HOE BEN JE SOLIDAIR MET WIE ECHT AAN ENERGIE-ARMOEDE LIJDT?

Laatst hoorde ik, dat iemand uit solidariteit met de mensen die echt klem zitten vanwege de hoge prijzen voor gas en elektra in eigen huis de temperatuur van 17,5 naar 17 graden wilde laten gaan. Met als vraag erbij: wat is jullie oplossing om het toch nog een beetje warm te krijgen als ik thuis zit te werken?

Foto: Gerd Altmann (Geralt) – Pixabay

Toen ik de suggestie deed om de temperatuur gewoon op 19 graden te houden en op andere dingen te bezuinigen, zoals 1x per week vlees en 1x per maand minder uit eten en 1x per jaar minder op vakantie, kreeg ik als antwoord: de verwarming staat bij ons al een paar jaar op 17,5 graden en die andere dingen doen we ook al uit duurzaamheidsoverwegingen.

Hier kiest iemand voor vrijwillige warmte-armoede omdat er elders in het land mensen echt in energie-armoede leven. Dat is een vorm van solidariteit die op zich te prijzen is, maar volgens mij niet echt zinvol is. Geef toe: als iemand vanwege het klimaat en de ecologische voetafdruk  al heel milieubewust bezig is (de verwarming staat op 17,5 graden!) en de financiële situatie geeft geen reden om nog verder te bezuinigen op het energieverbruik – wat schieten de mensen die echt in de problemen zijn gekomen daar dan mee op?

OK, je kunt het bedrag dat je bespaart door de kachel een half graadje lager te zetten overmaken naar de Voedselbank. Maar voor de rest hou je er alleen maar zelf een goed en warm gevoel aan over (dat laatste alleen als je een extra trui en een paar wollen sokken aantrekt).

“Ik redde de arme die om hulp vroeg (…) en onthield hem nooit waar hij om vroeg.” (Job 29:12a en 31:16a)

Toen ik er nog wat dieper over nadacht kwam bij mij de vraag op: waarom voelt iemand die z’n kachel al op 17,5 heeft staan, zich geroepen om terug naar 17 te gaan? De gereformeerde ethicus Jochem Douma zei eens dat veel christenen die heel erg bewogen zijn met de nood in de wereld zich altijd een beetje schuldig voelen over het feit dat ze het zelf zo goed hebben. Hun valkuil is, zei hij, dat ze voortdurend vinden dat ze eigenlijk een té luxe leventje hebben. Als er dan een oproep komt om minder voor jezelf te leven, zijn zij de eersten die vinden dat ze inderdaad nog steeds in weelde leven en dat het nog wel ietsje minder kan. Wat je dan ziet, aldus Douma, is dat christenen die zich vrij onnadenkend overgeven aan het grote genieten hun consumptiepatroon van lekker eten, weekendjes weg, zomer- én wintervakantie, elk seizoen een nieuwe garderobe etc. etc. hun leefpatroon amper wijzigen, maar dat christenen die op dit vlak al heel bewust leven na zo’n oproep besluiten om het nog soberder aan te doen door hun ene vakantie een jaartje over te slaan of helemaal in tweedehands-kleding te gaan lopen. Want als je jezelf voortdurend vergelijkt met mensen die het veel slechter hebben dan jij, heb je het nog steeds beter als die ander, ook als je bijna niet meer op vakantie gaat, nooit iets nieuws koopt en je de verwarming nog een half graadje lager draait naar 17 graden. Volgens Douma raakt dan het bijbelse evenwicht tussen genieten van de zegeningen die God jou geeft en het aandacht geven aan de armen om je heen zoek. Net zoals trouwens het evenwicht zoek is wanneer iemand die zich christen noemt al z’n tijd en geld voor z’n eigen geluk en consumptie besteedt en z’n medemens afscheept met een fooi.

Gelukkig de mens met ontzag voor de HERE en met liefde voor zijn geboden. Rijkdom en weelde bewonen zijn huis en zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd. Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd, hij zal stijgen in aanzien en eer.  (Psalm 112:1,3,9)

Dus nee … ik geloof niet dat christenen uit solidariteit met degenen die echt in armoede leven vanwege de hoge gasprijzen hun verwarming één of een paar graadjes naar beneden moeten draaien. Daardoor raak je zelf in de kou en als je verder niets doet, laat je anderen in de kou zitten.

Wat helpt dan wel? Ik doe zomaar een paar suggesties.

1/ Geef royaal aan de Voedselbank of maak daar maandelijks een vast bedrag naar over.

2/ Als je zelf nog een vast contract hebt t/m 2024 en je weet dat inmiddels de helft van Nederland het dubbele betaalt voor gas en elektra, maak dan uit solidariteit een deel van jouw voordeel over aan de diakonie van je kerk.

3/ Kijk om je heen, vraag of mensen het nog redden en bied waar dat nodig is praktische hulp en steun aan.

4/ Doe het samen, dus motiveer bv. de diakonie van jouw kerk om het voortouw te nemen om in aktie te komen. Op Energiearmoede, inflatie en de diaconie – Kerkpunt is daarover meer informatie te vinden.

Als je bewust een aantal van deze vier dingen doet, hoef je je verwarming volgens mij niet nog lager te zetten. Want, zoals een gevleugelde uitspraak van dezelfde Jochem Douma luidt: ‘Om het ene te doen hoef je het andere niet na te laten.’

Het morele failliet van zorgverzekeraar Pro Life

De christelijke zorgverzekeraar Pro Life Zorgverzekeringen is moreel failliet gegaan. Vanaf 2023 komt abortus en euthanasie ook in het basispakket. Daarmee is Pro Life niet meer expliciet vóór het leven, maar wordt ze net zo neutraal als alle andere zorgaanbieders.

Directeur Jos Leijenhorst vertelt in deze video waarom Pro Life door de knieën is gegaan voor de seculiere druk om de beschermwaardigheid van het ongeboren en het voltooide leven op te geven.


Wat mij opvalt in deze verklaring is, dat Pro Life opeens zélf vindt dat door abortus en euthanasie niet te vergoeden “mensen tegenover elkaar komen te staan” en “sommige mensen zich gekwetst voelen” en dat er hierdoor een tweedeling is ontstaan, ook “soms onder christenen”.
En dan zegt Pro Life met droge ogen: “Je vraagt je misschien af of we anders zijn gaan denken. Nee. We staan nog altijd voor de beschermwaardigheid van het leven. Want wij geloven dat het leven uniek, geliefd en waardevol is voor God. En dit blijven we uitdragen. We zetten ons al bijna 100 jaar in voor zorg die daarbij past. (…) Zorg rondom het levenseinde, hulp aan zwangere vrouwen, en nog zoveel meer. En dat blijft zo.”
Dat is dus niet zo. Pro Life wordt per 1 januari 2023 een neutrale aanbieder die aktief meewerkt aan alle keuzes die mensen persoonlijk maken. Vanwege de bakken aan badwater van de seculiere kritiek wordt, onder nog wat ach-en-wee-geroep, het ongeboren kind en ook de afgeleefde oudere door de gootsteen gespoeld 😥.

Pro Life zegt ook dat er kritiek was op het abortus-, euthanasie-, IVF- en transgender-standpunt van “onze organisatie in politieke discussies en in vragen aan de regering. Soms op basis van onjuistheden en soms op basis van fundamentele meningsverschillen.” Dan denk ik: als het onjuistheden zijn, kun je dat uitleggen; en als het om principiële standpunten gaat, hoef je daar niet aan toe te geven. Niemand is verplicht om vóór Zorgverzekeraar Pro Life te kiezen.

Het blijft heel merkwaardig dat Pro Life opeens tot het inzicht is gekomen, dat “voor wie onze huidige polisvoorwaarden nu te zwart-wit vindt, er geen zorgverzekering met christelijke hulp en services is zoals wij die bieden.” Pardon? Dus om een nieuwe doelgroep te bereiken die het wel prima vindt dat abortus en euthanasie in het basispakket komen, geeft Pro Life vrijwillig een principiële kernwaarde als de beschermwaardigheid van het leven prijs? Natuurlijk kun je kritiek hebben op sommige keuzes die tot nu toe gemaakt zijn. Zelf heb ik bijvoorbeeld nooit begrepen waarom IVF-behandelingen en transgenderzorg per definitie werden uitgesloten van vergoeding. Maar bij abortus en euthanasie ligt dat toch heel anders, lijkt mij.

De knieval voor de tijdgeest en voor de seculiere, steeds agressievere publieke politieke opinie (zowel van linkerzijde als van rechterzijde) komt ook onthutsend duidelijk tot uiting in de volgende uitspraak van de Pro Life directeur: “Ja, wij hebben bedenkingen en soms bezwaren bij behandelingen. En we hopen dat mensen daarover willen nadenken. Maar uiteindelijk beslissen mensen zelf.” Hier geeft hij zelf het antwoord op de vraag hoe je deze verandering moet taxeren: “we zijn ons ervan bewust dat sommigen het ervaren als het opgeven van principes. Anderen zullen het ervaren als een goede stap die christenen verbindt. En die meer ruimte biedt om geloof, zorg en hulp samen te brengen.” Ik kan er met mijn verstand echt niet bij hoe men bij Pro Life de overgang naar aktieve hulp en vergoeding bij abortus en bij euthanasie als de cliënt daarvoor kiest, durft te typeren als iets positiefs. Het verbindt christenen hooguit met het hyperindividualisme van de moderne samenleving, waarvan het ongeboren en bijna voltooide leven de dupe van wordt.

De video van Pro Life over deze principiële beleidswijziging eindigt met: “Heb je nog vragen over deze verandering? Bel gerust!” Ik hoop dat veel christenen die nu nog bij Pro Life zitten, dat zullen doen. Namelijk om aan te geven dat ze zullen overstappen of om puur vanwege pragmatische redenen zullen blijven.

Ik zal mijn moeder van 83 adviseren een goedkopere, net zo neutrale ziektekostenverzekering te zoeken.
En als mijn kinderen ernaar vragen, zal ik zeggen dat ze op praktische gronden (wat extra kraam- en gezinszorg als er niet voor een abortus gekozen wordt) voor Pro Life kunnen kiezen, maar zich niet moeten kietelen met de gedachte dat ze daarmee bewust een principiële keus voor een christelijke zorgaanbieder hebben gemaakt.
En al die andere dingen, zoals “onze unieke programma’s Geloof en gezondheid, Sterke relaties en Ouder worden”? Die bieden organisaties die wel hun christelijke waarden hooghouden zoals de Nederlandse Patiënten Vereniging ook aan.
Mijn voorspelling: het gaat stapels opzeggingen regenen dit najaar en van de toezegging dat het christelijk zorgaanbod de komende jaren verder wordt uitgebouwd komt niks terecht. Sterker nog: ik verwacht dat Pro Life binnen enkele jaren z’n laatste adem uitblaast.

Hieronder volgt de komplete tekst van de onthutsende verklaring van Jos Leijenhorst, directeur van zorgverzekaar die tot en met 31 december 2022 echt Pro Life was.

Fijn dat je kijkt. Graag vertel ik iets meer over een belangrijke verandering in onze basisverzekeringen. Want vanaf 1 januari 2023 nemen we alle zorg op die de basisverzekering standaard biedt. En dat betekent dat ook abortus, euthanasie, standaard IVF en transgenderzorg in onze basisverzekeringen komen.

Wat is er aan de hand? We merken dat er een tweedeling ontstaat in de samenleving en soms ook onder christenen. Door vergoedingen uit te sluiten komen mensen tegenover elkaar te staan. Sommige mensen voelen zich door onze keuzes gekwetst. Dat uit zich in kritiek op onze organisatie in politieke discussies en in vragen aan de regering. Soms op basis van onjuistheden en soms op basis van fundamentele meningsverschillen. En dat raakt ons. Want we willen respectvol naast en met elkaar leven, ook als we van mening verschillen. We willen mensen laten nadenken over onderwerpen zoals de beschermwaardigheid en maakbaarheid van het leven. En helpen bij het maken van keuzes. Ook christenen denken soms verschillend over het uitsluiten van vergoedingen. Want in hoeverre doet dit recht aan soms ontzettend ingewikkelde situaties? We delen vaak dezelfde waardes, maar kunnen verschillen in hoe we dat vertalen naar keuzes. En voor wie onze huidige polisvoorwaarden nu te zwart-wit vindt, is er geen zorgverzekering met christelijke hulp en services zoals wij die bieden.

Wat willen we met die veranderingen bereiken? Wij willen voorkomen dat mensen denken dat wij zwart-wit kijken naar grote levensvragen. En soms ook om te kunnen kiezen voor een zorgverzekering met christelijke hulp en services. Ja, wij hebben bedenkingen en soms bezwaren bij behandelingen. En we hopen dat mensen daarover willen nadenken. Maar uiteindelijk beslissen mensen zelf. Deze verandering bevestigt dat. En we geloven daarbij dat we naast mensen mogen blijven staan ook als zij andere keuzes maken dan wij. En zo ontstaat er ruimte om op een zorgvuldige manier stil te staan bij vragen rondom abortus, euthanasie en geslachtsverandering. Wij gaan bijvoorbeeld extra investeren in de hulp van vertrouwensartsen met wie je in gesprek kunt. Zo helpen we mensen op weg bij het maken van keuzes.

Deze beslissing nemen we natuurlijk niet zomaar. We hebben lang stilgestaan bij de gevoeligheid van deze verandering. We hebben er acht maanden intensief over gepraat. En we zijn ons ervan bewust dat sommigen het ervaren als het opgeven van principes. Anderen zullen het ervaren als een goede stap die christenen verbindt. En die meer ruimte biedt om geloof, zorg en hulp samen te brengen.

Je vraagt je misschien af of we anders zijn gaan denken. Nee. We staan nog altijd voor de beschermwaardigheid van het leven. Want wij geloven dat het leven uniek, geliefd en waardevol is voor God. En dit blijven we uitdragen. We zetten ons al bijna 100 jaar in voor zorg die daarbij past. Denk aan IVF waarbij er geen embryo’s overblijven. Zorg rondom het levenseinde, hulp aan zwangere vrouwen, en nog zoveel meer. En dat blijft zo. Natuurlijk kun je nog steeds kiezen voor christelijke zorg. De christelijke waarden waar Pro Life voor staat blijf je terugzien in onze verzekeringen. Je kunt kiezen voor christelijke zorgverleners waar wij afspraken mee hebben. En onze hulp en services breiden we nu en in de komende jaren nog verder uit. En je kunt ook blijven rekenen op de persoonlijke aandacht van onze hulpverleners en gebruik maken van onze unieke programma’s. Denk daarbij aan ‘Geloof en gezondheid’, ‘Sterke relaties’ en ‘Ouder worden’. Heb je nog vragen over deze verandering? Bel gerust!

Weer terug naar de ene beker bij de viering van het Avondmaal?

‘Ik verwacht dat de gezamenlijke beker, die in veel gemeenten tijdens de coronapandemie is vervangen door plastic cupjes, weer zal terugkeren.’ Dat zei Arnold Huijgen, hoogleraar aan de TU Apeldoorn en binnenkort aan de VU Amsterdam in het Nederlands Dagblad van 18 augustus 2022. Hij denkt dat de belangrijke symbolische funktie van de ene beker de reden is dat in veel kerken het drinken uit de gezamenlijke beker terugkomt. ‘Als je niet uit één beker drinkt, mis je toch een belangrijk symbool van het avondmaal. Het is de beker die je doorgeeft en waardoor je de gemeenschap ervaart.’

Ik deel de verwachting van Huijgen niet en denk dat het gebruik van kleine bekertjes een blijvertje is in veel protestantse en gereformeerde kerken waar Avondmaalsgangers vóór de corona-crisis uit één of meer grote bekers dronken.

En ook al heeft het gebruik van het drinken uit één beker (hoewel het er meestal meerdere zijn) voor veel mensen de symbolische waarde die Huijgen er aan hecht, het is nog maar de vraag of je theologisch gezien daar zoveel waarde aan moet hechten, dat het de voorkeur verdient om het zo snel mogelijk weer in te voeren. Kerkhstorische valt daar wel wat tegenin te brengen. De Heidelbergse Catechismus bijvoorbeeld kent het fenomeen ‘doorgeefbeker’ helemaal niet.

Wat zegt de Bijbel?

Het drinken uit de ene beker is volgens mij geen principiële zaak die je rechtstreeks uit de Bijbel kunt afleiden. We weten dat Christus het Avondmaal heeft ingesteld tijdens de Pesach-viering. Daar ging de beker met wijn verschillende keren rond onder de gelovige deelnemers. Maar omdat bij de eerste viering slechts 13 mensen aanwezig waren, zegt het niet zoveel dat er één beker rondging. Tot vóór corona gebruikten bijna alle gereformeerde kerken meerdere grote bekers bij het Avondmaal. Maar in vele evangelische kerken en ook bijna overal in het buitenland drinkt men al decennia lang de wijn die het bloed van Christus symboliseert uit kleine bekertjes. Vaak wacht men tot iedereen een klein bekertje heeft en drinkt dan met z’n allen op hetzelfde moment. Zo brengt men de verbondenheid in het geloof en het feit dat men de eenheid al tot uitdrukking.

Beide vormen zijn naar mijn mening even waardevol en brengen tot uitdrukking dat je als gemeente samen het ene lichaam van Christus vormt en dat je gelovig drinkt van de wijn als teken van Christus’ bloed tot volkomen verzoening van al onze zonden.

Wat zegt de gereformeerde belijdenis?

In artikel 35 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “Christus heeft een aards en zichtbaar brood voorgeschreven als sacrament van zijn lichaam en de wijn als het sacrament van zijn bloed. Hiermee verzekert Hij ons ervan: zo zeker als wij het sacrament ontvangen en in onze handen houden en het eten en drinken met onze mond, om ons leven in stand te houden, zo zeker ontvangen wij in onze ziel door het geloof – dat de hand en de mond van onze ziel is – het ware lichaam en het ware bloed van Christus, onze enige Heiland, om ons geestelijke leven in stand te houden.”

In Zondag 28 (vr.+a. 75) van de Heidelbergse Catechismus staat, dat “ik het boord en de wijn, als betrouwbare tekenen van Christus’ lichaam en bloed, uit de hand van de dienaar ontvang en met de mond geniet.”

Deze twee passages uit de gereformeerde belijdenis zeggen niet zoveel over het gebruik van kleine bekertjes. Je kunt uit Zondag 28 hooguit afleiden, dat de gaande viering in Heidelberg gebruikelijk was: iedereen krijgt brood en wijn uitgereikt door de predikant. Hier staat niet de vraag centraal hóe je brood en wijn aanpakt en inneemt, maar dát je het gelovig ontvangt en eet. De gereformeerde belijdenis zegt niets over de praktijk van de Avondmaalsviering en laat dat over aan de christelijke vrijheid.

Wat zegt de gereformeerde traditie?

Sinds de Reformatie heeft de vormgeving van het Avondmaal in de Gereformeerde Kerken altijd behoord tot de ‘middelmatige dingen’ waarin de plaatselijke kerken en de gelovigen elkaar vrij lieten. Dat geldt ook voor de manier waarop het Avondmaal gevierd werd.

Calvijn
Calvijn gaat in zijn Institutie meerdere keren in op de vraag hoe je moet omgaan met middelmatige zaken. Volgens Calvijn moet iedere christen eerst bij zichzelf en vanuit de Bijbel nagaan, waarom hij iets wel of niet doet. Middelmatig is niet hetzelfde als: het maakt niets uit. Middelmatig betekent: je mag elkaar er niet aan binden. Speciaal met het oog op het Avondmaal schrijft Calvijn dan: ‘Wat verder de uiterlijke wijze van handelen betreft: het doet er niet toe of de gelovigen het brood in de hand nemen of niet, of ze het onder elkaar verdelen of dat ieder eet, wat hem gegeven wordt, of ze de beker weer de diaken in de hand geven of aan hun naaste overreiken, of het brood gezuurd is of ongezuurd, of de wijn rood is of wit. Dit zijn middelmatige dingen, die in vrijheid van de kerk gelaten zijn.’ Het gaat er uiteindelijk om, dat ‘de gelovigen in passende orde aan de heilige maaltijd deelnemen, terwijl de dienaren het brood breken en aan het volk uitreiken.’ (Institutie 4.17.43) Behalve het brood reikten de predikanten ook de bekers met wijn uit, maar dat staat er bij Calvijn niet bij. Calvijn kende het gebruik van kleine bekertjes waarschijnlijk niet. Dus kun je ook niet met 100% zekerheid zeggen, hoe hij hierover zou hebben gedacht.

Gereformeerde Synodes

In de gereformeerde kerken was er al bijna meer dan 425 jaar geleden aandacht voor bijzondere voorzorgs­maatregelen bij de avondmaalsviering om besmettingsgevaar bij gevaarlijke ziekten te voorkomen. In 1581 boog de Synode van Middelburg zich over de vraag op welke wijze mensen met lepra (een zeer besmettelijke ziekte) het Avondmaal mee konden vieren. Volgens de synode kon men kiezen voor een aparte hoek in de kerk voor de leprozen alleen. Of ze konden aan de gemeenschappelijke tafel aangaan, maar dan als laatste.

En ruim 100 jaar geleden lag er op de Synode van Leeuwarden 1920 de vraag of er bij de avondmaalsviering ook gebruik gemaakt kan worden van afzonderlijke bekertjes als er sprake is van het lijden aan een ziekte waarvan naar medisch oordeel het besmettelijke karakter vaststaat. De synode antwoordde, dat als er door het gebruik van een gemeenschappelijke beker gevaar van besmetting bestaat, een kerkenraad na ingewonnen advies van de doktoren, alle maatregelen mag nemen die nodig zijn om dat gevaar van besmetting zoveel mogelijk te voorkomen. Die uitspraak werd herhaald door de Synode van Sneek in 1939: het al dan niet gebruiken van afzonderlijke bekertjes bij het gevaar van besmettelijke ziektes wordt aan de kerkenraden overgelaten. Wel adviseert de synode om de eenheid van de Avondmaalsviering met afzonderlijke bekertjes te laten blijken door één schenkbeker of schenkkan te gebruiken.

Zeer besmettelijk

In de uitspraken van hierboven valt me op, dat het om zeer besmettelijke ziekten gaat. En via de ene beker kunnen ernstige en minder ernstige ziektes en kwalen worden doorgegeven.

Hoe levensbedreigend is het corona-virus op dit moment in Nederland?

Sommigen zullen zeggen: het valt, nu er goede vaccins zijn, allemaal wel mee, dus we kunnen met een gerust hart de kleine bekertjes weer vervangen door een aantal grote bekers.

Anderen reageren daarop met: doordat onze kennis op het gebied van hygiëne is toegenomen, weten we nu veel beter dan vroeger welke risico’s we lopen.

Maar, zegt nummer drie: de HERE zal er wel voor zorgen dat je er niks aan overhoudt, dus vertrouw maar op Hem.

Ja, denkt dan nummer vier: maar ik wil die broeders en zusters die na me komen niet aansteken met m´n verkoudheid of koortslip of Pfeiffer of wat dan ook.

En een volgende broeder of zuster, die toch al terughoudend is in lichamelijke contacten vanwege een zwakke gezondheid, overweegt sinds corona om de ene beker maar over te slaan of zelfs helemaal niet naar het Avondmaal te gaan.

Rekening houden met elkaar

In Romeinen 14 schrijft de apostel Paulus hoe je als gemeente om moet gaan met verschil van mening. Je moet elkaar verdragen en aanvaarden als het niet om wezenlijke zaken gaat. Bij het Avondmaal gaat het om het eten van het brood en het drinken van de wijn. De beker zelf speelt daarbij geen rol. Dus mogen we elkaar de christelijke vrijheid gunnen als gemeentes en als christenen om bij het Avondmaal samen uit de ene beker te drinken of allemaal afzonderlijk uit kleine bekertjes. Waar het om gaat is, dat we het Avondmaal vieren tot versterking van ons geloof.

Laten we daarom elkaar aanvaarden, wanneer de één vrijmoedig met zijn broeders en zusters drinkt uit de ene beker, terwijl de ander met een zuiver geweten drinkt uit het ene kleine bekertje. In beide gevallen wil onze Heiland met zijn bloed het geloof in ons versterken.

In de praktijk

Persoonlijk vind ik de symboliek van de ene beker die je aan elkaar doorgeeft erg mooi. Maar belangrijker vind ik dat iedereen het Avondmaal met volle toewijding en dus onbezorgd kan meevieren. Als gemeenteleden vanwege speciale omstandigheden weg blijven of met gemengde gevoelens het Avondmaal vieren, moet een kerkenraad er alles aan doen om die moeiten met betrekking tot de hygiëne en besmettingsgevaar weg te nemen. Daarom lijkt het mij heel verstandig om bij het Avondmaal de wijn uit kleine bekertjes te blijven drinken. De ‘sterken’ zullen op dit punt toch zeker de ‘zwakken’ tegemoet willen komen. We vieren als christenen het Avondmaal toch niet alleen maar voor onszelf, maar met elkaar?

Toegift 1: na Calvijn komt Schilder

In ‘De Reformatie’ van 6 april 1934 neemt K. Schilder het bericht op, dat een groot deel van de Ned. Geref. Kerk te Koffiefontein zich afgescheiden en bij de Geref. kerk gevoegd heeft, omdat in de eerstgenoemde kerk afzonderlijke bekertjes bij het Avondmaal werden ingevoerd. Schilder geeft daar het volgende commentaar op: ‘ Men zal in de nieuwe kerk wel goed blijven preken. En inzake de sacramenten menen, nog beter dan de voormalige broeders, getrouw te blijven aan de instelling van Christus. Er is dus een nieuwe ‘ware kerk’ geboren, indien men meent, dat wat deze heeft genoeg is om ware kerk te heten. Tenzij iemand menen mocht, dat de thans tot in- voering der bekertjes overgegane kerk eo ipso had opgehouden, ware kerk te zijn. maar daar denk ik anders over. Trouwens, over dat andere denk ik ook anders.

Ter verklaring: ‘eo ipso’ betekent ‘door die daad (van invoering van kleine bekertjes) zelf’. Schilder gelooft dus niet, dat je door zo’n besluit ophoudt ware kerk te zijn. En wat hij dan met zijn laatste cryptische zinnetje ‘Trouwens, over dat andere denk ik ook anders’ bedoelt? Volgens mijn interpretatie bedoelt Schilder daarmee, dat hij ook anders denkt over visie, dat je met een grote beker meer trouw blijft aan de instelling van Christus dan wanneer je bij het Avondmaal kleine bekertjes gaat gebruiken. Schilder houdt ons hier dan ook heel beknopt de vraag voor: is de invoering van kleine bekertjes bij het Avondmaal een kerkstrijd waard? Zijn antwoord sluit aan bij de Schrift, belijdenis en kerkgeschiedenis: NEE, maar verdraagt elkaar in liefde (Ef. 4:2)

Toegift 2: Je kunt van alles krijgen, maar het komt vaak niet door de ene beker

Vaak wordt gezegd, dat wanneer je met meer mensen drinkt uit één Avondmaalsbeker, je daar allerlei ziektes en besmettingen van kunt oplopen. Ik verwijs graag naar het artikel THE COMMON CUP AND THE COMMON COLD van de Canadese medicus Dr. Greg Kenyon. Hij is van mening dat de risico’s van het gezamenlijk drinken uit de ene be­ker aan de avondmaalstafel niet ontkend, maar ze­ker ook niet overdreven moeten worden. Dat is volgens hem niet de voornaamste bron van het overdragen van allerlei infecties en ziektes. Als dat wel zo was, “zouden we God op onze knieën uitbundig moeten danken dat Hij ons elke keer weer op bovennatuurlijke wijze spaart voor al de besmettelijke bacteriën en virussen die in of op de rand van de avondmaalsbeker op de loer liggen om ons ernstig ziek te maken.” Tegelijk pleit Kenyon wel voor het gebruik van afzonderlijke bekertjes voor mensen met een evident zwakke gezondheid of extreem lage weerstand.

Gereformeerd ‘vrijgemaakt’ – uitgelegd in Jip-en-Janneke-taal

Wie wat bewaart, heeft wat. Maar bij een verhuizing moet je ook weer een heleboel wegdoen. Dus bracht ik in 2022, toen we van Assen naar Balkbrug gingen verkassen, wat boeken en ander spul naar de kringloop. Er zat ook een stapel van 2 x 10 brochures in, nl. ‘Afscheiding en Vrijmaking in Assen’ en ’50 jaar Vrijmaking in Assen’.

“Wat leuk, mag ik van allebei eentje?” zei de man bij de inname die mij herkende als de dominee van Peelo. “Ik vroeg me altijd al af waarom jullie vrijgemaakt heten.”

Ja, hoe leg je dat even snel en begrijpelijk uit? Dus zei ik:

“In 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog, kregen de gereformeerden onenigheid over een paar belangrijke kwesties. Daarover deed het landelijke bestuur een uitspraak waar niet alle plaatselijke kerken het mee eens waren. Toen besloot het landelijk bestuur om een flink aantal tegenstanders uit hun funktie te ontheffen. Dominees werden ontslagen en ouderlingen werden uit het plaatselijke kerkbestuur gezet.

Daar kwam flink wat protest tegen, want de plaatselijke gereformeerde kerken waren altijd zelfstandig geweest, dus het landelijk bestuur had het recht niet om zomaar dominees en ouderlingen en complete kerkbesturen af te zetten.

Ongeveer 10% van de 700.000 gereformeerden heeft zich in 1944 en 1945 vrijgemaakt van die inmenging van het landelijke bestuur en zijn zelfstandig verder gegaan als Gereformeerde Kerken, vaak met het woordje (vrijgemaakt) erachter.

Vergelijk het met de KNVB en een voetbalclub als Ajax. Ajax is, net als alle andere voetbalclubs, lid van de KNVB. Maar de KNVB kan nooit de trainer van Ajax ontslaan of het bestuur van Ajax afzetten als er sprake is van misstanden binnen de club. Daar is de KNVB niet toe bevoegd. De KNVB kan Ajax wel een boete geven, het eerste elftal terugzetten naar de amateurs of zelfs alle elftallen uit de competitie nemen. Maar alleen de club zelf kan de trainer ontslaan of het bestuur wegstemmen.

Zo was het in de gereformeerde kerken ook. Maar in 1944 veranderde het landelijke bestuur de spelregels.”

“Dus het hoofdbestuur greep de macht om één van de twee meningen erdoor te drukken?” reageerde mijn gesprekspartner. Ik zei: “Ja, dat klopt precies. Terwijl volgens de latere vrijgemaakten beide meningen best naast elkaar hadden kunnen bestaan.” Daarop vroeg de man van de inname: “Maar als de meerderheid dat nou niet wilde, hoe hadden ze het dan moeten oplossen?” Ik zei: “Dan hadden ze, net als de KNVB doet bij misstanden bij plaatselijke clubs, die kerken niet langer moeten toelaten. Dan word je a.h.w. met een rode kaart van het kerkelijke speelveld gestuurd, maar je respecteert wel de zelfstandigheid van de plaatselijke club.”

“Ik heb nog één vraag”, zei de kringloopmedewerker. “Als het nou omgekeerd was gegaan en de meerderheid van de kerken had het hoofdbestuur weggestemd, hoe was het dan afgelopen?” Ik zei: “Dat kun je beter vergelijken met de Nederlandse Volleybalbond NEVOBO. Die heeft lang geleden besloten om een aantal spelregels te wijzigen en bijna alle volleybalclubs waren het daar mee eens. De clubs die toen tegen waren, moesten kiezen: of we accepteren de nieuwe spelregels of we beginnen een alternatieve volleybalbond met clubs die nog volgens het oude systeem willen spelen. Maar die nieuwe landelijke bond mag zichzelf niet NEVOBO noemen, want ze zijn er vrijwillig uitgestapt.”

“Aha,” zei mijn gesprekspartner, “het is mij helemaal duidelijk. Daarom moesten jullie achter je naam nog vrijgemaakt zetten, omdat jullie als minderheid eigenlijk gewoon een nieuwe kerkelijke club begonnen.” “Ja, zo zou je het kunnen zeggen, maar dan wel volgens de oude spelregels,” antwoordde ik (en ik dacht: ik zal maar niet uitleggen dat de vrijgemaakte kerken er in het begin onderhoudende art. 31 KO achter hadden gezet en wij daarom tot op de dag van vandaag soms nog ‘artikeltjes’ genoemd worden ;-). Toen ik vertrok, zei de kringloopman: “Nou, bedankt voor de uitleg. En die beide boekjes ga ik eens lekker doorlezen.”

Over die boekjes gesproken: de eerste, over de Afscheiding en de Vrijmaking in Assen, is 70 blz. dik en geschreven door de vrijgemaakte dominee H. Bouma, die van 1948-1984 in Assen stond. De tweede, over 50 jaar Vrijmaking, is 20 blz. dun en geschreven door J. Kamphuis, professor aan de vrijgemaakte Theologische Universiteit en dezelfde H. Bouma. Kamphuis heeft het over de landelijke Vrijmaking, Bouma ook over de Vrijmaking in Assen. Met een beetje geluk zijn ze te vinden op sites als https://www.boekwinkeltjes.nl/.

Over protesterende boeren, Luther, Calvijn en Groningse communisten

Niemand zal het zijn ontgaan: boeren protesten massaal tegen het kabinetsbeleid. Aanleiding is het ondoordachte stikstof-reductie-plaatje, maar de frustratie zit veel dieper. En dat leidt tot allerlei vormen van aktie. Demonstreren is in Nederland toegestaan. Maar wanneer ga je als protesterende boer een grens over? Vanuit christelijk perspektief een paar gedachtes.

Boerenprotest langs de weg bij Smilde

Luther en de Duitse Boerenoorlog

In 1517 spijkerde Maarten Luther zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkapel van Wittenberg. Hij kraakte kritische noten over veel misstanden in de Roomse kerk. In 1520 schreef hij het boekje ‘Over de vrijheid van een christen’ om aan de paus duidelijk te maken dat mensen alleen het Woord van God, de vergeving van Christus en het geloof nodig heeft om echt vrij in het leven te staan. Als uitgangspunt neemt Luther de volgende twee stellingen:

1/ Een christen is een zeer vrije heer over alle dingen, aan niemand onderworpen.

2/ Een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen.

In 1524 brak de Duitse Boerenoorlog uit. Boeren waren in die tijd lijfeigenen van de hogere adel en moesten aan talloze verplichtingen voldoen waardoor ze volledig verarmd waren. In 1524 kwamen ze massaal in opstand tegen hun slechte leefomstandigheden. Een deel van de arme bevolking sloot zich bij de boeren aan. De protesten werden al snel gewelddadig. Vooral in Zuid-Duitsland leidde dat tot plunderingen en brandstichting van kastelen en  kloosters en ook tot moordpartijen. De leiders van de boerenoorlog beriepen zich op het boekje van Luther. Maar  hoewel Luther in eerste instantie sympathie had voor de eisen van de boeren, nam hij begin mei 1525 openlijk afstand van de boerenbeweging vanwege hun gewelddadige optreden. Luther vond alleen geweldloos verzet geoorloofd, zoals hij dat ook zelf deed tegenover de Roomse kerk. In diezelfde maand werd een boerenleger van 8.000 man verpletterend verslagen door het leger van Filips van Hessen. Die was zelf een aanhanger van Luther (hij stichtte in 1527 de eerste protestantse universiteit in Marburg).

Calvijn en het recht van verzet

Calvijn leefde een tiental jaren later dan Luther. In zijn tijd kreeg de protestantse Reformatie in veel landen vaste voet aan de grond. Maar de Roomse kerk vervolgde in veel landen met steun van de keizer (in Spanje, Duitsland en de Nederlanden) en van koningen (o.a. in Frankrijk) alle protestanten, of ze nu luthers, calvinistisch of dopers waren. Mag je tegen die tirannieke overheden in verzet komen door hun bevelen te negeren? Ja, zei Calvijn, want je moet God meer gehoorzaam zijn dan mensen. Maar mag je ook tegen die tirannieke overheden geweld gebruiken door in opstand komen? Nee, zei Calvijn, dat recht hebben alleen de lagere overheden, zoals keurvorsten in het Duitse Rijk en de magistraten van Franse steden.

Een communistische gemeenteraad in Oost-Groningen  

Nederland was 100-150 jaar geleden een land met grote inkomensverschillen. Arbeiders werden uitgebuit en leefden onder erbarmelijke omstandigheden. In 1918 kwam er algemeen kiesrecht. In een aantal regio’s, waaronder Oost-Groningen, kregen bij gemeenteraadsverkiezingen de socialisten en communisten de meerderheid. Als ‘lagere overheid’ namen die soms besluiten die door de regering in Den Haag niet op prijs gesteld werden. Als het echt in strijd was met grondwet, kon de regering de gemeenteraad buiten werking stellen en vervangen door een regeringscommissaris. Dat gebeurde van 1934-1935 in Beerta, omdat de gemeenteraad midden in de crisistijd bewust voor een begrotingstekort koos om werkloze burgers te ondersteunen met allerlei voordelen. En van 1951-1953 gebeurde dat in Finsterwolde, omdat de gemeenteraad aan stakende arbeiders een uitkering uit de gemeentekas gaf. Meer over in elk geval Beerta valt te lezen in het boek ‘De Graanrepubliek’ van Frank Westerman.

Boerenprotesten vandaag

Hoe moet je als christen je houding bepalen als het om het boerenprotest van vandaag gaat? Ik denk op grond van de voorbeelden van hierboven het volgende:

1/ Protesteren mag, maar zoek niet de grens op met het risico dat er geweld gebruikt gaat worden. Praat dat laatste ook niet goed. Luther sympathiseerde met de boerbeweging, maar nam er duidelijk afstand toen de leiders radikaliseerden en zelf geweld gingen gebruiken. Kies dan liever voor publieksvriendelijke akties (zoals in Ommen) of legale akties die wel even pijn doen.

2/ Laat de lagere overheden, zoals de provincies, protest aantekenen als voor hun gevoel de landelijke overheid hen opzadelt met de uitvoering van onmogelijk en ongefundeerd beleid. Zoals nu met het stikstofbeleid: wij (het kabinet) hebben de reduktie-doelen en de einddatum vastgesteld aan de hand van dit kaartje en jullie (provinciebesturen) moeten het uitvoeren zonder dat er over percentages en tijdpad valt te diskussiëren. Met goede argumenten (en dus niet met nepargumenten of op basis van de publieke opninie) zouden de provincies dan als ‘lagere overheden’ in opstand kunnen komen, zoals Calvijn al aangaf, en kunnen zeggen: hier werken wij niet aan mee.

3/ Er kan een moment komen dat de landelijke overheid een provinciebestuur of een gemeenteraad moet overrulen. Als het goed is, gebeurt dat niet zo snel en is er voorafgaand veel overleg geweest. Maar als het kabinet de knoop doorhakt, zul je je daar als lagere overheid bij neer moeten leggen en ook loyaal moeten meewerken aan de uitvoering van het beleid, ook al ben je het er niet mee eens. Want we leven nog steeds in een demokratie, dus bij volgende verkiezingen kunnen alle Nederlanders samen kiezen welke kant we opgaan. Of Nederland dan in meerderheid verstandig kiest, blijft altijd de vraag.

Toch vooral dankbaar voor pro-life besluit in Amerika

In het magistrale nummer “Magnificent” zingt Bono, de leadzanger van U2, over de bedoeling van het leven dat al in de moederschoot begonnen is:

I was born, I was born to sing for You,

I didn’t have a choice but to lift You up

and sing whatever song You wanted me to.

I give you back my voice from the womb,

my first cry, it was a joyful noise.

‘Ik ben geboren om voor U te zingen, ik heb geen andere keus.’ In Amerika had het ongeboren leven in de eerste zes maanden van de zwangerschap ook geen keus. In 1973 sprak het Hooggerechtshof in de zaak ‘Roe vs. Wade’ uit dat het recht op zelfbeschikking voor elke vrouw zo belangrijk was, dat in alle staten abortus moest worden toegestaan tot en met week 24 van de zwangerschap.

Vorige week, op 24 juni 2022, draaide het Hooggerechtshof het besluit uit 1973 terug en sprak uit dat er op federaal niveau geen grondwettelijk recht op abortus bestaat. De individuele staten mogen nu zelf wetgeving m.b.t. abortus maken.

Het zal niemand verbazen dat vooral veel christenen in Amerika blij waren met dit besluit. Volgens Psalm 139 heeft God ieder van ons in de moederschoot op kunstige wijze gemaakt en is ieder mens kostbaar in zijn ogen. Er is daarom in veel kerken gedankt voor dit besluit, omdat in minstens de helft van de Amerikaanse staten het aantal kinderen dat na negen maanden het daglicht mag zien, zal toenemen.

Ik vind dit onthutsend. Het laat volgens mij zien hoe diep het individualistische zelfbeschikkings-denken ook in christelijke kringen is doorgedrongen. En hoe bang men is dat pro-life standpunten automatisch leiden tot inperking van vrouwenrechten.

Ik besef heel goed dat iemands keus vóór abortus altijd een achterliggende reden heeft. Dus ben ik heel voorzichtig met mijn oordeel in persoonlijke situaties. Als je als christen alleen maar hard roept dat je tegen abortus bent en verder niets doet aan zwangerschapspreventie of hulp aan ongewenst zwangere vrouwen, ben je bezig met Prinzipenreiterei.

In Nederland merkte ik onder christenen maar weinig dankbaarheid voor dit besluit dat een betere balans aanbrengt tussen vrouwenrechten en het recht om geboren te worden. Meteen werden allerlei bezwaren opgenoemd. Het was een politiek besluit, genomen door de conservatieve opperrechters die Trump had aangesteld. Het trof vooral de arme, meestal zwarte of hispanic vrouwen in achterstandsgebieden die nu hun toevlucht moesten nemen tot illegale abortussen, terwijl rijkere, meestal witte vrouwen naar California of New York konden reizen om daar wel een legale abortus te ondergaan. Het is een schijnheilig besluit, want alle pro-life-aanhangers in Amerika zijn nog fanatieker pro-wapenbezit. En dit besluit om het recht op abortus in te perken zal tot verdere onderdrukking van vrouwen en het terugdraaien van homorechten leiden. Dus nee, mainstream christelijk Nederland was überhaupt niet blij met deze uitspraak.

Maar wat is er op tegen om daarnaast uit te spreken dat het ongeboren leven meer bescherming verdient dan het nu krijgt? En dat je daarom vanuit christelijk én humaan gezichtspunt voor strengere regelgeving rondom abortus bent, omdat het ongeboren kind in de eerste zes maanden van haar of zijn bestaan met deze liberale wetgeving geen enkele keus heeft wanneer de ongewenst zwangere moeder in alle vrijheid (mag je hopen) voor een abortus kiest? En dat je daarnaast echt werk wilt maken van het voorkomen van ongewenste zwangerschappen in plaats van het te “genezen”. Want “genezen” kan nooit de eerste oplossing zijn, ook als lijkt het op dat moment vaak wel de enige te zijn. Ik heb nog bijna nooit iemand horen zeggen, ook niet in achterstandssituaties: ‘Ik had liever gehad dat mijn moeder mij 30 jaar geleden had laten weghalen’.

Dus verbaast het mij dat zo weinig christenen in Nederland niet als eerste uitspreken dat ze blij zijn dat het leven in de moederschoot in Amerika zich nu iets veiliger kan voelen. Ik ben er wel blij mee. In Amerika was de balans tussen vrouwenrechten en het recht om geboren te worden 100 tegen 0. Daar komt nu in veel staten God zij dank verandering in.

Het voelt alleen wel als een ‘holle overwinning’, zoals de Amerikaanse voorganger Chris Davis op zijn Twitter-account @RevChrisDavis verwoordde. Want hij ziet bij zijn conservatieve  landgenoten maar weinig bereidheid om op andere gebieden óók werk te maken van de beschermwaardigheid van kwetsbare groepen mensen. Dat herken ik. Te gemakkelijk wordt na deze historische uitspraak een punt gezet.  

Maar voor ieder leven extra dat geboren mag worden geldt: ‘Vanuit de buik van mijn moeder geef ik U mijn stem. Mijn eerste schreeuw is een vrolijk geluid.’

Foto’s: Pixabay

THOMAS – de twijfelende geloofsheld

‘Wat ben jij toch een ongelovige Thomas!’ Die opmerking kreeg ik wel eens te horen van mijn ouders of mijn vrienden als ze iets vertelden waarvan ik zei: ‘Dat kan niet waar zijn!’

Thomas, de elfde apostel, vond dat ook. Jezus die uit de dood is opgestaan? ‘Dat kan niet waar zijn!’

Iedereen kent momenten en tijden van twijfel. Ook als je christen bent.

Stel jezelf, voor je verder leest, de vraag eens: Waar twijfel ik als christen wel eens aan?

Volgens mij kun je drie soorten twijfel onderscheiden.

Twijfel van het verstand

Dan vraag je je af: ‘Ik weet niet zeker of het geloof waar is.’

Bijbelse voorbeelden hierbij zijn:

  • Sara lachte toen de HERE haar en haar man Abraham een zoon beloofde.
  • Johannes de Doper vroeg zich in de gevangenis af of Jezus wel echt de beloofde Messias was.
  • Thomas die eerst harde bewijzen wilde zien dat Jezus was opgestaan.

Deze vorm van twijfel kan de volgende oorzaken hebben:

  1. Je hebt een gebrek aan inzicht. Advies: Maak meer werk van je geloofskennis.
  2. Je hebt onbewust een verkeerd beeld van God. Advies: Lees je de Bijbel om God beter te leren kennen.
  3. Je weet het beter en roept God ter verantwoording. Advies: Bekeer je van je eigenwijsheid.

Je hoeft ook niet eerst met je verstand te bewijzen dat God bestaat, voordat je in Hem kunt geloven. Het is eerder omgekeerd: het geloof beïnvloedt en corrigeert je denken.

Twijfel van het gevoel

Dan vraag je je af: ‘Ben ik wel een goede gelovige? Wat merk ik van God?’

Bijbelse voorbeelden hierbij zijn

  • De dichters van de Psalmen. Asaf worstelt in Psalm 73 met de vraag waarom niet-gelovigen het vaak beter hebben dan gelovigen. David voelt zich in Psalm 10 echt door God in de steek gelaten.
  • Petrus die over het water naar Jezus toeliep, maar begon te zinken toen hij meer op de omstandigheden dan op Jezus lette.
  • De leerlingen na Pasen: tot aan de hemelvaart van Jezus kunnen ze het vaak niet geloven dat Jezus echt is opgestaan.

Deze vorm van twijfel kan de volgende oorzaken hebben:

  1. Je beseft hoe klein en nietig je bent. Advies: Kijk van jezelf af naar God: Hij wil je hemels Vader zijn.
  2. Je loopt tegen je eigen tekorten en zondigheid aan. Advies: Kijk van jezelf af naar Jezus: Hij wil je Redder zijn.
  3. Je voelt zo weinig bij het geloof en ervaart een gebrek aan ‘beleving’. Advies: Kijk van jezelf af naar de Heilige Geest: Hij wil je Motivator zijn.

Het is ook niet nodig om eerst een goed gevoel of een bijzondere ervaring te hebben om echt in God en Jezus te geloven. Het is eerder omgekeerd: geloven is een kwestie van vertrouwen dat als je in het diepe springt, God je zal opvangen.

Twijfel van de wil

Dan vraag je je af: ‘Wil ik wel in God en Jezus geloven?’

Bijbelse voorbeelden hiervan zijn:

  • Jona weigerde naar God te luisteren en vond Hem veel te ‘soft’ tegenover de inwoners van Nineve.  
  • De rijke jonge man wilde geen afstand van zijn bezit doen om Jezus te volgen.

Deze vorm van twijfel kan de volgende oorzaken hebben:

  1. Je wilt niet vóór God en Jezus kiezen, want dat kost je te veel. Advies: Blijf je afvragen: hoe belangrijk is het geloof echt in mijn leven?
  2. Je gelooft niet (meer) in God, maar durft het niet openlijk toe te geven. Advies: Wees eerlijk en maak een keus: wél of níet met God verder gaan.

De vraag of je wilt geloven is de meest diepgaande vorm van twijfel. Wil je zeker zijn van het bestaan en het nut van God, dan moet je Hem zoeken met heel je hart.

Terug naar Thomas. Hij wordt vaak de twijfelende gelovige genoemd. Daarmee doen we Thomas tekort, vind ik. Hij is meer dan een twijfelende gelovige. Voor mij is hij de twijfelende geloofsHELD.

Waarom? Omdat hij in zijn twijfel God en Jezus niet kwijt wil. Hij blijft zoeken naar het antwoord op zijn vragen. Hij blijft ook zijn mede-gelovigen opzoeken die wel zeker zijn van hun geloof. En, wat ook belangrijk is: Thomas wil zich laten overtuigen. Als dat eenmaal gebeurd is, komt hij daar ook openlijk voor uit door te zeggen: ‘Jezus, U bent mijn Heer en mijn God!’

Daarom is Thomas voor mij een held. Hij twijfelt echt. Maar hij blijft zoeken. Zijn twijfel is geen verkapt ongeloof, maar een oprecht verlangen om te geloven. Bij Thomas zie je wat het resultaat is van de woorden die Jezus eens sprak: Zoek en je zult vinden!

Om te lezen en over na te denken / door te praten: Jakobus 1:5-8 en Markus 9:17-29

1/ Welke vormen van twijfel tref je in deze twee bijbelgedeeltes aan?

2/ Welke daarvan herken je bij je zelf?

3/ Welke oplossingen dragen Jakobus en Jezus aan om je twijfel te overwinnen?

Tim Keller over de risico’s van megakerken

Megakerken hebben een grote aantrekkingskracht op christenen. Maar ze kennen ook vaak veel problemen. In de afgelopen maanden kwamen Hillsong (Australië – Sydney met Brian Houston) en Vineyard (Amerika – Anaheim met Alan Scott) negatief in het nieuws. De jaren ervoor andere megakerken, zoals Willow Creek – Chicago met Bill Hybels). En zaterdag 30 april 2022 meldde het Nederlands Dagblad dat er bij de VEZ, een Nederlandse mega-kerk in Zwolle, een leiderschapscrisis is ontstaan.

Begin april 2022 schreef Tim Keller op Twitter (6 april) en op Facebook (7 april) waarom de Redeemer Presbyterian Church in New York er bewust voor gekozen heeft om in 2017 de mega-kerk die onstaan was op te splitsen in drie (en inmiddels vijf) zelfstandige kerkelijke gemeentes. In dat jaar 2017 ging Tim Keller met pensioen. In de tweede helft van de jaren ’80 was hij de dominee van ‘Redeemer’ geworden. In de dertig jaar dat hij de gemeente leidde, groeide het aantal leden van 50 naar 5.000. Hondervoudige vrucht, om het met de gelijkenis van de zaaier uit Lukas 8 te zeggen.

Naar aanleiding van alle schandalen rondom Hillsong gaf Tim Keller acht argumenten waarom men in New York besloten heeft om de grote Redeemer-kerk na zijn emeritaat op te splitsen in uiteindelijk vijf kleinere gemeentes in plaats van over te dragen aan één opvolger.

1/ Megakerken hebben een aantal tekortkoming en gebreken als het om hun struktuur gaat. In z’n algemeenheid funktioneren ze zeer matig (het zijn ‘poor places’) als het gaat om vorming en pastorale zorg, zeker in vergelijking met hun omvang. In onze huidige cultuur is dat een dodelijk probleem, omdat christenen meer gevormd en beïnvloed worden door de sociale media dan door de plaatselijke christelijke gemeenschap. We hebben krachtige gemeentes nodig (‘thick communities’) nodig en de grootte van onze kerken is daarbij een belangrijke, bepalende factor.

2/ De meeste megakerken zijn groot geworden dankzij hun stichter. Maar vaak komt het hun opbouw niet ten goede als één opvolger de leiding overneemt. Die wordt altijd tot in het extreme vergeleken met zijn voorganger, de oprichter. Dat doet zowel hem als de beweging geen goed. Het kent alleen maar verliezers.

3/ Megakerken hebben de neiging om heel snel te groeien dankzij de gaven en de persoonlijkheid van hun oprichter. Gewoonlijk leunen ze veel te veel op zijn charisma. Hoe sneller die verslavende afhankelijkheid (‘addictive dependency’) wordt doorbroken, hoe beter het is voor zo’n kerk.

4/ De stichters van megakerken zien de gemeente vaak als hun persoonlijk bezit en als een verlengstuk van hun persoonlijkheid en zelfbeeld. Ze willen vaak niet uit zichzelf terugtreden. Ze weten ook niet goed hoe ze dat moeten doen. Maar het is een blijk van geestelijke discipline om eerder te vroeg dan te laat te vertrekken.

5/ Ik kon ‘Redeemer’ overdragen aan een breed-samengesteld leiderschapsteam in plaats van aan één blanke Amerikaan. Daardoor wordt ‘Redeemer’ nu geleid door voorgangers met een Chinese, Koreaanse, Britse, Indiase en Libanese achtergrond. Lebanese. Ze staan allemaal op de solide basis van gereformeerde theologie, maar ieder breng. Dat is een verrijking.

6/ Kleinere kerken maken gebruik van de gaven en talenten van een groter aantal leden. Ze zijn minder afhankelijk van de professionals die de megakerk in dienst heeft. Ze hebben een kleiner aantal toeschouwers die alleen maar de activiteiten bijwonen en niet aktief meedoen

7/ In New York hebben we nooit een megakerk willen bouwen. Onze focus en visie is om onze stad een geweldige plaats te laten zijn voor alle mensen door middel van christenen die het Evangelie verspreiden (‘to help build a great city for all people through a movement of the gospel’). Dit verlangen kan alleen maar gevoed worden door meerdere geestelijke leiders en wanneer er steeds meer ‘uitnodigende kerken’ ontstaan (bij ‘Redeemer’ spreekt men over ‘generative churches’: kerken waarvan de leden graag de mensen om hen heen willen laten delen in “de hoop die in u leeft” – 1 Pe. 4:15).  

8/ Megakerken trekken bezoekers uit de wijde regio aan. Die hebben daardoor minder binding met de omgeving waarin ze wonen en hebben dus minder motivatie om zich in te zetten voor de plaatselijke gemeenschap en voor relatie-evangelisatie in eigen wijk of  dorp of stad rondom de lokale kerk. Het is moeilijker voor hen om zich in te zetten voor anderen in hun eigen woonplaats. Steden en provincies kunnen weliswaar profiteren van de sterke punten van megakerken (zoals bv. pastorale en theologische programma’s, cursussen en opleidingen), maar over het algemeen heeft een regio –en ook christenen zelf – meer profijt van 10 kerken met elk 400 leden verspreid over heel het gebied, dan aan één kerk met 4.000 leden op een centraal gelegen locatie.

Als ‘Redeemer’ hebben we dit denkproces doorlopen. We hebben nog steeds de middelen van een megakerk, maar doordat we voor dit model van meerdere kleinere kerken hebben gekozen, kunnen ze vanwege hun grootte beter inspelen op de behoeften van de mensen die onze kerkdiensten bezoeken en op wat de omgeving nodig heeft. Kijk maar op: Redeemer Downtown, Redeemer Lincoln Square, Redeemer West Side, Redeemer East Harlem, Redeemer East Side.

‘Vrijblijvende christen’ tast saamhorigheid aan

Ernst Leeftink, dominee van de verbinding, neemt na bijna 17 jaar afscheid van Assen

Na bijna 17 jaar ‘zijn’ GKV-gemeenschap te hebben geleid in de kerk ‘Het Noorderlicht’ in de wijk Peelo, neemt dominee Ernst Leeftink na de zomer afscheid van Assen. Hoewel de geboren Groninger (Oldehove) zich een ‘echte Assenaar’ is gaan voelen, begint hij aan een nieuw hoofdstuk binnen de GKV-gemeenschap in Balkbrug. ‘Ik ben 57 jaar, als ik nog iets anders wilde, moest het nu gebeuren.’

Tekst en foto: Robbert Willemsen

De vader van vier kinderen en echtgenoot van natuurfotograaf Karla Leeftink-Huizinga, die via Zaamslag en Nijmegen in 2005 in Assen terecht kwam, staat bekend als een ‘verbinder op geloofsniveau’. Overal waar hij predikte, bracht hij mensen samen. ‘Op Zaamslag was ik de eerste predikant die namens de vrijgemaakte kerk meedeed aan de interkerkelijke viering tijdens Kerst en Pasen. En denk erom, interkerkelijke samenwerking was toen, dertig jaar geleden, binnen onze kring nog een vies woord. Maar dat ging, na overleg met en instemming van de kerkenraad, prima. In Nijmegen stond ik aan de basis van de eenwording met de plaatselijke CGK en in Assen werken we incidenteel samen met de Pinkstergemeente.’

Brede inzet

Maar Leeftink zet zich breder in. Hij bekommert zich bijvoorbeeld om asielzoekers, predikte tot 2020 in de Bethelkerk (centrum) tijdens de Middag-Pauze-Diensten én de dominee stond tijdens gemeenteraadsverkiezingen liefst vier keer op de kieslijst van de ChristenUnie. ‘Twee keer als lijstduwer, twee keer wat hoger op de lijst. Of ik, bij voldoende voorkeursstemmen, ook de raad in was gegaan? Nou, ik denk het niet. Politiek heeft zeker mijn interesse, maar het raadswerk zou vrees ik niet te combineren zijn geweest met mijn werk voor de kerk.’ Want de kerk is zijn passie. ‘Mijn roeping’, vult Leeftink aan. ‘Ik ben heel blij dat ik dit mag doen. Hoewel ook andere professies vroeger door mijn hoofd zijn gegaan, voordat ik naar de theologische universiteit in Kampen ging. Zoals politicus, leraar, journalist… Zo schreef ik over het Paas Volleybal Toernooi, in sporthal De Timp in Assen. Maar het geloof won het toch.

God en Jezus hebben een belangrijke plek in mijn leven, en dat wil ik uitdragen. Niet enkel vanuit die ‘hoge toren’, ik sta graag tússen de mensen om mijn verhaal te vertellen. En ik hoef ook niet per se anderen te bekeren, ik wil mensen aan het denken zetten. Wat is de zin van het leven? En bij wie zoek je dit?’

Leeftink gelooft ook niet in die ‘eigen wereld’ van het geloof, maar in een sociale maatschappij waar iedereen elkaar nodig heeft. ‘Zo hebben we bijvoorbeeld een goede verhouding met onze buren in wijkgebouw ’t Markehuus en maken ook gebruik van de ruimtes daar. En afgelopen Kerst zijn we qua activiteiten eens buiten de kerk gegaan met een Lichtjestocht. Geen engeltjes of sterretjes, maar wel de christelijke boodschap van het kerstverhaal. En iedereen vond dat fantastisch. Het kwam ook heel ‘natuurlijk’ over, niemand had het idee dat hen ‘het geloof even door de strot werd geduwd’.

U-bocht christenen

 ‘Er waren wel een paar mensen die dachten: ‘laat ik eens een kijkje nemen in de kerk’. Elk jaar hebben we wel een paar toetreders. En U-bocht christenen. Ja, U-bocht. Ze komen weer terug omdat ze zien dat de kerk toch anders, minder formeel en streng, is dan vroeger.’

Leeftink kende hoogte- en dieptepunten in Assen. Onder zijn hoede werd bijvoorbeeld in 2015 de nieuw gebouwde kerk ‘Het Noorderlicht’ in gebruik genomen, maar ook hij maakte natuurlijk de coronatijd mee, met al z’n maatregelen en restricties. Hoewel de kerken een soort van status aparte hadden, sprak Leeftink eerder al zijn afkeuring uit over kerken die ondanks het besmettingsgevaar grotendeels bezet waren. ‘Dan hou ik mijn mening niet voor me. Kijk, ook binnen onze gemeenschap werken mensen in de zorg. Dan kun je zoiets niet maken. Aan de andere kant: ik vind ook dat we op een gegeven moment, uit angst denk ik, iets té volgzaam waren wat de maatregelen vanuit de overheid betrof. Moest er worden afgeschaald naar 50 procent: prima, deden wij het naar 40 procent. ‘Better safe than sorry’. Maar kon er weer ópgeschaald worden, op een veilige manier met voldoende afstand, gebeurde dat in de kerken vaak niet meteen. Wellicht ook gevoed door angst, maar dat begreep ik dus niet.’

Natuurlijk, gaat Leeftink verder, deed de ‘digitale kerkdienst-variant’ stevig haar intrede. ‘Maar dan mis je toch die saamhorigheid van het met elkaar fysiek aanwezig zijn. Het werkt bovendien, als mensen alleen thuis zitten, ook eenzaamheid in de hand.’

Twee coronapreken

Corona heeft volgens Leeftink geen wig gedreven in ‘Het Noorderlicht’ tussen mensen die de pandemie (inclusief maatregelen en vaccinaties) een haox vonden en kerkgangers die het virus heel serieus namen. ‘Ik heb in die periode twee keer een ‘coronapreek’ gehouden. ‘Eén keer heb ik opgeroepen de overheid te gehoorzamen en één keer heb ik het gehad over die zogenaamde ‘beteugelde vrijheid’ die sommige mensen ervoeren, terwijl je alleen maar een beetje rekening met elkaar diende te houden.’

Toch ziet de dominee dat de pandemie een blijvend effect heeft wat betreft de gang naar Het Noorderlicht. ‘Een behoorlijk aantal mensen blijft nog steeds thuis. Vooral twintigers en dertigers. Ja, het YouTubekanaal om de digitale kerkdienst te kunnen volgen gebruiken we nog steeds, dan is het blijkbaar gemakkelijker om die op zondag op een zelf gekozen moment de kerkdienst te bekijken. En sommige ouderen, 60-plussers, vertrouwen het nog steeds niet wat besmettingsgevaar betreft. Maar op die manier krijgen deze mensen steeds minder binding met de kerk, als gebouw waar je samenkomt. De ‘vrijblijvende christen’ noem ik dat. Het geloof wordt op die manier meer een ‘leuke gemeenschap’ om bij te horen. En nogmaals, dat gaat volgens mij toch ten koste van dat belangrijke gemeenschapsgevoel, de saamhorigheid.’

Weemoed?

In juli vindt de verhuizing naar Balkbrug plaats. Of Leeftink na al die jaren in Assen nog met een stukje weemoed over zijn schouder kijkt? ‘Tja, we laten best veel positieve dingen achter. En er is ook nog veel te doen in Assen. Maar dat laat ik over aan mijn opvolger. Steeds als we verhuisden keken we nooit te lang om. Ik heb er ook erg veel zin in mijn nieuwe uitdaging aan te gaan.’

Dit interview is geplaatst in de Asser Courant van dinsdag 5 april 2022


DRAAG BIJ AAN DE BLOEI VAN DE STAD – STEM ALS CHRISTEN OP EEN CHRISTEN

Woensdag 16 maart is de dag van de gemeenteraadsverkiezingen. Wie wil, kan maandag en dinsdag ook al stemmen. Nu heeft niet iedereen iets met de politiek. Toch is het belangrijk dat er in onze tijd mensen zijn als Daniël. Christenen die ervan overtuigd zijn dat God graag wil dat ze zich inzetten voor de bloei van de stad, het dorp en het land waar we in leven. Zulke christenen zijn de stem van hun mede-christenen waard.

Nederland is geen christelijk land, maar wel een land waar we alle vrijheid hebben om als christenen te leven en voor God en Jezus uit te komen. Voor ons geldt hetzelfde als in de tijd van Jeremia, toen de gelovigen in Babel woonden. De oproep die Jeremia namens God moet doen is deze: “Bid voor de stad en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei.” (Jeremia 29:7)

Hoe kun je als christen bij de gemeenteraadsverkiezingen bijdragen aan de bloei van de stad? Door op een mede-gelovige te stemmen die het goede voor jouw woonplaats zoekt. Dan geef je pas echt stem aan je geloof en doe je, samen met al die andere christenen, wat Jezus graag van zijn volgelingen ziet: dat je het zout in de pap van de samenleving bent en het licht van Gods liefde en goedheid voor alle mensen verspreidt in een maatschappij die steeds donkerder wordt.

Persoonlijk denk ik dat je daarbij het beste op een christelijke partij kunt stemmen als die in jouw gemeente met de verkiezingen meedoet. Natuurlijk kun je ook op een niet-christelijke partij stemmen die zegt jouw persoonlijke belangen of het belang van bepaalde doelgroepen te behartigen. Maar houdt zo’n partij ook rekening met de eer van God? Laat de fractie van een niet-christelijke partij zich motiveren door de Bijbel en bidt men daar samen om kracht en wijsheid van Boven?

Als christenen niet op mede-christenen stemmen, moet je niet klagen dat Nederland steeds onchristelijker wordt.

In Assen zet de ChristenUnie zich al jaren in voor de bloei van onze stad. Dat wordt gewaardeerd: de ChristenUnie is in Assen inmiddels de grootste partij – lijst 1 met vijf zetels = vijf gemotiveerde christenen die samen het goede voor onze stad zoeken. Die aktieve betrokkenheid vind ik erg belangrijk. In onze eigen wijk Peelo zijn we dat als christenen van ‘Het Noorderlicht’ ook. Zelf word ik al jarenlang ‘de dominee van Peelo’ genoemd. Dat voelt als een groot compliment. Als predikant ben ik er niet alleen voor de eigen kerkleden, maar wil ik er zijn voor iedereen.

Lijst 1 – nummer 15

Dit jaar sta ik voor de vierde keer op de ChristenUnie-lijst als één van de lijstduwers. Daarmee hoop ik te laten zien dat kerk en samenleving geen gescheiden circuits zijn. Integendeel: als christenen in Assen zoeken we het goede voor de stad en bijdragen aan de bloei van de stad.

En of ik dan zondags in de kerk voor de ChristenUnie bidt? Nee, dat doe ik niet. Op de preekstoel is partijpolitiek uit de boze. Wel bid ik voor alle christenen die als een Daniël in de plaatselijke politiek aktief zijn. En ik roep ook iedereen op om als christen je geloof een stem te geven door het vakje van één van die Daniëls of Daniëlla’s rood te kleuren. Want als christenen niet meer stemmen op mede-christenen, waar wordt dan in de politiek nog gehoord en getoond dat Gods adviezen goed zijn voor alle mensen en heel de samenleving tot bloei brengt?

Vanaf hier zeg ik wél uit volle overtuiging: geef je stem op 16 maart aan de ChristenUnie. Dat is de partij die er openlijk voor uitkomt in Assen te geloven. Hoe je het ook opvat. Als iedereen zijn steentje bij draagt Daar geef ik op 16 maart graag mijn stem aan. En ik hoop dat velen dat met wij doen. Dan zit er straks weer een handvol (of misschien nog wel eentje meer) heel geschikte én gelovige mensen in de gemeenteraad die zich inzetten voor de bloei van onze prachtige stad Assen.

Dus laat maar schijnen, die lamp van het geloof – ook door als christen je stem uit te brengen bij de gemeenteraadsverkiezingen.