Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt

In het Nederlands Dagblad van 11 juni staat een ingezonden van mij n.a.v. de reakties op het synodebesluit over de vrouw in het ambt. Dat is de enigszins ingekorte versie van wat ik had ingestuurd, en dat is natuurlijk het goed recht van de redaktie. Hieronder volgt de komplete tekst van wat ik ingezonden heb.

Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt

Het is Pinksteren geweest. De Geest van Christus is royaal uitgestort. Hij is de Geest van wijsheid. Die wint het van het ongeduld. Daarom zou ik het spijtig vinden, wanneer kerkleden van de GKV vertrekken, omdat de landelijke synode nog geen uitspraak gedaan heeft over de vrouw in het ambt. Ik snap de teleurstelling. Ik zet ook zo mijn vraagtekens bij de fundering van het besluit. Ik vraag me vooral af of we ons niet gaan vertillen aan een bezinning op de ambten. Maar vergeet dan niet, dat het onderwerp ‘vrouw en ambt’ voor de eerste keer in alle openlijkheid besproken is. Moet er dan meteen een besluit vallen dat overeenkomt met hoe ik de Bijbel lees, namelijk dat vrouwen in onze cultuur evengoed het Woord van onze God kunnen brengen? En als ik niet meteen gelijk krijg, moet ik dan de synode voor gek verklaren en openlijk roepen dat vast en zeker vele GKV-leden de kerk verlaten hebben voordat er over drie jaar op de volgende synode over dit onderwerp verder gesproken wordt?

Ik ben blij dat de synode vooral besloten heeft, dat het gesprek voortgezet wordt. En dat er geen harde blokkade ligt op de mening dat alle ambten ook voor vrouwen opengesteld kunnen worden. Teleurstelling is begrijpelijk. Stemming maken dat de GKV hiermee heeft afgedaan niet.  Wie gelooft, kan wachten. Abraham moest 25 jaar wachten, Mozes 40 jaar, Daniël 70 jaar. En wat is het alternatief?  Wie om de vrouw in het ambt naar de PKN overstapt, komt in een hotelkerk terecht waar bijbelgetrouwe predikantes dezelfde rechten hebben als vrijzinnige predikanten. Is dat een geloofwaardig alternatief tegenover gereformeerde kerken waar nog steeds elke zondag vanaf elke kansel gebeden wordt of Geest van Pinksteren de predikanten voluit Gods Woord wil laten brengen en of Hij de harten van de luisteraars daarvoor wil openen? Dus waarom zouden de voorstanders van de vrouw in het ambt uit ongeduld en teleurstelling of  persoonlijke ambitie weggaan? Daarmee verheffen ze hun standpunt als het enige bijbelse en vinden ze, net als de tegenstanders van de vrouw in het ambt, de vraag WIE het Woord van God mag bedienen blijkbaar belangrijker dan het feit DAT het Woord van God over heel de linie trouw verkondigd wordt. Ik ben zelf zo’n voorstander. Weggaan is geen optie. Geduldig wachten wel. Ook als ik niet meteen gelijk krijg. Want ik weet: alleen de Geest leidt in Gods waarheid. Alleen de Geest wijst op grond van Gods Woord Gods wegen aan in deze tijd. En alleen de Geest geeft wijsheid om vanuit Gods Woord te wegen wat de Heer daarmee vandaag tegen de gemeenten zeggen wil.

Ernst Leeftink is predikant van de GKV van Assen-Peelo

HOOGLITURGISCH DENKEN BEDERFT MIJN VREUGDE MET KERST EN PASEN

Met Kerst hoeven we binnenkort geen ‘Ere zij God’ meer te zingen en juicht er met Pasen ook geen toon en klinkt er geen stem meer als het aan het Gereformeerde Kerkboek ligt. Want die staan er niet meer in, in de nieuwe editie waartoe de Generale Synode van 2014 besloten heeft. Ze worden weinig meer gezongen of er was sprake van een verouderd taalkleed volgens Deputaten Liturgie en Kerkmuziek. Ze passen qua melodie en toonzetting minder bij de 21e eeuw, aldus de voorzitter van de synode.

Ongelooflijk, kortzichtig en elitair

Dat was  mijn eerste reactie. En dat vind ik er nog steeds van. In hun eerste rapport gaven de deputaten nog aan, dat het uitgangspunt zou zijn, dat alle gezangen uit het oude kerkboek een plaats zouden krijgen in het nieuwe kerkboek, tenzij ze in het Liedboek 2013 zijn opgenomen, eventueel in een andere berijming of vertaling. In hun aanvullende rapport geven deputaten aan, dat ze ruim 80 van de 180 gezangen uit het oude kerkboek willen opnemen in het nieuwe kerkboek. Er vallen 100 gezangen af. Een aantal staat nu in het nieuwe Liedboek 2013. En voor de rest hebben de deputaten “er vooral op gelet of ze uit de gereformeerd traditie stammen” en “zijn enkele oude gereformeerde gezangen weggelaten omdat ze weinig meer gezongen worden. Soms was ook het verouderde taalkleed een reden ze niet meer voor te stellen.”  Dit is dus de argumentatie waarom het Kerstlied Ere zij God en het Paaslied Daar juicht een toon, daar klinkt een stem niet meer in het nieuwe Gereformeerd Kerkboek zijn opgenomen! En vervolgens stellen deputaten doodleuk voor om een paar nieuwe gezangen op te nemen in het Gereformeerd Kerkboek die “ondanks hun herkomst goed aansluiten bij de gereformeerde spiritualiteit en daardoor geliefd geworden zijn.” Hier breekt me de klomp! Het Ere zij God is bij uitstek een lied uit de gereformeerde traditie en het valt niet te ontkennen dat het bij een groot deel van de kerkgangers uitermate geliefd is. En sinds jaar en dag zingen jong en oud in gereformeerde kringen meerstemmig ‘het mooiste Paaslied’, zoals mijn oud-leraar Latijn Ph. Roorda Bzn 35 jaar gelden ‘Daar juicht een toon’ noemde. Geen wonder dat het Ere zij God sinds we gezangen zingen in de kerkdiensten in alle bundels opgenomen is. En dat in 2002 op unaniem voorstel van Deputaten Kerkmuziek (!) door de Synode van Zuidhorn met slechts 3 (!) stemmen tegen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem is opgenomen in het nieuwe kerkboek.

Nu zijn ze allebei geskipt uit het nieuwe Gereformeerde Kerkboek. En waarom? Omdat deze synode blijkbaar op een ondoordacht moment besloten heeft, dat bij het schrappen van liederen uit het bestaande Gereformeerde Kerkboek dezelfde criteria gelden als in het verleden voor het toevoegen van liederen. Namelijk: als 25% het niet eens is met het voorstel van deputaten, komt een gezang niet in de bundel. En dus was, volgens het Nederlands Dagblad, voor bijna elk van de nu geschrapte gezangen wel een meerderheid, maar vond meer dan 25% het terecht om deze liederen te skippen. En dat, terwijl in de beide deputatenrapporten die op internet te vinden zijn, met geen enkel argument aangegeven is, waarom deze twee liederen  niet meer acceptabel zijn om opgenomen te worden in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek.

(Net als ‘Zoek eerst het Koninkrijk van God’, ‘Jezus, leven van mijn leven’, ‘Halleluja, eeuwig dank en ere’ en ‘Nooit kan ’t geloof teveel verwachten’;  waarbij het dan weer opmerkelijk is dat ‘Samen in de naam van Jezus’ het blijkbaar wel gehaald heeft op de synode, want die wilden de deputaten in hun rapport ook laten vallen)

Ik vind dit dus ongelooflijk, kortzichtig en elitair.

Ongelooflijk: hoe haal je het in je hoofd om “een heel rijtje vrijgemaakte klassiekers”, zoals het ND het verwoordde, zonder inhoudelijke argumentatie via de achterdeur af te voeren uit het Gereformeerd Kerkboek. Vooral, omdat vorige synodes nadrukkelijk hebben uitgesproken, dat bij het nieuwe Gereformeerde Kerkboek de 41 gezangen uit het Kerkboek van 1984 zouden worden overgenomen.

Kortzichtig: er wordt al te pas en te onpas buiten de vrijgegeven liederen om gezongen, tot ergernis van het meer verontruste deel van ons kerkvolk. En dan gaan we als kerken nu ook nog eens een aantal zeer geliefde gezangen wegparkeren! Het effekt daarvan is, dat nu ook onze rechterflank buiten het kerkboek om gaat zingen. En, belangrijker nog, we krijgen een kerkboek waar straks geen enkele belangstelling meer voor is. Geliefde gezangen eruit, een nieuwe kerkorde erin, nieuwe liturgische formulieren die we al zes jaar hebben en door veel plaatselijke kerken al in een eigen brochure zijn afgedrukt – welke uitgever zal, in de wetenschap dat er in de GKV tegenwoordig uit allerlei bundels gezongen wordt en dat 75% van de kerken daarbij de beamer gebruikt, nog het risiko willen lopen om een 3e, geheel herziene editie van het Gereformeerd Kerkboek uit te  geven?

Elitair: een handvol deputaten en 10 synodeleden die meer de stijl van de hoogkerkelijke liturgie aanhangen besluit dat het eigenlijk niet kan om met Kerst Ere zij God en met Pasen Daar juicht een toon, daar klinkt een stem te zingen in een officiële eredienst. Het mág nog wel, volgens het verslag van het Nederlands Dagblad, maar qua melodie, toonzetting en taalkleed is het te erbarmelijk om nog in het nieuwe Gereformeerde Kerkboek te worden opgenomen. Dat vind ik elitair denken. En het getuigt van weinig inlevingsvermogen. Het bederft mijn Kerst- en Paasstemming. De hoge heren beslissen over de hoofden van het gereformeerde kerkvolk heen wat ze mogen zingen. Ik denk dat een besluit als dit nog meer het gezag van een synode ondermijnt als bv. de besluitvorming over de vrouw in het ambt. Terugdraaien dus door middel van een ordevoorstel, zou ik zeggen tegen de voorstanders van deze twee zo niet prachtige, dan toch zeer geliefde kerkliederen. Want voor een ordevoorstel is een eenvoudige meerderheid van 50% genoeg J!

DE PRUISISCHE MARS

Ik kreeg van een college de volgende reaktie. Daar wil ik mee afsluiten.

De ‘Pruisische mars’ (zoals het ‘Ere zij God’ neerbuigend is genoemd) is zolang als ik mij kan herinneren al mikpunt van kritiek geweest. Maar het lied zit nog altijd in de ziel van het kerkvolk. Waarom zouden we het daaruit willen slopen? Uit een bundel schrappen is zó makkelijk. En of het het gewenste effect zal hebben?! Natuurlijk niet. Pas wanneer nieuwe Kerstliederen zich in de ziel van het kerkvolk (en daartoe reken ik mijzelf!) nestelen, zal het een keer een stille dood sterven. Maar wat zich nestelt in de ziel van het kerkvolk, dat laat zich niet eenvoudig sturen. De tijd zal het leren!

En dan nog twee toegiften:
A/ Beluister het ‘Ere zij God’ in een bijzondere uitvoering! https://t.co/n89qqoOMRJ
B/ Een synodelid vertelde mij dat Gezang 95 geskipt is omdat de inhoud niet klopt met de paasochtend en vanwege oud taalgebruik. Dat eerste is geen argument, want al afgewezen  in 2002 toen een tegenstemmend synodelid aanvoerde dat het juist stil was in Jeruzalem op die eerste paasochtend. En het tweede – dan ken ik er nog wel een paar. En wat te denken van het alternatief in het nieuwe Liedboek 2013? Lied 637 is een moderne bewerking van ‘Daar juicht een toon daar klinkt een stem’. Taalkundig elitair en inhoudelijk toch echt niet acceptabel als vervanging van Gezang 95 uit het huidige Gereformeerde Kerkboek:
1) O vlam van Pasen, steek ons aan, de Heer is waarlijk opgestaan! De Zoon, voor wie het duister zwicht, de Zoon is als de zon, zo licht!
2) De Vader laat niet in het graf zijn kind dat zoveel vreugde gaf, Hij tilt het uit de kille grond – het loopt als vuur de wereld rond.
3) De oude nacht voorgoed gedood, de toekomst kleurt de morgen rood; ziehier hoe God vergevend is en hoe zijn liefde levend is.
4) Ziehier het licht van lange duur, ziehier de Zoon, de zon, het vuur; o vlam van Pasen, steek ons aan – de Heer is waarlijk opgestaan!
Gelukkig hebben we ook nog een Groningse versie – in 2014 op Tweede Paasdag voor het eerst gezongen in een Grunneger Dainst die belegd werd door de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) van Uithuizen.
1/ Doar klinkt een toon joechaait een stem, dij gaalmt deur hail Jeruzalem. Doar gloort het nije mörgenrood.  De Zeun van God ston op oet dood!
2/ Gain graf huil Doavids Zeun omkneld, Hai overwon dei staarke held. Hai steeg oet ‘t graf deur aigen kracht, joa Hai is God, omkled mit macht!
3/ De angel is tou dood oethoald, want alles is veur ons betoald. Wèl in geleuf mit Jezus gaait, dij vreest veur dood en duvel nait.
4/ Want nou Heer Jezus opstoan is, begunt ons nije leven wis; een leven deur zien dood beraaid, een leven in zien heerlekhaid!

Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt

De synode heeft een uitspraak gedaan in de M/V-discussie. Dat gebeurde nadat alle 36 synodeleden eerst zelf hun mening gegeven hebben over de vraag of ook in onze tijd ook vrouwen in het ambt mogen dienen. Ik vind van wel,  heb ik in  mijn vorige blog over dit onderwerp aangegeven (Welke G/geest is er uit de fles?). Als ik het goed gelezen heb, heeft de synode nu met 21 stemmen voor en 15 stemmen tegen uitgesproken, dat er een nieuw deputaatschap komt die in kaart gaat brengen “hoe de ambten van predikant, ouderling en diaken op een Schriftuurlijk verantwoorde wijze zo kunnen worden ingevuld dat vrouwen zich daarbinnen kunnen inzetten voor Gods koninkrijk” . Als argument bij dit besluit heeft de synode uitgesproken: ‘Het doorlopend spreken van de Schrift laat twee lijnen zien. De ene lijn is die van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw – de andere die van het verschil in verantwoordelijkheid die God aan man en vrouw heeft gegeven; deze beide lijnen moeten verdisconteerd worden.’ Met deze uitspraak neemt de synode dus niet de konklusie van deputaten M/V in de kerk over om uit te spreken dat ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen. Om te voorkomen dat men zou kunnen denken dat deze visie vanaf nu binnen de GKV onbijbels is, sprak de synode ook uit dat deze visie “vrij bespreekbaar moet zijn zolang er vanuit de Schrift geargumenteerd wordt.”

DANK DE GEEST VAN HET PINKSTERFEEST!

Op de vrijdag voor Pinksteren nam de synode dit besluit. En dus vroeg de synode na afloop, of er in de kerken voor dit besluit, dat gezamenlijk en in vrede genomen is, gedankt kon worden en Gods zegen erover te vragen. Dat zal ik komende zondag inderdaad graag doen, zoals Fokke Pathuis afgelopen zondag heeft gedaan (te vinden op zijn weblog http://bit.ly/1mvMz33). Want ik zie dit synodebesluit als een teken dat de Geest van Pinksteren ons tijd geeft om hier verder over na te denken. De Geest geeft wijsheid tegenover ongeduld en besluiteloosheid. Want wie vol van de Geest is, kan wel een paar jaar wachten als je ziet dat de eensgezindheid in Christus’ kerk  ver te zoeken is. En wie vol van de Geest is, zal niet eindeloos deze diskussie willen rekken met telkens weer een periode van drie jaar bezinning totdat deze schriftkritische ‘hype’ overgewaaid is. En toch … ik ben er naar beide kanten niet gerust op. Er is wél ongeduld, merk ik. En er is wél een neiging om wie voor vrouwen in de ambten is, weg te zetten als niet-bijbelgetrouw. Ik wil dat ook concreet aanwijzen.

WAT IS HET BEZWAAR VAN DE 15?

Het was geen unaniem besluit. Vijftien synodeleden konden er niet mee instemmen. De meesten nog wel met het besluit op zichzelf, maar niet met het onderliggende argument. Ze vonden dat het gesprek over de plaats van vrouwen in de kerk teveel wordt dichtgetimmerd als je uitspreekt dat er twee bijbelse lijnen zijn in de verhouding tussen man en vrouw, namelijk gelijkwaardigheid en verschil in verantwoordelijkheid. De 15 vinden namelijk niet, dat de Bijbel twee duidelijke lijnen leert. Dat is slechts één van de meningen binnen onze kerken, dus dat moet je als synode niet uitspreken.

Ik snap deze redenering wel. Voor je het weet heeft een synode weer iets geroepen waar anderen mee aan de haal gaan als een soort Vierde Formulier van Eenheid. Maar ik begrijp eigenlijk niet waarom dit nu zo’n pijnpunt is, dat je na de besluitvorming grote woorden gebruikt in de trant van dat deze synode hiermee ‘het laatste restje geestelijk gezag verloren heeft’ en dat met dit ‘laf en dwingend besluit’, dat een ‘raar gedrocht is’, nu ‘een groot deel van de kerken geschoffeerd en losgelaten’ is. Zulke woorden snap ik dus niet, tenzij het je eerste emotionele reaktie is (die zet ik per ongeluk ook wel eens op FB zonder tot 10 te tellen, en daarna haal ik ‘m er maar weer af).

AFSTEL = DE ANDER AFSCHRIJVEN

Maar misschien zit er nog iets anders achter deze duidelijke blijken van teleurstelling. En dat is dit: met deze besluitvorming lijkt het alsof de synode in de toekomst ruimte geeft aan twee benaderingen wat betreft ‘vrouw en ambt’. Maar je proeft toch tussen de regels door (ik wel tenminste), dat wie vooral insteekt op de lijn van gelijkwaardigheid tussen man en vrouw, ook als het gaat om de ambten, minder ruimte krijgt dan degenen die nadrukkelijk kiezen voor het verschil in verantwoordelijkheid, en dus mag de vrouw per definitie geen predikant of ouderling worden. Zeker als dan ook nog gezegd wordt, dat de eerste visie ‘vrij bespreekbaar’ is als je dat vanuit de Bijbel doet, terwijl dat niet gezegd wordt bij de tweede visie, want die kan ook op puur conservatisme of ordinaire vrouwonvriendelijkheid gestoeld zijn. Of, zoals ik ook tegenkom, doordat wie zich vóór de vrouw in het ambt uitspreekt, zoals de deputaten, het verwijt krijgen: ‘Jullie zeggen recht te willen doen aan wat de Schrift zegt als context aanreikt. Maar in feite is de context voor jullie een zelfstandig gegeven, tegenóver de Schrift.’ En als dan ook nog als waarschuwend voorbeeld de scheepswrakken van de synodale Gereformeerde Kerken in de jaren ’70 en de Christian Reformed Churches in de jaren ’90 wordt aangehaald, alsof daar de schriftkritiek ook begon met het toelaten van de vrouw in het ambt – nou, dan heb ik niet de indruk dat ik als voorstander van lijn A als een gelijkwaardige gesprekpartner beschouwd wordt door mijn broeder of zuster die op lijn B zit.

Ik geloof wél dat wie voor de vrouw in het ambt is, recht wil doen aan wat onze goede God in de Bijbel zegt over dit onderwerp. En ik geloof er niets van, dat de vrouw in ambt de oorzaak is van de toenemende vrijzinnigheid in Nederland. Dat kwam veel meer omdat in de hervormde kerk in de jaren ’60 een hoogleraar zijn portie al aan Fikkie gaf als het om het verzoenend lijden en sterven van Christus ging, en omdat in de jaren ’70 in de synodale kerken Kuitert en Wiersinga hetzelfde beweerden: God is niet Iemand die bloed wil zien en Jezus is niet voor onze zonden gestorven. Dat waren toevallig allemaal mannen die dat beweerden. En de landelijke synodes van beide kerken, ook nog voor het merendeel bestaand uit mannen toendertijd, lieten het gewoon toe dat deze schriftkritische hoogleraren met deze humanistische standpunten hun studenten beïnvloedden.

ONGEDULD MOET  NIET LEIDEN TOT VERTREK

Ik merk dat de teleurstelling bij veel kerkleden groot is. En ik hoor dat sommige synodeleden op het punt stonden ermee te kappen. Dat zou ik heel erg jammer vinden. Dat lijkt me nu typisch een staaltje vrijgemaakt ongeduld. Als wij ergens van overtuigd zijn, moet het ook meteen gebeuren. En nu het onderwerp ‘vrouw en ambt’ eindelijk boven tafel ligt en voor het eerst in alle openlijkheid besproken wordt, moet er meteen een besluit vallen dat overeenkomt met hoe ik de Bijbel lees, namelijk dat vrouwen in onze cultuur evengoed het Woord van onze God kunnen brengen. En als dat niet in de GKV mag? Fijn dat de PKN dan een uitwijkplaats biedt. Maar dan laat je volgens mij persoonlijke overtuiging en idealen prevaleren boven een hotelkerk waarvan ik nog steeds niet snap hoe je het als bijbelgetrouw dominee of domina voor jezelf rond krijgt dat een Klaas Hendrikse daar vrijuit alles mag ontkennen waar jij in gelooft, en waarin collega die zelf zeer bijbelgetrouw is, vrijmoedig alle huwelijken, tweede huwelijken, homohuwelijken en interreligieuze huwelijken inzegent van iedereen die trouw, af en toe of anders nooit in de kerk komt. Dan kun je, zoals ik in mijn vorige blog (http://t.co/YIRdnk1yfo) al schreef, beter een Truus op de kansel hebben die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt. Maar uiteindelijk lost het niets op. In mijn geboortedorp is de synodale kerk die in de jaren ’80 liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man uit Amsterdam als predikant had, 25 jaar later wel gefuseerd met de volstrekt vrijzinnige hervormde kerk. En wie daarin niet mee kon gaan, werd CGK of GKV of baptist.

Wat ik er maar mee zeggen wil: in onze vrijgemaakte kerken wordt nog steeds elke zondag vanaf elke kansel gebeden om de Heilige Geest, of Hij de predikanten voluit Gods Woord wil laten brengen en de harten van de luisteraars daarvoor wil openen. Dus waarom zouden de voorstanders van de vrouw in het ambt uit ongeduld en teleurstelling of  persoonlijke ambitie weggaan?  Daarmee verheffen ze hun standpunt als het enige bijbelse en vinden ze, net als de tegenstanders van de vrouw in het ambt, de vraag WIE het Woord van God mag bedienen blijkbaar belangrijker dan het feit DAT het Woord van God over heel de linie trouw verkondigd wordt. Iemand zei 10 jaar geleden eens tegen mij, toen de discussie over de zondagsrust op z’n hoogtepunt was: ‘Niemand ging in de tijd van de Reformatie voor de visie op de zondag de brandstapel op. Want het raakt niet de kern van het geloof.’ Ik hoop dat voor- en tegenstanders van de vrouw in het ambt tot diezelfde conclusie komen, door niet uit ongeduld de kerk te verlaten of ermee te dreigen wanneer de dag komt dat ook vrouw het Woord van God mag verkondigen. Want, las ik in een FB-berichtje van een collega: “We hebben elkaar nodig en moeten nog meer door de Heilige Geest leren in de ander niet een vermeende progressieve schriftcriticus of vermeende conservatieve angsthaas te zien.”

EN NU GAAT HET DUS OVER DE VISIE OP HET AMBT

We wilden een uitspraak over de vrouw in het ambt. We krijgen een studiedeputaatschap over de ambten. Daarin staat, zo schreef de synode, de vraag centraal: ‘Kunnen de ambten zo gestructureerd worden dat ook vrouwen zich daarin kunnen inzetten in Gods koninkrijk?’ En meteen ging het over de vraag, of we  dan een kleine oudstenraad van mannen krijgen, waaronder het hele brede scala van prediking, catechese, pastoraat en diakonaat kan vallen en waarin op alle onderdelen ook door de Geest begaafde vrouwen ingezet kunnen worden. Ik vind het nog steeds een noodkonstruktie. Het doet mij denken aan een ‘raad van commissarissen’  – formeel eindverantwoordelijk, maar als het erop aan komt, niets in te brengen, omdat de manager van elke hoofdafdeling veel beter weet waar het om gaat dan de hoge heren. En ik weet haast wel zeker dat het niet toepasbaar in kleine en middelgrote gemeentes onder de, pak ‘m beet, 500 leden.

Tegelijk werkt het op sommige  plekken wel, zoals in de zeer bijbelgetrouwe Redeemer Presbyterian Church van Tim Keller in New York. Daar worden capabele broeders en zusters vrouwen op alle onderdelen van het kerkelijk leven op grond van hun gaven en niet op grond van hun man- of vrouw-zijn ingezet. Behalve in de oudstenraad, waarin ook alle predikanten zitten. Geen vrouwen als eindverantwoordelijke op de kansel dus, daar in New York. Daarin kan Kathy Keller, eveneens afgestuurd theoloog, zich volledig vinden, vertelt ze in hoofdstuk 6 van Het huwelijk, het boek dat Tim & Kathy Keller samen geschreven hebben. Ze laat zich heel sterk inspireren door de manier waarop Christus zowel de rol van dienend hoofd als van dienende helper op zich genomen heeft (Fil. 2:5-11). Die beide rollen deelt Christus vervolgens in het huwelijk toe aan de man en aan de vrouw met een verwijzing naar Christus en de kerk (Ef. 5:22-33). Zelf denk ik, dat het alleen maar kan funktioneren als er aan twee voorwaarden voldaan wordt: volledige gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen op alle nivo’s in de gemeente van Christus en de bereidheid van vrouwen en mannen om niet in alles dezelfde rechten op te eisen ten koste van de eenheid van de gemeente.

Maar de vraag blijft bij mij hangen, zoals Gerard ter Horst ook al in het ND van 7 juni opmerkte: “waarom zouden vrouwen eigenlijk geen oudsten mogen zijn?” Was het antwoord op die vraag maar net zo makkelijk als de vraag: “waarom zouden mannen eigenlijke geen kinderen mogen krijgen?” Scheppingsgegeven!

DOOP en BELIJDENIS in één KERKDIENST + een mooie OPZET

Op Pinksterzondag geven in Assen-Peelo zeven jongeren hun JA-woord aan God en Jezus. De Heilige Geest is ook in hun hart uitgestort. Eén van hen zal ook gedoopt worden. God gaat altijd voorop, in ieders leven. Van zulke magnifieke momenten word ik erg blij van binnen. Want belijdenis doen van je geloof = JA-zeggen tegen de God van je leven. Daar zijn wij bij de schepping al voor bestemd. Daar worden wij door het offer van Jezus voor geschikt gemaakt. Daar laat de Heilige Geest ons van zingen. Ja, I was born, I was born to sing for You, I didn’t have a choice but to lift You up and sing whatever song you wanted me to. I give you back my voice. From the womb my first cry, it was a joyfull noise … Only love can leave such a mark, only love can heal such a scar. Justified till we die, you and I will magnify The Magnificent, zingt U2 vol overgave. En op de dag van Pinksteren prijst een volle kerk vol overgave het werk van Gods Geest in deze zeven jongeren.

Belijdenisgroep 2014 collage

Foto: Philip Roorda

Maar hoe geef je zo’n dienst nu vorm? Dopen en belijdenis in één dienst vraagt wel wat creativiteit van de voorganger. In het boek ‘De werkers van het laatste uur” van Stefan Paas kwam ik een aantal jaar geleden een mooi voorbeeld tegen hoe je aan dit fantastische gebeuren vorm kunt geven. In kombinatie met de bestaande formulieren die we in de GKV gebruiken voor volwassendoop en geloofsbelijdenis heb ik er een mix van gemaakt die misschien ook door anderen gebruikt kan worden. Dus zet ik ‘m hier maar neer voor vrij gebruik.

Formulier voor volwassendoop en geloofsbelijdenis    

Vandaag doen in deze kerkdienst een aantal jongeren belijdenis van hun geloof. Daarbij zal één van hen ook gedoopt worden. Allebei –belijdenis doen en je laten dopen, komt ook in de Bijbel voor.  De opdracht om te dopen is afkomstig van niemand minder dan de Here Jezus Zelf. Kort voordat Hij naar de hemel ging gaf hij zijn leerlingen dit bevel: “Trek erop uit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze  in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” Aan die opdracht geven we gehoor als er gedoopt wordt

Als er in de kerk van Jezus Christus iemand gedoopt wordt, moet je drie dingen goed beseffen.

1/ Dopen is schoongewassen worden van je zonden door de Here Jezus

De doop laat je inzien dat dat echt nodig is. Als mens maak je fouten en schiet je telkens tekort. Dat doe je al tegenover elkaar en dat doen je helemaal tegenover God. Die zonde zit er al in vanaf het eerste begin van je leven en leidt uiteindelijk tot je ondergang.  De doop zet je daarbij stil en leert je daarover na te denken, zodat je een afkeer krijgt van de zonden die je doet en op zoek gaat naar een manier om daarvan gereinigd en gered te worden. Jezus onze Heer zei hierover eens: “Je moet opnieuw geboren worden om Gods rijk binnen te gaan.” Dat is het eerste dat de doop uitbeeldt: ieder mens heeft vergeving nodig om weer bij God te kunnen horen. Dat kan alleen God Zelf je geven.

Dat is het tweede, en tegelijk ook de kern, van wat de doop je laat zien.

2/ Je wórdt ook echt schoongewassen van je zonden door Jezus Christus onze Heer, want Hij is onze reiniging en ons behoud.

In de christelijke kerk wordt altijd gedoopt  in de  naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Bij je doop kom je op naam van God te staan. De Vader belooft je, dat je zijn kind bent. Hij sluit met jou een verbond dat voor altijd blijft gelden. Hij zorgt voor jou met goede dingen. En als kwaad je treft, mag je zeker weten dat God  alle dingen doet bijdragen ten goede voor wie God liefhebben. De Zoon, onze Here Jezus, belooft je dat Hij jouw zonden afwast. Daarvoor is hij gestorven en ook weer uit de dood opgestaan. Dat werkt krachtig door in jouw leven: je mag een nieuw mens zijn. God rekent jouw je zonden niet meer toe. Je staat vrij voor God. De Heilige Geest belooft je, dat Hij in je wil wonen en je tot een bewust, aktief gelovige wil maken. Hij legt steeds weer de band tussen jou en Christus en zorgt er zo voor dat de vergeving en de vernieuwing telkens weer je leven binnenkomen. Hij gaat daar mee door tot jij op de nieuwe aarde volmaakt bent, samen met de mensen die God daarvoor heeft uitgekozen.

Het derde dat je over de doop mag leren is dit:

3/ Je wilt ook echt als gelovige leven zoals God dat graag ziet, doordat de Geest van Jezus Christus onze Heer je leven positief vernieuwt.

Omdat de doop iets van Gods kant is kan het niet zonder gevolgen blijven in jouw leven van alledag. God wil dat je Hem liefhebt en vertrouwt met alles wat er in je is. God vraagt dat je naar Hem luistert en Hem volgt, ook als dat soms tegen je gevoel in gaat. Dat kan soms diep insnijden in je leven. Als je dat hoort en je kijkt naar je leven, denk je misschien: ‘Dat red ik nooit! Ik blijf steeds weer zondigen!’  Maar vertrouw juist dan op God: Hij wil vergeving en vernieuwing geven, telkens weer. Sta daarom ook telkens weer op in het nieuwe leven dat God geeft en vraag steeds om de kracht van zijn Heilige Geest.

Wanneer je als volwassene openlijk wilt bekennen dat je bij God wilt horen, zoals XX vandaag, word je gedoopt als je eerst je geloof hebt beleden. Eerst geloven en dan gedoopt worden, zo is het voor volwassen mensen. Die volgorde hoor je in de doopopdracht die Jezus onze Heer aan de leerlingen meegaf: “Trek erop uit en maak alle volken tot mijn leerlingen en doop ze in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.” En Jezus zei toen ook (hoor die geweldig belofte!):  “Wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden.” Die volgorde hielden de leerlingen dan ook aan als zij mensen doopten. Zoals eens Gods dienaar Filippus zei tegen een man uit Ethiopië die gedoopt wilde worden: “Als je geloof met heel je hart, mag je gedoopt worden.” De man zei toen: “Ik geloof dat Jezus Christus de Zoon van God is”, waarna Filippus hem doopte. Diezelfde volgorde houden wij in de kerk ook aan als het gaat om volwassen mensen gaat: eerst geloven in de rijke inhoud van Gods goede nieuws en voor dat geloof uitkomen door je persoonlijke belijdenis, en dan gedoopt worden. Anderen zijn als kind van gelovige ouders gedoopt. Want in zijn goedheid en genade is de HERE heel royaal.  Hij gaat altijd voorop met zijn beloften. Zo heeft Hij ook aan jullie, XX laten weten, dat Hij de God van jullie leven is. Als antwoord op je doop ziet de HERE graag dat je van het geloof dat Hij Zelf aan jou gegeven heeft, een krachtig getuigenis geeft in aanwezigheid van velen, net als lang geleden Timoteüs deed, die oprecht gelovig is opgevoed door zijn grootmoeder Loïs en zijn moeder Eunike.

Zingen: Opwekking 461 – ‘Mijn Jezus, mijn Redder’

Ik wil jullie allemaal vragen om te gaan staan en om tegenover God en zijn gemeente een eerlijk antwoord te geven op de volgende vragen:

* Geloof je in God de Vader, de Almachtige, die de hemel en de  aarde, de mensen en ook jou geschapen heeft? Erken je dat je als zondaar in de schuld staat bij God, omdat je uit jezelf niet in staat bent te doen wat goed is in Gods ogen? Beken je dat je met gedachten, woorden en daden de geboden van de Heer vaak hebt overtreden? En heb je berouw over deze zonden?

* Geloof je in Jezus Christus, Gods Zoon, die ook voor jou als Verlosser gekomen is om door zijn kruisdood jou te bevrijden van je zondeschuld? En geloof je dat Jezus Christus je roept om zijn naam te belijden als de enige op aarde die mensen redding biedt?

* Geloof je in de Heilige Geest, die ook God is en in mensen het geloof tot stand brengt en daarin laat groeien? Verlang je naar het nieuwe leven, dat Jezus Christus je geven en leren wil door zijn Heilige Geest? Is het je hartelijke wens om je je hele leven te laten vormen door Gods Woord en het Avondmaal trouw te gebruiken? En beloof je je leven in dienst te stellen van God en dienstbaar te zijn aan de opbouw van Christus’ gemeente, nu je daarvan door de kracht van de Heilige Geest een levend lid bent?

* Belijd je dat inhoud van het Oude en Nieuwe Testament, zoals die in de Apostolische Geloofsbelijdenis is samengevat en in deze gemeente verkondigd wordt, Gods plan over onze verlossing volledig bevat? Zul je, zo lang je leeft, aan deze belijdenis vasthouden en alles verwerpen wat tegen Gods Woord ingaat? En ben je bereid om gewillig te luisteren naar alle christelijke aansporingen en vermaningen wanneer dat nodig mocht zijn?

Wat is daarop jouw antwoord: JA + volgt doop door besprenkeling of onderdompeling / zegen op knielbank met handoplegging.

Zingen: Liedboek 341 : 2

Ik wil ook nog graag wat zeggen tegen iedereen die hier aanwezig is. Eerst tegen alle gemeenteleden van onze eigen gemeente. Willen jullie daarvoor gaan staan.

Aanspraak gemeente

Geliefde broeders en zusters, met elkaar zijn we heel erg blij dat we Gods grote daden in het leven van deze jonge christenen zien. Ze zijn nu allemaal belijdend lid van onze gemeente. God geeft hen aan ons en ons aan hen. Daarom wil ik ook jullie drie vragen stellen met het verzoek om die daarna met ‘JA’ te beantwoorden.

1/ Zijn jullie bereid om deze jongeren met liefde in onze gemeente te ontvangen?

2/ Willen jullie een voorbeeld zijn voor deze jongeren met woord en daad, in gebed en goede werken?

3/ En nemen jullie je oprecht voor om, waar nodig en mogelijk, deze jongeren te helpen en te ondersteunen in de verdere groei van hun geloof?

Wat is daarop jullie antwoord?      JA

Aanspraak gasten

En jullie, beste gasten, jullie zijn met zoveel personen in deze dienst, denk ik, dat je ook best mag gaan staan (maar als je wilt, mag je ook rustig blijven zitten). Ik ben blij dat jullie allemaal hier bij deze feestelijke doop- en belijdenisdienst aanwezig zijn. Ik hoop dat velen van jullie Jezus Christus al kennen en in Hem geloven als Heer en Verlosser. En als  dat nog niet zo is, is het mijn wens dat je Hem beter of weer opnieuw mag leren kennen in de weg van geloof en vernieuwing. Want wie gelooft, geniet dubbel. Van het leven nu en van het leven tot in eeuwigheid.

Zingen: Liedboek 341 : 2

Gebed

Vader in de hemel, we danken U voor uw zorg en liefde in het leven van deze jongeren. Geloof en vernieuwing ontvangen wij uit uw hand en dat maakt ons verwonderd en blij. Dank U, dat wij opmerken hoeveel U al gedaan hebt en hoe U bij ieder op uw eigen manier bezig was om hen voor te bereiden op deze dag – de dag van hun belijdenis en van de doop van XX.

Wij bidden U om uw goedheid en kracht, zodat deze jongeren hun ja-woord kunnen vasthouden en nakomen. Zegen hen met uw bescherming, zodat de zonde, de duivel en heel zijn rijk geen vat op hen krijgen.  Help hen door de moeiten heen een leer hen het lijden te dragen als dat nodig is. Laat geen twijfel toe in hun hart over uw goede bedoelingen en uw leiding in hun leven.

Wij bidden of U ons allemaal wilt blijven zegenen met uw Geest. Hij kwam met kracht op het Pinksterfeest. Geef dat Hij ook met kracht blijft werken in ieder van ons en in iedere gemeente van Christus, ook in onze gemeente. Dan zullen liefde, gebed en onderlinge zorg opbloeien en krijgt de duivel geen kans om het persoonlijke geloof en de onderlinge band in de gemeente af te breken.

Wij bidden ook voor de gasten in ons midden. Dank U voor iedereen die hier is. Hun aanwezigheid vergroot onze vreugde. Voor ieder die U niet kent zoals U echt bent, bidden wij of U zich aan hem of haar wilt openbaren. Laat geen middel ongebruikt en breek de belemmeringen af  die in het verleden zo vaak door onze eigen schuld ontstaan zijn. Dat vragen we van U in de naam van Jezus, onze Heer, die ons het Onze Vader heeft leren bidden. Volgt Onze Vader, gezongen of gebeden, al dan niet gezamenlijk of hardop

Vol verlangen zingen op weg naar die grote dag

Ik merk al een tijd lang, dat liederen over de grote dag dat Jezus terugkomt, mij erg aanspreken. Vooral bij de coupletten over de grote dag dat Jezus terugkomt krijg ik een brok in mijn keel van ontroering.

wederkomst blauwe lucht

Bij Opwekking 585 zit het hem in vers 2:  “Er klinkt geschal wanneer de graven opengaan en doden opstaan, voor eeuwig levend door zijn kracht” en in het prachtige refrein: “Spoedig zullen wij Hem zien en voor altijd op Hem lijken en Jezus kennen zoals Hij is, amen! Nooit meer tranen, nooit meer pijn, want wij zullen met Hem leven in zijn nabijheid, voor altijd. Amen, amen!” Luister naar http://www.youtube.com/watch?v=_aMyWk4ooBs – een weergave van de mannendag Assen 2011.

En bij Opwekking 733 krijg ik vooral koude rillingen bij het derde couplet: “En op die dag, als mijn kracht vermindert, mijn adem stokt en mijn einde komt, zal toch mijn ziel uw loflied blijven zingen; tienduizend jaar en tot in eeuwigheid.” Op YouTube is dit (totdat Karla haar natuurfilm-versie nog eens vrij geeft voor publikatie) de topper: http://www.youtube.com/watch?v=KeVjB-SXqwU

Maar ik heb het ook bij Liedboek 267, een prachtig gezang over “Zalig die in Christus sterven, de doden, die de hemel erven, voor wie Hij woning heeft bereid”  en “Hij overwon het graf, wist onze tranen af, halleluja! Hij ging ons voor de heemlen door. Hij voert ons mede in zijn spoor.”

En bij Liedboek 114: “Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen” met de versregels ”De Koning die zijn troon heeft in den hoge, houdt bij de mensen hof en alle tranen zal Hij van hun ogen afwissen tot zijn lof.”

Of neem de laatste regels van verschillende coupletten van de geloofsbelijdenis uit Gezang 123 van het Geref. Kerkboek: “zie hoe het eeuwig leven straalt” en “… totdat Hij nog eens komen zal … na glorieus bazuingeschal” en ‘Ik weet: mijn vlees wordt opgewekt en zal dan, met mijn ziel verbonden, weer leven, eeuwig, onbevlekt.”

Net als het in z’n eenvoud schitterende Gezang 75 uit hetzelfde Geref. Kerkboek: “Nu gaan de bloemen nog dood, nu gaat de zon nog onder” met z’n “Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw, de hemel en de aarde” en het laatste couplet: “Zing voor de eeuwige dag. Zing voor zijn komst en zeg Amen. Zing voor de heer die ons samen daar al van eeuwigheid zag.”

Waar komt dat door, dat ik juist daar steeds weer zo door geraakt? Het heeft niet alleen met de muziek te maken. Hoewel: de opbouw van al deze liederen is heel sterk. Het is bij mij ook niet pas gekomen door het boek van Todd Burpo, ‘De jongen die in de hemel was’, (zie mijn weblog: https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/06/12/in-de-hemel-is-de-heer-en-colton-heeft-jezus-daar-gezien/),  ook al ben ik daardoor wel meer gaan nadenken over het leven na dit leven. Het komt vooral, denk ik, door het grote contrast dat ik soms ervaar tussen onze sterfelijkheid en eindigheid aan de ene kant, en de hemelse heerlijkheid, het mooie vooruitzicht en het geweldige perspektief dat het geloof in de terugkomst van Jezus onze Heer mij geeft. Ik denk dat ik dat gevoel van ontroering vooral gekregen heb na het overlijden van mijn vader, vorige maan precies 20 jaar geleden.  Het is echt mijn ervaring, dat je als christen op een andere manier met je verdriet omgaat dan de andere mensen die geen hoop hebben (zoals Paulus in 1 Tess. 4:13 zegt). Liederen die over de eeuwigheid gaan, raken mij vanaf die tijd met vaste regelmaat.

wederkomst verwachting

Twee bijzonder fraaie nummers wil  ik hier nog noemen. Ze staan op twee CD’s die ik vaak in de auto meeneem als ik wat langer onderweg ben. De eerste is een vrij recente, maar ik krijg er regelmatig kippevel van. Het is een magnifiek nummer, omdat het bezingt hoe wij gemaakt zijn om voor God te zingen en hoe wij, gerechtvaardigd tot onze dood, onze magnifieke God mogen verheerlijken. Oftewel: U2 – Magnificent. En de tweede is al van jaren terug, toen Ralph van Manen nog in de gospelrock zat met zijn groep Target. Van hun CD met dezelfde titel heet het laatste nummer Revelation. Lees de tekst hieronder. Als je weet dat de opbouw van het nummer perfekt aansluit op de tekst, zul je ook begrijpen waarom de tranen me soms over de wangen biggelen als ik het in de auto met de volumeknop op 10 draai.

REVELATION – Target (de vroegere band van Ralph van Maanen)
When I look around me in this world, I wonder how long it will last
Oh people, please, pay attention to Gods Word, for this time soon will be past …
 
When will there be no more dying, no more tearing apart?
When will there be no more crying, no more broken hearts?
When will He wipe the tears from you eyes, and make all things new?
When will He give the water of life and live among us too?
     … and I saw a new earth, I saw a new sky,  for the present one had gone by.
    And I saw the new Jerusalem, I saw this Holy City, and it was glowing like a gem …
 
And there will be no more dying, no more tearring apart.
And there will be no more crying, no more broken hearts.
He’ll wipe the tears from you eyes, and make all things new.
He’ll give the thursty water of life and live among us too.

Welke G/geest is er uit de fles? – enkele gedachten bij de diskussie over vrouw & ambt

Rond het millennium, zo’n 15 jaar geleden, hoefde je geen profeet te zijn om aan te voelen dat er in het orthodox- bijbelgetrouwe deel van Nederland de komende 25 jaar de items ‘vrouwen en ambten’ en ‘homoseksualiteit’ de twee meest gevoelige onderwerpen zouden worden, waarop we ons als kerken en christenen flink zouden moeten gaan bezinnen. Tenminste, ik voelde me 15 jaar geleden, vlak voor we het jaar 2000 instapten, geen profeet toen ik dit zo hier en daar liet vallen.

DEPUTATEN M/V IN DE KERK

Inmiddels zijn we 15 jaar verder en is binnen de GKV het onderwerp ‘vrouwen en ambten’ een hot item. Drie jaar geleden benoemde de Generale Synode van Harderwijk een deputaatschap M/V in de kerk met de opdracht na te gaan of het op grond van de Schrift geoorloofd is om naast broeders ook zusters in het ambt van diaken en/of ouderling + predikant te benoemen. Het deputaatschap schreef een kort rapport met als conclusie: “de visie dat naast mannen ook vrouwen in de kerkelijke ambten mogen dienen past binnen de bandbreedte van wat als schriftuurlijk en gereformeerd kan worden bestempeld.” (blz. 33 van hun rapport). Ze doen dit omdat ze van mening zijn, dat in elke cultuur de hoofdzaak voor de kerk van Christus is en blijft: de verspreiding van het evangelie. “Voor ons als 21e eeuwse bijbellezers zijn niet alleen de voorschriften van Paulus richtinggevend, maar ook de manier waarop Paulus met zijn context omging, en de gerichtheid op het volgen van Christus.”(blz. 21 van hun rapport). Dat betekent konkreet: “Christenen in onze tijd zijn geroepen om het evangelie met kracht te verkondigen en onnodige belemmeringen moeten vermeden worden.” (blz. 32 van hun rapport).

EN TOEN GING HET OPEENS OM DE VISIE OP HET AMBT

Tsja, je kon er natuurlijk op wachten, op al die stevige reakties ter linker- en ter rechterzijde. Het lijkt wel, alsof het op de landelijke synode van de GKV bijna nergens anders meer over gaat. De geest is duidelijk uit de fles. En die zal er ook niet in terug geduwd kunnen worden. In de diskussie zie je nu, dat de vraag of vrouwen ook ouderling of predikant mogen worden, verschuift naar de vraag hoe we in de gereformeerde traditie omgaan met de ambten. Met als teneur: onze driedeling (predikant, ouderling, diaken) is wel heel erg star als je het vergelijkt met de vele gaven, funkties en ambten in het Nieuwe Testament. En met als tweede teneur: als we dan toch vinden dat het regeerambt alleen voor mannen is weggelegd, laten we dan een kleine raad van oudsten (alleen mannen) instellen en daaronder alle verkondigende, evangeliserende, pastorale en diakonale taken hangen, die allemaal door mannen en vrouwen uitgevoerd mogen worden.

Dat vind ik een afleidingsmanoeuvre in de discussie over de vraag of de vrouw in het ambt mag, en een geforceerde oplossing om het gezag van de man over de vrouw formeel veilig te stellen. Mijn nieuwe profetie is dat we op deze manier over drie of zes of negen jaar geen stap verder zijn gekomen. Het wordt, via een andere insteek, gewoon een herhaling van zetten.

VANDAAG DE DAG: EEN TOTAAL ANDERE TIJD

Laten we eerlijk erkennen dat onze cultuur op veel punten totaal anders is geworden dan Romeins-Griekse-Joodse cultuur van 2000 jaar geleden. Soms past onze tijd gewoon op geen enkele manier meer in de kaders van toen. En dus geef ik deputaten helemaal gelijk als ze zeggen, dat we naast exegese (Schriftuitleg – wat zegt Paulus in die context) ook hermeneutiek (Schrifttoepassing – hoe gaat Paulus met zijn context om) nodig hebben. En daarna moet je de vertaalslag naar vandaag durven maken.

Dat laatste vind ik een zo spannende exercitie, dat ik haast vanzelf in de conservatieve houding verval. Het is veel veiliger om bijbelse voorschriften één op één over te zetten naar vandaag toe. Maar daarmee sluit ik niet alleen mijn ogen voor deze tijd, maar sluit ik ook de kerk van Christus op in de verleden tijd en in een eigen subcultuur. En dat noem ik dan ‘opkomen voor het gezag van Gods Woord tegenover de geest van deze tijd’, maar in feite durf ik niet op de Geest te vertrouwen. En dat komt waarschijnlijk omdat we niet genoeg geloof hebben én te weinig bidden om wijsheid.

DE INHOUD VAN HET EVANGELIE

Na deze persoonlijk, wat filosofisch-psychologisch-theologische gekleurde ontboezeming denk ik vooral na over de vraag: wat hoort tot de vormen van het Evangelie van Jezus Christus en wat behoort tot de inhoud? Ik schreef daar al eerder iets over in mijn blog https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/08/09/de-koffie-en-het-glas-over-winkelen-op-zondag/. Als het gaat om de verkondiging van Jezus Christus als de enige Naam op aarde die de mensen redding biedt (Hand. 4:12), vind ik het belangrijker dat dat Evangelie verkondigd wordt dan de vraag wie dat Evangelie verkondigt. Ik herinner mij een uitspraak van mijn vader, toen 30 jaar geleden in mijn geboorteplaats de toenmalige behoudende synodaal-gereformeerde kerk een vrouwelijke predikant kregen: ‘Ze hebben liever een vrouw uit Apeldoorn dan een man die in Amsterdam bij Kuitert in de leer geweest is.’ Het was toen vrij gebruikelijk dat sommige vrouwen aan de Theologisch Universiteit van de CGK studeerden om daarna bijbelgetrouw predikant te worden in de voorlopers van de PKN. En dat was, als je het principeel bekeek, zoals mijn vader zei, uit twee kwaden toch duidelijk de minst slechte kiezen. Beter een Truus op de kansel die Gods Woord verkondigt dan een Joop op de kansel die Gods Woord om zeep helpt.

Ik vond dat een terechte opmerking van mijn vader. En ik heb lange tijd gedacht: als noodsituatie is het niet verkeerd. In noodsituaties kwamen ook Debora en Chulda bovendrijven. Maar nu ben ik van mening, dat we het niet over een noodsituatie hebben. Het gaat niet om twee kwaden. Het gaat om vorm en inhoud.

DE POPPETJES EN DE INHOUD

Er worden verschillende argumenten aangedragen die voor of tegen vrouwen in het ambt van ouderling en predikant pleiten. Het zou geweldig zijn als we het erover eens kunnen worden, dat geen van beide standpunten onschriftuurlijk is. Die gezamenlijkheid is namelijk een voornaam kenmerk van de Geest. Als dat vertrouwen er is, kunnen we ook van elkaar verdragen, dat we in deze tijd een verwijzing naar de schepping minder zwaar laten wegen dan de impact die het in onze samenleving heeft op de voortgang en de acceptatie van het Evangelie om geen vrouwen toe te laten tot de ambten.

GODS GEEST SCHRIJFT WEGEN EN DOET WEGEN

Ik weet dan al wat de critici zullen zeggen: dan pas je je aan de moderne tijd en laat je de huidige cultuur heersen over het Schriftgezag. Daarmee is de geest uit de fles. Ik denk daar nu anders over. De poppetjes horen in onze westerse cultuur niet meer bij de inhoud. Ook voor ons niet, op geen enkel terrein. Behalve in de kerk. Dat werkt vervreemdend en werpt onnodige barrières op. Daarom heb ik geen bezwaar tegen een predikant m/v – als hij of zij Christus maar publiek verkondigt. En ik heb geen bezwaar tegen een ouderling m/v – als hij of zij Christus maar bij de mensen thuisbrengt. Jezus Christus, onze gekruisigde en opgestane Heer, Hij is de inhoud van ons geloof. Die inhoud moeten we vasthouden, bewaren en uitdragen. Als we elkaar daarop vinden, is in heel de discussie over ‘vrouw en ambt’ de Geest uit de fles. Hem hebben we nodig. Want alleen de Geest leidt ons in Gods waarheid. Alleen de Geest wijst ons op grond van Gods Woord Gods wegen aan in deze tijd. En alleen de Geest geeft wijsheid om vanuit Gods Woord te wegen wat onze Heer daarmee vandaag tegen ons wil zeggen.

Lees ook mijn twee volgende blogs: Geestelijke wijsheid i.p.v. ongeduld of afstel bij vrouw in ambt en Wijsheid ipv ongeduld bij vrouw in ambt.

Cremeren – ja of nee

Vandaag laat de meerderheid van de Nederlanders zich cremeren in plaats van begraven. Dat is een ontwikkeling die razendsnel gegaan is. In 1950 liet nog maar 2% van de Nederlanders zich cremeren. In 1970 was dat aantal gestegen naar 15%. Daarna ging het hard. In de jaren ’90 van de vorige eeuw kwam het omslagpunt en vandaag de dag laat bijna 2/3 van de Nederlanders zich cremeren. Je komt het dus overal tegen, zou je zeggen. Toch is dat niet waar. Want onder gereformeerden komt crematie bijna niet voor. Ik heb zelf in de afgelopen 22 jaar dat ik dominee ben nog nooit een crematieplechtigheid geleid. En ik ken gemeenteleden van boven de 60 die nog nooit een crematie hebben bijgewoond. Blijkbaar kiezen bijna alle niet-christenen voor cremeren, terwijl orthodoxe christenen voor meer dan 90% de voorkeur aan begraven geven. Als dat zo is, hoe ga je dan met cremeren om? Persoonlijk als christen en ook als gereformeerde kerk?

GEEN MEDEWERKING AAN EEN CREMATIE?

In januari 2014 heb ik over ‘begraven en cremeren’ gepreekt (zie Zondag 16 HC 2014 – crematie preek en liturgie). Twee maand later schreef dominee Martin de Boer in de Gereformeerde Kerkbode van 8 maart 2014 hier ook over. Hij vindt dat je vanuit de Gereformeerde Kerk geen medewerking mag geven aan een crematie van gemeenteleden. “Het past ambtdragers van Christus’ gemeente niet om … zich officieel te presenteren bij een crematie.” (zie www.kerkbode.nl – waar na een paar maanden de artikelen digitaal na te lezen zijn). Dominee De Boer komt tot dit standpunt omdat volgens hem overduidelijk is, dat begraven de normale manier van lijkbezorging is in de Bijbel. Cremeren in de vorm van lijkverbranding komt in de Bijbel maar één keer voor vanwege een pestepidemie (Amos 6:10) en het is een schande als de lichamen van gestorven mensen verbrand in plaats van begraven worden. Bovendien belijden we in onze Apostolische Geloofsbelijdenis dat onze Heer Jezus Christus is gestorven én begraven én is opgestaan uit de dood. In 1 Korintiërs 15 verbindt Paulus de begrafenis en de opstanding van Christus aan die van ons. Hij gebruikt daarbij het beeld van het zaaien. Begraven is zaaien. Straks volgt de opstanding en komt het lichaam verheerlijkt weer tevoorschijn. Net als bij Christus.

BEGRAVEN IS BIJBELS!

Als het om de keus vóór begraven gaat, kijk ik er net zo tegen aan als dominee De Boer. Het begraven van geliefden is een prachtige symbolische handeling, waardoor je als christen een hoopvol getui­genis aflegt van je christelijk geloof – vooral van het geloof, dat het met de dood niet is afgelopen, maar dat het wachten is op de opstanding van de doden. Bij een crematie mis je voor het grootste deel de bijbelse symboliek van de graankorrel die je zaait en de weer opkomt en uitgroeit tot iets prachtigs. Zo is voor mij in elk geval begraven niet alleen maar een bijbelse gewoonte, maar ook een zaak van een positieve, christelijke levensstijl: ik geloof, ook als de dood zo dichtbij komt, in de opstanding van dit gestorven lichaam.

NIET DEMONSTRATIEF TEGEN CREMEREN

Maar ik ben het niet eens met het standpunt, dat je als Gereformeerde Kerk op geen enkele wijze kunt meewerken met een crematie, zoals dominee De Boer stelt. Of (wat hij niet zegt, maar wat ik ook nog wel eens hoor), dat wie als christen voor crematie kiest, zondigt, en dat wie als christen een crematieplechtigheid bijwoont, zondig gedrag stilzwijgend goedkeurt. We leven namelijk in een andere tijd dan een eeuw geleden. Veel mensen die toen voor cremeren kozen, deden dat vaak bewust om aan te geven dat ze niet geloofden in een leven na dit leven. Dus keerden bijna alle christenen en alle kerken zich tegen crematie.

Die tijd is voorbij. Dat afzetten tegen het christelijk geloof kom je bij de meeste crematies niet meer tegen. In z’n algemeenheid is het wel waar wat prof. Douma op blz. 159 van zijn boek Rondom de dood schrijft: “Crem­atie is een symptoom van onze gesecu­lariseerde wereld. We kunnen de groei­ende voorkeur voor creme­ren niet los­denken van heel de moderne levens- en wereldop­vatting, zelfs als men crema­tie ‘slechts’ verdedigt als de gezond­ste, goed­koopste, vlugste en netste manier van lijkbezorging.” Maar dat wil nog niet zeggen, dat iemand die zich laat cremeren, dat uit anti-christelijke motieven doet. Dus moet je als christenen ook niet meer principieel afwijzend tegenover elke crematie staan en als gereformeerde kerk daar zó demonstratief op tegen zijn, dat je elke medewerking aan een crematie weigert.

ZELF POSITIEF KIEZEN VOOR BEGRAVEN

In onze tijd zijn er gewoon twee opties: begraven of cremeren. Je kunt nu dus kiezen, ook als christen. Het mooie daarvan is, dat je niet meer ergens op tegen hoeft te zijn. Je kunt nu heel goed duidelijk maken, waarom je zelf vol overtuiging ergens vóór bent. Ik geloof echt, dat dat een veel positievere insteek is. Vanuit de Bijbel kan ik heel goed duidelijk maken, waarom ik als christen zelf vanuit mijn geloofsover­tuiging ervoor kies om straks begraven te willen worden. Die optie wordt volgens mij in de Bijbel zo duidelijk aangewezen, dat he best mag zeggen dat het ook vandaag voor een christen nog echt de voorkeur verdient boven cremeren. Maar zonder elkaar te veroordelen of af te schrijven als iemand toch voor crematie kiest.

Want van je eigen gedrag gaat het meest een getuigenis uit. Daar raakte ik ruim 20 jaar geleden van overtuigd, toen ik mij voor het eerst in dit onderwerp moest verdiepen. De kerkeraad van de GKV van Zaamslag, waar ik toen dominee was, wou zich alvast bezinnen op dit onderwerp, omdat het omslagpunt van begraven naar cremeren toen net bereikt was. Ik kwam toen het volgende stukje tegen in het landelijke kerkblad van de Gereformeerde Gemeente.

Vanuit dit alles mag het duidelijk zijn, dat we ons verre moe­ten houden van het crematorium. Als een predikant meent dat hij aan­wezig moet zijn bij een crematie om daar het Evangelie te laten horen, dan bedriegt hij zichzelf. Zijn boodschap wordt ont­kracht. Hij hoort daar niet. En dat geldt ons allemaal. Wij mogen door onze tegenwoor­digheid geen deel hebben aan dit heidense gebruik. Wie zwijgt stemt immers toe? Gezien onze belijdenis is het ons onmoge­lijk om een crematie bij te wonen of op eni­gerlei wijze onze medewerking hieraan te geven. Kost het ons vriendschap of klandizie, het zij zo. De gunst des Heeren moet ons meer waard zijn dan de gunst van men­sen.

Ik heb daar toen in het regionale kerkblad van het Zuiden daar als volgt op gereageerd.

Wat voor indruk maken wij als gelovi­gen op mensen, als wij op het allerzwaarste moment van afscheid nemen niet naast hen willen staan? (…) Daar komt nog een belangrijk aspekt bij. Hóe leggen wij als we sterven een christe­lijk getuige­nis af van ons geloof in de opstanding? Door onze eigen begrafenis! Níet door on­ze af­wezigheid op de crematie van onze collega of buur­man. Integendeel: wie goed doet, zal goed ontmoeten. Als wij als christenen óns meele­ven be­to­nen, ook door op een crematie aan­wezig te zijn, zullen zij ook hun mee­leven beto­nen, door op de begrafe­nis van ónze ge­liefden aan­wezig te zijn. Dan mag je hopen en bid­den, dat door het christe­lijk karak­ter van zo’n  be­grafenis er een getuigenis uit­gaat van het geloof waarin wij leven en ster­ven.

Uiteindelijk is dat het belangrijkste. Geloof je dat niet de dood, maar Jezus Christus het laatste woord heeft? Hoe laat je dat merken als je zelf in diepe rouw bent? En hoe laat je dat merken als je met anderen meeleeft?

P.S.: in de preek n.a.v. Zondag 16 ga ik dieper in op de Bijbelteksten over dit onderwerp en de conclusies die je daar verder uit kunt trekken. Zie Zondag 16 HC 2014 – crematie preek en liturgie

‘TE VROEG OF TE LAAT, MAAR NIET DUBBEL’

– over één doop tot vergeving van zonden –

“Eén van de ongelukkigste kerkscheidingen heeft te maken met de doop.” Dat is de zin waarmee de Amerikaanse theoloog J.I. Packer in zijn boek Groeien in Christus  het onderwerp ‘De doop en kleine kinderen’ behandelt (blz. 112-114). Een half jaar geleden gaf ik op mijn weblog  weer, wat Packer over het verband tussen doop en belijdenis schreef. Voor wie het nog eens lezen wil: https://ernstleeftink.wordpress.com/2013/10/23/waarom-zou-ik-belijdenis-doen/

Op die blog kreeg ik verschillende reakties. Een aantal ging over de vraag over waarom sommige christenen de kinderdoop niet erkennen en daarom die doop vaak zelfs nog een keer over doen. Wat Packer daarover zegt vind ik zo waardevol, dat ik het (iets ingekort en deels in eigen woorden) hier weergeef, met tussen vierkante haken soms wat aanvullende opmerkingen en aan het van deze blog nog wat eigen gedachten.

WEL OF GEEN KINDEREN DOPEN?

Niemand zal beweren dat alle kinderen gedoopt moeten worden, maar in de meeste kerkgenootschappen worden kinderen van gedoopte ouders [in de meeste gereformeerde kerken: die zelf belijdenis van hun geloof hebben afgelegd] gedoopt. Voor de baptisten is dit echter geen doop (want kleine kinderen kunnen immers de vereiste geloofsbelijdenis niet uitspreken) of zij zien het als een onrechtmatige doop (want, zo zeggen zij, het is niet duidelijk apostolisch en ook pastoraal gezien niet verstandig). Door alle baptisten wordt erop aangedrongen de doop uit te stellen totdat er sprake is van bewust geloof. Anderzijds hebben sommigen uit de verbondstheologie afgeleid, dat God heeft bevolen dat de baby’s van gelovigen allemaal gedoopt moeten worden. Velen zijn van mening dat, hoewel de kinderdoop door de kerk zelf is ingesteld, deze toch een betere theologische, historische en pastorale grond heeft dan wat de baptisten willen. Dus moet men volgens hen de kinderdoop waarderen als ‘beter passend bij de instelling van Christus’. [In veel gereformeerde kerken stemmen de ouders in met de uitspraak dat een kind van gelovige ouders ‘in Christus voor God heilig is en daarom als lid van zijn gemeente gedoopt behoort te zijn’.]

VOOR KINDERDOOP – MAAR GEEN GODDELIJK BEVEL

De besnijdenis van de jongetjes onder het oude verbond op Gods bevel (in Gen. 17:9-14), gekoppeld aan Paulus’ verzekering (in 1 Kor. 7:14) dat onder het nieuwe verbond de kinderen van de gelovigen samen met de ouders ‘geheiligd’ (toegewijd aan God en aangenomen door Hem) zijn, geeft vele bijbelgetrouwe christenen de overtuiging dat de kinderdoop juist is. Als de ouder-en-kind-saamhorigheid onder Gods verbond een onveranderlijk feit is, waarop Gods vroegere bevel van de besnijdenis (het toenmalige verbondsteken voor jongetjes) was gebaseerd, hoe kan men dan nu de doop (het teken van het nieuwe verbond) aan kinderen onthouden?

Bovendien is het wel bijna zeker dat de apostelen de kinderdoop praktiseerden. De ‘huizen’ (dat wil zeggen huishoudingen met uitgebreide gezinnen) van Lydia, van de gevangenisbewaarder in Filippi en van Stefanas werden gedoopt (Hand. 16:15, 16:33 en 1 Kor. 1:16). Het is moeilijk te geloven dat Lukas en Paulus ‘huis’ gezegd zouden hebben zonder verdere aanduiding, als ze ons hadden willen doen begrijpen dat baby’s principieel van de doop uitgesloten waren.

Hierdoor is de kinderdoop van tegenwoordig zeker gerechtvaardigd. Toch moet ook worden toegegeven, dat nergens in de Schrift staat, dat het dopen van kinderen een goddelijk bevel is.  We mogen ervan uitgaan, dat de goddelijke Auteur, die de menselijke schrijvers bestuurde, dat ook niet heeft willen doen.

TEGEN KINDERDOOP – MAAR NIET DOORSLAGGEVEND

Tegelijkertijd kunnen ook de argumenten tegen de kinderdoop niet doorslaggevend genoemd worden. 

*1* Er wordt beweerd dat het belijden van het geloof deel uitmaakt van de doop. Maar het Nieuwe Testament zegt dit nergens; het is een aanvechtbare gevolgtrekking uit feit dat in het Nieuwe Testament, maar ook later, volwassenen nooit werden gedoopt zonder zo’n belijdenis te hebben afgelegd. 

*2* Er wordt als argument aangevoerd, dat van gedoopte kinderen nooit geëist kan worden dat ze belijdenis van hun geloof zullen doen. Maar gelovige ouders die hun kinderen lieten dopen, wijzen hun kinderen op de noodzaak van persoonlijke bekering en op persoonlijk geloof; zij sporen ze aan om zelf en oprecht hun zonden en geloof te belijden als ze daar oud genoeg voor zijn. Om als volwassene een volwaardig lid van de kerk te kunnen worden, staat de persoonlijke belijdenis centraal. Met andere woorden, de kinderdoop eist bekering van de volwassene die als kind gedoopt is.  

*3* Er wordt beweerd dat de kinderdoop de leer van de veronderstelde wedergeboorte en verlossing zonder geloof aanmoedigt. De baptisten schudden hun hoofd als ze bij de doop horen hoe dit kind door zijn doop een lid van Christus en een kind van God en mede-erfgenaam van het Koninkrijk der hemelen is geworden. Maar hiermee wordt alleen maar gezegd, dat God van zijn kant deze geestelijke zegeningen en voorrechten ook aan de kinderen van de gelovigen belooft. Willen ze ooit werkelijk ontvangen worden, dan moeten ze eerst bevestigd worden door het geloof in Christus. Zoals een Anglicaanse aartsbisschop lang geleden schreef: ‘Ik heb er alleen profijt en voordeel van als ik begrijp welk geschenk God in de doop voor mij heeft verzegeld en als ik er inderdaad mijn hand op leg in het geloof.’

VOOR DE EEN TE VROEG – VOOR DE ANDER TE LAAT …

De baptisten dragen kinderen op (een ‘droge doop’ in de ogen van de kinderdopers) en dopen later met water. Protestanten, gereformeerden en katholieken dopen de kinderen die later belijdenis van hun geloof afleggen (een ‘droge doop’ in de ogen van de baptisten). Het zou niet moeilijk moeten zijn voor kinderdopers en voor volwassendopers om in wederzijds respect elkaar hierin te vinden, want bijbels en pastoraal gezien zijn beide praktijken (Gode zij dank) parallel van betekenis.

…DUS WAAROM DAN TOCH DUBBEL?

Met bovenstaande zinnen eindigt Packer zijn hoofdstuk. Het zou mij heel wat waard zijn, als evangelischen/baptisten en gereformeerden in elk geval van elkaar zouden accepteren, dat we het bij één doop houden. De eenheid die de Geest ons geeft bestaat ook uit één doop, zegt Paulus in Efeziërs 4:5 en dat spreken christenen wereldwijd ook uit met de geloofsbelijdenis van Nicea: ‘Wij belijden één doop tot vergeving van zonden.’ Dan kun je van elkaar vinden dat de doop te vroeg of te laat bediend wordt, maar een dubbele doop, dat kan en mag bijbels gezien niet.

Helaas is mijn optimisme dat we elkaar in één doop kunnen vinden, er in de ruim 30 jaar dat ik predikant ben, niet groter op geworden. Alle ‘kinderdopers’ (om de term van Packer te gebruiken) hebben geen moeite met de volwassendoop. Ze dopen immers zelf ook volwassenen die op latere leeftijd tot geloof komen. Vaak kunnen ze zelfs wel accepteren dat andere christenen hun kinderen de keus laten om zich pas bij hun geloofsbelijdenis als volwassene te laten dopen. Dat is dan weliswaar ‘te laat’, omdat je God zo’n twintig jaar laat wachten voor Hij zijn beloften, die Hij zo graag aan de gelovigen én hun kinderen wil geven, op iemand mag zetten. Maar uiteindelijk komen Gods keus voor mij (in de doop) en mijn keus voor God (in mijn belijdenis) bij elkaar.

PACKER TE OPTIMISTISCH

Maar Packer is te optimistisch als hij denkt dat baptisten zich omgekeerd ook in de praktijk van de kinderdoop kunnen vinden, ook al passen ze die niet toe in hun eigen gemeente. Want veel baptisten zien de doop niet, zoals Packer wel doet, als teken van Gods beloften die een leven lang gelden en meegaan. Ze vinden echt dat “de doop een teken van jouw antwoord op Gods aanbod van vergeving van zonden en eeuwig leven. Dáárvan leg je getuigenis af in de doop.” (citaat uit het boek ‘Dopen en laten dopen’ van E.W. van der Poll, p. 130)

Ja, dan wordt het natuurlijk onmogelijk om de kinderdoop als een echte doop te aanvaarden, ook al vind je dat die twintig jaar ‘te vroeg’ plaatsvond, omdat het beter is om Gods beloften en de gelovige aanvaarding daarvan dichter op elkaar te laten aansluiten. Want de doop ís voor veel baptisten niet God tastbare belofte aan jou. En dus is de kinderdoop, met alle respect voor de bedoeling van de gelovige ouders, geen echte doop, maar een jammerlijke dwaling, zoals een baptistenvoorganger mij eens vertelde.

WAT GOD BELOOFT VRAAGT OM GELOOF

Dat laatste vind ik ook, maar dan juist omgekeerd. Als God zijn stempel al op mijn leven gezet heeft, hoef ik bij mijn belijdenis God niet nog een keer te laten uitspreken dat Hij mij werkelijk op zijn Drie-Enige Naam zet. Natuurlijk vraagt de doop om persoonlijk geloof. Of je nu als volwassene of als kind gedoopt wordt. Maar in de kern van de zaak gaat het om de vraag: waar zet de doop een streep onder? Onder wat God belooft of onder wat jij gelooft? Volgens mij is de Bijbel daar in grote lijnen vrij duidelijk over. De doop is Gods ‘getuigenis’ aan mij: Hij neemt mij dankzij het offer van Jezus Christus weer aan tot zijn kind. En wat Hij beloofd heeft, blijft van kracht, mijn leven lang. Dat hoeft dus nooit opnieuw te gebeuren. Er is maar één doop tot vergeving van zonden. God vraagt niet aan zijn kinderen of ze zich nog een keer willen laten dopen. Hij vraagt of ze hun leven lang erop willen vertrouwen dat Hij hun Vader, Verlosser en Vernieuwer is. De doop vraagt om geloof. Bij je belijdenis. En telkens weer. Voel maar aan je voorhoofd als je als kind gedoopt bent. Herinner je hoe je ondergedompeld of besprenkeld werd toen je als volwassene gedoopt werd. God heeft zijn Naam op jouw leven gezet en jouw naam in zijn handpalm gegrift. Dat zegt je doop!

Over de kinderdoop schreef ik nog een paar blogs:
Wanneer laat je je kind dopen?
Sela over de doop
Kinderdoop normaal – uitstel soms – herdoop nooit

Op weg naar Pasen met U2 – JIJ OOK?

Vrijdag 23 maart – Dag 1

Op weg naar Pasen zeg ik: ”Are we tough enough for ordinary love?” Jij ook?
Ordinary love – single   http://www.youtube.com/watch?v=jGjdZX-pK7s

 

Zaterdag 24 maart – Dag 2

Op weg naar Pasen zeg ik: “I wanna go to the foot of the messiah, to the foot of he who made me see, to the side of a hill where we were still.” Jij ook?
With a shout – October   http://www.youtube.com/watch?v=mYB3x7mtz70

 

Zondag 25 maart – Dag 3

Op weg naar Pasen zeg ik: “Grace, it’s the name for a girl, it’s also a thought that changed the world.” Jij ook?
Grace – All That You Can’t Leave Behind   http://www.youtube.com/watch?v=8Zk26KXSH3g

 

Maandag 26 maart – Dag 4

Op weg naar Pasen zeg ik: “Teach me, I know I’m not a hopeless case.” Jij ook?
Beautiful Day – All That You Can’t Leave Behind   http://www.youtube.com/watch?v=LXrJdOD5syo

 

Dinsdag 27 maart – Dag 5

Op weg naar Pasen zeg ik: “So I try to be like You, try to feel it like You do, but without You it’s no use. I wish You were here.” Jij ook?
Stranger in a strange land – October   http://www.youtube.com/watch?v=H-doD3F8ZEQ

 

Woensdag 28 maart – Dag 6

Op weg naar Pasen zeg ik: “What no man can own, what no man can take – take this heart and make it break.” Jij ook?
YAHWE – How to dismantle an atomic bomb  https://www.youtube.com/watch?v=GkEQS5SJZPU

 

Donderdag 29 maart – Dag 7

Op weg naar Pasen zeg ik: “Only love, only love can leave such a mark, but only love, only love could heal such a scar.” Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=Yi52HjJbwVQ

 

Goede Vrijdag 30 maart – Dag 8

Op weg naar Pasen zeg ik: “You broke the bonds, You loosed the chains, You carried the cross and my shame. You know I believe it.” Jij ook?
I still haven’t found what I’m looking for – The Joshua Tree   http://www.youtube.com/watch?v=O_ISAntOom0

 

Stille Zaterdag 31 maart – Dag 9

Op weg naar Pasen zeg ik: “Wake up, wake up dead man. I know you’re looking out for us, but maybe your hands aren’t free.” Jij ook?
Wake up, dead man – Pop  https://www.youtube.com/watch?v=kiuQ7zIIswY (Nederlandse ondertiteling)

 

Eerste Paasdag 1 april – Dag 10

Met Pasen jubel ik: “Justified till we die, you and I will magnifify The Magnificent!” Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=1boiDzWt6k4

 

Tweede Paasdag 2 april – Dag 11

Na Pasen voel ik me soms net Thomas: “I believe in the Kingdom come, but I still haven’t found what I’m looking for.” Jij ook?
I still haven’t found what I’m looking for – The Joshua Tree   http://www.youtube.com/watch?v=Pb1XXs7e7ac

 

Dinsdag 3 april – Dag 12

Na Pasen weet ik: I was born to sing for You, I didn’t have a choice but to lift You up and sing whatever song You wanted me to. Jij ook?
Magnificent – No line on the horizon   http://www.youtube.com/watch?v=Ghyf1Gp0RdM

GEKOMEN            naar de wereld

GELEEFD               onder ons

GESTORVEN         in onze plaats

Kruis Jezus tekening

GESCHONKEN      echte vrijheid

PAASFEEST:           onze vrijheid, duur betaald!

DANK U JEZUS

De barmhartige Marokkaan

In de dagen na de gemeenteraadsverkiezingen  scanderen sommige Nederlanders ‘Minder! Minder!’ en komen de kerken in Nederland als reactie daarop met de slogan: ‘Wij geloven in meer’. In ons plaatselijk kerkblad De Bouwsteen schreef Jenst Jan Mertens (stagair kerkelijk werk in onze gemeente) op 26 februari 2014 een verhaal over de barmhartige moslima. Wat mij betreft een prima stuk om wat breder onder de aandacht te brengen – met toestemming van Jenst Jan en met hier en daar een kleine wijziging – ik mocht er niet teveel in minderen of er iets wilders van maken.

De barmhartige moslima

JOOST heeft geen gemakkelijke tijd achter de rug. Een ski ongeluk heeft zijn voet verbrijzeld, waardoor hij nu kreupel loopt. Het gevolg: ontslag gekregen van zijn werk, een bijstandsuitkering, een vriendin die er niet mee om kon gaan en een depressie. Dankzij een traject bij het GGZ gaat het nu weer de goede kant op. Joost is net komen wonen in de wijk. Hij heeft een leuk appartementje kunnen huren van Actium aan één van de Akkers. Na een tijdje randlid te zijn gaat hij sinds lange tijd weer eens naar de kerk. Een nieuwe plek, een nieuw begin. Hij heeft zijn attestatie nog niet ingeleverd, die moet nog opgevraagd worden. De dienst was ongeveer zoals hij gewend was. Zingen, bidden, een preek …. Hij heeft nog niet veel zin om met Jan en allemaal te gaan kletsen, dus hij loopt zo snel mogelijk als hij nog kan naar zijn fiets en wil naar huis. Maar hij is nauwelijks onderweg en merkt dat zijn beide banden lek zijn. En alsof dat nog niet genoeg is, begint het ineens donker te worden, en valt de regen met bakken uit de hemel. Daar strompelt Joost. Met zijn fiets aan de hand, geen paraplu of regenjas mee, zijn kraag hoog opgetrokken. Door de gevolgen van de depressie heeft Joost nog weinig energie. En hierdoor komt het dat hij niet verder kan en uit moet rusten onder een boom bij de rotonde van de Smetanalaan en de Europalaan. Kletsnat, niet in staat om verder te gaan. Zich vastklampend aan een boom.

Dan komt er een auto aan. ANNET heeft een drukke dag. Eerst stond ze ingeroosterd voor het welkomcomité om bij de deur te staan, de kerkdienst duurde langer dan verwacht omdat er weer een doopdienst was, en nu moet er snel worden gegeten, want het hele gezin moet ’s middags bij haar moeder in Beilen zijn. Die viert vandaag namelijk haar verjaardag. Bij de rotonde kijkt ze uit gewoonte links en rechts of er ook verkeer aan komt. Ze stopt om voorrang te verlenen aan een auto, en ziet dan een zwerver tegen een boom staan. ”Nee, wacht”, denkt ze, “die man ken ik. Die heb ik voor de dienst nog een hand gegeven.” Binnen een seconde schieten de gedachten door haar hoofd: helpen, de verjaardag van mijn moeder, druk, druk, druk…. “Stomme kerel ook!” denkt ze, “er was toch ook regen voorspeld, en ik wil ook geen vreemde kerel zomaar meenemen!! Laat een ander hem maar oppikken, ik heb er nu geen tijd voor hoor!” Ze drukt het gaspedaal in en laat Joost in de stromende regen staan.

Vlak daarna komt BAS. Bas had vandaag dienst als diaken om de collecte op te halen. Daarom was Bas één van de laatsten die de kerk verliet. Nu scheurt hij naar huis in zijn gloednieuwe tweedehands auto. Hij is er trots op en erg zuinig. Alles is origineel, er zit nog geen krasje op en hij ruikt zelfs nog een beetje nieuw. Dan ziet ook hij Joost staan. Ook hij herkent hem. Joost viel hem op, omdat hij niets in het zakje deed. “Tja, wat moet ik nu met hem. Ik ken die man niet eens, straks is het één of andere zwerver waar ik niet meer van af kom. Ik heb eigenlijk geen zin om mijn auto helemaal nat en smerig te hebben. “ en ook Bas rijdt door.

Even later komen ACHMED & FATIMA er aan gereden. Ze hebben het weekend bij zijn ouders doorgebracht om het suikerfeest te vieren. Fatima wordt met ontferming bewogen op het moment dat ze Joost ziet zitten. Ze sommeert Achmed te stoppen, en samen pikken ze Joost op, helpen hem in de auto en rijden naar hun huis. Daar krijgt Joost wat schone kleding van Achmed, een bak sterke maar warme Turkse koffie, terwijl Achmed terug gaat om Joost zijn fiets op te halen, waarna hij zorgt dat de banden gemaakt worden.

Lucas 10:36-37 ‘Wie van deze drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer?’ (…) 37 De wetgeleerde zei: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond.’ Toen zei Jezus tegen hem: ‘Doet u dan voortaan net zo.’

Het motief om te dienen

Dit stukje staat in het kader van het diakonaat. In de Bijbel is liefde het motief om te dienen. Dit blijkt ook bij de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. De eerste en eigenlijke aanleiding voor deze gelijkenis was de vraag van een wetgeleerde hoe je deel kunt krijgen aan het eeuwige leven. Dan noemt Jezus allereerst het liefdegebod. Vervolgens vraagt de wetgeleerde wie zijn naaste is. Er staat “om zich te rechtvaardigen.” De geleerde vond wat hij deed en zichzelf al heel wat. Alle geboden naleven die de wet eiste.

Zou het niet heel prettig zijn als Jezus de term “je naaste” nu zou beperken tot: je eigen gezin, je kring, de gemeente waar je aan toe behoort of het kerkgenootschap waar je lid van bent. Want ja, hebben we daar inderdaad niet onze handen al vol aan? Maar dat doet Jezus niet. Jezus benadrukt dat het liefde motief, geen beperkingen heeft. Alleen liefde voor je eigen omgeving of ‘eigen volk eerst’ is een voorwaarde stellen aan de liefde. Terwijl God zich in de Bijbel heel duidelijk uitstrekt naar heel de wereld (1Tim 2: 1-6).

En wat doe jij? Vind je dat je als christen ook een taak hebt in het dienen van “de wereld”? Of laat je zorg voor buiten de kerkelijke gemeente liever over aan je niet gelovige collega, een gemeentelijke instelling, of andere mensen en organisaties?

JJM