zijn. Maar zeker weten doen we het niet. Wat niet duidelijk in de Bijbel staat en wat je ook niet uit de grote lijnen kunt afleiden, moet je er ook persé niet in willen lezen.

Maar er is nog een tweede antwoord mogelijk op de vraag of sommige christenen in het N.T. twee keer gedoopt zijn. En dat antwoord is:

NEE – niemand van de eerste christenen is twee keer met de christelijke doop gedoopt. 

Algemeen wordt erkend dat de doop van Johannes de Doper een voorbereidingsdoop is. Het was een tijdelijk symbool. De christelijke doop is een andere doop. Het is een blijvend teken. Met de doop in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest word je voor de rest van je leven aan de Drie-Enige God verbonden, samen met de andere gelovigen. Deze doop wordt in heel de Bijbel nooit herhaald, omdat het Jezus Zelf is die in de doop door zijn Heilige Geest mensen toevoegt tot de kring van hen die behouden worden (Hand. 2:47 – NV’51). Alle gelovigen zijn door de ene Geest van Christus tot één lichaam gedoopt (1 Kor. 12:13 – NV’51). In heel het Nieuwe Testament wordt die doop nooit in twijfel getrokken. Je doop is wel telkens een motivatie om als christen Christus ook echt te volgen in je leven. En een herinnering dat God je altijd als zijn geliefd kind ziet, hoe ver je ook afgedwaald bent. De christelijke doop gaat een leven lang mee. Die kan en mag en hoeft nooit opnieuw herhaald te worden. Want voor God geldt: Als wij Hem ontrouw zijn, blijft Hij ons trouw, want Zichzelf verloochenen kan Hij niet (2 Tim. 2:13).

Waterdruppel  1De christelijke doop in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is dus eenmalig en onherhaalbaar. Toch komt herdoop nog steeds voor. In de oude kerkgeschiedenis soms bij afvallige gelovigen die weer tot inkeer kwamen (rond het jaar 200 na Christus) of omdat men na een kerkscheuring de doop in de andere kerk niet erkende ((rond het jaar 400 na Christus). Sinds de tijd van de Reformatie tot vandaag toe omdat wederdopers en baptisten het geloof van de dopeling als absolute voorwaarde voor de doop zien. In beide gevallen werd ontkend dat de eerdere doop een echte doop was. Dus vond men zelf ook niet dat er sprake was van een herdoop.

Pas sinds een jaar of 50 is er een stroming binnen de evangelische beweging die vindt dat het helemaal niet erg is om je doop te herhalen. En dan wordt al snel de doop van Johannes de Doper aangehaald als argument: Paulus herhaalde die doop ook in Hand. 19:1-6. Dat is volgens mij dus geen goed argument, want het zijn twee verschillende dopen.

Duif KruisDe christelijke doop is per definitie niet-herhaalbaar. Want het is een teken van God, net als de besnijdenis. Het begint ermee dat God volwassenen roept (Abraham in het O.T. / alle aanwezigen op de Pinksterdag) en iedereen die die oproep van God in geloof aanneemt, wordt mét zijn kinderen besneden of gedoopt. En voortdurend klinkt dan de oproep om het niet bij de buitenkant te laten, maar ook je hart steeds weer te laten besnijden en je innerlijk steeds weer te laten schoonwassen, zodat de Heilige Geest alle ruimte krijgt om het geloof in jou te groeien. Want dat is Gods verlangen met iedereen die Hij in zijn royale goedheid een plekje dicht bij Hem gegeven heeft. Dat plekje héb je als je in het O.T. besneden was en in het N.T. gedoopt bent. En het antwoord van het geloof is net zo belangrijk, maar daar hangt de geldigheid van Gods beloften in besnijdenis of doop niet vanaf. 

Daarom is alle eeuwen door steeds de overdoop afgewezen en zal daar in onze kerken ook nooit gelegenheid voor gegeven worden (uitzonderingen daargelaten, bv. wie in een echte sekte gedoopt is – maar dat is een ander verhaal). Wie als kind van gelovige ouders op latere leeftijd besluit zichzelf nog een keer te laten dopen, verklaart daarmee dat de doop als kind geen echte doop was, hoe goed de ouders het ook bedoelden en hoe serieus ze ook op grond van die kinderdoop werk van de geloofsopvoeding gemaakt hebben. Zo’n overdoop is een dwaling. Want wat God begonnen is, kun je niet overdoen. Je bent door de doop al op Naam van Jezus gezet. Hij vraagt alleen maar aan je om zijn keus voor jou met geloof te beantwoorden. Jouw geloof is de vervulling van zijn belofte om jou met zijn Geest te vervullen.