RAMPEN EN ONHEIL – GODS MEGAFOON?

Afgelopen zondag was het precies een maand geleden, dat vlucht MH17 boven Oekraïne werd neergehaald door (zeer waarschijnlijk) pro-russische separatisten. In de afgelopen maand kwam ook naar buiten hoe ongelooflijk wreed de islamitische terreurgroep ISIS omgaat met alle minderheden binnen de Islamitische Staat die zij in het leven geroepen hebben: ‘bekeer je of sterf!’ Wat een rampen en wat een onheil wordt er over slachtoffers en nabestaanden en hele bevolkingsgroepen uitgestort!

N.a.v. het sektarische geweld van ISIS heeft het Pastoresconvent van kerkelijke voorgangers in Assen afgelopen vrijdag een Oproep doen uitgaan (klik hier). Die heb ik zondag in de kerkdienst van de GKV Assen-Peelo voorgelezen. In het gebed heb ik ook stilgestaan bij de nood in de wereld. En ik preekte over Amos 3:1-8 (zie preek Amos onder ‘Preken OT’) . Daarin gaat het om de vraag, of rampen en onheil zonder toedoen van God plaatsvinden. Amos geeft duidelijk aan, dat het niet buiten God om gaat. Hoe het precies zit tussen de ellende die mensen overkom en in de meeste gevallen, zoals MH17 en ISIS, ook door mensen wordt veroorzaakt, en de rol die God daarin speelt – dat kan ik niet verklaren. Ik vind het te gemakkelijk om God de schuld te geven voor wat mensen elkaar aandoen, maar worstel wel met de vraag hoe God zoveel leed kan toelaten.

Uit Amos 3 maak ik op, dat rampen en onheil door God gebruikt worden als megafoon om een wereld die aan God voorbij leeft wakker te schudden, zodat wie van God vervreemd is, tot inkeer komt. Dat is ook het enige wat Jezus Christus Zelf als kommentaar geeft als er in het jaar 30 te Jeruzalem binnen een maand een ISIS-achtige moordpartij én een grootschalig noodlottig ongeluk zoals de ramp met vliegtuig MH17 plaatsvinden. Lees het in Lukas 13:

1 Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers. 2 Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? 3 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. 4 Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel – denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? 5 Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’

ISIS christensymbool kleinBij zoveel onheil en rampen valt er niets meer te zeggen. En des te meer te bidden.

Oproep van Pastores Assen

Met afschuw en verbijstering nemen wij kennis van wat er momenteel in Irak gebeurt.
Wij voelen ons verbonden met de christenen in dit verscheurde land, waar de bakermat van onze beschaving ligt en waar vanouds christelijke gemeenschappen deel uit maken van een veelkleurige en multireligieuze samenleving. 5d6e635578
Door het redeloze geweld van de islamitische terreurorganisatie IS, waar geen enkele rechtvaardiging voor te geven is, dreigen niet alleen na bijna 2000 jaar aanwezigheid de christelijke gemeenschappen uit deze regio te verdwijnen, maar ook andere religieuze groeperingen en moslims die een andere vorm van de islam aanhangen.
Wij roepen plaatselijke christenen en christelijke kerken en gemeenschappen op, voorbede te doen voor de bedreigde inwoners van Irak.
Met deze oproep willen wij een signaal afgeven, dat wij de rechtvaardiging van elk sektarisch of religieus geweld, ook in onze eigen maatschappij, verwerpen. Het strijdt met de bijbelse opdracht zoals wij die verstaan, om onze naaste lief te hebben als onszelf (Mat. 22: 39) en om alles in het werk te stellen om met alle mensen in vrede te leven (Rom. 12: 18).
Laten we samen, als mensen van goede wil, streven naar vrede, verzoening en gemeenschapszin, dichtbij en veraf.

(opgesteld door het Pastoresconvent, het samenwerkingsverband van voorgangers van vrijwel alle christelijke kerken en gemeenschappen in Assen; nadere informatie over deze oproep bij: pastoor Koos Tolboom, samenroeper Pastoresconvent; ds. Bert Altena, protestantse wijkgemeente Assen-Noord; ds. Ernst Leeftink, gereformeerde kerk vrijgemaakt Assen-Peelo) 
EO Metterdaad helpt in Irak.
Gebedspunten voor Irak van Open Doors

CRISIS! WERELD ZONDER OLIE – WERELD ONDER WATER

Wat zou er gebeuren als …

De vakantie is een tijd om je lekker te ontspannen. Dat kan ook, door je gedachten eens te laten over allerlei onderwerpen. Gewoon een beetje voor je uit denken en dagdromen.  Wat zou er gebeuren als … is dan een leuke invuloefening voor de ontspannen geest. Een paar jaar geleden las ik in mijn vakantie twee boeken die ook gaan over wat er zou gebeuren als  de bestaande wereld opeens met een hele grote crisis te maken krijgt.

… heel de aarde onder water komt te staanHemelteken

Het eerste boek gaat over de tijd vlak voor de zondvloed. Erg lang geleden dus. In het boek wordt het verhaal verteld van Anna. Na de gewelddadige moord op haar vader weet ze te ontsnappen uit haar dorp en leefwereld, waar iedereen vol haat en geweld en egoïsme met elkaar omgaat.  Want ‘alle mensen op aarde waren slecht; alles wat ze uitdachten was steeds even slecht.’ (Gen. 6:5). Ze wordt de vrouw van Sem, Noachs oudste zoon, en wordt zo als eerste dochter opgenomen in de enige familie op aarde, die nog wel in de Allerhoogste gelooft en in vrede en liefde met elkaar leven.  En die als familie met z’n vijven (vader Noach, moeder Naomi –als naam door de schrijfster bedacht-  en de drie bekende zonen) zich voorbereiden op de grote watervloed die komen gaat nadat de oude opa Metuselach zal zijn gestorven. Om die reden heeft het hele dorp de familie Noach uitgekotst. Ze horen er niet meer bij. Wat wie gelooft nog in de dwaze praatjes over een paradijs waaruit zo’n 1500 jaar geleden de eerste twee mensen door de Allerhoogste waren weggestuurd? Maar de dag van de grote watervloed komt – en met de twee andere nieuwe dochters (Gina voor Jafeth en Tirza voor Cham) weten acht mensen deze catastrofe te overleven.

… heel de wereld zonder olie komt te zitten

Rijkdom saoedHet tweede boek gaat over onze eigen tijd, van 2010 tot pak weg 2050. Plotseling komen de grote olie in Saoedi-Arabië helemaal droog te liggen. Wereldwijd breekt een grote oliecrisis uit. Vlak voordat dat gebeurde, heeft de jonge Markus Westermann de oude Karl Walter Block leren kennen, die zegt de methode te kennen om overal op aarde nieuwe olie boven de grond te kunnen halen. Markus wordt een snelle jongen die veel geld verdient én uitgeeft, maar aan het begin van de oliecrisis door een auto-ongeluk in de V.S. in coma raakt. Als hij in Duitsland bijkomt , begint de oliecrisis grote vormen aan te nemen. De Verenigde Staten van Amerika vallen helemaal uit elkaar, het vliegverkeer over heel de wereld komt volledig stil te liggen, Europa valt terug naar een beschavingsniveau van honderd jaar geleden: leven van de landbouw en de veeteelt en de groentetuin met mondjesmaat wat luxe zoals een krant en een radio. Ondertussen werkt Markus in Amerika de plannen van zijn vader uit om uit alcohol nieuwe energie te kunnen opwekken. Tot hij na 30 jaar met de boot terugkeert naar zijn vaderland Duitsland – net in de periode dat vliegtuigen voor het eerst na 25 jaar weer intercontinentaal van Amerika naar Europa vliegen.

Een echte crisis verandert de wereld

Beide boeken hebben indruk op mij gemaakt. Omdat ze allebei laten zien, hoeveel gevolgen een echt grote ramp kan hebben op onze beschaving. Het boek over de zondvloed heeft mij bij een aantal dingen bepaald, waar ik eigenlijk nooit zo diep over nagedacht heb. Bijvoorbeeld:

*1* Het klimaat van de aarde was voor de zondvloed erg gelijkmatig en zodanig, dat er altijd geoogst kon worden en dat voedsel langdurig houdbaar was.  Vandaar dat alle mensen alleen plantaardig voedsel aten. Ook de atmosfeer was anders dan na de zondvloed: mens en dier leefden langer. Na de zondvloed wordt de aarde ruiger en het klimaat ruwer. De seizoen komen en de mensen hebben aanvullend vlees nodig om te kunnen overleven.  Alles is aan bederf onderhevig (brood verschimmelt en ijzer gaat roesten) en ook de gemiddelde leeftijd van mens en dier neemt snel af.

*2* Voor de zondvloed zucht de schepping  mee onder de slechtheid van de mensen. Er komen steeds meer aardbevingen en de dieren worden steeds agressiever, ook richting de mensen.  Noach waarschuwt 120 jaren dat dit signalen zijn voor de watervloed die komt.

*3* Wat mij vooral opviel was de voortdurende opmerking van Anna (en ook van Noach en de zijnen), dat ze na de zondvloed bijna helemaal opnieuw zouden moeten beginnen.  ‘Er is zoveel kennis verloren gegaan’ zegt Anna als na de ark het leven op aarde weer opbouwen. Zelf kon ze goud bewerken, maar miste ze de technische middelen. Haar schoonzus kon goed weven en naaien, maar miste ook het verfijnde gereedschap. De zonen van Noach leefden van de landbouw en veeteelt, dus veel kennis over bouwtechniek ging ook verloren.

In het boek over de olie die plotseling opraakt, laat de schrijver ook zien, hoe totaal afhankelijk onze samenleving geworden is van de olie. Als die bron opdroogt en wegvalt, stort heel de ekonomie in elkaar. Eerst ontstaat er chaos vanwege de oplopende olieprijzen (tot ver boven de € 10 de liter), daarna raken de oliereserves op en valt heel de infrastruktuur uit elkaar.  Wereldwijd ontstaan er oorlogen, epidemieën en hongersnoden. Met als gevolg dat vooral het rijke Westen met al z’n technische hoogstandjes terug bij af is – dus terug bij 1900, toen de olie nog geen massaprodukt was waar de hele ekonomie op draaide. Met als gevolg, dat de steden in Amerika uitsterven, want men haalde altijd zijn boodschappen in super-grote benzine-slurpers 30 Mijl verder op in de big-bigger-biggest supermarkten. Op de uitgestrekte graanvelden verbouwen verarmde stedelingen (ambtenaren, docenten en al dat soort mensen) de levensmiddelen die ze nodig hebben om te overleven. In Europa verdwijnen de grote supermarkten aan de randen van de steden eveneens. Men wordt teruggeworpen op de kleine dorpssamenleving waar iedereen elkaar nodig heeft. Alle werkers in de ICT worden op slag werkeloos en de generatie van 2050 vraagt zich af wat een memri stik is. Gelukkig zijn er nog een paar bedrijven die zich erin gespecialiseerd hebben, zulke apparaatjes te kunnen lezen.

Psalm 8 en Psalm 104

Twee boeken met twee horror-scenario’s.  Allebeid fictie, maar geen science-fiction. De grootste natuurramp aller tijden heeft echt plaatsgevonden en is waarheidsgetrouw in Genesis 6 t/m 9 beschreven.  En in het boek over de grote oliecrisis noemt de schrijver allerlei feiten op over de olievoorraad en de prognoses, zodat je je ook van zijn indringende verhaal niet zomaar af kunt maken. Veel wetenschappers schilderen ons het zwarte scenario voor dat binnen afzienbare tijd de wereld te maken krijgt met langdurige olieschaarste en met een sterk stijgende zeespiegel door de opwarming van de aarde.

Beide boeken hebben mij weer bepaald bij wie we werkelijk zijn als mens. Aan de ene kant zijn wij bijna goddelijk (Psalm 8).  De HERE heeft aan ons het beheer van zijn schepping toevertrouwd en ons veel prachtig materiaal gegeven en een goed verstand om dat allemaal uit de schepping te halen. Aan de andere kant  zijn wij afhankelijke en kwetsbare schepselen (Psalm 104). Als de HERE in de natuur zijn hand niet opent en zijn adem en Geest niet over de aarde laat gaan, komen we om van de honger. En als Hij zijn gelaat verbergt en ons de adem ontneemt, is het met ons gedaan en keren we terug tot stof.

Maar voordat de mensheid dat beseft, moeten we soms eerst keihard met de werkelijkheid gekonfronteerd worden.  Dat gebeurt met Anna in boek 1 en met Markus in boek 2. Allebei vragen ze zich af, of de mensen er gelukkiger van zullen worden, als ze weer net zo’n hoog nivo van welvaart zullen bereiken, als in de tijd voor de grote watervloed en de grote oliecrisis. Markus voelt zich in het niet-christelijke boek minder egoïstisch en Anna voelt zich in het christelijke boek diHemeltekenchter bij God, de Allerhoogste. Ondanks, of misschien juist wel dankzij het gebrek aan alle luxe en welvaart in de periode voor de grote ramp.

De beide boeken zijn: Het hemelteken van Kacy Barnett-Gramckow, uitgegeven bij Uitgeverij Barnabas, nu als vervolgverhaal in het Nederlands Dagblad; en  De Rijkdom van Saoed van Andreas Eschbach, uitgegeven bij Karakter Uitgeverij BV; voor zover ik weet allebei  alleen nog tweedehands verkrijgbaar.

 

Een kort DOOPFORMULIER voor de kinderdoop

We hebben vaak een doopdienst in onze kerk. Begin juli ook weer. Met een knipoog naar het Grunnens Laid heWaterdruppel  1b ik gepreekt over het thema DE DOOP: EEN PRONKJUWEEL MET GOUDEN RAND, ONTVANGEN UIT GODS VADERHAND n.a.v. Romeinen 4. De preek is hier na te lezen: Romeinen 4 vs 9b-12 preek en liturgie. Omdat we vaak dopen hebben, heb ik deze keer een kort doopformulier gebruikt. Die heb ik overgenomen uit het Gemeindebuch van de Evangelisch-altreformierte Kirche uit Duitsland. Net als het formulier voor belijdenis + volwassendoop uit ‘De werkers van het laatste uur’ van Stefan Paas (zie link) geef ik die hieronder graag weer. Misschien dat iemand ‘m kan gebruiken. Er is ook een versie in PowerPoint beschikbaar (klik hier). Verder kwam ik een bijzonder mooie weergave tegen op YouTube van het gedicht ‘Ik leg de namen van mijn kinderen in uw handen‘. Het wordt gezongen door Remco Hakkert en is echt de moeite van het beluisteren waard: http://www.youtube.com/watch?v=6_it6By5h2U.

Kort formulier voor de kinderdoop

Onderwijzing

NAAM en NAAM willen graag hun dochter/zoon NAAM laten dopen. We luisteren naar de woorden, waarmee Jezus Christus de doop heeft ingesteld: ‘Mij is alle macht gegeven in de hemel en op de aarde. Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28:18-20)

We worden in de naam van God, de Vader, gedoopt, omdat wij door Jezus Christus Gods kinderen zijn. Hij zorgt voor ons als een goede Vader in de hemel. We worden in de naam van God, de Zoon, gedoopt, omdat wij in leven en sterven eigendom zijn van Jezus Christus, die ons gekocht heeft met zijn kostbaar bloed. We worden in de naam van God, de Heilige Geest, gedoopt, omdat Hij ons door het geloof met Christus verbindt, ons troost en altijd bij ons blijft.

Onze kleine kinderen begrijpen nog niet, wat de doop betekent, maar de toezegging dat zij Gods kinderen zijn is al over hun leven uitgesproken. Ook zij behoren tot het verbond van God en tot zijn gemeente. De doop is het teken van Gods genade. Dit teken kan niet herroepen worden. Gedurende ons hele leven, en ook wanneer we aan ons geloof twijfelen, moet dit teken ons er weer zeker van maken, dat wij bij Jezus Christus horen. Daarvoor zij God eer en dank, nu en in eeuwigheid.

Geloofsbelijdenis

Met alle christenen op aarde belijden we ons geloof in de Drie-enige God, in wiens naam dit kind gedoopt wordt. Apostolische geloofsbelijdenis en/of lied

Gebed

Wij zijn U onze dank schuldig, HERE onze God, want U hebt zich met ons in leven en dood verbonden. U hebt de aarde uit het water van de oervloed tot leven geroepen. U hebt door het water van de zondvloed een nieuw begin met uw schepping gemaakt. U hebt uw volk Israel uit de slavernij bevrijd en door het water van de Rode Zee naar het land van de belofte geleid. U hebt ons uw Zoon bekend gemaakt, toen Hij in het water van de Jordaan gedoopt werd. U hebt Hem als eerstgeborene van uw toekomstige wereld uit de dood opgewekt. U brengt dankzij Jezus Christus een gemeente bij elkaar, die met Hem gedoopt, gestorven en opgestaan is. Zij wordt door zijn Geest tot leven gewekt en is onderweg naar zijn toekomst.

Wij bidden U voor NAAM, die zo meteen de doop ontvangen zal. Noem hem/haar uw kind, red hem/haar door Jezus uw Zoon, leid en bescherm hen door uw Geest. Geef mensen om hem/haar heen, die hem/haar in liefde en trouw tot U en tot uw gemeente brengen. Laat hem/haar zo groeien in geloof, hoop en liefde, dat hij/zij een gelovige partner van uw verbond en een levend lid van het lichaam van Jezus Christus, onze Heer, zal worden. U, de HEER, zei eer en lof in eeuwigheid! AMEN

Doopvragen

Omdat God zijn verbond aangaat met ons en onze kinderen, moeten de kinderen van gelovige ouders gedoopt worden. Omdat ze zelf nog geen antwoord kunnen geven, vraag ik jullie als ouders:

  1. Erkennen jullie dat NAAM zondig en schuldig ter wereld is gekomen en daarom aan allerlei ellende en zelfs aan het eeuwig oordeel onderworpen is, maar dat hij/zij toch in Christus voor God heilig is, en daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn?
  2. Belijden jullie dat de leer van het Oude en Nieuwe Testament, zoals die in de Apostolische Geloofsbelijdenis samengevat is en in deze gemeente verkondigd wordt, de ware en volkomen leer van de verlossing is?
  3. Beloven jullie dat je NAAM zult voorgaan in een christelijke manier van leven en hem/haar zo goed mogelijk zult onderwijzen en laten onderwijzen, om hem/haar te leren begrijpen wat het betekent gedoopt te zijn?

Vader en moeder NAAM wat is daarop jullie antwoord? JA

Doop + lied

Aanspraak gemeente

Geliefde gemeente, NAAM is geboren in het gezin NAAM en hoorde daardoor al bij de christelijk kerk. Nu hij/zij gedoopt is, heten wij hem/haar welkom in onze gemeente. Wij willen hem/haar met ons gebed begeleiden en er toe bijdragen dat hij/zij groeit in geloof, hoop en liefde. Laten we open blijven staan voor het zoeken en vragen van jonge mensen. Laten we bereid zijn, hen te begrijpen, en meehelpen, dat ze in onze gemeente een echt thuis vinden.

Gebed

Levende God, wij hebben dit kind in uw Naam gedoopt en opgenomen in de gemeenschap van uw gemeente. Wij hebben hem/haar het teken van het leven gegeven. Wij danken U, dat U ons dit kind toevertrouwt. Laat ons zien, hoe wij deze verantwoordelijkheid op de juiste manier kunnen uitvoeren. Hou dit kind in uw nabijheid, geef de ouders kracht, hem/haar goed op te voeden; laat hem/haar mensen ontmoeten die hem/haar serieus nemen, het goede met hem/haar voorhebben en hem/haar niet op dwaalwegen leiden. Help ons, dit kind zo te benaderen, dat het uw liefde ontdekt, uw vergeving ervaart en in de geloofsgemeenschap blijft, waarin hij/zij leven en ademen kan. AMEN

Doopkaart + lied

OOK IN OOSTENRIJK KLINKT HET EVANGELIE!

“Wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.” – Hand. 2:11b

Neuhofen - kerkgebouw 1

Kerkgebouw Evangelisch Reformierte Kirche Neuhofen (alleen de begane grond)

Het is juli. Heel Nederland gaat weer massaal op vakantie. Waar je ook naar toe gaat, in elk land van Europa zijn er gelovigen te vinden. Ik hoop dat veel christenen uit Nederland tijdens hun vakantie de plaatselijke kerk bezoeken. Ze zijn vaak maar klein en voelen zich enorm bemoedigd door de komst van vakantiegangers. Van beide kanten merk je dan: sinds Pinksteren is de Heilige Geest wereldwijd gegaan. Zo vlak voor de vakantie preek ik nu over  Handelingen 2:11b en Psalm 87 (zie onder Preken – NT: Hand 2 vs 11b Pinksteren preek en liturgie ) en dan maak ik van de gelegenheid gebruik om iets te vertellen over twee van de vijf kleine ‘Evangelisch Reformierte Kirchen’ in Oostenrijk en Zwitserland, namelijk de kerk van Neuhofen en de kerk van Rankweil.

Neuhofen - gemeenteledenIn Neuhofen a/d Krems is zo’n 30 jaar de eerste Reformierte Kirche in Oostenrijk gesticht. Met een enthousiaste dominee. En een gemeente die groeide. Totdat de predikant eind jaren ’90 zomaar weg ging en een gemeente met 10 leden achterliet. Die gingen in geloof verder. Ook al hadden ze tegenslag op tegenslag. Eerst kregen ze een kandidaat dominee, maar voor hem bleek het predikantschap  toch te zwaar. Met zijn gezin is hij gelukkig nog steeds aktief lid. En daarna kwam een Nederlandse dominee met een Oostenrijkse achtergrond. Helaas zag die het na 1½ jaar niet meer zitten en is teruggegaan naar Nederland. Toch blijft die maar moed houden! De beide mannen lezen bijna elke zondag een preek vanNeuhofen - kerstmarkt de andere vier dominees uit Zwitserland en Oostenrijk en een paar keer per jaar gaan die dominees daar voor. Of er komt, heel af en toe, een dominee uit Nederland die daar in het Duits preekt. En ze staan vrijmoedig op bv. de Kerstmarkt, ook al vindt iedereen in Oostenrijk die ‘Reformierten’ maar een sekte, ongeveer net zo erg als Jehova’s-Getuigen.Neuhofen - doop Karintie Van de nu bijna 20 leden is er één familie, die in Karintïe woont, zo’n 200 kilometer verderop. Die komen 1x per maand, heb ik begrepen, naar Neuhofen afgereisd op zondag.  Toen daar de jongste geboren werd, is de hele gemeente naar hen toe afgereisd, en ook ds. Mayer reisde vanuit Rankweil meer dan 500 km. naar Karintië. Daar, op de bovenverdieping van het huis, werd de jongste zoon gedoopt.

De tweede gereformeerde kerk in Oostenrijk staat in Rankweil, tegen de Zwitserse grens. Die gemeente ruim 15 jaar geleden ontstaan omdat één van de leden van Neuhofen daar woonde – afstand 450 km. Toen bleek dat ds. Reinhard Mayer met zijn vrouw Bernadette graag zendeling in zijn eigen land wilde worden, is hij daar heen gegaan. Nu is er een gemeente met meer dan 50 leden, die soms een onverwachte groei doormaakt, en soms ook weer plotseling leden verliest.   De gemeente komt nu samen in een kantorencomplex vlak bij afslag van de snelweg in Rankweil en Feldkirch, en zomers zijn er regelmatig Nederlandse gasten. De foto van de Rankweil - zomerdienst met gastenzondagse samenkomst geeft dus een wat vertekend beeld, want achterin ziten wat Nederlandse vakantiegasten. Maar de gemeente is vol goede moed. Er wordt elk jaar een bijbelcursus gegeven én er is tijdens iedere kerkdienst zondagschool voor de kinderen.Onder de deelnemers van de bijbelcursus van vorig jaar onder andere een echtpaar dat nu de kerkdiensten als gast bezoekt, en naast de beide accordionisten ook de liederen meebegeleid met twee violen. En voor de zondagschool is men bezig bijbelgetrouw Nederlands en Engels kindermateriaal in het Duits te vertalen.

Rankweil - bibelkurs

Deelnemers aan de bijbelcursus in Rankweil

Kleine kerkjes in een enorm vaag christelijk land. Stel je voor: in een regio met net zoveel inwoners als Assen (60.000) wonen maar hooguit 10 christelijke gezinnen (in plaats van 10% van de bevolking, zoals in Assen).  Reken maar dat die broeders en zusters ons gebed en onze financiële steun hard nodig hebben!  En reken maar dat zij ons veel kunnen vertellen over hun geloofsblijheid en de kracht van Heilige Geest waardoor ze het volhouden. Vanuit Nederland worden deze gemeentes gesteund door de Stichting Steun Reformatie Oostenrijk. Die geven per kwartaal een Oostenrijkbulletin uit. In het laatste nummer schreef de ouderling van Neuhofen, Günter Dreer, over het Pinksterfeest. Voor de meeste Oostenrijkers eindelijk een extra lang weekend. Maar, zei hij, voor ons betekent Pinksteren dit: zonder Pinksteren zouden wij, kerk in Neuhofen, er helemaal niet zijn. Zonder Pinksteren geen christenen en zonder christenen geen kerk. Daarom is Pinksteren voor ons veel maar dan alleen een lang weekend. Pinksteren maakt ons er bewust van het feit dat onze kerk er is. Omdat God, door zijn genade, het beste met ons voor heeft. Pinksteren herinnert ons eraan, dat God vandaag nog steeds door zijn Geest werkt. Pinksteren staat voor ons kind-zijn van God!ssro-logo

Dus als je dit leest en naar Oostenrijk of Zwitserland op vakantie gaat: kijk even of je in de buurt van Wenen, Linz (=Neuhofen), Vorarlberg (=Rankweil), Winter of Basel zit – kijk even op www.ssro.nl of www.reformiert.at en bezoek daar onze kleine zusterkerken.

Ds. Reinhard Mayer en zijn vrouw Bernadette

Ze zijn zo blij om gasten uit Nederland te ontmoeten! En zelf besef je weer, dat we in Nederland niet de enige christenen zijn. Het is Pinksteren geweest en de Heilige Geest spreekt alle talen. Dus: : Zing met ons mee, laat dit lied voortdurend horen. Zeg het alle mensen op de aarde. Zing met ons mee, zing het meer dan ooit tevoren. Jezus Christus geeft het leven waarde.  Ja, laat het klinken overal, op bergen en in dal, tot iedereen het horen zal. (E&R 182)

Appel aan de synode over besluit ‘M/V in de kerk’

Onderstaand appel verstuurden we gisteren naar de synode van de GKv. Vertrouwend op de Heer en elkaar hebben we de verwachting dat we er in onze kerken uitkomen, ook als het spannend is en je elkaar niet op voorhand vindt. Vandaag staat er in het ND een kort bericht naar aanleiding van dit appel.

 

Rotterdam, Assen, Delft, Oegstgeest
Maandag 16 juni 2014

 

Appel aan de synode GKv 2014, bijeen te Ede

Geacht moderamen, geachte afgevaardigden van de synode

Op donderdag 5 juni hebt u besluiten genomen in het veelbesproken onderwerp ‘Man en vrouw in de kerk’.

Met u zijn wij van mening dat het op dit moment niet mogelijk is in onze kerken om inhoudelijk een knoop door te hakken als het gaat om de vraag of vrouwen tot de ambten kunnen worden toegelaten. De discussie is niet uitgekristalliseerd. Dat blijkt onder meer uit de diversiteit aan ingenomen standpunten in o.a. het aan u uitgebrachte rapport en de aan u uitgebrachte adviezen over dit onderwerp.

Met het oog op een goed vervolg van dit belangrijke onderwerp willen we aandacht vragen voor wat gezegd wordt bij besluit 2, vooral de grond voor dat besluit. U spreekt daar van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw en verschil in verantwoordelijkheid.

De grond onder dit besluit doet volgens ons geen recht aan de diversiteit van het gesprek zoals dat sinds 2005 is gevoerd. Ons inziens is er op dit moment niet veel meer te zeggen dan dat we er als kerken inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ niet samen uitkomen.

Met het oog op de toekomst vinden we het belangrijk dat het dan ook zo gezegd wordt. Het uitzetten van een tweetal denklijnen (gelijkwaardigheid en verschil) met de nadrukkelijke bepaling dat deze beide lijnen verdisconteerd dienen te worden wekt de indruk dat we er in een open gesprek niet zouden kunnen uitkomen. Die onzekerheid of angst is contraproductief en kan het toekomstige gesprek op een hinderlijke manier beïnvloeden.

Met het oog op de toekomst is het juist van belang dat we vol vertrouwen verder kunnen discussiëren en zo open mogelijk luisteren naar wat de Heer vandaag tegen ons zegt.

We vragen u dan ook om nog tijdens deze synode uit te spreken dat we op dit moment inzake ‘Man en vrouw in de kerk’ er samen niet uitkomen en dat we verwachten dat we, als we blijven luisteren naar en argumenteren vanuit de Schrift, deze verlegenheid zullen overwinnen.

Uiteraard zijn we bereid dit appel toe te lichten.

We zien uw reactie graag tegemoet.

In Christus verbonden,

Matthijs Haak, Ernst Leeftink, Simon van der Lugt, Robert Roth

EN OOK ROND PINKSTEREN BEDERFT HOOGLITURGISCH DENKEN MIJN VREUGDE

Meer dan 750 personen bekeken de afgelopen 48 uur mijn blog over het schrappen van ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’. Ik heb ze op het verkeerde been gezet door te suggereren dat ‘Samen in de naam van Jezus’ wel in de nieuwe editie van het Gereformeerde Kerkboek blijft staan. Helaas, niets is minder waar. Zunder woord, zunder wies is dit lied ook door de synode geschrapt op voorstel van de Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Het kan dus nog erger!

Ik kreeg de vraag gesteld: ‘Waarom maak jij je hier zo druk over? We zingen toch al alles wat we zingen willen, of het nu wel of niet in het Kerkboek staat. Dus het wordt er echt niet minder om gezongen.’ Maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom, dat een flink aantal geliefde liederen, die veel en graag gezongen worden door christenen binnen en buiten onze kerken, vanuit een hoogliturgisch gedachtengoed in de ban gedaan worden. We mógen ze nog wel zingen in de kerkdienst, maar ze zijn zo onder niveau qua melodie of taalgebruik, dat ze niet meer de moeite waard zijn om in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek opgenomen te worden. Door ze doelbewust te skippen, geven deputaten en synode daarmee een signaal af. Namelijk: als jullie, gemeenteleden, het ‘Ere zij God’ en ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ blijven zingen, zing je eigenlijk abracadabra qua tekst en een soort hoempapa qua muziek.

In de bijbel lees ik: Laat de Geest u vullen en zing met elkaar psalmen, lofzangen en geestelijke liederen die de Geest u ingeeft. Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer.

Ik wil de drie liederen eens vanuit deze woorden van Paulus bekijken. Ere zij God: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Kerst – de geboorte van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Daar juicht een toon, daar klinkt een stem: het is een lofzang, het heeft een geestelijk inhoud (Pasen – de opstanding van Christus onze Heer) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Samen in de naam van Jezus: het is een lofzang, het heeft een geestelijke inhoud (Pinksteren – de Geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt) en het wordt door velen enthousiast met heel het hart voor de Heer gezongen. Muzikaal rammelt het ‘Ere zij God’ volgens hoog-liturgisch-geschoolde kerkleden onder ons. Met de tekst is verder weinig mis, we zingen nog veel meer andere psalmen en gezangen met woorden uit de bijbelvertaling van 1951. Met het Paaslied ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ is noch muzikaal noch qua tekst veel mis, lijkt me. En de tekst van ‘Samen in de Naam van Jezus’ kan op geen enkele manier ouderwets genoemd worden, dus blijkbaar vonden deputaten de muziekstijl hoempapa. Nu vind ik zelf het ‘Ere zij God’ ook niet het summum van muzikaliteit. En toen ‘Samen in de naam van Jezus’ in 2002 vrijgegeven werd, werd het zo vaak gezongen, dat ik er bij tijden helemaal zat van was. Gelukkig is dat nu weer redelijk in evenwicht.

Wat ik belangrijk vind is, dat we bij het zingen tot Gods eer vooral moeten kijken naar het hart. Zeker als smaken erg verschillen. Daar gaat het Paulus namelijk om: Zing en jubel met heel uw hart voor de Heer. Dan is het, zoals iemand op FB schreef, echt onbegrijpelijk !!!!! dat een synode een in heel veel kerken gedeelde traditie wegneemt. Dat gaat dan over het ‘Ere zij God’. Zelf vind ik het even ongelooflijk, dat de twee andere liederen door deputaten zelf in 2002 uitvoerig gemotiveerd zijn ingediend en aangenomen, maar nu met hetzelfde gemak doodleuk en zonder duidelijk motivatie weer verwijderd worden. Daar is maar één woord voor: jojo-beleid. En de synode laat dat allemaal maar passeren omdat er nu eenmaal is afgesproken dat minstens 75% het met deputaten oneens moet zijn voordat het anders kan. In het bedrijfsleven zou men zeggen: de managers regeren de zaak en de raad van bestuur knikt ja en amen. Ondertussen hebben beide lagen van bestuur en management het kontakt met de werkvloer verloren. Zo verliest ook de synode haar moreel gezag door deze onbegrijpelijke besluiten (en het nieuwe gereformeerde kerkboek op voorhand haar aantrekkelijkheid, verwacht ik).

Meer dan 750 ‘hits’ binnen twee dagen vind ik zo opmerkelijk veel, dat het iedereen tot nadenken zou moeten stemmen. Ook op de synode. Gelukkig is er nog hoop. Ordevoorstellen kunnen ten allen tijde door synodeleden ingediend worden. Dus via zo’n ordevoorstel kan uitgesproken worden dat het een vergissing was om een drempel van 75% op te leggen voor het behoud van geliefde kerkliederen die deputaten willen schrappen, en dat dus, net als bij elk voorstel van elk deputaatschap, 50% genoeg is om iets aan te nemen of af te wijzen. Nadat dit ordevoorstel is aangenomen, worden ‘Ere zij God’, ‘Daar juicht een toon, daar klinkt een stem’ en ‘Samen in de naam van Jezus’ gewoon door de reeds aanwezige meerderheid van 50% behouden voor het kerkboek. En is het gewoon je goed recht om het als gemeente te zingen in plaats van: ach … we tolereMozes vissenren het maar, maar het hoort in een gereformeerde liturgie eigenlijk niet meer thuis. Zo’n gang van zaken … het zou nog kunnen gebeuren! ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’ – om het met nog zo’n geliefd afgeschreven lied te zeggen.

Tot zover. Ik ga niets meer schrijven over dit onderwerp. Anders begint het op bijgaande cartoon te lijken, die ik een keer met de volgende Groningse tekst tegen kwam: Nou most toch ophollen, Mozes!

Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt

In het Nederlands Dagblad van 11 juni staat een ingezonden van mij n.a.v. de reakties op het synodebesluit over de vrouw in het ambt. Dat is de enigszins ingekorte versie van wat ik had ingestuurd, en dat is natuurlijk het goed recht van de redaktie. Hieronder volgt de komplete tekst van wat ik ingezonden heb.

Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt

Het is Pinksteren geweest. De Geest van Christus is royaal uitgestort. Hij is de Geest van wijsheid. Die wint het van het ongeduld. Daarom zou ik het spijtig vinden, wanneer kerkleden van de GKV vertrekken, omdat de landelijke synode nog geen uitspraak gedaan heeft over de vrouw in het ambt. Ik snap de teleurstelling. Ik zet ook zo mijn vraagtekens bij de fundering van het besluit. Ik vraag me vooral af of we ons niet gaan vertillen aan een bezinning op de ambten. Maar vergeet dan niet, dat het onderwerp ‘vrouw en ambt’ voor de eerste keer in alle openlijkheid besproken is. Moet er dan meteen een besluit vallen dat overeenkomt met hoe ik de Bijbel lees, namelijk dat vrouwen in onze cultuur evengoed het Woord van onze God kunnen brengen? En als ik niet meteen gelijk krijg, moet ik dan de synode voor gek verklaren en openlijk roepen dat vast en zeker vele GKV-leden de kerk verlaten hebben voordat er over drie jaar op de volgende synode over dit onderwerp verder gesproken wordt?

Ik ben blij dat de synode vooral besloten heeft, dat het gesprek voortgezet wordt. En dat er geen harde blokkade ligt op de mening dat alle ambten ook voor vrouwen opengesteld kunnen worden. Teleurstelling is begrijpelijk. Stemming maken dat de GKV hiermee heeft afgedaan niet.  Wie gelooft, kan wachten. Abraham moest 25 jaar wachten, Mozes 40 jaar, Daniël 70 jaar. En wat is het alternatief?  Wie om de vrouw in het ambt naar de PKN overstapt, komt in een hotelkerk terecht waar bijbelgetrouwe predikantes dezelfde rechten hebben als vrijzinnige predikanten. Is dat een geloofwaardig alternatief tegenover gereformeerde kerken waar nog steeds elke zondag vanaf elke kansel gebeden wordt of Geest van Pinksteren de predikanten voluit Gods Woord wil laten brengen en of Hij de harten van de luisteraars daarvoor wil openen? Dus waarom zouden de voorstanders van de vrouw in het ambt uit ongeduld en teleurstelling of  persoonlijke ambitie weggaan? Daarmee verheffen ze hun standpunt als het enige bijbelse en vinden ze, net als de tegenstanders van de vrouw in het ambt, de vraag WIE het Woord van God mag bedienen blijkbaar belangrijker dan het feit DAT het Woord van God over heel de linie trouw verkondigd wordt. Ik ben zelf zo’n voorstander. Weggaan is geen optie. Geduldig wachten wel. Ook als ik niet meteen gelijk krijg. Want ik weet: alleen de Geest leidt in Gods waarheid. Alleen de Geest wijst op grond van Gods Woord Gods wegen aan in deze tijd. En alleen de Geest geeft wijsheid om vanuit Gods Woord te wegen wat de Heer daarmee vandaag tegen de gemeenten zeggen wil.

Ernst Leeftink is predikant van de GKV van Assen-Peelo

HOOGLITURGISCH DENKEN BEDERFT MIJN VREUGDE MET KERST EN PASEN

Met Kerst hoeven we binnenkort geen ‘Ere zij God’ meer te zingen en juicht er met Pasen ook geen toon en klinkt er geen stem meer als het aan het Gereformeerde Kerkboek ligt. Want die staan er niet meer in, in de nieuwe editie waartoe de Generale Synode van 2014 besloten heeft. Ze worden weinig meer gezongen of er was sprake van een verouderd taalkleed volgens Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Ze passen qua melodie en toonzetting minder bij de 21e eeuw, aldus de voorzitter van de synode.

Ongelooflijk, kortzichtig en elitair

Dat was  mijn eerste reactie. En dat vind ik er nog steeds van. In hun eerste rapport gaven de deputaten nog aan, dat het uitgangspunt zou zijn, dat alle gezangen uit het oude kerkboek een plaats zouden krijgen in het nieuwe kerkboek, tenzij ze in het Liedboek 2013 zijn opgenomen, eventueel in een andere berijming of vertaling. In hun aanvullende rapport geven deputaten aan, dat ze ruim 80 van de 180 gezangen uit het oude kerkboek willen opnemen in het nieuwe kerkboek. Er vallen 100 gezangen af. Een aantal staat nu in het nieuwe Liedboek 2013. En voor de rest hebben de deputaten “er vooral op gelet of ze uit de gereformeerd traditie stammen” en “zijn enkele oude gereformeerde gezangen weggelaten omdat ze weinig meer gezongen worden. Soms was ook het verouderde taalkleed een reden ze niet meer voor te stellen.”  Dit is dus de argumentatie waarom het Kerstlied Ere zij God en het Paaslied Daar juicht een toon, daar klinkt een stem niet meer in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek zijn opgenomen! En vervolgens stellen deputaten doodleuk voor om een paar nieuwe gezangen op te nemen in het Gereformeerd Kerkboek die “ondanks hun herkomst goed aansluiten bij de gereformeerde spiritualiteit en daardoor geliefd geworden zijn.” Hier breekt me de klomp! Het Ere zij God is bij uitstek een lied uit de gereformeerde traditie en het valt niet te ontkennen dat het bij een groot deel van de kerkgangers uitermate geliefd is. En sinds jaar en dag zingen jong en oud in gereformeerde kringen meerstemmig ‘het mooiste Paaslied’, zoals mijn oud-leraar Latijn Ph. Roorda Bzn 35 jaar gelden ‘Daar juicht een toon’ noemde. Geen wonder dat het Ere zij God sinds we gezangen zingen in de kerkdiensten in alle bundels opgenomen is. En dat in 2002 op unaniem voorstel van Deputaten Kerkmuziek (!) door de Synode van Zuidhorn met slechts 3 (!) stemmen tegen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem is opgenomen in het nieuwe kerkboek.

Nu zijn ze allebei geskipt uit het nieuwe Gereformeerde Kerkboek. En waarom? Omdat deze synode blijkbaar op een ondoordacht moment besloten heeft, dat bij het schrappen van liederen uit het bestaande Gereformeerde Kerkboek dezelfde criteria gelden als in het verleden voor het toevoegen van liederen. Namelijk: als 25% het niet eens is met het voorstel van deputaten, komt een gezang niet in de bundel. En dus was, volgens het Nederlands Dagblad, voor bijna elk van de nu geschrapte gezangen wel een meerderheid, maar vond meer dan 25% het terecht om deze liederen te skippen. En dat, terwijl in de beide deputatenrapporten die op internet te vinden zijn, met geen enkel argument aangegeven is, waarom deze twee liederen  niet meer acceptabel zijn om opgenomen te worden in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek.

(Net als ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’, ‘Jezus, leven van mijn leven’, ‘Halleluja, eeuwig dank en ere’ en ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’;  waarbij het dan weer opmerkelijk is dat ‘Samen in de naam van Jezus’ het blijkbaar wel gehaald heeft op de synode, want die wilden de deputaten in hun rapport ook laten vallen)

Ik vind dit dus ongelooflijk, kortzichtig en elitair.

Ongelooflijk: hoe haal je het in je hoofd om “een heel rijtje vrijgemaakte klassiekers”, zoals het ND het verwoordde, zonder inhoudelijke argumentatie via de achterdeur af te voeren uit het Gereformeerd Kerkboek. Vooral, omdat vorige synodes nadrukkelijk hebben uitgesproken, dat bij het nieuwe Gereformeerde Kerkboek de 41 gezangen uit het Kerkboek van 1984 zouden worden overgenomen.

Kortzichtig: er wordt al te pas en te onpas buiten de vrijgegeven liederen om gezongen, tot ergernis van het meer verontruste deel van ons kerkvolk. En dan gaan we als kerken nu ook nog eens een aantal zeer geliefde gezangen wegparkeren! Het effekt daarvan is, dat nu ook onze rechterflank buiten het kerkboek om gaat zingen. En, belangrijker nog, we krijgen een kerkboek waar straks geen enkele belangstelling meer voor is. Geliefde gezangen eruit, een nieuwe kerkorde erin, nieuwe liturgische formulieren die we al zes jaar hebben en door veel plaatselijke kerken al in een eigen brochure zijn afgedrukt – welke uitgever zal, in de wetenschap dat er in de GKV tegenwoordig uit allerlei bundels gezongen wordt en dat 75% van de kerken daarbij de beamer gebruikt, nog het risiko willen lopen om een 3e, geheel herziene editie van het Gereformeerd Kerkboek uit te  geven?

Elitair: een handvol deputaten en 10 synodeleden die meer de stijl van de hoogkerkelijke liturgie aanhangen besluit dat het eigenlijk niet kan om met Kerst Ere zij God en met Pasen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem te zingen in een officiële eredienst. Het mág nog wel, volgens het verslag van het Nederlands Dagblad, maar qua melodie, toonzetting en taalkleed is het te erbarmelijk om nog in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek te worden opgenomen. Dat vind ik elitair denken. En het getuigt van weinig inlevingsvermogen. Het bederft mijn Kerst- en Paasstemming. De hoge heren beslissen over de hoofden van het gereformeerde kerkvolk heen wat ze mogen zingen. Ik denk dat een besluit als dit nog meer het gezag van een synode ondermijnt als bv. de besluitvorming over de vrouw in het ambt. Terugdraaien dus door middel van een ordevoorstel, zou ik zeggen tegen de voorstanders van deze twee zo niet prachtige, dan toch zeer geliefde kerkliederen. Want voor een ordevoorstel is een eenvoudige meerderheid van 50% genoeg J!

DE PRUISISCHE MARS

Ik kreeg van een college de volgende reaktie. Daar wil ik mee afsluiten.

De ‘Pruisische mars’ (zoals het ‘Ere zij God’ neerbuigend is genoemd) is zolang als ik mij kan herinneren al mikpunt van kritiek geweest. Maar het lied zit nog altijd in de ziel van het kerkvolk. Waarom zouden we het daaruit willen slopen? Uit een bundel schrappen is zó makkelijk. En of het het gewenste effect zal hebben?! Natuurlijk niet. Pas wanneer nieuwe Kerstliederen zich in de ziel van het kerkvolk (en daartoe reken ik mijzelf!) nestelen, zal het een keer een stille dood sterven. Maar wat zich nestelt in de ziel van het kerkvolk, dat laat zich niet eenvoudig sturen. De tijd zal het leren!

En dan nog twee toegiften:
A/ Beluister het ‘Ere zij God’ in een bijzondere uitvoering! https://t.co/n89qqoOMRJ
B/ Een synodelid vertelde mij dat Gezang 95 geskipt is omdat de inhoud niet klopt met de paasochtend en vanwege oud taalgebruik. Dat eerste is geen argument, want al afgewezen  in 2002 toen een tegenstemmend synodelid aanvoerde dat het juist stil was in Jeruzalem op die eerste paasochtend. En het tweede – dan ken ik er nog wel een paar. En wat te denken van het alternatief in het nieuwe Liedboek 2013? Lied 637 is een moderne bewerking van ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem’. Taalkundig elitair en inhoudelijk toch echt niet acceptabel als vervanging van Gezang 95 uit het huidige Gereformeerde Kerkboek:
1) O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan! De Zoon, voor wie het duister zwicht, de Zoon is als de zon, zo licht!
2) De Vader laat niet in het graf zijn kind dat zoveel vreugde gaf, Hij tilt het uit de kille grond – het loopt als vuur de wereld rond.
3) De oude nacht voorgoed gedood, de toekomst kleurt de morgen rood; ziehier hoe God vergevend is en hoe zijn liefde levend is.
4) Ziehier het licht van lange duur, ziehier de Zoon, de zon, het vuur; o vlam van Pasen, steek ons aan – de Heer is waarlijk opgestaan!
Gelukkig hebben we ook nog een Groningse versie – in 2014 op Tweede Paasdag voor het eerst gezongen in een Grunneger Dainst die belegd werd door de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Uithuizen.
1/ Doar klinkt een toon joechaait een stem, dij gaalmt deur hail Jeruzalem. Doar gloort het nije mörgenrood.  De Zeun van God ston op oet dood!
2/ Gain graf huil Doavids Zeun omkneld, Hai overwon dei staarke held. Hai steeg oet ‘t graf deur aigen kracht, joa Hai is God, omkled mit macht!
3/ De angel is tou dood oethoald, want alles is veur ons betoald. Wèl in geleuf mit Jezus gaait, dij vreest veur dood en duvel nait.
4/ Want nou Heer Jezus opstoan is, begunt ons nije leven wis; een leven deur zien dood beraaid, een leven in zien heerlekhaid!

Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt

De synode heeft een uitspraak gedaan in de M/V-discussie. Dat gebeurde nadat alle 36 synodeleden eerst zelf hun mening gegeven hebben over de vraag of ook in onze tijd ook vrouwen in het ambt mogen dienen. Ik vind van wel,  heb ik in  mijn vorige blog over dit onderwerp aangegeven (Welke G/geest is er uit de fles?). Als ik het goed gelezen heb, heeft de synode nu met 21 stemmen voor en 15 stemmen tegen uitgesproken, dat er een nieuw deputaatschap komt die in kaart gaat brengen “hoe de ambten van predikant, ouderling en diaken op een Schriftuurlijk verantwoorde wijze zo kunnen worden ingevuld dat vrouwen zich daarbinnen kunnen inzetten voor Gods koninkrijk” . Als argument bij dit besluit heeft de synode uitgesproken: ‘Het doorlopend spreken van de Schrift laat twee lijnen zien. De ene lijn is die van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw – de andere die van het verschil in verantwoordelijkheid die God aan man en vrouw heeft gegeven; deze beide lijnen moeten verdisconteerd worden.’ Met deze uitspraak neemt de synode dus niet de konklusie van deputaten M/V in de kerk over om uit te spreken dat ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen. Om te voorkomen dat men zou kunnen denken dat deze visie vanaf nu binnen de GKV onbijbels is, sprak de synode ook uit dat deze visie “vrij bespreekbaar moet zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.”

DANK DE GEEST VAN HET PINKSTERFEEST!

Op de vrijdag voor Pinksteren nam de synode dit besluit. En dus vroeg de synode na afloop, of er in de kerken voor dit besluit, dat gezamenlijk en in vrede genomen is, gedankt kon worden en Gods zegen erover te vragen. Dat zal ik komende zondag inderdaad graag doen, zoals Fokke Pathuis afgelopen zondag heeft gedaan (te vinden op zijn weblog http://bit.ly/1mvMz33). Want ik zie dit synodebesluit als een teken dat de Geest van Pinksteren ons tijd geeft om hier verder over na te denken. De Geest geeft wijsheid tegenover ongeduld en besluiteloosheid. Want wie vol van de Geest is, kan wel een paar jaar wachten als je ziet dat de eensgezindheid in Christus’ kerk  ver te zoeken is. En wie vol van de Geest is, zal niet eindeloos deze diskussie willen rekken met telkens weer een periode van drie jaar bezinning totdat deze schriftkritische ‘hype’ overgewaaid is. En toch … ik ben er naar beide kanten niet gerust op. Er is wél ongeduld, merk ik. En er is wél een neiging om wie voor vrouwen in de ambten is, weg te zetten als niet-bijbelgetrouw. Ik wil dat ook concreet aanwijzen.

WAT IS HET BEZWAAR VAN DE 15?

Het was geen unaniem besluit. Vijftien synodeleden konden er niet mee instemmen. De meesten nog wel met het besluit op zichzelf, maar niet met het onderliggende argument. Ze vonden dat het gesprek over de plaats van vrouwen in de kerk teveel wordt dichtgetimmerd als je uitspreekt dat er twee bijbelse lijnen zijn in de verhouding tussen man en vrouw, namelijk gelijkwaardigheid en verschil in verantwoordelijkheid. De 15 vinden namelijk niet, dat de Bijbel twee duidelijke lijnen leert. Dat is slechts één van de meningen binnen onze kerken, dus dat moet je als synode niet uitspreken.

Ik snap deze redenering wel. Voor je het weet heeft een synode weer iets geroepen waar anderen mee aan de haal gaan als een soort Vierde Formulier van Eenheid. Maar ik begrijp eigenlijk niet waarom dit nu zo’n pijnpunt is, dat je na de besluitvorming grote woorden gebruikt in de trant van dat deze synode hiermee ‘het laatste restje geestelijk gezag verloren heeft’ en dat met dit ‘laf en dwingend besluit’, dat een ‘raar gedrocht is’, nu ‘een groot deel van de kerken geschoffeerd en losgelaten’ is. Zulke woorden snap ik dus niet, tenzij het je eerste emotionele reaktie is (die zet ik per ongeluk ook wel eens op FB zonder tot 10 te tellen, en daarna haal ik ‘m er maar weer af).

AFSTEL = DE ANDER AFSCHRIJVEN

Maar misschien zit er nog iets anders achter deze duidelijke blijken van teleurstelling. En dat is dit: met deze besluitvorming lijkt het alsof de synode in de toekomst ruimte geeft aan twee benaderingen wat betreft ‘vrouw en ambt’. Maar je proeft toch tussen de regels door (ik wel tenminste), dat wie vooral insteekt op de lijn van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, ook als het gaat om de ambten, minder ruimte krijgt dan degenen die nadrukkelijk kiezen voor het verschil in verantwoordelijkheid, en dus mag de vrouw per definitie geen predikant of ouderling worden. Zeker als dan ook nog gezegd wordt, dat de eerste visie ‘vrij bespreekbaar’ is als je dat vanuit de Bijbel doet, terwijl dat niet gezegd wordt bij de tweede visie, want die kan ook op puur conservatisme of ordinaire vrouwonvriendelijkheid gestoeld zijn. Of, zoals ik ook tegenkom, doordat wie zich vóór de vrouw in het ambt uitspreekt, zoals de deputaten, het verwijt krijgen: ‘Jullie zeggen recht te willen doen aan wat de Schrift zegt als context aanreikt. Maar in feite is de context voor jullie een zelfstandig gegeven, tegenóver de Schrift.’ En als dan ook nog als waarschuwend voorbeeld de scheepswrakken van de synodale Gereformeerde Kerken in de jaren ’70 en de Christian Reformed Churches in de jaren ’90 wordt aangehaald, alsof daar de schriftkritiek ook begon met het toelaten van de vrouw in het ambt – nou, dan heb ik niet de indruk dat ik als voorstander van lijn A als een gelijkwaardige gesprekpartner beschouwd wordt door mijn broeder of zuster die op lijn B zit.

Ik geloof wél dat wie voor de vrouw in het ambt is, recht wil doen aan wat onze goede God in de Bijbel zegt over dit onderwerp. En ik geloof er niets van, dat de vrouw in ambt de oorzaak is van de toenemende vrijzinnigheid in Nederland. Dat kwam veel meer omdat in de hervormde kerk in de jaren ’60 een hoogleraar zijn portie al aan Fikkie gaf als het om het verzoenend lijden en sterven van Christus ging, en omdat in de jaren ’70 in de synodale kerken Kuitert en Wiersinga hetzelfde beweerden: God is niet Iemand die bloed wil zien en Jezus is niet voor onze zonden gestorven. Dat waren toevallig allemaal mannen die dat beweerden. En de landelijke synodes van beide kerken, ook nog voor het merendeel bestaand uit mannen toendertijd, lieten het gewoon toe dat deze schriftkritische hoogleraren met deze humanistische standpunten hun studenten beïnvloedden.

ONGEDULD MOET  NIET LEIDEN TOT VERTREK

Ik merk dat de teleurstelling bij veel kerkleden groot is. En ik hoor dat sommige synodeleden op het punt stonden ermee te kappen. Dat zou ik heel erg jammer vinden. Dat lijkt me nu typisch een staaltje vrijgemaakt ongeduld. Als wij ergens van overtuigd zijn, moet het ook meteen gebeuren. En nu het onderwerp ‘vrouw en ambt’ eindelijk boven tafel ligt en voor het eerst in alle openlijkheid besproken wordt, moet er meteen een besluit vallen dat overeenkomt met hoe ik de Bijbel lees, namelijk dat vrouwen in onze cultuur evengoed het Woord van onze God kunnen brengen. En als dat niet in de GKV mag? Fijn dat de PKN dan een uitwijkplaats biedt. Maar dan laat je volgens mij persoonlijke overtuiging en idealen prevaleren boven een hotelkerk waarvan ik nog steeds niet snap hoe je het als bijbelgetrouw dominee of domina voor jezelf rond krijgt dat een Klaas Hendrikse daar vrijuit alles mag ontkennen waar jij in gelooft, en waarin collega die zelf zeer bijbelgetrouw is, vrijmoedig alle huwelijken, tweede huwelijken, homohuwelijken en interreligieuze huwelijken inzegent van iedereen die trouw, af en toe of anders nooit in de kerk komt. Dan kun je, zoals ik in mijn vorige blog (http://t.co/YIRdnk1yfo) al schreef, beter een Truus op de kansel hebben die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt. Maar uiteindelijk lost het niets op. In mijn geboortedorp is de synodale kerk die in de jaren ’80 liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man uit Amsterdam als predikant had, 25 jaar later wel gefuseerd met de volstrekt vrijzinnige hervormde kerk. En wie daarin niet mee kon gaan, werd CGK of GKV of baptist.

Wat ik er maar mee zeggen wil: in onze vrijgemaakte kerken wordt nog steeds elke zondag vanaf elke kansel gebeden om de Heilige Geest, of Hij de predikanten voluit Gods Woord wil laten brengen en de harten van de luisteraars daarvoor wil openen. Dus waarom zouden de voorstanders van de vrouw in het ambt uit ongeduld en teleurstelling of  persoonlijke ambitie weggaan?  Daarmee verheffen ze hun standpunt als het enige bijbelse en vinden ze, net als de tegenstanders van de vrouw in het ambt, de vraag WIE het Woord van God mag bedienen blijkbaar belangrijker dan het feit DAT het Woord van God over heel de linie trouw verkondigd wordt. Iemand zei 10 jaar geleden eens tegen mij, toen de discussie over de zondagsrust op z’n hoogtepunt was: ‘Niemand ging in de tijd van de Reformatie voor de visie op de zondag de brandstapel op. Want het raakt niet de kern van het geloof.’ Ik hoop dat voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt tot diezelfde conclusie komen, door niet uit ongeduld de kerk te verlaten of ermee te dreigen wanneer de dag komt dat ook vrouw het Woord van God mag verkondigen. Want, las ik in een FB-berichtje van een collega: “We hebben elkaar nodig en moeten nog meer door de Heilige Geest leren in de ander niet een vermeende progressieve schriftcriticus of vermeende conservatieve angsthaas te zien.”

EN NU GAAT HET DUS OVER DE VISIE OP HET AMBT

We wilden een uitspraak over de vrouw in het ambt. We krijgen een studiedeputaatschap over de ambten. Daarin staat, zo schreef de synode, de vraag centraal: ‘Kunnen de ambten zo gestructureerd worden dat ook vrouwen zich daarin kunnen inzetten in Gods koninkrijk?’ En meteen ging het over de vraag, of we  dan een kleine oudstenraad van mannen krijgen, waaronder het hele brede scala van prediking, catechese, pastoraat en diakonaat kan vallen en waarin op alle onderdelen ook door de Geest begaafde vrouwen ingezet kunnen worden. Ik vind het nog steeds een noodkonstruktie. Het doet mij denken aan een ‘raad van commissarissen’  – formeel eindverantwoordelijk, maar als het erop aan komt, niets in te brengen, omdat de manager van elke hoofdafdeling veel beter weet waar het om gaat dan de hoge heren. En ik weet haast wel zeker dat het niet toepasbaar in kleine en middelgrote gemeentes onder de, pak ‘m beet, 500 leden.

Tegelijk werkt het op sommige  plekken wel, zoals in de zeer bijbelgetrouwe Redeemer Presbyterian Church van Tim Keller in New York. Daar worden capabele broeders en zusters vrouwen op alle onderdelen van het kerkelijk leven op grond van hun gaven en niet op grond van hun man- of vrouw-zijn ingezet. Behalve in de oudstenraad, waarin ook alle predikanten zitten. Geen vrouwen als eindverantwoordelijke op de kansel dus, daar in New York. Daarin kan Kathy Keller, eveneens afgestuurd theoloog, zich volledig vinden, vertelt ze in hoofdstuk 6 van Het huwelijk, het boek dat Tim & Kathy Keller samen geschreven hebben. Ze laat zich heel sterk inspireren door de manier waarop Christus zowel de rol van dienend hoofd als van dienende helper op zich genomen heeft (Fil. 2:5-11). Die beide rollen deelt Christus vervolgens in het huwelijk toe aan de man en aan de vrouw met een verwijzing naar Christus en de kerk (Ef. 5:22-33). Zelf denk ik, dat het alleen maar kan funktioneren als er aan twee voorwaarden voldaan wordt: volledige gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen op alle nivo’s in de gemeente van Christus en de bereidheid van vrouwen en mannen om niet in alles dezelfde rechten op te eisen ten koste van de eenheid van de gemeente.

Maar de vraag blijft bij mij hangen, zoals Gerard ter Horst ook al in het ND van 7 juni opmerkte: “waarom zouden vrouwen eigenlijk geen oudsten mogen zijn?” Was het antwoord op die vraag maar net zo makkelijk als de vraag: “waarom zouden mannen eigenlijke geen kinderen mogen krijgen?” Scheppingsgegeven!